<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>RUIMTEVOLK</title>
	<atom:link href="http://ruimtevolk.nl/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://ruimtevolk.nl</link>
	<description>Platform en netwerk voor het debat over de ruimtelijke ordening en kwaliteit van de leefomgeving</description>
	<lastBuildDate>Thu, 17 May 2012 12:40:46 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
		<item>
		<title>Ongevraagd spektakel</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/cityplaza-nieuwegein-ongevraagd-spektakel/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/cityplaza-nieuwegein-ongevraagd-spektakel/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 May 2012 12:37:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Nolden</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwegein]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=4232</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/01-futuristisch-stadhuis.jpg" /> Winkelcentrum Cityplaza vormde sinds 1985 het stadshart van Nieuwegein. Het oorspronkelijke plan van architect Jan Hoogstad was veel ambitieuzer, maar door de toenmalige economische crisis werd slechts een gedeelte uitgevoerd en werd er bezuinigd op materialen. Eind jaren negentig kwam de gemeente met een nieuw plan welke onder andere ruimte biedt aan een winkelplein met amfitheater, diverse culturele voorzieningen, horeca, appartementen en kantoren. Het plan is een architectonisch hoogstandje en inmiddels voor een groot deel uitgevoerd. Landschapsarchitect Marc Nolden vraagt zich echter hardop af in hoeverre het nieuwe centrum eigenlijk aansluit op de behoefte van Nieuwegein en omgeving. Van wie is het Nieuwegeinse stadshart eigenlijk? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Winkelcentrum Cityplaza vormde sinds 1985 het stadshart van Nieuwegein. Het oorspronkelijke plan van architect Jan Hoogstad was veel ambitieuzer, maar door de toenmalige economische crisis werd slechts een gedeelte uitgevoerd en werd er bezuinigd op materialen. Eind jaren negentig kwam de gemeente met een nieuw plan welke onder andere ruimte biedt aan een winkelplein met amfitheater, diverse culturele voorzieningen, horeca, appartementen en kantoren. Het plan is inmiddels voor een groot deel uitgevoerd. Landschapsarchitect Marc Nolden vraagt zich hardop af in hoeverre sluit het nieuwe centrum eigenlijk aansluit op de behoefte van Nieuwegein en omgeving en van wie het Nieuwegeinse stadshart eigenlijk is? </strong></p>
<p>Winkelcentrum <a href="http://www.cityplaza.nl/">Cityplaza</a> vormde sinds 1985 het stadshart van Nieuwegein. Het oorspronkelijke plan van architect Jan Hoogstad was veel ambitieuzer, maar door de toenmalige economische crisis werd slechts een gedeelte uitgevoerd en werd er bezuinigd op materialen. Er kwam een overdekt centrum met winkels. De gebouwen waren naar binnen gekeerd. Er ontstonden lelijke achterkanten met smoezelige parkeerpleintjes. De openbare ruimte nodigde niet uit tot ontmoeting. Er was maar één straat (de passage) zodat je geen rondje kon lopen – iets wat bewoners en winkeliers frustreerden. ’s Avonds veranderde het gebied in een schemerwereld waar je liever niet kwam.</p>
<p>Eind jaren negentig kwam de gemeente met een nieuw plan. Onder supervisie van architect Ben van Berkel en landschapsarchitect Michael van Gessel werd de ontwikkelvisie ‘Atelier Binnenstad’ gepresenteerd. Hierin aandacht voor parkeren en winkelen – twee aspecten die in Cityplaza juist wel veel waardering kregen. Nieuwegein is door haar ruimtelijke opzet een autostad. En die auto moet zo dicht mogelijk bij de winkels kunnen komen.</p>
<div id="attachment_4234" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/cityplaza-nieuwegein-ongevraagd-spektakel/04-parkeergarage-met-levende-bamboegevel/" rel="attachment wp-att-4234"><img class="size-full wp-image-4234" title="04-parkeergarage-met-levende-bamboegevel" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/04-parkeergarage-met-levende-bamboegevel.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Parkeergarage met levende bamboegevel, foto: Marc Nolden</p></div>
<p><strong>Golvende pleinen</strong><br />
Inmiddels is het plan voor een groot deel uitgevoerd. Er is een nieuw stadhuis, een winkelplein met amfitheater, een theater- en kunstcentrum, een bovengrondse én twee ondergrondse parkeergarages. Het winkeloppervlak is verdubbeld van 28.000 m2 naar 56.000 m2. Het plan biedt verder ruimte aan diverse culturele voorzieningen, horeca, appartementen en kantoren. Om de parkeergarages niet te diep te hoeven graven (en betaalbaar te houden) is de gehele stadsvloer verhoogd. Dit nieuwe maaiveld, dat tussen de gebouwen doorgolft, verbindt de verschillende gebouwen en lagen en vormt de basis voor het stedelijk leven in dit nieuwe centrum.</p>
<p>Een bijzonder ambitieus plan en een kostbare operatie, waarbij velen de vergelijking met het centrum van Almere maken, ook een ‘new town’. Maar ook met Rotterdam, qua architectonisch spektakel. Toparchitecten uit binnen- en buitenland werden ingevlogen om de gebouwen in Nieuwegein vorm te geven, om het nieuwe Nieuwegein op de kaart te zetten. Want Nieuwegein is klaar met haar oude imago. Nieuwegein wil stad zijn, crisis of niet.</p>
<blockquote><p>De gemeente investeert in een nieuw winkelcentrum van bijna een miljard euro, maar heeft totaal geen invloed op de invulling daarvan.</p></blockquote>
<p>Je kijkt je ogen uit. Het futuristische stadhuis staat centraal in het nieuwe centrum en lijkt op een ruimteschip dat net geland is. De gehele openbare ruimte ligt in natuursteen en op de golvende pleinen is een bloemenpatroon in de bestrating verwerkt. De bovengrondse parkeergarage heeft een levende bamboegevel en het winkelplein is omringd door zes imposante woontorens met weelderige daktuinen.</p>
<p><strong>Geen gesneden bruin</strong><br />
Nóg opvallender is het winkelaanbod. Er zijn vooral ketens: Jumbo, Saturn, Kruidvat, Men at Work, New Yorker, The Sting, Multivlaai. Die heb je overal. Is dit Nieuwegein? Enkele voorbijgangers vertellen dat ze trots zijn op hun nieuwe centrum, maar de gewone bakker en de slager missen. ‘Vroeger kwam je hier voor de dagelijkse boodschappen’, vertelt een oudere vrouw, ‘tegenwoordig moet je naar de omliggende wijken fietsen voor een gesneden bruin.’ De hoge ambities eisen een tol. Het blijkt dat de lokale ondernemers, als gevolg van de gestegen grondprijzen, de huren niet meer kunnen betalen en hun heil elders zoeken. Een lokale boekhandel houdt nog stand, maar heeft het moeilijk. De eigenaresse vertelt dat ze naast de hoge huur ook veel oppervlak moeten afnemen. Ze acht de kans groot dat in het centrum straks alleen nog plek is voor grootwinkelbedrijven en multinationals.</p>
<p>En dat zet te denken. In hoeverre sluit het nieuwe centrum, hoe mooi ook, eigenlijk aan op het sociaal-culturele achterland van Nieuwegein en omgeving? Nieuwegein wil stad zijn, maar willen de Nieuwegeiners en de mensen uit de regio dat ook? Voorziet deze ontwikkeling in een behoefte, of is zij opgelegd door bestuurders en beleggers? Van wie is het Nieuwegeinse stadshart?</p>
<div id="attachment_4235" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/cityplaza-nieuwegein-ongevraagd-spektakel/02-bont-winkelplein-met-ketens/" rel="attachment wp-att-4235"><img class="size-full wp-image-4235" title="02-bont-winkelplein-met-ketens" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/02-bont-winkelplein-met-ketens.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Bont winkelplein met ketens, foto: Marc Nolden</p></div>
<p><strong>Bouwen wat de belegger wil</strong><br />
In een recente aflevering van het televisieprogramma <a href="http://programma.vpro.nl/deslagomnederland/afleveringen/aflevering6.html" target="_blank">De Slag om Nederland</a> kwam dit aan de orde. De programmamakers onderzochten wat de ‘gewone’ Nederlander nog te zeggen heeft bij dergelijke plannen. En waarom alle nieuwe winkelcentra in Nederland op dezelfde wijze gebouwd worden (door grote beleggers en ontwikkelaars) en er vrijwel hetzelfde uit zien (winkelketens). Nieuwegein werd in een rijtje met onder andere Maastricht en Amsterdam genoemd. Wethouder Bert Lubbinge en verantwoordelijk stedenbouwer Peter Trimp werden om een reactie gevraagd, maar weerlegden enige gelijkenis met andere steden: ‘Dit is Nieuwegein’. Qua winkelaanbod wees Lubbinge naar belegger Cório, die in zijn ogen de belangrijkste speler is en nu eenmaal gebaat is bij een groot modern winkelcentrum met goedlopende ketens, zodat diens investering binnen een paar jaar is terugverdiend. En ook de projectontwikkelaar, in dit geval Multivastgoed, bouwt wat de belegger, Cório, wil. Op de vraag of de wethouder geen rol heeft te vervullen in het behartigen van de belangen van de Nieuwegeiners en de omliggende regio, antwoordde hij dat de gemeente hooguit ambities kan formuleren maar formeel geen positie heeft in dit krachtenspel – zij faciliteert louter.</p>
<p>En dat is vreemd: de gemeente investeert in een nieuw winkelcentrum van bijna een miljard euro, maar heeft totaal geen invloed op de invulling daarvan – ze mag hooguit meebeslissen hoe het er fysiek uit komt te zien (en kennelijk moet dat vooral heel flitsend).</p>
<p><strong>Minder architectonisch geweld</strong><br />
Vanuit architectonisch perspectief is het een bijzonder interessant plan, er is een heus parkeer- en winkelparadijs gemaakt, maar het staat welbeschouwd los van de plek. Het gaat voorbij aan de behoeften van de Nieuwegeiners en de mensen uit de regio: Houten, IJsselstein en Vianen. Het plan is in die zin, net als het stadhuis zelf, een buitenaards gevaarte dat ongevraagd is neergestreken. De kans bestaat dat de winkelcentra in deze buurtgemeenten worden ‘leeggetrokken’ door deze ontwikkeling. En het Nieuwegeinse centrumplan zal grote invloed hebben op de plannen voor het Utrechtse stationsgebied en Leidsche Rijn Centrum.</p>
<p>De komende jaren wordt er in Nieuwegein nog hard gewerkt om het centrumplan te voltooien. Hopelijk wordt het iets bescheidener aangepakt en komt (of blijft) er meer ruimte voor de lokale ondernemer – zo nodig met wat minder architectonisch geweld.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Dit is een bewerking van een artikel dat eerder in PostPlanjer verscheen, Utrechts bulletin voor architectuur en stedenbouw, <a href="http://www.postplanjer.nl" target="_blank">http://www.postplanjer.nl</a></em></p>
<p><em>Foto boven: Nieuwe stadhuis Nieuwegein, foto: Marc Nolden</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/cityplaza-nieuwegein-ongevraagd-spektakel/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ruimte voor initiatief: Havenkwartier, Deventer</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/ruimte-voor-initiatief-havenkwartier-deventer/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/ruimte-voor-initiatief-havenkwartier-deventer/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 May 2012 22:00:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3904</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/ruimte4initiatief-havenkwartier.jpg" /> Ontwikkelaars, corporaties, overheden en bewoners zijn op zoek naar nieuwe manieren om onze steden te ontwikkelen. Een van de belangrijkste zoekrichtingen is de organische stedelijke ontwikkeling. Meer uitgaan van de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ontwikkelaars, corporaties, overheden en bewoners zijn op zoek naar nieuwe manieren om onze steden te ontwikkelen. Een van de belangrijkste zoekrichtingen is de organische stedelijke ontwikkeling. Meer uitgaan van de kracht van initiatieven in een gebied en minder van een dichtgetikt masterplan. Met een flexibeler overheid en middenveld, en actievere burgers. Maar wat houdt organische ontwikkeling eigenlijk in? En wat zien we ervan in de praktijk?</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink435460904" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet435460904'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet435460904" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet435460904'));expand(document.getElementById('ddetlink435460904'))</script></p>
<p>Het Nirov, Urhahn Urban Design en het Planbureau voor de Leefomgeving nodigen u uit voor vier werksessies organische stedelijke ontwikkeling. We doen dat onder de titel Ruimte voor Initiatief, omdat ondernemerschap, hoe klein ook, aan de basis ligt van organische ontwikkeling. In vier werksessies bekijkt u deze ontkiemende nieuwe werkwijze met eigen ogen en bespreekt die met stakeholders, initiatiefnemers en experts.</p>
<p>Iedere werksessie kent een eigen gebiedsopgave en thematiek. Voor Amstel III in Amsterdam ligt de opgave een monofunctioneel werk- en kantorengebied te transformeren tot multifunctionele stadswijk. In het industriële Havenkwartier in Deventer blijkt een flexibel bestemmingsplan deuren te openen die voorheen potdicht leken. In woonerfwijk Emmerhout in Emmen starten bewoners hun eigen buurtbedrijf dat gemeentelijke taken wil overnemen. Op Coolhaveneiland in Rotterdam zijn bottom-up initiatieven in de openbare ruimte katalysator voor ontwikkeling. Kortom, organisch denken en werken kan in iedere context!</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 12u30-17u00</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Havenkwartier, Deventer</p>
<p><strong>Kosten:</strong> € 155,- voor Nirov-arr. ; € 196 voor externen</p>
<p><strong>Aanmelden en meer informatie:</strong> <a href="http://www.nirov.nl/Home/Agenda/Agenda_Items/Ruimte_voor_initiatief__Havenkwartier__Deventer.aspx?mId=10438&amp;rId=331" target="_blank">http://www.nirov.nl/</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/ruimte-voor-initiatief-havenkwartier-deventer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Talk of the town: Update Zuidoost</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/talk-of-the-town-update-zuidoost/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/talk-of-the-town-update-zuidoost/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 May 2012 22:00:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=4150</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/talkofthetown42.jpg" /> Na de updates over de stadsdelen Nieuw-West en Noord, gaan we in mei naar Zuidoost. Onlangs gebruikte het Parool nog de term &#8216;no-go area&#8217; voor het stadsdeel dat de afgelopen]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na de updates over de stadsdelen Nieuw-West en Noord, gaan we in mei naar Zuidoost. Onlangs gebruikte het Parool nog de term &#8216;no-go area&#8217; voor het stadsdeel dat de afgelopen jaren op vele vlakken positieve ontwikkelingen doormaakt zoals toegangspoort Station Bijlmer Arena, het nieuwe H-spot en het Bijlmer Parktheater. Tijdens deze Talk of the Town laten we meer van deze voorbeelden en ontwikkelingen zien.</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink1801158210" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet1801158210'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet1801158210" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet1801158210'));expand(document.getElementById('ddetlink1801158210'))</script></p>
<p>Samen met stadsdeelvoorzitter Marcel La Rose maken we een visuele, geografische wandeling door de stad en praten we met ondernemers en bewoners uit het stadsdeel. De verschillende wijken, het gebied rond de Arenaboulevard, Gaasperplas en Amstel III, ze komen allemaal aan bod. U bent van harte uitgenodigd hieraan deel te nemen en uw ideeën over de toekomst van Zuidoost te delen. Moderatie door Ruben Maes.</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 18u00-20u00</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Pakhuis De Zwijger Expo, Piet Heinkade 179, Amsterdam</p>
<p><strong>Toegang:</strong> Gratis</p>
<p><strong>Aanmelden en meer informatie:</strong> <a href="http://www.dezwijger.nl/page/51060/nl" target="_blank">http://www.dezwijger.nl/page/51060/nl</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/talk-of-the-town-update-zuidoost/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Symposium &#8216;Strategieën voor stedelijke revitalisering&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/symposium-strategieen-voor-stedelijke-revitalisering/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/symposium-strategieen-voor-stedelijke-revitalisering/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 May 2012 22:00:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=4194</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/strategieenvoorsteden.jpg" /> Op 15 mei worden de vier cahiers, die voortvloeien uit de studiereis 2010 van het voormalig Fonds BKVB, gepresenteerd met een symposium. Negen Europese ‘secondary cities’ waren het doel van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 15 mei worden de vier cahiers, die voortvloeien uit de studiereis 2010 van het voormalig Fonds BKVB, gepresenteerd met een symposium. Negen Europese ‘secondary cities’ waren het doel van de interdisciplinaire studiereis die het Fonds BKVB in het najaar van 2010 organiseerde om stedelijke transformatie te onderzoeken.</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink543951324" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet543951324'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet543951324" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet543951324'));expand(document.getElementById('ddetlink543951324'))</script></p>
<p>Post-industriële steden en &#8216;new towns&#8217; ontworstelen zich aan een verleden en proberen identiteit en economische groei te ontwikkelen. Welke interventies werken wel en welke niet? Wat is de rol van cultuur, bieden bottom-up bewegingen een perspectief? Na de reis hebben de deelnemers zich opgedeeld in vier groepen die ieder een onderwerp onder de loep nam. In 2012 wordt van deze activiteiten en het verder verrichtte onderzoek verslag gedaan in 4 cahiers die door de deelnemersgroepen zijn samengesteld. Het cahier ‘Lelysteden’ vormt de basis voor dit symposium.</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 15u30-17u30</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Belfort 13, Almere Centrum</p>
<p><strong>Toegang:</strong> Gratis</p>
<p><strong>Aanmelden:</strong> noodzakelijk via <a href="mailto:info@trancity.nl" target="_blank">info@trancity.nl</a></p>
<p><strong>Meer informatie:</strong> <a href="http://trancity.nl/" target="_blank">http://trancity.nl/</a> en <a href="http://www.fondsbkvb.nl/nieuws/actueel/2012/04/7579_symposium.php" target="_blank">http://www.fondsbkvb.nl/</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/symposium-strategieen-voor-stedelijke-revitalisering/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe economische dragers voor de Nationale Landschappen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-economische-dragers-voor-de-nationale-landschappen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-economische-dragers-voor-de-nationale-landschappen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 May 2012 20:15:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Veen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Landbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Landschapsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Nationale landschappen]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=4223</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/hogeveluwe.jpg" /> Met de decentralisatie van het natuur- en landschapsbeleid heeft de Tweede Kamer de verantwoordelijkheid voor de Nationale Landschappen geheel bij de provincies neergelegd. Maar het bijbehorende budget wordt niet overgedragen. Dat wordt volledig geschrapt. Het Rijk wil graag dat burgers en ondernemers meer worden betrokken bij het beheer van ‘hun’ landschap. Maar hoe organiseer je dat? En kunnen zo de unieke kwaliteiten van de Nationale Landschappen werkelijk worden veiliggesteld?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met de decentralisatie van het natuur- en landschapsbeleid heeft de Tweede Kamer de verantwoordelijkheid voor de Nationale Landschappen geheel bij de provincies neergelegd. Maar het bijbehorende budget wordt niet overgedragen. Dat wordt volledig geschrapt. Het Rijk wil graag dat burgers en ondernemers meer worden betrokken bij het beheer van ‘hun’ landschap. Maar hoe organiseer je dat? En kunnen zo de unieke kwaliteiten van de Nationale Landschappen werkelijk worden veiliggesteld? </strong></p>
<p>Automobilisten kennen ongetwijfeld de bruine ANWB borden langs de snelweg. De<a href="http://www.nationalelandschappen.nl/home/" target="_blank"> Nationale Landschappen</a> zijn toeristische topattracties en iconen van Nederland. Denk aan het Groene Hart, het Rivierengebied, de Veluwe, de Achterhoek, het Limburgse Heuvelland en de Friese Wouden. Sinds het Rijk de Nationale Landschappen in de Nota Ruimte aanwees, is er veel gebeurd om deze gebieden te promoten en de ‘kernkwaliteiten’ te versterken. De provincies hebben de Nationale Landschappen opgenomen in hun omgevingsplannen en uitvoeringsprogramma’s. Historische landschapselementen zijn hersteld, wandel- en fietspaden aangelegd en bezoekerscentra en informatiepunten ingericht. Er zijn nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan van partijen die het landschap een warm hart toedragen.</p>
<p><strong>Financieringsbronnen</strong><br />
Nu het geld en de planologische bescherming van het Rijk wegvallen, beraden de provincies zich op de toekomst van de Nationale Landschappen. Er wordt naarstig gezocht naar nieuwe financieringsbronnen en uitvoeringsinstrumenten, zoals gebiedsfondsen, streekrekeningen, landschapsveilingen en uitzichtgaranties. Dit heeft al interessante resultaten opgeleverd. Op de streekrekening van het Nationaal Landschap Groene Woud staat ruim 40 miljoen euro. Van de rente-opbrengst komt jaarlijks bijna 300.000 euro beschikbaar voor groene projecten. Het landschapsfonds <a href="http://www.vianatura.nl/" target="_blank">Via Natura</a> van de gemeenten Groesbeek, Millingen aan de Rijn en Ubbergen in Nationaal Landschap Gelderse Poort financiert groenblauwe (of ecosysteem-)diensten door particulieren, middels langjarige contracten. Rijk, provincie Gelderland en gemeenten en waterschap hebben bij de start elk ongeveer 1 miljoen euro ingelegd. De private inbreng bestaat uit 1,6 miljoen euro van de Postcodeloterij, donaties en opbrengsten van landschapsveilingen en de streekrekening.</p>
<p><strong>Nieuwe economische dragers</strong><br />
Het is nog wel de vraag of dergelijke fondsen een duurzame oplossing bieden. Het gaat vooralsnog om bescheiden bedragen en de inkomsten blijven voor een deel afhankelijk van subsidies of liefdadigheid. Minstens zo interessant is daarom de zoektocht naar nieuwe economische dragers voor het landschap. Op zich is er weinig discussie over de economische waarde van een mooi landschap. Er zijn inmiddels voldoende onderzoeken die aantonen dat de Nationale Landschappen een forse omzet genereren in de vrijetijdssector en een positief effect hebben op het internationale vestigingsklimaat. Het gaat meer om de vraag: hoe stimuleer je private investeringen in de kwaliteit van het landschap? Uit de evaluatie van het Nationale Landschappenbeleid die het Rijk in 2010 liet uitvoeren, bleek dat de marktpartijen het op dit punt nog laten afweten. Niet zo vreemd als je bedenkt dat door de strenge regelgeving en alle bureaucratie particuliere initiatieven in het landschap eerder ontmoedigd, dan gestimuleerd worden</p>
<div id="attachment_4225" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-economische-dragers-voor-de-nationale-landschappen/ambaasadeurs-van-hetlandschap/" rel="attachment wp-att-4225"><img class="size-full wp-image-4225" title="Ambaasadeurs-van-hetLandschap" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/Ambaasadeurs-van-hetLandschap.jpg" alt="" width="510" height="384" /></a><p class="wp-caption-text">IVN cursus Ambassadeurs van het Landschap (foto IVN)</p></div>
<p><strong>Duurzame initiatieven</strong><br />
Wat dat betreft biedt het wegvallen van de planologische restricties van het Rijk (‘geen grootschalige ontwikkelingen’ en ‘alleen bouwen voor de eigen bevolkingsgroei’) nieuwe kansen. Veel bedrijven hebben duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen tegenwoordig hoog in het vaandel staan. Bierbrouwerij Heineken onderzoekt bijvoorbeeld de haalbaarheid van een klimaatneutrale brouwerij in Zoeterwoude, gelegen in Nationaal Landschap Groene Hart. Door lokaal geproduceerd biogas te gebruiken in het eigen productieproces kan Heineken een actieve bijdrage leveren aan de toekomst van de melkveehouderij en daarmee aan de instandhouding van het landschap. Juist dit soort koppelingen tussen economisch nut en beheer van het landschap bieden nieuwe investeringsperspectieven. En houden het landschap levend. Als daarvoor biovergistingsinstallaties nodig zijn, moeten deze uiteraard zorgvuldig worden ingepast, maar niet bij voorbaat afgewezen omdat ze de openheid zouden verstoren.</p>
<p><strong>Ambassadeurs van het landschap</strong><br />
Het IVN organiseert cursussen om recreatie-ondernemers in Nationale Landschappen op te leiden tot ‘ambassadeurs van het landschap’. Idee is dat goed gastheerschap helpt om toeristisch bezoek te stimuleren. De cursussen ondersteunen ondernemers om meer samen te werken en gezamenlijke arrangementen aan te bieden. Een volgende stap kan zijn dat ondernemers zelf het beheer van het landschap op zich gaan nemen. Bijvoorbeeld via een systeem van ‘parkmanagement’, zoals dat op bedrijventerreinen wordt toegepast. In de landbouwsector is dit al gangbare praktijk. Vele Nationale Landschappen hebben agrarische natuurverenigingen van samenwerkende boeren. Deze zouden wel eens een belangrijke rol kunnen gaan spelen bij de herverdeling van de Europese landbouwsubsidies.</p>
<p><strong>Slow regions</strong><br />
Ook burgers verenigen zich en nemen verantwoordelijkheid voor het beheer van het landschap. In diverse steden zijn bijvoorbeeld voedselcoöperaties opgericht. Deze kopen gezamenlijk landbouwproducten in van biologisch werkende agrariërs uit de omgeving. Zo kan de omschakeling naar een meer streekeigen en duurzame landbouw worden gestimuleerd en wordt de band tussen de stedeling en het omliggende platteland versterkt. Voor de Nationale Landschappen is dit een aantrekkelijk perspectief: vanwege het bijzondere cultuurlandschap is schaalvergroting of intensivering van de landbouw vaak niet goed mogelijk. Diverse Nationale Landschappen zoals de IJsseldelta en het Limburgse Heuvelland zijn al bezig een eigen lijn van streekproducten te ontwikkelen en zich te profileren als de slow regions van Nederland.</p>
<div id="attachment_4226" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-economische-dragers-voor-de-nationale-landschappen/streekproducten/" rel="attachment wp-att-4226"><img class="size-full wp-image-4226" title="streekproducten" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/streekproducten.jpg" alt="" width="510" height="230" /></a><p class="wp-caption-text">Streekproducten: Hoeksche Chips (http://www.ambachtelijkechips.nl) en streekbier Ijsseldelta (http://ijsseldeltabier.nl)</p></div>
<p><strong>Rol overheid</strong><br />
Vooralsnog zijn de genoemde ontwikkelingen te lokaal en te kleinschalig om een volwaardig alternatief te zijn voor het wegvallen van publieke financiering en regelgeving. Als het gaat om de algemene belangen van biodiversiteit, cultureel erfgoed en landschappelijke diversiteit blijft er een rol weggelegd voor de overheid, al was het maar om te voldoen aan onze internationale verplichtingen. Ondertussen gaan de Nationale Landschappen gewoon op eigen kracht en verder met het zoeken naar nieuwe financieringsbronnen en investeringsperspectieven.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Pieter Veen is met name verantwoordelijk voor ontwerp en visievorming bij Servicenet Nationale Landschappen. Servicenet is een netwerkorganisatie waarin maatschappelijke organisaties, marktpartijen, kennisinstellingen en overheden samenwerken om de Nationale Landschappen als een sterk merk overeind te houden. Servicenet wordt aangestuurd door de nieuw opgerichte Stichting Nationale Landschappen, onder voorzitterschap van Bart Krol. Einddoel is om een brede economische en maatschappelijke basis te creëren voor de duurzame ontwikkeling van de Nationale Landschappen.</em></p>
<p><em>Foto boven: Veluwe, foto: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-economische-dragers-voor-de-nationale-landschappen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een nieuwe cultuur van ontwerpen met water</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zoet-en-zout-een-nieuwe-cultuur-van-ontwerpen-met-water/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zoet-en-zout-een-nieuwe-cultuur-van-ontwerpen-met-water/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 May 2012 20:06:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maurits de Hoog</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Landschapsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rivieren]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Waterveiligheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=4216</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/Delta-twin-town.jpg" /> Tracy Metz en Maartje van den Heuvel hebben een prachtig boek gemaakt: Zoet &#38; Zout, Water en de Nederlanders. Tracy Metz beschrijft de grote veranderingen in de laatste jaren in]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tracy Metz en Maartje van den Heuvel hebben een prachtig boek gemaakt: Zoet &amp; Zout, Water en de Nederlanders. Tracy Metz beschrijft de grote veranderingen in de laatste jaren in de verhouding tot het water onder Nederlandse waterbouwkundigen, beleidsmakers en ontwerpers. Maartje van den Heuvel selecteerde 125 kunstwerken van Nederlandse kunstenaars, waarin de verhouding tot het water op een kenmerkende wijze verbeeld wordt. In de Rotterdamse Kunsthal zijn deze kunstwerken tot begin juni ook te zien. </strong></p>
<p>De opzet van het boek verraadt de blik van de specialist. NRC-journalist en geboren Amerikaanse <a href="http://www.tracymetz.nl/">Tracy Metz</a> was lid van de <a href="http://www.deltacommissie.com/">Commissie Veerman</a>, die de regering in 2008 tegen de achtergrond van de verwachte klimaatverandering adviseerde over waterveiligheid. Naar aanleiding van het baanbrekende rapport Leven met Water startte de regering vervolgens het Deltaprogramma, dat in 2015 moet leiden tot principebesluiten over de manier waarop wij ons de komende decennia tegen meer en minder rivierwater, zware regenbuien en droogte, zeespiegelrijzing en meer zoute kwel gaan weren. In het boek komen al deze aspecten aan de orde, maar breder dan in het advies van de Deltacommissie van een paar jaar geleden: hier gaat het niet alleen over het ‘hoofdwatersysteem’ van de kust, de rivieren en de delta, maar ook over polders, veendijken en water in de stad.</p>
<div id="attachment_4218" class="wp-caption alignnone" style="width: 465px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/zoet-en-zout-een-nieuwe-cultuur-van-ontwerpen-met-water/waterproef-lowres/" rel="attachment wp-att-4218"><img class=" wp-image-4218  " title="Waterproef-Lowres" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/Waterproef-Lowres.jpg" alt="" width="455" height="244" /></a><p class="wp-caption-text">Evacuatie van dieren bij rampoefening Waterproef, 2008.</p></div>
<p>Een belangrijker ander verschil is de aandacht voor het ontwerpen aan water. Het advies van de Commissie Veerman kwam uit in dezelfde week als de <a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31089-21-b3.html">Structuurvisie Randstad 2040 </a>en het advies van het College van Rijksadviseurs <a href="http://www.rgd.nl/fileadmin/redactie/Onderwerpen/Rijksbouwmeester/architectuurnota_2009-2012.pdf">Een cultuur van ontwerpen</a>. De Rijksadviseurs pleitten vooral voor meer aandacht voor het ontwerpen bij grote Rijksprojecten. Deze zouden minder sectoraal aangepakt moeten worden. Ontwerpers werden geacht bruggen te kunnen slaan tussen uiteenlopende betrokken disciplines. Het was daarom behoorlijk confronterend te merken dat de Structuurvisie Randstad 2040 en Leven met Water weinig met elkaar te maken hadden. De ruimtelijk-economische visie voor de ontwikkeling van de Randstad stond volledig los van de vraag naar haar bescherming tegen oprukkend water. Merkwaardig genoeg leidde deze constatering niet tot een brede opdracht van het Deltaprogramma. Waterveiligheid is ook nu dominant.</p>
<p>Zoet &amp; Zout maakt veel goed. Bij alle thema’s komen ontwerpen en ontwerpers uitgebreid aan bod, te beginnen met het ontwerp voor de waterkathedraal van Wim Quist op de Berenplaat bij Spijkenisse. Het Filtergebouw met de spectaculaire ‘parapluvormige pilaren’ zou toch onmiddellijk als rijksmonument aangewezen moeten worden! Het is een eerbetoon aan water, vooral als het zonlicht weerkaatst op het plafond.</p>
<p>De nieuwe terpen in de Overdiepse Polder komen als laatste project aan de orde. Dit Ruimte voor de Rivier-project beschouwt Tracy Metz als een goed voorbeeld van de nieuwe benadering. De boeren in de polder kwamen zelf met dit principe. De situering van de boerderijen op buitendijkse terpen maakt het mogelijk dat de polder eens in de zoveel jaar overstroomt zonder dat de kapitaalintensieve opstallen en machines, maar ook de dieren en de mensen bedreigd worden. Het is een mooi voorbeeld van het nieuwe ‘meebewegen’ met water. We beschermen ons niet langer door hogere dijken en een strakke kustlijn, maar door te spelen met de dynamiek van het water. Een bonte stoet projecten, die deze nieuwe benadering illustreren, passeert in het boek de revue. Omdat Tracy Metz de betrokken ontwerpers en beleidsmakers ook aan het woord laat, ontstaat een levendig beeld van de nieuwe ‘cultuur van ontwerpen’.</p>
<div id="attachment_4219" class="wp-caption alignnone" style="width: 465px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/zoet-en-zout-een-nieuwe-cultuur-van-ontwerpen-met-water/waterplein/" rel="attachment wp-att-4219"><img class=" wp-image-4219 " title="waterplein" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/05/waterplein.jpg" alt="" width="455" height="244" /></a><p class="wp-caption-text">Ontwerp van De Urbanisten voor het Waterplein</p></div>
<p>Het boek stijgt daar echter ver boven andere publicaties uit door de verbinding met de verbeelding van water in onze cultuur. De katernen, die Maartje van de Heuvel samenstelde, met titels als Mythe, Verbond, Gewin en Plezier laten zien hoe diep water in onze cultuur zit. Op de tentoonstelling in de Kunsthal, waar al deze beelden getoond worden, voel je dat nog sterker. Naast de onvermijdelijke zeeslagen, riviergezichten en zwaaiende kranen bij het dichten van de Afsluitdijk waren er een paar aangename verrassingen, vooral rond het strand en zwemmen: Rieneke Dijkstra’s pubermeisjes op het strand, de merkwaardige kleuren in Theo van Doesburgs’ abstracte werk komen uit Domburg, de heerlijke ontspanning van ‘de baadster’ van Emmy Andriesse, de zwevende zwemsters van Danielle Kwaaitaal en zo veel meer.</p>
<p>Hoe de nieuwe benadering in het ontwerpen met water samenhangt met de nieuwe verbeelding van water in het werk van kunstenaars komt niet aan de orde. Het dichtstbij komt misschien de keuze van Tracy Metz en Maartje van den Heuvel om de katernen te openen met recente luchtfoto’s van het Nederlandse landschap van Siebe Swart. Alle foto’s laten grote civieltechnische constructies &#8211; kunstwerken &#8211; zien in een overweldigende natuurlijke context. Daarmee op een inventieve manier omgaan lijkt het parool.</p>
<p>Tegenover de Kunsthal, aan de andere kant van het Museumpark, vindt in het NAi de manifestatie <a href="http://www.iabr.nl/NL/making_city/">Making City</a> plaats, in het kader van de vijfde Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. Een combinatiebezoek leek me een mogelijke aanrader. Het Deltaprogramma presenteert zich hier met ontwerpstudies, die de houdbaarheid van de bestaande beschermingsstrategieën op lange termijn onderzoeken en oefenen met alternatieven. Vooral in de Rijnmond en de Drechtsteden spant het er om en zijn nieuwe oplossingen wenselijk. De presentatie is echter nogal hermetisch en laat nog veel te raden over nieuwe perspectieven. Het gure politieke en economische klimaat speelt de organisatie wellicht parten.</p>
<p>Op de terugweg maakte de autoradio melding van de aanstaande val van het kabinet. Dat schept mogelijk ruimte om de toekomst van de Hollandse Delta opnieuw in een breed perspectief te bediscussiëren. Zoet &amp; Zout vormt daarvoor een uitstekende inspiratiebron.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><a href="http://www.naibooksellers.nl/zoet-zout.html">Bestel ‘Zoet en Zout: Water en de Nederlanders’</a> </em>(Uitgever:NAi Uitgevers, ISBN: 978-90-5662-847-5)</p>
<p><em>Foto boven: Delta Twin Town.  Ontwerp: JA + 2Flux + Arcadis (Ludo Boeije, Marc Joubert, Marianne Miguel, Germaine Sanders). Beeld: JA (Marc Joubert, Marianne Miguel)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zoet-en-zout-een-nieuwe-cultuur-van-ontwerpen-met-water/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijdelijkheid als permanente strategie voor gebiedsontwikkeling</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-permanente-strategie-voor-gebiedsontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-permanente-strategie-voor-gebiedsontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 27 Apr 2012 07:55:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Tijdelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=4202</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Amstel_zwembad.jpg" /> Het is altijd goed om argwanend te zijn over algemene wijsheden. Zit de woningmarkt muurvast? Nonsens. In Amsterdam verhuist elk jaar bijna één vijfde van de bewoners. Neemt de filedruk af door meer asfalt? Het is een gouden regel dat op den duur de fileforens een dorp verderop gaat wonen zodat de uiteindelijke reistijd even lang blijft. Een andere breed verkondigde wijsheid is dat de crisis tot een onoverkomelijke bulk aan braakliggende kavels leidt. Zo staat in Amsterdam een stuk grond braak met de omvang van IJburg. Maar de stad zit niet bij de pakken neer. Sterker, Amsterdam heeft al eeuwenlang ervaring met tijdelijkheid. Na het uitbreken van de crisis zijn nieuwe ideeën tot ontwikkeling gekomen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is altijd goed om argwanend te zijn over algemene wijsheden. Zit de woningmarkt muurvast? Nonsens. In Amsterdam verhuist elk jaar bijna één vijfde van de bewoners. Neemt de filedruk af door meer asfalt? Het is een gouden regel dat op den duur de fileforens een dorp verderop gaat wonen zodat de uiteindelijke reistijd even lang blijft. Een andere breed verkondigde wijsheid is dat de crisis tot een onoverkomelijke bulk aan braakliggende kavels leidt. Zo staat in Amsterdam een stuk grond braak met de omvang van IJburg. Maar de stad zit niet bij de pakken neer. Sterker, Amsterdam heeft al eeuwenlang ervaring met tijdelijkheid. Zo is in de 17<sup>e</sup> eeuw de Amstelkerk op het Amstelveld als tijdelijke predikschuur neergezet. Ooit zou er een robuuste stenen kerk naast worden gebouwd. Of neem de tuindorpen in Amsterdam Noord. Ze werden na de Eerste Wereldoorlog gebouwd als tijdelijke nooddorpen. Een eeuw gelden had niemand kunnen bedenken dat dit anno 2011 gewilde woonbuurtjes zouden zijn.</strong></p>
<p><strong>Zwemmen in de Amstel</strong><br />
Tijdelijkheid is al eeuwenlang een beproefde strategie bij stedelijke ontwikkeling, maar sinds de financiële crisis is de urgentie groot om nieuwe ideeën te ontwikkelen. Gelukkig gebeurt dat ook. In het magazine ‘<a href="http://www.amsterdam.nl/pmb/nieuws-0/nieuws/uitgave/" target="_blank">Tijdelijk Amsterdam</a>’ is een selectie van tijdelijke projecten gebundeld met het doel om over de ervaringen te leren en de kennis te gebruiken voor nieuwe opgave in de stad of elders. Neem het drijvende zwembad ‘<a href="https://www.waternet.nl/themas/badbuiten/tab1" target="_blank">Bad Buiten</a>’ in de Amstel. Het is een typisch voorbeeld van de juridische complexiteit om tijdelijke initiatieven van de grond te krijgen. Geïnspireerd door Berlijn ontstond begin 2010 het idee om een tijdelijk drijvend zwembad aan te leggen in de Amstel. Waternet wilde hiermee aandacht vragen voor de waterkwaliteit van de Amstel en de ambitie om over een paar jaar in de Amstel te kunnen zwemmen. Het Projectbureau Overamstel vond het een uitgelezen kans om de nieuwbouwlocatie Amstelkwartier op de kaart te zetten. Zomer 2010 is Bad Buiten geopend, ‘slechts’ zes weken na de geplande openingsdatum. De komende jaren kan iedereen zwemmen in de Amstel, in schoon water wel te verstaan. Voor de realisatie van Bad Buiten bleken uiteindelijk meer dan dertig vergunningen en ontheffingen nodig te zijn. Van een ligplaatsvergunning tot een akoestisch onderzoek voor geluidsoverlast (van een zwembad nota bene). Bad Buiten leert dat tijdelijkheid vraagt om standvastig door regelgeving heen te worstelen. Niet makkelijk, maar het kan wel.</p>
<p><strong>Hannekes Boom</strong><br />
Dat tijdelijke projecten vraagt om creativiteit en doorzettingsvermogen bewijst <a href="http://www.hannekesboom.nl/" target="_blank">Hannekes Boom</a> op de kop van de Dijksgracht. De plek vormt de schakel tussen de markante gebouwen van Oosterdokseiland (Bibliotheek, Conservatorium en Hotel) en de Oostelijke Handelskade met onder andere de Passengers Terminal. De brede bundel van NS-Sporen scheidt beide gebieden van elkaar, waardoor de kop Dijksgracht een soort rafelrand was in het hart van de stad. Bij het stil vallen van planontwikkeling in 2009 was de vraag hoe het gebied meer levendig kon worden. Er werd een prijsvraag georganiseerd met als belangrijkste doel een gebruiker te selecteren die reuring kan veroorzaken en het gebied op de kaart zet. Het uiterlijk deed er letterlijk niet toe. Hannekes Boom won de prijsvraag met een zinnenprikkelend concept van een vrijplaats annex restaurant en café. Met bijna nul ervaring en dankzij crowd funding hebben de initiatiefnemers een nieuwe hotspot op de kaart gezet. Sinds de opening in 2011 is Hannekes Boom ongekend populair.</p>
<p>Een ander voorbeeld van slim omgaan met selectie van initiatieven is de tijdelijke pluk- en moestuin op de Zuidas. Voor een kavel die al langere tijd leeg is, zijn al meerdere tijdelijke invullingen geweest. In het verleden lag op de kavel een maïsveld en een tennisbaan. Het tijdelijke maïsveld tussen de torens van het zakencentrum heeft wereldwijde aandacht gekregen. Het inzaaien van het maïsveld heeft echter slechts een luttel bedrag gekost. De maïs is op dierendag geoogst door varkens van een boerderij uit de omgeving, voor opnieuw een luttel bedrag. Momenteel wordt de kavel gebruikt als kruidentuin voor het chique restaurant Bolenius. Het is precies de soort creatieve aanpak waardoor tijdelijkheid soms wel, en soms niet een succesvolle strategie is voor gebiedsontwikkeling.</p>
<div id="attachment_4203" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-permanente-strategie-voor-gebiedsontwikkeling/hannekesboom_dsc_0472/" rel="attachment wp-att-4203"><img class="size-full wp-image-4203 " title="HannekesBoom_DSC_0472" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/HannekesBoom_DSC_0472.jpg" alt="" width="510" height="342" /></a><p class="wp-caption-text">Hannekes Boom, bron: pmb amsterdam</p></div>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Stappenplan</strong><br />
Zoals Bad Buiten, Hannekes Boom en de pluk- en moestuin op de Zuidas bevat Tijdelijk Amsterdam nog veel meer voorbeelden van tijdelijke projecten. In een vogelvlucht blijkt dat bij bijna alle cases een aantal onderwerpen standaard terug komt. Hieruit is een stappenplan voor tijdelijkheid voortgekomen die de gebruiker een handvat biedt om zelf een strategie te kiezen voor de eigen opgave van tijdelijkheid. Let wel, een handboek Soldaat voor Tijdelijkheid is het niet, maar het stappenplan biedt enige richting voor de aanpak van nieuwe tijdelijke projecten. Hieronder staan kort de stappen. Een uitgebreide beschrijving van de aanpak is te lezen in <a href="http://www.amsterdam.nl/pmb/nieuws-0/nieuws/uitgave/" target="_blank">Tijdelijk Amsterdam</a>.</p>
<p><em>Stap 1: (Ruimtelijke) Randvoorwaarden</em><br />
De eerste stap is het feitelijk vastleggen van de belangrijkste ruimtelijke randvoorwaarde voor de tijdelijke opgave. Waar, wat, omvang? Gaat het om tijdelijk braakliggende kavels of een leegstaand gebouw? En ga zo maar door. Het lijken voor de hand liggende gegevens, maar ze kunnen als veel richting geven aan de haalbaarheid. Uit ervaring blijkt dat de twee belangrijkste ruimtelijke randvoorwaarde zijn de periode van tijdelijkheid, gecombineerd met de aard van de functie. De wet legt een beperking op voor de periode van tijdelijkheid. Zo heeft het drijvende zwembad in de Amstel een tijdelijke ontheffing van maximaal vijf jaar.</p>
<p>Er is vaak spanning tussen ambitie, investering en periode duur van de tijdelijke opgave: een interessante invulling voor tijdelijkheid vraagt om investeringen. Vanwege de juridische beperkingen van de tijdelijkheid moeten de investeringen in korte tijd worden terug verdiend. Ambitieuze plannen voor tijdelijkheid zijn bijna onhaalbaar. De enige manier om investeringen snel terug te verdienen is een combinatie van functies met horeca en/of andere commercie. Het alternatief is een niet rendabele investering of een simpele invulling.</p>
<p><em> Stap 2: Initiëren en selecteren van ideeën</em><br />
Een belangrijke opgave is koppeling van het juiste initiatief aan een locatie en de behoefte in een gebied. Voor interessante en gewilde plekken dienen zich soms tientallen initiatiefnemers aan. Een selectieproces kan helpen om tot een keuze te komen. Als de locatie een stedelijke betekenis heeft, is het logisch om bij een tijdelijk initiatief te zoeken naar ideeën die voorzien in een stedelijke behoefte. Een mooi voorbeeld is Paradiso bij het Tolhuistuin in Noord. Als een tijdelijk lege kavel of gebouw een betekenis heeft op wijkniveau, is het logisch om een initiatief te zoeken dat daarop aansluit. Buurtmoestuinen zijn daarvan een goed voorbeeld.</p>
<p>Een tijdelijk initiatief kan ook inspelen op bestaande behoefte in een gebied, bijvoorbeeld een speelvoorziening. Aan de andere kant kan ook gezocht worden naar een initiatief dat iets nieuws of iets geheel anders toevoegt aan een locatie. Het voorbeeld van Arena Park als tijdelijk park en evenemententerrein naast de Arena is hiervan een goed voorbeeld. Een ander voorbeeld is de tijdelijke pluk- en moestuin op de Zuidas. Voor een kavel die al langere tijd leeg is, zijn al meerdere tijdelijke invullingen geweest die aansluiten op de behoefte van bewoners en ondernemers in de buurt. In het verleden lag op de kavel een maïsveld en een tennisbaan, sinds vorig jaar is de kavel in gebruik als moestuin voor een horecaondernemer.</p>
<p>Ook is het mogelijk om bij selectie van ideeën in te spelen op de toekomstige bestemming van de locatie. Of juist andersom. Op Teleport wordt ervoor gekozen om bij de invulling van het tijdelijke programma juist af te wijken van de toekomstig gewenste bestemming. De vrije kavels worden gebruikt om levendigheid te creëren en functies toe te voegen die nu juist afwezig zijn in het gebied.</p>
<p>Een open prijsvraag met selectiecriteria is een zeer geschikte en veel gebruikte manier om tot een selectie te komen voor tijdelijk gebruik. Het organiseren van een prijsvraag is natuurlijk niks nieuws. Bij tijdelijkheid is de crux om van tevoren goed na te denken over de selectiecriteria. Zo was bij de prijsvraag van Kop Dijksgracht het doel om een gebruiker te selecteren die reuring kan veroorzaken en het gebied op de kaart zet. Het uiterlijk deed er letterlijk niet toe. Sinds de opening in 2011 is Hannekes Boom ongekend populair en druk bezocht.</p>
<p><em>Stap 3: Zicht op Financiën</em><br />
De derde stap is invullen van een aantal financiële randvoorwaarden op het gebied van erfpacht, huur, contractvorm en voorbereidingskosten. Vaak leeft bij initiatiefnemers het idee dat de gemeente (of evengoed een particulier) tijdelijk gebruik voor een koopje wil toestaan of wil subsidiëren. De ervaringen van de kaart van braakliggende terreinen zijn in dit opzicht illustratief. In de eerste paar maanden hebben zich vele tientallen initiatiefnemers gemeld, met soms de meest creatieve ideeën voor de braakliggende kavels. Het aantal daadwerkelijke matches tussen aanbieders van lege kavels en initiatiefnemers is echter zeer beperkt.</p>
<p>Uit de cases volgt dat het een keuze is om kosten wel of niet door te berekenen aan de initiatiefnemer. In de meeste gevallen is tijdelijkheid een opgave die binnen projectorganisaties creatief en met minimale middelen wordt opgepakt. Slechts in een enkel geval is het geluk om de plankosten door te bereken aan de ontwikkelaar van een locatie.</p>
<p>Het is het doordenken waard of bij financieel succes van tijdelijke initiatieven een regeling kan worden getroffen voor terug betalen van de voorbereidingskosten door de gemeente. Het nadeel is dat dit initiatiefnemers kan weerhouden om in eerste instantie mee te doen aan een prijsvraag. En daarnaast laat een succes zich nooit op voorhand voorspellen. Tegenover één succesvoorbeeld zijn minstens tien mislukkingen te noemen. In het laatste geval wil de gemeente ook niet opdraaien voor het verlies van een ondernemer.</p>
<p><em> Stap 4: Draagvlak creëren</em><br />
Tijdelijk gebruik en tijdelijke functies zijn geen doel op zichzelf. Uiteindelijk moet het bijdragen aan het belang van het project of het gebied. In veel situaties is tijdelijkheid een bewuste ontwikkelingsstrategie voor een gebied. In veel cases wordt tijdelijkheid gezien als vliegwiel voor toekomstige ontwikkeling. Zo heeft het oorspronkelijk tijdelijke initiatief <a href="http://www.blijburg.nl/" target="_blank">Blijburg</a> eraan bijgedragen om IJburg op de kaart te zetten.</p>
<p>Het <em>vliegwiel</em> wordt vaak gebruikt als argument om draagvlak te creëren: (tijdelijke) werkgelegenheid, opwaardering van kwaliteit van de omgeving, en innovaties en economische cross-overs. De bedreiging is dat zonder inhoudelijke invulling het vliegwiel een loze kreet wordt of spanning oplevert. Zo heeft de vestiging van Oase op de Zuidas (een gestapeld park dat in de zomer dienst doet als camping en in de winter functioneert als evenementen- en expositieterrein) behoorlijk wat stof doen opwaaien. Soms is de realiteit dat er geen enkel draagvlak is voor welke vorm van tijdelijke invulling dan ook. Zo lukte het bij een kavel in het Centrum van Amsterdam Noord op geen enkele manier om initiatiefnemers te vinden.</p>
<p><em>Stap 5: Juridisch-Planologisch regime</em><br />
De juridisch-planologische inpassing van tijdelijk gebruik is niet eenvoudig en moet niet lichtzinnig worden opgevat. Tijdelijkheid sluit vaak niet aan op het bestaande juridisch-planlogische kader (bestemmingsplan). In dat geval moet een procedure worden doorlopen om de maatregel mogelijk te maken. Er zijn verschillende procedures om de tijdelijke maatregelen mogelijk te maken waarvan de tijdelijke ontheffing op het bestemmingsplan, projectbesluit, en een voorlopige bestemming de meest voor de hand liggend zijn. Helaas biedt het instrumentarium weinig flexibiliteit om tijdelijke functies op eenvoudige wijze mogelijk te maken. Ze hebben alle drie hun eigen nadelen. Hoopvol is dat de wetgever in Den Haag wordt onderzocht of een verlengen van het regime voor tijdelijke functies verlengd kan worden tot tien jaar. Tot die tijd is het te roeien met de op dit moment beschikbare riemen.</p>
<p>Daarnaast is het goed om in ogenschouw te nemen dat de wetgever ruimte biedt voor de locale overheid om uitzonderingen te maken op de wet. Zo wordt bij studentenhuisvesting letterlijk meer tijd genomen om de hoge investeringskosten van containerdorpen terug te verdienen. In andere situaties wordt verlenging van de tijdelijke invulling na vijf jaar stil zwijgend verlengd of overschrijding gedoogd.</p>
<p>Maar ook de andere kant van de medaille is te herkennen: zonder handhaving en kraakheldere vergunning kan het lastig zijn om eenmaal gevestigde tijdelijke initiatieven weer weg te krijgen als dat voor de gebiedsontwikkeling gewenst is. Zo wordt vaak gewerkt met standaard contracten die aan het tijdelijke karakter geen ruimte laat voor enige juridische onduidelijkheid.</p>
<p><em>Stap 6 Uitvoering en beheer</em><br />
Voor tijdelijkheid verdienen uitvoering en beheer dezelfde, zo niet meer aandacht dan bij een regulier project. Zeker als het een project voor meerdere jaren betreft. Bij onderhoudsgevoelige tijdelijke initiatieven of grotere maatregelen is het zaak het beheer bij voorbaat goed geregeld te hebben. Bij de buurtmoestuinen zijn goede ervaringen opgedaan met beheer door buurtbewoners en vrijwilligers. Een ander pakkend voorbeeld van slim omgaan met kosten komt van de Zuidas. Het tijdelijke maïsveld tussen de hoge torens heeft de hele vakpers en wereldweide aandacht gevraagd. Het inzaaien van het maïsveld heeft slechts een luttel bedrag gekost. Het maïs op dierendag 2010 geoogst door varkens van een boerderij uit de omgeving. Het is werk met werk maken, maar dan anders. Het is precies het soort creatieve aanpak waardoor tijdelijkheid soms wel, en soms niet een succesvolle strategie is voor gebiedsontwikkeling.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Amstel zwembad, bron: PMB Amsterdam</em></p>
<p><em>Een uitgebreide beschrijving van de aanpak is te lezen in Tijdelijk Amsterdam, te downloaden via <a href="http://www.amsterdam.nl/pmb/nieuws-0/nieuws/uitgave/" target="_blank">www.amsterdam.nl/pmb</a></em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-permanente-strategie-voor-gebiedsontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beren op de speelplek</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/beren-op-de-speelplek/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/beren-op-de-speelplek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Apr 2012 19:18:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Heemstede]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[spelen]]></category>
		<category><![CDATA[Uithoorn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3971</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Let-op-geen-zwemwater-natuurspeeltuin-Het-Woeste-Westen-Amsterdam.jpg" /> Het is toch fascinerend dat het schijnbaar nodig is om speelnatuur speciaal te ontwikkelen? Blijkbaar kunnen kinderen nergens meer gewoon de bosjes in om door struiken te banjeren en in bomen te klimmen. Nederland is te gepland en versteend om nog kuilen te graven en dammetjes te bouwen. Maar speelnatuur aanleggen op z'n Nederlands betekent vechten met regelgeving en overdreven angsten rondom veiligheid en aansprakelijkheid. Een paar planken en een touw in een boom is al gauw uitgesloten. Voor je het weet heb je een levensechte wipkip van Robinia hardhout met groene valdempende tegels. Waar gaat het mis?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is toch fascinerend dat het schijnbaar nodig is om speelnatuur speciaal te ontwikkelen? Blijkbaar kunnen kinderen nergens meer gewoon de bosjes in om door struiken te banjeren en in bomen te klimmen. Nederland is te gepland en versteend om nog kuilen te graven en dammetjes te bouwen. Maar speelnatuur aanleggen op z&#8217;n Nederlands betekent vechten met regelgeving en overdreven angsten rondom veiligheid en aansprakelijkheid. Een paar planken en een touw in een boom is al gauw uitgesloten. Voor je het weet heb je een levensechte wipkip van Robinia hardhout met groene valdempende tegels. Waar gaat het mis?</strong></p>
<p><strong>Belang </strong><br />
Begrijp me niet verkeerd. Ik ben groot voorstander van uitdagende en natuurlijke speelplekken waar echt wat te ontdekken valt. Veel <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/" target="_blank">speelplekken zijn saaie</a>, uitdaging loze plekken waar alle risico’s zijn uitgebannen (zie daarover ook <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/">deze blog</a> van Christine van Eerd). Bovendien zijn velen het er over eens dat de band tussen kind en natuur weer hersteld moet worden. Veel stadskinderen hebben te weinig contact met de natuur. Ze denken dat kipfilets door Albert Heijn gemaakt worden en de huidige wipkip zal ze niet leren waar die filetjes wel vandaan komen.</p>
<p>Spelen in de natuur wordt als waardevol gezien voor de fysieke, geestelijke, emotionele en sociale ontwikkeling van kinderen en moet daarom gestimuleerd worden. Het schijnt dat de idealen van milieubewuste burgers grotendeels gevormd worden door zogeheten ‘topervaringen’, een magisch moment dat veelal in de jeugd ervaren wordt. Spelen in de natuur biedt zulke momenten. Ook blijkt uit onderzoek dat de creativiteit van kinderen afneemt door verschralende speelmogelijkheden. Hoewel veel iPad spelletjes die creativiteit proberen te stimuleren is in contact staan met de natuur volgens velen van wezenlijk belang voor het welzijn van de mens. Daarnaast is speelnatuur waardevol voor een breed palet aan beleidsdoelstellingen, waaronder natuur, groen, spelen, sociale cohesie, natuur- en milieu educatie, sport en gezondheid. Reden genoeg dus om speelnatuur te realiseren op plekken waar daar gebrek aan is.</p>
<div id="attachment_3973" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/beren-op-de-speelplek/ruige-speelplek-amsterdam-met-vooral-speeltoestellen/" rel="attachment wp-att-3973"><img class="size-full wp-image-3973" title="Ruige-speelplek-Amsterdam-met-vooral-speeltoestellen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Ruige-speelplek-Amsterdam-met-vooral-speeltoestellen.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Ruige speelplek Amsterdam met vooral speeltoestellen, foto: Freek Liebrand</p></div>
<p><strong> Beren op de weg</strong><br />
Maar het valt niet mee om een stukje speelnatuur te ontwikkelen. Gemeenten, maar ook omwonenden en scholen zijn bang voor van alles. Van vieze schoenen tot aan onzedelijkheid in tunnels en hutten door de lokale hangjongeren. Er is nog veel onduidelijkheid over veiligheid, risico’s, keuringen, aansprakelijkheid en beheer. Wanneer is iets een speeltoestel? Eén boomstam niet, maar twee boomstammen met een schroefje er door wel? En een boomstam vlak naast een speeltoestel, dat bedoeld is om mee te spelen? Mag je met slootwater spelen of is drinkwater nodig? Wanneer is iets water, wanneer speelwater, wanneer zwemwater? Op de meeste van deze vragen zijn heldere antwoorden te vinden, maar weinig mensen die het echt weten. Stel je voor dat de speelplek straks niet keurbaar blijkt. Zonde van het geld en de geschapen verwachtingen.</p>
<p>Er is een klein clubje ervaringsdeskundigen, dat de weg weet in speelnatuurland en zij zitten tot over hun oren in het werk. Degenen met minder ervaring stranden mogelijk in te veel overleg, moeilijke bewonersbijeenkomsten en dure net niet oplossingen. Speeltoestellenleveranciers spelen hier goed op in. Hun Robinia speeltoestellen met een natuurlijke uitstraling vinden gretig aftrek in risicomijdend gemeenteland. Alle spannende elementen zijn voor je het weet uit het ontwerp verdwenen, met argumenten als: het wordt stukgemaakt, het is niet te beheren en het zit vol gevaren. Zelf speelden we vroeger ook nooit met water en bouwden we ook nooit hutten. Beter maar van niet dus. Kinderen horen veilig binnen achter de tv!</p>
<p><strong>NME</strong><br />
<a href="http://www.uithoorn.nl/spelen" target="_blank">Uithoorn</a> en <a href="http://www.speelbosmeermond.nl/" target="_blank">Heemstede</a> zijn twee gemeenten die zich langs deze beren op de weg worstelen in het kader van ‘Natuurweb Noord-Holland’. Dit arrangement heeft als speciale doelstelling om speelnatuur en NME (Natuur en Milieu Educatie) te verbinden. Dat zijn nogal gescheiden werelden die elkaar gek genoeg nog nauwelijks hebben gevonden. De ervaringen worden gedeeld op kennisbijeenkomsten. De Kick-off daarvan vond plaats op 16 februari dit jaar. Het arrangement, zo werd daar gesteld door Tarsy Lössbroek van Agentschap NL, is een proeftuin om af te rekenen met de heersende ideologieën in speelnatuur- en NME-land. Er zijn veel mogelijkheden voor wederzijdse versterking. Uithoorn en Heemstede experimenteren daarmee.<br />
<strong></strong><br />
Maar ook in Uithoorn en Heemstede worden concessies gedaan uit angst. Uit kritische reacties bleek bijvoorbeeld dat een geplande plek in Uithoorn niet of nauwelijks speelnatuur mag heten. Maar de plek wordt wel zo goed mogelijk gepland vanuit wensen van de eindgebruiker; kinderen, scholen en omwonenden. Ook de afdeling beheer ziet de plek straks zitten. In de praktijk blijkt juist het beheer vaak onderschat. Aansluiten op wensen weegt volgens mij zwaarder dan een puristische definitie van wat wel of geen speelnatuur mag heten. Vanuit de natuurspeelplek vlak voor hun deur gaan scholen straks hun natuurlessen geven. Daar leren kinderen hoeveel leuker bomen, heuvels en bosjes zijn dan wipwappen. Ik hoop dat die plek zo een ‘opstapje’ wordt voor écht spelen in de natuur. Dat kan nog geen kilometer verderop, in het Libellebos.</p>
<p><strong>Uit de praktijk</strong><br />
Gelukkig groeit de praktijkkennis rond speelnatuur. Veel van die kennis is te vinden via Springzaad, een netwerk voor iedereen die meer ruimte wil scheppen voor natuur en kinderen. Ook zijn er een aantal publicaties verschenen die de beginnende speelnatuurprofessional op weg kan helpen. Hopelijk wordt het zo steeds makkelijker om waardevolle speelnatuur te realiseren.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: natuurspeeltuin Het Woeste Westen Amsterdam, foto: Freek Liebrand</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/beren-op-de-speelplek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederland in Jouw Perspectief</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nederland-in-jouw-perspectief/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nederland-in-jouw-perspectief/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 17 Apr 2012 19:17:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Haarlem]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Voedsel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3950</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/jouw-perspectief-1.jpg" /> Duizenden snelwegkilometers, gigajoules energie, miljarden euro’s, we worden ermee doodgegooid in de media. Maar wat kunnen wij ons er nog bij voorstellen, dachten de bedenkers van Jouw Perspectief. Deze tentoonstelling doet een poging om de relatie tussen het individu en de grote getallen te herstellen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Duizenden snelwegkilometers, gigajoules energie, miljarden euro’s, we worden ermee doodgegooid in de media. Maar wat kunnen wij ons er nog bij voorstellen, dachten de bedenkers van Jouw Perspectief. Deze tentoonstelling doet een poging om de relatie tussen het individu en de grote getallen te herstellen.</strong></p>
<p><a href="http://www.architectuurhaarlem.nl/node/888" target="_blank">Jouw Perspectief</a> is een initiatief van architect Jurgen van der Ploeg van <a href="http://www.faro.nl/?nieuws=jouw-perspectief-op-reis-naar-groningen-en-den-haag" target="_blank">FARO Architecten / Research</a> en Gabriël Verheggen, directeur van architectuurcentrum ABC in Haarlem. Kernstuk van de expositie is een 25 vierkante meter grote grondplaat van het Nederland van één inwoner op schaal 1:10. Als basis diende een kaart van het CBS met ons grondgebruik, in categorieën als <em>verkeersterrein</em> en <em>open natuurgebied</em>. Op de grondplaat zijn, naast akkerbouwland, binnenwater en bosland, stukjes verkeersweg, spoorlijn en dijklichaam opgenomen. Zo zie je jouw 5 vierkante meter vliegveld naast jouw meter dijk, en jouw stuk glaskas en aandeel Zuiderzee en Antillen. Ook een halve auto, een stuk koe, zes kippen en een heel varken corresponderen met jou als Nederlander. Naast de getalsmatige relatie tot jezelf zie je de onderlinge verschillen in ruimtegebruik. Het zet aan tot denken, Nederland zo haast als spelbord te zien.</p>
<p><strong>Ruimte</strong><br />
Hoe dicht voelt onze dichtbevolktheid? Om dat te verbeelden zijn schoolkinderen gefotografeerd in verschillende ruimtelijke settings, opgesteld in de met de CBS kaart corresponderende dichtheid: het aantal mensen per vierkante meter. Ze staan zo ver van elkaar als wanneer alle Nederlanders op hun eigen stukje bosland, verkeersgebied, dijk of woonterrein zouden gaan staan. Op de dijken staan ze dan in een rij achter elkaar, en op verkeersgerelateerde gebieden hebben ze best wat asfalt om zich heen. Toch is Nederland niet alleen vol, maar ook leeg. Denk aan de bekende foto’s van omgeploegd akkerland met elektriciteitsmasten aan de horizon: wat een monocultuur, wat een ééndimensionaal ruimtegebruik. De vierkante grondplaat met zijn vrolijke fietsende barbiepop, huis, kippen en containers lijkt meer op Nederland dan de makers bedoeld zullen hebben. Het land maken, zoneren en transformeren zit zo diep in onze genen dat wij echt zo denken over Nederland.</p>
<p><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/nederland-in-jouw-perspectief/jouw-perspectief-2/" rel="attachment wp-att-4009"><img class="alignnone size-full wp-image-4009" title="jouw-perspectief-2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/jouw-perspectief-2.jpg" alt="" width="510" height="454" /></a></p>
<p><strong>Energie</strong><br />
Naast ruimte is er energie, minstens zo abstract. Jouw verbruik als Nederlander, je woongerelateerde verbruik maar ook je industriële verbruik, is teruggebracht tot het aantal equivalenten van een bruine boterham met kaas. Uiteraard blijft het abstract; miljoenen bruine boterhammen met kaas gekoppeld aan energie uit een elektriciteitscentrale, maar beeldend is het wel. Wat direct opvalt, is dat de feitelijke energiebehoefte van een mens vele malen kleiner is dan het totale verbruik, maar ook dat de bijdrage van wind- en zonne-energie niet groter is dan het huishoudelijk verlies door stand-by apparaten. Wie de link legt tussen ruimte en energie ziet dat onze bossen onze ademhaling maar net kunnen compenseren, ook als we ze met 5 procent uitbreiden. En dat onze hele industriële CO2 productie dus ‘elders’ moet worden goed gemaakt. Daarin ligt voorlopig de beperking, in die landsgrenzen voor het CBS. De feitelijke ruimteclaim van de Nederlander is ook drie maal zo groot als ons land; de meeste koeien van Albert Heijn grazen in Argentinië. Je moet de grondplaat van Zweden er naast projecteren om de dingen weer in verhouding te zien.</p>
<p><strong>Levende statistiek</strong><br />
Op de tentoonstelling kan de bezoeker vragen stellen aan het CBS, dat er graag antwoord op geeft. De statistiek komt tot leven, de getallen gaan iets betekenen. Op een discussieavond in het ABC zijn verschillende sprekers uitgenodigd om hun perspectief toe te lichten. Verder zijn een aantal mensen geïnterviewd. Filmers, politici, architecten geven hun utopisch beeld van de toekomst. De meeste denken vanuit een lokaal perspectief: klein beginnen. Interessant is dan weer de link tussen het individu met zijn zonneboiler en de grote energiecentrale, het grasdak op zijn woning en het totale Nederlands grasland. Want juist de relatie van die ene mens tot het getalsmatige geheel is wat deze expositie illustreert. Het doet mij denken aan een nieuw soort Monopoly, waarbij Barteljorisstraat en A. Kerkhof zijn vervangen door agrarisch gebied en spoorterrein, en waarbij de spelers Nederland duurzaam gaan maken. Hoeveel Zuiderzee kunnen we nog omtoveren in akkerland?  De tentoonstelling is begonnen aan een landelijke tournee en is nu Jouw Groningen, in de publiekshal van de dienst Ruimtelijke Ordening. De bedoeling is dat hierna Jouw den Haag, Jouw Diemen, Jouw Alphen aan den Rijn en hopelijk ook Jouw Gemeente aan de beurt zullen komen, steeds ingevuld met lokale gegevens over ruimte en energieverbruik voor jouw perspectief.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto&#8217;s in het artikel: Tentoonstelling Jouw Perspectief (foto&#8217;s: I See For You &#8211; Föllmi Photography)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nederland-in-jouw-perspectief/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bewonerswelstand: draagvlak door welbegrepen eigenbelang</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bewonerswelstand-draagvlak-vanuit-welbegrepen-eigenbelang/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bewonerswelstand-draagvlak-vanuit-welbegrepen-eigenbelang/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 13 Apr 2012 08:44:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Flip ten Cate</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3951</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/ugwv.jpg" /> Toen de Eindhovense wethouder Fiers vorig jaar voorstelde om de welstandszorg geheel af te schaffen, stak er in de lichtstad een storm van protest op. Van de 400 inspraakreacties was 95% negatief. Het protest tegen de afschaffing van de welstandszorg in Eindhoven verwoordt het publieke belang van welstand. Het biedt een unieke gelegenheid om te experimenteren met zelforganisatie in het beheer van de omgevingskwaliteit. Zou het mogelijk zijn om welstandszorg in handen van de wijk zelf te leggen? Kan het publieke belang ook zonder de gemeente georganiseerd worden?
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Overal in Nederland nemen groepen bewoners en ondernemers het heft in eigen hand. Particulieren bouwen niet alleen hun eigen huis, ze bouwen hele gemeenschappen, inclusief stadsboerderij, school en energiebedrijf. Belangrijke signalen in een tijd van terugtredende overheden en bezuinigingen. Kunnen particulieren ook de zorg voor welstandskwaliteit op zich nemen: ‘bewonerswelstand’?</strong></p>
<p>Toen de Eindhovense wethouder Fiers vorig jaar voorstelde om de welstandszorg geheel af te schaffen, stak er in de lichtstad een storm van protest op. Van de 400 inspraakreacties was 95% negatief. Binnenkort zal de Eindhovense gemeenteraad naar verwachting een voorstel bespreken waarin sommige cultuurhistorische gebieden nog wel onder welstandszorg vallen, maar ‘gewone’ woonwijken welstandsvrij worden verklaard. Juist de buurtverenigingen in dat soort wijken hebben tegen de afschaffing van welstandszorg geprotesteerd.</p>
<p>Dat protest is begrijpelijk, want hoe ergerlijk een negatief welstandsadvies ook mag zijn als het om je eigen bouwplan gaat, het overgrote deel van de bevolking vindt dat de gemeente een taak heeft in het bewaken van de kwaliteit van de gebouwde omgeving.<a href="#_ftn1">[1]</a> Niet omdat men de overheid zo aardig vindt, maar uit welbegrepen eigenbelang. Bewoners houden van de wijk waar ze zich thuis voelen, maar minstens zo belangrijk is het waardebehoud van hun bezit. Iedere makelaar bevestigt dat drie dingen de prijs en de verkoopbaarheid van een woning of kantoor bepalen: locatie, locatie, locatie. Meer kwaliteit van woning en woonomgeving, betekent een hogere prijs. Zonder welstandszorg komt die kwaliteit in het geding.</p>
<p>Natuurlijk, iedereen bouwt een pand met toekomstwaarde, ook zonder dat een commissie over de schouder meekijkt. Toch leidt de optelsom van al die individuele kwaliteit niet per definitie tot gemeenschappelijke kwaliteit, en de welstandszorg is juist daarvoor bedoeld. En ook in het verbouwen van bestaande gebouwen gaat veel mis, door armoedig materiaalgebruik of een winkelpui die vloekt met de bestaande architectuur. Voorbeelden van zulke missers kent iedereen, maar de grotere ellende die door goede welstandszorg is voorkomen blijft onzichtbaar.</p>
<p><strong>Publiek belang</strong><br />
Het buurtprotest tegen de afschaffing van de welstandszorg in Eindhoven verwoordt dit publieke belang. Het biedt een unieke gelegenheid om te experimenteren met zelforganisatie in het beheer van de omgevingskwaliteit. Zou het mogelijk zijn om welstandszorg in handen van de wijk zelf te leggen? Kan het publieke belang ook zonder de gemeente georganiseerd worden?</p>
<p>Er zijn voorbeelden in binnen- en buitenland van zulke particuliere welstandszorg. In park Rozendaal in Leusden waken de bewoners al enige decennia over de welstandseisen.<a href="#_ftn2">[2]</a> Duidelijker voorbeelden zijn er in de VS. Zo leggen de bewoners van <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Celebration,_Florida" target="_blank">Celebration (Florida)</a> elkaar in contracten vergaande eisen op ten aanzien van kleuren, materialen, schuren, schuttingen en zelfs de hoogte van het gras – dit alles ‘to serve the community and to protect the value of the property’.</p>
<div id="attachment_3969" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3969" href="http://ruimtevolk.nl/blog/bewonerswelstand-draagvlak-vanuit-welbegrepen-eigenbelang/rozendaal-in-leusden-anka/"><img class="size-full wp-image-3969" title="Rozendaal-in-Leusden---Anka" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Rozendaal-in-Leusden-Anka.jpg" alt="" width="510" height="302" /></a><p class="wp-caption-text">Park Rozendaal, Leusden (foto: Anka van Voorthuijsen)</p></div>
<p><strong>Bewonerswelstand</strong><br />
Bewonerswelstand zou prima aansluiten bij de recente trend van zelforganisatie in de woon- en leefomgeving. <a href="http://www.guerrillagardeners.nl/" target="_blank">Guerrilla gardeners</a>, bijvoorbeeld, schoffelen saaie perkjes om tot stedelijke volkstuintjes. In Almere bouwen bewoners op grote schaal hun eigen huis. In Culemborg staat een <a href="http://www.eva-lanxmeer.nl" target="_blank">eco-woonwijk</a> waar bewoners hun eigen energiebedrijf hebben, hun eigen boomgaard, een wijkboerderij en zelfs een eigen ongesubsidieerd schooltje. En een ontwikkelingsmaatschappij van dorpsbewoners leidt de groei van Hoenderloo in de <a href="http://www.geldersgenootschap.nl/uploads/brochures/dorp_groeit_eigen_wijze.pdf" target="_blank">gewenste banen</a>. Dit zijn allemaal activiteiten van mensen die niet langer willen wachten op de initiatieven van de overheid. Op een on-Nederlandse manier bouwen ze aan hun eigen gemeenschap, en ze hebben er vooral veel lol in.</p>
<p>De vraag is hoe de zelfbewuste wijktrots van de bewoners in Eindhoven te combineren valt met het plezier van deze zelforganiseerders. Hier ligt een unieke gelegenheid voor een experiment met particuliere welstandszorg.</p>
<p>‘Bewonerswelstand’ begint met een gedeelde visie van de bewoners op de kwaliteiten van de wijk. Het is niet genoeg om vast te stellen dat de wijk ‘aantrekkelijk’ is, het gaat om de vraag wát de wijk nu zo aantrekkelijk maakt. Zit het ‘m in de groene stoffering, de baksteenarchitectuur, de sociale interactie? Een inventarisatie door bewoners brengt veel kennis op tafel die nergens anders te vinden is. Omdat burgers (tijdens excursies) steevast streng blijken te oordelen over verbouwingen is het voor het draagvlak cruciaal dat de visie op de bestaande kwaliteiten inderdaad door de wijkbewoners gedeeld wordt, en dat ze gezamenlijk verantwoordelijkheid willen dragen voor het behoud ervan. Dat stelt dus enige voorwaarden aan het type wijk waarin met bewonerswelstand wordt geëxperimenteerd.</p>
<blockquote><p>Bewonerswelstand sluit prima aan bij de recente trend van zelforganisatie in de woon- en leefomgeving.</p></blockquote>
<p>Dan volgt de keuze voor een strategie om de gewaardeerde kwaliteiten te behouden. Met een buurtbudget kunnen verbeteringen in groenbeheer, speeltuin of straatverlichting gerealiseerd worden. Ingrijpender wensen kunnen door gezamenlijke buurtactie politiek geagendeerd worden. Maar hoe moet een buurtvereniging omgaan met particuliere bouwinitiatieven? Aanvankelijk zal het formuleren van de visie zoveel elan samen brengen, dat iedereen z’n best doet om verbouwingen te laten aansluiten op de visie. Bewoners zullen elkaar stimuleren, natuurlijk. Maar wat gebeurt er bij conflicten over de vraag hoe bepalend de bewonersvisie is voor de bewoners?</p>
<p><strong>Wet</strong><br />
Anders dan bij een Vereniging van Eigenaren in een appartementencomplex hebben buurtverenigingen vooralsnog geen juridisch middel om hun afspraken op te leggen aan een individu. De wet bepaalt immers dat een bouwplan, dat voldoet aan de formele regels (bestemmingsplan, bouwbesluit, welstandscriteria), niet geweigerd kan worden<a href="#_ftn6">[3]</a>. Maar stel dat uit het experiment blijkt dat afdwingen met privaatrechtelijke middelen wel mogelijk is, wie bepaalt dan of een specifiek (ver-)bouwplan in strijd is met de buurtvisie? Dat bewoners zelf de bouwplannen van hun buren gaan beoordelen, lijkt me een garantie voor een steen door het keukenraam – zeker in buurten waar de sociale verhoudingen gespannen zijn. Het is niet voor niets dat de overheid, als neutrale hoeder van het algemeen belang, de afgelopen 100 jaar die toetsende rol heeft gespeeld.</p>
<p>In een wijk met bewonerswelstand zouden de bewoners dus zelf een externe autoriteit kunnen inschakelen om te bepalen of buurman Jan zich wel aan de wijkafspraken houdt. Zo’n autoriteit is trouwens ook verstandig, omdat het nog een hele kunst is om te beoordelen of het bouwplan van de buren de wijkkwaliteit aantast of juist verhoogt. Je moet dan een tweedimensionale bouwtekening mentaal vertalen in een driedimensionaal beeld en dat bovendien in de context plaatsen – dat vergt ervaring en architectuurkennis.</p>
<p>Indien het buurtcontract toch niet het middel is om de afspraken na te leven, dan moet het langs publiekrechtelijke weg. Dat wil zeggen: dan zou de gemeente de bewonersvisie moeten overnemen en formeel moeten vaststellen als onderdeel van de welstandsnota, waardoor het een toetsingskader wordt voor bouwplannen. En de door bewoners aangezochte deskundigen moeten benoemen als lid van de welstandscommissie: dat eist de wet namelijk.</p>
<p>Ik hoor u denken, zo kom je uit bij de situatie die nu ook al bestaat: een welstandsnota, een externe adviescommissie en een toets aan de gezamenlijk geformuleerde kwaliteitseisen. Dat klopt, maar bij ‘bewonerswelstand’ gaat het om zelforganisatie, waarin de medewerking van de overheid wordt gevraagd. Dat is precies andersom als de situatie waarin de overheid de spelregels bepaalt, en bewoners het gevoel hebben dat zij er als ‘onderdanen’ maar naar te handelen hebben.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><a href="#_ftnref">[1]</a> Bijvoorbeeld: onderzoek Center Data i.o.v. Ministerie van VROM dd. 2006 en ‘klanttevredenheidsonderzoeken’ van de Federatie Welstand onder bezoekers van welstandscommissies uit 2007 en 2010.</em></p>
<p><em><a href="#_ftnref">[2]</a> Bewoners beheren er bovendien hun eigen zwembad en sportvelden. Zie R. Didde: “Rozendalers waken zelf over welstand” in Oog voor Welstand 2008, nr. 14, p. 17-19</em></p>
<p><em><a href="#_ftnref">[3]</a> Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, art. 2.10</em></p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Artist impression bij petitie-site, geïnitieerd door BNA Kring Eindhoven, Uw Gemeente Welstandsvrij <a href="http://www.ugwv.nl/">www.ugwv.nl</a>. (Bron: BNA-ZO Brabant/Little Mountain)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bewonerswelstand-draagvlak-vanuit-welbegrepen-eigenbelang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afrekenen met landschappelijke kwaliteit</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/afrekenen-met-landschappelijke-kwaliteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/afrekenen-met-landschappelijke-kwaliteit/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Apr 2012 19:12:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marie Baartmans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[DLG]]></category>
		<category><![CDATA[EHS]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3963</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Ruilgronden-7a.jpg" /> Het is crisis en in alle hoeken en gaten van ons land wordt gezocht naar geld. Ook de maatschappelijke taak van de overheid om natuur te onderhouden komt steeds meer onder druk te staan. De Ecologische Hoofdstructuur gaat op de schop en wordt herijkt. Dit heeft een grote impact op de natuurontwikkeling in Nederland en daar wordt momenteel dan ook veel onderzoek naar gedaan. De problematiek van de ruilgronden en de kansen die deze gebieden bieden lijken echter onderbelicht te blijven.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is crisis en in alle hoeken en gaten van ons land wordt gezocht naar geld. Ook de maatschappelijke taak van de overheid om natuur te onderhouden komt steeds meer onder druk te staan. De Ecologische Hoofdstructuur gaat op de schop en wordt herijkt. Dit heeft een grote impact op de natuurontwikkeling in Nederland en daar wordt momenteel dan ook veel onderzoek naar gedaan. De problematiek van de ruilgronden lijkt echter onderbelicht te blijven.</strong></p>
<p><strong>Ruilgronden verliezen betekenis</strong><br />
De <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Ecologische_hoofdstructuur">Ecologische Hoofdstructuur </a>(EHS) was de afgelopen twintig jaar de ruggengraat van het Nederlandse natuurbeleid. Om het geheel van natuurkerngebieden en verbindingszones van de EHS tot stand te brengen, werden gronden binnen en buiten de begrenzing van de EHS aangekocht. De aangekochte gronden binnen de EHS werden omgevormd tot natuur en de gronden buiten de EHS dienden als ruilgronden om met grondbezitters binnen de EHS op langere termijn van grond te kunnen ruilen.</p>
<p>Sinds 2010 is de visie van de overheid op natuur in Nederland drastisch aan het veranderen. De overheid wil meer verantwoordelijkheid voor de realisatie van de EHS bij de provincies leggen en bezuinigt tegelijkertijd op het budget voor natuurontwikkeling. De invloed van de herijking op de ruilgronden &#8211; ook wel ‘BBL Bezit Buiten Begrenzing EHS’ genoemd &#8211; is dat zij niet meer voor ruil zullen worden ingezet maar op de vrije markt moeten worden verkocht om de afronding van de herijkte EHS te kunnen financieren.</p>
<p>De ruilgronden verliezen dus hun oorspronkelijke ruilfunctie en worden enkel nog als kapitaal ingezet. Oorspronkelijk waren de ruilgronden een middel om op lange termijn tot de kwalitatieve realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur te komen. Nu zijn ze slechts een restproduct dat een deel van inkomsten op moet gaan brengen voor een snelle afronding van het project.</p>
<div id="attachment_3965" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3965" href="http://ruimtevolk.nl/blog/afrekenen-met-landschappelijke-kwaliteit/ruilgronden-1/"><img class="size-full wp-image-3965" title="Ruilgronden-1" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Ruilgronden-1.jpg" alt="" width="510" height="361" /></a><p class="wp-caption-text">Het totale oppervlakte door de overheid aangekochte ruilgronden bedraagt 22.367 hectare (Bron: Dienst Landelijk Gebied, 2011. Nulmeting op Kaart 2011). </p></div>
<p><strong>Verkoop</strong><br />
Het Rijk wil de ruilgronden vóór 2018 verkocht hebben, een klus waar Dienst Landelijk gebied verantwoordelijk is. Het totale oppervlakte door de overheid aangekochte ruilgronden bedraagt 22.367 hectare. Dit is gelijk aan een vijfhonderd meter brede strook grond van Utrecht tot Parijs of ruim 44.000 voetbalvelden.</p>
<p>De ruilgronden liggen als een planmatige witte schimmel over heel Nederland verspreid en hebben de afgelopen jaren, in afwachting van een ruil, een tijdelijke functie gekregen via pachtcontracten of gebruiksovereenkomsten met agrariërs of natuurbeheerorganisaties. Hiermee werd het beheer van de gronden gewaarborgd en bleven de kosten die het bezit van gronden met zich meebrengen beperkt.</p>
<p>Voor de komende zes jaar zijn quota gesteld voor de inkomsten uit de verkoop van de ruilgronden. De ruilgronden moeten in die gegeven tijd ongeveer 230 miljoen euro op gaan brengen. Om dit te halen moeten de gronden een marktconforme waarde gaan opbrengen.</p>
<p><strong>Nieuwe eigenaren </strong><br />
Volgens de plannen van het Ministerie van EL&amp;I moeten ‘partijen uit de streek de kans krijgen de ruilgronden te kopen. Hierbij is de hoop dat deze partijen bereid zijn maatschappelijke doelen te realiseren en het landschappelijke karakter en ruimtelijke kwaliteit te waarborgen’. Het standpunt van wenselijke verkoop aan partijen uit de streek wordt echter tegengesproken door de verkoper: Dienst Landelijk Gebied. Zij zal de ruilgronden in de verkoopprocedure in principe niet als eerste keuze aan de huidige gebruikers aanbieden. De overheidsinstantie zegt zelfs verplicht te zijn om de gronden op de vrije markt te verkopen.</p>
<p>Hiermee komt de eerste problematiek ten aanzien van de ruilgronden in beeld. De principiële verkoop van de gronden in de vrije markt zal een duur en ingewikkeld bureaucratisch verkoopproces tot gevolg hebben. Zouden de huidige gebruikers en partijen uit de omgeving de eerste keus moeten krijgen om de gronden aan te kopen? Met deze insteek zouden de meeste gronden hun huidige karakter kunnen behouden. Door deze eerste stap toe te voegen aan het verkoopproces van Dienst Landelijk Gebied zou een groot deel van de gronden al op een relatief laagdrempelige wijze verkocht kunnen worden. Daarna kunnen de overgebleven gronden altijd nog op de vrije markt verkocht worden en zal de markt ook niet gedurende de komende zes jaar verzadigd raken.</p>
<p><strong>Ruimtelijke kwaliteit</strong><br />
De twee woorden &#8216;ruimtelijke kwaliteit&#8217; nemen tegenwoordig een prominente plek in bij het maken van plannen of het schrijven van beleid. Op verschillende bestuursniveaus maakt men zich zorgen over de versnippering van het landschap en het verlies van ruimtelijke kwaliteit in onze leefomgeving. Het gedrag ten opzichte van deze fenomenen is echter vrij eigenaardig. Niemand streeft naar vervlakking en versnippering van ons landschap, maar toch gebeurt het. Voor de ruilgronden dreigt ook deze ontwikkeling.</p>
<p>De ruilgronden zijn momenteel in bezit van Dienst Landelijk Gebied. Met de financiële taakstelling in het achterhoofd zullen zij zullen de gronden aan de hoogste bieder verkopen, zonder naar locatie, karakteristieken en het huidige gebruik of de belangen en aspiraties van de koper te kijken. Na verkoop ligt regie op de ontwikkeling van de gronden bij de gemeenten. Zij kunnen in principe met bestemmingswijzigingen instemmen. Dit kan natuurlijk voor elke andere hectare in Nederland maar het gaat hier echter wel om 22.367 hectare gronden, met ieder een gebiedspecifieke kwaliteit, die geclusterd op de markt gebracht worden.</p>
<p>De rijksoverheid gaat ervan uit dat gemeenten en provincies het landschappelijke karakter van de verkochte ruilgronden willen behouden. Maar ook het Rijk spreekt zichzelf tegen en stelt dat ‘een gewijzigde bestemming kan worden gerealiseerd en dat de grond dan naar verwachting in waarde zou kunnen stijgen. Daarom zal aan de verkopen een meerwaardeclausule worden verbonden’.</p>
<p>Het gebrek aan regie op het waarborgen van landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en de latente prikkel tot bestemmingswijziging (dat levert alle partijen immers meer op) bij het verkoopproces is een tweede problematiek van de ruilgronden. Dit zou een verlies van het karakter van de ruilgronden kunnen betekenen en hiermee wordt bijgedragen aan een versnippering van het landschap. In de beschreven verschuiving van verantwoordelijkheid van Dienst Landelijk Gebied naar gemeenten zou dan ook een vorm van regie moeten worden ingezet om de landschappelijke kwaliteit te waarborgen.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3966" href="http://ruimtevolk.nl/blog/afrekenen-met-landschappelijke-kwaliteit/ruilgronden-3/"><img class="alignnone size-full wp-image-3966" title="Ruilgronden-3" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/Ruilgronden-3.jpg" alt="" width="510" height="361" /></a></p>
<p><strong>Maatschappelijk belang</strong><br />
In de huidige discussie over de herijking van het natuurbeleid is de hierboven beschreven problematiek van de ruilgronden tot nu toe onderbelicht gebleven, terwijl deze problematiek uiteindelijk het gevolg kan hebben dat er wordt afgerekend met landschappelijke kwaliteit. <a href="http://happylandcollective.com/">Happyland Collective</a> wil dit met haar onderzoek naar de ruilgronden inzichtelijk maken voor een breder publiek en aandacht creëren voor de actuele ontwikkelingen. Hierbij heeft Happyland Collectieve ook het idee dat de ruilgronden een hoger doel zouden kunnen dienen.</p>
<p>Het economische tij heeft het landschap altijd al vorm gegeven. In de huidige crisis is besloten de ruilgronden te verkopen en deze kunnen hierbij eventueel van bestemming veranderen. Dit gegeven is niet negatief. Het biedt kansen voor nieuwe en flexibele ontwikkelingen. Kunnen deze gronden niet weer een maatschappelijk belang dienen? Ze zijn per slot van rekening met gemeenschapsgelden verworven. De huidige economische situatie en decentralisatie brengen de essentie van ‘gemeenschappelijke gronden’ weer terug. Vooral op de grens van het tussenland, op de overgang van stad naar landschap, liggen kansen voor een dergelijke benadering. Dit zijn vragen waar Happyland Collective in verder onderzoek en aan de hand van kennisbijeenkomsten een antwoord op wil gegeven. Happyland Collective nodigt lezers van RUIMTEVOLK uit om  een bijdrage te leveren!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><a href="http://happylandcollective.com/">Happyland Collective</a> organiseert op donderdag 19 april 2012 een brainstorm over de ruilgronden in samenwerking met het Podium voor Architectuur. Aanmelden voor dit evenement kan via <a href="mailto:info@podiumarchitectuur.nl">info@podiumarchitectuur.nl</a></em></p>
<p><em>Happyland Collective is een platform en open podium, gevormd door jonge ontwerpers, waar vragen over ruimtelijke planning onafhankelijk gesteld kunnen worden. Dit jaar staat de toekomst van natuur in Nederland centraal. <a href="http://www.happylandcollective.com/">www.happylandcollective.com</a>.</em></p>
<p><em>Een andere versie van deze blog wordt gepubliceerd in Landwerk.</em></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Bronnen:</em></p>
<p><em>NRC Handelsblad, 2011. Bleker en provincies na jaar akkoord over bezuinigingen natuurbeleid. Artikel 21-09-2011</em></p>
<p><em>Dienst Landelijk Gebied, 2011. Nulmeting op Kaart 2011</em></p>
<p><em>Bleker H., 2011. Grondnota 01-06-2011</em></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto’s: Roeland Meek</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/afrekenen-met-landschappelijke-kwaliteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werken aan een echte zelfbouwcultuur</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-aan-een-echte-zelfbouwcultuur/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-aan-een-echte-zelfbouwcultuur/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 Apr 2012 09:27:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Baugruppen]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Zelfbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3941</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/DSC8476.jpg" /> Zelfbouw wordt vaak gepresenteerd als het tovermiddel tegen crisis en als oplossing voor de vastgelopen woningmarkt. Debatten, congressen , rapporten, buitelen over het onderwerp. Grote gemeenten bieden tegen elkaar op in aantallen kavels te koop: 500 in Den Haag, 1000 in Amsterdam, hele wijken in Almere. Toch staat de zelfbouwer nog mondjesmaat op. Of lijkt dat maar zo?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zelfbouw wordt vaak gepresenteerd als het tovermiddel tegen crisis en als oplossing voor de vastgelopen woningmarkt. Debatten, congressen , rapporten, buitelen over het onderwerp. Grote gemeenten bieden tegen elkaar op in aantallen kavels te koop: 500 in Den Haag, 1000 in Amsterdam, hele wijken in Almere. Toch staat de zelfbouwer nog mondjesmaat op. Of lijkt dat maar zo?</strong></p>
<p>Het mes snijdt aan twee kanten. De particuliere zelfbouwer is er wel, maar moet nog aan het idee wennen. Aan de andere kant wordt de zelfbouwer door de ontwikkelsector nog niet bepaald als volwaardige partij beschouwt. In de praktijk komen we maar al te vaak onaantrekkelijke en/of onduidelijke aanbiedingen tegen van grond of gebouw voor zelfbouwers.</p>
<p><strong><strong>Één nacht ijs</strong><br />
</strong> Een Belg wordt geboren met een baksteen in de maag. Zelf je huis bouwen is daar de normaalste zaak van de wereld. In Nederland is de grote meerderheid onbekend met de mogelijkheid. Het imago heerst dat zelfbouw alleen is weggelegd voor de rich &amp; famous. Terwijl de Nederlandse particulier wel degelijk keuzevrijheid waardeert bij aankoop van een woning. <a href="http://www.nirov.nl/Upload/Rapport%20kansen%20voor%20PO%20en%20CPO%20en%20andere%20vormen%20van%20nieuwbouw.pdf" target="_blank">Recent onderzoek van DBMI, Nirov en Nieuwbouw Nederland </a>bevestigt dit beeld. Het gros van de consumenten wil graag veel keuzevrijheid. Van de geïnterviewden ziet 50% een cascowoning (zelf afbouwen) of zelfbouw (individueel) wel zitten. Ongeveer 30% ziet een gezamenlijke aanpak om eigen huizen te bouwen zitten (CPO). Alleen niet iedereen wil perse particulier opdrachtgever zijn. Genoeg particulieren kijken liever in een sexy blaadje met schetsontwerpen van architect of catalogusbouwer. En laten hun eigen huis bouwen met hulp van anderen.</p>
<p>Het zelfbouwen moet nog onderdeel van onze cultuur worden. En dat duurt even. Uit het eerder genoemde onderzoek blijkt dat waar in het verleden meer zelf werd gebouwd in Nederland, er nu meer vraag is naar kavels. De Randstad heeft weinig zelfbouw gekend en heeft dus minder vraag. Brabanders zijn net Belgen, dus die bouwen wel, zélf. Hier is dus ook meer vraag naar kavels. “De wensen van de woonconsument lijken zich aan te passen aan de realiteit”, aldus de onderzoekers.</p>
<p>De zelfbouwer moet dus wennen en dat duurt even. Evengoed moet de ontwikkelsector de zelfbouwer als volwaardige partij gaan bezien en behandelen. Dit laat nu nogal eens te wensen over.</p>
<blockquote><p>Niet alleen de afdankplekken beschikbaar stellen, maar ook de pareltjes.</p></blockquote>
<p><strong>Afdankplekken</strong><br />
Zo kopt het Parool op 4 februari vernietigend: “Zelfbouwblok Houthaven dreigt fiasco te worden”. Ondanks de grootse campagne in de winter van 2011-12 hebben zich vooralsnog geen kopers gemeld. Helemaal geen vraag naar zelfbouw in Amsterdam, zo lijkt het aldus Parool. De projectdirecteur wijt het aan de strengere financieringseisen van banken. Maar een geduldig lezer leert al snel dat locatie ‘Blok 0’ een afdankertje is, waar ontwikkelaars geen geld meer voor (over) hadden. Bovendien moet het nieuwe appartementengebouw straks functioneren als geluidswal naar de havens. Tja…dat trekt volle zalen.</p>
<p>Het Amsterdamse <a href="http://blok0.nl/" target="_blank">Blok 0 </a>blijkt een dankbaar voorbeeld, behalve de afdankplek hanteert de gemeente een wel erg commerciële verkoopprocedure. Geïnteresseerden moeten zich eerst verenigen, plan maken, kostenraming bepalen  en een bod doen. In alle onzekerheid dat deze hele voorinvestering voor niks is geweest, omdat een andere kopersgroep uiteindelijk hoger biedt. Je neemt als particulier nogal een risico bij zo’n procedure. Inmiddels schrijft <a href="http://dehoofden.nl/blogpost/dehoofden-in-het-parool/" target="_blank">het Parool</a> enthousiaster. Een consortium van 5 architectenbureaus heeft elf deelnemers bij elkaar voor een eerste kavel in Blok 0. Daarmee is de eerste zelfbouwgroep, van de 20 gewenste groepen georganiseerd. Tot 1 mei kunnen geïnteresseerden zich inschrijven, nog even spannend dus.</p>
<p><strong>“Walk the talk”</strong><br />
Dus beste gemeenten, corporaties en grondeigenaren, doe wat je zegt. Als je zelfbouw als kans ziet, neem de particuliere zelfbouwer dan ook echt serieus, als een volwaardige partij. Niet alleen de afdankplekken beschikbaar stellen, maar ook de pareltjes. Aangepaste verkoopprocedures met een lager risicoprofiel voor de particuliere koper. Probeer je niet te veel te bemoeien. Het is heel veel belangrijker dat de “harde gegevens” (kosten, randvoorwaarden, proces) duidelijk zijn, dan een of ander creatief concept wat je hebt uitgewerkt. Heb nu vertrouwen en geef particulieren de vrijheid om zelf hun plan te bepalen. Ze maken heus kwaliteit, waarschijnlijk meer dan je zelf had kunnen bedenken. Probeer het als gemeente of corporatie nu voor een keer niet eerst zelf uit te denken. Dat werkt niet met deze manier van ontwikkelen. Je moet weten wat je niet wil, dat is belangrijk. Stel transparante randvoorwaarden, omschrijf een duidelijke procesaanpak en vraag haalbare grondprijzen. Breng je eigen rol terug tot het noodzakelijke. Jij faciliteert en controleert.</p>
<p>Denk aan de succesvolle beleggingsbank <a href="http://www.alex.nl/zelf_beleggen/beleggingswijzer" target="_blank">Alex</a>, dochter van Binck Bank. Binck richtte een aantal jaar geleden Alex op om particulieren aan het beleggen te krijgen. Ze omschrijven zichzelf als volgt: “Vanaf het begin gaf Alex de Nederlandse particuliere belegger de mogelijkheden die professionele beleggers ook hadden. Zo was Alex de eerste in Nederland waar iedere belegger via internet kon beleggen, bovendien tegen een fractie van de prijs van grootbanken. Onze missie: vermogensgroei voor iedereen mogelijk maken, met begrijpelijke producten zonder kleine lettertjes.”</p>
<p>Zie je de parallellen? Zelfbouw voor iedereen mogelijk maken… Particuliere bouwers de mogelijkheden bieden die professionele bouwers ook hebben&#8230; Het is een kans voor onze economie en vastzittende woningmarkt. Meer zelfbouw leidt tot nieuwe (particuliere) geldstromen, meer lokale werkgelegenheid (kleinere aannemers), aantrekkelijke fijnmazige stedenbouw. Bovendien bouwt een particuliere zelfbouwer tegen kostprijs, dus makkelijker te financieren in de huidige tijd van <a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/koopwoning/nieuwe-regels-voor-hypotheken" target="_blank">aangescherpte financieringsregels</a>.</p>
<p><strong>Faciliteren</strong><br />
Als ik enigszins indruk op je heb gemaakt met mijn artikel, stap je morgen je kantoor binnen en ziet de zelfbouwer als serieuze volwaardige partij. Je staat open voor zijn of haar ideeën. Je kan loslaten en vertrouwen hebben. Je faciliteert met haalbare grondprijzen en een duidelijk eerlijk (verkoop)proces. En je controleert op vooraf gestelde transparante randvoorwaarden. Moet je eens opletten hoe de zelfbouw zachtjes aan terrein gaat winnen.</p>
<p>Of probeer zelf eens een kavel of klushuis. Deze zomer voeg, ook ik, de daad bij het woord en start met mijn zelfbouw klushuis in Rotterdam. Een statig pand, straks met speelse niveauverschillen, gecombineerde vide-loopbrug- boekenkast en badkuip met uitzicht over de stad. Ik ben om.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: <a href="http://www.milanboonstra.com/">Milan Boonstra</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-aan-een-echte-zelfbouwcultuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stedelijke vernieuwing als bijvangst</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-vernieuwing-als-bijvangst/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-vernieuwing-als-bijvangst/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 Apr 2012 18:40:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Olof van de Wal</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3944</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/stedelijke-vernieuwing-olof-van-de-Wal.jpg" /> Van alle bedrijven die je midden in een stad zou willen hebben hoort een autosloopbedrijf tot de minst waarschijnlijke. Zo’n bedrijf neemt veel ruimte in, veroorzaakt nogal wat overlast, is slecht voor het milieu en dan hebben we het maar niet over het volk dat het aantrekt. Kortom, dat soort bedrijven heeft een slechte pers en hoort niet in een woonwijk. Zou je denken. Maar dan is er opeens een ondernemer in de Haagse wijk Transvaal.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Van alle bedrijven die je midden in een stad zou willen hebben hoort een autosloopbedrijf tot de minst waarschijnlijke. Zo’n bedrijf neemt veel ruimte in, veroorzaakt nogal wat overlast, is slecht voor het milieu en dan hebben we het maar niet over het &#8216;volk&#8217; dat het aantrekt. Kortom, dat soort bedrijven heeft een slechte pers en hoort niet in een woonwijk. Zou je denken.</strong></p>
<p>En dan is er opeens een ondernemer in de Haagse wijk <a href="http://www.transvaal.nu/">Transvaal</a>. Jongste telg van een familiebedrijf dat al generaties lang auto’s demonteert. Een bedrijf dat, zoals dat gaat, zijn beste tijd gehad had. En deze ondernemer vraagt zich af hoe hij verder moet. Moet hij een plek buiten de stad zoeken, waar hij ongestoord kan groeien en zich niet druk hoeft te maken over wat zijn omgeving van hem vindt – of blijft hij? Wat hij doet is interessant: hij laat een onderzoek uitvoeren naar de meest duurzame oplossing. En die is: in de stad blijven. Complete auto’s de stad uitrijden en dan ontmantelen is op veel fronten minder duurzaam dan de auto’s in de stad te ontmantelen en de onderdelen verzameld in containers de stad uit te rijden. Het scheelt in het bijzonder aanmerkelijk in overlastgevende en vervuilende  ritten van vrachtwagens in de stad. Hij besluit te blijven.</p>
<blockquote><p>De stad máken is niet meer vanzelfsprekend.. Het gaat nu over stad zíjn</p></blockquote>
<p>Vervolgens realiseert deze ondernemer zich dat hij werknemers nodig heeft, die geschoold zijn in een duurzame manier van werken. Dus maakt hij van zijn bedrijf een expertisecentrum en zoekt hij coalities met opleidingen: inmiddels biedt hij voor leerlingen van zeven scholen in Den Haag een stageplek</p>
<p><strong>Middelmaat</strong><br />
Wat we hier zien is volgens mij de toekomst van de stedelijke vernieuwing. Het zou, in alle stilte, wel eens een voorbeeld kunnen zijn van de belangrijkste innovatie op dit gebied. Pauline Meurs, die als lid van de <a href="http://www.wrr.nl/">WRR</a> nadenkt over innovatie, hoorde ik op een bijeenkomst zeggen dat wij in Nederland niet kunnen innoveren, wij reorganiseren slechts. En dat is ook het gevoel dat mij wel eens bekruipt als ik terugblik op ruim veertig jaar sleutelen aan de stad, van stadsvernieuwing tot stedelijke vernieuwing. We hebben veel bereikt, uiteraard, er is veel veranderd, maar we hebben vooral veel gereorganiseerd. Dat maakt dit voorbeeld van de autosloper als wijkontwikkelaar zo interessant;  de stedelijke vernieuwing was niet zijn doel, en de reorganisatie ervan nog minder. Stedelijke vernieuwing was slechts de bijvangst van een initiatief om kansen in de directe omgeving maximaal te benutten.</p>
<div id="attachment_3947" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3947" href="http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-vernieuwing-als-bijvangst/stedelijke-vernieuwing-olof-van-de-wal2-2/"><img class="size-full wp-image-3947" title="stedelijke-vernieuwing-olof-van-de-Wal2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/04/stedelijke-vernieuwing-olof-van-de-Wal21.jpg" alt="" width="510" height="273" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Piet Korporaal (KEI)</p></div>
<p>De vraag die ik bij <a href="http://www.kei-centrum.nl/">KEI </a>regelmatig tegenkom – we zijn niet voor niets een kenniscentrum stedelijke vernieuwing – is: &#8216;Hoe moet dat straks, stedelijk vernieuwen zonder subsidies?&#8217; We hebben er zelfs een denktank voor ingericht. Zoals het hoort hebben wij van die denktank direct te horen gekregen dat deze vraag niet relevant is. Waar het echt om gaat is de vraag hoe initiatieven om kansen te verzilveren in buurten, wijken, steden, dorpen zelfs, de ruimte krijgen. Stedelijke vernieuwing heeft zich sinds de late jaren negentig gericht op het vitaal maken van wijken en steden, en heeft daar een onderliggende opdracht in meegekregen om het gemiddelde te bereiken (in veiligheid, leefbaarheid, participatie et cetera). Hoe kan de middelmaat, zo vroeg de denktank zich af, een maatstaf voor vitaliteit zijn?</p>
<p><strong>Initiatiefnemers</strong><br />
Stedelijke vernieuwing tot nu toe paste in een traditie van maken. Van stad maken, vooral, met een stevige planning om dat te ondersteunen. Die vernieuwing heeft veel te danken aan rijkssubsidie: het ISV als aanjager voor investeringen. Maar zij heeft vooral veel baat gehad bij de groei die Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog heeft doorgemaakt: van de economie, van de levensstandaard en van de bevolking. Inmiddels is duidelijk dat die groei niet meer vanzelfsprekend is. Per regio en binnen regio’s zijn groei, stabilisatie en krimp in verschillende mate te vinden. En daarmee is ook stad máken niet meer vanzelfsprekend..  Het gaat nu over stad zíjn. En het zou wel eens zo kunnen zijn dat degenen die zijn getraind in het maken van de stad tegen de grenzen van hun talenten aanlopen; als stedelijke vernieuwing bijvangst wordt, waar zijn zij dan goed in?</p>
<p>Vernieuwen zal anders moeten. Grote programma’s waarin hele wijken integraal aangepakt worden zullen plaats moeten maken voor een strategie waarin verschillende initiatiefnemers de ruimte krijgen om voorstellen te doen en te realiseren: stedelijke vernieuwing op uitnodiging. Iedere partij met een belang wordt uitgenodigd, uitgedaagd zelfs, om een voorstel te doen, niet het minst de bewoners en ondernemers die er wonen en werken. Daarvoor zal veel moeten veranderen. Het belangrijkste is, dat er een klimaat zal moeten komen waarin het vanzelfsprekend is dat deze initiatieven opkomen, een klimaat dat uitnodigt.</p>
<p>We mogen van de overheid verwachten dat zij de middelen die ze nog heeft strategisch inzet. Niet meer een politiek van verdelende rechtvaardigheid voeren, en ook niet meer de gemiddelden als wenkend perspectief benoemen, maar scherp kiezen op wat de meeste waarde oplevert. En vooral mogen we van ze verwachten dat ze een klimaat garandeert waarin een voortdurende uitnodiging tot het nemen van initiatieven gedaan wordt. Aldus de denktank. En dan kan er soms ook een partycrasher zijn, zoals die autosloper, die zichzelf uitnodigt en daarmee veel meer bereikt dan menigeen voor mogelijk hield.</p>
<p>Stedelijke vernieuwing is dood, leve de stedelijke vernieuwing!</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Piet Korporaal (KEI)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-vernieuwing-als-bijvangst/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ruimte voor initiatief: Emmerhout, Emmen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/ruimte-voor-initiatief-emmerhout-emmen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/ruimte-voor-initiatief-emmerhout-emmen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Mar 2012 11:24:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3909</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/ruimte4initiatief-emmerhout.jpg" /> Ontwikkelaars, corporaties, overheden en bewoners zijn op zoek naar nieuwe manieren om onze steden te ontwikkelen. Een van de belangrijkste zoekrichtingen is de organische stedelijke ontwikkeling. Meer uitgaan van de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ontwikkelaars, corporaties, overheden en bewoners zijn op zoek naar nieuwe manieren om onze steden te ontwikkelen. Een van de belangrijkste zoekrichtingen is de organische stedelijke ontwikkeling. Meer uitgaan van de kracht van initiatieven in een gebied en minder van een dichtgetikt masterplan. Met een flexibeler overheid en middenveld, en actievere burgers. Maar wat houdt organische ontwikkeling eigenlijk in? En wat zien we ervan in de praktijk?</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink390867592" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet390867592'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet390867592" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet390867592'));expand(document.getElementById('ddetlink390867592'))</script></p>
<p>Het Nirov, Urhahn Urban Design en het Planbureau voor de Leefomgeving nodigen u uit voor vier werksessies organische stedelijke ontwikkeling. We doen dat onder de titel Ruimte voor Initiatief, omdat ondernemerschap, hoe klein ook, aan de basis ligt van organische ontwikkeling. In vier werksessies bekijkt u deze ontkiemende nieuwe werkwijze met eigen ogen en bespreekt die met stakeholders, initiatiefnemers en experts.</p>
<p>Iedere werksessie kent een eigen gebiedsopgave en thematiek. Voor Amstel III in Amsterdam ligt de opgave een monofunctioneel werk- en kantorengebied te transformeren tot multifunctionele stadswijk. In het industriële Havenkwartier in Deventer blijkt een flexibel bestemmingsplan deuren te openen die voorheen potdicht leken. In woonerfwijk Emmerhout in Emmen starten bewoners hun eigen buurtbedrijf dat gemeentelijke taken wil overnemen. Op Coolhaveneiland in Rotterdam zijn bottom-up initiatieven in de openbare ruimte katalysator voor ontwikkeling. Kortom, organisch denken en werken kan in iedere context!</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 12u30-17u00</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Emmerhout, Emmen</p>
<p><strong>Kosten:</strong> € 155,- voor Nirov-arr. ; € 196 voor externen</p>
<p><strong>Aanmelden en meer informatie:</strong> <a href="http://www.nirov.nl/Home/Agenda/Agenda_Items/Ruimte_voor_initiatief__Emmerhout__Emmen.aspx?mId=10438&amp;rId=332" target="_blank">http://www.nirov.nl/</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/ruimte-voor-initiatief-emmerhout-emmen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Crowdfunding biedt kansen voor de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/crowdfunding-biedt-kansen-voor-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/crowdfunding-biedt-kansen-voor-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Mar 2012 19:24:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim van de Laar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[crowdfunding]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3871</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/luchtsingel.jpg" /> Crowdfunding is in Nederland sterk in opkomst. In 2011 zijn meer dan tachtig Nederlandse projecten van start gegaan, die mede zijn gefinancierd door crowdfunding. Traditioneel wordt het meeste geld opgehaald voor kunstprojecten en de publicatie van boeken. Nieuw is dat de 'crowd' ook steeds vaker de fysieke openbare ruimte van steden vormgeeft.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Crowdfunding is in Nederland sterk in opkomst</strong><strong>. In 2011 zijn meer dan tachtig Nederlandse projecten van start gegaan, die mede zijn gefinancierd door crowdfunding. Traditioneel wordt het meeste geld opgehaald voor kunstprojecten en de publicatie van boeken. Nieuw is dat de &#8216;crowd&#8217; ook steeds vaker de fysieke openbare ruimte van steden vormgeeft. </strong></p>
<p><a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Crowd_funding">Crowdfunding</a> is een manier om startkapitaal voor projecten te verwerven, waarbij vele investeerders een klein bedrag investeren in een doel waarbij zij zich betrokken voelen. Deze groep van investeerders -de crowd &#8211; doneert vaak uit charitatieve overwegingen een bedrag zonder er direct iets voor terug  te verlangen. In andere gevallen is er sprake van sponsoring en krijgt de investeerder een niet-financiële vergoeding, zoals bijvoorbeeld bij de Luchtsingel in Rotterdam, waar de naam van investeerders op de planken van de brug wordt gedrukt. Tenslotte bestaan ook er ook varianten waarbij de investeerders meedelen in de winst van het project.</p>
<blockquote><p>Waar overheidsgestuurde projecten vaak nog worstelen met e-participatie en social media, is crowdfunding de ultieme vorm van participatie.</p></blockquote>
<p>Hoewel het principe van het verzamelen van investeerders en sponsoren niet nieuw is, kon crowdfunding pas ontstaan met de opkomst van internet. Het web blijkt zeer geschikt om een groot publiek te bereiken en te activeren om in een project te investeren. Er bestaan verschillende online crowdfundingplatforms waarop ondernemers hun project en het benodigde bedrag kunnen presenteren. Het project gaat van start zodra voldoende investeerders zijn gevonden.</p>
<p>Aanvankelijk werd crowdfunding met name gebruikt om geld voor films, boeken en kunstprojecten in te zamelen, maar de laatste jaren zijn er steeds meer projecten die zich richten op de fysieke openbare ruimte van de stad. Het initiatief tot deze projecten wordt vaak genomen door bewoners die mogelijkheden zien om hun omgeving te verbeteren. Dit proces voltrekt zich vaak buiten de overheid om.</p>
<p>Crowdfunding past perfect in een trend van een terugtredende overheid en assertieve bewoners die hun eigen woonomgeving vormgeven. Waar overheidsgestuurde projecten vaak nog worstelen met e-participatie en <em>social media</em>, is crowdfunding de ultieme vorm van participatie. Investeerders kunnen het project van begin tot eind via de website blijven volgen en de projecten kunnen daardoor rekenen op een groot draagvlak. Dankzij de link met <em>social media</em> is crowdfunding een bekend concept in een innovatief jasje, dat met name jonge stedelingen aanspreekt.</p>
<div id="attachment_3873" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3873" href="http://ruimtevolk.nl/blog/crowdfunding-biedt-kansen-voor-de-stad/newyorkhighline/"><img class="size-full wp-image-3873" title="newyorkhighline" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/newyorkhighline.jpg" alt="" width="510" height="286" /></a><p class="wp-caption-text">New York High Line Park, foto: David Berkowitz - www.marketersstudio.com / www.twitter.com/dberkowitz</p></div>
<p><strong>Voorbeelden </strong><br />
Hieronder volgen zes succesvolle voorbeelden van crowdfunding in de openbare ruimte van de stad. Wat we van deze voorbeelden kunnen leren is dat crowdfunding strategisch ingezet kan worden voor het binnenhalen van externe fondsen. Een mooi voorbeeld is het hieronder beschreven High Line Park, waar de initiatiefnemers geld inzamelden voor het doen van een haalbaarheidsonderzoek, dat het gemeentebestuur er uiteindelijk toe overhaalde om in het High Line Park te investeren.  Ook bij de Luchtsingel wordt media-aandacht gebruikt om stedelijke subsidie via het <a href="http://www.rotterdam.nl/stadsinitiatief/" target="_blank">stadsinitiatief</a> binnen te halen. Wat uit deze voorbeelden echter ook blijkt is dat ambities niet te hoog gesteld moeten worden. Ondanks veel media-aandacht voor bijvoorbeeld de Luchtsingel in Rotterdam, is van de gewenste 440.000 euro na een half jaar nog maar 7% ingezameld.</p>
<p><em>De Luchtsingel, Rotterdam</em><br />
<a title="De Luchtsingel" href="http://www.imakerotterdam.nl/2011/10/we-are-trying-to-make-a-city-and-we-need-your-help/" target="_blank">De Luchtsingel</a> is een houten voetgangersbrug van 350 meter die Rotterdam Central District verbindt met de Hofbogen. Initiatiefnemer <a href="http://www.imakerotterdam.com/" target="_blank">I make Rotterdam</a> probeert  met de brug de kwaliteit op straatniveau in het gebied te verbeteren. Afhankelijk van het geld dat wordt ingezameld kost het project 80.000 tot 440.000 euro. Je kunt meehelpen door planken te kopen waarop je naam wordt geprint, variererend van 25 tot 1250 euro. Op dit moment is 6% van het geld opgehaald.</p>
<p><em>Vechtclub XL, Utrecht</em><br />
In <a href="http://www.vechtclub.nl/xl/" target="_blank">Vechtclub XL</a> worden diverse typen ruimtes met specifieke faciliteiten gerealiseerd om een professionele werkomgeving voor verschillende creatieve beroepen te creëren. Het complex omvat twee panden: een bunker en een groot magazijn. Het initiatief komt van <a href="http://www.stortplaatsvandromen.nl/" target="_blank">Stortplaats van dromen</a>, een ontwerp- en bouwbedrijf dat ook verantwoordelijk is voor de verbouwing en exploitatie. Binnen drie maanden is via de website <a href="http://www.crowdaboutnow.com/CrowdAboutNow/" target="_blank">CrowdAboutNow</a><span style="text-decoration: underline;"> </span>de benodigde  65.000 euro aan investeringen binnengehaald, voldoende voor de eerste fase van de verbouwing.</p>
<p><em>The Uni Project, New York</em><br />
<a href="http://www.theuniproject.org/" target="_blank">The Uni Project</a> is een mobiele bibliotheek in New York. Het project is gericht op het transformeren van  beschikbare stedelijke ruimte  in een openbare leeszaal. The Uni Project is gestart door een groep bibliotheekmedewerkers en leraren, met de overtuiging dat boeken voor iedereen toegankelijk moeten zijn. De bouw van de Uni kostte 25.000 dollar. Op 11 september 2011 was de Uni voor het eerst in gebruik op de New Amsterdam Market in Lower Manhattan. Tegenwoordig verschijnt de Uni elke week op een andere locatie in de stad.</p>
<p><em>Times square to art square, New York</em><br />
<a href="http://www.artsquare2012.org/" target="_blank">Times square to art square</a> wil Times Square voor één dag omtoveren tot een openbaar museum door alle reclame te vervangen door digitale kunstwerken. De Nederlandse initiatiefnemer Justus Bruns probeert met het project een beweging te mobiliseren van miljoenen mensen die van kunst houden of willen laten zien waartoe de huidige internetgeneratie in staat is. Via Kickstarter is 10.000 dollar ingezameld, voldoende om het project te realiseren. In het voorjaar van 2012 wordt Times Square getransformeerd tot Art Square.</p>
<p><em>Intersection repair, Portland</em><br />
<a href="http://cityrepair.org/" target="_blank">Intersection Repair</a> vergroot de sociale samenhang in buurten in Portland door kruisingen om te vormen tot publieke verzamelplaatsen voor de buurt. <em>Placemaking </em>wordt in de praktijk gebracht door het plaatsen van bankjes en lokale informatieborden en het maken van straatschilderingen, die laten zien dat deze plek bewoond, bekend en geliefd is door zijn inwoners. City Repair werd in 1996 in Portland opgericht door betrokken bewoners en wordt volledig ondersteund door donaties van vrienden van City Repair . Voor het repareren van een kruispunt biedt de organisatie gratis ondersteuning,  de buurtbewoners betalen zelf de verf en materialen. In Portland zijn inmiddels tientallen kruisingen onder handen genomen.</p>
<p><em>High Line Park, New York</em><br />
<a href="http://www.thehighline.org/" target="_blank">De High Line</a> is een 2,2 km lang spoorwegviaduct langs de westzijde van Manhattan. De lijn wordt sinds de jaren &#8217;80 niet meer gebruikt . In 1999 stelde een groep buurtbewoners,  de Friends of the High Line, voor om het viaduct om te vormen tot een park.  Via crowdfunding haalden ze genoeg geld binnen om een haalbaarheidsstudie uit te voeren, waaruit bleek dat de investering ruimschoots gecompenseerd zou worden door de waardevermeerdering van het omliggende gebied. De eerste twee delen zijn gerealiseerd voor 196 miljoen dollar, waarvan 152 miljoen dollar is betaald door de stad en 44 miljoen dollar door de Friends of the High Line. Twee delen van de High Line zijn inmiddels omgevormd tot een park.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Luchtsingel, Rotterdam; Foto door: <a href="http://www.zus.cc/" target="_blank">ZUS [Zones Urbaines Sensibles]</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/crowdfunding-biedt-kansen-voor-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoopvolle zoektocht naar nieuwe rol ontwerper</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/eo-wijers-prijsvraag-hoopvolle-zoektocht-naar-nieuwe-rol-ontwerper/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/eo-wijers-prijsvraag-hoopvolle-zoektocht-naar-nieuwe-rol-ontwerper/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Mar 2012 14:45:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Energietransitie]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Landbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Veenkolonien]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3856</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/veenkolonieen.jpg" /> Een ontwerpprijsvraag in een krimpende regio die planmoe is, legt twee grote uitdagingen bloot: de zoektocht naar een nieuwe rol van de ontwerper en de worsteling om los te komen van top-down plannen maken. Tijdens de prijsuitreiking van de 9de Eo Wijers-prijsvraag in Veendam kwam met de combinatie AtelierBruut / Nieuwe Gracht / Tauw / Synergie een winnaar uit de bus die 'geen grootse visie met plannen en tekeningen' belooft, 'maar een strategie om bewoners zelf hun toekomst te laten bouwen en hen daarbij te helpen'.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een ontwerpprijsvraag in een krimpende regio die planmoe is, legt twee grote uitdagingen bloot: de zoektocht naar een nieuwe rol van de ontwerper en de worsteling om los te komen van top-down plannen maken. Tijdens de prijsuitreiking van de 9de Eo Wijers-prijsvraag in Veendam kwam met de combinatie <a href="http://www.atelierbruut.nl/">AtelierBruut </a> / <a href="http://www.nieuwegracht.nl/">Nieuwe Gracht</a> / <a href="http://www.tauw.nl/">Tauw</a> / <a href="http://www.synergie.nl/">Synergie</a> een winnaar uit de bus die &#8216;geen grootse visie met plannen en tekeningen&#8217; belooft, &#8216;maar een strategie om bewoners zelf hun toekomst te laten bouwen en hen daarbij te helpen&#8217;.</strong></p>
<p>De <a href="http://www.eowijers.nl/" target="_blank">Eo Wijers-stichting</a> en de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Veenkolonie" target="_blank">Veenkoloniën</a> hebben het zichzelf en de deelnemers aan deze prijsvraag niet makkelijk gemaakt. Ze vroegen nogal wat van de inzenders: Ontwikkel een methodiek voor duurzame waardecreatie. Benut daarbij kansen in het energie-, landbouw- en watersysteem en de kracht van de bewoners. De inzending dient blijk te geven van een echt Veenkoloniaal gevoel. In de vorm van een essay plus een ontwerp voor zowel procesarchitectuur als ruimtelijke interventies, tegen de achtergrond van krimp en energietransitie.</p>
<p>Mij zou het als potentiële deelnemer al gaan duizelen bij het lezen van de prijsvraagopgave alleen al. Maar een hoopgevend aantal vakgenoten, waaronder  opvallend veel jonge honden, heeft de tanden erin gezet. De opbrengst van al deze enthousiaste inzet mag er wezen. Een van de interessantste prijsvragen in tijden biedt nieuwe perspectieven, niet alleen voor de Veenkoloniën maar voor de hele vakwereld.</p>
<p><strong>Samen pionieren</strong><br />
De winnende inzending heeft met ‘samen pionieren’ een passend motto. Centraal in de voorgestelde aanpak staat een analyse aan de hand van vier tijdslijnen van nu tot 2040. Deze tijdslijnen staan voor de vier belangrijkste thema’s waar de Veenkoloniën mee te maken krijgen. Krachtig hierbij is dat in deze tijdslijnen ook helder is aangegeven wanneer en hoe bewoners zelf kunnen interveniëren. Om dit te begeleiden wordt voorgesteld een kennis- en aanjaagcentrum op te richten.</p>
<p>Voor de interventies wordt middels acht bouwstenen een brede set van instrumenten geïntroduceerd om bewoners en bedrijven op weg te helpen om zelf aan de slag te kunnen. De voorgestelde bouwstenen zijn succesvolle en/of winstgevende initiatieven die zichzelf elders al hebben bewezen. Zo kunnen de bewoners zelf richting geven aan hun toekomst. Deze werkwijze zet in op kleine interventies als vliegwiel voor gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld Hotel New York aanjager is geweest bij de ontwikkeling van de Kop van Zuid.</p>
<blockquote><p>‘Heren topontwerpers, blijf alstublieft weg!’, kopte het Dagblad van het Noorden daags nadat bekend was gemaakt dat de Veenkoloniën centraal zouden komen te staan bij de 9e Eo Wijers-prijsvraag.</p></blockquote>
<p><strong>Afscheid van groeidenken</strong><br />
De Eo Wijers-prijsvraag wil niet de zoveelste prijsvraag zijn waarvan de prachtig uitgewerkte inzendingen in een la verdwijnen. ‘De Eo Wijers-stichting ontwikkelt zich tot de mobiele brigade van de ruimtelijke ordening. De stichting schiet regio’s te hulp die kampen met dilemma’s waar vertrouwde strategieën en concepten geen antwoord op bieden.’ schrijft Peter Paul Witsen in de juni 2011 in de <a href="http://www.blauwekamer.nl/" target="_blank">Blauwe Kamer</a>. Voor de 9e editie zijn met krimp en energietransitie twee  thema’s gekozen, waarvan de gevolgen op lange termijn tot grote ruimtelijke veranderingen zullen leiden. &#8216;Ruimtelijke kwaliteit en burgerparticipatie zijn daarbij flankerende thema’s, aangezien de uitdaging ligt in het (bege)leiden van deze onstuitbare veranderingen naar een nieuw waardevol landschap dat past bij mensen en streek&#8217;, zo valt te lezen in het juryrapport.</p>
<p>De themakeuze markeert voor Yttje Feddes, voorzitter van de vakjury, een historische omslag in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. ‘In de rijke traditie van de ruimtelijke inrichting van Nederland ging het altijd over groei. De essentie van de huidige Eo Wijers-prijsvraag is de opgave die ontstaat nu in grote delen van het land die kwantitatieve groei is weggevallen.’, aldus Feddes in augustus 2011 op de website van <a href="http://www.eowijers.nl" target="_blank">Eo Wijers</a>. De prijsvraag neemt afscheid van het groeidenken en wil een perspectief wil stellen met ruimte voor initiatief van onderop.</p>
<div id="attachment_3868" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3868" href="http://ruimtevolk.nl/blog/eo-wijers-prijsvraag-hoopvolle-zoektocht-naar-nieuwe-rol-ontwerper/groententuin/"><img class="size-full wp-image-3868" title="groententuin" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/groententuin.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">De Veenkoloniën, foto: Rob Niemantsverdriet</p></div>
<p><strong>Planmoeheid in de Veenkoloniën</strong><br />
Plannen maken voor krimpgebieden vraagt een nieuwe aanpak van ontwerpers. Een gevolg van de politieke en economische situatie is het besef dat goede plannen niet meer zonder samenspraak of steun van de bevolking tot stand komen. Hans Leeflang, voorzitter van de Eo Wijers-stichting stelt in het juryrapport dat &#8216;de 9e Eo Wijers-prijsvraag de omslag markeert van top-down plannen maken naar van onderop gezamenlijk initiatieven vormgeven.&#8217; De Veenkoloniën, het strijdtoneel van de Eo Wijers-prijsvraag is een gebied dat te maken heeft met stagnatie en waar men al jaren op zoek is naar manieren om het tij te keren. Er zijn al veel plannen voor het gebied van bovenaf ontwikkeld. Het gevolg is dat men in de regio planmoe is geworden. ‘Heren topontwerpers, blijf alstublieft weg!’, kopte het Dagblad van het Noorden dan ook daags nadat bekend was gemaakt dat de Veenkoloniën centraal zouden komen te staan bij de 9e Eo Wijers-prijsvraag.</p>
<p>In de Veenkoloniën heeft de organisatie onderkend dat de prijsvraag alleen succesvol kan zijn als deze weerstand serieus wordt genomen. Dit is gedaan door in de prijsvraagopgave radicaal te kiezen voor het perspectief van de burger. En hiermee het spanningsveld op te zoeken tussen top-down-planning en bottum-up-processen. Centrale opgave werd daarmee de vraag hoe je als ontwerper de scepsis van bewoners en gebruikers kan omzetten in zelfvertrouwen en in een gedeeld toekomstperspectief voor de regio. Door deze radicale keuze is deze prijsvraag ook niet alleen relevant voor de Veenkoloniën maar levert het waardevolle inzichten op voor de ontwikkeling van nieuw instrumentarium voor plannen maken van onderop.</p>
<p><strong>Niet ontwerpen</strong><br />
De ontwerper krijgt in dit proces een hele andere rol. Langzaam groeide het besef dat het in deze ontwerpprijsvraag vooral ging om de architectuur van het proces. Het juryrapport leest dan ook als de onstaansgeschiedenis van een mindshift. Gevolg is een prijsvraag die worstelt met haar eigen opgave. Of zoals het in het juryrapport staat beschreven: &#8216;De prijsvraaguitschrijving heeft aangegeven dat de Veenkoloniën niet op nog weer een nieuw plan zitten te wachten, waarmee een paradox lijkt opgeworpen: ontwerpers vragen om niet te ontwerpen.’ Het gaat in toenemende mate om een zorgvuldig proces dan om het uiteindelijke eindbeeld zelf. Ontwerpers moeten hun verbeeldingskracht inzetten om een proces op gang te krijgen.</p>
<p>Dat ontwerpers steeds vaker een andere invulling geven aan hun vak blijkt bijvoorbeeld ook uit de recent door het Tilburgse Architectuurcentrum CAST georganiseerde ontwerpmarathon waarbij werd gezocht naar een ontwerp voor de herinrichting van het Tilburgse Koningsplein. Het <a href="http://www.anneseghers.nl/2012/01/ontwerpmarathon_koningsplein/" target="_blank">winnende team SAAJ</a> kwam niet met een klassiek ontwerp maar met een procesontwerp dat ruimte laat om te reageren op toekomstige veranderingen. Ook Eo Wijers-winnaars <a href="http://www.atelierbruut.nl/">AtelierBruut </a> / <a href="http://www.nieuwegracht.nl/">Nieuwe Gracht</a> / <a href="http://www.tauw.nl/">Tauw</a> / <a href="http://www.synergie.nl/">Synergie</a> komen niet met een eindbeeld maar met een strategie. De keuze om een ontwerpwedstrijd te laten winnen door een team dat, meer dan in een verrassend baanbrekend ontwerp, juist uitblinkt in het ontwerp van een strategie is een dappere keuze die past in deze omslag in het denken over de rol van de ontwerper.</p>
<div id="attachment_3857" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3857" href="http://ruimtevolk.nl/blog/eo-wijers-prijsvraag-hoopvolle-zoektocht-naar-nieuwe-rol-ontwerper/juryberaad/"><img class="size-full wp-image-3857" title="juryberaad" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/juryberaad.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Het juryberaad, foto: Dick Hamhuis</p></div>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Paradigmawisseling</strong><br />
Geen van de inzendingen geeft antwoord op alle opgaven die in de prijsvraag zijn gesteld. In retrospectief is dat ook niet zo vreemd. Je kunt zelfs stellen dat men op zoek was naar het schaap met de vijf poten door te vragen naar zowel fysieke oplossingen als een zorgvuldig proces voor bottom-up-ontwikkeling.</p>
<p>Uiteindelijk valt de keuze op een strategie om bewoners zelf hun toekomst te laten bouwen en hen daarbij te helpen. Dat deze inzending in de ogen van de streekjury een ontwerp opleverde dat ze zelf ook hadden kunnen bedenken, is in mijn ogen de beste illustratie dat deze inzending een schot in de roos is wat betreft het aansluiten bij het Veenkoloniaal gevoel.</p>
<p>De Eo Wijers-prijsvraag levert veel meer op dan een winnend ontwerp. Het biedt een schat aan ideeën voor de Veenkoloniën en verschillende handvatten voor de nieuwe rol van de ontwerper. De rijke oogst wordt extra onderstreept doordat er naast de hoofdprijs voor <a href="http://www.atelierbruut.nl/">AtelierBruut </a> / <a href="http://www.nieuwegracht.nl/">Nieuwe Gracht</a> / <a href="http://www.tauw.nl/">Tauw</a> / <a href="http://www.synergie.nl/">Synergie</a> meerdere prijzen, eervolle vermeldingen en aanmoedigingsprijzen zijn uitgedeeld. De jury raadt de streek dan ook aan om met zowel de winnaars van de 1<sup>e</sup>, als de 2<sup>e</sup> en 3e prijs een volgende fase in te gaan om hiermee ook echt aan de slag te gaan.</p>
<p>Maar naast de Veenkoloniën en de prijswinnaars komt de gehele vakwereld als winnaar uit de bus, want die zal profiteren van dit pionierswerk en is een stap dichterbij een paradigmawisseling.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Meer info, de inzendingen en prijswinnaars op <a href="http://www.eowijers.nl" target="_blank">www.eowijers.nl</a></em></p>
<p><em>Foto boven: de veenkoloniën, foto: Rob Niemantsverdriet</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/eo-wijers-prijsvraag-hoopvolle-zoektocht-naar-nieuwe-rol-ontwerper/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De &#8216;no-go area&#8217; doet het goed</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-no-go-area-doet-het-goed/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-no-go-area-doet-het-goed/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Mar 2012 19:53:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3834</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/foto.jpg" /> Plotseling was hij er weer, de no-go area in chocoladeletters in de krant. In dit geval naar aanleiding van een vergelijkend integratierapport tussen Amsterdam en Rotterdam. De term no-go area zegt meer over de gebruikers dan over de desbetreffende stadswijk. Wetenschappers zijn niet vies van sensatie, over de rug van wijken die het al lastig genoeg hebben. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Plotseling was hij er weer, de no-go area in <a href="http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/3222270/2012/03/08/No-goareas-dreigen.dhtml">chocoladeletters in de krant</a>. In dit geval naar aanleiding van een vergelijkend <a href="http://www.scp.nl/english/Publications/Publications_by_year/Publications_2012/Measuring_and_monitoring_immigrant_integration_in_Europe">integratierapport </a>tussen Amsterdam en Rotterdam. De term no-go area zegt meer over de gebruikers dan over de desbetreffende stadswijk. Wetenschappers zijn niet vies van sensatie, over de rug van wijken die het al lastig genoeg hebben. En de media neemt het woordgebruik klakkeloos over. No-go area’s doen het altijd goed om lezers te trekken.</strong></p>
<p><strong>Politiecommissaris</strong><br />
Eind jaren ’90 riep burgemeester Patijn de toenmalige hoofdcommissaris van politie op het matje omdat deze het had gewaagd om enkele pleinen in Nieuw-West te betitelen als no-go area’s. ‘Amsterdam heeft geen no-go area’s’, was het simpele uitgangspunt van Patijn. De hoofdcommissaris kon beter aan de slag om dat waar te maken dan onheil in de media te verkondigen. Dertien jaar later gooien de hoogleraren Etzinga en Scheffer opnieuw de knuppel in het hoenderhok naar aanleiding van De staat van integratie: Amsterdam-Rotterdam: met name in de stadsdelen buiten de Ring zouden de problemen zich opstapelen. Het sensationele taalgebruik vraagt om een paar kritische opmerkingen.</p>
<p><strong>Etniciteit<br />
</strong> Ten eerste is het natuurlijk geen geheim dat naoorlogse wijken met een overaanbod aan goedkope corporatiewoningen in flats en portieketagewoningen de minst gewilde woonbuurten zijn. De wijken worden, evenmin verwonderlijk, bewoond door groepen onder aan de sociaaleconomische ladder. Wederom weinig verbazingwekkend zijn allochtonen hierbij oververtegenwoordigd. Oftewel, de achterstandssituatie van wijken als de Bijlmermeer of Nieuw-West was al bekend en zal de komende jaren nog een opgave blijven. Niets nieuws onder de zon. Daar is echt geen nieuw onderzoek voor nodig.</p>
<p>Mijn grootste bezwaar tegen het rapport is de koppeling tussen concentratie van etniciteit en een negatief imago van een wijk. Volgend uit de beschrijving hierboven is het een open deur dat Marokkanen oververtegenwoordigd zijn in achterstandswijken. Het is echter een academische uitglijder om etnische concentratie één op één te koppelen aan het afglijden van buurten. Er zijn voorbeelden te over waarbij etnische concentratie helemaal niet leidt tot slechtere buurten. Het zou interessanter zijn als de onderzoekers naar het succes van deze buurten hadden gekeken, dan de open deur in te trappen van opnieuw de Bijlmermeer. En in welk licht zou je de concentratie van Japanners in Amstelveen moeten zien? Etnische concentratie in relatie tot zeer gewilde woonbuurten bestaat evengoed.</p>
<p><strong>Huis-, tuin en keukenrapport</strong><br />
Ook wil ik een noot kraken over de conclusies die beide heren trekken: ‘Gemeenten moeten investeren in achterstandswijken zodat ze niet afglijden tot no-go areas.’ Het is een wonderlijk zinnetje, eigenlijk meer een politiek standpunt dan een conclusie van een academisch rapport. Puzzelt u mee? Ik begin bij achterstandswijken. Een beetje een containerbegrip dat zijn kracht heeft verloren door de kracht- en prachtwijken. Bij het definiëren van de 40 krachtwijken van minister Vogelaar was het al een hele klus om het geografische lijntje om de juiste postcodegebieden te leggen zodat er (toevallig) 40 achterstandswijken over bleven. Wat is achterstand? Het is een illusie om te denken dat het mogelijk is om alle wijken op te stoten in de vaart der volkeren. Er zullen altijd wijken achter blijven als de onderkant van de woningmarkt. Dit zijn tevens vaak de wijken waar mensen kort verblijven. Iedereen die een treetje hoger op kan, verlaat deze wijk. Dat is niet erg, dat is normaal. Ieder decennium kent nieuwe groepen instromers: na Surinamers, Antillianen, Turken, Marokkanen, Somaliërs, voormalige Joegoslaven enzovoort, is het nu de beurt aan Oost-Europeanen. Zo gaat dat.<br />
Dan die arme gemeenten die alweer moeten zouden investeren in de achterstandswijken. Ik was me er niet bewust dat de vorige aanpak officieel was afgerond. De stedelijke vernieuwing van de slechtste wijken is geen kwestie van operatie geslaagd, patiënt gezond (of overleden), maar een continue opgave van slopen, opknappen en investeren. Vanzelfsprekend hebben gemeenten daarin een verantwoordelijkheid, maar stedelijke vernieuwing vraagt om inzet van vele, vele partijen: overheden, bewoners zelf, politie, corporaties, scholen, welzijnsinstellingen en ga zo maar door. Het is te makkelijk om een schijnbaar geconstateerd probleem zonder schroom op het bordje van de gemeente te leggen.</p>
<p>Tenslotte de zorg van de auteurs over het afglijden van deze buurten tot, ja tot wat eigenlijk? Onderkant is onderkant, lager afglijden kan niet. Dan maar de no-go area van stal halen, zullen de auteurs hebben gedacht. Het straalt urgentie uit, en trekt gegarandeerd media-aandacht. Was Schelto Patijn er nog maar om Entzinger en Scheffer op het matje te roepen. In Nederland bestaan geen no-go area’s. En nu weer aan het werk</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Dries Drogendijk</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-no-go-area-doet-het-goed/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leren van Curaçao</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/leren-van-curacao/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/leren-van-curacao/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Mar 2012 08:45:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Curaçao]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3786</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/Fleur-de-Marie.jpg" /> In 2008 kreeg Curaçao van Ella Vogelaar op de valreep (na terugkomst in Nederland mocht ze meteen opstappen) de toezegging dat Nederland ook geld beschikbaar zou stellen voor de wijkaanpak op het Antilliaanse eiland. Nu, ruim drie jaar en een omschakeling van Curaçao tot een onafhankelijk land binnen het Koninkrijk later, ben ik op het eiland en benieuwd hoe het met de Curaçaose wijkaanpak gaat. Ook vraag ik me af: wat kunnen wij leren van Curaçao?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In 2008 kreeg Curaçao van Ella Vogelaar op de valreep (na terugkomst in Nederland mocht ze meteen opstappen) de toezegging dat Nederland ook geld beschikbaar zou stellen voor de wijkaanpak op het Antilliaanse eiland. Nu, ruim drie jaar en een omschakeling van Curaçao tot een onafhankelijk land binnen het Koninkrijk later, ben ik op het eiland en benieuwd hoe het met de Curaçaose wijkaanpak gaat. Ook vraag ik me af: wat kunnen wij leren van Curaçao? Ik sprak met Vernon Daal, tot voor kort Programmadirecteur Plan Nashonal pa Desaroyá Bario (Nationaal Plan Wijkontwikkeling), en Sofia Saavedra Bruno, architect, stedenbouwkundige en assistent hoogleraar aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.</strong></p>
<p>De context, de geschiedenis, alles is anders op Curaçao. Als je denkt dat het land een kleine tropische variant van Nederland is, vergeet het maar. Het eiland telt bijna 150.000 inwoners (een bevolking zo groot als Haarlem) en van de 54.500 huishoudens leeft zo’n 60% onder de op het eiland gehanteerde armoedegrens van omgerekend ca. €950. Van de 270 wijken, waarvan 70 slechts een paar huizen tellende, is in 150 wijken sprake van verslechterde leefbaarheid. De problemen die in de wijken spelen zijn naast armoede, eenoudergezinnen, werkloosheid, schooluitval en criminaliteit ook slechte staat van woningen en ontbreken van (goede) infrastructuur, riolering en openbare verlichting.</p>
<p>In 2009 is begonnen met de integrale aanpak van vijf wijken. Of eigenlijk moet ik zeggen opnieuw begonnen, want al  vanaf de jaren 50 is er <a href="http://www.ruimtevolk.nl/images/Wijkontwikkeling op Curaçao.pdf">aandacht</a> <a rel="attachment wp-att-3791" href="http://ruimtevolk.nl/blog/leren-van-curacao/wijkontwikkeling-op-curacao/"></a>voor slechtere wijken op het eiland. De wijken die in 2009 aan bod kwamen waren de wijken die op de een of andere manier vooraan in de rij stonden; een wijk met erfgoed die binnen de UNESCO Wereld Erfgoed zone viel, een wijk waar een regerend politicus vandaan kwam en twee corporatiewijken (het eiland kent één corporatie, Fundashon Kas Popular).</p>
<div id="attachment_3789" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3789" href="http://ruimtevolk.nl/blog/leren-van-curacao/noord-sapate/"><img class="size-full wp-image-3789" title="Noord-Sapate" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/Noord-Sapate.jpg" alt="" width="510" height="332" /></a><p class="wp-caption-text">Sociale woningbouw in Noord Sapaté, foto: Judith Lekkerkerker</p></div>
<p><strong>Nationaal plan à la Deltawerken</strong><br />
Toen de nieuwe coalitie van het nieuwe land Curaçao in oktober 2010 aantrad was het even spannend of de wijkaanpak doorgezet zou worden. Wat de vorige regering deed was bij deze coalitie niet in zwang. De kersverse premier Gerrit Schotte koos er uiteindelijk voor de wijkaanpak op te schalen tot nationaal plan à la Deltawerken. Het <a href="http://www.gobiernu.an/extranet/curacao.nsf/resources/9A00C0D16F68888A04257976004DE89F/$FILE/Plan%20Nashonal_final_NL.pdf" target="_blank">Plan Nashonal pa Desaroyá Bario</a> is eind 2011 vastgesteld. Komende vier jaar worden 60 wijken aangepakt, 15 per jaar, en het nationaal plan schetst het te volgen proces. Een ambitieus streven. Er zijn meerdere factoren die dit streven bemoeilijken, maar er zijn ook zaken die een positieve invloed hebben en waar wij in de Nederlandse praktijk wellicht van kunnen leren.</p>
<p><strong>Lokale betrokkenheid</strong><br />
Curaçao is een klein eiland. Dit heeft een aantal grote voordelen. Zo zijn werkgevers veel meer betrokken bij de leefsituatie van hun werknemers en goed te enthousiasmeren om ook bij te dragen aan wijkontwikkeling. Als de werknemer door zijn leefsituatie te laat op werk komt, bijvoorbeeld door ontbreken van openbaar vervoer in de buurt van zijn huis, is dat ook voor de werkgever een probleem. Ook de bouwwereld en banken zijn makkelijker mee te krijgen in de aanpak, tenminste als zij met enthousiasme en een goed plan benaderd worden. De mogelijkheid bij te dragen aan de ontwikkeling van het eiland raakt een trotse snaar en heeft een goede uitstraling naar toekomstige opdrachtgevers en klanten.</p>
<p><strong>Kennisontwikkeling</strong><br />
Nog een voordeel: op een afgelegen eiland zijn externe adviseurs en projectleiders niet zo makkelijk in te vliegen dus moet je leren roeien met de riemen die je hebt. Op Curaçao is zodoende vanaf 2009 ingezet op kennisontwikkeling en inspiratie. Met hulp van de Gemeente Amsterdam is een leergang gebiedsmanagement georganiseerd en de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) organiseerde een studiereis naar Medellín in Colombia. Deze excursie diende vooral om kennis op te doen van een boeiende bottom-up benadering van de ontwikkeling van wijken die meer past bij de Curaçaose context dan de Nederlandse praktijk die meer top down gestuurd is.</p>
<p>De UNA speelt ook verder een actieve rol in de wijkontwikkeling. Sofia Saavedra Bruno vertelt over de opdrachten die zij studenten laat uitvoeren in de wijken. Onder het motto van ‘arquitectura directa’ &#8211; kleine ingrepen in de openbare ruimte die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het functioneren van een wijk &#8211; daagt ze studenten uit om samen met bewoners, en met een minumum aan middelen, de wijk te verbeteren. Studenten worden beoordeeld op de impact van de ingreep en de mate van bewonersparticipatie. Deze methode is ontwikkeld door het Latijns-Amerikaanse architectencollectief <a href="http://www.supersudaca.org" target="_blank">Supersudaca</a>, waar Saavedra Bruno mede-oprichter van is. Hiermee speelt het onderwijs geen abstracte rol langs de zijlijn van de praktijk, zoals vaak het geval in Nederland, maar realiseren studenten projecten en dragen zij direct bij aan de ontwikkeling van wijken. Als spin-off hebben studenten van de UNA in de wijk Whishi <a href="http://www.versgeperst.com/nieuws/139396/led-straatverlichting-aangestoken-in-wishi.html" target="_blank">initiatief</a> genomen om openbare verlichting (met duurzame LED-armaturen) te realiseren om onveiligheidsgevoelens tegen te gaan.</p>
<p>Volgens Daal zou de rol van de UNA nog versterkt kunnen worden. De UNA zou een kenniscentrum voor wijkontwikkeling moeten worden, waarmee continu gebouwd wordt aan kennis, competentie en enthousiasme voor wijkontwikkeling.</p>
<div id="attachment_3788" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3788" href="http://ruimtevolk.nl/blog/leren-van-curacao/studenten-fmg-tf/"><img class="size-full wp-image-3788" title="Studenten-FMG-TF" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/Studenten-FMG-TF.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Studenten van de Faculteit Maatschappij en Gedragwetenschappen en Techische Faculteit van de Universiteit van de Antilllen aan de slag in Fortuna Ariba, bron: Universiteit van de Nederlandse Antillen</p></div>
<p><strong>Korte lijnen</strong><br />
Een ander voordeel van het eilandperspectief wordt gevormd door de korte lijnen tussen uitvoeringsorganisatie, bewoners en bestuurders. Dit is mogelijk door de kleine omvang van het overheidsapparaat, een simpele uitvoeringsorganisatie in de wijk (een tandem van twee wijkmanagers, een voor fysieke zaken, de ander voor sociale zaken), de bestuurlijke prioriteit die aan wijkontwikkeling wordt gegeven, maar ook door de flexibele opstelling die een Curaçaoënaar wellicht meer eigen is dan een Hollander. Met die flexibele opstelling lukt het tot nu toe om het proces op zo’n manier in te richten dat bewoners optimaal worden betrokken.</p>
<p>Die bewoners hebben een grote rol in het bepalen van de inhoud van wijkontwikkelingsplannen. Deze worden door het Tim di Bario (wijkteam bestaande uit bewoners en professionals) aan de hand van verschillende bijeenkomsten opgesteld. Tijdens de bijeenkomsten wordt invulling gegeven aan de analyse, ambities, doelen en maatregelen van de vijf pijlers van het Nationaal Plan: wonen en omgeving, werken en ondernemen, leren en opgroeien, familie en gezin en veiligheid en overlast. Bewoners bepalen vervolgens de prioriteit van maatregelen. Met dit laatste gegeven hebben bewoners in dit proces meer invloed dan in de Nederlandse praktijk gangbaar is.</p>
<p>Volgens Vernon Daal is het tot slot goed dat minister-president Gerrit Schotte het Nationaal Plan Wijkontwikkeling heeft geadopteerd als een van zijn persoonlijke speerpunten in plaats van dat dit onderwerp is ondergebracht bij een van de vakministers. Dit komt de integraliteit en de uitstraling van het Nationaal Plan naar externe partners ten goede.</p>
<p>Een boeiend perspectief, dat eilandperspectief. Met ingrediënten als betrokkenheid van het lokale bedrijfsleven, de actieve deelname van de universiteit, en korte lijnen tussen bewoners, uitvoeringsorganisatie en bestuurders biedt het een perspectief waar wij in Nederland in veel gevallen nog van kunnen leren. Op Curaçao zijn ze er ondertussen nog lang niet. Het Plan Nashonal zoekt sinds het vertrek van Daal een nieuwe coördinator, in het overheidsapparaat moet de bestuurlijke prioriteit nog meer landen dan nu het geval is, komende jaren zal een derde van het ambtenarenapparaat met pensioen gaan, en de middelen die voor wijkontwikkeling begroot zijn, zijn nog niet exclusief voor de wijkaanpak gereserveerd.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Wijkaanpak in Fleur de Marie, foto: Judith Lekkerkerker</em></p>
<p><em>Voor meer informatie over de excursie naar Medellín:</em><br />
<a href="http://www.indigoblueconsult.com/file/4"><em>Ervarend leren: studiereis Medellin</em><em>, Achtergrondartikel studiereis UNA naar Medellin, “urbanismo sosial” (integrale wijkaanpak)</em></a></p>
<p><em>Meer informatie over de workshops Arquitectura Directa:</em><br />
<em><a href="http://www.una.an/tf/index.php?option=com_content&amp;view=article&amp;id=136&amp;Itemid=217" target="_blank">http://www.una.an/tf/index.php?option=com_content&amp;view=article&amp;id=136&amp;Itemid=217</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/leren-van-curacao/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De grote uitsortering</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-grote-uitsortering/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-grote-uitsortering/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Mar 2012 20:36:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale segregatie]]></category>
		<category><![CDATA[SVIR]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3766</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/03/socialesegregatiepimgeerts.jpg" /> De overheid trekt zich terug uit de ruimtelijke sector. Het Rijk ziet, behalve op het gebied van mobiliteit, nauwelijks nog een taak voor zichzelf weggelegd. Op provinciaal en gemeentelijk niveau is zelfsturing tegenwoordig het adagium. Intussen gaat de strijd om de ruimte gewoon door. Deze wordt niet meer gevoerd met investeringsgeld, maar is nu een worsteling tussen de winnaars en verliezers in de postindustriële, gemondialiseerde economie.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De overheid trekt zich terug uit de ruimtelijke sector. Het Rijk ziet, behalve op het gebied van mobiliteit, nauwelijks nog een taak voor zichzelf weggelegd. Op provinciaal en gemeentelijk niveau is zelfsturing tegenwoordig het adagium. Intussen gaat de strijd om de ruimte gewoon door. Deze wordt niet meer gevoerd met investeringsgeld, maar is nu een worsteling tussen de winnaars en verliezers in de postindustriële, gemondialiseerde economie.</strong></p>
<p>Geen enkel aan de planning gelieerd thema staat de laatste jaren zo in de belangstelling als de economie. De financiële crisis en de weinig florissante toekomstverwachting voor de euro heeft het geloof in onze bestaanszekerheid ernstig geschaad. We twijfelen zelfs aan ons economisch bestaansrecht. Wat heeft Europa, Nederland, de Randstad of het KAN-gebied nog voor toegevoegde waarde in de eeuw van Azië? Deze zomer gaf ik bij familie een lange uiteenzetting over de opkomst van de creatieve kenniseconomie. Toen ik eindelijk mijn mond hield zei mijn schoonvader: “Maar we máken hier niets meer”. Tja. Voor wie economische kracht associeert met stampende fabrieken en kranige menschen in vuile overalls, lijkt het alsof Nederland al lange tijd op de pof leeft. En deels klopt dat ook. In mijn geboortestad Enschede, eens het grootste textielproductiecentrum van het Europese vasteland, wordt nagenoeg niets tastbaars geproduceerd. De arbeidsparticipatiegraad ligt er op een schamele 60% en dan werkt ook nog eens een derde van de beroepsbevolking in de publieke sector, vooral in de zorg en het onderwijs. Enschede is geen stad die haar eigen broek ophoudt. De helft van de gemeentebegroting gaat er op aan sociale lasten.</p>
<p><strong>Uitsortering</strong></p>
<p>Steden die het verlies van industriebanen niet wisten te compenseren, hebben het in de hele westerse wereld moeilijk. Maar ook in succesvolle steden zijn er gaten in de arbeidsmarkt gevallen als gevolg van het vertrek van de maakindustrie naar Azië. De hoogwaardige en creatieve dienstensector die in de grote steden bloeit, schept bovendien naast specialistische banen vooral een grote vraag naar laagwaardige diensten. Helaas dringen schoonmakers, bordenwassers en bagage handlers niet snel door tot de middenklasse. De arbeidsmarkt polariseert. In dit licht is het opvallend dat de inkomensongelijkheid in Nederland tot nu toe nauwelijks toeneemt. Dat is prettig en in veel westerse landen echt anders, denk aan Groot-Brittannië en de VS. Wat we wel zien is dat de ruimtelijke uitsortering van groepen mensen, die in de VS al enige jaren terug werd gesignaleerd, ook hier manifest wordt. Die uitsortering geschiedt niet zozeer naar inkomen als wel naar opleidingsniveau.</p>
<p>En dat is voor de ruimtelijke ordening toch ingrijpend. Hoogopgeleid en creatief verzamelt zich in de kern van de grote steden en in de mooiste suburbane milieus: het Gooi, de Binnenduinrand, de Veluwezoom. Middelbaar opgeleid is vanaf 1970 <em>en masse</em> richting minder idyllisch gelegen suburbs getrokken: Almere, Purmerend, Hellevoetsluis, Duiven, Zoetermeer. De laagopgeleiden wonen vaak nog in de minder gewilde delen van de grote steden, maar steeds vaker ook in suburbane milieus uit de jaren ’70 en ’80, waarvan de populariteit duidelijk tanende is. Maar daar blijft het niet bij. Hoe meer ik lees over de ontwikkeling van economische sectoren en de werkgelegenheid, hoe meer ik er van overtuigd raak dat ook Nederland met een grotere inkomensongelijkheid te maken gaat krijgen. Voor mijn geestesoog doemt een beeld op van een land dat splijt, waardoor kansen en inkomens ongelijk verdeeld zijn. Dit beeld van sociale segregatie wordt onder andere bevestigd op <a href="http://www.nrc.nl/nieuws/2012/02/14/statistiek-saai-cbs-cijfers-komen-tot-leven-op-een-kaart/">deze kaart</a> en <a href="http://www.nrcnext.nl/stembureaus/">deze kaart</a>, waarop respectievelijk demografische en sociaal-economische gegevens op postcodeniveau en het stemgedrag op stembureaniveau zijn weergegeven.</p>
<p><strong>Geluksmachine</strong></p>
<p>Het lijkt er op dat er in de toekomst voor hoogwaardige dienstverleners en veel creatieve bedrijven nog volop werk zal zijn. Ook in de zorg, het onderwijs en horeca is nog altijd vraag naar mensen. Maar in de kenniseconomie wordt alleen de cognitieve bovenklasse werkelijk goed betaald. Lager en middelbaar opgeleiden hoeven niet werkloos thuis te zitten, maar het consumentengeluk dat in de 20<sup>e</sup> eeuw voor iedereen bereikbaar werd, zal aan een kleinere groep voorbehouden zijn. De staat fungeert nu als geluksmachine door rijkdom te spreiden en iedereen een waardig bestaan te bieden. Die waardigheid staat voor veel mensen gelijk aan de mogelijkheid mee te doen in het weergaloze koopfeest, dat onze woonkamers heeft herschapen in toonzalen vol consumentenelektronica. Wordt mensen deze waardigheid ontnomen of ontzegd, dan ligt sociale onrust op de loer. Dat deze geluksmachine steeds lastiger te financieren is, staat buiten kijf.</p>
<p>De onrust is deels al af te lezen aan de verkiezingsuitslagen in ons land. De lagere middenklasse stemt niet voor niets conservatief, PVV of SP, terwijl de cognitieve en creatieve elite in de grote steden en de rijke suburbs vol vertrouwen liberaal kiest, D’66-GroenLinks of VVD. Als de VS ons voorland zijn, staat ons een verdere uitholling van het politieke midden te wachten. Vreemd genoeg denken juist D’66 en GroenLinks als redelijk alternatief dit gat te kunnen vullen, terwijl ze een hoogopgeleid uiterste van de bevolking vertegenwoordigen. Als gevolg van de hierboven geschetste ruimtelijke uitsortering kan er landelijk tweespalt ontstaan over beleidsonderwerpen die de ruimtelijke sector raken: sociale woningbouw vs. subsidiëring van het eigen woningbezit, fiets en stadsvervoer vs. auto en trein, tegengaan van immigratie door kansarmen vs. een open arbeidsmarkt voor kennismigranten, sociale zekerheid vs. economische flexibiliteit.</p>
<p><strong>Elitair</strong></p>
<p>Ruimtelijke segregatie leidt tot verminderde tolerantie voor elkaars levenswijze en overtuigingen. Daarbij is etniciteit van steeds minder groot belang, maar opleidingsniveau des te meer. <em>Ik hou van Holland</em> staat lijnrecht tegenover het <em>Holland Festival</em>. Ons land werd tot in de jaren ’80 bijeengehouden door de maatschappelijke zuilen die de sociaal-economische lagen verticaal doorregen. Nu functioneert onze democratie alleen nog dankzij een sentiment van nationale verbondenheid. Als dat verdampt kunnen stad en land wel eens verder uit elkaar drijven dan we nu voor mogelijk houden. Het tegengaan van ruimtelijke segregatie is daarmee een zaak van nationaal belang. Allerlei vormen van zelfsturing in stadsontwikkeling en planologie worden nu opgevoerd als universele stoplap. Behalve dat bovenregionale problemen er niet mee kunnen worden opgelost, betreffen het in essentie elitaire verhalen over zelfredzame burgers, waarmee het hoe dan ook wel goed komt. Ze zijn geen antwoord op de planningsopgaven die uit de balkanisering van ons land voortvloeien.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Pim Geerts, Beeldopbouw (<a href="http://www.beeldopbouw.com/">http://www.beeldopbouw.com/</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-grote-uitsortering/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oude piramide</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/gouden-piramide/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/gouden-piramide/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 27 Feb 2012 08:26:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3721</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Funenpark-Amsterdam-foto-Michelmitchell-02.jpg" /> De Gouden Piramide is een Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap. Een tot nu toe prestigieuze prijs. Dat prestige heeft wel een deuk opgelopen na nogal wat procedurele en inhoudelijke missers. Een uitvoerder kreeg deze opdrachtgeversprijs, de jury blijft anoniem en de criteria veranderden tijdens het spel. Vincent Kompier zet vraagtekens bij de waarde van de Gouden Piramide.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Dit najaar kreeg <a href="http://www.heijmans.nl/" target="_blank">Heijmans Vastgoed</a> de Gouden Piramide prijs voor <a href="http://www.archined.nl/kort-nieuws/2011/november/heijmans-wint-gouden-piramide-2011-met-het-funen/" target="_blank">het Funen</a> in Amsterdam. Een bijzonder project en Heijmans gun ik de prijs. Maar het gaat hier om de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, een tot nu toe prestigieuze prijs. Dat prestige heeft wel een deuk opgelopen na nogal wat procedurele en inhoudelijke missers. Allereerst zat in de jury voor deze Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap geen enkele opdrachtgever.  Daarnaast krijgt Heijmans de prijs als opdrachtgever, terwijl ze in de praktijk vooral de uitvoerder waren.  En in het juryrapport zijn nogal wat gelegenheidsargumenten gebruikt.</strong></p>
<p><strong>Het Funen</strong><br />
Waar gaat het om? Sinds 2003 wordt ieder jaar De Gouden Piramide toegekend (trofee, tv-documentaires, publicatie, 50.000 euro voor de winnaar). Daarmee willen de Ministeries van Klinkers &amp; Medeklinkers (I&amp;M, BZK, OCW en EL&amp;I) het inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, ruimtelijke ordening en de infrastructuur stimuleren. Vanaf 2006 wordt deze prijs het ene jaar aan de categorie gebiedsontwikkeling uitgereikt, het andere jaar aan architectuur.</p>
<p>In 2011 heeft een jury 51 gebiedsontwikkeling-inzendingen beoordeeld en vijf projecten genomineerd, variërend van een park tot de transformatie van een voormalig bedrijfsterrein. De jury heeft alle vijf projecten bezocht en een <a href="http://www.goudenpiramide.nl/clientdata/downloads/Persbericht%20uitreiking%20Gouden%20Piramide%202011.pdf" target="_blank">winnaar </a>voorgedragen: Het Funen in Amsterdam, ontwikkeld door Heijmans. Het is niet de eerste prijs voor Het Funen; eerder werd aan het spectaculaire woningblok Verdana van NL Architects de <a href="http://nieuwbouwprijs.nl/2011/10/31/prijsuitreiking-amsterdamse-nieuwbouwprijs-2011/" target="_blank">Amsterdamse nieuwbouwprijs 2011</a> toegekend. Terecht, want concept, plan en uitvoering van het Funen zijn prachtig. En toch jeukt er nu iets.</p>
<p><strong>Transpirerend opdrachtgever</strong><br />
Onlangs was op ArchiNed een <a href="http://www.archined.nl/nieuws/2011/december/europan-verliezen/" target="_blank">persoonlijk verslag</a> te lezen van een verliezer van de Europan-prijsvraag, de prijsvraag voor jonge architecten. Bijzonder, want meestal komt de verliezer niet aan het woord. Eenzelfde teleurgestelde gevoel maar dan over een winnaar bekroop mij toen ik over de prijs voor Heijmans las. Niet omdat ik het Heijmans niet gun; <a href="http://www.overruimte.nl/2011/de-piramide-van-020/ " target="_blank">zij geven ruimhartig aan dat anderen ook alle eer toekomt</a>. Mij gaat het om de procedurele en inhoudelijke missers die in het juryrapport zijn gemaakt. En die deze prijs van naam geen goed doen.</p>
<p>Dat Heijmans bijna alleen uitvoerder is geweest wordt niet als zodanig in het juryrapport gemeld. De bedenker van het gebiedsontwikkelingsconcept voor het Funen -IBC Vastgoed- bestaat niet meer; want is in 2000 overgenomen door Heijmans Vastgoed. Niet is te lezen dat gedurende het ontwikkelingsproces Heijmans de plannen vanwege de economische crisis flink heeft versoberd – de architectenbureaus DKV, Sambeek, Van Gameren en Lafour dienden na het definitief ontwerp de  ontwerpen zodanig aan te passen dat er meer woningen gebouwd konden worden. De jury kan over het hoofd hebben gezien dat Heijmans als inspirerende opdrachtgever cruciale onderdelen van dit gebiedsontwikkelingsconcept &#8211; groen en autovrij wonen in een park &#8211; als bijvoorbeeld sedumdaken wegens te hoge kosten het plan heeft uitgefietst. Ook hoort U mij niet klagen over de zes jaar die het Heijmans gekost heeft om de warmteproblematiek van het gebouw Sporenboog met de glazen geluidsgevel op te lossen. Dat valt onder transpirerend opdrachtgeverschap.</p>
<p><strong>Wisselende criteria</strong><br />
Wie de moeite neemt  - ik, zei de gek &#8211; om het juryrapport te lezen ziet dat de beoordelingscriteria gelegenheidsargumenten worden. De publicatie waarin het juryrapport is opgenomen vermeldt dat wordt beoordeeld op een tweetal aspecten. Als eerste de wijze waarop de opdrachtgever vorm en inhoud heeft gegeven aan het opdrachtgeverschap en ten tweede: “<em>de kwaliteit van ingezonden project is van belang</em> “ (sic: Welke kwaliteit? Hoge of lage?). Daarnaast zijn er zes overige toetsingscriteria, die niet bij het officiële reglement horen, maar als leidraad dienen: de criteria gebruiks-, culturele- en toekomstwaarde worden toegepast op de kwaliteit van het project. De prestaties van de opdrachtgever worden beoordeeld met de criteria: creativiteit (hoe gaat ie om met hindernissen), deskundigheid (het op waarde kunnen schatten van de adviezen van de ontwerper) en bezieling (de mate waarin een opdrachtgever ook anderen voor zijn project enthousiast heeft weten te maken). Even later wordt op pagina 42 in de publicatie vermeld dat de jury de inzendingen ook op “<em>omgang met het verleden</em>” gaat beoordelen, nadat een jurylid heeft geroepen dat integratie van oud en nieuw een criterium zou moeten zijn. Terwijl dat geen officieel beoordelingscriterium is. Kortweg: een rommeltje, die criteria. Daarnaast is nergens een heldere definitie gegeven van wat gebiedsontwikkeling eigenlijk inhoudt.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3723" href="http://ruimtevolk.nl/blog/gouden-piramide/funenpark-amsterdam-foto-michelmitchell-01/"><img class="alignnone size-full wp-image-3723" title="Funenpark-Amsterdam-foto-Michelmitchell-01" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Funenpark-Amsterdam-foto-Michelmitchell-01.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p><strong>Màxima</strong><br />
De eindstrijd gaat tussen het Màximapark in Utrecht en het Funen in Amsterdam. Waar voor beide projecten een opmerkelijke conclusie wordt getrokken: “<em>bij ‘Máximapark en Funen zijn het de ontwerpers die aan de basis staan van het succes. De opdrachtgevers hebben zich daar vervolgens ontvankelijk voor getoond en hebben zich volop ingezet om de plannen gerealiseerd te krijgen</em>”. Een anoniem (Waarom eigenlijk anoniem? Moeten ze ergens tegen beschermd worden?) jurylid ziet in Van Dongen, de Cohen van het Funen: “<em>Ik heb er bewondering voor dat de opdrachtgever zich heeft laten meenemen door Frits van Dongen (stedenbouwkundig ontwerper en supervisor) die de zaak al die tijd bij elkaar heeft gehouden</em>”. Ook de gemeente Amsterdam wordt geroemd: “<em>die heeft namelijk consequent vastgehouden aan het openbare karakter van de buitenruimte</em>”. Met andere woorden: Frits van Dongen wordt de hemel in geprezen, de gemeente Amsterdam wordt de hemel in geprezen en vervolgens krijgt Heijmans een prijs (50.000 euro) voor inspirerend opdrachtgeverschap.</p>
<p><strong>WC-eend</strong><br />
Dan begint het toch te jeuken. Want wat wil de jury hier nu mee zeggen? Dat ze de kluts kwijt is en Heijmans maar een prijs heeft gegeven? Dat ze eigenlijk Van Dongen en de gemeente de winnaar vinden, maar dat niet durven zeggen? Wees dan een vent als jury en zeg: we reiken de prijs dit jaar niet uit, wegens gebrek aan goed en inspirerend opdrachtgeverschap. Nu hangt rond dit juryoordeel een sterk &#8220;Wij van WC-eend adviseren <a href="http://www.youtube.com/watch?v=YsvHeLUOoxs" target="_blank">WC-eend&#8221; -gehalte</a>. Dat wordt veroorzaakt doordat de enige echte opdrachtgever in de jury zich halverwege heeft teruggetrokken uit de jurering wegens bemoeienis bij een van de genomineerde projecten. Wat over blijft is een jury zonder één opdrachtgever, die de prijs voor inspirerend opdrachtgeverschap moet uitreiken; vier van de zes stemmende juryleden zijn op een of andere manier ontwerper. Terwijl Artikel 6 van het reglement vermeld dat een van de leden afkomstig moet zijn “<em>uit kringen van het professionele opdrachtgeverschap</em>”. Wie tussen de regels leest ziet dat deze jury de prijs aan Van Dongen had willen geven, maar ja; die is ontwerper en geen opdrachtgever. Van Dongen en de gemeente, die zijn inspirerend en opdrachtgevend, dat zijn wat mij betreft de echte winnaars.</p>
<p><strong>Tip</strong><br />
Ik raad de jury aan diep te beraadslagen over de grondbeginselen voor de komende ronde. Voordat de Piramideprijs verwordt tot datgene waar de prijs haar naam aan ontleent: een gebouw dat louter een religieus en/of ceremonieel karakter heeft. Terwijl de prijs zou moeten zijn:  een inspirerende opdrachtgever op een correcte manier prijzen.</p>
<p>En dan nog een tip voor de organisatie: zet het komende juryrapport van 2012 integraal -en ongeanonimiseerd- op internet. Als je in een jury wilt zitten moet je ook staan voor je mening. Je wordt tenslotte om je deskundige en kritische blik gevraagd en je normale werk doe je ook niet anoniem. Kennis delen en transparantie, dat is 2012. Niet een juryrapport in een publicatie verpakken à  € 24,50-. Dat is zo…. oude piramide.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Het (anonieme) juryrapport is opgenomen in de publicatie &#8216;Ruimte in ontwikkeling&#8217; die bij Uitgeverij 010 is uitgekomen, zie  <a href="http://www.goudenpiramide.nl/geschiedenis/2011" target="_blank">http://www.goudenpiramide.nl/geschiedenis/2011</a></em></p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel: Funenpark, Amsterdam; foto: Michel Mitchell <a href="http://www.michelmitchell.nl" target="_blank">(www.michelmitchell.nl</a></em>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/gouden-piramide/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Landschappen te kust en te keur</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 09:45:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul Roncken</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Landbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Landschapsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Natuurontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Zeeland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3676</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/ontpolderen.jpg" /> De discussie rond de Hedwigepolder draait om de vraag of die polder natuur of landbouw moet zijn. Dat is een belediging voor ons intellect en de Nederlandse traditie van landschapsbouw. Er is landschapsontwikkeling mogelijk die menselijke geraffineerdheid benut om via de natuur landbouwproducten te verkrijgen en via de combinatie landschapsbeleving te creëren. Het is als een eenvoudige formule waar niet of-of wordt berekend maar via-via. Of anders gezegd: er zijn dus alternatieven denkbaar om tegelijkertijd de afspraken niet te schaden en de landschapsontwikkeling optimaal uit te voeren. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De discussie rond de Hedwigepolder draait om de vraag of die polder natuur of landbouw moet zijn. Dat is een belediging voor ons intellect en de Nederlandse traditie van landschapsbouw. De Wageningen Universiteit nodigt staatssecretaris Bleker uit om te komen praten over &#8216;landschapsmachines&#8217; die natuur, landbouw, erfgoed, zorg, voedselproductie, recreatie en economie combineren.</strong></p>
<p>Staatssecretaris Bleker krijgt tot eind februari om de Europese Commissie te overtuigen dat het landbouwgebied in de Hedwigepolder geen natuur hoeft te worden. Het is het zoveelste hoofdstuk in de soap over de keuze tussen landbouw en natuur. Het vreemde is dat het hierbij helemaal niet gaat om de vraag wat Nederlanders (en Vlamingen) nu eigenlijk hebben aan het al dan niet ontpolderen van de landbouwpolders.</p>
<p><strong>Zwart-wit</strong><br />
De kwestie rondom de Hedwigepolder komt voort uit een streng verdrag, waarin economisch gebruik van een waternetwerk moet worden gecompenseerd met eerlijke natuurontwikkeling. Hierachter zit een zwart-witdenken dat ons intellect niet serieus neemt. Er lijken goed argumenten te zijn voor compensatie, maar evengoed zijn er redenen om goede landbouwgrond niet op te geven.</p>
<p>De politieke discussie over landbouw of natuur is een aanfluiting in het licht van de indrukwekkende traditie van Nederlanders in het vormgeven van landschappen met alles wat we nodig hebben: ziektepreventie, voedselproductie, biotoopontwikkeling en toegankelijkheid voor de mens. We doen onze nationale vindingrijkheid tekort door het ontkennen van win-winsituaties waarin we <em>via</em> natuurontwikkeling goede landbouwproducten en gezondmakende landschapsbeleving mogelijk maken.</p>
<p><strong>Landschapsmachines</strong><br />
Aan de Wageningen Universiteit zijn studenten al jaren al hun jeugdig enthousiasme bezig om deze nieuwe landschapsontwikkelingen uit te werken. In de levende landschappen van Zeeland kunnen slimme ecologische inzichten zodanig worden toegepast, dat ze eerlijke visproductie en zoute landbouwgewassen opleveren in een landschap dat robuuster is dan zeebestendige dijken.</p>
<div id="attachment_3677" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3677" href="http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/polderstudie/"><img class="size-full wp-image-3677" title="polderstudie" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/polderstudie.jpg" alt="" width="510" height="417" /></a><p class="wp-caption-text">MSc-studenten Landschapsarchitectuur van Wageningen Universiteit, Sophia Molpheta en Karim van Wonderen, ontwierpen een polder waarin op grote schaal visteelt word gecombineerd met natuur en recreatie, een multifunctioneel landschap. (http://www.lar.wur.nl/UK/Education/MSc+Thesis/Thesis+examples/salinelandscapes/)</p></div>
<p>Zulke zogenaamde &#8216;landschapsmachines&#8217;, die op dit moment op papier worden ontwikkeld, zijn toe aan grootschalige testen. Precies zoals op dit moment gebeurt met de <a href="http://www.dezandmotor.nl/" target="_blank">Zandmotor</a> voor de kust tussen Ter Heijde en Kijkduin. Een ander voorbeeld is de recente discussie in <a href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3173026/2012/02/11/Plan-Marker-Wadden-is-puur-plagiaat.dhtml" target="_blank">Trouw</a> rond het plan Marker Wadden van Natuurmonumenten, waarvoor de <a href="http://www.natuurmonumenten.nl/content/postcode-loterij-maakt-droomplan-voor-markermeer-mogelijk" target="_blank">Postcodeloterij</a> miljoenen euro&#8217;s overheeft. Ook daar is meer mogelijk dan alleen natuurontwikkeling.</p>
<p><strong>Niet of-of maar via-via</strong><br />
Er is landschapsontwikkeling mogelijk die menselijke geraffineerdheid benut om via de natuur landbouwproducten te verkrijgen en via de combinatie landschapsbeleving te creëren. Het is als een eenvoudige formule waar niet of-of wordt berekend maar via-via. Er zijn twee alternatieven denkbaar om tegelijkertijd het verdrag niet te schaden en de landschapsontwikkeling optimaal uit te voeren. Studenten van de Wageningen Universiteit hebben hiervoor al studies gedaan.</p>
<p>Een eerste optie is het combineren van bestaande of nieuwe landbouw- en visserijbedrijven in nieuwe coöperaties. Deze coöperaties kunnen, beter dan afzonderlijke boerenbedrijven, het beheer en onderhoud doen op de schaal van volledige kustlandschappen. Deze nieuwe agrarische bedrijvigheid kan een samenwerking zijn tussen viskwekers die het zoute water benutten voor visteelt met veetelers en schapenhouders die begrazing van dijken en polders combineren met vleesproductie. Zo wordt landbouw natuurbeheer en vice versa.</p>
<p><strong>Stevige structuur</strong><br />
Denken op de schaal van volledige kustlandschappen zorgt ervoor dat je niet verstrikt raakt in een welles-nietesspelletje over één polder. Het zorgt dat je het Nederlandse (en Vlaamse) erfgoed behoudt en tegelijkertijd zo&#8217;n stevige structuur geeft dat dit de komende vijftig jaar behouden blijft. Landschappelijk erfgoed is per definitie aan grote landschapsstructuren verbonden. Hetzelfde geldt voor een goed en robuust natuurbeheer.</p>
<p>Het tweede alternatief is het terugbrengen van de getijdebeweging in de Hedwigepolder. De getijdewerking geeft een dynamiek die zeer constant is, als een machinale beweging die zich voorspelbaar gedraagt. Viskwekerijen kunnen deze getijdebeweging gebruiken. En ook het verwerking van vervuild water is mogelijk door aanwezigheid van zoet, zout en brak water. Kennis van biologie, ecologie en technologie maakt van deze natuurlijke dynamiek een efficiënte kringloop waar voedselproductie of vuilverwerking een logische plaats krijgt.</p>
<p><strong>Integrale landschapsontwikkeling</strong><br />
Ook hier geeft de natuur ons iets dat in een goed landschapsontwerp meerdere gewenste gevolgen heeft. Het geheel oogt als een dynamisch en interessant natuurgebied maar levert met zekerheid een landbouwproductiviteit op die wij als welvarende gemeenschap nodig hebben.</p>
<p>Staatssecretaris Henk Bleeker moet bij zijn goedgezinde landbouwuniversiteit op bezoek om zich te laten bijpraten over de stand van zaken in integrale landschapsontwikkeling. Dan zijn er geen keuzes nodig waarbij altijd iemand verliest, maar volgen daden die enthousiast maken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Hedwigepolder, foto: Michiel Wijnbergh, <a href="http://www.wijnbergh.nl/">www.wijnbergh.nl</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningmarkt zoekt vrijdenkers</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningmarkt-zoekt-vrijdenkers/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningmarkt-zoekt-vrijdenkers/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Feb 2012 20:49:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Buisman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3652</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Naamloos-1.jpg" /> Het is de hoogste tijd voor een integrale hervorming van de woningmarkt: voor de Grote Brutering. Door steeds te blijven vasthouden aan de hypotheekrente-aftrek heeft 'Den Haag' eerder onrust veroorzaakt dan vertrouwen. Als we niets doen stort de zaak vroeg of laat vanzelf in. Dan hebben we een puinhoop en zijn we letterlijk nog verder van huis. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is de hoogste tijd voor een integrale hervorming van de woningmarkt: voor de Grote Brutering. Door steeds te blijven vasthouden aan de hypotheekrente-aftrek heeft &#8216;Den Haag&#8217; eerder onrust veroorzaakt dan vertrouwen. Als we niets doen stort de zaak vroeg of laat vanzelf in. Dan hebben we een puinhoop en zijn we letterlijk nog verder van huis. </strong></p>
<p>Men had er beter aangedaan de discussie 10 jaar geleden te beginnen en op rationele in plaats van emotionele wijze te voeren. Niet alleen de &#8216;Den Haag&#8217; is dat verwijtbaar, maar ook de hele sector van banken, consumentenorganisaties, bouwers en corporaties die zich steeds tegen hervorming heeft verzet. Gelukkig gaat langzamerhand iedereen om al dan niet met tegenzin.</p>
<p>Het grootste gevaar is nu dat de discussie in de paniek van de bezuinigingen dreigt te komen. Dat kan leiden tot halfslachtige compromissen, en uitruil met andere dossiers die niets met de woningmarkt te maken hebben. Dan rest ons een bouwval of iets anders krakkemikkigs. Het is dus zaak het hoofd koel te houden en gezamenlijk aan de integrale hervorming van de woningmarkt te werken.</p>
<p>Het belangrijkste is dat daarbij allereerst het belang van de consument geborgd wordt, met andere woorden: zorg ervoor dat op het moment van de overgang naar een nieuw stelsel de waarde van woningen en het besteedbaar inkomen op peil blijven. Met die garantie kan de hervorming ook ineens worden doorgevoerd.</p>
<p>Hoe? Schaf hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting, eigenwoningforfait en aflossingsvrije hypotheken af. Met een aanvullende verlaging van de inkomstenbelasting blijft de koopkracht van eigenaar/koper gehandhaafd en daarmee de waarde van zijn woning. Verlaging van de inkomstenbelasting geldt ook voor huurders. Zonder dat zij hun overige bestedingen hoeven bij te stellen kunnen zij dus meer huur betalen. Huurwoningen leveren daardoor meer rendement en de waarde van de huurwoning komt op hetzelfde niveau als dat van de koopwoning. Huur en koop blijken dan voor consument, producent en exploitant uitwisselbaar. Dat geeft meer keuze en flexibiliteit.</p>
<p>Door ook in de sociale huur marktconforme huren te rekenen wordt niet alleen duidelijk wat wonen werkelijk kost, maar wordt ook het onderscheid tussen markt en sociale sector opgeheven en zijn we discussies over staatssteun en dergelijke ook kwijt. Met een stevig vangnet in de vorm van huurtoeslag krijgt daardoor ook de smalle beurs meer mogelijkheden. Resultaat is een transparante en flexibele woningmarkt. Daar worden we allemaal beter van. Geen bezuiniging dus, maar een hervorming waardoor de hele sector effectiever kan opereren en ruimte ontstaat voor nieuwe arrangementen, nieuwe rollen en nieuwe spelers. De discussie wordt nog leuker als we daarop onze creativiteit gaan botvieren. Wie pakt het op?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningmarkt-zoekt-vrijdenkers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vergeten band tussen stad en platteland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Feb 2012 10:13:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Koen Elzerman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[drenthe]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale segregatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3643</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Naamloos-11.jpg" /> Het beeld van het platteland wordt gekenmerkt en vertroebeld door een gebrek aan nuance. Eerder lazen we al op RUIMTEVOLK dat het platteland, nu de geldstromen opdrogen, wordt aangesproken op zelfredzaamheid. Dit is niet alleen een onrealistische, maar bovendien ook een zeer onrechtvaardige gang van zaken.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het beeld van het platteland wordt gekenmerkt en vertroebeld door een gebrek aan nuance. Eerder lazen we al op <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/">RUIMTEVOLK</a> </strong><strong>dat het platteland, nu de geldstromen opdrogen, wordt aangesproken op zelfredzaamheid. Dit is niet alleen een onrealistische, maar bovendien ook een zeer onrechtvaardige gang van zaken. </strong></p>
<p>Volgens de meest recente prognoses van het <a href="http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3419-wm.htm" target="_blank">CBS</a> zal de groei van Nederland de komende decennia voornamelijk plaatsvinden in de 31 grote steden. De randen van het land krijgen in toenemende mate te maken met bevolkingsdaling, met name in kleine vergrijzende kernen. Jongeren en hoger opgeleiden trekken, op zoek naar werk, steeds vaker weg uit de landelijke regio’s. Het klassieke roltrapmodel treedt weer in werking: opgroeien in Stadskanaal, studeren in Groningen en werken in Amsterdam. In de toekomst wordt de stad steeds stedelijker en het platteland steeds landelijker, zo <a href="http://vorige.nrc.nl/binnenland/article1934803.ece/Randstad_groeit,_platteland_krimpt" target="_blank">stelt</a> demograaf Jan Latten.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Consumptieruimte</strong><br />
Het platteland wordt, ironisch genoeg analoog aan de oude binnensteden van Nederland, een <a href="http://www.knag.nl/1294.0.html" target="_blank">‘consumptieruimte</a>’; waarin het landschap als mooi decorstuk dient om onze consumptie-ervaringen in de ‘beleveniseconomie’ zin te geven. De vraag is echter of dit de panacee is voor al het platteland. Zo heilloos als het is voor Heerlen om met Amsterdam te concurreren voor de ‘stedelijke belevenis&#8217;, zo ondoenlijk is dit ook voor veel platteland. Mooi dat de Hondsrug een functie heeft voor het ‘Drenthenieren’, vijftig kilometer verderop blijft het leeg in de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Veenkolonie">Veenkoloniën</a>. Het grotendeels mislukken van <a href="www.blauwestad.nl/">Blauwestad</a> laat zien dat de markt van ‘platteland als consumptieruimte&#8217; simpelweg te klein is om voor het gehele Nederlandse platteland als oplossing voor de naderende krimp te dienen.</p>
<p><strong>Zelfvoorzienend</strong><br />
In het recent op Ruimtevolk verschenen stuk ‘<a href="http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/" target="_blank">Terug naar een zelfvoorzienend platteland?</a>’, geeft <a href="http://ruimtevolk.nl/?author=125">Elly van der Klauw</a> een heldere schets van wat men vaststelde tijdens de bijenkomsten ‘Platteland van de toekomst’ en het ‘4<sup>e</sup> Plattelandsparlement’. De geldstromen houden op en de overheid trekt zich terug: tijd om zelf de handen uit de mouwen te steken. Krimpregio’s moeten in toenemende mate aan zelfsturing gaan doen en het is aan de burgers om hun dorpen leefbaar te houden door initiatief te nemen in hun eigen woonomgeving.</p>
<p>Aan deze conclusie zitten echter ook een paar onderbelichte aspecten die, in het denken over de moderne stad-landrelaties, een nieuw licht kunnen werpen op de toekomstige ontwikkeling van het platteland.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3645" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/naamloos-10/"><img class="alignnone size-full wp-image-3645" title="Naamloos-10" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Naamloos-10.jpg" alt="" width="510" height="498" /></a></p>
<p><strong>Onrechtvaardig</strong><br />
Al circa tien jaar, sinds de <a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening/nota-ruimte" target="_blank">Nota’s Ruimte</a> en <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2004/07/01/nota-pieken-in-de-delta-gebiedsgerichte-economische-perspectieven.html" target="_blank">Pieken in de Delta</a>, geeft het Rijk voorrang aan investeringen in de meest rendabele gebieden, voornamelijk stedelijke centra. Hier is uit macro-economisch perspectief veel voor te zeggen: je investeert je euro waar hij het meeste oplevert. Het platteland profiteert hier maar matig van en raakt steeds meer op zichzelf aangewezen. De noodzaak van een zelfvoorzienend platteland is dus een logisch gevolg van het consequent op de stad gerichte beleid. Nederland is een van de meest gecentraliseerde landen ter wereld waar het belastingheffing betreft: iedereen betaalt dus mee aan de investeringen in de steden. Als de winsten die in de stad geboekt worden niet terugvloeien naar het platteland ontstaat een rechtvaardigheidsvraag. De electorale kaart van Nederland is inmiddels een spiegelbeeld van de economische. Waar het economisch slecht gaat, stemt men populistisch. Deze regionaal politiek-economische dimensie van de Nederlandse onvrede speelt een veel te kleine rol in discussies rondom zowel het platteland als de precaire staat van de Nederlandse politiek.</p>
<p>De vraag is dus niet alleen of sociaal-economische ongelijkheid rechtvaardig is, maar ook hoe lang de landelijke gebieden dit accepteren. Is het niet ook de verantwoordelijkheid van steden om de buitenruimte mooi en leefbaar te houden? Het platteland is toch juist voor de stedeling van essentieel belang in termen van rust, ruimte, voedsel- en energieproductie?</p>
<p><strong>Taart</strong><br />
Terecht merkt Van der Klauw op dat voorkomen moet worden dat dorpen, in een fase van krimpontkenning, voor hun eigen geluk gaan in de regionale politiek en ruimtelijke ordening. In het verleden is al veel te vaak bewezen dat concurrentie tussen dorpen niet de juiste wijze is om te reageren op bevolkingsdaling. De nationale boodschap het zelf te doen is hiermee tegenstrijdig. De regionaal te verdelen taart wordt steeds kleiner, zowel in relatie tot de nationale geldstromen als tot het verlies aan sociaal, cultureel en economisch kapitaal dat gepaard gaat met de bevolkingsdaling.</p>
<p>In het <a href="http://www.agora-magazine.nl/">decembernummer van Agora</a>, over de toekomst van het Nederlandse platteland, valt onder andere te lezen hoe lokale politici worstelen met dit dilemma. Hun lokale achterban zit niet te wachten op slechtnieuwsberichten als “sorry, de basisschool van dit dorp kunnen we helaas niet in stand houden” of “deze huizen komen in aanmerking voor sloop”. Met het oog op herverkiezing geven veel lokale politici liever een onrealistische voorstelling van zaken dan dat ze onpopulaire beslissingen nemen. Maar juist wanneer het platteland geconfronteerd wordt met afnemende middelen zullen dergelijke kwesties steeds vaker de kop opsteken. Dit is een groot obstakel in de oproep voor een zelfvoorzienend platteland. De regionale samenwerking die dit vereist, is in veel gebieden immers nog lang niet in de gewenste staat van harmonie.</p>
<p>Misschien moeten we daarom juist groter gaan denken. Zowel de stad als het platteland zijn van ons allemaal, en we betalen ook allemaal belasting om beide mooi en leefbaar te houden. In een gemondialiseerde wereld betoogt niemand dat Nederland zelfvoorzienend zou moeten zijn. Een pleidooi voor autarkie in een open economie als de Nederlandse zou immers tot een forse welvaartsdaling leiden. Laten we dat dan ook niet doen voor de kwetsbaardere delen van Nederland, maar in plaats daarvan nadenken over hoe we de taart – bij voorkeur op een duurzame manier – zo groot mogelijk maken, zonder te vergeten dat we die vervolgens eerlijk verdelen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>In <a href="http://www.agora-magazine.nl/">Agora</a> 2011-4 staat de toekomst van het platteland centraal. De diverse auteurs van dit themanummer reflecteren vanuit verschillende invalshoeken op de huidige staat en de toekomst van het platteland.</em></p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel zijn van Koen Elzerman</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spiegelpaleis De Nederlandsche Bank</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Feb 2012 07:13:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Kantorenmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3637</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/dnb3.jpg" /> Het feit dat de Nederlandsche Bank begin 2012 met een waarschuwing komt over de structureel hoge leegstand op de kantorenmarkt, roept direct de vraag op onder welke steen de bank het afgelopen decennium heeft geleefd?  De structureel hoge leegstand - 14 procent in 2012 maar was het nog hoger – kan volgens DNB na de krediet- en eurocrisis leiden tot een derde crisis: de vastgoedcrisis. Het is niet bericht zelf dat mij verontrust, maar de toon en het moment waarop. Er zit een vreemd luchtje aan de waarschuwing. Voor een antwoord ga ik mijn neus achterna.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt voor een zeepbel op de kantorenmarkt. De structureel hoge leegstand &#8211; 14 procent in 2012 maar was het nog hoger – kan volgens DNB na de krediet- en eurocrisis leiden tot een derde crisis: de vastgoedcrisis. Het is niet bericht zelf dat mij verontrust, maar de toon en het moment waarop. Er zit een vreemd luchtje aan de waarschuwing. Voor een antwoord ga ik mijn neus achterna.</strong></p>
<p><strong>Structurele leegstand</strong><br />
Het feit dat de Nederlandse Bank begin 2012 met een waarschuwing komt over de structureel hoge leegstand op de kantorenmarkt, roept direct de vraag op onder welke steen de bank het afgelopen decennium heeft geleefd? De leegstandcijfers schommelen al jaren rond de 15 procent. Het is op zich normaal dat de bouwwereld pieken en dalen kent in leegstand en schaarste. Bij een niet elastisch product als beton, baksteen en bureaucratische procedures heeft de varkenscyclus vrij spel. Het afgelopen decennium was in zoverre bijzonder dat zowel in periode van economische groei als neergang de leegstand zo hoog bleef. Over het waarom zijn boekenkasten vol geschreven: het alom aanwezige goedkope krediet leidt tot een pervers systeem van continue bouwwoede zonder daadwerkelijk vraag naar kantoren. De vastgoedcrisis waar DNB voor waarschuwt is feitelijk al jaren aan de gang, alleen de financiële effecten zijn tot heden nog weinig zichtbaar.</p>
<p>In Nederland staan miljoenen vierkante meters kantoor leeg die nooit meer zullen worden verhuurd. Dat is niet leuk voor steden die tegen die rotzooi aankijken, en niet leuk voor de eigenaar die de kantoren op de balans hebben staan. Langzaamaan hebben veel steden de afgelopen jaren al een zeer restrictief beleid voor nieuwbouw gevoerd. De beleggers van waardeloze panden gaven echter niet of nauwelijks thuis in het afboeken van hun bezit. De Nederlandse Bank had dit al jaren geleden kunnen en moeten signaleren. Als de waakhond eerder was opgetreden dan was de kantorenmarkt vandaag minder verziekt geweest.</p>
<blockquote><p>De Nederlandse Bank kan zich niet permitteren dat opnieuw een crisis over het hoofd wordt gezien. Dan liever mooi weer spelen en oud nieuws verpakken in een onheilspellend bericht.</p></blockquote>
<p><strong>Mooi weer</strong><br />
Dat brengt me direct op een volgende kanttekening bij het ‘nieuwsfeit’ van DNB. Het is natuurlijk geen toeval dat juist nu dit bericht naar buiten wordt gebracht. Ten eerste heeft De Nederlandse Bank de afgelopen jaren heel wat krediet verspeeld door een (hoe zeg je dat netjes) beperkte rolopvatting over de toezichthoudende taak. De commissie De Wit moet het eindrapport nog afronden, maar het ziet er naar uit dat het optreden van DNB rond ABN Amro geen schoonheidsprijs verdient. Of neem de toestemming van DNB aan Icesave, waarmee honderden miljoenen aan Nederlands spaargeld is verdampt.</p>
<p>De Nederlandse Bank kan zich niet permitteren dat opnieuw een crisis over het hoofd wordt gezien. Dan liever mooi weer spelen en oud nieuws verpakken in een onheilspellend bericht. Zo kan men gedacht hebben. Had dan eerder aan de bel getrokken. Aan een waakhond die pas gaat blaffen als de boef al is vertrokken, hebben we niets.</p>
<p><strong>Winstwaarschuwing</strong><br />
Een tweede reden om de timing van het bericht tegen het licht te houden is een aanstaand rapport van Europese Commissie over de Nederlandse huizen- en hypotheekmarkt. Dit rapport dat over een paar weken verschijnt, zal antwoord geven op de vraag of de Nederlandse hypotheekschuld een te zware druk legt op de economie. De Europese cijfers zijn grotendeels afkomstig van De Nederlandse Bank. Het lijkt me daarom goed om het bericht van DNB te beschouwen als ‘winstwaarschuwing’ voor het Europese rapport. De Nederlandse bouwsector leeft veel te veel op krediet en heeft daarmee een schadelijk effect op de Nederlandse economie. De reactie van de ratingbureaus is voorspelbaar. Het zou zo maar kunnen dat Nederland over een paar weken de ze geliefde triple A status kwijt raakt. Uit het bericht over de vastgoedcrisis maak ik op dat de Nederlandse Bank het antwoord al weet. In een adem wordt de schuld gelegd bij de zeepbel van de kantorenmarkt.</p>
<p>De gevel van de Nederlandse Bank is recent (knap) opgeknapt, het blijft een spiegelpaleis. De Bank zou er goed aan doen om bij een waarschuwing voor een vastgoedcrisis zelf in de spiegel te kijken naar de eigen rol bij de totstandkoming van deze crisis.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een krimpbestendige Omgevingswet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-krimpbestendige-omgevingswet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-krimpbestendige-omgevingswet/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Jan 2012 08:59:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Renooy</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Omgevingswet]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3594</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/IMG_3554.jpg" /> Het moet ‘Eenvoudig (en) Beter’. Onder dat motto werkt het kabinet hard aan een nieuwe Omgevingwet. Voor een effectieve aanpak van bevolkingsdaling moet de wet ook het omgevingsrecht ‘krimpproof’ maken. Een analyse van knelpunten leverde mede een aantal vernieuwende ideeën op, waar krimpregio’s hun voordeel mee kunnen doen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het moet ‘Eenvoudig (en) Beter’. Onder dat motto werkt het kabinet hard aan een nieuwe Omgevingwet. Voor een effectieve aanpak van bevolkingsdaling moet de wet ook het omgevingsrecht ‘krimpproof’ maken. Een analyse van knelpunten leverde mede een aantal vernieuwende ideeën op, waar krimpregio’s hun voordeel mee kunnen doen.</strong></p>
<p>In die nieuwe Omgevingswet worden tientallen wetten opgenomen zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Daarnaast gaan honderden maatregelen en regelingen die betrekking hebben op de fysieke omgeving deel uitmaken van de nieuwe wet.</p>
<p>De belangrijkste doelen van deze operatie zijn versobering, meer samenhang tussen wettelijke kaders en een minder complexe bestaande wetgeving. Zoals de beleidsbrief al verklapt; het moet ‘Eenvoudig (en) Beter’. Daarnaast moet de nieuwe Omgevingswet en passant ook het omgevingsrecht ‘krimpproof’ maken. Het moet mogelijk worden om wetten en regels die nu een effectieve aanpak van bevolkingsdaling in de weg staan, aan te pakken en aan te passen.</p>
<p>In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voerde Regioplan een <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/12/12/checklist-voor-krimptoets-nieuwe-omgevingswet.html" target="_blank">analyse</a> van gevoelde knelpunten uit. Los van knelpunten in de regelgeving kwamen we ook inspirerende voorbeelden uit het buitenland tegen van experimenten met wet en regelgeving. Deze vernieuwende ideeën kunnen juist in krimpregio’s van pas komen.<ins datetime="2012-01-16T16:54" cite="mailto:Piet"> </ins></p>
<p><strong>Planschade </strong><br />
Een vraagstuk waarmee op dit moment al veel krimp- en anticipeerregio´s worstelen, is het verminderen van het toekomstig aanbod aan woningen. Het gaat dan om woningen die al gepland zijn er waarvoor zelfs al grond is uitgegeven en om gronden die een woonbestemming hebben en waar in potentie woningen kunnen verrijzen. Nieuw aanbod in die regio’s leidt echter vooral tot leegstand. Daarom is het gewenst om bestaande bouwplannen in te trekken en om bouwmogelijkheden uit bestemmingplannen te schrappen. In jargon heet dit het wegbestemmen van plancapaciteit.</p>
<p>Het reduceren van bestaande plancapaciteit kan aanleiding zijn voor financiële schadeclaims (planschade). In de nieuwe Omgevingswet is (rechts)zekerheid van groot belang. De wet zal rekening moeten houden met bestaande rechten, maar zal zeker mogelijkheden moeten bevatten tot bestemmingswijzigingen en het intrekken van bouwplannen. Daarnaast zullen gemeenten en provincies in hun openbare beleidsstukken, zoals structuurvisies, uitgebreid aandacht moeten gaan besteden aan krimp en de gevolgen daarvan. Hiermee maakt de overheid aan marktpartijen de urgentie van krimp duidelijk en kan een bestemmingswijziging niet meer als een verrassing worden ervaren. Met andere woorden, als krimp beter te voorzien is, neemt het risico op planschade-claims af.</p>
<p><strong>Sloopkosten</strong><br />
Een ander knelpunt in krimpgebieden is het ontbreken van kostendragers in geval van grootschalige sloop. Herstructurering in krimpgebieden betekent ook het terugbrengen van de woningvoorraad. Dus: aankopen, slopen, herinrichten, inrichten openbare ruimte et cetera. Dat kost geld, alleen voor Noordoost Groningen al bijna 900 miljoen euro, volgens berekeningen van de provincie. In krimpgebieden staan tegenover sloop vaak geen directe inkomsten uit nieuwbouw, maar elders in de gemeente of provincie is soms nog wel sprake van enige bouwactiviteit. De huidige Grondexploitatiewet (Grexwet) maakt het mogelijk om af te dwingen dat de ontwikkelaar in het ene gebied meebetaalt aan de (sloop)kosten in een ander gebied. In de nieuwe Omgevingswet moeten de mogelijkheden uit de huidige wetgeving zeker terugkomen, zodat van ontwikkelaars een bijdrage kan worden gevraagd voor sloop elders in de gemeente (of regio). Een dergelijke verevening zou deel moeten uitmaken van een heldere programmatische aanpak.</p>
<p><strong>Experimenteerruimte</strong><br />
In het beleid gericht op het begeleiden van krimp wordt in de krimpregio’s  wet- en regelgeving vaak als te beklemmend ervaren. Er is behoefte aan meer experimenteerruimte om nieuw beleid te kunnen ontwikkelen. Te overwegen valt daarom om met de krimpregio’s aan te sluiten bij de ontwikkelingsgebieden zoals die in de Crisis- en Herstelwet worden onderscheiden. In die gebieden is het mogelijk om ruimtelijke procedures te vereenvoudigen en versnellen wanneer het de economische ontwikkeling ten goede komt.</p>
<p>Maar het is spannender is het om te gaan denken in de geest van een Deens initiatief: ‘Right to Challenge’. Professionele publieke instellingen en organisaties kunnen met hulp van dit recht een verzoek indienen om specifieke wet- of regelgeving die veel administratieve rompslomp met zich meebrengt, tijdelijk buiten werking te stellen. De betreffende instelling doet een voorstel voor een alternatieve werkwijze met minder lastendruk. Werkt het, dan wordt na enige tijd bezien of het structureel gemaakt kan worden.</p>
<p>Variaties op Right to Challenge zijn recent ook in de Engelse <a href="http://www.communities.gov.uk/localgovernment/decentralisation/localismbill/" target="_blank">‘Localism Act’</a> (van kracht voorjaar 2012) neergelegd. Eén onderdeel daarvan is dat bedrijven, burgers, professionals, instanties en medeoverheden de ruimte krijgen om alternatieven te bieden voor bestaande overheidsdienstverlening. Wie van mening is dat lokale overheidsdiensten op een effectievere (betere kwaliteit) en efficiëntere (minder kosten) kunnen worden uitgevoerd, krijgt het recht hier op te bieden in een openbare aanbesteding. Het beheer van de buitenruimte of leegstaande panden kan daarvan een voorbeeld zijn. Zeker in krimpgebieden, waar bepaalde publiek gefinancierde diensten dreigen te verdwijnen, kan dit een kans bieden.</p>
<p><strong>Modern burgerschap</strong><br />
In diezelfde Localism Act is ook het begrip &#8216;Neighbourhood planning&#8217; vastgelegd. Met &#8216;Neighbourhood planning&#8217; krijgen lokale gemeenschappen (buurten, dorpen) meer mogelijkheden en rechten om hun eigen ruimte vorm te geven. Via een referendum kan zo een ‘grass roots’  bestemmingsplan van kracht worden.</p>
<p>Een derde element uit de Act is de verruiming van de zogenaamde Infrastructuur belasting. Tot voor kort moesten ontwikkelaars belasting betalen om de aanleg van infrastructuur rond de woningen te bekostigen. De Localism Act maakt het mogelijk deze belasting ook voor andere doelen binnen de gemeenschap aan te wenden. Een vorm van vervening dus, zoals boven besproken.</p>
<p>In alle gevallen zijn twee randvoorwaarden essentieel: het algemeen belang mag niet wordt geschaad en de taken moeten conform het doel van de wet worden uitgevoerd. Deze aanpak, die een invulling biedt voor hedendaags burgerschap, kan ook in krimpregio’s mogelijkheden bieden tot maatwerk. De ministeries van BZK en EL en I hebben al aangegeven dat er pilots van start gaan met dit principe.</p>
<p>De concept Omgevingswet verwachten we over een paar maanden. Wanneer die verschijnt, is er tijd om hem te toetsen op krimpbestendigheid. Tot die tijd zijn nieuwe knelpunten en oplossingen hiervoor welkom.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-krimpbestendige-omgevingswet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het eigen gelijk over de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Jan 2012 08:02:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martin van der Maas</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Eindhoven]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3568</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/boek2.jpg" /> Het getuigt van intellectuele luiheid om een boek te lezen dat slechts een bevestiging belooft van de eigen gedachten. Om die reden had ik Jos Gadets ‘Terug naar de stad’ niet moeten lezen. Hij is net zo’n Jane Jacobs-aanhanger als ik en beschrijft op persoonlijke wijze realiteit en noodzaak van de ‘uitrol’ van het Amsterdamse centrum richting (en zelfs over) de ring A10. Alsof ik het zelf had bedacht. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik heb het boek toch gelezen, met toch ook enkele kritische observaties als resultaat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het getuigt van intellectuele luiheid om een boek te lezen dat slechts een bevestiging belooft van de eigen gedachten. Om die reden had ik <a href="http://www.trancity.nl/publicaties/terug-naar-de-stad.html" target="_blank">Jos Gadets ‘Terug naar de stad’</a> niet moeten lezen. Hij is net zo’n Jane Jacobs-aanhanger als ik en beschrijft op persoonlijke wijze realiteit en noodzaak van de ‘uitrol’ van het Amsterdamse centrum richting (en zelfs over) de ring A10. Alsof ik het zelf had bedacht. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik heb het boek toch gelezen, met toch ook enkele kritische observaties als resultaat.</strong></p>
<p>Het meest voorkomende woord in het boek is waarschijnlijk ‘<em>urban fabric’</em>. Daarmee doelt Gadet op het gebied van de gesloten bouwblokken, hoewel hij dit begrip zelf vreemd genoeg nauwelijks noemt. Gesloten bouwblokken in hoge dichtheid, met flexibele plinten langs straten waar auto’s niet domineren, dat zijn de stedenbouwkundige generatoren voor de levendigheid en diversiteit waar Gadet zo van houdt. Dit potentierijke gebied houdt op waar de tuinsteden beginnen: zo ongeveer langs de ring A10. Aan de hand van vele persoonlijke observaties en anekdotes, gelardeerd met wetenschappelijk materiaal, toont hij de kracht van de echte stad en de zwakte van de tuinstad.</p>
<p><strong>Waterscheidingen</strong><br />
Gadet haalt een exemplarisch punt in de Jan Evertsenstraat aan als overgang van ‘zijn’ <em>urban fabric</em> naar de westelijke tuinsteden. De blik naar het westen verschilt levensgroot van die naar het oosten. Deze inderdaad vaak plotselinge overgangen van stad naar tuinstad hebben mij ook altijd gefascineerd. Omdat ik vroeger regelmatig met tram 2 reisde, was de Heemstedestraat bij de Westlandgracht altijd mijn “180-gradenplek”, zoals Gadet het noemt. Naar de ene kant keek ik richting het fraaie, besloten Hoofddorpplein, precies de andere kant op rolde de onherbergzaamheid zich voor mij uit. Desolaat groen met een gebrek aan schaarste. Die waterscheidingen tussen de hoopvolle en de hopeloze stad zijn in veel Westerse steden te vinden bij de bouwfases van rond de Eerste Wereldoorlog. Daarna begon de tuinstadideologie aan haar indrukwekkende en vrijwel onafgebroken zegetocht.</p>
<p><strong>Slopershamer</strong><br />
Gadet suggereert in ‘Terug naar de Stad’ zo nu dan een gedeeltelijke sloop van die vermaledijde tuinsteden. Begrijpelijk, maar niemand minder dan Jane Jacobs verkondigde dat het intact laten van achterbuurten een belangrijke sleutel was tot rehabilitatie ervan. Juist zij trok ten strijde tegen sloopplannen van gemeentelijke overheden die sociale netwerken onherstelbaar uiteenrukten. Hoe ironisch dat een van haar grootste aanhangers nu ook de slopershamer voor volkswijken propageert! Misschien is een behoedzame aanpak van de westelijke tuinsteden daarom geloofwaardiger en bovendien meer in lijn met recente denkwijzen als ‘organische wijkontwikkeling’.</p>
<div id="attachment_3590" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3590" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/poeldijkstraat249/"><img class="size-full wp-image-3590" title="Poeldijkstraat249" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/Poeldijkstraat249.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Poeldijkstraat 249, &quot;mijn&quot; 180-graden plek, foto: Vijay Chander Sounderarajan (www.vijaychander.net)   </p></div>
<p><strong>Gentrification</strong><br />
Een van de interessantste hoofdstukken in de <em><a href="http://en.wikipedia.org/wiki/The_Death_and_Life_of_Great_American_Cities">Death and Life</a></em> van Jane Jacobs behandelt de <em>selfdestruction of diversity</em>. In populaire grote steden als Amsterdam zien we nu inderdaad het spook van de <em>gentrification</em> opduiken. Als dat zo doorgaat, dan worden de steden ontoegankelijk voor de gewone man. Weg diversiteit. Gadet is wel erg optimistisch als hij stelt dat het aanhouden van sociale huurwoningen binnen de ring A10 dit zorgpunt kan wegnemen. Want schaarste moet altijd worden betaald. Is het niet in geld, dan in tijd. Wat is er toegankelijk aan woningen waarvoor je twintig jaar moet wachten voor je erin mag? Wie eenmaal zo’n goedkope parel heeft bemachtigd, staat ‘m nooit meer af. Kortom: de enige echte remedie tegen <em>selfdestruction</em> is het aanbod vergroten waar zoveel vraag naar is, waardoor de prijzen kunnen zakken: de uitrol van de <em>urban fabric</em> dus. Jos Gadet slaat toch weer de spijker op de kop.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Economie</strong><br />
Gadet onderstreept vaak het economische belang van de diversiteit van de <em>urban fabric</em>. Ik zou willen dat het anders was, maar empirisch bewijs daarvoor kan ik ook in zijn boek maar moeilijk vinden. Tegenvoorbeelden zijn er te over: steden als Houston, Los Angeles en Brisbane zijn zeer welvarend en sterker groeiend dan Amsterdam, terwijl die de belichaming zijn van anti-stedelijkheid. Of neem Eindhoven: de slimste stad ter wereld, maar op modernistische leest geschoeid. Deze steden lijken het levende bewijs voor Gadets nachtmerrie: er is helemaal geen <em>urban fabric</em> nodig om economisch succesvol te zijn. Maar we kunnen wat dit punt betreft nog dichter bij huis blijven. Het valt namelijk op dat Gadet <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Buitenveldert" target="_blank">Buitenveldert</a> in zijn boek vrijwel volledig negeert. Boze tongen zouden kunnen beweren dat hem dat goed uitkomt. Het succesvolle Buitenveldert bewijst volgens verschillende tuinstad-adepten immers dat tuinsteden niet per definitie uitgroeien tot poelen van verderf en dat Gadet dus een beetje overdrijft.</p>
<p>Misschien doen liefhebbers van de diverse stad er daarom goed aan om economische argumenten te laten voor wat ze zijn. Die zijn ook eigenlijk niet nodig. De <em>urban fabric</em> is waardevol, omdat zoveel mensen zich er zo goed bij voelen. Omdat, zoals Gadet stelt, Amsterdam binnen de ring de duurste – dus meest gewilde &#8211; woningmarkt per vierkante meter van Nederland is &#8211; en dat terwijl het per auto het slechtst bereikbaar is. Voorts omdat miljoenen toeristen als bijen op de honing van <em>urban fabrics</em> afkomen, en Almere en Zoetermeer reserveren voor verkiezingen voor ‘lelijkste plek van Nederland’. Aangezien toeristen zich in hun keuzegedrag bij uitstek laten leiden door gevoel voor aantrekkelijkheid, is de ‘toeristenindex’ vaak een waardevolle maat voor kwaliteit en gewildheid.</p>
<p><strong>Neergang en opkomst</strong><br />
Helaas heeft Jos Gadet een van mijn meest prangende vragen grotendeels onbeantwoord gelaten: waarom worden steden nu pas weer zo gewild? Waarom waren ze rond 1970 minder populair? Gadet noemt slechts de economische teruggang van toen. Maar we hebben nu ook economische teruggang. Ik ben zoekende naar andere oorzaken, met name op het terrein van tijdgeest, cultuur, de waardering voor automobiliteit, of het verlangen naar oorspronkelijkheid. Ik daag Gadet en anderen uit om daar ook naar op zoek te gaan.</p>
<p>Dit alles laat onverlet dat Jos Gadet een knap en, mede vanwege de persoonlijke stijl, onderhoudend boek heeft geschreven. Het is soms heerlijk om je bij het lezen schaamteloos te wentelen in je eigen gelijk. Net zoals ik ervan geniet om in <em>urban fabrics</em> rond te lopen, genoot ik bij het lezen van de pleitbezorger ervan.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Terug naar de stad</em><em>; Geografische portret van Amsterdam<strong>, </strong>Jos Gadet, SUN/Trancity, Amsterdam, 2011, Vormgeving: Piet Gerards (omslag), Steven Boland (Binnenwerk)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het kantoor is dood. Lang leve de stad!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 17 Jan 2012 07:31:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Reimar von Meding</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kantorenmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3569</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/Naamloos-4.jpg" /> Veel kantoren staan leeg. Verbouwen tot woningen voor studenten of tot zorgwoningen voor ouderen lijkt logisch, want deze doelgroepen hebben veel extra woningen nodig. Maar in de praktijk komt van de transformatie van kantoor- naar woongebouw weinig terecht. Zo’n transformatie is namelijk technisch ingewikkeld en kostbaar.  En bovendien: wie wil er nou wonen op een kantoorterrein?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Veel kantoren staan leeg. Verbouwen tot woningen voor studenten of tot zorgwoningen voor ouderen lijkt logisch, want deze doelgroepen hebben veel extra woningen nodig. Maar in de praktijk komt van de transformatie van kantoor- naar woongebouw weinig terecht. Zo’n transformatie is namelijk technisch ingewikkeld en kostbaar.  En bovendien: wie wil er nou wonen op een kantoorterrein?</strong></p>
<p>Lege kantoren en een tekort aan woningen zijn twee verschillende problemen, die elk om eigen oplossingen vragen. Oplossingen die beiden kansen creëren voor de stad.</p>
<p><strong>Flexibel</strong><br />
Kantoren verbouwen tot woningen voor jongeren of senioren. Het klinkt logisch. Want het programma van een zorggroep past in een vrij indeelbare kantoorvloer. En voor studenten kan een openplattegrond met kolommen worden veranderd in kleine units met wanden ertussen. Een nieuwe gevel kan het gebouw een passende uitstraling geven. Het lijkt eenvoudig, dus waarom gebeurt het dan niet?</p>
<p>De transformatie blijkt in de praktijk niet zo eenvoudig. Een herbestemming moet je betrekkelijk snel kunnen uitvoeren. De noodzakelijke aanpassingen moeten ook in verhouding staan tot het effect dat ermee bereikt wordt. Die verhouding is nu veel te scheef. De gevel is toevallig het meest dure onderdeel van een gebouw. Zomaar vervangen voor een ‘leuke uitstraling’ kan niet.</p>
<p>Daarnaast horen bij een woonfunctie ook buitenruimtes. Balkons achteraf aan een oud kantoorcomplex ophangen brengt technische risico’s met zich mee. Praktisch gezien is serieuze en duurzame herbestemming van kantoren te duur, complex en risicovol.</p>
<blockquote><p>De situatie is vergelijkbaar met de aftakeling van grote industrieterreinen en havengebieden. In de zeventiger jaren kon niemand het zich nog voorstellen, maar nu profiteert de Europese stad van prachtige, herontwikkelde industriegebieden.</p></blockquote>
<p><strong>Wie wil hier wonen?</strong><br />
De meest wezenlijke vraag is dan nog niet eens gesteld: wie wil hier eigenlijk wonen? Kun je studenten en ouderen zomaar in oude kantoren stoppen? De emancipatie van de woonconsument gaat door. Zelfs als deze consument al in een verzorgingstehuis zit. Het is niet voor niets dat zelfs zorgaanbieders zich grote zorgen maken over de toekomst van hun huidige instituten. Weinig zorggebouwen halen de afschrijvingstermijnen waarvoor ze ooit gebouwd zijn. Niet omdat ze technisch verouderd zijn, maar omdat ze niet meer voldoen aan de manier waarop mensen willen wonen.</p>
<p>Wat verwachten we dan van kantoorgebouwen? Het zijn vaak wezenloze gebouwen, omgeven door grote parkeerterreinen in een omgeving waar je niet dood gevonden wilt worden. Het is daarom trekken aan een dood paard om de behoefte aan extra woonruimte voor bepaalde groepen te koppelen aan leegstand van kantoren. Het zijn twee verschillende problemen die elk om een eigen aanpak vragen.</p>
<p><strong>Verouderde woongebouwen</strong><br />
Om op korte termijn te kunnen voorzien in extra studenten- of zorgwoningen is het veel eenvoudiger om je te richten op de grote voorraad verouderde woongebouwen in Nederland. De naam zegt het namelijk al: woongebouwen zijn stedenbouwkundig en architectonisch gemaakt om in te wonen. Hierdoor zijn ze ook veel eenvoudiger geschikt te maken voor specifieke woonvormen. Bovendien zijn nieuwe bewoners precies wat oude wijken nodig hebben. Bestaande buurten vitaal houden, dat is altijd beter dan mensen verplaatsen naar een kantorenpark.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3571" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/naamloos-5/"><img class="alignnone size-full wp-image-3571" title="Naamloos-5" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/Naamloos-5.jpg" alt="" width="510" height="328" /></a></p>
<p><strong>Modegevoelig</strong><br />
Het leegstaande kantoorvastgoed, is vooral een gigantisch probleem voor banken en beleggers. Kantoren zijn zogenaamd flexibel. Maar als je er goed naar kijkt, is het heel specifiek en modegevoelig vastgoed. Om de tien jaar komt er een nieuw concept, waardoor het voorgaande meteen het onderspit delft. Daarom staat er ook zoveel leeg: er wordt steeds weer bijgebouwd, en het nieuwste is het beste. Dat had misschien anders gekund, maar nu het zover is gekomen moeten we op zoek gaan naar oplossingen. Die komen in beeld als we onze blik verruimen en we niet het <em>kantoorgebouw</em>, maar het kantoor<em>gebied </em>als uitgangspunt nemen.</p>
<p><strong>Stedenbouwkundige reserveringen</strong><br />
Kantoorparken zijn stuk voor stuk stedenbouwkundige reserveringen. Ze liggen binnen de bebouwde kom en op strategisch interessante plekken. Plekken om terug te veroveren voor de meest belangrijke functie die de stad kent: wonen. Om dit te bereiken is een visie nodig, die het niveau van het huidige vastgoed overstijgt. De situatie is best vergelijkbaar met de aftakeling van grote industrieterreinen en havengebieden in de directe nabijheid van de steden. In de zeventiger jaren kon niemand het zich nog voorstellen, maar nu profiteert de Europese stad van prachtige, herontwikkelde industriegebieden. In die tijd trok het vergankelijke van de oude industrieterreinen een nieuwe cultuur aan. Nu geloven we bij het zien van een kantoorpark net zo weinig in de toekomstwaarde als men dat toen dacht van oude havenloodsen. Kan het systeemplafond van de kantoren het equivalent worden van de roestige buizen van een oude staaloven? Al die kubieke meters leegstaand vastgoed vormen in ieder geval prachtige plekken voor het stedelijke experiment.</p>
<p>Experimenten organiseer je niet, dat moet je laten gebeuren. Het voordeel van de oude industrieterreinen was dat ze groot en onoverzichtelijk waren. Het werden vrijplaatsen en die werden veroverd. Leegstaande kantoorparken worden daarentegen streng bewaakt, omdat beleggers denken dat het netjes moet blijven voor het geval dat het ooit allemaal weer goed komt. In het kader van het langetermijnperspectief kun je zulke gedachten beter loslaten. Dan krijg je de onverwachte veroveringen die nodig zijn. Misschien komt er een groep seniorenkrakers die tegen die tijd de zorg niet meer kunnen betalen. Of grijpt het RUIMTEVOLK zijn kans en brengt alle beschouwingen over organische stedenbouw direct en ter plekke in de praktijk?</p>
<p><strong>Slopen kan altijd nog</strong><br />
Als je de lege kantoorgebieden de tijd en het onverwachte niet wilt gunnen rest er maar één ding: sloop. Ook dan is de opgave om deze gebieden te transformeren complex en ingewikkeld door de meest uiteenlopende belangen en eigendomssituaties. Maar uiteindelijk staat zelfs bij volledige sloop de benodigde inzet veel meer in verhouding tot de effecten die het nieuwe kan opleveren voor de kwaliteit van onze leefomgeving.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel: kantoorgebied Bergwijkpark in Diemen. foto&#8217;s:  KAW Architecten en adviseurs</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>23</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Regionale samenwerking voorbij de hype</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 20:18:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>André Schaminée</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Provincie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[regio]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3561</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/stedelijke_regios.jpg" /> Het schaalniveau van de regio is bij uitstek geschikt voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Daarover zijn velen het eens. Maar hoe benut je de kansen die deze ruimtelijke eenheid te bieden heeft? Daarover gaat het boek Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het schaalniveau van de regio is bij uitstek geschikt voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Daarover zijn velen het eens. Maar hoe benut je de kansen die deze ruimtelijke eenheid te bieden heeft? Daarover gaat het boek Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal. </strong></p>
<p>Stedelijke regio’s (NAi 2011) is het vervolg op De Grenzeloze Regio (SDU uitgevers 2007) en is de afronding van drie jaar <a href="http://www.forumstedelijkeregios.nl">Forum Stedelijke Regio’s</a>, een lerend netwerk van bestuurders en wetenschappers. De Grenzeloze Regio ging vooral in op de vraag ‘waarom zou je regionaal samenwerken?’ Het antwoord was, kort door de bocht, omdat de regio nou eenmaal als een ruimtelijke en economische eenheid functioneert en er op dat (vloeibare) schaalniveau veel kansen liggen. Het nieuwe boek levert opnieuw bewijs voor dit standpunt. Maar het zwaartepunt ligt ditmaal op de vraag ‘hoe doe je dat dan?’</p>
<p><strong>Ruimtelijk ontwerp</strong><br />
Die hoe-vraag komt om te beginnen voort uit het ontbreken van de adequate bestuurlijke arrangementen binnen het huis van Thorbecke. In toenemende mate blijkt noch de gemeente noch de provincie het juiste schaalniveau. De oplossing wordt gevonden in bijvoorbeeld verlengd lokaal bestuur of meer informele gremia. Zelfs als dit goed functioneert, kan de regio op de buitenwacht overkomen als ‘een hoop bestuurlijke drukte van twijfelachtig democratisch allooi’. Niet in de laatste plaats omdat de bestaande gremia zich parallel of serieel ook nog over het thema wensen uit te spreken. Het thema bestuurlijke lichtheid wordt in Stedelijke regio&#8217;s dan ook opnieuw uitgewerkt.</p>
<p>Voor een vitale regio is om te beginnen een aantrekkelijk en gevarieerd woonklimaat in een goed ontsloten gebied noodzakelijk. Deze twee thema’s worden verder uitgewerkt in het boek. Openbaar vervoer is, zo luidt de stelling van Rob van der Bijl, de ruggengraat van en het ordenend principe binnen de regio. Daan Zandbelt en Liesbeth van der Pol stellen dat ruimtelijk ontwerp moet plaatsvinden op regionale schaal. Allerhande professionals (architecten, journalisten, stedenbouwers, bestuurders, planologen en ontwerpers) komen aan het woord in over het algemeen lezenswaardige bijdragen. De zo opgebouwde academische rationaliteit laat weinig ruimte voor twijfel over de regio als relevant schaalniveau voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen.</p>
<p><a title="Afbeelding: Nai Publishers" rel="attachment wp-att-3564" href="http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/spread_stedelijke2/"><img class="size-full wp-image-3564 alignnone" title="Bron: Nai Publishers" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/spread_stedelijke2.jpg" alt="Bron: Nai Publishers" width="367" height="259" /></a></p>
<p><strong>Scoren</strong><br />
Toch blijkt het hoe een lastig vraagstuk. Uiteraard is er de remmende kracht van bestaande instituties die vrezen dat hun macht wordt uitgehold. Maar bovenal kampt de regio met een vergelijkbaar dilemma als Europa: het is geen schaalniveau waaraan burgers en bedrijven (bewust) hun identiteit ontlenen. Onder electorale druk dreigt daardoor een spagaat tussen wat goed is voor de regio en wat goed is voor de eigen gemeente of provincie. Bij thema’s die daadwerkelijk een regionale relevantie hebben, zou dit een paradox moeten zijn. Maar in de praktijk zijn er weinig prikkels om regionaal te scoren; het regionaal belang blijkt voor menig lokaal bestuurder slecht verkoopbaar.</p>
<p>Het boek besteedt aandacht aan de institutionele en instrumentele kant van regionale samenwerking. Klaartje Peters levert bijvoorbeeld een interessante bijdrage over het Deense systeem van regionale belasting. In de epiloog stelt Jaap Modder dat bestuurlijke hervormingen noodzakelijk zijn, maar dat de huidige oplossingen zoals een &#8216;grand design&#8217; (het opheffen van de bestuurlijke legitimiteit van de regio door het kabinet) of kleine aanpassingen (gemeentelijke herindelingen) niet het gewenste effect zullen hebben.<br />
Voor goede samenwerking is een flinke dosis sterrenstof nodig. Veel hangt af van de kwaliteit van betrokken personen om te kunnen schakelen tussen schaalniveaus en het vermogen om de ruimtelijk-economische (en sociale) ontwikkelingen in de regio te kunnen lezen. Een heel hoofdstuk is ingeruimd voor het thema Verleiding. Dit is een interessante invalshoek omdat het tegenkrachten voor een belangrijk deel buitenspel kan zetten.</p>
<p><strong>Hoe nu verder</strong><br />
Stedelijke Regio’s is een fraai vervolg op De Grenzeloze Regio. De vormgeving is, zoals je van NAi mag verwachten, puik. De stukken zijn goed leesbaar en bewandelen interessante en nieuwe paden. Tegelijk laat het me ook achter met een bang hart. De academische evidentie is er en het aantal mensen dat regionaal denkt en handelt, groeit. Maar de tegenkrachten zoals initiatieven om de stadsregio’s af te schaffen en een Randstadprovincie op te richten, zijn er evenzeer. In een complexere wereld zien we overal het streven naar gesimplificeerde oplossingen. Regionale samenwerking is een exponent van een complexere wereld, maar past (vooralsnog) niet binnen ééndimensionale reacties op deze complexiteit. Daarnaast valt te bezien of het precaire evenwicht tussen eigen en algemeen belang stand houdt in tijden van schaarste en krimp. Sceptici zullen zich afvragen of regionale samenwerking bestand is tegen de crisis. Regio-believers zullen betogen dat regionale samenwerking juist kan bijdragen aan de oplossing ervan. Het bewijs van dat laatste zie ik met optimisme tegemoet.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal<br />
Jeroen Saris, Pieter van Ree, Jaap Modder en Marjolein Stamsnijder (redactie)<br />
(NAi uitgevers 2011)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Niemand zit te wachten op kooprecht</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 10 Jan 2012 20:58:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Matthijs Uyterlinde</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3503</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/MU_Bargeres.jpg" /> “Huurders van corporatiewoningen krijgen het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen”, schreef het kabinet Rutte in haar regeerakkoord. Dat het voornemen op veel kritiek stuitte, weerhield nieuwbakken minister Spies er niet van een wetsvoorstel voor het kooprecht te presenteren. Vooral in kwetsbare wijken zullen de gevolgen van deze ongecontroleerde uitverkoop hard aankomen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>“Huurders van corporatiewoningen krijgen het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen”, schreef het kabinet Rutte in haar regeerakkoord. Dat het voornemen op veel kritiek stuitte, weerhield nieuwbakken minister Spies er niet van een wetsvoorstel voor het kooprecht te presenteren. Vooral in kwetsbare wijken zullen de gevolgen van deze ongecontroleerde uitverkoop hard aankomen.</strong></p>
<p>Op de valreep voor het kerstreces stemde de ministerraad in met het <a href="http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2011/12/23/kooprecht-voor-huurder-corporatiewoning.html" target="_blank">wetsvoorstel</a> van minister Spies dat het kooprecht voor huurders regelt. Woningcorporaties worden verplicht om minstens driekwart van de woningvoorraad voor de marktprijs te koop aan te bieden aan zittende huurders. “Het kooprecht vergroot voor de zittende huurders de keuzevrijheid en geeft hen meer zeggenschap en verantwoordelijkheid voor de eigen woon- en leefomgeving”, aldus de minister. Toegegeven, het recht op koop past in de overtuiging van het kabinet dat alles en iedereen zelfredzaam moet zijn. Het zijn echter de corporaties, gemeenten en huurders in kwetsbare wijken die de rekening gepresenteerd krijgen.</p>
<p><strong>Woningvoorraad</strong><br />
Laten we eerst kijken naar de effecten op de woningvoorraad. In een artikel op <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/756/" target="_blank">RUIMTEVOLK</a> betoogden we in oktober 2010 al dat het kooprecht ruimtelijke segregatie in de hand werkt. Dat betoog is nog onverminderd actueel. Gaandeweg zullen steeds meer sociale huurwoningen in gewilde stadswijken in handen komen van particulieren. Daar is de kans op vermogenswinst het grootst en dat weten huurders- deels scheefwoners die hun inkomen zagen stijgen sinds ze hun huurwoning betrokken. Het gevolg is dat over 25 jaar in deze wijken nauwelijks meer sociale huurwoningen zullen overblijven. Lage inkomensgroepen zullen dan aangewezen zijn op de minst populaire wijken.</p>
<p><strong>Corporaties</strong><br />
Woningcorporaties zullen ondervinden dat het nog maar weinig zin heeft om toekomstplannen voor wooncomplexen te maken als hun bezit verder versnipperd raakt door verkoop van huurwoningen. Ze dreigen hun bezit op sleutelposities te verliezen. Wanneer huurders van appartementen hun kooprecht opeisen, wordt complexmatige renovatie of sloop/nieuwbouw een bijna onmogelijke opgave. Bij sloopplannen moeten de kopers immers worden uitgekocht en het vaststellen van plannen voor renovatie (en zelfs regulier onderhoud) kan problematisch worden als corporaties hun meerderheidsbelang in de Vereniging van Eigenaren verliezen.</p>
<div id="attachment_3505" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3505" href="http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/mu_zuiderzeewijk/"><img class="size-full wp-image-3505" title="MU_Zuiderzeewijk" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/MU_Zuiderzeewijk.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Particulier bezit in de Zuiderzeewijk, Lelystad, Foto: Matthijs Uyterlinde</p></div>
<p><em> </em></p>
<p><strong>Huurdersmentaliteit</strong><br />
Dan de doelgroep zelf. Impliciet veronderstelt de minister dat huurders, wanneer ze hun huurwoning kopen, transformeren tot betrokken bewoners die bereid zijn te investeren in hun woning en woonomgeving. Waarop deze gedachtegang is gebaseerd, vermeldt het kabinet niet. Wel is duidelijk dat er verschillende zwarte zwanen zijn, die niet veronachtzaamd mogen worden.</p>
<p>Dat blijkt zowel onderzoek dat wij de afgelopen maanden in opdracht van de Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) uitvoerden naar de aanpak van de zogeheten ‘bloemkoolwijken’ uit de jaren ’70 en ‘80 -, waar de afgelopen decennia bovengemiddeld veel corporatiewoningen zijn verkocht &#8211; als uit eerdere studies. Kopers van sociale huurwoningen zijn nogal eens geneigd een ‘huurdersmentaliteit’ aan de dag te leggen. Het belangrijkste motief om hun woning te kopen, was het beteugelen van hun woonlasten. Bij een lange rentevastperiode vallen deze lager uit dan de jaarlijks stijgende huren. Van de onderhoudsplicht die daarbij hoort, is echter niet iedereen zich bewust.</p>
<p><strong>Sociale problemen</strong><br />
In de onderzochte woonerfwijken behoren veel eigenaarbewoners tot de lagere middeninkomens. Velen van hen zien niet de urgentie om te investeren in het onderhoud van hun woning. En door hun beperkte financiële armslag is de deelname aan collectieve particuliere woningverbetering minimaal. Het gevolg is dat de staat van onderhoud van de particuliere voorraad in verschillende onderzochte bloemkoolwijken matig is. In enkele wijken kwamen bovendien serieuze sociale problemen  &#8211; zoals schulden, verslaving en huiselijk geweld &#8211; aan het licht tijdens huisbezoeken die bedoeld waren om particulieren te informeren over woningverbetering.</p>
<p><strong>Tweedeling</strong><br />
We concluderen dat het recht op koop niet leidt tot prachtwijken. Sterker nog, het zal de tweedeling op de woningmarkt vergroten. In kwetsbare wijken leidt het tot groeiende concentraties van lage inkomens en kansarmoede, terwijl corporaties hun greep op deze wijken verliezen. Strategisch voorraadbeleid wordt onmogelijk, met het gevolg dat deze wijken zich nauwelijks meer aan hun achterstandspositie kunnen ontworstelen. Vooral in de goedkopere particuliere voorraad dreigt verpaupering. En doordat starters in hun eigen huurwoning de stap naar koop kunnen zetten, zal de woningmarkt nog verder stagneren. Want wie kan er nog doorstromen als de vraag naar starterswoningen verder inzakt?</p>
<p>Intussen onderzoekt de corporatiesector mogelijkheden om het wetsvoorstel juridisch te dwarsbomen. Ook de Woonbond verklaarde na een ledenraadpleging tegen het voorstel te zijn, omdat in de huidige markt juist behoefte is aan voldoende betaalbare huurwoningen. Bovendien is minder dan 20 procent van de sociale huurders überhaupt financieel in staat de eigen huurwoning te kopen. Afgezien van het kabinet en enkele tevreden scheefwoners, zit dus eigenlijk niemand op het kooprecht te wachten.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Het onderzoek naar de aanpak van bloemkoolwijken wordt begin 2012 door de SEV gepubliceerd.</em></p>
<p><em>Foto boven: Particulier bezit in Bargeres, Emmen, Foto: Matthijs Uyterlinde</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afscheid van gebiedsontwikkeling</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-gebiedsontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-gebiedsontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Jan 2012 10:14:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3469</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/DSC05734.jpg" /> Je kon de afgelopen jaren geen vakblad openslaan of het ging over gebiedsontwikkeling. De integrale ontwikkeling van omvangrijke gebieden door publieke en private partijen, werd in het vorige decennium gezien als dé methode voor ruimtelijke ontwikkeling. Iedere tijd heeft zijn eigen terminologie. Aangewakkerd door de crisis, kan ‘gebiedsontwikkeling’ langzamerhand worden bijgezet in het museum van vakjargon. Gebiedsontwikkelingen avant la lettre komt nauwelijks meer voor. Voorzichtig zijn de contouren te zien van nieuwe ontwikkelingsvormen die er voor in de plaats komen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Je kon de afgelopen jaren geen vakblad openslaan of het ging over gebiedsontwikkeling. De integrale ontwikkeling van omvangrijke gebieden door publieke en private partijen, werd in het vorige decennium gezien als dé methode voor ruimtelijke ontwikkeling. Iedere tijd heeft zijn eigen terminologie. Aangewakkerd door de crisis, kan ‘gebiedsontwikkeling’ langzamerhand worden bijgezet in het museum van vakjargon. Gebiedsontwikkelingen avant la lettre komt nauwelijks meer voor. Voorzichtig zijn de contouren te zien van nieuwe ontwikkelingsvormen die er voor in de plaats komen.</strong></p>
<p><strong>Cashflow</strong><br />
Integrale gebiedsvisies worden nog volop gemaakt. Een visie hebben kost immers geen geld. Zodra er echter met euro’s gewapperd moet worden voor ontwikkeling, valt het stil. Integrale gebiedsontwikkeling is uit de mode. Bij gebrek aan investeringskapitaal moet namelijk alles wijken voor de cashflow. Een systeem waarbij het geld eerst verdiend moet worden, voor het mag worden uitgegeven, laat geen ruimte voor grote gebiedsontwikkelingen. Ruimtelijke belangen die geld kosten in plaats van geld opleveren, trekken al helemaal aan het kortste eind. Zo is de mislukte klimaattop in Durban het zoveelste bewijs dat milieu ‘uit’ is. Zeker nu de grote winstmakers van gebiedsontwikkeling &#8211; kantoren en dure woningen &#8211; uit de gratie zijn geraakt, is er nauwelijks ruimte voor opgaven waar geld bij moet worden gelegd.</p>
<p>De voorzichtige liefde van de jaren ’90 tussen publieke en private partijen is enigszins bekoeld. Wie heeft het nog over gezamenlijke ontwikkelingsmaatschappijen? Veel te risicovol. Het adagium van deze tijd is eerder ‘schoenmaker houd je bij de leest’. Het is niet dat de twee bloedgroepen niet samenwerken. Integendeel. Maar de nadruk ligt sterker op de publiekrechtelijke taken van de overheid en de invulling door marktpartijen.</p>
<p><strong>Postzegelontwikkeling</strong><br />
Gebieden van enige omvang die in één keer worden ontwikkeld, zijn al helemaal niet meer van deze tijd. Uit het oogpunt van overzichtelijkheid, fasering, risico’s, verkoop en financiering is de schaal van ontwikkeling drastisch verkleind. Voor de financiering van postzegelplannen gaat de bank nog wel open. Investeringen op het niveau van hele stadswijken in één keer zijn bijna onmogelijk.</p>
<p>Op zich is er natuurlijk niets mis met postzegels. Een aantal postzegelplannen naast elkaar of gefaseerd in de tijd kunnen leiden tot interessante ruimtelijke ontwikkelingen. Maar het heeft weinig meer te maken met gebiedsontwikkeling.</p>
<p><strong>Themaontwikkeling</strong><br />
Klagen over de crisis mag volkssport nummer één zijn, gelukkig draaien er in Nederland tenminste nog hijskranen. Ruimtelijke ontwikkeling staat niet stil, ook al gaat dit niet meer op de schaal van gebiedsontwikkeling. Naast schaalverkleining door postzegelplannen is er nog een andere trend zichtbaar: themaontwikkeling. Steeds vaker maken de aloude ruimtelijke functies van de plankaart (wonen, werken, verkeer, bedrijven etc. ) plaats voor het ruimtelijk faciliteren van bijzondere doelgroepen en thema’s. Neem bijvoorbeeld studentenwoningen. Iedere zichzelf respecterende studentenstad heeft het vergroten van het aanbod studentenwoningen naar zich toe getrokken. Het resulteerde een paar weken geleden in een convenant tussen minister Donner, gemeenten, onderwijsinstellingen en de vastgoedsector om de komende jaren 16.000 studentenwoningen te bouwen. Hoewel het een belachelijk laag aantal is in vergelijking met de honderdduizenden studenten die jaarlijks op zoek zijn naar woonruimte, toont het convenant de aandacht voor het bouwen voor bijzondere doelgroepen</p>
<p>Een ander voorbeeld van een thema dat in de spotlight van plannenmakers staat, is energie. De tijd dat energiebedrijven vooral oog hadden voor het stopcontact en de afname door de consument is voorbij. De afgelopen jaren is de aandacht &#8211; niet in de laatste plaats door de druk van de consument &#8211; verschoven naar de voorkant van het proces: de opwekking van de energie zelf. Energiebedrijven en ruimtelijke ontwikkelaars vinden elkaar nu in de opgaven van deze tijd. Zo heeft de discussie over kolencentrales, zonnepanelen en windenergie een sterke ruimtelijke dimensie. Het thema energie is een drager van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Zie bijvoorbeeld de Eemshaven waar de ene na de andere energiecentrale verschijnt.</p>
<p>Nichemarkten van een paar jaar geleden zijn de dragers van ruimtelijke ontwikkelingen van deze tijd. Zolang de crisis doorijlt en er geen kapitaal is voor grootschalige projecten, zijn de hedendaagse thema’s de motor van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Oostelijke Handelskade, Amsterdam, foto: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-gebiedsontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>16</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>2012 wordt een bijzonder jaar&#8230;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/2012-wordt-een-bijzonder-jaar/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/2012-wordt-een-bijzonder-jaar/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Dec 2011 22:05:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3484</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/2012website.jpg" /> 2012 belooft een bijzonder jaar te worden. De vooruitzichten voor de economie zijn weliswaar slecht en de crisis zal zeker ook zijn weerslag hebben op de ruimtelijke sector. Maar we weten: een periode van hardship brengt ook kansen met zich mee. Innovatie komt in periodes van crisis in een stroomversnelling. De combinatie met de steeds verder ontluikende nieuwe, frisse dynamiek in ons vakgebied vormt wat ons betreft een goede basis voor een perspectiefrijk jaar. Bovendien bestaat RUIMTEVOLK volgende jaar 5 jaar en dat laten we niet ongemerkt voorbij gaan.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>2012 belooft een bijzonder jaar te worden. De vooruitzichten voor de economie zijn weliswaar slecht en de crisis zal zeker ook zijn weerslag hebben op de ruimtelijke sector. Maar we weten: een periode van hardship brengt ook kansen met zich mee. Innovatie komt in periodes van crisis in een stroomversnelling. De combinatie met de steeds verder ontluikende nieuwe, frisse dynamiek in ons vakgebied vormt wat ons betreft een goede basis voor een perspectiefrijk jaar.</strong></p>
<p><strong>Lustrum RUIMTEVOLK!</strong><br />
2012 is ook een bijzonder jaar omdat RUIMTEVOLK dan 5 jaar bestaat! Waar we in 2007 ooit begonnen met een kleine club enthousiastelingen met een missie om het ruimtelijk debat weer leven in te blazen en het vakgebied van inspiratie, inhoud en nieuw elan te voorzien, kunnen we begin 2012 stellen dat het resultaat onze verwachtingen ver heeft overtroffen. RUIMTEVOLK is uitgegroeid tot een van de meest actieve en omvangrijke netwerken in de ruimtelijke ordening. En als onafhankelijke platform wordt RUIMTEVOLK gewaardeerd, zo leren we onder andere uit het onlangs uitgevoerde lezersonderzoek.</p>
<p>We vinden het zo aan het begin van ons jubileumjaar ook een mooi moment om onze ambities uit te spreken. Namelijk dat we ook de komende 5 jaar het ruimtelijk debat van inhoud en elan willen voorzien door het platform verder te laten gedijen en tot volle bloei te laten komen. Dat blijven we doen op de manier waarop we dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan. Door een podium en publiek te bieden aan goede verhalen, kritische beschouwingen, interessante vergezichten, reflecties en mijmeringen. Online, maar ook offline.</p>
<p>In 2012 gaan we speciale jubileumactiviteiten organiseren, waarin de herbezinning en heroriëntatie op ons ruimtelijk perspectief en handelen centraal staan. Met deze activiteiten willen we de focus even van de dagelijkse praktijk in het hier en nu af halen. Door samen met u grote maatschappelijke en ruimtelijke opgaven vanuit diverse invalshoeken te onderzoeken en de betekenis die de ruimtelijke ordening hierbij kan spelen te verkennen. Ook hier is het podium en publiek voor de inspirerende analyses en visies en interessante ruimtelijke perspectieven. Misschien dus ook voor u?!</p>
<p>En als klap op de vuurpijl komen we aan het eind van het jaar met een jubileumpublicatie, met daarin een selectie van inspirerende blogs die de afgelopen 5 jaar zijn gepubliceerd op RUIMTEVOLK. Een extra reden dus om in ons jubileumjaar uw verhaal in te sturen.</p>
<p>Kortom, 2012 wordt wat ons betreft een bijzonder jaar.</p>
<p>U hoort nog van ons! En wij van u?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/2012-wordt-een-bijzonder-jaar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>NeDDRland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Dec 2011 12:11:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Duitsland]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3472</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/smartphone-2.jpg" /> Is het U weleens opgevallen dat Nederland en de voormalige DDR opvallende gelijkenissen vertonen? Een aantal gelijkenissen liggen ten grondslag aan de mogelijkheid om in Nederland het doe-het-zelfprincipe in de ruimtelijke ordening te kunnen toepassen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Is het U weleens opgevallen dat Nederland en de voormalige DDR opvallende gelijkenissen vertonen? Een aantal gelijkenissen liggen ten grondslag aan de mogelijkheid om in Nederland het doe-het-zelfprincipe in de ruimtelijke ordening te kunnen toepassen.</strong></p>
<p>Allereerst: in beide landen is de burger passief, pikt alles wat de staat voorschrijft, mort wat voor zich uit,  maar demonstreert niet. Nederlanders leven in een wereld waar het recht op vrije meningsuiting het hoogste politieke en maatschappelijke goed is. Dat was in de DDR andersom; je mocht er vooral niet zeggen wat je dacht. In Nederland is dat omgekeerd; daar is iedereen de hele dag bezig hardop en luid te zeggen wat hij denkt . Niet omdat er iemand luistert, maar omdat het kan. En wat kan, dat moet in Nederland.</p>
<p>In Nederland lijkt de passiviteit van de burger voortgekomen uit de overladen informatie en meningen die over ‘m worden uitgestort. Kan de Nederlander wel zoveel kiezen? Dat lijkt maar zo. Uiteindelijk blijkt, als U besluiteloos voor het koelvak staat op zoek naar een lekker toetje, dat alles is voorbedacht, voorgekauwd voorgeproefd door Unilever. Grolsch en Heineken; weliswaar concurrenten, maar ook partijen die (verboden) prijsafspraken maken over de prijs van een biertje. Niks vrije markt. Het lijkt de DDR wel.</p>
<p>In Nederland houdt iedereen elkaar de hele dag met de modernste apparatuur continue in de gaten: “<em>H</em><em>é, waar ga je? War ben je? Wat doe je?”. </em>Zijn het niet de brave medeburgers is het wel de dienst Wegverkeer die van alle automobilisten uit voorzorg de nummerplaten digitaal opslaat. De Nederlander is de hele dag bezig met in- en uitchecken, op het spoor en binnenkort misschien ook op de weg. Dat alles wordt door de overheid opgeslagen in het kader van de veiligheidideologie (of: -utopie). Niets is geheim voor Vadertje Staat in Nederland. Net de DDR.</p>
<p>Wat betreft de woningbouw: daar lijkt het alsof we mogen en kunnen kiezen uit gevarieerde woningen op een willekeurige Vinexlocatie. Achter de architectonische gevels verbergt zich een als marktwoningbouw verpakte programmatische schraalheid, waarbij alles het resultaat is van afweging die door anderen gemaakt zijn. En die wordt gestuurd door het streven naar het minste risico en het meeste winst; niet op uw wensen. Dan had u wel een pimpelpaarse voordeur mogen kiezen. Maar dat is niet de bedoeling. Wel in de pas blijven lopen. Het lijkt wel de DDR…maar het is Club Nederland.</p>
<p>In Nederland is de overheid geen marktmeester maar schoolmeester is. Als de markt zo ruim baan moet krijgen zou je verwachten dat de overheid de beste voorwaarden voor een goed functionerende markt (en daarmee duid ik op alle markten, dus niet alleen de financiële markt, maar ook de markt voor ambulante handel) opstelt en bewaakt. Niet: de Nederlandse overheid is een ideologisch getinte schoolmeester die zegt wat wij moeten doen.</p>
<div id="attachment_3474" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3474" href="http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/naamloos-2/"><img class="size-full wp-image-3474" title="Naamloos-2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Naamloos-2.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Vincent Kompier</p></div>
<p>Het thema van de Dag van de Ruimte is Doe het zelf. Dat is natuurlijk prima, maar je kan van de Nederlandse bevolking geen doe het zelven verwachten als de overheid er sinds de Tweede Wereldoorlog voor heeft gezorgd dat alle kennis en capaciteiten om het zelf te kunnen doen bij de burgers zijn weggehaald. De kongsi van overheid, corporaties en ontwikkelaars heeft ervoor gezorgd dat de burger (met rechten en plichten) is verdreven en de consument is opgestaan (met alleen maar rechten). Consumeren betekent eenrichtingsverkeer. “Wij bepalen waar u uit mag kiezen” is het thema geweest van de driehoek corporatie-overheid-ontwikkelaars. Nogmaals: mensen kunnen alleen maar goed overwogen keuzes maken als de markt transparant is. En daar zorgt de overheid niet, of te weinig voor. De regelgeving is zo ingewikkeld dat alleen de overheid het nog begrijpt, en zelf die niet altijd.</p>
<p>De Duitser heeft vanuit zijn verleden een behoorlijke portie wantrouwen tegenover de overheid. Voor de Duitser is onze ‘lakse’ houding tegenover de overheid onbegrijpelijk; je vertrouwt de overheid toch niet dat de dijken overeind blijven? Het Duitse wantrouwen leidt tot een grote behoefte aan zelfredzaamheid. Dat uit zich rond 1900 in <em>Baugenossenschaften</em>; coöperaties waarvan de leden een aandeel kopen en indien ze dat willen een woning kunnen huren. Als aandeelhouder hebben leden zeggenschap over de koers die gevaren moet worden. Zo kunnen ze voorkomen dat de directeur vanuit een Maserati de coöperatie bestuurd. Berlijn kent een sterke traditie voor <em>selbtbestimmtes wohnen</em>. De <em>Baugemeinschaften</em> en <em>Baugruppen</em> zijn de nieuwste loot aan de zelfbestemmingboom. Groepen mensen kopen al dan niet samen met een architect een kavel en ontwerpen en bouwen zelf een woon/werkblok. Vaak met veel betere duurzaamheidsmaatregelen dan menig ambtenaar vanachter zijn bureau zou bedenken. Immers: de bewoners betalen het zelf. De verplichte duurzaamheidsmaatregelen bij menig kavelverkoop voor zelfbouw is een hardnekkig teken dat de Nederlandse overheid de consument lang nog niet serieus neemt en geen enkele notie heeft over hoe mensen denken en beslissen.</p>
<p>Doe het zelf; het klinkt leuk, maar het heeft het moeilijk. Wat betreft doe het zelven is er geen politieke partij die het &lt;doe het zelf&gt; als hoogste partijideologisch punt op de lijst heeft staan. Politici willen helemaal niet dat U het zelf doet, want dan kunnen zij naar huis. Toch bestaat er één partij die dat wel heeft, niet toevallig in Duitsland, of eigenlijk helemaal niet toevallig, en dat is de Piratenpartij, die bij de laatste verkiezingen hoge ogen heeft gegooid in Berlijn. Een van hun belangrijkste punten? Transparantie. Want als alles helder is kan je mensen geen passiviteit en consumentisme verwijten. Ondernemerschapis is cruciaal voor de doe-het-zelfmentaliteit. Geef daar ruimte aan. Mensen willen wel, mits ze maar serieus genomen worden en niet worden overladen met schoolmeesterachtige nevenoverheidsdoelstellingen. Het is al lastig genoeg om degene die het zelf zouden willen doen de ruimte te geven. Maar doe dat wel. Want goed voorbeeld doet goed volgen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Dit is een bewerking van de toespraak die Vincent Kompier heeft gehouden op de Dag van de Ruimte  op 10 november 2011 met als thema: doe het zelf in de ruimtelijke ordening</em></p>
<p><em>Illustratie boven: Bas van der Schot (<a href="http://basvanderschot.com/" target="_blank">http://basvanderschot.com/</a>), gepubliceerd in De Volkskrant van vrijdag 2 december 2011<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Steeds meer ‘flexwoners’</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/steeds-meer-flexwoners/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/steeds-meer-flexwoners/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Dec 2011 09:33:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3463</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/ACTA-gebouw-Amsterdam-Nieuw-West-Ruimtevolk-foto-Nico-Boink-649x349.jpg" /> Na de flexwerker is er de flexwoner. De parallellen zijn treffend. Reguliere huurders worden nog beter beschermd dan vaste arbeidskrachten. En dus verzinnen de bazen in de woningsector, de verhuurders, ook zakelijke arrangementen die beter anticiperen op tijdelijke en onvoorziene omstandigheden. Al die regelingen, van campuscontract tot huisbewaarder, hebben gemeen dat ze de heilige huurbescherming omzeilen. De flexwoner is er ondertussen blij mee, tot hij of zij weer moet verkassen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na de flexwerker is er de flexwoner. De parallellen zijn treffend. Reguliere huurders worden nog beter beschermd dan vaste arbeidskrachten. En dus verzinnen de bazen in de woningsector, de verhuurders, ook zakelijke arrangementen die beter anticiperen op tijdelijke en onvoorziene omstandigheden. Al die regelingen, van campuscontract tot huisbewaarder, hebben gemeen dat ze de heilige huurbescherming omzeilen. De flexwoner is er ondertussen blij mee, tot hij of zij weer moet verkassen.</strong></p>
<p>Van acht jaar wachten op een sociale huurwoning kijkt men in de regio Amsterdam niet vreemd meer op. De gemiddelde inschrijfduur van starters steeg in 2010 naar 7,9 jaar. De mutatiecijfers dalen kwartaal na kwartaal. Waarschijnlijk krijgen in 2011 minder dan 7.500 sociale huurwoningen in Amsterdam een nieuwe huurder, weer 1.300 minder dan in 2010. De mutatiegraad zakt daarmee onder de vier procent. Met andere woorden: de stagnatie is compleet.</p>
<p>Of toch niet? Als we kijken naar álle verhuringen, inclusief tijdelijke verhuur, gebruiksovereenkomsten, campuscontracten, vrije sector en onzelfstandige eenheden, dan komt alleen de corporatiesector al op het dubbele aantal mutaties. De tijdelijke verhuur is namelijk fors gegroeid, waardoor het totaal aantal woningmutaties in de corporatiesector zelfs iets is toegenomen de laatste jaren. Dat is een heel ander beeld. Tellen we daar de mutaties in de particuliere huur- en koopsector bij op, dan komt de totale mutatiegraad in Amsterdam in 2010 volgens de <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=de%20totale%20mutatiegraad%20in%20amsterdam%20in%202010%20volgens%20de%20amsterdamse%20dienst%20o%20s&amp;source=web&amp;cd=2&amp;ved=0CCQQFjAB&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.os.amsterdam.nl%2Fpdf%2F2011_vitalestad.pdf&amp;ei=1BTvTpC6EM-f-walu92cAg&amp;usg=AFQjCNFtD9f0sLrFCOt7I8KeeyP-C1Zeow&amp;cad=rja" target="_blank">Amsterdamse dienst O+S</a> op bijna 18 procent.</p>
<p>Dat cijfer spoort beter met de enorme verhuisdynamiek en de forse bevolkingstoename de laatste jaren. In 2010 verhuisden bijna 60.000 mensen naar Amsterdam; netto kreeg de hoofdstad er 13.000 bewoners bij. Dat zijn veelal jongeren die naar de hoofdstad komen voor werk of opleiding. Ze vinden onderdak in de particuliere huursector, in studentenwoningen, als kraakwacht, in onderhuur of via een tijdelijk huurcontract. Bovendien loopt het gemiddelde aantal bewoners per woning voor het eerst in zestig jaar weer op.</p>
<p><strong>ZZH-ers</strong><br />
In de woonsector lijkt zich een vergelijkbare ontwikkeling voor te doen als eerder op de arbeidsmarkt. Daar is de afgelopen twintig jaar sluipenderwijs een enorm reservoir aan flexibele arbeidskrachten ontstaan van professionals die via uitzendbureaus, tijdelijke contracten of als zzp-er worden ingehuurd.</p>
<p>In de woonsector is in schaarstegebieden een even bont palet aan tijdelijke woonvormen aan het ontstaan. Deze ZZH-ers (Zelfstandigen Zonder Huurbescherming) vormen een dynamische wolk rond de kern van goedbeschermde reguliere huurders en huiseigenaren. Van gebruiksovereenkomsten (antikraak), via tijdelijke verhuur en campuscontracten tot jongerencontracten.</p>
<p>Bij eigenaren bestaat een enorme behoefte aan tijdelijke verhuurarrangementen: van particulieren die hun huis niet kunnen verkopen, van bewoners die tijdelijk naar het buitenland gaan, van corporaties die sloop- en renovatieprogramma’s vanwege de crisis hebben uitgesteld, van beleggers die kampen met leegstaande kantoren. Met vertraging volgt de wet- en regelgever deze behoefte; druppelsgewijs nemen de mogelijkheden toe. Het alternatief is namelijk meestal leegstand. Voorlopig sluitstuk van deze ontwikkeling lijkt binnenkort een aanvulling op de Wet kraken en leegstand die tijdelijke verhuur van tien jaar mogelijk maakt als kantoren daardoor een maatschappelijke bestemming &#8211; zoals wonen &#8211; krijgen.</p>
<p><strong>Flexconstructies</strong><br />
Leegstandbeheerders groeien als kool dankzij de overcapaciteit aan kantoorruimte. Maar ook in de corporatiesector neemt het aantal tijdelijke huurcontracten een vlucht, in Amsterdam bijvoorbeeld van 1.127 in 2008 naar 1.731 in 2010. In navolging van campuscontracten zijn er nu ook al jongerencontracten, waarbij jongeren met voorrang een kleine woning krijgen aangeboden, maar die weer moeten verlaten voordat ze 27 worden. Voor woningcorporaties zijn de nieuwe tijdelijke huurarrangementen een uitkomst.</p>
<p>Weliswaar komt een deel van de tijdelijke woonvormen, zoals de campus-, jongeren- en short stay-contracten, voort uit expliciet beleid voor doelgroepen. Maar de grote groei van andere tijdelijke huurarrangementen is vooral een gevolg van de recessie. Corporaties zitten in hun maag met tal van complexen waarvan sloop- of renovatieplannen noodgedwongen zijn uitgesteld. Dankzij de tijdelijke contracten kunnen deze woningen worden verhuurd, zonder dat bewoners reguliere huurrechten krijgen. De nieuwe bewoners bouwen ondertussen ‘inschrijfduur’ op, terwijl ze relatief goedkoop wonen. Dat lijkt voor iedereen een win-winsituatie, al leidt het soms tot ongemakkelijke taferelen, waarbij de ene tijdelijke bewoner om juridische redenen voor de ander wordt ingeruild.</p>
<p>Al die nieuwe tijdelijke huurders hebben net als flexwerkers veel minder rechten. Huurdersorganisaties reageren daardoor even argwanend als vakbewegingen op deze nieuwlichterij. Maar de flexwoner zelf maalt er niet of minder om. Die is blij niet aan te hoeven schuiven in een eindeloze rij wachtenden. Ook steden als Amsterdam zijn blij met deze flexconstructies, die leegstand tegengaan en die zelfs in slechte tijden zorgen voor dynamiek in de stad.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: ACTA-gebouw in Amsterdam. In dit leegstaande kantoor komen 460 studentenkamers en 6000 m2 ‘broedplaats’. Foto: Nico Boink.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/steeds-meer-flexwoners/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wee de stedentripstad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Dec 2011 10:56:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Hoexum</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Brugge]]></category>
		<category><![CDATA[Citymarketing]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Recreatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3437</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/leidseplein.jpg" /> 'Steden zijn lui'. Dat prettig provocerende citaat staat voorop het boek Stedelijke vitaliteit. Het is een citaat uit een in het boek opgenomen interview met Zef Hemel, die stelt dat veel steden in Nederland druk bezig zijn elkaar na te doen en in die zin gemakzuchtig zijn. Die kritiek is terecht, maar hopelijk vatten de steden het niet op als aanmoediging zich nu geheel te concentreren op hun 'unique selling points'. Waren die steden maar werkelijk wat luier. Anders verworden ze tot 'stedentripsteden'.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&#8216;Steden zijn lui&#8217;. Dat prettig provocerende citaat staat voorop het boek &#8216;Stedelijke vitaliteit&#8217;. Het is een citaat uit een in het boek opgenomen interview met <a href="http://ruimtevolk.nl/?author=120" target="_blank">Zef Hemel</a>, die stelt dat veel steden in Nederland druk bezig zijn elkaar na te doen en in die zin gemakzuchtig zijn. Die kritiek is terecht, maar hopelijk vatten de steden het niet op als aanmoediging zich nu geheel te concentreren op hun &#8216;unique selling points&#8217;. Waren die steden maar werkelijk wat luier. Anders verworden ze tot &#8216;stedentripsteden&#8217;.</strong></p>
<p>En de winnaar is &#8230; Eindhoven. Deze stad bleek volgens een deskundige jury te beschikken over &#8216;<a href="http://www.debestebinnenstad.nl/winnaars/winnaars-2011-2013/grote-binnenstad/" target="_blank">De beste binnenstad 2011-2013</a>&#8216;. Toch kwam Eindhoven bij de verkiezing &#8216;Meest gastvrije stad 2011&#8242; niet verder dan de elfde plaats en werd ze tiende bij verkiezing van &#8216;Veelzijdigste winkelstad van de Benelux&#8217;. Bij de verkiezingen van &#8216;Meest vitale stad 2011&#8242; behoorde Eindhoven niet eens tot de genomineerden. Maar er zijn voor winnaars van dit soort verkiezingen meer redenen om niet te vroeg te juichen. Een meer dan schrale troost voor de verliezers lijkt mij dat je dit soort wedstrijden beter kunt verliezen. Denk aan Brugge.</p>
<p><strong>Middeleeuwen</strong><br />
Die stad werd onlangs door <a href="http://www.fritsvanoostrom.nl/" target="_blank">Frits van Oostrom</a> in een lezing (<a href="http://archief.nrc.nl/index.php/2011/November/8/Overig/14/Kwantumsprong+om+hokjesgeest+te+doorbreken/check=Y" target="_blank">gepubliceerd in NRC Handelsblad, 8 november 2011</a>) bij wijze van spreken uitgeroepen tot meest creatieve stad van de Middeleeuwen: &#8216;Brugge anno 1400 is een historisch schoolvoorbeeld van wat <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Richard_Florida" target="_blank">Richard Florida</a> noemt een creatieve stad, waar commercie en cultuur elkaar versterken. Een internationale, kosmopolitische omgeving die werkte als magneet en broeikas voor initiatief en innovatie. Geen toeval dat de meest open, diverse, internationale stad van de toenmalige Lage Landen ook de meest creatieve was.&#8217;</p>
<p>Van Oostrom gebruikt Brugge om te illustreren dat &#8216;economie en cultuur broer en zus&#8217; zijn. Daar heeft hij gelijk in, zeker als je beseft dat &#8216;broer economie&#8217; en &#8216;zus cultuur&#8217; beide kinderen zijn van &#8216;vadertje stad&#8217;. Volgens de historicus <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Fernand_Braudel" target="_blank">Fernand Braudel</a> openbaart het &#8216;proces van economische groei zich nergens zo goed als in het fenomeen stad.&#8217; Dat komt volgens hem door die typische atmosfeer van de stad: &#8216;Steden lijken op transformatoren: ze verhogen de spanning, versnellen de stroomwisseling en laden het leven van de mens eindeloos op.&#8217; Een mooie vergelijking, maar let wel transformatoren moeten gekoeld worden om ‘overspanning’ te voorkomen.</p>
<p>Steden als Brugge zijn slachtoffer geworden van hun eigen succes. In de veertiende eeuw liep Brugge voorop in het proces van verstedelijking in Europa. Na de opkomst van handelssteden in Noord-Italië (Florence, Venetië en Milaan) sloeg deze ontwikkeling ten noorden van de Alpen als eerste aan in de de Zuidelijke Nederlanden, met name in Gent en Brugge. In Brugge ontstond de eerste ‘effectenbeurs’ ter wereld. In de Beurs van Brugge was al een levendige handel in goederen vanuit heel Europa, van glas uit Venetië tot bont uit Novgorod. Al snel werd hier ook druk gehandeld in waardepapieren zoals obligaties, een fenomeen dat uit Italië was komen overwaaien. Brugge werd de eerste echte handelsmetropool. En een voorbeeld voor andere steden. In de vijftiende eeuw stootten Antwerpen en andere Brabantse steden Brugge van de troon, die op hun beurt in de zestiende en zeventiende eeuw voorbijgestreefd werden door Amsterdam en de Hollandse steden.</p>
<div id="attachment_3439" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3439" href="http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/brugge/"><img class="size-full wp-image-3439" title="Brugge" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Brugge.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Brugge, toeristische stad, foto: txenoo op Flickr</p></div>
<p><strong>Toeristische trekpleister</strong><br />
Tegen die tijd was Brugge al lang en breed vergeten en verlaten. De stad was op sterven na dood. Tot in 1892 Georges Rodenbach de stad met een roman wakker kuste, paradoxaal genoeg getiteld <a href="http://thelostdutchman.hubpages.com/hub/Bruges-la-Morte-by-Georges-Rodenbach" target="_blank">Bruges-la-Morte</a>, &#8216;Brugge-de-dode&#8217;.  Rodenbach had in zijn roman vele foto&#8217;s van het verstilde Brugge op laten nemen, niet zozeer als illustraties, maar als zelfstandige sfeerbeelden. De vele lezers wilden die stad wel eens met eigen ogen zien. Brugge werd een toeristische trekpleister. In het jaar 2000 werd de binnenstad opgenomen in de befaamde Werelderfgoedlijst van Unesco. Dat maakte Brugge nog populairder als bestemming voor een stedentrip, sowieso een van de snelst groeiende vormen van toerisme.</p>
<p>Eind goed, al goed? Is Brugge werkelijk gereanimeerd, tot leven gekomen? Oké, er wordt weer geld verdiend en het is er druk, en in die zin: levendig. Maar toch ook nog steeds doods. Begrijp me niet verkeerd: de stad is een reis waard, ik kan een bezoek aan die stad aan iedereen aanbevelen. Maar zou ik er willen wonen? Wie wil er wonen in een themapark?</p>
<p><strong>Stedentripstad Amsterdam</strong><br />
Lang geleden al maakte Anton Zijderveld zich zorgen over de &#8216;disneyficatie&#8217; van Amsterdam, anderen spreken ook wel van &#8216;eftelisering&#8217;. Ik nam deze verhalen steeds voor kennisgeving aan, maar de eerste de beste keer, na mijn &#8216;trip&#8217; naar Brugge, dat ik Amsterdam bezocht, hoorde ik in de tram bij de halte Leidseplein de conducteur omroepen: &#8216;Leidse Square, Amsterdam entertainment area&#8217;. Dat de grachtengordel de werelderfgoedlijst had gehaald lijkt me ook geen goed voorteken. Gaat Amsterdam Brugge achterna? Verwordt Amsterdam tot een stedentripstad?</p>
<p>Gelukkig werd ik vrijwel meteen gerustgesteld, door de VVV van Amsterdam nota bene. Die bleek zich, in een <a href="http://www.atcb.nl/nieuwsartikelen/atcb-vandaag-in-verschillende-media" target="_blank">interview</a> in &#8216;De Reiskrant&#8217; van De Telegraaf  zorgen te maken over de authenticiteit van de stad: &#8216;Er moet voor worden gewaakt dat de binnenstad verandert in een openluchtmuseum met alleen maar toeristenwinkeltjes en informatieborden in acht talen à la Venetië.&#8217; Later werd dit in een persbericht genuanceerd: &#8216;Een goede balans in het centrum van Amsterdam tussen wonen, werken en recreëren is het doel.&#8217;</p>
<p>Wijze woorden, hoewel te vrezen valt dat juist de mensen die streven naar authenticiteit Amsterdam willen veranderen in een openluchtmuseum. Gelukkig wil de VVV ook de veelzijdigheid van Amsterdam onder de aandacht brengen. Gelukkig, want Amsterdam is immers niet alleen de grachtengordel, het is ook Plan Zuid van Berlage en natuurlijk het IJ en het Oostelijk Havengebied.</p>
<p><strong>Vitaliteit als ramp</strong><br />
De hoofdstad mag zich dus gelukkig prijzen met stadspromotoren die zich niet dood staren  op het unique sellingpoint van &#8216;hun&#8217; stad, de grachtengordel. Amsterdam is ook veel meer het uitgaanscentrum van Nederland (misschien moet je wel zeggen: Europa). De focus op zaken als vitaliteit en creativiteit brengt misschien op de korte termijn succes, maar werkt op de wat langere termijn juist contraproductief.</p>
<p>Daarom ook mag hier niet onvermeld blijven dat het begrip &#8216;creatieve stad&#8217; geen bedenksel is van de door Van Oostrom genoemde Richard Florida. De grondlegger van het begrip is &#8216;stedenfluisteraar&#8217; <a href="http://www.charleslandry.com/" target="_blank">Charles Landry</a>. Deze Landry wordt ook wel beschouwd als &#8216;stadsvisionair&#8217;, maar daarvoor mist hij gelukkig toch dat roekeloze dat zieners zo kenmerkt. Hij houdt het hoofd koel en waarschuwde dat te veel vitaliteit rampzalig kan zijn voor een stad. En dat was toch een beetje vloeken in de kerk, want hij deed dat in een interview in het eerder genoemde boek Stedelijke vitaliteit. Landry heeft groot gelijk, een werkelijk vitale stad bruist niet alleen, maar heeft ook rustige, kalme, saaie en vooral veel gewone plekken en gebieden.</p>
<p>Stadsbestuurders en citymarketeers zouden een tegeltje boven hun bureau moeten hangen, met daarop de dooddoener &#8216;Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg&#8217;. Niet alleen om ze te kalmeren, maar ook om hen eraan te herinneren dat hun stad geen &#8216;stedentripstad&#8217; moet worden en ook een wóónplaats is en moet blijven.<br />
&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Ijsbaan op het Leidseplein, foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/rexroof/" target="_blank">Rex Roof</a> (<a href="http://www.rexroof.com/" target="_blank">http://www.rexroof.com/</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Terug naar een zelfvoorzienend platteland?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Dec 2011 12:24:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elly van der Klauw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[drenthe]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3440</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Dorp.jpg" /> In de krimpgebieden steken de dorpelingen al steeds vaker de handen uit de mouwen. Dat zal ook moeten op het overige platteland. Twee bijeenkomsten over het platteland van de toekomst maakten dit duidelijk. De overheid trekt zich terug, en subsidiestromen drogen op.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de krimpgebieden steken de dorpelingen al steeds vaker de handen uit de mouwen. Dat zal ook moeten op het overige platteland. Twee bijeenkomsten over het platteland van de toekomst maakten dit duidelijk. De overheid trekt zich terug, en subsidiestromen drogen op.</strong></p>
<p>In het Advies voor het 4<sup>e</sup> Plattelandsparlement wordt de ontwikkeling van overheidssturing naar zelfsturing ‘bij uitstek van belang genoemd voor de krimpregio’s’. De inwoners in de gebieden met de meeste krimp hebben dit ondertussen al langer bemerkt en ook opgepakt. Vaak worden voorzieningen als dorpshuizen of buurtwinkels die met sluiting worden bedreigd overgenomen door de dorpsbewoners zelf. In Engeland hebben ze hier zelfs een wet voor, de ‘Community Right to Buy’, dorpsgemeenschappen krijgen als eerste het recht om belangrijke lokale gebouwen en voorzieningen over te nemen.</p>
<p>Zelfsturing en gemeenschappen die in actie komen voor het behoud van leefbaarheid en voorzieningen lijken de toekomst voor het hele platteland van Nederland: krimpregio, bijna krimpregio of nog niet krimpend. Op het <a href="http://plattelandsparlement.nl/plattelandsparlement-2011" target="_blank">4<sup>e</sup></a> Plattelandsparlement in Den Haag en de bijeenkomst over het <a href="http://www.netwerkplatteland.nl/plattelandvandetoekomst/najaarsconferentie-platteland-van-de-toekomst/" target="_blank">Platteland van de Toekomst</a> van het Netwerk Platteland in Drenthe werd duidelijk dat verschillende ontwikkelingen elkaar nu ook versterken. Platteland van de Toekomst Schaalvergroting in de landbouw, en minder boeren die overblijven. Boeren die er vaak wel wat bij willen gaan doen om inkomsten te verwerven. Schaalvergroting in de voorzieningen, minder winkels en minder zorg dichtbij.  Schaalvergroting bij gemeenten, sommige plattelandsgemeenten hebben te maken met tientallen kernen in een uitgestrekt gebied. En een overheid die terugtreedt en vindt dat burgers meer hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar ook een overheid die op ieder niveau, lokaal, nationaal of Europees minder geld heeft voor het platteland. En dan ook nog eens krimp in de meeste plattelandsgebieden, waardoor er minder mensen en middelen zijn.</p>
<p>Op de bijeenkomst over het Platteland van de Toekomst in Erica waarschuwde gedeputeerde Rein Munniksma dat er de komende tijd niet veel geld meer zal zijn voor plattelandsontwikkeling. “Van de gelden voor Vitaal Platteland, en het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) blijft maar 30% over. En ook de gelden uit Europa voor Leader-projecten lopen in de nieuwe plannen voor het  Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) terug.  GLB-gelden zullen direct naar landbouw gaan.”</p>
<p><strong>Dood voor groen</strong><br />
De workshops over alternatieve gebiedsfinanciering in het Smalspoor Museum werden vervolgens druk bezocht door de deelnemers. Veel opwekkends was daar niet te horen, al waren er wat nieuwe initiatieven. <a href="http://www.nationaalgroenfonds.nl/Paginas/Default.aspx" target="_blank">Het Nationaal Groenfonds</a> liet zien dat veel traditionele manieren om groen te financieren doodlopen. Zo kon met Rood voor Groen, huizenbouw, nog wel eens groen worden aangelegd, maar met de malaise in de woningmarkt biedt dat geen soelaas. Datzelfde geldt voor een aantal subsidiestromen. Wrang genoeg biedt ‘Dood voor Groen’, waar mensen betalen om zich te laten begraven in een natuurgebied, wel weer een nieuwe mogelijkheid.</p>
<p>Vanuit de markt betaalt Campina Friesland boeren extra als ze  hun melkvee een deel van het jaar buiten laten lopen. Met deze weidegang hopen ze het imago en de levendigheid van de landbouw te verbeteren. Vooralsnog lijken consumenten voor weidegangmelk nog niet extra te willen betalen. Tenslotte zou ook <a href="http://www.crowdaboutnow.com/CrowdAboutNow/" target="_blank">crowdfunding</a>,  voor ondernemers in het landelijk gebied wat kunnen opleveren. Particulieren en bedrijven uit de streek investeren in een streekgebonden onderneming. In Utrecht haalden ondernemers via dit middel een startkapitaal op voor een bedrijfsverzamelgebouw. Voor minder commerciële activiteiten is crowdsourcing of een streekrekening bij een regionale bank  wellicht een idee. De Rabobank in de Krimpenerwaard is hier bijvoorbeeld mee bezig.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3442" href="http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/gebouw/"><img class="alignnone size-full wp-image-3442" title="gebouw" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/gebouw.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p><strong>Zelfsturende dorpen</strong><br />
Zonder veel externe financiering zullen dorpen het vooral zelf moeten doen. Op het Plattelandsparlement veel aandacht voor zelfsturende dorpen en organisaties. Pim de Bruijne, lid van de Adviescommissie: “De burger moet het echt zelf gaan doen. Zeker in krimpregio’s is onze aanbeveling om van overheidssturing naar zelfsturing over te gaan.” In de meeste dorpen in Nederland is sprake van ontgroening en vergrijzing, en van vaak selectieve migratie. Aan de randen van Nederland leidt dit naast bevolkingsdaling ook al tot huishoudensdaling en dus leegstand. In andere plattelandsgebieden daalt het aantal huishoudens pas na 2025 of 2030, maar moet al goed over bouwplannen nagedacht worden. Zo wil de provincie Zuid-Holland nu de bouwplannen in het Groene Hart ingrijpend gaan bijstellen.</p>
<p>Daar komt echter de laatste jaren nog iets bij meent De Bruijne: ”Schaalvergroting bij gemeentelijke overheden,  leidt wel tot versterking van bestuur maar ook tot een lossere relatie met de kernen. Dat kan niet anders bij gemeenten met bijvoorbeeld 65 kernen. En dan hebben we nu eveneens te maken met een terugtredende overheid, die vindt dat burgers zaken zelf meer moeten oppakken.”</p>
<p>Kortom, alle ruimte voor dorpen die er in slagen om zich zelf te organiseren en daardoor een gesprekspartner te worden voor gemeenten.  Kernen moeten ook samenwerken met andere kernen en bewonersorganisaties in de streek. Dan ben je een betere gesprekspartner voor zorgverleners of woningbouwcorporaties. Volgens de adviezen van het Plattelandsparlement zijn die al lang op regionale schaal georganiseerd, en werken ze vaak buiten gemeenten om. Samenwerking tussen dorpen voorkomt ook dat dorpen alleen opkomen voor de eigen voorzieningen, hoe begrijpelijk ook.</p>
<p><strong>Slimme dorpen</strong><br />
Sterke kernen die de hele gemeenschap vertegenwoordigen kunnen veel voor elkaar krijgen. Zwembaden, dorpshuizen of winkels zelf overnemen en gaan beheren, geld voor een sporthal ophalen, een vervoerssysteem met gemeenten en openbaar vervoersbedrijven gaan regelen.  Slimme dorpen moeten voor slimme ideeën vooral bij andere dorpen en bij andere streken gaan kijken. En een slimme overheid gebruikt op haar beurt  bewonersorganisaties.</p>
<p>In het Duitse Emsgebied wordt via een contactpersoon uit het dorp niet alleen snel de leegstand in dorpen in kaart gebracht, maar ook de reden waarom een huis leegstaat. “Want wie weet beter dan de dorpelingen waarom een huis daar verlaten is”, zo vertelde <a href="http://www.pro-t-in.de/cms/front_content.php?idcat=18" target="_blank">Klaus Ludden</a> in Drenthe. Tegelijkertijd verhoogde dit het bewustzijn over de leegstand in het dorp bij de gemeenschap zelf.</p>
<p>Zelfvoorzienend zal het platteland waarschijnlijk niet meer worden. Maar in  de toekomst blijven alleen dorpen (en regio’s)  die zelf in actie komen sociaal en economisch vitaal. Het dorp moet zich hervinden zoals in het oude liedje van Jean Ferrat, <a href="http://lyricskeeper.nl/nl/jean-ferrat/les-touristes-partis.html" target="_blank">‘Les touristes, touristes partis’</a>. Alleen vertrokken daar de toeristen en  in Nederland de subsidiestromen en de overheden.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zelfbouw: hype of ontwikkeling?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfbouw-hype-of-ontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfbouw-hype-of-ontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Dec 2011 20:56:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Emilie Vlieger</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Dag van de ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Nirov]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3429</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Naamloos-3.jpg" /> Willen wij Nederlanders wel zelf ontwikkelen? Of zijn we te passief en voor een doe-het-zelf cultuur?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Is zelfbouw een tussentijdse hype is die voortkomt uit de crisis, of een ontwikkeling die toch als structurele oplossing kan worden gezien? Dat vragen Merel Pit en Anne Seghers zich af in hun <a href="http://www.dearchitect.nl/nieuws/2011/11/15/dag-van-de-ruimte/dag-van-de-ruimte-nirov.html" target="_blank">verslag</a> van de Dag van de Ruimte. Door het rumoer rondom zelfbouw en organische ontwikkelingen lijkt het logisch: we moeten onze focus verleggen naar doe-het-zelf. Of denken we dat dit in de huidige tijdgeest de enige manier is om ‘te ontwikkelen voor de vraag’? Is ‘doe-het-zelf’ de enige zekerheid op een gebruiker? En zo ja: is het daarmee een tussentijdse hype?</strong></p>
<p><strong>Tijdgeest</strong><br />
De crisis is in ieder geval de bron van het rumoer. Onze bevolkingsgroei neemt af; de beroepsbevolking krimpt, terwijl de vergrijzing toeslaat en ook de voorheen groeiende economie stabiliseert. Onze bebouwde omgeving is altijd al een vertraagde reactie op de bewegingen in de maatschappij. Zodra de woningnood hoog is gaan we bouwen en zodra de vraag afgenomen is, stoppen we met bouwen. Dat moment is nu aangebroken. De uitbreiding van onze steden komt tot rust. ‘Slow urbanism’ noemt Jurgen Hogendoorn het in zijn <a href="http://ruimtevolk.nl/chaos-en-orde-in-de-vloeibare-stad/" target="_blank">artikel</a> dat in maart al op RUIMTEVOLK verscheen. Er zijn geen bloemkoolwijken meer nodig en er is ruimte in onze tijd om zelf, stapsgewijs, onze leefomgeving te ontwikkelen.</p>
<p>Maar willen wij Nederlanders dit wel, zelf ontwikkelen? Volgens Vincent Kompier, blogger op RUIMTEVOLK en spreker op de Dag van de Ruimte, gedraagt de Nederlandse overheid zich als een schoolmeester in plaats van een marktmeester. Hierdoor zijn Nederlanders volgens hem te passief voor een doe-het-zelf cultuur.</p>
<p>Toch kan de Nederlandse bevolking het volgens mij best zelf. Misschien wel onder de regie van de overheid en in ieder geval met behulp van professionals. We zitten in een <a href="http://vliegerprojecten.nl/wordpress/2011/09/de-improviserende-objectmarketeer-is-ook-een-strateeg/" target="_blank">netwerksamenleving</a>, een samenleving waarin je eigen identiteit het centrum van je omgeving is<strong>. </strong>Dit, terwijl je identiteit tegelijkertijd gecreëerd wordt door alle impulsen die je krijgt vanuit je omgeving. De economie (de creatieve economie) draait dus op het toevoegen van waarde in de vorm van een identiteit die past bij het individu (de eindgebruiker) en zijn omgeving.</p>
<p>Dit toevoegen van waarde gebeurt in verschillende industrieën door middel van co-creatie (2.0) en zelfbouw (3.0). <a href="http://www.stadmakers.nl/" target="_blank">Kris Oosting</a> maakte na afloop van de Dag van de Ruimte een vergelijking met de smartphone. De basisfuncties en de vormgeving van de telefoon worden bepaald door de ontwikkelaar. Kundige gebruikers ontwikkelen applicaties die zij zelf missen bij het gebruik van hun smartphone en de eindgebruiker beslist vervolgens zelf waarmee hij zijn telefoon programmeert. Dit doet de eindgebruiker naar eigen behoefte, die is ontstaan vanuit de identiteit van deze persoon.</p>
<p><strong>Kader</strong><br />
Onze identiteit doet ons beslissen hoe we onze telefoon programmeren en gebruiken, maar we zitten niet letterlijk met de applicatieontwikkelaar om tafel. Laat staan met de ontwikkelaar van het ding zelf. Tijdens de Dag van de Ruimte hoorde ik dan ook meermaals dat gebiedsontwikkelaars en vastgoedontwikkelaars een kader moeten bieden waarbinnen gebruikers kiezen wat zij er zelf willen.</p>
<p>De programmering van een gebied gaat vaak al op deze manier via marktwerking. Ondernemers (kundige gebruikers) kiezen als het goed is een goede plek voor hun idee. Gebiedsontwikkelaars kunnen ondernemers motiveren om meer reuring en ontmoeting te creëren in het gebied. Ook kunnen zij de verschillende functies coördineren, die deze ondernemers met zich meebrengen. Maar zij kunnen de ondernemers niet uitkiezen voordat ze überhaupt bestaan.</p>
<p>Bij woningbouw is de programmering te vergelijken met het bieden van keuzes. Van keuzes zoals ‘waar komt de keuken en welke badkamer wil men’ tot ‘welke materialen worden gebruikt en wat zijn de energievoorzieningen’? Waarbij kundige gebruikers natuurlijk wel in staat moeten zijn om onafhankelijk nieuwe keuzes te maken (de architect als applicatiebouwer?).</p>
<p><strong>Zelfbouw</strong><br />
‘Zelfbouw is geen nieuwe ontwikkeling’ heb ik een paar keer gehoord en gezegd tijdens de Dag van de Ruimte. Het was er altijd al. Het invullen van je eigen woon- en leefomgeving, zoals hierboven beschreven, is daarentegen wel een ontwikkeling. Deze zien we immers in meerdere vakgebieden en natuurlijk niet alleen bij de smartphone. Dit verklaart ook de uitkomsten van het onderzoek dat <a href="http://www.nirov.nl/" target="_blank">Nirov</a> en <a href="http://www.dbmi.nl/" target="_blank">DBMI</a> hebben gedaan onder de database van <a href="http://www.nieuwbouw-nederland.nl/" target="_blank">Nieuwbouw Nederland</a>. 10 Procent van de respondenten wil een standaard woning met beperkte keuze. 37 Procent wil een standaardwoning met keuzevrijheid bij de keuken, badkamer, indeling, uitbouw en extra’s en 24 procent wil daarbij ook keuzevrijheid in de afwerking (waarbij het woord ‘standaardwoning’ vervalt). 14 Procent prefereert een bouwpakket, waarbij men dus ook kiest uit voorgestelde opties. Dit betekent dat in totaal 85 procent van de respondenten in meer of mindere mate alleen keuzevrijheid wil. De resterende 15 procent wil hun woning volledig naar eigen wens (laten) creëren. In mijn ogen zijn zij ondernemers, en dus ook <a href="http://www.nirov.nl/Home/Nieuws/Nieuws_Items/Onderzoek_CPO__Professional_positief__consument_neutraal.aspx?mId=10437&amp;rId=476" target="_blank">kundige gebruikers</a>.</p>
<p>Doe-het-zelf is geen hype die bij de crisis hoort, het is een werkelijke ontwikkeling. Het in crisis geraakte vakgebied hoopt misschien dat het een tussentijdse oplossing is, maar helaas. De eindgebruiker wil nog steeds verzorgd worden. De ontwikkeling betekent dat ontwikkelaars samen gaan werken met kundige gebruikers; ondernemers  en professionals. Hun ideeën, die zij (doe-het-)zelf uitvoeren, verhogen de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het product van de ontwikkelaar. Of het product nu een stad, een gebied of een woning is. Ontwikkelen naar vraag is faciliteren naar behoefte. De markt weet immers zelf het beste waar markt voor is. Ik ben het eens met Vincent Kompier: ik zie de regerende partij als marktmeester.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Nirov (<a href="http://www.nirov.nl">www.nirov.nl</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfbouw-hype-of-ontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Is wiki het antwoord?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Dec 2011 11:35:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Wiki]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3425</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/5628328683_a092231ea1_b.jpg" /> Je wordt er mee doodgegooid. In ruimtelijke ontwikkeling moeten we veranderen in ons denken en in ons handelen. De ruimtelijke ordening zit in een existentiële crisis, de ruimtelijke ordenaar (de planoloog, stedenbouwer, etc.) ook. Ondertussen broeit het, ik zie steeds meer boeiende voorbeelden van hoe dingen anders kunnen. Deze initiatieven komen echter veelal niet vanuit het RO volk zelf. Het zijn de kunstenaars, de permacultuur-specialisten, die op de bres springen. Het RO volk is vooral druk met navelstaren en elkaar de schuld geven dat er niets verandert. Tegelijkertijd staan de eerste mastodonten op. Zij verkondigen dat de crisis straks weer voorbij is en dat we dan gewoon op de oude voet verder kunnen. Even doorbijten. Daar word je niet vrolijk van. Laatst zag ik echter weer wat licht aan het eind van de tunnel.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Je wordt er mee doodgegooid. In ruimtelijke ontwikkeling moeten we veranderen in ons denken en in ons handelen. De ruimtelijke ordening zit in een existentiële crisis, de ruimtelijke ordenaar (de planoloog, stedenbouwer, etc.) ook. Ondertussen broeit het, ik zie steeds meer boeiende voorbeelden van hoe dingen anders kunnen. Deze initiatieven komen echter veelal niet vanuit het RO volk zelf. Het zijn de kunstenaars, de permacultuur-specialisten, die op de bres springen. Het RO volk is vooral druk met navelstaren en elkaar de schuld geven dat er niets verandert. Tegelijkertijd staan de eerste mastodonten op. Zij verkondigen dat de crisis straks weer voorbij is en dat we dan gewoon op de oude voet verder kunnen. Even doorbijten. Daar word je niet vrolijk van. Laatst zag ik echter weer wat licht aan het eind van de tunnel.</strong></p>
<p><strong>WikicitY</strong><br />
Dat licht werd aangestoken door <a href="http://ruimtevolk.nl/?author=120" target="_blank">Zef Hemel</a><a href="../?author=120%5D"></a>. Hij vertelde over WikicitY als de manier om te werken aan duurzame steden en daarmee aan het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Met traditionele planning lukt het ons niet onze leefomgeving te verduurzamen. We schieten er geen moer mee op. Sterker nog, onze wereld wordt alleen maar onleefbaarder. Het moet anders. &#8220;Planning&#8221;, zegt Hemel, &#8220;is in essentie voor 80 procent communicatie. Het gaat over hoe we omgaan met elkaar, hoe we samenwerken, en hoe we samen bouwen aan onze leefomgeving. De overige 20 procent is wetgeving, regulering, geld, ontwerp.&#8221;</p>
<p>Als we planning willen veranderen, zouden we onze manier van communiceren eens tegen het licht moeten houden. In de wereld van ruimtelijke ordening communiceren we momenteel met elkaar op basis van ons systeem van representatieve democratie; een systeem stammend uit de klassieke oudheid. De maatschappij is echter veranderd. Dankzij de uitvinding van allerlei hulpmiddelen zit er steeds meer kracht en energie in het volk; eigenlijk schuilt in ieder van ons een Steve Jobs. Het concept <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Wisdom_of_crowds" target="_blank"><em>the wisdom of crowds</em></a> van James Surowiecki gaat over het benutten van die kracht en energie. Een groep individuen is slimmer dan een klein groepje experts. Dat is ook de grondgedachte van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia" target="_blank">Wikipedia</a>. Hemel vertaalt, met WikicitY, Wikipedia naar de praktijk van stadsontwikkeling. WikicitY is radicale democratie in de ruimtelijke ontwikkeling.</p>
<div id="attachment_3427" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3427" href="http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/image003/"><img class="size-full wp-image-3427" title="image003" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/image003.jpg" alt="" width="510" height="387" /></a><p class="wp-caption-text">Daklozen vertellen in de Vrijstaat Amsterdam hun eigen verhaal over de stad: vrijheid, regels, voedsel, beschutting, geliefde buurten, plekken die ze mijden, de toekomst van de stad. foto: Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam</p></div>
<p><strong>Modern polderen</strong><br />
Met WikicitY wordt het planproces opengegooid. Iedereen mag meedoen. De regisseur van het proces zorgt voor inspiratie, biedt platforms voor mensen om hun verhalen te delen en geeft anderen het podium. De drie ingrediënten van de nieuwe aanpak: inspireren, verbinden, activeren. Daarnaast gelden de voorwaarden voor een slimme groep van Surowiecki: diversiteit aan meningen, je mening onbeïnvloed kunnen uiten, decentralisatie (inzet van lokale denkkracht en specialismen) en tenslotte een methode om bijdragen te aggregeren, te bundelen en te filteren. De Nederlandse traditie van polderen is eigenlijk al een oeroude vorm van deze aanpak. Dat gezegd, hebben wij dus een vruchtbare voedingsbodem voor deze nieuwe manier van planning.</p>
<p>Het was niet persé deze theoretische verhandeling in het verhaal van Hemel die mij aan het denken zette en het licht aan het eind van de tunnel deed ontbranden. Het was het voorbeeld waarmee Hemel het nieuwe planproces verbeeldde. De totstandkoming van de structuurvisie van Amsterdam was WikicitY in praktijk. In de aanloop naar het opstellen van de structuurvisie hield Hemel zelf zo’n 70 keer dezelfde lezing over de toekomst van Amsterdam, Bestemming AMS. De reacties uit het publiek van in totaal een paar duizend toehoorders verwerkte hij steeds in zijn verhaal. Daarnaast organiseerde de gemeente met <a href="http://www.dro.amsterdam.nl/over_dro/dro_werkt_aan/bijzondere_projecten/vrijstaat_amsterdam" target="_blank">Vrijstaat Amsterdam</a> een proces waar duizenden inwoners, belangstellenden en andere belanghebbenden hun inbreng konden geven. Digitaal en in fysieke bijeenkomsten. De gemeente gaf verschillende groepen een platform om hun ideeën te uiten. Zelfs dak- en thuislozen kregen een podium. De gemeente kanaliseerde al deze inbreng naar een lopend verhaal, de <a href="http://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/structuurvisie/" target="_blank">Structuurvisie Amsterdam 2040</a>.</p>
<div id="attachment_3428" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3428" href="http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/image002/"><img class="size-full wp-image-3428" title="image002" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/image002.jpg" alt="" width="510" height="336" /></a><p class="wp-caption-text">Vrijstaat Amsterdam, WikicitY in praktijk. foto: Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam</p></div>
<p><strong>De kaders meebepalen</strong><br />
In essentie werd hiermee dus een planjuridisch instrument op een andere manier vormgegeven. De starre kaders van het ruimtelijk speelveld werden bepaald door de massa, en een lokale overheid initieerde dat en handelde daarmee dus anders dan voorheen. Dat geeft nieuwe perspectieven en hoop. Wat kan er gebeuren als we andere planjuridische kaders op deze manier gaan vormgeven? Als we met z’n allen afspraken maken over hoe we een bepaald gebied willen (laten) ontwikkelen? Als we een wiki-bestemmingsplan maken? Dat het kan bewijst een voorbeeld uit Denemarken. In een kleine Deense plattelandsgemeente heeft een groep jonge idealisten die een duurzame buurt wilden, bij gebrek aan capaciteit bij de gemeente, zelf een bestemmingsplan gemaakt en is in twee jaar tijd de woongemeenschap <a href="http://www.friogfro.dk/" target="_blank"><em>Fri og Fro</em></a> gerealiseerd. De diversiteit aan meningen in dit laatste voorbeeld is misschien een beetje summier, maar het laat wel zien dat bestemmingsplannen ook buiten de kamers van het stadhuis gemaakt kunnen worden. Ik daag lokale overheden uit: wie komt als eerste met een wiki-bestemmingsplan?</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: <a href="http://hazciudad.blogspot.com/" target="_blank">Hazciudad</a> in actie in Mexico City, zij focussen op het maken van een aantrekkelijke stad voor voetgangers en fietsers. Burgers maken een zebrapad op een gevaarlijke kruising. Lokale overheid accepteert wijzigingen en bouwt er zelfs op voort. foto: Diego Enrique Hernández González (<a href="http://www.flickr.com/photos/diegoehg/" target="_blank">diegoehg_</a> op Flickr)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De tuinman als nieuwe stadsprofessional</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Dec 2011 20:19:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rini Biemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[spelen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3399</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Plantentafel.jpg" /> Na 40 jaar sociale hulpverlening is het pijnlijk duidelijk dat ondanks individuele successen de effecten niet duurzaam in de gemeenschap verankeren. Ook in de bouwsector en stedenbouw zien we hetzelfde verschijnsel. Te weinig blijken de interventies (herstructurering) en masterplannen bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling voor mensen en hun directe leefgemeenschappen: de wijken.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na 40 jaar sociale hulpverlening is het pijnlijk duidelijk dat ondanks individuele successen de effecten niet duurzaam in de gemeenschap verankeren. Ook in de bouwsector en stedenbouw zien we hetzelfde verschijnsel. Te weinig blijken de interventies (herstructurering) en masterplannen bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling voor mensen en hun directe leefgemeenschappen: de wijken.</strong></p>
<p>Juist in achterstandswijken is dit momenteel het sterkst voelbaar en meetbaar; of zoals een (nu succesvolle) bewoner van het Nieuwe Westen (in Rotterdam) zegt: “Vroeger begon ik op niveau 0, nu moeten jongens die in diezelfde straat opgroeien op -3 beginnen. Je kansen op een goed leven zijn daarmee negen keer zo klein”.</p>
<p><strong>Natuur </strong><br />
Een veilige, sociale en groene openbare ruimte correleert positief met hogere vastgoedprijzen en betere gezondheid en welzijn voor bewoners. Mensen hebben elkaar en de (stads-)natuur nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Traditionele taken als tuinieren, klussen, handwerken en koken hebben naast een direct gezondheidseffect, ook een sociale meerwaarde. Dit interactieve zorgen voor elkaar en de omgeving is de basis van de eigen verantwoordelijkheid en het zelforganiserend vermogen binnen gemeenschappen. Met andere woorden: sociale interactie is niet iets wat ‘vanzelf’ gaat, maar is direct verbonden met de sociale en fysieke omgeving in een dynamisch samenspel van ontwikkeling en groei. Mensen doen graag mee als ze het leuk vinden, er goed in zijn en het nuttig vinden.</p>
<div id="attachment_3401" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3401" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/ecokinderpark/"><img class="size-full wp-image-3401" title="Ecokinderpark" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Ecokinderpark.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Inga (midden) van Creatief Beheer is gesprek met ouderen op het Ecokinderpark in Rotterdam, foto: Eva Flendrie</p></div>
<p>Alles wordt voor ons georganiseerd, we kijken er naar en zitten erbij, mogen hooguit meepraten of stemmen. Het is zaak dit anders te organiseren en wel op een zodanige manier dat mensen mee kunnen doen. Dan veranderen de mensen, hun gedrag en de omgeving. Het spreekt voor zich dat dit haaks staat op de gangbare praktijk; het herstel van de ‘ecosociale’ ruimte, die wij mensen nodig hebben in onze directe leefomgeving, is met name een herschikken van verantwoordelijkheden.<strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>We hebben deze cruciale menselijke conditie niet gezien in de op effectiviteit en efficiency sturende systemen. Menselijke natuurlijke interactie en zelforganisatie, die onze soort in 200.000 jaar heeft ontwikkeld, zijn hierdoor meer en meer onder druk komen te staan. Dit openbaart zich in stijgende zorg- en onderhoudskosten en een dalend rendement van fysieke investeringen en dit ondanks alle geboekte vooruitgang.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Zelforganisatie</strong><br />
Creatief Beheer is inmiddels zo’n tien jaar in Rotterdam aan het ‘oefenen’ om de beheer- en onderhoudspraktijk op kleine schaal om te vormen en fysieke doelen te koppelen aan sociale doelen. Steeds zien we dat na aanvankelijke scepsis het draagvlak gestaag groeit en er na zo’n 3 jaar steeds meer mogelijk wordt. Wie er oog voor heeft, ziet dat er op veel plekken en door veel mensen ‘geoefend’ wordt.</p>
<p>Het probleem ligt dus niet op straat, maar achter de bureaus en vergadertafels, eigenlijk de manier waarop we met de stad, de mensen en de verantwoordelijkheden omgaan. Juist in een tijd waarin oude systemen niet meer te betalen zijn, is het zaak tempo te maken met deze transitie naar een systeem waarin de zelforganisatie en zelfredzaamheid van gemeenschappen toeneemt. Als we hier niet in slagen, neemt de veerkracht van woongemeenschappen af en daalt ook het zelfreddend vermogen van de individuen. Hierdoor werken de bezuinigingen averechts en verliezen we het toch al wankele geloof van de bewoners. En dat zijn nu juist de mensen met wie we het moeten doen.</p>
<div id="attachment_3403" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3403" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/proefpark-de-punt/"><img class="size-full wp-image-3403" title="Proefpark-De-Punt" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Proefpark-De-Punt.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Tonny (in kleurige bloes) Tuinvrouw op het Rotterdamse Proefpark de Punt,  legt samen buurtbewoners moestuintjes aan, foto: Eva Flendrie</p></div>
<p><strong>De Tuinman </strong><br />
Voor deze transitie introduceren we de <a href="http://tuinmanindewijk.nl/" target="_blank">Tuinman</a> en zijn praktijk, die als centrale figuur midden in de wijk staat en binnen zijn werkterrein leunt op de samenwerking met de bewoners, scholen, wijkorganisaties, wooncorporaties en overheid. Groen en kindvriendelijk is de duurzame vlag waaronder dit gebeurt. De Tuinman en zijn praktijk staan symbool voor deze ‘organische ecologische’ (ecosociale) aanpak, net als voorheen de architect en zijn gebouwen symbool stonden voor moderniteit.</p>
<p>De Tuinman richt zich als een nieuwe stadsprofessional op de ontwikkeling van het ‘sociale groen’ in een wijk. Hieronder verstaan we de ‘natuurlijke’ interactie tussen mensen en de natuur als ecologisch principe. Een coördinerende en inspirerende professional in het midden, die zorgt dat een wijk ieder jaar groener en kindvriendelijker wordt. En waarbij het zelforganiserend en zelfreddend vermogen van een gemeenschap toeneemt, van grootschalig naar kleinschalig… de herwaardering van de menselijke maat en de wederkerigheid. De Tuinman maakt een stedenbouw met mensen en voor mensen mogelijk, samenwerken en een duidelijk doel om grote stappen te kunnen maken.</p>
<p>Het belangrijkste succescriterium van ieder project is terug te voeren naar de mensen. Met name de projectleider, in dit geval de Tuinman, is van essentieel belang. Mensen maken weer het verschil. De theorie is een handvat voor beginners en eigenlijk niet meer dan dat.</p>
<p>De meester onderscheidt zich van de leerling doordat hij zowel de theorie als de praktijk beheerst. In een effectieve wijkaanpak, heb je op de centrale middenpositie meesters nodig en geen leerlingen. In het publieke domein gaat het om het beste gemeenschappelijke resultaat, dit is het doel van het spel en dat is het spel waar de Tuinman een meester in is. Op deze manier kunnen ook nieuwe inzichten vanuit de sociologie, psychologie en gezondheidszorg getest worden in de praktijk. Dit geeft ook meteen aan dat we deze ‘nieuwe meesters’ moeten opleiden en dit kan het beste in de dagelijkse praktijk met vallen en opstaan. Iedere ‘val’ is een leermoment en ieder ‘opstaan’ een doorbraak.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Met de plantentafel de wijk in (Oleanderbuurt, Rotterdam), foto: Eva Flendrie</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De provincie in de hoofdrol</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-provincie-in-de-hoofdrol/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-provincie-in-de-hoofdrol/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Dec 2011 20:15:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Brechtje van Boxmeer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Gelderland]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Provincie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Zuid-Holland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3377</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/provinciehuis.jpg" /> In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte krijgen de provincies een sleutelrol toebedeeld als  regionale gebiedsregisseur. Werken bij de provincie wordt complexer, maar ook uitdagender. Bij deze werkgever van het jaar liggen de kansen om nieuwe werkwijzen uit te proberen en te ontdekken wat werkt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><script type="text/javascript"></script><strong>In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte krijgen de provincies een sleutelrol toebedeeld als  regionale gebiedsregisseur. Werken bij de provincie wordt complexer, maar ook uitdagender. </strong></p>
<p>Door de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (WRO) op 1 juli 2008 kregen de provincies al een andere rol in de ruimtelijke ordening. Zo hoeven zij bestemmingplannen niet meer goed te keuren. En nu ook nog flink bezuinigd wordt, kan de provincie minder sturen met subsidies of andere financiële prikkels. Wat betekent deze nieuwe rol voor de provincie? We zetten de belangrijkste uitdagingen op een rij.</p>
<p><strong>Regionale expertise </strong><br />
Als een provincie toch invloed wil hebben op een bestemmingsplan zal zij op tijd bij de gemeente aan tafel moeten zitten. Niet voorschrijven en toetsen, maar meedenken en stimuleren. De provincie moet echter wel wat meebrengen, anders nodigt een gemeente haar niet uit. Kennis over regionale ontwikkelingen en samenwerking is zo’n meerwaarde. De provincie is dé partij met de regionale scope en kennis over regionale ontwikkelingen, zoals bedrijventerreinen en de woningmarkt.</p>
<p><strong>Belangen </strong><br />
De grote vraag is of een provincie wel invloed moet wíllen hebben op het beleid van de gemeente. Zoals Co Verdaas &#8211; gedeputeerde van de provincie Gelderland &#8211;  zegt, moet de provincie zich alleen bemoeien met gemeenten als dit het provinciale belang betreft. Soms betekent dat vroeg meedenken, maar het kan ook inhouden dat er fors moet worden ingegrepen. <strong> </strong></p>
<p>De provincie Gelderland heeft bijvoorbeeld uit regionaal belang voor de woningmarkt scherpe zienswijzen ingediend op een bestemmingsplan voor een uitbreidingsplan in de gemeente Druten. Ook neemt deze provincie vaak zelf het initiatief om iets van de grond te krijgen door het opstellen van een inpassingsplan. Als provincie moet je soms dus loslaten, vaak aan de zijlijn stimuleren, maar ook  af en toe een planologisch instrument ter hand nemen. Voor de nieuwe rol als regionale gebiedsregisseur is geen generieke invulling te geven.</p>
<p><strong>Naar buiten</strong><br />
Buiten, daar liggen de ruimtelijke opgaven. De aanpak van de provincie hangt af van wat de regio nodig heeft. Als regionaal gebiedsregisseur is het belangrijk om ambities uit het gebied te benoemen, uit te dragen en te verbinden. Het gaat dus niet altijd om de ambitie van de provincie, maar met name om het stimuleren en verbinden van ambities van andere partijen, kansen zien op regionale schaal en andere, nieuwe partijen uitnodigen om die kansen te verzilveren. <strong> </strong></p>
<p>Een voorbeeld hiervan is te vinden in het project Hof van Delfland, de ontwikkeling van een metropolitaan park tussen Den Haag en Rotterdam. Hier organiseert de provincie Zuid-Holland gebiedsconferenties om te horen wat er leeft, om partijen te verbinden en om gezamenlijk invulling te geven aan het gebied. De provincie heeft er de rol van verbindingsofficier.</p>
<p><strong>Partijen </strong><br />
Openstaan voor initiatieven van anderen vraagt erom dat een plan niet helemaal is uitgewerkt. Een flexibel kader of plan geeft duidelijkheid, maar ook ruimte aan andere partijen. Zo is in het project Deltanatuur &#8211; de ontwikkeling van natuur ten zuiden van Rotterdam &#8211; een groot plangebied vastgesteld waar op regionale schaal een flexibel kader is opgesteld. Binnen dit kader hebben partijen de kans om locaties te ontwikkelen.</p>
<p>De nieuwe rol van de provincie maakt het werken bij deze organisatie misschien complexer, maar ook uitdagender. ‘Blauwdruk denken en -werken’ is passé. Betrokken ambtenaren moeten gebiedsgericht denken en uit hun sectorale hokje te voorschijn komen. De uitspraak: “daar ga ik niet over, maar mijn collega”, kan niet meer, het gaat om mentaal eigenaarschap. De provincie functioneert steeds meer in netwerken, zowel binnen als buiten de organisatie. Bij deze werkgever van het jaar liggen de kansen om nieuwe werkwijzen uit te proberen en te ontdekken wat werkt!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Provincie Zeeland, foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/parkris/" target="_blank">Mystic Mabel</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-provincie-in-de-hoofdrol/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mobiliteit in de postindustriële metropool</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 20:48:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Fietsen]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3389</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Fietsers_Ed_Buijs.jpg" /> In Amsterdam worden in hoog tempo de contouren zichtbaar van een voor Nederland afwijkend type stad. In de buurten binnen de Ring A10 vervagen de grenzen tussen wonen, werken en ontspanning, ontstaat een sterk plaatselijk georiënteerde levensstijl en bloeit een kleinschalige en gespecialiseerde economie. De hieruit voortvloeiende ontwikkeling van de mobiliteit stelt planners voor nieuwe opgaven.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In Amsterdam worden in hoog tempo de contouren zichtbaar van een voor Nederland afwijkend type stad. In de buurten binnen de Ring A10 vervagen de grenzen tussen wonen, werken en ontspanning, ontstaat een sterk plaatselijk georiënteerde levensstijl en bloeit een kleinschalige en gespecialiseerde economie. De hieruit voortvloeiende ontwikkeling van de mobiliteit stelt planners voor nieuwe opgaven.</strong></p>
<p>Gewoonlijk worden zowel onze dagelijkse activiteiten als de grondslagen van de ruimtelijke organisatie van de leefomgeving beschreven aan de hand van slechts drie helder afgebakende activiteiten: wonen, werken en recreëren. De stedelijke vervoersplanologie is gebaseerd op een voorspelbaarheid, die uit deze drie-eenheid voortvloeit. Mensen verlaten ‘s ochtends hun woning om naar het werk te gaan. De boodschappen worden gedaan in het nabijgelegen winkelapparaat. In het weekend zoekt het gezin verpozing in een park, recreatiegebied of het lokale funshop-apparaat. Er bestaan grootschalige en dagelijks, of in ieder geval wekelijks, terugkerende mobiliteitsstromen tussen woning, werkplek en ontspanningsgebieden. Op deze zekerheden is de weginfrastructuur aangepast. Ze bepalen de loop van OV-verbindingen, de ligging van parkeergarages en fietsenstallingen, de plek van woonwijken, werkgebieden, winkelcentra en pretparken.</p>
<p>Maar wat nu als de woning tevens werkplaats is? En wat als de plek waar men voor ontspanning naar toe gaat, ook een plek is waar gewerkt wordt? Wat als het gebruik van de leefomgeving diffuser wordt en tegelijkertijd intensiever? Dan kunnen er vreemde dingen gebeuren. Beleidsmakers in Amsterdam aanschouwen met verbazing de jaar na jaar aanzwellende stromen fietsers die zich op alle momenten van iedere dag kriskras door de stad begeven. Tegelijk daalt binnen de ringweg A10 het autogebruik aanzienlijk. Ook het OV boet er aan populariteit in. De verklaring wordt gewoonlijk gezocht in het strikte verkeersbeleid van de hoofdstad. Torenhoge parkeertarieven en auto-onvriendelijke inrichting van straten hebben de Amsterdammer tot fietsen gedwongen. Maar dat is slechts een deel van het verhaal.</p>
<p>De verschuiving in de <em>modal split</em> van de Amsterdammers is niet alleen maar te danken aan een zeer succesvol mobiliteitsbeleid. Het is vooral een uitvloeisel van sociaal-economische ontwikkelingen die de kern van de stad ingrijpend veranderd hebben. De vooroorlogse wijken binnen de ringweg A10 zijn de afgelopen decennia veranderd in een fijnmazig gemengd stedelijk milieu van allure. Deze wijken gelden als de meest populaire woongebieden van ons land. Ze zijn succesvolle productiemilieus bovendien, waar innovatie als vanzelf voortvloeit uit de opeenhoping van tienduizenden getalenteerde individuen in een zeer levendig interactiemilieu. Grenzen tussen wonen, werken en ontspannen vervagen er. Van een routinematige dagindeling is steeds minder sprake.</p>
<p>Voor veel Amsterdammers bestaat een doorsnee dag uit het bezoeken van een veelheid aan bestemmingen in een geografisch beperkt gebied: een fotograaf uit Oud-West gebruikt studiofaciliteiten in de Jordaan, ontmoet potentiële klanten in een koffiebar in Zuid, bewerkt zijn foto’s thuis, gaat ’s avonds squashen op het Bickerseiland en drinkt nog een biertje met vrienden op de Nieuwmarkt. Ook winkelen en de boodschappen doe je niet meer alleen in ‘de stad’ of het nabijgelegen winkelcentrum, maar in een van de vele speciaalzaken die verspreid over de vooroorlogse stad gevestigd zijn. Brood komt van de warme bakker aan het Stadionplein, het vlees van de biologische slager op de Elandsgracht. Biertjes haal je bij de Bierkoning in de Paleisstraat, groenten bij de groentenjuwelier op de Kinkerstraat. Uitgaan is niet langer een kwestie van op vrijdagavond naar het Leidseplein, maar gebeurt spontaan en eigenlijk op ieder moment.</p>
<div id="attachment_3390" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3390" href="http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/crea-en-ict-zuidwest/"><img class="size-full wp-image-3390" title="Crea-en-ICT-zuidwest" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Crea-en-ICT-zuidwest.jpg" alt="" width="510" height="397" /></a><p class="wp-caption-text">De diffuse stad als productiemilieu: vestigingen in de ICT en de creatieve industrie in Amsterdam  (Bron: Gemeente Amsterdam)</p></div>
<p>In deze context is de tweewieler voor steeds meer stedelingen een efficiënt vervoermiddel. De fiets heeft zich ruimschoots bewezen als het metropolitane vervoermiddel bij uitstek. Het rijwiel biedt persoonlijk, flexibel en betrouwbaar vervoer en is ook in veel buitenlandse metropolen het waarmerk van een typisch grootstedelijke levensstijl. Ongeveer een derde van de Amsterdammers beschikt wel over een auto, maar gebruikt deze mede vanwege de hoge parkeertarieven vooral voor reizen buiten de stadskern. Dit jaar onderzocht het stadsdeel West hoeveel bewoners bereid zouden zijn om hun auto aan de rand van de stad te parkeren, in ruil voor meer verblijfsruimte in de eigen straat. 34% van de ondervraagden voelde wel voor een dergelijk arrangement. Een minder dominante aanwezigheid van de auto in de stad biedt de mogelijkheid de kwaliteit van de openbare ruimte flink te verbeteren. Geen overbodige luxe in een dichtbebouwde stad als Amsterdam, waar terrassen, uitstallingen en kluwen geparkeerde fietsen in steeds meer straten de trottoirs blokkeren.</p>
<p>Het diffusere en intensievere gebruik van de stad maakt het noodzakelijk om in de centrummilieus traditionele mobiliteitsoplossingen eens goed tegen het licht te houden. Zo komen in veel Amsterdamse straten de grenzen van verkeersinrichtingen volgens de principes van Duurzaam Veilig in zicht. Het scheiden van verkeersstromen is iets dat hoort bij een verkeerssysteem dat de auto als uitgangspunt neemt. Tandenknarsend banen tienduizenden Amsterdammers zich iedere dag een weg over stampvolle en te smalle fietspaden, terwijl de eigenlijke rijbaan aan de auto gegund wordt. Stadsdistributie wordt intussen door de fijnmazige functiemenging lastiger, terwijl door de hoge demografische dynamiek meer verhuisd en verbouwd wordt.</p>
<p>Ook nieuwbakken concepten als autodelen kunnen wel wat kritischer benaderd worden. Car2go, Greenwheels, WeGo en ConnectCar bieden in principe hetzelfde als de fiets, in sommige gevallen inclusief gratis parkeren. Het is geen toeval dat Car2Go zich in eerste instantie richt op de Amsterdamse stadsdelen binnen de Ring A10. Autodeelconcepten zijn echter met name interessant voor autofabrikanten, autobezitters en de energiesector. De stad wint er weinig mee, behalve meer rijdende personenwagens. Voor het OV ligt er ten slotte ook een duidelijke opgave om zich in een stad met meer en kortere verplaatsingen staande te houden. In de diffuse stad zijn zware en relatief langzame vervoersnetwerken immers veel minder functioneel. De vervoersplanologen kunnen aan de bak!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Fietsers, foto: Ed Buijs</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Flashmob-planning</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Nov 2011 15:36:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Strikers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3378</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/berg-groot.jpg" /> “Ik wil een berg. In Nederland. Om tegenop te kunnen fietsen en vanaf te kunnen skiën.” Met woorden van die strekking luidde journalist Thijs Zonneveld een opmerkelijk experiment in. Zijn oproep ontlokte een groot aantal reacties. Van ondernemers, adviseurs, sportbonden, investeerders en enthousiastelingen. Onder de slogan ‘Die berg komt er’ (www.diebergkomter.nl) werkt een almaar uitdijende groep inmiddels al zo’n vier maanden samen. De massale adoptie door min of meer gelijkgestemden en de snelle evolutie van het idee zijn opmerkelijk. Gaan we dit in de toekomst vaker zien? En zo ja: hebben we er dan iets aan? Past deze opmerkelijke werkvorm in de toolbox van Het Nieuwe Werken in planningland?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Flashmob-planning: het uitproberen waard? Dat vraagt Tim Strikers zich af naar aanleiding van de stormachtige ontwikkelingen rond het plan om een 2.000 meter hoge berg te laten verrijzen in ons vlakke landje. Het lijkt in elk geval een manier om de netwerkkracht in onze samenleving optimaal te benutten.</strong></p>
<p>“Ik wil een berg. In Nederland. Om tegenop te kunnen fietsen en vanaf te kunnen skiën.” Met woorden van die strekking luidde journalist Thijs Zonneveld een opmerkelijk experiment in. Zijn oproep ontlokte een groot aantal reacties. Van ondernemers, adviseurs, sportbonden, investeerders en enthousiastelingen. Onder de slogan ‘Die berg komt er’ (<a href="http://www.diebergkomter.nl/">www.diebergkomter.nl</a>) werkt een almaar uitdijende groep inmiddels al zo’n vier maanden samen. De massale adoptie door min of meer gelijkgestemden en de snelle evolutie van het idee zijn opmerkelijk. Gaan we dit in de toekomst vaker zien? En zo ja: hebben we er dan iets aan? Past deze opmerkelijke werkvorm in de toolbox van Het Nieuwe Werken in planningland?</p>
<p>Boardrooms, vergaderzalen en de beruchte achterkamertjes zijn hier vervangen door social media en journalistieke podia. Deze werken als superkatalysator én belangrijke informatie-infrastructuur. Het idee ontwikkelt zich op tal van plekken tegelijkertijd en er is geen ballotage: iedereen mag meedoen. Het tempo van de ideeënproductie is ongekend en schreeuwt om kanaliseren, zodat de informatiestroom aan waarde wint en niet vluchtig blijft.</p>
<p>Als planoloog neem ik met veel enthousiasme deel aan dit proces. En los van de razend ingewikkelde vraag wat ik vakinhoudelijk van de berg moet vinden, vraag ik me vooral ook af: wat gebeurt hier? De term die bij me opkomt om het in ieder geval aan mezelf te verklaren: ‘flashmob-planning’. Een klein initiatief dat, door een onvoorspelbaar mechanisme aangewakkerd, spontaan uitgroeit tot iets groots. De ultieme bottom-up planning, zou je kunnen zeggen.</p>
<p>Is dit het begin van een patroon, gaan we dit in de toekomst vaker zien? En stel dat dat zo is: hebben we er dan iets aan, aan flashmob-planning? Past dit in de toolbox van Het Nieuwe Werken in planningland? Het klinkt ergens wel logisch: netwerken lijken immers een steeds belangrijker rol te spelen in de collectieve keuzen die we maken. En zou planning niet het collectieve keuzeproces bij uitstek moeten zijn? Een fascinerende gedachte, zonder meteen te willen pleiten voor een liberale planningdoctrine in extremis.</p>
<div id="attachment_3385" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3385" href="http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/5584636117_bf60130ac0_o-2/"><img class="size-full wp-image-3385" title="5584636117_bf60130ac0_o-2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/5584636117_bf60130ac0_o-2.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Kussengevecht Union Square New York. (Foto: Josef Pinlac)</p></div>
<p><strong>Decentraal wat kan</strong><br />
De overheid heeft de afslag naar flashmob-planning natuurlijk al genomen, al zal ze het niet zo extreem bedoeld hebben. Centraal wat moet, decentraal wat kan is een inmiddels vertrouwd credo. Alleen de ‘planninghardware’ (beleids- en beslisstructuren, juridisch instrumentarium) is in essentie niet gewijzigd. Decentralisatie betekende in de ruimtelijke planningpraktijk vaak vooral dat lagere overheden bevoegd werden om het voorheen aan Rijk en provincie voorbehouden spelletje ‘verdeel en heers’ te gaan spelen. Ieder op z’n eigen speelbord, zonder zich teveel van de buren aan te trekken.</p>
<p>Los van wat er allemaal goed is gegaan; ingehaald door de crisis worden we nu genadeloos geconfronteerd met de negatieve excessen van decentrale planning. Deze manifesteren zich met name op de vastgoedmarkt. In bijna alle categorieën is er teveel van hetzelfde, teveel van teveel. Vastgoedplanning naar behoefte is lange tijd uit het oog verloren. Er is daardoor veel kapitaal ineffectief aangewend en dat is zonde, deze weeffout verdient aandacht. Planning diende immers toch ook om beschikbare middelen efficiënt en enigszins rechtvaardig te spreiden?</p>
<p>Maar zijn deze excessen nu allemaal aan decentrale planning te wijten, moeten we daar dan maar mee stoppen? Dat zou een te makkelijke conclusie zijn. Geld leek jarenlang oneindig beschikbaar en moest rollen. En waar rolde het nou sneller en beter dan in vastgoed? Pragmatisme, zo niet opportunisme vierden hoogtij en we deelden allemaal graag in de geforceerd opgerekte weelde. Je zou kunnen stellen dat de samenloop van decentraal plannen en de kredietbubble een ongelukkige cocktail is geweest, die ons nu een flinke kater bezorgt. Een ‘accident waiting to happen’.</p>
<p><strong>Netwerk benutten</strong><br />
Maar gedane zaken nemen geen keer. We moeten verder en zullen deels nog moeten uitvinden hóe. Centraal gestuurde planning dan maar weer? Het huidige kabinet lijkt daar in ieder geval niet veel voor te voelen, integendeel. En zou  je het moeten willen? Onze huidige samenleving is nu eenmaal een netwerksamenleving. Dit netwerk is onze kracht; die moeten we benutten. Centrale planning lijkt daarvoor niet de beste voorwaarde, behalve dan bij het scheppen en bewaken van de randvoorwaarden voor een florerend netwerk. Zoals een ruimtelijk-economisch speelveld, dat voldoende ruimte voor marktwerking biedt. Maar blijkbaar ook niet te veel ruimte, zoals de afgelopen jaren is geboden. Want dat kan, zo zien we nu bijvoorbeeld bij de kantorenmarkt, leiden tot schaarste aan schaarste en het vastlopen van het marktmechanisme.</p>
<p>‘Loslaten, maar met mate’, dus? Is flashmob-planning dan misschien een begaanbare weg voor hetgeen we besluiten los te laten? Waarom niet? Flashmob-planning heeft &#8211; zo lijkt me &#8211; als natuurlijke eigenschap dat het alleen voldragen initiatieven kan voortbrengen, gebaseerd op een collectief besef van een reële behoefte. Is dit besef onvoldoende aanwezig, dan zal het initiatief vroeg of laat onvermijdelijk in schoonheid sterven en uitgaan als een nachtkaarsje.</p>
<p>Zou het niet een prima lakmoesproef zijn om een initiatief zichzelf op legitimiteit te laten toetsen? Het lijkt me het uitproberen meer dan waard. Bovendien, met flashmob-planning kun je – zo op het eerste gezicht &#8211; de netwerkkracht die in onze hedendaagse samenleving besloten ligt, maximaal benutten. Initiatieven voor  Flashmob-planning zijn in die visie misschien wel effectieve innovatieplatforms. Dat laatste begint zich in het experimentele project ‘Die berg komt er’ in ieder geval al aardig te bewijzen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Kussengevecht Union Square New York. (Foto: Josef Pinlac)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tussentijd biedt ruimte voor innovatie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 25 Nov 2011 09:38:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iris Schutten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3353</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Naamloos-7.jpg" /> Lege ruimtes, een niets in afwachting van iets, al dan niet dichtgetimmerd of omheind. Door de recessie bevindt zich een groeiend deel van de gebouwde omgeving in een ‘staat van tussentijd’.  Oude functies zijn er verdwenen, en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. Pas recentelijk is men in de planvorming rekening gaan houden met de mogelijkheden die deze periode van transformatie ook biedt. Toch blijkt de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf nog vaak te stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Lege ruimtes, een niets in afwachting van iets, al dan niet dichtgetimmerd of omheind. Door de recessie bevindt zich<ins datetime="2011-11-15T12:45" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw"> </ins>een groeiend deel van de gebouwde omgeving in een ‘staat van tussentijd’.  Oude functies zijn er verdwenen, en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. Pas recentelijk is men in de planvorming rekening gaan houden met de mogelijkheden die deze periode van transformatie ook biedt.</strong></p>
<p><strong>Economische tussentijd</strong><br />
Onder het credo <em>think big, act small</em> leent de tussentijd zich uitstekend voor het proefondervindelijk uitvinden van nieuwe mogelijkheden. Leegstaande gebouwen worden tijdelijk verhuurd aan creatieve ondernemers in de hoop dat zij het gebied op de kaart zetten en zo de gebiedsontwikkeling een positieve impuls geven. Naast dit bewust entop-down inzetten van creatieven duiken er ook meer autonome, zelfgeorganiseerde projecten op waar creativiteit, innovatie en ondernemerschap elkaar vinden en versterken. Zoals Ester van de Wiel stelt: “<em>biedt het benutten van tussentijd kansen om programma’s te realiseren die nu geen plek hebben in stedelijk gebied. Ze kunnen in tijdelijke vorm getest worden onder het motto </em><ins datetime="2011-11-15T12:55" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw">‘</ins><em>alles wat werkt blijft, alles wat niet werkt verdwijnt<ins datetime="2011-11-15T12:53" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw">’</ins>.” (1)</em></p>
<blockquote><p><em>De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.</em></p></blockquote>
<p>Waar sommigen nog geloven dat het ooit wel weer goed komt met de bouwproductie en dat we straks op de oude, grote voet verder kunnen, menen anderen dat we op een totaal nieuwe manier zullen moeten gaan werken omdat met de huidige crisis ook de tijden voorgoed veranderd zijn. Econoom <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Nikolai_Kondratieff" target="_blank">Kondratieff</a> heeft laten zien dat crises volgen op maatschappelijke omwentelingen zoals de industriële revolutie, het ontstaan van stoommachines en spoorwegen, de toepassing van staal en elektriciteit, het tijdperk van de olie en de auto en het informatietijdperk. Wat deze crises gemeen hebben is dat de wereld ná de recessie er compleet anders uitziet dan ervoor; met andere werkvormen, organisatievormen, ruimtelijke ordening en dientengevolge ook andere spelers aan het roer. Kortom, culturele, maatschappelijke en economische problemen bieden mogelijkheden de stad opnieuw te doordenken.</p>
<div id="attachment_3372" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3372" href="http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/naamloos-6/"><img class="size-full wp-image-3372" title="Naamloos-6" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Naamloos-6.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">De Interact, twee sloopwoningen worden geveltheater annex kantoor, door In Situ architecten i.o.v. Mobiel Projectbureau OpTrek, Den Haag 2007, Bron: Iris Schutten</p></div>
<p><strong>Kweekkantoren </strong><br />
In een deel van de huidige tussentijdprojecten neemt voedsel een belangrijke plaats in. Zo is door Ester van de Wiel onder de noemer <a href="http://eetbaarlandschap.mmmmx.net/home/" target="_blank">Eetbaar Landschap</a> de broedplaats Rioolgemaal Moerenburg in Tilburg veranderd in een plek waar samen met andere kunstenaars, lokale bewoners, ondernemers en scholen nieuwe <em>tools</em> zijn ontwikkeld voor braakliggend terrein. Maar ook gebouwen lenen zich voor voedselproductie; <a href="http://www.degroentenuitamsterdam.nl/" target="_blank">de Groenten uit Amsterdam</a> is een initiatief dat met behulp van nieuwe technieken voedsel in leegstaande kantoren wil gaan kweken. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van ‘plant production units’ waarbij zonlicht en aarde worden vervangen door rode en blauwe led verlichting, substraten en steenwol. Hierdoor verdrievoudigt de productie ten opzichte van standaardkassen, is kweek niet meer grondgebonden en dus stapelbaar en wordt minder water en energie verbruikt. Philip van Traa hoopt binnenkort de eerste kantoorkwekerij te beginnen.<em> ‘In stapelbare kweekruimtes kunnen groenten, fruit en kruiden worden verbouwd. Deze kunnen vervolgens </em>lokaal <em>worden verkocht wat enorm veel energie scheelt die normaliter in transport gaat zitten. -Een Nederlandse maaltijd legt nu 30.000 kilometer af voordat ze op ons bord ligt- Zodoende kan er tegelijkertijd een slag worden gemaakt in de verduurzaming van de voedselvoorziening en tot een invulling voor de leegstand worden gekomen’</em>. (<em>2)</em> Een idee dat een enorme vermindering van het ruimtegebruik van de tuinbouw betekent en daarmee van grote invloed zou kunnen zijn op de ruimtelijke ordening van Nederland.</p>
<p><strong>Tijd als kwaliteit</strong><br />
Het kennisplatform Tussentijd in Ontwikkeling pleit voor meer tussentijdmentaliteit in de stedelijke ontwikkeling:<span style="color: #008000;"> </span><em>&#8220;Wanneer tijd als kwaliteit kan worden gezien binnen een ruimtelijk ontwikkelingsproces, dan biedt dat mogelijkheden voor andere, meer flexibele vormen van ontwikkelen..&#8221;.<span style="color: #008000;">(</span></em>3)<em> </em>Door de bouwcrisis zoeken ook gemeentes tegenwoordig de oplossing voor tot stilstand gekomen bouwprojecten in organische gebiedsontwikkeling. De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.</p>
<p>Naast de monumentenstatus zou daarom ook een tussentijdstatus ingesteld moeten worden, zodat het mogelijk wordt in de tussentijd met andere verdienmodellen, planprocessen en regelgeving te werken. Leegstand en tussentijd veranderen dan van probleem in opportunity, en het beheer van de tussentijd wordt het ontwikkelend beheren van de tussentijd. Om dit te bewerkstelligen liggen er zowel bij de gemeentes, corporaties, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren &#8211; als bij de creatieve en maakindustrie uitdagingen. Terwijl de laatsten door <em>hands-on</em> initiatieven te ontplooien de tussentijd pro-actiever als <em>tool</em> in kunnen zetten voor de innovatie van ruimtegebruik, zullen de eersten hun ijvoorbeeld door minder gericht te zijn op regelgeving en procedures en meer te kijken naar de inhoud en zingeving erachter<ins datetime="2011-11-15T14:55" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw">;</ins> door binnen economische beslismodellen maatschappelijke waardecreatie mee te nemen als weegfactor en in de planning meer ruimte te laten en vertrouwen te hebben in het onverwachte. Buiten de stedenbouw en architectuur is men al steeds meer bezig met de upcycling van bestaande producten. Design en mode richten zich steeds vaker op het inventief hergebruiken van afgedankte producten en materialen. Nu de stad nog!</p>
<h5><span style="font-weight: normal;">&#8212;<br />
<em>Deze tekst is een compilatie van een langer essay ‘De Tussentijd’ dat in opdracht van stichting Alice is geschreven i.h.k.v. de Dutch Design Week 2011.<br />
</em><em>Foto boven: Project Eetbaar Landschap, oktober 2009 en augutus 2011 gemaakt door Ester van de Wiel. </em><em>Verslag onder punt 1/3 is te vinden via : <a href="http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling/" target="_blank">http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling</a></em></span></h5>
<h5><span style="font-weight: normal;"><span style="font-weight: normal;"><em><a href="http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling/" target="_blank"></a></em></span><em>(1) Onder dit motto test de Rotterdamse kunstenaar Ester van de Wiel verschillende functies uit voor braakliggend terrein. Hiermee wordt braakliggend terrein niet alleen opnieuw publieke ruimte, maar tevens geboortegrond voor nieuwe functies in de stad. Zie ook het verslag van de eerste bijeenkomst van het landelijk Kennisplatform ‘Tussentijd in Ontwikkeling’ van Kris Oosting, 14 april 2011, Den Haag.</em></span></h5>
<h5><span style="font-weight: normal;"><em> </em><em>(2) Zie het artikel van Jasper Karman ‘Groente kweken in lege IBM-fabriek’ in Het Parool.nl, 4-5-11 <a href="http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1888009/2011/05/04/Groente-kweken-in-lege-IBM-fabriek.dhtml" target="_blank">http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1888009/2011/05/04/Groente-kweken-in-lege-IBM-fabriek.dhtml</a>) en ook het artikel van Janno Janlouw ‘Kantoor moestuin levert duurzaam groente en fruit op, op de website energieondernemer.nl, 5 mei 2011 <a href="http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/" target="_blank">http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/</a></em></span></h5>
<h5><span style="font-weight: normal;"><em><a href="http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/" target="_blank"></a></em><em>(3) Kris Oosting in het verslag Tussentijd in Ontwikkeling, Den Haag, april 2014</em></span></h5>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op zoek naar de ideale speelplek</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Nov 2011 21:11:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Christine van Eerd</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[spelen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3345</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/speeltuin.jpg" /> Het speelplaatsenbeleid heeft veel weg van het parkeerplaatsenbeleid: cijfertjes, normen en maatstaven. Minimumeisen die automatisch het maximum worden. Belangrijk natuurlijk, want voor je het weet bouwen we een hele wijk vol en kunnen kinderen nergens meer terecht. Maar tegelijkertijd zijn die normen beklemmend en betuttelend. Zoveel vierkante meter, per zoveel kinderen, op zoveel loopafstand en vooral heel veilig. Reken uit, reserveer een stukje grond, zet er wat speeltuig neer uit de catalogus (laat de omwonenden vooral meekiezen) en klaar is Kees. Zo moet het dus niet. Gelukkig waren de sprekers en deelnemers aan de studiedag 'Buiten spelen in de stad' het daar wel over eens. Maar hoe dan wel? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het speelplaatsenbeleid heeft veel weg van het parkeerplaatsenbeleid: cijfertjes, normen en maatstaven. Minimumeisen die automatisch het maximum worden. Belangrijk natuurlijk, want voor je het weet bouwen we een hele wijk vol en kunnen kinderen nergens meer terecht. Maar tegelijkertijd zijn die normen beklemmend en betuttelend. Zoveel vierkante meter, per zoveel kinderen, op zoveel loopafstand en vooral heel veilig. Reken uit, reserveer een stukje grond, zet er wat speeltuig neer uit de catalogus (laat de omwonenden vooral meekiezen) en klaar is Kees.</strong></p>
<p>Maar dan? Dan blijkt dat veel van die speelplaatsjes helemaal niet gebruikt worden. Omdat er voor de kinderen niets te beleven is, omdat hun ouders geen tijd hebben mee te gaan en hun kinderen ook niet alleen op straat mogen, omdat kinderen vertier genoeg hebben thuis en op de naschoolse opvang. Zo moet het dus niet. Gelukkig waren de sprekers en deelnemers aan de studiedag <a href="http://www.vaneesterenmuseum.nl/index.php?id=181]" target="_blank"><span style="text-decoration: underline;">Buiten spelen in de stad</span></a> het daar wel over eens. Maar hoe dan wel? Een korte impressie van een inspirerende dag.</p>
<p><strong>Recht op ruimte</strong><br />
De aftrap werd gedaan door promovenda Lianne Verstraten die een geschiedenis schetste van honderd jaar speeltuinen in Nederland. Van de eerste speeltuinvereniging in Amsterdam (1880) tot het verval van veel binnenstedelijke speelplaatsjes in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Veel aandacht daarbij voor de boost in het speeltuinbeleid in het naoorlogse Amsterdam; het succesverhaal van Aldo van Eijk. De babyboom, de nieuwe wijken en een nieuwe visie dat een kind recht heeft op een eigen ruimte in het stedelijk domein waren belangrijke succesfactoren. Plus de inzet van PvdA-wethouder De Roos, en de visie van Cornelis van Eesteren en Jakoba Mulder die de dienst Stadsontwikkeling bestierden. Dat er letterlijk ruimte was voor de relatief goedkope speelplaatsjes, die tevens makkelijk verplaatsbaar waren, was mooi meegenomen. In de nieuwbouwwijken werden de speelplaatsen in de planning meegenomen en in de oude wijken had de oorlog vele gaten geslagen die met speelplaatsen gevuld werden.</p>
<div id="attachment_3347" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3347" href="http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/naamloos-3/"><img class="size-full wp-image-3347" title="Naamloos-3" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Naamloos-3.jpg" alt="" width="510" height="497" /></a><p class="wp-caption-text">Kinderen aan een iglo van Aldo van Eijk, Osdorp 1963. Foto Cas Oorthuys.</p></div>
<p><strong>Wipkip</strong><br />
<a href="http://home.medewerker.uva.nl/c.j.m.karsten/" target="_blank">Lia Karsten</a>, professor aan de Universiteit van Amsterdam, nam het stokje over met een pleidooi voor verzoening van kind en stad. Na een periode van steeds verdere suburbanisatie zijn we nu in een fase waarbij gezinnen met kinderen weer kiezen voor de stad. Maar tijden zijn veranderd en daarom moeten de speelplaatsen ook anders. &#8216;Stop met al die beleidsplannen met berekeningen van speelruimte per doelgroep&#8217;, aldus Karsten. &#8216;Dat leidt tot te kleine plekjes met vreselijke wipkippen.&#8217; Karstens denkt dat de tijd rijp is voor een nieuwe visie. Zij gelooft in een driedeling van speelplekken: dichtbij op de stoep voor het huis, iets verderop in een grote speeltuin waar veel te beleven is en je andere kinderen kunt ontmoeten en bij scholen en naschoolse opvang. De grotere speeltuin moet dan niet alleen inspirerend zijn voor de kinderen, ook hun ouders moeten er prettig kunnen toeven en aan de rand van de zandbak kunnen netwerken. Karstens illustreerde haar verhaal met beelden van succesvolle speelplekken in Amsterdam, New York en Berlijn. &#8216;Ik heb gekozen voor een optimistisch verhaal, de tijd is er rijp voor.&#8217;</p>
<p>De foto&#8217;s bij de lezing van Vania Stonner en Chris van de Hoef, medewerkers van de afdeling Ontwerp van stadsdeel <a href="http://www.nieuwwest.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/dagelijks-bestuur/stadsdeelwethouders/els-verdonk-0/archief-weblog/weblog-els-verdonk-1/" target="_blank">Nieuw-West</a>, tonen een veel pessimistischer beeld: veel kleine speelplekken (Nieuw-West heeft er zo&#8217;n 400), vaak een tikje verloederd en ook op een zonnige woensdagmiddag geen kind te bekennen. Dat moet anders vinden de ontwerpers, die benadrukten dat ze er als mens spraken en niet als ambtenaar. In hun visie bieden speeltuinen kansen om tegemoet te komen aan actuele problemen als vergrijzing, obesitas en klimaatveranderingen. Gecombineerde speeltuinen voor kinderen en ouderen, speeltuinen die de jeugd in beweging krijgen en speeltuinen met een functie in de wateropvang. Duurzaam speeltuinbeleid is in die zin levensloopbestendig én klimaatbestendig. Stonner en Van de Hoef noemen dit buitenplaatsen, waar je je thuis kunt voelen.</p>
<p><strong>Pleisters</strong><br />
Gegrinnik in de zaal toen Jeannette Fich Jespersen, cultureel wetenschapper van het Deense <a href="http://corporate.kompan.com/KOMPAN-play-institute" target="_blank">KOMPAN Play Institute</a> de geschiedenis van haar organisatie onthulde. KOMPAN is opgericht door Tom Lindhardt, de uitvinder van de wipkip! Dit speeltoestel dat in ontwerperskringen symbool is geworden voor foute speelplaatsjes, was het eerste interactieve speeltoestel dat reageert op je beweging. Fich Jespersen hield een vurig pleidooi voor buiten spelen als ideale manier om kinderen in beweging te krijgen. En dat kan ook op hedendaagse manieren. KOMPAN ontwikkelde samen met kinderen digitale buitenspeeltoestellen die de hedendaagse jeugd blijven boeien.</p>
<p>Allemaal mooi en prachtig, die speeltoestellen, maar Anne Koning van Jantje Beton gooit het over een heel andere boeg. Zij hield een pleidooi voor pleisters: hoe erg is het als kinderen vallen en een knie schaven? Laat kinderen spelen met stoepkrijt, in de bosjes, laat ze boomhutten bouwen en kuilen graven. Daarbij gaat het volgens Koning niet alleen over de fysieke ruimte maar vooral ook over de sociale ruimte: ouders zouden hun kinderen losser moeten laten. Jantje Beton onderzoekt de mogelijkheden voor <a href="http://www.jantjebeton.nl/wat-doen-we/speelwijken/" target="_blank">speelwijken</a>: wijken waar naast officiële speelplaatsen ook andere plekken zijn om te spelen en met veilige routes om van de ene naar de andere plek te komen. Er lopen pilots in Tilburg, Gouda, Den Helder en Leeuwarden.</p>
<p><strong>Optimisme</strong><br />
De lezingen tijdens de studiedag waren telkens aanleiding voor veel reacties uit de zaal; vooral positieve bijval over de ideeën voor vernieuwing. Maar ook realistisch gemopper over regeltjes en procedures en de hand op de knip vanwege de crisis. Toch was de algemene teneur optimistisch: kijk wat er wél kan en zorg dat je je plannen klaar hebt als het economisch tij weer keert. Laten we hopen dat de deelnemers zich blijven vastbijten in dit onderwerp, zodat we binnen afzienbare tijd kunnen spelen op inspirerende plekken. En tot die tijd? Braakliggende terreinen zijn er genoeg, dus wat let ons?</p>
<p>De tentoonstelling De Speelse Stad van Aldo van Eijk is nog tot 1 februari 2012 te zien in het <a href="http://www.vaneesterenmuseum.nl/index.php?id=15">Van Eesterenmuseum</a>. Bij de tentoonstelling is een fietstocht gemaakt langs inspirerende vernieuwde speelplekken in Amsterdam Nieuw-West. Deze is verkrijgbaar in het museum.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Speeltuin in Amsterdam Nieuw-West die toe is aan verandering. Foto Chris van de Hoef.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Braakliggende grond: kansrijk of bodemloze put?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Nov 2011 08:37:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Geert Kooistra</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3317</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/collage.jpg" /> Er gebeurt ontzettend veel in de ruimtelijke ontwikkeling, vooral achter de schermen. We zetten voorzichtige stapjes in een nieuwe realiteit, maar moeten daar maar eens wat meer druk achter zetten. Er ligt een kapitaal aan braakliggende grond en er zijn talloze creatieve en inspirerende ideeën voor stadsontwikkeling nieuwe stijl. Maar gemeenten en projectontwikkelaars houden elkaar in de houdgreep van oude ambities en contractuele verplichtingen.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Er gebeurt ontzettend veel in de ruimtelijke ontwikkeling, vooral achter de schermen. We zetten voorzichtige stapjes in een nieuwe realiteit, maar moeten daar maar eens wat meer druk achter zetten. Er ligt een kapitaal aan braakliggende grond en er zijn talloze creatieve en inspirerende ideeën voor stadsontwikkeling nieuwe stijl. Maar gemeenten en projectontwikkelaars houden elkaar in de houdgreep van oude ambities en contractuele verplichtingen.</strong></p>
<p><strong>Puzzelen<br />
</strong> In de voorbije decennia hebben gemeenten zich laten meevoeren in de florerende business van gebieds- en vastgoedontwikkeling. Winst maken was zo goed als zeker en misschien ook noodzakelijk om andere publieke verantwoordelijkheden mee te bekostigen. Nu zitten gemeenten en ontwikkelaars met een dure erfenis uit die tijd: strategisch aangekochte grond waar niets mee gebeurt. Nu veel plannen stilliggen, zijn de meeste gemeenten aan het schrappen en herprogrammeren. Ze nemen minder locaties in ontwikkeling en willen daar veel bouwvolume realiseren, in de hoop dat ontwikkelaars ervoor warmlopen. De overige grond blijft ongemoeid.</p>
<p>Dat herprogrammeren &#8211; puzzelen met het (bouw)programma &#8211; is nog steeds een top-downbenadering: je kunt niet puzzelen als je zelf ook een puzzelstukje bent. Bovendien houdt het puzzelbeleid vast aan oude ambities en gaat uit van terugkeer naar de situatie van voor de crisis. Zinloos, als je het mij vraagt! Het oude verdienmodel &#8211; zo veel mogelijk bouwen op zo weinig mogelijk grond &#8211; is verleden tijd. Dat is echt niet alleen te wijten aan de economische crisis, ook de vraag is veranderd. De consument van vandaag is geëmancipeerd, weet wat hij wil en eist een eigen inbreng.</p>
<div id="attachment_3319" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3319" href="http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/braakliggend-terrein-nieuwe-centrumlocatie-waddinxveen/"><img class="size-full wp-image-3319" title="Braakliggend-terrein,-nieuwe-centrumlocatie-Waddinxveen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Braakliggend-terrein-nieuwe-centrumlocatie-Waddinxveen.jpg" alt="" width="510" height="321" /></a><p class="wp-caption-text">Braakliggende grond in Waddinxveen (foto: RUIMTEVOLK)</p></div>
<p><strong>Energie en optimisme<br />
</strong> De strategisch aangekochte grond maakt zijn winstverwachtingen niet waar, maar levert gemeenten jaarlijks ook enorme rentelasten op. Dat is dubbele pijn en komt op veel plaatsen nog eens bovenop een toch al forse bezuinigingsopgave. Intussen stellen gemeenten en ontwikkelaars zich veel te afwachtend op. Ze volgen ontwikkelingen in ons vak meestal vanaf een veilige afstand en kijken eerst de kat uit de boom. Dat is gezien de financiële druk van dit moment eigenlijk ongeoorloofd. Gemeenten zijn het aan de maatschappij verplicht om ervoor te zorgen dat de braakliggende grond zo snel mogelijk wordt benut! Liever nu een paar pilots die niet zoveel opleveren als gehoopt, dan wachten en geld in een bodemloze put laten verdwijnen.</p>
<p>Er zijn op dit moment best kansen, want onze vakwereld is volop in beweging. Overal zie ik mensen bezig met vernieuwende concepten en ideeën om de ruimtelijke ontwikkeling weer op gang te helpen. Dat brengt veel nieuwe energie en optimisme. Er zijn zo langzamerhand aardig wat voorbeelden van stadsontwikkeling nieuwe stijl, waarbij de gebruiker niet alleen aangeeft wat hij wil, maar er ook nog eens in belangrijke mate zelf voor zorgt dat het er komt. Soms met aangename verrassingen en, als het goed is, met tevreden gebruikers als gevolg. Er ontstaat nieuw elan op deze plekken, waarvan ook de omgeving profiteert. Laten we daar meer en vooral sneller werk van maken, vooral op braakliggende terreinen die ons miljoenen aan publiek geld kosten.</p>
<p><strong>Nieuwe realiteit</strong><br />
De nieuwe realiteit vraagt om een open blik en een nieuwe aanpak. Gemeenten en projectontwikkelaars moeten elkaar loslaten uit de houdgreep van contractuele verplichtingen rond onhaalbare plannen. Ze moeten zo snel mogelijk de nieuwe realiteit omarmen en zich een nieuwe rol aanmeten in het spel van de ruimtelijke ontwikkeling. Het is voor gemeenten de hoogste tijd om het verlies op eerdere winstverwachtingen te aanvaarden en oude aspiraties en bestaande ontwerpen los te laten. Zij moeten zich constructief en vooral proactief opstellen, meepraten als partner en blijven sturen door te faciliteren, inspireren en enthousiasmeren. Doen ze dat niet, dan worden ze ingehaald door de realiteit en verliezen ze de regie. Maar zo ver hoeft het niet te komen: er is (braakliggende) grond genoeg om kansen te creëren voor de consument van nu en de toekomst. Grijp die kans!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Smart Cities</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 Nov 2011 19:51:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Roy van Dalm</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Azie]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3312</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/BM10014-WORK-masterplan2.jpg" /> Op veel plekken in de wereld wordt driftig gebouwd aan zogenaamde Smart Cities. Futuristische oorden als Songdo in Zuid-Korea of Wuxi in China zijn steden met state of the art technologie die duurzaamheid koppelen aan elektronische diensten op het gebied van vervoer, onderwijs of gezondheidszorg. Dat klinkt fantastisch. Immers, met het merendeel van de wereldbevolking als stedeling en meer groei in het vooruitzicht, kun je niet zonder slimme oplossingen. Maar schaduwzijden heeft de Smart City ook. Los van de astronomische investeringen die ermee gemoeid zijn, vragen criticasters zich af hoe het zit met de werkelijke vrijheid van de inwoners.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op veel plekken in de wereld wordt driftig gebouwd aan zogenaamde Smart Cities. Futuristische oorden als <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Songdo_International_Business_District" target="_blank">Songdo</a> in Zuid-Korea of Wuxi in China zijn steden met state of the art technologie die duurzaamheid koppelen aan elektronische diensten op het gebied van vervoer, onderwijs of gezondheidszorg. Dat klinkt fantastisch. Immers, met het merendeel van de wereldbevolking als stedeling en meer groei in het vooruitzicht, kun je niet zonder slimme oplossingen. Maar schaduwzijden heeft de Smart City ook. Los van de astronomische investeringen die ermee gemoeid zijn, vragen criticasters zich af hoe het zit met de werkelijke vrijheid van de inwoners.</strong></p>
<div id="attachment_3315" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3315" href="http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/new-songdo-city/"><img class="size-full wp-image-3315  " title="new-songdo-city" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/new-songdo-city.jpg" alt="" width="510" height="422" /></a><p class="wp-caption-text">Songdo City, Harbourview (bron: Songdo IBD (songdo.com))</p></div>
<p><strong>Top 10</strong><br />
In december van het vorig jaar publiceerde het Amerikaanse magazine Fast Company een <a href="http://www.fastcompany.com/pics/10-smartest-cities-planet-slideshow#0" target="_blank">Top 10</a> van de smartest cities ter wereld. De lijst indrukwekkend noemen is een understatement. Op één staat ’s werelds duurste, privaat ontwikkelde stad – Songdo in Zuid-Korea. Kosten voor ontwikkeling: 35 miljard dollar en stijgende. De belangrijkste marktpartij is <a href="http://www.cisco.com/" target="_blank">Cisco</a> dat Songdo, gelegen nabij de Zuid-Koreaanse stad Incheon, wil uitbouwen tot haar vlaggenschip op het gebied van connectedness. Zo zullen alleen al duizenden huishoudens uitgerust worden met slimme twee-weg schermen. Het hoofd van Cisco’s Smart Cities Initiative schijnt ooit gezegd te hebben dat zijn ideaalbeeld is om &#8220;een IP camera te hebben boven elke gebouweningang in Dubai.” Slim betekent in dit geval dus toezicht op straatniveau.</p>
<p>Voor dit soort initiatieven hoef je nog niet eens in de Arabische Emiraten (<a href="http://www.masdarcity.ae/en/" target="_blank">Masdar</a>, op 5), China (Wuxi of ‘klein Shanghai’op 6), India (<a href="http://www.lavasa.com/" target="_blank">Lavasa</a> op 2) of Rusland te zijn (Technopolis Skolkovo op 4). In Portugal, in de buurt van Porto is <a href="http://living-planit.com/planit_valley.htm" target="_blank">PlanIT Valley</a> (nr. 3 met stip) gepland – een stad voor 150.000 inwoners en de eerste stad die ontworpen is als software. PlanIT krijgt, alsof het een nieuw computersysteem betreft, zijn eigen urban operating system.</p>
<p><strong>Big Brother versus Jane Jacobs</strong><br />
De opgevoerde smart cities zijn totaal nieuwe steden die gemaakt worden voor mensen en niet door mensen. En daar zit de kritiek. We zien hier de maakbare wereld door de ogen van instituties en staten, van steenrijke elites en invloedrijke multinationals als Cisco, Intel, IBM en Siemens. In de Smart City draait alles om masterplanning, topdown ontwikkeling, toezicht en controle. Is dit een visie op de stad vanuit het perspectief van extreme risico beheersing? Komen we hier in het domein van Orwell’s 1984, Huxley’s Brave New World of films als Minority Report? Dit is toch wat anders dan de manier waarop Jane Jacobs de slimheid van de stad zag, namelijk als de interactie van duizend kleine dingen op straatniveau. Als de ‘spontane orde van onderop’ in plaats van de opgelegde orde van bovenaf.</p>
<p>Aan de andere kant, claimen deze Smart Cities oplossingen voor nijpende en onbeheersbaar ogende grootstedelijke problemen als goed en schoon openbaar vervoer en verkeerscongesties, milieuvervuiling en energieverbruik. En ze creëren de nodige werkgelegenheid. Allemaal steekhoudende argumenten waar leiders en staatshoofden gevoelig voor zijn. Zo is Technopolis Skolkovo het persoonlijke speeltje van de Russische president Medvedev en is <a href="http://nanocity.in/" target="_blank">Nano City</a> (nr. 10) in India de persoonlijke droom van Hotmail oprichter Sabeer Bhatia.</p>
<div id="attachment_3316" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3316" href="http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/bm10014-work-arq_hc_js_03/"><img class="size-full wp-image-3316 " title="BM10014-WORK-ARQ_HC_JS_03" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/BM10014-WORK-ARQ_HC_JS_03.jpg" alt="" width="510" height="281" /></a><p class="wp-caption-text">PlanIT Valley (bron: Balonas Menano (bmconcept.biz), conceptual visualizations of PlanIT Valley, not representative of final model)</p></div>
<p><strong>Space versus place</strong><br />
Je mag je ook afvragen wie er in de smart city gaan wonen. Wat PlanIT Valley betreft is dat duidelijk – dat zijn de werknemers van de partnerbedrijven in het megaproject. Wonen straks de hoogopgeleiden in hun eigen veilige, slimme stad en de rest daarbuiten? Het thema Smart Cities lokte verwoede discussies uit op het <a href="http://www.picnicnetwork.org/welcome-1" target="_blank">Picnic 2011 festival</a> in Amsterdam. Daar wierpen met name Adam Greenfield (van ontwerpbureau <a href="http://urbanscale.org/" target="_blank">Urbanscale</a>) en Ajit Jaokar (<a href="http://www.futuretext.com/index.html" target="_blank">uitgeverij Futuretext</a>) zich op als kritische tegengasgevers.</p>
<p>Greenfield betoogde dat het merendeel van de mensheid eenvoudigweg niet woont of gaat wonen in smart cities. “De smart city heeft geen karakter, geen rommelige geschiedenis. Wij mensen houden van de rommeligheid van steden. Dat zijn places waar we een emotionele binding mee hebben. Smart cities zijn geen places, maar spaces. Ik vraag me af of de initiatiefnemers wel houden van hun stad.” Jaokar stelde zich de vraag of onze gewone steden dan dom zijn als je smart cities zo nodig slim wilt noemen. Bovendien heeft hij grote moeite met deze corporate steden. “Steden zijn complexe ecosystemen en complexe ecosystemen kunnen geen business model hebben. Het gaat erom dat je de mensen in de stad in staat stelt om slimmer met de stad om te gaan. “</p>
<p>De Smart City gaat er komen, ongetwijfeld. De hamvraag is echter of het antwoord op de grote uitdagingen van onze eeuw gevormd zal worden door 21<sup>e</sup> eeuwse tech-versies van stedelijke utopiën. Van Le Corbusier’s nog relatief milde Radiant City via de geplande arbeidersparadijzen van Stalin, zoals Eisenhüttenstadt in de voormalige DDR (nu een van de snelst krimpende steden in Duitsland) tot Germania, het megalomane model voor de wederopbouw van Berlijn dat Albert Speer voor Hitler ontwierp. Dan is het huidige, rommelige Berlijn toch wat aantrekkelijker.</p>
<p>&#8212;<br />
<em>Foto boven: PlanIT Valley, masterplan (bron: Balonas Menano [bmconcept.biz] &#8211; conceptual visualizations of PlanIT Valley, not representative of final model)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afscheid van de controlfreak</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 Nov 2011 21:14:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3279</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/nurse.jpg" /> De heersende cultuur van controle en risicobeheersing heeft geleid tot vervelende bureaucratie en weinig eigen initiatief. Terwijl we juist nu zo graag meer ondernemerschap en eigen initiatief willen: bottom-up ontwikkeling, ‘de markt tenzij’, zelfbouw, particulier opdrachtgeverschap. Dit vraagt om een mentaliteit van loslaten en vertrouwen hebben. Onderzoek van een Groningse professor en TNO tonen aan dat het werkt. Evenals een concreet project in Rotterdam.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De heersende cultuur van controle en risicobeheersing heeft geleid tot vervelende bureaucratie en weinig eigen initiatief. Terwijl we juist nu zo graag meer ondernemerschap en eigen initiatief willen: bottom-up ontwikkeling, ‘de markt tenzij’, zelfbouw, particulier opdrachtgeverschap. Dit vraagt om een mentaliteit van loslaten en vertrouwen hebben. Onderzoek van een Groningse professor en TNO tonen aan dat het werkt. Evenals een concreet project in Rotterdam.</strong></p>
<p>In onze zucht naar nieuwe methoden en inzichten, realiseerde ik me onlangs dat we voor een sociaalpsychologische uitdaging staan. Jarenlang werd de ruimtelijke sector gedomineerd door een cultuur van controleren en zorgvuldige risicobeheersing. Het zou maar mis kunnen gaan. Er zou maar eens iemand boos op ons worden om een fout. Of ons imago bezoedeld worden door een verkeerde beslissing. Een regelrechte nachtmerrie voor (project-)managers, planologen en beleidsmakers.</p>
<p>Deze cultuur van controle heeft geleid tot vervelende bureaucratie en verminderd eigen initiatief. In de managementboeken wordt er al langer over geschreven. Zo stelt <a href="http://www.rug.nl/staff/c.cools/index">professor Cools</a> (corporate finance, Universiteit Groningen): &#8220;De toegenomen focus op controle en risicobeheersing ten gevolge van de <em>corporate governance</em>-golf beperkt misschien de kans op ongelukken en onaangename verrassingen, maar het motiveert niet en het tast ondernemerschap aan. Zo blijkt uit analyse van enquêtes onder 36.000 werknemers”. We zijn te ver doorgeschoten in het (willen) controleren en risico beheersen. We zijn te zenuwachtig geworden.</p>
<p>En we willen <span style="text-decoration: underline;">juist nu</span> zo graag meer ondernemerschap en eigen initiatief: bottom-up ontwikkeling, ‘de markt tenzij’, zelfbouw, particulier opdrachtgeverschap, etcetera. Het zijn schorre uitroepen in een droge woestijn van controle en bureaucreatie.</p>
<p><strong>Zelf spelen, niet zeuren</strong><br />
Het kan anders. Zowel de ouders als de kleuters van de ruimtelijke sector moeten los laten. Niet meer achter moeders rokken verschuilen. Niet meer wijzen. Zelf spelen. Niet zeuren. Er mag best een slokje geproefd van opa’s jenever of een testje gedaan met het schokdraad bij de koeienweide.</p>
<p>De eerder genoemde Groningse professor stelt: “Sturen op vertrouwen, door medewerkers meer beslissingsruimte te geven en op zoek te gaan naar succeservaringen, motiveert wèl en verhoogt de productiviteit.&#8221; Ook <a href="http://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&amp;content=inno_publicatie&amp;laag1=891&amp;laag2=904&amp;item_id=667" target="_blank">uitgebreid onderzoek</a> van TNO toont het belang aan van het managen door vertrouwen: “Het leidt tot zelfmanagement van medewerkers en versterkt innovatief gedrag”. Juist in deze tijden van snelle veranderingen en onduidelijke vooruitzichten is het van groot belang dat organisaties voortdurend slim kunnen anticiperen. Dat vergt veel zelfredzaamheid. Een belangrijke en broodnodige mentaliteitsverandering lijkt me zo.</p>
<div id="attachment_3281" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3281" href="http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/pand/"><img class="size-full wp-image-3281" title="pand" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/pand.jpg" alt="" width="510" height="339" /></a><p class="wp-caption-text">Pop-up hotel The Neston</p></div>
<p><strong>Loslaten is lastig</strong><br />
Vaak blijft deze mentaliteitsverandering overigens steken bij de top van de organisatie, blijkt uit het rapport van TNO. Bij een van de cases heeft zeker 80% van de topmanagers moeite controle uit handen te geven, terwijl de overige 20% niet gelooft dat mensen met meer vrijheid beter presteren. En als de topmanagers dan toch proberen de touwtjes te laten vieren, willen ze vaak gelijk ingrijpen als het misgaat. Dat is dus niet de bedoeling, aldus TNO.</p>
<p>Valt de kleine? Niet gelijk oprapen. “Het blijft de kunst om niet terug te grijpen op oude vormen en gedachten op het moment dat het mis gaat. Het zal af en toe vreselijk mis gaan. Maar uiteindelijk is een organisatie waarbinnen iedereen <em>managet</em> krachtiger dan een organisatie waarin enkelen <em>managen</em> en de rest gewoon uitvoert wat men moet uitvoeren. Gespreide intelligentie is sterker dan gecentraliseerde intelligentie, tenminste in een situatie waarin wendbaarheid en vernieuwing vereist zijn.”</p>
<p><strong>Zelfbouwers</strong><br />
De zelfbouw zou er op gedijen. Zowel in renovatie als nieuwbouw. Grond- en gebouweigenaren moeten niet langer zelf willen bedenken wat waar gebouwd wordt en dit zelf willen uitvoeren. Geef de volkshuisvestingsopgave uit handen aan de mensen zelf. En toon vertrouwen in een goed eindresultaat. Binnen natuurlijk een aantal duidelijke en scherpe randvoorwaarden. Je mag niet je buurmeisje knijpen of experimenteren met lucifers. Een mentaliteitsverandering naar vrijlaten en vertrouwen hebben, kan de zelfbouw een enorme vogelvlucht laten nemen.</p>
<p><strong>Pop-up hotel</strong><br />
Kort geleden leerde ik zelf ook over de kracht door vertrouwen hebben en loslaten. Met een ontwikkelcollectief (in oprichting) richtten we in een ruim weekend een tijdelijk eenkamerhotel in, in een leeg klushuis: <a href="http://ontwikkelcollectief.blogspot.com/p/neston.html" target="_blank">PopUp Hotel The Neston</a>. Als een soort experiment van nieuwe ‘bottom-up ontwikkelmethode’ met tijdelijke invulling. De opening van het hotel was op 19 oktober, terwijl we het eerste idee nog geen vijf weken daarvoor vatten. Een razendsnel en bijzonder projectresultaat.</p>
<p>Een van de belangrijkste succesfactoren was vertrouwen hebben en het vertrouwen waarmaken. Ieder had zijn eigen bijdrage of verantwoordelijkheid op basis van zijn of haar expertise, zoals ‘marketing’, ‘meubilair lobbyverdieping’ of ‘veiligheid’. Onder lichte coördinatie pasten alle input vlekkeloos en bijzonder aantrekkelijk in elkaar. Deze aanpak stimuleerde een natuurlijk enthousiasme en uitzonderlijke betrokkenheid onder alle deelnemers. Voor mij is de theorie bewezen. Nu nog het evangelie verspreiden.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s genomen tijdens de opening van Pop-up hotel The Neston door Edwin Dillen en Nicolien Rodenburg</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningcorporaties moeten middeninkomens omarmen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-moeten-middeninkomens-omarmen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-moeten-middeninkomens-omarmen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 Nov 2011 20:10:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Kees Fes</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3268</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/4607350260_1d4582a372_o.jpg" /> Met verwondering luister ik naar de discussies in corporatieland over ‘de middeninkomens’. Is de huisvesting van deze groep wel een taak voor de woningcorporatie? De ene corporatie geeft vol overtuiging aan dat ‘de middeninkomens al jaren klant zijn’, de ander zegt stellig ‘dat dit niet langer van Europa mag’. Waar de een aangeeft ‘lagere en middeninkomens te willen bedienen’, geeft de ander aan ‘zich alleen nog te willen richten op de lagere inkomens’. De visies lopen uiteen. Middeninkomens vormen echter een belangrijke groep voor woningcorporaties. Het zou veel beter zijn als de woningcorporaties de middeninkomens zouden omarmen. Europa staat dit ook niet in de weg. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met verwondering luister ik naar de discussies in corporatieland over ‘de middeninkomens’. Is de huisvesting van deze groep wel een taak voor de woningcorporatie? De ene corporatie geeft vol overtuiging aan dat ‘de middeninkomens al jaren klant zijn’, de ander zegt stellig ‘dat dit niet langer van Europa mag’. Waar de een aangeeft ‘lagere en middeninkomens te willen bedienen’, geeft de ander aan ‘zich alleen nog te willen richten op de lagere inkomens’. De visies lopen uiteen. Middeninkomens vormen echter een belangrijke groep voor woningcorporaties. Zou het niet veel beter zijn als woningcorporaties de middeninkomens zouden omarmen? Maar mogen, willen en kunnen zij zich wel richten op de middenkomens?</strong></p>
<p><strong>Cement</strong><br />
Allereerst, dé middeninkomens bestaan niet. Net zoals dé woningmarkt niet bestaat. Woningmarkten zijn gedifferentieerd en laten regionaal grote verschillen zien in klantvraag en huur- en koopaanbod. De middeninkomens zijn net zo gedifferentieerd. De middeninkomens bestaan uit verschillende groepen huishoudens met grote verschillen in keuzemogelijkheden op het gebied van betaalbaarheid. De kansen voor tweepersoonshuishoudens jonger dan 65 jaar en meerpersoonshuishoudens met kinderen en een middeninkomen tot € 38.500,- zijn aanmerkelijk lager dan de kansen voor een eenpersoonshuishouden van boven de 65 met een inkomen van € 33.614,-. Al deze groepen behoren tot de middeninkomens, maar de verschillen in netto bestedingsmogelijkheden maken dat het ene huishouden met een middeninkomen wat te kiezen heeft  en het andere huishouden met een middeninkomen tussen wal en schip van de regionale woningmarkt valt. Inzicht in de omvang van deze groepen vanuit het oogpunt van betaalbaarheid, geeft de werkelijke omvang van de vraag van de middeninkomens.</p>
<p>Bijna 30% van de huidige corporatieklanten – de zittende huurders – heeft een middeninkomen. Zij hebben een belangrijke functie bij het ontwikkelen en in stand houden van gemengde wijken. Gemengde wijken zijn een groot goed in de Nederlandse volkshuisvesting. Middeninkomens zijn het cement van de wijken, omdat zij bijdragen aan de stabiliteit en de vitaliteit van de wijken. 95% van de woningen die corporaties verkopen, wordt verkocht aan mensen met een middeninkomen. Gezien de stevige oproep in de woonvisie van Donner aan corporaties om een deel van hun bezit te liberaliseren of te verkopen, is de discussie of corporaties wel een taak hebben in het bedienen van de middeninkomens wonderlijk. En het is nog maar de vraag of het middensegment, zeg de huurklasse van € 652,-  tot 850,- en de koopwoningen in de klasse € 110.000,- tot € 180.000,- wordt opgepakt door de particuliere sector. Hier ligt zeker een rol voor de woningcorporaties! Maar mogen, willen en kunnen zij zich wel richten op de middenkomens?</p>
<p><strong>Woningcorporaties</strong><br />
Corporaties mogen huishoudens met een middeninkomen huisvesten. Volgens het <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/besluiten/2005/07/01/besluit-beheer-sociale-huursector-bbsh.html" target="_blank">Besluit beheer sociale huursector</a> (BBSH) moeten corporaties zorgen voor huisvesting voor mensen die niet zelfstandig in huisvesting kunnen voorzien. In het concept van de nieuwe Woningwet  staat dat tot het <em>eerste werkdomein van toegelaten instellingen</em> behoort het huisvesten van lagere inkomens (primaire taak), maar ook ervoor zorgen dat huishoudens met hogere inkomensniveaus reële kansen hebben op een passende woning en een verbetering van hun woon- en leefsituatie (secundaire taak). In de woonvisie van minister Donner staat bovendien dat er een groeiende vraag is vanuit het middensegment waarop corporaties zouden moeten inspelen. De politieke steun voor de rol van corporaties voor de middeninkomens is in het afgelopen jaar sterk gegroeid. Steeds meer politieke partijen in de Tweede Kamer vinden dat Donner moet regelen dat (lage) middeninkomens vaker terecht kunnen in een sociale huurwoning.</p>
<p>Op basis van de Europese Beschikking is er ook geen bezwaar tegen het bieden van huisvesting aan middeninkomens door de corporaties. De kern van de Beschikking is het rechtmatig gebruik van staatssteun. Dat wil zeggen dat er geen sprake mag zijn van concurrentievoordeel door corporaties op de commerciële markt als gevolg van het ontvangen van staatssteun. Vertaald naar de uitwerking van de staatssteunregeling, betekent dit dat een corporatie maximaal 10% van haar sociale huurwoningen mag toewijzen aan urgenten, bijzondere doelgroepen en …middeninkomens om aanspraak te blijven maken op staatssteun. Wanneer een corporatie lokaal meer dan 10% wil toewijzen aan de middeninkomens, mag dit alleen &#8211; met positief advies van de gemeente &#8211; na speciale toestemming van de minister. Bovendien mag dit dan alleen via de niet-DAEB-tak (het niet-staatssteun deel).</p>
<p>Landelijk bezitten corporaties 2,4 miljoen huurwoningen. In ongeveer 30% van deze woningen wonen huishoudens met een middeninkomen. Deze middeninkomens zijn veelal ooit met een laag inkomen (als primaire doelgroep) gestart met huren. Zij hebben vervolgens in de loop der jaren een inkomensgroei doorgemaakt en niet de stap in hun wooncarrière willen of kunnen maken naar een koopwoning. De middeninkomens zorgen voor stabiliteit in de wijken. De meeste corporaties zien graag een mengeling van jong en oud, gezinnen en senioren, lage en hogere inkomens in de wijken.</p>
<p><strong>Europa<br />
</strong> Corporaties kunnen middeninkomens absoluut bedienen, maar de mate waarin is afhankelijk van de klantvraag, het woningaanbod en de bedrijfsvoering. Wat is de omvang van de overmaat (hoeveel woningen bezit de corporatie meer dan nodig is voor de primaire doelgroep?). Hoeveel van deze woningen komen er jaarlijks beschikbaar die voldoende interessant en van voldoende kwaliteit zijn voor middeninkomens om te verhuizen naar een andere woning?<strong> </strong>Heeft de corporatie het vermogen om een sluitende exploitatie in te richten en een gezonde bedrijfsvoering te realiseren om de middeninkomens te bedienen?</p>
<p>Toch heeft invoering van de Europese Beschikking vanaf 1 januari 2011 voor veel onduidelijkheid en terughoudendheid in corporatieland gezorgd. Uit angst voor het overschrijden van de 10% regel, zegt een groot deel van de corporaties op dit moment ‘nee’ tegen woningzoekenden met een inkomen hoger dan € 33.614,-. Voor hen is de mogelijkheid om via het digitale woonruimteverdelingsysteem op een sociale huurwoning te reageren nu simpelweg geblokkeerd. De gevolgen hiervan zijn duidelijk zichtbaar in de woningmarkt. De toewijzing aan middeninkomens is gedaald; de verhuisgraad is met procenten teruggelopen. Na de koopmarkt, raakt nu ook de huurmarkt steeds verder op slot!</p>
<p><strong>Omarmen</strong><br />
Om de middeninkomens te willen blijven bedienen, is een kanteling in het denken nodig. Corporaties moeten niet langer de uitvoering van de regelgeving centraal stellen; niet langer het strategisch vastgoedbeleid alleen maar willen inrichten op de lagere inkomens; niet langer alle woningen blindelings aftoppen tot de huurtoeslaggrens. Corporaties zouden juist de vraag en de behoeften van de middeninkomens moeten onderscheiden van die van de lagere inkomens. Het inrichten van een SVB-beleid voor lagere én middeninkomens. Dan ontstaat een nieuwe focus. “Zijn we er als corporatie wel voor de middeninkomens” is een theoretische discussie zonder daadkracht. Corporaties moeten creativiteit ontwikkelen met huur- en koopoplossingen gericht op huishoudens met een lager inkomen of middeninkomen. Want de markt zit er op te wachten. Pas als de woningcorporaties de middeninkomens ‘omarmen’ komt de doorstroming op de woningmarkt weer op gang.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Opruiming, fotograaf: Pim Geerts (<a href="http://www.beeldopbouw.com/" target="_blank">www.beeldopbouw.com</a>)</em></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Kees Fes was projectleider van de community of practice van 13 corporaties die onder begeleiding van Atrivé en Stichting OpMaat hebben gewerkt aan ‘oplossingen voor de middeninkomens’. Atrivé heeft met Stichting OpMaat in een cocreatie met dertien woningcorporaties een drietal strategische businessmodellen ontwikkeld, die oplossingen bieden voor het huisvesten van de groep ‘middeninkomens’. Ondersteunend is er een financieel model om businesscases voor niet-DAEB te simuleren en door te rekenen. Deze modellen zijn nader beschreven en uitgewerkt in het rapport ‘Werken aan oplossingen voor de middeninkomens’. Wilt u meer weten of het rapport opvragen? Stuur dan een mail naar <a href="mailto:k.fes@atrive.nl">k.fes@atrive.nl</a> </em></p>
<p><em><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-moeten-middeninkomens-omarmen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In een Hollands jasje gestoken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Nov 2011 22:00:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Teun van den Ende</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[china]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3256</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/bijschrift-Replica-Amsterdamse-Bijenkorf-in-Holland-Village-foto-_2007_02_05-door-Banalities_CC_license-Flickr.jpg" /> In een schemerige satellietstad van Shanghai is sinds kort niet alleen een replica van de Amsterdamse Bijenkorf te bewonderen, er verrijst een complete Nederlandse wijk met de toepasselijke naam: Holland Village. De wijk heeft kenmerken van wat wij in Nederland als Vinex zouden bestempelen. Een mengeling van verschillende woningtypes met nadruk op woningen voor de middenklasse en, niet te vergeten, veel aandacht voor de cosmetische verschijning. Het is tien jaar geleden dat de eerste schetsen voor Holland Village op tafel kwamen. Onderhand zijn meer en meer Nederlandse ontwerpbureaus in China actief: hoog tijd om eens te bekijken wat dat zoal oplevert. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In een schemerige satellietstad van Shanghai is sinds kort niet alleen een replica van de Amsterdamse Bijenkorf te bewonderen, er verrijst een complete Nederlandse wijk met de toepasselijke naam: Holland Villag<em>e</em>. De wijk heeft kenmerken van wat wij in Nederland als Vinex zouden bestempelen. Een mengeling van verschillende woningtypes met nadruk op woningen voor de middenklasse en, niet te vergeten, veel aandacht voor de cosmetische verschijning. Het is tien jaar geleden dat de eerste schetsen voor Holland Village op tafel kwamen. Onderhand zijn meer en meer Nederlandse ontwerpbureaus in China actief: hoog tijd om eens te bekijken wat dat zoal oplevert. Wat bouwen Nederlandse ontwerpers in China? Wat verwacht China van ons?</strong></p>
<p><strong>Een Hollands jasje</strong><br />
Auteur Harry den Hartog van het boek <a href="http://www.010.nl/catalogue/book.php?id=735">Shanghai New towns</a> (010 Uitgevers, 2010) spreekt al jaren met ontwerpers die actief zijn in China. Hij beschrijft in zijn boek de behoefte om bekende stadsbeelden uit Europa te kopiëren. Het stadsbestuur van Shanghai vraagt architecten uit Europa de steden uit hun thuisland te (her)ontwerpen in de buitengebieden van Shanghai. In 2001 werden verschillende Nederlandse ontwerpers uitgenodigd een ontwerp te maken voor de buitenwijk Gaoqiao, waarvan vooraf bepaald was dat die een Nederlands tintje zou krijgen. In acht weken tijd werd een gedetailleerd stedenbouwkundig plan gevraagd. <a href="http://www.kuiper.nl/" target="_blank">KuiperCompagnons</a> en <a href="http://www.atelierdutch.nl/" target="_blank">Atelier Dutch</a> kregen de opdracht. In het definitieve ontwerp is de handtekening van de stedenbouwkundige duidelijk herkenbaar: middenin de wijk bevindt zich een cirkelvormige straat met gracht, getekend door Ashok Bhalotra van KuiperCompagnons. Niet verwonderlijk gezien de vraag van de opdrachtgever, die wilde liefst een kopie van de Amersfoortse wijk Kattenbroek.</p>
<p>Holland Village, inmiddels grotendeels gerealiseerd, vertoont inderdaad trekjes van een Oudhollands stadje. In het midden staat een kerk, in de ‘vismarkt’ heeft een kinderdagverblijf haar intrek genomen. Aan het waterfront staat een gigantische klomp met een bord met uitleg erbij. Overduidelijk toevoegingen waarmee de Chinese opdrachtgever het idee van Holland Village tussen de oren wil krijgen. Maar wat hebben de Nederlandse ontwerpers eigenlijk toegevoegd aan de Chinese stedenbouwkundige praktijk? Het ontwerp toont de typisch Nederlandse manier van omgaan met water. Zo zijn de watersystemen in de wijk geïntegreerd in het systeem voor waterafvoer en zijn veel van de bouwblokken op het water georiënteerd. Het systeem van straten, pleinen en (semi-)openbaar groen lijkt in de plannen in evenwicht. Op papier spreekt uit het plan een duidelijke boodschap: in deze wijk is het prettig vertoeven. Maar hoe zit het met de realiteit in Gaoqiao en nieuwbouwwijken in andere Chinese steden? Voor wie worden deze wijken eigenlijk gebouwd?</p>
<div id="attachment_3258" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3258" href="http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/bijschrift-een-woonstraat-in-holland-village-foto_2010_07_10_door-banalities_cc_license-flickr/"><img class="size-full wp-image-3258 " title="bijschrift-Een-woonstraat-in-Holland-Village-foto_2010_07_10_door-Banalities_CC_license-Flickr" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/bijschrift-Een-woonstraat-in-Holland-Village-foto_2010_07_10_door-Banalities_CC_license-Flickr.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><p class="wp-caption-text">Een woonstraat in Holland Village door Richard Summers (aka Banalities)</p></div>
<p><strong>Weerbarstige praktijk</strong><br />
De ontwerpers kregen de opdracht 15 procent van de woningen voor lagere inkomensgroepen te ontwerpen en 15 procent in het dure segment. De rest, in dit geval 70 procent van de wijk, was bedoeld voor de middenklasse. In 2003 klonk het startsein voor de bouw, de grond werd bouwrijp gemaakt. Toekomstige bewoners moesten echter nog jaren wachten op hun grachtenpand toen de bouwplannen stil kwamen te liggen vanwege veranderde bouwregelgeving en afwachtende ontwikkelaars. Ondertussen waren alle bewoners van het voormalige dorp al weggejaagd, hun huizen afgebroken. Vanaf 2009 trok de nieuwbouw pas weer aan. En dat is van groot belang voor Chinese overheden en ontwikkelaars want bouwen betekent namelijk werkgelegenheid. Jaarlijks moeten er miljoenen banen bij komen om de groeiende beroepsbevolking van werk te voorzien, de bouwsector is een drijvende kracht in de Chinese economie. Het systeem is in economische wetmatigheden gegrond, dus verrijzen vooral woningen voor het rijkere deel van de bevolking. Die leveren simpelweg veel meer op. Daardoor blijven nu veel Chinezen in verouderde en kleine woningen achter. Een ander punt van zorg is dat vanwege de snelheid van bouwen de kwaliteit van de bouw vaak matig is. Tijd om te praten met opdrachtgevers, of onderzoek te doen, is er nauwelijks. Ten koste van de bouwkwaliteit, want het moet op tijd af. Vandaar dat buitenlandse architecten er veel energie in steken om, soms op de bouwplaats zelf, bij te sturen. Of ze raken teleurgesteld in de resultaten van hun inspanningen en trekken zich terug uit bouwprocessen als ze zien hoe het er uiteindelijk uitziet.</p>
<p>De stroom aan opdrachten in China zal voorlopig onverminderd groot blijven. De drang tot het &#8216;thematiseren&#8217; van wijken, als in het geval van Holland Village, is daarin een hardnekkig verschijnsel. Even rondneuzen op Flickr of Google en je vindt al foto&#8217;s van deze wijken: een regelrechte confrontatie met Chinese no-nonsense kopieën van ons erfgoed. Misschien biedt dit een graadmeter waarmee de huidige generatie ontwerpers zich een spiegel voor kan houden: “ga ik mijzelf in deze bouwpraktijk storten?”. Aandacht voor bovengenoemde thema’s van sociale scheefgroei en bouwtechniek zijn veel urgenter, om nog maar niet te spreken van ecologische uitdagingen. Veel belangrijker dan het bouwen van nog meer Hollandse themaparken zijn de antwoorden die ze zullen vinden op deze uitdagingen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Replica Amsterdamse Bijenkorf in Holland Village, door Richard Summers (aka Banalities)</em></p>
<p><em>Auteur is werkzaam bij het Nederlands Architectuurinstituut en betrokken bij het symposium Architectuur 2.0 wat op 11 november gehouden wordt in De Doelen, Rotterdam. Meer informatie over het symposium is te vinden op </em><a href="http://www.nai.nl/"><em>www.nai.nl</em></a><em> of in het RUIMTEVOLK-agenda overzicht.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Praatjesmakers en mooiweerverkopers</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/praatjesmakers-en-mooiweerverkopers/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/praatjesmakers-en-mooiweerverkopers/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 Oct 2011 21:54:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3241</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/IMG_9118.jpg" /> De crisis houdt de ruimtelijke sector genadeloos in de greep. Toch doen betrokkenen verwoede pogingen een beeld op te roepen van een dynamische sector. De groeiende dagelijkse nieuwsstroom is gevuld met een overvloed aan lokale en erg kleinschalige ontwikkelingen. Nieuws over grote ruimtelijke projecten is spaarzaam. Grote veranderingen zijn nodig om de sector weer op gang te krijgen. Maar wie door de lokale bomen heen kijkt, ziet na even grasduinen toch prille sprietjes met nieuws over nieuwe ontwikkelingen. Even doorzetten dus.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De crisis houdt de ruimtelijke sector genadeloos in de greep. Toch doen betrokkenen verwoede pogingen een beeld op te roepen van een dynamische sector. De groeiende dagelijkse nieuwsstroom is gevuld met een overvloed aan lokale en erg kleinschalige ontwikkelingen. Nieuws over grote ruimtelijke projecten is spaarzaam. Grote veranderingen zijn nodig om de sector weer op gang te krijgen. Maar wie door de lokale bomen heen kijkt, ziet na even grasduinen toch prille sprietjes met nieuws over nieuwe ontwikkelingen. Even doorzetten dus.</strong></p>
<p><strong>Op de oude voet</strong><br />
Navelstaren is niet besteed aan de ruimtelijke sector. Ruimdenkers in de beroepsgroep zijn populairder dan doemdenkers. Voor praatjesmakers en mooiweerverkopers is altijd werk. Hoewel de ruimtelijke sector zich in de ernstigste crisis sinds decennia bevindt, wordt in de dagelijkse praktijk zo veel mogelijk doorgezet op oude voet. Maar terwijl oude verdienmodellen één voor één wegvallen, is het hondsmoeilijk om daar nieuwe voor in de plaats te stellen. Projecten laten zich niet meer dicht rekenen met extra kantoren, bedrijven, winkels of dure koopwoningen. Bijdragen uit het Grotestedenbeleid (GSB) en Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (ISV) bestaan niet meer. Corporaties hebben zich overeten en banken draaien iedere investering drie keer om.</p>
<p><strong>Klein bier</strong><br />
Wat gebeurt er dan nog wel? Als ik de e-mail moet geloven, bruist het in de ruimtelijke sector. De dagelijkse stortvloed aan internetmagazines met nieuws uit het land, wordt eerder groter dan kleiner. Maar wat staat er eigenlijk in de Cobouw, het Vastgoedjournaal het IKC RO en al die andere lunchbulletins over bouwend Nederland die dagelijks de ether in worden geslingerd? Naar mijn indruk wordt de waslijst met nieuws steeds langer, maar is er zelden sprake van echt nieuws. Een paar jaar geleden waren grote projecten, eerste palen en megatransacties schering en inslag. Vergeleken daarmee zijn de berichten op een willekeurige vrijdag in oktober ‘klein bier’. Een korte opsomming van ‘nieuws’ uit de ruimtelijke sector op 21 oktober: <em>38 koopappartementen in Oss worden met 20% korting verkocht. De gemeente Gulpen-Wittem gaat vrijliggende fietspaden aanleggen. 230 nieuwsgierigen hebben een blik geworpen op Vuurtoreneiland in het IJmeer. Easynet verlengt de huur van 1700 m2 in Amsterdam-Zuidoost. Voormalig schoolgebouw in Delft wordt omgebouwd tot kinderdagverblijf.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>De nieuwsmagazines in de ruimtelijke sector brengen deze berichten als landelijk nieuws, maar eigenlijk horen de berichten thuis in de lokale sufferdjes. Met alle respect natuurlijk voor diegene die profiteert van de korting in wooncomplex De Reders in Oss. Het is de schrijnende werkelijkheid van de crisis: er is nauwelijks vermeldenswaardig nieuws over ruimtelijke projecten en toch houden we ons met zijn allen ongelooflijk bezig. Dat geldt ook voor mijzelf. Ik werk al 2,5 jaar aan hetzelfde project zonder dat een paal is geslagen of grasspriet is ingezaaid. Natuurlijk, de projecten vorderen langzaam, maar het is in deze tijd nu eenmaal &#8216;a hell of a job&#8217; om investeringen los te krijgen en aan de slag te gaan. Planprocessen duren eindeloos. Zonder doorbraken in grote projecten loopt de machine op een gegeven moment genadeloos vast.</p>
<p><strong>Eetbaar dak</strong><br />
Maar ook voor mij geldt dat het glas eerder half vol is dan half leeg. Langzaam komen er nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling op, met nieuw partijen, nieuwe werkwijze en nieuwe bronnen van geld. Ook in de nieuwsstroom van 21 oktober zijn hiervan de tekenen te zien. Zo wordt de energiehuishouding en verduurzaming van het huidig vastgoed een steeds belangrijker aanjager voor de ruimtelijke sector. <em>Groene Campus in Helmond krijgt eetbaar dak. Russen investeren voor 1 miljard in olieterminal in Rotterdamse haven.</em> <em>Amsterdam wil windmolens in Waterland.</em> Andere berichten spelen in op de steeds belangrijker rol van consumenten en eindgebruikers bij zelfbouw, recreatie, commerciële zorgvoorzieningen en zo meer.</p>
<p>Zo maar een dag grasduinen in het nieuwsaanbod toont de schrijnende kant van de crisis door een groot gebrek aan hard nieuws over grote projecten. Aan de andere kant zie je ook dat op alle mogelijke manieren wordt gezocht naar nieuwe wegen om de draad weer op te pakken met een nieuwe aanpak. Het nieuws van 21 oktober 2011 toont de beweging die de ruimtelijke sector op gang heeft gezet. Maar we zijn er nog niet.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/praatjesmakers-en-mooiweerverkopers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gevangen op het hitte-eiland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/gevangen-op-het-hitte-eiland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/gevangen-op-het-hitte-eiland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 25 Oct 2011 19:06:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[chicago]]></category>
		<category><![CDATA[Energie]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3237</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/hitteeilandruimtevolk.jpg" /> De laatste maanden hoor ik ineens veel over het hitte-eilandeffect. Uit onderzoeken blijkt dat tijdens hittegolven dicht bebouwde steden extra opwarmen, met allerlei nare gevolgen. In Rotterdam ligt de temperatuur bijvoorbeeld in veel stadsdelen maar liefst 7 graden hoger dan in de omliggende polders. Doordat de temperatuur op aarde stijgt, krijgen we ook in ons gematigde klimaat steeds vaker te maken met extreme hitte. Dat leidt tot een hoger energiegebruik omdat gebouwen gekoeld moeten worden en tot sterfte onder bejaarden. Meer groen lijkt een simpele oplossing voor dit probleem, maar is het niet.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Groene wijken zijn koeler dan versteende buurten. Hittegolven maken vooral slachtoffers onder oudere stadsbewoners. Meer groen lijkt een simpele oplossing voor dit probleem, maar is het niet. </strong></p>
<p>De laatste maanden hoor ik ineens veel over het <span style="text-decoration: underline;">hitte-eilandeffect</span>. Uit onderzoeken blijkt dat tijdens hittegolven dicht bebouwde steden extra opwarmen, met allerlei nare gevolgen. Doordat de temperatuur op aarde stijgt, krijgen we ook in ons gematigde klimaat steeds vaker te maken met extreme hitte. Dat leidt tot een hoger energiegebruik omdat gebouwen gekoeld moeten worden en tot sterfte onder bejaarden. Kortom een nieuw probleem dat om een oplossing roept!</p>
<p><strong>Rotterdam</strong><br />
Verschillende gemeenten hebben recentelijk onderzoek laten doen naar het <a href="http://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&amp;content=inno_publicatie&amp;laag1=896&amp;laag2=915&amp;item_id=766" target="_blank">hitte-eilandeffect</a>. In Rotterdam bleek de temperatuur in veel stadsdelen maar liefst 7 graden hoger te zijn dan in de omliggende polders. In extreem warme zomers kan die hoge temperatuur in de stad leiden tot veel gezondheidsproblemen voor vooral de oudere stedelingen. In ons landje valt het gelukkig  nog wel mee  met de hogere sterftecijfers als gevolg van extreme hitte . In bijvoorbeeld de VS en Frankrijk heeft men echter de nodige ervaring met sterk verhoogde sterfte onder ouderen. Tijdens de hittegolf van 2003 stierven er in Frankrijk naar verluid 14.000 mensen aan de gevolgen van de aanhoudende warmte.</p>
<blockquote><p>In Chicago stierven in 1995 in vijf dagen tijd 739 mensen aan de gevolgen van aanhoudende warmte.</p></blockquote>
<p>Er lijkt kortom alle reden tot zorg. Gelukkig is er een remedie tegen het hitte-eilandeffect: meer groen! Uit het – natuurlijk met bakfietsen – uitgevoerde <a href="http://www.alterra.wur.nl/nl/nieuwsagenda/archief/nieuws/2009/Bakfiets090805.htm" target="_blank">onderzoek van Alterra</a> in Rotterdam blijkt overduidelijk dat groene wijken minder opwarmen dan de meer stenige. Ook <a href="http://www.alterra.wur.nl/nl/nieuwsagenda/archief/nieuws/2009/Fotovlucht_boven_hot_Arnhem_en_Nijmegen_geslaagd.htm" target="_blank">vanuit de lucht</a> is via infrarood te zien dat de temperatuur in dichtbebouwde wijken met veel wegen hoger is dan in wijken met veel groen of water (klimaatonderzoek in oa Arnhem, Nijmegen en Rotterdam ). De aanbevelingen voor het tegengaan van het hitte-eilandeffect bouwen voort op deze constatering. Creëer groene en blauwe ruimten in de stad, leg daktuinen en geveltuinen aan, plant bomen. Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis te zijn met deze aanbevelingen. Wie is er immers tegen meer groen in de stad? In veel steden zijn bestuurders en burgers al druk in de weer met het aanleggen van groene daken en gevelgroen.</p>
<p>Zo ook in Chicago. Deze stad heeft ervaring met hittegolven. In 1995 stierven in vijf dagen tijd 739 mensen aan de gevolgen van aanhoudende warmte. Het ging vooral om ouderen in arme wijken, die dagenlang alleen in hun huizen zonder airconditioning zaten. De Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg schreef er in 2002 het boek <a href="http://www.press.uchicago.edu/Misc/Chicago/443213in.html" target="_blank">Dying alone</a> over. Het waren niet zozeer de hittegolf en de opwarming van de stad die hem aanzetten tot het schrijven van het boek, maar de opvallende verschillen in sterftecijfers tussen twee naast elkaar gelegen stadswijken. Terwijl in North Lawndale honderden ouderen stierven, was de dodental in South Lawndale veel minder hoog. Beiden stadsdelen gelden als achterstandswijken, met veel armoede en werkloosheid en sociale problemen. In beide wijken was het in juli 1995 vier dagen lang meer dan 35 graden Celsius.</p>
<p><strong>Eenzaam in het groen</strong><br />
Klinenberg verklaart het opvallende verschil in sterfte onder ouderen door te wijzen op ruimtelijke condities. South Lawndale is een overwegend Mexicaanse wijk, relatief dichtbebouwd en met een aantal zeer levendige stadsstraten vol winkels en uitgaansgelegenheden. In North Lawndale heeft vijftig jaar gettovorming geleid tot wijdverbreide kaalslag. Hele stukken van de buurt bestaan uit braakliggende grasvelden. De middenstand is nagenoeg verdwenen en van een betekenisvolle publieke ruimte is nauwelijks sprake. Klinenberg betoogt dat het gebrek aan publieke ruimte in North Lawndale een ontwrichtend effect had op sociale verbanden: ‘The social ecology of abandonment, dispersion, and decay makes systems of social support exceedingly difficult to sustain’.</p>
<p>In Chicago bleek de kwaliteit van de stedelijke publieke ruimte van levensreddend belang. De overmaat aan groene open ruimte in North Lawndale dempte de temperatuur in de wijk nauwelijks en bleek een belangrijke oorzaak voor de eenzame dood van veel ouderen. In het dichtbebouwde South Lawndale, met zijn boomloze maar levendige hoofdstraten, durfden ouderen hun huizen wel te verlaten om verkoeling te zoeken in voorzieningen die beschikten over airconditioning, of simpelweg bij vrienden en familie steun te zoeken. De kwaliteit van stedelijke publieke ruimte bleek van levensreddend belang.</p>
<p>Voor de duidelijkheid: meer gevelgroen, straatbomen en groene daken zijn altijd goed. Aanbevelingen voor een hittebestendige stedenbouw mogen echter niet leiden tot een open groene stedenbouw die in tegenspraak is met de ruimtelijke condities voor levendige openbare ruimten. Dichtbebouwde steden met hun levendige en gevarieerde publieke ruimten zijn geen oorzaak, maar onderdeel van de oplossing voor het hitte-eilandeffect.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/gevangen-op-het-hitte-eiland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werken is het nieuwe wonen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 24 Oct 2011 05:40:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[werken]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3230</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/het-nieuwe-werken.jpg" /> De discussie over de Nederlandse woningmarkt is een kleed dat al zo vaak is belopen dat het volledig platgetreden is. De huismijt zit erin, de mot puilt eruit, het is een voetveeg geworden. Al jarenlang niet gelucht, opgeschud, gemattenklopt. En volledig vervilt. Tijd om het kleed weg te doen en het werk op te zoeken. Want werken is het nieuwe wonen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De discussie over de Nederlandse woningmarkt is een kleed dat al zo vaak is belopen dat het volledig platgetreden is. De huismijt zit erin, de mot puilt eruit, het is een voetveeg geworden. Al jarenlang niet gelucht, opgeschud, gemattenklopt. En volledig vervilt. Tijd om het kleed weg te doen en het werk op te zoeken. Want werken is het nieuwe wonen.</strong></p>
<p>En het houdt maar niet op. <a href="http://www.vng.nl/Documenten/actueel/beleidsvelden/ruimte_wonen/2011/20110927_VNG_agenda_woningmarkt.pdf" target="_blank">Tien pogingen</a>, interventieteams, het <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/" target="_blank">verWassenaren van de woningmarkt </a>, losweekteams, <a href="http://www.g32.nl/DATABANK/Nieuwsarchief/September_2011/Handreiking_Stedelijke_Herprogrammering_Woningbouw" target="_blank">handreikingen</a>, <a href="http://www.aedesnet.nl/content/artikelen/achtergrond/2011/09/Rondetafelgesprek-Tweede-Kamer-over-Woonvisie.xml;jsessionid=DF6ADFF603BC6E369835EF636F5F740B" target="_blank">de roep van alle kanten</a>, <a href="http://welingelichtekringen.nl/15664-weg-overwaarde-half-nederland-onder-water-de-pers-voorspelt-wat-er-met-de-huizenamrkt-gaat-gebeuren.html" target="_blank">rampscenario’s</a>, het helpt allemaal geen achterwerk. Verspilde energie. En je kan je zo langzamerhand afvragen of er wel een probleem is op de woningmarkt. Die tijd dat als je bank niet bij je huis paste, je een nieuw huis aanschafte, willen we die tijd echt terug? Hoeveel tenten staan er op de Dam en het Malieveld met maandenlang bivakkerende, huisloze, naar een wurghypotheek smachtende Nederlanders? Hoe erg is het dat er niet verhuisd wordt? Vervelend voor verhuisbedrijven, dat wel. Ik heb dat verhuisketen-idee met een wooncarrière van zolderkamer via stadsappartement, rijtjeswoning, twee-onder-een-kap tot vrijstaande villa nooit serieus genomen.</p>
<p>Laten we dat hele wonen, de woningmarkt, de discussie en <a href="http://www.youtube.com/watch?v=tSFAlFUxh1I&amp;noredirect=" target="_blank">de problemen die daarbij komen kijken</a> gewoon vergeten. Dat is iets van de vorige eeuw, die in 1901 begon met de Woningwet. Daarna is door de kongsi tussen overheid, corporaties en bouwmaatschappijen heel Nederland bebouwd met woonwijken. Keurig netjes volgens de planning, waarbij het belangrijkste doel was om kosten en kwaliteit in balans te houden en dat is jarenlang prima gelukt. Alle aandacht ging naar het wonen. Ondertussen zijn we vergeten dat we ook nog moeten werken. Want hoeveel uur per dag woont u eigenlijk? Een rekenvoorbeeld: u staat op om zeven uur en gaat om half negen naar uw werk. Effectief: 1,5 uur wonen. Dan komt u om zes uur &#8216;s avonds terug, eet wat, kijkt wat treurbuis en stapt om half elf in bed. Effectief wonen: 4,5 uur. Slapen noem ik geen wonen want dat is met de ogen dicht. Dat is dus zes uur wonen per etmaal, ofwel 25 procent.</p>
<p>Wordt het daarom niet eens tijd om het accent binnen beleid en uitvoering te leggen op aantrekkelijke en inspirerende werkplekken? Want terwijl het officiële beleid zich vooral op het wonen heeft gericht, is Nederland volgebouwd met branieparken waar volgens Rudy Stroink ‘intensieve menshouderij’ plaatsvindt. Volstrekt sfeerloze, oninspirerende, monofunctionele en inflexibele werkgebieden. Terecht dat zij slechts<a href="http://www.recensiekoning.nl/2011-05_13696/kantoor" target="_blank"> twee sterren van de koning</a> krijgen. Die omgevingen gaan er de komende tijd allemaal aan!</p>
<p>Werken is het nieuwe wonen. En de 21<sup>e</sup> eeuw wordt de <a href="http://www.nlbw.net/blog/2011/05/03/als-je-niet-in-de-spiraal-kwaliteit-kapitaal-kennis-mee-kunt-draaien-heb-je-als-stad-rotterdam-een-probleem/" target="_blank">eeuw van de voorzieningen</a>, in de breedste zin van het woord. Niet in de CIAM-zin van: ‘werken, winkelen, recreëren’ maar als in: ontmoeten, inspireren, opbouwen, uitvinden, vermengen en branches vervagen. Kijk maar naar uzelf: U pingpongt op het werk tussen twee afspraken door de spanning van u af. ‘s Avonds thuis op de bank checkt u voor de 364<sup>e</sup> keer uw werkmail. De <a href="http://www.archplus.net/home/archiv/ausgabe/46,200,1,0.html" target="_blank">Arch+ over Berlijn</a> schreef het al: de vervaging van de verschillende ruimtes voor wonen en voor werken, als huiskamer, fabriek, atelier, kantoor, werkplaats, stilteplek, conferentieruimte heeft allang plaatsgevonden. De mix van gebruik en de daarvoor benodigde typologievermenging is een feit. Helaas is dat nog lang niet terug te vinden in de plattegrond van de hedendaagse woning of kantoorgebouw. Functionalisme uit de oude doos bepaalt de vormgeving van de plattegrond.</p>
<div id="attachment_3234" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3234" href="http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/exrotaprint-berlijn-02/"><img class="size-full wp-image-3234" title="exrotaprint-Berlijn-02" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/exrotaprint-Berlijn-02.jpg" alt="" width="510" height="338" /></a><p class="wp-caption-text">EX-Rotaprintfabriek in Berlijn </p></div>
<p>Het hoeft de komende tijd maar over één ding te gaan: werken. De hardware is er al. Er is genoeg gebouwd, er staat veel leeg, en daarmee is er veel potentie. De software – dat bent u, gebruiker &#8211; is sterk aan het veranderen. U werkt niet meer 5 dagen per week van 9-5, u wilt niet langer op een inspiratieloos braniepark werken. De crux zit ‘m in de orgware; hoe organiseren we aantrekkelijke locaties om te werken? Hoe doe je dat? Wat is de oplossing? Gelukkig heb ik daar geen antwoord op. Dat geroep om instant pasklare oplossingen is een soort van verwend kleutergedrag. Wel heb ik alvast wat knuppels voor in het werkhoenderhok die de geest op scherp kan stellen.</p>
<p>Weg met die zogenaamd moderne, flexibel ontwikkelde gebouwen. Al is een gebouw nog zo flexibel, het starre bestemmingsplan achterhaalt ‘m wel. Moderne flexibel ontworpen gebouwen zijn vaak karakterloos. Echter: sterke, karakteristieke gebouwen uit het verleden zijn vaak flexibel. Waarom? Omdat hun karakter bewaard blijft na aanpassing. Een flexibel gebouw heeft altijd overmaat die flexibiliteit biedt. Stop uw geld dus niet in hippe architectuur, maar in de overmaat. Beleidsmakers in de ruimtelijke sector hebben sterk de neiging om zichzelf – en daarmee het rode kwadrant ofwel de <a href="http://www.smartagent.nl/" target="_blank">creatieve kenniswerkers</a> &#8211; overal als belangrijkste doelgroep te beschouwen bij het (ver)bouwen van de stad. Zo zit je voor je het weet weer aan een pizza in een OSM-pizzeria &#8211; zo’n houtgestookte, want: lekker authentiek en met regionale producten en ruiten tafelkleden &#8211; tussen de Apple-verslaafden.</p>
<p>De ware werkende wereld bestaat gelukkig niet alleen uit personen die voldoen aan het rode kwadrant. Interessante voorbeelden uit het buitenland als het <a href="http://www.koedbyen.kk.dk/english/the-white-meat-city-of-copenhagen/" target="_blank">Meatpacking District</a> in Kopenhagen en de <a href="http://exrotaprint.de/index.php?section=18" target="_blank">EX-Rotaprintfabriek</a> in Berlijn laten zien dat menging van laag- en hoogwaardig werken spannende, interessante en bij de stadsbewoners geliefde werklocaties oplevert. Het succes van deze plekken komt door renovatie op verschillende niveaus waardoor er diversiteit in huurniveaus ontstaat. Beperkte budgetten = grotere, gemengde gebruikersgroep = meer stedelijkheid. Een prettige mix van de afspiegeling van de samenleving: timmerman naast laptopslaaf.</p>
<p>Het einde van het wonen is in zicht; besteedt uw tijd dus nuttig. Ga niet al het bovenstaande in beleidsnotities opnemen of in uitvoeringsconventanten vastleggen, of <a href="http://www.oost.amsterdam.nl/publish/pages/356838/110831_spelregels_cruquiusweg.pdf" target="_blank">spelregelkaarten</a> opstellen. Maar steek uw handen uit de mouwen en ga werken aan goed werken!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel zijn van Vincent Kompier</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een verleidelijk aanbod</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Oct 2011 19:15:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Reimar von Meding</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3193</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/IMG_2842.jpg" /> Het is erg in de mode om te roepen dat we ‘nu eindelijk eens voor de vraag moeten bouwen’. Wie dat roept, zegt impliciet dat hij zich tot nu toe nooit heeft afgevraagd hoe mensen eigenlijk  willen wonen. En het is bitter maar waar: bouwend Nederland stelt zich die vraag daadwerkelijk niet. Waarschijnlijk moet eerst een hele generatie projectontwikkelaars en ontwerpers verdwijnen voordat dit echt verandert. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Dure woningen in herstructureringsgebieden verkopen niet meer. Dat stelt tenminste ontwikkelend Nederland. En nu moeten we zogenaamd naar de markt luisteren om maar te verkopen wat nog te verkopen valt. Dit zou wel eens de genadeslag kunnen worden voor de ontwikkeling van de Nederlandse stad.</strong></p>
<p>Het is erg in de mode om te roepen dat we ‘nu eindelijk eens voor de vraag moeten bouwen’. Wie dat roept, zegt impliciet dat hij zich tot nu toe nooit heeft afgevraagd hoe mensen eigenlijk  willen wonen. En het is bitter maar waar: bouwend Nederland stelt zich die vraag daadwerkelijk niet. Waarschijnlijk moet eerst een hele generatie projectontwikkelaars en ontwerpers verdwijnen voordat dit echt verandert. De achterliggende motivatie voor de stedelijke ontwikkeling blijft nog steeds: Wat kan ik verkopen? Natuurlijk moet je een woningbouwproject uiteindelijk verkopen en verhuren, maar dat doe je niet door je deze platte vraag te stellen. Het gevolg daarvan is namelijk dat overal in het land kleine eengezinswoningen worden gebouwd, want die verkopen tenminste nog. Maar zullen de mensen die deze woningen nu kopen ze ooit nog kunnen doorverkopen?</p>
<blockquote><p>Er is overschot aan relatief recent gebouwde woningen van rond de drie ton. Deze woningen kunnen op geen enkele wijze concurreren met woningen die nu worden gebouwd.</p></blockquote>
<p><strong>Overschot</strong><br />
De malaise van dit moment – het niet kunnen verkopen van woningen in het middendure segment – is niet alleen veroorzaakt doordat kredietverstrekkers kritischer zijn geworden. Het heeft er ook simpelweg mee te maken dat woningen in een redelijk segment van pakweg zo’n vijf jaar oud bijna niet meer te verkopen zijn. Tot voor kort werden dit soort woningen erg makkelijk verkocht, met als gevolg dat ze massaal werden gebouwd. Nu is er ineens een enorm overschot aan bestaande woningen van rond de drie ton. Deze woningen kunnen op geen enkele wijze concurreren met woningen die nu worden gebouwd. En daardoor zijn ze niet te verkopen. In de tussentijd heeft namelijk een omslag in het denken plaatsgevonden. Woningen van nog geen vijf jaar oud verbruiken substantieel meer energie dan nieuwbouwwoningen volgens de huidige normen. Wij hebben het hier over bakken met geld dat letterlijk door de schoorsteen gaat. De woonconsument heeft dat begrepen.</p>
<p><strong>Emancipatie</strong><br />
<a href="http://eracontour.nl/nl/werken-bij/medewerkers-aan-het-woord/wilfred-hoogerbrug-conceptontwikkelaar" target="_blank">Wilfred Hoogerbrug</a> van <a href="http://eracontour.nl/nl/home" target="_blank">Era</a> heeft onlangs gesteld dat de herstructurering zijn doel voorbij schiet door alleen goedkope woningen te bouwen. Ik kan hem alleen maar gelijk geven. Je kunt je afvragen of het echt een probleem is dat hierdoor minder nieuwkomers naar de oude wijken trekken. Los daarvan blijft de vraag naar middeldure woningen nog steeds behoorlijk hoog. Maar mensen die woningen in deze categorie kopen, zijn gewoon veel kritischer op de producten geworden. “Een appartement zonder balkon? Koop ik niet! Een tweekapper zonder tuin? Ben je gek geworden? Ik kan niet kiezen naast wie ik ga wonen? Dan kom ik niet!” Het lijkt alsof ontwikkelaars zich geen raad weten met deze nieuwe emancipatie van de woonconsument.</p>
<div id="attachment_3195" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3195" href="http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/gvbf-rha-twh-014-large/"><img class="size-full wp-image-3195" title="GVBF-RHA-TWH-014-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/GVBF-RHA-TWH-014-Large.jpg" alt="" width="510" height="374" /></a><p class="wp-caption-text">Fotograaf: Gerard van Beek</p></div>
<p><strong>Verschillen maken het verschil</strong><br />
Binnen het perspectief van mijn eigen praktijk bleken woningen in dit segment voor een zeer kritische groep woonconsumenten de afgelopen drie jaar juist heel goed te verkopen. Maar dan niet als bulk, maar goed getimed en ingebed in een ontwikkeling met de keuze  uit veel verschillende soorten woningen. Verschillen maken is de sleutel. Het verschil maken is de tweede sleutel. Een ontwikkelaar als Era blinkt al jaren uit in het realiseren van messcherpe, onderscheidende woonomgevingen. Ze horen daarmee bij een buitengewoon selecte groep ontwikkelaars die de afgelopen jaren een moeizame weg hebben bewandeld. Je bent bijna geneigd om te zeggen dat zij helemaal niet naar de vraag luisteren, maar een ongelofelijk goed aanbod realiseren door iets te maken dat precies op de plek past. Gek genoeg gebeurt dat bij herstructurering hoogst zelden. In plaats van de kwaliteit van een gebied te benutten en te versterken, worden overal goedkope eengezinswoningen gebouwd ‘omdat de markt erom vraagt’. Stel je nou voor dat je in het ziekenhuis ligt voor een darmoperatie. Je wordt wakker uit de narcose en de arts zegt tegen je: “Oh trouwens, wij hebben toch maar een buikwandcorrectie uitgevoerd en wat vet weggehaald, want dat wil toch iedereen.”</p>
<p>Het gaat niet om aanbod- óf vraaggericht bouwen. Het gaat altijd om het aanbod én de vraag. Alleen als het lukt om een woonomgeving te creëren die voortkomt uit de kwaliteit van de locatie en als vanzelf een vraag beantwoordt, kan herstructurering slagen. En daarbij moeten we af van oplossingen op een specifieke plek, die voortkomen uit generieke vragen. Dat is namelijk de doodsteek voor onderscheidende woonmilieus in de stad.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Bron foto boven: KAW architecten en adviseurs</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>16</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontplannen en loslaten</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ontplannen-en-loslaten/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ontplannen-en-loslaten/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Oct 2011 19:54:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3168</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/ontplannenenloslaten.jpg" /> Naar aanleiding van een onderzoek van Motivaction over de relatie tussen burger en overheid kwam een hele discussie op gang over de nieuwe verhouding tussen burgers, overheid en het maatschappelijk middenveld. Een discussie die de kern van de ruimtelijke wereld  raakt, want in de 'big society' is de maakbare samenleving ver weg en past geen blauwdrukplanning meer. En dat heeft nogal wat gevolgen voor iedereen die werkt aan de inrichting van ons land. Die moet leren loslaten. Kunnen we helemaal zonder planning en kunnen masterplannen in de vuilnisbak?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Naar aanleiding van een <a href="http://www.motivaction.nl/content/mismatch-tussen-imago-en-zelfbeeld-ambtenaren" target="_blank">onderzoek van Motivaction</a> over de relatie tussen burger en overheid kwam een hele discussie op gang over de nieuwe verhouding tussen burgers, overheid en het maatschappelijk middenveld. Een discussie die de kern van de ruimtelijke wereld  raakt, want in de &#8216;big society&#8217; is de maakbare samenleving ver weg en past geen blauwdrukplanning meer. En dat heeft nogal wat gevolgen voor iedereen die werkt aan de inrichting van ons land. Die moet leren loslaten. Kunnen we helemaal zonder planning en kunnen masterplannen in de vuilnisbak? </strong></p>
<p><strong>Mieren zonder masterplan</strong><br />
Laatst wees iemand mij op een filmpje over mieren. In een mierennest kunnen wel een half miljoen mieren samen wonen in een uiterst efficiënt ingericht stelsel van gangen. Ze creëren als het ware een complete ondergrondse stad, en dat zonder een masterplan. De vraag is in hoeverre wij ook in staat zouden kunnen zijn om een stad te bouwen zonder vooropgesteld plan.</p>
<p>Als projectleider van het Nirov ben ik in het kader van de voorbereiding op de <a href="http://www.dagvanderuimte.nl" target="_blank">Dag van de Ruimte</a>, dit jaar met als thema doe-het-zelf, de afgelopen weken in de wondere wereld van zelforganisatie, zelfsturing en bottom-up initiatieven gedoken. Er ging een wereld voor me open rondom flexibele kaders en andere manieren van sturen. In een tijd waarin we invulling willen geven aan organische stedenbouw is er nog veel te ontdekken.</p>
<p>In zijn weblog schrijft <a href="http://www.zefhemel.nl" target="_blank">Zef Hemel</a> over het Burning Man’ festival, dat elk jaar plaats vindt in de woestijn van Nevada. Bij dit festival komen 50.000 mensen een week lang samen in de middle of nowwhere. Vanuit het niets wordt er een complete stad opgebouwd die deelnemers beschrijven als een experimentele samenleving op basis van radicale zelfuiting en zelfvoorziening. De achterliggende gedachte is dat men gedurende Burning Man tijdelijk een gemeenschap opbouwt waar iedereen zichzelf kan uiten in waar hij of zij het beste in is. Deelnemers gebruiken ruilhandel om goederen en diensten uit te wisselen en geldtransacties zijn doorgaans verboden, behalve bij enkele verkoopkraampjes van voedsel en drank. Burning Man kent maar een vrij beperkt aantal regels, waarvan de meeste betrekking hebben op geweld, wapens, kampvuren en huisdieren. Het is het walhalla van zelforganisatie. Hemel schrijft over het festival: &#8220;<em>zelfs hier, nota bene in de Amerikaanse woestijn, voor een tijdelijk kampement van festivalgangers die de vrijheid vieren, is planning noodzakelijk. Vrijheid en planning gaan dus wel degelijk samen. Sterker, planning is vereist als grote groepen mensen in de grootst mogelijke vrijheid met elkaar willen leven</em>.”</p>
<p><strong>Radicale decentralisatie</strong><br />
Dit is goed om in het achterhoofd te houden met het oog op de actuele discussies over duurzame gebiedsontwikkeling, waarbij er steeds meer ruimte is voor lokale initiatieven, burgerinitiatieven en  bewonersparticipatie. Ontplannen is een term die in dit kader vaak voorbij komt. Farid Tabarki stelt in het boek ‘<a href="http://www.scienceguide.nl/201106/een-dappere-nieuwe-wereld.aspx" target="_blank">Dappere nieuwe wereld’</a> van de jongerendenktank Prospect “<em>dat we in de afgelopen eeuwen steeds meer centraal zijn gaan sturen. En dat was ook nodig ook. De staat als bron van gezag zal niet verdwijnen, maar ze kunnen het niet langer alleen</em>.” Tabarki stelt dat de komende jaren in het teken zullen staan van radicale decentralisatie. Voorbeelden daarvan haalt hij uit onder andere uit Engeland, waar wijken zelf het ophalen van vuilnis regelen, en de mogelijkheid bestaat om iedere woning als energieleverancier te laten functioneren.</p>
<p>Deze toegenomen aandacht voor doe-het-zelf initiatieven vraagt om nieuwe kaders en nieuwe financiële ideeën. Bijvoorbeeld over crowdsourcing. Bij deze manier van fondsenwerven proberen mensen via internet particulieren te enthousiasmeren om geld in projecten te steken. Voor het ontwikkelen van de <a href="http://www.vechtclub.nl/xl/" target="_blank">Vechtclub XL</a>, een bedrijfsverzamelgebouw in een leegstaand fabriekspand in Utrecht, werd op deze manier € 65.000 bij elkaar gehaald. Doe-het-zelf initiatieven hoeven trouwens niet veel geld te kosten. Kijk bijvoorbeeld naar <em>Guerrilla Gardening</em>, het aanleggen van een tuin op een plek waar het officieel niet mag, bijvoorbeeld een stuk land dat al lang braak ligt en waar maar geen nieuwbouw op komt. De stad fleurt er van op, maar om dergelijke initiatieven te laten bloeien is wel flexibiliteit vanuit de overheid gewenst.</p>
<p>Bottom-up en doe-het-zelf lijkt tot nu toe iets van de kleine aantallen, van de speldenprikjes en van het experiment met beperkte impact. Maar waarom zou zelforganisatie geen grote vlucht kunnen nemen?  De opgave is om meer vrijheid te geven voor initiatieven van onderaf. In een van de gesprekken die ik voerde viel in dit kader de term ‘liefdevol loslaten’.</p>
<p><strong>Het einde van ambtenaar eerste klas Dorknoper</strong><br />
In de strips van Maarten Toonder over Olie B. Bommel en Tom Poes figureert ambtenaar Dorknoper, de klassieke plichtsgetrouwe ambtenaar die alle clichés over ambtenaren verenigt: rechtlijnigheid, regeldrift en voorzichtigheid. Stel je dit figuur eens voor in de huidige tijd waarin er hele andere eisen worden gesteld aan de overheid. In reactie op het eerder genoemde onderzoek van Motivaction stelt Roy Mierop van Cap Gemini dat “de overheid die we nu hebben niet meer past bij de huidige, moderne samenleving”. Er is behoefte aan een wendbare overheid, die ruimte biedt voor initiatieven van onderop. En dat geld zeker voor de ruimtelijke ordening. De ambtenaar van nu moet, net als de andere traditionele grote spelers in ruimtelijke ontwikkeling, de principes van het nieuwe ‘spel van het kleine’ weten te doorgronden, zodat zij in de toekomst kleine ontwikkelingen van onderaf in het groot kunnen accommoderen. Wie op zoek is naar nieuwe kansen doet er goed aan om initiatief van onderop niet te negeren. Maar helemaal zonder kaders kunnen we niet.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Reykjavik</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ontplannen-en-loslaten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Reliëfrijk Nederland?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hypes-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hypes-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 07 Oct 2011 07:24:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Peter Pelzer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[ruimtelijke ordening]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3100</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/hypesro.jpg" /> Kent u ze nog? Clusters, de creatieve klasse, het e-milieu en de corridor. Nieuwste loot aan de Nederlandse hypeboom zijn de talrijke Valley's. Allen vol bombarie gepresenteerd, maar binnen vijf jaar alweer vervangen door de volgende trappelende kandidaat. Dergelijke ruimtelijke concepten lijken vooral een communicatiestrategie te zijn. De inhoud ontbreekt en dat is een zorgwekkende ontwikkeling. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Communicatie is sinds enkele jaren hét toverwoord in de ruimtelijke ordening. Maar weten we eigenlijk nog wel waar we mee bezig zijn? Of nemen hypes het over van nuchtere analyse?</strong></p>
<p>Nederland is ontegenzeggelijk zo plat als een dubbeltje. Een blik op regionale én nationale beleidsinitiatieven doet echter een fraai glooiend heuvellandschap vermoeden. In navolging van die eeuwig aangehaalde vallei nabij San Francisco lijkt Nederland inmiddels ook bezaaid met deze brandpunten van economische groei. Gestuwd door Verhagen’s topsectorenbeleid neemt het reliëf in Nederland snel toe. Zo  is het Gronings laagland omgedoopt tot <a href="http://www.energyvalley.nl/">Energy Valley</a> dat het  Slochterense Gasunie complex en een aantal geplande kolencentrales in de Eemshaven omvat, en loopt <a href="http://www.foodvalley.nl/">Food Valley</a> van de varkensflats in de Peel via de landbouwuniversiteit Wageningen naar de kippenfabrieken rondom Barneveld. Het gebied rond Enkhuizen verkoos de weinig West-Fries aandoende naam <a href="http://www.seedvalley.nl/">‘Seed Valley’ </a> om hun zaadveredelingsbrance op de kaart te zetten. Dit gebied grenst aan <a href="http://www.nucleartechnology.nl/public/medical_nl/valley/index.html">‘Medical Valley‘,</a> dat de nieuwe naam is voor de duin waar de Pettense kerncentrale opstaat. Tot slot is ‘<a href="http://www.metalvalley.eu/">Metal Valley’</a> in Drunen anders dan u zou denken toch geen popfestival en komt het Hilversumse avondjournaal tegenwoordig uit <a href="http://www.hilversumbis.nl/AgendapuntOverlegdStuk.aspx?APOSID=86907">‘Media Valley’</a>. Geen van deze plekken zal ooit iets worden dat vergelijkbaar is met Silicon Valley, maar toch kiezen ze allemaal voor een dergelijk uitgekauwd anglicisme.<strong> </strong></p>
<p><strong>Hypes</strong><br />
<a href="http://www.agora-magazine.nl/sites/default/files/AGORA%202011-3%20Valleien%20in%20de%20Polder.pdf">‘Valley’s’zijn de nieuwste loot aan de Nederlandse Hypeboom</a>, maar als fenomeen bepaald geen nieuw verschijnsel. Kent u ze nog? Clusters, de creatieve klasse, het e-milieu en de corridor. Allen vol bombarie gepresenteerd, maar binnen vijf jaar alweer vervangen door de volgende trappelende kandidaat. Dit is niet zo wonderlijk, een hype is in feite een narratief dat overdreven veel aandacht krijgt, maar niet gestoeld is op realistische verwachtingen. Hoewel  onderzoeksinstituten als het CPB en het PBL politici hier regelmatig fijntjes op wijzen, vinden hypes hun weg vrij kritiekloos door het polderlandschap. Zoals Wil Zonneveld van de TU Delft recent in een bijdrage in <a href="http://www.agora-magazine.nl/">AGORA</a> aantoont, fungeren hypes als kokers; doordat taal, beelden en handelingen allemaal in een bepaalde richting wijzen is het bijna onmogelijk buiten het frame te stappen.  Bovendien is er in bepaalde gevallen sprake van wat <a href="http://www.agora-magazine.nl/sites/default/files/AGORA%202011-3%20Lulkoek.pdf">Ewald Engelen ‘lulkoek’</a> noemt; veel hypes bevatten geen eenduidige waarheidsclaim waardoor het bijkans onmogelijk wordt ze op hun empirische merites te beoordelen. Daardoor zijn ze volgens Engelen zeer bruikbaar om de behoeften van specifieke belanghebbenden te verkopen als algemeen belang.</p>
<blockquote><p>De kantorenmarkt is het schoolvoorbeeld van een sector waar wensdenken en luchtkastelen het hebben overgenomen van nuchtere analyse en empirie.</p></blockquote>
<p><strong>Wens en gedachte</strong><br />
Ondanks deze moeilijkheden is het  juist in de ruimtelijke ordening  van belang eens stil te staan en te kijken wat er nu eigenlijk in de polderklei gebeurt. De kantorenmarkt is het schoolvoorbeeld van een sector waar wensdenken en <a href="http://www.bnsp.nl/site/wp-content/uploads/2011/05/Pre-advies_samenvatting.pdf">luchtkastelen</a> het hebben overgenomen van nuchtere analyse en empirie. Ondanks een evident overaanbod blijvengemeenten maar bouwen onder druk van de moeilijk uitroeibare hype van interstedelijke competitie. Een zo mogelijk nog emblematischer voorbeeld is de theorie van de creatieve klasse, groot gemaakt door Richard Florida. Het idee is simpel: zorg voor voldoende goede restaurants, fietspaden en theaters, en creatievelingen zullen massaal naar je stad komen. Dit leidt dan weer tot economische groei en innovatie; naast het genieten van al die voorzieningen zitten creatievelingen natuurlijk ook niet stil. Er is weinig twijfel meer over het feit dat grote, diverse steden de beste kaarten hebben om economisch te groeien. De waarom-vraag is echter verre van beantwoord. Naast Florida’s idee van een creatieve klasse zijn er nog tal van andere verklaringen, zoals bijvoorbeeld schaalvoordelen en transportkosten. In de beleidswereld werden deze oorzaak-gevolg vragen ten tijde van de Florida-hype lang niet altijd gesteld. Er is maar één persoon die de creatieve klasse theorie ooit vol overtuiging empirisch bewezen heeft: Richard Florida zelf.</p>
<p><strong>Empirie</strong><br />
Het Ruimtelijk Planbureau (het huidige <a href="http://pbl.nl/">Planbureau voor de Leefomgeving</a>) heeft in diverse studies  vrijwel alle ruimtelijke hypes in de afgelopen tien jaar onderzocht.  De resultaten zijn spraakmakend, zo niet zorgwekkend. <a href="http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Kennisassen_en_kenniscorridors.pdf">Kenniscorridors spelen slechts een beperkte rol in Nederland</a>, er is<a href="http://www.pbl.nl/publicaties/2007/Clusters-en-economische-groei"> geen duidelijke samenhang</a> tussen clusters  (of in hedendaags jargon: valleien) en economische groei, en  de <a href="http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Vele_steden_maken_nog_geen_randstad.pdf">Randstad bestaat niet</a>. Deze bevindingen hebben slechts in beperkte mate hun weg gevonden naar de beleidspraktijk. Onwelgevallig, dus in veel gevallen rijp voor het vierkanten archief. Uit een <a href="http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Tussen_droom_en_retoriek.pdf">ander RPB-rapport</a> blijkt dat die ruimtelijke concepten vooral een doel hebben in de ‘interne communicatie’: het op de kaart zetten van gebieden om mee te kunnen delen in het grote verdelingsspel van de schaarse rijksgelden. Minstens zo zorgwekkend is dat de statistiekvoorziening in Nederland alsmaar verder wordt uitgekleed. De ‘administatieve lastenverlichting’ die telkens weer aan het bedrijfsleven beloofd wordt betekent zelden of nooit dat de belastingdienst een brief minder stuurt. Fatoenlijke bedrijfsenquêtes worden echter al jaren niet meer afgenomen. Over bijvoorbeeld forensenstromen, cruciale informatie voor het plannen van ruimtelijke ontwikkeling, is op lokaal niveau nauwelijks betrouwbare informatie beschikbaar. Analoog aan het inrichten van het polderlandschap vol niet bestaande valleien hebben we kennis over wat er daadwerkelijk gebeurt stelselmatig afgebroken.</p>
<p><strong>Naar een nuchtere planologie</strong><br />
Met de Nota’s Ruimte (2006) en ‘Pieken in de Delta’ (2004) heeft de rijksoverheid ervoor gekozen zich grotendeels terug te trekken van nationaal gestuurde ruimtelijke ordening. Een beleidstrend die in de recente <a href="http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/06/14/ontwerpstructuurvisie-infrastructuur-en-ruimte/ontwerp-structuurvisie-infrastructuur-en-ruimte-3.pdf">Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte</a> bestendigd wordt. Er is alleen rijksgeld beschikbaar voor ‘nationale sleutelprojecten’ en ‘pieken’. Het ruimtelijk herverdelen van welvaart naar die gebieden waar het relatief inefficiënt is, is taboe. Over de gevolgen op lange termijn aangaande sociaalruimtelijke ongelijkheid kunnen we discussiëren. Echter, het gebrek aan goede objectieve informatie en de neiging de rapporten −bij tegenvallend resultaat− te negeren zorgt ervoor dat we helemaal niet meer objectief vaststellen waar een euro rijksgeld écht het best besteed is. Dit heeft geleid tot een door hypes gedreven ruimtelijke ordening die de legitimiteit van zowel professie als wetenschap op lange termijn aantast. De bovenstaande voorbeelden van valleien zijn wellicht wat flauw, maar daarom niet minder exemplarisch; lokale samenwerkingsverbanden hebben toch echt zelf verzonnen dat dit de manier is om mee te gaan in de vaart der volkeren. En natuurlijk kan een samenbindend narratief partijen verenigen en ruimtelijke processen in gang zetten. Sterker nog, <a href="http://www.010.nl/catalogue/book.php?id=734">communicatie is een sleutel tot succesvolle planologie</a>. Een sleutel die alleen dusdanig ver is doorgeschoten, dat het slot een beetje zoek is. Communiceren zonder inhoud heeft geen zin. In luchtkastelen kun je niet wonen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Deze bijdrage is ten dele gebaseerd op een recente thema-editie van <a href="http://www.agora-magazine.nl/">AGORA magazine over Hypes,</a> maar reflecteert de persoonlijke opvattingen van de auteurs.</em></p>
<p><em>Beeld boven: kaartbeeld uit Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Bron: ministerie van I&amp;M)<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hypes-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woon-Akkoord van Wassenaar nodig</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Sep 2011 09:40:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3030</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/01-08-2004-457-650x349.jpg" /> Terwijl de woningmarkt nagenoeg stil staat,  zijn de sleutelpartijen die sturing zouden moeten geven de weg kwijt. Het lijkt soms net een slecht toneelstuk waar geen touw aan vast is te knopen. Er is niemand die de weifelende consument bij de hand neemt, niemand die huurders en kopers vertrouwen geeft in de nabije toekomst. De stortvloed aan plannen en ideeën is vaak na een dag al verouderd. Een breed gedragen visie welke kant het op moet om de woningmarkt uit het slop te trekken ontbreekt. Het is tijd voor een Akkoord van Wassenaar voor de Woningmarkt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Terwijl de woningmarkt nagenoeg stil staat,  zijn de sleutelpartijen die sturing zouden moeten geven de weg kwijt. Het lijkt soms net een slecht toneelstuk waar geen touw aan vast is te knopen. Er is niemand die de weifelende consument bij de hand neemt, niemand die huurders en kopers vertrouwen geeft in de nabije toekomst. De stortvloed aan plannen en ideeën is vaak na een dag al verouderd. Een breed gedragen visie welke kant het op moet om de woningmarkt uit het slop te trekken ontbreekt. Het is tijd voor een <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Akkoord_van_Wassenaar" target="_blank">Akkoord van Wassenaar</a>* voor de Woningmarkt.</strong></p>
<p><strong>Financiële ruimte</strong><br />
De verlaging van de overdrachtsbelasting, herinnert u zich ‘m nog? Twee maanden geleden werd hij als de heilige graal aangekondigd om de woningmarkt in beweging te krijgen. Of: wie heeft de woonvisie van Minister Donner gelezen? De visie kwam uit in de schaduw van de tijdelijke belastingverlaging. De eerste maand na de verlaging waren de signalen inderdaad positief. Volgens makelaars was er een stijging van zowel het aantal geïnteresseerde kopers, als van daadwerkelijke transacties. Amper twee maanden later is het effect opgedroogd. Als er nog berichten verschijnen over de verlaging van de overdrachtsbelasting dan gaat dat over consumenten die zich gedupeerd voelen omdat ze net een huis hadden gekocht voor de ingangsdatum.</p>
<p>Tegelijkertijd hebben potentiele kopers uit de middeninkomens sinds deze zomer bijna 10% mindere hypotheekruimte. Vooral de verlaging van de maximale hypotheekgarantie van € 350.000 naar € 265.000 hakt erin. Een goede maatregel, maar op het verkeerde moment, zo stelt Peter Boelhouwer van de TU Delft. De kredietcrisis heeft tot verschillende maatregelen geleid om consument en banken te beschermen tegen hoge risico’s. De inperking van de financiële ruimte is zo’n maatregel die geleidelijk had moeten worden ingevoerd, of op een moment dat de woningmarkt weer in de lift zat. De timing deze zomer kon bijna niet ongunstiger. De gelijktijdige verlaging van de overdrachtsbelasting en de verlaging van de financieringsruimte heffen elkaar op. De consument schiet er netto niets bij op. En zonder actieve consumenten komt de woningmarkt niet in beweging.</p>
<p><strong>Akkoord van Wassenaar</strong><br />
De afgelopen maanden zijn een voorbeeld van gebrek aan regie op de woningmarkt. De ongelukkige timing van de maatregelen, een krachteloze woonvisie, en het gebrek aan vertrouwen van de woonconsument: een belangrijke oorzaak is de afwezigheid van eensgezindheid tussen partijen. De woningmarkt is een slecht toneelstuk: iedereen roept door elkaar heen, heeft geen oog voor de maatregelen van een ander, en kijkt vooral niet verder dan het eigen belang. Het gevolg is dat de informatie en maatregelen die over de markt worden heen gestort geen effect sorteren. Want wie weet of een groots aangekondigd plan of maatregel dit keer wel effect heeft?</p>
<p>Het is een rotwoord, maar waar de woningmarkt behoefte aan heeft is een regisseur: een organisatie of persoon die alle partijen bij de hand neemt om gezamenlijk tot de goede acties te komen. Wat Nederland nodig heeft, is een Akkoord van Wassenaar* voor de woningmarkt. Net als in de Sociaal Economische Raad zou er een organisatie moeten komen waarin de belangrijkste spelers op de woningmarkt bij elkaar zitten: huurders en kopersverenigingen, banken, ontwikkelaars, overheid, makelaars en nog een paar. Er is geen ruimte meer voor heilige huisjes, taboes zijn er om doorbroken te worden. Laat partijen maar eens komen met voorstellen in elkaars vaarwater. Ik ben wel benieuwd naar de ideeën van de bankensector voor het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Of laat huizenbezitters zich maar eens uitspreken over de toegevoegde waarde van makelaars in plaats van af te geven op snelle scooters en mooie praatjes.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>De huidige stilstand op de woningmarkt is geen economisch probleem, het is een kopersstaking van consumenten die duidelijkheid willen over de waarde van hun huizen. Zolang zij niet worden gerust gesteld en duidelijke informatie krijgen, blijft het sukkelen. Een Woon-Akkoord van Wassenaar van alle belangrijke partijen op de woningmarkt kan helpen om de gewenste rust en duidelijkheid te geven.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>* In 1982 werd de impasse op de arbeidsmarkt doorbroken door een breed gedragen akkoord van werkgevers, werknemers en de overheid</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuw ruimtelijk denken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Sep 2011 17:53:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rini Biemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3068</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/EF_08102011_1044.jpg" /> Een goede leefomgeving is opgebouwd uit verschillende ruimten: fysiek, sociaal en mentaal. Deze ruimten zijn in de stad van de vorige eeuw meer en meer gescheiden ontwikkeld en beheerd. Dit heeft geleid tot een verschraling van met name de directe sociale ruimte van mensen in steden. Een integrale aanpak leidt tot herstel van deze cruciale ruimte voor leefbaarheid van wijken. Om dit te realiseren moet zowel de huidige beheer- en onderhoudpraktijk als het sociale werk op een andere manier worden georganiseerd.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een goede leefomgeving is opgebouwd uit verschillende ruimten: fysiek, sociaal en mentaal. Deze ruimten zijn in de stad van de vorige eeuw meer en meer gescheiden ontwikkeld en beheerd. Dit heeft geleid tot een verschraling van met name de directe sociale ruimte van mensen in steden. Een integrale aanpak leidt tot herstel van deze cruciale ruimte voor leefbaarheid van wijken. Om dit te realiseren moet zowel de huidige beheer- en onderhoudpraktijk als het sociale werk op een andere manier worden georganiseerd.</strong></p>
<p>In de beleving van de mens is de scheiding tussen fysiek (<em>de stenen</em>), sociaal (<em>de interactie tussen mensen</em>) en mentaal (<em>de individuele ontwikkelingsruimte</em>) niet aanwezig. Bij de mens komen alle ruimten samen en vanuit de mens ontstaan nieuwe invullingen voor die ruimte. Een goede leefomgeving in een wijk is noodzakelijk voor alle mensen, maar cruciaal voor kinderen, zwakkeren en ouderen; deze zijn in hogere mate afhankelijk van hun directe omgeving voor hun ontwikkeling en gezondheid.</p>
<p><strong>Het geld is op</strong><br />
Om een goede leefomgeving te realiseren, is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in wijkontwikkeling. Maar een fysieke herstructurering en sociale hulpverlening zonder een integrale ontwikkeling van de totale leefomgeving van mensen is niet effectief gebleken. Al het geld, de vernieuwing en de speciale aanpakken hebben niet het verwachte effect gehad. En nu is het geld op…</p>
<p>Een patstelling? Nee: juist nu het geld op is, ontstaan er kansen. De oplossing ligt in het herstellen van de verbinding van de uit elkaar gegroeide ruimten in onze directe leefomgeving (wijkniveau). Dat is mogelijk door het herinrichten van de beheer- en onderhoudspraktijk en door deze praktijk te koppelen aan de sociale sector. Hierdoor neemt het zelforganiserend en zelfhelend vermogen van mensen toe. Op wijkniveau is een nieuwe ruimtelijke ordening nodig, die feitelijk totaal omgekeerd is van wat we kennen, maar die dichter ligt bij onze menselijke natuur en de natuur in het algemeen. Er is veel geld te verdienen en sociale duurzaamheid te winnen in een praktijk, waarbij de mensen zelf energie steken in de ruimte waarin zij leven, en daarvan energie krijgen.</p>
<p><strong>Samenhang creëren</strong><br />
Een aanpak waarbij de mentale, fysieke en sociale ruimte integraal worden ontwikkeld, kan alleen decentraal, organisch en lokaal (op wijkniveau) worden opgezet. Het dagelijks beheer en onderhoud is hierbij het eerste aangrijpingspunt. Vanuit deze optiek bestaat de stad in de eerste plaats uit mensen en hun interactie met elkaar en hun omgeving en pas daarna uit stenen, plannen en herinneringen. Beheer en onderhoud zijn dan geen kostenpost meer maar een investeringspunt. De ontwikkeling van de sociale ruimte in samenhang met de fysieke en de mentale ruimte leidt tot waardecreatie én kostenbesparing door de versterkte veerkracht van de gemeenschap.</p>
<p>Door de verbinding op lokaal niveau (dicht bij de mens) terug te brengen tussen de fysieke, sociale en mentale ruimte, wordt ruimtelijke ordening een organisch proces. En dat vergt een organische planning en sturing, via een interactief groeimodel dat uitgaat van wederkerigheid en stuurt op samenwerking. Momenteel werkt Creatief Beheer in vijf Rotterdamse wijken aan zo&#8217;n ordeningssysteem. Centraal hierin staat de sociale wijkwerf, een fysieke plek (of plekken) als centrum voor de wijkontwikkeling.</p>
<div id="attachment_3085" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3085" href="http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/ef_09072011_1277/"><img class="size-full wp-image-3085 " title="EF_09072011_1277" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/EF_09072011_1277.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Speeltuyin de Regenboog, de sociale wijkwerf in de Oleanderbuurt, Rotterdam.</p></div>
<p><strong>Wijkontwikkeling als gezelschapsspel</strong><br />
De essentie is transitie te realiseren van een centraal (efficiënt geacht) gestuurd systeem naar een decentraal zelforganiserend systeem. Om hierin als overheid toch te kunnen sturen, regels te stellen en te handhaven, is een ‘spelsysteem’ ontwikkeld. Daarbij is het centrale doel: door samenwerking en koppeling zo veel mogelijk effect sorteren. Cruciaal hierbij is een financieel beleid dat werkt met een flexibel jaarlijks ontwikkelbudget, waarmee processen binnen de wijk kunnen worden heringericht. Dit budget wordt beheerd door een onafhankelijke middenpartij. Deze stuurt op samenwerking van betrokken partijen, waaronder bewoners, koppelt doelstellingen en maakt daardoor met gelijkblijvend budget veel meer mogelijk.</p>
<p>De middenpartij bouwt in drie tot vijf jaar een duurzame praktijk op die met lagere kosten een wijk effectief verbetert. Misschien levert het op zeker moment zelfs geld op voor de gemeenschap en voor de individuele bewoners die door hun inzet waarde genereren. De wijk wordt, door de betrokken medewerking van de bewoners in samenwerking met de locale instanties en binnen de kaders van de overheid, een zelforganiserende onderneming.</p>
<p><strong>Hoop en vertrouwen creëren</strong><br />
Deze nieuwe manier van ontwikkelen zet alles wat eerder is opgebouwd (ingemetseld) op losse schroeven. De ontstane onzekerheden leveren in eerste instantie vaak onrust op. Daarom is het belangrijk vanaf het begin regelmatig concrete successen te boeken. Deze bevorderen het draagvlak en maken volgende stappen mogelijk. De schijnbaar kleine stapjes in het begin maken de grote stappen op termijn mogelijk. Dit kan alleen als er een voedingsbodem is die geleidelijk in omvang toeneemt. De menselijke interactie is gekoppeld aan de fysieke (beheer en onderhoud) en de mentale ruimte (onderwijs). Met andere woorden: ieder jaar wordt de buitenruimte mooier en groener, het onderwijs beter en werken de mensen beter samen in en aan een prettige wijk.</p>
<p>Iedere wijk is anders en daardoor zijn successen uit het ene project niet zomaar te kopiëren. Overal ontstaan andere oplossingen en samenwerkingsverbanden. Maar in alle wijken waar wij de aanpak in de praktijk brengen, zien wij na aanvankelijke scepsis een toenemend draagvlak, steeds meer participanten en grotere effectiviteit. Mensen worden er blij van en raken geïnspireerd, zowel bewoners als professionals.</p>
<p>Het is niet voor niets dat juist nu de tijd rijp is voor een dergelijke integrale aanpak in de directe leefomgeving van mensen. Op alle niveaus wordt gezocht naar nieuwe wegen. Investeren in een groene veilige buitenruimte die samen met bewoners wordt ontwikkeld en beheerd, is de manier om steden leefbaarder en duurzamer te maken voor de huidige en volgende generaties. Sociale innovatie is in feite het enige juiste antwoord op de huidige crisis en is ook juist mogelijk door dezelfde crisis. Leefbare prettige wijken zijn de kurken waarop een stad drijft.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Vergroening van het Oleanderplein, Rotterdam, (bron: Creatief Beheer)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Terug naar ‘ons’ dorp</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Sep 2011 19:53:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Daniel Depenbrock</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3062</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/01-08-2004-431.jpg" /> Tot mijn eigen verbazing woon ik, als stadskind, sinds een jaar in een dorp. Rustig, ruim en groen. Maar wel met een intensieve band met de stad. Dorps wonen en stads leven is te combineren. Betekent dit de genadeslag voor de kiloknallers van het wonen: de stedelijke uitbreidingslocaties? Krijgt wonen in dorpen een revival? Of probeer ik alleen mijn eigen woonkeuze te verklaren?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tot mijn eigen verbazing woon ik, als stadskind, sinds een jaar in een dorp. Rustig, ruim en groen. Maar wel met een intensieve band met de stad. Dorps wonen en stads leven is te combineren. Betekent dit de genadeslag voor de kiloknallers van het wonen: de stedelijke uitbreidingslocaties? Krijgt wonen in dorpen een revival? Of probeer ik alleen mijn eigen woonkeuze te verklaren?</strong></p>
<p>Nederlandse steden zijn sinds pakweg twee decennia terug van weggeweest. Wapenfeiten: cultuur, sfeer, voorzieningen maar ook een flink aanbod van mooie, nieuwe (koop-)woningen. Daarmee weten de steden ook felbegeerde gezinnen en welgestelden aan zich te binden. De opkomst van internet leidde bovendien niet tot ‘the end of space’<a href="#_ftn1">[1]</a> maar juist tot meer echte ontmoeting, in parken, kantoren, cafés, broedplaatsen. Dat gaat nu eenmaal het beste op een plek met veel mensen. De stad om te wonen en te leven. En toch zie ik scheuren in die populariteit ontstaan.</p>
<p><strong>Kleinschalig, lokaal en zelfvoorzienend</strong><br />
We zien steeds duidelijker tekenen van een structurele verandering: grootschaligheid raakt uit de gratie. Steeds meer mensen vragen om kleinschaligheid, een persoonlijke benadering, betrouwbaarheid en veiligheid, soms met de geur van vroeger. De reclamewereld is hier een mooie graadmeter voor; grote bedrijven wringen zich in bochten om klein over te komen. Maar het is meer dan alleen het oproepen van een sfeer; de onderstroom is echt. Zelfs de <a href="http://www.lidl.nl/cps/rde/xchg/SID-1E780FA0-389EEBC1/lidl_nl/hs.xsl/5015.htm">discounter </a>biedt biologische producten, kinderen leren weer een vak in plaats van competenties, de vleessector kwam zowaar tot overeenstemming om vanaf 2020 ‘duurzaam’ te produceren. En dichterbij huis: eigen groente verbouwen is een <a href="http://www.tuinfo.nl/site/index.php/actueel/232-run-op-groentezaden-en-groenteplanten-door-ehec-crisis">kleine hype</a>, regio’s voeren een eigen <a href="http://www.wereldburgers.tv/2010/06/10/lokaal-geld-tegendraads-ambitieus-en-toekomstgericht/">munt</a> in, mensen wekken op kleine schaal hun <a href="http://www.greenchoice.nl/thuis/zelf-opwekken">eigen energie</a>op. Kortom: kleinschaliger, lokaler en zelfvoorzienender.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3064" href="http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/img_4361/"><img class="alignnone size-full wp-image-3064" title="IMG_4361" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/IMG_4361.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p><strong>Vlees noch vis</strong><br />
Met name de stedelijke uitleglocaties passen totaal niet bij de trend van kleinschaligheid. Uit woonmilieustudies blijkt steevast dat mensen óf hoogstedelijk willen wonen óf ‘dorps’, ‘recreatief’ of ‘ruim’. Voor de mensen die groen en ruim willen wonen, creëren we grote uitbreidingswijken aan de rand van de stad met een waterig ‘dorps’ of ‘recreatief’ sausje, ruime woningen op een te krappe kavel aan het onvermijdelijke ‘makelaarswater’. Vinex is dan wel voorbij, maar grootschalig monomaan uitbreiden aan stadsranden doen we nog steeds. Zulke locaties zijn vlees noch vis, of anders in elk geval een kiloknaller. Niet dorps, niet recreatief, niet stedelijk, niet kleinschalig. Nu op de woningmarkt de druk behoorlijk van de ketel is, zien we dat dit soort locaties het moeilijk krijgen.</p>
<p>Al deze ontwikkelingen in aanmerking genomen, hebben dorpen goede papieren. Kleinschalige locaties, een lokaal netwerk van betrokken bewoners en ondernemers, ruimte in én om het huis en een gezonde omgeving helpen om zelfvoorzienender te worden. Het is bovendien steeds gemakkelijker om de stad te beleven zonder er te wonen. Thuiswinkelen via internet voorziet in bijna alle praktische behoeften, ook van mensen op het platteland. Thuiswerken wint aan acceptatie bij werkgevers en maakt het werkelijk mogelijk om de spits te mijden. Het bezoeken van de stad, voor ontmoeting, overleg, sfeer of funshoppen is vervolgens een vrije keuze.</p>
<p><strong>Kleinschaliger</strong><br />
Krimp is een heel lokaal fenomeen. Ook in krimpgebieden zijn er dorpen die groeien of in elk geval stabiel blijven. Hun succes schuilt naar mijn idee in een combinatie van kenmerken: goed ontsloten, een mooie omgeving, een karakteristieke woningvoorraad, een goed imago en een sterk sociaal leven, maar niet per se voorzieningen. Uit onderzoek in Noordoost Nederland blijkt juist dat mensen in echte woondorpen beter te spreken zijn over het voorzieningenniveau dan mensen in voorzieningendorpen. Juist in krimpgebieden zie je precies waar de potentie groter is; mensen hebben daar wat te kiezen en de aantrekkelijkste dorpen houden stand, zonder hulp.</p>
<p>De gemeente Hoogeveen besloot onlangs om niet meer grootschalig uit te breiden, alleen nog ‘in te breiden’ in de stad en daarnaast kleinschalige locaties aan te bieden in de dorpen. De markt bepaalt vervolgens in welk tempo ontwikkelingen tot stand komen. Dat lijkt mij een perfecte keuze, die mensen de ruimte biedt om te kiezen voor stads of juist écht rustig en ruim wonen nabij die stad. En we hoeven de compacte stadsgedachte niet helemaal overboord te gooien. Laten we ‘m consequenter maken: stads wonen doe je <em>in</em> de stad, niet grootschalig en eentonig langs de randen. En ruim wonen doe je in de dorpen of op het platteland.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><a href="#_ftnref">[1]</a> Komisch: Google laat bij ‘the end of space’ geen verwijzingen zien naar dit geografische ideetje, maar vooral foto’s van de Hubble-telescoop.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Donners hete aardappel</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Sep 2011 20:52:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3035</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/piet-hein-donner-a-highres.jpg" /> Op 1 juli 2011 publiceerde minister Donner van Binnenlandse Zaken zijn ‘Woonvisie’. Daarin wordt net als in het regeerakkoord een kooprecht voor huurders van corporatiewoningen aangekondigd. Maar een algemeen kooprecht is onzin. Dat weet Donner ook. Dat moet de reden zijn dat hij het dossier als een hete aardappel voor zich uit schuift.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op 1 juli 2011 publiceerde minister Donner van Binnenlandse Zaken zijn ‘<a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/07/01/kamerbrief-woonvisie.html" target="_blank">Woonvisie</a>’. Daarin wordt net als in het regeerakkoord een kooprecht voor huurders van corporatiewoningen aangekondigd. Maar een algemeen kooprecht is onzin. Dat weet Donner ook. Dat moet de reden zijn dat hij het dossier als een hete aardappel voor zich uit schuift.</strong></p>
<p>Het blijft gissen hoe het kooprecht voor huurders van corporatiewoningen in het regeerakkoord is gekomen. Ongetwijfeld zijn er veel huurders die graag een eigen huis willen, maar het was totaal geen onderwerp tijdens de verkiezingscampagnes. En in de verkiezingsprogramma’s is er niets over te vinden. Ja, bij GroenLinks. Kooprecht was hoogstens een linkse hobby: GroenLinks wilde huurders het recht geven hun woning (met korting) te kopen van de woningcorporatie, in combinatie met een terugkooprecht.</p>
<p>Wonderlijk toch. Het moet met een breed gedeeld sentiment te maken hebben om corporaties een kopje kleiner te maken. Daar kunnen we ons geen buil aan vallen, moeten VVD, CDA en de PVV gedacht hebben. En natuurlijk speelt geld een rol. De regeringspartijen zien in het kooprecht ongetwijfeld een mogelijkheid om de omvangrijke corporatievermogens vrij te spelen. Want dat ‘maatschappelijk vermogen’ zit nu rotsvast gevangen in de stenen van de corporatiewoningen.</p>
<p>Het is uiterst verleidelijk dat geld te ‘bevrijden’. De overheid kan dat dan gaan afromen via allerlei nieuwe heffingen. Een voorproefje daarvan is de al ingevoerde bezitsheffing waardoor corporaties ineens geacht worden 600 miljoen euro bij te dragen aan de huurtoeslag. Maar er is ook dringend geld nodig voor de stagnerende woningbouw. De corporaties hebben de laatste twee jaar door de crisis – teruglopende verkopen en strengere kredietverlening &#8211; hun investeringen drastisch moeten terugschroeven; gemeenten zijn platzak en ook het kabinet heeft al bijna alle rijksbijdragen voor woningbouw en stedelijke vernieuwing stopgezet. Door corporatievermogen liquide te maken, kunnen corporaties meer investeren, zo moet de gedachte zijn geweest.</p>
<p>Waarschijnlijk heeft ook een opinie-artikel van Arthur Docters van Leeuwen, Sweder van Wijnbergen en Hans Hillen op de formatietafel hebben gelegen. Zij pleitten in september 2010 in het Financieele Dagblad voor zo’n kooprecht. Allemaal verstandige mensen, dus dat moet wel goed zitten.</p>
<p><strong>Henk en Ingrid</strong><br />
Maar zo’n algemeen kooprecht is wel heel erg gedacht vanuit Henk en Ingrid in een rijtjeswoning. Heel veel corporatiewoningen zijn echter appartementen. Als elke huurder kooprecht krijgt, moeten corporaties enorme kosten maken om overal appartementsrechten af te splitsen. Vaak zijn dan ook bouwkundige ingrepen nodig. Het is dan ook volledig onuitvoerbaar dat ‘elke’ huurder kooprecht krijgt.</p>
<p>Daarbij is het volgens deskundigen als <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Hugo_Priemus" target="_self">Hugo Priemus</a> onmogelijk om bezit te onteigenen zonder wettelijke grondslag en zonder redelijke compensatie. Dit betekent op zijn minst dat corporaties een reële prijs voor hun woningen moeten krijgen. Kortingpercentages zoals in Engeland lijken dan ook niet mogelijk.</p>
<p>Want het is eerder gedaan. De regering Thatcher heeft in 1980 het ‘<a href="http://www.direct.gov.uk/en/HomeAndCommunity/BuyingAndSellingYourHome/HomeBuyingSchemes/DG_4001398" target="_blank">Right to Buy</a>’ in Groot-Brittannië geïntroduceerd. Maar daar ging het om gemeentewoningen, die mag de overheid in de uitverkoop doen. Corporaties zijn zelfstandige organisaties.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3040" href="http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/kooprechtvoorhuurders/"><img class="alignnone size-full wp-image-3040" title="Kooprechtvoorhuurders" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/Kooprechtvoorhuurders.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p>In Groot-Brittanië kreeg elke huurder die langer dan drie jaar in een sociale woning woonde, het recht deze woning met minimaal 33 procent korting te kopen. Voor elk jaar extra woonduur,  kwam er een procent bij. Dat leidde de eerste jaren tot enorme verkopen, met name aan de beter bemiddelde huurders in de betere wijken. In 1995 waren ruim twee miljoen woningen van de zesenhalf miljoen verkocht. Nadat de woningmarkt in 2007 instortte, raakten veel kopers in financiële problemen. Bovendien worden veel gekochte woningen slecht onderhouden. Hoogleraar <a href="http://www.maartenvanham.nl/" target="_blank">Maarten van Ham</a> onderzocht de effecten van het Right to Buy: “Ik kan me niet voorstellen dat iemand in Nederland die kant op wil. (..) Ooit had iedereen in Groot-Brittannië toegang tot een betaalbare, fatsoenlijke woning. Nu zijn sociale huurwoningen er alleen nog voor de allerarmsten.” Schotland heeft inmiddels het Right to Buy afgeschaft voor nieuwe woningen en nieuwe huurders.</p>
<p><strong>Opbrengsten</strong><br />
Er zijn zeker redenen het eigenwoningbezit te stimuleren. We hebben in Nederland relatief veel huurwoningen. Bezit van een eigen woning kan bewoners gelukkiger maken. Bovendien blijkt onder andere CPB-onderzoek dat vergroting van het aantal koopwoningen een positief effect heeft op de leefbaarheid van wijken. De verklaring is dat eigenwoningbezitters, vanwege het belang dat zij hebben, meer betrokken zijn bij hun woning, de buurt en de samenleving. Maar minstens zo belangrijk: met de koopwoningen een ander type bewoners de wijk binnen.</p>
<p>Die onderzoeken hebben overigens altijd betrekking op aandachtswijken waarin veel wordt geïnvesteerd. Bovendien bepalen corporaties (en gemeenten) daar welke woningen wel en niet verkocht mogen verkocht, niet de huurder. Daar zit ook Priemus’ zijn zorg. Volgens hem maakt een algemeen kooprecht het corporaties op termijn onmogelijk een strategisch voorraadbeleid te voeren: “De corporaties worden van hun vastgoedrechten beroofd en kunnen niet langer hun sociale taakstelling realiseren.”</p>
<p><strong>Ouwe sok</strong><br />
Over opbrengsten gesproken. Wat zal zo’n kooprecht gaan opleveren? De kans lijkt klein dat de minister corporaties kan dwingen grote kortingen te verstrekken. En dan zal het effect beperkt zijn, aangezien het corporaties op dit moment al de grootste moeite kost woningen te verkopen. Het wordt andere koek als voor een revolutionaire route wordt gekozen. Bijvoorbeeld zoiets als de projectontwikkelaar Rene Strijland in het pamflet ‘De nationale ouwe sok/Huurders mogen ook rijk worden’ voorstelt: sociale huurwoningen aan zittende huurders verkopen voor een bedrag gelijk aan hun huidige netto woonlasten gedurende twintig jaar. De corporaties gaan dan gedeeltelijk verder als bank: ze ontvangen van deze bewoners geen huur meer maar aflossing. In zijn rekensommen wordt iedereen daar beter van. Strijland berekent op de lange termijn een opbrengst van 80 tot 100 miljard euro, waarvan hij grootmoedig 20 miljard aan de corporaties wil geven en 60 miljard aan de staat.</p>
<p>Strijlands plan is prikkelend maar volstrekt onrealistisch. In de eerste plaats zullen corporaties met grote kans op succes procederen tegen een dergelijke onteigening. Erger is het dat hij onder het mom van rechtvaardigheid – van zijn die corporatievermogens eigenlijk? – een hele principiële vraag laat liggen: hoe rechtvaardig is het dat ‘maatschappelijk gebonden vermogen’ verdwijnt in toevallige particuliere zakken? Zo krijgt een huurder van een Jordaan-appartementje misschien wel twee ton in de schoot geworpen, terwijl de huurder uit Delfzijl de marktprijs betaalt en de woningzoekende op de wachtlijst gewoon dikke pech heeft. Ten slotte doet Strijland wel erg luchtig over het effect op de huizenmarkt en de fiscale consequenties van 1,4 miljoen nieuwe eigenaren.</p>
<p><strong>Donner</strong><br />
Donner lijkt zich met ferme tegenzin aan de uitvoering van dit onderdeel van het regeerakkoord te hebben gezet. In zijn woonvisie begin juli heeft hij nog altijd niets toegevoegd aan het ene zinnetje over kooprecht uit het regeerakkoord: “huurders van een corporatiewoning krijgen het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen.” Dit terwijl de Kamer voor dit voorjaar al een uitwerking was beloofd.  Komt de bewierookte jurist op de proppen met een zeer geclausuleerd kooprecht of probeert hij werkelijk de Nederlandse volkshuisvesting op zijn kop te zetten? Of volgt hij een machiavellistisch draaiboek waarin hij formeel uitvoering geeft aan het regeerakkoord en het aan de Raad van State overlaat het plan volledig af te schieten?</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: bron: www.rijksoverheid.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Olifanten in de kamer</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/olifanten-in-de-kamer/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/olifanten-in-de-kamer/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Sep 2011 06:08:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik Timmer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2951</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/olifanthuiskamer.jpg" /> Vlak voor de zomerstop verscheen de nieuwe woonvisie van het kabinet. Een nieuwe visie, elf jaar na Mensen Wensen Wonen, dat is op zich al nieuws. Toch is het akelig stil gebleven. En dat heeft niet alleen te maken met de tussenliggende zomermaanden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vlak voor de zomerstop verscheen de nieuwe woonvisie van het kabinet. Een nieuwe visie, elf jaar na <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;source=web&amp;cd=1&amp;sqi=2&amp;ved=0CCUQFjAA&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.rijksoverheid.nl%2Fbestanden%2Fdocumenten-en-publicaties%2Fbrochures%2F2005%2F01%2F01%2Fmensen-wensen-wonen%2F11fd2000g053.pdf&amp;rct=j&amp;q=Mensen%20Wensen%20Wonen&amp;ei=iV9nTqmpJY6c-wazsLHaCw&amp;usg=AFQjCNGCx1Ikct-yw4TQXQRDSpcAE3PAKQ&amp;cad=rja" target="_blank"><em>Mensen Wensen Wonen</em></a>, dat is op zich al nieuws. Toch is het akelig stil gebleven. En dat heeft niet alleen te maken met de tussenliggende zomermaanden.</strong></p>
<p><a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/07/01/kamerbrief-woonvisie.html" target="_blank">De nieuwe woonvisie</a> heeft alle kenmerken van een moetje. Veel maatregelen waren al bekend, bijvoorbeeld uit het regeerakkoord. Of het zijn tijdelijke prikkels zoals de verlaging van de overdrachtsbelasting voor één jaar, het enige element uit de visie dat wel de landelijke pers heeft gehaald. Zelfs de presentatie van de woonvisie is teleurstellend: een kamerbrief van zes kantjes, de beleidsnota vermomd als bijlage. Op een aantal plekken is zelfs de <em>secret handshake</em> van volkshuisvesters vergeten en staat er woning<span style="text-decoration: underline;">bouw</span>corporaties.</p>
<p>De visie lijkt niet alleen een verplicht nummer, zij is het ook. De woonvisie is ontstaan uit het politieke spel tussen het kabinet Rutte en de Eerste Kamer. Via een motie probeerde de senaat het kabinet te dwingen de hypotheekrente aan te pakken via een “integrale visie op het wonen”, terwijl het kabinet dat onderwerp taboe had verklaard. Die integrale visie is er nu, maar de hypotheekrenteaftrek blijft buiten schot. Sterker nog, dat is zo taboe dat Donner als allereerste actie noemt dat de hypotheekrenteaftrek ongemoeid wordt gelaten. Niets doen is blijkbaar ook een actie.</p>
<p>Ook de huidige crisis op de woningmarkt wordt niet werkelijk op waarde geschat. Uit alles blijkt dat het kabinet ervan uitgaat dat de gouden jaren gewoon weer terugkomen. Zo wordt onverminderd uitgegaan van een groei van de koopmarkt en een verdere decentralisatie van het ruimtelijke beleid, met meer ruimte voor bouwen bijvoorbeeld in nationale landschappen. Een koers die duidelijk past bij de politieke kleur van het kabinet, maar bovenal bij een gespannen woningmarkt. Los van de vraag of je het er politiek gezien mee eens bent, zou iedereen zich de vraag moeten stellen: wat heb je aan het verruimen van bouwmogelijkheden als je het huidige nieuwbouwaanbod al nauwelijks verhuurd of verkocht krijgt?</p>
<p>Het Engels kent een uitdrukking voor een taboe dat bijna tastbaar is, maar toch met hart en ziel genegeerd wordt: <em>there’s an elephant in the room</em>. Dat de hypotheekrenteaftrek zo’n olifant-in-de-kamer is, dat is duidelijk. Maar als we goed kijken, zien we meer taboeonderwerpen.</p>
<p><strong>De eerste olifant: de &#8216;value gap&#8217; in de woningmarkt</strong><br />
Heel even, in het analysedeel van de woonvisie, wordt hij genoemd, zelfs voorzien van een mooie Engelse naam: de <em>value gap</em>. Dit betekent dat enerzijds de hypotheekrenteaftrek als raketbrandstof de prijs van koopwoningen omhoog stuwt, terwijl anderzijds door de regulering van de huursector de prijzen van huurwoningen nauwelijks stijgen. Dit gat, dat midden jaren negentig nog niet eens bestond, bedraagt intussen twee- tot driehonderd euro in maandlasten. De woonvisie zet vooral in op nieuwbouw van dure huur om dit probleem op te lossen, een duidelijk staaltje symptoombestrijding.</p>
<p>Het probleem wordt pas aangepakt als de twee H-woorden niet langer taboe zijn. Dus: een geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek en een gedeeltelijke huurliberalisatie, gecombineerd met een afscheid van standaard inflatievolgende huurprijzen.</p>
<p><strong>De tweede olifant: corporaties financieel in de knel</strong><br />
Maar het inflatievolgende huurbeleid tast ook de financiële slagkracht van corporaties verder aan. De woonvisie doet verwoede pogingen het onderwerp van de sterk verslechterende financiële positie van corporaties te negeren. Er wordt zonder blikken of blozen gesteld dat de effecten van het inflatievolgend huurbeleid, het schrappen van de Vogelaarheffing, de invoering van de huurtoeslagheffing en de verruiming van de WWS-punten in gespannen regio’s, elkaar opheffen.</p>
<p>Zelfs als dat zo is voor de corporatiesector als geheel, voor individuele corporaties ligt dat anders. Je zult maar een corporatie in een ontspannen woningmarkt zijn die netto ontvanger was van de Vogelaarheffing. En die corporaties bestaan, neem dat van mij aan. Dan is het toch echt een ander verhaal: huurinkomsten ramvast op een nullijn, geen inkomsten meer uit de Vogelaarheffing en wel op de lat voor de huurtoeslagheffing. Maar volgens de woonvisie is het netto-effect nul. Onze eerste olifant krijgt gezelschap.</p>
<p><strong>De derde olifant: een structureel dalende bouwbehoefte</strong><br />
Maar er staat nog een olifant in de kamer: de vraagontwikkeling naar nieuwbouwwoningen. Wie de woonvisie leest zonder de cijfers uit eerdere beleidsstukken paraat te hebben, wordt hier vakkundig in slaap gesust. Op maar liefst vijf plaatsen in de woonvisie staat dat de komende tien jaar een “robuuste hoeveelheid woningen van 500.000 tot 600.000 woningen” gewenst is.</p>
<p>Hier wordt verzwegen dat tot voor kort sprake was van een jaarlijkse toevoeging van 70.000 tot 80.000 woningen. En daar blijft het niet bij. Na 2020 zakt de noodzakelijke toename veel verder weg, naar gemiddeld 25.000 woningen per jaar. Hier bezondigt de woonvisie zich zelfs aan gesjoemel met cijfers. Als gemiddelde wordt namelijk 40.000 genoemd. Maar dat getal is niet het gemiddelde van de periode 2020 tot 2040, maar van 2010 tot 2040.</p>
<p>Het is toe te juichen dat het rijksbeleid niet langer gericht is op bouwen-bouwen-bouwen en kiest voor een reëel bouwtempo op basis de verwachte huishoudenontwikkeling. Maar ontken niet dat dit pijn gaat doen voor alle betrokken partijen bij het bouwen en ontwikkelen in Nederland. Een <em>robuuste hoeveelheid</em> klinkt leuk, maar als ik mijn vrienden uitnodig voor een barbecue en ik haal de robuuste hoeveelheid van twintig hamburgers in huis, terwijl we er de vorige keer dertig hebben gegeten, dan heb ik wel een probleem.</p>
<p>Zo gaan we van een jaarlijkse stijging van de woningvoorraad van 1 procent via 0,7 tot 0,8 procent naar 0,3 procent. Een enorme daling van de bouwproductie, gevoegd bij het feit dat door de vergrijzing het aantal verhuisbewegingen blijvend zal afnemen. Het is precies dat probleem waar we voor staan in de Nederlandse woningmarkt. Want die gouden tijden komen niet meer terug. En dat vraagt om een inspirerende visie, in plaats van een olifant in de kamer. Is er een dompteur in de zaal?</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Caroline Bégin</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/olifanten-in-de-kamer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De ondergrond als buitenkans</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 06 Sep 2011 19:08:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik Groenenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Delft]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Ondergrond]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Structuurvisie I&M]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2939</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/IMG_3939.jpg" /> In het boek ‘Niemand houdt mij tegen’ van Evert Hartman las ik als jongen over het 22e-eeuwse Nederland, waar mensen ondergronds leven en reizen. Onder dreiging van een snel stijgende zeespiegel werd Amsterdam naar Overijssel verplaatst en daar onder de grond weer opgebouwd. Knap staaltje techniek én samenwerking. Anno 2011 wordt er ook al flink ondergronds gebouwd. Maar in het overvolle Nederland gebruiken we de ondergrond vaak vooral als één grote afvalcontainer, waar we letterlijk ons huisvuil ingooien en opbergen. Waar we 'vreemde' gassen opslaan, vervuilende auto's in tunnels verstoppen en lastige draadjes wegmoffelen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In het boek ‘</strong><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Niemand_houdt_mij_tegen" target="_blank"><strong>Niemand houdt mij tegen</strong></a><strong>’ van Evert Hartman las ik als jongen over het 22e-eeuwse Nederland, waar mensen ondergronds leven en reizen. Onder dreiging van een snel stijgende zeespiegel werd Amsterdam naar Overijssel verplaatst en daar onder de grond weer opgebouwd. Knap staaltje techniek én samenwerking. Anno 2011 wordt er ook al flink ondergronds gebouwd. Maar in het overvolle Nederland gebruiken we de ondergrond vaak vooral als één grote afvalcontainer, waar we letterlijk ons huisvuil ingooien en opbergen. Waar we &#8216;vreemde&#8217; gassen opslaan, vervuilende auto&#8217;s in tunnels verstoppen en lastige draadjes wegmoffelen.</strong></p>
<p><strong>Afvalvat of buitenkans</strong><br />
Terwijl een aantal creatieve denkers momenteel de mogelijkheden verkennen om een heuse berg te bouwen in Nederland, gaan we nog weinig de diepte in. Slechts een enkeling ziet de ondergrond niet alleen als vuilnisvat, maar ook als kans. Als een plek waar je energie en warmte op kan slaan en op kan wekken. Waar je nieuwe bestemmingen kan geven aan oude ondergrondse bouwwerken. Waar je bovengrondse problemen kan oplossen, maar ook extra waarde kan creëren. Een buitenkans dus. Kansendenkers zie ik vooral bij de <em>Carrousel Ondergrond en Ordening</em>; een community of practice waarin koepelorganisaties als <a href="http://www.cob.nl/" target="_blank">COB</a>, <a href="http://www.skbodem.nl/" target="_blank">SKB</a> en <a href="http://www.nirov.nl/" target="_blank">Nirov</a> samen met Rijk, provincies en gemeenten werken aan betere &#8216;ondergrondse ordening&#8217;.</p>
<p>Het zijn met name de bodemexperts en techneuten die initiatief tonen. In Nijmegen, Haarlem en Amsterdam staat de ondergrond ondertussen wel op de ruimtelijke beleidsagenda. Voorbeelden van innovatieve integrale projecten die hieruit voortkomen zijn te vinden op deze <a href="http://www.cob.nl/over-ondergronds-bouwen/google-earth-kaart.html" target="_blank">kaart</a>. Over het algemeen zien planologen, projectontwikkelaars en architecten de kansen van de ondergrond echter minder, behalve als er parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Tot dat ook dat te drassig (kostbaar) blijkt. Of er kabels en archeologische &#8216;rommel&#8217; (archeologie) in de weg blijken liggen.</p>
<p>Ook de creatieve bloggers van RUIMTEVOLK gaan niet vaak ‘underground’. Twee keer ging een artikel ‘de diepte in’. <a href="http://ruimtevolk.nl/author/esther-juurlink/" target="_blank">Esther Juurlink</a> kondigde het vraagstuk van ondergrondse verrommeling aan in haar <a href="http://ruimtevolk.nl/wie-pakt-de-verrommeling-van-de-ondergrond-op/" target="_blank">beschouwing</a> van een hieraan gewijd congres in 2007. Er moest een landelijke visie ondergrond komen. Die kwam er, en het artikel <a href="http://ruimtevolk.nl/geld-in-de-grond/" target="_blank">Geld in de Grond</a> uit 2010 ging in op deze kabinetsvisie. De case ‘Kop van Feijenoord’, die in de kabinetsvisie gepresenteerd wordt, geldt onder de koplopers in ondergrondse ordening als hét voorbeeld van goede samenwerking. De schrijvers pleiten er daarom voor verder te investeren in intelligente samenwerking.</p>
<p><strong>Nationaal belang, lokale uitdaging</strong><br />
Inmiddels is er wel degelijk overkoepelend beleid. Door het Rijk is de ondergrond inmiddels als Nationaal Belang bestempeld (<a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimte-en-mobiliteit/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/06/14/kamerbrief-structuurvisie-infrastructuur-en-ruimte.html" target="_blank">Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte</a>, 2011). Maar de verantwoordelijkheid voor verdere ontwikkeling en goed ruimtelijk beleid ligt bij provincies en gemeenten. De kansendenkers beseffen dat ze elkaar en andere sectoren, bestuurders en vergunningsverleners moeten opzoeken. Er zijn cultuur- en taalproblemen, kennisachterstanden, verschillende vergunningstelsels en opportunistische politieke beleidskeuzes. Drempels die verdere ordening en ontwikkeling van ondergrond én bovengrond moeilijk maken. Juist planologen zouden in staat moeten zijn deze drempels weg te nemen. Dus RUIMTEVOLKers, go underground! Er zijn vele ondergrondse vraagstukken waarbij een creatieve blik op ruimte en proces welkom is.</p>
<div id="attachment_2941" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2941" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/brinckhorst/"><img class="size-full wp-image-2941" title="brinckhorst" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/brinckhorst.jpg" alt="" width="510" height="317" /></a><p class="wp-caption-text">Het verrommelde gebied Binckhorst, waar voor de bovengrondse ruimte niet meer wordt ingezet op een alomvattend plan maar organische ontwikkeling. Biedt dit kansen om de ondergrond juist steviger in de plannen te integreren? Bron: John Nieuwmans, gemeente Den Haag</p></div>
<p><strong>Ondergrondse organische ontwikkeling</strong><br />
Ruimtelijke ontwikkeling bovengronds vraagt anno 2011 om een organische aanpak en flexibiliteit in beleid en wetgeving. Voor de ondergrond is er echter juist de neiging steeds meer vast te leggen. De ‘kansgerichte benadering’ kent wel voorstanders, maar is een dergelijke benadering wel mogelijk met al die juridische risico’s? Kun je ‘ruimtelijke reserveringen’ maken die nieuwe ondergrondse functies niet onmogelijk maken?</p>
<p>Een voorbeeld. Er komen nieuwe beleidsregels om de plaatsing en werking van warmte-koude systemen te reguleren. Nu er steeds meer van deze open en gesloten systemen komen, worden de teugels aangetrokken, maar het &#8216;eerst komt, eerst maalt principe&#8217; blijft gelden. De eerste die een aanvraag doet, mag de schop in de grond steken, met alle gevolgen voor toekomstige ontwikkelingen. Wellicht zou een initiatiefnemer een grotere verantwoordelijkheid moeten krijgen voor toekomstige ondergrondse ontwikkelingen. Of ligt de oplossing, tegen de &#8216;bovengrondse&#8217; tendens in, toch weer in strikte bestemmingsplannen?<br />
<strong> </strong></p>
<p><strong>RO-instrumenten</strong><br />
De derde dimensie is steeds beter in woord en beeld te vatten, maar voor het maken van ruimtelijke (beleids)keuzes valt men toch terug op 2D-beelden en traditionele planvormen. Het SKB-project ‘Ondergronds Bestemmen’ onderzoekt hoe de ondergrond goed meegenomen kan worden in bestemmingsplannen. Ontwerpen en denken in 3D lukt, maar het in 3D vastleggen van uitgangspunten en randvoorwaarden voor beleid lukt vaak minder goed. Dus kiest men bij veel &#8216;ondergrond&#8217; toch voor een 2D-oplossing; de dubbelbestemming. Voorbeeld hiervan is de Spoorzone in Delft.</p>
<p>Uit een verkenning van plannen van enkele grote steden blijkt ook dat in de meeste structuurvisies de ondergrond nog niet integraal verwerkt is. Er zijn slechts een paar aparte paragrafen, hoofdstukken, voorbereidingsdocumenten of uitwerkingstukken aan de ondergrond gewijd. De &#8216;best-practice&#8217;, de Visie Ondergrond van Zwolle, is opgesteld om het ruimtelijk-juridisch instrumentarium te kunnen ontwijken. Bestaat er wellicht een betere vorm voor het integreren van de ondergrond in regionaal ruimtelijk beleid?</p>
<p><strong>Sectoren<br />
</strong> Hoewel de bereidheid er is, zijn er duidelijk sectorale cultuurverschillen. De bodemsector wacht af en RO-ers focussen eerst op andere sectoren. In Rotterdam werd het ruimtelijk beleid voor de Kop van Feijenoord gevormd met hulp van een actievere houding van ondergrondspecialisten, slimmere visualisatietechnieken en co-creatieve workshops met alle belanghebbenden erbij. Voor het ontwikkelen van een ‘simpele’ leidingengoot onder een trottoir in Alphen aan de Rijn kon ontwerper Luis Beccan geen format vinden dat ook rekening houdt met een goede kwaliteit van de openbare ruimte bovengronds. Dus betrekt hij nu andere gemeenten. Ook John Nieuwmans van de gemeente Den Haag zet in op &#8216;learning by doing’ bij het opstellen van het Masterplan Ondergrond Binckhorst. Is deze vorm van kennisdeling en samenwerking efficiënt?</p>
<p><strong>Kop in het zand</strong><br />
Gemeenten en provincies staan klaar hun verantwoordelijkheid te nemen de ondergrond verder te ontwikkelen en te ordenen. Maar in de praktijk is de ondergrond nog bar slecht vertegenwoordigd in ruimtelijk beleid en beschikbare planinstrumenten. Kleine gemeenten moeten de krachten bundelen. Grotere gemeenten en provincies moeten de kleintjes helpen. En binnen gemeentes moeten de schotten weg. Samenwerking bij decentralisatie, daar richten de eerdergenoemde koepelorganisaties en lokale kansendenker zich de komende tijd op. Niemand houdt ze tegen. Dus zullen voor de 22e eeuw nog veel mooie ondergrondse projecten tot ontwikkeling komen. Dan mogen ruimtelijke beleidsmakers wel wat vaker hun kop in het zand steken. Go underground!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Erik Groenenboom houdt zich met Funup bezig met organische ruimtelijke projecten en is als ‘Y-leider’ facilitator van de Carrousel Ondergrond en Ordening. Dat is de community of practice waarin COB, SKB, Nirov, Rijk en tal van provincies en gemeente samenwerken voor een betere ontwikkeling en ordening van de ondergrond. Op 20 september vindt het &#8216;Flexival de Carrousel&#8217; plaats. Een inspirerende werkdag in festivalsfeer gericht op samenwerken bij verdere decentralisatie. Locatie is ondergronds speelparadijs TunFun in Amsterdam. Ruimtevolkers zijn welkom! Voor meer informatie en het programma zie de websites <a href="http://www.skbodem.nl/actueel/agenda/56" target="_blank">SKB</a>, <a href="http://www.cob.nl/activiteiten/carrousel-ordening-ondergrond.html" target="_blank">COB</a> of <a href="http://nirov.nl/Home/Agenda/Agenda_Items/Flexival_de_Carrousel.aspx?mId=10438&amp;rId=305" target="_blank">Nirov</a>.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dol op de slager</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Sep 2011 19:45:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Suzanne Witteman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Detailhandel]]></category>
		<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2930</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/Image_49.jpg" /> Toen onze dochter was geboren kreeg mijn vriend van onze slager, naast de hartelijke felicitaties, een heerlijk mals biefstukje mee naar huis. Voor mij. Om aan te sterken. De slager en zijn dames volgden mijn zwangerschap op de voet. Elke bezoekje een kletspraatje over mijn groeiende buik en of de babykamer al af was. Ik ben dol op buurtwinkels. Ze maken mijn buurt van mij. Wetenschappelijk wordt mijn onderbuikgevoel bevestigd, buurtwinkels zijn belangrijk voor een wijk.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Toen onze dochter was geboren kreeg mijn vriend van onze slager, naast de hartelijke felicitaties, een heerlijk mals biefstukje mee naar huis. Voor mij. Om aan te sterken. De slager en zijn dames volgden mijn zwangerschap op de voet. Elke bezoekje een kletspraatje over mijn groeiende buik en of de babykamer al af was. Ik ben dol op buurtwinkels. Ze maken mijn buurt van mij. Wetenschappelijk wordt mijn onderbuikgevoel bevestigd, buurtwinkels zijn belangrijk voor een wijk. </strong></p>
<p>Buurtwinkels zijn ontmoetingsplekken, buurtwinkeliers kennen hun klanten en houden een oogje in het zeil op de straat. Om te achterhalen hoe buurtwinkels werken, heeft Carolien Bouw, docente Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) met studenten etnografisch <a href="http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/page/1061/nl" target="_blank">onderzoek</a> gedaan naar Amsterdamse buurtwinkels. Zestien studenten hebben twee jaar lang elk een buurtwinkel geanalyseerd.</p>
<p><strong>Binding met de buurt </strong><br />
‘Bestuurders die problemen op wijkniveau willen aanpakken, kunnen argumenten ontlenen aan de stadssociologie,’ aldus Bouw. ‘Zo waarschuwt Jane Jacobs, in haar beroemde The Death and Life of Great American Cities (1961), tegen de functiescheiding van wonen en werken die de moderne, rationalistische stadsontwikkelaars van toen op grote schaal doorvoerden. Hartstochtelijk pleit ze voor levendigheid op straat en daarin spelen winkeliers met hun op straat geplaatste spullen een belangrijke rol. Informele publieke ontmoetingsplaatsen, zoals buurtwinkels, zijn waardevol, stelt ook de Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg (1989) die een waar loflied schreef op deze “third places”, de plekken naast thuis en het werk waar stedelingen elkaar kunnen treffen. Stadssociologen wijzen erop dat moderne stedelingen ondanks wijdverspreide netwerken nog steeds verbonden zijn met hun buurt. Van bewoners die in de buurt hun boodschappen doen verwacht men een sterkere binding met de buurt.’</p>
<p><strong>Onderzoek </strong><br />
Om er achter te komen of de buurtwinkel nog steeds verbindt en een ontmoetingsplek is, deed Carolien Bouw met studenten sociologie van de UvA stadsetnografisch onderzoek. De economisch meest succesvolle buurtwinkels zijn zaken die verschillende soorten publiek bedienen, niet alleen buurtbewoners maar die ook andere klanten weten te bereiken. Dat is een van de uitkomsten van het <a href="http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/id/1061">onderzoek</a>. Naast dat economische aspect, draait het in dit onderzoek vooral om de sociale kant van de zaak. Buurtwinkels hebben het moeilijk maar ze hebben wel een belangrijke functie voor de stad.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2932" href="http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/winkel/"><img class="alignnone size-full wp-image-2932" title="Winkel" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/Winkel.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p><strong>Vroeger was alles beter </strong><br />
Zoals Carolien Bouw aangeeft is  ‘nostalgisch doen over de gezelligheid van vroeger modieus. Hoe meer de hele wereld binnen handbereik komt, des te sterker de hang naar de geborgenheid van vroeger.’ Bouw benadrukt ‘dat het er niet toe doet of het vroeger echt zo idyllisch was. Het verlangen naar buurtverbondenheid is er niet minder reëel om. Zo leidt globalisering tot versterking van het lokale. Het is een ambivalent verlangen: de moderne stedeling is zowel wereldburger als buurtbewoner. Dat opent mogelijkheden voor de buurtwinkelier. De traditionele buurtwinkel waar de minder draagkrachtigen terecht konden en op de pof kochten om de week door te komen, die winkel verdwijnt. Alleen in buurten met veel migranten zijn er nieuwe traditionele buurtwinkels bijgekomen en het is de vraag of die in de volgende generatie zullen overleven. De moderne buurtwinkel profileert zich als traiteur of door nadruk op kwaliteit, duurzaamheid of het exotische.’</p>
<p><strong>Zwaar weer biedt kansen? </strong><br />
Dat herken ik, onze slager heeft naast ossenworst en biefstuk ook complete verse maaltijden en sinds kort is hij tot half zeven open. Voor die buurtbewoners die nog even snel een maaltijd komen halen na het werk. Gemak maar vooral ook de persoonlijke aandacht maken mij blij met mijn buurtwinkels. De dames van de slager vragen nog elke week hoe het met mijn dochter gaat. Sinds kort krijgt ze bij elk bezoekje zelf een stukje worst.</p>
<p>Natuurlijk is het zo dat buurtwinkels het zwaar hebben. Je ziet steeds vaker etalages en winkels leegstaan, een gevolg van de moordende concurrentie en veranderend consumentengedrag. Liever shoppen we sneller en steeds meer online. Jammer natuurlijk, want die buurtwinkelier is nu net zo geliefd. En belangrijk. Hoe houden we de buurtwinkelier in de wijk? Het begint bij ons consumenten. Je moet natuurlijk wel in je eigen buurt je boodschappen doen. Niet naar de supermarkt, maar juist dat rondje door de buurt langs bakker en slager. Je is wellicht iets duurder, maar het is ook leuker en lekkerder. En je levert een bijdrage aan de levendigheid in je eigen buurt.</p>
<p>Die leegstaande winkelpanden bieden een kans voor andere gebruikers. Kunstenaars bijvoorbeeld zoals die in de Jan Evertsenstraat in de Amsterdamse Baarsjes de lege winkelruimtes opvullen. Ook tijdelijke winkels van merken die in korte tijd hun product willen neerzetten, kunnen de leegstand opvullen. Pop up stores zijn een trend. Sinds kort is het mogelijk voor retailers om in de Kalverstraat in Amsterdam een pand voor een week te huren. Een voorbeeld voor andere winkelgebieden? Eigenaren van panden moeten zich dan wel flexibel opstellen. Regelmatig een andere winkel in een pand, stimuleert in elk geval reuring en levendigheid. Maar of de popup store of de kunstenaars ook de belangrijke rol van de winkelier voor de buurt kunnen vervullen? Kunnen zij binden en die persoonlijke aandacht geven die mijn slager mij geeft? Dat vraag ik me af.</p>
<p>&#8212;<em><br />
</em></p>
<p><em>Op <a href="http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/">http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl</a>. daar staat ook meer informatie over het onderzoek van Carolien Bouw. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hervorming van de woningmarkt in stealth modus</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hervorming-woningmarkt-in-stealth-modus/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hervorming-woningmarkt-in-stealth-modus/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 06 Jul 2011 19:42:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2850</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/Hervorminginstealthmodus2.jpg" /> De Nederlandse politiek kent twee H-woorden: hypotheekrenteaftrek en huurliberalisatie. Bij elke verkiezing maken partijen er weer een nummer van. Zo kwamen Bos en Balkenende bij de vorming van het vorige kabinet tot een uitruil waarbij beide thema’s weer voor vier jaar taboe werden verklaard. En zo zette het kabinet – handen af van de hypotheekrente - Rutte de lijn door: inflatievolgend huurbeleid en hypotheekrenteaftrek bleven ongemoeid. Echter, de hervorming van de woningmarkt is ondanks de taboes toch op gang aan het komen. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ik vertel niets nieuws met de constatering dat het landelijk overheidsbeleid de woningmarkt het laatste decennium eerder frustreert dan bevordert. De combinatie van inflatievolgend landelijk huurbeleid en hypotheekrente-aftrek is in ieder geval een dodelijke cocktail gebleken voor het middensegment van de woningmarkt. Deze conclusie is minder spannend dan ze wellicht lijkt. In praktisch elk deskundigenrapport staat het.</strong></p>
<p><strong></strong><br />
De politiek blijkt tot op heden niet bij machte daar iets aan te doen. De Nederlandse politiek kent namelijk twee H-woorden: hypotheekrenteaftrek en huurliberalisatie. Bij elke verkiezing maken partijen er weer een nummer van. En zo kwamen Bos en Balkenende bij de vorming van het vorige kabinet tot een uitruil waarbij beide thema’s weer voor vier jaar taboe werden verklaard. En zo zette het kabinet – handen af van de hypotheekrente &#8211; Rutte de lijn door: inflatievolgend huurbeleid en hypotheekrenteaftrek bleven ongemoeid.</p>
<p>Echter, de hervorming van de woningmarkt is ondanks de taboes toch op gang aan het komen. Met dank aan de banken en de AFM. Zij kijken zorgelijk naar die 600 miljard euro aan hypotheekschuld die Nederlanders uit hebben staan. De AFM doet via een omweg wat VVD, CDA en PVV niet aandurven: de hypotheekrenteaftrek aanpakken. Naast een aanscherping van de regels voor hypotheekverstrekking heeft de toezichthouder namelijk ook bepaald dat vanaf 1 augustus de helft van een lening moet worden afgelost (althans daar komt het grosso modo op neer). Dat is goed nieuws voor de minister van Financiën: het beperkt de toekomstige groei aan hypotheekrenteaftrek, nu al een kostenpost van 12 miljard euro.</p>
<p>De Rabobank heeft helemaal de knuppel in het hoenderhok geworpen door voor te stellen helemaal terug te gaan naar annuïteitshypotheken en gelijktijdig de overdrachtsbelasting af te schaffen. Gewoon weer schulden aflossen – dat is even schrikken. Op termijn is dit natuurlijk een verstandige maatregel, maar het Rabo-voorstel komt te snel. De druk op de huizenprijzen neemt door dit soort renteaftrekbeperkende maatregelen toe. De AFM-maatregel heeft al behoorlijke invloed hebben op het bedrag dat kopers maximaal kunnen lenen. Helemaal terug naar annuïteithypotheken zal de woningmarkt nog verder op slot zetten.<br />
Minister Donner zit ondertussen zelf niet stil. De afschaffing van de overdrachtbelasting – vaste component van de integraal hervormingsplannen  &#8211; is zo’n beetje een feit. Dat de vermindering van 6 naar 2 procent maar voor een jaar is, gelooft bijna niemand.</p>
<p>Maar er is meer. Na het kwartje van Kok, de Bos-belasting zijn er nu de Punten van Donner. Met zijn plan kunnen straks, terwijl van huurliberalisering formeel geen sprake is, de huren in schaarstegebieden met 70 tot 120 euro worden verhoogd. Het gekunstelde voorstel heeft alle tekenen van een compromis, maar het biedt in ieder geval het perspectief van een groter middensegment op de woningmarkt. In Amsterdam heeft straks 27 procent van de huurwoningmarkt meer dan 142 punten.</p>
<p>Het plan heeft echter grote nadelen. Het meest fundamentele bezwaar is dat nieuwe huurders zeer veel meer gaan betalen voor dezelfde woning dan bestaande huurders. Ook dit regeerakkoord volgt de wetmatigheid van het Nederlandse poldermodel waarin veelal de rechten van de insiders worden beschermd. De ‘outsiders’  &#8211; startende huurders in dit geval – zijn de pineut.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hervorming-woningmarkt-in-stealth-modus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Joost mag het weten</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/joost-mag-het-weten/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/joost-mag-het-weten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 06 Jul 2011 18:05:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Zef Hemel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Regio's]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2853</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/rb287f7.jpg" /> Langzaam wordt duidelijk wat de nieuwe regering in Den Haag voornemens is ten aanzien van de Randstad, althans de ministers Donner en Schultz van Haegen zijn er wel uit. De eerste duldt tussen de bestuurslagen van de gemeenten en het rijk alleen nog maar de provincies, want de stadsregio’s schaft hij af. Minister Schultz van Haegen zet in op de mainports en greenports en op nieuw asfalt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Langzaam wordt duidelijk wat de nieuwe regering in Den Haag voornemens is ten aanzien van de Randstad, althans de ministers Donner en Schultz van Haegen zijn er wel uit. De eerste duldt tussen de bestuurslagen van de gemeenten en het rijk alleen nog maar de provincies, want de stadsregio’s schaft hij af. Voor de Randstad komt er ook geen vervoersautoriteit zoals aanvankelijk in de bedoeling lag, maar komen er twee autoriteiten: eentje voor Groot-Amsterdam en een voor de Zuidvleugel. Utrecht, stelt minister Donner nu, beschikt over een provincie die niet veel groter is dan de BRU. Laat de provincie Utrecht dus maar de rol van infra-autoriteit op zich nemen. Verder zet minister Schultz van Haegen in op de mainports en greenports en op nieuw asfalt. De komende jaren wil ze nog eens 800 kilometer autosnelweg aanleggen, maar op het openbaar vervoer bezuinigt ze fors. Grote steden komen in haar vocabulaire niet voor.</p>
<p>In 2007, aan de vooravond van de crisis, publiceerde de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling uit Parijs, een Territorial Review over Randstad Holland. Daarin werd geconcludeerd dat de grote steden in het westen de motor zijn van de Nederlandse economie, maar dat ze economisch minder goed presteren, althans beduidend minder dan in de jaren ‘90. Om verbetering te brengen noemde de OESO een bestuurlijke herschikking onvermijdelijk: “<em>individuele stadsregio’s in de Randstad zouden moeten worden versterkt en een Randstad-agenda zou moeten worden geformuleerd, waarin verbetering en meer coherentie van regionaal openbaar vervoer een prioriteit zou moeten zijn</em>.” Die laatste opmerking refereerde aan het feit dat de capaciteit van de spoorwegen in de Randstad “<em>een van de meest onderontwikkelde van de grootstedelijke gebieden in West-Europa</em>” is. Daardoor, verklaarde zij, worden er in de Randstad teveel autokilometers gereden. Verder vond de OESO dat er veel teveel op de mainports werd ingezet, op “<em>het genereren van grote volumes via de haven van Rotterdam en Schiphol</em>“. In plaats daarvan adviseerde zij veel meer gebruik te maken van de stadsregio’s, hun kennispotentieel en hun kennisinfrastructuur om innovatie en toegevoegde waarde te vergroten. Welnu, afgaande op dit advies moeten we vaststellen dat de ministers Donner en Schulz van Haegen gewoon niet doen wat er volgens internationale adviesinstellingen als de OESO waarvan Nederland zelf lid is, zou moeten gebeuren. Waarom de bewindslieden zulke belangwekkende adviezen blind negeren, Joost mag het weten.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Dit blog is eerder gepubliceerd op het blog Vrijstaat Amsterdam (<a href="http://www.zefhemel.nl">www.zefhemel.nl</a>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/joost-mag-het-weten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werkgevers sleutel tot duurzame mobiliteit</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/werkgevers-sleutel-tot-duurzame-mobiliteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/werkgevers-sleutel-tot-duurzame-mobiliteit/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 05 Jul 2011 17:04:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Bruin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2856</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/vnm.jpg" /> In de provincie Utrecht loopt sinds 2008 een project waarbij de overheid het bedrijfsleven betrekt bij mobiliteitsmanagement, oftewel slim werken en reizen. Wat begon als een bereikbaarheidsprobleem van de regionale overheden is een breed gedragen vraagstuk geworden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Steeds meer overheidstaken komen met de huidige bezuinigingen in het gedrang. Hoe kan de overheid met minder financiële middelen de kwaliteit van de leefomgeving behouden of zelfs verbeteren? In de provincie Utrecht loopt sinds 2008 een project waarbij de overheid het bedrijfsleven betrekt bij mobiliteitsmanagement, oftewel slim werken en reizen. Wat begon als een bereikbaarheidsprobleem van de regionale overheden is een breed gedragen vraagstuk geworden. </strong></p>
<p><strong>Forenzen<br />
</strong> De regio Utrecht is één van de drukste regio&#8217;s van Nederland. In de file top 10 van de ANWB staan vijf Utrechtse trajecten. De optelsom van forenzen, doorgaand verkeer en dagjesmensen zorgt voor dagelijkse files in de ochtend- en avondspits. Om de regio bereikbaar te houden hebben de overheden een masterplan opgesteld. De capaciteit en kwaliteit van infrastructuur voor auto, openbaar vervoer en fiets moeten omhoog.</p>
<p>Naast de capaciteitsvergroting nemen de overheden initiatieven om het aanbod van verkeer in de spitsperiode terug te brengen. De Utrechtse aanpak is inmiddels drie jaar onderweg. Veel gaat goed, maar er zijn zeker punten voor verbetering vatbaar. Welke lessen kunnen andere regio&#8217;s en beleidsterreinen hiervan leren?</p>
<p><strong>Werkgever</strong><br />
In Utrecht is gekozen voor het benaderen van de forens via zijn werkgever. De werkgever faciliteert het reizen van zijn medewerkers niet alleen, vaak is de werkgever ook bepalend in de keuze die de medewerker maakt. Vastgestelde werktijden, het verstrekken van een leaseauto en de kilometervergoeding zijn sturende elementen die leiden tot een vast patroon van reizen in de spits. Ook de cultuur van een organisatie en de uitstraling van faciliteiten wegen, vaak onbedoeld, mee in de keuze van de forens. De meeste bedrijven hebben nog steeds de mooiste parkeerplaatsen voor de hoofdingang, terwijl de fietsen weggemoffeld worden in een oud houten hok achter op het terrein. De werkgever is de sleutelfiguur in het veranderen van reisgedrag.</p>
<p>De overheden benaderen niet zelf werkgevers, maar schakelen daar VNM voor in. “Een neutrale partij als VNM maakt overleg tussen gemeente en ondernemers veel gemakkelijker,” aldus Astrid van den Aker, beleidsmedewerker verkeer en vervoer van Gemeente Amersfoort. VNM werft werkgevers voor lokale werkgroepen. Werkgevers ervaren op dat niveau praktische problemen als parkeerdruk en de directe bereikbaarheid van het pand en bedrijventerrein. Deze problemen zijn alleen aan te pakken als het buurbedrijf ook zijn bijdrage levert. Enthousiaste werkgevers werven daarom graag hun buurtcollega&#8217;s.</p>
<p>Werkgevers zien voor zichzelf nauwelijks een rol om een bijdrage te leveren aan de regionale bereikbaarheid. Dit is een taak van de overheden. Werkgevers doen mee vanwege hun eigen belang. De belangrijkste intrinsieke motivatie is duurzaamheid. Al dan niet opgedrongen door consumenten en regelgeving zoeken werkgevers naar mogelijkheden om CO2 uitstoot te reduceren. Het wagenpark draagt bij een zakelijke dienstverlener al snel voor vijftig procent bij aan de totale uitstoot. Andere belangen om deel te nemen aan een werkgroep zijn gezondheid van medewerkers, het binnenhalen en behouden van medewerkers (talentmanagement), tekort (of teveel) aan bedrijfsruimte of parkeerruimte en het efficiënter inrichten van werkzaamheden.</p>
<p><strong>Reductie</strong><br />
Het doel van slim werken en reizen in de regio Utrecht is een reductie van vijf procent van het autoverkeer in de spits onder de deelnemende organisaties eind 2012. De werkgroep Amersfoort claimde in 2010 al vijf procent van de auto&#8217;s niet meer in de spits te zien. De werkgevers daar willen meer en schroeven hun ambities op. De werkgevers in Utrecht Centrum stellen in 2012 minimaal acht procent autoreductie te realiseren. De eerste meting volgt eind dit jaar, maar de werkgevers lijken de doelstelling ruim te halen.</p>
<p>Het netwerk bestaat uit 250 werkgevers met in totaal ruim 120.000 werknemers. Zij ondernemen allerlei acties om het doel van vijf procent en doelen op basis van eigen belangen te halen. Met name stimuleren van fietsgebruik en invoering van tijd- en plaatsonafhankelijk werken zorgen ervoor dat medewerkers geaccepteerde alternatieven krijgen voor de auto.</p>
<p>Het netwerk van 250 werkgevers is een open communicatiekanaal om enthousiaste, actieve, maar ook kritische werkgevers te benaderen. De werkgevers stelden bijvoorbeeld per gemeente een wensenlijst op voor infrastructuur. Deze wensenlijsten gebruiken gemeenten om hun infrastructuuragenda aan te scherpen. De Fietsersbond benaderde werkgevers voor deelname aan de campagne voor fietspromotie rij2op5. De warme relatie zorgt voor ontvankelijke werkgevers; Tot en met mei 2001 deden al 72 werkgevers mee. Wegens het succes gaat de campagne tot in 2012 door.</p>
<p>Misschien wel het belangrijkste resultaat is dat werkgevers in beweging komen op een beleidsterrein van de overheid. Zij zijn intrinsiek betrokken bij het verminderen van autoverkeer in de spits en daarmee het verbeteren van bereikbaarheid.</p>
<p><strong>Motiveren</strong><br />
De overheid financiert het netwerk van 250 werkgevers in ieder geval tot eind 2012. Daarna moet het netwerk zichzelf in stand kunnen houden. De vraag is of dit zonder steun vanuit de overheid kan.</p>
<p>Een karakteristiek voorbeeld is de grootte van het netwerk. We zien dat sommige werkgevers na verloop van tijd de interesse verliezen voor slim werken en reizen. Dat is zonde, want de kracht van het netwerk bestaat uit de massa: daar vinden werkgevers inspiratie. Bovendien hebben de inspanningen van werkgevers op regionaal niveau pas zin als meerdere werkgevers resultaten behalen. Om het netwerk op peil te houden is het nodig nieuwe werkgevers te werven. Deze taak ligt nu nog bij de overheid (via VNM) en het is onduidelijk of werkgevers straks zelf werving willen doen.</p>
<p>Wie motiveren en inspireren werkgevers na 2012?  Wie breiden het netwerk uit? Hier lijkt een rol weggelegd voor werkgevers met een motivatie voor slim werken en reizen dat groter is dan hun eigen belang. Aanbieders van diensten en producten voor alternatieven voor de auto kunnen een rol gaan spelen, evenals belangenverenigingen voor werkgevers. Ook de overheid zal nog steeds een rol moeten vervullen. Zij hebben er belang bij hun maatregelen te toetsen en ondersteuning te vragen bij werkgevers. Het netwerk is bijvoorbeeld een welkome afzetmarkt voor minder hinder-maatregelen bij wegwerkzaamheden.</p>
<p>De Utrechtse aanpak levert een bijdrage in tijden van bezuiniging. Met slim werken en reizen is het gelukt om de intrinsieke motivatie van zowel de overheid als werkgevers te benutten. De vraag is of dit net zo succesvol blijft als de overheid zich straks terugtrekt. Voorlopig is in Utrecht de sleutel gevonden om op een typisch onderwerp van de overheid dankzij werkgevers meer value for money te krijgen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/werkgevers-sleutel-tot-duurzame-mobiliteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hack de overheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Jul 2011 20:19:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Open data]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2848</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/computer-binnenkant_0003.jpg" /> Sinds 2010 hebben Amerika en het Verenigd Koninkrijk diverse open data initiatieven ontplooid. Voornaamste doel is om beslissingen en beleid van de overheid inzichtelijker te maken, gegevens van de publieke sector te democratiseren en om innovatie te stimuleren. Door de Nederlandse overheid ook in de ruimtelijke sector wordt echter maar mondjesmaat aandacht besteed aan open data of zelfs raw data. Waarom lopen we - in het ‘open maken’ - achter op andere landen? En wat kan open data voor de ruimtelijke sector betekenen? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door de Nederlandse overheid ook in de ruimtelijke sector  wordt maar mondjesmaat aandacht besteed aan <em>open data</em> of zelfs <em>raw data</em>. Wanneer zijn overheidsgegevens <em>open</em> of <em>raw</em>? Waarom lopen we &#8211; in het ‘open maken’ &#8211; achter op andere landen? En wat kan <em>open data</em> voor de ruimtelijke sector betekenen?</strong></p>
<p><strong>Eerst open, dan rauw </strong><br />
Er is een onderscheid tussen <em>open data</em> en <em>raw data</em>. We kunnen stellen dat <em>open data</em> een stap vóór <em>raw data</em> is. Eerst maken we de overheidsgegevens openbaar, netjes gepresenteerd (wat overigens op zich al een behoorlijk omwenteling is). Na gewenning aan open data, is het ultieme doel om de onderliggende ‘rauwe’ gegevens openbaar aan te bieden. Een korte krachtige definitie geeft <a href="http://rufuspollock.org/about/">Rufus Pollock</a> (initiatiefnemer <a href="http://okfn.org/">Open Knowledge Foundation</a>), namelijk “<em>raw data is free for everyone to use, re-use and distribute”</em>. <em>Open data</em> biedt kansen. “<em>Open data</em> levert geld op”, aldus <a href="http://www.slideshare.net/kresin/open-data-and-the-city">Julian Tait</a> van <a href="http://opendatamanchester.wordpress.com/">Open Data Manchester</a>. Terwijl ‘gesloten data’ alleen maar geld kost.</p>
<p>Sinds 2010 hebben Amerika en het Verenigd Koninkrijk <em>open data</em> initiatieven ontplooid. Onder Obama werd de website <a href="http://www.data.gov/">data.gov</a> geopend met als doel: “<em>democratizing public sector data and driving innovation</em>” (denk aan onze Wet Openbaarheid Bestuur…). Het Witte Huis houdt zelfs een <a href="http://www.whitehouse.gov/open/about">blog</a> bij om de voortgang van het ‘open maken’ van overheidsgegevens te delen. Ook de Britse overheid maakte een enorme hoeveelheid data openbaar via de website <a href="http://data.gov.uk/">data.gov.uk</a>. Vooral met het doel beslissingen en beleid van de overheid inzichtelijker te maken.</p>
<p>In Nederland worden momenteel de eerste schoorvoetende stapjes gezet. In een artikel van de Elsevier (‘<a href="http://www.laurawismans.nl/docs/opendata.pdf">Hacken wat van ons is</a>’, 21 mei 2011) wordt als voorbeeld de online-catalogus van het Ministerie van Binnenlandse zaken genoemd: <a href="http://www.overheid.nl/opendata/">data.overheid.nl</a>, waar helaas pas enkele tientallen datasets in zitten. In tegenstelling tot 6.800 in de Britse evenknie.</p>
<p>Een aantal losse lokale voorbeelden zijn er ook te vinden. In Rotterdam werken 200 studenten van de Hogeschool Rotterdam aan applicaties voor “het toegankelijk en inzichtelijk maken van informatie van, over en voor de stad Rotterdam”, op basis van gegevens van de gemeente (<a href="http://www.rotterdamopendata.org/">Rotterdam Open Data</a>). Koploper Amsterdam had al eerder het programma <em><a href="http://www.appsforamsterdam.nl/">Apps for Amsterdam</a></em> waar een groep hackers (en studenten) nuttige toepassingen maakt gebaseerd op gemeente-gegevens. Een aantal apps gaan uit van de ruimtelijke context. Zo is er een <em><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Applicatie">app</a></em> ontwikkelt die je helpt je fiets terug te vinden. En een <em>app</em> die informatie over erfgoed uit de archieven toegankelijk maakt op locatie.</p>
<p>Een doorbraak in het ‘open maken’ is de – eind juni gelanceerde – website ‘<a href="http://www.gisdro.nl/braakliggende_terreinen/">Braakliggende Terreinen</a>’ van de gemeente Amsterdam. De gemeente presenteert braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad overzichtelijk op een digitale kaart om zo tijdelijk ruimtegebruik te stimuleren. Mede dankzij uitgebreide media aandacht hebben de eerste ondernemers en particulieren zich al gemeld.</p>
<div id="attachment_2852" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/screenshot_braakliggende-terreinen-amsterdam2/" rel="attachment wp-att-2852"><img class="size-full wp-image-2852" title="Screenshot_braakliggende-terreinen-Amsterdam2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/Screenshot_braakliggende-terreinen-Amsterdam2.jpg" alt="" width="510" height="268" /></a><p class="wp-caption-text">Website Braakliggende Terreinen in Amsterdam</p></div>
<p><strong>Open community</strong><br />
Het ‘open maken’ van overheidsgegevens stuit nog vaak op weerstand bij diezelfde overheidsorganisaties. Zijn de risico’s wel te overzien? Wat gaan ‘die anderen’ er mee doen? Een angst om de controle kwijt te raken (aldus een artikel Elsevier).</p>
<p>Een belangrijke succesfactor om het belang van openbare overheidsgegevens te onderstrepen is, <a href="http://www.frankwatching.com/archive/2010/09/29/open-data-ja-natuurlijk-maar-hoe-picnic-2010/">volgens social-mediadeskundige Ton Zijlstra</a>, een betrokken <em>community</em>. Mondige particulieren en ondernemers die wat willen en de overheid of het bedrijfsleven op het belang van openbare gegevens wijzen. Een Nederlands voorbeeld is de groep <a href="http://www.hackdeoverheid.nl/">Hack de Overheid</a>, die het onderwerp bij de overheid aan blijven snijden, maar ook digitaal ten strijde trekken door bijvoorbeeld een beter toegankelijke (digitale) Kamer van Koophandel te realiseren: <a href="http://www.openkvk.nl/">openkvk.nl</a>. Hacken is in dit verband ‘inventieve oplossingen verzinnen en systemen verbeteren’.<em> </em></p>
<p>In de eerder genoemde buitenlandse voorbeelden is dit ook opvallend, een groep onbekenden verwerkt de open data, discussieert en wisselt kennis uit via forum of <a href="http://www.slideshare.net/bvlg/wat-is-een-wiki-en-hoe-bouw-ik-er-zelf-n">wiki</a>, oppert ideeën voor nieuwe toepassingen van de gegevens en maakt ook nuttige <em>apps</em> van de data.</p>
<p>Ook in het voortraject van de ‘Braakliggende terreinen kaart’ heeft een <em>community </em>een belangrijke rol gespeeld. Onder de noemer ‘Manifest Leegtevol’ (nu bekend als ‘<a href="http://www.linkedin.com/groups/ONDERTUSSEN-3818086?gid=3818086&amp;trk=hb_side_g">Ondertussen</a>’) stortten ongeveer 30 ruimtelijk betrokken slimmeriken (ambtenaren, ontwerpers, redacteur, tekstschrijvers, kunstenaars) zich op het verzinnen van oplossingen voor de braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad. Een groeiend verschijnsel. Goede creatieve ideeën te over, maar een overzicht van braakliggende terreinen ontbrak. Mooie plannen, maar geen plek om ze uit te voeren.</p>
<p>Ze lieten het er niet bij zitten en <a href="http://www.temparchitecture.com/">een aantal</a> startten zelf – als een vorm van ‘overheidshacken’ &#8211; een inventarisatie van braakliggende terreinen via <a href="http://maps.google.com/help/maps/mymaps/create.html">Google Maps</a>. Tegelijkertijd zetten de Zaanse en Amsterdamse ambtenaren in op een interne ambtelijke lobby, om tijdelijkheid onder de aandacht te krijgen in hun organisaties. Dit ging niet vanzelf. Dus om hun lobby kracht bij te zetten, besloten ze de kritische massa ter vergroten, wat gelukt is, inmiddels zijn 200 professionals aangesloten bij Ondertussen. De gemeente Zaanstad was al snel over de boeg, niet in de laatste plaats door een kleiner en daardoor wendbaarder gemeentelijk apparaat. Ook Amsterdam volgde, vooral door het vergroten van de kritische massa.</p>
<p><strong>Minder bureaucratie, meer initiatieven</strong><br />
Het ‘open maken’ van data is niet alleen (of zou moeten zijn) een logisch onderdeel van een democratie. Het verminderd bureaucratie of veroorzaakt een toename van efficiency en transparantie, aldus Julian Tait van Open Data Manchester. Ondernemers en particulieren kunnen zich kritischer en proactiever opstellen. Door gegevens openbaar te maken kunnen ondernemers en particulieren immers beter (en kritischer) reageren en anticiperen op overheidsbeleid en besluiten. Ook voelen we ons meer betrokken bij de overheid door inzicht in de achtergrond van (ruimtelijke) beslissingen.</p>
<p>Een aantal hedendaagse filosofen voorspellen het al. <span style="text-decoration: underline;">Kennis was</span> macht. In de nieuwe tijd van de <a href="../blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/">improvisatie maatschappij</a> <span style="text-decoration: underline;">is kennis delen</span> macht. Dus ‘open en rauw maken’, die overheidsgegevens.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven van Edwin van Eis / gemeente Amsterdam</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De verstoorde relatie tussen stad en achterland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 02 Jul 2011 09:20:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nico Tillie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Energie]]></category>
		<category><![CDATA[Voedsel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2760</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/Hongerige-Stad.jpg" /> De Engelse Architecte Carolyn Steel beschrijft op inspirerende wijze hoe de relatie tussen voedsel, steden en logistieke systemen ons leven beïnvloedt. Maar ook hoeveel energie er in voedselproductie en transport omgaat en hoeveel wordt verspild. Het lijkt erop dat dit boek nog vele jaren besproken zal worden en nog lange tijd relevant zal zijn. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Voor diegene die de Engelse uitgave ‘ the Hungry City’ nog niet gelezen hadden, werd afgelopen maart de Nederlandse vertaling gelanceerd in aanwezigheid van de auteur zelf. De Engelse Architecte </strong><a href="http://www.hungrycitybook.co.uk/index.htm" target="_blank"><strong>Carolyn Steel</strong></a><strong> beschrijft hoe de relatie tussen voedsel, steden en logistieke systemen ons leven beïnvloedt. Hoeveel energie er in voedselproductie en transport omgaat, hoeveel wordt verspild en ga zo maar door. Het lijkt erop dat dit boek nog vele jaren besproken zal worden en nog lange tijd relevant zal zijn. De vervreemding van hoe ons voedsel op ons bord komt, waar het vandaan komt en welke processen daarachter zitten, sluit onze ogen voor het feit dat we als stedelijke samenlevingen steeds afhankelijker worden van een aantal ketens.</strong></p>
<p><strong>Bevoorraden</strong><br />
Interessant om te weten is dat de Romeinen hun voedsel al overal vandaan haalden. De aanvoer van producten was toen al enorm en kwam uit het hele Romeinse Rijk. Wat van ver kwam, werd meestal per schip vervoerd. Londen wordt in het boek specifiek uitgelicht. Beschreven staat dat er speciale veeroutes waren waarover het vee weken lang vanuit onder andere Schotland op weg was naar de veemarkten in de grote steden. In London kwam het vee aan in het noorden waar ook de vleesmarkten te vinden waren. Omdat graan en vis via de rivier kwam, waren die markten aan de Thames te vinden. In de straatnamen van de stad valt dus veel af te lezen. Variërend van de Graanmarkt, Vismarkt, Zalmhaven, Botersloot tot Veemarkt vind je in iedere oude stad  de geschiedenis van de voedselbevoorrading terug. Uiteraard geldt dat ook voor veel andere straatnamen. Zo was de Lijnbaan een lange strook land waar touwen werden gemaakt voor de scheepvaart. Touw werd gemaakt van vlas of lijnvezels.</p>
<div id="attachment_2840" class="wp-caption alignnone" style="width: 440px"><a rel="attachment wp-att-2840" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/20060626_parijs-008-3/"><img class="size-large wp-image-2840  " title="20060626_Parijs 008" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/20060626_Parijs-0081-1024x768.jpg" alt="" width="430" height="323" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Nico Tillie</p></div>
<div class="mceTemp">
<dl id="attachment_2837" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px;">
<dt class="wp-caption-dt"> </dt>
</dl>
</div>
<p>Stad en land hadden eeuwenlang een innige relatie. Het voedsel kwam zichtbaar de stad in en werd daar verhandeld. Met de intrede van de spoorwegen werd het opeens mogelijk om veel sneller voedsel de stad in te krijgen.  De relatie tussen stad en land werd hiermee verstoord.  De uitgestrekte landbouwgebieden in de Verenigde Staten konden worden ontsloten via het spoor. Graan was wereldhandel geworden. Toen het mogelijk werd voedsel ook langer vers te houden of te conserveren of in te vriezen kwam het werd het voedsel aan de rand van steden in loodsen distributiecentra opgeslagen van waaruit het verspreid werd. Aan het oog ontrokken werd zo de relatie die mensen met voedsel hadden langzamerhand verbroken.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Afhankelijkheid</strong><br />
De laatste jaren wordt er veel onderzoek gedaan naar ‘resilliant cities’. Steden die niet alleen beschermd moeten zijn tegen gevolgen van klimaatverandering zoals overstromingen, droogte en hittestress, maar ook een bepaalde veerkracht moeten hebben om snel te kunnen herstellen van dergelijke calamiteiten. Om de ‘hongerige stad’ in een breder perspectief te plaatsen kun je jezelf afvragen of veerkrachtige steden niet meer zijn dan waar men het nu over heeft. Na het lezen van dit boek, maar ook literatuur over energie en grondstoffen, is het des te meer duidelijk dat alle moderne steden aan het infuus liggen. Een veerkrachtige stad is dus niet een stad die alleen op overstromingen, droogte en hittestress kan reageren, maar ook een stad die voor tenminste een deel kan terugvallen op zijn lokale en regionale potenties wat betreft voedsel, energie en materialenvoorziening.</p>
<blockquote><p>Een veerkrachtige stad is dus niet een stad die alleen op overstromingen, droogte en hittestress kan reageren, maar ook een stad die voor tenminste een deel kan terugvallen op zijn lokale en regionale potenties wat betreft voedsel, energie en materialenvoorziening.</p></blockquote>
<p>Overigens beschrijft Steel ook dat er vaak maar een paar grote spelers zijn die een hele voedselketen in handen hebben. Hoe onze steden worden voorzien van voedsel is op zich zelf een topprestatie. Maar in hoeverre is dit systeem zonder falen. Ook als we daarbij de groei van de wereldbevolking in acht nemen en het feit dat honderden miljoenen hun levensstandaard zien stijgen en onder andere meer vlees gaan eten. De mens is afhankelijk van het natuurlijk systeem en het kost nu eenmaal vele malen meer energie en ruimte om een kilo vlees dan een kilo graan te produceren. Ook de diversiteit van producten die we eten staat steeds meer onder druk waren er vroeger nog een paar honderd appelrassen in Engeland, nu worden slechts een paar aangeboden omdat de meeste niet geschikt zijn voor het distributieproces. In landen als India gaan lokale boeren die eeuwenlang streekrassen hebben geteeld en dus optimaal aangepast zijn aan lokale omstandigheden over op ‘moderne’ genetisch gemodificeerde gewassen waarbij ze dan ook nog afhankelijk zijn van bepaalde pesticiden. De afhankelijkheid wordt groter, de diversiteit kleiner en de veerkrachtigheid minder. De moderne voedselindustrie verbruikt veel fossiele energie (ook door kunstmest), en heeft een enorm milieu impact.</p>
<p><strong>Sitopia</strong><br />
In ieder geval is duidelijk dat steden deels van dat infuus af moeten. Initiatieven als regionale producten en stadlandbouw zijn een begin. Maar wat te denken van steden die op grote schaal hun voedselproductie integreren. In het boek worden de nog te bouwen eco-stad <a href="http://sustainablecities.dk/en/city-projects/cases/dongtan-the-world-s-first-large-scale-eco-city" target="_blank">Dongtan</a> bij Shanghai en <a href="http://www.hungrycitybook.co.uk/blog/?page_id=17" target="_blank">Sitopia</a>, een stad die haar eigen voedsel verbouwd, beschreven.</p>
<p>Wellicht dat onze toekomstige steden kruisingen zijn tussen iets als het Westland en Rotterdam waar voedselproductie maar ook energie in de vorm van warmte een synergetische relatie met de stad heeft. Waarin de kassen op de daken niet alleen voedsel maar ook biologische grondstoffen voor de chemische of pharmaceutische industrie produceren. Welllicht een mooie opgaven voor de volgende  <a href="http://www.eowijers.nl/" target="_blank">Eo Wijersprijsvraag</a>. Maar voordat ik te ver afdwaal wens ik u veel leesplezier toe want dit boek is naar mijn idee echt een standaardwerk.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><a href="http://www.naipublishers.nl/architectuur/hongerige_stad.html">De Hongerige Stad &#8211; Hoe voedsel ons leven vormt</a> (Nai Publishers)<br />
Vormgeving: Riesenkind, Paperback, Geïllustreerd (zw/w), 340 pagina&#8217;s, Formaat: 17 x 24 cm. Nederlandse editie, ISBN 978-90-5662-805-5, € 19,95</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Krimpgroeien</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Jun 2011 20:23:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Custers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Peel en Maas]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2811</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/welzijn-versterkt-1.jpg" /> Bestuurders en maatschappelijke organisaties piekeren zich suf om dorpen en wijken in krimpgebieden leefbaar te houden. Grote afwezigen in het debat zijn de burgers. Hoog tijd voor een echte kanteling: laat burgers niet alleen ‘meedenken en meedoen’, maar geef ze het primaat op het gebied van gemeenschapsontwikkeling en sociale vitaliteit.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><script type="text/javascript"></script><strong>Bestuurders en maatschappelijke organisaties piekeren zich suf om dorpen en wijken in krimpgebieden leefbaar te houden. Grote afwezigen in het debat zijn de burgers. Hoog tijd voor een echte kanteling: laat burgers niet alleen ‘meedenken en meedoen’, maar geef ze het primaat op het gebied van gemeenschapsontwikkeling en sociale vitaliteit.</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Lokale bevolking</strong><br />
Bevolkingsdaling gaat gepaard met vergrijzing en ontgroening. Met als gevolg een toenemende vraag naar zorgvoorzieningen, maar tegelijkertijd een afnemend draagvlak voor de broodnodige voorzieningen. In bijna alle beleidsdocumenten worden deze gevolgen van krimp gepresenteerd als zaken die de overheid en maatschappelijke organisaties moeten oplossen. De causale redenering luidt: ‘we hebben een probleem, dat leidt tot de volgende analyse, waarbij de volgende oplossingen passen’. Vrijwel automatisch nemen overheid en maatschappelijke organisaties het probleemeigenaarschap op zich.</p>
<p>Sociale voorzieningen laagdrempelig aanbieden is lastig, zeker in deze tijden van crisis. Bezuinigingen en schaalvergrotingen leiden vaak tot verzet van burgers, en daarmee tot verharding van hun relatie met de overheid. Het paradoxale is dat de overheid dit over zichzelf heeft afgeroepen. De afgelopen decennia heeft de overheid stelselmatig haar invloed op de samenleving vergroot door te pas en te onpas in te grijpen. De burger is daaraan gewend geraakt en gedraagt zich daardoor steeds meer als een ‘claimende consument’.</p>
<blockquote><p>Geef de burgers het vertrouwen dat ze verdienen en hou gepaste afstand. Dat getuigt niet van onverschilligheid, maar juist van betrokkenheid.</p></blockquote>
<p>De centrale vraag is hoe ondanks bezuinigingen zorg- en welzijnsvoorzieningen op peil kunnen blijven, naar tevredenheid van de lokale bevolking. Onze stelling is dat burgers hierin zelf verantwoordelijkheid willen, kunnen en moeten nemen. Dit vereist sociale innovaties waarbij de burger probleemeigenaar wordt in plaats van consument. Vooral in krimpgebieden, waar de druk op voorzieningen door dalend inwoneraantal én financiële bezuinigingen des te groter is, vormt dit een interessant alternatief.</p>
<p>‘Meer ruimte voor de burger’ is een veelgehoorde kreet, maar daar blijft het vooralsnog bij. In de praktijk laat de overheid nauwelijks ruimte aan burgers om zelf aan de slag te gaan. Het zou van visie en lef getuigen als overheden, nationaal en lokaal, hun relatie met burgers écht ter discussie zouden stellen. En dat gaat verder dan proberen ‘de politiek dichter bij de burger te brengen’. Want dat leidt alleen maar tot een nog grotere claimneiging van burgers.</p>
<p><strong>Zelfsturing</strong><br />
Er zijn gelukkig uitzonderingen op de regel; er bestaan initiatieven die daadwerkelijk meer ruimte voor de burger creeëren. In de gemeente Peel en Maas in Limburg wordt al ruim tien jaar gewerkt aan het concept ‘<a href="http://www.proeftuinzelfsturing.nl" target="_blank">gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing</a>’, een samenwerking tussen gemeenten, provincie, welzijnsorganisaties, hogeschool Zuyd en de vereniging kleine kernen Limburg. Zelfsturing wil zeggen dat overheid en maatschappelijke organisaties ruimte geven aan dorps- of wijkgemeenschappen, verenigingen, gezinnen en individuen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van hun leefomgeving. Inwoners en de gemeente Peel en Maas kwamen bijna gelijktijdig met dit initiatief, als antwoord op de krimpperspectieven die toen al werden herkend.</p>
<div id="attachment_2813" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2813" href="http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/dorpsbusje-meijel-kl/"><img class="size-full wp-image-2813" title="dorpsbusje-meijel-kl" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/dorpsbusje-meijel-kl.jpg" alt="" width="510" height="371" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Jan Custers</p></div>
<p>De realiteitszin was van begin af aan groot: in plaats van in te zetten op bevolkingsgroei juist richten op nieuwe vormen voor het leveren van sociale voorzieningen. Dat betekent nadenken hoe je alleen of samen met een naastgelegen dorp de basisschool kunt behouden of een dagvoorziening of dorpsvervoer kan starten, gerund door vrijwilligers met een minimale professionele ondersteuning. Het betekent als dorpsgemeenschap zelf een toekomstvisie ontwikkelen en deze vertalen in plannen en projecten waar inwoners de schouders onder zetten. Uitgangspunt is dat altijd het dorp eigenaar blijft van de voorziening.</p>
<p>De nieuwe aanpak werkt: de inwoners zijn enthousiast, nemen daadwerkelijk verantwoordelijkheid en zijn creatiever geworden in het bedenken van oplossingen op maat voor hun eigen dorp. Bijkomend voordeel is bovendien de winst aan sociale cohesie die dit proces oplevert: bewoners hebben meer contact met elkaar, meer voor elkaar over. Een belangrijke winst in de leefbaarheid.</p>
<p><strong>Hobbels </strong><br />
Het zelfsturingsmodel heeft in Peel en Maas gezorgd voor een verandering in de relatie tussen overheid en lokale gemeenschap. Maar er liggen ook bedreigingen op de loer. Zo kan het zijn dat in een dorpsgemeenschap een ‘nieuwe elite’ ontstaat die ‘voor het dorp gaat denken’. Wat eerder de gemeente deed (‘wij weten wat goed voor u is’) wordt nu overgenomen door voortrekkers uit het dorp. Vaak met de allerbeste bedoelingen, maar met het effect dat de verantwoordelijkheid opnieuw van de inwoners wordt afgepakt. Het blijft dus zaak om de communicatie in het dorp op een hoog peil te houden. Het dorpsoverleg vervult daarbij een belangrijke rol.</p>
<p>Een tweede hobbel zit bij overheid. Een probleem dat zich lijkt op te dringen is de controlezucht van de overheid om het speelveld zo veel mogelijk hetzelfde te houden. Veel bestuurlijke energie wordt gestoken in het interne proces van het voldoen aan de uitvoeringsregels in plaats van in het behalen van maatschappelijk relevante resultaten.</p>
<p>Bij experimenten met zelfsturing moet de overheid afstappen van ingesleten werkwijzen en moet leren ‘loslaten’. Geef de burgers het vertrouwen dat ze verdienen en hou gepaste afstand. Dat getuigt niet van onverschilligheid, maar juist van betrokkenheid. Op die manier respecteer je lokale verschillen in sociale vitaliteit: in de ene gemeente werkt zelfsturing anders dan in de andere. De constante factor is het vertrouwen in het oplossend vermogen en verantwoordelijkheidsgevoel van mensen zelf.</p>
<p><strong>Ook buiten krimpgebieden</strong><br />
Het concept van zelfsturing is geen dromerij, maar een zeer werkbaar platform om problematiek rondom sociale voorzieningen én sociale cohesie aan te pakken. In die zin past zelfsturing niet alleen in krimpgebieden, maar overal waar behoefte is aan gemeenschapsvorming. Zelfsturing gaat daarbij niet om grootse projecten, maar om kleinschalige plannen die bijdragen aan de leefbaarheid in een specifieke kern of dorp. Het is dus geen nieuwe methodiek die past in het rijtje van inspraak, meespraak en burgerparticipatie. Maar een manier van kijken, denken en analyseren waarmee het mogelijk is het voorzieningenniveau op een aanvaardbaar peil te houden, sociale cohesie te bevorderen en claimgedrag van de burger in toom te houden. Een drievoudige kwaliteitsslag dus.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven gemaakt door Jan Custers.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De belofte van de georganiseerde vrijheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Jun 2011 19:42:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[planogie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2779</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/HansBoutellier.jpg" /> Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de VU in Amsterdam, schreef onlangs het boek ‘De improvisatiemaatschappij’. Hierin biedt hij een constructieve visie op de schijnbare chaos waarin wij leven. Boutellier beschrijft onder andere drie ‘ordeningsprogramma’s’ die orde moeten scheppen, maar daar slechts deels in slagen. Hij concludeert dat de samenleving het best te begrijpen is als ‘improvisatiemaatschappij’. RUIMTEVOLK las het boek en sprak met hem. "Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet." ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Hans Boutellier, directeur van het <a href="http://www.verwey-jonker.nl/" target="_blank">Verwey-Jonker Instituut</a> en bijzonder hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de VU in Amsterdam, schreef onlangs het boek ‘<a href="http://www.boomlemma.nl/criminologie-veiligheid/catalogus/de-improvisatiemaatschappij-1#" target="_blank">De improvisatiemaatschappij</a>’. Hierin biedt hij een constructieve visie op de schijnbare chaos waarin wij leven. Boutellier beschrijft onder andere drie ‘ordeningsprogramma’s’ die orde moeten scheppen, maar daar slechts deels in slagen. Hij concludeert dat de samenleving het best te begrijpen is als ‘improvisatiemaatschappij’. RUIMTEVOLK las het boek en sprak met hem.</strong></p>
<p><strong>Kunt u het boek kort toelichten?</strong><br />
Dit boek is voor mij wat voor een kunstenaar ‘zijn vrije werk’ is; tussen alle projecten door een grotere gedachte ontwikkelen. Het is een studie naar sociale orde. We leven in een tijd die door velen als chaotisch wordt ervaren en dat is begrijpelijk. In sociaal normatieve zin zitten we in een relatief ongeleide en ongestructureerde situatie. Vroeger leefden we in een verzuilde samenleving,  het is niet duidelijk wat daar voor in de plaats is gekomen. Het boek is een poging orde te ontdekken in wat op complexiteit lijkt zonder richting.</p>
<p><strong>Andere auteurs beschreven al die wanorde en chaos. Dit boek biedt juist een constructieve visie. Is dat een bewuste keus?</strong><br />
Ja. Wat mij tegenstaat in sommige boeken over de samenleving is een onverschillige houding. Een berusting in het idee dat wanorde en chaos noodzakelijk zijn. Dat is volgens mij een onthoudbaar en onaantrekkelijk perspectief. Ik geloof er niet in en ben op zoek gegaan naar een ordening. Die denk ik te hebben gevonden in de metafoor van de improvisatie.</p>
<p>Het kernprincipe van improvisatie is afstemming. Op anderen, op de omgeving. Geslaagde improvisatie staat ook in een traditie. <em>Free jazz</em> bijvoorbeeld is onmogelijk als kunstvorm zonder te breken met traditie. Zo is het op z’n minst toch interessant als commentaar daarop.</p>
<p>Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het begrip nog veel beter is dan ik dacht. Het belang van goede beheersing van je positie-rollenspel, en dus ook je kennis en vaardigheden. Iemand die op de piano speelt, moet niet op de trompet gaan toeteren. Improvisatie van iemand die zijn instrument niet goed beheerst, is niet om aan te horen.</p>
<blockquote><p>Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet.</p></blockquote>
<p><strong>Eén van de ordeningsprogramma’s die u omschrijft is dat rondom ‘actief burgerschap’. U concludeert dat zulke pogingen vaak teleurstelling opleveren en daarom heeft u het over ‘tegendemocratie’. Kunt u dat toelichten?</strong><br />
Het denken over participatie is vaak heel erg instrumenteel. Dat veronderstelt dat burgers zich als vanzelfsprekend voegen naar de doelen en de richting die door de overheid worden uitgezet. Dat is vaak niet zo, en misschien moet je dat helemaal niet zo zien. Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet. De uitdaging is productieve vormen te vinden om de stem van het volk uiting te geven, zonder dat die instrumenteel wordt ingezet. Heb meer oog voor de dynamiek die er is onder de burgers zelf en probeer daar aansluiting bij te vinden.</p>
<div id="attachment_2784" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2784" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/p1020985/"><img class="size-full wp-image-2784" title="P1020985" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/P1020985.jpg" alt="" width="510" height="335" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Inicio</p></div>
<p><strong>Hebben instituties nu een identiteitscrisis? </strong><br />
Enorm, ik zie veel geworstel in de praktijk. Het antwoord zit in het (her)ontdekken van je bestaansrecht. Wat is de kernfunctie van onze praktijk? Als je alles afpelt van wat in het onderwijs gaande is, dan is de kernfunctie overdracht: van kennis, vaardigheden, waarden, normen, levenservaring van de ene generatie op de andere. Daar kan je enigszins over twisten, maar dat is uiteindelijk min of meer de kern. Van daaruit kun je je rol bepalen in het samenspel met andere partijen.</p>
<p>Dat kan alleen zolang je primair je kernfunctie vervult. Corporaties lijken vaak een beetje de weg kwijt geraakt. Hun kernfunctie is iets als het bieden van betaalbare huisvesting in een leefbare woonomgeving. Van daaruit kan je redeneren wat je daar voor nodig hebt. Het zijn nu professionele vastgoedorganisaties geworden. Dan ben je kwijt waar je vandaan komt. Het is als met politieagenten die gaan voetballen met probleemjongeren of kantoortjes openen op scholen. Dat is de pianist die op de trompet gaat toeteren.</p>
<p><strong>Het terugvallen op kernfuncties heeft toch een gevoel van conservatisme. Waar het boek voor sommige mensen mogelijk leest als <em>‘ga maar free jazz spelen’,</em> zit er toch een bepaalde conservatieve trek in. Schoenmaker blijf bij je leest. Klopt dat?</strong><br />
Persoonlijk denk ik dat dit vanuit de notie van continuïteit om bepaalde organisaties overeind te houden, nodig is. Een andere metafoor die ik vaak gebruik, is die van het voetbalveld. Op het veiligheidsveld staat het strafrechtelijk systeem, justitie, in de goal. De hele samenleving staat naar de keeper te loeren om een veilige samenleving te garanderen. Dat is hetzelfde als naar een chirurg kijken om de samenleving gezond te maken. Idioot dus. Juist om voorin goed spel te spelen, op het niveau van sociale relaties tussen burgers, moet je van achteruit goed georganiseerd zijn. Je moet steeds analyseren waar de bal ligt en daar het arrangement maken. Om criminele jongeren aan te pakken moet je dus geen buurtbarbecue voor bewoners organiseren.</p>
<p><strong>Hoe verhoudt dit boek zich tot de ruimtelijke ordening als ordeningsprogramma? Zijn er dingen die planologen kunnen leren van dit boek?</strong><br />
Het idee van de spontane stad spreekt me wel aan. Maar ik leg wel heel nadrukkelijk de relatie met structuur daarin. Dus de ordenaars moeten ruimte geven aan de spontaniteit, maar dat doen ze eigenlijk door de voorwaarden daarvoor te organiseren. Het faciliteren van die spontaniteit, daar zit een rol voor de ruimtelijke ordening. Helemaal vrijgeven, daar geloof ik niet in. Dat is die poging tot <em>free jazz</em> die niks wordt. Je vertegenwoordigt als professional een traditie die je niet zomaar weg moet gooien.</p>
<p><strong>Biedt improvisatie voldoende houvast voor actie? Wat gaan we morgen anders doen?</strong><br />
Het boek lost niks op. Ik denk wel dat we een andere sociale voorstelling nodig hebben over hoe de samenleving in elkaar zit en functioneert. Op grond waarvan het perspectief verandert van wat je aan het doen bent. Wat ik vaak merk, is dat men zich door die complexiteit zonder richting ontzettend kan laten verlammen. Als je realiseert dat je eigenlijk heel goed in staat bent om je eigen improvisaties te maken, je eigen arrangementen te creëren zonder dat je verantwoordelijk bent voor de rest, en in het vertrouwen dat die rest zich op die zelfde manier ook organiseert,  krijg je een veel ontspannender beeld. Dat kan je veel energie geven en om te doen wat je kan, gegeven de scope van je mogelijkheden. Zonder dat je hoeft te wachten op de grote ideeën of de grote leider die je vertelt hoe het moet.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Hans Boutellier: ‘De improvisatiemaatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld’<br />
Uitgeverij: <a href="http://www.boomlemma.nl/home" target="_blank">Boom|Lemma uitgevers</a>, Den Haag (2011) ISBN: 978 90 5931 625 6</em></p>
<p><em>Recensie: <a href="http://www.boomlemma.nl/system/product_reviews/uploads/942/original/NRC%20Handelsblad_11%20februari%202011.pdf?1298888816" target="_blank">NRC Handelsblad</a><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Koppeling energietransitie en krimp biedt kansen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/koppeling-energietransitie-en-krimp-biedt-kansen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/koppeling-energietransitie-en-krimp-biedt-kansen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 26 Jun 2011 19:51:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nico Tillie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Energietransitie]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Veenkolonien]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2766</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/DSAROTTERDAM.jpg" /> De Eo Wijersstichting heeft voor de negende editie het thema Krimp, energietransitie en ruimtelijke kwaliteit gekozen. Van de regio’s die zich hadden aangemeld voor de prijsvraag is Veenkoloniën in Groningen de ontwerpregio geworden. Een gebied dat van oudsher zijn karakter ontleent aan energiewinning. Aan ruimtelijke ontwerpers van nu de uitdaging om opnieuw naar energie en ruimte te kijken in deze krimpregio. Een van de meest interessante prijsvragen sinds vele jaren!
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De <a href="http://www.eowijers.nl/" target="_blank">Eo Wijersstichting</a> heeft voor de negende editie het thema Krimp, energietransitie en ruimtelijke kwaliteit gekozen. Van de regio’s die zich hadden aangemeld voor de prijsvraag is Veenkoloniën in Groningen de ontwerpregio geworden. Een gebied dat van oudsher zijn karakter ontleent aan energiewinning. Aan ruimtelijke ontwerpers van nu de uitdaging om opnieuw naar energie en ruimte te kijken in deze krimpregio. </strong></p>
<p>Tot 5 jaar geleden dacht de gemiddelde architect,  stedenbouwer, landschapsarchitect of planoloog niet of zelden na over energie in relatie met architectuur, ontwerpen of überhaupt stedenbouw of regionale planning. Immers, gas komt uit de gaskraan en elektriciteit uit het stopcontact! Energie was dus geen issue, maar dat is de laatste jaren radicaal veranderd. Energietransitie staat in het middelpunt van de belangstelling. Tegelijkertijd krijgen steeds meer gebieden buiten de Randstad te maken met krimp. Door energietransitie te verbinden aan krimpende regio’s heeft de Eo Wijersstichting een gouden greep gedaan naar mijn idee. In een krimpende regio worden de kaarten voor een deel weer opnieuw geschud of komt ruimte ‘vrij’. Welke kansen biedt dat?</p>
<p><strong>Krimp</strong><br />
De verwachtingen in Nederland zijn dat de Randstad nog zal groeien ten koste van de gebieden aan de randen van Nederland, waar de bevolkingsdaling op veel plekken al is ingezet. In <a href="http://www.parkstad-limburg.nl/" target="_blank">Parkstad Limburg</a> is de krimp al begonnen en zijn al diverse plannen gemaakt. De regio is naar aanleiding van deelname aan de Eo Wijersprijsvraag meteen voortvarend met diverse partijen aan de slag gegaan. Binnenkort zullen we daar vast veel meer van horen.</p>
<p>Denkend vanuit groei is krimp uiteraard iets vreemds. Functies vervallen, er komen minder woningen, maar meer ruimte. Door krimp kan de sociale cohesie onder druk komen te staan, blijven  investeringen weg en wordt de arbeidsmarkt steeds kleiner. Ook treedt de ontwikkeling op dat bij verouderd woningbezit en lage huurprijzen de energiekosten de huur kunnen overstijgen. Zou energietransitie de negatieve effecten van krimp (deels) teniet kunnen doen en een krimpregio een kwalitatief hoogwaardige leefmilieu kunnen bieden? Die vraag is waar het in de prijsvraag over gaat. Naar mijn idee een van de meest interessante prijsvragen sinds vele jaren!</p>
<p><strong>Energietransitie</strong><br />
Energie is hot. Zo hot, dat we moeten zorgen dat we de data, aanpak en principes goed op een rijtje hebben alvorens aan de slag te gaan. Argumenten voor een energietransitie hebben zich de laatste jaren opgestapeld. Denk maar aan de afhankelijkheid van fossiele bronnen en van de producerende landen, de 40 miljard die we jaarlijks aan import van energie uitgeven, CO2 uitstoot en klimaatverandering. Maar denk ook aan kansen voor lokale werkgelegenheid en het gebruiken van hernieuwbare energie.</p>
<p>Interessant is bijvoorbeeld de Rotterdamse Energie Aanpak (<a href="http://www.iktekenervoor.nl/documents/reap_rapport.pdf" target="_blank">REAP</a> van de TU Delft om 3 locaties in de stad energieneutraal te maken. Hierin wordt direct een relatie gelegd met mogelijk potentiele oplossingen. In wordt met name het benutten van reststromen extra benoemd en  de schaalvergroting van gebouw naar buurt, wijk en stedelijk regionaal niveau. Met verbruiks- en energiepotentiekaarten wordt energie als het ware een hanteerbare ‘laag’ in de ruimtelijke ordening. Daar is grote behoefte aan, immers energie is vrij abstract in vergelijking met bijvoorbeeld water.</p>
<p>Ook interessant zijn de boeken <a href="http://www.withouthotair.com/" target="_blank">‘Energy without hot air’</a> van Mackay waarin ook wordt ingegaan op scenario’s zoals hoe het Verenigd Koninkrijk zelfvoorzienend te krijgen. De Energie survivalgids van Jo Hermans was voor mij erg goed om energie in de vingers te krijgen. Onlangs is ook het boek ‘Energielandschappen, de derde generatie’  van Noorman en de Roo uitgekomen dat ook een belangrijke link heeft met het SREX project.</p>
<p><strong>SREX</strong><br />
Potentiële inschrijvers aan de prijsvraag wil ik het project <a href="http://www.exergieplanning.nl/" target="_blank">SREX</a> niet onthouden. SREX staat voor synergie tussen regionale planning en ‘exergie’ (ruimte en energie efficiënt aan elkaar koppelen, red). Het is een project dat in 2006 is begonnen, gefinancierd door Senternovem, nu Agentschap NL als onderdeel van de energie onderzoeksstrategie. Gecoördineerd door Andy van den Dobbelsteen hebben de deelnemende partijen (TU Delft, Rijksuniversiteit Groningen; Wageningen Universiteit; Hogeschool Zuyd, en TNO) de afgelopen jaren zeer vernieuwend werk afgeleverd. Zoals het promotiewerk van Sven Stremke van de Wageningen Universiteit en Rob Roggema en Leo Gommans van de TU Delft.</p>
<p>Een drietal belemmeringen lijken volgens de SREX-website een belangrijke rol te spelen bij een succesvolle transitie naar een samenleving gebaseerd op een duurzame energievoorziening: energiegeoriënteerde disciplines en ruimtelijke disciplines vinden elkaar onvoldoende; het regionale schaalniveau wordt daarbij niet gebruikt voor de synthese tussen energie en ruimte; exergie wordt nog niet toegepast om op regionale schaal de synergie te bereiken.</p>
<p><strong>Tot slot</strong><br />
Gelukkig zijn in de ruimtelijke ordeningswereld inmiddels veel energieprojecten opgestart. En wordt steeds breder naar duurzaamheid gekeken, zodat het niet alleen maar energie is dat de klok slaat. Het gaat ook om het inrichten of ontstaan van goede leefmilieus voor ons zelf en toekomstige generaties. De opkomst van duurzaamheidslabels en tools op gebiedsniveau laat dit ook zien. Het blijft echter naar mijn mening cruciaal om aan energie aandacht te besteden. Op papier denken we vaak dit varkentje al gewassen te hebben, maar niets is minder waar. Om dan nog maar te zwijgen over zeldzame metalen en andere (eindige) natuurlijke hulpbronnen.</p>
<p>Deze Eo Wijersprijsvraag is een kans om dit soort opgaven nog beter in de vingers te krijgen. Grijp deze kans zou ik zeggen, energie zal nog lange tijd onderdeel blijven van onze plannen!</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Afbeelding boven: DSA Rotterdam</em></p>
<p><em>Deze maand is de inschrijving voor de Eo Wijersprijs geopend: zie ook <a href="http://www.eowijers.nl/">http</a><a href="http://www.eowijers.nl/">://</a><a href="http://www.eowijers.nl/">www</a><a href="http://www.eowijers.nl/">.</a><a href="http://www.eowijers.nl/">eowijers</a><a href="http://www.eowijers.nl/">.</a><a href="http://www.eowijers.nl/">nl</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/koppeling-energietransitie-en-krimp-biedt-kansen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zelfredzaamheid is het mantra in de ruimtelijke ordening</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 24 Jun 2011 07:35:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Renooy</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2775</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_3568.jpg" /> Hij is er! De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Misschien was  “Infrastructuurvisie Ruimte” een betere titel geweest. Want bij lezing blijkt er wel er veel nadruk te liggen op wegen, mobiliteit en bereikbaarheid. En ondertussen lijkt de 'ruimtelijke ongelijkheid' alleen maar toe te nemen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Hij is er! De nieuwe <a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimte-en-mobiliteit/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/06/14/kamerbrief-structuurvisie-infrastructuur-en-ruimte.html" target="_blank">Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte</a>. Misschien was  “Infrastructuurvisie Ruimte” een betere titel geweest. Want bij lezing blijkt er wel er veel nadruk te liggen op wegen, mobiliteit en bereikbaarheid.</strong></p>
<p>Voor de visie is echter nog belangrijker dat het kabinet de sterke punten van ons land als uitgangspunt neemt. De eerder door het ministerie van EL&amp;I aangewezen “economische topsectoren” spelen een sturende rol in de visie op de indeling van onze ruimte. Voor de stedelijke regio’s waar zich deze sectoren bevinden wordt veel uit de kast gehaald. De main- brain- en greenpoints zullen fileloos bereikbaar moeten zijn, er moeten (veel) woningen bij en de energietoevoer moet robuust gemaakt worden. In de SVIR staat het dan ook zwart op wit: het Rijk “investeert daar waar onze nationale economie er het meest bij gebaat is” (p.6). En dat is dus niet in krimpregio’s…..</p>
<p>Voor deze regio’s, die zich volgens de visie aan de randen van ons land bevinden, blijft niet veel over. Weliswaar wordt geconstateerd dat zich in die regio’s problemen kunnen voordoen op het gebied van woningvoorraad, bedrijventerreinen en voorzieningenaanbod, maar wat die problemen zijn blijft duister. En wat de oplossingen kunnen zijn al helemaal. Nergens in het document geeft het kabinet ook maar een begin van een visie op de ontwikkeling van die gebieden die niet tot “de top” behoren. In 2040 zijn we volgens het kabinet één van de meest concurrerende landen ter wereld, met optimale bereikbaarheid en het is buitengewoon veilig en leefbaar, met name voor bedrijven en kenniswerkers. Hoe het leven er “aan de randen” van ons land uit zal zien, blijft ongewis. Daar, in die gebieden die zo weinig bijdragen aan onze nationale economie, daar mogen decentrale overheden het zelf uitzoeken. De “daadwerkelijke vraag” van bewoners, bedrijven en organisaties  wordt daarbij leidend, aldus de visie. Wanneer gemeenten er samen niet uitkomen, dan moet de provincie de regie nemen.</p>
<div id="attachment_2777" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2777" href="http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/img_1758/"><img class="size-full wp-image-2777" title="IMG_1758" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_1758.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><p class="wp-caption-text">Zuid-Limburg</p></div>
<p>Het kabinet laat hier kansen liggen. Ten aanzien van de krimpregio’s zijn we geen stap verder dan onder het vorige ruimtelijke regime. Geen antwoord op de vraag of we de concentratie van wonen en werken in de Randstad als wenselijk zien, geen antwoord op de vraag hoe we omgaan met bevolkingsdaling in zes van de tien gemeenten, geen antwoord op de vraag hoe het zit met grensoverschrijdende vraagstukken, geen antwoord op de vraag hoe we via slim beleid krimpregio’s kansen kunnen laten pakken op bijvoorbeeld duurzaam ondernemen, (in de agro, food of logistiek), geen antwoord op de vraag hoe de transitie in de krimpregio’s gefinancierd gaat worden.</p>
<p>Net als in de sociale zekerheid, bij inburgering, of in de zorg: zelfredzaamheid is het mantra. Ook in de ruimtelijke ordening dreigt de, in dit geval ruimtelijke, ongelijkheid toe te nemen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Delfzijl (foto: Sjors de Vries)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een gebouw als aanjager</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-gebouw-als-aanjager/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-gebouw-als-aanjager/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Jun 2011 20:13:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Matthijs Zaadnoordijk en Rogier Claassen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2739</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/P1020866.jpg" /> In de Nederlandse bouwpraktijk wordt veel gepraat over de manier waarop  gebiedsontwikkeling zou moeten starten. Begrippen als ‘aanjagers, katalysatoren’ of ‘incubators’ passeren hierbij vaak de revue. Maar wat bedoelt men precies hiermee? En hoe kunnen dergelijke aanjagers strategisch worden ingezet? Als we de Binckhorst in Den Haag, het Lloydkwartier in Rotterdam, de Piet-Heinkade en NDSM-werf in Amsterdam naast elkaar leggen, blijken er veel overeenkomsten tussen te zijn.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de Nederlandse bouwpraktijk wordt veel gepraat over de manier waarop  gebiedsontwikkeling zou moeten starten. Begrippen als ‘aanjagers, katalysatoren’ of ‘incubators’ passeren hierbij vaak de revue. Maar wat bedoelt men precies hiermee? En hoe kunnen dergelijke aanjagers strategisch worden ingezet? Als we de Binckhorst in Den Haag, het <a href="http://www.lloydkwartier.rotterdam.nl/" target="_blank">Lloydkwartier</a> in Rotterdam, de Piet-Heinkade en <a href="http://www.ndsm.nl/index.php" target="_blank">NDSM-werf</a> in Amsterdam naast elkaar leggen, blijken er veel overeenkomsten tussen te zijn.</strong></p>
<p>Gebouw- en gebiedsontwikkeling is de afgelopen decennia veel veranderd. Vroeger stelde de overheid of gemeente een masterplan op dat vervolgens in deelprojecten uitgevoerd werd. Tegenwoordig wordt een brede visie opgesteld die in de praktijk ingevuld moet worden door (kleinschalige) initiatieven vanuit de markt. De overheid heeft dus geen dicterende rol meer, en gebiedsontwikkelingen verlopen meer organisch*.</p>
<p>Hierbij komt een zeker dilemma  om de hoek kijken. Want hoe vul je een (grootschalige) visie in door middel van (kleinschalige) private initiatieven die je niet echt kunt sturen? Per initiatief of project moet een gemeente kijken of deze wel past binnen de opgestelde visie.  Uit de praktijk is gebleken dat vooral het eerste initiatief binnen een gebiedsontwikkeling van groot belang is. Dit gebouw vormt namelijk het voorbeeld dat andere projecten kunnen gaan volgen. Het eerste gebouw binnen een gebiedsontwikkeling is daarom cruciaal en geeft vorm aan de toekomst van het gebied dat ontwikkeld moet worden.</p>
<p>Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van het hoofdkantoor van MTV Networks op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord, dat (mede) andere grote namen als iDTV, Red Bull, HEMA en VNU Media aantrok. Door de huisvesting van MTV werd de NDSM-werf dus automatisch gevolgd door andere initiatieven. Het kan ook anders. Omdat de transformatie van de Piet-Heinkade naar een multifunctioneel gebied stokte, ging men hier over op een grote overheidsinvestering in het <a href="http://www.muziekgebouw.nl/muziekgebouw/" target="_blank">Muziekgebouw aan het IJ</a>. Dit moest een publiekstrekker worden voor andere bedrijven en gebouwen langs de kade.  De vraag is  of dat geslaagd is.</p>
<div id="attachment_2744" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2744" href="http://ruimtevolk.nl/een-gebouw-als-aanjager/img_1633/"><img class="size-full wp-image-2744" title="IMG_1633" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_1633.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Eerste ontwikkelingen in de transformatie van voormalig industriegebied Zollverein.</p></div>
<p><strong>Aanjager</strong><br />
Een gebouw heeft dus niet alleen zijn ‘eigen’ functie te vervullen, het is ook van betekenis voor de rest van het gebied. In ons onderzoek naar eerste gebouwontwikkelingen in de vier gebieden spraken we met gemeentes, ontwikkelaars, conceptontwikkelaars, beleggers, consultant en andere betrokken partijen of experts.  Daaruit bleek dat bij een eerste gebouw zeven effecten zich voordeden:  verandering van identiteit en imago, scheppen van vertrouwen, voorbode van kwaliteit, voorbeeldfunctie, selectie, trekken van publiek en stijging van de grondwaarde.</p>
<p>Het effect van een eerste ontwikkeling van een gebouw hangt enerzijds af van de eigenschappen van het gebied, en anderzijds van de eigenschappen die aan een eerste gebouw worden gegeven. De omgang met deze eigenschappen stuurt het effect. Bij gebiedseigenschappen moet bijvoorbeeld gedacht worden aan status en het imago van het gebied. Functioneert het nog of is het leegstaand? Heeft de omgeving een positieve of negatieve associatie met het gebied?</p>
<p>Zo is De Binckhorst in Den Haag bijvoorbeeld nog in gebruik en wordt door veel mensen geassocieerd met autobedrijven. Een overgang naar een multifunctioneel woon- en werkgebied zal daarom een hele verandering zijn. Op gebouwenniveau moet naar andere eigenschappen worden gekeken. Is het een gemeentelijke of private ontwikkeling? Dient het een publiek doel? Is het nieuwbouw of transformatie, tijdelijk of definitieve ontwikkeling? Een tijdelijk strand als Blijburg kan een grotere bekendheid genieten dan het hoofdkantoor van MTV. Dit zijn allemaal factoren die samenhangen met de toekomstige functie.</p>
<p><strong>Omgeving</strong><br />
Een bewuste omgang met de betekenis van  een eerste gebouw voor een gebied is belangrijk voor een succesvolle gebiedsontwikkeling. Als een dergelijke aanjager in een vroeg stadium van de gebiedsontwikkeling strategisch wordt ingezet kan dit een grote verrijking zijn van de toekomst van het gebied. Twee aspecten moeten hierbij niet uit het oog verloren worden.</p>
<p>Ten eerste heeft een gebouw niet alleen een eigen functie, maar ook een functie binnen het gebied. Vaak ligt de nadruk vooral op de functie van het gebouw, en wordt het gebied vergeten. De werking en de waarde van het gebouw binnen de omgeving wordt dan pas achteraf ‘gezien’ en ‘ontdekt’. Zo is het bijvoorbeeld gegaan bij de herontwikkeling van het <a href="http://www.architectenweb.nl/aweb/projects/project.asp?PID=9454" target="_blank">Jobsveem in Rotterdam</a>. De bekendheid van de feesten van de NOW&amp;WOW in een oud pakhuis aan het Jobsveem zijn pas later gebruikt om mensen te laten kennismaken met het gebied. Ook bij de NDSM-loods in Amsterdam-Noord verliep dit zo. Na hun gedwongen vertrek uit de gekraakte pakhuizen op de Piet-Heinkade werden ‘creatievelingen’ uit nood naar de NDSM-werf  verplaatst. Pas achteraf bleek dit een goed middel te zijn om mensen door middel van (kunst) festivals en feesten kennis te laten maken met het ruwe maar creatieve Amsterdam-Noord.</p>
<p>Deze effecten zijn niet af te dwingen, noch te voorspellen, maar bewustwording van het mechanisme maakt het wel mogelijk om gebiedsontwikkeling beter te kunnen sturen. <strong> </strong></p>
<p>Als het doel en de eigenschappen van de aanjager (het gebouw) van tevoren bepaald worden, kan dit de gewenste gebiedsontwikkeling een belangrijke zet geven. Als dit besef aanwezig is, kan een gebouw strategisch worden ingezet. De aanjager is een middel dat voor gebiedsontwikkelaars voorhanden is, maar dat wel vraagt om nieuwe manieren van samenwerken, investeren en ontwikkelen. Het biedt nieuwe mogelijkheden om transformaties van gebieden in gang te zetten, maar bewustzijn blijft de sleutel. Je moet weten waarom je iets doet. Of zoals Simon Sinek in zijn Golden Circle theorie (Ted.com) zei:  “People don’t buy what you do, people buy why you do it.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Van afgeleefd spoorwegterrein naar levendig gebied in Antwerpen.</em></p>
<p><em>Alle foto&#8217;s zijn gemaakt door de auteurs.</em></p>
<p><em>*Reiswijzer Gebiedsontwikkeling 2009, 2011</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-gebouw-als-aanjager/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Morgen gaan we open</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Jun 2011 20:31:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2736</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_0122.jpg" /> Een groep auteurs en opiniemakers van RUIMTEVOLK bezocht het Hakagebouw in Rotterdam voor een inspirerende avond over pionieren, experimenteren en organische gebiedsontwikkeling met de voeten in de klei. In de stroom aan verhalen over 'nieuwe vormen' van gebiedsontwikkeling is het tijd om een nuchter en praktisch geluid te laten horen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een groep auteurs en opiniemakers van RUIMTEVOLK bezocht het Hakagebouw in Rotterdam voor een inspirerende avond over pionieren, experimenteren en organische gebiedsontwikkeling met de voeten in de klei. In de stroom aan verhalen over &#8216;nieuwe vormen&#8217; van gebiedsontwikkeling is het tijd om een nuchter en praktisch geluid te laten horen.</strong></p>
<p>Het decor deze avond is een robuust Rotterdams gebouw aan een winderige, ruige laan die uitkijkt over de Vierhavens. Het <a href="http://www.hakagebouw.nl/nl/home" target="_blank">Hakagebouw</a> werd in 1932 gebouwd als hoofdkantoor van de coöperatieve groothandelsvereniging HaKa. Na jaren van leegstand kocht woningcorporatie <a href="http://www.vestia.nl/Pages/default.aspx" target="_blank">Vestia</a> het pand met het oog op de gebiedsontwikkeling <a href="http://www.stadshavensrotterdam.nl/" target="_blank">Stadshavens</a>. De gemeente Rotterdam heeft onlangs een ouderwets masterplan voor Stadshavens gepresenteerd en een dito convenant ondertekend met projectontwikkelaars.</p>
<p>‘Langzaam-aan-ontwikkelaar’ Ben ten Hove van <a href="http://urbanbreezz.com/nederlands" target="_blank">Urban Breezz</a> trekt zich weinig van deze plannen aan, vertelt hij ons. Urban Breezz exploiteert het pand van Vestia en is verantwoordelijk voor de conceptontwikkeling van het pand. Het organiseert regelmatig een ‘ondernemerstafel’ met bedrijven uit de buurt om eigen plannen te maken voor het gebied. Het HaKagebouw is dan ook de uitvalsbasis van het bureau met drie werknemers zonder vaste werkplek. “We hebben geen <em>masterplan</em>, maar een ‘<em>plan master’</em>, en dat ben ik”, vertelt Ten Hove. “Voor dit soort opgaven geloven we in kleine, slagvaardige organisaties. We hebben met elkaar een doel voor ogen, maar schuiven wekelijks naar links of rechts als reactie op externe omstandigheden of lokale invloeden. Toch zijn we gelijk begonnen. Het motto is: Morgen gaan we open!”</p>
<p>Tijdens de rondgang door het inspirerende gebouw komt de discussie over gebiedsontwikkeling als vanzelf volop op gang. Vanaf het dak kijken we uit over de Rotterdamse Stadshavens. Niemand van de aanwezigen gelooft erin dat een beperkt aantal partijen zo&#8217;n enorm gebied in een keer kan ontwikkelen. Het belang van een gemeenschappelijke strategie wordt onderstreept. Juist in een organisch model met veel kleinere organisaties, initiatieven en projecten is het noodzakelijk een bredere blik te houden. Bovendien maakt gebiedsontwikkeling bepaalde investeringen commercieel haalbaar door waardevermeerdering en/of compensatie van de ene vastgoedontwikkeling met de andere. Met dien verstande dat de aanwezigen zich serieus afvragen of de tijd dat vastgoed in waarde stijgt niet voorbij is.</p>
<p><strong>Boventoon</strong><br />
Het concept van het Hakagebouw is een levend laboratorium voor bedrijven op het gebied van water en energie. Geen bedrijfsverzamelgebouw, maar een <em>creative community. </em>Ten Hove: “Er  ontstaat hier een hechte groep van pioniers. De grotere pioniers zorgen voor toegang tot markten en kennis. De kleinere deelnemers brengen onbevangenheid, frisse energie en nieuwe ideeën in.” Binnen dit organische groeimodel wordt het complex van 12.000 vierkante meter gefaseerd herontwikkeld. Per laag wordt een andere architect gevraagd om een interieur te ontwerpen. De begane grond is nu ingericht en verhuurd, dus wordt de komende maanden de eerste verdieping opgeknapt.</p>
<p>Het concept vertaalt zich niet alleen naar technische maar ook naar sociale duurzaamheid. Zo werkt Urban Breezz voor de inrichting en de dienstverlening in HaKa samen met een team van het re-integratieproject ‘De Werk en Leerfabriek‘. Mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ kunnen zo onder professionele begeleiding weer enthousiast aan de slag. Ook grijpen ze graag terug naar de socialistische idealen die de boventoon voerden bij de oprichting van de HaKafabriek in de jaren dertig van de vorige eeuw. Primair doel was arbeiders betaalbare levensmiddelen te bieden, zoals Haka Koffie, Haka Zeep en Haka Erwten. Ten Hove laat zich duidelijk inspireren door de authenticiteit van het gebouw en haar vorige gebruikers: “We willen het oude verhaal doorvertellen en nieuw leven inblazen.”</p>
<div id="attachment_2738" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/img_0149/" rel="attachment wp-att-2738"><img class="size-full wp-image-2738" title="IMG_0149" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_0149.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">foto: Maaike Schravesande</p></div>
<p><strong>Herontwikkeling </strong><br />
Na de rondleiding door het gebouw gaat de discussie over geld, tijd en de rolverdeling bij organische ontwikkeling. Een openbaring voor de groep is herontwikkelen vanuit exploitatie, zoals dat in het HaKa gebouw wordt toegepast. Niet in een keer 12.000 vierkante meter bedenken, opknappen en in de markt zetten. Maar een visie voor de lange termijn ontwikkelen en pas weer iets opknappen als de exploitatie het toelaat.</p>
<p>Al snel wordt duidelijk dat een groep pioniers staat te trappelen om deze organische ontwikkeling in de praktijk te brengen en daarbij ‘gebiedseigen’ partijen te betrekken. Een ontwikkeling moet immers  vooral aanhaken bij de omgeving. Net als in het Hakagebouw zou je de gebiedseigen partijen moeten inventariseren en onderzoeken wat hun bijdrage in de gebiedsontwikkeling kan zijn.</p>
<p>Zo moet in het Hakagebouw een huurder ook deelnemer in het concept zijn, aldus Ten Hove. Architect Ebami Tom, pionier van het eerste uur en ook deze avond aanwezig, is hier een schoolvoorbeeld van. Een aantal jaren geleden voerde hij in het kader van een afstudeerproject onderzoek uit over het gebied. Toen hij kantoorruimte zocht in Rotterdam belde hij Vestia. De corporatie stond wel open voor een kleine creatieve huurder. In het begin was het soms wel afzien: “In de winter werkten we bij temperaturen onder het vriespunt een aantal maanden met jassen aan en mutsen op, omdat er door de verbouwing geen verwarming was.”</p>
<p>Ebami heeft zijn steentje bijgedragen door het gebouw in zijn eigen netwerk aan te bevelen. We vragen ons af waarom creatieve gebruikers nu nog moeten betalen voor dit soort ‘opstartgebruik’ of<em> z</em><em>wischennutzung</em>. Ook creatieven zijn een keer schaars, de waardevermeerdering en imagoverbetering door opstartgebruik is geld waard. Worden creatieve huurders straks betaald voor hun invulling van een gebouw?</p>
<p><strong>Uitzondering</strong><br />
In de praktijk zijn initiatieven als het HaKagebouw nog steeds eerder uitzondering dan regel. De aanwezigen wijten dit onder andere aan te hoge grondprijzen, kantoorkolossen die op verkeerde plekken gebouwd worde omdat overheden hun grondexploitaties sluitend moeten krijgen. Veel aanwezigen zien soelaas in de crisis: de overheid wordt minder dominant, corporaties trekken zich terug en particuliere initiatieven worden hopelijk minder vertroeteld. Iedereen is het erover eens dat overheidsbemoeienis flink moet worden teruggeschroefd. De overheid moet een <em>facilitator’ </em>zijn. Maar zover is het nog lang niet</p>
<p>De anekdotes uit de praktijk spreken boekdelen. Zo vertelt <a href="http://www.voile-architecten.nl" target="_blank">Saskia Beer</a> over de herontwikkeling van het Teleport-terrein in Amsterdam, waar de overheid uitnodigde voor tijdelijke invulling voor een periode van twee jaar. Maar de gemeente waarschuwde meteen dat het misschien niet doorging als er een rijke projectontwikkelaar voorbij zou komen. In diezelfde categorie volgt een anekdote van Jurgen Hoogendoorn over een andere gebied waarbij de ‘tijdelijke’ invulling van de burgemeester door het hele ambtelijk apparaat moest: “Zo wordt tijdelijkheid dus een procesopgave met zes fases.”</p>
<p>Aan het eind van de avond steekt iedereen de hand in eigen boezem. Wat kunnen we zelf doen? Daar zit (een deel) van het antwoord in: zelf initiatieven nemen, slimme allianties smeden en massa creëren om een ontwikkeling van de grond te krijgen. Dus ongeïnspireerde zappers van Nederland: kom van de bank af en zaai je eigen buurtpark, timmer je eigen huis en beleg in je eigen zaak. Kortom: ‘Morgen gaan we open!’</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Zicht op de Stadshaven vanuit Hakagebouw (foto: Maaike Schravesande)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stop de stoplap!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 11 Jun 2011 06:12:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2722</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/huiskamer-NL-groot.jpg" /> Met samengeknepen billen worden alle functies netjes verdeeld over stad en land. Iedereen is gelijk en heeft recht op alles. Met als doel dat iedere Nederlander zich keurig gedraagt binnen de regels van de ruimtelijke ordening. Maar dat gebeurt niet. De overheidsgestuurde, van bovenaf opgelegde ruimtelijke ordening loopt al jaren niet meer synchroon met de persoonlijke en geïndividualiseerde ordening. Het is helemaal niet de bedoeling dat U, wonend in Almere, in de auto stapt om aan te sluiten in de dagelijkse file naar Amsterdam om daar te gaan werken. Dat werken moet U in Almere doen!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Elk rapport over herstructurering, elk nieuw bestemmingsplan en iedere toekomstvisie heeft het over ‘de inrichting van Nederland’ als was het een huiskamer” aldus de in Nederland wonende Duitse journaliste Annette Birschel in Do is der Bahnhof, Nederland door Duitse ogen. Dat heeft consequenties voor de manier waarop met de ruimtelijke ordening wordt omgegaan: als iets absoluut heiligs, noodzakelijks en onoverkomelijks. Met samengeknepen billen worden alle functies netjes verdeeld over stad en land. Iedereen is gelijk en heeft recht op alles. Met als doel dat iedere Nederlander zich keurig gedraagt binnen de regels van de ruimtelijke ordening. Maar dat gebeurt niet. De overheidsgestuurde, van bovenaf opgelegde ruimtelijke ordening loopt al jaren niet meer synchroon met de persoonlijke en geïndividualiseerde ordening. Het is helemaal niet de bedoeling dat U, wonend in Almere, in de auto stapt om aan te sluiten in de dagelijkse file naar Amsterdam om daar te gaan werken. Dat werken moet U in Almere doen!</p>
<p>Wie in Nederland om zich heenkijkt mag zich serieus afvragen of de omgeving die hij ziet dankzij of ondanks die ruimtelijke ordening is veroorzaakt. Ik noem de willekeurige branieparken langs vijfbaanssnelwegen, vol met kantorenkerkhoven. Voorheen prachtige zichtlocatie, weet U nog? Nu de beste garantie voor leegstand, want volstrekt monofunctioneel. Gebouwd in Nederland, dat zo trots is op zijn ruimtelijke ordening.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2725" href="http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/iedereen/"><img class="alignnone size-full wp-image-2725" title="iedereen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/iedereen.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p>Daarom: nu het lente is wordt het tijd om huiskamer Nederland zorgvuldig uit te mesten. Deze staat vol ouwe troep en afgekloven clichés die bij het grofvuil kunnen. Daar is het huidige kabinet al mee begonnen, door de ministeries flink te <a href="http://www.binnenlandsbestuur.nl/bb-magazine.1122991.lynkx" target="_blank">husselen en veranderen</a>. Dat heeft als flink wat stof doen opwaaien. Ook de rapportage <a href="http://www.bnsp.nl/files/Pre-advies_samenvatting.pdf" target="_blank">‘Luchtbellen en luchtkastelen in de ruimtelijke ordening: wie prikt ze door?’</a>van de Universiteit van Amsterdam laat zie dat de ruimtelijke ordening in Nederland overvol zit met vooringenomen ideologische, niet gestaafde aannames en waar kritische noten uit den boze zijn.</p>
<p>Met een beetje lef is veel meer mogelijk. Een voorbeeld: bij een <a href="http://www.stedelijkinterieur.com/seminartour.php?task=2010seminar2" target="_blank">congres</a> in 2010 waar de mogelijkheden van tijdelijkheid werden onderzocht was ik (net als de permanente staat van Tweede Kamerleden) GESCHOKT en VERBIJSTERD over de wettelijke mogelijkheden die er zijn om (tijdelijkheid) te gedogen. Weinig bestuurders hebben de ballen dat te proberen. Opvallend dat dit niet bekend is, nog opmerkelijker dat het niet veel meer gedaan wordt en ontluisterend dat bestuurders daar geen gebruik van maken. Men blijft steken in de discussie over het wel of niet afschaffen van regels. Maar: deal with it; die regels krijg je toch nooit weg, net als spinnen, luizen en huismijt. Die komen ieder jaar weer terug, kan je ook niet afschaffen, maar moeten doelgericht afgestoft worden en (tijdelijk) bestreden. Net als zevenkoppige draak.</p>
<p>In de wereld van het plannen en bouwen gebeurt op dit ogenblik heel veel dat onzeker en spannend is: leegstand, nieuwe vormen van werken, hoe om te gaan met tijdelijkheid, de vastgelopen woningmarkt, het energievraagstuk. Een aantal rotsvaste beginselen van de ruimtelijke ordening worden eindelijk eens ter discussie gesteld. De stoplappen die wij vakgenoten telkens weer naar voren halen als er iets te ruimtelijk ordenen valt werken niet meer. De hieronder beschreven stoplappen zijn vanaf nu uit den boze:</p>
<p>Sociale, etnische en economische menging is goed voor de samenhang in een buurt. <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=2395" target="_blank">Onderzoek</a> wijst uit dat dit niet zo is. Een cliché vooral gebezigd door professionals die zelf in een totaal ontmengde buurt wonen. Kunstenaars versterken de sociale cohesie in achterstandsbuurten. Tot de kunstenaar de buurtbewoners tegen de gemeente opzetten. Dat is dan weer niet de bedoeling. Of het leidt tot ingekapselde overheidsgestuurde sociale prestatiedoelen gestuurde kunst. Vaak niet om aan te zien, met 0,0 artistieke waarde. Het ombouwen van kantoren tot woningen lost de woningnood op. Graag spreek ik met de eerste persoon die uit vrije wil op kantorenparken als Sloterdijk, Plaspoelpolder, Amstel 3 of Papendorp gaat wonen. Particulier opdrachtgeverschap trekt de vastgelopen woningmarkt vlot. Als dat de belangrijkste reden is om particulier opdrachtgeverschap te stimuleren: doe het dan niet. De hoofdreden moet zijn dat je vindt dat mensen het recht en de mogelijkheid moeten hebben hun eigen huis te bouwen. Laatste stoplap: snelheid is essentieel voor de ruimtelijke ordening. Niets is minder waar. De grootste fouten worden gemaakt doordat te snel wordt gepland, gebouwd, bewoond en weer gesloopt.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2726" href="http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/weg-kwijt/"><img class="alignnone size-full wp-image-2726" title="weg-kwijt" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/weg-kwijt.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p>Deze stoplappen zijn taboe maar bieden de ideale voedingsbodem voor een avontuurlijk pretpark van de Nederlandse ruimtelijke Ordening van de 20e eeuw, het liefst ergens in een krimpgebied. Met een architectonisch verantwoorde Vinexwijk waar arm naast rijk en blank naast zwart woont, gelegen aan een natuurcompensatiegebied met aldaar uitgezette rugstreeppadden en damherten dat zorgt voor waardecreatie van de Vinexwijk en dat daar gunstig en goed bereikbaar ligt vanwege de daarnaast gelegen vijfbaans autosnelweg met spitsstrook die ongebruikt moet blijven om milieutechnische redenen met de autoweg die uitmondt in een orgie aan rotondes met aan de rand van de Vinexwijk een stripje waar mensen zelf hun huis mochten vormgeven en bouwen gevolgd door een rij tijdelijke containers waar kinderen van 6 tot 18 jaar hun schooljaren mogen doorbrengen.</p>
<p>Dus: niet klagen over het feit dat we door de crisis niet weten wat we moeten doen, maar gewoon helder en kritisch blijven nadenken. Voor diegene die denken dat de huidige crisis tijdelijk is en niet tot fundamentele veranderingen in de ruimtelijke ordening leiden: <a href="http://www.youtube.com/watch?v=XEIngrxqA8k&amp;feature=relmfu" target="_blank">Ja hoor!</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Engagement als antwoord op krimp</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/engagement-als-antwoord-op-krimp/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/engagement-als-antwoord-op-krimp/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Jun 2011 22:32:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bas Breman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Berlijn]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2668</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1381-Large-tuin.jpg" /> “Es braucht einige Verrückten”, zo vertelt onze gids Alexander terwijl hij ons door de straten van een buitenwijk van Halle leidt. Indrukwekkend om te zien hoe zich hier sinds enkele jaren]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>“Es braucht einige Verrückten”, zo vertelt onze gids Alexander terwijl hij ons door de straten van een buitenwijk van Halle leidt. Indrukwekkend om te zien hoe zich hier sinds enkele jaren herstel begint af te tekenen. Ook deze wijk, deze hele regio eigenlijk, is hard getroffen door de krimp. Sinds die Wende trokken honderdduizenden weg uit Oost-Duitsland met op vele plekken leeggelopen en vervallen buurten als gevolg. Het is een patroon wat we de afgelopen dagen op verschillende plekken in Duitsland steeds weer hebben gezien. Berlijn, Dessau, Halle. </strong></p>
<p>Volgens de prognoses is de krimp in Duitsland nog lang niet ten einde, integendeel, op het zuiden van het land na (Beieren) krimpt het tegenwoordig bijna overal. Volgens het Berliner Institut (Maart, 2011) moet de echte verandering nog komen. De gemiddelde leeftijd is door de vergrijzing flink aan het stijgen en er worden steeds minder kinderen geboren. Mede omdat er kostbare tijd verloren is gegaan met het ontkennen van de krimp gaat het inmiddels, net als bij klimaatverandering, misschien wel meer om adaptatiestrategieën dan om mitigatie. De situatie is op de meeste plekken (nog) niet te vergelijken met die in Nederland maar toch kunnen we er wel veel van leren. Juist ook om te voorkomen dat het in Nederland dezelfde vormen aanneemt. Het is nog niet zo lang geleden dat krimp in Duitsland met veel scepsis en kritisch benaderd werd. Dat stadium is het inmiddels wel voorbij.</p>
<p>Wat onze gids ons duidelijk maakt op zijn rondleiding door Halle is dat kleine initiatieven en het doorzettingsvermogen van enkele ‘verruckte’ individuen een groot verschil kan maken. Zo zijn ze hier 3 – 4 jaar geleden met vier mensen begonnen om te proberen het verval een halt toe te roepen. In eerste instantie met allerlei sympathieke, kleinschalige initiatieven. Muurschilderingen, concerten, een buurtkroeg, een straatfestival, guerilla gardening en een succesvol initiatief van stadslandbouw om braakliggende terreinen opnieuw in te richten en bewoners te mobiliseren. In het begin tegen de klippen op. Denk maar niet dat de buurt meteen stond te springen van enthousiasme. Integendeel, ze hebben meerdere malen hun kop gestoten en nul op het request gekregen. Maar toch, doorzettingsvermogen heeft er toe geleid dat mensen uit de buurt uiteindelijk toch mee gingen doen. Stukje bij beetje trad er een verandering in. “Das Bild der Leuten hat sich geändert”. Mensen begonnen zich er tegen aan te bemoeien, zelf ook actief te worden. Soms ook te protesteren, maar ook dat is een vorm van engagement. Het betekent dat het ze iets uitmaakt, en dan komen ze in beweging, aldus Alexander.</p>
<div id="attachment_2674" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2674" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1680-large/"><img class="size-full wp-image-2674 " title="SAM_1680-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1680-Large.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Stadstuin, Halle (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p>Ook niet onbelangrijk, doordat er geleidelijk aan weer meer leven op straat komt, en de buurt stukje bij beetje opknapt, wordt de buurt ook weer aantrekkelijker voor studenten. Voorheen hadden die het meestal na 1 of 2 maanden wel gezien. Nu blijven ze, en dragen zelf ook bij aan de activiteiten in de wijk. Recentelijk heeft een Belgische ondernemer een aantal van de panden gekocht die op de nominatie stonden om gesloopt te worden. Dit nadat de wijk volop in het nieuws kwam bij een twee weken durend straatfestival. Nu staan de panden op het punt te worden gerenoveerd. Het lijkt alsof ze in deze wijk de negatieve spiraal die vaak gepaard gaat met krimp hebben weten om te buigen.</p>
<div id="attachment_2671" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2671" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1677-large/"><img class="size-full wp-image-2671" title="SAM_1677-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1677-Large.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Muurschilderij op leegstaande panden in Halle (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p><strong>Engagement</strong><br />
Het sleutelwoord lijkt ook hier ‘engagement’. Betrokken burgers die zelf ook bereid zijn om met hun eigen leefomgeving aan de slag te gaan. Dit is heel herkenbaar. Al eerder op deze studiereis zagen we voorbeelden van dit soort initiatieven die echt een verschil kunnen maken en voor nieuwe dynamiek kunnen zorgen. In Berlijn bv., waar de mobiele, tijdelijke, ‘nomadische’ tuinen in de <a href="http://prinzessinnengarten.net/" target="_blank">Prinzessinengarten</a> bruisen van het leven, en het schoolvoorbeeld van een multiculturele samenleving zijn (waarom kleeft er tegenwoordig toch vaak zo’n nare smaak aan dat begrip?). Maar ook in Dessau, waar de afgelopen 10 jaar in het kader van de <a href="http://www.iba-stadtumbau.de/index.php?dessau-ross-lau-projekt" target="_blank">IBA</a> overal in de stad kleine stukjes grond zijn uitgegeven op de massaal vrijkomende grond. Burgers kunnen hier vervolgens zelf mee aan de slag met bv. kruiden, bloemen of een BMX baan. Ook is er een apothekerstuin en wordt er geëxperimenteerd met energiegewassen. <a href="http://www.spiegel.de/international/germany/0,1518,688152,00.html" target="_blank">Der Spiegel</a> schreef hier vorig jaar een mooi artikel over.</p>
<div id="attachment_2677" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2677" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/dsc_0271/"><img class="size-full wp-image-2677" title="DSC_0271" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/DSC_0271.jpg" alt="" width="510" height="339" /></a><p class="wp-caption-text">Wo Gebaude fallen, enstehen Gärten (foto: Bas Bremen)</p></div>
<p>Ik herken het ook uit Portugal waar ik tussen 2003 en 2006 onderzoek heb gedaan naar de leegloop van het platteland. Ook daar waren het vaak gedreven individuen met een ‘cabeca dura’ die het verschil maakten in de marginale gebieden. Heel vaak nieuwkomers trouwens, die met frisse energie, nieuw kapitaal (economisch, sociaal en cultureel) en doorzettingsvermogen aan de slag gaan. Soms ook tegen beter weten in. Ook in Nederland zie je de voorbeelden. Waarom blijft het ene dorp vitaal en leefbaar en het andere niet? Kijk maar eens goed, vaak zijn het ook hier enkele individuen met een drive die het verschil maken. Zoals bijvoorbeeld die ondernemer van <a href="http://www.supportenco.nl/" target="_blank">Support &amp; Co.</a> Die ik sprak in de uitzending van <a href="http://rondom10.ncrv.nl/ncrvgemist/14-5-2011/bevolkingskrimp-crisis-of-kans" target="_blank">Rondom10</a> en die het wel lukt om in kleine dorpskernen waar de leefbaarheid onder druk staat met succes supermarkten draaiende te houden.</p>
<p>In Duitsland is er momenteel volop belangstelling voor het hoe en wat van dit engagement, zoals ook blijkt uit de ondertitel van een recent rapport van het <a href="http://www.berlin-institut.org/fileadmin/user_upload/Die_demografische_Lage_2011/D-Engagement_online.pdf" target="_blank">Berlin Institut</a> <em>‘Die demografische Lage der Nation. Was freiwilliges Engagement für die Regionen leistet’ </em>(maart 2011). Dit instituut stelt dat: <em>“&#8230;. wenn der Staat nicht mehr alles kann, was er einst vorgab zu können, wer springt dan in die Lücke? Die Zivilgesellschaft, die engagierten Burger, die Freiwilligen aus Stadt und Land sollen es nun richten. Sie sind nicht mehr nur die nette Begleiterscheinung von gestern, die sich am Dienstagabend bei den Rotarien trifft, für die Restaurierung einer alten Kirche spendet und an Weihnachten den Basar für die Notleidenden der Welt veranstaltet. Sie soll jetzt zu einer tragenden Säule sozialstaatlicher Strukturen werden”.<br />
</em><br />
<strong>PlaNOlogie</strong><br />
Deze nadruk op de rol en de inzet van het individu, en de kleinschalige, stapsgewijze en bijna organische wijze waarop in Dessau, Halle of Berlijn met krimp wordt omgegaan staan natuurlijk lijnrecht tegenover de wijze waarop deze steden in de jaren ’60 – ’80 gegroeid zijn. De eerste dag van onze studiereis leidt ons onder andere langs Berlin Hellersdorfer waar in de jaren ’70 en ’80 in een relatief klein tijdsbestek 100.000 woningen uit de grond zijn gestampt. Het merendeel in de vorm van de beroemde, en weinig duurzame, Plattenbau.</p>
<p><em> </em></p>
<div id="attachment_2678" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><em><em><a rel="attachment wp-att-2678" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1545-large-marzahn/"><img class="size-full wp-image-2678  " title="SAM_1545-(Large)-marzahn" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1545-Large-marzahn.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></em></em><p class="wp-caption-text">Plattenbau in Berlin Marzahn-Hellersdorf (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p><em> </em></p>
<p>Het contrast tussen de groei en krimp van dit soort wijken mag misschien extreem zijn, het is ergens ook wel illustratief. Voor het omgaan met krimp lijken geen blauwdrukken te bestaan, geen grootschalige of uniforme oplossingen. Pla<strong>NO</strong>logie is de term die valt tijdens onze reis. Het lijkt wel of krimp niet of nauwelijks te plannen valt, of er nagenoeg geen logica is in de oplossingen. Eén van de meest opvallende zaken tijdens het bezoek aan Duitsland zijn steeds weer de contrasten tussen regio’s, wijken of zelfs straten. Er lijkt soms geen peil op te trekken. De ene wijk is hip, de andere ligt te verpauperen. De ene straat bruist, de ander is doodstil. Op de ene plek staan de huizen er vervallen bij, op de andere staan ze in de steigers. Een deel van de verklaring hiervoor zit hem in de verwevenheid van particulier woningbezit en dat van woningcorporaties.</p>
<p>Frau Bruckner van de IBA in Dessau vertelt hoe ze in eerste instantie een grootschalig plan / ontwerp voor de vrijkomende ruimte in de stad hadden waarbij ze een groot park midden door de stad hadden gepland. Toen ze na veel duwen en trekken eindelijk zo ver waren dat ze op een enkele plek konden beginnen met slopen bleken sommige van de particuliere eigenaren er omheen hele andere plannen te hebben. In de hoop dat hun woningen wél het verschil konden maken begonnen ze hun eigen pand opeens grondig te renoveren. ‘Wishful thinking’ waarschijnlijk, maar in ieder geval ook een streep door de rekening van de planologen en het stadspark.</p>
<p><em> </em></p>
<div id="attachment_2679" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><em><em><a rel="attachment wp-att-2679" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1639-large/"><img class="size-full wp-image-2679 " title="SAM_1639-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1639-Large.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></em></em><p class="wp-caption-text">Leegstand, Dessau (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p><em> </em></p>
<p>De huidige strategie van ‘uitgifte’ van kleine stukjes grond aan geëngageerde burgers is weer het andere uiterste. De uitkomst is ongewis. Dat is eigenlijk ook de hoofdboodschap die Frau Brückner ons meegeeft. Krimp in Dessau is een onvoorspelbaar proces. Het vraagt om een compleet andere manier van denken. Er zijn geen zekerheden, er is geen vooropgezet plan. Het is ‘trial &amp; error’. “We denken niet meer in grote plannen maar we beginnen gewoon &#8230;&#8230;&#8230;&#8230;”.</p>
<p>Dat ze daarbij nog voor allerlei raadsels en verrassingen zullen komen te staan blijkt wel uit een haast terloopse opmerking over de infrastructuur. Het is één ding om huizen te slopen, men buigt zich nu over de rest van de infrastructuur. Op sommige plaatsen zijn wegen al vervangen door fietspaden. Maar wat te doen met bijvoorbeeld riolering en waterleidingen? De eerste reactie van de beheerders is om de lasten per inwoner gewoon te verhogen, maar dat is nou juist niet wat je wilt in een krimpregio. Hoe ze dit dan wel kunnen oplossen is nog onduidelijk.</p>
<p>In <a href="http://www.nirov.nl/Home/Publicaties/Outputs/Publicatie_items/Output_19__Krimp__een_nieuwe_ruimtelijke_opgave_-_Lessen_uit_Duitsland.aspx?mId=10443&amp;rId=179" target="_blank">NIROV rapport met Lessen uit Duitsland</a> wordt gesproken over zogenaamde ruimtelijke en niet-ruimtelijke ‘impulsprojecten’. Dit zijn projecten die veelal kleinschalig zijn en een kortere termijn bestrijken. Deze impulsprojecten bieden de broodnodige flexibiliteit in het ontwikkelingsconcept zodat steeds tussentijds ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen. En ook in dit rapport worden ‘geëngageerde sleutelpersonen’ genoemd als cruciale voorwaarde voor de aanpak van krimp.</p>
<p>Het Berliner Institut heeft het over nog een vorm van infrastructuur, namelijk die infrastructuur die burgerlijk engagement mogelijk maakt en versterkt. Het lijkt me dat we dáár in Nederland in ieder geval ook mee moeten beginnen. Om burgers te betrekken, en aan te spreken op het verschil dat ze zelf kunnen maken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Mobiele stadslandbouw in de <em>Prinzessinengarten in Berlijn (foto: Judith Lekkerkerker)<br />
</em></em></p>
<p><em>Met dank aan de studiereis van RUIMTEVOLK onder begeleiding van Judith Lekkerkerker en Vincent Kompier</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/engagement-als-antwoord-op-krimp/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wars van schijnzekerheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 May 2011 19:48:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Eindhoven]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2585</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/foto-watertorenberaad.jpg" /> Een netwerk dat zijn oorsprong vond in een goed gesprek op een terras aan het water en een ontmoeting op een kerkpleintje, is inmiddels uitgegroeid tot een inspirerende club die hoopt kennis en inspiratie over de nieuwe praktijken rondom gebiedsontwikkeling als een olievlek te verspreiden. In gesprek met Antoinette van Heijningen en Damo Holt, medeoprichters van het Watertorenberaad: “Wij zijn op zoek naar positieve besmetting van onszelf en van anderen.”]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een netwerk dat zijn oorsprong vond in een goed gesprek op een terras aan het water en een ontmoeting op een kerkpleintje, is inmiddels uitgegroeid tot een inspirerende club die hoopt kennis en inspiratie over de nieuwe praktijken rondom gebiedsontwikkeling als een olievlek te verspreiden. In gesprek met Antoinette van Heijningen en Damo Holt, medeoprichters van het Watertorenberaad: “Wij zijn op zoek naar positieve besmetting van onszelf en van anderen.”</strong></p>
<p>Oorlogen, rampen en crisissen hebben de neiging een harde breuk te slaan in de tijd. Je hebt een ervoor en erna. Wie de discussies volgt rondom de staat van de ruimtelijke ontwikkeling kan niet anders dan gelijkenissen zien. De revolutie wordt veelvuldig gepredikt. Er moet afscheid genomen worden van een tijdperk en een systeem van gebiedsontwikkeling dat niet langer houdbaar lijkt te zijn. Maar is dit wel zo? Waar de crisis voor velen een <em>trigger</em> was om te beginnen met nadenken, waren er ook die de ‘schijnzekerheid’ van vele grond- en opstalexploitaties al langer in het vizier hadden. En het bewegen richting nieuwe praktijken zien als de doorontwikkeling van het vak ‘gebiedsontwikkeling’. Niet meer en niet minder. Het <a href="http://www.watertorenberaad.nl/" target="_blank">Watertorenberaad</a> is zo’n groep die los van de financieel-economische crisis, zoekt naar structurele manieren om het anders denken en anders doen<strong><em> </em></strong>vorm te geven. Antoinette van Heijningen (Urbancore, Collegamento) en Damo Holt (Ecorys) zijn twee van de drijvende krachten achter het Watertorenberaad; een beweging van elkaar inspirerende professionals, waarbij iedere partij zijn of haar eigen vakmanschap ter beschikking stelt.</p>
<div id="attachment_2593" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/dordrecht_-_oude_watertoren_michiel1972wiki-2/" rel="attachment wp-att-2593"><img class="size-full wp-image-2593" title="Dordrecht_-_oude_watertoren_michiel1972wiki" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Dordrecht_-_oude_watertoren_michiel1972wiki1.jpg" alt="" width="510" height="523" /></a><p class="wp-caption-text">Oude watertoren, Dordrecht (foto: Wikipedia: michiel1972)</p></div>
<p><strong><br />
Vertrouwen op basis van schijnzekerheid?<br />
</strong>Wie de wereld van de ruimtelijke ontwikkeling kent, weet dat iedereen zich ‘schuldig’ maakt aan een- en-hetzelfde fenomeen. Zekerheden proberen te creëren daar waar deze er (nog) niet zijn. Of het nu gaat om een 100% sluitende investeringsdekking vooraf, een ontwikkelingsproces zonder verrassingen of een ‘afzetgarantie’ voor woningen en bedrijfsruimten.</p>
<p>“Grootschalige masterplannen maken, is aantrekkelijk. Dat heb ik zelf ook gedaan,” stelt Antoinette schuldbewust, “maar het zorgt er niet voor dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor een gebied.” De overheden proberen dit via hun beleid en regelgeving af te dwingen en de private partijen via hun visies en grondexploitaties. In een gezonde markt een aanjager van vertrouwen, maar in een ongezonde markt een masker voor het gebrek eraan.</p>
<p>Antoinette van Heijningen geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Onze samenwerkingsovereenkomsten zijn inmiddels zo dik geworden als een telefoonboek, juist omdat we elkaar niet (meer) vertrouwen. Maar als je goed kijkt, zie je dat de helft van de tekst verhullende lippendienst betreft. Intenties, verwachtingen, allemaal verpakt in prachtig gecompliceerde ‘als-dan’ constructies, waar je uiteindelijk volledig in vastloopt.”</p>
<blockquote><p>“Grootschalige masterplannen maken is aantrekkelijk, maar het zorgt er niet voor dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor een gebied.”</p></blockquote>
<p>Gevolg is dat heel wat projecten zichzelf hebben opgeblazen en daarbij behoorlijk wat ‘slachtoffers’ hebben achtergelaten. Treffend vergelijkt Damo Holt een dergelijk proces<strong><em> </em></strong>met ‘een gedwongen huwelijk’ waar beide partijen eigenlijk al vanaf het begin met hun gezicht naar de uitgang zitten. Het meest frappante is misschien nog wel dat er maar weinigen in zo’n proces<strong><em> </em></strong>het lef hebben om een andere weg te kiezen”, aldus Holt, “terwijl iedereen stiekem wel weet dat het zo nooit gaat werken.” Niet alleen erg frustrerend, maar bovendien ook fnuikend voor het o zo delicate proces waarin het wederzijds vertrouwen moet worden opgebouwd.</p>
<p><strong>Anders denken en doen<br />
</strong>Het Watertorenberaad draait op de persoonlijke drijfveren van de leden. De zoektocht naar gelijkgestemde zielen begon eind 2009. In de dagelijkse praktijk zitten ze soms tegenover elkaar aan tafel, binnen het Watertorenberaad vinden ze elkaar in het juist niet willen proclameren van nieuwe waarheden. Tienpuntenlijstjes zijn er inmiddels al genoeg. In plaats daarvan werd de uitdaging om integraal op zoek te gaan naar de juiste vragen vanuit het besef dat elke gebiedsontwikkeling weer anders is en het nooit mogelijk is één <em>roadmap </em>of recept te tekenen. Het ‘anders denken en doen’ krijgt vorm door ‘binnen een aantal nieuwe denkrichtingen, passende instrumenten te ontwikkelen en deze te koppelen aan nieuwe praktijkervaringen. In de door deelnemende partijen zelf ingebrachte pilots worden nieuwe investeringsmodellen, procesinrichtingen, planvormen, manieren van samenwerking en instrumenten in de praktijk <a href="http://www.watertorenberaad.nl/waarovergaathet/" target="_blank">getoetst</a>’.<strong><em> </em></strong>“Geen revolutie, maar een evolutie”, roepen beiden in koor, waar <em>‘gefundenes fressen’ </em>van voor de crisis net zo bruikbaar kan zijn om te komen tot een waardevolle ontwikkeling, zowel financieel als kwalitatief.</p>
<div id="attachment_2589" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/gemeenterotterdam_herstructureringsgebiedenkaar_mei2005/" rel="attachment wp-att-2589"><img class="size-full wp-image-2589 " title="gemeenterotterdam_herstructureringsgebiedenkaar_mei2005" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/gemeenterotterdam_herstructureringsgebiedenkaar_mei2005.jpg" alt="" width="510" height="361" /></a><p class="wp-caption-text">Herstructureringsgebieden in gemeente Rotterdam (Bron: www.kei-centrum.nl)</p></div>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Vallende kwartjes</strong><br />
Een heel belangrijk onderdeel van de werkwijze van het Watertorenberaad zijn de pilotprojecten. Via  <em>real-time</em> praktijksituaties is het de bedoeling om werkendeweg te ontdekken hoe die nieuwe manier van denken en doen nu werkt. Daar zit ook een groot deel van de lol voor Holt en van Heijningen. Als mensen zelf, al doende, tot nieuwe inzichten komen en het kwartje valt. Het project <a href="http://www.watertorenberaad.nl/Bospolder/" target="_blank">Bospolder/Tussendijken</a> in Rotterdam levert tot nu toe de meeste ‘vallende kwartjes’ op, vooral omdat iedereen is ‘opengeklapt’, zoals Damo het noemt, ‘en er bijna geen heilige huisjes meer bestaan‘. “Dus toen een projectontwikkelaar op een gegeven moment riep dat er een nieuwe visie gemaakt moest worden en zichzelf direct erachteraan corrigeerde en zei dat we het proces heel anders moesten gaan inrichten… toen werd ik gelukkig!”</p>
<p>Dit is ook eigenlijk waarvoor we het doen, geven ze beiden toe: “Dat soort schakelmomenten. Want zoals Cruijff zegt ‘je ziet het pas, als je het doorhebt’! Wat dat betreft merken we wel dat meerdere partijen op dit vlak beginnen te bewegen. Een ontwikkelaar die niet langer puur en alleen stuurt op <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Interne_opbrengstvoet" target="_blank">IRR-scores</a>, maar een veel breder palet aan sturingsvariabelen hanteert. Of zelfs onomwonden stelt dat zij alleen zaken doen als iedereen zijn kaarten open op tafel legt.”</p>
<p>Een cruciale vraag die het afgelopen jaar is bovengekomen: ‘Hoe geef je een onzeker proces toch de nodige vorm en inhoud voor de partijen die dat nodig hebben, bijvoorbeeld om hun publiekrechtelijke verantwoordelijkheid te kunnen afleggen, zonder een schijnwerkelijkheid te creëren?’ In koor: “Er is één kernwoord, dat hier duidelijk bij hoort en dat is &#8216;transparantie&#8217;!&#8221;</p>
<p>Zo hoorden wij recentelijk een verhaal van een projectleider bij de gemeente Eindhoven, die terugkijkend op een ontwikkelingsproces stelde dat het nooit zijn intentie is geweest om één plan te maken met één businesscase. Hij liet in plaats daarvan een aantal scenario’s schetsen en gaf daarbij openlijk aan dat afhankelijk van hoe de markt, de prijs en de lokale vraag zich ontwikkelt en of zich bepaalde kansen zouden voordoen, het allerlei verschillende kanten op kan. Zijn verzoek aan gemeenteraad en aan de partners binnen het project was vervolgens: ‘Geef me die bandbreedte en als ik daarbuiten kom, heb ik jullie nodig”!</p>
<p><strong>Vertrouwen, flexibiliteit en transparantie</strong><br />
Het inruilen van schijnzekerheid voor een proces waarin vertrouwen, flexibiliteit en transparantie op basis van een goede samenwerking tot stand kan komen, is cruciaal. Damo: “Het maakt nogal wat uit als je gezamenlijk &#8211; privaat en publiek &#8211; in staat bent om vooraf te praten over wat de afwegingskaders zijn, tot waar je kan gaan, bandbreedtes, wat is wel en wat niet onderhandelbaar en waar wordt je intern op afgerekend! Op zo’n manier bouw je een heel andere soort relatie op in vergelijking met de oude situatie waarin partijen met de boeken dicht en de kaarten tegen de borst aan tafel zaten.” Maar dat dit niet vanzelf gaat moge duidelijk zijn. “Communicatie tussen twee volwassenen, die met verschillende belangen in hetzelfde proces zitten, is gewoon één van de moeilijkste dingen die er is. En over dat metaniveau gesproken, 99 procent van de gesprekken binnen een gebiedsontwikkelingsproces gaat over alles behalve over de manier waarop er wordt samengewerkt, er tegen de opgave wordt aangekeken, waar ze de knelpunten beleven en de kansen zien liggen!”<br />
<strong><br />
Prioriteiten<br />
</strong>Het Watertorenberaad heeft zichzelf tot doel gesteld om zeker dit jaar tot een aantal voortschrijdende inzichten te komen in het denken en doen rondom haar kernthema’s en ervaring op te doen in de pilotprojecten, maar is er zich ook van bewust dat niet alles tegelijkertijd kan. Gevraagd naar waar de meeste urgentie ligt, noemt Antoinette twee elementen. Enerzijds het organiseren en mogelijk maken van nieuwe <a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu/wetenschap-en-praktijk/themas/financiering/checklist-watertorenberaad/ " target="_blank">investeringskrachten</a>. Gedachten over nieuwe <a href="http://www.nlbw.net/blog/2011/04/01/presentatie-verdienmodellen/" target="_blank">verdienmodellen</a> geven waardevolle richtingen aan, maar de vraag blijft hoe de betrokken partijen<strong><em> </em></strong>hun rol invullen. “Ik zou wat dat betreft graag zien dat pensioenfondsen die nu in China investeren, dat voortaan in mijn wijk gaan doen. In Groot-Brittannië bestaan er regionale pensioenfondsen die dit al doen. Hetzelfde geldt voor mijn energiebedrijf en mijn zorgverzekeraar.”<br />
Het andere is het verder stimuleren van een nieuwe samenwerkingsattitude, waarbij ook het ‘anders beginnen’ met aandacht voor de procesarchitectuur en -voering van groot belang is. Omdat we sowieso denken dat het een langer proces gaat worden, waarbij partijen langduriger verbonden blijven en hun winst niet direct in de eerste drie jaar hoeven te pakken, hebben we nu ook een bouwer en een jurist aan tafel.</p>
<p>Uitdaging is om het niet uit de klauwen te laten lopen, maar het terug te brengen tot een zo helder en uitlegbaar mogelijk verhaal zodat iedereen het kan begrijpen en er mee aan de slag kan. “Mooi is dan ook dat het werk van de pilotpartijen in Rotterdam (Gemeente, Proper Stok, Com.Wonen) herkend wordt en ze nu ook ‘het schatgraven in de eigen wijk’, zoals we dat gekscherende noemen gaan proberen toe te passen op een aantal vastgelopen projecten (de zgn. waakvlam-projecten) in Rotterdam. Korte lijnen met het Rijk en met andere actieve kennispartijen, maakt dat we echt het gevoel hebben dat het kwalitatieve besmettingsproces gaande is.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Antoinette van Heijningen en Damo Holt, medeoprichters van het Watertorenberaad.</em><strong> </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een verrekt interessant Niemandsland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-verrekt-interessant-niemandsland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-verrekt-interessant-niemandsland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 May 2011 20:21:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2577</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/IMG_2550.jpg" /> Ja, zo is het. Dit is de laatste. Venhoop laat 13 columns achter in de archieven van RUIMTEVOLK, en daarmee is het mooi geweest. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Venhoop stopt er mee. Ja, zo is het. Dit is de laatste. Venhoop laat <a href="http://ruimtevolk.nl/author/venhoop/">13 columns</a> achter in de archieven van RUIMTEVOLK, en daarmee is het mooi geweest. De inspiratie raakt een beetje op, er is een tijd van komen&#8230; nou ja, zoiets dus.</p>
<p>Venhoop vindt het de laatste tijd een beetje tam binnen RUIMTEVOLK. Dat zou niet hoeven. Laat ik dan ook afsluiten met jullie te wijzen op de verrekte interessante periode waarin het RUIMTEVOLK zit. Misschien helpt dat om de versuftheid weg te nemen, om weer vonken te maken met elkaar.</p>
<p>Het is een verrekte tijd en een interessante tijd. Een verrekte tijd omdat we het allemaal even niet meer weten. De oude wetten van onze Ruimte(volk) gelden niet meer. Markten doen onvoorspelbare dingen. Ontwikkelaars, makelaars, bouwers, bedenkers en klanten, allemaal staan ze stil. Onze inzichten en theorieën schieten tekort. Het oude paradigma heeft afgedaan, het geeft geen logische ondersteuning van ons denken meer. Het wordt langzamerhand vervangen door een nieuw paradigma. Maar…dat nieuwe paradigma is er nog niet. We zitten in het Niemandsland tussen het oude dat heeft afgedaan en het nieuwe dat er nog niet is. Gevaarlijk gebied, zo&#8217;n Niemandsland; dat is het verrekte deel.</p>
<p>En dat nieuwe dat er nog niet is. Hoe zou dat er uit kunnen zien? Is dat iets met <a href="http://ruimtevolk.nl/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/">Spontane Stad</a>, <a href="http://ruimtevolk.nl/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/">Slow Urbanisme</a>, klanten die zelf gaan ontwikkelen? Of zijn dat allemaal tussenpausen? Is HET echte perspectiefvolle nieuwe er gewoon nog niet?</p>
<p>Kijk dat is nu die andere kant, dat is nu het interessante deel van deze tijd. Het kan nog alle kanten op. Zekerheid is weg, grenzen hebben geen functie meer en schijnbare onmogelijkheden in onze RUIMTEVOLK-wereld worden ter discussie gesteld . Als bijna al dat oude is vastgelopen, juist op dat moment is er veel ruimte voor het nieuwe. En het nieuwe komt altijd. Kortom: we zitten in een verrekt interessant Niemandsland. We kunnen alle kanten op, meer dan ooit !</p>
<p>Venhoop wenst jullie veel inspiratie met het werken aan die nieuwe wereld van RUIMTEVOLK. Blijf allemaal schrijven over de ontdekking van die Ruimte-toekomst. Enne… niet te tam ! Ik lees graag hoe die ontdekkingstocht verder gaat.</p>
<p>Het was mij een genoegen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-verrekt-interessant-niemandsland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fietsvriendelijkheid is graadmeter voor de moderne stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 May 2011 09:16:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wessel Simons</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Fietsen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2550</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Fotostudio-Voorhuis-Paul-de-Ruiter.jpg" /> Architect Paul de Ruiter (1962) staat bekend als een duurzame bouwer. Hij is onder meer bekend van het hoofdkantoor van transavia.com en Martinair op Schiphol (Transport-gebouw) en het nieuwe TNT-hoofdkantoor in Hoofddorp. Binnenkort realiseert hij het Hotel Amstelkwartier in Amsterdam (300 kamers), wat hij samen met Mulderblauw Architecten ontwerpt. Een interview met een van de meest invloedrijke Nederlanders op het gebied van duurzaamheid.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.paulderuiter.nl/" target="_blank">Architect Paul de Ruiter</a> (1962) staat bekend als een duurzame bouwer. Hij is onder meer bekend van het hoofdkantoor van transavia.com en Martinair op Schiphol (Transport-gebouw) en het nieuwe TNT-hoofdkantoor in Hoofddorp. Binnenkort realiseert hij het Hotel Amstelkwartier in Amsterdam (300 kamers), wat hij samen met <a href="http://www.mulderblauw.nl/" target="_blank">Mulderblauw Architecten</a> ontwerpt. Hij staat nummer 73 in de duurzame top 100, de lijst die Trouw samenstelt van meest invloedrijke Nederlanders op het gebied van duurzaamheid.</strong></p>
<p>Het kantoor van De Ruiter is gevestigd in een voormalige fabriekshal in het zuidwesten van Amsterdam. Hij heeft het gebouw in 2008 naar eigen zeggen een ‘extreme make-over’ gegeven. Het eerste dat bij binnenkomst opvalt is een koudewarmte installatie die centraal in de ontvangsthal staat. De installatie zorgt ervoor dat energie in de vorm van warmte of koude wordt opgeslagen in de bodem. De Ruiter heeft zijn eigen geld in de verbouwing gestoken, De Ruiter: “De bank gaf me geen lening om de installatie te plaatsen omdat ze niet zo de toegevoegde waarde er van in zagen. Vervolgens heb ik mijn eigen geld erin gestoken uit overtuiging een duurzaam gebouw te ontwikkelen. Door de uitstraling en de duurzaamheid van het gebouw is de huurprijs inmiddels veel hoger getaxeerd dan voorheen is aangenomen. Met als gevolg dat we nu een wachtlijst hebben van huurders die hier graag willen werken, omdat er weinig tot geen duurzame kantoren in Amsterdam te huur zijn. Ironisch hoe dynamisch de waardering van duurzaam vastgoed kan verlopen”.</p>
<p><strong>De Ruiter Architecten, waar staat uw bureau voor?</strong><br />
De Ruiter: “We willen met dezelfde middelen een beter gebouw ontwerpen. Een gebouw moet een ziel hebben. Het moet mooi, duurzaam, verrassend en betaalbaar zijn. Herkenbaarheid van een gebouw is heel belangrijk, zodat een bedrijf zich daarmee kan identificeren. Als bureau proberen we te doorgronden hoe een opdrachtgever werkt en wat ze met het nieuwe gebouw willen bereiken. Daar gebruiken we de term ‘radicale dienstbaarheid’ voor. Dat wil zeggen: we willen de huisvestingsvraag en de duurzaamheidsvraag van de opdrachtgever overstijgen. Duurzame gebouwen zijn intelligente gebouwen, die zowel in technische als menselijke zin energie moeten geven.”</p>
<p><strong>U bent al sinds de jaren tachtig bezig met milieu en duurzaamheid. Wanneer zijn naar uw idee deze thema’s populair geworden? </strong><br />
De Ruiter: “In 2007 is er naar mijn idee een omslagpunt gekomen in het denken over duurzaamheid en is het thema losgekomen van een politieke richting, of je links of rechts bent. Bij (grote) bedrijven is het bewustzijn ontstaan dat ze maatschappelijk verantwoord moeten ondernemen. Ze beseffen dat duurzaamheid geïntegreerd moet worden in hun bedrijfsvoering en hun gebouwen. Ook is er het besef gekomen dat er geld mee kan worden verdiend.”</p>
<p>Deze omslag heeft tot gevolg dat het bureau van De Ruiter krijgt om duurzame gebouwen te ontwerpen in de andere sectoren dan voorheen. Hij ontwerpt en bouwt duurzame kantoren, scholen, zorggebouwen, fabrieken, villa’s en hotels. Hierdoor hoeft De Ruiter niet te snijden in zijn personeelsbestand, in tegenstelling tot zijn collega-bureaus.</p>
<div id="attachment_2558" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2558" href="http://ruimtevolk.nl/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/0932_hotel-amstelkwartier_streetview02/"><img class="size-full wp-image-2558" title="0932_Hotel-Amstelkwartier_streetview02" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/0932_Hotel-Amstelkwartier_streetview02.jpg" alt="" width="510" height="510" /></a><p class="wp-caption-text">Impressie Hotel Amstelkwartier (bron: Architectenbureau Paul de Ruiter)</p></div>
<p><strong>In hoeverre is het opdrachtgeverschap veranderd door deze omslag in duurzaamheidsdenken?</strong><br />
De Ruiter: “Het grote verschil is dat er niet meer voor de onbekende gebruiker gebouwd wordt. De gebruiker zit aan tafel bij het ontwerpproces, waardoor er heel specifiek naar de wens van de gebruiker wordt ontwikkeld. Het gevolg is dat er heel specifieke gebouwen worden gerealiseerd”.</p>
<p><strong>Het nieuwe <a href="http://bouwwereld.nl/bouwfasen/in-uitvoering/tnt-hoofdkantoor-hoofddorp/" target="_blank">TNT-hoofdkantoor</a> is media maart in gebruik genomen. Hoe ging de samenwerking met TNT als opdrachtgever?</strong><br />
De Ruiter: “Het was op het scherpst van de snede. TNT en Peter Bakker als bestuursvoorzitter in het bijzonder hebben extreem hoge eisen gesteld aan duurzaamheid, betaalbaarheid en ‘connectiviteit’. Met connectiviteit wordt bedoeld: het bevorderen van de samenwerking tussen werknemers. Terugkijkend is het een heel pragmatisch en betaalbaar gebouw geworden.”</p>
<p>De Ruiter pakt het voorbeeldmodel van het TNT-gebouw erbij. De Ruiter: “Er zit een ziel in dit gebouw. Vanuit de duurzaamheidseisen is het ontwerp ontstaan. Door het kantoorvolume rond het atrium te vouwen is er een compact en dus duurzaam gebouw ontstaan. Veel buitengevel is hiermee bespaard, wat energiebesparing tot gevolg heeft. (…) Achteraf is het tegen elkaar vouwen van de kantooruiteinden een Ei van Columbus geweest, ook voor de betaalbaarheid en de bereikte ‘connectiviteit’. De entree en het atrium zijn sterk met elkaar verbonden, waarbij trapsgewijs de terrassen de gebruikers uitnodigen om de trap te nemen en elkaar op de overlegverdieping te ontmoeten. Het resultaat is dat er meer dynamiek binnen zo’n organisatie ontstaat. Je kan zeggen dan het gebouw uiteindelijk ook het resultaat is van het bezielende opdrachtgeversschap van TNT met als boegbeeld Peter Bakker”.</p>
<p><strong>Wat de gebruikers opvalt, is de grote hoeveelheid daglicht die het gebouw binnenkomt. Wat is uw kijk op daglicht?</strong><br />
De Ruiter: “Daglicht is gezond voor mensen. Ik geloof er echt in dat mensen er gelukkiger en productiever van worden. Ook dalen de elektriciteitskosten, omdat je minder kunstlicht nodig hebt.(…) Ik geloof op dit moment minder in het gebruik van zonnepanelen om elektriciteit op te wekken. Elektriciteit is een van de meest ingewikkelde dingen om duurzaam te genereren.”</p>
<p><strong>U gelooft meer in de besparing van elektriciteit?</strong><br />
Ja, je kunt extreem veel besparen op elektriciteit. Dat zit hem in de kleine dingen om ons heen. Als ik een rondje hardloop in het Vondelpark met prachtig mooi weer, zie ik dat de lichten aan zijn. Maar als ik met de fiets ’s avonds in het pikkedonker in het park rijd, zijn alle lichten uit. Ongelooflijk! Blijkbaar is het een tijdsklok die niet geregeld wordt op daglicht. Waarschijnlijk moet er iemand aan een schijfje draaien en er met een autootje naartoe. Dat kan toch slimmer, zou je denken?” Hij wijst naar zijn smartphone: “Het zou toch mooi zijn als je automatisch op je telefoon een melding krijgt dat je de verwarming aan hebt laten staan en er niemand thuis is. Zal ik hem uitzetten? Druk op de knop, ja, geregeld!”</p>
<p><strong>U heeft eerder aangegeven erg te geloven in functiemenging binnen een stad?</strong><br />
De Ruiter: “Ja, door functiemenging ontstaat er meer dynamiek in de wijken en is zal er minder leegstand zijn. Dat heeft ook op energetisch gebied voordelen. Gebouwen kunnen elkaar ‘aanvullen’: warmte die ontstaat door de koelingen van een supermarkt kan als warmte geleverd worden aan bovenliggende woningen. Dit soort toepassingen die ik op blokniveau zeker ontstaan”.</p>
<p><strong>U bent een voorstander van de compacte stad?</strong><br />
De Ruiter: “De compacte stad is altijd efficiënter dan de niet-compacte stad. Neem de Zuidas als voorbeeld. Overdag werkt dat gebied goed. Maar ’s avonds staan de kantoren en de parkeerplekken leeg en gebeurt er niets. Als ‘inherente’ kritiek op de Zuidas hebben we de Zuidkas ontwikkeld in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Het is een duurzaamheidsstudie geworden voor een fictief kantoor van duizend rijksambtenaren. Binnen het complex worden de functies (wonen, werken, onderwijs, parkeren, winkelen etc.) op blokniveau met elkaar gemengd. Met als doel om een zo hoog mogelijke score te halen op milieudoelstellingen. Het gevolg moet een autarkisch gebouw zijn waarin de kringlopen van afval, CO2, water en energie sluitend zijn.”</p>
<p><strong>Compactheid gaat toch ook ten koste van de leefbaarheid?</strong><br />
De Ruiter: “Klopt, het staat op gespannen voet met leefbaarheid. Ik denk dat leefbaarheid één van de moeilijkste opgaven is van een compacte stad. Aan de andere kant moeten we reëel zijn in Nederland. Niet iedereen kan in een vrijstaand huis wonen met een tuin op het zuiden, daar hebben we hier de ruimte niet voor.”</p>
<p><strong>Hoe gaan we dan om met onze mobiliteit?</strong><br />
De Ruiter: “Mobiliteit hangt samen met concepten als de compacte stad en leefbaarheid. Ik merkte het in mijn eigen straat wat voor invloed auto’s hebben op de leefbaarheid in een stad. In mijn straat werd het riool vervangen en gingen de auto’s tijdelijk weg. Met als gevolg dat de buurtkinderen hun huis uitkwamen en in het zand gingen spelen. Ouders kwamen ook naar buiten en raakten met andere ouders aan de praat. Je beseft je ineens: &#8216;Goh, wat zijn er toch veel kinderen in de buurt&#8217;. Er ontstond even een gevoel van buurt. Maar toen de weg weer dicht was, trokken mensen zich terug in hun huis. Je beseft dan wel dat de impact van de auto op de leefbaarheid van de stad enorm groot is.”</p>
<p><strong>Ziet u toekomst in autovrije wijken?</strong><br />
De Ruiter: “Het is zeker aantrekkelijk. Ken je die wijk rondom het <a href="http://www.gwl-terrein.nl/" target="_blank">GWL-terrein</a> bij het Westerpark? Het is geheel autovrij en enorm populair. Hier in Amsterdam zijn er genoeg mensen zonder auto, vanwege de parkeertarieven en de onmogelijkheid om ergens je auto kwijt te kunnen. (…) Mensen hebben zoiets van: ‘Ik kan toch in het centrum van de blijven wonen, mijn kinderen kunnen in deze wijk veilig buiten spelen. Ik maak wel gebruik van een huur – of leenauto, want een vaste auto is niet nodig omdat ik wel met de fiets naar het werk kan. Ik heb dus het idee dat mensen niet ongelukkiger worden om geen auto te hebben. De fietsvriendelijkheid van een stad zie ik dan ook als een mooie graadmeter voor een moderne stad”.</p>
<p><strong>U heeft wel eens aangegeven als bureau niet verder te willen groeien. Hoe zien uw toekomstplannen eruit?</strong><br />
De Ruiter: “We krijgen veel publiciteit met ons werk voor het viersterren hotel Amstelkwartier en dat heeft tot buitenlandse interesse geleid. Het is zeker interessant om het in het buitenland te proberen, maar eerlijk gezegd vind ik het ook prettig om dicht bij mijn opdrachtgevers te zitten en zoveel mogelijk op de fiets te doen. Ik zie het bureau ook niet verder groeien, het is goed zo. Ik wil ook nog architect kunnen zijn in plaats van manager. Ik geloof dat dingen niet alsmaar lineair blijven groeien, maar dat in alles een optimum zit.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Paul de Ruiter (foto: Fotostudio Voorhuis)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De schaduw van Van Eesteren</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 May 2011 20:11:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Van Eesteren]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2526</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Staalmanpleinbuurt.jpg" /> Enkele weken geleden maakte ik onder leiding van het Van Eesteren Museum een genoeglijke rondleiding door de Staalmanpleinbuurt in Amsterdam Nieuw-West. Het was prachtig weer, de binnentuinen stonden fraai in bloei. Zelfs de flats die nog op nominatie staan gesloopt te worden, zagen er in het zonlicht opvallend solide en verzorgd uit. Er staan wel slechtere in Nieuw-West.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Enkele weken geleden maakte ik onder leiding van het <a href="http://www.vaneesterenmuseum.nl/index.php?id=15" target="_blank">Van Eesteren Museum</a> een genoeglijke rondleiding door de Staalmanpleinbuurt in Amsterdam Nieuw-West. Het was prachtig weer, de binnentuinen stonden fraai in bloei. Zelfs de flats die nog op nominatie staan gesloopt te worden, zagen er in het zonlicht opvallend solide en verzorgd uit. Er staan wel slechtere in Nieuw-West.</strong></p>
<p>Woningcorporatie <a href="http://www.de-alliantie.nl/" target="_blank">De Alliantie</a> is daar met een ingrijpend vernieuwingsprogramma bezig. Ik was gevraagd  na de rondleiding een ‘recensie’ te geven van de nieuwbouwplannen van De Alliantie voor het <a href="http://www.nieuwwest.amsterdam.nl/plannen_en_projecten/stedelijke/artikelen/delflandplein/delflandplein/hart-staalmanplein/" target="_blank">Staalmanplein</a>. Bij het ontwerp van de Westelijke Tuinsteden is veel aandacht besteed aan de openbare ruimte. <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_van_Eesteren" target="_blank">Cornelis van Eesteren</a> hechtte veel belang aan groen. De vragen waarop drie ‘recensenten’ na de rondleiding geacht werden antwoord te geven: bouwde woningbouwcorporatie de Alliantie nu voort vanaf de schouders van Van Eesteren, of gaan de door hem ingebrachte kwaliteiten verloren bij de vernieuwing? En welke nieuwe kwaliteiten worden er toegevoegd aan de openbare ruimte? De andere twee ‘recensenten’ waren echte deskundigen: Mirjam Koevoet, directeur van 1:1 stadslandschappen en Arjan Gooijer, projectarchitect bij Van Schagen. Het leek me daarom beter het als laatste spreker te zoeken in enige ontregeling.</p>
<div id="attachment_2530" class="wp-caption alignnone" style="width: 445px"><a rel="attachment wp-att-2530" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/cornelis_van_eesteren_and_theo_van_doesburg_2/"><img class="size-full wp-image-2530 " title="Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Cornelis_van_Eesteren_and_Theo_van_Doesburg_2.jpg" alt="" width="435" height="288" /></a><p class="wp-caption-text">Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg (bron: Wikipedia)</p></div>
<p>Waarom<em> </em>zou je je bij het ontwerp van een nieuwe wijk laat leiden door wat Van Eesteren ervan gevonden zou hebben? Die man heeft nu toch wel lang genoeg invloed gehad op het ontwerp van Amsterdam. En je kunt niet volhouden dat ‘zijn’ Nieuw West een duurzaam succes is gebleken. De Van Eesteren gebieden horen tot de minst populaire delen van Amsterdam. De leefbaarheidscijfers zitten aan de onderkant van het gemiddelde en de geringe populariteit van veel wijken weerspiegelt zich in lage vierkante meterprijzen.</p>
<p>Daar kun je allerlei redenen voor bedenken. De samenstelling van de bevolking, de matige materialen die in de wederopbouwperiode zijn gebruikt, het gebrek aan variatie in woningtypen. Maar zal het ook niet enigszins met het stedenbouwkundig plan van Nieuw West zelf te maken hebben? Zo wijken de fysieke kenmerken daarvan sterk af van meer florerende delen van de stad. Je vindt hier overwegend blokken in de vorm van haken en stroken. Winkels zijn geconcentreerd rond pleintjes en ook andere bedrijvigheid heeft zijn eigen plek. Geen functiemenging dus, wel veel groen tussen de woningen. Straten zijn hier wegen.</p>
<p>Op het eerste gezicht voldoet de Van Eesteren wijk aan een ideaalbeeld: stedelijk wonen in het groen, en ook nog parkeergelegenheid. Maar dat ideaalbeeld gaat kennelijk niet op voor de stedelijke bewoner, die kapitalen neerlegt om in een gehorige woning in De Pijp te wonen. Op basis van objectieve criteria is er dus minstens zoveel reden om te zeggen: doe het vooral niet zoals Van Eesteren het heeft gedaan!</p>
<p>De Alliantie heeft zich gelukkig maar met mate door Van Eesteren laten leiden: geen eentonige strokenbouw maar een hoogstedelijk bouwvolume; niet allemaal dezelfde woningen, maar menging van koop en huur in diverse groottes; geen absolute scheiding van wonen, werken en winkels/voorzieningen, maar plinten met werkplekken, en een moskee en buurtcentrum naast woningen. De corporaties lijkt ook serieus naar de bewoners te hebben geluisterd, niet altijd vanzelfsprekend bij stedelijke vernieuwing. Er is een serieuze poging gedaan om in een vroeg stadium, via huisbezoeken, kopgroepen en droomgroepen de belangrijkste wensen van de bestaande bewoners in kaart te brengen.</p>
<p>En ik kán u vertellen dat daar NIET op 1 stond dat er in de geest van Van Eesteren moest worden gebouwd. Wel dat gezinnen vooral een grotere en toch betaalbare woning wilden. Daarnaast wilde men in de buurt boodschappen kunnen doen, wilde men een mix van bewoners &#8211; en ja, dat wel &#8211; wilde men groen in de buurt. Dat is gelukt. Goed dat waardevolle bomen en tuinen zijn behouden. En er komt een echt park. De nieuwe buurt is hoogstedelijk, maar blijft ruim en groen. Dat hebben we misschien toch een beetje aan Van Eesteren te danken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Staalmanpleinbuurt (foto: Nico Boink)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Architect bewandelt nieuwe wegen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 May 2011 10:06:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2507</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Kopie-van-de-xxx-foto-Kees-Hummel_resize.jpg" /> De bond Nederlandse architecten en Syntens organiseerden onlangs de bijeenkomst 'Kansen voor de ondernemende architect' in de Kamer van Koophandel (KvK) Amsterdam. De aanleiding is duidelijk: het werk ligt voor architecten niet voor het oprapen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De <a href="http://www.bna.nl" target="_blank">bond Nederlandse architecten</a> en <a href="http://www.syntens.nl/default.aspx" target="_blank">Syntens</a> organiseerden onlangs de bijeenkomst &#8216;Kansen voor de ondernemende architect&#8217; in de Kamer van Koophandel (KvK) Amsterdam. De aanleiding is duidelijk: het werk ligt voor architecten niet voor het oprapen.</strong></p>
<p>Voor een volle zaal hield architect <a href="http://www.griffioenarchitecten.nl/" target="_blank">Jan Griffioen</a> een inleidend verhaal. Vijf jaar geleden werd hij zestig en vroeg zich af wat hij nog wilde met zijn bureau dat nu dertig jaar bestaat. Hij kwam in contact met Syntens dat ondernemers, waaronder architecten, helpt met innovatietrajecten binnen hun bureau. Zijn insteek: ‘architect, een soort waarvan er in Nederland meer dan zesduizend rondlopen, is een te algemeen, niet herkenbaar genoeg begrip‘. Als architect moet je je afvragen waar je staat: wat is mijn schaal? Hoe wil ik werken? Zijn mijn partners complementair aan mijzelf? En hoe word ik zichtbaar?</p>
<p>In een periode als de huidige crisis moet je dan zelf werk gaan creëren, door te kijken naar je omgeving en wat je daarin irriteert. Welke bijdrage kun je dus leveren aan deze samenleving? En als je als architect een stuk werk terug wilt veroveren op alle adviseurs die dat sinds jaren afpakken, dan moet je wel je netwerk zo georganiseerd hebben dat je dat werk goed aan kunt. Griffioen: “Hoeveel vrouwen zijn er in de zaal? Dames, u heeft meer kansen!” Vervolgens werden in twee sessies verschillende workshops gehouden. Thema’s waren: internationalisering, kansen herkennen, zichtbaarheid als klein bureau en de nieuwe rol van de architect in relatie tot corporaties. Verder BIM, de toepassing van een voor alle projectdeelnemers toegankelijk gebouwmodel dat de communicatie en integratie van het ontwerp- en bouwproces bevordert.</p>
<p>Ik waagde mij aan “Kansen Herkennen”, een workshop door Rosan Sierhuis en Laurette van Halen, beide adviseur regiostimulering bij de Kamer van Koophandel regio Amsterdam. Centraal stond de vraag: Waar liggen de ontwikkelkansen in de regio? Welke veranderingen komen er aan? Opvallend daarbij was dat de Kamer een andere, meer economische getinte bril draagt dan het ontwikkelingsbedrijf. Zo is de KvK niet enthousiast over de transformatie van de houthavens, omdat de havenfunctie daar dan verloren gaat. Dus welke gebiedsvisies stimuleren de werkgelegenheid en welke ontwikkelingsmodellen bieden een economisch perspectief? Volgens de KvK is daar een nieuw denken voor nodig: herstructurering, verdichting en stapeling van functies in plaats van groei ten koste van bestaande functies omdat ze bijvoorbeeld milieuoverlast veroorzaken. Veel werk dus voor architecten, zou je denken, ware het niet dat de gesuggereerde ontwikkelingen niet plaatsvinden, daarom waren we allemaal gekomen.</p>
<p>Architect <a href="http://www.valk-architect.nl/" target="_blank">Joost Valk</a> bood een andere aanpak: Hij heeft de transformatie van een bedrijventerrein in Hoofddorp, Beukenhorst, op gang gebracht. Niet met een masterplan, maar door met gebruikers te praten en ze te mobiliseren om zelf een transformatie teweeg te brengen. Zijn tip: “Kijk eerst goed wat er al is aan voorzieningen. En praat met de <em>facility</em> managers. Zij weten wat er speelt en waar mensen behoefte aan hebben”. Zo kwam het tot een uitbreiding van de diensten van de in house catering van een groot bedrijf naar de overige bedrijven op het terrein. Nu gaat die cateraar zich wagen aan streekproducten: er ontstaat een band met de plek. Een aanstekelijke gedachte: ‘architect, ga praten met de mensen zelf, inventariseer waar ze behoefte aan hebben, en je hebt werk’……</p>
<p>De workshop Zichtbaarheid van de Architect ging vooral over het gebruik van sociale media. Elly van Wattingen van Syntens toonde de mogelijkheden van LinkedIn en Twitter. Een ervaring uit de zaal: een interieurarchitecte haalde via LinkedIn een opdracht uit Italië binnen. Commentaar van een oudere collega: “Wat heeft een Italiaan te zoeken binnen jouw netwerk?” Maar dat was volgens haar een ouderwetse kijk op de zaak: juist daar ligt de kracht van sociale media. Een mooi voorbeeld: een architect met een website met een <em>moodboard </em>waarop je zelf een collage van sfeerbeelden kunt samenstellen. Zo leuk dat bezoekers de site aanbevelen bij kennissen en hem linken in Facebook.</p>
<p>Carl Kerchmar, software ontwikkelaar bij <a href="http://www.studionum.com/" target="_blank">Num</a>, Studio for New Urban Media, legde vervolgens het principe van de cloudmarkt uit: grote steden zijn ontstaan bij havens, bij concentratiepunten van goederen. Nu zijn die steden concentratiepunten van informatie geworden. Met nieuwe media kun je overal je benodigde adviseurs en dienstverleners vinden: muren bestaan niet meer. Zo ontstaat een combinatie van fysieke netwerken zoals borrels van businessclubs en digitale vindbaarheid die een boost geeft aan het creatieve potentiaal. Duidelijk bleek uit de reacties van de aanwezigen dat de meesten van ons, vooral de jongeren, bezig zijn met sociale media. Maar niet zo consequent: We benutten de mogelijkheden onvoldoende.</p>
<div id="attachment_2509" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2509" href="http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/p5032619/"><img class="size-full wp-image-2509" title="P5032619" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/P5032619.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Architecten Blok, Kats en van Veen op locatie in Gabon</p></div>
<p>Andere wegen die architecten bewandelen: Het<a href="http://www.bkvv.nl" target="_blank"> bureau Blok Kats van Veen</a> wist via contacten opgedaan in Delft diverse opdrachten in Afrika binnen te halen waaronder die voor de Mouila universiteitscampus in Gabon en dat zonder een groot bureau achter zich. Verschillende architecten op IJburg ontwikkelden en bouwden daar samen hun eigen bedrijfspand waar ze hun visie op de nieuwe werkplek kunnen tentoonstellen en dat ze verder verhuren.</p>
<p>In het verhaal van Frank Bijdendijk, directeur van corporatie <a href="http://www.stadgenoot.nl/" target="_blank">Stadgenoot</a>, kwam de nieuwe rol van de architect aan bod: In plaats van onafhankelijk adviseur naast onafhankelijke uitvoerende partijen wordt die steeds meer deelnemer in een team. Betere beslissingen, een kortere voorbereidingstijd door een geïntegreerde aanpak, en voor allen een beter resultaat. Dat klonk goed in deze tijd waarin wij elkaar allemaal nodig hebben. Maar als aannemers, corporaties en wij architecten weer flink wat om handen hebben, zal blijken of we echt nader tot elkaar zijn gekomen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Kantoorgebouw XXX  dat verschillende architecten op IJburg voor zichzelf en andere ondernemers gebouwd hebben (foto: Kees Hummel)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Investeren in stedelijke kwaliteit loont</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/investeren-in-stedelijke-kwaliteit-loont/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/investeren-in-stedelijke-kwaliteit-loont/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 13 Apr 2011 10:09:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2442</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Indische-Buurt.jpg" /> Zonder veel ruchtbaarheid verscheen afgelopen december het rapport Stad en Land van het Centraal Planbureau (CPB). Gerard Marlet en zijn medeonderzoekers presenteren hierin een baanbrekende analyse van de succes- en faalfactoren van Nederlandse steden en regio’s.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zonder veel ruchtbaarheid verscheen afgelopen december het rapport <a href="http://www.cpb.nl/publicatie/stad-en-land" target="_blank"><em>Stad en Land</em></a> van het Centraal Planbureau (CPB). Gerard Marlet en zijn medeonderzoekers presenteren hierin een baanbrekende analyse van de succes- en faalfactoren van Nederlandse steden en regio’s.</strong></p>
<p>En dat werd tijd ook, want wie met behulp van bijvoorbeeld de honderden themakaarten in de Bosatlas van Nederland probeert te achterhalen waarom Amsterdam het zoveel beter doet dan Heerlen, wordt weinig wijzer. De traditionele geografie, economie en planologie kunnen het succes van historische monocentrische steden en het wegzakken van de moderne netwerksteden niet goed verklaren. Dat heeft veel te maken met de beperkte waarde die wordt toegekend aan lastig te kwantificeren consumptiefactoren als aanbod aan culturele voorzieningen, onderscheidende stedelijke milieus, winkelaanbod, enzovoort.</p>
<p>Interessant is de premisse die in <em>Stad en Land</em> wordt gehanteerd, dat de grondprijzen in steden en regio’s de beste indicator zijn voor het sociaal-economisch succes. In Amsterdam zijn de grondprijzen bijvoorbeeld 200 keer zo hoog als in Oost-Groningen. Grofweg verklaren in Nederland als geheel factoren aan de productiekant (bereikbaarheid van banen) en consumptieve voorzieningen ieder ongeveer 50% van de grondprijsverschillen. Het aanbod van luxe winkels, een historische binnenstad, horeca en cultuur bepalen gezamenlijk 30% van de grondprijsverschillen. In Amsterdam en veel andere steden ligt die verhouding echter heel anders. De hoge grondprijs, en dus het sociaal-economisch succes, van de hoofdstad vloeit volgens het CPB voor driekwart voort uit consumptieve factoren.</p>
<div id="attachment_2444" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2444" href="http://ruimtevolk.nl/blog/investeren-in-stedelijke-kwaliteit-loont/waardecreatie-2005-2008/"><img class="size-full wp-image-2444" title="waardecreatie-2005-2008" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/waardecreatie-2005-2008.jpg" alt="" width="510" height="361" /></a><p class="wp-caption-text">Waardecreatie 2005-2008 (Bron: Dienst Ruimtelijke Ordening)</p></div>
<p>Wanneer we inzoomen op de gemeente Amsterdam wordt duidelijk dat de stad uit twee delen bestaat. Een vooroorlogs deel met snel stijgende grondprijzen en een naoorlogs deel, waar de prijzen lager en nagenoeg stabiel zijn of zelfs dalen. <em>Stad en Land</em> doet geen poging dit verschil in prijsontwikkeling, dat ook in andere Nederlandse steden bestaat, te verklaren. Maar lastig is dat niet. De consumptiekant van de economie is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de stedelijke publieke ruimte. En die kwaliteit is in de vooroorlogse stad met zijn hoge dichtheid aan bevolking, bedrijven en voorzieningen, makkelijker te realiseren dan in de naoorlogse stad met zijn lagere dichtheden, overmaat aan diffuse, vaak groene openbare ruimten en gebrek aan gelegenheid voor het ontplooien van economische activiteit.</p>
<p>Het onderzoek van het CPB geeft bruikbare handreikingen voor ruimtelijk beleid. Bijvoorbeeld dat het maximaliseren van de grondprijs, door te investeren in de kwaliteit van de publieke ruimte (voorzieningen, architectuur) ook de maatschappelijke welvaart bevordert. Ik kon mijn oren dan ook nauwelijks geloven toen ik 21 maart jongstleden een aantal vooraanstaande ontwerpers in het Van Eesterenmuseum in Nieuw-West hoorde beweren dat de redding van de naoorlogse stadsdelen gelegen is in het breed investeren in het aanwezige groen. De groene kracht van de naoorlogse stadswijk is een illusie. De juiste strategie &#8211; die zich de afgelopen decennia in de oude stadsdelen ruimschoots bewezen heeft bovendien &#8211; is gezamenlijk investeren in stedelijke kwaliteit. Bewoners, huiseigenaren, ondernemers, corporaties en overheid profiteren daar allen van en de economie niet in de laatste plaats.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Gezamenlijk investeren in de stedelijke kwaliteit van de Amsterdamse Indische Buurt door gemeente, corporaties, huiseigenaren en ondernemers leidde sinds 2005 tot aanzienlijke waardecreatie. En de leefbaarheidsscore van de wijk steeg van een 5,1 naar een 7,0.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/investeren-in-stedelijke-kwaliteit-loont/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>En vanaf nu ontwerpen we zelf onze stad?!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/en-vanaf-nu-ontwerpen-we-zelf-onze-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/en-vanaf-nu-ontwerpen-we-zelf-onze-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 10 Apr 2011 16:55:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Barcelona]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Eindhoven]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Smallingerland]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2467</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/04/kapla.jpg" /> De rol van de ontwikkelaars is (voorlopig) uitgespeeld, de belegger brengt zijn geld liever naar het buitenland, de woningcorporatie trekt zich terug en de gemeente kan het (allang) niet meer alleen. De optelsom is duidelijk: Wij gaan onze stad zelf maken! Maar wij Nederlanders zouden geen Nederlanders zijn als we niet toch zouden proberen deze autarkische ontwikkelstrategie tastbaar te maken en te organiseren. Studievereniging VIA Stedebouw van de TU Eindhoven organiseerden op 28 februari op Strijp-S een bijeenkomst onder de curieuze, maar niet minder interessante vraag: How to plan the self made city?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De rol van de ontwikkelaars is (voorlopig) uitgespeeld, de belegger brengt zijn geld liever naar het buitenland, de woningcorporatie trekt zich terug en de gemeente kan het (allang) niet meer alleen. De optelsom is duidelijk: Wij gaan onze stad zelf maken! Maar wij Nederlanders zouden geen Nederlanders zijn als we niet toch zouden proberen deze autarkische ontwikkelstrategie tastbaar te maken en te organiseren. Studievereniging VIA Stedebouw van de TU Eindhoven organiseerden op 28 februari op Strijp-S een bijeenkomst onder de curieuze, maar niet minder interessante vraag: <a href="http://www.viastedebouw.nl/event/" target="_blank">How to plan the self made city?</a></strong></p>
<p><strong>Open-source stede(n)bouw</strong><br />
Achter deze kennisvraag gaat een niet minder interessante zorg schuil. Namelijk die van de legitimiteit van de hedendaagse stedebouwer. Want als we het allemaal zelf gaan doen hebben we geen door een opdrachtgever aangestuurde stedebouwkundige meer nodig, toch? Geen nieuwe vraag, want al ten tijde van de opkomst van de CIAM, een onderwerp van felle discussie. Waar mannen als van Eesteren en Le Corbusier zichzelf beschouwden als ‘meesters van het vak’ en geen inmenging duldden, waren er ook, zoals de Oostenrijker <a href="http://www.archined.nl/recensies/neuraths-open-source-stedenbouw/" target="_blank">Otto Neurath</a>, die veel meer uitgingen van een spontane participatieve stedelijke ontwikkeling met een hoog doe-het-zelf gehalte.</p>
<div id="attachment_2474" class="wp-caption alignnone" style="width: 460px"><a rel="attachment wp-att-2474" href="http://ruimtevolk.nl/blog/en-vanaf-nu-ontwerpen-we-zelf-onze-stad/globalpolisjpg2/"><img class="size-full wp-image-2474" title="globalpolisjpg2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/04/globalpolisjpg2.jpg" alt="" width="450" height="434" /></a><p class="wp-caption-text">Detail van boekomslag: Otto Neurath - The Language of the Global Polis, NAI Uitgevers, Ontwerp: Joseph Plateau Grafisch Ontwerpers</p></div>
<p>Terug naar de hoofdvraag. Hoe kunnen we dit enigszins in goede banen leiden? Of kunnen we het inmiddels helemaal loslaten? Joris van Reusel van Import Export Architecture uit Antwerpen doet momenteel <a href="http://www.architectuurfonds.nl/projecten/966/stedelijke_improvisaties" target="_blank">onderzoek</a> naar de waarde van ‘ruimtelijke fragmentatie’, een in België bij gebrek aan sturing zelfontsproten fenomeen. Particulier initiatief zou daarbij wel eens het geheim kunnen zijn van een kwaliteitsvol stadslandschap. Mooi geformuleerd, maar je hoeft niet lang buiten de oude stadsmuren van een Belgische stad rond te lopen om de visuele zelfkant van de maatschappij te ontmoeten. Hoe exotisch we dat ook mogen vinden.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Maar, eerlijk is eerlijk, er zijn recente voorbeelden te vinden van juist ‘overontworpen’ wijken en buurten, waar elke vorm van menselijke onvoorspelbaarheid bij voorbaat de kop is ingedrukt. Als de waarheid dan ergens in het midden ligt, vind ik de uitspraak van Neurath wel een heel goed startpunt. <em>To order disorder!</em> That’s the question. Oftewel, wat is de (minimale) structuur die vrijheid en flexibiliteit nodig heeft om niet tot Belgische toestanden (grapje!) te leiden. Mijn persoonlijke favoriet in deze, heel voor de hand liggend, is de Barcelonese stadsuitbreiding van <a href="http://geographyfieldwork.com/Eixample.htm" target="_blank">Ildefons Cerda</a>. Een tijdloos ontwerp, dat niet aan zijn eigen succes ten onder gaat en verwordt tot een onaantastbaar museum, maar nog steeds 150 jaar later letterlijk en figuurlijk de ruimte biedt voor een continue meebewegen met de grillen en nukken van de moderne tijd. Cerda was echter meer van het type van Eesteren, wat dan toch de twijfel opwerpt over de vraag wie de tekenpen moet hanteren?</p>
<div id="attachment_2481" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2481" href="http://ruimtevolk.nl/blog/en-vanaf-nu-ontwerpen-we-zelf-onze-stad/barcelona-groot/"><img class="size-full wp-image-2481" title="barcelona-groot" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/04/barcelona-groot.jpg" alt="" width="510" height="389" /></a><p class="wp-caption-text">De grid van Barcelona (Bron: Google Earth)</p></div>
<p><strong>What’s in it for us?</strong><br />
Maar eigenlijk gaat het om iets heel anders. Want hoe groot is de vraag om zelf te bouwen en ontwerpen überhaupt? Natuurlijk is het een prachtige ambitie om de burger zelf de kans te geven zijn woning en woonomgeving vorm te geven. Maar laten we eens kritisch zijn. Wil de burger dit wel? In zijn artikel ‘<a href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-failliet-van-de-woonconsument-leve-de-woonprosumer/" target="_blank">Het failliet van de woonconsument; leve de woonprosumer!</a>’ , schetst Vincent Kompier een ontnuchterend beeld van deze zogenaamde actieve stadsburger: een product van de aanbodzijde, een kleipop gekneed door de markt. Zelf je huis bouwen, zo bewijst momenteel het Homeruskwartier in Almere, is een product dat zich steeds beter laat verkopen, maar <em>en passant</em> ook nog een keer opdraaien voor het volledige stedenbouwkundige ontwerp? Hoezo? En wat krijg je terug voor al die geïnvesteerde tijd en energie?</p>
<p><strong>Klantspecifieke massaproductie</strong><br />
Natuurlijk zijn er al prachtige voorbeelden te noemen van wijkjes die met veel aandacht en liefde van A tot Z ontworpen zijn (en beheerd worden) door de bewoners. Neem de <a href="http://www.kersentuin.nl/" target="_blank">Kersentuin</a> in Leidsche Rijn of de <a href="http://www.debuitenkans.nl/" target="_blank">Buitenkans</a> in Almere<a href="http://www.debuitenkans.nl/"></a>. Maar het proces in de Almeerse Stripheldenbuurt laat ook zien dat dit lang niet altijd vanzelf gaat. Pas nadat Ymere Flevoland het verkooprisico van de onverkochte woningen had overgenomen, kon de realisatiefase beginnen.</p>
<p>‘Self made’ hoeft wat dat betreft niet te zeggen dat de eindgebruiker per definitie zelf ontwerpt, bouwt (en beheert), maar het biedt ruimte aan (nieuwe) partijen om producten te ontwikkelen die passen bij de behoefte van de hedendaagse klant. Er zit nog veel ruimte tussen de traditionele aanbodgerichte woningbouw en het volledig zelf ontwerpen van de eigen leefomgeving. In dit grote tussengebied liggen tiental nichemarkten te wachten op aanbieders, die op basis van een robuust doch flexibel concept de klant in staat stellen dit vervolgens geheel naar de eigen hand te zetten. Zoals de Ipad of Iphone van Apple compleet is te <em>customizen</em> door de gebruiker en de <a href="http://blog.ultimaker.com/" target="_blank">3D-printer</a><a href="http://blog.ultimaker.com/"></a> ontwikkeld vanuit de FabLabs ons in staat stelt willekeurig welk voorwerp zelf te maken.</p>
<p>Op woningniveau zie je dit al ontstaan. Alex de Jongh die onder het motto ‘<a href="http://www.tweekap.nl" target="_blank">Samen bouwen, voordelig wonen</a>’ potentiële buren bij elkaar brengt om samen een twee-onder-een-kap woning te bouwen met als USP dat er in principe minder grond nodig is en één van de muren kan worden gedeeld. Of de <a href="http://www.urbanresort.nl/home" target="_blank">Stichting Urban Resort</a>, die sinds 2006 goedkope ruimte voor de culturele en creatieve sector realiseert. Op 15 februari 2011 verworven zij als eerste broedplaatsontwikkelaar een stuk vastgoed in de vorm van ateliercomplex op De Heining in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Iedereen kan projectontwikkelaar worden!</p>
<p>En de stedenbouwkundige – we waren hem bijna vergeten – die wordt, werkend vanuit de<a href="http://ruimtevolk.nl/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/" target="_blank"> vier principes van spontane stedenbouw</a>, de conceptaanbieder en procesbegeleider van groepen individuen in de samenleving. Met als schone taak ervoor te zorgen dat het ideale plaatje strookt met het beeld van een gezonde en gewilde stad en niet leidt tot <em>‘disorder’</em>. Het is wachten op de doorontwikkeling van wijken als <a href="http://www.wijbouweneenwijk.nl/" target="_blank">Opeinde</a> in Smallingerland!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/en-vanaf-nu-ontwerpen-we-zelf-onze-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>36</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stadshout</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stadshout/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stadshout/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Apr 2011 20:33:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2426</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Crisow-op-het-nazomerfestival.jpg" /> Meubelmaker Crisow von Schulz verbaast zich al jaren over de verspilling van gerooide stadsbomen die in de versnipperaar verdwijnen. In Amsterdam alleen al is per jaar drieduizend  kuub bruikbaar hout te verspijkeren. Geen boom meer de stad uit!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Meubelmaker <a href="http://www.linkedin.com/pub/crisow-von-schulz/25/a10/996" target="_blank">Crisow von Schulz</a> verbaast zich al jaren over de verspilling van gerooide stadsbomen die in de versnipperaar verdwijnen. In Amsterdam alleen al is per jaar drieduizend  kuub bruikbaar hout te verspijkeren. Geen boom meer de stad uit!</strong></p>
<p>Het begon volgens Crisow met de gerooide boom van zijn achterbuurvrouw: zij spoorde hem aan iets te doen met dat hout. Met een mobiele zagerij werd de boom gezaagd en zo konden de prachtige planken in de buurt blijven waar zij waren opgegroeid. Crisow werkte er keukenkastjes mee af, met fraaie grillig gezaagde planken als kastfronten, en tafelbladen. Sindsdien zijn er robuuste picknicktafels ontstaan en een publieke parkbank, van groen, dus ongedroogd hout.</p>
<p>Op de jaarlijkse buurtmarkt stond vorig jaar een mobiele zaaginrichting een dag lang lokaal verzamelde stammen te zagen. Inclusief het schilhout, de buitenste plank met bast, werden die tot meubels vertimmerd. In Utrecht bestaat een soortgelijk initiatief, ‘<a href="http://www.tafelboom.nl" target="_blank"><em>Tafelboom</em></a>‘: van Utrechtse oude bomen gemaakte tafels die getuigen van de stadsgeschiedenis. Ook in Groningen en Den Haag zijn meubelmakers die meer willen maken van hun gewortelde stadsgenoten. Binnenkort gaat de Amsterdamse stichting Stadshout een piano bouwen, en misschien ook een boot. Verder wordt er gewerkt aan een schooltuincomplex met stadshout.</p>
<div id="attachment_2431" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2431" href="http://ruimtevolk.nl/stadshout/keuken-stadshout/"><img class="size-full wp-image-2431" title="keuken-stadshout" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/keuken-stadshout.jpg" alt="" width="510" height="408" /></a><p class="wp-caption-text">Keukenkastjes van stadshout</p></div>
<p>Arianne van Rijn, communicatie- en organisatieadviseur voor Stichting Stadshout: “Stadsbomen zijn hier nooit consequent gebruikt. Pas in de jaren ‘30 werden zij in grote aantallen aangeplant. Tijdens de Hongerwinter werden veel straatbomen gekapt, alleen de parken werden toen bewaakt. De bomen daar hebben nu een respectabele leeftijd bereikt”. Von Schulz vult aan: “en het zijn ondanks hun stadse leven gezonde bomen, die vaak weinig last hebben gehad van de wind. En een zieke boom betekent nog geen ziek hout. De bekende iepenziekte bijvoorbeeld tastte de schors aan maar niet het hout.”</p>
<p>Door de realiteit van schaalvergroting in de houtindustrie en relatief goedkope brandstoffen hebben stadsbomen desondanks weinig economische waarde. Je zou er een lokale zagerij en drogerij voor moeten hebben. Vroeger had je ook plaatselijke zaagmolens, nu staan die bij productiebossen. Daar komt bij dat Nederland een focus op tropische houtsoorten heeft, sinds de mahonie import van de zeventiende eeuw. Hier zijn iepen, essen, populieren, abeelen, wilgen en verder de esdoorn goed verkrijgbaar, vooral bij de fijnhouthandel, en op de jaarlijkse rondhoutveiling in Arnhem, aan het eind van het<strong> </strong>kapseizoen. En met moderne veredelingstechnieken zijn dat hele bruikbare houtsoorten<strong> </strong>geworden.</p>
<p>Hoe conserveer je een boom? Het begint idealiter met onderdompelen in water waardoor de voor insecten aantrekkelijke houtsuikers uitgespoeld worden. Vervolgens kan het hout worden gezaagd, gedroogd en verduurzaamd, waarvoor moderne methodes als thermische modificatie bestaan. Voor dat drogen, een proces van al gauw een jaar, zoekt Stichting Stadshout geschikte plekken in de stad, stadsdrogerijen. Die zouden onder bruggen kunnen komen, een idee waar de brandweer niet enthousiast over is, of bij een stadsdeelwerf. Of beter nog, op plekken waar het hout gezien mag worden zoals in het park. Verder denkend zijn de Houthavens de ideale plek om het hout thermisch te modificeren. Niet door de naam, maar vanwege de vierhonderd graden afvalwarmte van het energiebedrijf daar. Dat zou een enorme CO2 uitstootreductie opleveren in vergelijking met conventioneel drogen.</p>
<p>In Utrecht kun je als timmerman terecht bij een centraal punt voor het gerooide stadshout, dat niet verhandeld mag worden maar wel verwerkt. Een logische gedachte: waarom zouden<strong> </strong>stadsboswachters die hout nodig hebben dat bij een bouwmarkt halen, uit een productiebos in Scandinavië? In Amsterdam gaan daar zeven (voorheen veertien) stadsdelen over. Crisow: “In Buitenveldert zijn de bomen nauwkeurig omschreven, er is sprake van een ‘bomentaal’ die past bij de architectuur. Maar in Zuidoost is de omschrijving veel vager. Daar wordt op een kapvergunning alleen het aantal bomen vermeld.”</p>
<p>Stadshout kan grote partijen hout leveren voor duurzame bouw. Daarbij kun je denken aan toepassingen als gevelbekleding, vloeren en interieurbouw. Dit jaar gaat het bij Stadshout om minimaal driehonderd kuub. De stichting streeft ernaar dat de gemeente een grote afnemer wordt van het hout. Arianne van Rijn hierover: &#8220;Nu de stad Amsterdam streeft naar een voorhoede positie als het gaat om duurzaamheid, sluit Stadshout hier naadloos bij aan.” Ook Crisow zelf is overtuigd van zijn missie: “met het hout van de groene juwelen uit de stad kunnen ongelooflijk veel mooie dingen gedaan worden, die goed zijn voor het ecosysteem, voor de lokale economie en voor het welzijn van de stad. Zelfs bij de aanplant zou men daar al rekening mee kunnen houden. Als Amsterdam de groenste stad van Europa wil worden in 2015, mag verantwoord gebruik van stadshout zeker niet ontbreken”.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Crisow op het Nazomerfestival</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stadshout/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Chaos en orde in de vloeibare stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/chaos-en-orde-in-de-vloeibare-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/chaos-en-orde-in-de-vloeibare-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 29 Mar 2011 18:45:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jurgen Hoogendoorn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Zaanstad]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2324</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/16.jpg" /> In een vorig artikel lieten Swen en Hoogendoorn zien hoe in het ZaanIJ-gebied elementen te vinden zijn voor een nieuwe benadering van gebiedsontwikkeling, Slow urbanism. Naast enthousiaste reacties waren er ook kritische opmerkingen. Sommige reaguurders stelden dat het gaat om een nieuwe hype, anderen stelden dat er niets nieuws onder de zon was. Met die laatste groep zijn Swen en Hoogendoorn het in essentie eens. Een theoretische reflectie op wat er voor slow urbanisme was.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In een <a href="http://ruimtevolk.nl/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/" target="_blank">vorig artikel</a> lieten Swen en Hoogendoorn zien hoe in het ZaanIJ-gebied elementen te vinden zijn voor een nieuwe benadering van gebiedsontwikkeling, <em>Slow urbanism</em>. Naast enthousiaste reacties waren er ook kritische opmerkingen. Sommige reaguurders stelden dat het gaat om een nieuwe hype, anderen stelden dat er niets nieuws onder de zon was. Met die laatste groep zijn Swen en Hoogendoorn het in essentie eens. Een theoretische reflectie op wat er voor slow urbanisme was.</strong></p>
<p><strong>Verslaafd aan groei</strong><br />
Een complete ‘nieuwe’ theorie voor <em>slow-urbanism </em>in de nieuwe context is (nog) niet voorhanden. Wetenschapper <a href="http://www.hitte.nu/jackson.html" target="_blank">Tim Jackson</a> analyseert de crisis op meta-economisch niveau. Hij laat in het boek <em>Welvaart zonder groei</em> zien hoe de structuren van productie en consumptie (het gangbare economische model) de afgelopen decennia een snelle maatschappij hebben gecreëerd, die verslaafd was aan niet-duurzame groei en waarin tegelijk de kwaliteit van leven niet of nauwelijks meer toenam en zelfs afnam. Maar dat geeft ons nog geen handvatten om te duiden wat er rond ruimtelijke ontwikkeling aan de hand is.</p>
<p>Hiervoor zijn echter analyses voorhanden, die opvallend genoeg dateren van vóór de crisis. Analyses die toen nog onvoldoende weerklank vonden omdat de urgentie ontbrak. “Het is het zaadje dat al jarenlang in de grond zit en dat door zomaar een bui tot groei komt”, is een citaat van Geert Teisman over zelforganisatie, die we verderop aan zullen halen. Misschien is dat ook zo met de gedachtevorming over <em>slow urbanism</em>. Er waren al messcherpe inzichten, maar er was een flinke regenbui voor nodig &#8211; de crisis van de afgelopen jaren -  om het van een elegant gedachtegoed te transformeren in een urgent en akelig actueel kader om ons handelen opnieuw uit te vinden.</p>
<p><strong>Overvloedige ruimteproductie </strong><br />
Neem het concept de vloeibare stad van stedenbouwkundige/planoloog wijlen Willem Hartman. Hij baseerde zich op het begrip <em>liquid modernity</em> van de socioloog en filosoof <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Zygmunt_Bauman" target="_blank">Zygmunt Bauman</a>. Bauman had in zijn boek ‘<em>Liquid modernity</em>’ (2000:81) geschreven: ‘<em>Contemporary cities are the stages or battlegrounds on which global powers and stubbornly local meanings and identities meet, clash, struggle and seek a satisfactory, or just bearable, settlement. It is that confrontation, and not any single factor, that sets in motion and guides the dynamics of the </em><em>‘</em><em>liquid modern city</em><em>’</em>.’ De in ons vorige artikel aangehaalde Saskia Sassen hanteert een min of meer dezelfde gedachtegang.</p>
<p>Hartman laat zich in het boek <em>De vloeibare stad</em> (Architectura &amp; Natura, 2007)  inspireren door Bauman en gaat er vanuit dat de vloeibare stad is op te vatten als een voortdurend ontstaan, als permanente verstedelijking. Ze ontstaat door een oneindige stroom van kleine individuele stappen, die bepalend zijn voor richting en dynamiek.  In een <a href="http://www.rooilijn.nl/files/%28PDF%29%20Hartman%20RL%2005-08.pdf" target="_blank">artikel uit 2007</a> identificeert Hartman een kongsi tussen het Rijk, ‘Bouw’ en ‘Kapitaalverschaffers‘. Dit ‘RBK-complex’ is vergelijkbaar met het industrieel-militair complex, waar oorlogsdreiging bevorderlijk is voor de omzet van een breed scala aan industrieën. Woningnood – eerst kwantitatief en later kwalitatief – is hierbij de grote ‘vijand’.  De ruimteproductie van de laatste decennia komt dan strikt gezien niet voort uit een urgente ruimtebehoefte, maar uit een  landelijk geformuleerde opdracht<em> </em>die verbonden is met onze op groei gebaseerde economie. Die ruimteproductie is overvloedig (groeikernen, Vinex, etc) en verstoort de morfologische orde en soms, zoals bij sloop van naoorlogse stadswijken,ook de sociale structuur.</p>
<p>Al die plannen worden vervolgens stelselmatig ingehaald door autonome ontwikkelingen, die op hun beurt weer in hoge mate worden bepaald door een grote stroom aan kleine individuele stappen. Het individu is de spil van de verstedelijking. De stad is te begrijpen als een gebeurtenis, “<em>waarvan je gelukkig kunt constateren dat deze, ondanks haar chaotisch karakter, toch een soort orde produceert. Meestal is dat niet de orde die met de planvorming is besteld, maar wel één waar mensen hun weg en plek in kunnen vinden”</em>. Bij het werken aan de stad is het dan productiever om in te haken op reeds aanwezige dynamiek en ondernemingslust, dan een ver weg liggend doel te formuleren en daaraan het heden ondergeschikt te maken. De onderzoeksagenda van de planologie zou zich moeten richten op de drijvende krachten van de verstedelijking en hun samenhang. Het perspectief van individu en van reeds bestaande maatschappelijke processen is relevanter dan vanuit de overheid geformuleerde doelen. Het meer aansluiten bij bestaande maatschappelijke processen en het perspectief van het individu is volgens ons de kern van <em>slow urbanism.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<div id="attachment_2330" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><em><em><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/chaos-en-orde-in-de-vloeibare-stad/019_wormerveer/" rel="attachment wp-att-2330"><img class="size-full wp-image-2330" title="019_Wormerveer" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/019_Wormerveer.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></em></em><p class="wp-caption-text">Wormer langs de Zaan (foto: Theo Baart)</p></div>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Chaos en orde</strong><br />
Ook de essentie van het gedachtegoed van Geert Teisman (bestuurskundige) -  over de rol van de overheid in complexe samenlevingen –dateert van voor de crisis.  Hij verklaart het topdown lineaire blauwdrukdenken failliet en pleit voor andere vormen van sturing. Onlangs <a href="http://www.kei-centrum.nl/websites/kei/files/KEI2003/documentatie/kei-publicaties/V74-KEI-atelier-Natuurlijke_wijkvernieuwing_als_werkwijze.pdf" target="_blank">stelde hij nog</a> dat we in de vorige eeuw een overheid gecreëerd hebben die uitgaat van bureaucratische systemen, die ons veel hebben gegeven maar die niet kunnen omgaan met organische systemen. De samenleving bestaat uit stelsels van niet- lineaire, beheersbare, kenbare, mechanische georganiseerde, geen doel hebbende, ontembare systemen en subsystemen. Toeval maakt het verschil; kanteling vindt plaats daar waar nieuwe actoren binnentreden, die op een andere manier betekenis geven, zich anders gedragen en mentaal eigenaarschap ontwikkelen. In de klassieke stadsontwikkeling <em>(blauwdrukplanning)</em> hebben we dit zelforganiserend vermogen genegeerd.</p>
<p>Drie aspecten zijn essentieel voor sturing. Op de eerste plaats is dat het pas aan de slag gaan als zich in de variëteit die zich aandient, zaken aandienen waaraan je jezelf kan verbinden (variatie en selectie). Op de tweede plaats kijk je waar je acties elkaar kan laten versterken door ze te synchroniseren, zodat subsystemen elkaar (in een gewenste richting) versterken. En op de derde plaats, hanteer het primaat van de zelforganisatie; zelforganisatie en topdown ingrepen verhouden zich in een organische verhouding tot elkaar. Dit laatste is een opstapje naar de handelswijze die Teisman agendeert. Die handelswijze kent twee belangrijke punten. Bij het <em>dubbeldenken</em> schik je je zo goed mogelijk aan de bureaucratie, zodat je vervolgens daaronder de ruimte vindt om aan ontwikkeling te werken. Het tweede punt is het belang van een heterogeen netwerk: “<em>De essentie is de overheid als netwerk over de grenzen van publiek, privaat en privé heen. De vitaliteit van je handelen hangt dus af van de kwaliteit van je netwerk</em>. <em>De kwaliteit van je netwerk hanght weer voor een belangrijk deel af van heterogeniteit</em>.” Ons inziens zijn door de Teisman aangedragen aspecten en handelswijzen (die tezamen komen in netwerksturing) de belangrijkste uitgangspunten voor de nieuwe manier van werken.</p>
<p><strong>Opensource</strong><br />
Wij willen deze reeds bestaande bouwstenen verbinden met nieuwe elementen, afkomstig uit <em>open source</em> systemen als Linux en Wikipedia. Uitgangspunt is dat iedereen meebouwt (coproduceren) en profiteert (halen en brengen) en dat er aldus sociaal-maatschappelijke, culturele en economische meerwaarde wordt gegenereerd. De overheid is als democratisch gelegitimeerde organisatie verantwoordelijk voor systeem, proces (het netwerk) en voor het accorderen van de input. Zij bewaakt het maatschappelijk welbevinden, niet in eerste instantie door het opleggen van regels maar door de maatschappelijke initiatieven mee te laten produceren in het halen van doelen. En die overheid zal er voor moeten waken dat niet iemand ten koste van anderen &#8216;graait&#8217;.  Wellicht vergelijkbaar met de positie van <em><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Moderatoren" target="_blank">moderator</a> </em> en die van ‘<a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Bureaucraat" target="_blank">bureaucraat</a>’ in het systeem van Wikipedia. Het gaat om synchronisatie door kleine interventies waarbij andere partijen de gelegenheid krijgen verantwoordelijkheid op zich te nemen. Daarvoor moet die overheid ruimte geven op een uitnodigende manier.</p>
<p><strong>Paradox van de avant-garde<br />
</strong> <em>Slow urbanism </em>bouwt voort op denkbeelden die al voor de crisis ontwikkeld werden.  En er zijn allerlei voorbeelden om van te leren. Hoewel de tijd van ruimtelijke kiloknallers, waarbij kantoren en woningen als warme broodjes in grote getale over de toonbank gingen, voorbij is, betekent <em>slow urbanism </em>ook niet per definitie kleinschalig. Het kan gaan om een gebouw, zoals het van onderop herontwikkelen van een Berlijnse ruïne tot een nieuwe vorm van vastgoed <a href="http://super.tacheles.de/cms/">http://super.tacheles.de/cms/</a>. Om een complex met meer dan 50 woningen, bedrijfsruimten, theater, café-restaurant, een kinderdagverblijf etcetera zoals <a href="http://www.vrijburcht.com/" target="_blank">Vrijburcht</a>. En het kan zelfs gaan om hele wijken, al moeten we daarvoor naar het buitenland. <a href="http://tijsvandenboomen.nl/index.php?page_id=3&amp;mode=search&amp;woord=modder%20en%20model" target="_blank">Albanië</a> bijvoorbeeld.</p>
<p><em>Slow urbanism </em>gaat uit van authenticiteit en identiteit (een resource volgen Teisman). Ook die zijn echter niet statisch, maar voortdurend in beweging.  Neem de paradox van de avant-garde, die de authenticiteit opzoekt om zich die in eerste instantie toe te eigenen (<em>gentrification</em>), en die vervolgens weer wordt ingehaald door de massa (de garde). Is dat erg? Nee, dat hoort er bij. Wijken zoals de Jordaan, de Pijp, het Oostelijk Havengebied en de IJ-oevers &#8211; voorheen ontdekt door een avant-garde &#8211; blijken ook lang na de ‘ontdekking’ nog steeds fijne en ook nog steeds authentieke wijken te zijn. Het willen fixeren (hoezo maakbaarheidsdenken?) van een (ooit) aanwezige authenticiteit doet geen recht aan de stedelijke en daarmee maatschappelijke dynamiek. De stad is vloeibaar, leve de stad!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Nieuw hotel in Zaandam (foto: Mike Bink)<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/chaos-en-orde-in-de-vloeibare-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sustainism is het nieuwe modernisme</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/sustainism-is-het-nieuwe-modernisme/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/sustainism-is-het-nieuwe-modernisme/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 27 Mar 2011 08:24:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2349</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/1-SustTrefoilMain-copy.jpg" /> Globalisering, internet, de opwarming van de aarde en de financiële crisis veranderen ons levensmodel: er ontstaat een nieuwe cultuur. Twee Nederlanders in Amerika, socioloog Michiel Schwarz en graficus Joost Elffers, benoemden het in hun manifest ‘Sustainism is the New Modernism‘, dat ze onlangs presenteerden in New York en Amsterdam. Wat betekent dit voor de ruimtelijke ordening?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Globalisering, internet, de opwarming van de aarde en de financiële crisis veranderen ons levensmodel: er ontstaat een nieuwe cultuur. Twee Nederlanders in Amerika, socioloog Michiel Schwarz en graficus Joost Elffers, benoemden het in hun manifest ‘Sustainism is the New Modernism‘, dat ze onlangs presenteerden in New York en Amsterdam.</strong></p>
<p>Schwarz, momenteel werkzaam in Berkeley (Californië) en Elffers, sinds dertig jaar woonachtig in New York, kregen het idee tijdens een gezamenlijk bezoek aan het MoMa in New York. Beide hadden het gevoel dat de hedendaagse moderne kunst de kracht van zijn voorgangers mist. Wij leven immers in een ander tijdperk. Een tijdperk van netwerken en verbondenheid, van diversiteit en hergebruik waarin begrippen als efficiency en uniformiteit aan waarde ingeboet hebben en de context waar de moderne kunst uit voort is gekomen ouderwets aandoet.</p>
<p>Laten we even kijken naar het modernisme dat bewust of onbewust alle facetten van ons leven heeft beïnvloed. Onze huisvesting, onze voeding, onze landbouw, ons vervoer: het is allemaal gebaseerd op universele principes zoals efficiency, de natuur als grondstof en het rendement van investeringen. Massaproductie en machine-esthetiek waren kenmerken van het ‘ik-tijdperk‘, met credo’s als form follows function en less is more. Maar inmiddels zijn wij aanbeland in het ‘wij tijdperk‘. Open source en ‘cocreatie’ zijn ingeburgerde concepten. En zij komen voort uit een andere levenshouding dan het twintigste-eeuwse modernisme dat met diversiteit en complexiteit niet goed om kon gaan omdat het alles relateerde aan techniek en massaproductie. Getuige de klassieke uitspraak van Henry Ford; “Je kunt elke kleur krijgen zolang het maar zwart is.”</p>
<blockquote><p>Internetbestellingen doen bij je regionale boerenmarkt vormt geen contradictie, lokaal is niet meer provinciaal.</p></blockquote>
<p>Nu er samenhang begint te ontstaan tussen het internet, de globalisering en uit het milieubewustzijn voortgekomen ontwikkelingen, is het moment gekomen om er een naam aan te geven, vonden Elffers en Schwarz. Elffers: “Verschillende mensen zeiden tegen ons “Sustainisme? Ik bedenk iets beters, maar zij kwamen niet terug met een alternatief.” Zo is het etiket dat het woord sustainable in zich draagt blijven bestaan, waarbij het meer omvat dan ecologie; het is in essentie een cultureel fenomeen. En die cultuur maken wij mensen met elkaar, om Schwarz te citeren: “Culture does not rain down on us.”</p>
<p><strong>Trefoil knot</strong><br />
Hoe ziet het manifest eruit? Het is een grafisch genot; Elffers ontwierp een prachtig boek waarin kleurrijke logo’s afgewisseld worden met tekst en uitleg voor duurzame begrippen en principes als windkracht en recycling, maar ook voor biologische eieren. De &#8216;trefoil knot&#8217; (het driedimensionale klaverblad) is de basis van het symbool voor sustainisme zelf en wordt met veel variaties op het thema gepresenteerd. Daarin worden de oude oerkrachten aarde, lucht en water gesymboliseerd in een cyclische samenhang. Maar het was volgens Elffers meer de van nature sterke driehoeksvorm dan de cirkel die hem inspireerde tot de afbeeldingen, en het driedimensionale assenstelsel. Ook de grote wereldreligies zijn gevat in ‘sustainistische’ symbolen. Naast bewerkingen van het kruis, de Boeddha, de halve maan en de davidster wordt uitgelegd hoe verschillende religies in essentie duurzaamheid propageren. Maar ook een symbool voor de CO2 footprint van producten ontbreekt niet in het verhaal.</p>
<p>Hoewel we in feite leven in een pluriforme wereld waar cradle to cradle, duurzaamheid bestaat naast creationisme is het een bruikbare begripsomschrijving. Het definieert een cultureel perspectief dat een aantal onmiskenbare ontwikkelingen van nu met elkaar in verband brengt. Het is ook houdbaarder dan het postmodernisme, dat vooral een ontkenning van het modernisme was met een beperkte levensduur. Sustainisme is juist in veel opzichten een vervolgstap op wat eerder geweest is.</p>
<p>Tegenstellingen als ecologie en technologie zijn er niet meer, high tech en low tech vullen elkaar nu aan: Internetbestellingen doen bij je regionale boerenmarkt vormt geen contradictie, lokaal is niet meer provinciaal. De creatieve klasse, zo vertelt Schwarz, kan dit begrip nu in gaan vullen: designers, architecten, planologen, wetenschappers, ingenieurs, docenten en kunstenaars krijgen hiermee een houvast aangereikt dat helpt om creatieve oplossingen te vinden voor complexe milieuproblemen en andere uitdagingen van deze tijd.</p>
<div id="attachment_2352" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2352" href="http://ruimtevolk.nl/sustainism-is-het-nieuwe-modernisme/local_symbol/"><img class="size-full wp-image-2352" title="LOCAL_symbol" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/LOCAL_symbol.jpg" alt="" width="510" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Het &quot;local&quot; symbool, een open citadel, staat voor lokale kwaliteiten en lokale produktie.</p></div>
<p><strong>Slow</strong><br />
Wat moeten we ons voorstellen bij dit nieuwe tijdperk? Kijk naar de milieubeweging die bijvoorbeeld is veranderd. Zij vergroot met positieve toekomstbeelden in plaats van doemscenario’s haar  aantrekkingskracht, en is niet meer de moralistische instantie die steeds hamerde op de nadelen van het moderne productiemechanisme. Ze wijst in plaats daarvan naar een schone toekomst die wij met zijn allen kunnen realiseren. Neem andere ontwikkelingen als de slow food beweging, of slow money dat meer gericht is op de lange termijn dan op winst, meer op effectiviteit dan op efficiency en dat doordrongen is van de verbondenheid van alles en iedereen. Niet &#8216;more is less&#8217;, maar ‘doe meer met minder‘. Dat wordt mogelijk in een open samenleving waarin iedereen tegelijk zowel lokaal als globaal kan leven, zittend in de plaatselijke pub en tegelijkertijd online zijn op het wereldwijde facebook. Ook derdewereldlanden, waar een groot percentage van de bevolking inmiddels internet of mobiele telefoon heeft, zijn daarbij in principe niet uitgesloten. En de natuur wordt in dit nieuwe tijdperk weer gezien als source, bron en inspiratiebron, en niet meer slechts als resource.</p>
<p>Voor onze ruimtelijke omgeving komt het neer op meer verbondenheid, dankzij, en niet ondanks de techniek. Waar de opkomst van de televisie de mensen misschien asocialer heeft gemaakt wat het buurtleven niet ten goede is gekomen, opent het internet juist lokale mogelijkheden: op marktplaats vind ik binnen tien minuten op loopafstand wat ik zoek, dat versterkt de buurt en houdt me weg bij het grote winkelcentrum aan de rand van de stad. Nu al kennen we websites waar je onder andere kapotte lantarenpalen in je wijk kan opgeven. En dat is nog maar het begin van een ontwikkeling in het sustainistische tijdperk.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Beeld boven: Het symbool voor het sustainisme is de &#8216;trefoil&#8217;, het driedimensioneel klaverblad. Het symboliseert de levenscyclus en een wereld waar alles onderling is verbonden.</em></p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Alle afbeeldingen zijn van </em><em>Michiel Schwarz &amp; Joost Elffers en </em><em>afkomstig uit het boek: Michiel Schwarz &amp; Joost Elffers, 2010. Sustainism Is the New Modernism: A Cultural Manifesto for the Sustainist Era (D.A.P. Distributed Art Publishers, New York).</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/sustainism-is-het-nieuwe-modernisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ministerie van blije brieven</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ministerie-van-blije-brieven/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ministerie-van-blije-brieven/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Mar 2011 21:46:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Charlotte Post</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2370</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Brief-Donner-wijkenaanpak-jan-2011-11.jpg" /> De brief van Donner aan de Tweede kamer over de Wijkaanpak van het nieuwe kabinet is gekomen en het is een blije brief! Met een kop en zonder staart: u zoekt het maar uit. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><script type="text/javascript"></script><strong>De <a href="http://www.kei-centrum.nl/websites/kei/files/KEI2003/documentatie/Brief%20Donner%20wijkenaanpak%20jan%202011.pdf" target="_blank">brief van Donner aan de Tweede kamer</a> over de Wijkaanpak van het nieuwe kabinet  is  gekomen en het is een blije brief ! Met een kop en zonder staart: u zoekt het maar uit. </strong></p>
<p>Tot nu toe blijft het opmerkelijk stil rondom de brief. Geen verwijtende krantenkoppen, geen ingezonden brieven of snerpende columns. Het lijkt alsof de sector de brief ter kennisname heeft aangenomen en gewoon weer over gaat tot de orde van de dag.</p>
<p>Het gaat goed in de meeste wijken. En waar het niet goed gaat, wordt in ieder geval hard gewerkt en ook dat gaat naar behoren. Dat is zo’n beetje de analyse. Als we de brief goed onder de loep nemen lijkt er in eerste instantie ook weinig in te staan dat stof <em>kan</em> doen opwaaien: er worden weliswaar geen additionele middelen meer ter beschikking gesteld, maar dat wisten we al. Donner noemt weliswaar één heel groot bedrag in de brief (1,2 miljard euro). Dat is precies het bedrag dat zijn voorganger een jaar geleden  begrootte  als Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) voor 4 jaar ; het is al verdeeld en besteed in de gemeenten.</p>
<p>De brief geeft weinig houvast of sturend kader, behalve een ondersteuningsagenda. Het sluit een op een aan bij de koers van het nieuwe kabinet. De toon van de minister blijkt daarnaast opvallend mild. In de brief staat weinig tot geen kritiek op het beleid van zijn voorganger: de wijkaanpak wordt – op een aantal dwalingen hier gelaten &#8211; als geslaagd bestempeld. Donner concludeert dat “…specifieke aandacht voor aandachtswijken of krimpgebieden nodig blijft”.</p>
<p>Toch staan in de brief ook een aantal aanwijzingen over hoe het anders en beter kan volgens Donner. Met name over de participatiebereidheid van burgers zijn de verwachtingen van de minister hooggespannen. Bewoners staan te trappelen meer verantwoordelijkheid te nemen, zo lijkt het. Gemeenschappen kunnen en willen de zorg voor wankele bewoners aan. Het wijkniveau wordt gepresenteerd als DE oplossing voor alle problemen die er nu nog liggen. Om deze beweging te stimuleren worden bevoegdheden gedecentraliseerd. Gemeenten en lokale partners krijgen de regierol en er komt nog meer ruimte voor burgeriniatieven. Of zijn het burgerplichten?</p>
<p>Zo makkelijk als Donner het doet voorkomen, zo ingewikkeld zal het in de praktijk blijken te zijn. Want hoe voorkomen we dat kwetsbare burgers aan hun lot worden overgelaten? Of dat toch al wankele wijkbewoners worden overvraagd? En wat wordt de rol van woningcorporaties?. Wordt er nog meer dan nu al het geval is een beroep gedaan op hun interveniërende en investerende kracht in de wijken? Wij zien juist bij corporaties een terugtrekkende beweging als het gaat om het oppakken van taken die buiten hun kerntaken vallen. Dat erkent Donner. Wie gaat er maatschappelijk investeren, nu gemeenten en corporaties moeten bezuinigen en het ministerie geen extra gelden meer beschikbaar stelt? Geen probleem , zegt Donner : “minder financiële middelen betekent naar mijn overtuiging (&#8230;) niet minder ambitie (&#8230;) , maar (&#8230;) biedt kansen”.</p>
<div id="attachment_2374" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2374" href="http://ruimtevolk.nl/blog/ministerie-van-blije-brieven/noordoostgroningen/"><img class="size-full wp-image-2374" title="noordoostgroningen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/noordoostgroningen.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Delfzijl</p></div>
<p>De ondersteuningsagenda zal voor de aanpak van een aantal wijken richting geven. Meer dan ooit moeten gemeenten en corporaties keuzes maken: waar investeren we wel in en waar niet in. En wat is het financieel en maatschappelijk rendement van investeringen? Ze zullen dus investeren vanuit welbegrepen eigenbelang! Dat is niet verkeerd. En meer verantwoordelijkheid bij lagere overheden en bij lokale partners is ook helemaal niet verkeerd. Het lijkt alleen wat gemakkelijk in de richting van wijken waar weinig rijkdom is, minder economische kansen zijn, meer dagelijkse problemen en weinig sociale ‘overwaarde’,  om te zeggen dat daar de ambitie nu vandaan moet komen. Zijn burgers wel aanspreekbaar op hun claimgedrag en bereid en in staat tot het nemen van veel meer eigen verantwoordelijkheid? Gaat Donner hier zijn vingers aan branden?</p>
<p>De Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning en overheveling van budgetten voor Jeugdzorg van provincies naar gemeenten kunnen een impuls geven aan de Wijkaanpak, mits het geld op slimme wijze op wijkniveau wordt ingezet. Het ministerie van BZ heeft met de brief laten zien zich (voorlopig?) niet te willen mengen in al te netelige discussies en laat zoveel mogelijk over aan ‘de markt en de gemeenschap’. De oplossing moet niet een beetje maar helemaal van bewoners komen. Donner willen “…samen naar oplossingen zoeken”. Onder de vlag van bewonersparticipatie wordt wel erg veel verantwoordelijkheid overgedragen. Ik betwijfel of dat gaat werken en of deze terugtrekkende beweging een slimme is.</p>
<p>Hoelang kan Donner de minister van het ministerie van blije brieven blijven?</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Klik <a href="http://www.kei-centrum.nl/websites/kei/files/KEI2003/documentatie/Brief%20Donner%20wijkenaanpak%20jan%202011.pdf" target="_blank"><strong>hier</strong></a> om de brief van Donner aan de Tweede kamer te lezen</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ministerie-van-blije-brieven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Experimenteren in een nieuwe realiteit</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/experimenteren-in-een-nieuwe-realiteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/experimenteren-in-een-nieuwe-realiteit/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Mar 2011 20:09:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2315</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/453706514_1bc20e65e5_b.jpg" /> Er is ontzettend veel te doen rond de nieuwe realiteit waarin gebiedsontwikkeling zich bevindt. Naast de grote hoeveelheid publicaties, vinden er geregeld bijeenkomsten plaats, zoals bijvoorbeeld onlangs het Praktijkcongres in Stadion Galgenwaard in Utrecht. RUIMTEVOLK signaleerde een aantal kansrijke ontwikkelingen en pilots, die echter nog op zoek zijn naar de nieuwe praktijk.  

]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is donderdag 17 februari 2011 en ter discussie staat het wel en wee van de gebiedsontwikkeling. De stelling is duidelijk op het praktijkcongres in Stadion Galgenwaard te Utrecht. De gebiedsontwikkeling zoals wij die kennen bevindt zich in een andere realiteit. De vraag net zo helder; wat nu te doen?</strong></p>
<p>Het is niet de eerste bijeenkomst gewijd aan dit onderwerp en het zal waarschijnlijk ook niet de laatste zijn. En ondanks dat er weer de nodige gemeenplaatsen en holle frasen te beluisteren waren, gloorde er ook hoop. Verzameld waren een aantal kansrijke ‘pilots’ op zoek naar een nieuwe praktijk. Om de definitieve stap richting het ‘doen’ verder kracht bij te zetten overhandigde de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling onder aanvoering van Friso de Zeeuw die dag officieel hun ‘<a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu/workspace/uploads/2011.2.17_gebiedsontwikkeling-in-1297982646.pdf" target="_blank">handreiking voor de praktijk</a>’ aan de Minister. RUIMTEVOLK was aanwezig en bericht over wat het meest opviel.</p>
<p><strong>‘Circle of Blame’ </strong><br />
Niemand kan het meer alleen, staat op een van de eerste sheets van de presentatie vanuit het <a href="http://www.watertorenberaad.nl/" target="_blank">Watertorenberaad</a>, een begin 2010 opgericht netwerk met als doel gebiedsontwikkeling een nieuw perspectief te bieden en doorbraken te bewerkstelligen in een aantal zorgvuldig geselecteerde pilots, waaronder de renovatie van het wijkhart in <a href="http://www.watertorenberaad.nl/index.cfm?PAGE=Bospolder" target="_blank">Bospolder/Tussendijken (Rotterdam)</a>. Een open deur! Wel bijzonder is het gecommitteerde ‘real-time’ schaken op meerdere borden tegelijk waarbij alle partners (o.a. Com. Wonen, Proper Stok, gemeente Rotterdam) in het proces tevens deelnemers zijn aan het Waterorenberaad. Vragen die onderzocht worden: Hoe groot moet het netwerk aan risicodragende partijen zijn? Hoe kan een flexibele programmering de haalbaarheid vergroten? En wat zijn in casu innovatieve investeringsconstructies?</p>
<p>Niet geheel toevallig kent Rotterdam meer beloftevolle experimenten. De onderdruk in de regio helpt mee, maar ook het<a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu/actualiteit/verslagen/publiek-ontwikkelen-als-oplossing/" target="_blank"> besef van het gemeentelijke ontwikkelbedrijf (OBR)</a> dat zij hun rol en positie elke keer opnieuw anders moeten gaan kiezen en inkleden. Zo proberen de partners in het entreegebied van Rotterdam, <a href="http://www.rotterdam-centraldistrict.nl/index.php?pageID=8&amp;language=nl&amp;messageID=5880" target="_blank">Rotterdam Central District</a> vanuit een daartoe opgerichte vereniging de extra te genereren OZB opbrengsten en te besparen WWB gelden zichtbaar te maken en te benutten als <em>drive</em> voor de ontwikkeling. En in het <a href="http://www.hethartvanzuid.nl/" target="_blank">Hart van Zuid</a> worden momenteel goede stappen gezet met het vroegtijdig betrekken van de eindgebruiker bij de planvorming.</p>
<p><strong>Vermomde aanbodgerichtheid</strong><br />
Spannend hierbij is de volgende stap als het gaat om wat we ooit kenden als ‘participatie: het ‘<a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Open_source" target="_blank">open source</a>’ denken en doen. In Den Haag profileert <a href="http://www.appm.nl/#/nieuws/598/open-source-gebiedsontwikkeling-om-van-erasmusveld-den-haag-duurzaamste-wijk-te-maken" target="_blank">Erasmusveld</a> zichzelf als een open-source gebiedsontwikkeling die ‘bewoners, gebruikers, bedrijfsleven, verenigingen, wetenschappers en studenten nauw betrekt in alle fasen van ontwikkeling’. In het woord ‘betrekken’ klinkt echter nog steeds de oude zender-ontvanger relatie terug, terwijl de ultieme uitdaging natuurlijk ligt in het komen tot een project waarin de eindgebruiker tevens eigenaar van de gebiedsontwikkeling kan zijn en op haar beurt de partijen betrekt in het proces. Of is de toekomst toch niet zo ver weg? Netwerkorganisatie <a href="http://www.changefusion.org/node/23" target="_blank">Change Fusion</a> <a href="http://www.changefusion.org/node/23"></a>heeft met succes in Bangkok een <em>crowdsourcing tool</em> gelanceerd die mensen in staat stelt om sociale verandering te initiëren met een directe invloed op hun leefgemeenschappen. En ook het collectief financieren van initiatieven zoals lokale voedsel productie (<em>urban farming</em>) via <em><a href="http://www.goodfoodworld.com/2010/12/crowdfunding-the-future-of-food/" target="_blank">crowdfunding</a> </em>behoort als tot de mogelijkheden.</p>
<div id="attachment_2319" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2319" href="http://ruimtevolk.nl/experimenteren-in-een-nieuwe-realiteit/4082635244_705e8b2a66_b/"><img class="size-full wp-image-2319" title="4082635244_705e8b2a66_b" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/4082635244_705e8b2a66_b.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><p class="wp-caption-text">King&#39;s Cross Station, London (foto: gadgetdude : http://www.flickr.com/photos/gadgetdude/)</p></div>
<p><strong>Trendbreuk </strong><br />
Verder gaan in de omkering van het proces is een absolute trend en zal het nieuw geformuleerde ideaal van de gebiedsontwikkeling via een proces van kleinschalige en gefaseerde organische groei dichterbij kunnen brengen. Valkuil is een ‘vermomde’ aanbodgerichtheid, die de verantwoordelijkheid voor het bouwen en ontwikkelen overdraagt, maar nog wel sturend de regels en de prijzen bepaalt. Gokken op het (collectieve) particuliere opdrachtgeverschap in zijn huidige vorm &#8211; zoals de neiging momenteel bij veel gemeenten &#8211; zal de gebiedsontwikkeling dan ook niet door de crisis heen slepen En misschien is dit ook niet nodig. Het is immers niet zo dat alle gebiedsontwikkelingen een slechte kwaliteit nieuwe stad, leegstand of negatieve grondexploitaties hebben opgeleverd. Het zwart-wit denken en de neiging om te verabsoluteren ligt op de loer. De krux zit in het komen tot slimme combinaties van oud en nieuw, waarbij en-en belangrijk is dan of/of.</p>
<p>Gert-Joost Peek (Fakton/ULI) spiegelt in zijn presentatie de drie stadia van gebiedsontwikkeling voor om bij het laatste stadium, Gebiedsontwikkeling 3.0, de luisteraars mee te nemen in de praktijk van V<em>alue Capture Finance</em> in het project 22@Barcelona en nieuwe meekoppelende belangen in de vorm van <em>Multi Service Companies</em> (MUSCO) in het Londense King’s Cross Central.</p>
<p>In Barcelona bood een bestemmingswijziging nieuwe ontwikkelkansen voor de private grondeigenaren, die vervolgens in ruil voor de overdracht van 30% van de grond of het overmaken van een overeenkomstig geldbedrag op basis van de huidige grondwaarde, een vergunning kregen toegewezen. Daarnaast vroeg de stad ook een ontwikkeltax à 80 euro per vierkante meter ontwikkeld land. Al deze gelden werden door Barcelona gebruikt om de onrendabele toppen in de sociale woningbouw, de parken, het moderne openbare vervoer en de nieuwe incubators voor de kenniseconomie te bekostigen.</p>
<p>Voor het oude spoorwegstation King’s Cross werd gezocht naar een vorm om nevengeschikte (financiële) stromen bij te laten dragen aan de ambitie om een duurzame gebiedsontwikkeling in gang te zetten, zowel financieel als wat betreft duurzaamheid. Door het eigendom en de exploitatie van een integraal energiesysteem (elektriciteit, (afval)water, glasvezel, gas en stadsverwarming) aan te besteden in DBFMO-vorm en deze als een eenheid te laten managen (door <a href="http://www.inexus.co.uk/" target="_blank">Inexus</a><a href="http://www.inexus.co.uk/"></a>) is er winstpotentie voor iedereen.</p>
<p><strong>Kansrijke praktijken</strong><br />
Veel nieuwe constructies, die in Nederland nog vaker wel dan niet moeten opbotsen tegen wat wettelijk mogelijk is. Op dit vlak ligt er een duidelijke taak bij de overheden om innovaties letterlijk en figuurlijk de ruimte te geven. Op lokaal niveau betekent dit het sturen op schaarste en het bieden van een stabiele helderheid over wat waar wel en wat waar niet en tegelijkertijd het tegengaan van ‘destructieve’ (prijs)concurrentie vanuit een (boven)regionale coördinatie.</p>
<p>Het Rijk zal zich moeten gaan bezighouden met het wegnemen van tegenwerkeden barrières door de wettelijke onderzoeksverplichtingen te verminderen en de Wro te updaten om het delen van verantwoordelijkheden binnen nieuwe samenwerkingsverbanden te faciliteren. Positief dan ook de welwillende houding van <a href="http://www.binnenlandsbestuur.nl/Home/all/schultz-wil-snelheid-bij-gebiedsontwikkeling.734203.lynkx" target="_blank">Minister Schultz van Haegen</a> om de regels in sneltreinvaart met de nieuwe realiteit in overeenstemming te brengen. Laten we hopen dat het snel genoeg gaat!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Wandschilderij, Quebec, Canada (Detail van foto: Summer_heat: <a href="http://www.flickr.com/photos/7733503@N03/" target="_blank">http://www.flickr.com/photos/7733503@N03/</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/experimenteren-in-een-nieuwe-realiteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe New York haar ziel verloor</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zukin-hoe-new-york-haar-ziel-verloor/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zukin-hoe-new-york-haar-ziel-verloor/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Mar 2011 20:21:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[New York]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2252</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/5281643100_4930e0eb83_b.jpg" /> Aan de opwaardering van buurten zit een keerzijde. En die gaat Sharon Zukin aan het hart. De afgelopen 30 jaar zag zij New York haar ziel verliezen. Gebukt onder stijgende huurprijzen moesten families gedwongen hun buurt verlaten. In haar nieuwste boek ‘Naked City – The death and life of authentic urban places’ probeert Zukin deze processen te begrijpen en te agenderen.  Zukin koos bewust voor een vleugje Jane Jacobs om aansluiting te vinden bij het actuele politieke debat in haar stad. Zukin wil namelijk verandering. RUIMTEVOLK sprak met haar.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Aan de opwaardering van buurten zit een keerzijde. En die gaat <a href="http://www.brooklyn.cuny.edu/pub/Faculty_Details5.jsp?faculty=420" target="_blank">Sharon Zukin</a> aan het hart. De afgelopen 30 jaar zag zij New York haar ziel verliezen. Gebukt onder stijgende huurprijzen moesten families gedwongen hun buurt verlaten. In haar nieuwste boek <em>‘Naked City – The death and life of authentic urban places’ </em>probeert Zukin deze processen te begrijpen en te agenderen.  Zukin koos bewust voor een vleugje Jane Jacobs om aansluiting te vinden bij het actuele politieke debat in haar stad. Zukin wil namelijk verandering. </strong></p>
<p>New Yorkers zien de laatste buurtjes zonder hoogbouw en met redelijke huurprijzen langzaam veranderen in hippe stadswijken met identiteitsloze winkelketens en dure boetiekjes. In New York zijn dit private ontwikkelingen die niet worden gepland, maar &#8211; met name onder de huidige burgemeester &#8211; wel door regelgeving worden gefaciliteerd. Hierdoor veranderen de sociale en culturele kenmerken van de buurt en voelen langdurige bewoners zich er niet langer thuis. Het hele karakter van de stad verandert. Vaak zijn deze verbeteringen wenselijk, maar ze maken het leven in de stad ook duurder en minder gevarieerd. Zukin gaan deze veranderingen aan het hart en maakt zich sterk voor een eerlijker stedelijke politiek.</p>
<div id="attachment_2256" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2256" href="http://ruimtevolk.nl/zukin-hoe-new-york-haar-ziel-verloor/4455327025_2a905d9ffa_b/"><img class="size-full wp-image-2256" title="4455327025_2a905d9ffa_b" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/4455327025_2a905d9ffa_b.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">SoHo, NY (foto: dougtone  / Doug Kerr)</p></div>
<p>Ter illustratie beschrijft zij de dood en leven van Tony’s bakkerij in SoHo (zie foto boven artikel). Deze lokale bakker was een geliefde plek voor veel buurtbewoners. Authentieke Italiaanse broden pronken in de etalage van Tony; een hartverwarmend persoon die de familiebakkerij met hart en ziel draaiende hield. Maar niets duurt eeuwig. Door stijgende huurprijzen moest ook Tony het toneel verlaten en trok een café in het pand. Dit café maakte slim gebruik van Tony’s authenticiteit en liet het exterieur van de bakkerij intact, inclusief die authentieke Italiaanse broden. Later werd het café vervangen door een nog hippere muffinzaak. Dit maal waren de broden verdwenen. De dood en leven van Tony’s bakkerij leeft in de buurt. De één prijst de opvolgers voor het in standhouden van Tony’s authentieke gevel, de ander veroordeelt dit juist tot een oppervlakkige façade. Wat is nu authentiek? Voor Zukin is het vooral Tony’s persoonlijkheid.</p>
<p><strong>Kritiek</strong><br />
Zukin heeft veel kritiek te verduren gekregen over haar keuze om authenticiteit centraal te stellen in haar analyse van de stedelijke veranderingsprocessen waar zij zich om bekommert. Want steden veranderen voortdurend en authenticiteit heeft iets bevestigends en autoritairs. Het is bovendien een chaotisch concept en heeft zowel een objectieve als een subjectieve betekenis. Het betekent zowel origine als vernieuwende creativiteit. Ook werd haar verweten dat authenticiteit minder belangrijk is dan armoede en ongelijkheid. Maar dat weerhield haar niet toch voor de term te kiezen. Zukin vertelt aan RUIMTEVOLK waarom:</p>
<p><em>“I want to take &#8216;authenticity&#8217; out of the world of architects and art historians and into the wider debate about the city’s soul.  Some of my friends and colleagues translate the French social theorist Henri Lefebvre’s “right to the city” into the language of &#8216;social justice&#8217;.  Such language is never irrelevant!  But &#8216;social justice&#8217; doesn’t address people’s cultural anxieties and ambitions.  And the term tends not to reach the middle class city residents—including us, the &#8216;creatives&#8217; and intellectuals whose tastes have shaped gentrification—whose support we need to keep the city socially and culturally diverse.”</em></p>
<p><strong>Dominerende klasse</strong><br />
Uiteindelijk draait haar betoog dus toch grotendeels om sociaal-economische gerechtigheid, ofwel het recht op de stad. Het draait allemaal om de mensen met een keuze. Het dominerende deel van de heersende klasse, ofwel de creatieve klasse. Kiezen zij de binnenstad of de buitenwijken? Dát is bepalend. Marktpartijen gebruiken ‘authenticiteit’ als marketingstool om op deze wensen in te spelen en vastgoedprijzen op te drijven.</p>
<p>Zukin biedt een handreiking om het begrip authenticiteit als een krachtgevend wapen aan te grijpen voor ‘de andere helft’. De vertrekkers en verliezers. Ze hoopt dat zij authenticiteit omarmen als een tool om eigenaarschap te claimen en dat authenticiteit langdurige bewoners<em> </em>en nieuwkomers kan verenigen in de verdediging van een gedeelde ruimte:</p>
<p><em>“[…] it should be clear that I embrace both contradictory meanings of authenticity: both the primordially old and the creatively new.  It is impossible to defend any group’s right to the city because they have lived in a neighborhood &#8216;forever&#8217;.  It is morally and socially right to defend the right of new migrants to join longtime residents in making a neighborhood their home.  Terms like &#8216;multiculturalism&#8217; and &#8216;diversity&#8217; often divide people—but &#8216;authenticity&#8217;, I hope, can unite them around the defense of a common space.”</em></p>
<p><strong>Woordkeus</strong><br />
Zukin is zich goed bewust van de kracht van woordkeus. Hoe communiceren we over de processen die zich manifesteren in de opwaardering van buurten? Verbetering of kapitalistische groei? Verdwijning of verplaatsing? Bewust van verlies of nostalgie? Zukin probeert de echte, de feitelijke processen bloot te leggen. Maar waarom koos Zukin dan toch voor het problematische ‘authenticiteit’? Het is een politieke keuze geweest. Omdat de restaurant- en theaterkritieken die zij leest ook dat vocabulaire gebruiken. Om mensen aan te spreken die zich daar in herkennen en daar sterk voor willen maken. Ze heeft het als een wapen gebruikt, zodat mensen het boek lezen en veranderingen mogelijk worden.</p>
<p>In haar boek illustreert Zukin hoe authenticiteit door de gemeenschap wordt geproduceerd, welke factoren daaraan ten grondslag liggen en hoe (on)eerlijk deze processen zijn. Door dit bloot te leggen krijgen we ook meer inzicht in de potentiële kracht van authenticiteit.  Een eerlijker manier om dit als wapen in te zetten voor ‘de andere helft’. Zukin heeft een poging gedaan. Nu wij!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Op 27 januari 2011 sprak de Amerikaanse sociologe Sharon Zukin over naar nieuwste Boek ‘Naked City – The death and life of authentic urban places’ in Rotterdam. RUIMTEVOLK sprak na afloop met haar.</em></p>
<p><em>Foto boven: Vesuvio Bakery, Soho, NY (de betreffende bakkerij) (foto: Patrick Donovan <a rel="nofollow" href="http://www.urbanphoto.net/blog/about/donovan/">www.urbanphoto.net/blog/about/donovan/</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zukin-hoe-new-york-haar-ziel-verloor/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Corporaties consolideren</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-consolideren/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-consolideren/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 Mar 2011 20:07:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Gruis</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2214</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Slooppand-herstructurering-nieuw-crooswijk-rotterdam-2.jpg" /> Deze herpositionering van woningcorporaties levert met name bedreigingen op voor de aanpak van probleemwijken. De overheid zou er dan ook goed aan doen het wijkenbeleid op het netvlies te houden en niet alleen te vertrouwen op de ‘eigen kracht’ van het maatschappelijke middenveld.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na een jarenlange trend van taakverbreding maken corporaties nu terugtrekkende bewegingen. Dit levert met name bedreigingen op voor de aanpak van probleemwijken. Als corporaties toch willen blijven bijdragen aan een bredere maatschappelijke opgave, zullen zij nog beter moeten worden in netwerken. Maar ook de overheid moet goed beseffen dat niet alles ‘op eigen kracht’ kan.</strong></p>
<p>Sinds hun verzelfstandiging in de jaren 1990, stond de ontwikkeling van woningcorporaties in het teken van verbreding. Corporaties werden actiever in projectontwikkeling en het leggen van relaties met andere sectoren van publiek belang als zorg, welzijn, veiligheid, opleiding en werkgelegenheid. Er werd met veel elan gesproken over de ontwikkeling van woningbeheerders naar brede maatschappelijke woonondernemingen. Corporaties moesten zich niet beperken tot de bakstenen, maar juist denken vanuit de wensen en behoeften van mensen. Emancipatie werd daarbij een kernbegrip, wat aan zou sluiten bij de oorspronkelijke doelen van woningcorporaties: het ‘verheffen van de onderklasse’. Niet zelden werd daarbij aan corporaties een voortrekkers- of regisseursrol toebedacht in het publieke domein, met name waar het ging om het creëren van leefbare wijken. Achtergrond hierbij was dat corporaties een duurzame betrokkenheid en belang hebben bij wijkontwikkeling en ook over substantiële financiële middelen en mankracht beschikken (anders dan veel andere partijen in het publieke domein).</p>
<div id="attachment_2222" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-consolideren/rotterdam_herstructurering_axel_smits_raec6e1/" rel="attachment wp-att-2222"><img class="size-full wp-image-2222" title="Rotterdam_Herstructurering_Axel_Smits_RAEC6E~1" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Rotterdam_Herstructurering_Axel_Smits_RAEC6E1.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Herstructurering bij de Nieuwe Binnenweg / Rochussenstraat, Rotterdam (foto: Axel Smits)</p></div>
<p><strong>Dubbele crisis</strong><br />
Deze brede rol was overigens niet zonder discussie (Gruis en Kerkhoven, 2008*). Zowel binnen als buiten de sector waren er veel vragen. Hoe ver moesten en konden corporaties gaan? Wie gaf corporaties de legitimiteit om als regisseur op te treden? Werden ze door overheden en maatschappelijke partners niet teveel gezien als pinautomaat? Hadden ze wel voldoende kennis en kunde voor het bijdragen aan maatschappelijke opgaven buiten het wonen?</p>
<blockquote><p>&#8220;Woningcorporaties ervaren voor het eerst sinds hun verzelfstandiging serieuze druk en hebben te maken met een dubbele crisis&#8221;</p></blockquote>
<p>Inmiddels staan de zaken er anders voor. Woningcorporaties ervaren voor het eerst sinds hun verzelfstandiging serieuze druk en hebben te maken met een dubbele crisis (Gruis en Winkels, 2011**): vanwege de economische situatie staan hun inkomsten uit verkoop en projectontwikkeling onder druk, vanuit de politiek worden ze begrensd in hun mogelijkheden om goedkope financiering aan te trekken en extra inkomsten te genereren. In reactie op deze ontwikkelingen maken corporaties terugtrekkende bewegingen.</p>
<p><strong>Verschuiving</strong><br />
In een recente enquête, geven vertegenwoordigers van corporaties een significante verschuiving in hun strategische prioriteiten aan (Nieboer, 2011***). In de onderstaande grafiek wordt de verschuiving tussen drie jaar geleden en nu weergegeven. Wijst de staaf naar rechts, dan heeft de prioriteit aan de rechterzijde aan belang gewonnen ten opzichte van de prioriteit aan de linkerzijde. Wijst de staaf naar links, dan heeft de prioriteit aan de linkerzijde aan belang gewonnen ten opzichte van de prioriteit aan de rechterzijde. Is er geen staaf afgebeeld, dan is de gewichtsverhouding van de beide prioriteiten gelijk aan de gewichtsverhouding drie jaar geleden.</p>
<div id="attachment_2217" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-consolideren/grafiek_inspelen_corporaties_voor_artikel_ruimtevolk_vg_en_nn/" rel="attachment wp-att-2217"><img class="size-full wp-image-2217" title="grafiek_inspelen_corporaties_voor_artikel_Ruimtevolk_VG_en_NN" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/grafiek_inspelen_corporaties_voor_artikel_Ruimtevolk_VG_en_NN.jpg" alt="" width="510" height="190" /></a><p class="wp-caption-text">Strategische prioriteiten woningcorporaties (verschil 2007 en 2010)</p></div>
<p>Onder de gehele groep corporaties is per saldo een beperking van het werkveld te zien: een grotere concentratie op alleen de lage inkomensgroepen, minder inzet op commerciële activiteiten, meer nadruk op het zo goed mogelijk uitvoeren van bestaande producten en diensten, en een beperking tot taken binnen de volkshuisvesting.</p>
<p>Zijn deze terugtrekkende bewegingen erg? Om die vraag te kunnen beantwoorden, zou een analyse gemaakt moeten worden van de maatschappelijke opgaven die blijven liggen, doordat corporaties zich terugtrekken op hun kerntaken. Een dergelijke analyse hebben we nog niet aangetroffen, maar toch zijn er nu al nadelen te voorspellen, bijvoorbeeld waar het gaat om de continuering van de wijkaanpak. De dubbele crisis voor corporaties zal ertoe leiden dat er minder fysieke ingrepen zullen plaatsvinden in aandachtswijken. En nu corporaties zich meer op hun kerntaak richten en hun financiële middelen afnemen, zullen ze ook minder happig worden om royale bijdragen te leveren aan sociale interventies.</p>
<p>Tegelijkertijd biedt de veranderde context ook kans tot meer duidelijkheid over de inzet van corporaties. Zij kunnen nog steeds als initiator bij het aanpakken van problemen en ‘hofleverancier’ van maatschappelijk vastgoed een actieve rol vervullen bij de stedelijke vernieuwing. Ze kunnen blijven werken als katalysator, die verbindingen aangaat met andere partijen, om vanuit een gedeelde visie met gezamenlijke inzet problemen te lijf te gaan die niet puur tot het domein van de ene of de andere partij behoren, en zonder samenwerking niet goed opgelost zouden worden. Maar meer dan vroeger, zullen zij daarbij moeten werken volgens het principe van de katalysator in chemische zin: als stof die de snelheid van een bepaalde chemische reactie beïnvloedt <em>zonder zelf verbruikt te worden</em>. Het is de vraag of dat voldoende is om de opgave in echte probleemwijken en krimpgebieden te vervullen. De overheid zou er dan ook goed aan doen het wijkenbeleid op het netvlies te houden en niet alleen te vertrouwen op de ‘eigen kracht’ van het maatschappelijke middenveld.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>*  Gruis, V. &amp; Kerkhoven, K. (2008) Woningcorporaties in de wijk: Wijkregisseur of Maatschappelijke Vastgoedondernemer? Vitale stad. Nr. 5.</em></p>
<p><em>** Gruis, V. &amp; Winkels, R. (2011) Investeren in Donnerwijken? Hoe verder na de dubbele crisis voor woningcorporaties? Real estate magazine, Nr. 74.</em></p>
<p><em>*** Nieboer, N. (2011) Inspelen door corporaties op een veranderende omgeving; uitkomsten enquête. Delft: Onderzoeksinstituut OTB (<a href="http://www.move.bk.tudelft.nl/">www.move.bk.tudelft.nl</a>).</em></p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Slooppand herstructurering Nieuw Crooswijk Rotterdam (foto: Inicio)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-consolideren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wet van de inspirerende achterstand</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wet-van-de-inspirerende-achterstand/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wet-van-de-inspirerende-achterstand/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 08 Mar 2011 19:14:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martien Kromwijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2160</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Lenteactie-Delft.jpg" /> Stel je eens voor dat we in een buurt die dat heel erg verdient de “wet van de inspirerende achterstand” zouden toepassen. Doe je ogen dicht en wandel in gedachte eens door de wijk die je daarvoor het meest in aanmerking vindt komen, bijvoorbeeld door Kanaleneiland, door Slotervaart of door het Oude Noorden. Stel je eens voor dat we daar de wave tot stand kunnen brengen, een flow in dat gebied. Gebruikmakend van de eigen kracht die heel veel bewoners wél hebben ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is nooit eerder gedaan. Maar zelfondernemerschap centraal stellen in een wijk kan leiden tot een metamorfose. Niet langer een projectencarrousel, geen pamperende hulp of de zachte kant van leefbaarheid, maar zelf ondernemen in coöperatieve bedrijfjes, met blijvende contacten en een eigen rendement.</strong></p>
<p><strong>Wave</strong><br />
Stel je eens voor dat we in een buurt die dat heel erg verdient de “wet van de inspirerende achterstand” zouden toepassen. Doe je ogen dicht en wandel in gedachte eens door de wijk die je daarvoor het meest in aanmerking vindt komen, bijvoorbeeld door Kanaleneiland, door Slotervaart of door het Oude Noorden. Buurten die meestal in het nieuws komen om wat de bewoners daar niet voor elkaar krijgen, hoe bewoners overlast veroorzaken of dat ervaren en zich daar weer tegen afzetten.</p>
<p>Stel je eens voor dat we daar de wave tot stand kunnen brengen, een flow in dat gebied. Gebruikmakend van de eigen kracht die heel veel bewoners wél hebben en de ondernemingszin die ze vanuit hun culturele achtergrond dichtbij hebben, starten er in dit gebied eigen bewonerscoöperaties (jawel, zoals er vroeger ook coöperatieve banken en voedselproducenten waren). De bewoners produceren zo energie vanaf hun daken in hun eigen “energy saving company” en zijn goed af. Ze starten in hun tuinen en parken, op hun balkons en daken hun eigen coöperatieve stadslandbouwbedrijf met produkten die via hun eigen buurtwinkels verspreid worden. En ze starten een eigen coöperatief uitzendbureau, zodat ze zelf verdienen aan hun arbeid waarmee hun woningen en de omgeving worden onderhouden. De gekozen thema’s komen overeen met de inzet op duurzaamheid die Ashok Bhalotra kiest met zijn denktank  <a href="http://www.fewsformore.org/" target="_blank">FEWS for more </a>(food, energy, water and shelters).</p>
<p>Dit brengt duurzaamheid heel wat dichterbij. En niet alleen de ecologische duurzaamheid, maar ook sociale duurzaamheid. De eigen kracht van mensen en de communities waarin ze leven weer meer centraal stellen. Het is een grote sprong die gemaakt moet worden. Want voor sommigen in die communities is zelfmanagement al een hele opgave. En juist in die buurten wordt soms gestreefd naar zelforganisaties. De lat wordt met deze droom nóg wat hoger gelegd: bij zelfondernemerschap. Maar het kan, met wat empathische steun bij de start en wat slimme coaching die gearriveerde professionals uit de buurt kunnen geven aan deze frisse coöperatieve ondernemingen.</p>
<blockquote><p>De verzorgingsstaat werkt in dit geval niet meer (&#8230;) de bewoners staan zélf midden in het arrangement dat door en met hen gemaakt wordt.</p></blockquote>
<p><strong>Voorsprong</strong><br />
Het brengt de wijk waar dit plaatsvindt ineens heel anders in het nieuws. Niet meer als losers, niet meer als achterstandswijk, maar als een wijk waar ineens door de wet van de inspirerende achterstand een voorsprong is genomen. Wat een trots levert dit op voor de bewoners, naast de materiële voordelen vanuit het eigen ondernemerschap behaald, door de eigen coöperatie.</p>
<p>Het leuke is ook een omdraaiing in het denken. De verzorgingsstaat werkt in dit geval niet meer voor deze bewoners, maar deze bewoners staan zélf midden in het arrangement dat door en met hen gemaakt wordt. Dat zal in de komende jaren op veel meer plaatsen uitgevonden moeten worden. Want de oude verzorgingsstaat heeft z’n langste tijd gehad: we hebben niet meer het geld (noodzakelijke bezuinigingen) en niet meer de mensen (krimpende arbeidsmarkt) om voor iedereen die het niet redt een hele verzorger in te zetten. Bovendien haalden we al niet genoeg resultaten (denk aan voorwoekerende problemen rond jeugdzorg, beroepsopleidingen en integratie). Dus de hoogste tijd om het over een andere boeg te gooien.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Dit is een korte bewerking van de Marja van der Werflezing, gehouden op 4 februari 2011 te Utrecht.</em></p>
<p><em>Foto boven gemaakt door Inicio</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wet-van-de-inspirerende-achterstand/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Breken met de Nederlandse planningstraditie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 Mar 2011 20:18:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2195</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/101_Noorderveld-foto_peter_elenbaas-klein.jpg" /> Na publicaties als A Pattern Image en Strategie voor Stedelijkheid springt het bureau van Gert Urhahn weer op de bres voor een betere stedelijke ontwikkeling. Ditmaal met het manifest ‘De Spontane Stad‘ dat oproept tot minder regels en planning, en meer vertrouwen in partijen buiten de overheid en de grote ontwikkelaars en beleggers. Het boekwerk is een interessante compilatie van het manifest en de lezer krijgt een hoop stof tot nadenken voorgeschoteld over de toekomst van het vak van de 'stedenbouwer'.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na publicaties als <em>A Pattern Image</em> en <em>Strategie voor Stedelijkheid</em> springt het bureau van Gert Urhahn weer op de bres voor een betere stedelijke ontwikkeling. Ditmaal met het manifest <em>‘De Spontane Stad‘ </em>dat oproept tot minder regels en planning, en meer vertrouwen in partijen buiten de overheid en de grote ontwikkelaars en beleggers. Het boekwerk is een interessante compilatie van het manifest zelf en al dan niet direct op het manifest reagerende stukken, projectbeschrijvingen, fotorapportages en tekeningen. De lezer krijgt een hoop stof tot nadenken voorgeschoteld over de toekomst van het vak van de stedenbouwer.</strong></p>
<p>Onder de Spontane Stad wordt in het manifest een marktplaats verstaan waar vraag en aanbod vorm geven aan het stedelijk karakter. Overheid en markt werken weliswaar nauw samen, maar het accent wordt gelegd op de ideeën van de eindgebruiker. Co-ontwerp en coproductie zijn geen modewoorden meer. De Spontane Stad is gestoeld op een planningsproces dat de collectieve capaciteit tot handelen vergroot, van wijkbewoner tot ondernemer, van vereniging van eigenaren tot lokale instituties.</p>
<p>Urhahn’s manifest pleit voor de Spontane Stad als uitgangspunt voor de stedenbouw van de 21e eeuw. Het is een antwoord op de worsteling van steden om duurzamer te worden, (im)migratie op te vangen, mondige burgers ruimte te geven en daarmee aantrekkelijke vestigingsplaatsen te blijven. Het is daarnaast een antwoord op de economische crisis, die de risico’s en gebreken van ‘het oude systeem’ blootlegt en roept, nee schreeuwt om een andere benadering van stedenbouw.</p>
<div id="attachment_2203" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2203" href="http://ruimtevolk.nl/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/afgesloten_straat_f_-_ham_falkenried-uud/"><img class="size-full wp-image-2203" title="Afgesloten_straat_F_-_HAM_Falkenried-UUD" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Afgesloten_straat_F_-_HAM_Falkenried-UUD.jpg" alt="" width="510" height="382" /></a><p class="wp-caption-text">Hamburg, Falkenried terrassen: afgesloten straat is combinatie van ontsluitingspad en tuin in compact verkavelde arbeiderswijk</p></div>
<p>Urhahn formuleert vier principes voor stedenbouw die bijdragen aan de realisatie van de Spontane Stad. Het eerste is het ‘zoom in’. Dit betekent dat altijd op kleiner schaalniveau gekeken moet worden naar lokale behoeftes en relevante spelers in vernieuwingswijken. Maar het heeft ook weerslag op de factor tijd; in kleinere stappen vooruit denken. Het tweede principe is ‘organiseer flexibiliteit’. Duurzame stedenbouw betekent dat een buurt zich makkelijk aanpast aan veranderingen in functies, architectuur, dichtheden en leefstijlen. Een plan moet een brede groep participanten kunnen inspireren en zich tegelijkertijd kunnen aanpassen aan het spel zoals dat in de loop der tijd gespeeld wordt. Het derde principe is ‘creëer collectieve waarden’ en gaat over het belang om gedeelde ambities te definiëren voor collectieve investeringen als energie-infrastructuur, waterkwaliteit, behoud van erfgoed, versterken van openbare ruimte, creëren van onderscheidende elementen en toekomstige waarden. ‘Werk gebruikergericht’ is tenslotte het laatste principe dat genoemd wordt. Hier komt een interessante toelichting bij. Naast veelgehoorde uitspraken als ‘participatie moet de inspraak voorbij’ en ‘er zijn nieuwe innovatieve benaderingen nodig’, stelt het manifest dat dit principe ook draait om het stimuleren van het eigen investeringsvermogen van bewoners, bedrijven, verenigingen en coöperaties. Niet volkshuisvesting maar economische ontwikkeling moet de motor van stedelijke ontwikkeling zijn.</p>
<p><strong>Trendbreuken</strong><br />
De publicatie doet een aantal vragen opkomen. Met de Spontane Stad roept Urhahn om verandering, om een trendbreuk zelfs. En niet één breuk, maar drie breuken. De stedenbouwer moet een historische trend doorbreken waarin de bouw van de stad steeds grootschaliger wordt georganiseerd met steeds grotere partijen. Daarnaast is er een verschuiving van de focus nodig van stedelijke ontwikkeling op basis van volkshuisvesting naar een stedenbouw op basis van economische ontwikkeling. En tenslotte is een trendbreuk nodig in de Nederlandse planningstraditie van strakke regie op ontwikkeling. Ook al wordt de laatste breuk wat verzacht (we mogen best trots zijn op onze geschiedenis en gingen we vroeger niet ook al minder rigide om met het inrichten van de ruimte?) drie trendbreuken is nog al wat. Tussen de regels van deze trendbreuken door is een aanval te ontwaren op gemeentelijk handelen, grote projectontwikkelaars, beleggers en corporaties. Ligt bij hen de sleutel voor een nieuwe stedenbouw?</p>
<div id="attachment_2204" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2204" href="http://ruimtevolk.nl/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/rapenburg08270-peter_van_bolhuis-pandion/"><img class="size-full wp-image-2204" title="Rapenburg08270-Peter_van_Bolhuis-Pandion" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Rapenburg08270-Peter_van_Bolhuis-Pandion.jpg" alt="" width="510" height="408" /></a><p class="wp-caption-text">Leiden, Rapenburg. (Foto: Peter van Bolhuis, Pandion)</p></div>
<p>Het manifest dicht ook een grote rol toe aan de stedenbouwer. Een vraag die de lezer gaandeweg bekruipt: wie is toch die stedenbouwer? Normaliter is het idee van een stedenbouwer, of een stedenbouwkundige, dat van een ontwerper. In het manifest zelf kan de stedenbouwer worden opgevat als ‘de professional in de stadsplanning’. Het brede spectrum van ontwerper tot ontwikkelaar tot wethouder. Uit de diverse essays en artikelen in het boek komt naar voren dat de rol van de stedenbouwkundig ontwerper in de Spontane Stad er een zou moeten zijn van vertaler en verleider. De ontwerper als hulpmiddel in het proces van stedelijke ontwikkeling.</p>
<p>In het interview aan het eind van het boek met Urhahn zelf komt echter weer een beeld naar voren van de stedenbouwkundig ontwerper als figuur met bijna magische krachten. Waren het immers niet de ontwerpers zelf die met het Congrès Internationeaux d’Architecture Moderne (<a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Congr%C3%A8s_Internationaux_d'Architecture_Moderne" target="_blank">CIAM</a>)<em><strong> </strong></em>de utopie van de monofunctionele stad propageerden en werkelijkheid lieten worden? En is het succes van Borneo Sporenburg in Amsterdam en Rijnhaven in Rotterdam niet te danken aan respectievelijk Adriaan Geuze en Kees Christiaanse? Het is bijna schizofreen zoals de stedenbouwer verscheurd wordt tussen verschillende houdingen. Is hij de bescheiden vertaler en verleider of de visionair die zorgt dat een stuk stad goed functioneert? En misschien is de ‘nieuwe stedenbouwer’ niet de ontwerper, maar de wethouder ruimtelijke ordening? De gemeenteambtenaar? De adviseur ruimtelijke ordening? De ontwikkelaar? De belegger? De markt zelf?</p>
<p><strong>Dromen</strong><br />
In het boek wordt een oproep gedaan aan het einde van de grootschalige PPS-constructies in gebiedsontwikkeling waarbij de gemeente samenwerkt met een of meerdere grote private partijen. Het model werkt niet. De huidige crisis laat dit overduidelijk zien, in het boek wordt dit geïllustreerd aan de hand van het voorbeeld van de Binckhorst in Den Haag. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten kleinschaliger plaatsvinden en op initiatief van de markt en die markt is veelal niet die grote ontwikkelaar, corporatie of belegger. In het boek spreekt onder andere Arnold Reijndorp scepsis uit over de vraag of dit nou echt wel kan veranderen. In een verslag van een rondetafelgesprek eerder in het boek bevestigt een belegger deze scepsis<strong><em> </em></strong>als hij de nieuwe rol beschrijft die hij voor zichzelf ziet: ‘De belegger als duurzaam betrokken partij, die niet optreedt als gebiedsontwikkelaar maar als gebiedsfacilitator.’ Hij brengt het leuk, maar deze belegger wil dus nog steeds de totale controle over de ontwikkeling van een gebied houden.</p>
<div id="attachment_2205" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2205" href="http://ruimtevolk.nl/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/man_op_stad-rothuizen112/"><img class="size-full wp-image-2205" title="man_op_stad-rothuizen112" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/man_op_stad-rothuizen112.jpg" alt="" width="510" height="269" /></a><p class="wp-caption-text">‘Man op Stad’ tekening van Jan Rothuizen</p></div>
<p>Het pleidooi voor de Spontane stad is geen droom over de toekomst. Het kan veel partijen en professionals inspireren om al vanaf vandaag met een andere bril naar het eigen handelen te kijken. Laten we hopen dat vooral die partijen dat doen waar de sleutel voor nieuwe stedenbouw ligt. Het boek prikkelt tot een nieuw perspectief en handelen in het hier en nu, maar zet ook aan tot dromen voor de toekomst. Aan de hand van een artikel van Joost Beunderman en een interview met Ben Ceverny ga je dromen van een stad waar bewoners direct invloed kunnen uitoefenen op hun leefomgeving. De utopische stad van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Constant_Nieuwenhuys" target="_blank">Constant Nieuwenhuys</a>, New Babylon, met de Homo Ludens als haar bewoner komt daarbij boven. De publicatie De Spontane Stad lijkt daarmee niet alleen een oproep om onze praktijk bij te stellen aan de realiteit van nu maar ook een oproep om te anticiperen op wat komen gaat.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Urhahn Urban Design: <em>De Spontane Stad</em>. BIS Publishers, 176 blz. €29,90 (<a href="http://www.bispublishers.nl/">www.bispublishers.nl</a>, ook verkrijgbaar in Engelstalige editie).</em></p>
<p><em>Foto boven: Maquette van Noorderveld, Urhahn’s project voor Noordelijke IJ-oevers als bijdrage aan tentoonstelling ‘Vrijstaat Amsterdam’. Foto: Peter Elenbaas</em></p>
<p><em> </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>19</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eindigt de schaalsprong van Almere in het water?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/eindigt-de-schaalsprong-van-almere-in-het-water/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/eindigt-de-schaalsprong-van-almere-in-het-water/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Mar 2011 21:30:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2183</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/AlmerePampus.jpg" /> Hebt u het ook gemerkt? Haal voor haal wordt er gezaagd aan de poten van de zogeheten schaalsprong van Almere. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hebt u het ook gemerkt? Haal voor haal wordt er gezaagd aan de poten van de zogeheten <a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/randstad/projecten-randstad-urgent/schaalsprong-almere" target="_blank">schaalsprong van Almere</a>. Officieel is er niets aan de hand. Sinds 29 januari 2010 ligt er het <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;source=web&amp;cd=2&amp;ved=0CB0QFjAB&amp;url=http%3A%2F%2Falmere20.almere.nl%2Fmmbase%2Fattachments%2F1183859%2FIAKAlmereBinnenwerk.pdf&amp;rct=j&amp;q=Integraal%20Afsprakenkader%20Almere%202.0&amp;ei=JFRtTfWCDsidOt6SsNkH&amp;usg=AFQjCNFadXEUA6AVkPkTncpzZ1PH4_pHkA&amp;cad=rja" target="_blank">Integraal Afsprakenkader Almere 2.0</a>. Daarmee kreeg Almere van het Rijk definitief het groene licht voor de bouw van 60.000 woningen in de polder, waarmee het uitgroeit tot de vijfde stad van Nederland. Logisch. Uit allerlei studies blijkt dat in de Noordvleugel van de Randstad tot 2030 nog  zo’n 150.000 woningen extra woningen nodig zijn. Je komt dan snel op Almere uit. Daar is nog ruimte om – goedkoop – grote aantallen woningen te bouwen.</p>
<p>De landelijke overheid heeft nog wel enkele voorbehouden vastgelegd in het Afsprakenkader. Zo is de financiering van toekomstige projecten “afhankelijk van besluitvorming van volgende kabinetten”. En dan zijn er de kosten van de noodzakelijk geachte IJmeer-verbinding. Volgend jaar pas wordt besloten of er een rechtstreekse tunnel of brug tussen Almere en Amsterdam komt voor al die nieuwe inwoners. De kosten voor deze extra verbinding moeten in ieder geval substantieel lager uitkomen dan de aanvankelijk begrootte 4,3 miljard euro, oftewel ruim 70.000 euro voor elke extra woning.</p>
<p><strong>Moeite</strong><br />
Officieel is er, zoals gezegd, niets aan de hand. Een handtekening is een handtekening nietwaar. Aan het roer van de uitbreiding zit bovendien Adri Duivesteijn, een krachtig bestuurder met invloed op het Binnenhof en gevoel voor publiciteit. Zo deed hij tijdens de kabinetsformatie namens het college van Almere nog een oproep om de Schaalsprong als ‘nationaal project’ op te nemen in het regeerakkoord. Dat is niet gebeurd. Sterker nog: het huidige kabinet staat voor een majeure bezuinigingsoperatie. Langdurig uitstel van die peperdure IJmeer-verbinding is op dit moment verleidelijk. 130 Kilometer per uur toestaan op de Afsluitdijk is een stuk goedkoper dan de dagelijkse files tussen Almere en Schiphol bestrijden.</p>
<blockquote><p>Een makeover van de oude Zaanse industriële gebieden zou de stedelijk georiënteerde bevolking veel meer aanspreken</p></blockquote>
<p>Als het kabinet argumenten wil vinden om de aanleg voor onbepaalde tijd uit te stellen, zal dat weinig moeite kosten. Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol maakte vorig jaar al – enkele maanden nadat de handtekeningen onder de plannen voor Almere 2.0 waren gezet &#8211; kanttekeningen bij die groeiambities. Volgens haar kan Almere zich voorlopig beter concentreren op het beter verbeteren van de bestaande stad: liever een klein schaalsprongetje in Almere en nu vooral inzetten op woningbouw in Zaanstad. Een makeover van de oude Zaanse industriële gebieden zou de stedelijk georiënteerde bevolking veel meer aanspreken: New Jersey aan het IJ. Ook Coen Teulings vroeg zich bij de presentatie van zijn boek Stad en Land op 18 februari in de Balie hardop af – mede gelet op de concentratietendenzen die zich rond Amsterdam en andere succesvolle steden voordoet –- of die miljardeninvestering in de IJmeerlijn op dit  moment wel zo’n zinnige investering is. De trend wijst een andere kant op: niet suburbaan maar stedelijk wonen wordt steeds populairder.</p>
<p><strong>Duur</strong><br />
Terwijl Teulings vooral oog heeft voor de groeiende populariteit van de stad, gebruikt de provinciale Noord-Hollandse politici weer andere argumenten om de schaalsprong af te serveren. Bij een recent debat in het Telstarstadion in Velsen maakten VVD, CDA en PvdA duidelijk dat ze die tienduizenden woningen liever willen bouwen in de kop van Noord-Holland Noord. “Dat scheelt dan direct een dure IJmeerverbinding.” Alsof de A7 ’s morgens ook al niet volkomen vast staat. Maar het tekent een klimaat waarin het kennelijk weer loont beslechte discussies over de ruimtelijke ordening opnieuw te voeren.</p>
<p>Almere heeft de schaalsprong altijd terecht afhankelijk gemaakt van betere verbindingen. Het gros van de Almeerders werkt in de regio Amsterdam-Schiphol. De groeistad wordt steeds slechter bereikbaar terwijl betere infrastructuur op zich laat wachten. Eerst werd de tunnel onder het Naardermeer afgeblazen, vervolgens raakte de verbreding van de Stichtse brug van de baan en werd de verdubbeling van de Flevospoorlijn uitgesteld. Daar kwam recent nog bij dat Amstelveen besloot toch maar geen honderd miljoen euro vrij te maken voor de overkluizing van de A9. Nu is dit misschien vooral een probleem voor de Amstelveners zelf, maar de kans lijkt groot dat daardoor de geplande verbreding van de snelweg forse vertraging oploopt. Na al die tegenslag lijkt het besluit in 2012 over de IJmeer-verbinding de ultieme lakmoesproef te worden voor de levenskansen voor de schaalsprong.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Almere Pampus (foto: Nico Boink)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/eindigt-de-schaalsprong-van-almere-in-het-water/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Mac Gyver tijdperk</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-mac-gyver-tijdperk/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-mac-gyver-tijdperk/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Mar 2011 20:19:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Londen]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Verenigde Staten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2098</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Kop-Foto-1-Cineroleum-Londen-bron-Studio-Dekka.jpg" /> Dat de (ruimtelijke) wereld fundamenteel anders wordt, kan inmiddels beschouwd worden als een gegeven. Daar zijn we het wel over eens. Het blijkt in veel reacties op RUIMTEVOLK dat er behoefte is naar  praktische aanknopingspunten en referenties. Hoe wordt het dan? Waar moeten we beginnen? Wie neemt het initiatief? Zijn er voorbeelden? Om de discussie verder aan te wakkeren en de zinnen te prikkelen, een aantal actuele projecten of referenties op een rij.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Dat de (ruimtelijke) wereld fundamenteel anders wordt, kan inmiddels beschouwd worden als een gegeven. Daar zijn we het wel over eens. Zeker op RUIMTEVOLK. De reacties op het artikel over <a href="http://ruimtevolk.nl/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/">Slow Urbanism</a> en het <a href="http://ruimtevolk.nl/rudy-stroink-over-de-toekomst-van-gebiedsontwikkeling-en-de-nieuwe-generatie-ontwikkelaars/">interview met projectontwikkelaar Rudy Stroink</a> spreken boekdelen. Uit diezelfde reactie blijkt een terugkerende behoefte naar  praktische aanknopingspunten en referenties. Hoe wordt het dan? Waar moeten we beginnen? Wie neemt het initiatief? Zijn er voorbeelden? Om de discussie verder aan te wakkeren en de zinnen te prikkelen, een aantal actuele projecten of referenties op een rij.</strong></p>
<p><strong>Doe-het-zelf architectuur</strong><br />
In de Guardian van 9 januari <a href="http://www.guardian.co.uk/artanddesign/2011/jan/09/young-architects-cineroleum-franks-hastings" target="_blank">een artikel</a> over een nieuwe generatie veelbelovende architecten in Engeland. Deze nieuwe groep ontwerpers lijkt zich met name te onderscheiden door zelforganisatie, pragmatisch ontwerpen en zelf uitvoeren. Een van de geïnterviewden omschrijft het als &#8220;<em>the building bug: there&#8217;s a joy in making something&#8221;. </em></p>
<p>Een hip voorbeeldproject is <a href="http://www.cineroleum.co.uk/info/" target="_blank">Cineroleum</a> in Londen. Een groep jonge architecten en ontwerpers had de behoefte &#8220;iets te doen&#8221; voor de stad. Ze kwamen erachter dat er in Engeland 4000 benzinestations leeg staan en zagen een kans. In samenwerking met vastgoedbedrijf <em>Tiger Developments</em> ging de groep aan de slag met de herontwikkeling van een benzinestation in de Londense buurt Clerkenwell: van pompstation tot bioscoop. Met een bouwbudget van 6.500 pond en drie weken bouwtijd gaan de architecten aan de slag. Bouwmaterialen zijn gedoneerd of gevonden. &#8220;<em>We invited friends and family to come and build and  by the end there were 50 people there. Construction methods were basic and for more demanding elements we just asked for loads of help</em>.&#8221;</p>
<p>Een maatschappelijk voorbeeld is Project H in het Amerikaanse Bertie County (North Caroline), een van de armste en meest dunbevolkte plattelandsregio’s van Amerika. Het onderwijssysteem worstelt hier om kwaliteit te bieden. Slechts 27% van de middelbare scholieren haalt zijn eindexamen in een keer. Ook is er sprake van een braindrain: talent wat er is, verhuist naar elders. Het progressief schoolhoofd van een armlastige openbare school betrok daarom begin 2009 twee architecten van <a href="http://www.studio-h.org/" target="_blank">Studio H</a> om de situatie te verbeteren. En Studio H weet van aanpakken. &#8220;<em>We build. </em><em>We get dirty. We tweak and prototype and test and bend. We know how to work in a woodshop, and how to weld, mill, and machine. We believe that knowing how things are built makes you a better designer, and that understanding the design process makes you a better builder. </em><em>We make sure our ideas come to life</em>.&#8221;</p>
<div id="attachment_2100" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2100" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-mac-gyver-tijdperk/foto-2-learning-landscape-bron-studio-h/"><img class="size-full wp-image-2100" title="Foto-2-Learning-Landscape-(bron-Studio-H)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Foto-2-Learning-Landscape-bron-Studio-H.jpg" alt="" width="510" height="306" /></a><p class="wp-caption-text">Learning Landscape (bron Studio H)</p></div>
<p>De architecten startte in het schoolgebouw zelf, met de renovatie van de computerruimte en de aanleg van een <em>learning landscape</em>: een speelveld om actief rekensommen te oefenen. Daarop volgde het opzetten van een eenjarig architectuur curriculum voor de leerlingen van de middelbare school: <a href="http://www.ted.com/talks/emily_pilloton_teaching_design_for_change.html" target="_blank">Studio H</a>. Geen abstracte lesstof, maar theoretisch en praktijk onderwijs met als doel dingen te bouwen of renoveren die de gemeenschap nodig heeft. Zo wordt in het eerste jaar gewerkt aan een overkapping voor een <em>farmers market</em>. De tweede serie studenten werkt aan nieuw bushaltes. En in jaar drie worden een aantal renovaties in een bejaardenhuis uitgevoerd. De studenten doorlopen in het jaar het gehele ontwerptraject van initiatief en onderzoek tot bouwen en nazorg.</p>
<p><strong>Ontwikkelend beheer </strong><br />
Een nieuwe geschikte ontwikkelingsstrategie is “ontwikkelend beheer”, aldus beargumenteerd door Iris Schutten in <a href="http://www.archined.nl/nieuws/2010/juni/van-tussentijd-naar-ontwikkelend-beheer/" target="_blank">een artikel</a> uit 2010. Ontwikkelend beheer sluit als strategie aan op de groeiende aandacht voor de bestaande stad, als ook een bewustzijn dat de stad nooit af is. En biedt bovendien een redelijk risicoarme en toegankelijke manier van financieren.</p>
<p>Ontwikkelaars beginnen graag met een schone lei. Dat is makkelijker en vaak goedkoper. Ze werken graag met grote investeringen en denken in termen van snelle waardevermeerdering van het vastgoed, om te kunnen doorverkopen aan een eindbelegger. Beheerders daarentegen zijn meer bezig met behoud van het bestaande. Zij zijn gewend aan een snelle en ad hoc uitvoering en maximale kostenbesparing. Een combinatie van beide disciplines biedt een nieuwe strategie voor zowel vastgoed- als gebiedsontwikkeling. De ontwikkelende beheerder is lange termijn betrokken bij zijn project en stuurt allereerst op een gezonde exploitatie, maar zeker ook op structurele waardevermeerdering, door zijn bezit (gefaseerd) te onderhouden en verbeteren.</p>
<p>De eerste projecten die deze strategie volgen verschijnen aan de horizon. Een oud industrieel pand in Rotterdam waar investeringen in fases gefinancierd worden uit de lopende exploitatie. Dus hoe beter het verhuurd, hoe sneller het pand herontwikkeld kan worden. Of een ontwikkelaar die met ieder nieuw huurcontract naar de bank gaat om een nieuw beetje projectfinanciering op te halen. Ontwikkelaars die dit soort strategieën toepassen zijn <a href="http://walasconcepts.com/index.php?option=com_content&amp;task=view&amp;id=87&amp;Itemid=105&amp;limit=1&amp;limitstart=2" target="_blank">Walas Concepts</a>, <a href="http://www.lingotto.nl/concepten.aspx?labelID=1079" target="_blank">Lingotto</a> en <a href="http://www.tcnpp.com/tcncorp/en/about/think.html" target="_blank">TCN</a>. Beter gezegd <span style="text-decoration: underline;">her</span>ontwikkelaars die vanuit een lopende exploitatie een gebouw of gebied tegelijkertijd beheren en ontwikkelen.</p>
<p><strong>Crowdfunding</strong><br />
De zoektocht naar nieuwe financieringsvormen heeft ook geresulteerd in een groeiende interesse in <em>crowdfunding</em>. Een financieringsstrategie waarbij een groot aantal kleine investeerders kleine bedragen investeren voor een bepaald doel, waar zij zich bij betrokken voelen. Betrokkenheid omzetten in geld is het idee. Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing deed al een snelle verkenning naar de kansen van <em><a href="http://www.kei-centrum.nl/websites/kei/files/KEI2003/documentatie/V76%20KEI-atelier%20Crowdfunding%20in%20de%20wijk.pdf" target="_blank">crowdfunding voor projecten in de wijk</a></em>. De belangrijkste conclusie, aldus KEI: “houd het klein, zoek een niche, geef projecten een gezicht, zorg voor munitie vanuit de ondernemers en voorkom vrijblijvendheid”.</p>
<p>Duurzaam warenhuis Brand Mission zet <em>crowdfunding </em>in om haar eerste vastgoedproject in Amsterdam te kunnen realiseren. Volgens de laatste berichten heeft Brand Mission na een aantal maanden al een bedrag van bijna € 20.000,- opgehaald van de € 80.000,- benodigde durfkapitaal.</p>
<p>In feite is ook het populaire collectief particulier opdrachtgeverschap een vorm van <em>crowdfunding</em>. Een groep consumenten financiert een woningbouwproject, weliswaar om er zelf in te wonen, maar evengoed maakt deze aanpak projecten mogelijk die anders wellicht niet haalbaar waren.</p>
<p><strong>Mac Gyver tijdperk</strong><br />
Nieuwe financieringsvormen, ontwikkelend beheer en doe-het-zelf-architectuur zijn voorbeelden van een nieuwe inventieve manier van werken. Onlangs sprak iemand van het aanbreken van een Mac Gyver tijdperk. Waar we met een touwtje, oud kauwgommetje en een lucifer ons redden uit de spelonken van de economische crisis.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Cineroleum Londen (foto: Studio Dekka)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-mac-gyver-tijdperk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De macht aan de provincie?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-macht-aan-de-provincie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-macht-aan-de-provincie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 27 Feb 2011 21:21:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2161</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/foto.jpg" /> Het kabinet vindt dat de provincie zich moet beperken tot haar kerntaken en wil toezicht en regie in de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting overlaten aan de provincie. Met de verkiezingen voor de deur gaat ons hart als ruimtelijke ordenaars harder kloppen: deze verkiezingen gaan over ons vakgebied. Valt dat even tegen; het publieke debat gaat vooral over hoofddoekjes en onderwijs. Om toch meer te weten over de ideeën van de verschillende partijen over de rol van de provincie in de ruimtelijke ordening, ging RUIMTEVOLK in gesprek met lijsttrekkers van de belangrijkste partijen. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het kabinet vindt dat de provincie zich moet beperken tot haar kerntaken en wil toezicht en regie in de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting overlaten aan de provincie. Met de verkiezingen voor de deur gaat ons hart als ruimtelijke ordenaars harder kloppen: deze verkiezingen gaan over ons vakgebied. Valt dat even tegen; het publieke debat gaat vooral over hoofddoekjes en onderwijs. Om toch meer te weten over de ideeën van de verschillende partijen over de rol van de provincie in de ruimtelijke ordening, ging RUIMTEVOLK in gesprek met lijsttrekkers van de belangrijkste partijen. </strong></p>
<p>Dat de provincie terug moet naar haar kerntaken en dat en ruimtelijke ordening er daar een van is, daar zijn de zeven gesproken lijsttrekkers het van harte mee eens. Maar als het gaat om het overlaten van regie en toezicht op de ruimtelijke ordening aan de provincies zijn er wel duidelijke accentverschillen te zien. Niet iedereen is erg enthousiast over wat Den Haag de laatste jaren heeft verricht op dit gebied. Vooral op de rechterflank is de algemene opvatting dat er zo goed als geen rol meer is voor het Rijk. Initiatieven als de <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2009/03/01/negen-nationale-snelwegpanorama-s-ruimtelijke-ontwikkelingen-in-beeld.html" target="_blank">snelwegpanorama’s</a> <em> </em>zijn volgens <a href="http://floorvermeulen.wordpress.com/" target="_blank">Floor Vermeulen</a> van de VVD in Zuid-Holland, ‘hobby’s’ van oud-VROM minister Cramer. “Het Rijk moet zich daar verre van houden en zich beperken tot activiteiten als de aanleg van 380 kV verbindingen.” <a href="http://www.overijssel.nl/bestuur/gedeputeerde-staten/theo-rietkerk/" target="_blank">Theo Rietkerk</a> (CDA, Overijssel) is ook van mening dat het Rijk zich niet moet bemoeien met beleid op het gebied van wonen, bedrijven, kantoren of verstedelijking. “Laat het Rijk zich bezig houden met kustverdediging”, zegt hij. Wel ziet hij een rol voor het Rijk als het gaat om het bepalen van de kennisagenda en kennisontwikkeling.</p>
<p>Links wenst juist meer Rijksinvloed. Zo vindt de SP in Brabant dat het Rijk op nationaal niveau moet blijven sturen op economische ontwikkeling. Hierbij moet niet alle aandacht uitgaan naar het verder ontwikkelen van de top-kenniseconomie, maar moet juist werkgelegenheid worden gestimuleerd in gebieden waar dat nodig is; in provincies als Limburg, Zeeland, Groningen en Friesland. De PvdA in Groningen ziet met name een rol voor het Rijk bij schoksgewijze ontwikkelingen die qua schaal en complexiteit de provincie te boven gaan, zoals krimp. “Van der Laan nam in deze opgave een actieve rol op zich,” zegt lijsttrekker <a href="http://www.provinciegroningen.nl/gs/leden-gedeputeerde-staten/william-moorlag/" target="_blank">William Moorlag</a>, maar ik vrees dat het nieuwe kabinet zich op dit onderwerp terugtrekt. Terwijl het Rijk de provincie met financiële middelen en beleid zou moeten bijstaan.” Groen Links in Noord-Holland ziet bij monde van <a href="http://noordholland.groenlinks.nl/titiavanleeuwen" target="_blank">Titia van Leeuwen</a> een blijvende rol voor het Rijk in het opstellen van de Rijksstructuurvisie (voorheen planologische kernbeslissingen) en op het gebied van de hoofdinfrastructuur voor personen, producten en energie. “Met name voor de noodzakelijke groei van de duurzame energieproductie is een toegesneden en intelligent landelijk en Europees net nodig.”</p>
<p>Eenzaam in het midden ziet lijsttrekker van D66 Utrecht, <a href="http://d66provincieutrecht.nl/news/item/d66_kiest_ralph_de_vries_als_lijsttrekker_provincie_utrecht/62" target="_blank">Ralph de Vries</a>, graag dat het Rijk de provincie faciliteert in het uitvoeren van hun rol door het afschaffen van de WGR+ regio’s en door te blijven investeren in fondsen als het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV-gelden), en het fonds van het programma <em>‘Recreatie om de Stad’</em>.</p>
<blockquote><p>De provincie moet zich verre houden van het opstellen van aantallen te bouwen woningen en percentages verdichting</p></blockquote>
<p>Het is nog maar de vraag of de provincie klaar is voor de nieuwe rol, die het Rijk voor de provincie ziet weggelegd. Onlangs concludeerden de provinciale rekenkamers dat de provincies gebrekkig functioneren en dat de politieke controle vaak ver onder de maat is. Daarnaast worstelen provincies nog altijd met gemeenten ‘die een te grote broek aan trekken’ en is de provincie vaak niet opgewassen tegen de macht van de grote steden. <strong> </strong></p>
<p><strong>Regisseur</strong><br />
Verschillende opvattingen over de invulling van de rol van de provincie worden mooi geïllustreerd door opvattingen over het ‘rode contourenbeleid’ dat provincies voeren. De rode contouren geven aan binnen welk gebied ontwikkeld kan worden. De VVD in Zuid-Holland is daar groot tegenstander van. “De provincie moet veel ruimte laten aan gemeenten en zich verre houden van het opstellen van aantallen te bouwen woningen en percentages verdichting“, aldus lijsttrekker Vermeulen. “Zo wordt veel meer ruimte gegeven aan gemeenten om zelf te beslissen waar wat gebouwd wordt.” Een verbod op nieuwe bedrijventerreinen vindt hij niet verstandig. “Juist in tijden van economische crisis moet je als overheid ruim baan geven aan economische ontwikkeling en geen beperkende maatregelen nemen.” En wat moet er dan gebeuren met de kantorenleegstand dan? ”Daar moet de overheid de markt zijn beloop laten gaan. Vastgoed moet gewoon afgeboekt worden. Wel kan de provincie ervoor zorgen dat er niet te veel kantoren worden bijgebouwd.”</p>
<blockquote><p>De provincie is een gebiedsregisseur die continu overlegt met gemeentes</p></blockquote>
<p>D66 Utrecht is blij met het rode contourenbeleid, maar geeft aan dat je er wel flexibel mee kan omspringen: “Op sommige plekken kan maatwerk met gemeenten worden gerealiseerd, zolang dit maar geen aantasting van natuur en landschap inhoudt. Het gaat D66 altijd om een win-win situatie voor rood en groen.” betoogt lijsttrekker De Vries. “In de ogen van D66 is de provincie een gebiedsregisseur die continu overlegt met gemeentes. In sommige gevallen kan de provincie een actieve rol spelen, bijvoorbeeld als het gaat om wat te doen met leegstaande kantoren en verouderde bedrijventerreinen.” Via de in oprichting zijnde Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht NV kan de provincie hierin investeren als de markt niet langer beweegt.</p>
<p>CDA-er Rietkerk noemt het rode contourenbeleid daarentegen ‘Pronkiaans’: ‘’Het werkt niet”. Wat is zijn voorstel dan? “Laat de provincie een structuurvisie opstellen waarin de provinciale belangen worden beschreven. Aanvullend daarop maakt de provincie prestatieafspraken met de gemeenten op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen en herstructurering. Waar de woningen precies terechtkomen is aan de gemeenten zelf.” Zijn partij wil verder de infrastructuur tussen steden versterken en deze infrastructuuropgaven oppakken als gebiedsontwikkelingsprogramma’s. “Goede voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van het centraal station Twente, Airport Twente  en de A1 zone. Op deze manier kunnen investeringen gebundeld worden, komt gebiedsontwikkeling dichterbij en wordt ook een bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit geleverd.”</p>
<p>In Groningen is de PvdA van mening dat robuuste sturing vereist is als het gaat om de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerreinen en natuur. Tot op kavelniveau zijn in Groningen de rode contouren vastgelegd. Maar het beleid gaat verder dan ‘gebieden’ en ‘verbieden‘, over de contouren kan gesproken worden, vertelt lijsttrekker Moorlag. De PvdA is blij met de samenwerking in de regio Groningen-Assen tussen twee provincies en twaalf gemeenten (red: anders dan de WGR+ gebieden een vrijwillige samenwerking zonder apart bestuursorgaan). “Wij zijn groot voorstander van regionale afspraken op het gebied van programmering (wonen en bedrijvigheid), groen, mobiliteit en grondprijzen.”</p>
<p><strong>Grondbeleid</strong><br />
Grondprijzen komen ook ter sprake in het gesprek met SP Brabant. De SP ziet de provincie als beschermer op het gebied van ruimtelijke ordening. Lijsttrekker <a href="http://noordbrabant.sp.nl/kandidaten2007/nico/" target="_blank">Heijmans</a>: “Grondprijsbeleid zou goed op provinciaal niveau gecoördineerd kunnen worden om competitie tussen gemeenten te voorkomen.” De SP wil verder een moratorium op nieuwe bedrijventerreinen. “Pas als er behoefte is en bestaande bedrijventerreinen zijn geherstructureerd kan er weer gesproken worden over nieuwe bedrijventerreinen.”</p>
<blockquote><p>Grondprijsbeleid zou goed op provinciaal niveau gecoördineerd kunnen worden om competitie tussen gemeenten te voorkomen.</p></blockquote>
<p>Als het gaat om nieuwbouw vindt Groen Links Noord-Holland dat woningbouw meer afgestemd moet worden op de vraag en vooral binnenstedelijk (en binnen dorpen) gerealiseerd moet worden. “De provincie zou veel gerichter kantorenleegstand moeten tegengaan en bedrijventerreinen duurzaam herstructureren”, vindt Van Leeuwen “Daarnaast zou ze een rol moeten spelen in het zoeken naar locaties voor (groene) energieproductie. De provincie kan dit, veel beter dan het Rijk, als ruimtelijke opgave oppakken.” De lijsttrekker oppert de mogelijkheid dat op provinciaal niveau bepaalde taken gecentraliseerd zouden kunnen worden zoals de uitvoering van het vergunningen- en handhavingsbeleid op het gebied van milieu, ruimte en bouw. “Veel kleinere gemeenten hebben te weinig capaciteit en expertise voor goede vergunningverlening- en handhaving, door bundeling kan dit wel bereikt worden.”</p>
<p>Wat voor rol dan ook, de provincie wordt een belangrijker speler in de wereld van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en economische ontwikkeling. Maar krijgt de provincie hiermee ook meer bestaansrecht? Friso de Zeeuw waarschuwde onlangs in het Financieele Dagblad dat tornen aan het Huis van Thorbecke met zijn drie bestuurslagen ‘bezigheidstherapie voor gevorderden’ is. Voor meer bestaansrecht zouden provincies volgens De Zeeuw behendig moeten sturen in combinatie met katholiek netwerken op zijn Brabants. Leuk gezegd, maar wie gaat dit de provincies leren?</p>
<p><em>RUIMTEVOLK sprak met lijsttrekkers van VVD, CDA, PvdA, SP, D66 en Groen Links in respectievelijk de provincies Zuid-Holland, Overijssel, Groningen, Noord-Brabant, Utrecht en Noord-Holland. De PVV was ook benaderd voor reactie, maar er kwam geen reactie uit de provincie Limburg.</em></p>
<p><em>Jeroen Niemans heeft een grote bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit artikel.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-macht-aan-de-provincie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maak twee metropolitane Randstadprovincies</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/maak-twee-metropolitane-randstadprovincies/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/maak-twee-metropolitane-randstadprovincies/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 25 Feb 2011 09:45:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Maessen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Groene Hart]]></category>
		<category><![CDATA[Noord-Holland]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Randstad]]></category>
		<category><![CDATA[Randstadnet]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Zuid-Holland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2143</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/2654086583_10d89b4f25_z2.jpg" /> Er gaat iets gebeuren met de bestuurlijke organisatie van de Randstad. De stadsregio’s van Rotterdam en Den Haag zijn op weg naar een fusie. De metropoolregio Amsterdam is ook bijna groot genoeg om een eigen provincie te worden. Als we twee provincies maken die zich onderscheiden door hun internationale oriëntatie en hoge stedelijkheid, zetten we Nederland glashelder op de kaart. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Er gaat iets gebeuren met de bestuurlijke organisatie van de Randstad. De stadsregio’s van Rotterdam en Den Haag zijn op weg naar een fusie. De <a href="http://www.metropoolregioamsterdam.nl/index.html" target="_blank">metropoolregio Amsterdam</a> is ook bijna groot genoeg om een eigen provincie te worden. Als we twee provincies maken die zich onderscheiden door hun internationale oriëntatie en hoge stedelijkheid, zetten we Nederland glashelder op de kaart.</strong></p>
<p><strong>Wederopstanding</strong><br />
De Randstad als samenhangend metropolitaan gebied leek na de structuurvisie van het vorige kabinet uit beeld, maar er is een wederopstanding aan de gang. Het huidige regeerakkoord spreekt over een &#8216;Randstadinfrastructuurautoriteit&#8217; en over het opschalen van het bestuur. Bovendien hebben de negen vervoersautoriteiten (vier stadsregio&#8217;s, vier provincies en de minister van Infrastructuur) in november een principebesluit genomen over het opbouwen van een <a href="http://ov-bureaurandstad.nl/nieuws?id=20" target="_blank">Randstadnet</a> (&#8216;Rnet&#8217;) voor hoogwaardig openbaar vervoer. Dit betekent dat, vijftig jaar na het verschijnen van de eerste beleidsvisie, de Randstad een operationeel  begrip wordt. Er wordt niet alleen over gepraat, er wordt ook iets in het leven geroepen dat specifiek voor de Randstad is bedacht.</p>
<p>De bestuurlijke organisatie van de Randstad is een moeilijke puzzel voor minister Donner (BZK). Hij zou zich bij het oplossen kunnen laten leiden door een onderscheid te maken tussen de delen die hoog verstedelijkt zijn en de sterkste internationale oriëntatie hebben, en de andere delen van de Randstad.</p>
<p><strong>Randstad-Noord en -Zuid</strong><br />
Volgens dit criterium zouden er twee metropolitane provincies gevormd kunnen worden, Randstad-Noord en Randstad-Zuid. Die bestaan uit de aaneengesloten <em>stedelijke </em>gebieden van respectievelijk Noord-Holland (inclusief Almere) en Zuid-Holland. Randstad-Noord loopt van Hilversum/Almere via Amsterdam, Zaanstad en Haarlem tot en met de Haarlemmermeer. Randstad-Zuid is het gebied dat nu bekend staat als de <a href="http://www.zuidvleugel.nl/Zuidvleugel/Over_de_Zuidvleugel" target="_blank">Zuidvleugel</a> (Leiden e.o. tot en met Drechtsteden). Het voordeel van deze provinciegrenzen is dat ze voortbouwen op de snel groeiende samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam en de Zuidvleugel (Leiden-Dordrecht).</p>
<p>De delen van het Groene Hart die nu in Noord-Holland en Zuid-Holland liggen, worden toegevoegd aan de provincie Utrecht. Die provincie wordt daarmee een flink stuk groter en krijgt de rol van beschermer van het open gebied. De provincie Utrecht bestaat dan, met uitzondering van de stadsregio Utrecht, vrijwel uitsluitend uit nationale landschappen. Deze provincie kan zich specialiseren in haar twee rollen: enerzijds alles wat te maken heeft met de geografische stedelijke centrumpositie binnen Nederland en anderzijds zowel beschermen als ontwikkelen van de uitgestrekte veenweidegebieden, bossen, heide en kleinere steden en dorpen. De Zuid-Hollandse eilanden worden toegevoegd aan Zeeland. Noord-Holland-Noord wordt een zelfstandige provincie.</p>
<p><strong>Spagaat</strong><br />
Op deze wijze ontstaan twee provincies in het Westen die samen de Hollandse metropool vormen. Deze provincies zijn door hun dichtheid van stedelijke functies en hun sterke internationale oriëntatie opvallend anders dan de rest van Nederland. Dat schept duidelijkheid. Er komt een einde aan de spagaat waarin Noord- en Zuid-Holland nu gevangen zitten: verantwoordelijkheid voor een groot landelijk gebied en -slechts op papier- ook voor het stedelijk gebied, want de grote steden dulden geen inmenging van de provincies in hun aangelegenheden .</p>
<p>Het is daarmee ook logisch om een ander bestuurlijk model te kiezen. De beide metropoolprovincies kunnen worden georganiseerd als de huidige stadsregio&#8217;s, dus als ‘verlengd lokaal bestuur’ van de steden. Het dagelijks bestuur van de provincies wordt gevormd door wethouders van de steden die een dubbelfunctie hebben. De effectiviteit van dit model is de laatste jaren bewezen. Deze metropoolprovincies vormen geen extra bestuurslaag, maar een samenwerkingslaag. Zij houden zich bezig met mobiliteit, regionale (internationaal georiënteerde) economie en de afstemming onderwijs-arbeidsmarkt.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2153" href="http://ruimtevolk.nl/maak-twee-metropolitane-randstadprovincies/randstadnet2028/"><img class="size-full wp-image-2153 alignnone" title="Randstadnet 2028" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Randstadnet2028.jpg" alt="" width="500" height="463" /></a><br /><em>Randstadnet 2028</em></p>
<p><strong>Randstadnet</strong><br />
Het nieuwe hoogwaardige openbaarvervoernet, het Rnet, wordt de structuurdrager van dit metropolitane gebied. Het R-net heeft een uitloper naar Utrecht waar het belangrijkste schakelpunt ligt met de andere economische centra van Nederland.</p>
<p>Om het bestuurlijke plaatje compleet te maken: waarom zouden we niet alle provincies organiseren als verlengd lokaal bestuur? Dat sluit beter aan op de schaalvergroting en de dringende wens tot samenwerking tussen gemeenten. Sommige wethouders zijn tevens gedeputeerde en sommige raadsleden zijn tegelijk PS-leden. Het zal de bestuurlijke drukte aanzienlijk verminderen.</p>
<p>Is dat minder democratisch dan rechtreekse gekozen provinciebestuurders? Nee, want burgers kiezen gemeenteraadsleden die voor een bepaalde koers van de gemeentelijke ontwikkeling staan en hun volksvertegenwoordigers voeren die koers niet alleen gemeentelijk, maar ook provinciaal uit. Dat vergroot juist de invloed van die volksvertegenwoordigers en maakt een einde aan de farce die PS-verkiezingen momenteel toch eigenlijk zijn.</p>
<p><strong>Geloofwaardig</strong><br />
Volgens de huidige, officiële definitie bestaat de Randstad uit de stadsregio Utrecht en alles wat ten westen daarvan ligt, inclusief een enorm Groene Hart dat vooral weiland en natuur is. Dat is het resultaat van allerlei politieke compromissen uit het verleden, maar het is niet geloofwaardig. De Randstad als internationaal kerngebied van Nederland moet veel strakker begrensd worden, dus alleen bestaan uit de hoogstedelijke gebieden en hun directe omgeving. Zo kunnen twee overzichtelijke provincies ontstaan en kunnen we de Randstad vol zelfvertrouwen als één van de metropolitane centra van Europa presenteren.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Randstad Rail, Den Haag (foto: on 1ststie, Marja van Bochove  <a rel="nofollow me" href="http://www.flickr.com/photos/on1stsite/" target="_blank">http://www.flickr.com/photos/on1stsite/)</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/maak-twee-metropolitane-randstadprovincies/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De nieuwe nieuwbouw</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bestaande-woningbouw-wordt-de-nieuwe-nieuwbouw/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bestaande-woningbouw-wordt-de-nieuwe-nieuwbouw/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Feb 2011 20:52:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2065</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Moutfabriek-Roermond.jpg" /> Nieuwbouw. Dat is interessant. Scheppend. Creativiteit vragend. Mooi in de etalage. Eurootjes mee te verdienen. Foto-moment…! Heel waar allemaal en helemaal niets mis mee. Maar in het geheel van een tamelijk volgebouwd Nederland stelt die nieuwbouw natuurlijk niet zo veel voor. En toch bepaalt nieuwbouw nog steeds het ruimtelijke debat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nieuwbouw. Dat is interessant. Scheppend. Creativiteit vragend. Mooi in de etalage. Eurootjes mee te verdienen. Foto-moment…! Heel waar allemaal en helemaal niets mis mee. Maar in het geheel van een tamelijk volgebouwd Nederland stelt die nieuwbouw natuurlijk niet zo veel voor. En wordt ie ook eerder minder dan meer. Vreemd: hoewel het getalsmatig niet zo indrukwekkend is, bepaalt nieuwbouw wel het ruimtelijke debat.</strong></p>
<p>Misschien moesten we daar in 2011 maar eens vanaf. Zou 2011 het jaar kunnen worden van het bestaand bezit? Van, ik doe maar eens een gooi: trots op jaren-30 bezit. Opruimen van jaren 50 – 70 (of kun je daar nog iets mee?). Preventief aanpakken van jaren 80 en nog even onbekommerd genieten van jaren 90 en nieuwer? Zoiets?</p>
<p>Het jaar waarin niet meer dorpen en steden met ‘de mooiste nieuwbouw’ op voorpagina’s staan, maar met het mooiste (desnoods ingrijpend opgepept en aangepast) bestaand bezit. Waarin ‘ruimtelijke ontwikkeling’ met name betekent het ontwikkelen van scenario’s om de kracht van het bestaande te behouden of versterken. Zullen we in 2011 eens alle prijzen voor ontwerp en architectuur op bestaand bezit richten? Immers je bent niet zozeer hetgeen je nieuw maakt maar vooral datgene dat je al allemaal hebt (gemaakt).</p>
<p>Het jaar waarin bestaand bezit aantoont interessant te zijn, scheppende kracht nodig te hebben, creativiteit, er eurootjes mee zijn te verdienen en er een hoge foto-moment-waardigheid is. Het jaar waarin alle RUIMTEVOLKers zien dat bestaand bezit als het ware de nieuwe nieuwbouw wordt; en we tot onze vreugde zien dat we daar veeeeeeeel meer van hebben dan van echte nieuwbouw!</p>
<p>This is the moment…</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Moutfabriek Roermond (foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/22746515@N02/" target="_blank">Bert K</a>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bestaande-woningbouw-wordt-de-nieuwe-nieuwbouw/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontwijken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ontwijken-stedelijke-vernieuwing-gaat-gebukt-onder-obesitas/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ontwijken-stedelijke-vernieuwing-gaat-gebukt-onder-obesitas/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Feb 2011 21:11:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Olof van de Wal</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2095</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Afbeelding-005.jpg" /> Er is een soort professionele obesitas in de wijken. Dat is het gevoel dat me bekruipt na het lezen van het boek ‘De alledaagse en de geplande stad’. De wijk als plek waar je gewoon woont, waar je dagelijks leven zich afspeelt, is naar de achtergrond verdwenen. Het is nu vooral het domein geworden van sociale politiek, waar programma’s, projecten en agenda’s overheen gelegd worden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Er is een soort professionele obesitas in de wijken. Dat is het gevoel dat me bekruipt na het lezen van het boek <a href="http://www.sunarchitecture.nl/catalogue/categori/sun-trancity/de_alledaagse_en_de_geplande_stad_9789085068266.html?sort=ti&amp;lang=en" target="_blank">‘De alledaagse en de geplande stad’</a>. De wijk als plek waar je gewoon woont, waar je dagelijks leven zich afspeelt, is naar de achtergrond verdwenen. Het is nu vooral het domein geworden van sociale politiek, waar programma’s, projecten en agenda’s overheen gelegd worden.</strong></p>
<p>Dit beschrijft <a href="http://www.urbanstudies.uva.nl/urbanstudies/researchers.cfm/AA6D2C82-1940-4C12-B1A0986424D1A5BF" target="_blank">Arnold Reijndorp</a> in het afsluitende essay van de publicatie.  De discussie over het verschil tussen de stad van het ideaal (de geplande stad) en de stad van de weerbarstige werkelijkheid achtervolgt ons sinds het begin van de stedenbouw. Vooral omdat het genoemde verschil aanleiding is voor tegengestelde posities in een emotionele discussie: ergernis over de ‘beperkte blik’ van de mensen die met hun voeten in de modder staan, of over de ‘maakbaarheidsgedachte’ die alleen maar achter het bureau kan ontstaan. Terwijl, even opmerkelijk, in beide standpunten een even grote passie bestaat voor de stad en haar bewoners. Het is daarom prettig te lezen dat ook de schrijvers in het boek menen dat het denken in de tegenstelling <em>alledaagse</em> en <em>geplande</em> <em>stad </em>op zichzelf niet interessant is. Waar het om gaat is, hoe de verhouding tussen die twee werkelijkheden is, en hoe je ermee omgaat. Niet alleen het ideaal of de werkelijkheid is interessant, maar de manier waarop wij de werkelijkheid naar het ideaal buigen. Daar lijken de meeste problemen zich op te hopen. Of, anders gezegd, we doen het allemaal zelf.</p>
<blockquote><p>In stadswijken ontstaat eerder een cumulatie van oplossingen dan van problemen.</p></blockquote>
<p>Reijndorps verhaal is een sleuteltekst van het boek en absoluut een aanrader om te lezen, al zal niet iedereen het met zijn verhaal eens zijn. Hij doet er opmerkelijke uitspraken als: “De wijk is het resultaat van een sociaal-ruimtelijke politiek”, waarin bewoners en professionals “in een patstelling zijn gemanoeuvreerd”. Ook ziet hij in de stadswijken eerder een cumulatie van oplossingen dan problemen ontstaan.</p>
<p>Het heeft niet alleen te maken met de complexiteit van de maatschappelijke problematiek. De patstelling komt ook omdat die problematiek lastig in te passen is in de diversiteit aan instituties en professies. Obesitas dus, het gevolg van een te hoge prestatiedruk. Er zijn teveel professionals, die hun professionaliteit inzetten voor wat ze geacht worden te bereiken en niet voor wat er echt aan de hand is. Reijndorp – die zich ontpopt als een radicaal in vernieuwingsland – pleit voor het ont-wijken en daarmee depolitiseren van de stedelijke vernieuwing. En daarvoor is een nieuwe professional nodig, die ruimte maakt, maar niet zelf invult.</p>
<div id="attachment_2097" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2097" href="http://ruimtevolk.nl/blog/ontwijken-stedelijke-vernieuwing-gaat-gebukt-onder-obesitas/afbeelding-038/"><img class="size-full wp-image-2097" title="Afbeelding-038" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/Afbeelding-038.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><p class="wp-caption-text">Arnhem, Malburgen (foto: Piet Korporaal)</p></div>
<p>Wat moet ik hiervan nu vinden?  Betekent dit het einde van het werken aan de  wijken, of je het nu wijkenaanpak, wijkgericht werken of zelfs wijkgestuurd werken moet noemen? Nee, dat geloof ik niet. Is het een pleidooi om alles maar op zijn beloop te laten? Nee, dat geloof ik ook niet. Wijken, en steden, blijven veranderen, en er is niets mis mee om daar ambities bij te hebben, om daar een visie op te hebben. Het gaat om de manier waarop, of liever, om de vraag of het middel bij het doel past. We zitten nu midden in een proces dat door Hans Karssenberg wordt gekarakteriseerd als een overgang van stad <em>maken</em> naar stad <em>zijn</em>. Van het schoonvegen van de lei naar het voortdurend en precies sleutelen. Het gaat er om de visie of ambitie bij een wijk beter te doen aansluiten bij de verandering die er al gaande is.</p>
<p>Die stap, van stad maken naar stad zijn, is voorlopig nog lastig. Laat ik het voorbeeld nemen van Den Haag. Ik neem dat voorbeeld omdat ik onlangs het bericht voorbij zag komen dat deze stad de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Schilderswijk_%28Den_Haag%29" target="_blank">Schilderswijk</a> gaat herstructureren om de integratie te bevorderen. Dat vond ik opmerkelijk, dus ik ben me gaan verdiepen in de nieuwe integratievisie van de stad. Die is ambitieus. Ze richt zich met name op de zaken waar nog een opgave ligt, op dat wat niet goed gaat, dus. Overigens nadrukkelijk vanuit de opvatting dat economisch zelfstandige en maatschappelijk actieve migranten een aanwinst voor de stad zijn. De ambitie zit vooral in de resultaten die de stad wil boeken en de overtuiging die zij uitstraalt over het tempo waarin dat gebeurt – het is afgelopen met de vrijblijvendheid, kopten enkele kranten. Het college reageert met deze visie nadrukkelijk op de veranderingen die het in de stad waarneemt. Los van hoe je hierin staat, dit heeft alles te maken met hoe Den Haag meer en beter een stad kan <em>zijn</em>.</p>
<p>Mijn twijfel komt bij de verbinding met de herstructurering van de Schilderswijk. Ik zie de problematiek. De wijk heeft in de afgelopen twintig jaar te maken gehad met grote vernieuwingsgolven. Qua integratie zijn die in ieder geval niet succesvol gebleken. Wie enigszins succes heeft verlaat de wijk. Maar in de oplossing, het stevig herstructureren en differentiëren wordt de patstelling tussen bewoner en professional wel heel rigoureus doorbroken – dit heeft toch meer met stad <em>maken</em> van doen. De vragen die ik me dan direct stel zijn: hoeveel succesvolle voorbeelden van integratie door differentiatie kennen we eigenlijk? Hoe zit het met de schaal en het tempo waarin dat moet gebeuren? Als de wijk een doorstromingswijk is, moet je die als kwetsbaar kwalificeren, of biedt deze wijk juist kansen? En: passen oplossing en probleem goed bij elkaar?</p>
<p>Van stad maken naar stad zijn –er zit een spanning tussen, die geladen is met belangen en daarom vaak weerbarstig en soms pijnlijk is. En juist daarom kan ik me veel voorstellen bij wat Reijndorp bijna hartstochtelijk schrijft in zijn pleidooi om de druk van de wijken af te halen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Zaanstad, Zaandam-Zuid (foto: Piet Korporaal)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ontwijken-stedelijke-vernieuwing-gaat-gebukt-onder-obesitas/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een onafhankelijke aanjager voor binnenstedelijke transformatie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/urbanisator-onafhankelijke-aanjager-voor-binnenstedelijke-transformatie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/urbanisator-onafhankelijke-aanjager-voor-binnenstedelijke-transformatie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Feb 2011 09:53:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Hilco van der Wal</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kantorenmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2044</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/IMG_1337-1.jpg" /> De transformatie van verouderde binnenstedelijke bedrijventerreinen en kantoorgebieden naar hoogwaardig stedelijk gebied stond de afgelopen jaren hoog op de agenda, maar is op veel plekken niet goed van de grond gekomen. Waar de plannenmachine van de gemeente wel in werking werd gezet, leidde dat tot stapels plannen voor massale sloop, grootse ontwerpen en een enorm vastgoedprogramma om de kosten terug te halen. Deze plannen zijn door de realiteit ingehaald en onbetaalbaar geworden. Partijen moeten echter accepteren dat ‘de grote omslag’ niet in één keer plaatsvindt. Begin klein, organiseer samenwerking met partijen met ambitie, positie en ontwikkelkracht.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De transformatie van verouderde binnenstedelijke bedrijventerreinen en kantoorgebieden naar hoogwaardig stedelijk gebied  stond de afgelopen jaren hoog op de agenda, maar is op veel plekken niet goed van de grond gekomen. Waar de plannenmachine van de gemeente wel in werking werd gezet leidde dat tot stapels plannen voor massale sloop, grootse ontwerpen en een enorm vastgoedprogramma om de kosten terug te halen. Deze plannen, zoals voor <a href="http://www.propertynl.com/producten-old/nieuwsbrief/default.asp?id=30195" target="_blank">Binckhorst</a> en Goudse Poort, zijn door de realiteit ingehaald en onbetaalbaar geworden. We kunnen ons echter niet veroorloven bij de pakken neer te blijven zitten. Benut bestaande kwaliteiten, organiseer echte samenwerking en accepteer dat ‘de grote omslag’ niet in één keer plaatsvindt. </strong></p>
<p>Je kunt ze uittekenen, die verouderde gebieden: niet ver van de binnenstad, omsloten door uitvalswegen, spoor en vaarwater, veel loodsen, werkplaatsen en solitaire kantoorblokjes, waar al decennia aan gesleuteld wordt. Een charmante rommeligheid die zich uitstekend leent voor de filmopnames van politieseries en B-films, maar niet de uitstraling die we voor ogen hebben als we spreken over vitale stedelijkheid.</p>
<blockquote><p>De sleutel zit in de omkering van het proces, het zoeken naar bestaande kwaliteiten en klein beginnen.</p></blockquote>
<p>De opgave wordt meestal vanuit de gemeentelijke optiek  opgepakt, maar het zijn vooral de zittende ondernemers en eigenaren die iets te verliezen hebben. Wanneer de wethouder met de plannen onder de arm aanklopt met de mededeling dat ‘we gaan herstructureren’, leunt de ondernemer comfortabel achterover. Het zijn immers niet zijn ambities, en ze hebben hem wel nodig. Uiteindelijk vergaat ook de ondernemer het lachen, want er gebeurt niets, behalve dat de locatie verder achteruit loopt.</p>
<p><strong>Perspectief</strong><br />
De plannen hoeven niet per sé de prullenbak in. Een wenkend perspectief geeft richting en focus. De manier waarop de ambities gerealiseerd zouden gaan worden wel. Er zijn veelbelovende voorbeelden die de weg wijzen, zoals de Noordelijke IJ-Oevers in Amsterdam, maar daarmee zijn we er niet. Ten eerste gaat het om terreinen die tientallen hectares groot zijn, waar op dit moment nog van alles gebeurt. De sprong naar het gewenste kwaliteitsniveau kan niet in één keer worden gemaakt zonder de enorme investeringen die van de overheid werden verwacht.  Zeker niet voor zo’n gebied als geheel. Ten tweede gaat het om een grote hoeveelheid eigenaren met allemaal een eigen belang. De oude reflex was: verwerven. Maar dat is duur en kost veel negatieve energie, zonder dat het direct resultaat oplevert.</p>
<p><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/urbanisator-onafhankelijke-aanjager-voor-binnenstedelijke-transformatie/img_1355/" rel="attachment wp-att-2046"><img class="alignnone size-full wp-image-2046" title="IMG_1355" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/IMG_1355.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p><strong>Omkering</strong><br />
De sleutel zit in de omkering van het proces, het zoeken naar bestaande kwaliteiten en klein beginnen. De omkering van het proces, <a href="http://www.appm.nl/downloads/119_appm_nieuwsbrief13.pdf" target="_blank">de procesinversie</a>, is een term die we vaker voorbij zien komen, maar wat is dat? In essentie betekent het dat partijen in het gebied zelf het initiatief nemen een ontwikkeling in gang te zetten. Nu de gemeenten zich herbezinnen op hun rol in de gebiedsontwikkeling, kunnen we van de crisis een kans maken en de ideeën van ondernemers, eigenaren, investeerders en gebruikers laten opbloeien. Dat gaat niet vanzelf.</p>
<p>Geïnspireerd op het Valenciaans ontwikkelmodel pleiten wij voor een onafhankelijk initiator en aanjager in de persoon van de &#8216;Urbanisator&#8217;. De Urbanisator is niet de overheid, maar een <em>primes inter pares</em> die zoekt naar partijen in het gebied met ambitie, positie en ontwikkelkracht. Zaak is de ontluikende initiatieven te bundelen tot een vorm van samenwerking die gebaseerd is op gezamenlijke ambitie en wederzijds vertrouwen. Van belang is klein te beginnen, met een paar partijen die een klik met elkaar hebben, een overzichtelijk (lees: herkenbaar) deelgebied en zicht op een eerste stapje vooruit. Daardoor wordt dynamiek gecreëerd die tot een eerste, bescheiden waardestijging leidt. Daarmee wordt de basis gelegd voor een volgend stapje. Vrijwel al deze gebieden bieden onvoorziene kansen in de vorm van een unieke locatie, industrieel erfgoed dat zich <a href="http://www.pytch.nl/starting-up/caballero-fabriek-cabfab-den-haag.html" target="_blank">van lelijk eendje tot mooie zwaan</a> laat opknappen, of een ondernemer of organisatie die eindelijk eens dat <a href="http://meilenwerk.de/" target="_blank">markante idee</a> ten uitvoer wil brengen.</p>
<p><strong>Eindbeeld</strong><br />
Waar is de overheid als het proces wordt omgekeerd? Door het initiatief in het gebied kan de gemeente veel meer een faciliterende rol pakken. Dat is immers de panacee nu de gemeentelijke grondexploitaties geen zicht bieden op een actief grondbeleid, strakke overheidsregie en bijbehorende grootschalige investeringen. Dit betekent niet dat de gemeente niets hoeft te doen. Zorgen voor een stabiele omgeving door ongewenste ontwikkelingen planologisch tegen te gaan, ruimte geven aan initiatief, meedenken bij knelpunten van milieuhinder (bijvoorbeeld via een wettelijke experimenteerstatus) en vooral een open blik zijn belangrijke taken voor de gemeente. De rest is aan de partijen in het gebied: <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Open_source" target="_blank">open source</a>.</p>
<p>Verder moeten partijen zich realiseren dat het gewenste ‘eindbeeld’  jaren of zelfs decennia op zich kan laten wachten. In de tussentijd groeit de dynamiek, en daarmee de waarde en de kwaliteit van het gebied. Gaandeweg doen zich nieuwe kansen voor en worden nieuwe richtingen ingeslagen. Een incubatieperiode met kwaliteit en energie, die zorgt voor een positieve drive in het gebied. En dat is altijd goed. Dat kenmerkt de stad in zijn diepste wezen. <a href="../gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/" target="_blank">Eerst gaat dat langzaam en kleinschalig.</a> En dan dient zich de eerste majeure ontwikkeling zich aan. Die laat zich lastig voorspellen, maar als die er eenmaal is, weet iedereen: <a href="http://www.nul20.nl/issue43/1vdp_4" target="_blank">dit gaat het worden</a>.</p>
<p><strong>Fases</strong><br />
Waar te beginnen? Allereerst gaat de Urbanisator op zoek naar draagvlak voor samenwerking in het gebied. Met de belangen van eigenaren als uitgangspunt worden feiten, wensen en kansen op een rij gezet. Dat biedt de mogelijkheid om toekomstbeelden te delen, energie te bundelen, perspectief te creëren en daarmee ontwikkeling in gang te zetten. Doordat de Urbanisator vanuit een onafhankelijke positie werkt, krijgen de verschillende belangen een plek. Zowel het individuele korte-termijnbelang als het gezamenlijke lange-termijnbelang komen in beeld.</p>
<p>In de daaropvolgende fase kan de herontwikkeling daadwerkelijk worden aangepakt op die locaties waar voldoende eigenaren aan de slag willen. Van belang is een schaal en scope te kiezen die te overzien is, maar die wel voldoende kritische massa genereert om enige impact te hebben. Er zijn dan kansen om te herontwikkelen of om bestaande gebouwen opnieuw te ontdekken en gebruikers te vinden die daar willen zitten. Afhankelijk van de oplossingsrichting, schaal en bereidheid van betrokkenen om stappen te zetten wordt de graad van samenwerking bepaald. Dit varieert  van simpele afspraken over service of marketing tot het collectief maken van het bezit als start van een gezamenlijke ontwikkeling.</p>
<p><strong>Resumé</strong><br />
Binnenstedelijke bedrijventerreinen en kantoorgebieden kunnen wel degelijk worden ontwikkeld. Door de regie grotendeels bij de partijen in het gebied te leggen, veranderen de rollen. De overheid faciliteert met regelgeving, maar bovenal met een <em>open mind</em>, en de ondernemers en eigenaren in het gebied gaan samen aan de slag. Stap voor stap en gericht op het generen van dynamiek en kwaliteit. De Urbanisator organiseert en regisseert de samenwerking en dynamiek in het gebied en zorgt voor vaart. Wie doet er mee?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/urbanisator-onafhankelijke-aanjager-voor-binnenstedelijke-transformatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>15</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Super Market: de kwaliteiten van een verlaten ruimte</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/super-market-de-kwaliteiten-van-een-verlaten-ruimte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/super-market-de-kwaliteiten-van-een-verlaten-ruimte/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Feb 2011 10:16:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Heidi Linck</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2067</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/shapeimage_1.jpg" /> Er wordt momenteel volop gediscussieerd over tijdelijk gebruik van leegstaande panden. Ondanks een aantal creatieve en inspirerende ideeën voor tijdelijk gebruik lijken sommige panden wel veroordeeld tot eeuwige leegstand. De vraag is of dat erg is.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de stedelijke ruimte zijn tussen de grote warenhuizen en drukke horecagelegenheden altijd lege gebouwen te vinden. Door de crisis lijken ze in aantal toe te nemen: ondernemingen gaan vaker failliet of verhuizen naar goedkopere locaties. De leegstand appelleert aan onze collectieve horror vacui. Lege gebouwen kosten nu eenmaal geld en dragen niet bij aan de aantrekkelijkheid van de stad. Er wordt dan ook volop gediscussieerd over tijdelijk gebruik van deze leegstaande panden, liefst door betalende huurders die er als het even kan zo snel mogelijk weer uitgezet kunnen worden. Ondanks een aantal creatieve en inspirerende ideeën voor tijdelijk gebruik lijken sommige panden wel veroordeeld tot eeuwige leegstand. De vraag is of dat erg is.</p>
<p><iframe src="http://player.vimeo.com/video/19480627" width="400" height="295" frameborder="0"></iframe>
<p><a href="http://vimeo.com/19480627">Super Market: A proposal to practice urban vacancy</a> van <a href="http://vimeo.com/user3801908">Heidi Linck</a>.</p>
<p>Ja, voor de creatieven die er een project hadden willen doen vind ik het oprecht jammer. Maar niet voor de stad. De stad, waarbinnen parallel aan deze zich verspreidende leegstand er de ontwikkeling van toenemende bevolkingsdichtheid en ervaren drukte is. We verlangen naar stilte en rust en hiervoor trekken we allemaal op dezelfde momenten tegelijk de natuur in, waar die rust dan ook ver te zoeken is.</p>
<p>Leegstand in de stad zou vaker moeten worden omarmd, door een leeg pand uit te kiezen en deze voorgoed af te sluiten. Voor het gebouw zou ik parkbankjes willen plaatsen zodat voorbijgangers kunnen gaan zitten om hun blik eindeloos door de ruimte te laten dwalen. De ramen van het gebouw laten het steeds veranderende daglicht door en ‘s avonds ook het stadslicht en licht van voorbijrijdende auto’s. Overgebleven spullen in de ruimte prikkelen als objecten van archeologie van het heden onze verbeelding en fantasie over het recente verleden van het gebouw. De plek draagt de sfeer van een filmset, vol suspense en mogelijkheden. In tegenstelling tot gelijkende kunstwerken is deze ruimte echt en heb ik er niets aan toegevoegd. Geen plek is zo werkelijk dan de plek waarin niet is ingegrepen. Als kunstenaar hoef ik zo’n echte plek alleen maar te zien en te laten zien.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/super-market-de-kwaliteiten-van-een-verlaten-ruimte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>It’s the scale, stupid!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vincent-kompier-bouwcrisis-is-schaalvraagstuk/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vincent-kompier-bouwcrisis-is-schaalvraagstuk/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 08 Feb 2011 20:43:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1810</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/IMG_1695.jpg" /> Klimaatverandering? Welnee. Krimp dan? Overdreven. Hypotheekcrisis? Te vroeg. Bouwstop? Achterhaald. Allemaal onderwerpen die de essentie van het probleem in de bouw niet raken. Want als het in 2011 ergens over zal moeten gaan is het schaal.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Klimaatverandering? Welnee. Krimp dan? Overdreven. Hypotheekcrisis? Te vroeg. Bouwstop? Achterhaald. Allemaal onderwerpen die de essentie van het probleem in de bouw niet raken. Want als het in 2011 ergens over zal moeten gaan is het schaal.</strong></p>
<p>It’s te economy, stupid!” is de beroemde quote van Bill Clinton die hij tijdens zijn race naar het Witte Huis in 1992 in stelling bracht tegenover George Bush . Door de economische recessie, waar Bush geen adequaat antwoord op had, won Clinton met deze quote met gemak de verkiezingen. Ik zal niet ontkennen dat er economisch flink wat aan de hand is in de bouw- en vastgoedwereld. Maar het gaat niet alleen over economie. Wie dieper graaft stuit op een heel ander, onderliggend verschijnsel dat als (mede-)oorzaak gezien kan worden voor de huidige bouwcrisis. Want het gaat om de schaal, domoor!</p>
<p><strong>Schaalverkleining</strong><br />
Allereerst: de schaal van veel nieuwbouwprojecten op uitbreidingslocaties is te groot. En dat wreekt zich. Van de minimaal vijftig woningen in een project worden er momenteel vijf verkocht. Met als gevolg dat er niet wordt gebouwd, omdat ontwikkelaars eerst minimaal 80% willen verkopen. Momenteel zijn er al banken die 90% en soms 100% voorverkoop eisen voordat zij financieren. Partijen draaien elkaar zo de nek om.</p>
<p>Het verkleinen van de ontwikkelschaal is de oplossing. Een kleinere ontwikkelschaal biedt mogelijkheden om grootse resultaten te bereiken, in plaats van andersom. Ik bedoel niet dat vier architecten een blok van 150 woningen moeten ontwerpen; dat is de achterhaalde ADHD-architectuurmethode die ettelijke VINEX-wijk heeft veroverd. Een leuk en hip beeld, die quasi diversiteit in architectuur. Supervisor blij, architectenbureaus blij, welstand blij. Met achter de gevels een  schrikbarend programmatische schraalheid.</p>
<p>Herontwikkeling van bestaand vastgoed smeekt eveneens om schaalverkleining. De massale sloop van naoorlogse woonwijken wordt veelal opgevold door evenzo massale nieuwbouw. Maar dan duurder, en voor een andere doelgroep. Het schaalvraagstuk wordt daarbij niet opgelost. Eenzelfde verhaal geldt voor de branieparken langs de Nederlandse snelwegen; kantoorkolossen waar niets mee aan te vangen is. Komt ook door de grote ontwikkel- en stedenbouwkundige schaal uit het verleden.</p>
<p>Met een kleinere ontwikkelschaal ontstaan grotere kansen om wonen en werken te integreren. In het boek <em><a href="http://www.vantilt.nl/detboek.aspx?Boek_ID=272">&#8216;Hollands bouwblok en publiek domein&#8217;</a></em> houdt architect Susanne Komossa een terecht pleidooi om bij het maken van plannen de nieuwe kleinschalige (creatieve) stedelijke economie en het publieke domein als belangrijke aspecten mee te ontwikkelen. Het gaat erom bij het ontwerpen de juiste schaal en omvang van de openbare ruimte in relatie tot de dichtheid te vinden. Bij een kleinere ontwikkelschaal worden de afzetkansen groter, het risico gespreid; er kunnen betere en aantrekkelijke woningen worden gebouwd. Ook kan een grotere range aan verschillende doel- en/of nichegroepen worden bediend. Daarnaast laten voorbeelden van particulier opdrachtgeverschap op IJburg zien dat op dergelijk ontwikkelschaal makkelijker innovatieve en bewonersvriendelijke duurzame maatregelen worden geïntroduceerd; door bewoners zelf.</p>
<div id="attachment_1812" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1812" href="http://ruimtevolk.nl/blog/vincent-kompier-bouwcrisis-is-schaalvraagstuk/illustratie-003-its-the-scale-stupid-column-vincent-kompier/"><img class="size-full wp-image-1812" title="illustratie-003--its-the-scale-stupid-column-vincent-kompier" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/illustratie-003-its-the-scale-stupid-column-vincent-kompier.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Vincent Kompier</p></div>
<p><strong>Sex</strong><br />
Maar het gaat bij het schaalvraagstuk niet alleen over schaalverkleining. Het project GROOT, gestart door AIR Rotterdam, onderzoekt de kwaliteiten en potenties van grote, hybride stadsgebouwen: hoe zijn functies met publieke betekenis te stapelen om tot aantrekkelijke gebouwen te komen? Schaalgrootte is bij het <a href="http://www.grootgrotergrootst.nu/onderzoek_groot/">onderzoek</a> een essentieel onderdeel. Sterker: architect Theo Deutinger pleit voor meer <a href="http://www.grootgrotergrootst.nu/onderzoek_groot/the_city_of_eternal_virgins">‘sex’ tussen grote gebouwen</a>; het architectonisch aan elkaar plakken kan door functie-uitwisseling tot meer en grotere mate van stedelijkheid leiden. En dat is voor de aantrekkelijkheid van steden van essentieel levensbelang.</p>
<blockquote><p>Wij vakidioten klagen altijd over dat versnipperde (grond-)eigendom, maar tegelijkertijd toeteren we de loftrompet over die gezellige Jordaan, die leuke Pijp of dat gemoedelijke Wittevrouwen, waar de diversiteit van bebouwing de creatieve klasse aanspreekt.</p></blockquote>
<p>Het schaalvraagstuk is niet alleen van toepassing op fysieke kanten van de bouw; de schaal van organisatie is een grote medeboosdoener voor de crisis. Het bouwproces is door specialisatie en schaalvergroting aan opschalingerosie onderhevig en daardoor onoverzichtelijk geworden. Steeds meer taken die vroeger tot het werk van een architect behoorden worden uitbesteed. Externe partijen varen er wel bij. Extra (bovenwettelijke) regels en wensen van de lokale overheden in combinatie met een zee aan ontwikkelende partijen en belanghebbenden leiden tot “<em>groepsseks op de vierkante meter”</em> zoals Friso de Zeeuw het bouwproces voor IJburg rond 2001 treffend beschreef.</p>
<p>In het recent verschenen boek <em><a href=" http://www.bispublishers.nl/bookpage.php?id=184">De Spontane Stad</a></em> constateert stadssocioloog Arnold Reijndorp dat de schaalvergroting van zorg- en onderwijsinstellingen en woningcorporaties dergelijke organisatie inflexibel, niet innovatief en behoudend maakt. Ze zijn louter op efficiency en strakke organisatie gericht. En dat is net wat de bouw nu niet nodig heeft. Doordat het bouwproces en de partijen grootschaliger en gespecialiseerder zijn geworden vergeet iedereen waar het ook al weer om ging: het woon- en leefgenot van de bewoner; het tegen een schappelijke prijs een goede woning ontwikkelen.</p>
<p><strong>Versnipperd eigendom</strong><br />
Een derde onderdeel waar het schaalvraagstuk de ruimtelijke ordening en bouw raakt is grondeigendom en de daaruit voortvloeiende kavelmaat. Wij vakidioten klagen altijd over dat versnipperde (grond-)eigendom, omdat we daardoor bij het ontwikkelen en bouwen niet flink kunnen ordenen en organiseren. Al die verschillende eigenaren en gebruikers is lastig onderhandelen. Tegelijkertijd toeteren we de loftrompet over die gezellige Jordaan, die leuke Pijp of dat gemoedelijke Wittevrouwen, waar de diversiteit van bebouwing de creatieve klasse aanspreekt. Nooit wordt daarbij het verhaal verteld dat deze buurten zijn ontstaan doordat niet één, of enkele partijen, zoals in naoorlogse- en VINEXwijken, de grond in bezit had. Eigenaren konden particulier en individueel –zonder tussenkomst van overheid of gemeentelijke erfpachtdienst- hun panden ontwikkelen. De daaruit ontstane diversiteit, flexibiliteit en aanpasbaarheid maakt dergelijke buurten aantrekkelijk en stedenbouwkundig duurzaam. Duurzamer dan stukken stad die in handen zijn van één partij als grote corporaties, beleggers of gemeente. Snippersteden zijn aantrekkelijk.</p>
<p>Kleinere perceelsmaten leiden tot grotere aantrekkelijkheid op een groter schaalniveau: dat van de stad. De versnippering die dat tot gevolg heeft; daar moeten we de architectonische en stedebouwkundige bril maar even voor afzetten. Als de onderliggende schaalproblematiek niet wordt aangepakt, dan staat de volgende crisis al weer te dringen. Dus: ga met schaal aan de haal en sla uw slag. Want wie nu nog niet doorheeft dat de huidige crisis grotendeels een schaalvraagstuk is heeft een heel groot bord voor zijn kop.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Madurodam</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vincent-kompier-bouwcrisis-is-schaalvraagstuk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Brautmeile: van lelijke eend tot romantische straat</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hans-venhuizen-brautmeile-zorgvuldig-niet-handelen-bij-ruimtelijke-planontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hans-venhuizen-brautmeile-zorgvuldig-niet-handelen-bij-ruimtelijke-planontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Feb 2011 13:26:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Hans Venhuizen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Ruhrgebied]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1875</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/3541658719_0a424276b8_z.jpg" /> Voor het ontstaan van deze straat zijn geen plannen gemaakt, is geen organisatie opgericht, geen glossy brochure gedrukt en geen subsidie verstrekt. Een verhaal over niet-handelen in ruimtelijke planvorming.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Bij de combinatie van de woorden </strong><em><strong>cultuur</strong></em><strong> en </strong><em><strong>ruimte</strong></em><strong> zult u niet in eerste instantie denken aan de bedrijfscultuur die heerst op de burelen waar ruimtelijke plannen worden gemaakt. Waarschijnlijker is dat het begrip </strong><em><strong>cultuur</strong></em><strong> bij u prettige gedachten aan theater, mode, design en beeldende kunst oproept. Gecombineerd met </strong><em><strong>ruimte</strong></em><strong> denkt u wellicht aan tot de verbeelding sprekende architectuur, verfraaiende kunstwerken die plekken uniek maken of zelfs aan locatietheater dat bewoners en plannenmakers bewust maakt van de </strong><em><strong>gevoelde</strong></em><strong> kwaliteiten van een plek. In deze rol wordt cultuur doorgaans zeer gewaardeerd en door velen als een uiterst belangrijke bijzaak beschouwd. Maar naast verfraaier en bewustmaker in het kielzog, maar vaker nog in de marge van ruimtelijke veranderingen, groeit cultuur inmiddels zélf uit tot een economische factor die hooggespannen verwachtingen veroorzaakt.</strong></p>
<p>Van <em>Rijk</em> tot <em>Wijk</em> worden ruimtelijke plannen geschreven waarin de cultuur een rol van betekenis speelt bij de gewenste ruimtelijke update. Vaak staan hierbij in onbruik geraakte fabrieken centraal die worden heringericht om kunstenaars en andere creatieven te huisvesten. Daarbij gaat het meestal niet in de eerste plaats om het huisvesten van de creatieven zelf maar meer om de &#8216;cappuccino-cultuur&#8217; die een dergelijke broedplaats van creativiteit nog wel eens weet te veroorzaken. Sinds <a href="http://www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=2622">Richard Florida</a> het begrip &#8216;creatieve klasse&#8217; heeft gemunt, weten we dat juist deze espressovariant met opgeschuimde melk als een economische magneet kan werken voor het vestigingsklimaat in een stad.</p>
<p>Op een steenworp van Nederland ligt een gebied waar het wemelt van de in onbruik geraakte fabrieken én dat dringend op zoek is naar nieuwe economische magneten. Het Duitse <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Ruhrgebied">Ruhrgebied</a> pakte de culturele impuls voor de ruimtelijke veranderingen dan ook serieus aan door het benoemen van <em>Wandel durch Kultur</em> als hoofdmotto voor haar <a href="http://www.ruhr2010.nl/">Europese Culturele Hoofdstad</a> programma in 2010. Onder andere door het oprichten van zogenaamde <em>Kreativquartiere</em> in door de industrie verlaten gebouwen wordt de <em>creative class</em> veel ruimte geboden. Een breed scala aan projecten wordt geïnitieerd, sommigen relatief onzichtbaar maar anderen met juist een zogenaamd <em>Leuchtturm</em> karakter. Een bijna letterlijke <em>Leuchtturm</em> is het gebouw van de voormalige bierbrouwerij Dortmunder Union (zie foto boven). Met zijn dominante U op het dak al decennia een ankerpunt in Dortmund. Na vertrek van de brouwerij is deze U-Turm inmiddels volledig gestript en verbouwd tot museum en <em><a href="http://www.dortmunder-u.de/">Zentrum für Kreativität</a></em>. De dominante U op het dak is zo ongeveer het enige dat nog herinnert aan haar verleden. En zelfs de zichtbaarheid daarvan wordt bedreigd. Vooruitlopend op de gewenste economische motorfunctie van het creative centrum wordt het karakteristieke gebouw namelijk volledig omringd door nieuw gebouwde kantoren voor creatieve accountants en verzekeringsmaatschappijen.</p>
<p><iframe title="YouTube video player" width="480" height="390" src="http://www.youtube.com/embed/ztIC2OUtldE" frameborder="0" allowfullscreen></iframe></p>
<p>Zo&#8217;n 50 kilometer ten westen van Dortmund, in Duisburg Marxloh, is volstrekt spontaan een <em><a href="http://www.sonarcities.com/Marxloh/index_Marxloh_1.htm" target="_blank">Kreativquartier</a></em><a href="http://www.sonarcities.com/Marxloh/index_Marxloh_1.htm" target="_blank"> </a>ontstaan dat in groot contrast staat met de verwachtingszwangere Dortmunder U-Turm. Marxloh staat bekend als het al bijna afgeschreven woongebied tussen nog volop functionerende staalfabrieken. Sinds de jaren zeventig groeien de werkeloosheid en de woningleegstand er gestaag. Verschillende investeringsprogramma&#8217;s, waarmee bijvoorbeeld de overlastzones tussen de fabrieken en de woonwijk tot parken werden omgevormd, hebben niet direct een grote <em>Aufschwung</em> kunnen veroorzaken. Totdat, nog geen tien jaar geleden, hier een Turkse ondernemer, naast zijn bazaar-achtige spullen, begon met het aanbieden van bijzondere bruidsmode. Het bleek een gat in de markt te zijn voor toekomstige Turkse bruiden en bruidegoms die voor de aankleding van hun huwelijk met vaak wel meer dan 1000 gasten voorheen zelfs bereid waren om daarvoor helemaal naar Istanbul te vliegen. Het succes van de eerste bruidswinkel werkte aanstekelijk waardoor in de laatste jaren deze sleetse winkelstraat spontaan is opgebloeid tot dé winkelstraat voor bruidsmode met klandizie uit alle culturele groepen en tot ver in Nederland en België. Inmiddels meer dan 30 bruidsmodezaken, geflankeerd door kapsalons, juweliers en restaurants zorgen er voor een stevige economische opleving. Door <em><a href="http://www.madeinmarxloh.com/" target="_blank">Made in Marxloh</a></em>, een initiatief van een lokaal mediacollectief, wordt deze zogenaamde <em>Brautmeile</em> ook wel &#8216;De meest romantische straat van Europa&#8217; genoemd.</p>
<blockquote><p>Misschien vraagt juist dat zorgvuldig niet-handelen wel om de grootste cultuurverandering op de burelen waar ruimtelijke plannen worden gemaakt.</p></blockquote>
<p>Voor het ontstaan van deze romantische straat is geen organisatie opgericht, geen glossy brochure gedrukt en geen subsidie verstrekt. Aanvankelijk louter veroorzaakt door het succesvol handelen van een aantal Turkse ondernemers is deze <em>Brautmeile</em> inmiddels als economische factor erkend en wordt ook door de gemeente als een bijzondere kwaliteit van haar stad naar voren geschoven. De bruidsmode en alles eromheen, blijkt booming bussiness die zich nog steeds verder uitbreidt. Er is immers nog ruimte genoeg in de wijk. Als <em>Made in Marxloh</em> heeft de wijk zich voor het eerst collectief gepresenteerd op de op 18 juli 2010 afgesloten snelweg A40.</p>
<p>Waar rondom de U Turm vooruitlopend op het succes al meteen de gewenste economische spin-off wordt gefaciliteerd en in glossy brochures wordt gevierd, kent de Brautmeile in Marxloh geen centrale ambitieuze organisatie maar juist vele individuele actoren die allen direct of indirect binnen de huwelijkscultuur actief zijn. De opwindende onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen in Marxloh vragen niet om een plan met afrekenbare targets, maar om een behoedzaam faciliteren van de ingezette verandering. En misschien vraagt juist dat zorgvuldig niet-handelen wel om de grootste cultuurverandering op de burelen waar ruimtelijke plannen worden gemaakt.</p>
<p>&#8212;<br />
Dit verhaal is verschenen in de publicatie &#8216;<a href="http://www.naipublishers.nl/architectuur/stedelijke_regios.html">Stedelijke regio&#8217;s: Over informele planning op een regionale schaal</a> Vormgeving: Beukers/Scholma, Paperback, Geïllustreerd (kleur en zw/w), 240 pagina&#8217;s, Formaat: 17 x 24 cm Nederlandse editie, ISBN 978-90-5662-820-8, € 29,50</p>
<p>Foto boven: Dortmunder U-Turm (foto: <a href="http://www.ipernity.com/doc/erix " target="_blank">erix!/Erich Ferdinand</a>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hans-venhuizen-brautmeile-zorgvuldig-niet-handelen-bij-ruimtelijke-planontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Prestatieafspraken?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/prestatieafspraken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/prestatieafspraken/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 Feb 2011 21:25:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Berry Prins</dc:creator>
				<category><![CDATA[- Verberg op homepage -]]></category>
		<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transform]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2061</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/tegeltje.jpg" /> Te vaak verzandt de totstandkoming van prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties in een lang en frustrerend proces. Het gedrocht dat het resultaat hiervan is, leidt tot meer discussie in plaats]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Te vaak verzandt de totstandkoming van prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties in een lang en frustrerend proces. Het gedrocht dat het resultaat hiervan is, leidt tot meer discussie in plaats van daden. We vergeten dat partijen zelf mogen bepalen wat ze onderling willen afspreken. We vergeten terug te gaan naar de uitgangsvraag: wat gaat er eigenlijk mis als we niets afspreken?</strong></p>
<p>Van rijkswege wordt in Nederland gepromoot dat gemeenten en woningcorporaties met elkaar afspraken maken over de aanpak van volkshuisvestelijke opgeven in elkaars werkgebied. Dergelijke afspraken worden als prestatieafspraken in convenanten vastgelegd. Ik heb ervaren dat het proces van totstandkoming van prestatieafspraken vaak leidt tot een langdurig en complex traject. Soms staat alles uiteindelijk op papier, maar komt het, om uiteenlopende redenen, niet tot ondertekening. Vaak blijkt ook dat partijen met verschillende verwachtingen het proces zijn ingegaan en is er verschil van mening over de interpretatie van de afspraken. En leuk is het al helemaal niet. Dat kan anders.</p>
<p><strong>Vertrouwen</strong><br />
Het proces van prestatieafspraken maken is vooral een proces van snuffelen aan elkaar, van (opnieuw) wennen aan elkaar, van het leren kennen van elkaar, elkaars speelveld en elkaars ambities, hetgeen moet leiden tot een vertrouwensband. In feite moet het beginnen met vertrouwen in elkaar. We zouden meer tijd moeten nemen om naar elkaar toe te groeien. Gewoon uitleggen waar je als organisatie voor staat en wat je doet. Telkens weer blijkt het zeer verhelderend voor de corporatie om te horen wat de bezuinigingsopgave in gemeenteland voor wethouders en ambtenaren betekent. Of om te horen hoe het grondbedrijf (niet) werkt. En voor gemeenten is het alsof het licht aan gaat als de corporatiedirecteur toelicht hoe de verplichte bijdrage van corporaties aan de huurtoeslag een causaal verband heeft met verminderde investeringenmogelijkheden. Of wat het betekent om huishoudens met een inkomen boven de 33.600 euro grens een woning te moeten weigeren. Er ontstaat begrip, een eerste voorwaarde voor vertrouwen.</p>
<p>Om dit proces te versoepelen is het raadzaam om een passende werkvorm te hanteren. Laatst hebben we zelf bijvoorbeeld door middel van tegelteswijsheden de band tussen partijen weten te versterken. In twee rondes moet iedereen een tegeltje kiezen en toelichten waarom deze hem of haar aanspreekt. Simpel niet? Het leukste is om de spreuken aan te laten sluiten bij de dilemma’s tussen de partijen. Ook goed: enkele hilarische tegeltjeswijsheden. Je verzint ze waar je bij staat. Probeer het maar eens.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2063" href="http://ruimtevolk.nl/blog/prestatieafspraken/tafel/"><img class="alignnone size-full wp-image-2063" title="tafel" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/tafel.jpg" alt="" width="510" height="338" /></a></p>
<p><strong>Iets afspreken om iets op te lossen</strong><br />
Natuurlijk moeten gemeenten en corporaties goede en werkbare afspraken met elkaar maken, maar naar mijn idee verliezen we ons te vaak in het proces waar we in belanden en vergeten we terug te gaan naar de basis, naar het waarom van de afspraken. Welke afspraken willen wij eigenlijk met elkaar maken? Wat gaat er mis als we niets afspreken? Of anders gezegd: welke maatschappelijke problemen blijven onopgelost als wij er samen niet iets over afspreken? Daar is het toch om te doen? Laten we proberen het proces terug te brengen tot goede, inhoudelijke discussies over wie we zijn, welke maatschappelijke opgave er binnen de eigen invloedssfeer ligt en welke taakverdeling er nodig is om daar een bijdrage aan te leveren. Als je dan ook nog het gevoel hebt dat je voor dit soort zaken bij de ander aan kunt kloppen voor hulp, zit het wel goed. Volgens mij zorgt dit juist voor veel positieve energie. Oh ja, en laten we er vooral geen juristen bij halen. Werkt het? Te simpel? Heb je nog een mooie spreuk voor een tegel? Ik hoor het allemaal graag!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/prestatieafspraken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van grootheidswaanzin naar hotelmanagement</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/rudy-stroink-over-de-toekomst-van-gebiedsontwikkeling-en-de-nieuwe-generatie-ontwikkelaars/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/rudy-stroink-over-de-toekomst-van-gebiedsontwikkeling-en-de-nieuwe-generatie-ontwikkelaars/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 02 Feb 2011 21:08:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1976</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/foto-stroink-grijs.jpg" /> Op 2 december 2010 trad Rudy Stroink af als algemeen directeur van 'zijn' TCN. Sinds de oprichting in 1993 profileerde deze projectontwikkelaar zich als smaakmaker in de Nederlandse vastgoedmarkt. TCN stond bekend als tegendraads en creatief, om de productgerichte aanpak, maar ook om haar roemruchte voorman Rudy Stroink, vaak vergezeld door een ondeugende Jack Russel. Naar aanleiding van zijn afscheid bij TCN een interview met Stroink over zijn tijd bij TCN en het nieuwe ontwikkelen, dat opgepakt moet worden door een nieuwe generatie. "In de komende decennia bepaalt de gemeenschap wat er ontwikkeld wordt, niet de ambtenaar noch de ontwikkelaar." ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op 2 december 2010 trad Rudy Stroink, oprichter, grootaandeelhouder en C.O.A.C.H. van ontwikkelaar <a href="http://www.tcnpp.com/tcncorp/en/home">TCN</a>, af als algemeen directeur. Sinds de oprichting in 1993 profileerde deze projectontwikkelaar zich als smaakmaker in de Nederlandse vastgoedmarkt. TCN stond bekend als tegendraads en creatief, om de productgerichte aanpak en haar roemruchte voorman Rudy Stroink vaak vergezeld door een ondeugende Jack Russel. Naar aanleiding van zijn afscheid bij TCN een interview met Stroink over zijn tijd bij TCN en het nieuwe ontwikkelen, dat opgepakt moet worden door een nieuwe generatie. Een generatie die anders denkt. En anders werkt.</strong></p>
<p>Als Rudy Stroink over doortrapte projectontwikkelaars praat, zegt hij erbij “hoor wie het zegt”. Terugkijkend spaart hij zichzelf niet. “Ik heb fouten gemaakt. Ik ben verleid”. Maar praat hij over de toekomst dan hoor je de stelligheid en het idealisme waar hij de laatste jaren zo populair mee is geworden. En die populariteit wil hij gebruiken om bestuurlijke veranderingen te brengen in Nederland. “We staan aan de vooravond van een enorme verschuiving. Ik wil wel een katalysator in dat proces zijn.”</p>
<blockquote><p>Als de wethouder jou belt of je Hoog Catharijne wil ontwikkelen, is het heel moeilijk om nee te zeggen.</p></blockquote>
<p>We wilden dit interview beginnen bij zijn eerste stappen als architect, of als projectontwikkelaar, in de jaren ’80. Of bij zijn afscheid als CEO van TCN in december 2010. Maar nee, het interview en dus ook het verhaal over Rudy Stroink begint op 1 december 2007. Niet toevallig ook het startpunt van het boek dat hij aan het schrijven is. “Ik wilde schrijven over de toekomst van projectontwikkeling, aan de hand van ‘Rudy’s toolbox’, maar dat vond ik al snel te belerend. Nu zoom ik in op de afgelopen 3 jaar. Op 1 december 2007 werd ik gebeld. Een investeerder trok een bedrag van 60 miljoen euro terug. Ik baalde. Maar achteraf bezien was het geen idee voor TCN . Ik heb me in de loop der jaren laten verleiden projecten te doen die niet in onze visie pasten en meer geld zou dit alleen maar erger hebben gemaakt”. Stroink erkent dat de vastgoedwereld een geld gedreven wereld is, maar zegt dat geld nooit zijn grootste drijfveer was mee te gaan in dit soort projecten. “Je wordt verleid. Blinde ambitie.  Als – bij wijze van spreken – de wethouder van Utrecht jou belt of je Hoog Catharijne wil ontwikkelen, is het heel moeilijk om nee te zeggen.”</p>
<p><strong>“If you built it, they will come”</strong><br />
Rudy haalt er een uitspraak bij uit een film uit 1989, <em><a href="http://www.imdb.com/title/tt0097351/">Field of dreams</a></em>. Toepasselijke titel. In de film speelt Kevin Kostner een boer in het plattelandse Iowa. Terwijl hij op een dag door zijn graanvelden loopt, hoort hij een stem fluisteren: <em>If you built it, they will come</em>, waarop hij een visioen heeft van een honkbalveld. Hij kapt zijn graan, legt een veld aan en op een goede avond komen (geesten van) beroemde honkballers op het veld oefenen. “Deze phantoomgedachte geldt eigenlijk ook voor de vastgoedwereld”, stelt Stroink. “Heel lang kon je bouwen wat je wilde, in de gedachte dat de gebruiker vanzelf wel kwam. Er is te weinig gekeken naar hoe groot de doelgroep en hun behoefte nu echt is”.</p>
<blockquote><p>Amsterdam bouwt een Zuidas. Waar komen alle mensen vandaan die daar gaan wonen, werken en recreëren? Uit de binnenstad? Haarlem, Hilversum? Dan zadel je ze daar toch met een probleem op?</p></blockquote>
<p>Stroink hekelt deze manier van denken. De demografische groeispurt in steden van de afgelopen anderhalve eeuw is tot een einde gekomen, concludeert Rudy. “Schaarste was een reden om te bouwen, maar er is geen schaarste meer. Nieuwigheid kan een aanleiding zijn, maar voor elk nieuw project laat je nu iets anders achter. Kijk naar de grote steden. Amsterdam bouwt een Zuidas. Waar komen alle mensen vandaan die daar gaan wonen, werken en recreëren? De tijd van groei is voorbij, dus je haalt mensen altijd ergens weg. Uit de binnenstad? Haarlem, Hilversum? Dan zadel je ze daar toch met een probleem op? Als overheid kan je niet op meerdere paarden wedden.”</p>
<div id="attachment_1996" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/rudy-stroink-over-de-toekomst-van-gebiedsontwikkeling-en-de-nieuwe-generatie-ontwikkelaars/attachment/010192003509/" rel="attachment wp-att-1996"><img class="size-full wp-image-1996" title="010192003509" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/010192003509.jpg" alt="" width="510" height="279" /></a><p class="wp-caption-text">Zuidas Amsterdam. If you built it, they will come? (foto: Doriann Kransberg (Stadsarchief Amsterdam)</p></div>
<p><strong>Eigenaar van de stad</strong><br />
Een dag voor ons gesprek met Stroink, kwam vastgoedadviseur DTZ Zadelhof met het rapport ‘<a href="http://www.dtz.nl/fbi/include/evi_imagebank/img.asp?id=3218&amp;number=1&amp;object_type=0&amp;src=image">Van veel te veel</a>’, dat groot nieuws werd. Van de huidige voorraad kantoorruimte van 47 miljoen m² staat 13,9% leeg. Bovendien wordt de behoefte aan kantoorruimte door flexwerken alleen nog maar minder. Er is een structurele mismatch tussen vraag en aanbod, zo was er te lezen. “Ze zijn er eindelijk achter”, aldus Stroink. “Maar hun aanbevelingen deel ik niet”. Waar DTZ duidelijk pleit voor overheidsingrijpen en bouwstops, wil Rudy juist niet dat de overheid nu ingrijpt. “De overheid heeft voor het grootste deel van het probleem gezorgd, met haar grootstedelijke projecten. En wij (de projectontwikkelaars) waren jarenlang de dealer van de publieke junkie. Het is juist nu dé tijd voor ontwikkelaars. Bouwstop is een fout idee. Er moet wel wat blijven gebeuren anders krabbelen we nooit uit de misère. Dat het fundamenteel anders moet, dat is een gegeven. Niet meer (nieuw)bouwen voor groei, maar voor verbetering van de kwaliteit:  herontwikkelen, herpositioneren.”</p>
<p>We maken uit Stroink&#8217;s woorden op, dat hij een nieuw rolverdeling tussen overheid en markt voorspelt. Om dit handen en voeten te geven, vragen we hem, waarom er eigenlijk nooit parkplannen (publieke ruimte) worden gerealiseerd door marktpartijen. “De overheid voelde zich voortdurend geroepen de maker van de stad te zijn. De overheid moet ophouden projectontwikkelaar te zijn en het belang van de stad inzien, want een park verhoogt de waarde van de stad. De waardevermeerderende invloed van een park zou je inzichtelijk moeten maken en terugrekenen op het omliggend vastgoed. Dan zie je dat het voor marktpartijen hartstikke interessant kan zijn. In mijn film ‘Koop een stad’ heb ik getoond dat particulieren prima eigenaar kunnen zijn van een stad. En met particulieren hebben we de bebouwing van vliegveld Soesterberg tegengehouden. Dat is en blijft nu groen en wordt zelfs beter. Al met al een enorme waardevermeerdering voor de huizen in de omgeving.”</p>
<div id="attachment_2007" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/rudy-stroink-over-de-toekomst-van-gebiedsontwikkeling-en-de-nieuwe-generatie-ontwikkelaars/_mg_2287/" rel="attachment wp-att-2007"><img class="size-full wp-image-2007" title="_MG_2287" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/02/MG_2287.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Nieuwe vormen van projectontwikkeling. De Atoomclub in een voorheen grijs kantoorgebouw op industrieterrein Lage Weide.</p></div>
<p><strong>Begrijpen van een stad</strong><br />
Dat Stroink de rolverdeling tussen markt en overheid graag anders ziet, is ons inmiddels duidelijk. We vragen door naar de rol van de overheid bij stadsontwikkeling in de komende decennia. “De overheid is als het Byzantijnse rijk. Het restant van het Romeinse rijk, die dachten dat ze de wereld overheersten, vol rituelen en grootheidswaanzin. In de komende decennia bepaalt de gemeenschap wat er ontwikkeld wordt, niet de ambtenaar noch de ontwikkelaar. Bovendien kunnen met veel minder regels, omdat er sprake is van een op informatie en transparantie gedreven samenleving.”</p>
<p>We vragen Stroink waarom hijzelf projectontwikkelaar is geworden. “Begin jaren tachtig richtte ik een ontwerpbureau op: Villa Nova. Ik werkte aan allerlei plannen en ontwerpen, maar had geen enkele invloed op het wel of niet uitvoeren ervan. Dagenlang zat ik achter de tekentafel. Maar het gros van wat je bedenkt en ontwerpt gaat niet door. Ik wilde het zelf doen. Hard werken, maar niet zinloos.”</p>
<p>Nieuwsgierig naar de toekomst van onze eigen professies, vragen we Stroink: welke mensen met welke mentaliteit heeft de ruimtelijke sector nodig?</p>
<p>“Vastgoed en projectontwikkeling is een vak geweest voor luie mensen. Het was te makkelijk geld verdienen. Maar ook de jonge generatie ontwikkelaars stelt me nog steeds wel teleur. Ook die hebben voor het vak gekozen om verkeerde redenen, namelijk de uitgangspunten van de &#8216;oude tijd”&#8217;, die zijn ook lui. De veranderde opgave vraagt om echte ondernemers. Misschien wel mensen uit andere disciplines: een ICT-er of hotelmanager. Een ICT-er is gewend in netwerken te denken en werken. Iedere ICT-er begrijpt een stukje van het systeem, maar ze hebben elkaar nodig om het geheel te overzien en de grotere problemen op te lossen. En een hotelmanager is gewend zijn zaak iedere dag weer met kleine aanpassingen sfeervol en aantrekkelijk te maken voor zijn gasten. Met kleine aanpassingen verbetert hij zijn product. ”</p>
<p>En architecten? Rudy vervolgt. “Architecten van nu zitten in een shock. Want het maakbaarheidsgeloof is failliet. Een Delftenaar (TU Delft) kijkt naar de wereld met de bedoeling deze te veranderen. Terwijl je de wereld eerst moet begrijpen. Een wereld die ophoudt met groeien, moet je veel meer kennen.”</p>
<p>En planologen? Ook planologen krijgen nog altijd te leren dat de wereld maakbaar is. Terwijl dit toch echt niet meer het geval is. “De nieuwe uitgangspunten worden: maakbare samenleving bestaat niet, de gemeenschap bepaalt en minder regels. Helaas veranderen de studies (nog) niet mee.”</p>
<p>Dat het fundamenteel anders moet beschouwt Rudy Stroink als een gegeven. Het nieuwe ontwikkelen is een kwestie van het begrijpen van de stad en er dan iets aan toevoegen. “Sommigen zeggen de laatste tijd juist steeds meer: ‘het wordt weer zoals het was’. Dat is niet goed. Denk maar gewoon ‘het wordt nooit meer zoals het was’.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/rudy-stroink-over-de-toekomst-van-gebiedsontwikkeling-en-de-nieuwe-generatie-ontwikkelaars/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>14</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>File bij de wipkip</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/file-bij-de-wipkip-en-speeltuinen-in-vinex-wijken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/file-bij-de-wipkip-en-speeltuinen-in-vinex-wijken/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 Jan 2011 11:12:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stella Blom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1583</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/wipkip.jpg" /> In Nederland wordt in tegenstelling tot wat iedereen dacht volop gebruik gemaakt van speeltuinen, dat blijkt uit recent onderzoek. Vinex-wijkbewoners moeten echter genoegen nemen met een wipkip en een klimrek. Veelal geraakt de speelplek in onderhandelingen een ondergeschoven kindje ten opzichte van woningbouw en parkeergelegenheid.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In Nederland wordt in tegenstelling tot wat iedereen dacht volop gebruik gemaakt van speeltuinen, dat blijkt uit <a href="http://www.nuso.nl/images/stories/pdf/buurtfunctie-terug-naar-de-speeltuin.pdf?eb87f7e54370eb667c45946837e6a01f=7429b3276e2fd73740dbe1c8cb7091a6" target="_blank">recent onderzoek</a> in opdracht van NUSO. <a href="http://www.nuso.nl/" target="_blank">NUSO</a> is de landelijke organisatie voor speeltuinwerk en jeugdrecreatie. Vinex-wijkbewoners moeten echter genoegen nemen met een wipkip en een klimrek.</strong></p>
<p>De  800 speeltuinen, die Nederland rijk is, trekken jaarlijks zo&#8217;n 11,5 miljoen bezoekers. Speeltuinen dragen bij aan de leefbaarheid van de buurt, de gezondheid van bewoners en aan de sociale samenhang. Kortom een gat in de markt voor gemeenten. In kinderrijke Vinexwijken zijn speeltuinen op één hand te tellen. Gangbaar daar zijn speelvoorzieningen per blok, meestal bestaand uit een wipkip in combinatie met een klimrek. Waarom? Omdat het vlakbij huis is, en dat is gemakkelijk voor de ouders. Speeltuinen lijken in de optiek van projectontwikkelaars en gemeenten iets van vroeger tijden. Vinexwijkbewoners zien dit zelf echter anders.</p>
<p>Enkele jaren terug kaartte Toine Heijmans, inwoner van de Amsterdamse Vinex-wijk IJburg en auteur van La Vie Vinex, de sfeer van de wijk en het gemis van een speeltuin reeds aan. In de <a href="http://www.vkblog.nl/blog/3995/LA_VIE_VINEX" target="_blank">blog</a> van de Volkskrant stelt hij: <em>Mijn wijk is meer dan een toevallige plek om te wonen, meer dan een vluchtplaats voor jonge gezinnen die ruimte nodig hebben. Er is leven hier. Ook de Vinex kan geborgen zijn, vertrouwd, warm, mooi en dichtbij – al (…)  geeft de strakke architectuur er geen aanleiding toe.&#8221;</em> Er is <em>&#8220;te weinig groen, te weinig scholen, en te veel steen&#8221;. </em>Zijn kinderen kunnen makkelijk bij hun vriendjes aanbellen om te gaan spelen, maar zij missen een echte speelplaats.</p>
<p><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/file-bij-de-wipkip-en-speeltuinen-in-vinex-wijken/speeltoestel-haarlem-vijfhuizen/" rel="attachment wp-att-1693"><img class="alignnone size-full wp-image-1693" title="speeltoestel, Haarlem Vijfhuizen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/speeltoestel-Haarlem-Vijfhuizen.jpg" alt="" width="510" height="538" /></a></p>
<p><strong>Bewoners nemen heft in eigen handen</strong><br />
<a href="http://www.ijbrug.nl/ijburg/tiki-index.php?page=Werkgroep+kinderen+Actiepunten" target="_blank">Bewoners</a> van de Amsterdamse Vinex-wijk IJburg hebben ruim een jaar geleden eerste stappen ondernomen om een speeltuin op te zetten in hun wijk. Bewoner Marc Jacobs is één van de initiatiefnemers. Op mooie dagen staan er files voor de wipkip op IJburg, aldus Jacobs. Ouders zien er hun kinderen echter graag spelen op een veilige plek, niet omringd door geparkeerde auto&#8217;s, maar met een hek, niet van beton, maar enigszins valvriendelijk. Daarbij ook rekening houdend met verschillende leeftijden. Een centraal theehuis kan wellicht leeftijden scheiden, en de ouders juist bij elkaar brengen om zo ontspannen tijd in de speeltuin door te brengen.</p>
<p>Het stadsdeel staat op zich welwillend tegenover de plannen, maar voor hen zijn de kosten die het project met zich meebrengt een heikel punt. Het punt waar het nu om draait is de locatie, de grond. Grond = geld als die grond bebouwd/geëxploiteerd kan worden. De grond is nu bestemd voor bebouwing; een speeltuin brengt niet direct geld in het laatje. Ondertussen sleept het proces in IJburg zich nu ruim anderhalf jaar voort. <em>&#8220;Wij zijn er klaar voor. Als we een plek hebben en vergunning dan timmeren we zelf wel wat,&#8221;</em> benadrukt Jacobs.</p>
<p><strong>Speeltuinen zorgen voor sociale samenhang in de wijk</strong><br />
Sociale samenhang is een issue in onze huidige samenleving. Wat zou er nou beter zijn voor de nieuwe wijken als wijkbewoners (jonge ouders) samen in de vorm van een speeltuinvereniging aan de slag gaan en inderdaad een nieuwe speeltuin realiseren en vervolgens samen beheren?</p>
<p>Echter, &#8220;het idee dat de aanwezigheid van specifieke jeugdvoorzieningen de aantrekkelijkheid van een woonplaats vergroten houdt weinig gemeenten bezig&#8221;, zo leert een <a href="http://www.ruimtevoordejeugd.nl/docs/Ruimte%20voor%20de%20Jeugd%20in%20Noord-Holland.pdf" target="_blank">rondgang langs gemeenten</a>. De aanleg van voorzieningen (winkels, speelplekken, maar ook openbaar vervoer stops) start(te) in Vinex-wijken vaak pas nadat de inwoners er al lang en breed woonden. Speelvoorzieningen alsook groenvoorzieningen behoren daarbij tot een categorie elementen in een wijk die in de praktijk al snel ingewisseld wordt voor andere aspecten.</p>
<p><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/file-bij-de-wipkip-en-speeltuinen-in-vinex-wijken/foto-voorkant/" rel="attachment wp-att-1852"><img class="alignnone size-full wp-image-1852" title="Foto-voorkant" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Foto-voorkant.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p><strong>Gemeenten missen prachtkansen<br />
</strong>Het burgerinitiatief dat in 2009 in de Vinexwijk IJburg startte, illustreert de afhankelijkheid van bewoners van de gemeente. Menig initiatief strandt door de logheid van de gemeente. Het NUSO steunt de initiatiefnemer in hun lobby. Rolf Oosterbaan, directeur van het NUSO, de landelijke organisatie voor speeltuinwerk en jeugdrecreatie, verwoordt het als volgt: <em>&#8220;Het is lastig door de regelgeving heen te breken. Idealiter stimuleert de gemeente initiatieven van bewoners om de wijk samen leefbaar te maken,om daarmee ruimte voor kinderen en jongeren te scheppen en samenwerking tussen ouders te creëren. Nu is het een gedoe om iets te ondernemen. Iedereen wacht op iedereen en zo worden prachtkansen voor speelruimte en zelfwerkzame ouders/buurtbewoners gemist.&#8221;</em></p>
<p>Vier jaar gelden is tevergeefs geprobeerd in de wet vast te laten leggen dat gemeenten minimaal 3 procent van de buitenruimte als speelruimte moeten inrichten. Een norm ontwikkeld door NUSO en Jantje Beton. Dat initiatief heeft het niet gehaald. Wel heeft het (voormalige) Ministerie van VROM de 3 procent-norm in 2006 als richtlijn in een beleidsbrief aanbevolen aan alle gemeenten. Gemeentes zijn op de hoogte van de norm, maar slechts enkelen geven er gehoor aan. Veelal geraakt de speelplek in onderhandelingen een ondergeschoven kindje en worden opties die direct geld opleveren (lees appartementen met parkeergelegenheid) geïmplementeerd.</p>
<p><strong>Gemeenten, benut het gat in de markt!</strong><br />
Het gemeentelijk speelruimtebeleid en de wensen van de bevolking in Vinex-wijken lopen duidelijk uiteen. De wipkip op de straathoek voldoet niet, bewoners vallen daarom terug op hun oude wijk  in de binnenstad. De fysieke implementatie is lastig; de sociale functie van de speeltuin(vereniging) wordt over het hoofd gezien. Hier ligt een gat in de markt voor de gemeente. Maar vooralsnog lijken financiële perikelen op korte termijn en tekentafel taferelen het te winnen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/file-bij-de-wipkip-en-speeltuinen-in-vinex-wijken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stop met roepen om ‘meer regie van de rijksoverheid’</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/friso-de-zeeuw-gebiedsontwikkeling-en-de-regie-van-de-rijksoverheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/friso-de-zeeuw-gebiedsontwikkeling-en-de-regie-van-de-rijksoverheid/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 26 Jan 2011 19:33:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Friso de Zeeuw</dc:creator>
				<category><![CDATA[- Verberg op homepage -]]></category>
		<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[I&M]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1935</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/stationsomgevingArnhem.jpg" /> Structurele leegstand van kantoren. Stagnerende gebiedsontwikkeling. Krimp. Bij deze kwesties bestaat de kennelijk onbedwingbare neiging om ‘de rijksoverheid’ op te roepen om het probleem op te lossen. Er moet regie]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Structurele leegstand van kantoren. Stagnerende gebiedsontwikkeling. Krimp. Bij deze kwesties bestaat de kennelijk onbedwingbare neiging om ‘de rijksoverheid’ op te roepen om het probleem op te lossen. Er moet regie komen (en vaak ook geld). Het woord ‘beleid’ is een beetje uit, vandaar die kreet regie. Het feit dat ruimtelijke ordening niet voorkomt in de naam van het ministerie van Infrastructuur en Milieu was voor de vakwereld een schok. Een recenter voorbeeld is het pleidooi van megamakelaar DTZ-Zadelhoff voor een ‘belangrijke regierol van de rijksoverheid’ om ‘de ruimtelijke ordeningscrisis’ aan te pakken. Die crisis zou onder meer blijken uit de structurele leegstand van kantoren.</p>
<p>Al deze pleidooien vallen op rotsige bodem. Het regeerakkoord decentraliseert ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling verder naar provincies, gemeenten en marktpartijen. Dat is een bevestiging en versterking van het beleid dat minister Sybilla Dekker in 2003 heeft ingezet. Ik denk dat het een goede, realistische lijn is. Het topdown, maakbare wederopbouwdenken sluit niet aan bij de actuele opgaven. In het ruimtelijk domein heeft het verleden daarbij uitgewezen dat rijksbeleid alleen succesvol is als het gepaard gaat met een uitgekiende uitvoeringsstrategie en adequate budgetten. De rest bestaat uit papieren tijgers en bureaucratie, die lokale partijen eerder gemakzuchtig maakt dan activeert.</p>
<p>Hoe pakt dit nu in de praktijk uit? Laten wij de kantorenleegstand nemen. Minister Melanie Schultz heeft acuut de rol van de rijksoverheid in het Actieprogramma Kantorenleegstand &#8211; dat in februari in definitieve vorm verschijnt &#8211; nog verder teruggebracht tot een faciliterende. Zoals wetsaanpassingen die het ombatterijen van kantoren naar andere functies vereenvoudigen. Provincies, (samenwerkende) gemeenten, marktpartijen en hun koepels (IVBN, NEPROM) krijgen de hoofdrol in de aanpak toebedeeld: saneringsprogramma oude voorraad; betere afstemming vraag op aanbod en bepaling voorwaarden en locaties waar nog wel nieuwbouw kan.</p>
<p>Ook voor de ruimtelijke planning en de stagnerende gebiedsontwikkeling zal de roep om stevige, algemene rijksregie (en geld) vergeefs zijn. De Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft is momenteel bezig met de samenstelling van een handreiking om gebiedsontwikkeling weer vlot trekken. Wij menen dat het vooral de partijen ‘te velde’ aan zet zijn. Meer zeggenschap voor eindgebruikers; ereherstel voor economisch gezonde grondexploitaties; minder, globalere en meer flexibele plannen; meer transparantie en vakmanschap bij marktpartijen; aangepaste samenwerkingsmodellen tussen publiek en privaat en duurzaamheid die niet louter fixeert op een nog scherpere energienorm.</p>
<p>Is er dan geen enkele taak voor de rijksoverheid weggelegd? Zeker wel. Ik noem drie items. Ten eerste: vereenvoudiging en versnelling van het omgevingsrecht. In de tweede plaats: een nieuwe impuls in de altijd durende strijd tegen de verkokering tussen infra, water, wonen en groen, zonder dat er weer nieuwe babbelboxen ontstaan. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) en de ‘regionale gebiedsagenda’s’ zijn hiervoor het voertuig. En &#8211; ten derde &#8211; het verspreiden van nieuwe kennis en kunde op het vakgebied.</p>
<p>Wie nieuwsgierig is naar de visie van de Minister van Infrastructuur en Milieu moet 17 februari zeker komen naar het praktijkcongres &#8216;<a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu">Gebiedsontwikkeling in een andere realiteit</a>&#8216;. Zij zal daar voor de eerste maal de inzet van de rijksoverheid op het terrein van gebiedsontwikkeling markeren.</p>
<p>&#8212;<br />
Foto boven: stationsomgeving Arnhem (door Pim Geerts, <a href="http://www.beeldopbouw.com">Beeldopbouw</a>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/friso-de-zeeuw-gebiedsontwikkeling-en-de-regie-van-de-rijksoverheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het faillissement van de sociale woningbouw?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-faillissement-van-de-sociale-woningbouw/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-faillissement-van-de-sociale-woningbouw/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 25 Jan 2011 19:32:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Harry Gerritsen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1698</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Afbeelding-889.jpg" /> De Volkskrant van 18 november jongstleden ’kopte’ dat woningbouwcorporaties op een faillissement afstevenen. Uit de mond van Aedes-voorzitter Calon tekenden de verslaggevers op: &#8216;Het is heel waarschijnlijk dat noodlijdende corporaties]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De Volkskrant van 18 november jongstleden ’<a href="http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2680/Economie/article/detail/1055286/2010/11/18/Woningbouwcorporaties-stevenen-af-op-faillissement.dhtml">kopte</a>’ dat woningbouwcorporaties op een faillissement afstevenen. Uit de mond van Aedes-voorzitter Calon tekenden de verslaggevers op: &#8216;Het is heel waarschijnlijk dat noodlijdende corporaties al de komende jaren omvallen.&#8217; Als reden voor de dreigende faillissementen, of minder ’erg’, fusies of ontslagen noemt het krantenartikel diverse oorzaken. Enerzijds de crisis en anderzijds strengere regelgeving uit Brussel en Den Haag. Daarnaast wordt gewezen op fouten van de sector zelf. Het eigen vermogen is nog steeds aanzienlijk, maar corporaties komen in de knel door een beperkte kasstroom. Dat wordt veroorzaakt door een stagnatie in de bouw en dus de verkoop van nieuwbouwwoningen en de verkoop van woningen uit het bestaande bezit van de corporaties.</strong></p>
<p><strong>Onheilsboodschap</strong><br />
Wat is er nu waar van de onheilsboodschap die de Aedes, gesteund door het Waarborgfond Sociale Woningbouw (WSW en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV), verspreid? Niet zoveel, laat Minister Donner (WWI) desgevraagd in een brief aan de Tweede Kamer weten. In <a href="http://www.corporatienl.nl/bovenmeester-donner-zet-aedes-in-de-hoek/#more-3946">corporatieland</a> wordt Donner omschreven als de bovenmeester die Aedes als een smoesjes verzinnende puber in de hoek zet.</p>
<p>Wanneer twee meningen zo diametraal tegenover elkaar staan, is het goed om objectief naar de feiten te kijken. Ik ben het met één onderdeel van een eerdere boodschap van de Aedes-voorzitter in een persbericht van 21-10 wel eens. Namelijk dat het kabinet met het regeerakkoord de woningbezitter uit de wind houdt en dat er <a href="http://www.cobouw.nl/nieuws/2010/10/29/Tweede-Kamer-nipt-tegen-woonakkoord.html">geen sprake is van een integrale aanpak</a> van de woningmarkt.</p>
<blockquote><p>Hoe kun je een particuliere instelling dwingen om zijn eigendommen te vervreemden?</p></blockquote>
<p>En de Eerste Kamer nam onlangs de Motie De Boer aan waarin het kabinet wordt gedwongen om vóór eind 2011 te komen met een herziene visie op de woningmarkt. Terecht naar mijn mening, want het achterwege laten van een concrete uitspraak over zoiets als de hypotheekrenteaftrek maakt potentiële woningkopers kopschuw.</p>
<p><strong>Onder druk</strong><br />
Maar wordt alleen de huursector aangepakt? Dat is ook niet helemaal waar, want in het regeerakkoord gaat het ook om meer ruimte voor verschillende woonvormen, specifiek beleid voor woningbouw, maatwerk, kleinschalige bouwlocaties in krimpregio’s. Dat moet echter nog wel worden uitgewerkt in voorstellen.</p>
<p>Wat wel concreet in het regeerakkoord staat is dat de Vogelaarheffing wordt afgeschaft – maar die heffing vindt de rechter sowieso al onrechtmatig – waar tegenover staat dat corporaties te maken zullen krijgen met een heffing van € 760 miljoen om de huurtoeslag te kunnen blijven financieren. Daarnaast implementeert het kabinet de Europese Richtlijn waarin is voorgeschreven dat 90% van de sociale huurwoningen toegewezen moet worden aan huurders met een maximaal inkomen van € 33.000.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-1700" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-faillissement-van-de-sociale-woningbouw/afbeelding-1351/"><img class="alignnone size-full wp-image-1700" title="Afbeelding-1351" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Afbeelding-1351.jpg" alt="" width="510" height="680" /></a></p>
<p><strong><br />
</strong> Donner geeft in zijn brief aan de Tweede Kamer toe dat het voor corporaties in financieel opzicht niet makkelijk zal zijn de komende jaren. Hij constateert dat het eigen vermogen nog steeds aanzienlijk is, maar dat de kasstromen in de knel komen. Hieraan kunnen corporaties, volgens Donner, nog veel verbeteren. Het eigen vermogen van de corporaties zit natuurlijk voornamelijk vast in het woningbezit en overig (commercieel) vastgoed. Oplossing van het kasstroomprobleem ligt dan ook in de verkoop van woningen aan de huurders. Donner stelt dat hij daarin (over 2009) geen afname constateert. Het kabinet is van plan, als dat juridisch al kan, om huurders een ‘right to buy’ toe te kennen.</p>
<p><strong>Faillissement</strong><br />
Dat ‘right to buy’ lijkt mij niet realiseerbaar met wetgeving. Hoe kun je namelijk een particuliere instelling dwingen om zijn eigendommen te vervreemden? En blijft de vraag naar koopwoningen wel op peil zolang er onzekerheid bestaat over (de afbouw van) de hypotheekrenteaftrek?</p>
<p>Maar wat mij nog veel erger lijkt, is het figuurlijke faillissement van de sociale woningbouw. Corporaties realiseren steeds meer vastgoed om daarmee de sociale woningbouw te kunnen financieren. De vraag op de markt naar nieuwbouw, of het nu woningen of commercieel vastgoed betreft, is uitgevallen. Daardoor staan de mogelijkheden voor sociale woningbouw ook sterk onder druk.<br />
<strong><br />
</strong> Volgens mij werkt het niet om tegen de sector te zeggen ’los uw eigen problemen maar op’. Nee, dat vergt inderdaad een herziene visie op de woningmarkt met de bijbehorende maatregelen. Maar voor de formulering van een visie, laat staan het treffen van maatregelen, is eind 2011 naar mijn idee veel te ver weg.</p>
<p>We zullen zien of de corporatiesector tot die tijd het hoofd boven water kan blijven houden. Is het misschien toch tijd voor een nationaal woonakkoord? Ook daarvan zegt de regering helaas dat de marktpartijen dat zelf maar moet uitzoeken. Dat lijkt op een politiek faillissement, waar ook de sector en de hele woningmarkt onder zal lijden. Ik heb echter nog hoop dat de marktpartijen het aandurven om zelf met een oplossing te komen. Den Haag is scheutig met de markt de les te lezen, maar oplossingen, daar moeten we kennelijk helaas nog wel een tijd op wachten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-faillissement-van-de-sociale-woningbouw/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het kantoor binnenste buiten</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-binnenste-buiten/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-binnenste-buiten/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Jan 2011 20:13:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robbert Arkenbout</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kantorenmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwe werken]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1735</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/Hoofdfoto.jpg" /> 6.300.000 m2 leegstand los je niet zomaar op. Bij het ingezette 'vervangingsbeleid' om de problemen op de kantoormarkt aan te pakken wordt een essentiële schakel over het hoofd gezien. De digitalisering en opkomst van sociale media heeft zijn weerslag op werkculturen en zal ook impact hebben op de kantoormarkt: een radicale breuk is nodig. Met dit kritische betoog over het kantorenbeleid wonnen Robbert Arkenbout en Milan Bergh de 1e scriptieprij van Hét Vastgoedsymposium 2010.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>6.300.000 m2 leegstand los je niet zomaar op. Bij het ingezette &#8216;vervangingsbeleid&#8217; om de problemen op de kantorenmarkt aan te pakken wordt een essentiële schakel over het hoofd gezien. De digitalisering en opkomst van sociale media heeft zijn weerslag op werkculturen en zal ook impact hebben op de kantoormarkt: een radicale breuk is nodig.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Van de kavelfabriek &#8230;</strong><br />
Rond de eeuwwisseling draaide gemeentelijke kavelfabrieken overuren. Kavels gelegen in buitenstedelijke ringlocaties werden eindeloos klaargestoomd om vervolgens te worden verkocht aan private partijen. Kavels werden vol geplant met mono functionele kantorenmassa’s en uitgestrekte parkeervelden. In 2008 slaat de crisis toe en schiet de leegstand omhoog tot een ongekend niveau van ruim 6.000.000 vierkante meter <span style="color: #808080;">[1]</span>.</p>
<p>In 2010 wordt het “vervangingsbeleid” in leven geroepen die de huidige leegstandsproblemen op de kantorenmarkt zal moeten aanpakken. In het vervangingsbeleid zullen de provincies regie voeren over de regionale kantorenmarkten. Hierdoor zullen in het vervolg de gemeenten niet meer geheel onafhankelijk hun eigen vastgoedbeleid kunnen voeren. Verder stuurt het op strengere gemeentelijke voorwaarden op gronduitgifte, focus op het voorraadbeleid en flexibelere regelingen in zowel fiscaal als financieel opzicht moeten er voor zorgen dat het probleem van leegstand zal worden opgelost <span style="color: #808080;">[2]</span>. Het vervangingsbeleid, ingepast in het huidige systeem, lijkt het ideale plan voor het probleem van gisteren. Echter het nieuwe beleid houdt geen directe rekening met de maatschappelijke veranderingen en geeft daarmee geen antwoord op de vraag van morgen.</p>
<p>Door opkomst van sociale media en andere digitale communicatie platforms kan vanuit iedere plek op de wereld met elkaar worden gecommuniceerd. Dit biedt de mogelijkheid om verder te emanciperen en zelfs uit de kantoren te treden. Deze nieuwe werkcondities vinden hun eerste vertaling in het werkconcept ‘<a href="http://www.hetnieuwewerkendoejezelf.nl/" target="_blank">Het Nieuwe Werken</a>’. In dit werkconcept vindt een transformatie plaats van een mono- naar een mixcultuur. Op ruimtelijk niveau vertaalt dit zich echter enkel tot het toevoegen van externe functies aan de bestaande werkomgeving zoals restaurant, café, fitnessfaciliteiten, rust en stilte plekken.</p>
<p><strong>&#8230; naar het kantoor binnenste buiten</strong><br />
“Het Nieuwe Werken” is echter niet het einde van een ontwikkeling, maar is het begin. De nieuwe werkcondities stoppen niet bij de enveloppe van het gebouw, maar treden juist ook buiten <span style="color: #888888;">[3]</span>. Vraagt de eerder geschetste verandering om een radicalere breuk: ‘de werkomgeving moet naar buiten’. De sociaal-maatschappelijke verandering laat zien dat we al weg zijn uit de monocultuur van de kantoorflats. Het nieuwe werken laat de eerste stap zien door de wanden tussen de afdelingen weg te halen. Maar de nieuwe condities van het werken vragen om meer, eigenlijk moeten de wanden, tussen de bedrijven weg: het “kantoor binnenste buiten”.</p>
<p>Waar jarenlang de focus lag op het maken van meters en het verbeteren van de interne kwaliteiten van de gebouwen is de vraag van de gebruikers duidelijk: ‘een hoge kwaliteit en goede programmering van de publieke ruimte als onderdeel van hun toekomstige werkplek’.</p>
<blockquote><p>Waar sociale media barrières proberen te doorbreken om nieuwe interacties aan te gaan tussen bedrijven, biedt de fysieke omgeving geen antwoord op deze sociaal-economische tendensen</p></blockquote>
<p><strong>Van verbindingsdomein naar ontmoetingsdomein</strong><br />
Hierbij stuiten we tevens op de kern van het probleem binnen het huidige kantooraanbod. Waar sociale media digitaal ontmoetingsdomeinen creëren en daarmee sociale barrières proberen te doorbreken om nieuwe interacties aan te gaan tussen bedrijven, biedt de fysieke omgeving geen antwoord op deze sociaaleconomische tendensen. Huidige locaties zijn gepositioneerd als zichtlocaties langs snelwegen en goed verbonden met de infrastructurele netwerken, maar vertonen gebreken voor het bieden van een mogelijkheid tot ontmoetingen en interacties. De sociale leegte van de uitgestrekte parkeerplaatsen en wegenstructuren zonder goede voorzieningen voor fietsers en voetgangers is tekenend voor deze gebieden. We zien bedrijven terugverplaatsen van hun ringlocatie naar de meer binnenstedelijke locaties, zoals de vestigingen van het NRC en de AD <span style="color: #888888;">[6]</span>. Beide willen zich vestigen in de binnenstad van Den Haag. Het probleem op de kantorenmarkt staat niet op zichzelf en zal in samenhang bekeken moeten worden. Wonen, Werken en Recreëren zijn geen losstaande concepten die ieder hun eigen aanpak en terrein nodig hebben. Een goede samenhang en interactie is vereist om te kunnen voldoen aan de sociale ruimtes van morgen. In feite is dit een failliet van CIAM en de monofunctionaliteit.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Nieuwe aanpak door overheid</strong><br />
Het nieuwe werken verplaatst zich van kantoorgebouwen naar de openbare ruimte en daarmee is er behoefte aan een nieuwe rol van de overheid. Ten eerste zal het nieuwe werken zich op een andere locatie gaan afspelen. Hiermee komen niet alleen kantoorgebouwen leeg te staan, maar ook de ruimte daaromheen wordt obsoleet. Het werken zal zich immers verplaatsen naar woongebieden, stedelijke omgevingen, plekken waar de mogelijkheid wordt geboden dat mensen elkaar sociaal kunnen ontmoeten. De kantoorwijken zullen hierdoor worden ontvolkt. Het probleem is daarmee groter dan het gebouw alleen. De overheid zal die locaties zelf moeten gaan herbestemmen, om ze &#8216;leefbaar&#8217; te houden of juist leefbaar moeten maken.<strong> </strong></p>
<p>Ten tweede zorgt het nieuwe werken ervoor dat de werkomgeving zich verplaatst uit de kantoorgebouwen, naar de openbare ruimte. Dit vraagt om een herwaardering van de publieke ruimte. Vanuit de grondpolitiek zal er gezocht moeten worden naar een meer creatieve mix. Wonen-werken-fabriceren-recreëren moeten weer met elkaar verbonden worden. Een continue landschap van activiteiten en programma’s. De nieuwe stedelijke condities hebben ruimte nodig voor ontplooiing en activiteit. De sterk vercommercialiseerde samenleving heeft plekken nodig waar verschillende disciplines weer samenkomen en tot nieuwe innovaties kunnen leiden. Een transitie zal moeten worden gemaakt van een verbindingsdomein naar een ontmoetingsdomein. Om deze transitie mogelijk te maken zullen in de publieke ruimtes faciliteiten moeten worden geïntegreerd, zoals bijvoorbeeld: werk – en overleg plekken, oplaadpunten, stopcontacten en draadloos netwerkpunten voor telewerken.</p>
<p>Ten derde<em> </em>zal de overheid moeten inspelen op de gevolgen van het nieuwe werken op de bestaande kantorenvoorraad. Door de opkomst van dit nieuwe werkconcept zal de vraag naar kantoren afnemen; dit wordt bevestigd door S. Steenhoven voorzitter van dagelijks bestuur van DTZ <span style="color: #888888;">[7]</span>. Hiermee kan als eerste worden geconstateerd dat de leegstand van 6.300.000 m2 in de toekomst niet meer geheel zal worden gevuld. De overheid zal de leegstaande gebouwen moeten herbestemmen om functie transformatie te stimuleren. Hiermee kan de leegstaande voorraad worden teruggedrongen.</p>
<p>Tot slot, om te kunnen voldoen aan de steeds veranderende eisen in de werkomgeving zal een flexibel beleidssysteem nodig zijn dat het mogelijk maakt om te sturen op programmatische eisen. Deze zijn nodig om een innovatieve en dynamische werkomgeving te creëren tot een gezonde stedelijke conditie. Er zal een ontkoppeling nodig zijn van het huidige functiescheidingsbeleid naar een meer dynamisch model, dat kan inspelen op de nieuwe marktwensen en de benodigde steeds veranderende stedelijke condities.</p>
<p>Concluderend, het huidige vervangingsbeleid tracht de problematiek op te lossen met een vervangingsbeleid ingepast in het huidige systeem. Hiermee wordt er onvoldoende aangesloten op de maatschappelijke veranderingen in de werkcultuur. Herbestemming van de bestaande leegstaande voorraad en een nieuwe herdefiniëring van de stedelijke condities voor het publiek domein zullen nodig zijn. Hiermee kan worden ingespeeld op de vraag van morgen en daarmee zal men eerder toe in staat zijn om de leegstandsproblemen op de kantorenmarkt op te lossen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Met dit kritische betoog over het kantorenbeleid wonnen Robbert Arkenbout en Milan Bergh de 1e scriptieprij van Hét Vastgoedsymposium 2010.</p>
<p>Bronnen:<br />
1. Zuidema, Matthieu, ‘Kantorenleegstand – probleemanalyse en oplossingsrichtingen’, juni 2010, VROM<br />
2. IVBN, ‘Doorgaan of duurzaam?’, uitgave mei 2010<br />
3. Seminar Deloitte: ‘Huisvesten of thuisvesten’, 5 november 2010, Rotterdam Maastoren.<br />
4. On office, Carusostjohn.com, <a href="http://www.carusostjohn.com/media/artscouncil/history/taylorist/index.html" target="_blank">http://www.carusostjohn.com/media/artscouncil/history/taylorist/index.html</a> (2-10-2010)<br />
5. Voordt, D.J.M. van der, ‘Costs and benefits of innovative workplace design’, (2003), Delft: Center for people and Buildings.<br />
6. Redacteuren NRC, ‘NRC wil naar Den Haag verhuizen’, 3 November 2010, NRC Handelsblad<br />
7. Vastgoedmarkt, ‘Kantorenmarkt overeind ondanks Nieuwe Werken’, 10 november 2010</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-binnenste-buiten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op zoek naar de Nieuwe Ruimtelijke Ordening</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-nieuwe-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-nieuwe-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Jan 2011 20:26:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[I&M]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1730</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/4365991052_1e57e2f674_o.jpg" /> Ruimtelijke ordenaars kijken graag vooruit. De blik is gericht op de toekomst. Maar die toekomst is onzekerder dan ooit. Ondertussen staan we stil en kijken verdwaasd om ons heen. Zou het niet mooi zijn als we een wenkend perspectief kunnen bieden? Goede voorbeelden verzamelen die ons de weg wijzen. Maar waar vinden we die projecten die ons een inkijkje geven in de nieuwe praktijk?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ruimtelijke ordenaars kijken graag vooruit. De blik is gericht op de toekomst. Maar die toekomst is onzekerder dan ooit. Ondertussen staan we stil en kijken verdwaasd om ons heen. Zou het niet mooi zijn als we een wenkend perspectief kunnen bieden? Goede voorbeelden verzamelen die ons de weg wijzen. Maar waar vinden we die projecten die ons een inkijkje geven in de nieuwe praktijk?</strong></p>
<p><em> </em></p>
<p>De crisis, kunt u het woord nog horen?  Tweeënhalf jaar na de val van de <a href="http://vorige.nrc.nl/achtergrond/article2357173.ece" target="_blank">Lehman Brothers</a> regeert de crisis nog steeds in de RO wereld. De eerste reactie op de crisis was: stilzitten en wachten tot het over gaat. Inmiddels is het besef doorgedrongen dat het niet meer zal worden als voor de crisis. We willen wel verder maar weten niet hoe dat nu moet, ruimtelijke ordening na de crisis.</p>
<p>In het <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;source=web&amp;cd=1&amp;ved=0CBcQFjAA&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.ikcro.nl%2Fphp%2Fredirect.php%3Furl%3Dwww.ikcro.nl%252Fartikelen%252FWieringgerrandmeer-NRC051110.doc&amp;rct=j&amp;q=Peter%20van%20Rooy%20Wieringerrandmeer%20nrc&amp;ei=MN4hTYyEEcihOrTU-J8J&amp;usg=AFQjCNGa2LaU2CzbpI8EKBjb5AAXwb_BVQ&amp;cad=rja" target="_blank">NRC van 5 november</a> stelt Peter van Rooy dat het afblazen van het Wieringerrandmeer later een keerpunt in de ruimtelijke ordening zal blijken. Fred Schoorl twittert in reactie daarop dat hij het oneens is met Van Rooy en dat we dat keerpunt al eerder hebben hebben bereikt. Het maakt niet eens zo veel uit of wanneer we exact een keerpunt hebben bereikt. Maar stel dát we een keerpunt in de ruimtelijke ordening hebben bereikt, welke kant moeten we dan nu op? Die zoektocht is moeizaam.</p>
<p>Misschien staren we bij deze zoektocht wel te veel naar onze eigen navel. Tijdens de afgelopen maanden kwamen ruimtelijke ordenaars regelmatig in groten getalen bij elkaar om die nieuwe weg te duiden. Op 13 oktober was op <a href="http://www.inadec.nl" target="_blank">INADEC</a> de centrale vraag hoe we van woorden naar daden komen in een nieuwe markt met nieuwe middelen. Tijdens dit internationale gebeidsontwikkelingscongres sprak topambtenaar Chris Kuijpers van het kersverse ministerie van I&amp;M dat &#8216;pappen en nathouden geen perspectief meer beidt voor herstel&#8217;. Organisator Jan-Willem Wesselink schrijft in het verslag van het congres dat &#8216;de waarom-vraag gelukkig weer volop werd gesteld.&#8217; Herbezinning is wel goed, maar antwoorden en alternatieven komen tijdens de dag niet echt uit de verf. &#8216;Waarom-vragen horen bij de crisis&#8217; volgens Wesselink, maar zonder antwoorden komen we geen helaas stap vooruit.</p>
<p>Een dag later stond het <a href="http://zize.nl/congres/" target="_blank">BNSP-congres</a> in het teken van Stedebouw Na de Crises. Kernwoorden waren ontplanning en veranderkunde. Ook hier hoorde je vaak: het moet anders. Maar hoe dan?  Een maand later stond tijdens de <a href="http://www.nirov.nl/Home/Projecten/Dag_van_de_Ruimte.aspx" target="_blank">Nirov Dag van de Ruimte</a> de zoektocht naar Nieuwe Idealen centraal. Ook hier weer de vraag: hoe verder? Geurt van Randeraat kwam een heel eind met zijn inspirerende verhaal, en kwam zelfs met een concreet voorbeeld van de nieuwe manier van ruimtelijke plannenmakerij: De <a href="http://www.rdmcampus.nl/rdm-campus/in-het-kort" target="_blank">RDM-campus</a> in Rotterdam. Maar is dat de icoon die iedereen zal laten inzien dat het anders kan en moet?</p>
<p>Waar vinden we de goede voorbeeldprojecten? Natuurlijk is de lange looptijd van ruimtelijke projecten hier een bottle-neck. Alles wat we nu aan het bouwen zijn is minimaal 5-6 jaar geleden bedacht. En dat loopt nu allemaal vast omdat de wereld is veranderd. Of zoals Van Randeraat het stelt: &#8216;ze zijn gebaseerd op een oud paradigma&#8217;  We zijn nog onvoldoende in staat om onszelf weer vlot te trekken. Van Randeraat zegt ook dat &#8216;in tijden van verandering nieuwe ideeën nodig zijn om een nieuw gedeeld verlangen te creëren.&#8217;</p>
<p>Een oproep dus voor nieuwe ideeën. Maar expliciet geen oproep tot revolutie. Ook Friso de Zeeuw stelt in zijn column op <a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu/" target="_blank">www.gebiedsontwikkeling.nu</a> dat de revolutie niet komt. &#8216;Geen revolutie, wel een gezonde, ontnuchterende wind,&#8217; dat is wat we volgens De Zeeuw nodig hebben.  Ik hou me vast aan de gedachte dat  overal dezelfde bouwstenen voorbij komen van de ruimtelijke ordening van de toekomst. Overal hoor je dezelfde termen voorbijkomen. De Zeeuw, Van Randeraat, maar bijvoorbeeld ook Hugo Primus sprak tijdens zijn bijdrage op de Dag van de Ruimte over flexibiliteit, kleinschaligheid, bottum up, zelforganisatie, organische ontwikkeling en tijdelijkheid. Stuk voor stuk geen nieuwe begrippen, geen revolutionaire nieuwe aanpak maar voortbouwen op bestaande begrippen.  Zijn dit, vrij na <em>Het Nieuwe Werke</em>n, de contouren van de <em>Nieuwe Ruimtelijke Ordening</em>?</p>
<p>Zoals hierboven al geconstateerd smachten we naar aansprekende en succesvolle voorbeeldprojecten die bovenstaande elementen verenigen en zo kunnen dienen als iconen voor de Nieuwe Ruimtelijke Ordening. Wellicht kunnen we die hier op RUIMTEVOLK verzamelen. <a href="http://ruimtevolk.nl/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/">De levendige discussie</a> over slow urbanism in ZaanIJ kan de eerste in de rij zijn. Ik kan echter niet een-twee-drie een rijtje opnoemen, maar geheel passend in het tijdsbeeld is dat ook niet zo erg. Op twitter vang je dan de vraag in 140 tekens en gebruik je de populaire hashtag #durftevragen. Dus; @jhlhniemans; wie helpt bij de zoektocht naar de iconen vd nieuwe ruimtelijke ordening? #durftevragen</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Pim Geerts (<a href="http://www.beeldopbouw.com">www.beeldopbouw.com</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-nieuwe-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bestaat Dutch Design nog wel?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bestaat-dutch-design-nog-wel/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bestaat-dutch-design-nog-wel/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 16 Jan 2011 21:11:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1741</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/foto-3-peter-cox.jpg" /> In een wereld van globalisering verwateren verschillen tussen landen en dat leidt tot een generieke, contextloze omgeving. Soms weet je niet of je in Friesland bent of in Limburg, maar in de toekomst zou je wel eens kunnen twijfelen tussen Nederland of China, waar ook Nederlandse architecten druk in de weer zijn met het ontwerpen van gebouwen en gebieden. Hoe zit dat met design? Heeft Nederland nog iets dat je Dutch Design kunt noemen?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In een wereld van globalisering verwateren verschillen tussen landen en dat leidt tot een generieke, contextloze omgeving. Soms weet je niet of je in Friesland bent of in Limburg, maar in de toekomst zou je wel eens kunnen twijfelen tussen Nederland of China, waar ook Nederlandse architecten druk in de weer zijn met het ontwerpen van gebouwen en gebieden. Hoe zit dat met design? Heeft Nederland nog iets dat je <em>Dutch Design</em> kunt noemen?</strong></p>
<p>Ter gelegenheid van de uitreiking van de <em>Dutch Design Awards</em> op 23 oktober jl. verscheen de tweede editie van het <em><a href="http://www.naipublishers.nl/architectuur/dutchdesignjaarboek_10.html" target="_blank">Dutch Design Jaarboek</a>.</em> Hierin brengt de redactie onder leiding van Timo de Rijk ruim vijftig van de beste ontwerpen onder de aandacht. In het boek staat bijvoorbeeld een <a href="http://www.grootens.nl/2/10/11/814.html" target="_blank">atlas van de Hollandse Waterlinie</a> in fluorescerende kleuren van de hand van Joost Grootens, winnaar van de Rotterdam Design Prijs. Maar ook de <a href="http://jump.dexigner.com/directory/13378" target="_blank">nieuwe winkel van het van Gogh Museum</a>, recyclebare geluidsschermen van geperforeerd aluminium, een zwarte ophaalbrug, de nieuwe Moof fiets, een wegwerpservies uit geperste Indiase bladeren, een analoge digitale klok als I-phone applicatie en het digitaal kalligrafische lettertype Liza waarbij de inkt lijkt op te drogen alsof het geschreven is met een kroontjespen.</p>
<div id="attachment_1743" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1743" href="http://ruimtevolk.nl/bestaat-dutch-design-nog-wel/ddy-2010-omslag/"><img class="size-full wp-image-1743" title="DDY-2010-omslag" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/DDY-2010-omslag.jpg" alt="" width="510" height="636" /></a><p class="wp-caption-text">Dutch Design jaarboek, vormgegeven door Studio Dumbar.</p></div>
<p>Maar zeggen deze ontwerpen iets over de staat van het Nederlandse <em>design</em>? En is <em>Dutch design </em>überhaupt nog als zodanig herkenbaar? Dat verschilt per genre, want <em>Dutch design</em> het is een verzamelbegrip. Ruimtelijke vormgeving, mode, grafisch ontwerp en productontwerp komen allemaal voor in het boek. In de inleidende pagina’s wordt al aangegeven dat het meeste design, ook dat van een Nederlandse designer voor een Nederlandse opdrachtgever, allang niet meer in eigen land wordt geproduceerd en vervaardig. Het daaruit volgende gebrek aan werkplaatsen en fabrieken, waar je nog zou kunnen ervaren hoe het eigenlijk allemaal gemaakt wordt, is vreemd genoeg juist wat het Nederlands design bevrijdt en op een hoger plan brengt.</p>
<p>Het boek bevat ook drie essays van designcritici: Glenn Adamson, Aaron Betsky en Rick Poynor belichten elk hun vertrouwde vakgebied binnen de Nederlandse designwereld</p>
<p>Aaron Betsky lanceert in zijn essay de term ‘theatraal modernisme‘. De Nederlandse voorliefde voor dat modernisme, zoals dat meestal tot uiting komt in witte vlakken en geabstraheerde vormen, zit volgens hem diep. Geen classicisme, geen uitbundige decoratie maar in zijn woorden de ‘instabiliteit van de vorm en de onzekerheid van materialiteit‘. Maar in een tijd van voortdurende verandering en vervluchtiging kan dat modernisme geen stevig kader meer zijn. Het wordt ofwel een neutrale achtergrond, of het krijgt een nieuw zelfbewustzijn, zoals bij de in het jaarboek getoonde ontwerpen wel te zien is. Het is geen toeval dat het vaak podia zijn die in het boek figureren, zoals de <em><a href="http://www.dearchitect.nl/projecten/2009/44/Delft+MVRDV+Why+Factory+Tribune/Delft+MVRDV+Why+Factory+Tribune.html" target="_blank">Why Factory</a></em>, een grote feloranje tribune met werkruimtes onderin de nieuwe bouwkundefaculteit in Delft, en een verbindingstrap van Next Architects in Bejjng; zelfstandige, theatrale elementen in een omgeving vol verandering.</p>
<p>Rick Poynor’s essay gaat over het Nederlands grafisch ontwerp, dat in zijn ogen veel onderscheidend vermogen heeft verloren ten opzichte van eind jaren ‘80, toen het nog duidelijk herkenbaar was door zijn oorsprong in de Nederlandse modernistische traditie. Weliswaar met uitzondering van de grafische bureaus <a href="http://www.metahaven.net/Metahaven/Metahaven.html" target="_blank">Metahaven</a> en <a href="http://www.experimentaljetset.nl/" target="_blank">Experimental Jetset</a>. <strong> </strong>Naast de toenemende standaard die de internationale reclamewereld de ontwerper meegeeft is het de taakopvatting om ‘visual branding’ te bedrijven, grafische middelen toe te passen om merken neer te zetten, wat de grafische ontwerpbureaus onderscheidt van de grafische ontwerpstudio’s. Bij die laatste, kleinere groep is nog iets terug te vinden van een sterke grafische ontwerphouding die een autonome herkenbare kracht heeft en niet alleen middel als doel is geworden.</p>
<p>Het essay van Glenn Adamson tenslotte gaat over de houding van de ontwerper tegenover de notie van ambachtelijkheid, <em>craftmanship</em>; het dilemma dat ook producten met een ambachtelijk uiterlijk tegenwoordig industrieel zijn vervaardigd. Die handwerkkwaliteit is meer een hulpmiddel om de wereld om ons heen te kunnen ordenen dan een productiemiddel. Het gaat om de associatie met handwerk meer dan om iets anders. Meubels als de <em>Do Hit</em> van <a href="http://www.marijnvanderpoll.com/index.php?option=com_content&amp;view=article&amp;id=4&amp;Itemid=4" target="_blank">Marijn van der Poll</a> uit 2000, een stoel die je zelf moest creëren door met een hamer een holte te slaan in een hol blok aluminium, vervaagden de grens tussen design en wat de consument zelf kan maken, bekend als de <em>DIY movement</em>. Volgens Adamson neemt het Nederlands design een volwassen houding aan ten opzichte van het ambacht, door de <em>look</em> en <em>feel </em>ervan binnen de industriële productie te brengen, en het als zodanig niet eerlijker te laten lijken dan het feitelijk is.</p>
<div id="attachment_1744" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1744" href="http://ruimtevolk.nl/bestaat-dutch-design-nog-wel/papertabel3/"><img class="size-full wp-image-1744" title="papertabel3" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/papertabel3.jpg" alt="" width="510" height="410" /></a><p class="wp-caption-text">Paper Table door Scholten &amp; Baijings.</p></div>
<p>Het boek versterkt het gevoel dat ik heb bij <em>Dutch design</em>: dat er altijd een conceptueel tintje aan zit, wat het herkenbaar maakt. Een Nederlands ontwerp herken je aan het grapje, het mentale spel dat gespeeld wordt, zoals bij de lampenkap met het grasmotief aan de binnenzijde, en bij <em><a href="http://www.happystreet.nl" target="_blank">Happy Street</a></em>, onze bijdrage aan de expo in Sjanghai.<strong><em> </em></strong>Dat maakt het heel anders dan bijvoorbeeld Deens design, waar de relatie met handwerk en traditie nog intact lijkt te zijn en het ontwerp voor zichzelf spreekt. Nederlands design is zo meer het resultaat van een denkproces dan van een ontwerpproces. Dat plaatst het volgens de auteurs van het <em>Dutch Design Jaarboek</em> in <em>the frontrow</em> van de internationale ontwikkeling.</p>
<p><a href="http://www.boijmans.nl/nl/" target="_blank">Museum Boijmans van Beuningen</a> heeft momenteel de overzichtstentoonstelling ‘Misfits’ van <a href="http://www.jongeriuslab.com/" target="_blank">Hella Jongerius</a>, een van Nederlands bekendste designers. Met haar werk, dat grofweg bestaat uit een verzameling van oude kleurpigmenten, gemêleerde stoffen en schijnbaar onperfect geproduceerde keramiek, probeert zij een verloren kwaliteit terug te halen van voor de industriële productie, die nauw samenhangt met ambachtelijkheid, waar de mensen weer naar verlangen. Of in haar eigen woorden: “Wij zijn toe aan imperfectie.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Happy Street, Shanghai door John Körmeling</em></p>
<p><em>Alle afbeeldingen zijn geplaatst met toestemming van de uitgever.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bestaat-dutch-design-nog-wel/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Slow urbanism als antwoord op de crisis</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 12 Jan 2011 20:04:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jurgen Hoogendoorn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Zaanstad]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1653</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/b_MG_6948_Noord_DeVrede.jpg" /> Door de crisis is de grootschalige blauwdrukplanning met mooi ingekleurde fata morgana’s voltooid verleden tijd. Bestaande verdienmodellen zijn in elkaar geklapt, zowel vraag als aanbod blijft uit. De diepere oorzaak ligt echter in het failliet van het oude ‘maakbaarheidsideaal’ dat uitging van de gedachte dat Nederland zich vanaf de tekentafel liet ontwerpen. Deze rauwe werkelijkheid begint ook in de vakwereld door te dringen. De vraag is hoe nu verder? De gebiedsontwikkeling van ZaanIJ levert een aantal interessante denkrichtingen voor een mogelijk antwoord hierop.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door de crisis is de grootschalige blauwdrukplanning met mooi ingekleurde fata morgana’s voltooid verleden tijd. Bestaande verdienmodellen zijn in elkaar geklapt, zowel vraag als aanbod blijft uit. De diepere oorzaak ligt echter in het failliet van het oude ‘maakbaarheidsideaal’ dat uitging van de gedachte dat Nederland zich vanaf de tekentafel liet ontwerpen. Deze rauwe werkelijkheid begint ook in de vakwereld door te dringen. De vraag is hoe nu verder? De gebiedsontwikkeling van ZaanIJ levert een aantal interessante denkrichtingen voor een mogelijk antwoord hierop.</strong></p>
<p>Lenny Vulperhorst hield eind 2009 op de Amsterdam School of Real Estate een <a href="http://www.asre.nl/uploads/PDF/vastgoedlezing_2009_1.pdf" target="_blank">lezing</a> onder de titel ‘Blindeman of coproducent‘. Het komende decennium moet volgens Vulperhorst benut worden om van de bouw- en vastgoedsector een zelfstandige bedrijfstak te maken, die niet langer stuurt op krediet, maar inventief consumenten en gebruikers opzoekt en creatief samenwerkt in coproducties en allianties. Daarbij komt het aan op versimpeling en zoeken naar een schaalniveau dat de anonimiteit tussen klant en producent opheft. De klant moet weer centraal staan, keuzevrijheid hebben en betrokken worden bij het proces (slow development).</p>
<p>In een <a href="http://www.mastercitydeveloper.nl/actueel/seminars/seminar_oktober_2010/" target="_blank">seminar</a> voor de Rotterdamse opleiding ‘Master of City Development (MCD)’ brak socioloog <a href="http://www.saskiasassen.com/" target="_blank">Saskia Sassen</a> onlangs een lans voor bouwen waarbij lokale producenten gespecialiseerde kennis, ervaring en <em>‘craftsmanship’ </em>nodig hebben. Belangrijke thema’s daarbij zijn: voedsel <em>(Urban Farming</em>), energie (nieuwe collectieven van lokale energieproducenten), creativiteit, authenticiteit (industrieel erfgoed) en identiteit (openbare ruimte).</p>
<blockquote><p>De uitdaging voor de overheid is niet het ontwerpen van nieuwe stedelijkheid, maar het kanaliseren, begeleiden en stimuleren van de stedelijkheid</p></blockquote>
<p>Maar dit levert nog geen pasklare oplossingen op. Bovendien, nieuw is het ook niet, aldus Sassen: “Door hun lange tradities en pluriformiteit, waarin de stedelijke elite een constante machtstrijd voert met de ondernemende sociale onderlaag van een stad, kunnen hedendaagse steden het best getypeerd worden als plekken die altijd ‘incompleet’ zijn. Daar waar die machtstrijd aanwezig is, laten steden een enorm uithoudingsvermogen zien. Dit zijn de steden die zichzelf opnieuw hebben uitgevonden”</p>
<p>In Nederland zijn al langer bewegingen tegen de gangbare doctrines. Was het niet de kraakbeweging die begon met het kraken van huizen (en daarmee destijds cityvorming dwarsboomde) en die vervolgens steeds grotere gebouwen (pakhuizen langs het IJ, het <a href="http://www.architectenweb.nl/aweb/redactie/redactie_detail.asp?iNID=13596" target="_blank">NDSM-terrein</a>) aan het ‘ontwikkelen’ was en nog steeds aan het ontwikkelen is?</p>
<div id="attachment_1657" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/mlab_003_20mei2008_e_v_eis/" rel="attachment wp-att-1657"><img class="size-full wp-image-1657" title="mlab_003_20mei2008_e_v_eis" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/mlab_003_20mei2008_e_v_eis.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Het M-Lab op de Noordelijke IJoevers (foto: Edwin van Eis)</p></div>
<p><strong>Slow urbanism </strong><br />
Het gebied ZaanIJ loopt vanaf Westknollendam in het noorden van Zaanstad tot aan het Zeeburgereiland in Amsterdam (zie <a href="http://www.tijsvandenboomen.nl/?page_id=2&amp;mode=browse&amp;artikel_id=1351&amp;PHPSESSID=02287d2b7baa231b8aa6a5290bdf91ee" target="_blank">Stop de nieuwbouwwijken!</a> en <a href="http://www.tijsvandenboomen.nl/?page_id=2&amp;mode=browse&amp;artikel_id=1349" target="_blank">Soprano-landschap</a>). Het gebied is een aantrekkelijke plek om te werken en wonen, iets dat steeds meer hand in hand gaat. Vele (creatieve) bedrijven zoals Vanilia, MTV, VNU, IDtv, Jumbo(spellen) hebben zich gevestigd in of nabij het industrieel erfgoed. Projecties spreken van ruimte voor mogelijk meer dan veertigduizend woningen en twintigduizend nieuwe arbeidsplaatsen in ZaanIJ de komende decennia. Authenticiteit en identiteit is zowel in de steden als de ommelanden voorhanden.</p>
<p>Hoe de ontwikkeling van het gebied verder gaat uitpakken, is niet duidelijk. Er is geen eindbeeld en geen (eind-)planning. Maar dat is niet erg wanneer sprake is van <em>slow urbanism</em> en <em><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Open_source" target="_blank">open source</a> </em>gebiedsontwikkeling. <em>Open source</em> gebiedsontwikkeling is een (nog) alternatieve benadering bij complexe projecten op het gebied van ruimtelijke ordening, stedelijke ontwikkeling en infrastructuur. De inbreng van gebruikers (bewoners), experts en bedrijven zijn daarbij vanaf het begin medebepalend voor de planvorming, exploitatie en beheer. De aanpak is bedoeld om kwalitatieve doelen centraal te stellen en haalbaarder te maken.</p>
<p>Van essentieel belang is dat de ontwikkeling van ZaanIJ zich in feite al aan het voltrekken is, voordat het is begonnen. Het is een dynamisch gebied dat zich altijd ontwikkeld heeft. Hier wordt niet bedacht hoe een gebied zich zal ontwikkelen en op een bepaald moment is (uit)ontwikkeld. Hier is een ontwikkeling gaande die door de betrokken overheden ‘slechts’ ondersteund, gestimuleerd dan wel afgeremd wordt. En die dus nooit af of compleet zal zijn.</p>
<p><strong>Ruimtelijke experimenten</strong><br />
De uitdaging voor de overheid is niet het ontwerpen van nieuwe stedelijkheid, maar het kanaliseren, begeleiden en stimuleren van de stedelijkheid die vanuit Amsterdam en Zaandam ruimte zoekt. Geen grootschalige investeringen maar wel ‘slimme’ bijdragen om de transformatie en de ontwikkeling van het gebied te ondersteunen. Voor de betrokken overheden is het zaak oplossingen te bedenken hoe ze moet omgaan met milieubeperkingen, invulling kan geven aan duurzaamheid, en een evenwicht kan zoeken tussen havenactiviteiten en stedelijke ontwikkeling.</p>
<p>De potentie van ZaanIJ wordt niet alleen door journalisten erkend. Een aantal lokale jonge ondernemers, schrijvers, ontwerpers, (landschaps-)architecten, en een paar vooruitstrevende ambtenaren hebben onder de naam ‘Ondertussen’ het initiatief genomen om tijdelijk ruimtelijke experimenten te starten in het gebied. Inspiratie hebben de initiatiefnemers gehaald uit onder andere Berlijn. Er ligt bijvoorbeeld een voorstel om een schiereiland in de Zaan tijdelijk in te richten. <strong> </strong></p>
<p>Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl is zo vooral een kwestie van doen en stap voor stap uitproberen <em>(learning by doing)</em>. In ZaanIJ ‘gist’ het. Hopelijk gaat het op nog meer plekken in Nederland gisten.</p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Het stuk is geschreven op persoonlijke titel.</em></p>
<p><em>Foto boven: voormalige stoommeelfabriek (thans containerterminal) &#8220;De Vrede&#8221;  gebouwd in 1918 in de Zaanse Achtersluispolder (foto: Theo Baart)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>20</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hotel California</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vier-dagen-banlieue/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vier-dagen-banlieue/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Jan 2011 21:21:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Banlieue]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1469</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/La-Grande-Borne-Errik.gif" /> Vier dagen doorbrengen in een banlieue, daar word je niet vrolijk van. Met dertig Nederlandse volkshuisvesters als reisgezelschap al helemaal niet.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wat gebeurt er als je een touringcar vol volkshuisvesters loslaat in de cité van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Clichy-sous-Bois">Clichy-sous-Bois</a>? Dan scheuren er binnen een half uur politiebusjes vol zwaargewapende agenten de wijk in om die volkshuisvesters te ontzetten.</p>
<p>Het duurde een tijdje voordat iedereen doorhad wat er aan de hand was. Terwijl er blijmoedig gekeuveld werd over het opknappen van de openbare ruimte, een likje verf voor de gettobunkers van La Forestière en een gezellige buurtbarbecue, rukten de agressieve jongelingen vanuit alle richtingen op. De dames en heren lieten hun fotocamera’s luidruchtig klikken, er werd getracht contact te leggen met de plaatselijke bevolking. Maar die zat daar helemaal niet op te wachten. Er werd geschreeuwd en dreigend met auto’s geslipt. En toen was daar het eerste blauwe busje. Schuifdeur ging open. Vier zenuwachtige uniformen, vinger aan de trekker van indrukwekkende automatische vuurwapens. Of we toeristen waren.</p>
<div id="attachment_1732" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1732" href="http://ruimtevolk.nl/blog/vier-dagen-banlieue/grande-borne-googleearth/"><img class="size-full wp-image-1732" title="Grande-Borne-googleearth" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Grande-Borne-googleearth.gif" alt="" width="510" height="482" /></a><p class="wp-caption-text">La Grande Borne (foto: Google Earth)</p></div>
<p>Vier dagen banlieu, daar wordt je niet vrolijk van. Met dertig volkshuisvesters als reisgezelschap al helemaal niet. Lopend door <a href="http://fr.wikipedia.org/wiki/La_Grande_Borne">La Grande Borne</a>, ooit een door architectuurliefhebbers drukbezochte wijk vol meanderende complexen huurwoningen, bekroop me een overweldigend gevoel van claustrofobie. Zo gesloten kan een open stad zijn. <em>You can check in any time you like, but you can never leave. </em>Drie kwartier per auto van de Porte de Italie, geen fatsoenlijk openbaar vervoer en omgeven door autowegen. Zonder voorzieningen, zonder werkgelegenheid, zonder goede scholen. Een autovrije openbare ruimte waar het asfalt de sporen van brandende minicontainers draagt. De jeugdwerkloosheid bedraagt er 40%. Ieder pleintje heeft zijn eigen clubje gecapuchoneerd <em>racaille. </em></p>
<p>Op de terugweg naar Nederland werd er geëvalueerd. Een stedenbouwkundige zag de problemen in La Grande Borne natuurlijk wel, maar de verhouding tussen gebouwen en open ruimte had haar toch als zeer geslaagd getroffen. Zeker een wijk met toekomst dus! Een andere deelnemer had met een multifocale bril naar het gebruik van straten gekeken. Bleek hartstikke divers te zijn. Konden we in Nederland eigenlijk wel een voorbeeld aan nemen. Toen ik als reactie verklaarde nauwelijks toekomst voor deze wijk te zien, dat de ligging, stedenbouw en architectuur, bevolkingsopbouw, voorzieningenniveau en ontsluiting allen zo beroerd waren, dat nog geen 100 buurtbarbecues vermogen iets ten goede te doen keren, werd de sfeer in de bus ijzig. Een onoplosbaar probleem? Dat bestaat voor volkshuisvesters niet! In hun drang naar het goede hebben ze in heel de wereld steden en stedelijkheid om zeep geholpen. Overal diezelfde doodse woonwijken vol huurflats en kapot en vervuild groen.</p>
<p>Succes met puinruimen, dames en heren! Ik heb in ieder geval geen oplossing.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: La Grande Borne (foto: Errik Buursink)</em></p>
<p>﻿</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vier-dagen-banlieue/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het cultuurverschil tussen nul-tien en nul-twintig</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-cultuurverschil-tussen-rotterdam-en-amsterdam/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-cultuurverschil-tussen-rotterdam-en-amsterdam/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 07 Jan 2011 10:30:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Friso de Zeeuw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1627</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/IMG_3112-kop.jpg" /> Bestuurders van de grote steden reageren verschillend op de nieuwe realiteiten in de vastgoedontwikkeling. Cultuurverschillen treden daarbij aan het licht.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Bestuurders van de grote steden reageren verschillend op de nieuwe realiteiten in de vastgoedontwikkeling. Cultuurverschillen treden daarbij aan het licht.</strong></p>
<p>Neem Amsterdam. Wethouder <a href="http://www.amsterdam.nl/gemeente/college/individuele_pagina%27s/maarten_van/" target="_blank">Maarten van Poelgeest</a> lanceerde onlangs een structuurvisie voor de stad met torenhoge ambities. Bijvoorbeeld: toevoeging van 70.000 woningen in de periode tot 2040. Eigenlijk valt op de basiskoers van de structuurvisie niet veel aan te merken. De zwakte zit hem in de enorme kloof tussen doelstellingen en realiseringsstrategie. Gevraagd naar die realiseringstrategie spreekt Van Poelgeest over kleinschalige initiatieven van onderop en kondigt het einde van de oude planvorming aan. Natuurlijk komt er in de komende tijd meer ruimte voor <em>organisch groeien</em> en <em>slow development</em>, zeker in bestaand stedelijk gebied<em>.</em> Maar het is ten enen male onmogelijk om daar mee de ambitieuze doestelingen van de structuurvisie te halen. Klassieke planningsmethodieken die <em>fast-development </em>faciliteren, hebben wij keihard nodig. Wel zullen deelplannen en uitvoeringsfases kleinschaliger zijn dan we in de afgelopen periode gewend waren, met aangepaste samenwerkingsvormen tussen markt en overheid. De hoofdstedelijke bezinning op de planvoorraad (<em>de bouwstop</em>) is primair een gemeentelijke soloactie. Niettemin wil een aantal corporaties en marktpartijen plannen met een stevig risicoprofiel doorzetten. Dat is vooral gebaseerd op vertrouwen in de robuustheid van de Amsterdamse markt.</p>
<p>In de nieuwe tijd zal de gemeentelijke overheid meer samenwerking met haar private partners moeten zoeken en &#8211; waar het om programmering en planvorming gaat &#8211; meer moeten <em>loslaten</em>. Dat woord loslaten komt nu wel uit de mond van de Amsterdamse stadsbestuurders. Maar in de praktijk is het nog niet te merken. Een eerste testcase dient zich aan. Want dezer dagen bracht een club van externe deskundigen advies uit over de financiële huishouding van het Ontwikkelingsbedrijf. „Zet het op afstand van de politiek”, luidt een van de kernpunten. We zullen zien…</p>
<blockquote><p>Wethouder Hamit Karakus ging onlangs met dertig corporaties en marktpartijen drie dagen de hei op (deze keer gesitueerd in Marseille).</p></blockquote>
<p>Het Rotterdamse gemeentebestuur kiest voor een andere benadering. Wethouder <a href="http://www.pvdarotterdam.nl/wie_is_wie/burgemeester_en_wethouders/burgemeester_en_wethouders_details/t/hamit_karakus" target="_blank">Hamit Karakus</a> ging onlangs met dertig corporaties en marktpartijen drie dagen de hei op (deze keer gesitueerd in Marseille). Hij maakt het loslaten concreet, want laat planvorming voor een groot deel over aan marktpartijen, brengt gemeentelijke plankosten terug en legt de nadruk op de marktvraag.  „Wij stellen de kaders vast en de marktpartijen komen zelf met plannen. Daarmee wordt het inkrimpende ambtenarenapparaat ontlast”, aldus Karakus.</p>
<p>Er tekent zich een opvallend cultuurverschil tussen nul-tien en nul-twintig af. Nul-tien gaat een open en intensieve dialoog aan en stelt zich kwetsbaar op. Zo daagt men corporaties en marktpartijen uit. Die moeten zich van hun kant wel bloot geven en met concrete voorstellen komen. Ontsnappen kan niet meer. Voor een deel is het verschil te verklaren uit het feit dat Rotterdam in een lastiger economische en financiële positie verkeert. Om de stedelijke dynamiek te verzilveren, is samenwerking met investerende partners onontkoombaar.</p>
<p>Andere steden bewegen zich tussen deze twee polen. Den Haag, bijvoorbeeld, heeft de voorselectie van plannen solistisch gemaakt. Verbaal gaat wethouder <a href="http://www.denhaag.nl/home/bewoners/de-gemeente-Den-Haag/college-van-B-en-W/to/Wethouder-Marnix-Norder-PvdA.htm" target="_blank">Marnix Norder</a> de Rotterdamse kant op. Norder: „Bouwplannen die passen binnen de structuurvisie en de masterplannen van Den Haag kunnen voortaan met geringe ambtelijke bemoeienis worden uitgevoerd. Het afschaffen van de strenge plantoetsing moet ertoe leiden dat veel bestaande plannen gewoon worden uitgevoerd”. Het ambtelijk apparaat heeft deze woorden nog niet verinnerlijkt. Utrecht, om een ander voorbeeld te noemen, zoekt nog naar een goede aanpak en oriënteert zich bij de andere grote steden.</p>
<p>Nog even terug naar Rotterdam in het centrum van Zuid (“<a href="http://www.hethartvanzuid.nl/index.html" target="_blank">Hart van Zuid</a>”) test men de omkering van het planproces op grootschalige basis. Investeringsplannen van daar gevestigde bedrijven en instellingen tracht men te combineren met ideeën van ontwikkelden marktpartijen en corporaties. Als dat tot een samenhangende, vastomlijnde en uitvoerbare combinatie van projecten leidt, gaat de gemeente het voorzien van een planologische regeling. Je zou het <em>coalition-led development</em> kunnen noemen. En stel dat het gemeentebestuur de gedachte volgt om Chinezen uit te nodigen om in het ontwikkelingsgebied Stadshavens te investeren……Geen absurde gedachte als je beseft dat ze de haven (Piraeus) van Athene al hebben overgenomen. Dan zouden wij in deze crisistijd pardoes te maken krijgen met <em>turbo-development</em>.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: IJburg (door Caroline Bégin)</p>
<p>Meer over de Amsterdamse en Rotterdamse aanpak van de crisis is te lezen in uitgebreide interviews met de directeuren van beide Ontwikkelingsbedrijven op<a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu/" target="_blank">www.gebiedsontwikkeling.nu</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-cultuurverschil-tussen-rotterdam-en-amsterdam/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwjaarswens met brullende vliegtuigen, Gouda en Jane Jacobs</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwjaarswens-met-brullende-vliegtuigen-gouda-en-jane-jacobs/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwjaarswens-met-brullende-vliegtuigen-gouda-en-jane-jacobs/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 01 Jan 2011 15:19:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Gouda]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Schiphol]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1696</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/01/NieuwjaarswensVenhoop.jpg" /> Het volk mocht in 'Wat vindt Nederland' kiezen tussen wonen vlak bij Schiphol of in de Goudse wijk Oosterwei (bekend van de overlast van Marokkaanse jongeren). Er volgde een duidelijk uitkomst...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Omdat je niet de hele dag naar programma’s over kunst, boeken en filosofie kunt kijken, schakelde ik uiteindelijk over naar <a href="http://www.watvindtnederland.tv/">‘Wat vindt Nederland’</a>. Het format: stellingen worden aan het volk voorgelegd en de deelnemers raden de uitkomsten. Jack Spijkerman en een mooie mevrouw vormen het Beauty and the Beast-presentatieduo. Simpel, leuk, leerzaam. En… razend interessant voor de lezers van RUIMTEVOLK. Want een van de stellingen ging over de vraag in welke <em>ruimte</em> het <em>volk</em> wil wonen (toegegeven, gekunstelde zin, maar ik kon het niet laten).</p>
<p>Het volk mocht kiezen tussen wonen vlak bij Schiphol of in de Goudse wijk <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Oosterwei">Oosterwei</a> (bekend van de overlast van Marokkaanse jongeren). Een duidelijke uitkomst: 83% had liever op hoog-frequente basis de brullende motoren van een Boeiing in huis en tuin, dan in die Goudse wijk te wonen. In vergelijking met Oosterwei is Schiphol dus een populair woongebied!</p>
<p>Kijk, dat is nou nog eens hoopvol nieuws voor Schiphol en omgeving. Zijn die vliegtuigen dus gewoon geen enkel probleem! Waar kwamen die eerder vliegtuig-klachten eigenlijk vandaan? Verzonnen? Of op zijn minst ontzettend overdreven? Je zou het wel denken, want dat gebied wordt toch verre geprefereerd boven een Goudse woonwijk. Of is het heel anders? Is wonen bij Schiphol toch wel heel erg; denk het wel (weet het eigenlijk wel heel zeker!). Maar wat zegt dat dan over de beleving van Gouda, over Nederland, en…over woonbeleving?</p>
<p>Ik hoor u denken: ‘Prima Venhoop, maar wat moet dit verhaal in RUIMTEVOLK?’. Nou kijk. Als je bovenaan deze pagina drukt op het woord ‘RUIMTEVOLK’ dan lees je: “Doel van RUIMTEVOLK is om de vakwereld, aanverwante disciplines en belanghebbenden uit te dagen en aan te moedigen in de zoektocht naar duurzame antwoorden op de ruimtelijke opgaven van nu en die van de toekomst.”</p>
<p>‘Ruimtelijke opgaven’, da’s mooi. Maar om ruimtelijk het verschil te kunnen maken, moet die ruimte wel het vertrouwen, de veiligheid, het juiste gevoel geven aan gebruikers, opdat ze het de moeite waard vinden. Voor alle helderheid: het gaat mij er hier niet om of keuzes en emoties terecht of onterecht zijn, maar wel dat ze heel wezenlijk zijn in de beleving van een gebied. Jane Jacobs, ons aller moeder, wil ik hier even noemen. Misschien was ze iets te optimistisch over hoe ruimtelijk ingrijpen mensen zou kunnen veranderen. Maar… haar grootste verdienste is geweest dat ze allerlei stenen-mensen leerde om goed te kijken naar wat er zich <em>echt</em> in wijken en bij mensen afspeelde. De combinatie van menselijke beleving en stedenbouwkundig ontwerp; in die volgorde! Het besef dat we niet alleen van de stenen zijn, maar bovenal van het prettig wonen. En als je van prettig wonen bent, dan kun je het niet alleen. Dan is onze <em>“vakwereld en aanverwante disciplines”</em> dus heel groot.</p>
<p>Mijn nieuwjaarswens voor 2011 is dat we woningen, wijken, dorpen, steden veel meer interdisciplinair ontwerpen en onderhouden. Sociologie en stedenbouw. Psychologie en architectuur. Gezond verstand en kunstzinnige ambitie. Dat in 2011 RUIMTEVOLK niet alleen door projectontwikkelaars gevoed wordt, door architecten, bouwkundigen, stedenbouwers, aannemers….maar evenzo door sociologen, politicologen, filosofen, psychologen, criminologen en vooral door heel veel dwarsdenkers.</p>
<p>Venhoop wenst u een Gebalanceerd 2011.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Sjors de Vries</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwjaarswens-met-brullende-vliegtuigen-gouda-en-jane-jacobs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Forensendorp aan zee onderzoekt identiteit</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Dec 2010 12:41:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Floor Tinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Castricum]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1560</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/de-tuin-van-Sven-en-Mieke2-650x349.jpg" /> CityCamp Castricum stond garant voor een prettige ontregeling in het Noord-Hollandse forensendorp aan zee. Nu de tenten weer zijn opgeruimd, rijst de vraag welke lessen er te trekken zijn voor de toekomst.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em>CityCamp</em></strong><strong> <em>Castricum </em>stond garant voor een prettige ontregeling in het Noord-Hollandse forensendorp aan zee. Nu de tenten weer zijn opgeruimd, rijst de vraag welke lessen er te trekken zijn voor de toekomst. </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><em><a href="http://citycampcastricum.blogspot.com/" target="_blank">CityCamp Castricum</a></em> was niet zomaar een kunstproject, maar had als kunstenaar Sabrina Lindemann had de opdracht van de Noord-Holland Biennale om de identiteit van de kustplaats te onderzoeken. Lindemann voerde haar onderzoek uit in het kader van de beeldende kunstmanifestatie <a href="http://www.nhbnl.nl/" target="_blank">Noord-Holland Biënnale 2010</a> samen met de architecten van <a href="http://www.dusarchitects.com/" target="_blank">DUS</a> en de grafisch vormgevers van <a href="http://www.studioduel.nl/" target="_blank">Studio DUEL</a>.</p>
<p>Lindemann legde hiervoor contacten met verschillende mensen uit het dorp, zoals jongerenwerkers, de wijkagent, ondernemers en bewoners. Uit het onderzoek kwam al snel naar voren dat ‘er zoveel meer kan’ in <a href="http://maps.google.nl/maps?hl=nl&amp;q=castricum&amp;um=1&amp;ie=UTF-8&amp;hq=&amp;hnear=Castricum&amp;gl=nl&amp;ei=bioJTZicAoWy4Ab1wbC-AQ&amp;sa=X&amp;oi=geocode_result&amp;ct=title&amp;resnum=1&amp;ved=0CB4Q8gEwAA" target="_blank">Castricum</a>. Het dorp werd over het algemeen ervaren als stil. De activiteit concentreerde zich voornamelijk rond de twee grote campings in de gemeente: Geversduin en Bakkum. De twee werelden van de ‘levendige campings’ en het ‘saaie dorp’ kwamen nauwelijks met elkaar in aanraking. Voor Lindemann en haar team was de uitdaging om te kijken of de kwaliteiten van de camping waren te verenigen met het dorpsleven.</p>
<div id="attachment_1571" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1571" href="http://ruimtevolk.nl/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/citycamp-castricum/"><img class="size-full wp-image-1571" title="CityCamp-Castricum" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/CityCamp-Castricum.jpg" alt="" width="510" height="497" /></a><p class="wp-caption-text">Het showerhouse van DUS Architects (Foto: DUS Architecten)</p></div>
<p><em> </em></p>
<p><em>CityCamp</em> was in de eerste plaats vooral een experiment waarin de grenzen van gastvrijheid werden opgezocht. Om de dynamiek van de camping naar het dorp te krijgen, werd bedacht om het openbare groen en de privétuinen te gebruiken als kampeerlocaties. Hierdoor werd de gastvrijheid van de gemeente en haar inwoners op de proef gesteld. Afgezien van de centrale coördinatie vanuit het <em>CityCamp</em> team, werd het project geheel door de bewoners van Castricum zelf gedragen. De bewoners uit het dorp werd gevraagd om zelf faciliteiten zoals een douche, toilet, en een kopje koffie aan te bieden. Daarmee was <em>CityCamp</em> alles behalve een doorsnee camping. Door de aanwezigheid van gasten, werden bewoners verleid hun grenzen te verkennen. Kampeerders kregen spontaan kopjes koffie aangeboden, kinderen speelden met luchtkussens en pubers uitten op dronkemansavonden hun baldadigheid uit op het douchegebouw.</p>
<p>Het project veroorzaakte niet alleen een ander perspectief op de openbare ruimte, maar ook op het zelforganiserend vermogen van de inwoners. Bewoners ontplooiden allerlei nieuwe initiatieven in de periode dat het dorp was omgetoverd tot een gastvrije zone. Bewoonster Judith organiseerde mozaïekworkshops, Corry schotelde zelfgemaakte soep voor, cultureel poppodium <a href="http://www.vriendenvandebakkerij.nl/" target="_blank">De Bakkerij</a> hield bingoavonden en diverse dorpsgenoten gaven rondleidingen door Castricum en omgeving. Hoewel het experiment slechts tien dagen duurde, ontstond in die korte tijd een grote verbondenheid tussen de betrokken dorpsbewoners.</p>
<p>Om erachter te komen wat de resultaten van <em>CityCamp Castricum </em>kunnen betekenen voor de toekomst, vond 15 september een gesprek plaats in De Bakkerij met de burgemeester, wethouder cultuur, betrokken medewerkers, bewoners en ondernemers. Ook waren er voor de gelegenheid experts* van verschillende disciplines uitgenodigd om tijdens het gesprek op te treden als adviseur. Tijdens het gesprek stonden de ervaringen van <em>CityCamp </em>centraal en werd een visie op de toekomst geformuleerd.</p>
<div id="attachment_1572" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1572" href="http://ruimtevolk.nl/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/debat_1/"><img class="size-full wp-image-1572" title="debat_1" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/debat_1.jpg" alt="" width="510" height="339" /></a><p class="wp-caption-text">Bijeenkomst over de resultaten van CityCamp Castricum (Foto: Floor Tinga)</p></div>
<p><strong>Ontregeling</strong><br />
Om tijdens de bijeenkomst een juiste definitie te hanteren van de term gastvrijheid lichtte <em>hospitality </em>expert Alexander Grit eerst toe wat het begrip precies inhoudt. In een situatie van gastvrijheid is er sprake van interactie en wordt het leven van de gastheer in hoge mate ontregeld. Dit in tegenstelling tot gastvriendelijkheid, waarin de ontregeling doorgaans niet verder gaat dan het uitwisselen van ervaringen onder het genot van een kopje thee. De interactie verloopt hierbij vooral volgens de bestaande beleefdheidsregels.</p>
<p>Dat Castricum flink ontregeld werd tijdens <em>CityCamp</em>, werd unaniem onderschreven. De blauwe douchecabines, luchtbedden en tenten die de openbare groenstroken zo plotseling bevolkten, brachten een hoop reuring in het dorp teweeg. De ruimtes waar bewoners anders straal aan voorbij waren gegaan, kwamen met dit project in een geheel ander daglicht te staan.</p>
<p>Toch is niet alleen de fysieke ruimte, maar ook de sociale omgeving door dit project veranderd. Vooral de ontmoetingen die tussen de dorpsbewoners onderling ontstonden, noemde de burgemeester zeer waardevol. Veel mensen kwamen door het project letterlijk in beweging. Iets wat de gemeente zelf niet zomaar voor elkaar kan krijgen.</p>
<p>Zo besloot Corry naar aanleiding van <em>CityCamp </em>de knoop door te hakken om haar eigen mobiele soepbedrijfje te beginnen. Wellicht was ze hier zonder het project ook toe gekomen, maar de positieve ervaring heeft haar beslissing hierin zeker doen versnellen. Ook zijn er bijzondere vriendschappen ontstaan tussen bewoners die elkaar daarvoor nog niet eens gedag zeiden.</p>
<div id="attachment_1573" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1573" href="http://ruimtevolk.nl/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/1-opening_citycamp_700px_62-jorinde/"><img class="size-full wp-image-1573" title="1-Opening_Citycamp_700px_62-jorinde" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/1-Opening_Citycamp_700px_62-jorinde.jpg" alt="" width="510" height="342" /></a><p class="wp-caption-text">Het showerhouse van DUS Architects (Foto: Jorinde Reijnierse)</p></div>
<p><strong>Alibi</strong><br />
Volgens de antropoloog Leeke Reinders is door <em>CityCamp</em> gebleken dat er onderhuids veel meer leven in Castricum aanwezig is dan vooraf zichtbaar was. Om die reden zou de gemeente de latente netwerken in de toekomst dienen te faciliteren. De socioloog Ton van der Pennen vult aan dat er net zo goed een ander project had kunnen zijn dat Castricum tijdelijk ontregelde. Het kamperen diende in dit geval slechts als een alibi. Het kader dat Sabrina Lindemann en haar team met <em>CityCamp</em> aanreikte, gaf de bewoners net dát zetje om activiteiten te ontplooien en met elkaar in contact te komen. Zo gaan twee bewoners die elkaar via <em>CityCamp</em> hebben leren kennen, al samen op vakantie. De waarde die het project met zich meebrengt, gaat dus veel verder dan die energieke tien dagen alleen.</p>
<p>Een ander wezenlijk element dat werd opgemerkt was het feit dat <em>CityCamp </em>geïnitieerd is door buitenstaanders. Juist door hun onafhankelijke en belangenloze positie, wist het team van <em>CityCamp </em>de bewoners zo goed met elkaar samen te brengen. Ook het feit dat er gasten van buiten de gemeente op bezoek kwamen, is bepalend geweest volgens kunsthistorica Iris Dik. De gasten zijn immers noodzakelijk geweest voor de bewoners om zich aan elkaar te tonen. Een van de bezoekers ontmoette tijdens <em>CityCamp</em> zoveel leuke mensen, dat ze er die nacht in de tent amper van kon slapen.</p>
<p>De historicus Steven van Schuppen legt een relatie met het toerisme van de negentiende eeuw. In die tijd stond reizen nog voor een culturele uitwisseling. Tegenwoordig wordt de toerist meer gezien als een wandelende portemonnee en vind er slechts een financiële uitwisseling plaats. <em>CityCamp </em>brengt de kleinschalige culturele uitwisseling weer terug in het vizier. In het geval van <em>CityCamp</em> is het een belangenloze interactie die gericht is op het ontmoeten van elkaar. Nederland is volgens Van Schuppen die vormen van spontaan toerisme kwijtgeraakt.</p>
<p>Om projecten als <em>CityCamp Castricum</em> te kunnen faciliteren is er een gemeente nodig die gelooft in het geven van ruimte voor experiment. Vanuit de gemeente Castricum kreeg het team van <em>CityCamp</em> het volledige vertrouwen, zonder dat de gemeente zich nog een voorstelling kon maken van de uitkomst. Om <em>CityCamp </em>mogelijk te maken, zijn daarnaast de gebruikelijke regels rondom vergunningen sterk versoepeld. Zonder een flexibele houding vanuit de gemeente was de uitvoering een stuk lastiger geweest.</p>
<div id="attachment_1574" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1574" href="http://ruimtevolk.nl/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/tent_in_de_tuin_van_sven_en_mieke/"><img class="size-full wp-image-1574 " title="tent_in_de_tuin_van_Sven_en_Mieke" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/tent_in_de_tuin_van_Sven_en_Mieke.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Kamperen in een privétuin (Foto: Floor Tinga)</p></div>
<p><strong>Herhaling</strong><br />
Een vraag die ook aan de orde kwam, was of het kampeerexperiment herhaald moest worden, of slechts als uitgangspunt zou dienen voor de introductie van nieuwe projecten. Onder de bewoners klonk meerdere malen de roep dat ze <em>CityCamp </em>en Sabrina Lindemann terugwillen. Het gevaar is echter dat het voorspelbaar wordt. De gemeente zou er daarom goed aan doen om bijvoorbeeld jaarlijks een nieuwe kunstenaar als <em>artist in residence</em> de kans te geven om Castricum te komen ontregelen. Van belang is dan wel dat deze persoon een onafhankelijke positie bekleedt, om zo belangenverstrengeling te voorkomen. Daarnaast is gefantaseerd over de mogelijkheden die bewoners zelf kunnen ontplooien om verder met elkaar in contact te komen. Het is immers gebleken dat het kader wat <em>CityCamp</em> bood, een goed alibi is voor de bewoners om elkaar te ontmoeten. Een centrale ruimte in het dorp, zoals de <em>CityCamp</em> receptie aan de Burgemeester Mooijstraat, zou een dergelijke functie kunnen vervullen.</p>
<p>Aan het slot van de bijeenkomst werd geconcludeerd dat <em>CityCamp Castricum</em> een beweging op gang heeft gebracht, die als een steen in het water steeds grotere kringen maakt. In een kort tijdsbestek zijn veel verborgen kwaliteiten van het dorp en haar bewoners aan het licht gekomen. Nu zijn de gemeente en dorpsbewoners zelf aan zet om deze potentie verder te vergroten. <em>CityCamp Castricum</em> heeft in elk geval aangetoond dat het forensendorp aan zee nog lang niet is ingedut.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Kamperen in een privétuin (foto: Floor Tinga)</em></p>
<p><em>* De experts waren: Iris Dik, kunsthistorica, adviseur kunstopdrachten woningcorporatie Stadgenoot en adviseur beeld Amsterdam Koers Nieuw West. Alexander Grit, hospitality expert. Ton van der Pennen, socioloog en senior onderzoeker Onderzoeksinstituut OTB. Leeke Reinders, antropoloog en senior onderzoeker Onderzoeksinstituut OTB. Steven van Schuppen, historicus en onderzoeker bureau Lopende Zaken.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/forensendorp-aan-zee-onderzoekt-identiteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De nieuwe stad is een fata morgana</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-nieuwe-stad-is-een-fata-morgana/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-nieuwe-stad-is-een-fata-morgana/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 23 Dec 2010 20:14:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Azie]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1630</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Tsw4.jpg" /> De kans om volgens de nieuwste idealen de perfecte stad te bouwen, verlost van alle organische verrommeling en armoede, is erg aantrekkelijk. Opvallend genoeg kampen juist nieuwe Nederlandse steden als Almere en Lelystad met allerlei problemen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het bouwen van nieuwe steden was de ultieme verwezenlijking van stedenbouwkundige en politieke idealen. Nu hebben de traditionele planners het nakijken en lijkt hun rol gereduceerd tot reactie en schadebeperking. Het congres <em>New Towns &amp; Politics </em>van het <em><a href="http://www.newtowninstitute.org/" target="_blank">International New Town Institute</a></em> leek op zo’n verbazingwekkende uitzending van <em>Discovery Channel</em>. Gastheer Almere kwam deze 12 november goed uit de verf. Voor echte problemen moeten we naar het oosten kijken.</strong></p>
<p>Uit de blubber van de Zuiderzee een nieuwe provincie optrekken is een typisch Nederlandse gedachte. Toch niet eens zo gek als je bedenkt dat de Zuiderzee is ontstaan door stormen en overstromingen. Daarvoor was het oer-Hollandse bodem. De kans om volgens de nieuwste idealen de perfecte stad te bouwen, verlost van alle organische verrommeling en armoede, is natuurlijk een hele mooie. Opvallend genoeg kampen juist steden als Almere met allerlei problemen. Ondanks of dankzij een perfect uitgedachte stedenbouwkundige structuur. Het plannen van de ideale stad en samenleving is een sterk staaltje Hollandse maakbaarheid.</p>
<p>Een stad als <a href="http://www.almere.nl" target="_blank">Almere</a> laat zien dat de kloof tussen de geplande en geleefde ruimte vaak groter is dan mening architect en stedenbouwkundige doet vermoeden. Dat Almere dat ook beseft blijkt wel uit het Homeruskwartier. Hier zijn alleen de grote lijnen uitgedacht en kunnen toekomstige bewoners een perceel kopen en dit vrij invullen. Wel moeten zij zich houden aan de randvoorwaarden die door de gemeente Almere worden opgelegd.</p>
<div id="attachment_1633" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1633" href="http://ruimtevolk.nl/de-nieuwe-stad-is-een-fata-morgana/dsc_6741/"><img class="size-full wp-image-1633" title="DSC_6741" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/DSC_6741.jpg" alt="" width="510" height="342" /></a><p class="wp-caption-text">Het congres New Towns &amp; Politics  (foto: International New Town Institute)</p></div>
<p>Het <a href="http://www.homeruskwartier-almere.nl/" target="_blank">Homeruskwartier</a> is een succesvol voorbeeld van het aanboren van zelforganisatie. Hoewel door de economische crisis veel bouwprojecten stil zijn komen te liggen, gaan deze kleinschalige private projecten gewoon door. Projectleider Jacqueline Tellinga spreekt over ‘democratisering van het zand‘. Een kritische reactie uit de zaal stelt echter wel dat de participatie nog erg gelimiteerd is. Bewoners krijgen wel de mogelijkheid hun eigen huis te bouwen, maar de mogelijkheid ontbreek om mee te denken over in welke buurt, wijk of gemeenschap zij willen wonen.</p>
<p><strong>Groter, gekker en Aziatischer</strong><br />
Een viertal sprekers illustreren de Aziatische situatie, met een polonaise aan bizarre taferelen als gevolg. Le Corbusier’s verticale stad is één-op-één gekopieerd naar Azië. Andere stedenbouwkundige concepten verliezen hun betekenis en worden op nieuwe manieren toegepast in een totaal andere context. Dit levert smaakmakende voorbeelden. Een greep uit de selectie: ten noorden van Beijing wonen 500.000 mensen in een slaapstad met misschien twee supermarkten. Tin Sui Wai in Hong Kong (zie foto boven artikel), een vergelijkbare verticale megaslaapstad, noemt men <em>City of Sadness</em> vanwege enorme werkeloosheid en zelfmoordcijfers. In India bestaan complete nieuwe steden zonder enige water-, stroom- en afvalvoorzieningen, naast volledig private <em>gated communities</em> met eigen politie en regelgeving. Deze private steden hoeven zich niet te committeren aan nationale regelgeving maar zijn alleen toerekenbaar richting eigen investeerders.</p>
<div id="attachment_1636" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1636" href="http://ruimtevolk.nl/de-nieuwe-stad-is-een-fata-morgana/2512626293_7b83cd698e_z/"><img class="size-full wp-image-1636" title="2512626293_7b83cd698e_z" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/2512626293_7b83cd698e_z.jpg" alt="" width="510" height="287" /></a><p class="wp-caption-text">Shanghai wordt omringd door negen volledig gethematiseerde steden, waaronder een Nederlandse. De meest succesvolle is het Chinees gethematiseerde exemplaar (foto: Bert van Dijk)</p></div>
<p>Volgens spreker Kyo Suk Lee zijn de Koreanen lelijk verslaafd aan het bouwen van nieuwe steden. In zijn analyse legt hij verschillende fasen van stedelijke ontwikkeling langs de stadia van verslaving en komt tot de conclusie dat afkicken de enige optie is. De relatie tussen deze nieuwe steden en de eindgebruiker is erg gespleten, erg problematisch en erg Aziatisch. Tegen die tijd dat er mensen moeten wonen is de verantwoordelijke politicus al lang vertrokken. Zo bezien zouden alle werkloze architecten in Nederland direct naar Azië moeten emigreren om te redden wat er te redden valt.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Stad als software</strong><br />
Gelukkig worden er ook steden gebouwd met duurzame idealen. Planoloog James Kostaras geeft zijn kritische reflectie op het fenomeen <em>smart cities</em>; het antwoord van het bedrijfsleven op het falen van de gemeenschap en de politiek om klimaatverandering, het energievraagstuk en dramatische bevolkingsgroei daadkrachtig aan te pakken. <a href="http://nos.nl/artikel/130913-masdar-city-s-werelds-eerste-co2neutrale-stad.html" target="_blank">Masdar city</a> in Abu Dhabi is zo’n stad, waar duurzaamheid tot in de haarvaten van het stedelijk weefsel is doorgedrongen. Maar gelijktijdig is het een isolering van de echte stad en de klimaatopgaven in de buitenwereld. Een duurzaam fort voor enkelen, geen oplossing veel velen.<strong><em> </em></strong></p>
<p>Een ander voorbeeld is het project ‘<a href="http://www.fastcompany.com/1684055/a-city-in-the-cloud-living-planit-redefines-cities-as-software" target="_blank">LIVING PLAN IT</a>’ in Portugal . Dit is geen stad meer zoals we hem kennen, maar een stad als perfect opererend systeem. Als gepatenteerde software om te verkopen. Hierin wonen betekent het systeem accepteren zoals dat is gecreëerd. Dergelijke ontwikkelingen roepen ernstige vragen op. Zijn we bereid onze democratische rechten op te geven om in de perfecte stad te wonen? Kan de private sector actief burgerschap accommoderen? En kan je dat van de private sector verwachten?</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><a><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="480" height="385" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/6ophEYd4A-Q?fs=1&amp;hl=en_US" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="480" height="385" src="http://www.youtube.com/v/6ophEYd4A-Q?fs=1&amp;hl=en_US" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true"></embed></object><em>Charley in New Town (1948). Engels proprograndafilmpje over het goede leven in de nieuwe stad (bron: British Film Institute)</em></a></p>
<p><strong>Gebroken idealen</strong><br />
De vrijdag van het tweedaagse congres<em> New Towns &amp; Politics</em> bleef ondanks de overvloed aan informatie boeien. Het pauzeprogramma in de bioscoop zorgde voor de vrolijke noot door Engelse <em>New Town</em> propagandafilmpjes en een gezonde dosis Hollandse softporno te serveren. Het congres heeft de breedte van de definitie en de complexiteit van het onderwerp enorm vergroot. Een belangrijke conclusie is de sterke nuancering van de rol van architecten, stedenbouwkundigen en planologen in het plannen en realiseren van nieuwe steden.</p>
<p>Was het bouwen van een nieuwe stad ooit de ultieme politieke en stedenbouwkundige daad, inmiddels hebben de traditionele planners het nakijken. Nu zijn het de technologen en economen die de eer mogen strijken. Een reactie uit de zaal vat het allemaal nog even nuchter samen: nieuwe steden zijn een fata morgana. Als je te dicht in de buurt komt verdwijnen ze. Wat overblijft is de realiteit. Een nieuwe stad is gedoemd te mislukken. Dan begint de taak van de architect opnieuw. Het repareren van gebroken idealen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Tin Shui Wai, City of sadness, is Hong Kong’s meest problematische New Town (foto: Sasalove)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-nieuwe-stad-is-een-fata-morgana/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Er kan er maar een de winnaar zijn</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/culturele-hoofdstad-van-europa/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/culturele-hoofdstad-van-europa/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 19 Dec 2010 19:10:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Simone Pekelsma</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Brabantstad]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Friesland]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Maastricht]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1598</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/2574449687_4689ac74e8_b.jpg" /> Het is makkelijk om te blijven hangen in enthousiasme en euforie. Maar voorgaande culturele hoofdsteden hebben naast successen ook laten zien dat grootste verwachtingen vaak naar beneden moesten worden bijgesteld, en soms zelfs schade aanrichtten]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zes Nederlandse steden zijn hard bezig een overtuigende kandidatuur neer te zetten voor de befaamde titel van ‘Culturele Hoofdstad van Europa’. In 2013 mag slechts één stad worden voorgedragen. Vijf zullen er verliezen. Toch zijn alle steden van mening dat de investeringen de moeite waard zijn. Met of zonder titel. Zou het dan niet efficiënter zijn om zonder al die poespas te investeren in deze beleidsterreinen? Wordt een stad er nu echter beter en mooier van als zij <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Culturele_hoofdstad_van_Europa" target="_blank">Culturele Hoofdstad</a></strong><strong> is geweest?</strong></p>
<div id="attachment_1601" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1601" href="http://ruimtevolk.nl/culturele-hoofdstad-van-europa/5003730142_e044698f69_b/"><img class="size-full wp-image-1601" title="5003730142_e044698f69_b" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/5003730142_e044698f69_b.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">2018 lijkt misschien ver weg, maar Utrecht is al uitgebreid bezig haar bevolking klaar te stomen voor het gewenste Culturele Hoofdstadjaar (foto: indigo_jones)</p></div>
<p><strong>Grootse plannen en hoge verwachtingen</strong><br />
Op het moment hebben zes Nederlandse steden aangegeven Culturele Hoofdstad van Europa te willen worden: Brabantstad, Almere, Den Haag, Maastricht, Utrecht en Friesland. Een bonte verzameling van zeer verschillende steden en regio’s. Ondanks het feit dat ze nog ruim twee jaar de tijd hebben om hun kandidatuur af te ronden, hebben de meeste steden al een redelijk duidelijk beeld van hoe hun culturele jaar er uit zou moeten komen te zien. Een rondgang langs de Culturele Hoofdstad projectgroepen en websites laat een divers beeld zien. Zo wil <a href="http://www.2018brabant.eu/" target="_blank">Brabantstad</a> bijvoorbeeld ‘de kunst van het samenleven’ vieren, waarbij aandacht wordt besteed aan economie, cultuur en welzijn. <a href="http://www.almere2018.nl/" target="_blank">Almere</a> – een bijzondere kandidatuur omdat deze wordt getrokken door een burgerinitiatief en niet (meer) door het college – wil door middel van het Culturele Hoofdstad project een ‘complete’ new town worden en haar underdog positie wegwerken. De plannen in <a href="http://www.dhch2018.nl/" target="_blank">Den Haag</a> richten zich met name op cultuurparticipatie en het versterken van de culturele infrastructuur, terwijl <a href="http://www.via2018.eu/" target="_blank">Maastricht</a> het plan heeft om de gehele Euregio bij het project te betrekken en zo een impuls aan de dynamiek in het gebied te geven. Ook <a href="http://www.utrecht2018.nl/" target="_blank">Utrecht</a> heeft internationale ambities en hoopt de stad en regio op de mondiale kaart te zetten. Friesland ten slotte geeft aan zich vooral op cultuur en zijn lokale inwoners te willen focussen.</p>
<p>De plannen die de steden hebben verschillen duidelijk van elkaar. Wat de steden echter met elkaar in gemeen hebben is dat ze allemaal hoge verwachtingen hebben van het binnenhalen van de Culturele Hoofdstad titel. Allemaal verwachten ze met het project de lokale economie, het culturele leven en het welzijn van de inwoners te verbeteren. Sommige steden verwachten zelfs te ‘winnen’ als ze in 2013 naast de titel grijpen. Dat is een interessante voorspelling die een belangrijke vraag opwerpt; als steden zulke hoge verwachtingen hebben van hun plannen, zelfs als ze zouden ‘verliezen’, waarom hebben ze dan een wedstrijd nodig om in actie te komen? Is het dan niet veel aantrekkelijker en efficiënter om simpelweg meer aandacht te hebben voor de beleidsterreinen die in de kandidaturen benadrukt worden? Volgens de kandidaat-steden is de race om de titel van Culturele Hoofdstad nuttig omdat hij samenwerking tussen steden bevordert. De steden mogen dan officieel elkaars concurrenten zijn, ze treffen en spreken elkaar regelmatig om ideeën uit te wisselen. Maar is dit wel voldoende reden om je als stad in een nationale wedren om een Europees project te werpen?</p>
<div id="attachment_1602" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1602" href="http://ruimtevolk.nl/culturele-hoofdstad-van-europa/102341829_c47f51a3d0_b/"><img class="size-full wp-image-1602" title="102341829_c47f51a3d0_b" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/102341829_c47f51a3d0_b.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Het erfgoed van Lille ECOC 2004. De tentoonstelling  “Flower Power” siert nog altijd het stadsbeeld. (foto: Ben Ward)</p></div>
<p><strong>Is het ‘t allemaal wel waard?</strong><br />
Het Culturele Hoofdstad project genereert enthousiasme, samenwerking en investeringen in beleidsterreinen die zonder de impuls van de titel minder aandacht krijgen. Maar waarom?  Er wordt ontzettend veel aan de titel opgehangen zoals economische winst, een grotere bekendheid, meer toeristen en sociale cohesie. Veel steden onderbouwen hun kandidatuur met wetenschappelijk onderzoek dat de positieve kanten van het project belicht. Zo menen<a href="http://www.tilburguniversity.edu/nl/webwijs/show/&amp;uid=g.w.richards?uid=g.w.richards" target="_blank"> Greg Richards</a>, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg, en de onderzoekers van <a href="http://www.liverpool.ac.uk/impacts08/" target="_blank">Impacts08</a> in Liverpool dat steden met het project miljoenen kunnen binnenhalen. Het project kost wat, maar kan investeringen driedubbel terugverdienen.</p>
<p>Er zijn echter ook andere geluiden, en die worden vaak niet gehoord of genegeerd. Het<a href="http://ec.europa.eu/culture/key-documents/doc926_en.htm" target="_blank"> rapport</a> van Palmer/Rae uit 2004 dat 21 culturele hoofdsteden evalueerde geeft een veel genuanceerder beeld van de successen van steden. Daarnaast zijn er ook nog vele onderzoekers die een zeer kritisch geluid laten horen. Volgens hen heeft het Culturele Hoofdstad project in steden als Liverpool, Glasgow en <a href="http://">Istanbul</a> juist schade opgeleverd op het gebied van sociale cohesie en het culturele leven: in Liverpool zijn vrijwel alle kleine en alternatieve culturele projecten uit het stadscentrum verdwenen omdat meer commerciële vormen van cultuur en een winkelgebied winstgevender waren. In Istanbul werd de historische Roma-wijk Sulukule afgebroken om plaats te maken voor ‘interessantere’ vormen van cultuur voor toeristen.</p>
<p>Heel veel Culturele Hoofdsteden hebben dergelijke controversiële projecten uitgevoerd in het kader van een cultureel jaar. Het is daarom niet overbodig het project van meerdere kanten te bekijken. Het is makkelijk om te blijven hangen in enthousiasme en euforie – helemaal wanneer je hierin gestimuleerd wordt door vijf andere steden – maar voorgaande culturele hoofdsteden hebben naast successen ook laten zien dat grootste verwachtingen vaak naar beneden moesten worden bijgesteld, en soms zelfs schade aanrichtten.</p>
<p>Het is zeker geen schande om te investeren in kunst, cultuur, participatie, economische ontwikkeling en sociale cohesie, maar steden zouden zich kunnen afvragen of ze een titel als de Culturele Hoofdstad nodig hebben om vooruitgang te boeken op deze beleidsterreinen. Het zou wel eens voor voordeliger en effectiever kunnen zijn om simpelweg een goede strategie op dit gebied te formuleren die los staat van een jaar vol activiteiten, projecten en festiviteiten.</p>
<p>Welke stad durft deze hypothese te testen?</p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Met dank aan: Heleen Huisjes (Brabantstad 2018), Ym de Roos (Almere 2018) &amp; Guido Wevers (Maastricht 2018)</em></p>
<p><em>Foto boven: Liverpool is flink op de schop gegaan voor de festiviteiten in 2008. Ondanks positieve berichtgeving zijn er ook geluiden die de keerzijde benadrukken. (foto: Jonny Boy)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/culturele-hoofdstad-van-europa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Subculturen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/subculturen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/subculturen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Dec 2010 10:49:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Dag van de ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Ontwikkelaars]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1579</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/4367673196_373581e1d4_o.jpg" /> Vreemd dat we in een tijd waar we de mond vol hebben van co-creatie en nieuwe samenwerkingsvormen, terugvallen op de vertrouwde harde kern van keurige wetenschappers, jolige ambtenaren, amicale corporatiemedewerkers, happige overheidsadviseurs en ontwikkelaars met blauwe pakken en glimmende puntschoenen.  Is het angst voor het onbekende? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><script type="text/javascript"></script><strong><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Co-creatie">Co-creatie</a> is het nieuwe modewoord in de ruimtelijke ontwikkeling. Maar de subculturen in de ruimtelijke sector halen nog vaak hun neus voor elkaar op. </strong><strong>Een aantal weken geleden was ik bij de </strong><a href="http://www.nirov.nl/Home/Projecten/Dag_van_de_Ruimte/Dag_van_de_Ruimte_2010.aspx"><strong>Dag van de Ruimte</strong></a><strong> van het </strong><a href="http://www.nirov.nl/"><strong>Nirov</strong></a><strong>. Een populair programma weliswaar, maar daar gaat het hier niet over. Wat mij opviel is iets, wat mij al vaker opviel bij vakinhoudelijke bijeenkomsten, van bouwbeurs tot planologie presentatie. Er is sprake van sterke subcultuurvorming.</strong></p>
<p>Tijdens de bijeenkomst van het Nirov werd duidelijk gesproken over “<span style="text-decoration: underline;">ons vak</span> ruimtelijke ordening &amp; volkshuisvesting”, met dito bezoekerstype: keurige wetenschappers, jolige ambtenaren, amicale corporatiemedewerkers en happige overheidsadviseurs. Toch vreemd dat, in een tijd (en op een bijeenkomst), waar men de mond vol heeft van co-creatie en nieuwe samenwerkingsvormen, men terugvalt op de vertrouwde harde kern. Is het angst voor het onbekende? Of de gevestigde vooroordelen als: “<em>Ontwikkelaars willen toch alleen maar veel geld verdienen. En beleggers zijn geen haar beter</em>.” Kwesties als de vastgoedfraude bij een gevestigde ontwikkelaar als <a href="http://www.bouwfonds.nl/">Bouwfonds</a> versterken deze vooroordelen des te meer. Alhoewel de uitspattingen van Amsterdamse corporatie <a href="http://www.rochdale.nl/">Rochdale</a> toch een vorm van herkenning moeten oproepen.</p>
<p>In de commerciële sector is het niet veel beter. Tijdens vastgoedbeurzen als Mipim en <a href="http://www.provada.nl/">Provada</a> is het een herkenbare herhaling van blauwe pakken, glimmende puntschoenen, ruim vallende horloges en bescheiden matjes. Een vergelijkbare mono-cultuur met die van een balletklas of keukenbrigade. Ook daar verwonderde mij de interne gerichtheid. De projectontwikkelaars, beleggers en bankiers willen toch niet meer alles zelf doen? Geen reusachtige risico’s meer lopen? En de tijd van 100% projectfinanciering door een vriendelijke bankier is toch ook voorgoed voorbij? Maar nee: “<em>Gemeenten snappen er niks van. En ambtenaar, dat is een luizenbaan</em>.”</p>
<p>Dat de ruimtelijke sector al langer haar karikaturen kent (als ook een slechte samenwerking) bevestigt de Belgische cartoonist Mike Hermans. Deze Belg heeft een missie: de communicatie en samenwerking tussen de verschillende bouwpartners verbeteren. Om dit te bereiken tekent hij dagelijks een <a href="http://www.archmaaik.com/index.asp?M=2&amp;lang=1">strip</a> over het leven van architect Archibald, die een architectenbureau runt samen met zijn vriend en ingenieur Gerald. Daarnaast hebben zij medewerkers in verschillende disciplines van de bouw en architectuur: aannemers, klanten, ontwikkelaars, overheid en andere bouwprofessionals.</p>
<p>Zoals Fred, de aannemer, die<strong> </strong>Archibalds ideeën in de praktijk moet omzetten. Hij is praktisch ingesteld en heeft een hekel aan architecten met onrealistische eisen. Het is niet te verwonderen dat hij regelmatig in de clinch ligt met Archibald. Of Frank, de projectontwikkelaar, die alleen maar geld wil verdienen met het bouwen van projecten, of ze nu mooi of lelijk zijn. En George, de stedenbouwkundige ambtenaar, die liever lui is dan moe, traag, goed in het vertragen van dossiers, onlogisch qua redeneren, kent niets van bouwen en architectuur (hij is overgeplaatst van een andere dienst) en weet alles beter.</p>
<p>Deze Belgische karikaturen houden ons eens te meer een spiegel voor, over de subcultuurvorming in de branche en de moeizame samenwerking hierdoor. Zonde. Zoals je na de pubertijd ineens geen gothic of gabber meer bent, zo is het nu tijd dat de ruimtelijke sector hierin volwassen wordt. Ontstijg de subcultuur, gooi vooroordelen over boord, geen hooghartig gedrag meer en kijk verder dan je neus lang is. De samenwerking tussen de subculturen is nodig en kansrijk, zeker voor binnenstedelijke herontwikkeling, maatschappelijk vastgoed, maar ook een kans voor nieuwe producten op de woningmarkt.</p>
<p>Denk eens aan de inkomensgroep € 33.000 &#8211; € 45.000 die nu, zowel voor sociale huurwoningen als betaalbare koopwoningen, buiten de boot dreigt te vallen. Een product voor deze doelgroep dient meerdere belangen. De corporatie is gebaat bij de doorstroming die het tot gevolg kan hebben. De ontwikkelaar of bouwer kan een nieuw marktsegment aanboren. En er is een groeiende interesse van beleggers om woningen in deze prijsklasse in belegging te nemen. Genoeg aanknopingspunten voor een samenwerking lijkt me.</p>
<p>Of de nieuwbouw van een ziekenhuis, zoals het <a href="http://www.gemini-ziekenhuis.nl/page.asp?mid=20122&amp;mn=2">Gemini</a> in Den Helder, waar de ontwikkelaar, architect en adviseurs al in de initiatief fase betrokken worden en dit tot de exploitatiefase blijven. Het verantwoordelijke consortium gaat het nieuwe Gemini ziekenhuis, ontwikkelen, bouwen en de eerste 25 jaar beheren. Een slimme samenwerking met voordelen voor alle deelnemers.</p>
<p>Wat kan een eerste stap zijn tot toenadering? Kunnen we dit (sub)cultuurverschijnsel ooit doorbreken? De subculturen op het schoolplein wilden in de pauze immers ook niet met elkaar gezien worden. Daarentegen, na het eindexamen, bij een nieuwe studie, vaak in een nieuwe stad, begint iedereen opnieuw. De hippie en de punker zien de uiterlijke verschillen niet meer en vinden elkaar in een gedeelde interesse voor een vakgebied.</p>
<p>Aangezien we nu ook aan de vooravond van iets nieuws, een nieuwe stroming, “post-crisis”, lijken te staan, stel ik voor dat we nu ook “opnieuw beginnen”. Met de gedeelde interesse, het vak ruimtelijke ontwikkeling als leidmotief.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Pim Geerts,</em><em><a href=" www.beeldopbouw.com" target="_blank"> www.beeldopbouw.com</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/subculturen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een betere definitie van ‘ruimtelijke dichtheid’</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-betere-definitie-van-ruimtelijke-dichtheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-betere-definitie-van-ruimtelijke-dichtheid/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Dec 2010 19:00:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1542</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/1.jpg" /> In de planologie en stedenbouwkunde wordt het begrip ‘dichtheid’ nog steeds veelvuldig toegepast. Met wisselend succes: zoveel woningen per hectare, zoveel vloeroppervlakte per grondgebied; wat zegt het eigenlijk? Vijftig kleine]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de planologie en stedenbouwkunde wordt het begrip ‘dichtheid’ nog steeds veelvuldig toegepast. Met wisselend succes: zoveel woningen per hectare, zoveel vloeroppervlakte per grondgebied; wat zegt het eigenlijk? Vijftig kleine huizen of een grote toren met vijftig woningen, dat zijn toch totaal verschillende manieren om een hectare in te vullen? Het boek <a href="http://www.naipublishers.nl/architectuur/spacematrix.html">Space Matrix</a> van onderzoekers Per Haupt en Meta Berghauser Pont van de TU Delft proberen te komen tot een minder elastische definitie van het begrip.</strong></p>
<p><strong><a rel="attachment wp-att-1548" href="http://ruimtevolk.nl/een-betere-definitie-van-ruimtelijke-dichtheid/spacematrix_omslag_totaal/"><img class="alignnone size-full wp-image-1548" title="Spacematrix_omslag_totaal" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Spacematrix_omslag_totaal.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><br />
</strong></p>
<p>Het komt regelmatig voor dat een provincie een andere visie heeft over de te realiseren dichtheid op een plek dan de betrokken gemeente. Space Matrix is een poging tot een betere definitie van ‘ruimtelijke dichtheid’ te komen, in de woorden van Berghauser Pont en Haupt een multivariabele en schaalafhankelijke definitie. Daardoor kan de mismatch tussen de in het programma vastgelegde dichtheid en de gewenste stedelijke kwaliteit voorkomen worden, wat door toenemend ruimtegebrek steeds belangrijker wordt.</p>
<p>Het boek begint met een historische analyse. Waar het begrip dichtheid in de middeleeuwen niet meer was dan het resultaat van een ongecontroleerd proces, ging men het in de 19<sup>e</sup> eeuw gebruiken bij de diagnose van de overbevolkte, zieke stad. Zoals bij de vaststelling van het aantal choleragevallen in volkswijken. Vervolgens omschreef men maximale dichtheden voor de gezonde nieuwe tuinstad. In recentere tijden wordt het begrip dichtheid met enige argwaan gebruikt. Het is inmiddels besmet door de stedenbouwkundige missers van technocraten die alles in hoeveelheden uitdrukten en onderwijl de kwaliteit uit het oog verloren. De context is er tegenwoordig een van ruimtelijke schaarste: hoeveel bebouwing kan ergens gerealiseerd worden, ongeacht andere factoren.</p>
<p>Vervolgens worden verschillende dichtheidsdefinities naast elkaar gezet. De drie essentiële parameters waarmee de matrix opgezet kan worden, blijkt bruto vloeroppervlak per hectare, bebouwingspercentage en het aantal wegen/verbindingen). Korrelgrootte<strong> </strong>en begrenzing worden ook gekoppeld aan de matrix: de uiteindelijke dichtheid hangt ook nog samen met het schaalniveau van de bebouwing. Op bouwblokniveau is er een andere dichtheid dan op wijkniveau. Dat leidt wel tot het probleem waar de grens ligt: valt het water van de gracht wel of niet binnen je oppervlak als je de dichtheid van de grachtengordel analyseert?</p>
<div class="mceTemp">
<dl id="attachment_1549" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px;">
<dt class="wp-caption-dt"><a rel="attachment wp-att-1549" href="http://ruimtevolk.nl/een-betere-definitie-van-ruimtelijke-dichtheid/attachment/23/"><img class="size-full wp-image-1549" title="23" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/23.jpg" alt="" width="510" height="425" /></a>D<span style="line-height: 17px; font-size: 11px;">e spacematrix met zijn assen: FSI representeert intensiteit, GSI representeert compactheid, N staat voor netwerk binnen het gebied</span></dt>
</dl>
</div>
<p>Door te variëren met de drie parameters is een hele serie volumemaquettes ontstaan: constant bruto vloeroppervlak, verschillend bebouwd oppervlak, constant bebouwd oppervlak, verschillende netwerkdichtheid en zo voorts, de variatie is oneindig. Maar wanneer concrete beperkingen geïntroduceerd worden, zoals grenzen aan bebouwingsdieptes, ontstaat er samenhang. Woningen van 2m of 20m diep vallen immers buiten praktische grenzen, en daarmee zijn de mogelijkheden plots niet meer zo oneindig. Dat deze relatie tussen dichtheid en stedelijke vorm niet te vaag is maar ook niet te bepalend wordt, is aannemelijk gemaakt aan de hand van geanalyseerde voorbeelden uit Nederland, Berlijn en Barcelona en van zelf gegenereerde variaties.</p>
<p>Nu wordt het mogelijk deze nieuw gedefinieerde dichtheid te koppelen aan meetbare zaken als de mogelijkheid voor daglicht om het interieur van het gebouw ongehinderd te bereiken en parkeercapaciteit, beide dichtheidsafhankelijk. Zo kunnen de prestaties van verschillende stedelijke massa’s met elkaar vergeleken worden. In het laatste deel van het boek zijn concrete toepassingen van space matrix opgenomen door het bureau van beide auteurs, <a href="http://www.permeta.nl/">Permeta</a>.</p>
<p>In <a href="http://www.parkstad-limburg.nl/">Parkstad</a> werd de matrix bijvoorbeeld gebruikt om verschillende dichtheden voor te schrijven teneinde het diverse karakter van de bestaande bouw en vervangende nieuwbouw te versterken. Bij de analyse vijf jaar later bleek dat teveel gebouwen zich teveel in een eigen richting ontwikkeld hadden en een te vaag omschreven gebiedsgrens het beoogde effect in de weg hadden gestaan.</p>
<p>Bij het project <a href="http://www.zuidoostlob.amsterdam.nl/main.asp?display_framework=startpagina">Zuidoostlob</a> werd de matrix ingezet voor de analyse van een bestaande structuur, met daarbij de vraag welk gebied het meest geschikt was voor transformatie tot een stedelijk gebied met gemengde functies. Daar bleek het aantal wegen de belangrijkste factor om tot een keuze te komen. Het laatste voorbeeld betreft een gebied in Alkmaar waar al een verstedelijkingsplan gemaakt was met te weinig bebouwing. Hier werden verschillende strategieën, waaronder reductie van het open terrein en verhoging van bouwvolumes naast elkaar gezet.</p>
<p>Zo opent de Space Matrix door een nieuwe en minder vrijblijvende definitie van dichtheid de weg naar heldere stedenbouwkundige randvoorwaarden: prestatiegedreven, met stedelijke dichtheid gekoppeld aan zaken als parkeercapaciteit en daglichteisen. Maar zonder het geforceerd vastleggen van beeld of programma. Dat klinkt deterministisch maar het geeft juist grote ontwerpvrijheid bij beter vastgelegde relevante parameters.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: maquettes van de tentoonstelling Dwelling on Density, Delft faculteit bouwkunde, 2004</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-betere-definitie-van-ruimtelijke-dichtheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De bouw en Nokia</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-bouw-en-nokia/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-bouw-en-nokia/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Dec 2010 20:00:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1249</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/IMG_1146.jpg" /> Er zijn onheilspellende parallellen te trekken tussen de bouwsector, Nokia en de Titanic. De bouwsector moet onrustig worden en gaan nadenken over haar eigen toekomst van de bouw.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het kan snel gaan in de economie. De ene dag is een bedrijf nog top, dan opeens flop. Het <a href="http://www.nokia.nl/" target="_blank">Nokia</a>-effect. Nokia, een blozend gezond bedrijf met verbluffende groeicijfers, en opeens… missen ze elke smart-phone-slag en zijn ze op sterven na dood. Analyse: te laat gereageerd op ontwikkelingen in de markt.</p>
<p>Het gevaar de slag te missen ligt niet alleen voor een bedrijf op de loer. Dat kan ook een hele sector gebeuren. Zou het zelfs de bouwsector kunnen overkomen? Oei, dat zou rampzalig zijn. Op de bouw en alles daar direct omheen, drijft onze economie. Dus vooral gezond houden die bouw! Alle hens aan dek.</p>
<blockquote><p>Sector pas op dat je door het kijken naar die ‘dip’ het zicht op de toekomst verliest.</p></blockquote>
<p>Nu doemen er wel een paar grote ijsbergen op voor de boeg van onze economische tanker, de bouw. Het devies is dan ook om op tijd te navigeren, want anders… <a href="http://www.google.nl/search?client=safari&amp;rls=en&amp;q=google&amp;ie=UTF-8&amp;oe=UTF-8&amp;redir_esc=&amp;ei=KnkGTfy8OYihOqLU0NYN#hl=nl&amp;expIds=17259,24472,27147,27373,27585&amp;xhr=t&amp;q=titanic&amp;cp=3&amp;pf=p&amp;sclient=psy&amp;client=safari&amp;rls=en&amp;source=hp&amp;aq=0&amp;aqi=&amp;aql=&amp;oq=tit&amp;gs_rfai=&amp;pbx=1&amp;fp=1da6b71c5a70c558" target="_blank">google</a> maar eens op Titanic. De Titanic liep al vast op één ijsberg. Maar voor de boeg van de Bouw-tanker doemen er zelfs vier op.</p>
<p>IJsberg 1, het beleid om fiks uit te breiden, in grote vinex-aantallen, loopt ten einde: de weilanden zijn vol. Dus daar gaat de bouw geen grote aantallen meer maken. IJsberg 2 is de krimp in de markt. De bevolking gaat krimpen, en ook van de veronderstelde groei van huishoudens is niet veel te verwachten. (zie ‘<a href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-on-waarheid-van-het-groeiende-aantal-huishoudens/">De (on-)waarheid van het groeiende aantal huishoudens’</a>). De derde IJsberg bestaat er uit dat helaas ook de gehoopte groeimarkt van senioren erg tegenvalt. Van die markt wel lang veel verwacht. Maar voor senioren hoeft nauwelijks extra te worden gebouwd, ze verhuizen niet (zie ‘<a href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-senioren-leegstand/">De senioren leeg-stand</a>’). En dan de vierde ijsberg, dat is dat ook de markt van kantoren dramatisch slecht is. Kantoren, die hebben we niet ‘meer dan genoeg’ maar zelfs ‘<em>veel</em> meer dan genoeg’.</p>
<p>Blijft er nog ergens een economisch bevaarbaar stukje over? Is er nog ergens onbelemmerd marktgebied voor de bouw? Herstructureringsopdrachten wellicht? Tja. da’s duur voor opdrachtgevers en hun geld is schaars. Verbouwingen bij particuliere klanten? Zou kunnen, de btw is al verlaagd, maar is dat echt substantiële omzet? En verder? Wat resteert er nog aan kansrijke toekomstige markt voor de bouw. Ik kan het even niet bedenken, het is de categorie ‘nog nader in te vullen’. Nou, dat mag dan wel eens heel snel ingevuld worden.</p>
<p>Wordt er genavigeerd op de bouw-tanker ? Is er een route in beeld? Ja, inderdaad, de woningmarkt zit momenteel vast. Dus navigeren lijkt nu niet zo heel zinvol. Maar dat is het juist wel. Sector pas op dat je door het kijken naar die ‘dip’ het zicht op de toekomst verliest. Dat je door die bomen het bos niet meer ziet. Pas op voor: <em>“Ach het valt allemaal wel mee. Laten we maar eens wachten tot de markt weer aantrekt, dan maken we een plan, dan komt alles goed.&#8221;</em></p>
<p>Word onrustig! Ga nu al nadenken over de toekomst van de bouw. Mis de echte slag niet, want dan ben je veel sneller dan je denkt: de volgende Titanic of (eigentijdser) de volgende Nokia.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: IJsbergen voor de kust van IJsland (foto: Sjors de Vries)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-bouw-en-nokia/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Meedenken met het nieuwe kabinet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/meedenken-met-het-nieuwe-kabinet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/meedenken-met-het-nieuwe-kabinet/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Dec 2010 19:31:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[BZ]]></category>
		<category><![CDATA[EHS]]></category>
		<category><![CDATA[eleni]]></category>
		<category><![CDATA[I&M]]></category>
		<category><![CDATA[mainports]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[VROM]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1409</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/100913_def_eutro-copy-deel.jpg" /> Het kabinet Rutte is een ruime maand aan de slag. Het ministerie van VROM is opgeheven, daarvoor in de plaats is het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&#38;M) gekomen. De]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het kabinet Rutte is een ruime maand aan de slag. Het ministerie van VROM is opgeheven, daarvoor in de plaats is het <a href="http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm">ministerie van Infrastructuur en Milieu</a> (I&amp;M) gekomen. De M van milieu is dus nog goed terechtgekomen. De V van Volkshuisvesting is opgelost in de term Wonen en is samen met Wijken en Integratie, ingetrokken bij het departement van Binnenlandse Zaken. Maar hoe het gaat met RO van Ruimtelijke Ordening? In het regeerakkoord staat dat het kabinet komt met voorstellen de ruimtelijke ordening meer over te laten aan provincies en gemeenten. Ik ben benieuwd naar de voorstellen en denk in de tussentijd graag met het kabinet mee.</strong></p>
<p>Even terug naar de essentie: ruimtelijke ordening, waar gaat dat eigenlijk over? Laten we eens even al onze voorkennis overboord gooien en de Van Dale erbij pakken. Wat zegt die hierover? <em>‘Or·de·ning de; v &#8211; regelmatige schikking, regeling: ruimtelijk ~ beleid van de overheid ten aanzien van planologische vraagstukken’</em>. Oké, maar planologische vraagstukken, dat is ook weer zo’n term. Even verder zoeken. <em>‘Pla·no·lo·gisch bn, bw de planologie betreffend. Pla·no·lo·gie de; v leer van de ruimtelijke ordening, van de inrichting van het land’</em>. Ah, het gaat dus om het overheidsbeleid voor de inrichting van ons land. Sinds de Tweede Wereldoorlog werd dat beleid door het Rijk altijd netjes vervat in de Nota Ruimtelijke Ordening. Maar sinds een paar maanden hebben we dus helemaal geen ministerie meer dat gaat over dat beleid en wil het kabinet af van de verantwoordelijkheid voor het beleid voor de inrichting van ons land.</p>
<div id="attachment_1411" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1411" href="http://ruimtevolk.nl/blog/meedenken-met-het-nieuwe-kabinet/nota-ruimte_stedelijke-netwerken_sm/"><img class="size-full wp-image-1411" title="Nota-Ruimte_Stedelijke-Netwerken_sm" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Nota-Ruimte_Stedelijke-Netwerken_sm.jpg" alt="" width="510" height="274" /></a><p class="wp-caption-text">Nota Ruimte: Kaart Stedelijke Netwerken (bron: notaruimteonline.vrom.nl)</p></div>
<p>Je zou kunnen betogen dat het vaststellen van de <a href="http://notaruimteonline.vrom.nl/index.htm">Nota Ruimte</a> in 2006 (de ordening is in de naamgeving van deze nota al gesneuveld), al de opmaat was naar de afschaffing van het ministerie van VROM. Het motto van deze nota was immers: ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Provincies en gemeenten hebben sindsdien meer te zeggen over hun eigen achtertuin, afgezien van een aantal zaken waar de Rijksoverheid zich over blijft ontfermen. Zo richt zij zich op de <a href="http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640949&amp;_dad=portal&amp;_schema=PORTAL&amp;p_node_id=1097801">Ecologische Hoofdstructuur</a> en nationale landschapsparken, het hoofdwegennet, de <em>mainports</em> Schiphol en de haven van Rotterdam, de <em><a href="http://www.greenportsnederland.nl/">greenports</a></em>; regio’s met veel bollen-, bloemen- en bomenteelt en glastuinbouw, en op zes stedelijke netwerken: Randstad Holland, <a href="http://www.brabantstad.nl/">Brabantstad</a>, <a href="http://www.zuidlimburg.nl/">Zuid-Limburg</a>, Twente, <a href="http://www.destadsregio.nl/">Arnhem-Nijmegen</a> en <a href="http://www.regiogroningenassen.nl/">Groningen-Assen</a>.</p>
<p>De meeste van deze dossiers zullen soepel onder een nieuwe vlag worden opgepakt. Zo zullen de Ecologische Hoofdstructuur, de nationale landschapsparken, hoofdwegen en <em>mainports</em> nu vast worden opgepakt door het nieuwe ministerie voor Infrastructuur en Milieu en zullen de <em>greenports</em> wel worden opgepakt door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&amp;I). Alleen, wat gebeurt er met de zes stedelijke netwerken?</p>
<p>De Nota Ruimte kent prioriteit toe aan deze nationale stedelijke netwerken en de daarbinnen gelegen economische kerngebieden ter versterking van de kracht van steden en de internationale economische concurrentiepositie. Naast een (stads)regionale benadering van deze netwerken, is een benadering op het ‘hogere schaalniveau van de nationale stedelijke netwerken’ onontbeerlijk. Samen sta je immers sterk, aldus de nota. Die gedachte is politiek gezien misschien wel een beetje gedateerd. Was het motto van het laatste kabinet van Balkenende nog ‘samen werken, samen leven’, het motto van het nieuwe kabinet, ‘vrijheid en verantwoordelijkheid’ heeft toch iets meer weg van een ieder-voor-zich-mentaliteit.</p>
<div id="attachment_1427" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1427" href="http://ruimtevolk.nl/blog/meedenken-met-het-nieuwe-kabinet/amsterdam-region-2040_rv-klein/"><img class="size-full wp-image-1427" title="Amsterdam-region-2040_RV-klein" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Amsterdam-region-2040_RV-klein.jpg" alt="" width="510" height="274" /></a><p class="wp-caption-text">Impressie Amsterdam Region 2040 (bron: Lay-out #12, Ontwerpen aan de regionale opgave: De Amsterdam Region, Stimuleringsfonds voor Architectuur i.s.m. Inbo, oktober 2010)</p></div>
<p>Het <a href="http://www.pbl.nl/">Planbureau voor de Leefomgeving</a> heeft het nieuwe kabinet afgelopen juni nog beleidsadvies meegegeven als het gaat om de stedelijke ontwikkeling. De toekomst van de stad ligt in de regio, zeggen zij. Aanbevelingen zijn: het benutten van de kwaliteit van een plek, aandacht besteden aan een goed ruimtelijk ontwerp van niet alleen functies, maar juist van de openbare ruimte, grenzen en verbindingen tussen verschillende milieus, en afstemmen van verschillende (her)ontwikkelingen in de stedelijke regio om te voorkomen dat ze elkaar in de weg gaan zitten. Volgens het planbureau moet ruimtelijke afstemming daartoe op een hoger bestuurlijk niveau plaatsvinden dan dat van de stad, namelijk op het niveau van de stedelijke regio en zelfs van het Rijk.</p>
<p>Op zich lijkt mij het opheffen van het ministerie van VROM en het zoveel mogelijk decentraal organiseren van ruimtelijke ordening geen slechte daad, maar hoe moet het nou met dat beleid voor stedelijke ontwikkeling? Het kabinet wil ruimtelijke ordening afwentelen op provincie en gemeente terwijl het Planbureau voor de Leefomgeving in stedelijke ontwikkeling juist een sterke rol ziet weggelegd voor de stedelijke regio en het Rijk. Wat is nu wijsheid?</p>
<blockquote><p>Zorg dat stedelijke netwerken als geheel binnen één provincie vallen en laat die provincie de regie voor stedelijke ontwikkeling op zich nemen.</p></blockquote>
<p>Ik grijp de wens van het kabinet om provinciaal bestuur in de Randstad op te waarderen aan voor de volgende oplossing: zorg dat stedelijke netwerken zoals die in de Nota Ruimte zijn geformuleerd, elk als geheel binnen één provincie vallen en laat die provincie de regie voor stedelijke ontwikkeling op zich nemen. Op dit niveau wordt de grofmazige inrichting van de ruimte bepaald, op het niveau van de gemeente wordt deze inrichting verder verfijnd. Op nationaal niveau moet echter ook afstemming tussen de stedelijke netwerken plaats vinden. Deze afstemming zal met name gaan over het versterken van de concurrentiepositie van de stedelijke netwerken op zich en het geheel van stedelijke netwerken in Nederland en is daarmee vooral economisch van aard. Mijn advies, leg deze taak dan ook neer bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Ik ben benieuwd naar de voorstellen van het kabinet, maar ook zeker naar reacties van andere geïnteresseerden in dit onderwerp!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Deel kaart Eutropolitan, concept van Maurer United Architects; het stedelijk netwerk van de Maas-Rijn regio gevisualiseerd aan de hand van de metrokaart van Londen, voor de gehele afbeelding: <a href="http://www.ambitiekaart.eu">www.ambitiekaart.eu</a> </em><em>(bron: Maurer United Architects, <a href="http://www.maurerunited.com">www.maurerunited.com</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/meedenken-met-het-nieuwe-kabinet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Omarmen van leegte</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/omarmen-van-leegte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/omarmen-van-leegte/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Dec 2010 11:36:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Floor Tinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[detroit]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[heerlen]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[liverpool]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1431</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Nederlands-Paviljoen-Architectuurbiennale-2010-Foto-Rietveld-Landscape.jpg" /> Nu de economische crisis onze gejaagde levens tot een pas op de plaats maant en leegstand op vele plekken eerder regel dan uitzondering is, zijn er twee opties: zitten kniezen en wachten tot de markt weer aantrekt, of leegstand met een gezonde dosis creativiteit benutten. De creatieve sector doet het laatste.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><strong>Nu de economische crisis onze gejaagde levens tot een pas op de plaats maant en leegstand op vele plekken eerder regel dan uitzondering is, zijn er twee opties: zitten kniezen en wachten tot de markt weer aantrekt, of leegstand met een gezonde dosis creativiteit benutten. De creatieve sector kiest voor het laatste.</strong></strong></p>
<p>Tijdens het <a href="http://www.skor.nl/artefact-5018-nl.html" target="_blank">symposium LOKO10</a>, over kunst en monumenten in de veranderende stad, stond onder andere de rol van kunstenaars en architecten bij vraagstukken rondom leegstand en krimp centraal. Aan het woord kwam onder andere landschapsarchitect Ronald Rietveld (Rietveld Landscape), die verantwoordelijk was voor de invulling van het Nederlandse paviljoen tijdens de <a href="http://www.labiennale.org/en/architecture/exhibition" target="_blank">Architectuurbiënnale 2010</a>. De boodschap van Rietveld was helder. Het paviljoen gesitueerd in de Venetiaanse Giardini, staat afgezien van enkele maanden per jaar, al 39 jaar lang leeg. Ditzelfde geldt voor een hoeveelheid aan vuurtorens, watertorens, molens, kerken, kloosters en andere publieke gebouwen in Nederland.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Zee van leegstand</strong><br />
De tentoonstelling ‘Vacant NL’ maakte de zee van leegstand op indringende wijze voelbaar. Vijfduizend blauwe foam-gebouwtjes variërend van de 17e tot aan de 21e eeuw, zweefden boven de hoofden van de bezoekers in een verder leegstaand paviljoen. Rietveld ging met de presentatie echter nog een stapje verder door niet alleen leegstand te signaleren, maar deze ook te koppelen aan de Nederlandse ambitie om in 2020 tot de top vijf van kenniseconomieën ter wereld te behoren. Door de leegstand tijdelijk te benutten met kruisbestuivingen tussen creativiteit, techniek en wetenschap kan Nederland op termijn weer mondiaal meespelen op het terrein van de creatieve industrie, dat één van de vijf sleutelgebieden binnen de Nederlandse Kennis en Innovatie Agenda vormt.</p>
<p>Voor Rietveld is tijdelijkheid een cruciale factor. Het tijdelijke karakter zorgt er namelijk voor dat er ruimte is voor experiment, waardoor er niet vooraf in eindbeelden wordt gedacht. Juist door professionals uit diverse vakgebieden samen de ruimtelijke condities van het leegstaand vastgoed te laten onderzoeken, kunnen er nieuwe impulsen ontstaan. <em>Old stuff triggers new ideas</em>, zoals de stadsactiviste <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jane_Jacobs" target="_blank">Jane Jacobs</a> in de jaren ’60 van de vorige eeuw al opmerkte.</p>
<p>Duidelijk wordt dat er steeds meer aandacht is voor de creatieve invulling van plekken die in de tussentijd leeg staan. Beeldend kunstenaar Sabrina Lindemann (<a href="http://www.optrektransvaal.nl/">Mobiel projectbureau OpTrek</a>) en architect Iris Schutten (<a href="http://www.irisschutten.net/">Studio Iris Schutte</a>) organiseerden tussen 2007 en 2009 een serie succesvolle ‘<a href="http://www.hoteltransvaal.com/lab/">Laboratoria voor de Tussentijd</a>’ in de Haagse herstructureringswijk Transvaal. Hiermee keken ze met interdisciplinaire teams variërend van architecten, stedenbouwers, sociologen en kunstenaars naar de kansen die braakliggend terrein en leegstaande panden te bieden hebben.</p>
<p>Recentelijk ontwikkelden Lindemann en Schutten een nieuw model voor omgang met leegstand. Een oud wijk- en dienstencentrum in Transvaal dient hiervoor als testlocatie. Het plan is om twee jaar lang met bewoners en organisaties uit de buurt het gebruik van het gebouw te toetsen aan de mores van de werkelijkheid. Na die periode wordt een bouwplan gemaakt waarin de wensen ten aanzien van het gebruik zijn opgenomen. Dit kan variëren van de sociale invulling van het gebouw, tot aan praktische zaken zoals de plaatsing van een nieuwe ingang voor het pand. Binnen dit model zijn bewoners mede-eigenaar van het plan. Een benadering die aanzet tot een grotere zelfstandigheid en mondigheid ten aanzien van de leefomgeving. Ondanks de potentie die het plan met zich meedraagt, is het project vastgelopen op het feit dat de gemeente om economische redenen het pand nu zo snel mogelijk wil gaan verkopen en daarvoor zelfs zo ver wil gaan de bestemming van het pand te wijzigen. Bijzonder jammer, want het was een interessante proef voor co-creatie in de stedelijke praktijk geweest.</p>
<div id="attachment_1435" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1435" href="http://ruimtevolk.nl/omarmen-van-leegte/michigan-theatre-detroit-foto-luc-janssens/"><img class="size-full wp-image-1435" title="Michigan-Theatre,-Detroit,-Foto-Luc-Janssens" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Michigan-Theatre-Detroit-Foto-Luc-Janssens.jpg" alt="" width="510" height="339" /></a><p class="wp-caption-text">Michigan-Theatre, Detroit (Foto: Luc-Janssens)</p></div>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Krimp als kans</strong><br />
Naast leegstand door economische bouwstop, wordt Nederland net als de rest van Europa bedreigd door een ander probleem: demografische krimp. In de perifere gebieden hangt dit gegeven ons als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Maar in plaats van toe te geven aan krimpangst, kan ook hier toekomstige leegte als kans gezien worden.</p>
<p>Zo heeft het Utrechtse kunstenaarsplatform <a href="http://www.expodium.nl/" target="_blank">Expodium</a> een artist in residence programma in de shrinking city Detroit opgezet om nieuwe strategieën in de openbare ruimte te ontwikkelen. Ze sturen kunstenaars op pad om het stedelijk weefsel van Detroit te verkennen en onderdeel te worden van de heersende sociale structuren. De informatie en ervaringen die ze in de voormalige auto-industriestad opdoen, nemen ze vervolgens weer mee naar Utrecht.</p>
<p>Ook kunstenaar <a href="http://www.jeanneworks.net/" target="_blank">Jeanne van Heeswijk</a> is actief in een krimpregio. De komende 2,5 jaar is zij in opdracht van de Liverpool Biënnale actief in Anfield, een wijk in Liverpool waar de inwoneraantallen de afgelopen decennia drastisch gedaald zijn. Van de 1400 huizen, zijn er nog maar zo’n 400 bewoond. Associaties met een spookstad zijn hierdoor snel gelegd. Van Heeswijk is van plan om met jonge, werkloze bewoners een serie nieuwe huizen te bouwen op een braakliggend terrein. Het doel hierbij is dat de jongeren zelforganiserend te werk gaan. Naast de invloed die ze hiermee uitoefenen op hun eigen leefomgeving, leren ze tegelijkertijd een vak beheersen. De krimp wordt hierdoor een kans voor hun om de toekomst weer naar eigen hand te kunnen zetten. Daarnaast wil Van Heeswijk ook inzetten op een zelfvoorzienende moestuin naast de nieuw te bouwen woningen, die overigens allemaal uit materialen van de afbraakhuizen afkomstig zullen zijn. Het enige struikelblok hierbij is dat de rode bakstenen en houten balken, ook gewillig handelswaar zijn voor dure lofts van hippe Londenaren. Het sloopmateriaal is dus ondanks de enorme hoeveelheid aan leegstand een schaars goed geworden.</p>
<p>Dichter bij huis zijn 2012 architecten methodieken aan het opzetten om steden zelfvoorzienend te maken. Onlangs voerde het bureau een onderzoeksproject uit bij Heerlen, onderdeel van Parkstad Limburg, waar als eerste in Nederland de bevolkingsaantallen dalen. Met het Recyclicity model wil het architectenbureau steden via hergebruik transformeren tot een ecosysteem. Hierbij wordt sloopafval verwerkt tot nieuw bouwmateriaal, een lege flat veranderd in een champignonkwekerij, of kan een leegstaande kerk dienst doen als ‘parkerkgarage’. Of de wijken rondom Heerlen ooit zo zelfvoorzienend zullen worden, hangt af van de politiek. De plannen maken in ieder geval duidelijk dat krimp geen reden hoeft te zijn om bij te pakken neer te gaan zitten. In veel gevallen leiden de projecten zoals gepresenteerd door de kunstenaars en architecten, tot nieuwe vormen van samenleven, waarbij zelfredzaamheid een cruciale factor speelt.</p>
<p>De kracht van de creatieve sector in deze krimp en leegstandsgebieden, is dat ze nieuwe impulsen weet te genereren voor plekken die ogenschijnlijk verloren lijken. Ze raakt er niet door overweldigd, maar grijpt de leegte met beide handen aan.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Dit artikel is gescrheven naar aanleiding van het symposium LOKO10, over kunst en monumenten in de veranderende stad. Meer info: </em><a href="http://www.skor.nl"><em>www.skor.nl</em></a><em> en </em><a href="http://www.stroom.nl"><em>www.stroom.nl</em></a></p>
<p><em>Foto boven: Nederlands-Paviljoen,-Architectuurbiennale-2010 (Foto: Rietveld Landscape)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/omarmen-van-leegte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het failliet van de woonconsument; leve de woonprosumer!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-failliet-van-de-woonconsument-leve-de-woonprosumer/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-failliet-van-de-woonconsument-leve-de-woonprosumer/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Dec 2010 19:45:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[woonconsument]]></category>
		<category><![CDATA[Woonprosumer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1422</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/IMG_8499_copyc-Reitdiep-Groningen-foto-Suzanne-Matrosov-Vruggink.jpg" /> De verwende, luie Nederlandse woonconsument -ooit treffend beschreven door Gerard Reve met: “Groots en meeslepend wil ik leven. Maar met behoud van maandsalaris”- heeft zijn langste tijd gehad]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ach, die arme Nederlandse woonconsument. Hij wilde wonen. Maar hij kon niet. Hij is failliet. Niet door de kredietcrisis, niet door het gebrek aan woningen maar door zijn eigen passieve gedrag. Het wordt tijd dat de woonconsument uit zijn luie stoel opstaat en actief meewerkt aan de productie van aantrekkelijke woningen.</p>
<p>Het is een terugkerende sketch in de Britse comedyserie <a href="http://www.youtube.com/watch?v=lJRtMbuo0Hs&amp;feature=related">Little Britain</a>; de dikke, verwende, in een rolstoel zittende Andy en zijn overbezorgde vriend Lou. Iedere keer als Lou probeert om Andy op al zijn wenken te bedienen -en even niet kijkt- doet Andy precies waar hij zelf zin in heeft.  Sketches die grote overeenkomst vertonen met het gedrag van de Nederlandse woonconsument.</p>
<p>Aan de aanbodkant wordt vertwijfeld gepoogd de woonconsument in kaart te brengen. Waarden- en leefstijlonderzoeken worden uit de kast getrokken, <em>Mentalitymaps</em> opgesteld, <em>Soulife</em> uitgevoerd, er wordt leefconceptgericht ontwikkeld, een <em>Brand Strategy Research</em> losgelaten of een <em>Community</em> Concepts uit de hoed getoverd. Interessant en trendy klinkende Engelse termen want de lifestyle-benadering heeft een verkoop-PR- en marketingachtergrond. Dat zou al een reden moeten zijn om de wenkbrauwen bij de woonconsument te doen fronsen. Maar nee, hij slikt alles voor zoete <em>cheesecake</em>.</p>
<div id="attachment_1424" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1424" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-failliet-van-de-woonconsument-leve-de-woonprosumer/img_8515_copy-foto-van-suzanne-matrosov-vruggink/"><img class="size-full wp-image-1424" title="IMG_8515_copy-foto-van-Suzanne-Matrosov-Vruggink" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/IMG_8515_copy-foto-van-Suzanne-Matrosov-Vruggink.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">(Foto: Suzanne Matrosov-Vruggink)</p></div>
<p>Want de Sober Filosoferenden, de Spiritueel Altruïsten, de Stille Luxegenieters, de Ruimdenkers en de Gemaksgeoriënteerden weten niet beter. De woonconsument wil individueel zijn én met de groep meedoen. En dat wil iedereen. Het is trendy om jezelf te zijn en dat ook in je woning tot uitdrukking te brengen. Zoals in de film <em>Life of Brian</em> van Monty Python uit 1979 waar Brian het volk toeschreeuwt: <em><a href="http://www.youtube.com/watch?v=LQqq3e03EBQ">“You are all individuals!”</a></em>waarop het volk en masse terugschreeuwt: <em>“YES! WE ARE ALL INDIVIDUALS!”</em>. Woonconsumenten zijn conformisten verkleed als non-conformisten. Degene die niet weten wat ze willen hebben een groot probleem. Omgekeerd: wee degene die écht doet waar hij zin in heeft en zijn huis paars met okergele kozijnen verft. Die krijgt meteen de welstandspolitie aan de deur. Want als het om wonen gaat dienen we massaal individueel in de pas lopen.</p>
<p>Het grote probleem is dat de huizenkoper (kent u dat woord nog?) door de aanbodzijde van overheid, corporaties en ontwikkelaars is opgehipt tot woonconsument. Daardoor lijkt het alsof deze wat te vertellen heeft. Feit is dat de potentiële koper/huurder door gebruik van het woord woonconsument is gereduceerd tot een eenzijdig afnemer van het “product wonen” dat door anderen voor hem (en vooral zonder hem) is bedacht. Want er valt weinig tot niets te kiezen, behalve de badkamertegels, een designkeuken of een hip architectonisch vormgegeven geveltje. Nog griezeliger wordt het als ontwikkelaars ‘consumentgericht’ gaan ontwikkelen. Wat meteen de vraag oproept wat zij al die jaren daarvóór hebben gedaan.</p>
<p>Eigenlijk kan die arme woonconsument er ook niks aan doen. Hij is een product van de aanbodzijde; een kleipop, gekneed door de markt. Jarenlange naoorlogse overheidsbemoeienis (tot de dievenklauw aan toe: <a href="http://www.politiekeurmerk.nl/" target="_blank">Politiekeurmerk</a>!) heeft tot passieve, mopperende, zeurende, klagende en jammerende, woonconsumenten geleid. Niemand heeft het juiste recept voor individueel wonen; ondanks de meer dan 15 verschillende woonpornobladen die het wonen glibberend presenteren. Van <em>VT Wonen</em>, via <em>Seasons</em> en <em>Eigen Huis</em> en <em>Interieur</em> langs <em>101 Woonideeën</em> tot aan <em>More than Classic</em>; met een oplage tussen de 30- en 180.000 per titel worden zij gretig geconsumeerd. Zo wordt het individu vertelt hoe hij dezelfde unieke woonstijl kan bereiken die iedereen erop na moet houden. Geen enkel blad vertelt echter de kunst van het wonen; er wordt alleen geshowd hoe jouw individuele stijl eruit moet zien om leuk voor de dag te komen.</p>
<p>Wonen is leven; wonen is niet consumeren. Wonen dient van twee kanten te komen. Wonen is een werkwoord, voor zowel de aanbieder als de toekomstig bewoner. Dat betekent dat alle <em>lifementalitystrategycommunityconcepts</em> in de prullenbak kunnen en de koper/huurder/toekomstig bewoner meer aan zet moet komen. En dat is lastig. Want daar zit niemand op te wachten. De producenten niet, want vervelende klanten: nee, dat is niet de bedoeling. Gemeenten ook niet, want mondige burgers: dat vertraagt de bouw alleen maar. Want  we moeten voort, en snel een beetje!</p>
<p>De verwende, luie woonconsument -ooit treffend beschreven door Gerard Reve met: <em>“Groots en meeslepend wil ik leven. Maar met behoud van maandsalaris”</em>- heeft zijn tijd gehad. Gelukkig is er nu een crisis die overheid en markt dwingt om zich te bezinnen. Veel partijen zitten evenwel in de verschillende fasen van rouwverwerking: ontkenning &#8211; protest en boosheid &#8211; onderhandelen en vechten – depressie en uiteindelijk: aanvaarding (met dank aan Elisabeth Kübler-Ross) maar zullen er toch aan moeten: weg met die woonconsument; hoera voor de bewoner. Noem ‘m desnoods woonprosumer: de woonconsument die mede bijdraagt aan de productie van zijn woning en woonomgeving, treffend beschreven in <em><a href="http://www.vromraad.nl/Download/a072_Wonen%20in%20ruimte%20en%20tijd.pdf">Wonen in Ruimte en Tijd</a></em>; een scherp rapport van de VROM-Raad. Daarin wordt gesteld dat de drang naar meer zelfbeschikking, al enkele decennia in gang, in de nabije toekomst zeker niet zal afnemen. Er is behoefte aan nieuwe producten als antwoord op een nieuwe vraag, met meer ruimte voor eigen initiatieven. Onze buurlanden laten dit al zien: daar waar een aanbod- in een vragersmarkt is veranderd is de woonconsument als sneeuw voor de zon verdwenen en geëmancipeerd tot volwaardig partner in het ontwikkelen van woningen. Met macht over het aanbod, omdat hij zelf meedenkt en meebeslist.</p>
<p>Hierbij de oproep aan alle potentiële huurders en kopers van woningen om advertenties, verkoopfolders en glossy magazines met het woord “woonconsument” deze winter op te stoken in de individuele design-open haard. Zodat de ex-woonconsument nog even kan nagenieten van de warmte van zijn eigen failliet.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Reitdiep, Groningen (foto: Suzanne Matrosov-Vruggink)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-failliet-van-de-woonconsument-leve-de-woonprosumer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>19</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De fiets en de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-fiets-en-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-fiets-en-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Dec 2010 21:06:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Fietsen]]></category>
		<category><![CDATA[Londen]]></category>
		<category><![CDATA[New York]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=1414</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/12/Overtoom.jpg" /> De fiets dient echter integraal onderdeel te zijn van het stedelijk vervoerssysteem en niet louter als een bedreigde diersoort via een soort parallelsysteem door parken en woonstraten te worden geleid. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In 2007 zagen we de drie presentatoren en racer The Stig van autoshow <a href="http://www.bbc.co.uk/topgear/show/episodes/series10episode5.shtml">Top Gear</a> verwikkeld in een wedstrijd dwars door London. Per OV, raceboot, auto en fiets trachtten de deelnemers zo snel mogelijk de eindstreep te halen. Uiteindelijk finishte Richard Hammond met een ruime marge als eerste op de fiets. Een overwinning waarmee Londens fietsende burgemeester Boris Johnson zijn voordeel kan doen.</p>
<p>Londen is niet de enige metropool waar beleidsmakers <a href="http://www.lcc.org.uk/" target="_blank">de fiets in de strijd </a>gooien tegen congestie, luchtvervuiling en afnemende leefbaarheid. Geïnspireerd door het succes van de fiets in Kopenhagen en Amsterdam wordt in veel grote steden ingezet op comfortabele routes, huurfietsen en allerhande voorzieningen in combinatie met straffe beprijzing van het rijden en parkeren van personenwagens. Maar voordat daadwerkelijk begonnen wordt met de aanleg van al die <a href="http://www.london.gov.uk/priorities/transport/cycling-revolution/cycle-superhighways">Cycle Super Highways</a> en het optuigen van flitsende huursystemen, loont het om te kijken naar wat minder in het oog lopende succesfactoren achter de Noord-Europese fietshoofdsteden.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="510" height="307" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/cfh2nW4blYI?fs=1&amp;hl=en_US" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="510" height="307" src="http://www.youtube.com/v/cfh2nW4blYI?fs=1&amp;hl=en_US" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true"></embed></object></p>
<p><strong>Levenstijl</strong><br />
In Amsterdam is de fiets binnen de ringweg tegenwoordig de meest gebruikte manier om van A naar B te komen. Ten koste van zowel de auto als het OV. De Amsterdamse oud-wethouder Rick ten Have verklaarde recentelijk tijdens een debat dat wanneer, zoals ooit de bedoeling was, in de buitenwijken en zelfs de regio betaald parkeren was ingevoerd, ook daar de fiets een aantrekkelijk alternatief zou zijn geworden voor auto en OV. Helaas is de wereld niet zo maakbaar als Ten Have denkt. Niet iedereen binnen de A10 laat namelijk zijn auto staan. Volgens onderzoek van de gemeentelijke Dienst Infrastructuur en Vervoer is fietsen vooral populair onder inwoners met een hoog inkomen. Het aandeel van de fiets in het totaal aantal verplaatsingen van deze groep is sinds 1991 meer dan verdubbeld, van 15% naar 33%. Het is ook deze groep inwoners die sinds de jaren ’90 een typisch stedelijke levensstijl heeft ontwikkeld.</p>
<p>In tegenstelling tot de landelijke trend is in Amsterdam de mobiliteit van hoogopgeleide inwoners afgenomen. En dat komt omdat zij veelal werken, wonen en recreëren in een geografisch beperkt gebied. Het betreft de dichtbebouwde stadswijken in en rondom de binnenstad. Hier ligt het fijnmazig gemengde woonwerk- en ontspanningsmilieu dat de laatste decennia een geliefde vestigingsplaats is geworden voor hoger opgeleiden en veel hoogwaardige dienstverlenende bedrijven. Dat alles werpt nieuw licht op het geringere succes van de fiets in steden als Rotterdam en Enschede. Een laag percentage hoger opgeleiden vindt schijnbaar zijn weerslag in de verkeersstatistieken. Nu is de herwaardering voor stedelijk leven en de toestroom van jonge professionals niet iets specifieks Amsterdams. Het bijverschijnsel fiets is echter wat minder algemeen. In New York ziet men tegenwoordig ook mensen naar hun werk fietsen, maar de enkele gehelmde mountainbiker die het verkeersinfarct van Manhattan trotseert valt toch in een heel andere categorie dan de stroom van tienduizendduizenden hippe tweewielers en bakfietsen die iedere ochtend en avond de smalle fietspaden in en om de grachtengordel verstopt.<strong></strong></p>
<p><strong>Verwevenheid met de stad</strong><br />
Amsterdam nodigt vanwege de stedenbouwkundige structuur en beperkte oppervlakte uit tot fietsen. Allerhande voorzieningen langs drukke stadsstraten profiteren van al die fietsende klanten. De bloeiende mix van functies maakt vervolgens de wijken waar deze straten doorheen lopen nog aantrekkelijker voor de stedeling op zoek naar levendigheid, waardoor het aantal fietsers verder toeneemt, enzovoort. De fietser is in Amsterdam, en veel andere Nederlandse steden, een factor van betekenis geworden. In hoofdstedelijke winkelstraten als de Overtoom en Van Woustraat komt nog maar 10% van de bezoekers met de auto. De aanleg van vrijliggende fietspaden langs de Overtoom had enige jaren geleden naar verluid direct een flinke toename van de omzet van de winkeliers en horeca in de straat tot gevolg.</p>
<p>Maar het kan ook te druk worden. Omdat de smalle fietspaden op de Overtoom aan hun taks zaten, werd voorgesteld de hoofdfietsroute te verplaatsen naar de parallel lopende Eerste Helmersstraat. Een idee dat vanuit een verkeerskundig standpunt logisch is, maar de intieme relatie tussen langzaam verkeer en allerhande functies op de Overtoom totaal negeert. Andersom kunnen beleidsmakers wel een comfortabele fietsroute aanleggen, maar de bijdrage van deze route aan de ontwikkeling van de stad en het genereren van intensiever gebruik is sterk afhankelijk van de verwevenheid met de stedelijke voorzieningen. De naamgeving van Boris Johnson’s Cycle Super Highways doet vermoeden dat het niet gaat om een sympathiek fietspad door een drukke straat, maar om het type veilige, snelle route, bij voorkeur door het groen, dat in zoveel steden ongebruikt ligt te wezen.</p>
<p>De fiets is een vervoermiddel dat bij uitstek geschikt is voor compacte, functioneel gemengde steden. Fietsen sluit aan op de levensstijl van stedelingen voor wie de traditonele onderverdeling van dagelijkse activiteiten in categoriën ‘werken’, ‘wonen’ en ‘ontspanning’ weinig betekenis meer heeft. Het biedt, ijs en weder dienende, alle voordelen van een persoonlijk vervoermiddel en gegarandeerd gratis stalling direct bij de plek van bestemming. De fiets dient echter integraal onderdeel te zijn van het stedelijk vervoerssysteem en niet louter als een bedreigde diersoort via een soort parallelsysteem door parken en woonstraten te worden geleid. De eerste beelden van de nog ietwat profisorisch aangelegde Cycle Super Highways zijn wat dat betreft bemoedigend. Soms is een gebrek aan budget helemaal niet zo’n ramp. Nu alleen nog even die bussen en ladende en lossende vrachtwagens van de fietsstrook.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Overtoom, Amsterdam (Bron: Errik Buursink)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-fiets-en-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontwerpen om de stenen heen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ontwerpen-om-de-stenen-heen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ontwerpen-om-de-stenen-heen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 30 Nov 2010 19:50:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Linda Peeters</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Dronten]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Social Design]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=1236</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/Social-design-brengt-mensen.jpg" /> Social design is hot. Vorig jaar werd het Social Design Manifest gepubliceerd en vakgenoten discussiëren steeds vaker over het begrip. Is het oude wijn in nieuwe zakken of een bruikbare definitie? En wat bereik je ermee? Ruimtevolk vroeg het Marina van den Bergen, curator bij NAiM/ Bureau Europa en auteur van Hinder en ontklontering, een boek over Frank van Klingeren, spraakmakend voorvechter van social design.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Social design is hot. Vorig jaar werd het <a href="http://www.utrechtmanifest.nl/node/155" target="_blank">Social Design Manifest</a> gepubliceerd en vakgenoten discussiëren steeds vaker over het begrip. Is het oude wijn in nieuwe zakken of een bruikbare definitie? En wat bereik je ermee? RUIMTEVOLK vroeg het Marina van den Bergen, curator bij NAiM/ Bureau Europa en auteur van <a href="http://www.archined.nl/recensies/ontklonteringeren-van-van-klingeren/" target="_blank">Hinder en ontklontering</a>, een boek over Frank van Klingeren, spraakmakend voorvechter van social design.</strong></p>
<p>Wat is social design? Een rondje onder architecten en stedenbouwkundigen levert de volgende definities op: de impact om je omgeving te veranderen, aandacht voor hoe sociale ruimten zich moeten gedragen, ecologisch en duurzaam design, design dat zorgt voor sociale interactie. Marina van den Bergen: “Social design is een containerbegrip. Voor mij houdt het in dat ontwerpers zich bewust zijn voor wie ze ontwerpen en waarom. Social design omvat zowel sociale duurzaamheid als duurzaamheid in materialen.” De voorvechter van het concept Frank van Klingeren zag zichzelf niet als architect maar als een sociaal ingenieur. Van den Bergen: “Hij ontwierp gebouwen die verschillende functies toelieten. Het liefst functies die naast elkaar konden bestaan zonder dat een fysieke scheiding nodig was.”</p>
<p><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Meerpaal_(Dronten)" target="_blank">De Meerpaal</a> in Dronten is hiervan een voorbeeld. Het werd in 1967 geopend en moest een openbaar ‘dorpsplein’ worden: een plek waar bewoners elkaar zouden kunnen ontmoeten. Het gebouw is inmiddels van de sloop gered en aangepast aan de eisen van deze tijd. Van den Bergen: “Het is de samenbindende ruimte gebleven die Van Klingeren voor ogen had: een overdekte markthal met bioscoop, muziekschool en grandcafé. De Meerpaal draait nog steeds om sociale interactie; dit jaar werd het Suikerfeest er gehouden en tijdens het WK Voetbal zijn er grote tv-schermen neergezet.”</p>
<blockquote><p>Als architect versta je je vak. Ontwerpers moeten luisteren naar wat gebruikers willen. Maar wel zonder de oren helemaal naar gebruikers te laten hangen.</p></blockquote>
<p><strong>Collectief</strong><br />
Social design betekent dat je goed nadenkt over hoe je wilt dat iets functioneert, nu en in de toekomst, vindt Van den Bergen. “Menselijke maat, en levenskwaliteit zijn hierbij heel belangrijk. Maar als architect hoef je echt niet eerst weken of maandenlang in een renovatiewijk te gaan wonen om te weten hoe je een wijk moet veranderen”, aldus Van den Bergen. “Als architect versta je je vak. De wijk bezoeken en bewoners spreken is genoeg. Ontwerpers moeten luisteren naar wat gebruikers willen. Maar wel zonder de oren helemaal naar gebruikers te laten hangen. Social design betekent geen volledige co-creatie. Je eerste zorg is niet de individuele bewoner, maar het collectief en de langere termijn.”</p>
<div id="attachment_1246" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-1246" href="http://ruimtevolk.nl/ontwerpen-om-de-stenen-heen/social-design-brengt-mensen_binnen/"><img class="size-full wp-image-1246 " title="Social-design-brengt-mensen_binnen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/Social-design-brengt-mensen_binnen.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Ruhr Still-Leben A40. Op 18 juli toverden de Duitsers de drukke snelweg tussen Duisburg en Dortmund voor één dag om in een kilometerslange lunchtafel (Foto: Beate S., Ruhr2010)</p></div>
<p>Volgens Van den Bergen is het belangrijk om het evenwicht te vinden tussen wat bewoners willen en wat wenselijk is in de toekomst. “Een flexibel ontwerpproces is daarbij cruciaal. Een Vinexwijk verlevendigt na verloop van tijd bijvoorbeeld doordat mensen in hun drive-inn woning een kapsalon of atelier beginnen. Hou hier rekening mee bij het ontwerp van bepaalde woningen. Van Klingeren had dit al in de jaren zestig begrepen. Een gebouw is niet af als het opgeleverd wordt. De oplevering is juist het begin van een leven van permanente verandering onder invloed van het gebruik en de gebruikers.”</p>
<p>Tot slot benadrukt Van den Bergen dat social design niet altijd een stenen oplossing hoeft te betekenen. “Goede voorbeelden van social design zijn ook<br />
<a href="http://www.ruhr2010.still-leben-ruhrschnellweg.de/" target="_blank">Ruhr Still-Leben A40</a> en het Rotterdamse ‘<a href="http://www.opzoomermee.nl/ " target="_blank">Opzoomeren</a>‘; initiatieven waarbij bewoners zelf actief participeren.” In Rotterdam zijn inmiddels meer dan tweeduizend straten die Opzoomeren. Bewoners verbeteren zelf de leefbaarheid in hun stad door straatfeesten, betere verlichting, opfleuracties en meer contact.</p>
<p>Ze wijst en passant nog even op afgelopen 18 juli toen in Duitsland een drukke snelweg tussen Duisburg en Dortmund voor één dag werd omgetoverd in een kilometerslange lunchtafel (zie foto boven). Meer dan drie miljoen mensen picknickten mee: trots op het evenement en verbonden met elkaar. Van den Bergen: “Met social design breng je mensen in beweging.”</p>
<p>&#8212;<br />
<em>Foto boven artikel:  De Meerpaal anno nu, ontwerp van Frank van Klingeren (Foto: gemeente Dronten)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ontwerpen-om-de-stenen-heen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Binnenstedelijke transformatie is geen &#8216;business as usual&#8217; meer</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/binnenstedelijke-transformatie-is-geen-business-as-usual-meer/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/binnenstedelijke-transformatie-is-geen-business-as-usual-meer/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 27 Nov 2010 09:14:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Saris</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bedrijfsterreinen]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Helmond]]></category>
		<category><![CDATA[Ontwikkelaars]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1149</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/3-650x349.jpg" /> Het begint nu pas goed door te dringen dat voor en na de kredietcrisis verschillende tijdperken zijn. Er is weinig kans dat we binnenkort weer terug kunnen naar “business as usual”. Niet alleen de spelregels in de vastgoedwereld zijn grondig veranderd, ook de opgave van de steden is verschoven naar de binnenstedelijke transformatie. De crisis is een goed moment om te breken met de grootschalige geldverslindende transformatieplannen en het accent te leggen op ondernemerschap en een intensief ontmoetingsklimaat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het begint nu pas goed door te dringen dat voor en na de kredietcrisis verschillende tijdperken zijn. Er is weinig kans dat we binnenkort weer terug kunnen naar “business as usual”. Niet alleen de spelregels in de vastgoedwereld zijn grondig veranderd, ook de opgave van de steden is verschoven naar de binnenstedelijke transformatie. Hoe kunnen de steden beter uit de crisis komen dan ze erin zijn gegaan? Bedrijfsterreinen vervangen door woongebieden is geen oplossing. De crisis is een goed moment om te breken met de grootschalige geldverslindende transformatieplannen en het accent te leggen op ondernemerschap en een intensief ontmoetingsklimaat.</strong></p>
<p>De vastgoedcrisis heeft alles te maken met de kredietcrisis. Naast de geldwolk die over de wereld zwierf vormde de verwachting dat elke investering in het vastgoed door de oneindige waardestijging wel weer terugverdiend zou kunnen worden een belangrijke oorzaak van de crisis. Nu deze miljardenwolk is leeggelopen staat vast dat de vastgoedwereld nooit meer dezelfde zal zijn en de ruimtelijke ordening evenmin. De aanbodgestuurde ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling behoren definitief tot het verleden. De waardestijging en de ongebreidelde financieringsmogelijkheden maakten nieuwbouw zo goed als altijd lucratiever dan herontwikkeling van bestaand vastgoed, of het nu versleten was of niet. Het overaanbod dat zo ontstond kon de markt niet opnemen. Nu de orkaan is uitgeraasd kan de schade opgenomen worden: een onmetelijke hoeveelheid m2 kantoorruimte is leeg komen staan evenals duizenden ha ‘verouderd’ bedrijfsterrein in binnenstedelijke gebieden.</p>
<p>De ruimtelijke ontwikkeling is met een harde klap met beide benen op de grond komen te staan. Veel masterplannen voor grootschalige herontwikkeling kunnen bij het oud papier. Het lawinekapitaal dat nodig zou zijn om de kosten van deze grootschalige verwervings-, sloop-, schoonmaak, herbouw- en herinrichtingsplannen te dekken is niet meer aanwezig.<br />
<strong> </strong></p>
<p><strong>Verder</strong><br />
Veelal worden projecten die al onderhanden zijn getemporiseerd en valt het woord ‘organische ontwikkeling’. Vaak wordt daarmee bedoeld: het doel blijft hetzelfde, maar de weg waarlangs wordt organisch. De crisis dwingt om ook de ambities bij te stellen. Om de steden erbovenop te helpen is het nodig dat ze zich economisch, sociaal en cultureel herstellen. Een ‘total make over’ van de bestaande bedrijfsterreinen betekent kapitaalvernietiging en het einde voor veel van de bestaande bedrijvigheid. Het resultaat is eerder meer dan minder werkloosheid en daar zit niemand op te wachten. Blijft de vraag: Hoe komen de steden beter uit de crisis? De oplossing ligt niet in ruimtelijke planvorming maar in ondernemerschap en het opzoeken van de uiterste grenzen in de regelgeving.</p>
<div id="attachment_1297" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><a href="http://ruimtevolk.nl/blog/binnenstedelijke-transformatie-is-geen-business-as-usual-meer/haven-binckhorst2/" rel="attachment wp-att-1297"><img class="size-full wp-image-1297" title="Haven Binckhorst" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/Haven-Binckhorst2.jpg" alt="" width="500" height="375" /></a><p class="wp-caption-text">Betoncentrale van BAM in de Binckhorst Den Haag (Foto: de Stad bv)</p></div>
<p>De huidige ruimtelijke en milieu wetgeving stamt nog uit de tijd van industriële economie en de grootschalige dienstverlening in kantorenparken. Deze op functiescheiding gerichte regels die onverminderd in alles doorwerken, in de structuurvisies, de masterplannen, bestemmingsplannen, de vergunningverlening en de institutionele vormgeving van de overheden, zijn zelf een hinderlijke sta in de weg geworden voor de bloei van ondernemerschap. De vraag van de huidige kennisintensieve bedrijvigheid gaat uit naar levendige stadswijken met een goed verblijfsklimaat en variëteit in vestigingsmilieus.</p>
<p>Op grond van deze vraag wordt in de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Binckhorst_(Den_Haag)" target="_blank">Binckhorst</a> in Den Haag, in de <a href="http://www.helmond.nl/BIS/2009/Notities%20en%20kaarten/Raad/RN%20075%20Strategische%20visie%20Kanaalzone.pdf" target="_blank">Kanaalzone</a> in Helmond en op de <a href="http://www.nieuwbouw.amsterdam.nl/nieuwsbrief/nieuwsbrief_0/noordelijke" target="_blank">Noordelijke IJoevers</a> in Amsterdam gezocht naar een andere strategie. De kern daarvan is dat de bestaande kwaliteiten worden gekoesterd, zodat de bedrijvigheid weer opbloeit en nieuwe bedrijvigheid zich kan ontwikkelen. Welke economische krachten in staat zullen zijn om onze steden concurrerend te maken op regionale, Europese en wereldschaal zal nog moeten blijken. Voor dit deel van de wereld mag verwacht worden dat naast de bediening van de regionale behoeften aansluiting bij de kenniseconomie noodzakelijk en creatieve economie kansrijk is. Zeker is dat de groei de komende jaren vooral zal komen van nieuwe startups en startende ZZP-ers. Wie daarvan succesvol zullen zijn weten we niet. Er is op dit moment vooral behoefte aan experimenteerruimte voor nieuwe woonconcepten, woon/werk-combinaties en nieuwe kansen voor ondernemerschap.</p>
<div id="attachment_1331" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><a title="Kanaalzone Helmond" href="http://ruimtevolk.nl/blog/binnenstedelijke-transformatie-is-geen-business-as-usual-meer/kanaalzonehelmond/" rel="attachment wp-att-1331"><img class="size-full wp-image-1331" title="Kanaalzone Helmond" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/KanaalzoneHelmond.jpg" alt="" width="500" height="347" /></a><p class="wp-caption-text">Kanaalzone in Helmond (Foto: gemeente Helmond)</p></div>
<p>Ook de bedrijfsterreinen in de voormalige stadsrand kunnen geschikt gemaakt worden om zich te ontwikkelen tot ondernemende stadswijken met gemengde programma’s waar wonen, werken, cultuur en vrije tijd elkaar tegen komen. Nu de milieubelasting van bedrijven sterk afgenomen is en in de toekomst nog verder zal afnemen, is het mogelijk gevarieerde stadswijken te maken waar tussen de bedrijvigheid van ambachtelijk, ICT, media tot cultuur, ook gewoond en gerecreëerd wordt. Hergebruik past in de duurzaamheiddoelstellingen en levert gebieden op met karakter. Om tegelijk de duurzaamheid en het ondernemerschap te bevorderen zal er een einde moeten worden gemaakt aan de veel te ruime milieucirkels en de radicale functiescheiding. De tijd is er nu echt rijp voor.</p>
<p>Nu het grote geld uit ruimtelijke ontwikkeling is teruggetrokken, zal een veel fijnmaziger ondernemerschap de stuwende kracht worden in de ruimtelijke ontwikkeling. Niets doen is geen optie. Daarmee worden alle kansen om beter uit de crisis te komen verspeeld. Onze stelling luidt: de Noordelijke IJoevers, de Kanaalzone, De Binckhorst en vele andere bedrijfsterreinen kunnen beter worden opgevat als de laboratoria van de ondernemende stad, als experimenteerterreinen voor een ondernemende strategie waarin nieuwe vormen van ondernemerschap en investeringsvermogen van eigenaren, ondernemers, kunstenaars, private en collectieve opdrachtgevers, de hoofdrol spelen. Het ruimtelijk beleid heeft in de strategie een dienende rol om barrières en regelgeving op te ruimen en ruimte te maken voor ontwikkeling. Zo biedt de crisis een kans op een bloeiende nieuwe economie in een gevarieerde levendige stad.</p>
<p><em>&#8212;<br />
Foto boven: nieuw gebruik van oud gebouw op Noorderlijke IJoevers, NDSM Werf Amsterdam (Foto: de Stad bv)</em><br />
<em><a href="http://ruimtevolk.nl/tijdelijkheid-als-masterplan/">Klik hier</a> voor een impressie van de RUIMTEVOLK bijeenkomst &#8216;Tijdelijkheid in crisistijd&#8217; op de NDSM werf in Amsterdam.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/binnenstedelijke-transformatie-is-geen-business-as-usual-meer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het sociale aspect van de themawijk</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-sociale-aspect-van-de-themawijk/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-sociale-aspect-van-de-themawijk/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Nov 2010 10:57:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fleur de Weerd</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Helmond]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Segregatie]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1151</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/Le-Medi-650x349.jpg" /> De themawijk is in. 'Ontwikkelaars willen met een bouwstijl mensen met een middeninkomen aantrekken. Vinex is niet hip. Een thema wel. Dat drukt status uit. 'De Duitse architect en socioloog Sabine Meier (41) schrijft een proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam over thematisering van architectuur.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De themawijk is in. &#8216;Ontwikkelaars willen met een bouwstijl mensen met een middeninkomen aantrekken. Vinex is niet hip. Een thema wel. Dat drukt status uit. &#8216;De Duitse architect en socioloog <a href="http://home.medewerker.uva.nl/s.o.meier/" target="_blank">Sabine Meier</a></strong><strong> (41) schrijft een proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam over thematisering van architectuur.</strong></p>
<p>In Helmond <a href="http://www.brandevoort.nl/" target="_blank">Brandevoort </a>staan beminnelijke huisjes van verschillende grootte naast elkaar. Door de bankjes voor de deur en boerderijachtige daken lijkt dit een straat uit een middeleeuwse vestigingsstad. Maar de bomen zijn vers geplant en het cement is nauwelijks droog. Achter de pittoreske gevels schuilen woningen die van alle moderne deugden zijn voorzien.</p>
<p>&#8216;Sinds de jaren negentig geeft men wijken al thema&#8217;s. Water, bos en historie waren erg populair. Maar je zag het niet echt in het uiterlijk van gebouwen terug, het was vooral marketing. De laatste twintig jaar is dat veranderd. Ik heb wijken onderzocht waarbij de thema&#8217;s meteen te herkennen zijn.&#8217; Twee wijken die Meier onderzocht zijn Helmond Brandevoort en <a href="http://www.lemedi.nl/" target="_blank">Le Medi</a> in Rotterdam Delfshaven. In Helmond is het thema &#8216;historische Brabantse vestigingsstad&#8217; en in Rotterdam &#8216;iets tussen mediterraan en Arabisch&#8217;.</p>
<p><strong>Controle en voorspelbaarheid</strong><br />
Meier interviewde 65 inwoners en 30 plannenmakers. Uit haar onderzoek blijkt dat mensen in een themawijk hechten aan controle en voorspelbaarheid. &#8216;Bij Le Medi heb ik mensen gevraagd naar hun verwachtingen op het moment dat ze gingen kopen. Ze zeiden te verwachten dat het thema bepaalde mensen aantrekt. Dat ze komen te wonen met een slag mensen die, net zoals zij, creatief zijn en waarde hechten aan dezelfde dingen. En dat architectuurstijl dat kan voorspellen.&#8217;</p>
<p>De Duitse legt uit dat multiculturaliteit erg belangrijk is voor de bewoners van Le Medi. &#8217;70% van de bewoners is van allochtone komaf, dat zijn allemaal hoogopgeleide mensen van de tweede of derde generatie. Het opvallende is dat juist zij zeggen dat het thema niet het belangrijkste is. Comfort en veiligheid vinden ze belangrijker. Het zijn de autochtonen die zo&#8217;n Arabische stijl leuk en authentiek vinden. De andere bewoners zochten gewoon een comfortabele woning dichtbij familie en vrienden. En ze willen een veilige wijk voor de kinderen,&#8217; aldus Meier. Le Medi is de oplossing, er zijn poorten die &#8216;s nachts dicht gaan. &#8216;Hierdoor zijn de architecten er in geslaagd een veilige oase binnen een slechte buurt te creëren. Het is ook sociaalmaatschappelijk interessant, blijkbaar is dit de manier om hoog opgeleide allochtonen in je wijk te houden.&#8217;</p>
<div id="attachment_1161" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><a rel="attachment wp-att-1161" href="http://ruimtevolk.nl/het-sociale-aspect-van-de-themawijk/800px-brandevoort_1/"><img class="size-full wp-image-1161   " title="Helmond Brandevoort" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/800px-Brandevoort_1.jpg" alt="" width="500" height="375" /></a><p class="wp-caption-text">Helmond Brandevoort (bron: Wikipedia / Maurits Vink)</p></div>
<p><strong>Eigenlijk gewoon Vinex</strong><br />
In Helmond is de situatie anders, legt Meier uit. &#8216;Daar wonen weinig allochtonen. Maar net als veel wijken in Rotterdam heeft ook Helmond een slecht imago. Mensen uit Eindhoven willen niet die arbeidersstad wonen. De themawijk Brandevoort is daarom gepresenteerd als een nieuw Brabants dorp. Als een eilandje binnen de gemeente. De ontwerpers hebben voor een historische stijl gekozen, want nostalgie trekt mensen. En dat heeft zo uitgepakt. De mensen die daar wonen vinden de stijl uitdrukking van hun status. Terwijl het eigenlijk gewoon een vinexwijk is, maar dan symbolisch aangepast voor de middenklasse.&#8217; Meier lacht. &#8216;Mensen vinden het geen vinex omdat de huizen dichter bij elkaar staan, zoals in oude vestgingsteden.&#8217;</p>
<p>Maar bij hoge verwachting hoort ook teleurstelling. &#8216;In Helmond is de sociale controle enorm. Mensen die ik interviewde vertelden me dat ze hun hekjes en kozijnen mooi moesten houden, omdat de buren dat wilden. Ook de gemeente gaf een brochure uit waarin zij adviseerden welke veranderingen aan de huizen ‘goed’ en  ‘fout’ waren. Sommige bewoners waren daar echt gefrustreerd over. &#8216;Ik woon niet op een camping!&#8217;, zei iemand tegen me. Sommige hadden zo&#8217;n last van het gebrek aan privacy dat ze besloten te verhuizen.&#8217;</p>
<p><strong>Moeten we dit willen</strong><br />
&#8216;Ik weet niet of we thematisering van architectuur moeten willen. We hebben al een zodanige segregatie in de samenleving tussen midden- en lage inkomens, is het nodig dat we deze ook nog eens zichtbaar maken in de architectuur? Met een thema zet je een project binnen een wijk af tegen de rest van de wijk. Het is een trend in opkomst dat de mensen met middeninkomens zich steeds meer proberen af te sluiten van de rest. Ze trekken zich achter een hek terug. Ik twijfel of dit goed is voor een stad en zijn openbaarheid.&#8217;</p>
<p><em>___</em></p>
<p><em>Foto boven: Brandevoort Helmond (foto: Sabine Meier)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-sociale-aspect-van-de-themawijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Park Bloeyendael: the rise of the rich?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/park-bloeyendael-the-rise-of-the-rich/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/park-bloeyendael-the-rise-of-the-rich/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 17 Nov 2010 09:52:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Nolden</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1135</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/park-bloeyendael-the-rise.jpg" /> Vlakbij Utrecht verrijst naar alle waarschijnlijkheid binnenkort een nieuwe villawijk: Park Bloeyendael. De verkoop is in volle gang. Bijzonder is dat de wijk beveiligd is; er is een bewaakte toegangspoort. Het heeft alle schijn van een gated community. Of toch niet? Een kritische beschouwing van het plan.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vlakbij Utrecht verrijst naar alle waarschijnlijkheid binnenkort een nieuwe villawijk: Park Bloeyendael. De verkoop is in volle gang. Bijzonder is dat de wijk beveiligd is; er is een bewaakte toegangspoort. Het heeft alle schijn van een gated community. Of toch niet? Een kritische beschouwing van het plan.</strong></p>
<p>Zodra je de website opent, beginnen vogels te kwetteren. ‘Park Bloeyendael: een royale oase aan de rand van Utrecht’, staat er in mooie letters. Het logo heeft de vorm van een hek. Vervolgens opent een frame en zie je in het groen een groepje huizen, van bovenaf bezien, alsof je door de ogen van de vogels van zojuist kijkt. Net echt. De zon schijnt, ramen staan open. Het is stil, vredig. Sturend met de muis kun je over het plangebied vliegen. Je ziet chique appartementengebouwen met dakterrassen zo groot als schoolpleinen, royale villa’s met strakke gazonnen en brede autovrije straten. Mensen zijn er vreemd genoeg niet, wel auto’s. Dure auto’s.</p>
<p>Park Bloeyendael moet een chique woonwijk voor welgestelden worden en ligt op de voormalige locatie van autobedrijf Hessing aan de Utrechtsestraat, aan de oostkant van Utrecht. Hessing, die tegenwoordig met zijn Masarati’s en Lamborghini’s in de Cockpit aan de A2 zit, wil hier ruim honderd exclusieve woningen ontwikkelen met een bijpassend pakket aan voorzieningen (waaronder gratis tuinmannen en schilders). Prijzen beginnen bij 800.000 euro. Absolute klapper is een penthouse van 735 vierkante meter 191 vierkante meter dakterras voor een kleine vier miljoen euro.</p>
<p>Opvallend is de beveiliging. Hoewel Hessing het woord gated community nooit in de mond zal nemen, heeft het villapark er alle schijn van. Een slotgracht (de vergraven Biltse Grift) en een 24-uurs bemande bewakingsloge met toegangspoort ontmoedigt ongewenste gasten het terrein te betreden. ‘Kinderen kunnen hier onbezorgd spelen’, aldus makelaar Heiko Gorter.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-1138" href="http://ruimtevolk.nl/park-bloeyendael-the-rise-of-the-rich/park-bloeyendael-the-rise_binnen/"><img class="size-full wp-image-1138 alignnone" title="park-bloeyendael-the-rise_binnen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/park-bloeyendael-the-rise_binnen.jpg" alt="" width="500" height="263" /></a></p>
<p>De vraag rijst wat je van een dergelijke ontwikkeling moet denken. Los van het ruimtelijke bouwplan is er ingestoken op een maatschappijkritisch woonconcept dat drijft op de mening van een welvarende elite. In diverse media doken hierover de afgelopen tijd opiniestukken op. Niet in de laatste plaats omdat ook bij Ouderkerk aan de Amstel, op een eilandje in de Amstel, een dergelijk woonpark moet verrijzen. Wat zegt de groeiende vraag naar dergelijke afgesloten woondomeinen in Nederland? Iets wat vooralsnog (op grote schaal) alleen in de Verenigde Staten en delen van Zuid-Amerika voorkomt, en dan met name in gebieden waar het contrast tussen arm en rijk groot is. Gaat het hier dan zo slecht?</p>
<p><strong>Maatschappelijke verantwoordelijkheid</strong><br />
Op zich is het luxueuze karakter van Bloeyendael wel te verklaren. We bevinden ons in een van de rijkste regio’s van het land, op de Utrechtse Heuvelrug, vlakbij ‘t Gooi. De vraag naar exclusieve woningen en hoogwaardige woonmilieus is hier evident. Veel passend aanbod is er niet. Ook de behoefte naar veiligheid (onbezorgd woongenot) is in principe geen vreemde gedachte, ook al is de roep om werkelijk afgesloten terreinen zoals Bloeyendael wel nieuw. Rijke mensen hebben nu eenmaal kostbare spullen, hebben geen zin in geveltoeristen en pottenkijkers en schermen daarom hun domeinen en stulpjes af met manshoge hekken en hagen. Dat zie je in de stad, in het buitengebied en in VINEX-wijken zoals Leidsche Rijn. Fraai is anders, maar zo lang dat niet leidt tot unheimliche situaties in de openbare ruimte, kun je daar niet zo veel van vinden. Het is wat het is.</p>
<p>Zorgwekkender is het gegeven dat de in gated communities geïnteresseerde mensen hun huidige woon- en leefomgeving zonder moeite willen opgeven en verruilen voor een (in hun ogen) veiliger milieu. Vaak ingegeven door slechts een gevoel van onveiligheid en angst voor de veranderende multiculturele samenleving. In plaats van problemen gezamenlijk te lijf te gaan, leggen zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheden liever naast zich neer.</p>
<p>Daar gaat iets onverschilligs van uit, iets zorgeloos, iets egoïstisch. Mensen zijn bereid hun sociale en maatschappelijke verplichtingen af te kopen zodra de grond onder hun voeten te heet wordt. Vrijheid is kennelijk te koop. Maar heeft deze elite ook niet de morele plicht om te blijven participeren in de maatschappij als zodanig, om deze vorm te geven vanuit goeddunken, en niet te vluchten naar een omheind oord met gelijkgestemden?</p>
<p>Tegenstanders van gated communities ontkrachten het argument dat een toegangspoort zou leiden tot grotere veiligheid. Uit diverse onderzoeken blijkt dat gated communities slechts een schijnveiligheid bieden omdat de criminaliteitscijfers niet lager zijn dan in niet-afgesloten wijken. En, misschien wel belangrijker: door gated communities zou het sociaal kapitaal (participatie, vertrouwen en wederkerigheid) van de samenleving als geheel kleiner worden. Individualisme en polarisatie gaan hand in hand. Zelfredzaamheid boven saamhorigheid. Cultuurfilosofen krommen hun tenen. Moet je dat met elkaar willen?</p>
<p><strong>Samenlevingsideaal</strong><br />
Als je kijkt naar de locatie en de directe omgeving van Bloeyendael, dan zijn dat niet gelijk omstandigheden die aan een idyllisch villapark of community doen denken. Het voormalige terrein van autodealer Hessing ligt pal aan een luide provinciale weg, vlakbij knooppunt Rijnsweerd. Het terrein ligt bovendien aan het begin van de Utrechtsestraat, feitelijk nog in de stadsrand van Utrecht. Dit is het meest rommelige gedeelte van de provinciale weg.</p>
<p>Op zich kan Bloeyendael voor een welkome kwaliteitsimpuls zorgen, maar daarvoor had het zich beter kunnen voegen naar het open veenweidekarakter van de aangrenzende landgoederenzone Stichtse Lustwarande, in plaats van in te zetten op een zelfstandige locatieontwikkeling. Nu is en blijft het een autonoom, haast onlandschappelijke postzegel dat vol gezet is met peperdure huizen. Zijn de voorgeschotelde kwetterende vogeltjes hier wel te horen?</p>
<p>Wat betreft de ruimtelijke opzet is ook het nodige te zeggen. Drie statige bouwblokken schermen het gebied af van de Utrechtseweg en geven een gevoel van ‘onder ons’, dat verdedigbaar is vanuit het woonconcept. Maar daarachter ontvouwt zich een stratenpatroon dat een wat makkelijke verwijzing lijkt naar de tuinsteden van Ebenezer Howard uit het begin van de twintigste eeuw, met symmetrische en hiërarchisch opgezette, gebogen straten. Vreemd. Want de keuze hier op Bloeyendael is niet gestoeld op een open samenlevingideaal, maar juist op een bewuste afscherming daarvan. Dat is rijmelarij van niks. Waarom geen vormentaal die past bij deze tijd, bij deze specifieke (uiterst bedenkelijke) cultuuruiting?</p>
<p>Voor de gebouwen op Park Bloeyendael is een mix van appartementen en grondgebonden woningen bedacht, in baksteenarchitectuur. Het geheel moet volgens de architect ‘een landgoedachtige sfeer uitademen’. Opvallend in dat licht is de compactheid van het plan (exploitatiedruk?). De openbare ruimte is qua maat en gebruikspotentie marginaal en de villa’s zijn feitelijk niet veel meer dan grote twee-onder-eenkappers. Alleen de woningen aan de rand van het park hebben vrij uitzicht op het omliggende landschap, de rest staat voor villabegrippen erg dicht op elkaar. De tuinen zijn in dat licht ook belachelijk klein: gemiddeld honderd vierkante meter. Elke scheet is te horen.</p>
<p>Als je dit allemaal bij elkaar optelt, kun je je afvragen wat er nu zo bijzonder is aan Bloeyendael? Voor hetzelfde geld koop je in Bilthoven een vrijstaande villa in het bos, met een tennisbaan achterin de tuin. En ook veilig. Het grappige is dat die welvarende elite, met hun dure woonwensen en behoefte aan (maatschappelijke) afstand en ruimte, in dit plan juist het tegenovergestelde krijgen. Ze komen boven op elkaar te wonen, hutje mutje achter een hek op een papperig stukje veengrond. Is dat luxe? En trouwens: ik dacht altijd dat een beetje zichzelf respecterende bobo toch minstens, naar Haags voorbeeld, op het zand wilde wonen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Dit is een bewerking van een artikel dat eerder in PostPlanjer verscheen, Utrechts bulletin voor architectuur en stedenbouw, <a href="http://www.postplanjer.nl/">http://www.postplanjer.nl</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/park-bloeyendael-the-rise-of-the-rich/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Creatieve stad moet eigenwaarde meetbaar maken&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/creatieve-stad-moet-eigenwaarde-meetbaar-maken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/creatieve-stad-moet-eigenwaarde-meetbaar-maken/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Nov 2010 11:29:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul van Soomeren</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1107</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/creative-stad-moet.jpg" /> Steden zetten al jaren alles op alles om zich te profileren als creatieve stad met een cultureel aantrekkelijk klimaat. De ontwikkeling van creatieve industrie en broedplaatsen, die als aanjager van de stad zouden moeten fungeren, staat als speerpunt zowat op elke gemeentelijke agenda. RUIMTEVOLK organiseerde 21 september een bijeenkomst over de vraag wat the 'Creative City' onze steden gebracht? Heeft het concept de beloofde ‘waarde’ gecreëerd? En wie profiteert ervan? Een provocerende en corrigerende slotbeschouwing.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Steden zetten al jaren alles op alles om zich te profileren als creatieve stad met een cultureel aantrekkelijk klimaat. De ontwikkeling van creatieve industrie en broedplaatsen, die als aanjager van de stad zouden moeten fungeren, staat als speerpunt zowat op elke gemeentelijke agenda. RUIMTEVOLK organiseerde 21 september <a href="http://ruimtevolk.nl/nieuw/de-creatieveling-als-lijdend-voorwerp/">een bijeenkomst</a> over de vraag wat the <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Creative_city" target="_blank">&#8216;Creative City&#8217;</a> onze steden gebracht? Heeft het concept de beloofde ‘waarde’ gecreëerd? En wie profiteert ervan? Een provocerende en corrigerende slotbeschouwing.</strong></p>
<p>Laten we nu eens nuchter kijken wat de creatieve wedloop ons gebracht heeft. De definities zoals die gebruikt worden door goeroes als <a href="http://www.creativeclass.com/">Richard Florida</a> en <a href="http://www.charleslandry.com/">Charles Landry</a> hebben een hoog luchtballon gehalte. Neem bijvoorbeeld Landry die een creatieve stad definieert als ‘a place where people can think, plan and act with imagination’. Heerlijke OMO-wasmiddel-taal. OMO wast schoon, helder en fris. Dank je de koekoek. Ooit een wasmiddel gezien dat smerig, troebel en stinkend wast? Ooit een stad gezien waar mensen niet kunnen denken, plannen en handelen met verbeelding? Al dit soort geklets over creatieve steden is te breed, te hoog en heeft nauwelijks nog met de praktijk te maken. Het resultaat is dat op enig moment de ballon knapt.</p>
<p>Vreemd genoeg heeft het concept &#8216;creatieve steden&#8217; tot op heden nog steeds de plek van ‘zondagskind’ in de bestuurlijke discussies. Nederlandse bestuurders geloven echt in creatieve steden. Ze geloven oprecht dat als je honderd creatieven in één gebouw zet, er spontaan een creatieve kernfusie tot stand komt, met veel onderling contact, interactie en dynamiek. Ze rekenen zich rijk; één plus één wordt vanzelf drie in hun visie waarbij de winst vooral zou zitten in de  uitstralingseffecten op ‘de wijk en buurt’.</p>
<p>Maar werkt het ook zo? Dat is niet mijn ervaring. Zet creatieven bij elkaar en dan krijg je in ieder geval ook heel veel ruzie, gedoe, gezeur en gezeik. Creatieven zijn net mensen. Ze doen prachtige dingen en soms maken ze er – net als iedereen – een zooitje van. Wat daarnaast altijd vergeten wordt, is dat creatieve broedplaatsen zich in de tijd ontwikkelen. Na de eerste creatieve gezamenlijke start, zie je vaak dat ieder zich in zijn eigen ruimte opsluit en gewoon lekker aan de slag gaat. Niks op tegen, maar als je wilt dat een creatieve broedplaats iets voor de buurt, wijk of stad betekent dan is een stok achter de deur geen gek idee.</p>
<div id="attachment_1110" class="wp-caption alignnone" style="width: 510px"><a rel="attachment wp-att-1110" href="http://ruimtevolk.nl/creatieve-stad-moet-eigenwaarde-meetbaar-maken/creative-stad-moet-2/"><img class="size-full wp-image-1110 " title="creative stad moet" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/creative-stad-moet1.jpg" alt="" width="500" height="266" /></a><p class="wp-caption-text">Impressie van de bijeenkomst</p></div>
<p>Ik voel daarom wel wat voor het <a href="http://www.beehives.nl/">Beehive-principe</a> waarbij iedere creatieve broedplaats tenminste twee uur per week iets moois en goeds moet doen voor de buurt, wijk, stad. Een wat ouderwets paternalistisch ‘voor wat, hoort wat-principe’. Sowieso mag de sector der creatieven wel eens wat harder zijn nut en opbrengsten onder de aandacht brengen. We denken nog wel eens dat iedereen overtuigd is van ons nut, dat ’ze’ niet zonder ons kunnen. We zijn misschien te veel verwend door Florida en Landry.</p>
<p>In mijn visie moet je als creatieve industrie gewoon de vraag kunnen beantwoorden ‘wat levert het op’? Een woningcorporatie of stadsbestuur staat steeds weer voor de keuze ‘zet ik hier in deze buurt een bakker neer, of een broedplaats’. Democratie vereist openheid, meetbaarheid en op basis daarvan ook ‘afrekenen’. Bakker of broedplaats; het is de ultieme politieke keuze. De creatieve industrie moet dan de meerwaarde kunnen aantonen van waardencreatie en niet alleen het verhaal vertellen van waardecreatie. Waarde &#8211; en waarden creatie; het zijn verschillende dingen.</p>
<p>Bij waardecreatie gaat het om de poen, de economie en Dagobert Duck. Er moet sprake zijn van een blijvende monetaire verandering. Je stopt er wat in, er wordt waarde aan toegevoegd en er komt vervolgens meer uit. Denk als makkelijk voorbeeld even aan een broedplaats. Er gaan mensen, middelen en geld in van de gemeenschap, of van een corporatie en uiteindelijk moet daar dan meer uitkomen. Dat ‘meer’ is de toegevoegde waarde. Dat is meetbaar te maken door bijvoorbeeld een kosten-baten analyse. In modieus jargon tegenwoordig ook wel een MKBA genoemd: een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse. Je kunt het ook meten door bijvoorbeeld de buurt of stadbewoners te vragen ‘wat is het je waard’. Met die &#8216;willingness to pay&#8217; kan je uitrekenen wat mensen over hebben voor een broedplaats in hun wijk, een bioscoop, of een bakker. Helaas zijn er nog geen echt goede voorbeelden van harde analyses of berekeningen van creatieve broedplaatsen.</p>
<p>Maar hoe zit het dan met waardencreatie? Een van de sprekers vanmiddag formuleerde het als volgt: “Kunstenaars creëren waardevolle ervaringen.” Met dat begrip ‘waardevol’ zitten we alleen nog steeds aan de borreltafel van de economen. Het begrip ‘ervaringen’ brengt ons verder. Een echte ‘ervaring’ heeft vaak tot gevolg dat je ergens heel anders over gaat denken, dat je ‘waarden’ letterlijk veranderen. Net zoals er economisch van een monetaire verandering sprake kan zijn &#8211; meer geld is meer waarde &#8211; zijn er kennelijk ook sociale of sociaal-psychologische veranderingen mogelijk.</p>
<p>Een makkelijk voorbeeld: je zit in een zaal en krijgt van een kunstenaar ‘iets’over je uitgestort en dat &#8216;iets&#8217; raakt je zo dat je echt anders gaat denken; dat je waarden orientatie verandert. Er is dan sprake van toegevoegde waarden; een ‘waarden veranderende ervaring’. En ook dat kan je meetbaar maken. Je kunt mensen gewoon vragen of ze veranderd zijn, verbeterd, gelouterd. Je kunt ook hier weer met de willingness to pay approach uit de voeten: ‘wat is/was het je waard’. Zo kan je dus de waarde van waarden meten (Hallo bent u daar nog?). Nu vind ik als sociaal wetenschappelijk onderzoeker ‘vragen naar verandering’ nooit zo sterk. Ik kijk liever naar gedrag. Maar ook dat kan je onderzoeken: gedraagt iemand zich anders na de waardenvolle ervaring die werd opgedaan, doorgemaakt, aangekocht?</p>
<p>Wat is nu de crux van dit verhaal? Creativiteit is in sommige ogen een middel voor de oplossing van concrete sociale problemen. Dat kan, maar dan moet je dat ook aantoonbaar maken. Het gaat om waarde en waarden. Als kunstenaars en creatieven inderdaad waardevolle en waarden veranderende ervaringen creëren dan kan je en moet je dat meten. Als creatieve sector ben je aan de democratie verplicht om je eigen nut te laten zien.</p>
<p>Creatieve steden &#8211; en daarmee de creatieveling – hebben tot op heden de positie van een (door paps Florida en mams Landry verwend) zondagskind. Het thema van deze middag (‘de creatieveling als lijdend voorwerp’) is dan ook onzin. Creatieven lijden niet en zijn geen lijdend voorwerp. Althans nòg niet.</p>
<p>Want het klimaat wordt wel guur. Denk maar eens aan de anti-kraakwet, de bezuinigingen; u bent misschien wel gewoon een linkse hobby. Het wordt spoedig herfst, de bomen kleuren bruin en de bladeren gaan vallen. In dat geval zal je harder dan nu het geval is de economische waarde creatie moeten laten zien van wat je doet. En probeer tevens  de waardencreatie scherper en helderder voor het voetlicht te krijgen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/creatieve-stad-moet-eigenwaarde-meetbaar-maken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tea Party en het ruimtelijk beleid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tea-party-en-het-ruimtelijk-beleid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tea-party-en-het-ruimtelijk-beleid/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Nov 2010 21:02:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Renooy</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1069</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/tea-party-en.jpg" /> Binnenkort is er weer de Dag van de Ruimte. Het wordt een treurige stemmende bijeenkomst. De ordening van de Ruimte is passé, uit, geschiedenis. De toekomst is aan ‘mechanismen van spontane orde‘, aldus de Windesheim lector Buunk*. Het lijkt erop alsof de Tea Party ook hier toeslaat. Ook de verpulvering van met ministerie van VROM duidt op de teloorgang van de Ruimtelijke Ordening. En het regeerakkoord spant de kroon waar het gaat om het ontbreken van visie in dezen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Binnenkort is er weer de <a href="http://www.dagvanderuimte.nl">Dag van de Ruimte</a>. Het wordt een treurige stemmende bijeenkomst. De ordening van de Ruimte is passé, uit, geschiedenis. De toekomst is aan ‘mechanismen van spontane orde‘, <a href="http://www.nirov.nl/Upload/dvdr2010/column_Willem_Buunk_voor_VROM.pdf">aldus</a> de Windesheim lector Buunk*. Het lijkt erop alsof de Tea Party ook hier toeslaat. Ook de verpulvering van met ministerie van VROM duidt op de teloorgang van de Ruimtelijke Ordening. En het regeerakkoord spant de kroon waar het gaat om het ontbreken van visie in dezen.</strong></p>
<p>Ruimtelijke planning; Nederland was er altijd trots op. In ons kleine landje waar we met zo ontzettend veel mensen samen wonen, ordenen we sinds jaar en dag de ons ter beschikking staande beperkte ruimte. Als geograaf vind ik dat vanzelfsprekend. Immers, de ruimte is schaars, er zijn er veel aanspraken op de ruimte, door mensen die willen wonen, recreëren, verplaatsen, winkelen et cetera. En dan praten we nog maar even niet van flora en fauna die een plek vragen. Dat daarbij belangenafwegingen moeten worden gemaakt lijkt evident. En dat er bij die afweging sprake is van kracht- en machtsverschillen lijkt me ook geen nieuws. Een democratische overheid die daarvoor keuzes maakt met het oog op de toekomst en het liefst toch met een idee hoe we ruimte het best kunnen indelen (visie dus) biedt hiervoor soelaas.</p>
<p>Tenminste,dat dacht ik altijd. Maar nu blijken dat allemaal linkse hobby’s. Niks verdelende rechtvaardigheid; de markt, het prijsmechanisme dat zijn de drivers van de nieuwe ruimtelijke orde volgens Buunk. Vinden wandelaars de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Ecologische_hoofdstructuur">Ecologische Hoofdstructuur</a> niet mooi, weg ermee, Het is toch hun belastinggeld, en wie betaalt, bepaalt! En in geval van conflicten, hup naar de rechter om het uit te vechten. Uiteindelijk kunnen `mensen` zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun omgeving, is de nieuwe wind uit VVD-hoek.</p>
<p>Wat staat daar tegenover? Het regeerakkoord geeft weinig hoop; zegge en schrijven in totaal zeven (!) regels tekst over ruimtelijke ordening. Zeven regels over de ordening en verdeling van de schaarse ruimte. Vooruit, ruimdenkend als we zijn, kunnen we ook enkele passages uit maar liefst twee alinea’s over wonen als ruimtelijke ordening kenmerken.</p>
<p>Vanuit het ministerie dan? Op de eerder genoemde Dag van de Ruimte spreekt ook Henk Ovink, van het nieuwe ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zijn <a href="http://www.nirov.nl/Home/Projecten/Dag_van_de_Ruimte/Interviews/Henk_Ovink.aspx">betoog</a> valt op door een veelheid aan ‘moeilijke’ woorden. Slechts de geoefende professional kan zich een weg banen door de actualisaties, decentralisaties, contextsensitiviteit en meer van dat moois. Maar zijn bijdrage eindigt met de opmerking dat de overheidsinzet niet gebaseerd mag zijn op een verdelende rechtvaardigheid die schijnbaar als vanzelf gekoppeld is aan ‘fnuikende bureaucratie, complexe regelgeving en bestuurlijke drukte‘. Nee, belangrijk is vooral dat die overheidsinzet afrekenbaar is.</p>
<p>Sinds wanneer mag de overheid niet meer rechtvaardig verdelen? Is dat soms een linkse hobby? Gaat onze langjarige traditie op het gebied van zorgvuldig omgaan met de ruimte ten onder in wat zo langzamerhand de tsunami van gesundenes volksempfinden en overheidje pesten lijkt te zijn? Kom op vakbroeders, laat je horen!</p>
<p>&#8212;</p>
<p>* Column uitgesproken op VROM Professoren Overleg Planologie 26 oktober 2010</p>
<p>Foto boven: Blauwe Stad (foto: Piet Renooy)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tea-party-en-het-ruimtelijk-beleid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De snelweg als metafoor van het leven</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-snelweg-als-metafoor-van-het-leven/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-snelweg-als-metafoor-van-het-leven/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Nov 2010 20:24:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL mens en verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1046</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/de-snelweg-als-metafoor.jpg" /> Melle Smets is gefascineerd door ons hedendaagse stedelijk landschap en de wereld van snelwegen, viaducten, restruimtes en tussenzones. Als kunstenaar documenteert hij dit landschap en organiseert hij excursies. Als curator van het Snelwegmuseum bracht hij het Nederlandse snelwegennet in kaart Daarbij ontdekte hij fenomenen als het leven van Oost Europese auto -exporteurs, jachtgebieden in industriezones en informeel ruimtegebruik achter geluidschermen. Een interview tussen snelweg en treinspoor.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Melle Smets is gefascineerd door ons hedendaagse stedelijk landschap en de wereld van snelwegen, viaducten, restruimtes en tussenzones. Als kunstenaar documenteert hij dit landschap en organiseert hij excursies. Als curator van het Snelwegmuseum bracht hij het Nederlandse snelwegennet in kaart  Daarbij  ontdekte hij fenomenen als het leven van Oost Europese auto -exporteurs, jachtgebieden in industriezones en informeel ruimtegebruik achter geluidschermen. Een interview tussen snelweg en treinspoor.</strong></p>
<p>Voor mij is de snelweg vooral banaal: afgezien van dat nieuwe rode geluidscherm langs Utrecht, de Deltawerken en spectaculaire grote bruggen word ik er niet warm van. Zie ik iets over het hoofd, kijk ik niet hard genoeg?</p>
<p>“Het verhevene zit in het alledaagse. De ijsberg is nu eenmaal groter onder water dan boven water. De snelweg is banaal, terloops en pretentieloos. Dit is juist wat de snelweg een open boek maakt over de staat van de samenleving, hoe we met elkaar om gaan en wat we echt belangrijk vinden, Het gaat om de heimelijke geneugten van het leven zoals homobosjes, kogelgaten in verkeersborden, het blikken gooien naar wegpersoneel, heroïnehoeren, illegale autoraces, en ga zo maar door. De snelweg verhult niets. Juist de ontworpen plekken verpesten in die zin de eerlijkheid van de snelweg.”</p>
<p>De snelweg is inwisselbaar en in principe een mondiaal fenomeen. Zie je toch verschillen in karakter? Kun je onderscheid maken tussen wegen die door bestaande gebieden heen zijn gelegd en snelwegen waar later gebieden omheen zijn ontstaan?</p>
<p>“Van de oplossingen die we bedenken, weten we per definitie niet waar die toe leiden. Toen de snelweg als idee voor het eerst op de tekentafel kwam, zag men dit als iets positiefs. De stadsarchitect Witteveen tekende de Tunneltraverse in Rotterdam zelfs als park in de stad. Hij nam de parkway wel erg letterlijk en was er van overtuigd dat een snelweg de stad zou verlevendigen in plaats van vervuilen. Dat de snelweg een wereld op zich is geworden, had niemand van te voren bedacht.</p>
<p>Het karakteristieke van een snelweg wordt enerzijds bepaald door de tektoniek van de weg in het landschap en anderzijds door de mislukkingen. De schoonheid van een vloeiende lijn kan een herkenningspunt op de route zijn, net als een gevaarlijke bocht waar het altijd glad is, of een huis in de berm waarvan de eigenaar weigerde te vertrekken.”</p>
<p>Ervaar je een samenhang in het geheel, het Nederlands snelwegennet als systeem, en is het ook zo ontworpen? Heeft het een ziel, ontstijgt het zijn puur utilitaire karakter?</p>
<p>“Als je er oppervlakkig naar kijkt, is het één pot nat. Het systeem domineert in vorm en functie. Ernaar kijken alsof de snelweg bezield is, is wat te allen tijde moet worden vermeden. Het ontstaan van een ziel betekent dat we ons zouden kunnen hechten aan de snelweg en dat staat de basisfunctie in de weg; de doorstroom. Alles wat aan het zoab blijft plakken, verstoort het systeem. Toch is het onvermijdelijk dat er betekenis aan wordt gegeven. Doordat grote hoeveelheden mensen zich op de snelweg begeven en er belevenissen, herinneringen en tragedies meemaken, sijpelen deze verhalen ons collectieve geheugen binnen. Het systeem wordt langzaam maar zeker onderdeel van onze levenswijze. Het is een kwestie van tijd tot we een warm gevoel krijgen bij het zien van een hectometerpaaltje uit onze jeugd.”</p>
<p><a rel="attachment wp-att-1048" href="http://ruimtevolk.nl/de-snelweg-als-metafoor-van-het-leven/kamperen-langs-de-snelweg/"><img class="size-full wp-image-1048  alignnone" title="kamperen langs de snelweg" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/kamperen-langs-de-snelweg.jpg" alt="" /></a></p>
<p><strong>De casus A20</strong><br />
De A20 die dwars door Rotterdam Noord heenloopt, is een stadssnelweg met vele gezichten. Als onderdeel van de ringweg is het een van de drukste snelwegen van Nederland en daarmee een triple-A locatie voor bedrijven. Naast de grote kantoren, achter de geluidsschermen en onder viaducten, gaat echter een hele andere wereld schuil De restruimtes hier zijn langzaam maar zeker in gebruik genomen door mens en natuur. Rotterdammers uit alle rangen en standen zijn er neergestreken en hebben maneges, parken, verenigingen, bedrijven, vuildumps, woonboten, opvangcentra, speeltuinen, cafés en moestuinen aangelegd. De snelweg functioneert hier als een moderne stadsmuur.</p>
<p>Maar de toekomst van de A20 als snelweg staat op de helling. Wanneer de A4 wordt doorgetrokken van Delft naar Schiedam is de kans groot dat de Rotterdamse ringweg zal worden uitgebreid met de A16 die bij Zestienhoven op de A4 zal aansluiten. De A20 wordt hiermee een stadsweg en hoeft zich niet langer aan de regels van de snelweg te conformeren.</p>
<p>Smets is de initiator van het Snelwegatelier. In het Snelwegatelier, in het leegstaande station Rotterdam Noord, komen elke woensdag studenten onder leiding van docenten van de Rotterdamse kunstacademie bij elkaar om deze casus te bespreken. De A20 is hun studieproject. Samen met experts en politici werken ze samen aan het bedenken en uitwerken van toekomstscenario&#8217;s. Eind november kiest een jury het winnende idee.</p>
<p>Inspirerend, dat Snelwegatelier. Leidt het ook tot nieuwe inzichten, zo’n dag tussen geluidswal en spoordijk? Wat kun je zeggen van de eerste brainstormsessies?</p>
<p>“Voor studenten is de snelweg normaliter geen onderwerp. Het is een wereld voor de werkende massa waar zij nog geen onderdeel van zijn. Pas bij het beklimmen van een geluidscherm, of het luisteren naar het gedender onder een viaduct ontdekken zij de schoonheid, idiotie, monumentaliteit en vrijheid van de snelwegomgeving. Het had evengoed een heel ander landschap kunnen zijn om dezelfde soort verwondering te prikkelen. De studenten zijn onbevangen en nieuwsgierig, gaan op onderzoek uit en komen met hele eigen inzichten. Opvallend vind ik dat de meesten er geen moreel oordeel aan verbinden. De snelweg is een gegeven dat nu eenmaal onderdeel is van de omgeving. Voor hun heeft de snelweg altijd bestaan.”</p>
<p>Jullie gaan een hoop projecten doen via ‘mapping‘, wat gaat er zo al in kaart gebracht worden?</p>
<p>“Mapping is een hip woord voor degelijk onderzoek/veldwerk. Je moet eerst de wereld in je op nemen om die vervolgens te kunnen duiden. Hoe beter je kijkt, hoe rijker het pallet van indrukken wordt dat je kan gebruiken. De studenten kiezen hun eigen fascinaties en worden geacht die te onderzoeken en te vatten in verslagen. Tot nu toe heb ik studenten bezig gezien met fenomenen als road-kills, belangenverenigingen, herrie, files, moestuinen en ga zo maar door.”</p>
<p>Jullie gaan als groep een buitenpost opzetten op het Terbregse Plein. Als je daar gaat kamperen, ga je dan proeven van het eigene van de plek? Of blijft het een niemandsland en wordt het staren in de leegte?</p>
<p>“Ga maar eens een dag onder je eigen keukentafel zitten. Dan verandert je hele vertrouwde beeld van je eigen tafel en huiskamer voorgoed. Dat wil niet zeggen dat iedereen dezelfde sfeer daar ervaart. Iedereen zal er zijn/haar eigen verhaal van moeten maken. Dat maakt het belevingsonderzoek juist zo boeiend. Het feit dat wij er een week kamperen, doet wel wat met onze blik op die plek. Het wordt een plek met een verhaal en daarmee gaat die plek meedoen in onze leefomgeving.“</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-snelweg-als-metafoor-van-het-leven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De (on-)waarheid van het groeiende aantal huishoudens</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-on-waarheid-van-het-groeiende-aantal-huishoudens/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-on-waarheid-van-het-groeiende-aantal-huishoudens/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Nov 2010 14:05:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1039</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/De-onwaarheid-van-het.jpg" /> Bent u daar nog? ‘Dus als ik het goed begrijp dan groeit het aantal huishouden nog een tijdje door, vooral omdat de eenpersoonshuishoudens groeien?’ ‘Ja, de komende jaren groeit het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Bent u daar nog?</strong></p>
<p>‘Dus als ik het goed begrijp dan groeit het aantal huishouden nog een tijdje door, vooral omdat de eenpersoonshuishoudens groeien?’</p>
<p>‘Ja, de komende jaren groeit het aantal huishoudens ook nog vanwege bevolkingsgroei, maar als binnenkort de bevolking gaat krimpen dan groeit inderdaad het aantal huishoudens nog door vanwege die eenpersoonshuishoudens.&#8217;</p>
<p>‘Maar waar komen al die extra eenpersoonshuishoudens dan opeens vandaan, als we gaan krimpen? Importeren we dan alleenstaande Belgen?’</p>
<p>‘Nee, dat gaan we maar niet doen. Volgens het CBS hebben we die groeiers al in eigen land, want zijn het met name jongeren die eerst een tijdje alleen gaan wonen, gescheiden mensen en ouderen’.</p>
<p>‘En allemaal zorgen ze dan voor eenderde van die groei?’</p>
<p>‘Nee joh, voor het overgrote deel die ouderen. Da’s ook niet zo raar, want het aantal jongeren neemt af en het aantal scheidingen is al jaren stabiel, dus die twee groepen doen niet zo veel. Nou ik er over nadenk is het eigenlijk vreemd dat die groepen hoe dan ook zouden groeien, ik zie die groei niet. Eens effe googlen. He verrek, ik zie hier opeens de allernieuwste prognose van het CBS, daar groeien die twee groepen inderdaad nauwelijks meer‘</p>
<p>&#8216;Kun je me even een link van dat document mailen, dat wil ik zelf wel eens zien&#8217;</p>
<p>&#8216;Nou pfffff, okee, okee, ik zoek het voor je op, want voordat je het weet heb je tegenwoordig een &#8220;prietpraat-beschuldiging&#8221; aan je broek. Kijk hier is ie: cijfers CBS, pagina 16 en vooral de eerste 8 regels van pagina 17.</p>
<p>‘Verrek, je hebt gelijk. Maar die ouderen is nog wel de groei-groep qua eenpersoonshuishoudens!’</p>
<p>‘Inderdaad, en dan vooral de oudere ouderen. Want die senioren zijn zo gezond tegenwoordig dat ze tot op hoge leeftijd samen blijven wonen. Maar als zo’n man, want die is het dan meestal, dan doodgaat, dan heb je weer een extra eenpersoonshuishouden’.</p>
<p>‘Ja maar, dat is toch geen ‘extra’ huishouden, maar een tweepersoonshuishouden dat verandert in een eenpersoonshuishouden?’</p>
<p>‘Kijk, jij bent goed wakker. Dat klopt, maar vroeger waren die mensen naar een verzorgingshuis gegaan en werden ze helemaal niet meer geteld als huishouden. Dus het zijn geen nieuwe huishoudens maar ze blijven langer in beeld’&#8217;. Maar dat leidt toch tot extra verstopping op de woningmarkt?</p>
<p>&#8216;Extra verstopping?  Bij een straks krimpende bevolking en in een land waarbij het lijkt alsof de helft van het woningbezit op Funda staat? Hoezo verstopping?&#8217;<br />
&#8216;Daar zeg je zowat.&#8217;</p>
<p>‘Maar die eenpersoonshuishoudens hebben toch helemaal geen extra woning nodig. Die achterblijvende weduwen die wonen toch al lang ergens?’</p>
<p>‘Ja, dat klopt, maar ik heb toch ook niet gezegd dat we extra woningen nodig zouden hebben’</p>
<p>‘Nou je het zegt, inderdaad, dat had ik er zelf bij bedacht. Maar heb ik het echt goed begrepen: de groei van de huishoudens zit met name in eenpersoonshuishouden, en dan voor het overgrote deel bij oude mensen die al een huis hebben?’</p>
<p>‘Ja slimmerik, zo zit het. Die groei is dus eigenlijk waar en ook onwaar. Uh, wat ga je doen?’</p>
<p>‘Oh even bellen, naar de afdeling woningplanning, moet effe wat projecten afbestellen’.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-on-waarheid-van-het-groeiende-aantal-huishoudens/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Recht op koop leidt tot gettovorming</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/756/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/756/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Oct 2010 19:22:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Roland Oude Ophuis</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Achterstandswijken]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=756</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/10/20101029_Woningbouw-Amsterdam-DEF-650x349.jpg" /> Het nieuwe kabinet is voornemens de sociale huurmarkt aan te pakken, zo blijkt uit het nieuwe regeerakkoord. Hiervan springt één in eerste instantie onschuldig ogend voorstel er tussenuit: huurders van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het nieuwe kabinet is voornemens de sociale huurmarkt aan te pakken, zo blijkt uit het nieuwe regeerakkoord. Hiervan springt één in eerste instantie onschuldig ogend voorstel er tussenuit: huurders van een corporatiewoning krijgen volgens het kabinet het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen. Dit klinkt aantrekkelijk. Maar is het dat ook? </strong></p>
<p>Huurders die naar alle tevredenheid wonen, kunnen hun woning voor een redelijke prijs omzetten naar eigendom. De voordelen zijn dat de lagere (midden)inkomensgroepen meer kans hebben op vermogensvorming. Het leidt daarnaast tot een grotere verantwoordelijkheid voor de woonomgeving en voor de woningcorporaties komt bovendien ook nog eens kapitaal vrij.</p>
<p>Maar er ligt een addertje onder het groen lijkende gras. Buiten de vraag of je corporaties kan dwingen hun bezit te verkopen zorgt het beleidsvoornemen voor een grote koerswijziging in de benadering van de ruimtelijke verdeling van de grote steden in Nederland. De vrije markt krijgt in de toekomst ruim spel. Het zorgwekkende is dat het ‘ruimtelijke evenwicht’ dat de afgelopen eeuw zorgvuldig is opgebouwd, vernietigd wordt. In Nederlandse steden bestaan, in tegenstelling tot veel andere westerse steden, nauwelijks of geen getto’s die worden gedomineerd door een ‘culture of poverty’. De gevolgen van het ‘recht op kopen’ maken dat dit spookbeeld wel reëler wordt.</p>
<p>Ten eerste zal de maatregel voor de huidige achterstandswijken, waar vaak  veel corporatiebezit is, desastreus uitpakken. Woningcorporaties zullen snel ondervinden dat het nog maar weinig zin heeft om voor (verouderde) wooncomplexen toekomstplannen te maken. Door (de dreigende) verkoop van huurwoningen zal corporatiebezit versnipperd raken. Sturen via bezit is dan bijna onmogelijk.</p>
<p>Corporaties zullen hun inspanningen noodgedwongen moeten bijstellen naar ‘pappen en nathouden’ Want waarom zou een corporatie nog vernieuwingsplannen maken voor een complex als deze niet weet of de woningen in de toekomst nog wel in bezit zijn? Op het moment dat huurders binnen een complex hun ‘recht’ op koop  opeisen, is een ingrijpende renovatie of sloop/nieuwbouw van een complex een haast onmogelijke opgave.</p>
<p>Sociaal vernieuwen door fysieke vernieuwing, sinds de jaren zeventig een machtig en effectief instrument, zal van de agenda verdwijnen. Bedenk hierbij dat het kabinet ook veel minder geld reserveert voor probleemwijken en men zal beseffen dat deze wijken grote risico’s lopen verder af te glijden.</p>
<p>Ten tweede zal het gevolg van ‘het recht op koop’ ruimtelijke segregatie zijn. Huurwoningen in wijken die populair zijn, zullen in de loop der tijd verkocht worden. Kans op vermogenswinst is hier veruit het grootst en dat zullen huurders en woningzoekenden begrijpen. Het zal toch niemand verbazen als over 25 jaar nog maar weinig sociale huurwoningen in de gewilde stadswijken over zijn? Het gevolg is dat de laagste inkomensgroepen alleen nog zijn aangewezen op de minst populaire wijken. En dat zijn juist die wijken die door de nieuwe maatregelen al extra kwetsbaar worden. Een neerwaartse spiraal lijkt onvermijdelijk. De zwakkere wijken ontwikkelen zich nog meer het afvoerputje van de woningmarkt, terwijl corporaties geen instrument meer hebben om te vernieuwen. Aan het kabinet de vraag of zij dit beleid een doelbewuste keuze is of dat het een slecht doordacht plan is? In beide gevallen geldt: bedenk dat een slecht plan, sneller is bedacht en uitgevoerd dan ongedaan gemaakt….</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/756/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beter kijken naar wijken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/beter-kijken-naar-wijken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/beter-kijken-naar-wijken/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Oct 2010 19:34:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Dirk de Boer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bloemkoolwijk]]></category>
		<category><![CDATA[Uden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=585</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/10/jaren70803-650x349.jpg" /> Het kabinet Rutte gaat een eind maken aan de krachtwijken aanpak. Het woord wijkaanpak komt in het regeerakkoord niet meer voor. Lokale partijen zullen zelf moeten aanpakken. Voor de wijken uit de bouwgolf van jaren ‘70 en ‘80 maakt dat weinig uit. Die hadden de aandacht toch al niet van de overheid, terwijl ze het wel hard nodig hebben. Volgens Jan Dirk de Boer hebben professionals in de stedelijke vernieuwing de neiging te generaliseren en vergeten goed te kijken en te luisteren naar de bijzondere opgave van deze wijken. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het kabinet Rutte gaat een eind maken aan de krachtwijken aanpak. Het woord wijkaanpak komt in het regeerakkoord niet meer voor. Lokale partijen zullen zelf moeten aanpakken. Voor de  wijken uit de bouwgolf van jaren ‘70 en ‘80 maakt dat weinig uit. Die hadden de aandacht toch al niet van de overheid, terwijl ze het wel hard nodig hebben. Volgens Jan Dirk de Boer hebben professionals in de stedelijke vernieuwing de neiging te generaliseren en vergeten goed te kijken en te luisteren naar de bijzondere opgave van deze wijken. </strong><br />
<strong><br />
</strong>Eenderde van alle woningen in Nederland &#8211; ruim 2,3 miljoen huizen &#8211; is gebouwd in de jaren ‘70 en ‘80. De woningproductie was nooit hoger dan in die decennia. De problemen waar deze wijken vandaag de dag mee kampen, is niet dat het ernstig verloederde buurten zijn waar gettovorming plaatsvindt. Maar het zijn wel saaie, gedateerde woonerven, met energieslurpende gebouwen, die door leegloop en verwaarlozing een onzekere toekomstwaarde behelzen.</p>
<blockquote><p>Een toenemend aantal nieuwe bewoners<br />
kiest niet uit een positieve motivatie voor de wijk<br />
maar komt er terecht.</p></blockquote>
<p>Deze wijken zijn inmiddels zo’n 25 to 40 jaar oud. Veertig jaar is een theoretische leeftijd waarop woningen boekhoudkundig worden afgeschreven, klaar voor een herinvestering. Veel particuliere eigenaren doen dat niet omdat ze geen geld ‘over’ hebben. En verhuurders staan soms voor de vraag of slopen niet beter is dan een dure opknapbeurt.</p>
<p><strong>Groen en kindvriendelijk</strong><br />
De fysieke structuur van de wijken wordt vaak als kwaliteit gezien: ze zijn groen, kindvriendelijk en er is veel openbare ruimte. Maar het is er wel onoverzichtelijk, met name in de typische ‘bloemkoolwijken’ met doodlopende woonerven. De grens tussen openbaar en priveterrein is onduidelijk. Daar komt bij dat passende budgetten voor het ruime openbare groen er nooit geweest zijn waardoor het overvloedige struikgewas en de grasvelden niet goed zijn onderhouden. En dat wordt nu alleen maar moeilijker.</p>
<p>De demografische ontwikkelingen betekent dat er weinig hechte sociale verbanden zijn in deze buurten. De eerste generatie bewoners zijn veelal gepensioneerde babyboomers; de vitale seinoren. Zij komen voor de keus te staan of de woningen en de buurt nog bij hen passen, en of ze daar oud kunnen worden. Van alle bewoners, hebben zij doorgaans de sterkste banden met de wijk, maar hun aandeel is klein.</p>
<p><img class="size-full wp-image-586    alignnone" title="jaren70802" src="http://ruimtevolk.nl/nieuw/wp-content/uploads/2010/10/jaren70802.jpg" alt="" width="475" height="255" /></p>
<h6><span style="color: #888888;">De Wijk Melle in Uden (foto: Jan Dirk de Boer)</span></h6>
<p>Een toenemend aantal nieuwe bewoners kiest niet uit een positieve motivatie voor de wijk maar komt er terecht. Dat  betekent ook dat vaak een aanzienlijk deel van de inwoners problemen en zorgen heeft. Ze  hebben meer energie nodig om te overleven, dan dat ze energie hebben om te participeren in hun buurt, in de ouderraad op school en om vrijwilliger te zijn in een buurthuis of school.</p>
<p><strong> Overhaaste conclusies</strong><br />
Om deze woonwijken weer een facelift te geven, zijn al tal van maatregelen bedacht. Fysieke ingrepen zoals het omkeren van de voor- en achterkant van woningen, het vervangen van verwilderd groen door bomen of het uitbreiden van parkeerruimte zijn voorbeelden die de wijk opnieuw aantrekkelijk zouden kunnen maken. Het verkopen van huurwoningen, streng toewijzen van sociale huurwoningen om het waterbedeffect te vermijden, meer autonomie op buurtniveau en een programma voor hangjongeren zou op sociaal niveau verschil kunnen maken.</p>
<p>De vraag is: zijn dergelijke oplossingen wel de juiste? Werken dit soort interventies echt? En passen ze bij die ene wijk? Professionals in de stedelijke vernieuwing – ondergetekende incluis &#8211; hebben de neiging te generaliseren. “Het concept Bloemkoolwijken is achterhaald”, “de jaren 70 wijken zijn het putje van de woningmarkt”.  Hoe nuttig de algemene analyse ook is, elke wijk heeft haar eigen geschiedenis en elke situatie vraagt om een eigen aanpak. Daarvoor moet verder dan alleen naar de buitenkant van een wijk worden gekeken en geen overhaaste conclusies worden getrokken.</p>
<p>Zo zijn de in dit artikel aangehaalde woningen meestal technisch van goede kwaliteit, dus waarom zijn ze dan soms toch niet gewild? Licht dat aan de stedebouwkundige structuur van de wijk, aan de sociale samenstelling of aan het ontbreken van voorzieningen zoals winkels of een basisschool?</p>
<p>Een van de kansen om een wijk een revival door te laten maken is het stimuleren van eigen woningbezit. Het aandeel eigen woningen in deze wijken is groot vergeleken met veel (herstructurerings) wijken uit de jaren ‘50 en ‘60 . Eigen woningbezit is een kans op waardebehoud. Maar het is een groot risico als de bewoners de touwtjes aan elkaar moeten knopen om te overleven, en hun woning niet goed kunnen onderhouden. Dan zijn andere interventies of aanpak nodig om zo’n wijk toekomstbestendig te maken.</p>
<p>De politieke realiteit is dat het de komende jaren ‘beter met minder’ moet . Dat stimuleert nieuwe samenwerking en laat andere mogelijkheden zien. Goed kijken en luisteren en dan de juiste conclusies trekken, is het halve werk voor een toekomstige wijkaanpak.</p>
<p>&#8212;</p>
<h6>Foto boven: De Wijk Melle in Uden (foto: Jan Dirk de Boer)</h6>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/beter-kijken-naar-wijken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cultureel vernieuwen tegen de stroom in</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/cultureel-vernieuwen-tegen-de-stroom-in/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/cultureel-vernieuwen-tegen-de-stroom-in/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 18 Oct 2010 09:28:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Raatgever</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=1126</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/11/cultureel-vernieuwen-tegen.jpg" /> Boek inspireert tot meer open ontwerp van Nederlandse musea en theaters]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tweeduizend theatermakers, muzikanten en studenten demonstreerden vorige week in Den Haag tegen de cultuurbezuinigingen van het nieuwe kabinet. Tweehonderd miljoen euro aan rijkssubsidies dreigt te worden geschrapt door Rutte cum suis. &#8216;Wat valt er nog in te burgeren als we onze eigen cultuur kapotmaken?’, luidde de tekst op een van de spandoeken. Het is verrassend dat juist in deze sfeer een boek verschijnt dat oproept tot vernieuwing van onze theaters en musea.</strong></p>
<p>“De bezuinigingscrisis is ook een legitimiteitscrisis”, legt Johan Idema uit. Idema is senior adviseur cultuur bij adviesbureau LAgroup, Leisure and Arts Consulting, en auteur van het boek Beyond the black box and the white cube. “Veel theater- en museumgebouwen nodigen door hun gesloten ontwerp onvoldoende uit om een vrijblijvend kijkje te nemen. Dat draagt bij aan hun imago als elitaire bolwerken.”</p>
<p>Idema en medeauteur Roel van Herpt willen met hun boek laten zien dat het ook anders kan: het cultuurgebouw niet als zwarte doos of witte kubus, maar als open huiskamer voor de stad, volledig in contact met haar omgeving en bezoekers. Zij pleiten voor theaters met een etalage als de Bijenkorf en musea met free samples.</p>
<p>Beyond the black box is ingedeeld in drie delen: ‘Ontvangst’ (Start), ‘Beleving’ (Explore) en ‘Nabeschouwing’ (Improve). Het eerste deel beschouwt de klassieke indeling van theaters en musea en hun redenen tot vernieuwing. Dit wordt aangevuld met een cultuurfilosofisch essay van Elma van Boxtel en Kristian Koreman van het <a href="http://www.zus.cc/">bureau ZUS</a>, Zones Urbaines Sensibles. Daarin pleiten zij voor cultuurgebouwen als publieke productiehuizen; een vrijplaats waar vandaan burgers tegenspel kunnen bieden aan de voortschrijdende privatisering en commercialisering van de publieke ruimte.</p>
<p>De kracht van het boek ligt vooral in het tweede deel. Hier voeren de auteurs een indrukwekkende hoeveelheid vernieuwende musea en theaters op, uit binnen- en buitenland, gelardeerd met veel beeldmateriaal. Deze best practices worden losjes gegroepeerd langs een aantal thema’s als ‘Open huis’, ‘Achter de schermen’, ‘Binnenstebuiten’. De ruime hoeveelheid voorbeelden en plaatjes bieden een groot palet aan ontwerpmogelijkheden waarmee cultuurgebouwen beter in contact zouden kunnen treden met hun omgeving en bezoekers.</p>
<p>Wel is de behandeling van de vele voorbeelden vooral op beeld en functie georiënteerd. Het was interessant geweest als enkele van de cases meer in detail waren uitwerkt, inclusief projectgegevens, budgetten, proces enzovoort, zodat de lezer meer inzicht krijgt in het proces van de totstandkoming van een bijzonder cultuurgebouw. De auteurs leggen in de inleiding uit in dit boek te hebben gekozen voor brede inspiratie boven detail.</p>
<div id="attachment_1128" class="wp-caption alignnone" style="width: 485px"><a rel="attachment wp-att-1128" href="http://ruimtevolk.nl/nieuw/cultureel-vernieuwen-tegen-de-stroom-in/cultureel-vernieuwen-tegen_binnen/"><img class="size-full wp-image-1128 " title="cultureel-vernieuwen-tegen_binnen" src="http://ruimtevolk.nl/nieuw/wp-content/uploads/2010/11/cultureel-vernieuwen-tegen_binnen.jpg" alt="" width="475" height="255" /></a><p class="wp-caption-text">monumentaal warenhuis Schunck in Heerlen (foto: Claus  Tummers)</p></div>
<p>Uiteraard komen in het boek usual suspects voorbij als <a href="http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?Id=3978&amp;s=1">Tate Modern</a> in Londen met zijn reusachtige, vrij toegankelijke turbinehal en het Parijse <a href="http://www.nytimes.com/2006/06/27/arts/design/27bran.html">Musée du quai Branly</a> van Jean Nouvelle, vanwege de bijzondere verbinding met haar eigen omringende stadspark. Het zijn echter juist de kleine en meeslepende voorbeelden die het meest verrassen en wellicht ook beter bij de Nederlandse schaal passen. Zoals monumentaal warenhuis <a href="http://www.architectenweb.nl/aweb/redactie/redactie_detail.asp?iNID=2464&amp;s=1">Schunck</a> in Heerlen, dat na een zorgvuldige renovatie nu een cultuurcluster herbergt. En de omgebouwde public school <a href="http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?Id=7331&amp;s=1">P.S.1</a> in Queens, New York, dat sinds 2000 fungeert als de avantgardistische en überhippe voorpost van het MoMA.</p>
<p>In het laatste deel presenteren de auteurs hun conclusies en aanbevelingen. Ze noemen veranderingsbereidheid en een overtuigende visie van zowel theater- en museumdirectie als van de opdrachtgever, als belangrijkste voorwaarden voor succesvolle vernieuwing, samen met de bouwtechnische mogelijkheden van het bestaande pand en de juiste architect.</p>
<p>Het schrijfproces van het boek was te vroeg in het jaar om een directe link te kunnen maken met de komende rijksbezuinigingen op cultuur. Hoewel dit interessant was geweest, is dat de schrijvers niet aan te rekenen. Wel is het jammer dat er ook niet vooruitgekeken wordt naar de bezuinigingen op gemeentelijk niveau en de slechte vooruitzichten die dat biedt voor de nieuwbouw van maatschappelijke voorzieningen, dit was al langer bekend.</p>
<p>Gemeenten die in veel gevallen opdrachtgever en financier voor cultuurgebouwen zijn, zullen de komende jaren stuk voor stuk stevige bezuinigingen moeten doorvoeren, ook op hun bouwbudgetten. Het bedrijfsleven is nog aan het herstellen van de crisis en zal zich ook niet massaal als beschermheer van de kunsten opstellen. Er tekent zich net als in de stedelijke ontwikkeling, een zoektocht af naar nieuwe ontwikkelings- en financieringsmodellen voor cultuurgebouwen. Wat zijn in dat opzicht de mogelijkheden van crowd funding? Wat kunnen leegstaande vierkante meters kantoorgebouwen voor de cultuursector betekenen?</p>
<p>Daarnaast treffen de bezuinigingen vanuit het Rijk waarschijnlijk vooral de podiumkunsten en beeldende kunsten. Aan de vraagkant zal dat gevolgen hebben voor de subsidies aan theaters en musea. Aan de aanbodkant zullen theatergroepen, orkesten en dansgezelschappen de broekriem aan moeten halen of misschien zelfs worden opgeheven. Beeldend kunstenaars hangen zonder subsidie hun kwasten wellicht aan de wilgen. En voor jonge kunstenaars is er door het wegvallen van de WWIK geen steuntje meer in de rug om hun cultureel ondernemerschap op te bouwen.</p>
<p>Zo dringt de vraag zich op: áls het al lukt om een nieuw Guggenheim aan de Rijn te bouwen, wat valt daar dan eigenlijk nog te beleven?</p>
<p><em>Johan Idema en Roel van Herpt: Beyond the black box and the white cube: Hoe we onze musea en theaters kunnen vernieuwen. © 2010, LAgroup, Amsterdam, ISBN/EAN 978-94-90534-02-8. 143 pag., € 37,69 (excl.btw) </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/cultureel-vernieuwen-tegen-de-stroom-in/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Modernistische ontwerpen ook debet aan falen wijken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/modernistische-ontwerpen-ook-debet-aan-falen-wijken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/modernistische-ontwerpen-ook-debet-aan-falen-wijken/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 15 Oct 2010 08:39:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijlmer]]></category>
		<category><![CDATA[Modernisme]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Vanstiphout]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=512</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/10/Slotervaart1-650x349.jpg" /> Ruimtelijk determinisme is geen basis voor een geslaagde wijkaanpak, maar het tegenovergestelde evenmin. Toch is dat laatste precies wat de kersverse Delftse hoogleraar Ontwerp en Politiek Wouter Vanstiphout in zijn bijdrage aan nummer vijf van Justitiële verkenningen, getiteld ‘Architectuur en veiligheid’ probeert aan te tonen. Vanstiphout stelt de vraag of modernistische architecten en stedenbouwkundigen uit de wederopbouwperiode schuld hebben aan het sociaal-economisch falen van veel naoorlogse buurten. Nee, vindt Vanstiphout. Planoloog Errik Buursink vindt dat het betoog van Vanstiphouts echter ontbreekt aan een empirische onderbouwing.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ruimtelijk determinisme is geen basis voor een geslaagde wijkaanpak, maar het tegenovergestelde evenmin. Toch is dat laatste precies wat de kersverse Delftse hoogleraar Ontwerp en Politiek Wouter Vanstiphout in zijn bijdrage aan nummer vijf van Justitiële verkenningen, getiteld ‘Architectuur en veiligheid’ probeert aan te tonen. Vanstiphout stelt de vraag of modernistische architecten en stedenbouwkundigen uit de wederopbouwperiode schuld hebben aan het sociaal-economisch falen van veel naoorlogse buurten. Nee, vindt Vanstiphout. Planoloog Errik Buursink vindt dat het betoog van Vanstiphouts echter ontbreekt aan een empirische onderbouwing.</strong></p>
<p>Vanstiphout&#8217;s artikel werkt toe naar de conclusie dat grootschalige ruimtelijke ingrepen in naoorlogse wijken op den duur meer kwaad dan goed zullen doen. Dat is goed nieuws: als Vanstiphout gelijk heeft, kunnen we al die honderden miljoenen, die we nu in bakstenen steken, gebruiken voor andere zaken.</p>
<blockquote><p>&#8220;De logische vraag waarom die middenklassegezinnen ervoor hebben gekozen in twee-onder-een-kappers of een vooroorlogs stadshuis te wonen, blijft onbeantwoord.&#8221;</p></blockquote>
<p>Tegenover deze stellingname staat een grote hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek, dat overtuigend bewijs levert voor de stelling dat modernistische ontwerpuitgangspunten weldegelijk voor een aanzienlijk deel debet zijn aan de sociale problematiek in naoorlogse wijken. Experimenten met ‘straten in de lucht’, de radicale scheiding van verkeersstromen en functies en een soms ronduit bizarre vormgeving komen veelvuldig naar voren als oorzaken van onveiligheid, vervuiling en vervreemding. Echter, het grootste probleem van tuinsteden, grands ensembles, estates en projects aan deze en gene zijde van de Atlantische Oceaan is de eenzijdige bevolkingssamenstelling. De reden daarvoor is het feit dat ze chronisch ongeliefd zijn als woonmilieu. Architecten en stedenbouwers hoor je vaak zeggen dat er op zich niets mis is met de flatgebouwen in het groen, als de middenklassegezinnen waarvoor ze gebouwd zijn er maar zouden wonen. Maar de logische vraag waarom die middenklassegezinnen ervoor hebben gekozen in twee-onder-een-kappers of een vooroorlogs stadshuis te wonen, blijft vervolgens onbeantwoord.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-522" href="http://ruimtevolk.nl/modernistische-ontwerpen-ook-debet-aan-falen-wijken/bijlmer-2/"><img class="size-full wp-image-522 alignnone" title="Bijlmer" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/10/Bijlmer1-e1287132283836.jpg" alt="" /></a><br />
Laagbouw-nieuwbouw in Bijlmer (Koningshof) Amsterdam (Bron: Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties)</p>
<p>De naoorlogse stedenbouwers hadden zelf vrij snel door dat hun modelsteden de concurrentie met andere woonmilieus niet aankonden. Het hoofd van de Amsterdamse dienst Stadsontwikkeling, Anton de Gier, stelde eind jaren ’60 al dat “de betere woonvorm Bijlmermeer nooit op waarde geschat zal worden, zolang de concurrentie van de binnenstad blijft”. Hij was van mening dat de binnenstad van Amsterdam in het belang van de volkshuisvesting diende te worden afgebroken. Helaas voor liefhebbers van de galerijflats van de Bijlmer is het daar niet van gekomen. De grachtengordel is intussen van onder tot boven gerestaureerd en vormt een van de meest populaire woonwerkgebieden van Noordwest-Europa. De Bijlmer kwam niet geheel onterecht bekend te staan als het eerste getto van ons land en werd grotendeels afgebroken.</p>
<p>De revitalisatie van de Amsterdamse binnenstad is geen uitzondering in Nederland. Vrijwel overal staat de afname van de leefbaarheid in de naoorlogse wijken en steden in schril contrast met de spectaculaire toename van het woon- en leefgenot in de vooroorlogse stadsdelen. De meeste wijken die voor de eeuwwisseling als problematisch te boek stonden (“de oude wijken in de steden”) krabbelden sinds ongeveer 1980 op dankzij de instroom van mensen met veel sociaal en cultureel kapitaal. Dankzij hen staan er zo weinig negentiende-eeuwse buurten op de lijst van Vogelaar. En het mooie is dat de meeste van deze wijken nog altijd sociaal-economisch gemengd zijn. Een goed voorbeeld is de veelgeplaagde Indische Buurt in Amsterdam, die in 2003 voor 93% uit sociale huurwoningen bestond. Hier werden vanaf 2004 een paar honderd sociale huurwoningen gerenoveerd en verkocht. De leefbaarheidcijfers schoten er meteen omhoog, van een 5,1 in 2003 naar een 7,0 in 2009. Een eclatant succes en het bewijs dat menging van verschillende bevolkingsgroepen op buurtniveau wel degelijk mogelijk is.</p>
<p>In de naoorlogse krachtwijken is sociaal-economische menging ook een belangrijk doel van de stedelijke vernieuwing. Met renovatie en verkoop van bestaande woningen alleen lukt dit niet. Zoals gezegd zijn modernistische tuinsteden weinig geliefd bij huizenkopers. Geen wonder: wonen in een tuinstad betekent èn geen tuin èn geen stad. Daarmee zijn deze wijken voor zowel mensen met een voorkeur voor stedelijk wonen als voor mensen die graag in een suburbane setting leven weinig aantrekkelijk. Dat de huizen klein en verouderd zijn, is niet het werkelijke probleem. Dat zijn ze in veel vooroorlogse stadswijken ook. Maar daar wordt dit ongemak ruimschoots gecompenseerd door een goed geoutilleerde publieke ruimte: een gevarieerd aanbod aan voorzieningen langs levendige straten en pleinen. En voor een beetje fatsoenlijke publieke ruimte zijn mensen bereid flink in te leveren op privéruimte en wooncomfort. Andersom geldt dat een gebrek aan een gevarieerde en levendige publieke ruimte gecompenseerd kan worden door veel privéruimte: een groot huis met ruime tuin.</p>
<p>Voor modernistische tuinsteden zijn er zo bezien, afhankelijk van de ligging in het stedelijk gebied, grofweg twee ruimtelijke vernieuwingsstrategieën: verstedelijken en/of verdunnen. In de Bijlmer heeft de verdunning goed gewerkt. De uittocht van de Surinaamse en Caribische middenklasse naar Almere is tot staan gebracht. Zij bewoont er nu de rijtjeshuizen met tuintjes voor en achter, die in de plek kwamen van de honingraatflats. Verstedelijken blijkt lastiger. Onveranderd modernistisch geschoolde ontwerpers en een achterhaalde wet- en regelgeving maken dat falend modernisme met nieuw modernisme bestreden wordt. Hetzelfde overschot aan kwaliteitsloze openbare ruimte, hetzelfde gebrek aan gevarieerd publiek leven. Dat deze vorm van stedelijke vernieuwing niet de beoogde resultaten genereert is dan ook geen gevolg van de vernieuwing an sich, maar van de wijze waarop ze gestalte krijgt.</p>
<p>De laatste jaren kan in de meeste Nederlandse buurten aan de hand van de stedenbouwkundige typologie vrij nauwkeurig voorspeld worden wat het stemgedrag van de bewoners is. Aan een leerstoel Politiek en Ontwerp is dan ook zeer zeker behoefte. Laat deze zich dan wel naar goede academische traditie wijden aan feitelijk onderzoek en niet aan ongefundeerde ideologie. Dat laatste heeft ons in het verleden al genoeg disfunctionerende steden opgeleverd.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/modernistische-ontwerpen-ook-debet-aan-falen-wijken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geen nieuwe idealen nodig?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/geen-nieuwe-idealen-nodig/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/geen-nieuwe-idealen-nodig/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 13 Oct 2010 20:35:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Dag van de ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Idealen]]></category>
		<category><![CDATA[Nirov]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/?p=561</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/10/IdealeninRO-650x349.jpg" /> De kranten staan vol over de malaise in de bouw en Amsterdam heeft een totale bouwstop afgekondigd. In aanloop naar de Dag van de Ruimte nodigde het Nirov, jonge planologen en stedenbouwers uit om te komen praten over wat hen drijft. Wat is echt belangrijk? Waar gaan we voor? En wat gaan we anders doen? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De kranten staan vol over de malaise in de bouw en Amsterdam heeft een totale bouwstop afgekondigd. In aanloop naar de Dag van de Ruimte nodigde het Nirov, jonge planologen en stedenbouwers uit om te komen praten over wat hen drijft. Wat is echt belangrijk? Waar gaan we voor? En wat gaan we anders doen? Crisistijd nodigt op het eerste oog niet uit tot gemijmer over nieuwe idealen. Of dwingt de crisis ons juist om nog eens goed na te denken over wat echt belangrijk is. Als de bodem in zicht komt, komen vaak ook onze idealen weer in beeld. De idealen van de nieuwe generatie zijn eigenlijk heel pragmatisch: niet het wiel opnieuw uitvinden maar efficiënter werken en idealen waarmaken.</strong></p>
<p>Juf wilde ze vroeger worden, of archeoloog. Niemand wil planoloog worden als hij klein is. Toch kwamen ze in de ruimtelijke ordening terecht, voornamelijk omdat ze aardrijkskunde zo&#8217;n leuk vak vonden.  En nu willen ze de wereld een klein beetje mooier maken. Maar dat blijkt in de praktijk verdomd lastig.</p>
<p>De idealen van de aanwezigen blijken niet echt af te wijken van de idealen die we al jarenlang nastreven. Als we een ideaal zien als een punt aan de horizon, dan blijkt de nieuwe generatie helemaal geen behoefte te hebben aan nieuwe punten aan de horizon. Eerder worden ze gedreven door een verlangen die punt aan de horizon op een zo efficiënt mogelijke manier te bereiken. Wat dat steekt de aanwezigen nog wel het meeste: iedere keer weer stuiten ze op &#8216;het systeem&#8217;.  &#8216;Waarom duurt het zo lang voordat we aan de slag gaan?&#8217; verzuchtte een van de aanwezigen.</p>
<p>Regelmatig duiken er nieuwe termen op die staan voor een nieuw ideaal. Duurzaamheid is zo&#8217;n ideaal dat niet nieuw is, maar nog steeds wacht op de echte doorbraak. Het ideaal wordt een hype, een modewoord dat je in alle plannen tegenkomt, maar in de praktijk van alledag dringt het niet echt door. De jonge idealisten aan tafel zien er niet zo veel in.Ze willen liever dat er in hun dagelijkse praktijk efficiënter gewerkt wordt, dan dat ze achter een nieuwe term als co-creatie aanrennen. Zodat ze ook daadwerkelijk iets kunnen bereiken.</p>
<p>Wellicht biedt de huidige reeks aan crises (economie, klimaat, voedsel) een momentum om daadwerkelijk tot verandering te komen. Door bezuinigingen zullen we bijvoorbeeld naar een kleiner ambtenarenapparaat toe moeten. Tijd voor een efficiency slag! Zodat we snel en slagvaardig daadwerkelijk eens onze idealen in de praktijk kunnen laten doorklinken. Ideeën hiervoor hebben de jongeren genoeg. Daar hebben ze geen nieuwe idealen voor nodig, wel frisse ideeën hoe ze in de praktijk van alledag kunnen realiseren.</p>
<p>De Dag van de Ruimte moet inspiratie bieden om weer vol positieve energie vooruit te kijken. Een plek om je eigen idealen te toetsen, en gezamenlijk het negatieve denken dat de crisis over ons heen heeft gelegd af te schudden. Omdat je zoiets natuurlijk niet alleen voor elkaar krijgt en je in een dag de wereld niet kunt verbeteren , maar we wel iets op gang  willen brengen , willen we alle idealen verzamelen. Daarom gaat het Nirov in de aanloop naar 18 november de boer op, op zoek naar nieuwe idealen en drijfveren van de toekomst.</p>
<p>Meer info: www.dagvanderuimte.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/geen-nieuwe-idealen-nodig/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De steden waar bijna niemand wil wonen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-steden-waar-bijna-niemand-wil-wonen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-steden-waar-bijna-niemand-wil-wonen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 30 Sep 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/09/Spookstad-650x349.jpg" /> Het ideaal van het grootste deel van Nederland: een huis met een puntdak in een dorp met een Hema. Ja, zo simpel is het. Er is echter een probleem: we]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het ideaal van het grootste deel van Nederland: een huis met een puntdak in een dorp met een Hema. Ja, zo simpel is het. Er is echter een probleem: we willen het verkeerde!  Wat we namelijk echt zouden moeten willen is een appartement in een zeer stedelijke omgeving. Onze grote wijze broer CPB schetst dan ook vier toekomstscenario&#8217;s en ziet die toekomst vooral in steden. In de steden moet je zijn. Daar doet zich de ware vaart der volkeren voor. De kreten zijn &#8216;technologische ontwikkeling&#8217;, &#8216;hoogwaardig cluster van bedrijven en werknemers&#8217;, &#8216;kennis en innovatie&#8217; en &#8216;een wereldwijd netwerk van verbindingen&#8217;.</strong></p>
<p>Die CPB-blinkende-taal laat je in eerste instantie denken dat dit wel erg modern is allemaal. Maar als je voorbij die taal de inhoud induikt, dan kom je toch wel wat eenzijdige jaren 80 gedachten tegen.</p>
<p>Het lijkt wel alsof er in de CPB-wereld nog geen internet is, geen telefoon, mail, msn, sms, facebook en twitter?  Want…om te kunnen werken moeten we opeens in elkaars fysieke nabijheid zijn. Hoe ouderwets is dat? Dacht ik dat we het er in deze 21e eeuw net over eens zijn dat het niet veel meer uitmaakt waar je woont omdat iedereen met elkaar via vele wegen in contact is, worden we opeens weer gepushd in steden, hutje mutje op elkaar.</p>
<p>Iets anders wat opvalt is dat er weinig wordt ingegaan op echte mensen. Mensen die natuurlijk een leuke baan willen maar vooral ook prettig willen wonen. Mensen uit de 21e eeuw die vooral balans zoeken. ‘Balans’ ook zo’n woord dat je niet in de CPB-wereld vindt. Hele normale, moderne mensen. Niet de categorie die de hele wereld rondreist van de ene 80-urige topbaan naar de andere. Dus niet die groep van 500 mensen in Nederland, maar die andere 16 miljoen. Mensen die naast die prettige baan dus goed willen wonen, met ruimte, rust, weinig overlast… inderdaad in dat huisje met een puntdak in een dorp met een Hema.  Het is aan dat soort dorpen (en kleine stadjes) waaraan de steden juist hun midden- en hogere klasse hebben verloren. Omdat steden de wens van deze mensen niet konden waarmaken. En dat is steden niet kwalijk te nemen, de wens in namelijk om in een dorp te wonen en niet in een stad.</p>
<p>Natuurlijk, dat geldt niet voor jongeren. Die komen het avontuur van de stad opsnuiven, maar… zijn ook geen blijvertjes.</p>
<p>Dus, CPB, vooral heel hard werken aan de Talent Towns, Cosmopolitan Centres, Egalitarian Ecologies en Metropolitan Markets (echt waar, zo heten ze, dat verzin ik niet, dat zou ik niet eens kunnen verzinnen). Nogmaals, vooral heel hard werken aan die nieuwe steden maar uh…..maak ze niet te groot….want bijna niemand wil er wonen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-steden-waar-bijna-niemand-wil-wonen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zorg voor de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zorg-voor-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zorg-voor-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Sep 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Reimar von Meding</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/09/Kritischesenioren-650x349.jpg" /> Zorgarchitectuur en sociale woningbouw zijn twee zorgenkindjes van plannend Nederland. De crisis en restrictieve regelgeving zorgen voor verschraling van de kwaliteit. Hoe moeten we deze kwaliteitssprong realiseren als tegelijkertijd fondsen]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zorgarchitectuur en sociale woningbouw zijn twee zorgenkindjes van plannend Nederland. De crisis en restrictieve regelgeving zorgen voor verschraling van de kwaliteit. Hoe moeten we deze kwaliteitssprong realiseren als tegelijkertijd fondsen leeglopen en risico’s toenemen? Juist de combinatie van die twee lijkt een zegen voor de maatschappelijke en fysieke revitalisering van de stad. </strong></p>
<p>De kwaliteit van de woningbouw wordt in Nederland van oudsher gedomineerd door het bouwproces: niet de keuze voor een goede plattegrond en de bruikbaarheid van kamers bepaalt het woonproduct, maar het soort dakdoos dat de aannemer heeft ingekocht. Vooral bij sociale woningbouw zijn wij terug bij de naoorlogse mentaliteit van seriematigheid als heilige graal.</p>
<p>Deze systematisering van het bouwproces bepaalt in steeds toenemende mate stedenbouwkundige en esthetische keuzes. Op zich is er niets mis mee om zo betaalbaar mogelijk te bouwen. Maar wat is betaalbaar? De besparing van de laatste 2 procent op de bouwkosten? Of twintig jaar sociale problemen in een buurt waar niemand vanwege positieve motivatie woont? Ook sluit de tendens tot rationaliseren van de woning als product op geen enkele wijze aan op de vraag naar veranderingen in de bestaande stad. Hier is juist maatwerk gevraagd met specifieke oplossingen en een veelvoud aan woonvormen.</p>
<p>Het is daarom opvallend dat het maatschappelijke zorgenkindje van bestuurlijk Nederland, de verzorging van ouderen en gehandicapten, onbedoeld uitkomst lijkt te bieden uit deze misère. De huisvesting van zorg was tot voor kort enkel aanbodgericht georganiseerd. Afhankelijk van het aantal gebouwde kamers en beschikbare bedden kon een zorginstelling het verzorgingstehuis financieren, mits ze maar bleef binnen de scherpe normen van het bouwcollege. Het is niet voor niets dat het gemiddelde bejaardencomplex niet is ontwikkeld vanuit de gedacht hoe je daar kunt wonen, maar hoe je zo efficiënt mogeljik de zorg eromheen kunt organiseren. Dat was immers de enige knop waaraan een zorginstelling kon draaien om meer of minder over te houden aan haar bedrijfsvoering.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100922_artikelreimar2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sub><em>Bejaardenhuis in Middelburg (later verbouwd tot studentenflat) (Foto: Reimar von Meding)</em></sub></p>
<p>Pas sinds kort rijst de vraag of mensen wellicht op uiteenlopende manieren geholpen willen worden. Sterker nog: of mensen zelf de keuze willen maken voor hoe zij hun leven willen inrichten, ook al zijn ze afhankelijk van derden. Er ontstaat bewustzijn voor wat je zou kunnen noemen de ‘zorg-leefstijl’ van mensen. Moet iedereen maar in dezelfde tehuizen verblijven? Of kan een passende vorm van zorg &#8211; vaak een lichtere &#8211; niet juist voordelig zijn voor de eigenwaarde van hulpbehoevende mensen?</p>
<p>Nieuwe regelgeving met betrekking tot financiering van vastgoed speelt de transformatie in de zorg in de kaart. Waar voorheen het aantal fysieke verzorgingsplaatsen werd gefinancierd, wordt het nu op basis van het aantal daadwerkelijke bewoners betaald. Dat betekent dat de zorgaanbieder simpelweg meer of minder geld krijgt, afhankelijk van het aantal mensen, dat in zijn tehuis verblijft.</p>
<p>De zorgaanbieder kan nu geen gebouwen meer ontwikkelen volgens zijn zelfgekozen bedrijfsmodel, maar is gedwongen mensen te vragen naar hun wensen op het gebied van wonen. Daarnaast moet hij een inschatting maken welke woonwensen zich in de komende jaren verder ontwikkelen. Voor zorgaanbieders is dit een nieuwe en onzekere situatie, maar het biedt ook kansen. Het inschatten van toekomstige ontwikkelingen in relatie tot hun veelal verouderde vastgoed, doet hen steeds vaker besluiten om coalities te sluiten met overwegend maatschappelijke beleggers.  Het risico komt bij zulke ontwikkelingen voor 100 procent bij een woningbouwcorporatie te liggen, die haar vastgoed aan een zorgaanbieder verhuurt. Corporaties zijn inmiddels redelijk gewend om naar de marktvraag te luisteren en risico’s in te perken – of op zijn minst in te calculeren. En dat komt de zorg ten goede.</p>
<p>Waar voorheen zorgwoningen er allemaal hetzelfde uitzagen, wil een corporatie nu doorgaans een onderscheidend product ontwikkelen, dat op lange termijn, bij voorkeur en in principe altijd als sociale huurwoning, kan worden geëxploiteerd. Dit betekent dat de corporatie nooit woningen onder een bepaalde kwaliteitsniveau zal ontwikkelen. Door in plaats van zorggebouwen passende woongebouwen te ontwikkelen, kunnen deze later altijd als ‘gewone’ huurwoningen worden ingezet, mocht de zorgvraag onverwachts afnemen.</p>
<p>Zo onverwachts is dit overigens niet, de huidige zorgvraag zal kwalitatief en kwantitatief nog behoorlijk veranderen. Niet in de laatste plaats omdat de ‘vergrijzingsgolf’ op een goed moment ook ten einde loopt. Voor de bewoners betekent deze ontwikkeling dat ze voor hun gevoel niet meer in een tehuis wonen, maar in een zelfgekozen woonomgeving die zo is ingericht dat ze er ook kunnen blijven als het wat minder gaat.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100922_artikelreimar4.jpg" alt="artikel afbeelding" /><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100922_artikelreimar5.jpg" alt="artikel afbeelding" /><span style="font-size: 10px;"><em>Zorggebouwen kunnen ook de omgeving verrijken. Boven: op het platteland in Stiens (foto: Gerard van Beek). Onder: in de stad, Eindhoven (foto: Christian Richters)</em></span></p>
<p>Waar woningbouw steeds meer lijkt op de dozen van na de oorlog, behoeft een gebouw met een zorgfunctie bijna altijd specifieke ruimtelijke oplossingen of aansluitingen. Denk aan gemeenschappelijke ruimten in een plint, een kantoortje voor een huismeester of bijzondere ruimten voor woongroepen. Dit soort ruimten zijn hard nodig om in onze steden te kunnen zorgen voor interessante en spannende leefomgevingen. Door ‘woningbouw met zorg’ ontstaat als vanzelf een nieuwe architectonische opgave. Woon-zorg-architectuur vormt zodoende een aanvulling op de woningvoorraad van de stad, waardoor ouderen en hulpbehoevende langer en zelfstandig kunnen blijven wonen en hierdoor deel blijven uitmaken van de maatschappij.</p>
<p><sub><em>&#8212;</em></sub></p>
<p><sub><em>Foto boven: &#8216;Alle oudjes zijn hetzelfde&#8217; door Stijntje de Olde </em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zorg-voor-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ruim baan voor wilde fantasieën</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ruim-baan-voor-wilde-fantasieen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ruim-baan-voor-wilde-fantasieen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Sep 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Friso de Zeeuw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/09/ruim-baan-voor.jpg" /> &#8220;Alles wordt anders in de vastgoed- en gebiedsontwikkeling.&#8221; &#8220;De huidige verdienmodellen zijn failliet.&#8221; Dit soort uitspraken zijn sinds twee jaar regelmatig te horen. De crisis raakt de wereld van gebiedsontwikkeling,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em><strong>&#8220;Alles wordt anders in de vastgoed- en gebiedsontwikkeling.&#8221;</strong></em><strong> </strong><em><strong>&#8220;De huidige verdienmodellen zijn failliet.&#8221; </strong></em><strong>Dit soort uitspraken zijn sinds twee jaar regelmatig te horen. De crisis raakt de wereld van gebiedsontwikkeling, vastgoed en bouw stevig. Voor verschillende spelers in het veld en omstanders is dit aanleiding om grote veranderingen aan te kondigen. Ik geef een paar voorbeelden.</strong></p>
<p><em>&#8220;De overheid wordt de nieuwe projectontwikkelaar.&#8221;</em> Ik ben benieuwd hoe zwaar bezuinigende gemeenten  &#8211; die de grootste moeite hebben om mensen met kennis en kunde vast te houden &#8211; dit gaan waarmaken. We hebben hier te doen met de klassieke  overschatting van de rol van overheid. Praktijkvoorbeelden zie ik nauwelijks.  Risicoreductie, het grondbedrijf saneren en selecteren van plannen die nog wel doorgaan, dat doet het gros van gemeenten nu.</p>
<p><em>&#8220;Particulier opdrachtgeverschap heeft de toekomst.&#8221;</em> Feit is dat de zeggenschap invloed van woningkopers en &#8211; huurders toeneemt; een prima zaak. Maar feit is ook eveneens dat het aandeel particulier opdrachtgeverschap in de totale woningbouwproductie de afgelopen jaren niet in gestegen, maar is gedaald (naar 10 %). Uit onderzoek blijkt dat de animo onder huizenkopers evenmin is toegenomen. Er is intussen wel een leger (gesubsidieerde) adviseurs op de been die gemeenten en potentiële opdrachtgevers graag terzijde staat.</p>
<p><em>&#8220;De echte crisis is een klimaat- en ecologische crisis. Laten we van Nederland het land met het duurzaamste vastgoed maken; de mensen willen het.&#8221; </em>Geleidelijk aan dringen duurzame elementen door in de ontwikkeling van gebieden en van vastgoed, dat was al voor de crisis het geval. En dan gaat het niet alleen om energie, maar ook zaken als water, groen, mobiliteit en cultuurhistorie. Bij de consumenten zakt het item duurzaamheid al weer op de hitparade van hetgeen men belangrijk vindt (erg hoog heeft het overigens nimmer gestaan). Dit in tegenstelling tot wat de priesters van de duurzaamheidkerk ons willen doen geloven. Bij bedrijven &#8211; bij voorbeeld bij beleggers &#8211; lijkt het duurzaamheidbesef dieper verankerd. Niet hyperventileren met duurzaamheid, maar geleidelijk verinnerlijking en toepassen in ontwerp, realisatie en exploitatie, rekening houdend met economische haalbaarheid en maatschappelijk draagvlak. Dat is het toekomstperspectief. ‘’Pensioenfondsen kunnen zorgen voor een doorstart van gebiedsontwikkeling’’. Nederlandse pensioenfondsen zitten al relatief stevig in vastgoed (gemiddeld ca. 10%). Ze vergelijken de mogelijkheden in Nederland met die in het buitenland. Als de huurliberalisatie doorgaat, worden ze wellicht wat actiever op de beleggers-huurmarkt. Maar een doorbraak in gebiedsontwikkeling? Niet dus.</p>
<p>En dan valt te beluisteren dat &#8216;de krimp&#8217; overal zal toeslaan, dat &#8216;alleen nog  binnenstedelijk gebouwd gaat worden&#8217;, dat er een &#8216;garantiefonds van de rijksoverheid moet komen&#8217; en dat &#8216;andere verdienmodellen&#8217; de boventoon gaan voeren. Voorbeeld van dit laatste zijn lieve ideeën over autarke woon- en leefgemeenschappen die in hun eigen energiebehoefte voorzien, hun eigen voedselvoorziening (stadslandbouw), met complete social engineering; een soort kibboets-model.</p>
<p>Het lijkt er sterk op dat wensdenken en ideologie de drijvende krachten zijn achter al deze verwachtingen en voorstellen, soms een wanhopig &#8220;we moeten wat doen!&#8221;. Natuurlijk zijn bepaalde gevolgen van de crisis structureel en niet conjunctureel, zoals  de verandering op de kantorenmarkt die zich overigens ook al lang voor de crisis aankondigde. Andere structurele gevolgen zijn nog ongewis. De hele sector zal de komende jaren wat kleiner worden omdat planvorming en productie zich in de meeste deelsectoren zich wel zal herstellen maar daarna waarschijnlijk op een wat lager niveau zal stabiliseren. Er wordt een groter beroep gedaan op ieders vakmanschap en op forse kostenbeheersing, eindgebruikers krijgen meer zeggenschap en overbodige plannen vallen tijdig van de haak. Geen revolutie, wel een gezonde, ontnuchterende wind door de vastgoedsector.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ruim-baan-voor-wilde-fantasieen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Is strobouw het antwoord op de crisis in de bouwsector!?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/is-strobouw-het-antwoord-op-de-crisis-in-de-bouwsector/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/is-strobouw-het-antwoord-op-de-crisis-in-de-bouwsector/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Sep 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/09/is-strobouw-het.jpg" /> Op RUIMTEVOLK deed Venhoop onlangs een oproep voor betaalbare bouwmethodes voor woningen nu de bouwsector in crisis is. Het antwoord moet misschien wel worden gezocht/gevonden in strobouw! Deze duurzame, goedkope]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op RUIMTEVOLK deed <a href="../index.php?sort=a&amp;id=73" target="_blank">Venhoop</a> onlangs een oproep voor betaalbare bouwmethodes voor woningen nu de bouwsector in crisis is. Het antwoord moet misschien wel worden gezocht/gevonden in strobouw! Deze duurzame, goedkope en comfortabele bouwwijze wordt in de VS al meer dan honderd jaar toegepast. Ook in Nederland staan een aantal woningen van stro,er is zelfs een strobouw -vereniging. Maar waarom loopt het dan nog geen storm? Een paar kritische vragen aan drie strobouwfanaten. </strong><br />
<strong><br />
Deel 1: Michel Post, architect en secretaris Strobouw Nederland:</strong><br />
<em><br />
Zoals veel andere bouwelementen zijn strobalen rechthoekig, waarom zijn strogebouwen dat meestal niet? Ik zie schuine daken, zeshoekige en ronde plattegronden, komt dat voort uit de materiaaleigenschappen, of uit antroposofische overwegingen?</em></p>
<p>“Geen van beide. Mensen die kiezen voor stro als bouw of isolatiemateriaal staan dichter bij zichzelf en hebben meer contact met de natuur, dan de meeste traditionele aannemers of projectontwikkelaars, die alleen maar denken aan zo economisch mogelijk bouwen. Verder zijn mensen die met stro bouwen vaak zelfbouwers. Daardoor zijn ze meer betrokken bij het uiteindelijke gebouw en dus ook bij de vormgeving ervan. Het materiaal stro kan op zichzelf, net als ieder ander materiaal, gebruikt worden voor zowel rechte als ‘kromme’ gebouwen.</p>
<p><em>Is het moeilijk om met stro te ontwerpen? Kun je er een verfijnd ontwerp mee maken of blijft het een soort ‘duplo’ in plaats van lego?</em></p>
<p>“Ontwerpen met stro is relatief eenvoudig omdat er maar een paar vuistregels zijn. Er zijn een aantal varianten mogelijk en dat bepaalt de mogelijkheden van het ontwerp. Je kunt dus ‘duplo’  bouwen, maar ook erg verfijnd. Houd wel rekening met het feit dat stro een organisch bouwmateriaal is en daardoor geen standaardafmeting heeft. Wel kan tijdens de bouw veel tijd gewonnen worden door in de ontwerpfase rekening te houden met een van te voren vastgestelde strobaalmaat.”</p>
<p><em>Op het platteland kan ik me een strobouw-woning voorstellen, maar in de binnenstad ? Bestaan daar al voorbeelden van? </em></p>
<p>“De enige voorbeelden in de stad zijn de woonhuizen van Menny Pastoor, Dave Lambrechts en Rene Dalmeijer op IJburg. Verder zijn er nog een aantal kleinere gebouwen  in Den Haag in de vorm van bijgebouwen of aanbouwen. Stro wordt met name gebruikt door particuliere opdrachtgevers en de mogelijkheden binnen een stad zijn voor dit type opdrachtgever beperkt.</p>
<p><em>Ken je het sprookje van de drie biggetjes en hun strooien, houten en stenen huisjes? Alleen het stenen huisje bleek uiteindelijk bestand tegen de boze wolf. Zit die angst voor instorting er diep in bij de Nederlanders, dat vooroordeel ten aanzien van alles wat niet van steen is? Bij strobouw denk je eerder aan iets tijdelijks, of agrarisch…</em></p>
<p>“De manier waarop tegen bouwen wordt aangekeken kent een lange traditie van steen en mensen zijn van nature huiverig voor veranderingen, hoe positief die ook zijn. Ik denk dat het meer iets te maken heeft met het referentiekader van de meeste mensen en de relatieve onbekendheid van het materiaal als bouw en isolatiemateriaal. Het is een fabeltje dat stro als bouwmateriaal extra dikke muren geeft en daarmee minder woonoppervlak. Een stromuur is 35 cm dik en heeft afhankelijk van de afwerking een totale dikte van circa 42 cm. Een traditionele steensmuur is bijna even dik, maar de stromuur isoleert meer dan twee keer zo goed. Strobouw Nederland probeert verandering te brengen in dat onjuiste beeld van stro als slecht isolatiemateriaal.”</p>
<div class="wp-caption alignnone" style="width: 485px"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100917_Strobouw%202.jpg" alt="artikel afbeelding" width="475" height="255" /><p class="wp-caption-text">Dit is een test</p></div>
<p><strong>Deel 2: Rene Dalmeijer, aannemer en hartstochtelijk strobouwer:</strong><br />
<em><br />
Duurzaam zal stro als bouwmateriaal zeker zijn, maar is het ook een beetje houdbaar? Mijn eerste associatie met ‘strobouw’ is toch iets van tijdelijke aard, niet bepaald het materiaal waar ik mijn permanente huis van ga bouwen? </em></p>
<p>“Dat hangt van je definitie af van duurzaam. Stroleem is wereldwijd waarschijnlijk het meest toegepaste bouwmateriaal. Net over de grens in Duitsland staan duizenden strolemen bouwwerken die na honderden jaren nog steeds goed functioneren. Helaas zijn veel van deze bouwwerken ernstig schade toegebracht door ze vanaf de jaren zestig te bekleden met ‘duurzame cementpleisters’. De oudste strolemen bouwwerken zijn meer dan 5000 jaar oud. De oudste strobalen bouwwerken, van iets meer dan 110 jaar oud, staan in Nebraska en die functioneren nog steeds goed. Daarvoor bestonden er geen strobaalpersen.”</p>
<p><em>Waar moet je op letten bij het bouwen, wat is de grootste uitdaging van dit bouwmateriaal? </em></p>
<p>“Dat je de balen voor verwerking in een wand droog houdt, nat geregende balen zijn ongeschikt voor gebruik. Dat doe je door eerst het dak af te maken voordat je begint met balen stapelen.”</p>
<p><em>Gebruik je gewone strobalen zoals die bij de boer vandaan komen of bestaan er speciale ‘bouwbalen‘?</em></p>
<p>De agrarische sector stelt dezelfde eisen aan strobalen als bouwers doen, ze moeten droog en redelijk stevig zijn om ze goed te kunnen vervoeren en stapelen. Als je iets extra’s wilt dan kun je altijd vragen om ze wat steviger te persen, om ze nog beter stapelbaar te maken.”</p>
<p><em>Ik begreep dat je een strowand als dragende muur kunt gebruiken, of als invulling van een houten constructie. Zijn er in Nederland constructeurs die een dragende strowand kunnen berekenen, of blijft het hier in de praktijk altijd een invulmateriaal?</em></p>
<p>“Helaas zijn er ondanks de beschikbare gegevens en literatuur nog geen constructeurs die het aandurven. De ervaringen in het buitenland met name in Engeland bewijzen dat dit onterecht is.”<br />
<em><br />
Strobouw zou heel goedkoop moeten kunnen zijn zoals voorbeelden uit Frankrijk laten zien, maar wat is de realiteit als je aan de Nederlands bouwvoorschriften moet voldoen?</em></p>
<p>De eisen in Frankrijk zijn niet wezenlijk anders dan hier. Strobouw kan heel goedkoop zijn als je veel zelf doet, er zijn heel geslaagde voorbeelden ook in Nederland.”<br />
<em><br />
Loop je niet het risico van brand, zowel tijdens de bouw als daarna? Zijn de Nederlandse voorschriften ten aanzien van brand en geluidsisolatie te halen met dit soort huizen? Slaap je wel rustig in een strooien huis? </em></p>
<p>“Dit is de meest voorkomende vraag. Een bepleisterde strobalen wand levert een van de best denkbaar presterende brandwerende constructies op. Internationaal zijn talloze erkende brandtests uitgevoerd, die de uitstekende brandwerendheid bevestigen. Datzelfde geldt voor geluid. De eerste formele geluidisolatie test is toevallig in Nederland uitgevoerd met een prima uitkomst van omstreeks 55 dBA. Strobalenwanden lenen zich door hun specifieke akoestische eigenschappen ook zeer goed voor toepassingen in geluidstudio’s.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100917_Strobouw%203.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong>Deel 3: duurzaam projectontwikkelaar Dave Lambrechts, bioloog, oud Greenpeace medewerker, Tuvalu Strobouw</strong><br />
<em><br />
Zie jij een principieel verschil tussen organische en anorganische bouwmaterialen, behalve dat het wat minder regelmatig is van opbouw?</em></p>
<p>“Er zijn tal van verschillen. Zo is een strobouwwand velen malen lichter dan eentje van steen of beton. Scheelt weer in de aan en afvoer (kg’s) van materiaal. Daarnaast is de strobouwwand ‘damp open‘. Nu zijn er twee kampen als het gaat over damp en vocht. Open en dicht. Gemeenschappelijk hebben beide dat ze een oplossing zoeken voor ‘leefvocht’ zoals douchen, koken, natte jassen maar ook lichamelijk vocht dat mensen zelf produceren. Verschillend zijn de oplossingen. Met strobouw kies je voor natuurlijke processen in tegenstelling tot technische ventilatie oplossingen.”</p>
<p><em>Is dat niet een broedplaats voor van alles en nog wat, zo’n strowand? Muizen, insecten, hoe krijg je – en hou je &#8211; ze eruit? Word je ’s nachts niet wakker van het geknaag?</em></p>
<p>“De strootjes zelf zijn niet interessant voor ongedierte omdat er zeer weinig tot geen voedingstoffen in de grassteeltjes zitten. Het is door de evolutie een ‘vraat resistent steeltje‘ geworden. Verder moet je net als in ieder huis goede details bedenken zodat beesten er niet bij kunnen. Stro sluit je op in een pakket van leem. Hierdoor wordt de toegang tot het stro onmogelijk. Maar het kan zijn dat bij aanlevering van de onafgewerkte wand een muizenfamilie is meegekomen. Deze verdwijnt dan vanzelf als je de leemlagen aanbrengt.”<br />
<em><br />
Gaat het niet muf ruiken, zeker na een tijd? Trekt het weer er niet in? </em></p>
<p>“Houd het droog! Dat is wat belangrijk is. Natte stro gaat uiteindelijk rotten. Dus houd het droog.”<br />
<em><br />
Wat is nou de beste bouwfysische eigenschap van een strowand?</em></p>
<p>“Ik houd er niet van om de ene eigenschap boven de andere plaatsen. Dat doet het materiaal zelf tekort en de filosofie dat bouwmaterialen meerdere functies tegelijkertijd moeten vervullen. In het geval van stro zijn de thermische isolatie, de recyclebaarheid, de geluidsisolatie, de lage CO2 uitstoot bij productie, en het niet giftig zijn, allemaal eigenschappen die meetellen.”<br />
<em><br />
Ik zou denken dat het materiaal onuitputtelijk is, klopt dat ook? We kennen strobouw nu als incidenteel voorkomend, maar hoe zit het als de strowoningbouw op gang gaat komen?</em></p>
<p>“Stro is inderdaad onuitputtelijk net als hout en alle andere materialen die groeien en bloeien. Vaststaat dat olie, gas en kolen (fossiele brandstoffen) in enorme hoeveelheden op de aarde voorkomen. Allemaal afkomstig van organische bronnen. De vraag is of het onuitputtelijk is en  industrieel op te schalen zodat er grote bouwprojecten mee kunnen worden gedaan. Ik denk dat het louter een kwestie van logistiek en geduld is. Er worden veel strobalen geproduceerd als bijproduct van de graanoogst. Vaak worden deze in de stal en of op het land gecomposteerd of verbrand. Het is goed mogelijk om strobalen naar de fabrieken of de bouwplaats te transporteren. Tja en als het op is, is het op. Maar het goede nieuws is dat er dan volgend jaar weer een oogst is en dat jaar erna, enzovoort.”</p>
<p><em>Wat zijn de vooruitzichten van strobouw in bijvoorbeeld Nederland? </em></p>
<p>“Ik zie een overgang naar ecologische bouw om de simpele reden dat het makkelijker te verwerken is door de bouwer. Ik voorzie dat nieuwe wijken volledig ecologisch worden gebouwd. Het is op meerdere vlakken een win-win situatie. De eerste projecten liggen al op de tekentafel.”</p>
<p><em>Waarom zal de gemiddelde inwoner van Nederland een huis van stro willen?</em></p>
<p>“Het is economischer zowel bij de bouw als in het gebruik. Zeker voor de grotere bouwwerken zijn financieel flink wat voordelen te behalen tijdens de exploitatie en gebruiksfase. Een stro woning heeft vele extra’s voor de zelfde prijs, en dat heeft de klant ook door. Een strobalen huis is goedkoper vanwege de lage energie lasten, de stookkosten van een landhuis met stro zijn slechts 10 tot 25 procent van wat normaal het gebruik is. Daarnaast heeft het een beter binnenklimaat. Niet alleen zijn de vochtpieken lager vanwege de leem maar ook de akoestiek is beter, het galmt minder. Het past ook beter bij de leefstijl van mensen die steeds vaker bewuster en duurzamer willen leven. Een huis van stro kan klein zijn maar net zoveel status hebben als een landhuis.”</p>
<div id="attachment_650" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-650" title="is-strobouw-het" src="http://ruimtevolk.nl/nieuw/wp-content/uploads/2010/09/is-strobouw-het-300x161.jpg" alt="Dit is een test tekst" width="300" height="161" /><p class="wp-caption-text">Dit is een test tekst</p></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/is-strobouw-het-antwoord-op-de-crisis-in-de-bouwsector/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De bitterzoete praktijk van bewonersparticipatie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-bitterzoete-praktijk-van-bewonersparticipatie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-bitterzoete-praktijk-van-bewonersparticipatie/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Sep 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/09/de-bitterzoete-praktijk.jpg" /> RUIMTEVOLK werd onlangs benaderd door de actiegroep Actiecomité Plein Allebé Ja. Dit naar aanleiding van de Prix de Rome, een prijsvraag voor jonge architecten, met als onderwerp dit jaar het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>RUIMTEVOLK werd onlangs benaderd door de actiegroep Actiecomité Plein Allebé Ja. Dit naar aanleiding van de Prix de Rome, een prijsvraag voor jonge architecten, met als onderwerp dit jaar het Allebéplein in Amsterdam. De ontwerpen van de finalisten tonen volgens het actiecomité dat in een herontwerp voor het plein wensen van bewoners heel goed een plek kunnen krijgen. Iets wat in hun ogen bij het plan van het stadsdeel niet het geval is. RUIMTEVOLK dook in de casus van het plein en vroeg betrokkenen hoe bewonersparticipatie binnen stedelijke vernieuwing idealiter vorm zou moeten krijgen.</strong></p>
<p><strong>Een omstreden plan voor het Allebéplein</strong><br />
De eerste ideeën om het Allebeplein te vernieuwen stammen al uit 1985. Onrust en rellen op en rond het Allebéplein is in 2000 de aanleiding om eindelijk met de vernieuwing van het plein aan de slag te gaan. Dit leidt in 2002 tot een overeenkomst tussen twee ontwikkelaars en het stadsdeel. Datzelfde jaar wordt doormiddel van een tijdelijke investering de openbare ruimte heringericht, parkeren op het plein geïntroduceerd en een tijdelijke Lidl vestiging neergezet.  Daarnaast is de afspraak op korte termijn een plan te maken voor de herontwikkeling van het plein.  In 2005 komt de planvorming echter stil te liggen; het plan dat er ligt, blijkt financieel niet haalbaar. Tot opluchting van een aantal bewoners.</p>
<p>In de jaren daarna wordt het plan aangepast en worden ook andere partners gevonden om in het plein te investeren. Eind 2008 komt het stadsdeel met een ontwerp naar buiten.</p>
<p>Na jaren van weerstand besluiten bewoners van het August Allebéplein niet langer in de NEE-stand te blijven staan. Als ze echt invloed willen hebben op ontwikkeling van hun plein, moeten ze zich niet reactief opstellen, maar meedenkend. Actiecomité Allebé Ja wordt opgericht. Het actiecomité benadert het stadsdeel met de vraag in welke mate bewoners nog kunnen meedenken over het uiteindelijke plan voor het plein. Die invloed blijkt nihil te zijn.</p>
<p>Om die reden besluiten de bewoners vervolgens een alternatief plan voor het plein op te stellen samen met architect Hein de Haan van ProWest en stadssocioloog Thaddeus Müller. Buurtworkshops met maquettes en een enquête onder winkeliers volgen. De uitkomst: het plein moet in oppervlak behouden blijven, maar wel anders worden ingedeeld.</p>
<p>Met dit plan benadert het actiecomité het stadsdeel. Ze praten met ambtenaren, wethouders en de stadsdeelvoorzitter maar dit leidt niet tot overeenstemming. In reactie wordt aangegeven dat het plan van de bewoners niet haalbaar is. Projectontwikkelaars geven aan dat ze niet verder kunnen praten met het actiecomité.</p>
<p>Deze gang van zaken leidt ertoe dat het actiecomité meerdere WOB-verzoeken indient (Wet van Openbaarheid van Bestuur). Het comité wil de contracten inzien die het stadsdeel met ontwikkelaars heeft gesloten. De WOB-verzoeken worden door een onafhankelijke commissie ongegrond verklaard en ondanks het verzet vanuit de buurt stelt de stadsdeelraad begin 2010 het <a href="http://www.nieuwwest.amsterdam.nl/plannen_en_projecten/stedelijke/artikelen/overtoomse_veld/august_allebeplein" target="_blank">uitwerkingsplan voor het Allebéplein</a> onomstotelijk vast.</p>
<p><strong>Hoe het zou moeten – de bewoner</strong><br />
Martijn Rutte van Actiecomité Allebé Ja! vertelt deze geschiedenis licht verbitterd. Hoe ziet voor hem de ideale praktijk van bewonersparticipatie eruit? “In mijn optiek moeten bewonersgroepen als gelijkwaardige partners bij het proces worden betrokken. Zo’n model is echter alleen interessant als bewoners zichzelf daarvoor opgeven, zich werkelijk willen inzetten en ook bereid zijn compromissen te sluiten. Dit laatste geldt dan natuurlijk ook voor bestuurders.”</p>
<p>Volgens Rutte moeten bewonersgroepen dan wel gelijke middelen ter beschikking hebben. “Onafhankelijke ondersteuning, die verder gaat dan opbouwwerk. Dat zou ons zeker geholpen hebben in het onderbouwen van onze visie. Daarnaast moet er ook aan de bewonerskant nog veel werk worden verzet. In de praktijk is het lastig om de bewonerskant goed te organiseren. Soms is de interesse van bewoners maar van korte duur, of ze zijn pas geïnteresseerd als het eigenlijk al te laat is.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100907_Bitterzoet2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em>Architect Hein de Haan in gesprek met bewoners</em></p>
<p>Gevraagd naar zijn kijk op de gang van zaken vertelt voormalig gebiedsmanager van het Allebéplein, Guus Catau, dat in het geval van het Allebéplein anno 2009 geen sprake meer kan zijn van een compleet open planproces. Er is al een geschiedenis om rekening mee te houden. Volgens Catau zijn bij de aanpassing van het plan opmerkingen van bewoners zoveel mogelijk verwerkt.</p>
<p>Uiteindelijk ligt er nu dus een nieuw plan, waarin het plein maar iets kleiner wordt en waarvan hij schat dat 80 procent van de bewoners van Overtoomse Veld zich er in kan vinden. Dat is toch een mooi resultaat, aldus Catau. Het ontwerp voor de openbare ruimte moet nog uitgewerkt. In dit ontwerpproces ziet het stadsdeel een grote rol voor de verschillende gebruikersgroepen.</p>
<p><strong>Hoe het zou moeten – het stadsdeel </strong><br />
Ook Guus Catau vraag ik hoe in zijn ogen de ideale praktijk van bewonersparticipatie eruit ziet. “Ik heb een voorkeur voor een open planproces, maar dit kan in stedelijke vernieuwing niet zonder initiatief van of in ieder geval samenwerking met vastgoedeigenaren. Een verder onmisbaar ingrediënt is daadkracht. Denk bijvoorbeeld aan de planvorming voor Roombeek in Enschede en de vernieuwing van de Staalmanpleinbuurt iets verderop in Amsterdam Nieuw-West.”<br />
In het geval van Roombeek heeft de gemeente volgens Catau bewoners bij de planvorming betrokken en met daadkrachtig optreden zorg gedragen voor een snel proces. In het geval van de Staalmanpleinbuurt worden bewoners door de eigenaar van het vastgoed, woningcorporatie de Alliantie, bij de planvorming betrokken. “Het samen met bewoners opgestelde stedenbouwkundig plan is in relatief korte tijd vastgelegd.”<br />
Catau vindt dat bewonersparticipatie niet gaat over het betrekken van een kleine groep van mensen maar dat breed en op verschillende manieren moet worden ingezet op het betrekken van belanghebbenden om representativiteit te waarborgen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100907_Bitterzoet3.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em>Martijn Rutte van Actiecomité Plein Allebé Ja! (links) en bewonersadviseur Jaap Huurman</em></p>
<p>Dit voorbeeld laat zien hoe bitterzoet de praktijk van bewonersparticipatie kan zijn: twee partijen die in principe allebei de voorkeur geven aan een open planproces waarbij bewoners een grote rol spelen, blijken elkaar tijdens het proces helemaal niet te vinden. Zodra bewoners bij de planvorming worden betrokken, de planvorming vervolgens wordt stilgelegd en weer opnieuw wordt begonnen, komt er een kink in de kabel.</p>
<p>Hoe complexer de eigendomstructuur in een gebied, hoe groter het risico dat de planvorming een langdurig proces met tussentijdse hickups wordt. In dit soort gevallen zou je goed moeten overwegen op welke manier je bewoners betrekt. Worden in dit geval bewoners intensief betrokken, dan is daadkracht à la Roombeek de enige manier om te slagen.</p>
<p>Het lijkt moeilijk om in een eenmaal begonnen proces een nieuwe weg in te slaan. Is het een gebrek aan daadkracht? Misschien dat de door Maarten van Poelgeest aangekondigde bouwstop het roer weer om kan gooien. Als dit niet het geval is hoop ik voor het Allebéplein en haar gebruikers dat de strijdbijl begraven wordt en dat de samenwerking in planvorming voor de openbare ruimte op korte termijn vol energie van start gaat.</p>
<p>&#8212;-<br />
<em>Foto’s: Ellie Koomen. </em></p>
<p><em>Foto’s zijn genomen tijdens de landelijke minimanifestatie bewonersparticipatie, georganiseerd door Actiecomité Plein Allebé Ja!, ism Eigenwijks, Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken en Vereniging Vrienden van Ganzendijk. Foto geheel boven: Thijs van Bijsterveldt licht het plan toe dat hij in het kader van de Prix de Rome samen met Oana Rades heeft gemaakt voor het Allebéplein</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-bitterzoete-praktijk-van-bewonersparticipatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een pak slaag voor gemeenten van het Groene Hart</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-pak-slaag-voor-gemeenten-van-het-groene-hart/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-pak-slaag-voor-gemeenten-van-het-groene-hart/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 26 Aug 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Maessen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Groene Hart]]></category>
		<category><![CDATA[Montfoort]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwkoop]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Provincie Zuid-Holland]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Zoetermeer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/08/een-pak-slaag.jpg" /> Het Groene Hart, ons grootste nationale landschap, beschikt sinds november vorig jaar over een ‘kwaliteitsteam’. Gevraagd en ongevraagd geeft dit team adviezen over ruimtelijke ontwikkelingen. En die zijn niet mis.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Groene Hart, ons grootste nationale landschap, beschikt sinds november vorig jaar over een ‘kwaliteitsteam’. Gevraagd en ongevraagd geeft dit team adviezen over ruimtelijke ontwikkelingen. En die zijn niet mis. Vanaf het begin maakt het team duidelijk dat het zich geen knollen voor citroenen laat verkopen. Dit zijn geen adviezen die je voor kennisgeving aanneemt, integendeel: het is munitie voor de oppositie. </strong></p>
<p>Het team is zwaar opgetuigd: het staat onder voorzitterschap van niemand minder dan de Rijksadviseur voor het Landschap, Yttje Feddes, en bestaat verder uit Pieter Jannink (stedenbouwkundige), Jan-Willem Bosch (landschapsarchitect), Sjef Jansen (bioloog) en Frits van der Schans (landbouweconoom). Op de website www.kwaliteitsatlas.nl/kwaliteitsteam presenteert het zich als ‘kritische, meedenkende bondgenoot’. Dat dit geen loze kreten zijn, weten ze inmiddels in de vier gemeenten die een advies hebben gekregen. Die adviezen zijn in keurig bestuurlijk jargon opgeschreven, maar de inhoud is niet mals. Het oordeel van het Kwaliteitsteam over de plannen voor herinrichting van enkele kleine bedrijventerreinen in Schelluinen komt neer op: broddelwerk dat geen rekening houdt met locatieomstandigheden.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100826_Kennisteam%20Groene%20Hart%20DEF.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Het &#8216;kwaliteitsteam&#8217; Groene Hart</em></p>
<p>In een andere gemeente, Nieuwkoop, wilde het gemeentebestuur een advies over een deel van zijn uitbreidingsplannen, maar het team zei al meteen: laat ons eerst het totaal van jullie plannen beoordelen. Daarna adviseerde het team om nog eens goed te kijken op welke plekken wel en niet woningen gebouwd zouden moeten worden. Als de gemeente Nieuwkoop zich aan haar eigen criteria zou houden, zou ze tot een andere invulling moeten komen, menen Feddes c.s.</p>
<p>De gemeente Montfoort maakt het helemaal bont met haar dorpsvisie op Linschoten. De gemeente wil de rode contour overschrijden, waartegen de provincie Utrecht al bezwaar heeft aangetekend. De gemeente zegt dat zij het dorp Linschoten landschappelijk wil ‘afronden’ maar volgens het Kwaliteitsteam leiden de plannen die daarvoor zijn gemaakt, juist tot een inbreuk op het landschap. In de dorpsvisie ‘ontbreekt een goede landschappelijke analyse’. Het uitbreidingsplan ‘past niet bij de historisch gegroeide kern en de kwaliteiten van het gebied’. De beoogde nieuwe lintbebouwing ‘is een aantasting van het copelandschap’.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100826_Groene%20Hart%20foto%201.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Bij de uitbreiding van het skicentrum in Zoetermeer met een nieuwe overdekte helling roept het team de provincie Zuid-Holland op om de regie over dit proces te nemen. Opmerkelijk is dat het team , in tegenstelling tot sommige landschapsbeschermers, geen enkele moeite heeft met een grote, veertig meter hoge skibaan aan de rand van het Groene Hart. Het kwaliteitsteam vindt de inbreuk op de horizon ‘onvermijdelijk’, want dat soort dingen staan nu eenmaal aan de rand van een stedelijk gebied en zullen dus vanuit de polder zichtbaar zijn. Bouw er maar een mooi, hoog uitzichtpunt over het Groene Hart in, suggereert het Kwaliteitsteam.</p>
<p>De conclusie na de eerste vier adviezen van team-Feddes kan luiden: het maakt zijn ambities vooralsnog waar, want het wil duidelijk zijn stem laten horen en is niet bang een heel kritisch oordeel te geven. Bovendien stelt het zich niet passief, maar juist alert op.</p>
<p>Nu maar hopen dat de kritische instelling de andere Groene Hartgemeenten niet zal afschrikken om adviezen te vragen. Het inschakelen van het Kwaliteitsteam kan een aardig instrument zijn in handen van groepen die de ruimtelijke ontwikkelingen in hun gemeente kritisch volgen: ‘Meneer/mevrouw de wethouder, wat dacht u ervan als we het Kwaliteitsteam Groene Hart eens zouden vragen om uw plannen te beoordelen?’ Daar kan heel wat moois uit ontstaan. Het kost een gemeente bovendien ook niets  &#8211; want de Stuurgroep Groene Hart betaalt het team -  en elke landschappelijke winst is meegenomen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-pak-slaag-voor-gemeenten-van-het-groene-hart/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De senioren (leeg)stand</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-senioren-leegstand/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-senioren-leegstand/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Aug 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/08/de-senioren-leegstand.jpg" /> Het is ook altijd wat. Het leek zo duidelijk: de groei-groep senioren, daar moest je wat mee. Dus hebben woningcorporaties ze in hun bouwplannen en vernieuwde strategieën pontificaal op nummer]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het is ook altijd wat. Het leek zo duidelijk: de groei-groep senioren, daar moest je wat mee. Dus hebben woningcorporaties ze in hun bouwplannen en vernieuwde strategieën pontificaal op nummer één gezet en hebben ontwikkelaars voor deze zo sterk groeiende groep overal appartementen op elkaar gestapeld, en wat blijkt dan nu: die ouderen willen maar niet verhuizen!</p>
<p>Want, zo staat er toch echt in de ondertitel van het rapport ‘<a href="http://www.woonbond.nl/downloads/seniorenOpDeWoningmarkt.pdf">Senioren op de woningmarkt</a>’, die senioren hebben opeens ‘andere eisen en wensen’. Nou vraag ik je…</p>
<p>Maar het blijkt toch echt waar te zijn. Hoe vaak ik het rapport ook doorlees, steeds staat daar weer op mijn scherm: &#8220;Ouderen willen liever niet verhuizen en zullen in toenemende mate in staat zijn of worden gesteld om tot op hoge leeftijd in hun eigen woning te blijven wonen.&#8221;</p>
<p>Interessant rapportje. Laat zien hoe die nieuwe ouderen steeds beter zijn opgeleid, meer geld hebben, veel vaker een koophuis hebben, kortom dat ze nauwelijks meer lijken op die opa’s en oma’s zoals wij ze kenden.</p>
<p>Tja, en daar sta je dan met je seniorenvriendelijke appartementen. Appartementen die misschien nog aansloten op de senioren-oude-stempel maar waar de hedendaagse senior met een grote boog omheen loopt, op weg naar het eigen koophuis waar ie niet uit te krijgen is. En waar ie, als dat nodig is, met wat kleine aanpassingen zelf een nultredenwoning van maakt, zo vertelt het rapport. Die senior zit prima.</p>
<p>Wat zegt u, blokkeert ie de doorstroom? Nou zeg, nu die senior dat weet zal ie zeer zeker wel verhuizen, denkt u niet?</p>
<p>Hoe kan het nou toch gebeuren dat er zo veel gebouwd is en wellicht nog wordt, voor een groep die niet komt? Verdiepen we ons niet in de achtergronden van wat mensen echt willen? Komen we in ons denken niet verder dan: als een doelgroep groeit dan moeten we er meer voor bouwen. Waren we echt vergeten dat die doelgroep al lang ergens woont, dat het dus geen nieuwe toetreders zijn.</p>
<p>De makers van auto’s of vaatwassers hebben gelukkig geen extra voorraad aangelegd omdat de groep senioren groeit. Stel je voor, dan hadden ze nu met volle magazijnen en lege beurzen gezeten. Maar bouwers denken anders; vreemd.</p>
<p>Gratis advies: heb je nog iets in de planning voor senioren, lees dan eerst dat rapportje over de stand van de hedendaagse senior. Scheelt weer wat leegstand.</p>
<p><em><sub>&#8212;&#8212;-<br />
Foto boven: bejaardenhuis in Goirle (foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/ger-audrey/" target="_blank">Ger Audrey</a>) </sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-senioren-leegstand/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Niet bij ellende alleen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/niet-bij-ellende-alleen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/niet-bij-ellende-alleen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Aug 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Friso de Zeeuw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/08/niet-bij-ellende.jpg" /> Gelukkig liet de gemeente Amsterdam bij monde van wethouder Maarten van Poelgeest vlak voor de zomervakantie nog een bommetje ontploffen. Op 2 juli kondigde hij een &#8216;projectenstop&#8216; af (in de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Gelukkig liet de gemeente Amsterdam bij monde van wethouder Maarten van Poelgeest vlak voor de zomervakantie nog een bommetje ontploffen. Op 2 juli kondigde hij een &#8216;<a href="http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/303397/2010/07/02/Bouwstop-in-de-hele-stad.dhtml">projectenstop</a>&#8216; af (in de wandeling aangeduid met &#8216;bouwstop&#8217;). Zo hadden de media in ieder geval een onderwerp om in de vakantieweken uit te melken. Van de 250 projecten die op stapel staat zal na toetsing in september moeten blijken of er zo n 80 a 100 toch door kunnen gaan. Tevens gaat het systeem van het gemeentelijk Ontwikkelingsbedrijf op basis waarvan investeringsbeslissingen worden genomen, fundamenteel op schop.&#8221;Het roer gaat om&#8221; staat letterlijk in de notitie aan de gemeenteraad. Na eerdere afboekingen, moet de gemeente door de ingestorte kantorenmarkt de verwachte grondopbrengsten met € 345 miljoen verlagen. De grondopbrengsten voor woningen vallen € 45 miljoen lager uit. De projectenstop moet voorkomen dat deze bedragen nog veel verder oplopen.</p>
<p>Waarom komt Van Poelgeest nu met deze forse maatregelen en stevige taal? Daarvoor zijn drie redenen. De eerste vooral van politieke aard. Het begin van een nieuwe bestuursperiode is een geschikt moment om schoon schip te maken. De volgorde van de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Catechismus">Catechismus</a> luidt: ellende, verlossing, dankbaarheid. Dat begint dus met het etaleren van de ellende. De tweede reden is intern gericht. Een omvangrijk ambtelijk apparaat als dan van Amsterdam is moeilijk van zijn werkroutines af te brengen. Velen blijven doorgaan met het maken en uitwerken van plannen. Dat is ook de basis van het eigen bestaansrecht. Alleen na een oorverdovend signaal wordt de pen neergelegd en de geplande overleggen afgelast. De derde reden is gericht op &#8216;Den Haag&#8217;. De boodschap is dat er extra rijksmiddelen moeten komen om de stedelijke transformaties en bouwopgave te redden. Die laatste oproep zal niet veel effect sorteren. Het komende rechtse kabinet, met een forse eigen bezuinigingstaakstelling en weinig affiniteit met &#8216;linkse&#8217; steden, gaat hier niet voor uitrukken.</p>
<p>Amsterdam heeft reuring gemaakt met zijn projectenstop, maar het probleem speelt natuurlijk in de meeste andere steden. Hoe gaat het nu verder? Er komt een fase van gesprek met marktpartijen en corporaties over de consequenties van doorgaan of stoppen. Daar zit een onderhandelingelement in; als marktpartijen willen doorgaan, is het niet uitgesloten dat gemeente zegt: &#8220;dat is goed, als jullie dan deze risico s voor jullie rekening nemen&#8221;, terwijl zij een lijstje over tafel schuift. Intussen noopt deze situatie tot kritisch kijken naar haalbaarheid van alle op stapel staande plannen. Dure dogma s als &#8217;30% sociale woningbouw&#8217; komen eindelijk ter discussie, evenals overtrokken milieueisen en op hol geslagen plankosten. De wensen van eindgebruikers (woninghuurders- en kopers, bedrijven) gaan weer domineren boven overtrokken stedenbouwkundige en architectonische eisen. Dat kan allemaal zonder dat &#8216;de kwaliteit&#8217; in het gedrang komt. Het is aan marktpartijen &#8211; die nog aan gebiedsontwikkeling willen en kunnen doen &#8211; om hun kennis en kunde hierin nu echt waar te maken.</p>
<p>We krijgen nog een hele bak ellende, maar het kan geen kwaad om een bescheiden voorschot op de verlossing nemen.</p>
<p><em><sub>&#8212;</sub></em></p>
<p><em><sub>Foto boven: Oosterdokseiland Amsterdam (door Sjors de Vries) </sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/niet-bij-ellende-alleen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>“If you can’t beat them, join them!”</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/if-you-cant-beat-them-join-them/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/if-you-cant-beat-them-join-them/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Jul 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stella Blom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Charles Landry]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Richard Florida]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Saskia Sassen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/07/if-you-cant.jpg" /> Wat is de staat van de Creatieve Stad anno 2010? Tien jaar zijn verstreken sinds The Creative City* van Charles Landry en zeven jaar na de wereldwijde bestseller van Richard]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Wat is de staat van de Creatieve Stad anno 2010? Tien jaar zijn verstreken sinds <a href="http://books.google.nl/books?hl=nl&amp;lr=&amp;id=1ypae-qwaX4C&amp;oi=fnd&amp;pg=PR8&amp;dq=The+Creative+City++A+toolkit+for+urban+innovators.++Charles+Landry&amp;ots=0Vw0yiSaES&amp;sig=B2I-bG0y3Uu4pWqakxt9WTDYns0#v=onepage&amp;q&amp;f=false" target="_blank">The Creative City</a>* van Charles Landry en zeven jaar na de wereldwijde bestseller van Richard Florida, <a href="http://www.creativeclass.com/richard_florida/books/the_rise_of_the_creative_class/" target="_blank">The Rise of the Creative Class</a>**. Steden over de hele wereld omarmen de creatieve sector inmiddels als motor van de economie en presenteren zich als creatieve stad. Reden voor RUIMTEVOLK om zich de vraag te stellen: wat heeft het concept van de  Creatieve Stad en de Creatieve Klasse ons gebracht? </strong></p>
<p><strong>Interview met architectuurfilosoof Gideon Boie</strong><br />
RUIMTEVOLK interviewt in aanloop naar <a href="../detail.php?id=360">het debat over de creatieve stad</a> kritische denker en architectuurfilosoof Gideon Boie van onderzoeksbureau BAVO. Aanleiding hiervoor is BAVO’s geruchtmakende pamflet <a href="http://www.flexmens.org/drupal/?q=Pleidooi_voor_een_Oncreatieve_Stad" target="_blank">‘Pleidooi voor een Oncreatieve Stad’</a> (2006)***. We ontmoeten Boie in Rotterdam voor een gesprek over de rol  van de kunstenaar in het concept van de Creatieve Stad.</p>
<p>De relatie tussen kunstenaar en stad is vaag en ambigu, zo stelt BAVO<br />
Boie stelt zich op als kritische denker over het concept van de Creatieve Stad. Hij wil het debat aanzwengelen over de specifiek Nederlandse situatie, waarin de overheid de rol van kunst in de stad in sterke mate regisseert.</p>
<p>Boie: ¨In Nederland bestaat al sinds lange tijd een beleid waarbij de overheid kunst inzet ter verheffing van het volk. Elke middelgrote en grote stad heeft in Nederland een Centrum voor Beeldende Kunst (CBK). Andere Europese landen kennen deze georganiseerde mobilisatie van kunstenaars niet.</p>
<p>&#8220;Vandaag maken steeds meer steden een kunst- cultuurbeleid om een creatieve of creatievere stad te worden. Wij maken kunstenaars bewust van de ambigue relatie die hiermee met name de afgelopen tien jaar is ontstaan tussen kunstenaars en de stad. Wij doen dit vanuit onze kritiek op het neoliberale beleid, waarbij steden zich laten leiden door economische competitie.¨</p>
<p><strong>Pleidooi voor de Oncreatieve Stad</strong><br />
In jullie Pleidooi voor de Oncreatieve Stad pleiten jullie voor een radicale afwijzing van de huidige, neoliberale manipulatie van creativiteit. Elke discussie over een alternatieve, meer democratische en niet economisch gestuurde invulling van een creatieve stad wordt volgens jullie onmogelijk gemaakt. Wat is de kern van jullie kritiek?</p>
<p>Boie: ¨Wij merkten op dat kunstenaars zich er vaak niet eens van bewust zijn dat ze de stad ontwikkelen. Kunstenaars werken mee om de wijk te verbeteren. Kunstenaars profiteren ook van de rol die zij krijgen in het geheel. Zij krijgen een bevoorrechte positie ten opzichte van de gewone burger, de bewoner van de wijk. Hoewel kunstenaars zo onderdeel vormen van een specifieke machtsverhouding in stedelijke ontwikkeling, is hun positie hierbinnen onuitgesproken. Wij prikkelen kunstenaars om uit de kast te komen en meer dan nu hun eigen rol te bepalen.¨</p>
<p><strong>Groeit de tegenbeweging?</strong><br />
Is er sprake van een groeiende tegenbeweging tegen het concept van de Creatieve Stad? Acties in Detroit en Hamburg lijken daarop te wijzen. Kunstenaars in Hamburg hebben massaal een manifest  ondertekend waarin zij onder de noemer <a href="http://www.lablog.nl/2010/01/15/er-waant-een-spook-door-de-creatieve-stad…/" target="_blank">NOT IN OUR NAME</a> protesteren tegen de turbo-gentrification van de stad. BAVO kent de beweging in Hamburg niet van binnenuit, maar kan niet anders dan instemmen met het protest. Wel stelt hij dat hij het verwerpen van een verschijnsel als turbo-gentrification geen vrijbrief mag zijn voor willekeurige acties of zelfs passiviteit: ¨Kunstenaars leven in de stad, halen er hun inspiratie vandaan en ontkomen er dan ook niet aan om hun verantwoordelijkheid te nemen in de ontwikkeling van de stad.¨</p>
<p><strong>Nieuw paradepaardje: Bureau voor Kunstenaarsparticipatie</strong><br />
Het Bureau voor Kunstenaarsparticipatie in Rotterdam, een recent initiatief van BAVO, omarmt de progressieve beleidvoornemens uit het cultuurparticipatiebeleid van de gemeente Rotterdam. Het is een knap staaltje van If you can&#8217;t beat them, join them. Belangrijke troef is de <a href="http://www.kunstenaarsparticipatie.nl/bk/kunstmarinier.html" target="_blank">kunstmarinier</a>, die  moet bewaken of de gemeente Rotterdam de centrale uitgangspunten van het Cultuurbeleid 2009-2012 naleeft. Dit in navolging van de stadsmariniers, die Rotterdam al kent. Boie: ¨Door de termen van beleidmakers eigen te maken, wijzen we diezelfde beleidsmakers op het door henzelf geformuleerde beleid en dwingen we hen trouw te blijven aan de consequenties daarvan. In plaats van de schone ziel te spelen, houden we een voet tussen de deur. Sterker nog, we gaan in samenspraak met de dienst Kunst en Cultuur van de gemeente Rotterdam kijken hoe een kunstmarinier bijdraagt aan de versnelde implementatie van het Cultuurbeleid. ¨</p>
<p><strong>De creatieve klasse heeft de stad nodig</strong><br />
De creatieve stad past als concept in het rijtje <a href="http://books.google.nl/books?hl=nl&amp;lr=&amp;id=PTAiHWK2BYIC&amp;oi=fnd&amp;pg=PR12&amp;dq=global+city+sassen&amp;ots=BRZDldWlO8&amp;sig=2Cukqcs52evvxzoIsR8RWdiUHzs#v=onepage&amp;q&amp;f=false" target="_blank">&#8216;The Global City&#8217;</a> van Saskia Sassen en de stedelijke clusters en brainports van Michael Porter. De stad heeft haar imago als probleemgebied achter zich gelaten; de arbeidersklasse verliest terrein. Is dit tij nog te keren? Wat is jullie alternatief?</p>
<p>Boie: ¨Wij willen er bij beleidsmakers en kunstenaars op aan dringen dat je het nadenken over de stad ook kunt vormgeven door uit te gaan van de kracht van de individuele stadsbewoner. Creativiteit wordt nog teveel beschouwd als een importproduct en dat zorgt voor vervreemding. Het creatieve potentieel van de bewoners van een stad sluit veel beter aan bij de specifieke problemen in een lokale situatie. Ons idee gaat ervan uit dat elk individu er toe doet in de ontwikkeling van een stad, omdat elk individu een aangeboren creativiteit heeft.”</p>
<p><strong>Believer of unbeliever van de Creatieve Stad?</strong><br />
BAVO stelt zich zeer kritisch op tegen het huidige beleid rond de Creatieve Stad. Zijn jullie believers of unbelievers van het concept? Boie: &#8220;Moet je de discussie zo zwart-wit stellen? Ik denk dat we het debat genuanceerder moeten voeren. Ik ben een believer voor zover de creatieve stad uitgaat van de creativiteit van alle individuen in een stad. Ik ben een non-believer als het gaat om het op een troon zetten van een zogenaamde creatieve klasse.&#8221; OK dan. Samenvattend: BAVO is geen voorstander van het pamperen van de creatieve klasse , zoals zoveel gemeenten doen. Een echte creatieve stad moedigt al haar inwoners aan om hun creativiteit optimaal te benutten. Dit vraagt om een radicaal andere aanpak. “De kunstenaar moet zijn rol en plaats kennen binnen de creatieve stad. Het Rotterdamse Cultuurbeleid heeft groot gelijk als ze inzet op de voorbeeldrol van kunstenaars: het cultureel burgerschap van kunstenaars straalt uit naar anderen. Kunstenaars kunnen echter geen exclusiviteit opeisen.”</p>
<p><strong>Medeoprichter onafhankelijk onderzoeksbureau BAVO</strong><br />
Boie vertelt vol vuur over de begindagen van BAVO. Hij en zijn compagnon studeren eerst aan het Hoger Architectuur Instituut in Gent, en vervolgens filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hier koppelen zij op pragmatische wijze filosofie aan stedelijke ontwikkeling. In 2002, al tijdens hun studie, richtten zij onderzoeksbureau BAVO op, van waaruit zij projecten initiëren en samenwerken met publieke en private partijen. De twee stellen zich kritisch en onafhankelijk op in het debat over architectuur, kunst en stadsontwikkeling.<br />
BAVO is al bijna tien jaar actief in Nederland, voornamelijk in Rotterdam.</p>
<p>Het achterliggende motief voor BAVO is het aan de kaak stellen van maatschappelijke misstanden, zoals de teloorgang van de representatieve democratie en de achterstelling van minderheden.<br />
BAVO doet zich voor in verschillende gedaanten: &#8220;soms is een theoretische verhandeling effectief (zie het Pleidooi..), op andere momenten is doelgerichte actie nodig om de neuzen in de juiste richting te krijgen.&#8221;  Een voorbeeld actie is <a href="http://www.youtube.com/watch?v=thAudzQSsdM" target="_blank">&#8216;de Janssens Werken&#8217;</a>.</p>
<p><strong>Vrijdag  17  september  2010 organiseert RUIMTEVOLK in Amsterdam <a href="../detail.php?id=360">een debat</a> over de bijdrage van de creatieve klasse aan stedelijke ontwikkeligen. Dit artikel is geschreven als introductie op dit thema. Meer informatie over dit debat vindt u <a href="../detail.php?id=360">hier</a>.</strong></p>
<p>* The Creative City 2nd Edition, A toolkit for urban innovators.  Charles Landry (2000, Comedia)<br />
** The Rise of the Creative Class: And How It&#8217;s Transforming Work, Leisure, Community and Everyday Life. Richard Florida.  (2003 Basic Books)<br />
***Pleidooi voor een oncreatieve stad. Onderdeel van Neo-Beginners, een tentoonstelling van Reinaart Vanhoe in TENT. Centrum voor Beeldende Kunst Rotterdam, september 2006.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/if-you-cant-beat-them-join-them/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bijeenkomst: De creatieveling als lijdend voorwerp</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-creatieveling-als-lijdend-voorwerp/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-creatieveling-als-lijdend-voorwerp/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Jul 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/07/bijeenkomst-de-creativeling.jpg" /> Sinds het Woord van Richard Florida zetten steden alles op alles om zich te profileren als creatieve stad. Hoofdgedachte is dat de creatieveling de kip met de gouden eieren is,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Sinds het Woord van <a href="http://www.creativeclass.com/">Richard Florida</a> zetten steden alles op alles om zich te profileren als creatieve stad. Hoofdgedachte is dat de creatieveling de kip met de gouden eieren is, die moet worden binnengehaald. De ontwikkeling van creatieve broedplaatsen, waarin deze groep zich zou moeten nestelen, staat dan ook als speerpunt bovenaan de agenda van Emmen tot Geleen. En bovendien zet ook elke gemeente zich in voor dat aantrekkelijke culturele klimaat, dat hen moet onderscheiden van de buren. Hoge ambities, maar ook overal even realistisch?</p>
<p>Inmiddels zijn we 8 jaar verder en mogen we ons afvragen wat deze creatieve wedloop ons heeft gebracht. Heeft het de beloofde ‘waarde’ weten te creëren? En wie profiteert hier van en wie komt er juist bekaaid vanaf? Sommigen roemen de kansen die het heeft geboden voor netwerkvorming binnen de moderne creatieve economie en de emancipatie van de creatieve ZZP’er met een stijging van de arbeidsproductiviteit als gevolg. Anderen wijzen op de keerzijde van de medaille: het wegjagen van de lage inkomens en starters uit hun binnenstedelijke transformatiewijken als gevolg van het gentrificatieproces.</p>
<p>En dan is er ook nog een groep creatievelingen, die het zat is om doodgeknuffeld te worden  en op te treden als ‘onbetaalde knokploeg’ van ontwikkelaars in hun streven om de vastgoedprijzen op te krikken. Neem ‘<a href="http://www.bavo.biz/texts/view/152?CAKEPHP=c907f665f93a5e25639bb43c5191e11c">Het Rotterdamse Pleidooi voor een Oncreatieve Stad</a>’ (zie ook het <a href="../detail.php?id=361">interview met Gideon Boie</a> op RUIMTEVOLK) en het Hamburgse manifest <a href="http://www.buback.de/nion/">NOT IN OUR NAME</a> als voorbeeld. Zonder alles over een kam te scheren – de ene creatieveling is de andere niet en dat geldt evenzeer voor de ontwikkelende partijen – ontkomen we niet aan de vraag: Is er geen duurzamere ontwikkeling mogelijk, die de waarde die wordt gecreëerd evenrediger kan verdelen over wijkbewoners, creatieveling en ontwikkelaars. Tijd voor Verlichting.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><strong><br />
DE CREATIEVELING ALS LIJDEND VOORWERP </strong></p>
<p><strong>Vrijdag 17 september van 15.00 -18.30 uur / Veemvloer, Van Diemenstraat 410, Amsterdam</strong> / <strong>Entree: 10 euro</strong></p>
<p><strong>Met: </strong></p>
<p><strong>- Roy van Dalm (auteur van o.a. Slimme Steden en werk onder andere samen met Florida en Landry) </strong></p>
<p><strong>-Mark van de Velde (woningcorporatie PWS Rotterdam) </strong></p>
<p><strong>- Paul van Soomeren (DSP-groep)</strong></p>
<p><strong>- Bart Stuart (kunstenaar, BuroSpelen)</strong></p>
<p><strong>- Bas van Heur (Universiteit Maastricht)</strong></p>
<p><strong>- Kamiel Verschuren (kunstenaar, St. B.A.D., St. NAC)</strong></p>
<p><strong> &#8211; Bart de Groot (Buro Beehive)</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong> Aanmelden: </strong></p>
<p><span style="text-decoration: underline;">HELAAS DE BIJEENKOMST IS UITVERKOCHT.</span></p>
<p>De bijeenkomst is mede mogelijk gemaakt door <a href="http://www.dsp-groep.nl/">DSP groep</a> en <a href="http://www.inicio.nl/">Inicio</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-creatieveling-als-lijdend-voorwerp/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Adopteer eens een boom</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/adopteer-eens-een-boom/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/adopteer-eens-een-boom/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Jul 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Apeldoorn]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Haarlemmermeer]]></category>
		<category><![CDATA[Mooi Nederland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/07/adopteer-een-een.jpg" /> Nederlanders zijn echte groen-fans. Ook al woon je in de stad, je wil altijd snel in het groen zijn. Toch zijn lang niet alle stadsparken even populair. Herinrichting blijkt vaak]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nederlanders zijn echte groen-fans. Ook al woon je in de stad, je wil altijd snel in het groen zijn. Toch zijn lang niet alle stadsparken even populair. Herinrichting blijkt vaak noodzakelijk, maar hoe waarborg je toekomstig gebruik? In dit artikel drie succesvolle voorbeelden van &#8216;groene participatie&#8217;. Van samen ontwerpen tot adoptie van een boom: gemeenten worden steeds creatiever.</strong></p>
<p>Net zo groot als het Vondelpark, maar nauwelijks gebruikt. Het Bijlmerpark in Amsterdam Zuid-Oost werd jarenlang gemeden, behalve één keer per jaar tijdens het populaire Kwakoefestival. Met name het oostelijke deel van het park was &#8216;woeste natuur&#8217; en erg onguur, aldus buurtbewoners. Daar moest je niet komen! Stadsdeel Zuidoost maakt echter een grootscheeps plan voor vernieuwing. Het Bijlmerpark wordt de kroon op de nieuwe Bijlmermeer. Gevarieerd, uitnodigend en vooral: veilig. Dat zijn de trefwoorden van het ontwerp voor het nieuwe park  van Mecanoo. Nieuwbouw van woningen langs de randen moet zorgen de &#8216;ogen op het park&#8217;. Middenin komen sportvelden, met goed verlichte wegen en fietspaden ernaar toe. Het oostelijk deel blijft een natuurlijker gebied, maar dan wel goed onderhouden. De werkzaamheden zijn volop in gang en het nieuwe park wordt in 2011 in gebruik genomen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100722_polder1.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong>Omarmen</strong></p>
<p>Een aantrekkelijk plan, maar hoe krijg je omwonenden zo ver dat ze het park weer omarmen? Stadsdeel Zuidoost volgt daartoe twee sporen. Het eerste: participatie. Zo hebben kinderen en jongeren een grote stem in de inrichting van het hart van het park: de esplanade. Hier komen sport- en spelvoorzieningen Wat zouden kinderen en jongerenhier willen doen? Stadsdeel Zuidoost vroeg het hen zelf. Werkstukken, maquettes, tekeningen, excursies, film, debatavonden: op allerlei manieren zijn ideeën ingebracht. Inbreng die diende als startpunt voor het ontwerp. Opvallende uitkomst: kinderen van alle leeftijden vroegen om veiligheid en toezicht. Een schone plek met afvalbakken, een WC en drinkwater.<br />
De betrokkenheid van de kinderen hielp om de informatie over het nieuwe park zo goed mogelijk thuis te laten landen. En het participatietraject gaat hand in hand met een intensieve promotiecampagne: het tweede spoor.</p>
<p>Gemeenten worden steeds creatiever in de manier waarop zij bewoners een stem geven in de herinrichting van groengebieden. Van tekenwedstrijden tot open planproces, van social green community tot het adopteren van een boom: allerlei middelen worden ingezet om bewoners te betrekken.  Met recht. Door &#8216;groene participatie&#8217; wordt het park afgestemd op de wensen van de doelgroepen én toekomstige gebruik gewaarborgd.  Je versterkt de binding met het park &#8211; en daarmee de buurt. Zeker wanneer de verantwoordelijkheid voor beheer ook bij bewoners blijft. Zo blijkt ook uit de aanpak van Mheenpark, in de naoorlogse wijk Zevenhuizen in Apeldoorn. Dit park wordt na een lange vergeten tijd weer volop gebruikt. Dankzij betrokkenheid van bewoners bij bepalen van randvoorwaarden, ontwerp én beheer. Want is het park eenmaal mooi ingericht, de kunst is het zo te houden. Buurtbewoners hechten aan de mooie nieuwe groenplaats en blijken bereid hier tijd in te investeren en zorgen voor onderhoud en beheer.</p>
<p>Interessant aan het Mheenpark is de methodiek die is gebruikt, namelijk het spel The Making Of van Bureau Venhuizen. Aan de hand van dit spel zijn de randvoorwaarden voor herinrichting samen met bewoners bepaald. Wat zijn belangrijke bestaande kwaliteiten en wenselijke toekomstige ontwikkelingen? Deze respectievelijke &#8216;fenomenen&#8217; en &#8216;opdrachten&#8217; bepaalden de ontwerpopgave voor het park. De crux van dit spel is dat je niet met je eigen ideeën aan de slag gaat, maar met een specifieke combinatie van een &#8216;opdracht&#8217; en een &#8216;fenomeen&#8217;. Je moet bijvoorbeeld een jaarlijks terugkerend dagevenement bedenken (&#8216;opdracht&#8217;), die tegelijkertijd de veiligheid bevordert (&#8216;fenomeen&#8217;). Dit maakt dat je verder kijkt dan je eigen wensen.</p>
<p><strong>Adopteren</strong></p>
<p>Dat participatie ook op een hoger schaalniveau kan werken, bewijst de gemeente Haarlemmermeer. Haarlemmermeerders kunnen op dit moment een plant adopteren: eerst in de eigen achtertuin groot brengen, straks een plekje geven in het nieuwe Park21: een groot metropolitaan park tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep van maar liefst 1.000 hectare. Een gebied waar straks 7 dagen per week, 24 uur per dag en het hele jaar door van alles te doen is, aldus de plannenmakers (zie www.park21.info).Tijdens de Dag van het Park op 31 mei jongstleden deelde de gemeente maar liefst 700 planten uitover . Een slimme manier van promotie en &#8216;bonding&#8217;. Maar de participatie gaat veel verder. Bewoners en geïnteresseerden konden vorig jaar &#8216;kiezen&#8217; uit drie landschapsontwerpen. Kiezen tussen aanhalingstekens, want de uiteindelijke keuze lag bij de gemeenteraad. Maar liefst 1.500 mensen hebben een stem uitgebracht en de gemeenteraad kon de stem van zoveel kiezers natuurlijk niet naast zich neer leggen. Het ontwerp van de meeste stemmen &#8211; van Vista Landscape and Urban Design &#8211; won en wordt op dit moment verder uitgewerkt.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100722_leisure1.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>De participatie ging echter al ruim voor deze stemronde van start. In de vorm van brainstormgesprekken met stakeholders, ondernemers en expertmeetings met agrariërs. Het park is nu grotendeels nog agrarisch gebied: wat zijn nieuwe kansen voor bijvoorbeeld stadslandbouw, waarin het agrarisch bedrijf een meer publieke functie krijgt? Ook heeft de gemeente de recreatiewensen van haar inwoners onderzocht. Samen met de ANWB en zijn hiertoe de dorps- en wijkraden uit de Haarlemmermeerse dorpen  geconsulteerd. Eveneens werden diverse (vak)debatten georganiseerd, zoals het debat &#8216;Large Parks&#8217;. Eind vorig jaar kon trouwens weer gestemd worden; Park21was genomineerd voor de <a href="http://www.vrom.nl/mooinederlandprijs" target="_blank">Mooi Nederland Prijs</a>. De vijfde plaats is toch een mooie score voor een park dat alleen nog maar bestaat op papier, nietwaar?</p>
<p><sub><em>&#8212;</em></sub></p>
<p><sub><em>Afbeeldingen: De drie planlagen van het ontwerp voor Park21 van Vista Landscape and Urban Design laag 1: polder laag 2: park laag 3: leisure</em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/adopteer-eens-een-boom/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Help, onze voorzieningen verdwijnen!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/help-onze-voorzieningen-verdwijnen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/help-onze-voorzieningen-verdwijnen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Jul 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/07/help-onze-voorzieningen.jpg" /> Help. De voorzieningen in gemeenten dreigen te sneuvelen. Door bezuinigingen, door krimp. Minder inkomsten, minder inwoners: rampenscenario’s tekenen zich af. Nee, niet iets om te onderschatten. Zo hoorde ik van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Help. De voorzieningen in gemeenten dreigen te sneuvelen. Door bezuinigingen, door krimp. Minder inkomsten, minder inwoners: rampenscenario’s tekenen zich af. Nee, niet iets om te onderschatten. Zo hoorde ik van een stad van 150.000 inwoners. Ze hebben nu vier bibliotheek-locaties. En door al die misère zouden er twee kunnen sneuvelen. Dat zou betekenen –  ik hoop niet dat er kinderen meelezen – dat bezoekers opeens twee in plaats van één kilometer moeten fietsen om een biebboek te lenen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Er wordt gedacht over nationale hulpacties; leeft Mies Bouwman eigenlijk nog? </strong></p>
<p>Nog zo’n rampenverhaal, ik hoop dat u het telefoonnummer van stichting Correlatie bij de hand heeft. Een stad met 160.000 inwoners. Heeft twee zwembaden. En, inderdaad uw ergste vermoedens worden waarheid, één van die twee baden staat op de nominatie om gesloten te worden.</p>
<p>En zo rijgt het ene trieste verhaal zich aan het andere.</p>
<p>Het is maar zeer de vraag of al die inwoners van die steden de gevolgen van deze diepe, diepe crisis ooit te boven zullen komen. En dan die kids. Gruwelijk. Dat zijn natuurlijk de kwetsbaarsten. Ik stel me voor dat ze zich de rest van hun leven de lange rijen wachtenden bij die twee bibliotheken zullen herinneren. Hoe onverzettelijke moeders en vaders wit weggetrokken urenlang in de rij stonden, om toch die zo gewenste bibliotheekboeken te bemachtigen. Chapeau!</p>
<p>En natuurlijk. Vroeger zou dat allemaal geen probleem zijn geweest. Dan was je al blij als er überhaupt binnen een straal van 10 kilometer een zwembad was. Of een bieb. Voor die enkele keer dat je daar naar toe ging (want bij beide instellingen stonden zelden files).Vroeger, toen iedereen een auto had, of tenminste een goede fiets.</p>
<p>En weet je, ook tegenwoordig is het voor de meeste mensen geen enkel probleem. Zo hebben we in dit land een ‘Landelijke vereniging voor kleine kernen’. Ja, echt waar. En die heeft onderzocht hoe erg we het vinden als er niet overal een zwembad is, een bieb of zelf een winkeltje. Dat je daar vaak kilometers voor moet fietsen. En dat vinden ze geen enkel probleem!!!<br />
(ja, inderdaad, dat zijn drie uitroeptekens). Hoeveel van die kleinere-kernen-bewoners zouden er zijn? Is dat de helft?</p>
<p>En voordat u nu begint te sputteren, één vraag.<br />
Afgelopen zomer in Frankrijk geweest?<br />
En hoe ver rijden was de eerste Supermarché?<br />
Tien, vijftien kilometer?<br />
Nog verhongerde Fransen gezien…?</p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven:</em>nieuw buurthuis in Delft (foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/windwalkernld/" target="_blank"></a><a href="http://www.flickr.com/photos/gerardstolk/" target="_blank">Gerard Stolk</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/help-onze-voorzieningen-verdwijnen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Web 2.0: alleen voor buurtontwikkeling echt van belang</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/web20-alleen-voor-buurtontwikkeling-echt-van-belang/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/web20-alleen-voor-buurtontwikkeling-echt-van-belang/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Jul 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Maessen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Social media]]></category>
		<category><![CDATA[Web 2.0]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/07/web-2.0-alleen.jpg" /> Web 2.0 is heel wat minder belangrijk voor de relatie overheid-burger dan veel it-specialisten geneigd zijn te denken. Behalve op het terrein van buurtontwikkeling. Er bestaat binnen de ict-gemeenschap van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Web 2.0 is heel wat minder belangrijk voor de relatie overheid-burger dan veel it-specialisten geneigd zijn te denken. Behalve op het terrein van buurtontwikkeling.</strong></p>
<p>Er bestaat binnen de ict-gemeenschap van de overheid momenteel het geloof dat interactieve internettoepassingen de verhouding tussen burger en publieke  instellingen ingrijpend zullen veranderen. Maar dat is een miskenning van de rol en verantwoordelijkheid van de overheid.</p>
<p>De web 2.0-toepassingen, zoals interactieve websites en social media, zijn instrumenten waarmee (grote groepen) burgers hun mening kenbaar kunnen maken en hun ideeën in het publieke debat kunnen brengen. Daarmee krijgt het maatschappelijk debat een nieuwe intensiteit: burgers kunnen veel meer informatie raadplegen, kunnen gemakkelijk communities vormen die ergens voor gaan lobbyen en kunnen effectiever de media en de publieke opinie bespelen. Moest je vroeger een brochure uitbrengen, een serie ingezonden brieven plaatsen, een nationale organisatie oprichten of een demonstratie organiseren, nu doe je dat vanachter je bureau en je hoeft zelfs niet eens met je medestanders te vergaderen. Dat regelen de social networks voor je.</p>
<p>Maar in wezen is deze ontwikkeling niets anders dan het scherper articuleren van een standpunt en meer massa organiseren op een bepaald issue. Het verandert niets aan de essentiële taak van de overheid dat zij belangen moet afwegen, zich niet mag laten leiden door een gepassioneerde minderheid, haar budget moet bewaken en niet per half jaar van standpunt en beleid mag veranderen. Integendeel: juist in  deze vluchtige samenleving dient de overheid een baken van betrouwbaarheid en geloofwaardigheid te zijn, hoe moeilijk dat ook is.</p>
<p>De overheid heeft tot taak op een betrouwbare manier de complexe samenleving te laten functioneren en (sociale) grondrechten veilig te stellen. Die rechten garanderen een minimum aan vrijheid, veiligheid, sociale zekerheid, een schoon milieu, rechtszekerheid, voedselkwaliteit, mobiliteit en de collectieve financiering daarvan. Dat zijn zaken die op nationaal en steeds meer op Europees niveau worden geregeld.</p>
<p>Ook al wordt de samenleving mondiger, is er een roep om een kleinere overheid en worden steeds meer zaken op Europees niveau geregeld, het is zeer onwaarschijnlijk dat de overheid op dit gebied over enkele jaren haar werk kan staken en dat de burgers hun eigen boontjes zullen doppen.</p>
<p><strong>Omgangsvormen</strong><br />
De it-gemeenschap wijst echter op succesvolle interactieve projecten in buurten waarbij burgers doorslaggevende invloed hebben gehad op de besluitvorming. Is daar dan niet de verhouding tussen burger en overheid fundamenteel veranderd? Is het dan niet duidelijk dat de overheid, wanneer zij zich luisterend opstelt en burgers de ruimte geeft, tot een andere aanpak komt dan in het oude top-downmodel?</p>
<p>Zeker, die voorbeelden zijn er. Zij duiden op nieuwe omgangsvormen tussen overheid en burgers. Maar alle voorbeelden die ik ken, hebben gemeenschappelijk dat zij op kleine schaal spelen, in duidelijke gedefinieerde projecten, die met de directe leefomgeving of voorzieningen van de betrokken mensen te maken hebben.</p>
<p>Dan is het inderdaad mogelijk met een mooie website burgers mee te laten denken over de inrichting van een wijk, adviezen te laten geven en zelfs keuzen te laten maken. Al komt het maar heel zelden of nooit (?) voor dat een gemeentebestuur haar eindverantwoordelijkjheid uit handen geeft.</p>
<p>Op alle hogere schaalniveaus dan van een buurt of een kleinschalig project zijn er twee factoren waardoor dit model niet toepasbaar is.</p>
<p>Ten eerste: op de schaal van een stad, regio, provincie of rijk en bij andere onderwerpen (veiligheid, sociale zekerheid) is de betrokkenheid van burgers zeer gering. Alleen professionals en een heel klein groepje hooggemotiveerden neemt dan aan interactieve processen deel.</p>
<p>Natuurlijk zijn er projecten rond bijvoorbeeld de Nota Ruimte waarbij tienduizenden burgers via digitale media mochten adviseren over de ruimtelijke inrichting van Nederland. Maar de abstracte vraagstelling die daarbij wordt voorgelegd, sluit volstrekt niet aan bij de concrete keuzen die in de corridors of power worden gemaakt.</p>
<p>De tweede reden is dat de onderwerpen van overheidshandelen zeer complex zijn. Niet alleen intrinsiek maar ook door de politieke context waarin ze staan, zoals partijpolitieke en maatschappelijke verhoudingen en de internationale orde. Het is niet denkbaar dat interactieve webtoepassingen het mogelijk maken dat burgers daarin direct gaan meebeslissen.</p>
<p>Dit wil niet zeggen dat web 2.0 niet gebruikt zou kunnen worden om burgers meer stem te geven en om hun voorkeuren te peilen. Dat kan heel waardevol zijn en inzichten toevoegen, maar het is ook niet méér dan dat, behalve, zoals gezegd, waar het de directe leefomgeving betreft.</p>
<p>Web 2.0 is dus primair een nieuw communicatiemiddel in de interactie tussen burgers en overheid, maar niet een middel dat de rollen zal omdraaien. En dat is misschien maar goed ook, want anders zouden de grootste schreeuwers de meeste invloed krijgen.</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven:<a href="http://www.flickr.com/photos/mararie/" target="_blank">Mararie</a></em></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/web20-alleen-voor-buurtontwikkeling-echt-van-belang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Publieke ruimte vertaald in geluid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/publieke-ruimte-vertaald-in-geluid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/publieke-ruimte-vertaald-in-geluid/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Jul 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anouk Eigenraam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Eindhoven]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Londen]]></category>
		<category><![CDATA[Muziek]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/07/publieke-ruimte-vertaald.jpg" /> Architecten en planologen kijken veel te eenzijdig naar gebouwen en de publieke ruimte, vindt kunstenaar Allard van Hoorn. Wil je creativiteit stimuleren dan zal je creatief moeten bouwen. Zijn werk]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Architecten en planologen kijken veel te eenzijdig naar gebouwen en de publieke ruimte, vindt kunstenaar <a href="http://www.allardvanhoorn.com/">Allard van Hoorn</a>. Wil je creativiteit stimuleren dan zal je creatief moeten bouwen. Zijn werk probeert anderen ertoe aan te zetten het openbare domein eens vanuit een ander perspectief te bekijken. De nieuwe expositie Urban Songlines doet dat op een wel heel onconventionele manier. </strong></p>
<p>Het is het dilemma van de publieke ruimte; als iets van iedereen is, dan is het tegelijkertijd van niemand.  Met als gevolg dat niemand zich er verantwoordelijk voor voelt. En dus zullen weinig mensen zich geroepen voelen een keer spontaan zwerfafval op de stoep op te ruimen, na een straatfestival de boel netjes achter te laten of rommel in het park in een vuilnisbak te gooien. Hoewel wij allen wel gebruikers van de publieke ruimte zijn, vinden we het opruimen en schoonhouden ervan, plotseling een taak van de overheid.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100709_Allard.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Allard van Hoorn</sub></em></p>
<p>Het is die relatie van het individu tot zijn omgeving waar kunstenaar Allard van Hoorn gefascineerd door is en die de rode draad in zijn werk vormt. Wanneer voelen we ons onderdeel van de publieke ruimte en wanneer niet, zo vraagt hij zich af: &#8220;Het is raar, we spenderen veel tijd in de openbare ruimte, doen er van alles, gaan er relaties mee aan, maar we voelen ons er geen eigenaar van. Waarom eigenlijk niet, als we er wel claims op leggen?&#8221;</p>
<p>Van Hoorn wil dat anderen dáár over nadenken. In zijn nieuwe expositie Urban Songlines heeft hij drie publieke ruimten &#8216;vertaald&#8217; in geluid: de stormvloedkering in Londen aan de Thames, een gashouder en het oude Philipsgebouw in Eindhoven. Van alle drie de objecten heeft hij geluid of het omringende geluid opgenomen en bewerkt. Zo nam hij het geluid van de wind en het water van de stormvloedkering op, het pompen van de gashouder, en het geluid dat een skateboarder in het Philipsgebouw maakt. De zo ontstante geluidsfragmenten noemt Van Hoorn de urban songlines.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/a6nTQi2fV54" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/a6nTQi2fV54"></embed></object></p>
<p><em>Allard van Hoorn over <a href="http://www.strijp-s.nl/">Strijp S</a>, Philips gebouw in Eindhoven</em></p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/n035QsKWzAY" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/n035QsKWzAY"></embed></object></p>
<p><em>Allard van Hoorn over <a href="http://fiveprime.org/hivemind/Tags/gasometer,london">Gasholder</a> in Londen</em></p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/KvHY-hcqbpQ" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/KvHY-hcqbpQ"></embed></object></p>
<p><em>Allard van Hoorn over de stormvloedkering in Londen</em></p>
<p>De urban songlines maken op die manier architectuur beluisterbaar. &#8221; Door fysieke ruimten en gebouwen om te zetten in muziek ben je in staat vanuit een totaal andere invalshoek te kijken naar de verhouding tussen jezelf en de openbare ruimte. Muziek neem je mee, sla je op of zit in je hoofd. Zo word je van gebruiker ook ineens mede-eigenaar van diezelfde publieke ruimte.&#8221;</p>
<p><strong>Aboriginals </strong></p>
<p>Het idee voor de songlines kwam toen hij een paar jaar geleden het boek The Songlines las van de Engelse reisschrijver <a href="http://www.brucechatwin.co.uk/">Bruce Chatwin</a> over zijn bezoek aan Aboriginals in Australie. &#8220;De Aboriginals zijn sterk verbonden met het land van hun voorvaderen&#8221;, legt hij uit. &#8220;In hun levensfilosofie belichaamt het land henzelf; hun lichaam is het land, het land hun lichaam. En om het spiritueel te beleven, moeten ze het land bezingen als ze erdoorheen reizen, want anders bestaat het niet.&#8221; Volgens Van Hoorn zien Aboriginals zichzelf dus letterlijk als onderdeel van het land. Die directe relatie met hun omgeving, raakte hem. &#8220;Zij gaan op zo&#8217;n respectvolle manier met de planeet om in een schaarse omgeving. Met zo weinig natuurlijke hulpbronnen of middelen om ze te ondersteunen, weten ze zichzelf toch al duizenden jaren in leven te houden zonder dat ze daarbij de omgeving uitputten. Die relatie wilde ik graag vertalen naar onze gebouwde wereld.&#8221;</p>
<p>Er zit dus een duidelijk punt van kritiek in op de geindustrialiseerde wereld? Van Hoorn: &#8220;Ik vraag mensen wel eens: &#8216;hoe denk je dat wereld eruit ziet in de toekomst?&#8217; En dan valt het me op dat iedereen zich nog wel een voorstelling kan maken van de aarde over een paar honderd jaar, maar verder denken dan vijfhonderd jaar vindt men vaak erg moeilijk voorstelbaar, omdat vrijwel niemand meer gelooft dat we er dan nog zijn. Terwijl het vroeger heel gebruikelijk was om na te denken over de nalatenschap aan je kinderen en kleinkinderen, hebben we nu geen idee meer van wat we de volgende generaties nalaten.&#8221;</p>
<p><strong>Functionele architectuur </strong></p>
<p>Toch is Van Hoorn uiteindelijk geen pessimist. Integendeel; hij gelooft dat &#8216;onze planeet genoeg energie aan wind, water en warmte bevat, dat op termijn de technologie een uitweg biedt zodat iedereen in welzijn kan leven.”</p>
<p>Van Hoorn hoopt dat zijn tentoonstelling vooral architecten en stedebouwkundigen aan het denken zal zetten. Nederlandse architectuur is traditioneel nog teveel gestoeld op het concept van functionaliteit vindt hij. De inslag is calvinistisch en conservatief:  &#8220;Architectuur moet volgens mij niet alleen gaan over de harde werkelijkheid van het materiaal of de ergonomie, maar er zit ook een imaginaire factor in, die veel zachter is. Minstens net zo belangrijk is de psychologische beleving van een ruimte, die de verbeeldingskracht stimuleert.&#8221;</p>
<p>De uitdaging ligt volgens Van Hoorn in het inrichten van ruimten die zowel esthetisch aantrekkelijk als functioneel zijn, maar die ook de fantasie prikkelen. &#8220;Een gebouw voor creatieve geesten moet zelf ook creatief zijn en niet geestdodend.&#8221; Hij pleit dan ook voor een interdisciplinaire uitwisseling van ideeën binnen de wereld van de ruimtelijke ordening.</p>
<p>&#8220;In Nederland is nagenoeg geen samenwerking tussen kunstenaars en ruimtelijke ordenaars. Terwijl hun inzichten heel inspirerend kunnen zijn,. Zij zijn er tenslotte aan gewend hun verbeelding te gebruiken hoe mensen een ruimte of gebouw ervaren. Het zou mooi zijn als artistitieke disciplines ook vaker bij projectontwikkelaars, gemeenten en planologen aan tafel zouden zitten. Laat de poëzie de openbare ruimte eens binnen en zie dan wat er gebeurt.&#8221;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Allard van Hoorn; Urban Songlines, 3 juli t/m 21 augustus, gallerie Gabriel Rolt.  Elandsgracht 34, 1016 TW Amsterdam, woe tot za: 12.00 &#8211; 18.00 uur &#8211; www.allardvanhoorn.com </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/publieke-ruimte-vertaald-in-geluid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tussentijd</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Floor Tinga</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/tussentijd.jpg" /> Tussentijd. Het is de periode waarin een stedelijk gebied in transformatie verkeert. In het landschap van dichtgetimmerde huizen en braakliggende veldjes lijkt de pauzeknop te zijn ingedrukt. Iedereen is in]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tussentijd. Het is de periode waarin een stedelijk gebied in transformatie verkeert. In het landschap van dichtgetimmerde huizen en braakliggende veldjes lijkt de pauzeknop te zijn ingedrukt. Iedereen is in afwachting van het gedroomde eindbeeld. Juist in deze periode is er behoefte aan een constructieve invulling van het heden. De kunstenaarsorganisatie <a href="http://www.optrektransvaal.nl/" target="_blank">Mobiel projectbureau OpTrek</a> publiceerde twee lijvige boeken die een lans breken voor urbane planning in de tussentijd. </strong></p>
<p>Tussen 2002 en 2009 bewoog OpTrek zich met opvallende multidisciplinaire projecten in de Haagse multi-etnische wijk Transvaal. De beeldend kunstenaars Sabrina Lindemann en Annechien Meier hadden de dagelijkse leiding over het projectbureau dat zich in die periode van slooppand naar slooppand bewoog. In plaats van achter de tekentafel te blijven, of in vergaderkamers beleidsplannen te smeden, brak OpTrek met de gangbare planmatige praktijk van wijkvernieuwing en nestelde zich letterlijk en figuurlijk in de wijk zelf. De inzet van kunst was nadrukkelijk niet bedoeld om op te leuken. Lindemann en Meier wilden juist met interventies, debatten en kunstprojecten commentaar leveren op  stedenbouwkundige plannen, en alternatieven bieden voor de aanpak van gebiedsontwikkeling. Dit gebeurde in samenwerking met buurtbewoners, beleidsmakers, woningcorporaties en architecten. De kern van hun aanpak was het eindbeeld denken -  wat de stedenbouw tot nu toe heeft gekenmerkt &#8211; te transformeren naar een constructief denken over ‘het ondertussen.’</p>
<p>In beide publicaties wordt via interviews, essays en beeldverhalen duidelijk welke rol kunst kan spelen in de periode van stedelijke vernieuwingsprocessen. OpTrek in Transvaal. Over de rol van publieke kunst in de stedelijke ontwikkeling gaat vooral in op de rol die de kunstenaar zelf speelt. Kunstenaars zoals Lindemann en Meier nemen de rol aan van urban curators, door op een sociale en esthetische wijze activiteiten te ontplooien in de wijk, netwerken te smeden en mee te transformeren met de ontwikkelingen die zich voordoen. Diverse strategieën van urban curators uit het internationale kunstenveld worden in dit boek nader belicht.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100630_slooproute%20DEF.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Sloop in Transvaal (foto: www.optrektransvaal.nl)</p>
<p>Stedelijke transformatie in de Tussentijd. Hotel Transvaal als impuls voor de wijk legt vooral de nadruk op het Laboratorium voor de Tussentijd, ontwikkeld in samenwerking met architectenbureau Studio Iris Schutten. Via onderzoeken, concepten en projecten die vanuit het Laboratorium zijn ontstaan, wil dit boek vooral een handvat bieden aan een ieder die op professionele wijze betrokken is bij herstructurering van stadswijken. Het succesvolle project ‘Hotel Transvaal *-*****, verblijf in de Tussentijd’ (een concept van het toenmalige architectenduo RAL2005) wordt in dit boek uitvoerig toegelicht.</p>
<p><strong>Afleidingsmanoeuvre</strong><br />
In een herstructureringswijk als Transvaal groeit een hele generatie op in de tussentijd waarin slooppanden en braakliggende terreinen het straatbeeld bepalen. Verspreid over een periode van vijftien jaar worden drieduizend sociale huurwoningen gesloopt, waarvoor zestienhonderd koop en huurwoningen worden teruggeplaatst. Voor de gemeente en woningbouwcorporaties kan kunst een welkome afleidingsmanoeuvre zijn om dit ingrijpende en langdurige herstructureringsproces van gentrification soepel te laten verlopen, zo stellen Lindemann en Schutten vast. Gelukkig heeft OpTrek zich onttrokken aan deze doorgaans vluchtige en oppervlakkige aanwezigheid van kunst. Juist door de gehele periode te wonen en werken in de wijk, wist OpTrek de tussentijd op een duurzame wijze te benutten. Alleen al de uiterlijke aanwezigheid van het projectbureau was opzienbarend te noemen: voor ieder slooppand dat de organisatie betrok, liet ze de gevel transformeren.</p>
<p>Zo ontwierp Tadashi Kawamata (Japan) van gerecyclede vloerplanken een organisch ogende gevelconstructie die van de buitenzijde doorliep naar de binnenzijde van het kantoor. Helaas moest de constructie al na een week uit veiligheidsoverwegingen verwijderd worden. De binnenzijde bleef gelukkig in tact tot het moment van sloop. Toch benadrukt dit voorbeeld nog teveel de uiterlijke aanwezigheid van het projectbureau. Kenmerkend in de activiteiten was vooral een programmering die geënt was op verschillende doelgroepen. Architecten en stedenbouwkundigen werden aangesproken, maar ook ontstonden er diverse projecten in samenwerking met bewoners. Zo werden culturele en maatschappelijke instellingen uitgenodigd hun expertise te delen met wijkbewoners in de debatreeks ‘De Stad ontmoet de Wijk.’</p>
<p><strong>De wijk als hotel</strong><br />
Het meest besproken voorbeeld is Hotel Transvaal, dat opende in 2007, hetzelfde jaar waarin de veertig Vogelaarwijken voorpaginanieuws werden. Gedurende anderhalf jaar maakte het hotel gebruik van tijdelijke vrijgekomen ruimtes in de wijk. Verschillende kunstenaars waaronder Frank Halmans, Ingrid Mol en Kevin van Braak werden uitgenodigd een kamer in te richten. Doordat de kamers verspreid lagen door Transvaal en slechts als slaapplek dienden, werd de wijk één groot gastenverblijf. De hotelgasten waren voor hun ontbijt of diner aangewezen op de lokale ondernemers. Op een zeer laagdrempelige en doeltreffende wijze kwamen verschillende culturen met elkaar in contact en werd de tussentijd een aangename plek om te verblijven. Er ontstond een gastvrije omgeving in een wijk die doorgaans met een negatief stempel in het nieuws kwam. De beleidsplannen en bestuurlijke discussies over probleemwijken verbleekten naast deze interventie.</p>
<p>De interdisciplinaire aanpak waarin verschillende vakmensen bijeenkwamen uit de kunst, herstructurering, het hotelwezen en de wijk, vormden volgens Lindemann de basis voor het slagen van dit project. Het hotel bewees dat kunst wel degelijk een bepaalde economische potentie bezit. Het succes had echter ook een keerzijde. Doordat het gebied in transformatie verkeerde, bleek dit nadelig voor de duurzaamheid van het initiatief. Door een aantal directiewisselingen verviel het commitment bij de woningcorporatie Staedion, die het gebruik van de tijdelijke kamers mogelijk maakte.  Sloopplannen werden gewijzigd en er werden geen nieuwe ‘tussenruimtes’ meer beschikbaar gesteld. Ook bleek dat de corporatie en de gemeente meer interesse hadden in leuke publicitaire evenementen, dan het opwaarderen van de lege ruimten als impuls voor een buurt in transformatie. OpTrek wilde zich duurzaam verankeren in de buurt, terwijl de corporatie en gemeente meer kortstondige en ludieke  projecten voor ogen hadden.</p>
<p><strong>Navolging</strong><br />
Toch heeft het initiatief inmiddels navolging gevonden buiten Den Haag.  Zo is er  in de Groningse Korrewegwijk een buurthotel opgezet onder de noemer ‘Stee in Stad’, geheel geïnspireerd op het concept van Hotel Transvaal. Zelfs de Nederlandse deelname aan RUHR2010 doet met het onderdeel ‘Gastgastgeber’ sterk denken aan Hotel Transvaal. Diverse designers en kunstenaars werden  hiervoor uitgenodigd om gastenkamers te ontwikkelen. Geheel in de stijl van het Haagse voorbeeld kunnen de gasten hun ontbijtje halen bij de lokale bakkers van Oberhausen of Dortmund.</p>
<p>Dat ook een onderzoekslab van het initiatief Nederland wordt anders gewijd is aan de tussentijd, laat zien dat het een onderwerp is dat serieus genomen wordt binnen de stedelijke planning. Het is de verdienste van de kunstenaars, architecten en andere betrokkenen van OpTrek dat er nu twee publicaties in de winkel liggen die de waarde van het hier en nu inzichtelijk maakt.</p>
<p><em>OpTrek in Transvaal. Over de rol van publieke kunst in de stedelijke ontwikkeling. Interventies en onderzoek  redactie Veronica Hekking, Sabrina Lindemann, Annechien Meier [redactie] 17 x 24 cm | paperback | 432 pagina&#8217;s | rijkelijk geïllustreerd | Nederlands- &amp; Engelstalig | ISBN 978-94-90322-06-9 | Jap Sam Books |www.japsambooks.nl  |  Ontwerp Harmine Louwe</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Stedelijke transformatie in de Tussentijd, Hotel Transvaal als  impuls voor de wijk  redactie Sabrina Lindemann, Iris Schutten (redactie)  17x 23 cm | paperback | 240 pagina&#8217;s | rijkelijk geïllustreerd | Nederlandse en Engelse versie | NL: ISBN 978 90 8506 7481 | ENG: ISBN 978 90 8506 8181 | Uitgeverij SUN/Trancity | www.uitgeverijsun.nl | Ontwerp Stout Kramer </em></p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven: </em></em><em><em>Hotel Transvaal (foto: </em></em><em><em>Frank Halmans)<br />
</em></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningnood in sociale huur?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningnood-in-sociale-huur/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningnood-in-sociale-huur/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/woningnood-in-sociale.jpg" /> Het W-woord is weer gevallen. Ook woningcorporaties hebben het afgelopen jaar minder gebouwd, en kijk eens aan, opeens verschijnt het W-woord weer in de krant: dreigende Woningnood in de sociale]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het W-woord is weer gevallen. Ook woningcorporaties hebben het afgelopen jaar minder gebouwd, en kijk eens aan, opeens verschijnt het W-woord weer in de krant: dreigende Woningnood in de sociale huur.</p>
<p>Woningnood? Onzin. Er is hooguit sprake van kromme-vraag-nood en kromme-aanbod-nood bij woningcorporaties.</p>
<p>Kromme-vraag-nood,  dat is dat velen reageren op een woning en dan massaal het aanbod weigeren (&#8216;toch maar niet, we wonen al fijn&#8217;).<br />
Kromme-aanbod-nood, dat is als woningcorporatie tot je schrik merken dat je het goedkoopste, kleinste bezit uit jouw aanbod nauwelijks of niet meer verhuurd krijgt. En zien dat het segment daarboven ook al begint te wankelen…</p>
<p>U heeft er ook op gestaan. Weet u nog. Op die lijst om in aanmerking te komen voor die huurwoning (misschien staat u er nog steeds op). Er kwamen er veel voorbij. Af en toe een echte beauty: dan reageerde u. Al was het maar om te zien hoe ver u kwam. En eindigde u eens bovenaan, dan weigerde u meestal, want ach, u woonde prima. ‘Oplopende weigeringsgraad’, heet dat in corporatieland. Kromme-vraag-nood, noem ik het hier.</p>
<p>Nee hoor, er is niets mis met u. Zo velen doen en deden mee aan het kromme-vraag-spel. Onderzoeken tonen dat onomstotelijk aan. Maar er gaat wel iets anders mis. Politici die gaan roepen dat al die ‘actief woningzoekenden’ verschrikkelijk in de penarie zitten. Die opeens van deze ontspannen kwaliteitszoekers een soort van maatschappelijk ontheemden maken. Die kromme-vraag verwarren met urgente vraag. ‘Nieuwe woningnood dreigt bij sociale huurwoningen…’ luidt het bijpassende kopje in de krant dan opeens. Hoezo, woningnood? Daar past geen sterk stijgende weigeringsgraad bij.</p>
<p>Het klinkt misschien gek, maar is er niet juist een heel andere trend.<br />
Meer dan de helft van de 2,4 miljoen sociale huurwoningen wordt momenteel nog bewoond door ouderen. Ouderen die daar al vaak zo’n 40 jaar wonen, weinig uitstroom. Deze groep zal de komende tien jaar op natuurlijke weg verdwijnen. Wie vullen deze huizen? Niet de nieuwe lichting ouderen, die is te welvarend om die groep te vervangen.</p>
<p>Gezinnen, traditioneel ook een grote groep klanten, huren ook nauwelijks nog in de sociale huur. Het gros van de woningen gaat tegenwoordig naar 1 en 2 persoonhuishoudens, en naar gebroken gezinnen. Huishoudens die in de meeste gevallen uiteindelijk (weer) een gezin worden, en die woning dus verlaten na een paar jaar. En ja, die kunnen kopen. Want het zijn tweeverdieners, wakker worden het is 2010! De groep werkende stellen die niet kan kopen blijkt klein te zijn. Kortom: de sociale huurmarkt heeft te maken met een fiks afnemende klantengroep. Langdurig alleenstaanden als structurele groep en stellen en gebroken gezinnen als passanten.</p>
<p>Dit doet zich al voor. Het segment huurwoningen aan de onderkant is steeds lastiger te verhuren. Ook dat staat haaks op de veronderstelde woningnood, het is kromme-aanbod-nood.</p>
<p>Door deze ontspanning aan de vraagkant is het goede nieuws dat de corporatiesector de doelgroepen die weinig te kiezen hebben, steeds beter kan bedienen. Daar waren woning-corporaties ook voor opgericht dus iedereen blij, toch.</p>
<p>En uiteindelijk leidt die ontwikkeling tot maar één denkbare krantenkop: ‘Serieuze leegstand dreigt in sociale huur’ (behalve in Amsterdam e.o., da’s een markt op zicht).</p>
<p>Na al die WK-poultjes ook hier een poule voor maken? Dus wanneer staat deze kop in de krant? Mijn inzet is 2012. Puf, puf, dan hoeven we ons nog maar 2 jaar door al die onzinnige W-kopjes heen te worstelen. En wat is uw voorspelling?</p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven:</em>leegstand in Gouda (foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/windwalkernld/" target="_blank">WindwalkerNld</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningnood-in-sociale-huur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Twee idealen halen, één betalen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/twee-idealen-halen-een-betalen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/twee-idealen-halen-een-betalen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/twee-idealen-halen.jpg" /> Op uitnodiging van vertrekkend RUIMTEVOLK-bestuurslid Jeroen Niemans kwam onlangs een gezelschap bij elkaar in één van de Vinex-wijken in ons land. In welke stad de Vinex-wijk ligt waar dit gezelschap]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op uitnodiging van vertrekkend RUIMTEVOLK-bestuurslid Jeroen Niemans kwam onlangs een gezelschap bij elkaar in één van de Vinex-wijken in ons land. In welke stad de Vinex-wijk ligt waar dit gezelschap bij elkaar kwam, doet er niet zo veel toe. Het onderwerp dat besproken werd tijdens dit ‘Diner der idealen’ des te meer: is er nog ruimte voor idealen in de nieuwe Nederlandse wijken? </strong></p>
<p>Wat zijn idealen eigenlijk? En hoe verhouden persoonlijke idealen zich tot die van het gezelschap, de gemeenschap of de maatschappij? Ik heb niet de ambitie om hier een sluitende samenhang te construeren, maar ben vooral geïnteresseerd in de wisselwerking tussen persoonlijke en collectieve idealen. Daartoe leid ik u langs een aantal van mijn gedachten. Wordt mijn betoog te abstract, schenkt u dan even iets te drinken in en associeer vrij op mijn woorden.</p>
<p>Het collectief zei in februari 2010 in de open source encyclopedie Wikipedia over het begrip ‘ideaal’ het volgende: “De term ideaal kan zowel slaan op een doel (teleologisch) of op een oorsprong (principieel).” Deze definitie plaatst ons eigenlijk meteen tussen twee uitersten. Het ideaal kan betrekking hebben op waar we vandaan komen, waar ons denken en handelen van uitgaat, zijn oorspronkelijkheid. Maar ook het doel of de doelstelling van onze acties kan er mee worden aangeduid.</p>
<p>Vervolgens is de vraag wat de relatie tussen onze oorsprong en onze doelen is. Wanneer je het ideaal van een persoon gaat analyseren kan er een grote gelijkenis zijn tussen iemands bedoelingen en zijn of haar drijfveren. Ze komen voort uit dezelfde ziel en zijn daarom niet deelbaar of onderscheidbaar. Op het eerste oog een redelijk uitgangspunt toch? Laten we voorlopig even aannemen dat dit zo is, binnen de waarheid van mijn redenering.</p>
<p>Komen we bij de vorm en de richting van onze idealen dan zien we dat idealen verschillend zijn en in uiteenlopende gradaties kunnen voorkomen. Ik ga er hierbij vanuit dat je de kracht van idealen kan meten, hoewel het een hachelijke zaak is om dat in de praktijk toe te passen. Maar goed, even een experiment: denk eens over je eigen idealen. Waarschijnlijk kan je na enige rust en stilte intuïtief aangeven welk persoonlijk ideaal je als krachtig ervaart en welke als zwak. Ook is het wellicht mogelijk om te benoemen welke idealen een heldere vorm hebben, en welke veel vager voor je zijn. Bijvoorbeeld: ‘Iets met de natuur’, of juist veel gerichter: ‘Kansarme gezinnen helpen.’</p>
<p>Wanneer we vervolgens uitzoomen en het collectief of de samenleving in ogenschouw nemen, zien we een patroon van collectieve idealen ontstaan. Deze collectiviteit is de resultante van een zeer dynamische interactie tussen persoonlijke en collectieve overtuigingen. We schrijven idealen op, bediscussiëren ze, maken ze expliciet of houden ze juist onder de pet. Zo kunnen idealen ook tegen-idealen oproepen bij andere mensen.</p>
<p>Een groot deel van onze handelingen wordt onbewust door onze verzameling van idealen gestuurd. Daarbij speelt van alles mee zoals achtergrond, opvoeding, cultuur, crisisbeleving, sociale situatie, verwachtingen en stemmingen. Daarbij stel ik de volgende vraag: Hoe kunnen we een uitspraak als ‘vroeger stonden we tenminste nog ergens voor’, interpreteren in dit licht? Stromingen in de architectuur en stedenbouw zoals het modernisme leggen we nu uit als een vormentaal waarbij overtuiging of ideaal en resultaat dicht bij elkaar kwamen. Ook de polder was een ruimtelijke vertaling van een ideaal. Sommige als totaalontwerp vormgegeven polders staan tegenwoordig op ons netvlies als verrommelde landschappen.</p>
<p>Waar komt het we in deze uitspraak vandaan? En welke processen spelen zich af in het hoofd van de fictieve persoon die dit zegt? Het ergens in de zin heeft betrekking op een ideaal, dat blijkbaar in zijn of haar beleving een collectief ideaal was. De ondertoon is duidelijk reactionair: een verlangen naar vervlogen tijden waarin zowel een bepaald samenhorigheidsgevoel bestond, als een overeenstemming over welk ideaal nastrevenswaardig was. Althans, dat denken we nu.</p>
<p>Mijn stelling is dat dit vroeger, we en ergens in dit voorbeeld, onlosmakelijk met elkaar is verbonden. En dat de mate waarin idealen als collectief worden ervaren sterk beïnvloed wordt door krachten van buiten de groep. Of beter, buiten wat de persoon die spreekt als groep ervaart.</p>
<p>Om deze stelling toe te lichten gebruik ik de metafoor van de magneet. Ik weet niet of de vergelijking helemaal opgaat, toch denk ik dat het kan helpen om iets meer inzicht te krijgen in hoe onze idealen ons beïnvloeden. Een stuk metaal waarin een groot deel van de magnetische velden een overeenkomstige kracht en richting hebben, noemen we een magneet. De kracht van de magneet is de resultante van de collectieve gerichtheid van de elementen waaruit de magneet bestaat. Het stuk metaal is hierbij het medium waardoor deze elementen zich tot elkaar kunnen verhouden.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100622_foto-door-Dayna-Mason_Flickr.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/daynoir/" target="_blank">Dayna  Mason</a></em><br />
Stel dat we allemaal geladen deeltjes zijn, vol spanning. Onze idealen zijn als een magnetisch veld om ons heen met, karakter, kracht en richting. Net als bij een magneet is de kracht van onze idealen het resultaat van het collectief, dat op zijn beurt ook weer bestaat uit allemaal kleine idealen. Wanneer de individuele idealen een zelfde kant op wijzen, lijkt het een collectief ideaal geworden. We ervaren niet meer de individuele krachten maar vooral het totaal. Omgekeerd redeneren kan ook, maar klopt vaak niet. Het ervaarbare totaalideaal zegt maar zeer beperkt iets over de persoonlijke idealen van mensen die actief of passief tot een groep behoren.</p>
<p>Wellicht heb je de volgende natuurkundige proef wel eens gedaan: houd een stuk ijzer voor langere tijd in de buurt van een magneet en na verloop van tijd krijgt het neutrale metaal ook een magnetische, maar echter tegenovergestelde, lading.</p>
<p>Mijn stelling is dan ook: het karakter en de richting van ons idealisme kan sterk beïnvloed worden door idealisme van anderen, op voorwaarde dat we ons in gelijksoortige media bevinden. Dit medium kan bijvoorbeeld een taal, cultuur, vocabulaire, grondgebied of een andere collectiviteit zijn. Als we werkelijk willen begrijpen hoe onze idealen ons handelen beïnvloeden, moeten we zowel onze eigen psyche als die van de mensen waar we ons in positieve of negatieve zin mee verbonden voelen, oprecht willen onderzoeken. De theorie van de idealen is droog, zo wellicht ook deze column. De praktijk is veel spannender. Ik kijk uit naar uw reacties, het is tenslotte formatietijd.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/twee-idealen-halen-een-betalen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Infrastructuur als publiek ruimte</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/infrastructuur-als-publiek-ruimte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/infrastructuur-als-publiek-ruimte/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Madrid]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Vlaanderen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/infrastructuur-als-publiek.jpg" /> Infrastructuur in Vlaanderen: het blijft een actueel thema. Op een congres hierover in Gent kwam ik te laat, met dank aan een file op de Antwerpse ring. Op de radio]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Infrastructuur in Vlaanderen: het blijft een actueel thema. Op een congres hierover in Gent kwam ik te laat, met dank aan een file op de Antwerpse ring. Op de radio hoorde ik dat er juist die dag politieke onenigheid was ontstaan over het tracé van de Lange Wapper -brug, die deze bottle neck moest gaan wegnemen. Maar goed, ik bereikte gezond en wel mijn bestemming, alwaar ik werd getrakteerd op een bloemlezing van Vlaamse infrastructurele projecten. </strong></p>
<p>De Vlaams bouwmeester Marcel Smets begon met een introductie van inspirerende Vlaamse en niet-Vlaamse voorbeelden, waarin de verkeersruimte is verheven tot publieke ruimte.  Hij probeerde daar mee aan te tonen dat een grote kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte mogelijk is door in meerwaarde te investeren en zaken in een grotere context te zetten. Zoals bij de rondweg van Madrid, waarlangs een doorlopende groenzone is ontstaan. De redenering van Marcel Smets: een infrastructureel werk is zowel een publieke investering, als een publieke verschijningsvorm, als een publieke ruimte. Het niet tot stand brengen van kwaliteit is dus domweg geen optie. En deze redenering heeft hij de afgelopen jaren voortdurend herhaald in Vlaamse kringen van infrastructuur en ruimtelijke ordening. De eerste resultaten van het pleidooi van de Vlaams bouwmeester zijn nu zichtbaar. En ze zijn volgens Smets vooral het resultaat van een geïntegreerde aanpak, een proces, dat tot meer kwaliteit leidt, maar niet tot meer kosten.<br />
Sint Truiden is een Vlaamse stad met een typische, 50 meter brede autoweg die door de stad loopt en het marktplein op enkele honderden meters afstand passeert. Deze ziet er uit als overal in het gewest, niets wijst erop dat men zich hier in de fruitstreek bevindt. Het ontwerpteam van “Omgeving” en de verkeerskundigen van “Mint” zagen hier mogelijkheden: door de benodigde capaciteit te herzien kon het veel te breed aangelegde wegvlak tot 10 meter breedte gereduceerd worden! Zo ontstond een zone van 40 meter voor flauwe bermen met bomen die de fruitstreek in herinnering brengen langs de weg, die verdiept werd ten gunste van gelijkvloerse kruisingen. Wellicht zal de karakterloze randbebouwing hier wijken voor iets nieuws met meer interactie met de omgeving, als gevolg van deze facelift. Het project met een totale lengte van 5 kilometer heeft een variatie in hoogte, wat de beleving van de automobilist zal verbijzonderen. Bovendien verplaatst het wegdek zich, als bij een Amerikaanse parkway, van links naar rechts. Het project zal in delen aangelegd worden. De opdrachtgevers zijn zeer tevreden over de transformatieplannen en buigen zich momenteel over hoe de aanleg naar voren kan worden geschoven.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100617_Sint%20Truiden.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em>Sint Truiden</em></p>
<p>In Turnhout is een project in uitvoering dat voortkomt uit een internationale open oproep selectieprocedure van de Vlaamse bouwmeester. Hier is de verbinding tussen het stadscentrum en het stadspark verknipt door een rondweg, die al mensenlevens gekost heeft,. Deze verbinding wordt nu echter hersteld. Daarbij worden ook de uitbreiding van het plaatselijke ziekenhuis en een gepland industrieterrein beter ontsloten: meerdere ontwikkelingen komen bij elkaar. Spannend is dat de ontwerpers, een samenwerkingsverband van de Vlaamse architecten van Office Kersten Geers, David Van Severen, Technum en landschapsarchitect Bas Smets, nu eens niet de rondweg in een tunnel hebben gelegd. De weg gaat wel iets omlaag, maar het is het stedelijk plateau, een groene dijk daarboven, die de verbinding zal maken tussen beide zijden. Zo ontstaat als gevolg van een infrastructurele ingreep een nieuw landschappelijk element met recreatieve gebruikswaarde. Bovendien voedt dit andere ontwikkelingen in het park en geeft dit aanleiding tot een nieuwe randbebouwing die op de dijk georiënteerd wordt.</p>
<p>Dat hier samengewerkt wordt door ontwerpers uit verschillende disciplines, zoals architecten, verkeerskundigen en landschapsarchitecten, is niet verwonderlijk: de infrastructurele opgave in zijn context heeft vele aspecten. Die geïntegreerde aanpak, met ondersteuning van de locale politiek, is de sleutel tot kwaliteit. omdat Een opgave wordt uit zijn isolement getrokken en aan andere spelende ontwikkelingen verbonden.</p>
<p>“Continuïteit is een gegeven”, zegt Marcel Smets, “maar contextualiteit is toegevoegde waarde.” Dat bleek ook duidelijk bij het grootste gepresenteerde project, de verbreding van het Albertkanaal, waarvoor een groot aantal bruggen (24) over dat kanaal vernieuwd zullen worden. De opdrachtgever, nv De Scheepvaart, heeft onder begeleiding van de Vlaams bouwmeester bekeken welke bruggen met een generieke aanpak ontworpen kunnen worden, dus als variant op een serie, en welke bruggen een specifiek ontwerp nodig hebben. Die keuze is, in relatie met het geaccidenteerde dan wel vlakke landschap, voor verschillende delen van het verloop anders uitgevallen: het vlakke deel van het verloop leent zich tot herhaling, in het uitgegraven Kempisch plateau juist tot specifieke ingrepen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100617_Brug%20Albert%20Kanaal.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Albertkanaal</em></p>
<p>Vervolgens sprak Laurent Ney, ontwerper van verschillende spectaculaire bruggen, recent ook winnaar van de Stadsbrug Nijmegen, over enkele gerealiseerde werken. Niet over de lange Wapper brug overigens, waar hij mede- ontwerper van is. Een inspirerend voorbeeld van Ney is de brug in Vroenhoven. Deze brug is in de plaats gekomen van een stenen brug die beschermd monument was, maar die desondanks moest wijken voor het verbrede Albertkanaal. De vrijheid van de brugontwerper ligt volgens Ney “upstream”: bij de definitie van de beperkingen van de opgave, en keuze van de hoofdopzet daarbinnen. Veel vormaspecten volgen vervolgens uit de berekeningen. Ney noemt het “scenografie van de kracht”, en slaagt daar met deze bescheiden houding zeer goed in.</p>
<p>De middag werd afgesloten met een paneldiscussie tussen opdrachtgevers en ontwerpers. Volgens de Nederlandse gast, Annemieke Tromp, programmamanager voor Gebiedsgericht Werken bij Rijkswaterstaat, is het voornaamste verschil tussen Vlaanderen en Nederland het landschap, “Waar hoogteverschillen of andere geografische gegevens in Vlaanderen aanleiding kunnen geven tot een oplossing, werken die in Nederland meestal tegen. Bruggen hebben meestal het vlakke landschap als ongunstig uitgangspunt, en tunnels komen vaak een ondergrondse waterloop tegen”, aldus Tromp. Het meenemen van gebiedsontwikkeling in infra -projecten ziet ze echter als een enorme kans om de omgeving mee te laten profiteren van veranderingen.</p>
<p>De middag in de Gentse Handelsbeurs werd afgesloten met de aanbieding van het boek “The landscape of contemporary infrastructure” van Kelly Shannon en Marcel Smets. Het boek behandelt interessante gerealiseerde voorbeelden van over de hele wereld, fly-overs, stations, bruggen en transferia. De projecten worden belicht vanuit vier verschillende gezichtspunten, verdeeld in hoofdstukken: de impact op het landschap, de fysieke aanwezigheid, de waarneming van het landschap vanuit de beweging, en de infrastructurele ruimte gezien als openbare ruimte</p>
<p><em>Eerder dit jaar vond in Gent het congres “Infrastructuur in context” plaats. Initiatiefnemer en organisator was het team van de Vlaams bouwmeester, Marcel Smets. In 2005 werd hij de tweede om deze positie, vergelijkbaar met die van de Nederlandse rijksbouwmeester, te bekleden. Een speerpunt is infrastructuur, en in het bijzonder het stimuleren van goed publiek opdrachtgeverschap door beheerders van weg, spoor en waterwegen. Dit congres, met ontwerpers en opdrachtgevers als sprekers, was bedoeld om de stand van zaken tegen het einde van Smets ambtstermijn te bezien en interessante projecten te tonen, prikkelend voor de aanpak van toekomstige infrastructuurprojecten in Vlaanderen.</em></p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven:</em>Vroenhoven</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/infrastructuur-als-publiek-ruimte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leren krimpen in Duitsland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/leren-krimpen-in-duitsland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/leren-krimpen-in-duitsland/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/leren-krimpen-in-duitsland.jpg" /> LET OP: DE STUDIEREIS IS HELAAS VOLGEBOEKT.&#160;BIJ VOLDOENDE INTERESSE ZAL ER EEN TWEEDE STUDIEREIS WORDEN GEORGANISEERD.&#160;GE&#207;NTERESSEERDEN KUNNEN ZICH INTEKENEN OP DE RESERVELIJST&#160;DOOR MIDDEL VAN HET INVULLEN VAN DIT FORMULIER OF]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em>LET OP: DE STUDIEREIS IS HELAAS VOLGEBOEKT.&nbsp;</em></strong><strong><em>BIJ VOLDOENDE INTERESSE ZAL ER EEN TWEEDE STUDIEREIS WORDEN GEORGANISEERD.&nbsp;</em></strong><strong><em>GE&Iuml;NTERESSEERDEN KUNNEN ZICH </em></strong><strong><em>INTEKENEN OP DE RESERVELIJST</em></strong><strong><em>&nbsp;DOOR MIDDEL VAN HET INVULLEN VAN <a href="http://tinyurl.com/aanmeldenkrimpexcursie">DIT FORMULIER</a> OF DOOR EEN EMAIL MET CONTACTGEGEVENS TE STUREN NAAR INFO@RUIMTEVOLK.NL</em></strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Bevolkingskrimp en vergrijzing zijn enkele van de belangrijkste  maatschappelijke en ruimtelijke opgaven voor de komende decennia in  Nederland. De verwachting is dat vrijwel alle delen van Nederland  binnenkort te maken zullen krijgen met teruglopende inwoneraantallen, en  dat de maatschappelijke impact daarvan groot zal zijn. Toch lukt het  ons tot op heden nog maar moeizaam het &#8216;groeidenken&#8217; te verlaten en in  te ruilen voor een duurzaam antwoord op dit demografische verschijnsel. In het voormalige Oost-Duitsland heeft men deze slag al moeten maken, en niet zonder succes.&nbsp;</strong><strong>RUIMTEVOLK organiseert daarom </strong><strong>een inspirerende oefening voor professionals in het &lsquo;krimpdenken&rsquo;: </strong><strong>een unieke 3-daagse studiereis naar Berlijn, Leipzig en de <a href="http://www.iba-stadtumbau.de/">IBA tentoonstelling</a> in Dessau.</strong></p>
<p><strong>En ineens was daar krimp&#8230;</strong><br /> Begin jaren  negentig van de vorige eeuw waren de groeiverwachtingen voor Berlijn en Leipzig ongekend. De Berlijnse groeiprognose voorspelde een groei van meer dan 300.000 inwoners. Tot 2010 zouden er minstens 350.000 woningen gebouwd moeten worden, evenals 13 miljoen vierkante meter kantoorruimte noodzakelijk was. </p>
<p> Maar in plaats van te groeien liepen beide steden juist leeg. De vertrekcijfers liegen er niet om; in <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Berlin-Marzahn">Berlijn-Marzahn</a> vertrekken rond de 40.000 inwoners. In Leipzig lieten meer dan 100.000 inwoners de stad achter zich, oftewel een stad zo groot als Den Bosch of Zwolle verdween. De stad is kromp van 550.000 inwoners eind jaren &rsquo;80 van de vorige eeuw tot minder dan 440.000 inwoners in 1998. En inmiddels staan er in Oost-Duitsland meer dan 1,2 miljoen woningen leeg. Rond 2010 zullen het er dubbel zo veel zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Op zoek naar de lessen</strong> </p>
<p>De laatste jaren vertonen Berlijn en Leipzig echter weer meer positieve  dynamiek en mogen beide steden zich verheugen op een toenemende  populariteit. Wat is hun geheim? Wat doen de genoemde steden aan deze  krimp? </p>
<p> Het doel van de studiereis is om de  maatschappelijke en ruimtelijk gevolgen van bevolkingskrimp te ervaren  en kennis en inspiratie op te doen voor de Nederlandse situatie. We zien  onder andere wat de rol van de overheid, projectontwikkelaars,  woningcorporaties, ondernemers en bewoners is in het ontwikkelen  duurzame visies. We beschouwen krimp vanuit verschillende invalshoeken  en bezoeken &#8211; onder leiding van een ervaren en deskundige Nederlandstalige  planoloog en gids &#8211; bestaande wijken en nieuwe gebiedsontwikkelingen in Berlijn en Leipzig. Bovendien brengen we een  bezoek aan de expositie &#8216;Less is Future&#8217; in Dessau over hoe in Oost-Duitsland  geprobeerd wordt de krimpverschijnselen met behulp van  het IBA-programma het hoofd te bieden.&nbsp; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>             Programma</strong> (wijzigingen voorbehouden)</p>
<p>  <u>Woensdag 6 oktober: Berlijn</u></p>
<p> &#8216;s Ochtends vroeg vertrek van Utrecht / Amersfoort per ICE naar Berlijn, aankomst begin van de middag. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Introductie: Berlijn als creatieve stad Krimp geeft je de ruimte, maar kan een stad zoveel ruimte aan? </p>
<p>De creatieve industrie is een van de weinige succesvolle economie&euml;n in Berlijn. Hoe is de opkomst van de creatieve industrie te verklaren? Wat zijn haar successen, wat zijn de valkuilen? Welke (stimulerende?) rol speelt het tijdelijk gebruik (&#8216;Zwischennutzen&#8217;) van plekken en gebouwen daarin? Wat valt daar van te leren?&rdquo; Introductie door planoloog en publicist Vincent Kompier, woonachtig in Berlijn; wandeling langs interessante Zwischennutzungsplekken in Berlijn zoals <a href="http://www.arena-berlin.de/badeschiff.aspx">ArenA/Badeschiff</a> en RAW-gel&auml;nde.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8216;s Avonds diner en avondprogramma </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><u>Donderdag 7 oktober: Berlijn</u></p>
<p> Krimp in naoorlogse woonwijken </p>
<p>Bezoek aan Marzahn/Reinickendorf; twee jaren zestig- en zeventigbuurten in oost- en west Berlijn die beiden te maken hebben met krimp; wat is het effect, wat is de aanpak? Uitleg ter plaatse van buurtmanagers, opdrachtgevers en architecten Krimp bij nieuwe gebiedsontwikkelingen Bezoek aan Rummelsburger Bucht/Alt-Stralau; ooit ontworpen als een van de Olympische dorpen voor de Spelen van 2000, maar die kwamen niet naar Berlijn. Daarna is het programma, mede door krimp drastisch omgegooid. Hoe is daarmee omgegaan? En waarom is het toch een succes te noemen? Toelichting door architecten en stadsdeel.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Krimp en de gevolgen voor de (lokale) economie; </p>
<p>Bezoek aan (probleemwijk) Neuk&ouml;lln waar B&uuml;ro Zwischennutzung bemiddelt tussen leegstaande winkelruimtes van particulieren en ruimtezoekende kunstenaars en ondernemers. Wat is de meerwaarde van dit bureau? En waarom werkt hun aanpak? Wat is de betekenis en het succes van het concept van Mikrostandort? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Diner in Berlijn</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100614_berlijn.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>Berlijn (Foto: Vincent Kompier)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><u>Vrijdag 8 oktober: Leipzig en Dessau</u></p>
<p> Dessau: Bezoek IBA tentoonstelling Less is Future </p>
<p>Vertrek naar Dessau om de tentoonstelling Less is Future in het Bauhaus-gebouw te bezoeken. In 2002 is de Internationale Bau Ausstelling (IBA) Urban Redevelopment 2010 van start gegaan. Het is voor het eerst dat een hele deelstaat (Saksen-Anhalt) onderdeel is van een IBA. Bij deze IBA participeren 19 steden, die vari&euml;ren in grootte van ca. 5.000 tot ca. 250.000 inwoners. De meerderheid van de steden heeft rond de 20. 000 tot 50.000 inwoners. Deze tentoonstelling laat de tussenstand van de projecten in de 19 steden zien.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ruimtelijke planning in een geperforeerde stad	</p>
<p>	 Bezoek Leipzig-Plagwitz; hoe wordt in Leipzig voorkomen dat een geperforeerde stad ontstaat, een patchwork-stad, met hier en daar succesvolle woonbuurten die in een eiland van verval liggen? Leipzig-Plagwitz is een wijk uit de Gr&uuml;nderzeit (1880) en heeft op zich een aantrekkelijk bouwbestand. Toch is de wijk zwaar getroffen door de leegloop. Inmiddels is het herstel langzaam gaande, maar gestaag. Hoe komt dit? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Eind van de middag: vertrek per ICE vanaf Leipzig naar Amersfoort/Utrecht. Deelnemers die langer wensen te verblijven kunnen met de bus mee terug reizen naar Berlijn.           </p>
<p><strong>  Voor wie</strong></p>
<p> De excursie wordt georganiseerd voor professionals die betrokken of ge&iuml;nteresseerd zijn in de Nederlandse krimpopgave zoals het Rijk, provincies, gemeenten, woningbouwcorporaties en ontwikkelaars. Wij gaan uit van een maximale groepsgrootte van 25 personen. Belangrijk in de RUIMTEVOLK activiteiten is ook de onderlinge uitwisseling van onze ervaringen en visies ter plekke. We bediscussi&euml;ren bevindingen met elkaar en gaan na wat en waar bruikbaar zou kunnen zijn in de Nederlandse praktijk.</p>
<p><strong>  Kosten</strong></p>
<p>  De prijs van deze all inclusive 3-daagse excursie bedraagt 945 euro exclusief 19% BTW. In de prijs zijn inbegrepen: </p>
<p>&bull;	retour per trein van Utrecht &#8211; Berlijn en Leipzig &#8211; Utrecht (ICE 2e klas) </p>
<p>&bull;	verblijfkosten in een middenklasse hotel in Berlijn inclusief ontbijt op basis van eenpersoonskamer </p>
<p>&bull;	vervoer tijdens de excursie </p>
<p>&bull;	deelname aan het programma en toegang tot de IBA-tentoonstelling in Dessau </p>
<p> &bull;	deskundige toelichting door Nederlandstalige gids  </p>
<p>&bull;	begeleiding vanuit RUIMTEVOLK </p>
<p>&bull;	reader </p>
<p>&bull;	alle lunches en diners  </p>
<p>Wijzigingen in het programma door omstandigheden buiten ons om zijn voorbehouden. De prijs is exclusief reis- en annuleringsverzekering. Opgaven dient voor 28 augustus te gebeuren. Bij verhindering daarna zijn wij in verband met de boekingen helaas genoodzaakt de kosten in rekening te brengen. Uiteraard kunt u zich in dat geval laten vervangen door en collega. Annuleren kan voor 15 september 2010 tegen 70% van de kosten. Wanneer bij onvoldoende of onvoorziene omstandigheden de excursie geen doorgang kan vinden ontvangt u het volledige bedrag terug. </p>
<p> We streven naar een gem&ecirc;leerd gezelschap. Bij overinschrijving behoudt RUIMTEVOLK zich het recht deelnemers te selecteren op basis van hun kennis of professionele achtergrond. Bij onvoldoende deelname houdt RUIMTEVOLK zich het recht voor de studiereis niet of op een andere datum door te laten gaan. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>AANMELDEN</strong>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong><em>DE STUDIEREIS IS HELAAS VOLGEBOEKT.&nbsp;</em></strong><strong><em>BIJ  VOLDOENDE INTERESSE ZAL ER EEN TWEEDE STUDIEREIS WORDEN GEORGANISEERD.&nbsp;</em></strong><strong><em>GE&Iuml;NTERESSEERDEN  KUNNEN ZICH </em></strong><strong><em>INTEKENEN OP DE RESERVELIJST</em></strong><strong><em>&nbsp;DOOR  MIDDEL VAN HET INVULLEN VAN <a href="http://tinyurl.com/aanmeldenkrimpexcursie">DIT FORMULIER</a>  OF DOOR EEN EMAIL MET CONTACTGEGEVENS TE STUREN NAAR INFO@RUIMTEVOLK.NL</em></strong></p>
<p><strong></strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>FOLDER&nbsp;</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="../RUIMTEVOLK_leren_krimpen_in_Duitsland.pdf">Download de folder </a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="font-family: Verdana,Geneva,Arial,Helvetica,sans-serif; font-size: 13px; font-weight: bold" class="Apple-style-span"><br /></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/leren-krimpen-in-duitsland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Regelvrije proeftuinen: geef ons lucht en ruimte!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/regelvrije-proeftuinen-geef-ons-lucht-en-ruimte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/regelvrije-proeftuinen-geef-ons-lucht-en-ruimte/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nick van den Bichelaer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/regelvrije-proeftuinen-geef.jpg" /> Nederland zou zuchten onder een enorme regeldruk, is een veelgehoorde klacht. Naast ergernis zou regeldruk ook innovatie in de weg staan. Voorstellen om te snijden in regelgeving resulteren daarom in]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nederland zou zuchten onder een enorme regeldruk, is een veelgehoorde klacht. Naast ergernis zou regeldruk ook innovatie in de weg staan. Voorstellen om te snijden in regelgeving resulteren daarom in terugkerend gejuich. Oud-minister Kramer zag wel wat in regelvrije zones, en verzocht de Denktank Prospect om een concrete uitwerking te maken. </strong></p>
<p>Waar regels weg worden genomen, bloeit creativiteit op.  De regelvrije zone roept als concept echter ook vragen op. Wat zijn regelvrije zones eigenlijk, en hoe organiseer je ze?</p>
<p>Op initiatief van Denktank Prospect bogen wij ons over deze vragen. Een veelgehoorde theorie is dat afwezigheid van regels leidt tot een veel gezondere verhouding in onderlinge verantwoordelijkheid. Dat leidt op zijn beurt weer tot meer vertrouwen in het individu ten opzichte van zijn omgeving. Gevolg: er zou meer creativiteit loskomen. Er zijn meerdere voorbeelden bekend van regelvrije zones, zoals kraakpanden, die leiden tot interessante informele economieën.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100610_tekening%20regelvrije%20zones.jpg" alt="artikel afbeelding" /><em>Mindmap regelvrije zones</em></p>
<p>In de praktijk blijkt experimenteren met het afschaffen van regels echter lastig. Er is veel angst dat regelloosheid tot ongewenste situaties leidt. Een goed voorbeeld is de bouwwereld, waarbinnen al regelmatig experimenten worden gedaan rondom het verminderen van het aantal regels.</p>
<p>“Het is ingewikkeld hoor, dat bouwen zonder regels” zei VVD’er Erwin van Duin van het dagelijks bestuur van de Rotterdamse deelgemeente Alexander in 2005. Hij deed deze uitspraak naar aanleiding van een experiment om woningen zonder welstandsregels te laten bouwen.  ”Je kan wel heel makkelijk gaan roepen dat er zo weinig mogelijk regels moeten zijn, maar de <a href="http://www.volkskrant.nl/binnenland/article200419.ece/Weg_met_die_rommelige_aanblik" target="_blank">praktijk</a> is weerbarstig”.  Van Duin droomt er wel eens van dat mensen proberen geschillen gewoon zelf in goed overleg op te lossen. Toch geeft hij blijk van een klein vertrouwen in het zelfregulerende vermogen van de Rotterdammer: ”dat moet je heel goed begeleiden. En regels opstellen over hoe dat moet.Hele goeie regels.”</p>
<p>Ook de Crisis- en Herstel wet laat maar weer eens zien dat een regelvrij land nog ver weg is. De Crisis- en herstelwet is gericht op de procedurele versnelling van ruimtelijke projecten. Het duurde ruim een jaar voordat de wet er was, en nadat de nodige drempels waren overwonnen bleek de wet ironisch genoeg zo ingewikkeld dat de behandeling ervan in de Tweede en Eerste Kamer extra vertraging op liep. En om nu te zeggen dat de Crisis- en Herstelwet regels heeft weggenomen… Het is meer een regel die regels stelt over bestaande regels. Het geeft maar weer eens aan hoe lastig het is om te snijden in het woud van regels.</p>
<p>Het totaal opheffen van regels is daarom een illusie. Het zou leiden tot chaos, en dus tot een extra stimulans voor meer regels. Geen goed idee dus. Toch willen wij voorstellen om meer durf te tonen. Walter Vroom schrijft in zijn column in het Tijdschrift voor Volkshuisvesting dat het hem ”leerzaam lijkt om weer eens te zien welke regels waarde hebben, en welke creativiteit naar boven komt wanneer bepaalde regels niet bestaan.”</p>
<p>Om dat te onderzoeken is ons voorstel om proeftuinen in het leven te roepen waarbinnen tijdelijk minder of geen regels bestaan. Door te kiezen voor een vooraf vastgelegde periode waarin minder regels gelden, stimuleer je creativiteit, én ondervang je de angst dat het afschaffen van regels ongewenste gevolgen voor de lange termijn heeft. In een regelvrije zone is het mogelijk om een idee tot realiteit te scheppen zonder vast te lopen op belemmeringen als welstand, het Bouwbesluit, fiscale blokkades, belangengroepen en milieuwetgeving. Binnen vier jaar moeten goede  ideeën in staat zijn om tot bloei te kunnen komen. Na vier jaar vindt vervolgens de sociale, juridische en fiscale afrekening plaats. De bedenker heeft genoeg tijd om, aan het einde van de vier jaar, onder de streep te kunnen voldoen aan de regels die een samenleving eist, zonder blokkades in de ontwikkelingsfase.</p>
<p>Een regelvrije zone kan een gebied zijn met een speciaal bestemmingsplan, een leegstaand gebouw in de binnenstad, of meer concreet, zich richten op een bepaalde sector of branche. Bijvoorbeeld op duurzame energie. Een sector vol kansen voor innovatie die, mede door inconsequente regelgeving, maar moeilijk van de grond komt.</p>
<p>De vraag is of de regelgevende macht in Nederland in staat is om een dergelijk experimenteel plan in te voeren. Zeker gezien de moeizame weg die de Crisis- en Herstelwet heeft afgelegd. Dit vraagt van de overheid dat ze meer vertrouwen moet stellen in de burgers. Ook de burger moet meer vertrouwen schenken aan de overheid, en het vertrouwen niet schaden. Kortom, tussen droom en daad staan  een heleboel praktische problemen.</p>
<p>Maar waarom zouden we het niet eens een keer proberen? Het kan geen kwaad om creativiteit en innovatie echt een kans te geven. Zo denken ze in ieder geval in Groningen, waar het project <a href="http://www.ebbingekwartier.nl/index.php?view=projecten&amp;id=1" target="_blank">Open Lab Ebbinge</a> een echte proeftuin lijkt te bieden. Deze Learning-by-doing mentaliteit spreekt aan. Laten we het niet alleen in het verre noorden proberen, maar duizend bloemen laten bloeien door in heel Nederland proeftuinen op te richten.</p>
<p>En dan mag de jonge generatie, bevrijd van zijn veel te zware juk van juridische ballast, proberen om zijn rug een aantal jaren recht houden en Nederland te voorzien van een nieuwe creatieve laklaag.</p>
<p><em>Dit artikel is gebaseerd op gesprekken tijdens twee brainstorms over regelvrije zones, geïnitieerd door Denktank Prospect. De groep van vooruitstrevende jonge denkers komt regelmatig samen om plannen uit te werken voor een positieve toekomst. Na een eerste denksessie heeft Prospect de hulp ingeschakeld van Rio Nuevo. Rio Nuevo is een eigenzinnig netwerk van jonge professionals die werkzaam zijn in de wereld van ruimtelijke ontwikkeling. Ze jagen discussies aan, lanceren ideeën en hebben tot doel de vakwereld te prikkelen. Zij staan, net als Prospect, binnen het spectrum van de ruimtelijke ordening voor frisse ideeën, zonder daarbij gehinderd te worden door een politieke of populistische verantwoording.</em></p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven:</em>Lowlands (foto: Merlijn Hoek)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/regelvrije-proeftuinen-geef-ons-lucht-en-ruimte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geld in de grond</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/geld-in-de-grond/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/geld-in-de-grond/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Jun 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Henk Werksma en Willem van Deursen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Ondergrond]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Zeeland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/06/geld-in-de-grond.jpg" /> Recent heeft het kabinet de beleidsvisie &#8216;Duurzaam gebruik van de ondergrond&#8217; vastgesteld. Volgens het kabinet moeten gemeenten, provincies en waterschappen de ondergrond beter gebruiken. Uit onderzoek in Zeeland en Rotterdam]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Recent heeft het kabinet de beleidsvisie &#8216;Duurzaam gebruik van de ondergrond&#8217; vastgesteld. Volgens het kabinet moeten gemeenten, provincies en waterschappen de ondergrond beter gebruiken. Uit onderzoek in Zeeland en Rotterdam blijkt dat vooral meer intelligentie in de samenwerking tussen partijen voor winst zal zorgen. </strong></p>
<p>In veel gebiedsontwikkelingsprojecten is de ondergrond onderbelicht. Gebiedsontwikkelingsprojecten zien de ondergrond vooral als ‘lastpost’. De ondergrond blijkt vaak verrassingen in petto te hebben, zoals een verontreiniging of een archeologische vondst in de bouwput, die leidt tot extra kosten en een langere ontwikkeltijd. Door te plannen zonder te weten welke eigenschappen en kwaliteiten de ondergrond heeft, laten gebiedsontwikkelaars ook kansen onbenut. Want de ondergrond biedt ook de mogelijkheid om geld te verdienen. Een betere afstemming bij de informatievoorziening tussen ondergrond en gebiedsontwikkeling is een belangrijke voorwaarde voor een duurzaam gebruik van de ondergrond bij gebiedsontwikkeling.</p>
<p>En dat is bepaald geen sinecure. Het voornaamste probleem is dat op de werkvloer te weinig contact is tussen de ontwikkelaars en ondergrondspecialisten. Te vaak wordt, bij wijze van ritueel, informatie ingewonnen bij ondergrondspecialisten van de gemeentelijke of provinciale bodemafdeling over wat er allemaal in de ondergrond zit. Het antwoord komt dan meestal in de vorm van kaarten, meetgegevens en bodemprofielen; dat betekent veel cijfertjes en grafiekjes maar weinig interpretatie en weinig oog voor de consequenties voor het betreffende plan.</p>
<p>Ignace van Campenhout van Ingenieursbureau van Gemeentewerken Rotterdam bevestigt het beeld dat bodemspecialisten te laat en te weinig worden betrokken bij de planvorming. Van Campenhout en enkele collega’s hebben daarom het Team Planadvies Ondergrond opgericht met als doel de ondergrond vroegtijdig op de ruimtelijke agenda te krijgen. Naast de risico’s van de ondergrond brengt dit team ook in beeld wat de ondergrond op het gebied van duurzaam ruimte- en energiegebruik te bieden heeft.</p>
<p><strong>Pilots</strong><br />
De resultaten van twee pilots in Rotterdam en Zeeland, die juist gericht zijn op een betere afstemming tussen ondergrond en gebiedsontwikkeling, laten zien dat dit zijn vruchten afwerpt: verbetering van de kwaliteit van de kaarten met ondergrondinformatie, snellere procedures leiden daardoor tot lagere kosten, minder onvoorziene risico’s en benutting van kansen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100607_080613_20Visiebeeld_20KvF.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Kop van Feijenoord</em></p>
<p>Bij de pilot ‘Kop van Feijenoord’ is bijvoorbeeld een conceptvisie ontwikkeld voor de herstructurering van deze wijk waarbij circa 1500 woningen moeten worden gebouwd. “Bodem- en ondergrondaspecten maakten geen onderdeel uit van deze conceptvisie. De geschetste ontwikkelingsrichting is ‘los van de ondergrond’ tot stand gekomen”, aldus Henk Puylaert (H2Ruimte), projectleider van Bodem4gebieden. “De uitdaging was dan ook om in het proces van conceptvisie naar masterplan alsnog ‘een stevige bodem te leggen’ onder de Kop van Feijenoord.”</p>
<p>In de pilot is vroegtijdig een indicatie gegeven van de kosten voor bodemsanering, ondergronds bouwen in relatie tot grondwaterpeilen en de uitgiftehoogte van belang voor de verlegging van kabels en leidingen. Gauke Weg van het Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente Rotterdam: “Al deze zaken hebben een vergaande invloed op de grondexploitatie. Maar nog meer dan dat: we hebben ook de kansen voor warmte- en koudeopslag hoog op de agenda gezet. Daarmee laten we zien dat de ondergrond niet alleen geld kost, maar ook kansen biedt”. In de Rotterdamse pilot bleek dat de ondergrond uiteindelijk een onvoorziene kans bood als de mogelijkheid voor een warmte-/koudeopslag.</p>
<p>Ook met de provincie Zeeland is een vergelijkbaar traject doorlopen voor gebiedsontwikkeling in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Voor Martin Wissekerke van de afdeling Gebiedsontwikkeling was het project Bodem4gebieden een eye-opener: “In het begin  was voor ons nog maar sterk de vraag of ondergrond vroegtijdig een plaats moet hebben in gebiedsontwikkeling. Na afronding van de pilot is dit voor alle betrokkenen vanzelfsprekend. Dit geldt voor aankoop van grond, grondverzet, het identificeren van geschikte locaties voor waterberging of de omgang met aardkundige waarden.”</p>
<p>Wissekerke benadrukt dat de ondergrond waarde toevoegt aan de kwaliteiten van gebieden in Zeeland. “Zonder nauwe samenwerking met ondergronddeskundigen missen we kansen. Kijk maar hoe bewust we nu omgaan met behoud en inpassing van kreekruggen in het landschap.”</p>
<p>De cases in Zeeland en Rotterdam laten zien dat het niet de instituties zijn waar de winst te halen is. Toch spelen provincies, gemeenten en waterschappen in de visie van het Rijk wel een belangrijke rol. Convenanten en kennisagenda’s zijn sleutelwoorden in de visie. Maar het is de vraag of dit alles leidt tot betere resultaten en een beter gebruik van de ondergrond zoals het Rijk dat voorstaat. Een intelligente samenwerking tussen mensen van verschillende diensten en afdelingen lijkt meer op te leveren: in gebiedskwaliteit én in klinkende munt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/geld-in-de-grond/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ruimtelijke ordening in de juiste versnelling</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtelijke-ordening-in-de-juiste-versnelling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtelijke-ordening-in-de-juiste-versnelling/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 May 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker en Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[ANWB]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[EHS]]></category>
		<category><![CDATA[Groene Hart]]></category>
		<category><![CDATA[Natura 2000]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/05/ruimtelijke-ordening-in.jpg" /> Met de verkiezingen voor de deur maakt  Stemwijzer overuren. Want de Nederlandse kiezer zweeft van links naar rechts. Waar ze uiteindelijk gaat landen zal pas op 9 juni blijken. RUIMTEVOLK]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met de verkiezingen voor de deur maakt  Stemwijzer overuren. Want de Nederlandse kiezer zweeft van links naar rechts. Waar ze uiteindelijk gaat landen zal pas op 9 juni blijken. RUIMTEVOLK helpt u graag op weg en leidt u door de verkiezingsprogramma´s heen. Voor wie zijn stem vooral wil baseren op ruimtelijke thema´s hebben we even een en ander op een rij voor u gezet. In deel twee van deze serie richten we ons op de plannen om Nederland vooruit te helpen.</strong></p>
<p><strong>Wie luistert er naar de ANWB?</strong><br />
De economische crisis heeft de files niet opgelost. Experts zijn het er over eens dat we de files het beste kunnen aanpakken door beprijzing in te voeren. We praten er al meer dan 20 jaar over. Even leek de kilometerheffing echt door te gaan. Totdat de politiek bang werd gemaakt door de Krant van Wakker Nederland, de ANWB zich ging roeren en de pleitbezorger een gezin wilde gaan stichten.</p>
<p>Inmiddels lijken we weer terug bij af. De PVV wil geen spionagekastjes in de auto’s. De VVD geeft aan zelfs te bezuinigen door de kilometerheffing niet in te voeren. De overige politieke partijen neigen toch naar een vorm van beprijzing: het CDA zet zich in voor het principe de gebruiker betaalt. Maar hoe precies is nog onduidelijk. De SP twijfelt of durft zich er niet echt over uit te laten, zolang de kilometerheffing niet meer is dan een filebelasting beginnen ze er niet aan. Net als D66 pleit ook de PvdA voor een heffing van gebruik naar tijd en plaats. Voor GroenLinks kan de kilometerheffing niet snel genoeg worden ingevoerd. D66 is ook voor snelle invoering maar geeft het beestje wel een nieuwe naam, &#8216;kilometerbeprijzing&#8217;. Dat klinkt toch een stuk positiever.</p>
<p>Wel of geen kilometerheffing heeft volgens D66 invloed op de behoefte aan wegen en dus heeft deze discussie wel degelijk een ruimtelijke component. Over meer of minder asfalt praat deze partij allen niet. Het gaat bij hen om het vergroten van de capaciteit van het bestaande hoofdwegennet en het opwaarderen van belangrijke regionale wegen, mits daar dus behoefte aan is.</p>
<p>Voor stoere taal op dit punt , moet je vooral bij de PVV zijn: die wil meer en bredere wegen, waar je gewoon 140 km/u kan en mag rijden. De VVD geeft aan dat slechts 2 % van de oppervlakte van ons land is bestemd voor infrastructuur. Met het aanpakken van de belangrijkste knelpunten komt daar maar een fractie bij, dus geen gezeur. De SP stort zich op de flessenhalzen. Het CDA is wat voorzichtig, de PvdA zelfs terughoudend. GroenLinks is weer glashelder en gewoon tegen nieuwe wegen. Interessant zijn de voorstellen van VVD en D66, zij pleiten voor meer differentiatie in het wegenstelsel. Regionale wegen voor regionaal verkeer, doorgaand verkeer op doorgaande routes. VVD ziet een toekomst voor zich met internationale snelwegen met weinig afslagen. In de realisatie ervan moeten ook particuliere partijen een rol kunnen spelen. En dat klinkt als muziek in de oren van het CDA, ook zij willen nieuwe wegen (of zoals zij dat noemen: ontbrekende schakels) realiseren door middel van publiek-private samenwerking.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100531_Langzame-stad.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Langzamer rijden: minder files, meer ontwikkelingsmogelijkheden? (Stichting Langzame stad </em><a href="http://www.langzamestad.nl/"><em>www.langzamestad.nl</em></a><em>)</em></p>
<p><strong>Wie ziet er het groenst?<br />
</strong>Het thema binnen de ruimtelijke wereld van dit moment is toch wel duurzaamheid. Iedereen heeft er de mond vol van. Hoe gaan we ervoor zorgen dat woorden ook daden gaan worden? Daarvoor grijpen de partijen naar het concept van &#8216;eigen verantwoordelijkheid’.<br />
Een beter milieu begint immers bij jezelf, en dat willen nogal wat partijen stimuleren. GroenLinks, D66, CDA willen huiseigenaren stimuleren om hun woning energiezuiniger te maken door woningisolatie bijvoorbeeld. De SP is repressiever maar niet al te ambitieus. Een bouwvergunning krijg je alleen nog als na de ingreep het gebouw minimaal energielabel D heeft. Woningcorporaties zijn veelvuldig doelwit voor de groene ambities van de partijen. PvdA, SP, GroenLinks en D66 zien een voortrekkersrol voor hen weggelegd in het energiezuiniger maken van woningen. PvdA en D66 zetten in op investeren in groene stroom (wind en zon) maar zijn niet zo bout als het gaat met hun uitspraken over het terugdringen van andere vormen van energieopwekking.</p>
<p>Voor GroenLinks kan eigen initiatief niet ver genoeg gaan; zij wil energieopwekking door burgers en bedrijven krachtig bevorderen. De partij ijvert daarnaast voor stroom uit het zuidwesten, van de wind dus. En Borssele moet weer bekend worden als het Zeeuwse kustplaatsje ontworpen naar de geest van Simon Stevin. De SP pleit ook voor het vervangen van kolen-, olie- en kerncentrales  door zonne-, wind- en andere duurzame energie. PvdA brandt zich niet eens aan het woord kernenergie. Daarentegen zijn VVD en PVV opvallend stil als het om een energiezuiniger woningvoorraad gaat. PVV vindt echter dat windmolens niet op wind maar op subsidie draaien en zet stevig in op kernenergie. Het CDA en de VVD zijn op dit onderwerp medestanders van de PVV. De VVD maakt tijdens debatten zelfs de sier met de slogan van de PVV.<br />
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000 worden weggezet als voortvloeisels van Europese bemoeienissen, zijn te dwangmatig en houden geen rekening met economische ontwikkeling. Althans als je de programma’s van PVV en de VVD leest. Het CDA is iets milder, maar geeft voorrang aan de agrariër. Ook op dit punt zijn ‘groener’ PvdA, D66, SP, en natuurlijk GroenLinks.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100531_Borssele.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em>Borssele van bovenaf (bron: googlemaps.com)</em></p>
<p><strong>Open deuren moeten soms ook worden ingetrapt…<br />
</strong>Een verkiezingsprogramma staat vaak ook bol van de nietszeggende statements. Zo wil de PVV van Groene Hart naar Kloppend Hart. Punt. Daarnaast willen ze geen klimaatbeleid. Het milieu kun je beïnvloeden, het klimaat niet. Het CDA noemt de EHS en Natura 2000 &#8216;klip en klaar-middelen&#8217; om een doel te bereiken. Van de PvdA hoeft niet ieder dorp een eigen industrieterrein te hebben. D66 wil realistisch omgaan met krimp en daarom moeten bouwplannen met te forse ambities worden bijgesteld. Te is immers nooit goed.</p>
<p>De SP vindt dat ‘wie kraken verbiedt, leegstand niet mag accepteren’. Dammen zijn niet alleen om water tegen te houden, je werpt ze ook op tegen segregatie en ghettovorming. GroenLinks wil dat de overheid in krimpende gemeenten ‘niet de bevolking, maar de voorzieningen op peil probeert te houden’. De VVD wint de prijs voor de meest ronkende teksten. Zo willen ze de boeren &#8216;bevrijden uit de klauwen van Europa&#8217;. En de mening van de VVD over het openbaar vervoer? Op dit moment brengt dat je ‘van een plek waar je niet bent naar een plek waar je niet wilt zijn’.</p>
<p><strong>Stemadvies</strong><br />
RUIMTEVOLK houdt van vooruitgang. Ruimte voor initiatief. En van een eerlijke en open manier van ruimtelijke ordening bedrijven. RUIMTEVOLK gaat liever voor kwaliteit dan voor kwantiteit. Voor duurzame oplossingen, en van het aanpakken van problemen bij de bron. We kunnen zo ons eigen, ideale verkiezingsprogramma schrijven. Er zijn enkele partijen die daarbij in de buurt komen. Veel wijsheid gewenst op 9 juni.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtelijke-ordening-in-de-juiste-versnelling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het mes in de ruimtelijke ordening</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-mes-in-de-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-mes-in-de-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 25 May 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker en Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[VROM]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/05/het-mes-in-de-ruimtelijke.jpg" /> Met de verkiezingen voor de deur maakt  Stemwijzer overuren. Want de Nederlandse kiezer zweeft van links naar rechts. Waar ze uiteindelijk gaat landen zal pas op 9 juni blijken. RUIMTEVOLK]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met de verkiezingen voor de deur maakt  Stemwijzer overuren. Want de Nederlandse kiezer zweeft van links naar rechts. Waar ze uiteindelijk gaat landen zal pas op 9 juni blijken. RUIMTEVOLK helpt u graag op weg en leidt u door de verkiezingsprogramma´s heen. Voor wie zijn stem vooral wil baseren op ruimtelijke thema´s hebben we even een en ander op een rij voor u gezet. Bezuinigen moeten we toch, dus in dit eerste deel gaan we in op de vraag waar we kunnen snijden. </strong></p>
<p><strong>Wie geeft het H-woord handen en voeten?</strong><br />
Na jarenlange afwezigheid prijkt er plotseling weer een ruimtelijk thema prominent op de politieke agenda. De woningmarkt is een verkiezingsthema. We durven het nog niet echt hardop te zeggen, dus we noemen het voorlopig nog het H-woord. Maar toch. Een taboe lijkt doorbroken. Voor RUIMTEVOLK staat de H niet voor Hypotheekrenteaftrek, maar voor Hervorming van de woningmarkt. Want met alleen maar praten over de hypotheekrenteaftrek krijg je de woningmarkt niet in beweging.</p>
<p>De PVV is het duidelijkst, daar blijft alles bij het oude. De partij tornt niet aan huursubsidie en hypotheekrenteaftrek. De andere partijen hebben meer woorden nodig om uit te leggen wat ze willen. De VVD houdt het op sweeping statements als het bevrijden van de woningmarkt van regelzucht en andere overheidsbemoeienis. Ze wil af van het predikaat sociale huurwoning. Om de doorstroming van de woningmarkt te bevorderen volstaat het afschaffen van de overdrachtsbelasting. Hypotheekrenteaftrek wordt niet gezien als overheidsbemoeienis en blijft bestaan.</p>
<p>Ook het CDA houdt voorlopig vast aan de hypotheekrenteaftrek. Daarnaast komt ze met een eigen definitie van scheefwonen. En waar de koopmarkt weinig overheidsbemoeienis te vrezen heeft, wil het CDA scheefwonen tegengaan door een nieuw, en uiterst bewerkelijk, huursysteem in te voeren.</p>
<p>Het Rijk bepaalt per regio de basiskwaliteit per huishoudtype en inkomensgroep en de bij deze groepen passende maximale huurlasten. Op basis hiervan wordt bepaald of je recht op korting hebt.<br />
De PvdA kiest voor hervorming van de fiscale behandeling van het eigen huis. Maar erg resoluut gaat dat niet. Ze willen in 30 stapjes de maximale schuld voor hypotheekrenteaftrek afbouwen naar het bedrag van de dan geldende gemiddelde huizenprijs. Het maximale aftrektarief gaat daarnaast vanaf 2014 elk jaar met 1 procent omlaag tot maximaal 30 procent.</p>
<p>In het huurwerk wil het PvdA toe naar maatwerk. D66 heeft heel veel tekst nodig om uit te leggen wat ze exact wil met de hervorming van de woningmarkt. In het kort: Hypotheekrenteaftrek naar zijn eerlijkste vorm en huurtoeslag voor diegene die het echt nodig hebben. En dat op een heel ingewikkelde manier uitgewerkt. Opmerkelijk is wel dat D66, anders dan de linkse partijen geen maximum stelt aan de schuld waarover men de hypotheekrente aftrekt. De schuld waarover men mag aftrekken gaat alleen wel elk jaar met 3,3 procent omlaag.</p>
<p>GroenLinks gaat voor goed links, maakt het minder ingewikkeld en gaat voor afschaffen van de hypotheekrenteaftrek en meer rechten voor huurders. Huizenbezitters in de problemen wordt een vangnet geboden, zij mogen hun woning of hypotheek overdoen aan de overheid tegen redelijke voorwaarden voor huur of afbetaling. Dat wordt interessant, de overheid als huisbaas? De SP tenslotte is wat minder links, de hypotheekrenteaftrek wordt niet afgeschaft en zelfs gegarandeerd voor een tarief van maximaal 42 procent, wel wordt de schuld waaroven men kan aftrekken gebonden aan een maximum van €350.000.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100525_graph%20hypotheekrenteaftrekdef.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong>Wie wil het Huis van Thorbecke verbouwen? </strong><br />
Een ander belangrijke post waarop bezuinigd kan worden, is het snijden in wat in jargon ´de bestuurlijk drukte´wordt genoemd. Snijden in het middenbestuur. Voor veel verschillende partijen is het waterschap het eerste slachtoffer. Samenvoegen met provincies is het plan van SP, CDA, PvdA en PVV. D66 en GroenLinks gaan nog een stapje verder en gaan voor het samenvoegen van provincies tot landsdelen, en als we dan toch bezig zijn, brengen we de waterschappen hier ook in onder. De VVD wil alleen de waterschapsverkiezingen afschaffen. Ook willen ze ongewenste bestuurlijke tussenlagen opheffen. Welke tussenlagen bij deze lasagna-tactiek ten onder gaan is onbekend.</p>
<p><strong>Wie durft het aan om het ministerie van VROM op te heffen?</strong><br />
De laatste tijd zijn er al vaker geluiden te horen dat het ministerie van VROM het moeilijk heeft als zelfstandig ministerie in het brede krachtenveld van de ruimtelijke ontwikkeling. Met de enorme bezuinigingsopgave in het achterhoofd lijkt de tijd rijp om eens kritisch te kijken naar het samenvoegen van ministeries. Er is geopperd dat we naar een stuk of 8 superministeries toe moeten.</p>
<p>Groen Links is het duidelijkst en wil flink schrappen in het aantal ministeries. Ze kiest voor een Ministerie van Duurzaamheid en Ruimte. En geeft ook meteen een functieomschrijving: deze minister wijst de grenzen aan waarbinnen gebouwd mag worden. Ook de PVV wil EZ, Landbouw en VROM samenvoegen of zelfs opheffen. De andere partijen zijn niet zo uitgesproken. Alleen een coalitie met zowel Groen Links en de PVV betekent het einde van het ministerie van VROM. Bij elke andere coalitie is er nog hoop op overleven.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100525_20091013_vrom2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong>Minister van Ruimte</strong><br />
Mocht er onverhoopt toch een ministerie van Ruimte komen, wie is dan de gedroomde kandidaat om Minister van Ruimte te worden? Sommige partijen beschikken over gedoodverfde favorieten. De planoloog Gerd Leers, heeft niets te doen sinds zijn adieu in Maastricht als burgemeester, en lijkt al te trappelen om minister van Ruimte te worden namens het CDA. Een andere gouwe ouwe: misschien haalt de VVD Pieter Winsemius nog een keer van stal?</p>
<p>Ook Adri Duivesteijn lijkt wel weer toe aan een nieuwe uitdaging. Almere moet wellicht zonder hem verder als Den Haag roept? D66 heeft Gerard Schouw hoog staan op de lijst. De huidige directeur van Nicis zou het moeten kunnen. GroenLinks heeft ook nog wel wat goede paarden op stal staan, zoals Maarten van Poelgeest of Rik Grashoff. Maar misschien wordt PVV toch de grootste en claimt het met haar charmante Fleur Agema de macht op Ruimtelijke Ordening? En dan tot slot, met een links blok krijgt de SP het zwaar om de post voor ruimte te claimen, misschien dat ze met Paulus Jansen nog een potje kan blufpokeren?</p>
<p>Volgende week deel 2…</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-mes-in-de-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Schuytgraaf Arnhem: De Vinex Experience</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/schuytgraaf-arnhem-de-vinex-experience/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/schuytgraaf-arnhem-de-vinex-experience/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 May 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/05/schuytgraaf-arnhem-de.jpg" /> Sinds 2003 wordt er gebouwd aan Schuytgraaf, de Arnhemse Vinex-wijk met 25 verschillende buurten voor ruim 15.000 bewoners. Inmiddels is de wijk voor ongeveer de helft ontwikkeld. Daarom is het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Sinds 2003 wordt er gebouwd aan Schuytgraaf, de Arnhemse Vinex-wijk met 25 verschillende buurten voor ruim 15.000 bewoners. Inmiddels is de wijk voor ongeveer de helft ontwikkeld. Daarom is het tijd voor een tussenevaluatie. Voldoet Schuytgraaf aan de verwachtingen van professionals en bewoners? Hoe heeft de wijk zich tot nu toe ontwikkeld? Wie wonen er? Hoe toekomstbestendig is Schuytgraaf en welke lessen kunnen we hieruit trekken? <a href="http://www.casa-arnhem.nl">Architectuurcentrum CASA</a> organiseert in samenwerking met RUIMTEVOLK op 18 juni een avondvullend programma.</strong></p>
<p>Het programma start tussen 17.00 en 17.30 uur met een Vinex-safari per fiets om <a href="http://www.schuytgraaf.nl/">Schuytgraaf</a> op verrassende wijze te verkennen. Een (her)ontdekkingstocht, waarin de ontwikkeling van deze even bijzondere als gemiddelde Vinex wijk in alle facetten voorbij komt. Vervolgens kunt u een en andere laten bezinken tijdens een heerlijke zomerbarbeque en paneldiscussie op het St. Elconplein (tijdelijk centrumplein aan de Minervasingel). Deze discussie staat onder leiding van Edwin Verdurmen (<a href="http://www.casa-arnhem.nl/">CASA</a>) en Sjors de Vries (adviseur/procesmanager <a href="http://www.bsdv.nl">BSDV</a>, <a href="..//">RUIMTEVOLK</a>) met Ruurd Gietema (partner bij <a href="http://www.kcap.nl">Kees Christiaanse Architects and Planners</a>), Klaas Salomons (directeur GEM <a href="http://www.schuytgraaf.nl/">Schuytgraaf</a>), Nick de Boer (directeur <a href="http://www.kondorwesselsprojecten.nl">Kondor Wessels Projecten</a>) en Jeroen Mensink (auteur van de <a href="http://www.vinexatlas.nl/">Vinex-atlas</a>). Het programma zal uiterlijk om 22.00 uur zijn afgelopen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100518_Bongeren-Reefakker_opt.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong>Locatie</strong></p>
<p>Start vanaf het informatiecentrum Schuytgraaf aan de Metamorfosenallee 101 Arnhem (parkeergelegenheid ter plekke). Het treinstation Arnhem Zuid ligt hier vlakbij. Aan het eind van de avond is het slechts enkele minuten lopen naar auto of station.</p>
<p><strong>Kosten </strong></p>
<p>Deelname, inclusief maaltijd, bedraagt 25 euro. Indien u niet per fiets komt, kunt u deze via CASA huren. Fietsen zijn voor 5 euro extra te huur. Studenten, vrienden van CASA en leden van de CASA-sociëteit krijgen 5 euro korting.</p>
<p><strong>Aanmelden </strong></p>
<p>Let op: Voor deze activiteit dient u zich voor 14 juni aan te melden door een bericht te sturen naar info@casa-arnhem.nl. Indien u een fiets wilt huren of dieetwensen heeft, wordt u verzocht dit aan te geven. Na aanmelding krijgt u bericht over de wijze van betaling.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/schuytgraaf-arnhem-de-vinex-experience/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bewoners als stadsontwikkelaars</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bewoners-als-stadsontwikkelaars/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bewoners-als-stadsontwikkelaars/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 May 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Robin Houterman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Elders]]></category>
		<category><![CDATA[Groot-Brittannië]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/05/bewoners-als-stadsontwikkelaars.jpg" /> De kern van de planning van steden is de afstemming tussen het &#8216;aanbod&#8217; van beleidsmakers en de wensen en behoeften van stadsbewoners. Na het extreme topdown plannen van de jaren]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De kern van de planning van steden is de afstemming tussen het &#8216;aanbod&#8217; van beleidsmakers en de wensen en behoeften van stadsbewoners. Na het extreme topdown plannen van de jaren vijftig en zestig kregen bewoners sinds de jaren zeventig meer zeggenschap bij grootschalige stadsvernieuwing. Sindsdien is betrokkenheid van burgers bij planvorming een vast gegeven, de manier waarop verschilt nogal. Regelmatig is er bij beide partijen sprake van wederzijds wantrouwen. Groot-Brittannië laat zien waar juist een groot vertrouwen in elkaar toe kan leiden.</strong></p>
<p>Bewoners als stadsontwikkelaars, dat komt in Nederland niet zo vaak voor. Het initiatief voor ruimtelijke ontwikkeling ligt voor een groot gedeelte nog steeds bij de gevestigde partijen: plannen worden gemaakt door de gemeente en vervolgens ingevuld door ontwikkelaars of corporaties. Nederland is wat dat betreft geen uitzondering, er zijn weinig landen met een traditie waarin burgers en/of maatschappelijke instellingen echt een trekkersrol spelen in de initiatieffase en uitwerking van ruimtelijke ontwikkeling.</p>
<p>Een voorbeeld van een land dat hier misschien wel aan voldoet is Groot-Brittannië, waar sinds de jaren zestig Development Trusts naast sociaal-maatschappelijke initiatieven ook gewend zijn om ruimtelijke ontwikkelingen te initiëren. Deze trusts komen voort uit de bewegingen die ontstonden na het wegvallen van de werkgelegenheid in Noord-Engeland. Doordat de werklozen zich nauwelijks geholpen voelden door het liberale beleid dat van overheidswege gevoerd werd, namen deze bewegingen zelf het initiatief, op zoek naar sociaal-economische verbeteringen. Deze beweging van trusts heeft zich inmiddels uitgebreid tot meer dan 450 trusts in heel Groot-Brittannië.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100517_CS_community_centre.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em>Coin Street neighbourhood centre (foto: Edmund Sumner)</em></p>
<p>Alhoewel veel van deze trusts zich zoals gezegd toeleggen op sociaal-maatschappelijke initiatieven, zijn er ook heel wat die ruimtelijke initiatieven ontplooien. Op de Londense South Bank zijn de Coin Street Community Builders hier een mooi voorbeeld van. Deze trust kwam in het begin van de jaren tachtig voort uit een protestbeweging tegen de geplande grootschalige kantoorontwikkelingen in de wijk. Ze dienden een tegenplan in dat vanaf 1981 door de lokale overheid werd gesteund.</p>
<p>Sindsdien hebben de Community Builders zelfstandig een groot aantal initiatieven opgezet die de wijk in 25 jaar compleet transformeerde. Wie langs de Thames wandelt tussen Tate Modern en het Nationaal Theater, komt gegarandeerd langs twee van de projecten uit de beginjaren van de trust: Bernie Spain Garden en Gabriel&#8217;s Wharf. Twee plekken, die nu met name bevolkt worden door toeristen, maar die veel bijdragen aan de beleving van de Thames Riverside Walkway vanuit de wijk.</p>
<p>De Trust zelf is in de loop der jaren uitgegroeid van een kleinschalig initiatief tot een professionele speler. De Community Builders worden bestuurd door een bestuur dat geheel bestaat uit bewoners van de wijk, die zich laten ondersteunen door professionals. Dit is voor de Community Builders belangrijk, omdat juist bewoners precies weten wat de lokale behoefte is én goed de kansen van het gebied kunnen inschatten.</p>
<p>Gaandeweg hebben de Community Builders hun activiteiten uitgebreid tot de zorg voor de openbare ruimte, maatschapppelijke voorzieningen en woningvoorraad in de gehele wijk. Een mooi voorbeeld van een dergelijk recent project is het Coin Street Community Centre dat het sociaal-maatschappelijke programma van de Community Builders faciliteert.</p>
<p>Ooit onderdeel van de protestbeweging, werken de Community Builders nu constructief samen met een groot aantal partners in de wijk. Opvallend is de grote hoeveelheid aan verantwoordelijkheid die de Community Builders op hun bordje hebben genomen. Daar blijkt niet alleen een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor hun leefomgeving uit, maar ook een groot vertrouwen van de verantwoordelijke overheidsinstanties. Zo zijn ze een mooi voorbeeld van hoe wantrouwen een constructieve vorm kan krijgen. Het is fascinerend om te zien dat dit kan in een stukje Londen dat zo centraal in de stad ligt en dat een aantal belangrijke functies binnen de wijkgrenzen heeft.</p>
<p>Zoals met veel goede voorbeelden is dit voorbeeld van de Trust natuurlijk niet zo maar te kopiëren naar Nederland, daarvoor is de ontstaansgeschiedenis te specifiek. Maar ze zijn wel een mooi voorbeeld om het denken over burgerparticipatie een stapje verder te brengen. En dat kan wellicht weer helpen bij het verbeteren van de vertrouwensband tussen burger en overheid.</p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em><em>Foto boven:</em>Gabriel&#8217;s Wharf (foto: Robin Houterman)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bewoners-als-stadsontwikkelaars/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Demonstratie op de Dam</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/demonstratie-op-de-dam/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/demonstratie-op-de-dam/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 09 May 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Thomas Straatemeier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/05/demonstratie-op-de-dam.jpg" /> 17 november 2039, 07.08 uur op een studentenkamer in Breda Vandaag is het zover ik ga voor het eerst in mijn leven naar Amsterdam om te demonstreren tegen kernenergie net als]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>17 november 2039, 07.08 uur op een studentenkamer in Breda</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Vandaag is het zover ik ga voor het eerst in mijn leven naar Amsterdam om te demonstreren tegen kernenergie net als mijn opa zestig jaar geleden. Eerst moet ik er nog zien te komen. Het spande er even om of ik überhaupt wel naar Amsterdam kon. Tot mijn vreugde kreeg ik gisterenavond te horen dat mijn mobiliteitsaanvraag voor de reis naar Amsterdam was toegewezen. Sinds de wereldwijde energiecrisis moet je voor alle reizen langer dan 25 km een recht tot mobiliteit aanvragen. Je dient je aanvraag in bij het ministerie van V en F, virtueel en fysiek vervoer. Via een ingewikkelde lotingsprocedure, die ze alleen in Brussel begrijpen, waarin het verbruik van de vervoermiddelen die je denkt te gaan gebruiken wordt meegewogen wordt bepaald of je op reis mag. Goed ik mag op reis en dat is mooi, want de laatste tijd wordt 60% van de verzoeken afgewezen. Er is wel een lucratieve handel ontstaan in mobiliteitsrechten door mensen die zeggen dat ze een bepaalde reis willen maken maar dat eigenlijk niet doen en hun recht doorverkopen aan anderen die er goed voor willen betalen. </strong></p>
<p>Ik log in op de website van mijn mobiliteitsprovider om de reis naar Amsterdam voor te bereiden. Ik hoop dat ik nog genoeg mobiliteitstegoed heb. Afgelopen week me helemaal suf gefietst naar de Hogeschool en de energie die ik daarmee heb opgewekt in de speciale dynamo heb ik vannacht teruggeleverd aan het elektriciteitsnet, dat heeft me toch weer een tientje opgeleverd. Ik voer de bestemming in en hoe laat ik op de Dam hoop aan te komen. Daarna opent zich een menu waarin ik kan aangeven hoe zeker ik er van wil zijn dat ik op tijd aan kom. Ik kies voor 80% zeker, voor wat het waard is het is net als met regen je weet het nooit waar die bui valt of de file begint. Het liefst was ik met de snelle binnenlandse HSL trein direct van Breda naar Amsterdam Centraal gereisd met 95% zekerheid dat ik op tijd was. Maar helaas ik heb niet genoeg mobiliteitstegoed. In het volgende venster kan ik zien hoeveel CO2 ik verbruik per alternatief en hoeveel calorieën ik verbrand. Wil ik zitten of staan en wil ik nog een kopje koffie tijdens de reis, mm misschien is een cappucinootje onderweg wel een goed idee.</p>
<p>Uiteindelijk kies ik ervoor eerst op mijn elektrische fiets naar een vrouw in Breda Oost te gaan die een plek in haar auto aanbiedt voor een rit richting Utrecht, voor mij goedkoop en zij krijgt een bonus op haar mobiliteitstegoed. Via de videotelefoon spreek ik af met een vriend op Utrecht Centraal. Hij gaat ook mee naar de demonstratie op de Dam. Ik bespreek meteen een kleine vergadercoupe in de trein van Amsterdam naar Utrecht, zodat we meteen de laatste details voor de demonstratie door kunnen nemen. Tijd om op pad te gaan. Ik stap op mijn elektrische fiets en stop de mobiliteitskaart in de fiets, die leest meteen het adres in van de vrouw met wie ik mee kan rijden. Goedemorgen, omkeren alstublieft klinkt het uit de kleine luidspreker op het stuur. Ik draai de fiets om in de schuur en fiets naar buiten. Bij elk kruispunt wijst de luidspreker mij de weg.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100509_IMGP1596.JPG" alt="artikel afbeelding" />foto: Coen de Rijk</p>
<p>Uiteindelijk kom ik aan bij mijn lift van de dag. Een vrouw van een jaar of tachtig wenkt mij dat ik snel in de auto moet gaan zitten. Je bent dertig seconden te laat snauwt ze als ik plaats neem in haar auto. Heb ik weer denk ik. Waarom heb ik niet even gekeken naar het profiel van mijn lift. Het is leuk hoor dat ouderen veel langer mobiel zijn door hun digitale rijassistent, maar in de praktijk komt het neer op een rit met horten en stoten waar bij je steeds denkt dat het nu toch echt misgaat, maar de auto toch steeds net op tijd uitwijkt of tot stilstand komt doordat de afstand tot andere objecten digitaal bewaakt wordt. We pakken de snelweg richting Utrecht, op internet had de vrouw haar rit aangeboden met gebruik van de snelle private snelwegstroken, maar dat deed ze alleen maar om mij aan boord te krijgen en daarmee haar mobiliteitstegoed aan te vullen. Nu het puntje bij paaltje komt spaart ze haar centjes liever uit en rijden we over de slecht onderhouden stroken van de overheid. Het eens zo rijke ministerie is al jaren blut.</p>
<p>Dat gaat me tijd kosten, we rijden met een gangetje van zestig kilometer per uur over de hobbels en kuilen, terwijl naast ons de grote hybride lease bakken voortsnellen met 150 km/u over de private stroken. Het verschil tussen arm en rijk wordt ook qua mobiliteit steeds groter. Terwijl de auto automatisch een constante afstand tot zijn voorganger aanhoudt leest de vrouw tijdens het stuk op de snelweg rustig een boek van Ronald Giphart, echt een boek voor bejaarden…. Het eerste deel van de autorit gaat door een krimpregio en daarom hebben we geen last van files. Ook de nieuwe spoorlijn tussen Utrecht en Breda die langs de weg loop ligt er verlaten bij. Het wordt vooral druk in de buurt van de grote steden. De toegenomen kosten van mobiliteit hebben er toe geleid dat mensen veel dichter bij het werk zijn gaan wonen of alleen nog maar vanuit huis werken. In de buurt van Utrecht komen er twee smalle rijstroken bij voor de elektrische compact cars, ik ben ook al aan het sparen voor zo’n mooi een tot twee persoonsautootjes voor het vervoer in en om de steden. Met iets anders kom je de binnenstad tegenwoordig niet meer in. Mijn vader heeft inmiddels drie auto’s een voor de boodschappen in de stad, een voor zijn werk en een voor de vrije tijd.</p>
<p>Ik stap uit bij Utrecht Centraal en roep de vrouw nog een bedankje na maar ze hoort het al niet meer. Voor station Utrecht Centraal vind ik mijn vriend via mijn friendlocater op mijn telefoon en we lopen samen het station in en door de digitale controlepoortjes. Bij mijn vriend gaan de alarmbellen af en er komt meteen een aantal veiligheidsmedewerkers aangesneld en hij wordt afgevoerd. Ik blijf vertwijfeld achter maar gelukkig komt hij al gauw weer tevoorschijn. Vals alarm. De beveiligingscamera’s hadden met behulp van gezichtsherkenning zijn beeld gekoppeld aan dat van een terrorist die ze zoeken. De beveiligingsmedewerkers hadden hun excuses aangeboden. Het schijnt dat de apparatuur nogal moeite heeft met mensen die kaal zijn uit elkaar te houden. Maar ja veiligheid voor alles is het devies, het resultaat is dat wij nu al flink vertraagd zijn. Gelukkig wordt mijn reis gevolgd via het GPS signaal van mijn mobiele telefoon en hoef ik niet bang te zijn dat mijn cappuccino koud is geworden, die is ook gewoon vertraagd. Rennend met de koffie in de hand zijn we nog net op de tijd voor de trein met de vergaderplek die we besproken hadden en kunnen gebruiken om onze retro spandoeken tegen kernenergie alvast aan elkaar te showen en de laatste leuzen er bij te schilderen. Via de beeldverbinding in onze coupe maken we nog even contact met een vriend in Eindhoven die geen mobiliteitsrecht kreeg voor zijn trip. Op weg naar het toilet kom ik langs een bonte stoet vergaderkamers, meditatieruimte, fitnessruimte en een restaurant.</p>
<p>Ik weet nog dat mijn opa vertelde dat je vroeger gewoon netjes op rijtjes stoelen twee aan twee zat en de reis niks meer was dan een verplaatsing van A naar B. Is dat niet zonde van je tijd vroeg ik. Die tijd kan je toch veel beter benutten, maar ja ze wisten niet beter. Het volgende moment rij ik voor de eerste keer in mijn leven met de trein Amsterdam binnen, het is een prachtig gezicht met aan de ene kant de wolkenkrabbers langs de Noordkant van het IJ en aan de andere kant de oude stad met de Westertoren als ijkpunt. Vanuit het station gaat een brede wandelpromenade richting de Dam, dan te bedenken dat hier vroeger allemaal autoverkeer reed. Ik schiet in de lach om een fietser die met zijn fiets in de trambaan verstrikt raakt en ternauwernood het evenwicht weet te bewaren. We lopen richting de Dam waar het al druk begint te worden, mijn PDA schiet op tilt van alle activiteiten die mij graag willen lokken met een aantrekkelijk aanbod voor een maaltijd, drankje, massage etc.. Dat doet ie in Breda niet. Nu we de Dam naderen moet ik opeens denken aan een column in de online-krant die ik van de week las over een onderzoeker van de Universiteit die in 2009 voorspeld had hoe het reizen er nu uit zou zien. Terugblikkend op de reis van vandaag moet ik glimlachen. Die man zat er ver naast zeg….</p>
<p>&#8212;&#8212;-</p>
<p><em>Foto boven: </em><em>filmfragment uit Metropolis (Fritz Lang, 1927) </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/demonstratie-op-de-dam/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Huis voor veertig duizend euro!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/huis-voor-veertig-duizend-euro/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/huis-voor-veertig-duizend-euro/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 03 May 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/05/huis-voor-veertig.jpg" /> Een typisch Nederlandse gedachte wellicht, maar niet onzinnig, toch? Ik zag laatst een aantal Maycrete-woningen, en meteen kwam de calculator in mijn brein in werking. Maycrete, u weet wel, die]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een typisch Nederlandse gedachte wellicht, maar niet onzinnig, toch? Ik zag laatst een aantal Maycrete-woningen, en meteen kwam de calculator in mijn brein in werking. Maycrete, u weet wel, die prefab-noodwoningen, gebouwd meteen na de oorlog, voor – ook toen – een appel en een ei. Veel van de woningen staan er nog. </strong></p>
<p>Woningen die constructief heel basaal zijn. De gemiddelde sta-caravan is tegenwoordig luxer. En over sta-caravans gesproken, die kosten natuurlijk ook niets. Of,  nu ik toch bezig ben, houten huisjes wellicht? Ook heel goedkoop.</p>
<p>Maar gaat dat allemaal pakweg vijftig jaar mee? Nee. En is dat erg? Stel dat de bouw 40 duizend kost en het huis dertig jaar meegaat? Meteen doen toch? (Overigens, veel van onze gewone woningen laten we ook geen vijftig jaar staan, maar dat terzijde.)</p>
<p>Ruimtevolk lezers, dat zijn creatieve mensen. Die kunnen best met ingrediënten van Maycrete-achtigen, sta-carvans, houten huizen en duurzame natuurlijk materialen iets heel moois bedenken. Iets dat weinig kost en onverwacht lang mee gaat. Met in ieder geval een warme schil er omheen, energiezuinig. Wellicht een mooi prijsvraagthema?</p>
<p>Wij lijken wel eens te denken dat we niet ver onder de gemiddelde bouwprijs van een woning kunnen zakken. Wellicht tien %, vijftien % er onder?? Want als het echt heel goedkoop is, dan kan het niets zijn. Toch? In de auto-industrie bewijzen ze al jaren het tegendeel. De gemiddelde aanschafprijs van een auto is € 24.000,-. Dat is waar. Ook waar is het dat je voor zo&#8217;n € 8.000,- tegenwoordig hele mooie, moderne auto’s kunt kopen, energiezuinig en luxe. Auto&#8217;s die maar een kwart kosten van de de gemiddelde aanschafprijs. Lang leve de Alto’s, IQ’s, 107’s en Logan’s. En zo’n Alto gaat net zo lang mee als die VW Golf.</p>
<p>Waarom ontwerpen wij geen Alto-huizen?<br />
Bouwers, ga het snel doen, want bij Suzuki hebben ze het op dit moment erg rustig, en voordat u het weet beginnen zij huizen te bouwen. En als Japanners eenmaal een voorsprong hebben…<br />
Enne, RUIMTEVOLKers, ontwerpen jullie alvast Alto-dam?</p>
<p><span style="font-size: xx-small;"><span style="font-size: 8px;"><em><br />
</em></span></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/huis-voor-veertig-duizend-euro/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Laboratorium voor sociaal-fysieke aanpak</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/laboratorium-voor-sociaal-fysieke-aanpak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/laboratorium-voor-sociaal-fysieke-aanpak/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 27 Apr 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Suzan Mannens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/04/laboratorium-voor-sociaal-fysieke.jpg" /> Tijdens een van de eerste zonnige lentedagen liep ik door Hoogvliet, een herstructureringswijk in Rotterdam. Zoals in vele Rotterdamse wijken vinden hier de laatste jaren ingrijpende fysieke veranderingen plaats. Het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tijdens een van de eerste zonnige lentedagen liep ik door Hoogvliet, een herstructureringswijk in Rotterdam. Zoals in vele Rotterdamse wijken vinden hier de laatste jaren ingrijpende fysieke veranderingen plaats. Het eenzijdige woningaanbod maakt plaats voor meer differentiatie: kwalitatief betere woningen voor verschillende inkomens- en bevolkingsgroepen. De aanpak in Hoogvliet valt uiteen in een fysieke, sociale, economische en een communicatieve pijler. </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het idee dat voor een geslaagde stedelijke vernieuwing zowel fysieke als sociale ingrepen nodig zijn, is niet nieuw. De ministeries van VROM en VWS hebben in 2003 en 2004 de handen ineen geslagen om dit verband bij herstructureringen beter op de agenda te zetten. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Sinds het advies van de VROM-raad &lsquo;Stad en stijging&rsquo; uit 2006 heeft de bredere aanpak echter pas echt inhoud gekregen . Beleidsmedewerkers, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties lijken er steeds meer van doordrongen dat alleen een fysieke aanpak slechts tijdelijke verbeteringen in een wijk aanbrengt. Juist het sociale aspect dient betrokken te worden om leefbaarheid te bevorderen. (bron 1: KEI Kenniscentrum stedelijke vernieuwing, Sociaal en fysiek verbonden,&nbsp; het geheim van het hoe&nbsp; (februari 2008), pagina 3) </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De stadsregio Rotterdam wil deze aanpak stimuleren. Zij biedt gemeenten hiertoe een ondersteuningspakket aan dat bestaat uit een subsidieregeling, ondersteuning door adviseurs en activiteiten gericht op kennisdeling.&nbsp;In de door de stadsregio uitgegeven publicatie &ldquo;Werk in uitvoering, sociaalfysieke samenwerking in vroegnaoorlogse wijken&rdquo; is een grote verscheidenheid aan maatregelen opgenomen die gemeenten en corporaties nemen om de leefbaarheid te verbeteren.&nbsp;</p>
<p>Die verscheidenheid aan maatregelen maakt een belangrijk knelpunt zichtbaar: het plaatsen van afvalbakken, het instellen van buurtpreventieteams, het realiseren van woonzorgzones,&nbsp; het openstellen van informatieloketten en het realiseren van jeugdhonken , alles lijkt te vallen onder de noemer sociaal-fysiek. Wat wordt eigenlijk verstaan onder d&eacute; sociaal-fysieke aanpak? Is er een eenduidige definitie van te geven? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hoewel er op internet talloze artikelen en publicaties over sociaal-fysieke aanpak zijn te lezen, is die eenduidige definitie nauwelijks te vinden. Op de site van KEI staat &ldquo;<a href="http://www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=1946" target="_blank">Een sociaalfysieke aanpak of benadering gaat uit van een transformatie (of omtoveren) van de buurt of wijk aan de hand van de behoeften en mogelijkheden van de bewoners</a>&rdquo;. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De stadsregio Rotterdam maakt gebruik van de drie hoofdgroepen van leefbaarheid die door het Ministerie van VROM zijn gedefinieerd: namelijk 1. de fysieke verschijningsvorm van de leefomgeving (woningvoorraad, publieke ruimte en voorzieningen voor zorg en welzijn in een wijk), 2. de sociale context van de woonomgeving (bevolkingssamenstelling en sociale samenhang) en 3. <a href="http://www.vrom.nl/leefbaarometer" target="_blank">Veiligheid</a>.&nbsp; De stadsregio ondersteunt die wijkontwikkelingen waar tegelijkertijd meerdere dimensies onder de aandacht zijn. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Nu de context helder is geworden, rijst de vraag of de stadsregio zich hier eigenlijk wel mee zou moeten (willen) bemoeien? Puur vanuit de taakstelling die de Provincie Zuid-Holland aan de stadsregio heeft meegegeven, namelijk het met elkaar in verband brengen van ruimtelijke ordening, wonen, mobiliteit, zorg en welzijn, is het antwoord hierop ja. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De stadsregio onderkent het belang van sociaal-fysieke samenwerking. Zij concludeert dat ook in de regio Rotterdam binnen woonbeleid steeds meer aandacht voor woonmilieus, woonwensen, voorzieningen en buitenruimte is. Tegelijkertijd leggen afdelingen Welzijn steeds vaker en vroeger contact met hun collega&rsquo;s bij Wonen. Dat contact is echter nog niet vanzelfsprekend, en zeker nog niet volledig effectief. De meerwaarde van een regionale aanpak is gemeenten de mogelijkheid te bieden een grote stap vooruit te maken in de sociaal-fysieke samenwerking. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Vanuit de gemeenten bekeken lijkt het antwoord ook met een ja te kunnen worden beantwoord. Gemeenten lijken te worstelen met vraagstukken rond (bewoners)participatie, moeilijk bereikbare doelgroepen, samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen en de invulling van (multifunctionele) ruimten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De projecten die bij de stadsregio worden aangemeld, zijn vaak al gestart maar blijven ergens steken. De knelpunten zijn divers. Er is bijvoorbeeld geen financi&euml;le ruimte om creatief met bewonersparticipatie om te gaan. Daardoor blijven gemeenten steken in de bekende bewonersavonden, met als gevolg dat de opkomst en het resultaat tegenvallen. Een ander knelpunt zit in de tijd en de inspanning die het vraagt om met verschillende partijen een visie te ontwikkelen. De tijd om goed procesmanagement op te pakken, lijkt er vaak niet te zijn. Juist in die gevallen kan de stadsregio uitkomst bieden of een versnelling teweeg brengen door in de aanloop- en opstartfases van projecten financiering van en ondersteuning bij haalbaarheidsonderzoeken, vraaganalyses, experimenten en methodiekbeschrijvingen aan te bieden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De stadsregio wil voor 2010-&lsquo;20 een beleidsmatige koppeling hebben gelegd tussen woningbouw en milieu, water, verkeer&amp;vervoer, sociaal beleid, bodem en economie. De eerste stap hiertoe is gezet door het koppelen van sociaal beleid aan ruimtelijke beleidsterreinen zoals woningbouw. Het koppelen hiervan is onder de aandacht gebracht van gemeenten die anders mogelijk de middelen niet hadden gehad om deze extra inspanning te verrichten. Maar draag je daarmee bij aan een structurele vorm van samenwerking tussen partijen op sociaal-fysiek terrein? Dit is immers een voorwaarde voor het verbeteren van de leefbaarheid. Je hebt het dan over een cultuuromslag. En de ervaring leert dat cultuuromslagen vaak een lange adem nodig hebben. De komende jaren moet uitwijzen of de regionale insteek daadwerkelijk meerwaarde oplevert.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Bron foto boven: www.wimby.nl&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/laboratorium-voor-sociaal-fysieke-aanpak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Voorraad starterswoningen opeens opgedoken!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/voorraad-starterswoningen-opeens-opgedoken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/voorraad-starterswoningen-opeens-opgedoken/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Apr 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Starterswoningen]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/04/voorraad-starterswoningen-opeens.jpg" /> Starterswoningen, die hebben we nodig. Heel zeker! Want voor ‘onze jongeren’ zijn woningen onbereikbaar geworden. Dus voor startende stellen moet er een haalbaar aanbod van koopwoningen worden gemaakt. De politiek]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Starterswoningen, die hebben we nodig. Heel zeker! Want voor ‘onze jongeren’ zijn woningen onbereikbaar geworden. Dus voor startende stellen moet er een haalbaar aanbod van koopwoningen worden gemaakt. De politiek zegt het, dus het is waar.</strong></p>
<p>Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen buitelden de partijen weer over elkaar heen met grote plannen voor kleine huizen. Er zouden vooral veel huizen moeten komen die minder kosten dan 2 ton. Of dan in ieder geval minder dan € 225.000. En… het allerliefste woningen onder de € 175.000,-. Type: ‘je kunt je kont niet draaien’.</p>
<p>Dus al die nu net aangetreden colleges kunnen aan de slag met het laten bouwen van honderden kleine, goedkope starterswoningen. En die starters, wat vinden die er van? Had iemand de moeite genomen om hen iets te vragen. Nou, niet de dames en heren politici. Die werden vooral geadviseerd door de onwrikbare beelden  van hun eigen werkelijkheid. Maar, gelukkig hebben veel woningcorporaties en onderzoeksbureaus de laatste jaren onderzoek gedaan naar woonwensen (en betaal-mogelijkheden) van startende stellen. Wat blijkt: die stellen willen een ruime woning. Geen kippenhok.</p>
<p>Ja, ja, Venhoop, zo zullen sommige lezers en hardleerse politici zuchten, maar er is toch een groep startende stellen die echt niet anders kan of wil dan kiezen voor een goedkope woning. Nou, dan is er heel goed nieuws. Namelijk: die zijn er al. Vier willekeurige voorbeelden van Funda-zoeken: onder de €225.000 kun je in Arnhem kiezen uit zo’n 1.200 woningen, in Apeldoorn bijna  800, Den Bosch ruim 700 en Utrecht ruim 1.100. En ja, ook het deel ‘tot € 175.000’ is in al die voorbeelden ruim voorradig.</p>
<p>Dus, in veel gemeenten kan het eerste politieke succes worden gemeld: “Beste kiezers, na zeer uitvoering zoeken is er een tot nog toe verborgen voorraad van starterswoningen opgedoken !!!!“ Hulde. Hulde. En nu alleen nog maar verkopen aan die smachtende starters….maar dat zal het probleem niet zijn. Toch?</p>
<p><sub><em>&#8212;</em></sub></p>
<p><em>Foto boven:Westerdok Amsterdam (foto: Coen de Rijk)<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/voorraad-starterswoningen-opeens-opgedoken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een gapend gat tussen droom en werkelijkheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-gapend-gat-tussen-droom-en-werkelijkheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-gapend-gat-tussen-droom-en-werkelijkheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Apr 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anouk Eigenraam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Oost-Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Steenwijk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/04/een-gapend-gat.jpg" /> Binnen de RUIMTEVOLK redactie staat hij ook wel bekend als de ‘doordenker’, sommigen noemen hem gekscherend ‘de huisfilosoof’. Denker Bart Cosijn nam onlangs afscheid van de redactie en het webmagazine]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Binnen de RUIMTEVOLK redactie staat hij ook wel bekend als de ‘doordenker’, sommigen noemen hem gekscherend ‘de huisfilosoof’. Denker Bart Cosijn nam onlangs afscheid van de redactie en het webmagazine als hoofdredacteur. Na ruim twee jaar betrokken te zijn geweest bij RUIMTEVOLK, waarvan het laatste jaar als hoofdredacteur, was het tijd voor wat anders. Aanleiding voor een overpeinzing hardop. </strong></p>
<p>Als hij geen architect was, was hij misschien wel journalist geworden. Oprechte nieuwsgierigheid staat namelijk centraal in zijn leven en werk. Nieuwsgierigheid naar ‘het waarom’ en ‘het hoe’. Het is ook wat hem in de richting van RUIMTEVOLK dreef; het webmagazine bood hem de mogelijkheid om in een journalistieke setting de drijfveren van spelers te onderzoeken in de wonderlijke wereld van de RO. En daarbij buiten de traditionele hokjes van de vakdisciplines te treden.</p>
<p>Hoe komen projectontwikkelaars, architecten, planologen, stedenbouwkundigen en wethouders tot bepaalde beslissingen? Wat is hun intrinsieke motivatie? Is dat geld, ambitie of een geloof in een maakbare wereld? Waarom legt een architect een plein aan? En voor wie? Wat denkt degene ermee te bereiken?</p>
<p>Het zijn allemaal vragen die Bart goed kwijt kon in zijn werk bij RUIMTEVOLK: de redactievergaderingen en de artikelen en columns die hij schreef. En die hij nu weer probeert te verwerken in zijn pas opgezette bedrijf Urban Dialogue. De naam zegt het al: Cosijn vindt dat praten met en luisteren naar elkaar alleen niet meer voldoende is. Pas als mensen bereid zijn met elkaar een dialoog aan te gaan, kan een vruchtbaar wederzijds begrip ontstaan. En dat veronderstelt een werkelijk open houding en de bereidheid je eigen positie te heroverwegen.</p>
<p>Een beleidsplan of een ontwerp is immers vaak abstractie, maar de afstand tussen het idee dat op de tekentafel ontstaat en het uiteindelijke resultaat is vaak ontzettend groot. Hij moet denken aan het filmpje op <a href="http://sargasso.nl/archief/2009/11/29/belle-van-zuylen-verleiding-of-misleiding/" target="_blank">website Sargasso</a> dat een vriend van hem maakte over de Belle van Zuylentoren. In het filmpje legt architect Ad van der Stok alle ontwerpen van de toren eens naast de praktijk. Hij toont vervolgens aan dat de visueel schitterende plaatjes een enorme discrepantie tonen met de werkelijkheid. Dat een groen grasveld dat prachtig staat getekend op het ontwerp in de praktijk helemaal niet op die plek kan liggen omdat er al een kruispunt ligt. Hoe omschreef Willem Elsschot dat ook al weer? ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.’</p>
<p>Bij veel projecten ziet hij dat de verschillende betrokken partijen elkaar niet zelden in een houtgreep houden. Daar komt dan vervolgens bijna altijd een compromis uit wat dan misschien wel voor alle partijen bevredigend kan zijn, maar wat lang niet altijd de beste oplossing is.</p>
<p>Hij vraagt zich regelmatig af wat de ethiek is van de ruimtelijke ordening en z’n hoofdrolspelers. Neem nu de dramatische kostenoverschrijdingen van de Noord/Zuid-lijn. Tijdens een van de hoorzittingen zei burgemeester Cohen tegen de commissie ter verdediging dat iedereen in het college nu eenmaal “allemaal amateur” is. Dat getuigt toch van een enorme bestuurlijke lafheid! Het zit kennelijk niet in onze cultuur om verantwoordelijkheid te nemen voor projecten die uit de hand lopen.</p>
<p>Is hij dan teleurgesteld in zijn vakgebied, in de professionals die in de sector werkzaam zijn en in de overheid? Welnee, dat nu ook weer niet. We zijn weliswaar geneigd in Nederland ons steeds meer met geneuzel bezig te houden op de vierkante millimeter, maar ondertussen zijn we natuurlijk ontzettend verwend. Nu de oorlogsgeneratie langzaam uitsterft weten we steeds minder hoe het daarvoor was gesteld met onze steden en in welke staat de woningbouw verkeerde. We’ve come a long way; van de na-oorlogse woningnood, naar te krappige en tochtige stadswoningen, tot keuzeproblemen bij de keukendeurpanelen.</p>
<p>Het voorval schiet hem te binnen van die man in Steenwijk, die zijn eigen huis bouwde op zijn eigen grond. Het paste precies in het visionaire beleid wat staatssecretaris Remkes toen voor ogen had. Goed, het was niet bepaald een doorsnee huis. Maar de manier waarop de buurt reageerde was ongekend fel. Iedereen was bang voor een waardedaling, dat de eigen woning minder waard zou worden. In Nederland zien we onze woning in de eerste plaats als een verzekering, niet als een huis. En dus willen we liever dat we allemaal in hetzelfde rijtjeshuis wonen.</p>
<p>Daarom vindt hij Oost-Europa ook inspirerender; er zijn daar tenminste nog grote contrasten aanwezig. In landen waar van overheidswege veel minder gepland wordt, is de buitenruimte veel meer een uiting van hoe mensen leven, wonen en werken. En dat heeft niets te maken met een zogenaamd gebrek aan ruimte in Nederland. Het zit gewoon niet in onze cultuur. Maar of Nederland behoefte heeft aan een nieuwe Lely, Berlage of Wibaut betwijfelt hij. Zo werkt het niet meer. Maar of dat erg is? Laten we wel wezen: het is hier nog steeds het walhalla. Toch, of toch niet?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-gapend-gat-tussen-droom-en-werkelijkheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rotterdam spannendste stad van Nederland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/rotterdam-spannendste-stad-van-nederland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/rotterdam-spannendste-stad-van-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Mar 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/03/rotterdam-spannendste-stad.jpg" /> Het was erg druk in de Use-it, op steenworp afstand van Rotterdam CS. Normaal bevolkt door backpackers van over de hele wereld, bood het vrijdagavond 12 maart onderdak aan ruim]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het was erg druk in de Use-it, op steenworp afstand van Rotterdam CS. Normaal bevolkt door backpackers van over de hele wereld, bood het vrijdagavond 12 maart onderdak aan ruim 130 gepassioneerde professionals die vanuit verschillende disciplines dagelijks met de stad bezig zijn. Zij hebben &eacute;&eacute;n ding met elkaar gemeen: een liefde voor de stad en alles wat de stad spannend maakt.<br /></strong><br />  De bijeenkomst werd voorzien van bijdragen van verschillende sprekers met een zeer diverse achtergrond. Zij lieten zien dat zij begaan waren met de stad. Hun heftige betogen konden rekenen op bijval, maar tevens op kritische vragen vanuit de zaal en van moderator Fred Schoorl (directeur strategie Ymere). De temperatuur steeg, onder aanvoering van de zelfbenoemde Rotterdamse projectontwikkelaar Rini Biemans (cultureel entrepeneur Antenne Rotterdam, <a href="http://www.antennerotterdam.nl/">site</a>). Het bleek echter lang niet zo eenvoudig een beloftevol evenwicht te vinden op de spanningsboog tussen vertrutting aan de ene en autonomie en vrijheid aan de andere kant. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="font-family: Verdana, sans-serif; font-size: 13px" class="Apple-style-span"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100323_Rini%20Biemans.jpg" alt="artikel afbeelding" /></span><br /><em><sup>Rini Biemans (foto: Coen de Rijk)  </sup></em><sup><br /></sup> </p>
<p>Mystery guest Ted Langenbach (partyorganisator) kon hierin geen verandering brengen, ondanks zijn oproep om de nieuwe creatieve klasse naar Rotterdam te lokken en de uittocht te keren. &quot;Zonder nieuw bloed, geen spanning&quot;. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><font color="#000000"><span style="font-family: Verdana, sans-serif; font-size: 10pt"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100323_Ted%20Langenbach.jpg" alt="artikel afbeelding" /></span></font></p>
<div><em><sup>Ted Langenbach (foto: Coen de Rijk)</sup></em></div>
<p>     Reimar von Meding (architect, <a href="http://www.kaw.nl">KAW architecten en adviseurs</a>)  hield een pleidooi voor het koesteren van verschillen en pluriformiteit in de stad. De stad heeft bruisende en rustige delen nodig. Om hier een goede verdeling in te krijgen lanceerde  hij de volgende  formule:&nbsp;KEUZEVRIJHEID X NETWERK = SPANNENDE STAD.    </p>
<p>    Marc Schuilenburg (juridisch filosoof en auteur van &lsquo;Mediapolis&rsquo;, <a href="http://www.marcschuilenburg.nl/">site</a>) wees de aanwezigen op het feit dat de mens wel roept de spanning van de stad aantrekkelijk te vinden, maar dat in de praktijk blijkt dat we in het publieke domein toch het liefst zoveel mogelijk gecontroleerde spanning willen hebben. Het moet natuurlijk niet te gek worden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100323__MG_8094_opt.jpg" alt="artikel afbeelding" /><em><sup>Foto: Coen de Rijk</sup></em></p>
<p>     Thaddeus Muller (stadssocioloog en schrijver van <a href="http://www.uit-het-broek.nl/showcase/De%20warme%20stad.pdf">&lsquo;de Warme Stad</a>&rsquo;)  maakte de verwarring compleet door een geheel eigen definitie van spanning de zaal in te gooien. Het alledaagse contact tussen de turkse buurvrouw en de bejaarde bewoonster van het eerste uur; dat is pas spannend! Deze ogenschijnlijke terugkeer naar de multiculturele droom, zorgde voor een spannend decor van instemmend geknik en vragende blikken. Zit een spannende stad nu in het grote of in het kleine gebaar?!</p>
<p>      Daarna was het tijd voor de prijsuitreiking van het artikel van het jaar 2009. Enig jurylid Vincent Kompier (<a href="../detail.php?id=245">winnaar van vorig jaar</a>, <a href="http://www.vincentkompier.de/">site</a>) heeft het artikel van Charlotte Post (adviseur Laagland Advies) en Lisette Langerwerf (adviseur Quintis) &#8216;<a href="../detail.php?id=317">Do you have to be one to know one? Weten &lsquo;wij&rsquo; wijkprofessionals eigenlijk nog wel echt wat er gaande is in de aandachtswijken?</a>&#8216; als winnaar aangewezen. Kompier prees de eerlijkheid en kwetsbare opstelling van de dames in van het artikel. Iets wat naar zijn idee veel te weinig gebeurt in de praktijk van stadsplanning. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100323_Artikel%20van%20het%20jaar.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<div><em><sup>Lisette Langerwerf (foto: Coen de Rijk)&nbsp;</sup></em></div>
<p>     Spannend op deze avond was in ieder geval het moment van de prijsuitreiking. Welke stad is verkozen als meest spannende stad? Opvallend was die ene positieve stem voor Amersfoort, Almere en Heerlen en zelfs twee voor Venlo. De Venlonaren waren blijkbaar zelf ook overtuigd van hun kansen en waren goed vertegenwoordigd in het publiek. Of hebben we hier te maken met een voorproefje van een nieuwe generatie steden, die in de schaduw van de grote 5, waar steeds minder mag, ruimte kweken voor een overname?</p>
<p>  Nog veel spannender was de prijsuitreiking voor de Minst Spannende Stad van Nederland. Veel potenti&euml;le kanshebbers &#8211; onder hen een groot aantal groeikernen &#8211; zijn het net niet geworden en ontsnapten de dans. Ook Amsterdam en Utrecht deden dat, maar kregen wel een waarschuwing in de vorm van een spontaan in het leven geroepen &#8216;Stimuleringsprijs voor de Achteruitgang&#8217;. Uiteindelijk was het Lelystad, die buurman Almere (2e) en Zoetermeer (3e) net voor bleef. Of moeten we zeggen: net niet voorbij zag komen?</p>
<p>  Wie daar in ieder geval geen last van heeft is Rotterdam, die Amsterdam (2e) en Den Haag (3e) op ruime afstand hield en zich mocht laten kronen tot de Spannendste Stad van Nederland. De prijs: een exclusief interview met RUIMTEVOLK, waarin zij ongegeneerd mogen vertellen waarom zij zo spannend zijn geworden en hoe zij denken dit te zullen blijven.</p>
<p>  Geluk bij een ongeluk voor Lelystad is de prijs die zij mogen ontvangen. RUIMTEVOLK biedt de gemeente Lelystad aan om dit jaar gezamenlijk een werkatelier te organiseren met als doel om Lelystad van die hatelijke laatste plaats af te halen. Iedereen is bij deze uitgenodigd om zijn of haar energie in te zetten en zoveel mogelijk idee&euml;n te verzinnen en uit te werken tot concrete plannen. Wordt vervolgd&#8230;
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/rotterdam-spannendste-stad-van-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De stad modern verkocht</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-stad-modern-verkocht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-stad-modern-verkocht/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Column]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/03/de-stad-modern.jpg" /> Valt u ook op hoeveel dorp er tegenwoordig in de stad zit? Steeds vaker worden projecten die we in de stad bouwen aangeprezen met: &#8216;wonen in dorpse geborgenheid&#8217;, &#8216;het dorpse]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Valt u ook op hoeveel dorp er tegenwoordig in de stad zit?  Steeds vaker worden projecten die we in  de stad bouwen aangeprezen met: &lsquo;wonen in dorpse geborgenheid&rsquo;, &lsquo;het dorpse ontmoeten&rsquo;, &lsquo;dorpse veiligheid&rsquo; en andere in de rurale historie gevonden reclameslogans.  Wat is de volgende stap? Een site over een nieuwe stadswijk waaronder &lsquo;Het dorp&rsquo; van                          Wim Sonneveld wordt gezet?  </strong></p>
<p> Ik raak er een beetje van in de war. Hoe was het nu alweer? Die stad was toch juist zo aantrekkelijk vanwege het grote, het anonieme, het vele, het diverse. Toch? Zijn die waarden achterhaald, besmet, niet meer verkoopgeschikt? Tja. Is het niet wat armoedig om steden aan te prijzen met wat ze juist niet zijn, namelijk: dorpen. Is dat niet een sportwagen proberen te verkopen door vooral de grote geschiktheid als gezinsauto te beklemtonen? </p>
<p> Hebben de steden dan geen intrinsieke waarde meer?  Wat zijn 2010-waardige argumenten om de stad te verkopen. En nu moet ik zeggen&hellip;.als ik nadenk over een antwoord op mijn eigen vraag&hellip;..toch verrekte lastig. Eerst moet ik in mijn gedachten al die redenen wegdrukken om niet in de stad te gaan wonen. Ksssst, weg met die gedachten, positieve insteek kiezen: alle pull-factoren aan dek!  </p>
<p> Ja! Natuurlijk. Dat zijn al die stads-winkels, restaurantjes, musea en activiteiten om de hoek ! Maar, roept er ergens een stemmetje, daar kun je ook gemakkelijk naar toe rijden als je een paar kilometer buiten de stad woont, en hoe vaak maak je er nu echt gebruik van? </p>
<p> Okee, maar ijzersterk is het argument dat de stad voor jongeren &lsquo;de&rsquo; plek is. Akkoord, zegt stemmetje, en die trekken als ze wat ouder worden dan weer net zo hard weg.  Naar dat dorp buiten de stad, met tevredenstellend voorzieningenniveau inclusief die Hema, die aantrekkelijke woningen, de rust, het schoon, het heel en het veilig.   Okee, stemmetje daar heb je me, maar er zijn toch nog andere pull-factoren voor de stad&hellip;zoals&hellip;.ahum.   </p>
<p> Ach weet je, wellicht is het toch nog niet zo stom om het dorp in de stad te verkopen. Voordat steden  helemaal worden ingehaald door dorpen.  &lsquo;Ach mijnheer, zo&rsquo;n cabrio-porsche, weet je als je het dakje inklapt dan kun je er een bankstel meer verhuizen. Dus eigenlijk, diep van binnen, is het de ultieme gezinsauto&hellip;&rsquo;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub><em>&#8212;</em></sub></p>
<p><sub><em>Foto boven: Pascalkwartier Rotterdam (Bron: http://www.pascalkwartier.nl/)&nbsp;</em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-stad-modern-verkocht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Samen bouwen in Baugruppen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/samen-bouwen-in-baugruppen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/samen-bouwen-in-baugruppen/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Mar 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Baugruppen]]></category>
		<category><![CDATA[Berlijn]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[CPO]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/03/samen-bouwen-in.jpg" /> Duitse voorbeelden laten interessante oplossingen zien voor de in een krimpkramp geschoten Nederlandse bouwwereld. Duitsland laat zien dat het goed mogelijk is om de kwantitatieve woningmarkt om te buigen in]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Duitse voorbeelden laten interessante oplossingen zien voor de in een krimpkramp geschoten Nederlandse bouwwereld. Duitsland laat zien dat het goed mogelijk is om de kwantitatieve woningmarkt om te buigen in een kwalitatieve woningmarkt. </strong></p>
<p>Goedkoop moest het zijn, en duurzaam, en het liefst ook ecologisch. Maar de grootste wens van de initiatiefnemers voor hun toekomstige droomwoningen in de Esmarchstrasse in Prenzlauer Berg in Berlijn was een houten gebouw. Kaden Klingbeil Architekten nam de uitdaging aan en bouwde een appartementenblok met zeven woningen, volledig van geprefabriceerd hout. Met als voordeel dat de bouwtijd snel, en de kosten laag waren. Het allergrootste cadeau voor de bewoners zijn de lage stookkosten: een woning van 140 vierkante meter verstookt door de goede isolatie voor minder dan 500 euro per jaar.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100308_Esmarchstrasse%203%20illustratie%204%20DEF.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em>Interieur Esmarchstrasse</em><em> (foto: Kaden Klingbeil Architekten)</em></p>
<p>Het Berlijnse project leert dat zelfbouw leidt tot de inwilliging van veel wensen die klinken vanuit het stadhuis. De nieuwbouw is namelijk ecologisch, duurzaam gebouwd, architectonisch vernieuwend, en geschikt voor huishoudens met kinderen die graag in de stad willen wonen. Niet in de vorm van eengezinswoningen, maar gestapeld, waardoor kostbare ruimte wordt bespaard. En tegen lage kosten, omdat de bewoners zelf het werk doen: idealistisch, maar vooral pragmatisch.</p>
<p>In Nederland vindt dergelijk collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) ook plaats, maar nog zeer incidenteel en amper in grote steden. Toch constateert de VROM-Raad een aantal sociaal-culturele trends die een sterke werking op het functioneren van de woningmarkt zullen gaan hebben (Wonen in ruimte en tijd. Een zoektocht naar sociaal-culturele trends in het wonen (VROM-raad, Den Haag, 2009). Een van die trends is het wonen met gelijkgestemden. De vraag naar deze micromilieus waar wonen, werken, zorg en recreëren gemengd zijn zal in de toekomst flink stijgen. Daarnaast willen woonconsumenten in toenemende mate zelf projecten ontwikkelen.</p>
<p>Deze kwalitatieve woningvraag vereist gedifferentieerd bouwen en dat stelt eisen aan de schaal van de bouwprojecten. De VROM-raad adviseert kleinschaligheid en stap-voor-stap ontwikkelen om aan de woonvraag tegemoet te komen. Duitsland is duidelijk voorloper in de omslag van kwantitatief naar kwalitatief en kleinschalig bouwen. Hiervoor is een demografische reden: Duitsland loopt qua krimp ongeveer tien jaar op Nederland voor, kent nauwelijks groei en heeft daardoor geen grote, Vinex-achtige stadsuitbreidingen. In Duitsland is de klant al jarenlang koning, vooral omdat hij zelf bepaalt, en zelf bouwt, in zogenoemde ‘Baugruppen’.</p>
<p>Waar in Duitsland de omslag van kwantitatief naar kwalitatief bouwen al is gemaakt lijkt Nederland nog niet zo ver. Werd in het Woningbehoeftenonderzoek van 2006 een woonvraag van 330.000 huurwoningen en 400.000 koopwoningen tot 2015 geraamd. Dit groeidenken lijkt nu even vergeten. Felle discussies om in te grijpen in de <a href="http://www.nirov.nl/Home/Nieuws/Nieuws_Items/Nederland_maakt_veel_meer_nieuwbouwplannen_dan_nodig.aspx?mId=10437&amp;rId=283" target="_blank">veel te groot geachte planvoorraad</a> voeren de boventoon.<br />
De <a href="http://www.parool.nl/parool/nl/6/WONEN/article/detail/278379/2010/02/06/Woningbouw-Amsterdam-stagneert.dhtml" target="_blank">nieuwbouwproductie</a> in de grote steden ligt dan ook nagenoeg stil. Dieptepunt in deze discussies vormde wel het moment dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken opriep geen woningen in <a href="http://www.nrc.nl/binnenland/article2476498.ece/Bijleveld_geen_huis_kopen_in_krimpgebied" target="_blank">krimpgebieden</a> te kopen.<br />
Zeeland noemt het bouwen van kwalitatief goede woningen inmiddels als een van de middelen om de <a href="http://www.pzc.nl/regio/zeeuws-vlaanderen/6211687/Proef-met-krimpbouwen-in-Oostburg.ece" target="_blank">krimp</a> te lijf te gaan.</p>
<p>Een Baugruppe is een groep mensen die zich aaneensluiten om samen een woon/werkcomplex te bouwen, waarin individuele wensen en collectieve voorzieningen samenkomen. De gemiddelde grootte ligt rond de 10 á 15 huishoudens. In <a href="http://www.archined.nl/nieuws/2010/februari/duitse-toestanden-leren-van-het-tuebingen-model/" target="_blank">Tübingen</a>, Stuttgart, Freiburg en Hamburg en Berlijn maakt het actief stimuleren van Baugruppen deel uit van het gemeentelijk beleid. En met effect; alleen al in Berlijn zijn meer dan 100 Baugruppen actief die voor een groei van 10.000 inwoners in de binnenstad hebben geleid; een positief resultaat van de Berlijnse ‘blijfpolitiek’ om het samen bouwen in –en voor- de stad actief te stimuleren.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100308_Esmarchstrasse%203%20illustratie%207%20interieur%20DEF.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em>Interieur </em><em>Esmarchstrasse</em><em> (foto: Kaden Klingbeil Architekten)</em></p>
<p>Door Baugruppen in Nederland sterker te stimuleren kan de wens tot schaalverkleining worden ingevuld, waarmee de grote risico’s waar veel grootschalige projecten nu tegenaan lopen vermeden kunnen worden. Er blijven geen onverkoopbare woningen over, omdat de schaal van de projecten behapbaar is. De Duitse voorbeelden laten zien dat de betrokkenheid van Baugruppenbewoners groot is; het zijn actieve stadsburgers en geen passieve woonconsumenten. Ofwel: samenbouwers vergroten de leefbaarheid. Het samen laten bouwen kan ook een interessante invulling van het begrip ‘creatieve industrie’ zijn. Binnen de creatieve industrie werken mensen die gewend zijn het heft in eigen hand te nemen. Daarbij zien samenbouwers potenties van plekken die gemeenten over het hoofd zien.</p>
<p>Toch heerst er in Nederland nog veel angst, en/of onwil om samenbouwers te stimuleren. Veel CPO-projecten werken volgens het Ravensburger-iedereen-kan-schilderen-model: er wordt van de zelfbouwers veel, heel veel creativiteit gevraagd, maar wel binnen strenge, door de overheid opgestelde mix van eisen, regels, wensen, idealen en beleidsdoelen, waardoor de moed de zelfbouwers snel in de schoenen zakt. De Duitse praktijk laat zien dat de angst voor ‘Belgische toestanden” onterecht is; de Baugruppen komen door de kleine schaal vaker tot inventieve architectonische –en duurzame- oplossingen dan grote projectontwikkelaars. De kritiek dat CPO een margeverschijnsel is binnen de kwantitatieve Nederlandse woningbouwopgave, die alleen nichegroepen bedient is terecht. De woningmarkt van vandaag is echter één grote nichemarkt is, of overheid en ontwikkelaars dat nu willen of niet.</p>
<p>Baugruppen zijn de avant-garde van nieuwe vormen van kleinschalig samen ontwikkelen en wonen. Gemeenten kunnen bij deze trend aanhaken door de positie van samenbouwers te versterken. In Hamburg gebeurt dit door rond de 20 procent van alle voor etagebouw geschikte kavels voor Baugruppen te reserveren. Goede stedenbouwkundige plannen zijn daarvoor noodzakelijk, waar onderzocht moet worden hoe een gevarieerd programma en functiemenging op kleine schaal mogelijk zijn. Want een ingrijpend demografisch-ruimtelijk transformatieproces als krimp vereist inzicht in de totstandkoming van gevarieerd programma, om steden en dorpen aantrekkelijk te houden. Meer vertrouwen in de zelf- en samenbouwers is vereist in plaats van de zoveelste pot subsidie, gekoppeld aan beleidsdoelen van de overheid.</p>
<p>Door CPO een grotere kans te geven zal de variatie aan opdrachtgevers die de stad vormgeven groter worden. Dat maakt de stad completer, omdat iedere partij andere afwegingen maakt die in de gebouwde vorm tot uitdrukking komt. Alleen op die manier kunnen steden en dorpen zich tot aantrekkelijke vestigingsplaatsen ontwikkelen; iets waar ieder stadsbestuur in de concurrentieslag tussen de steden naar streeft.</p>
<p>Daarom, gemeenten van Nederland: ga aan de slag met de wensen, idealen en ambities van de bouwlustigen in uw gemeente. En zorg er voor dat ieders droomhuis geen luchtkasteel hoeft te blijven.</p>
<p><em><sub>&#8212;<br />
</sub></em></p>
<p><em><sub>Foto boven: Esmarchstrasse </sub></em><em><sub>(foto: Kaden Klingbeil Architekten, <a href="http://www.kaden-klingbeil.de/">www.kaden-klingbeil.de</a>)</sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/samen-bouwen-in-baugruppen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningen in zicht?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningen-in-zicht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningen-in-zicht/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/woningen-in-zicht.jpg" /> En als we nu eens genoeg woningen hebben? Ja, sorry, ik val nogal met de deur in (het zoveelste) huis, maar dat schoot opeens door me heen. Wat als zou]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>En als we nu eens genoeg woningen hebben? Ja, sorry, ik val nogal met de deur in (het zoveelste) huis, maar dat schoot opeens door me heen. Wat als zou blijken dat we genoeg woningen hebben, dat zou schrikken zijn, denk ik.</p>
<p>Krimp, nou ja die krimp, hoor ik u denken, die krimp zit toch alleen maar in de randen van Nederland. De buitengewesten. Guur, einde van onze wereld, ontzettend ver zuid…Limburg, heel hoog weggestopt oost …Groningen, bijna in de zee gelegen ver weg &#8230;Zeeland. Maar in de rest van ons  lage land, daar is toch nog volop vraag. Daar worden overrijpe twintigers ongeveer uit hun slaapkamers bij pa en ma gedrukt. Ingebouwd door de eerste verzameling meubeltjes en andere uitzet die meteen in het zo fel gewenste maar helaas bijna onverkrijgbare eerste huis kunnen worden gezet.  Daar schuifelen hordes (plotseling!) alleenstaanden met doorweekte kleren door kille straten, op zoek naar een woning, maakt niet uit wat voor woning, als het maar enigszins wind- en waterdicht is.</p>
<p>U ziet ze niet. Ik zie ze niet. Maar ze moeten er zijn. Want onze rekenmodellen geven het aan. En zo’n model dat is de waarheid, want daar is over nagedacht. Dat weten we heel goed want we kennen al die veronderstellingen die onder zo’n model liggen. Toch? En we weten dat als ook maar één variabele iets anders zou zijn, de uitkomsten compleet wijzigen, toch?   Natuurlijk, wij laten ons niet met een kluitje het riet in sturen (al was het maar omdat het riet wel de laatste plek zou zijn waar je een woning vindt).</p>
<p>Weet u dat ik laatst een flard meekreeg van een evaluatie van ons belangrijkste rekenmodel. Bleek dat men onder andere over het hoofd had gezien dat als twee huishoudens gingen samenwonen er een woning op de markt beschikbaar komt. Au!</p>
<p>Maar voor de rest kloppen al die modellen natuurlijk als een bus.  Want er is volop druk op de woningmarkt. Er staan nauwelijks huizen te koop. Laat staan woningen onder de 2,5 ton. Zo schaars als kaviaar. En de onderkant van het bezit van woningcorporaties verhuurt natuurlijk als een tierelier. Het is niet veel, maar kost nog minder en de woningnood is enorm. Dus die gaan als de allerwarmste broodjes over de door legers van huizenzoekers belaagde toonbanken. Toch?</p>
<p>Ongerust zou je pas hoeven te worden als woonbehoefte modellen niet blijken te kloppen, of elkaar tegenspreken. Als zelfs betaalbare koopwoningen niet verkocht worden.  Als steeds meer huurwoningen niet verhuurd worden. Als alles er op wijst dat we genoeg woningen hebben.  Maar er is gelukkig geen enkel teken dat daar op wijst.  Wees niet ongerust, in onze informatiemaatschappij zouden we zo’n teken meteen opvangen.  Zo’n grote verandering zie je echt wel aankomen. Zoals bijvoorbeeld ….de kredietcrisis (?) Toch?</p>
<p>Venhoop</p>
<p><em><sub>&#8212;</sub></em></p>
<p><em><sub>Foto boven: Sjors de Vries </sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningen-in-zicht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Grijsnuances</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/grijsnuances/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/grijsnuances/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Heidi Linck</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Arnhem]]></category>
		<category><![CDATA[Gelderland]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/grijsnuances.jpg" /> De gebouwen van de Provincie Gelderland in Arnhem, gelegen tussen de Frostbrug en de Eusebiuskerk, vormen met elkaar een op zijn minst opvallende plek binnen een historisch beladen omgeving. Een]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De gebouwen van de Provincie Gelderland in Arnhem, gelegen tussen de Frostbrug en de Eusebiuskerk, vormen met elkaar een op zijn minst opvallende plek binnen een historisch beladen omgeving. Een deel van de gebouwen die hier staan moet plaats maken voor nieuwbouw. Het maakt een nieuwe discussie over deze locatie urgent. Een analyse vanuit drie verschillende invalshoeken.</strong></p>
<p>Wat kunnen beeldend kunstenaars betekenen in een dergelijke discussie? Hoe kunnen zij de ruimtelijke plannen verrijken? Ter oriëntatie op mogelijke antwoorden vergelijk ik als beeldend kunstenaar mijn individuele beleving van de locatie met die van landschapsarchitect Martijn Fransen en die van Henk Willems. Willems is ambtenaar bij de Provincie Gelderland, en al dertig jaar gebruiker van de gebouwen. In onze drie individuele belevingen ontmoeten we elkaar af en toe, maar verschillen onze interpretaties eveneens.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100222_grijsnuances3%20def.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em>Gevels van provinciale gebouwen (foto: Heidi Linck)</em></p>
<p>Het contrast met de omgeving valt ons alle drie op. De gebouwen liggen in een historisch bijzondere omgeving. Ze kijken uit op de brug waar de slag om Arnhem plaats heeft gevonden. Diverse gedenktekens, monumenten en het informatiecentrum verwijzen naar deze voor Arnhem zo heftige gebeurtenis. Aan de andere kant bevinden zich de markt en de Eusebiuskerk.</p>
<p>Henk Willems hecht veel waarde aan de historische lading van de omgeving. Op mijn vraag of hij die plekken wel eens bezoekt in zijn lunchpauzes , zegt hij: ‘Nee, dat is niet perse nodig. Ik weet dat deze plekken hier liggen. Puur de gedachte dat hier zulke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, maakt al dat ik de betekenis van deze plek kan beleven’.</p>
<p>Ik beleef de plek rondom de gebouwen heel anders dan de ruimte eromheen. Om bij de gebouwen te komen, moet je onder een donkere, poortachtige entree door. Vanaf dat moment waan ik mij in een volstrekt ander gebied. Om mij heen vangen hoge gebouwen het zicht op de omgeving en zelfs de geluiden weg. Hier heerst orde en rust, die de drukke, kleurrijke vrijdagmarkt en de kermis niet kunnen verstoren. De gevels tonen elk verschillende, maar regelmatige patronen in zakelijke, geometrische vormen die een abstracte tekst weergeven waarvan ik de letters niet kan lezen, maar de inhoud wel begrijp: orde, inzichtelijkheid, veiligheid en systematiek.</p>
<p>Landschapsarchitect Martijn Franssen stelt: ‘De gebouwen hebben weinig uitstraling en blijven anoniem. Het is en blijft naar binnen gekeerd, zonder uitnodigende verbindingen met de naastgelegen Markt, de Rijnkade en het bruggenhoofd van de Frostbrug. De gebouwen zijn intern vast prima georganiseerd, maar naar buiten toe lijkt dit zeker niet het geval te zijn.”</p>
<p>Waar ligt dit aan? Volgens Franssen in ieder geval niet aan de stijl van modernistische architectuur. Wel aan de manier waarop is omgegaan met plasticiteit, de indeling van gevels, en de hoogte van de bouwvolumes. “Stedenbouwkundig gezien staan de gebouwen strak tegen elkaar. Dit laat voldoende ruimte voor expeditie en parkeren, maar biedt weinig kansen om de plek aangenaam te maken voor gebruikers. En dit laatste is juist wat je op deze bijzondere plek in het centrum van de stad zou willen.’</p>
<p>De Prinsenhofkantoren die op de nominatie staan om gesloopt te worden wegens  nieuwbouw, zijn in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebouwd. Die omschrijft Willems als grauw, vooral aan de buitenkant: ”Eerst zag het er fris uit, met zoveel lichte en groene tinten aan de buitenkant. Maar dat crèmewit werd al snel een soort grijs-zwart, waarschijnlijk onder invloed van de vuile lucht, regen en wind. De grauwe atmosfeer werkt in op je gemoedstoestand. Soms zie ik onze organisatie voor me als een machine, waar je als ambtenaar een klein radertje van bent. Ook onze hiërarchie zie je terug in het gebruik van het gebouw: wie in de kelders van het gebouw werkt, werkt eveneens in de kelders van de organisatie.”</p>
<p>Zelf ontdek ik echter ondanks de grauwheid ook interessante kwaliteiten aan de gebouwen. Binnen in de Prinsenhof staan op de muur langs een trap strakke groene en zwarte lijnen geschilderd, zoals je dat in een nieuw gebouw nooit meer zal tegenkomen. Ook al is het nog te vroeg voor nostalgie, ook dit gebouw begint een historisch karakter te krijgen!</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100222_grijsnuances6%20def.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <!--[if gte mso 9]><xml> <o:OfficeDocumentSettings> <o:AllowPNG /> </o:OfficeDocumentSettings> </xml><![endif]--><!--[if gte mso 9]><xml> <w:WordDocument> <w:View>Normal</w:View> <w:Zoom>0</w:Zoom> <w:TrackMoves /> <w:TrackFormatting /> <w:HyphenationZone>21</w:HyphenationZone> <w:PunctuationKerning /> <w:ValidateAgainstSchemas /> <w:SaveIfXMLInvalid>false</w:SaveIfXMLInvalid> <w:IgnoreMixedContent>false</w:IgnoreMixedContent> <w:AlwaysShowPlaceholderText>false</w:AlwaysShowPlaceholderText> <w:DoNotPromoteQF /> <w:LidThemeOther>NL</w:LidThemeOther> <w:LidThemeAsian>X-NONE</w:LidThemeAsian> <w:LidThemeComplexScript>X-NONE</w:LidThemeComplexScript> <w:Compatibility> <w:BreakWrappedTables /> <w:SnapToGridInCell /> <w:WrapTextWithPunct /> <w:UseAsianBreakRules /> <w:DontGrowAutofit /> <w:SplitPgBreakAndParaMark /> <w:DontVertAlignCellWithSp /> <w:DontBreakConstrainedForcedTables /> <w:DontVertAlignInTxbx /> <w:Word11KerningPairs /> <w:CachedColBalance /> </w:Compatibility> <w:DoNotOptimizeForBrowser /> <m:mathPr> <m:mathFont m:val="Cambria Math" /> <m:brkBin m:val="before" /> <m:brkBinSub m:val="&#45;-" /> <m:smallFrac m:val="off" /> <m:dispDef /> <m:lMargin m:val="0" /> <m:rMargin m:val="0" /> <m:defJc m:val="centerGroup" /> <m:wrapIndent m:val="1440" /> <m:intLim m:val="subSup" /> <m:naryLim m:val="undOvr" /> </m:mathPr></w:WordDocument> </xml><![endif]--><!--[if gte mso 9]><xml> <w:LatentStyles DefLockedState="false" DefUnhideWhenUsed="true"   DefSemiHidden="true" DefQFormat="false" DefPriority="99"   LatentStyleCount="267"> <w:LsdException Locked="false" Priority="0" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Normal" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="heading 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 7" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 8" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="9" QFormat="true" Name="heading 9" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 7" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 8" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" Name="toc 9" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="35" QFormat="true" Name="caption" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="10" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Title" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="1" Name="Default Paragraph Font" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="11" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Subtitle" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="22" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Strong" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="20" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Emphasis" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="59" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Table Grid" /> <w:LsdException Locked="false" UnhideWhenUsed="false" Name="Placeholder Text" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="1" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="No Spacing" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" UnhideWhenUsed="false" Name="Revision" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="34" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="List Paragraph" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="29" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Quote" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="30" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Intense Quote" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3 Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid Accent 1" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3 Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid Accent 2" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3 Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid Accent 3" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3 Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid Accent 4" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3 Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid Accent 5" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="60" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Shading Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="61" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light List Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="62" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Light Grid Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="63" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 1 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="64" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Shading 2 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="65" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 1 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="66" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium List 2 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="67" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 1 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="68" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 2 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="69" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Medium Grid 3 Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="70" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Dark List Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="71" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Shading Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="72" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful List Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="73" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" Name="Colorful Grid Accent 6" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="19" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Subtle Emphasis" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="21" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Intense Emphasis" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="31" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Subtle Reference" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="32" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Intense Reference" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="33" SemiHidden="false"    UnhideWhenUsed="false" QFormat="true" Name="Book Title" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="37" Name="Bibliography" /> <w:LsdException Locked="false" Priority="39" QFormat="true" Name="TOC Heading" /> </w:LatentStyles> </xml><![endif]--> <!--  /* Font Definitions */  @font-face 	{font-family:"Cambria Math"; 	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; 	mso-font-charset:0; 	mso-generic-font-family:roman; 	mso-font-pitch:variable; 	mso-font-signature:-1610611985 1107304683 0 0 159 0;} @font-face 	{font-family:Cambria; 	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; 	mso-font-charset:0; 	mso-generic-font-family:roman; 	mso-font-pitch:variable; 	mso-font-signature:-1610611985 1073741899 0 0 159 0;}  /* Style Definitions */  p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal 	{mso-style-unhide:no; 	mso-style-qformat:yes; 	mso-style-parent:""; 	margin-top:0cm; 	margin-right:0cm; 	margin-bottom:10.0pt; 	margin-left:0cm; 	mso-pagination:widow-orphan; 	font-size:11.0pt; 	mso-bidi-font-size:12.0pt; 	font-family:"Arial","sans-serif"; 	mso-fareast-font-family:Cambria; 	mso-fareast-theme-font:minor-latin; 	mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; 	mso-bidi-theme-font:minor-bidi; 	mso-fareast-language:EN-US;} .MsoChpDefault 	{mso-style-type:export-only; 	mso-default-props:yes; 	font-size:12.0pt; 	mso-ansi-font-size:12.0pt; 	mso-bidi-font-size:12.0pt; 	mso-ascii-font-family:Cambria; 	mso-ascii-theme-font:minor-latin; 	mso-fareast-font-family:Cambria; 	mso-fareast-theme-font:minor-latin; 	mso-hansi-font-family:Cambria; 	mso-hansi-theme-font:minor-latin; 	mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; 	mso-bidi-theme-font:minor-bidi; 	mso-fareast-language:EN-US;} .MsoPapDefault 	{mso-style-type:export-only; 	margin-bottom:10.0pt;} @page Section1 	{size:612.0pt 792.0pt; 	margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; 	mso-header-margin:35.4pt; 	mso-footer-margin:35.4pt; 	mso-paper-source:0;} div.Section1 	{page:Section1;} --> <!--[if gte mso 10]><br />
<mce:style><!    /* Style Definitions */  table.MsoNormalTable 	{mso-style-name:Standaardtabel; 	mso-tstyle-rowband-size:0; 	mso-tstyle-colband-size:0; 	mso-style-noshow:yes; 	mso-style-priority:99; 	mso-style-qformat:yes; 	mso-style-parent:""; 	mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; 	mso-para-margin-top:0cm; 	mso-para-margin-right:0cm; 	mso-para-margin-bottom:10.0pt; 	mso-para-margin-left:0cm; 	mso-pagination:widow-orphan; 	font-size:11.0pt; 	font-family:"Cambria","serif"; 	mso-ascii-font-family:Cambria; 	mso-ascii-theme-font:minor-latin; 	mso-fareast-font-family:"Times New Roman"; 	mso-fareast-theme-font:minor-fareast; 	mso-hansi-font-family:Cambria; 	mso-hansi-theme-font:minor-latin;}  --></p>
<p><em>Gevels van provinciale gebouwen (foto: Heidi Linck)</em></p>
<p>Die lijnen lijken nog eens te benadrukken dat je via die trap naar beneden moet gaan,’ zegt Willems. Ook zegt hij: “Die lijnen zag ik al jaren niet meer. Nu ben ik me er opeens weer van bewust dat die er staan.” We constateren dat we elkaar zouden kunnen rondleiden: niet alleen kan Henk mij als werknemer van alles vertellen over het gebouw, maar juist vanuit mijn onbekendheid met het gebouw en mijn kunstenaarsblik wordt mijn aandacht getrokken door andere kwaliteiten. Zaken die gebruikers van het gebouw opnieuw een beleving van hun eigen werkplek kunnen geven, los van de rijke en bijzondere omgeving waar de gebouwen in staan.</p>
<p>Bij de ontwikkeling van deze plek ligt het belang van een conceptuele en visuele relatie tot de omgeving voor de hand. Toch voorzie ik inmiddels ook de afleiding die een extreem beladen omgeving zou kunnen vormen voor het ontstaan van een eigen geschiedenis en cultuur op de plek zelf. Het gevaar ligt op de loer dat een plek ‘slechts’ een illustratie van de omgeving wordt door een te oppervlakkige verwijzing naar de historie.<br />
Nu de plannen voor de nieuwbouw nog niet volledig ontwikkeld zijn, daagt deze gedachte uit om op een inspirerende wijze te reageren op historie en tegelijk ruimte te geven aan de toekomst en de autonomie van een plek. Beeldend kunstenaars met affiniteit voor ruimtelijke transities zijn bij uitstek in staat om het onderzoek naar de ruimtelijke en conceptuele kwaliteiten van een specifieke locatie te verrijken.</p>
<p>Vrij van restricties kunnen zij op die manier vanuit hun autonome gevoeligheid en alertheid waarnemen en vragen stellen. Door verschillende disciplines al vanaf het begin bij elkaar te brengen, kan het plan conceptueel en visueel rijker worden. Vraag hierbij kunstenaars, ontwerpers en architecten niet om een individueel bedacht plan of voorstel, maar stel een team samen waarin die plannen juist in interactie met elkaar en de ruimte ontstaan. Zo kunnen we met elkaar tot vernieuwende en bruikbare plannen komen.</p>
<p><em><sub>&#8212;<br />
</sub></em></p>
<p><em><sub>Foto boven: entree bij de provinciale gebouwen (foto: Heidi Linck)</sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/grijsnuances/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spanning gezocht</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/spanning-gezocht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/spanning-gezocht/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/spanning-gezocht.jpg" /> De creatieve stad is voor veel stadsbesturen nog steeds hun kip met de gouden eieren. Ze zien zichzelf graag als creatieve, spannende stad. Intussen gooien ze het kind met het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De creatieve stad is voor veel stadsbesturen nog steeds hun kip met de gouden eieren. Ze zien zichzelf graag als creatieve, spannende stad. Intussen gooien ze het kind met het badwater weg. Want terwijl de creatieve klasse op zoek is naar een stad boordevol uitdagingen, cultuur, traditie en vooruitgang, beginnen onze steden steeds harder te lijden aan een vernietigende vertrutting.</strong></p>
<p><em>Door Wigger Verschoor en Jeroen Niemans</em></p>
<p>Al weer een heel aantal jaren geleden hebben Nederlandse steden op instigatie van Richard Florida de jacht op de creatieve klasse geopend. Deze klasse, ook wel ‘neo-bohemians’, vormt volgens velen een pot met goud aan het einde van de regenboog. Nadeel is dat deze groep als geen ander ongrijpbaar is voor beleidsmakers, juist omdat ze zich niet laten sturen door beleid. Met het <a href="../detail.php?id=308">ombouwen van een oude fabriek tot een creatieve broedplaats</a> ben je er niet. Voor creatieven is de stad spannend als hij 24 uur per dag blijft verrassen. Want de creatieveling is op zoek naar een vorm van stedelijkheid waarin vrijheid, creativiteit en ontmoeting de basis vormen.</p>
<p>Deze schoen wringt echter. Want tegenwoordig is er een beweging aan zet gekomen die juist van die scherpe randjes af wil. Die de rafelranden van de creatieve stad glad wil strijken, of dat al lang heeft gedaan. Neem Amsterdam. Door velen bewierookt als de creatieve hoofdstad van ons land. Vele oudere jongeren denken met weemoed terug aan spannende plekken als Vrieshuis Amerika, pakhuis Afrika, het Repetitiehuis, De Graansilo, het gekraakte OLVG en Rijkshemelvaart. Maar wat is er van over?</p>
<div class="wp-caption alignnone" style="width: 485px"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100219_spanninggezocht3.jpg" alt="artikel afbeelding" width="475" height="255" /><p class="wp-caption-text">NDSM werf in Amsterdam Noord (Foto: Coen de Rijk) </p></div>
<p>Wethouder van Poelgeest haalt graag de <a href="../detail.php?id=315">NDSM-werf in Amsterdam Noord</a> aan als voorbeeld van de door de stad gewenste stedelijkheid. Het is een goed voorbeeld van het spanningsveld tussen creativiteit en commercie. Jarenlang was het een toevluchtsoord voor kunstenaars en een speelplek voor creativelingen, maar inmiddels is het gebied ontdekt door de rest van de wereld, en omcirkeld door een integrale gebiedsontwikkeling. Weemoedig zien de bewoners van het eerste uur om zich heen kantoren verrijzen van bedrijven die zich aangetrokken voelen tot de sfeer van het gebied. De vrijhaven blijkt ineens, tot grote vreugde van de gemeente, de pullfactor te zijn voor ´hippe´ bedrijven als MTV, Red Bull, maar ook Nederlandse bedrijven als VNU en Hema. Het is daarmee de knuffelbroedplaats van Richard Florida-adepten geworden. Maar de NDSM-werf is inmiddels ontdaan van het rauwe, het autonome. MTV illustreert dit treffend in City Journal: ‘ je kunt er nog over bielzen of oude spoorlijntjes struikelen, maar het moet enigszins aangeharkt zijn.’ (zie <a href="http://www.nicis.nl/kenniscentrum/binaries/nicis/bulk/producten/cityjournal_6-2009_web.pdf">artikel maakbaarheid van de Stad</a> in City Journal)</p>
<p>Ergens ver buiten Amsterdam, in het Westelijk Havengebied, vind je nu nog de laatste grote culturele vrijplaats van de stad, het <a href="http://www.admleeft.nl/">ADM-terrein</a>. Wanneer zal ook deze plek worden doodgeknuffeld?</p>
<p>Intussen vinden frontale aanvallen plaats op de nog overgebleven ‘rechten’, die onze steden een rauw randje geven. Het kraken kan als het aan het huidige kabinet ligt op de helling. Zeker nu het tekort aan betaalbare woonruimte op zowel de huur- als koopmarkt vakkundig is opgelost. Ook zouden De Wallen definitief op slot moeten voor prostitutie, vanuit het idee dat er een veel betere plek voor hen is gevonden aan de rand van de stad. De Jordaan, tot slot, moet zijn definitieve vervolmaking bereiken nu het officieel tot ‘silent residential area’ is gekroond. Plezier is overlast, stilte de norm. Voor spanning moet je elders zijn.</p>
<p>Hans Boutellier en Nanne Boonstra constateren in hun artikel “Nederland lijdt hoe langer hoe meer aan collectieve pleinvrees” in NRC Handelsblad van 12 januari 2010 dat ‘soms zo voortvarend wordt gereguleerd, dat de spontane ordening wordt weggedrukt.’ Ze merken daarbij op dat er ‘naast de groeiende controle ook een toename is van evenementen, festivals en winkelcentra waar vooral genoten moet worden. Maar dan wel binnen strikte regels en veiligheidsvoorschriften. Uitbundig leven in een strakke orde van hekken, huisregels en particuliere beveiligers.’ Denk maar aan de ophef rondom het verbieden van de Dance Parade in Rotterdam. Ted Langebach geeft in de Spits van 4 februari aan dat ‘ door de toename van het aantal regels vrijdenkers vertrekken naar steden met minder regels’.</p>
<p>Ook in het kleine alledaagse is dit zichtbaar. Amsterdam meende in haar nieuwe terrassenbeleid dat staand drinken niet langer toelaatbaar is, om mogelijke overlast voor de buurtbewoners en passanten bij voorbaat uit te sluiten. Niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland rookt spruitjeslucht uit de schoorstenen van stadhuizen. Er is steeds minder oog voor één van de meest waardevolle kanten van stedelijkheid: de grote kans die je er hebt om verrast te worden door het onverwachte.</p>
<div class="wp-caption alignnone" style="width: 485px"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100219_spanninggezocht2.jpg" alt="artikel afbeelding" width="475" height="255" /><p class="wp-caption-text">(Foto: Coen de Rijk)</p></div>
<p>Maar de tegenbeweging groeit. Actiegroepen als Ai!Amsterdam en Ravebaar Nederland strijden tegen de vertrutting van de stad. En gelukkig zijn er ook nog steden die ondanks alle tegenstand volharden en spannender proberen te worden. Ooit ingedutte provinciesteden als Eindhoven, Venlo en Enschede worden door hergebruik, stadsvernieuwing en nieuwbouw gereanimeerd en vormen een dankbaar alternatief voor bijvoorbeeld Amsterdam. Lifestyleblog Swurdin.nl voegt Rotterdam aan dat rijtje toe. ‘Deze stad is het Nederlandse Berlijn. Toonaangevende clubs bestaan niet meer. (&#8230;) Alles draait om authenticiteit en intimiteit. Onder de radar. Amsterdam trekt steeds vaker naar Rotterdam voor authentieke feesten en een rauwe belevenis (&#8230;) Want Amsterdam mist ze.’</p>
<p>Kortom, de spannende stad staat volop in de belangstelling. Op 12 maart organiseert RUIMTEVOLK een avond rondom &#8216;<a href="../detail.php?id=326">De Spannende Stad</a>&#8216; Verschillende mensen zullen hun visie geven op wat een stad spannend maakt. En er zal een verkiezing plaatsvinden van de spannendste stad van Nederland. Waar? In Rotterdam, want daar gebeurt het in 2010!</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Coen de Rijk</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/spanning-gezocht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Intens betrokken bij de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/intens-betrokken-bij-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/intens-betrokken-bij-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Elders]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/intens-betroken-bij.jpg" /> Parkeren, geluidsoverlast, meer bomen in de straat. Participeren in planvorming in de Big Apple gaat er fanatiek en soms keihard aan toe. Planoloog Ren&#233;e Schoonbeek weet dat als geen ander.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Parkeren, geluidsoverlast, meer bomen in de straat. Participeren in planvorming in de Big Apple gaat er fanatiek en soms keihard aan toe. Planoloog Ren&eacute;e Schoonbeek weet dat als geen ander. Een gesprek over strategisch onderhandelen en mensen die zich &#8216;ergens vreselijk tegenaan bemoeien&#8217;. &quot;Het is een kwestie van mentaliteit en cultuur. Dat gaat heel diep.&quot;</strong> </p>
<p>Drie jaar geleden verhuisde Ren&eacute;e Schoonbeek naar New York. Eerst werkte ze als Assistent District Manager bij Community Board 4,een soort wijkraad op Manhattan. Nu is ze Director Streetscape and Sustainability bij een net opgerichte BID; letterlijk een &#8216;Bedrijvenverbetergebied&#8217;. Wat zijn haar ervaringen met participatie daar?</p>
<p><strong>Eerst maar even wat termen wegwerken. Wat doet&nbsp; een Community Board precies?</strong><br />&quot;Community Boards zijn buurtbelangenbehartigers. Het is geen nieuw concept. Al in 1951 werd de eerste opgericht, destijds heette het Planning Council. Het zijn hybride, onafhankelijke overlegorganen, die meedenken over planvorming in hun buurt en deel uitmaken van gemeentelijke inspraakprocedures. Er zitten buurtbewoners in, ondernemers en andere betrokkenen. Er staat geen vergoeding tegenover en bij mogelijke belangenverstrengeling moet je je onthouden van stemming. De enige voorwaarde voor deelname is dat je woont en of werkt in dat district.&quot;</p>
<p><strong>En wat is een BID?</strong><br />&quot;Een BID is een Business Improvement District, een zelfstandige non-profit organisatie die zorg draagt voor de veiligheid, aantrekkelijkheid, marketing en promotie van dat district. Het wordt gerund door lokale vastgoedeigenaren, commerci&euml;le huurders en ondernemers. Er gaat veel geld in om, totaal honderd miljoen dollar op jaarbasis. De eerste BID is twintig jaar geleden opgericht, nu zijn er 64 in New York. Ik werk bij de Hudson Square Connection, die is net opgericht. We zitten in het voormalig Printing District op Manhattan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100211_Aerial_Photo__BID_cutout_.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em>Een areal cutout van BID Hudson Square Connection (bron: &lsquo;edited by Hudson Square Connection&rsquo;) </em></p>
<p><strong>Beiden zijn dus voorbeelden van buurtparticipatie?</strong><br />&quot;Ja, hoewel natuurlijk heel verschillend. &quot;BID&#8217;s zijn vooral ondernemers, die feitelijk een publieke taak naar zich toe hebben getrokken. De meesten beseffen daarbij terdege dat beslissingen geen onderonsje kunnen zijn.</p>
<p>Community Boards zijn toch vooral georganiseerde buurtbewoners. Zij houden zich bezig met veel typisch lokaal kleine&#8217; kwesties: parkeren, groen, geluidsoverlast, straatnamen. Een groot deel van hun tijd zijn ze ook kwijt met de beoordeling van vergunningaanvragen. Voor terrassen, feesten, wegafsluitingen, kiosken op straat.</p>
<p>Maar het kan ook gaan over grotere issues, zoals het verlenen van een monumentenstatus of het aanwijzen van historische gebieden. En dat gaat er fanatiek aan toe, hoor. Neem het West Chelsea Historic District. Dat is volledig van onderop ge&iuml;nitieerd. E&eacute;n buurtbewoner heeft zich hiervoor jarenlang hard gemaakt, met succes!&quot;<br /><strong><br />Zijn Community Boards ook betrokken bij herontwikkeling of stedelijke vernieuwing?</strong><br />&quot;Reken maar! Zoning is het planningsinstrument in de VS, vergelijkbaar aan het Nederlandse bestemmingsplan. Op Manhattan gaat het natuurlijk vooral over &lsquo;rezoning&rsquo; oftewel herbestemming of herontwikkeling. Echt een big thing voor Community Boards. De board waar ik werkte, Community Board 4, zit aan de Westside van Manhattan ter hoogte van Chelsea, Clinton en Hell&#8217;s Kitchen.</p>
<p>Het is een voormalig havengebied met veel industrie, de Lincoln Tunnel en de Port Authority Bus Terminal. Vooral de afgelopen tien jaar is het gebied sterk ontwikkeld; er zijn enorme torens gebouwd met vooral kantoren en dure woningen, maar weinig voorzieningen. De voorgestelde openbare ruimte sluit bepaald niet aan bij de wensen uit de buurt. De Community Board heeft er de handen vol aan! Het is geweldig om te zien hoe professioneel dat wordt aangepakt.<br />&nbsp;<br /><strong>Beter dan hier?</strong><br />Ja, alles wordt tot in de puntjes voorbereid. Bij dergelijke bijeenkomsten worden veel mensen opgetrommeld, belangrijke sprekers met politieke slagkracht. Dat wordt gelijk vastgelegd in een flitsend filmpje dat via internet nog veel breder wordt verspreid. Amerikanen weten hoe ze zoiets moeten organiseren!</p>
<p>Maar het is niet alleen tegenspraak, hoor. Mensen maken zich hier vaak ook hard voor positieve dingen. Kijk, bij grote herontwikkelingen heeft een Community Board uiteindelijk wellicht niet zo veel invloed op het resultaat, of de hoogte van de gebouwen, maar wel op het proces. Ze zitten wel mooi aan tafel. Er wordt buitengewoon tactisch geopereerd en strategisch onderhandeld. En keihard gewerkt.</p>
<p><strong>Daar kunnen we in Nederland nog heel wat van leren&hellip;</strong><br />&quot;Absoluut. Bedenk wel: het zijn allemaal vrijwilligers! Het is echt een kwestie van mentaliteit, van cultuur. De grote betrokkenheid bij de stad, dat springt echt in het oog. Heel volhardend. Amerikanen realiseren zich dat als je iets wil bereiken, je zelf in actie moet komen.&quot;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/o-dRRxDkTNk" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/o-dRRxDkTNk"></embed></object>&nbsp;
<p><em>Een professioneel filmpje van actieve New Yorkers om een historisch stuk metro van de sloophamer te redden</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/7U9bxccwoUE" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/7U9bxccwoUE"></embed></object>&nbsp;
<p><em>Het Livable Neighborhoods Program van de Municipal Art Society geeft New Yorkers de middelen in handen om actief te participeren  </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;&nbsp;</p>
<p><em>Foto boven: Ren&eacute;e Schoonbeek vertelt over de Hudson Square Connection: de onlangs opgerichte BID in het printing district van Manhattan. (foto: Martijn Heil)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/intens-betrokken-bij-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Particuliere opdrachtgevers bouwen zich door de crisis heen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/particuliere-opdrachtgevers-bouwen-zich-door-de-crisis-heen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/particuliere-opdrachtgevers-bouwen-zich-door-de-crisis-heen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[CPO]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/particuliere-opdrachtgevers-bouwen.jpg" /> Nederlanders bouwen weer hun eigen huizen. Nog lang niet overal, maar particulier opdrachtgeverschap is in opkomst. Het begon een paar jaar geleden in gebieden als IJburg Steigereiland in Amsterdam en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nederlanders bouwen weer hun eigen huizen. Nog lang niet overal, maar particulier opdrachtgeverschap is in opkomst. Het begon een paar jaar geleden in gebieden als IJburg Steigereiland in Amsterdam en Roombeek in Enschede, waar grote variaties aan zelf gebouwde huizen ontstonden, met programmatische diversiteit en tot de verbeelding sprekende architectuur. In het Almeerse Homeruskwartier is de bandbreedte aan vrije kavels en het aantal bebouwingstypes echter veel groter dan elders, en is het bouwen niet voorbehouden aan het hogere marktsegment. De mensen vullen met hun eigen initiatieven het stedenbouwkundig plan van de wijk in. Daarmee wordt het bewijs geleverd van wat men vooraf niet voor mogelijk hield in Nederland: mensen kunnen zelf bouwen. Zij kunnen naast en tegen elkaar bouwen, en zij bouwen goedkoper dan projectmatige bouwers.</p>
<p></strong>Over de resulterende kwaliteit van dit soort gebieden kan men discussiëren. En dat doen architecten, bouwers, bewoners en buitenstaanders. De gebruikelijke beeldregie, in de vorm van een welstandscommissie of beeldkwaliteitplan ontbreekt in het Homeruskwartier. Dus kan de bouwer maken wat hij mooi vindt, binnen de regels van zijn kavelpaspoort &#8211; een document waarin  de bebouwingsgrenzen van het kavel zijn ingetekend &#8211; en de bouwregelgeving. Als architect ben ik enthousiast over IJburg Steigereiland, waar ik spannende architectuur zie. Ik ben echter sceptisch over Homeruskwartier, en vele vakgenoten met mij. Op het eerste gezicht staat hier veel traditioneel ogende catalogusbouw zonder fantasie. Toch ga ik dan voorbij aan een ander soort kwaliteit dat in dit gebied aan het ontstaan is. Dat werd mij duidelijk tijdens een vraaggesprek met Jacqueline Tellinga, planologe en medebedenkster van het  Homeruskwartier. Zij volgt de ontwikkeling van het gebied, waarvan de eerste projecten zijn opgeleverd van dicht bij en bezoekt regelmatig de zandvlakte waarin wegen, grachten en nutsaansluitingen de toekomst van het gebied verraden.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100209_jacqueline%20homerus%20def.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Jacqueline Tellinga en haar Homeruskwartier in aanbouw</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><strong>Ik vroeg haar wat Homeruskwartier uniek maakt. </strong><br />
Jacqueline legt uit: “door de spelregels bij de gronduitgifte en de opzet van het plan is een scala aan  keuzemogelijkheden voor de deelnemers ontstaan: het vestigen van een bedrijf, het combineren van wonen en werken, klein bouwen, groot bouwen. Ook zijn verschillende vormen van samenwonen mogelijk. Het interessante is dat, twee jaar na start verkoop, je al kunt zien dat door een andere manier van de organisatie van de bouw, een geheel andere vorm van stadsontwikkeling mogelijk is. Dat kreten als functiemenging, sociale gemeenschap, diversiteit, mengen van wonen met werken, integratie, betaalbaar wonen, noem allemaal maar op; al die doelstellingen die in beleidsnota’s staan hier allemaal ‘als vanzelf’ ontstaan. Alleen zie je dit niet als bezoeker van de wijk. Jij als architect ziet echter wél de cataloguswoning. En dat is waarop het Homeruskwartier wordt beoordeeld, op de esthetische kwaliteit. Toch zijn over deze wijk juist hele mooie en bijzondere dingen te zeggen. Of het nu wel of niet je stijlvoorkeur is. <strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Hoe toetst de gemeente op naleving van de bouwregels door deze grote aantallen bouwers?<br />
</strong>“De nadruk ligt op duidelijkheid op het voortraject, niet op toetsing achteraf. Dat hebben we de ontwerpers van het stedenbouwkundig plan, OMA, ook van het begin af meegegeven: we hebben nu te maken met honderden bouwers in een kleinschalige opzet, in plaats van vijf ontwikkelaars, Dit zijn er teveel  om ze achteraf nog bij te kunnen sturen met regels. De discussie over wat wel en niet is toegestaan beperkt zich daarom tot juridisch staafbare aspecten die zijn vastgelegd bij de gronduitgifte: bebouwingscontouren en afstandszones, maar bijvoorbeeld niet het toe te passen model tuinhek, wat in de praktijk aangevochten kan worden. Daardoor staan gemeente en bouwer als volwaardige partners tegenover elkaar in het proces”.<strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Wat levert het nu op, dat proces?<br />
</strong>”Voornamelijk kennis die wij in Nederland zijn kwijtgeraakt, namelijk het antwoord op de vraag: welke keuzes maken zelfbouwers, wat is hun zelfstandig investeringsgedrag? En wat is daarin het verschil met de gangbare professionele werkwijze in Nederland? Zo lukt het de zelfbouwer om met een lager investeringsniveau per m2 te werken, en  realiseert hij een grotere woning dan wat ontwikkelaars produceren. Die bouwen woningen waarbij 200 m2 uitzonderlijk is, terwijl sommige particulieren tot 350 m2 gaan. De particulier heeft zijn eigen opvattingen over nuttige investeringen en besparingen, en kiest zijn eigen expressie. Waar een architect bijvoorbeeld de problematiek van een geluidscontour in een geluidswalwoning zou vertalen, laat de zelfbouwer de oplossing van het probleem niet zichtbaar worden. Die kiest dan voor geluidswerend glas in een normaal ogende gevel. Ook het verschil in verkoopsucces tussen de aangeboden kaveltypes laat zien waar de prioriteiten liggen: de zelfbouwer blijkt een sterke voorkeur voor vrijstaand bouwen te hebben, zelfs als dat resulteert in een smalle woning met een miniem reststrookje ernaast.”</p>
<p><strong>Kun je iets zeggen over de onderlinge verhoudingen die ontstaan tussen de zelfbouwers?</strong><br />
”Ook de gemeenschap die zo ontstaat heeft een nieuwe dimensie. Men gaat een ruimtelijke en juridische relatie met elkaar aan, en men moet er samen uitkomen. Naast elkaar bouwen mensen met uiteenlopende etnische achtergronden hun huizen zonder dat de woorden “integratie” of “integratiebeleid” in de mond zijn genomen. Sommige bewoners hebben een mengvorm van Westerse en niet-Westerse architectuur laten bouwen. Sommige splitsbare kavels worden gedeeld met anderen.<br />
Dat gaat bijvoorbeeld zo: twee familieleden bouwen exact dezelfde huizen direct achter elkaar, misschien het gevolg van een bij de bouwer bedongen twee halen, een betalen-korting. Een ander voorbeeld: twee kopers in het Homeruskwartier, die elkaar bij de inschrijving leerden kennen, kochten samen drie kavels naast elkaar en bouwen nu beide op anderhalve kavel. Men maakt afspraken met elkaar. De regelmatig georganiseerde burenavonden gaan dan ook ergens over, het zijn geen inspraakavonden. De tijd zal het moeten bewijzen, maar de ingrediënten zijn er dat een hechtere gemeenschap ontstaat. Mensen bouwen hun eigen stad.”<br />
<strong><br />
Hebben architecten hier eigenlijk een rol in?</strong><br />
”Zeker, er zijn nog veel te weinig uniek ontworpen woningen. Je zou graag willen dat particuliere bouwers veel meer met architecten gaan werken. Dat is nog veel te weinig het geval. Maar, vergeet niet dat Almeerders allemaal zijn opgegroeid met dezelfde opdekdeur, de keuze bij de catalogusbouwer is dan al verrassend groot.  . En bij de formule “ik bouw betaalbaar” (een formule met een catalogus van speciaal ontworpen goedkope rijtjeswoningen met een gemeentelijke prijsgarantie, FE) voedt de architect de bouwer in feite op, hij kan daar het voortouw nemen. Misschien kan dat concept nog eens in een vrijstaande vorm worden gegoten.<br />
<strong><br />
Wat is de invloed van de crisis? Slaat die het geheel niet dood?</strong><br />
”Juist in dit gebied, kun je zien wat de crisis doet. Ontwikkelaars hebben er nu last van dat ze alleen grootschalig bouwen en weinig eigen vermogen hebben. Daardoor zijn ze afhankelijk van de banken. Als ontwikkelaars nu hun voorverkooppercentage van 70% niet meer halen, ligt de boel stil. Particuliere bouw is een veel kleinschaligere economie. Voor particulieren is het makkelijker om een hypotheek te krijgen. Het is eerder de verkoop van een huis waardoor het nu langer duurt voordat ze de stap wagen. Inmiddels zetten wij door ontwikkelaars teruggegeven grondposities om in particuliere kavels. Mensen leveren op dit moment het bewijs dat zij zelf kunnen bouwen, ook met een kleine beurs, en ook tijdens de recessie.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: bouwbord in het Homeruskwartier (foto: Florian Eckardt)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/particuliere-opdrachtgevers-bouwen-zich-door-de-crisis-heen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bijeenkomst: &#8216;De Spannende Stad&#8217; vrijdag 12 maart Rotterdam</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bijeenkomst-de-spannende-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bijeenkomst-de-spannende-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/bijeenkomst-de-spannende.jpg" /> LET OP: HELAAS UITVERKOCHT &#160; De urbane revolutie gaat onverminderd door. De stad met al z&#8217;n massa en zijn onvoorspelbare mix van voorzieningen zal aantrekkelijk blijven voor verschillende bevolkingsgroepen en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-weight: bold" class="Apple-style-span">LET OP: HELAAS UITVERKOCHT</span></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De urbane revolutie gaat onverminderd door. De stad met al z&rsquo;n massa en zijn onvoorspelbare mix van voorzieningen zal aantrekkelijk blijven voor verschillende bevolkingsgroepen en individuen. Over 20 jaar woont dan ook naar verwachting driekwart van de mensheid in de stad.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tegelijkertijd gaan steden de concurrentie met elkaar aan om overeind te blijven in de globaliserende wereld. De winnaars van morgen zullen de steden zijn die mensen blijvend kunnen uitdagen door en met een aantrekkelijke stedelijkheid. Waar een gezond spanningsveld bestaat tussen traditie en vooruitgang, tussen ordening en vrijheid. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De vraag waar we nu voor staan is hoe we in Nederland anno 2010 met dit spanningsveld omgaan. Hoe aantrekkelijk, spannend is de Nederlandse stad eigenlijk? Waar blinkt Rotterdam in uit? En Amsterdam juist niet? Wat maakt Groningen zo speciaal en Utrecht zo gewoon? Hoe staat het met de stedelijkheid van de Nederlandse steden? Kunnen we stedelijkheid ontwerpen en organiseren? Of moeten we meer ruimte bieden voor het onverwachte, het onzekere en onvoorspelbare. Wat is eigenlijk de spannendste stad van Nederland? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Om op deze vragen antwoord te krijgen organiseert RUIMTEVOLK op vrijdag 12 maart een spannende bijeenkomst in <a href="http://www.use-it.nl/">Use-It</a> in Rotterdam, waarin we tussen jonge wereldreizigers met vakgenoten en andere gepassioneerden vanuit diverse invalshoeken naar de Nederlandse steden willen kijken. Thema&rsquo;s als leefbaarheid, de vlucht van de gezinnen en middeninkomens, het dilemma van hoge dichtheden, milieuproblematiek, citymarketing, creatieve klasse, gentrification, de complexe wet- en regelgeving enzovoort. komen daarbij allemaal, integraal en kris kras aan bod. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het doel van deze bijeenkomst is om mensen die elke dag aan de stad werken te inspireren om op zoek te gaan naar een gezond en uitdagend spanningsveld in de Nederlandse stad.&nbsp;In een verrassende setting presenteren en discussieren in de spotlights van de spannende stad:</p>
<p>- Reimar von Meding (architect, <a href="http://www.kaw.nl">KAW architecten en adviseurs</a>)  </p>
<p>- Marc Schuilenburg (juridisch filosoof en auteur van &lsquo;Mediapolis&rsquo;, <a href="http://www.marcschuilenburg.nl/">site</a>)  </p>
<p>- Rini Biemans (cultureel entrepeneur Antenne Rotterdam, <a href="http://www.rinibiemans.nl/">site</a>)  </p>
<p>- Thaddeus Muller (stadssocioloog en schrijver van &lsquo;<a href="http://www.uit-het-broek.nl/showcase/De%20warme%20stad.pdf">de Warme Stad</a>&rsquo;)  </p>
<p>- Loulou van Ravesteijn (voorzitter <a href="http://ravebaar.nl/">Ravebaar Nederland</a>)  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Fred Schoorl (directeur strategie <a href="http://www.ymere.nl">Ymere</a>, ex-directeur Nirov) treedt op als moderator.   </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Klapstuk van de avond vormt de verkiezing van de spannendste stad van Nederland en het RUIMTEVOLK artikel van het jaar 2009.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong> De Spannende Stad </strong></p>
<p><strong>Vrijdag 12 maart 2010 /&nbsp;16.30 &#8211; 20.00u</strong></p>
<p><strong>Locatie: <a href="http://www.use-it.nl/">Use-It</a></strong><strong> /&nbsp;Schaatsbaan 41-45 (<a href="http://maps.google.com/maps?client=safari&amp;q=schaatsbaan+41,+rotterdam&amp;oe=UTF-8&amp;ie=UTF8&amp;hq=&amp;hnear=Schaatsbaan+41,+3013+Rotterdam,+Zuid-Holland,+The+Netherlands&amp;ei=4E1sS9ahAc7x-QbHncH6Aw&amp;ved=0CA4Q8gEwAA&amp;ll=51.923335,4.46708&amp;spn=0.006299,0.014119&amp;t=h&amp;z=17">Google Maps</a>) /&nbsp;Rotterdam</strong></p>
<p><strong>Kosten: &euro; 15,- (inclusief lichte maaltijd)</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>+++ HELAAS UITVERKOCHT +++</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bijeenkomst-de-spannende-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het ‘nieuwe werken’ geeft wijken in opkomst een impuls</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-nieuwe-werken-geeft-wijken-in-opkomst-een-impuls/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-nieuwe-werken-geeft-wijken-in-opkomst-een-impuls/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Linda Peeters</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwe werken]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>
		<category><![CDATA[Venlo]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/het-nieuwe-werken.jpg" /> Een groeiend aantal zelfstandig ondernemers wil mobiel werken. Maar hoe voorzie je als stad in deze behoefte? Tijdens de Guerrilladesk van 28 oktober inventariseerden Den Haag en Venlo met creatieve]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een groeiend aantal zelfstandig ondernemers wil mobiel werken. Maar hoe voorzie je als stad in deze behoefte? Tijdens de Guerrilladesk van 28 oktober inventariseerden Den Haag en Venlo met creatieve ondernemers, architecten en pleitbezorgers van het nieuwe werken hoe de overheid het ontstaan van deze flexibele werklocaties kan stimuleren. “Het loont vooral om te investeren in wijken in opkomst.”</strong></p>
<p>Hangar 36 is deze week drie dagen lang de plek voor de Guerrilladesk, een open workspace voor ondernemers en professionals. Initiatiefnemer Eric Haas: “Het idee achter de Guerrilladesk is groeien door te delen. Dat betekent dat ondernemers hier kunnen werken, netwerken en brainstormen.” Hangar 36 is net als de Caballerofabriek en Labs 55 een succesvol voorbeeld van een creatieve broedplaats waar Haagse ondernemers samenwerken.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100129_werklunch%202.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sub>Werklunch tijdens de Guerrilladesk in de Haagse Hangar 36 (beeld: Maarten Fleskens)</sub></em></p>
<p>Een van de deelnemers vandaag is Paul Kersten. Als beleidsadviseur bij de gemeente Den Haag onderzoekt hij welke locaties in Den Haag aantrekkelijk zijn voor zzp’ers. “Steeds meer ondernemers zijn op zoek zijn naar flexibele kantoorruimte. In de eigen stad of bij hun opdrachtgevers in de buurt. Als gemeente willen we hen graag daarbij helpen.”</p>
<p>Kersten vraagt de deelnemers wat ze bijvoorbeeld vinden van mobiele werkplekken op het Haagse Plein of in het Statenkwartier. Wigger Verschoor van RUIMTEVOLK vindt dat niet zulke interessante locaties: “In die wijken spelen ondernemers vanzelf in op de behoefte van bewoners en bezoekers. Daar ontstaan de flexwerklocaties uit eigen beweging. Het zijn vooral wijken in opkomst, zoals Den Haag zuidwest, die je zou kunnen stimuleren. Daar zit de dynamiek. Laten we niet vergeten dat de locaties niet op zich staan, dat ze ook de economie van de wijk stimuleren. Als je tot ondernemerschap aanspoort, geef je de buurt een impuls.”</p>
<p>Volgens Kersten worstelt de gemeente met de vraag of je dit soort processen helemaal vrij moet laten of toch regie moet bieden. “De regie kan beginnen met het stellen van randvoorwaarden voor een gebied”, oppert Dennis Laing van de gemeente Deventer. “Welke kenmerken heeft de ideale plek? In Deventer transformeert het oude havengebied tot nieuw werkgebied. Het is  een afgedankt industriegebied en dus hebben mensen de vrijheid het opnieuw in te richten.”</p>
<p>“Je kunt plekken faciliteren, maar je kunt ze niet máken”, gelooft Wigger Verschoor. “Neem bijvoorbeeld Boedapest. Daar creëren ondernemers in de zomer openluchtbars op binnenplaatsen van steeds weer andere huizenblokken in steeds weer andere wijken. Je weet van te voren nooit hoe lang ze op een bepaalde locatie gevestigd zijn, maar juist door het tijdelijke en mobiele karakter ontstaat een bepaalde dynamiek die reuring geeft en mensen trekt.”</p>
<p><strong>Afhankelijk van pioniers</strong><br />
Gelooft Verschoor niet zo in de maakbaarheid van creatieve broedplaatsen, een van de andere aanwezigen deze middag, Bernard Ellenbroek, beleidsadviseur cultuur van de gemeente Venlo, is van mening dat die juist wel te creëren is. Hij vertelt dat zijn werkgever momenteel de verpauperde binnenstadswijk Q4 herontwikkelt tot nieuwe woon- en werkwijk. “Dit was tot voor kort een criminele wijk met veel drugsoverlast. Nu knappen we de buurt op in nauwe samenwerking met ondernemers en bewoners.”</p>
<p>In Q4 zijn al diverse broedplaatsen ontstaan in panden die de gemeente eigenlijk wil slopen of renoveren. “Die broedplaatsen moeten uiteindelijk een vaste plaats krijgen in een bedrijfsverzamelgebouw en in een cultureel creatieve winkelstraat. Ook bouwen we huizen waar wonen en werken onder één dak mogelijk is. Samen met deze pioniers kunnen we het klimaat in de buurt zo uiteindelijk enorm verbeteren.”<br />
Marcel Tabbers is één van die pioniers in Q4. “Wat ons ondernemers bindt is de wijk. We zijn Venlonaren en geven om onze buurt. We hebben een gezamenlijke drive.” Voor Ellenbroek blijft toch de vraag overeind hoe van de tijdelijke werklocaties straks succesvolle permanente werkplekken kunnen worden gemaakt, ‘zonder dat we de energie van de samenwerking verliezen’.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100129_mobiele%20zzpers%202.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sub>Mobiele zzp’ers aan het werk. Links achter Fulco Treffers van 12N: “Tijdelijke locaties oefenen een aantrekkingskracht uit op ondernemers” (beeld: Maarten Fleskens).</sub></em></p>
<p>Gelukkig heeft Fulco Treffers, stedenbouwkundige en eigenaar van 12N, een advies voor Venlo. “Als je de groep ondernemers bij elkaar wil houden moet je het ondernemerscollectief misschien zien als levend organisme, dat zich steeds weer wil voeden met een onontgonnen omgeving. Ik geloof dat er een rol is weggelegd voor ondernemers op tijdelijke locaties. Als je die tijdelijkheid kan vasthouden, snijdt het mes aan twee kanten. De kracht van het collectief blijft behouden en wijken in opkomst krijgen een stimulans. Vestig je dus straks weer in een wijk die nieuwe impulsen nodig heeft. Blijf in beweging.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sub>De Guerrilladesk vond plaats van 28 tot en met 30 oktober 2009 en werd georganiseerd door </sub><a href="http://www.greendesk.nl" target="_blank"><sub>www.greendesk.nl</sub></a><sub> in samenwerking met </sub><a href="http://www.hangar%2036.nl" target="_blank"><sub>www.hangar 36.nl</sub></a><sub> en </sub><a href="..//" target="_blank"><sub>www.ruimtevolk.nl</sub></a><sub> </sub></p>
<p><em><em><sub>Foto boven:</sub></em></em><sub> </sub><em><sub>Architecten en creatieve ondernemers overleggen met de Gemeente Den Haag over locaties voor het nieuwe werken (beeld: Maarten Fleskens).</sub></em><sub><br />
</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-nieuwe-werken-geeft-wijken-in-opkomst-een-impuls/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De psychologie van de onderbezetting</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-psychologie-van-de-onderbezetting/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-psychologie-van-de-onderbezetting/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 03 Feb 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Auto]]></category>
		<category><![CDATA[NS]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/02/de-psychologie-van.jpg" /> In het nieuws werd melding gemaakt van de gemiddelde bezetting van de treinen in Nederland. Deze blijkt 29 procent te zijn. Voor auto’s ligt het gemiddelde op 1,6 personen per]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In het nieuws werd melding gemaakt van de gemiddelde bezetting van de treinen in Nederland. Deze blijkt 29 procent te zijn. Voor auto’s ligt het gemiddelde op 1,6 personen per auto. Ruwweg 40 procent dus. Hoe komt het toch dat deze percentages zo laag liggen? En welke relatie is er met de ruimtelijke ordening van het verkeer? Met een uitstapje naar het wonen.</strong></p>
<p>‘Droomrijders’ is een fascinerende <a href="http://www.hollanddoc.nl/programmas/20008070/afleveringen/31239941/" target="_blank">documentaire</a> van de VPRO, uitgezonden in 2006. Een portret van mensen op en langs de Nederlandse snelwegen. Een auto, dat is privacy. Onderweg tussen gezin en werk, na een verbroken relatie of gewoon om je gedachten te verzetten. ‘Eigenlijk is het begonnen, toen het uitging met mijn vriendin. Toen is het allemaal begonnen. Ik ging dus rijden, zeg maar om zeg maar uit huis weg te vluchten.’, vertelt één van de rijders in de documentaire.</p>
<p>Ik sprak eens een architect die zei: als ik onderweg ben gebruik ik de rust om mijn gedachten te ordenen, op andere momenten kom ik er niet aan toe.’ Met Garde du Nord of een Luisterboek van Kluun op de radio schuiven mensen over het asfalt, het is een vorm van cocooning.In de <a href="http://www.groene.nl/2009/51/Verkeert_de_moderne_man_nu_in_crisis_of_niet" target="_blank">Groene Amsterdammer</a> werd gesproken over de grot van de man, een plek voor mannen in huis die helemaal van henzelf is, het laatste stukje van het mannelijk domein. De auto is de moderne grot van de reizende mens geworden.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100129_IMG_0384.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>De Parkshuttle in Rotterdam van vervoersbedrijf Connexxion rijdt zonder chauffeur. (foto: Bart Cosijn)</sup></em></p>
<p>En hoe zit het met het collectieve vervoer in Nederland? Het winterweer bracht de Nederlandse Spoorwegen de laatste tijd slechte promotie. Door de sneeuwvlokken doofden de <a href="http://www.bndestem.nl/algemeen/binnenland/5991444/De-wissels-moeten-in-het-vet.ece" target="_blank">waakvlammetjes</a> van de wisselverwarming. Maar dit terzijde. Ook in de trein zoeken mensen graag hun eigen domein. Buiten de spits verdelen de reizigers zich vaak regelmatig over de beschikbare vierzitjes. Als alle zitjes persoonlijk zijn gemaakt en je bent de volgende die instapt dan doorbreek je het privacy plafond. Zo zijn er een aantal niveaus van de beperking van eigen ruimte te onderscheiden. Het gaat verder via de eerste mensen die moeten staan, tot dat ook het balkon vol staat en de treindeuren als citroenpersen het laatste gevoel van ruimte uit de massa drukken.</p>
<p>Hoe komt het eigenlijk dat de meeste auto’s vier zitplaatsen hebben? Omdat de koets die Ford tot een massaproduct maakte ook aan vier mensen plek gaf? Op de bok zat toen de koetsier, maar die ligt nu onder de motorkap. Misschien omdat het ideale gezin, vader, moeder en twee kinderen, daar precies in past? Of is er nog iets anders wat meespeelt? Ruimte is een luxegoed dat meegroeit met de welvaart. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de oppervlakte van een gemiddelde woning gestaag gegroeid, zo ook is het aantal personen per huishouden gedaald. Volgens het <a href="http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/beschrijving/huishoudens1.htm" target="_blank">CBS</a> zijn in 2009 ongeveer een derde van de huishoudens opgebouwd uit één persoon. In Amsterdam is dat ongeveer de helft. Over de stedenbouwkundige implicaties van deze twee elkaar versterkende ontwikkelingen heeft architect Rudy Uytenhaak een <a href="http://www.stedenvolruimte.nl/" target="_blank">interessant onderzoek</a> verricht. De fysieke afstand tussen mensen neemt toe.</p>
<p>Terug naar de auto en de trein. Al langere tijd zeggen we dat met z’n alle in de file staan slecht is voor de economie. Sommigen leggen uit dat je de verliezen die we leiden simpelweg kan uitrekenen. Toch is er weinig voortgang in het onderzoek dat de problemen moet oplossen. En wellicht is het zoeken naar technische oplossingen zoals rekeningrijden wel een heilloze weg. Het zijn simpelweg de verkeerde prikkels waarmee we mensen bewerken. We houden van onze privé op wielen. En als we er niet van houden, omdat er helaas veel afstand tussen wonen en werken ligt, gedragen we ons er wel naar. Kijk in een file maar eens om je heen. We willen privacy, als het moet flexibiliteit en vertrouwdheid. Daarom een huis met vier kamers voor als de neefjes komen, een auto met vier stoelen waarmee het gezin op vakantie kan, of een ruim ingenomen bankje in de trein waar je alleen of met je vrienden samen kan reizen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100129_wright.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Een schets van hoe de architect Frank Lloyd Wright zich in 1932 de toekomst van de stad voorstelde, uitgewerkt in het concept &#8216;Broadacre City&#8217; (© Frank Lloyd Wright Foundation)</sup></em></p>
<p>Op afstand bekeken is het niet waarschijnlijk dat we onze vertrouwdheid met veel ruimte snel op zullen geven. Het is een culturele evolutie die effect heeft op alle aspecten van ons ruimtelijk leven. Wat er verandert is het aantal databases waarin onze bewegingen worden opgeslagen. Dat is data voor onderzoek, van CBS of politie. Maar als we ambitie hebben om onze ecologische voetprint te verkleinen zullen we vooral energie moeten steken in schoner energieverbruik. Of is het toch mogelijk om echt lokaal te gaan leven, allemaal op elektrische scooters te gaan rijden en onze intrek in uitbreidbare containers te nemen? Komt er uit de crisis een nieuwe mens te voorschijn? Het zijn spannende tijden.</p>
<p>&#8212;<br />
<sub><br />
</sub><em><em><sub>Foto boven:</sub></em><sub> Still uit de documentaire ‘Droomrijders’ van Boris Gerrets, &#8216;Ik ging dus rijden om uit huis weg te vluchten.&#8217;</sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-psychologie-van-de-onderbezetting/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Logica achter schoonheid?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/logica-achter-schoonheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/logica-achter-schoonheid/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 31 Jan 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Adam Hofland</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/01/logica-achter-schoonheid.jpg" /> Al sinds mensenheugenis discussi&#235;ren mensen over schoonheid in de kunst, film, dans en (landschaps)architectuur. Ondanks vele pogingen is het nog steeds niet kwantificeerbaar. De naam van de methode &#8216;De Logica]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>  <strong>Al sinds mensenheugenis discussi&euml;ren mensen over schoonheid in de kunst, film, dans en (landschaps)architectuur. Ondanks vele pogingen is het nog steeds niet kwantificeerbaar. De naam van de methode &lsquo;De Logica van de Schoonheid&rsquo; lijkt een oplossing te suggereren. RUIMTEVOLK ging op zoek naar antwoorden bij pleitbezorger <a href="http://www.grondrr.nl/">Vincent Grond</a>.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tijdens zijn studie Landschapsarchitectuur aan Wageningen Universiteit, was Grond verbaasd door de niet altijd consequente wijze waarop docenten studentenwerk beoordeelden. In de jaren na de schoolbanken ondervond Grond dit gevoel ook in zijn vak als landschapsarchitect: het lijkt soms alsof een kleine groep professionals op ondemocratische wijze bepaalt hoe ons straatbeeld of landschap eruit komt te zien. Terwijl veel van die ontwerpen in de praktijk niet altijd mooi of goed worden gevonden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Logica van het gevoel </strong></p>
<p>Die verbazing bleef lange tijd onderhuids totdat organisatiedeskundige Hans Janssen hem wees op het boek &ldquo;<a href="http://arnoldcornelis.ning.com/">de Logica van het Gevoel</a>&rdquo; van Arnold Cornelis. De theorie die Cornelis in dit boek uiteen zet zou een huplmiddel kunnen zijn om meer objectiviteit in het vak van Grond te kunnen brengen en een duidelijke onderscheid kunnen brengen tussen de meer objectieve en subjectieve overwegingen. Die theorie achter &ldquo;de Logica van het Gevoel&rdquo; is niet makkelijk. Stabiliteitslagen, natuurlijke en regelgevende systemen, communicatieve zelfsturing en nestelende emoties zijn enkele kreten die gebruikt worden door Cornelis (1934-1999), die kennistheoriticus en cultuurfilosoof was. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Samengevat komt het er op neer dat Cornelis onze maatschappij beschrijft als en samenspel van drie lagen: een natuurlijke, een regel- en een communicatielaag. Door de eeuwen heen kenden deze lagen steeds een andere verhouding ten opzichte van elkaar, net als onze maatschappij ook steeds veranderde (zie fig. 1).  In het begin van de menselijke cultuur was de natuur bepalend voor de mens; ons voortbestaan werd immers bepaald door het succes van de jacht en oogst. Pas eeuwen later werd wet- en regelgeving dominanter en sinds enkele decennia zijn communicatie en media een steeds dominantere factor in onze maatschappij geworden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100131_schemas%20logica%20van%20de%20schoonheid.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sup>Links de drie stabiliteitslagen lagen en hun verhoudingen door de tijd. Het rechter schema laat zien dat afgewogen handelen alleen kan als emoties zich hebben genesteld in de 3 lagen. (bron Vincent Grond)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ok, even pauze. Haal diep adem, lees bovenstaande alinea nog even over, bekijk de figuur nogmaals en lees dan verder. Het wordt namelijk nog een stukje gecompliceerder.   Want volgens Cornelis zijn ook onze emoties gekoppeld aan deze nogal abstracte lagen. Angst is de primaire emotie in de natuurlijke laag (oerinstinct), boosheid is de sturende emotie in de regellaag en verdriet de emotie van de communicatielaag. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De volgende stap is de toepassing van deze theorie. Om een ontwikkeling of probleem in onze huidige cultuur objectief te kunnen benaderen moeten alle drie de lagen en bijbehorende emoties worden doorlopen. Met andere woorden: elk probleem is wel te herleiden tot een aspect dat zich in elk van de drie lagen bevind. Deze aspecten moeten worden benoemd. Alleen zo zullen nieuwe en constructieve oplossingen zich openbaren.   </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Draagvlak </strong></p>
<p>Pfff, bent u er nog? Mooi, gelukkig. Misschien werkt een voorbeeld het meest verhelderend. Bij de plaatsing van windmolens in ons landschap (zie foto boven) stuitten overheden vaak op felle protesten. Bewoners zijn boos omdat de omgeving waar ze gehecht aan zijn veranderd (hun natuurlijke laag) en ze zijn verontwaardigd omdat die verandering van bovenaf bepaald wordt (onrechtvaardigheid uit regelgevende laag). De oplossing om tot draagvlak te komen zit hem dan ook niet in de &eacute;&eacute;n op &eacute;&eacute;n bestrijding van die emoties maar in het aanboren van de derde, communicatieve laag. Een bijeenkomst waarin de bewoners de bron van hun emoties leren kennen en mee kunnen praten, kan protest weg nemen. En binnen die communicatie kunnen tegelijkertijd de gevolgen en kansen van de natuurlijke en de regellaag aan de orde komen.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Okee, tot zover nogal wiedes eigenlijk. Maar wat heeft dit te maken met de objectivering van of iets mooi is of niet? Want daar was dit verhaal allemaal om te doen. Volgens Grond kan de toepassing van deze theorie ervoor zorgen dat het objectiever meetbaar wordt wat schoonheid is.  &ldquo;Alle aspecten van de opgave worden immers belicht en dus kan er zoiets ontstaan als consensus&rdquo;. Hierbij is dus draagvlak en volledigheid de basis om iets &ldquo;mooi&rdquo; te vinden of te begrijpen waarom niet voor de mooiste oplossing is gekozen.`  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De landschapsarchitect krijgt in de visie van Grond een meer regisserende rol. &ldquo;Een individuele ontwerper of kunstenaar beschikt bij complexe opgaven per definitie over te weinig kennis om tot goede integrale oplossingen te komen. Maar ze begrijpen wel vaak welke thema&rsquo;s een rol spelen en welke ruimtelijke aspecten daaraan verbonden zijn. De taken bestaan dan bij dat soort opgaven ook minder uit het zelf bepalen en ontwerpen, maar meer uit het proces en actief overleg met betrokkenen. De landschapsarchitect reikt de gereedschapskist aan die de creativiteit van andere betrokkenen stimuleert.&rdquo; Grond gaat verder: &ldquo;Dat betekent niet dat we succesvolle ontwerpers buiten spel moeten zetten. Ontwerpers baseren zich al dan niet bewust in hun oplossingen mede op overwegingen uit de andere lagen. Het kan wel helpen om de visies en voordelen van die oplossingen te bespreken en te verbeteren. Vaak wordt het aspect schoonheid aan de deskundige overgelaten, dat kun je zo helpen te vermijden.&rdquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100131_bijeenkomst-Grond475.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Tijdens de workshop &lsquo;ontwerpen met water&rsquo; bij het waterschap Rivierenland is onder leiding van Vincent Grond gebruik gemaakt van de principes van de Logica van de Schoonheid. (foto Frank Stroeken) </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Praktijk </strong></p>
<p>Ondanks de doordachte theorie blijkt het moeilijk voor Grond om zijn idee in de praktijk te brengen. Organisaties en overheden zijn erg sceptisch over het vernieuwende karakter en de kansrijkheid van praktische toepassingen. Ze willen daarom geen geld steken in de toepassing daarvan. En mischien hebben ze daarin wel gelijk, want hoe vernieuwend is het nu eigenlijk? De Logica van de Schoonheid&rsquo; bevat geen aspecten die niet voorkomen in de huidige planvormingsprocessen en kent ook geen echt vernieuwende rolverdeling. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Grond geeft toe het model nog lang niet af is en gereed voor toepassing. Voorbeelden van hiaten zijn het gebrek aan een plek voor emotie en de narratieve regels in het proces. &ldquo;Hoe en in welke vorm de verhalen en historie van het landschap in dit proces verweven kunnen worden, is nog onderwerp van studie. Maar het is een aspect dat zeker niet onderbelicht mag blijven&rdquo;.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De werktitel van de theorie &lsquo;Logica van de schoonheid&rsquo; suggereert een onmogelijke oplossing voor het aloude probleem van &lsquo;smaak&rsquo;. Maar het is geen zoektocht naar een receptenboek voor schoonheid, wel een poging om te komen tot een oplossing voor succesvolle en eerlijke ruimtelijke planvormingsprocessen. De theorie combineert slim andere methoden in een consistent geheel en legt bovendien de nadruk op het belang van de maatschappelijke verankering van oplossingen en processen. Maar ja, elk planvormingsproces met een toelichting op dit model starten, is wellicht wat veelgevraagd. Aan een gestroomlijnde versie wordt dan ook hard gewerkt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212; </p>
<p><sub><em>Bron foto boven artikel: doelbeelden.nl</em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/logica-achter-schoonheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vechten tegen krimp en de gemeente</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vechten-tegen-krimp-en-de-gemeente/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vechten-tegen-krimp-en-de-gemeente/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 25 Jan 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebe de Ridder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[IJzendijke]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Sluis]]></category>
		<category><![CDATA[Zeeland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/01/vechten-tegen-krimp.jpg" /> In IJzendijke, een dorpskern in de West Zeeuws-Vlaamse fusiegemeente Sluis, werkt de dorpsraad aan plannen om een multifunctioneel dorpscentrum te realiseren. De gemeente werkt echter niet mee. Verslag van een]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In IJzendijke, een dorpskern in de West Zeeuws-Vlaamse fusiegemeente Sluis, werkt de dorpsraad aan plannen om een multifunctioneel dorpscentrum te realiseren. De gemeente werkt echter niet mee. Verslag van een gesprek met André Soomers, van de burgerinitiatiefgroep ‘Accommodaties IJzendijke‘, over krimp, creatieve burgers, een stugge gemeente en gemiste kansen.</strong></p>
<p>IJzendijke heeft veel moeite om de leefbaarheid op peil te houden. West Zeeuws-Vlaanderen is een krimpende regio en dat merken ze in IJzendijke ook. Veel maatschappelijke voorzieningen verdwijnen uit het dorp of krijgen geen langlopende oplossingen voor hun huisvesting aangeboden.</p>
<p>De gevolgen van de gemeentelijke samenvoegingen zijn duidelijk te merken. De dorpskernen in West Zeeuws-Vlaanderen zijn historisch gezien zeer zelfstandig. “De animositeit tussen de dorpen is zelfs tegenwoordig nog groot”, aldus André Soomers, van de burgerinitiatiefgroep ‘Accommodaties IJzendijke.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100125_Yzendyke_marktplein.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>De Markt in IJzendijke (foto:</sup><a href="http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Yzendyke5.JPG" target="_blank"><sup>Lidia Fourdraine</sup></a><sup>)</sup></em></p>
<p>Het merendeel van de zeventien kernen kan zich dan ook moeilijk identificeren met de naam ‘Sluis’, een voorwaarde van die kern om zich bij de laatste herindeling aan te sluiten bij de anderen. De verdeeldheid vind men tot op de dag van vandaag terug in het ambtenarenapparaat en in de raad, wat niet bevorderlijk is voor de gewenste efficiënte samenwerking, weet Soomers te melden.</p>
<p>De regio krimpt en de gemeente Sluis heeft een enorm grondoppervlak te besturen met steeds minder geld. Het gaat financieel zelfs zo slecht dat de gemeente onder toezicht van de provincie staat. Door de gemeentelijke samenvoegingen is het ambtelijk apparaat weliswaar gecentraliseerd, maar door een overschot aan extern ingehuurde medewerkers en een gebrek aan synergie is de slagkracht van de gemeente mager.</p>
<p>Het duale stelsel helpt daar niet bij; de gemeenteraad bevat weinig mensen die capabel zijn om  vakkundig te besturen. Een lange termijn visie ontbreekt. Het gevolg is grote tegenstellingen, voortdurende vetes, uitgeklede compromissen, dure externe raadgevers met Randstadoplossingen, en belangengroepen die lang niet altijd het algemeen belang van de gemeente op het oog hebben.</p>
<p>Het gemeenschapscentrum in het dorp werd na de vuurwerkramp in Volendam meteen dichtgetimmerd. Omdat een aantal verenigingen toen op straat stonden kwam er een soort gedoogbeleid voor het gebruik van het gebouw. Maar de gemeente heeft geen visie ontwikkelt wat met dit gebouw aan te vangen, zegt Soomers. Jarenlang stond het centrum als post op de gemeentebegroting. Maar nu is het geld verdampt. Met als gevolg dat het niet meer aan de eisen van deze tijd voldoet en dat er achterstallig onderhoud is. De gemeente heeft zo‘n houding van: ‘niet zeuren en jullie mogen blij zijn met tijdelijke oplossingen en voorzieningen’, aldus Soomers.</p>
<p>Een voorbeeld van de frustratie van de dorpsraad is  de ontwikkeling van een multifunctioneel dorpscentrum. Het idee voor dit centrum ontstond toen het openlucht zwembad in IJzendijke na een moeizame periode werd gesloten. Vijftien jaar geleden werd het zwembad geprivatiseerd. In eerste instantie werd het door de nieuwe eigenaar geëxploiteerd met subsidie van de gemeente. Toen de plannen voor een bungalowpark niet door konden gaan, werd het zwembad commercieel gezien minder aantrekkelijk. Er werd een partycentrum bij gebouwd en dat kreeg steeds vaker voorrang waardoor het zwembad niet altijd open was op de afgesproken tijden. Het onderhoud was minimaal, het bezoekersaantal liep terug en toen de gemeentesubsidie na tien jaar werd stopgezet, werd het zwembad gesloten.</p>
<p><strong>Voetbal</strong><br />
De elders in het dorp staande gymnastiekzaal, die nog wordt gebruikt door de beide lagere scholen, is ook een illustratie voor de verwaarlozing van de voorzieningen. De gymnastiekzaal en interieur zijn beide sterk verouderd. De volleybalvereniging houdt er een gedeelte van de trainingen, maar moet voor de overige trainingen en wedstrijden uitwijken naar een sporthal in een andere kern.</p>
<p>De voetbalvereniging wil graag het gebrek aan de voorzieningen aanpakken. De gemeente bezit de grond van de voetbalvelden en zou het veld moeten onderhouden. Ze heeft echter geen geld om de velden te vervangen en dus is het onderhoud al jaren minimaal. De capaciteit van de velden is ook nog eens te klein.</p>
<p>Het advies van de gemeente is dan ook: voer een ledenstop in en ga op het veld van een naburig dorp voetballen. Maar zo eenvoudig is dat niet. Het lost niets op. Wel heeft de voetbalvereniging, in eigen beheer en met veel zelfwerkzaamheid een nieuwe kantine met kleed- en doucheruimten gebouwd, die functioneert prima en kan zichzelf bedruipen. Inmiddels is er een goed draaiend dames elftal bijgekomen en moeten de accommodaties uitgebreid worden.</p>
<p>De dorpsraad heeft alle behoeften inmiddels geïnventariseerd en met behulp van een architect samengebracht in één plan,  waarbij alles onder één dak zou komen met het oog op synergievoordelen en een zo efficiënt mogelijke inzet van vrijwilligers tijdens de bouw en latere exploitatie. In dit plan wordt het gebouw van de voetbalvereniging volledig opgenomen in een groter geheel dat verder voorziet in een sporthal, een daaronder gelegen zwembad, multifunctionele ruimten, kantine/horeca, fitnessruimte, jeugdhonk, peuterspeelzaal, naschoolse opvang.</p>
<p>Het plan is voorgelegd aan een woningcorporatie, die bereid is om te investeren in maatschappelijk vastgoed.  Maar desondanks wil de gemeente nog steeds niet meewerken. Ze wil het geld  van de woningcorporatie gebruiken voor andere projecten  die ze anders niet rond kan krijgen. De woningcorporatie blijft het IJzendijkse initiatief ondertussen toch steunen.</p>
<p><strong>Maatschappelijk draagvlak</strong><br />
“De gemeente stelt dat het dorp te klein is voor zo’n plan dat het niet past met het oog op de bevolkingskrimp, dat de opbrengst van gebouw verkoop terug zal vloeien in de pot algemene middelen en dat het landschappelijke problemen op zal leveren.” aldus een teleurgestelde Soomers. “Het vervelende is dat bij navraag bij de provincie blijkt in ieder geval dat dit laatste niet het geval is.” weet hij ook nog te vertellen.</p>
<p>“Ondanks de krimp besloot de gemeente wel een nieuwe wijk van meer dan honderd huizen te gaan bouwen bij IJzendijke. Daar is inmiddels mee aangevangen en de verkoop verloopt boven verwachting. Bij de presentatie van deze plannen betoogde de toenmalige verantwoordelijke wethouder dat de gemeente aan grondverkoop en leges zeker een miljoen euro  zou overhouden en dat dit bedrag geheel ten goede zou komen aan de IJzendijkse gemeenschap voor nieuwe faciliteiten en niet voor achterstallig onderhoud aan gemeentelijke eigendommen.” verteld Soomers verder.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100125_Yzendyke_nieuwbouw2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Nieuwbouw in IJzendijke </sup></em><em><sup>(foto:</sup><a href="http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Yzendyke1.JPG" target="_blank"><sup>Lidia Fourdraine</sup></a><sup>)</sup></em></p>
<p>“Kortom, ze kunnen niet omgaan met een burgerinitiatief waaruit duidelijk blijkt dat er mogelijkheden zijn. Ze hebben totaal geen oplossing voor de langdurig bestaande problemen. Ze hebben zelfs geen visie waaraan je eventuele voorstellen zou kunnen toetsen.” Dat is de voorlopige conclusie van Soomers.</p>
<p>Het gebrek aan financiën en de bevolkingskrimp zijn volgens Soomers een reden voor de gemeente om overal ferm nee tegen te zeggen. Ze verzuimt krimp te zien als een uitdaging en daarop een visie te ontwikkelen die de leefbaarheid in de kernen waarborgt rekening houdend met de specifieke wensen die in een bepaalde kern leven. Ze zou de verenigingen, burgers, de middenstand en het bedrijfsleven moeten betrekken in het vinden van oplossingen. Op deze manier creëer je maatschappelijk draagvlak, begrip en consensus en maak je optimaal gebruik van het gezonde verstand dat overal in de kernen voldoende aanwezig is.</p>
<p>“De gemeente wil liever de bestaande voorzieningen in stand houden, ook al voldoen deze niet meer aan de behoefte. Ze ervaren het als lastig als burgers zomaar zelf ideeën genereren. Maar wij gaan door met het zoeken naar mogelijkheden om ons plan te realiseren”. Deze week was er een filmploeg die de gevolgen van krimp in IJzendijke in beeld wilden brengen “maar de gevolgen zijn nu nog helemaal niet zichtbaar en dat willen we graag zo houden”, aldus een fanatieke André Soomers.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven:</em><em>de entrée van het dorp IJzendijke </em><em>(foto:<a href="http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ijzendijkenaamboord.JPG" target="_blank">Lidia Fourdraine</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vechten-tegen-krimp-en-de-gemeente/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eigenbelang is waardevolle bouwsteen voor transformatieproces</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/eigenbelang-is-waardevolle-bouwsteen-voor-transformatieproces/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/eigenbelang-is-waardevolle-bouwsteen-voor-transformatieproces/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 24 Jan 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ljubo Georgiev</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Elders]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/01/eigenbelang-is-waardevolle.jpg" /> Op het modernisme ge&#239;nspireerde woonwijken hebben het imago van een plezierige leefomgeving verloren. In feite zijn ze een belemmering geworden in een wereld van neoliberalisme waar de individuele uitlating ver]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op het modernisme ge&iuml;nspireerde woonwijken hebben het imago van een plezierige leefomgeving verloren. In feite zijn ze een belemmering geworden in een wereld van neoliberalisme waar de individuele uitlating ver boven de onderlinge samenwerking staat. Ooit bedoeld als buurten voor collectief wonen, zijn deze gebieden verworden tot plekken waar bewoners allesbehalve ge&iuml;nteresseerd zijn in gezamenlijk wonen.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De opstelling van de publieke ruimte en de relatie met het privedomein zijn gebaseerd op een systeem waar de gemeente continu alle publieke, en soms ook private eigendommen verzorgen. Als gevolg hiervan kunnen modernistische wijken niet bestaan op een fatsoenelijke manier zonder een soort &lsquo;intensive care&rsquo; van de overheid. Daardoor zijn bewoners veelal verworden tot gebruikers, of zelfs passieve waarnemers in plaats van deelnemers aan deze ruimten.</p>
<p>De manier waarop de modernistische woonwijken zijn veranderd, verschilt per land. Er zijn interessante buitenlandse voorbeelden waarvan de herontwikkelaars van Nederlandse naoorlogse buitenwijken veel kunnen leren. Zo kan inspiratie gezocht worden in de Oost-Europese &lsquo;plattenbau&rsquo; wijken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100124_highrise-sofia.JPG" alt="artikel afbeelding" /><em><sup>Er is tegenwoordig een breed aanbod van diensten in de &#8216;plattenbau&#8217; wijken. (foto: Tsonko Georgiev)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&lsquo;Plattenbau&rsquo; is de vorm van industri&euml;le woningbouw waarbij met prefab betonpanelen in het communistische Europa massaal flatgebouwen neergezet werden. Er zijn talloze gebouwen en wijken op zulke wijze gebouwd tussen 1960 en 1989. Vooral &lsquo;rommelige&rsquo; landen zoals Bulgarije zijn een goed voorbeeld van de metamorfose, die deze gebieden hebben ondergaan. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Na de val van de Muur werd de Bulgaarse &lsquo;plattenbau&rsquo; wijk een laboratorium voor de transformatie van een gecentraliseerd staatssysteem naar wild kapitalisme. De nieuwe waarde die aan priv&eacute;-eigendom werd gehecht, leidde tot een nieuw gebruik van de voorsteden, vaak in sterk contrast met de oorspronkelijke socialistische stadsplanning. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Groene ruimten werden gebruikt voor het parkeren van auto&#8217;s, of zelfs voor het neerzetten van gebouwen. Woningen op de begane grond werden winkels, kantoren openden hun deuren op hogere verdiepingen van appartementencomplexen. En aanpassingen aan de binnen- of buitenkant van de woningen werden uitsluitend uitgevoerd op basis van de grillen van de eigenaar.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100124_sofia-buitenwijk%20versie%202.JPG" alt="artikel afbeelding" /> <em><sup>Geen sprake van slaapwijken meer. (foto: Deljan Kovachev)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Wat de Bulgaarse werkelijkheid nog interessanter voor de Nederlandse context maakt, is dat de meeste woningen, ongeveer 95 procent, in deze gebieden in Bulgarije koopwoningen zijn. Priv&eacute;-eigendom, de noodzaak van economische activiteit, en het gebrek aan een sterke administratie resulteerde in Bulgarije in een grote diversiteit van gevels, gebouwenbeheer en beheer van de buitenruimte in deze buitenwijken. Van slaapsteden werden deze gebieden getransformeerd tot multifunctionele wijken, opnieuw gevormd door de activiteiten van hun bewoners of gebruikers.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Showcase</strong> </p>
<p>De Bulgaarse context is natuurlijk verre van perfect. Dezelfde krachten die de Bulgaarse slaapwijken hebben getransformeerd hebben ook chaos en vele onopgeloste juridische situaties veroorzaakt. Het probleem ligt in Bulgarije vooral aan het gebrek aan een gezamenlijke structuur. De gemeente stimuleert geen priv&eacute;-initiatieven, maar probeert juist alles onder controle te krijgen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Wat veel architecten, planologen of politici niet zien is dat het initiatief van particulieren in de Bulgaarse voorsteden ook de oplossing kan vormen om het negatieve imago van de betonbuitenwijken te veranderen. De energie en het kapitaal aanwezig in dergelijke gebieden, kunnen gebruikt worden als een sterke generator voor een duurzame, stedelijke leefgemeenschap. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hetzelfde principe kan ook in de Nederlands context gebruikt worden. In plaats van slopen kan het bestaande stedenbouwkundig plan (straten, open ruimtes, gebouwen) gebruikt worden als een infrastructuur waarop een duurzamer, sociaal systeem ontwikkeld kan worden. Hergebruik in plaats van te slopen! </p>
<p>Hergebruik betekent een radicaal nieuw begrip van de relatie publiek-privaat in deze voorsteden. In feite is de verkeerde positionering van het individu in de gemeenschappelijke ruimte en de grijze monofunctionaliteit van deze gebieden de belangrijkste reden geweest voor het mislukken van de &lsquo;plattenbau&rsquo; voorsteden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Geisoleerde ruimten in eindeloos &lsquo;niemandsland&rsquo; moeten omgezet worden in ruimten waar de belangen, interesses en initiatieven van de gebruikers een fysieke form kunnen nemen. Het eigenbelang van de burger moet de bouwsteen worden voor een samenleving van deelnemers. Monofunctionaliteit moet plaats maken voor priv&eacute;- of gezamenlijke initiatieven. Geen generieke ruimtes meer, maar een toe-eigenbare speelruimte van verschillen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En dat betekent niet dat diversiteit alleen maar gebaseerd moet zijn op &lsquo;exotische&rsquo; architectuur, zoals bij het Le Midi complex van Geurst &amp; Schulze Architecten in Rotterdam. Een veel beter Nederlands voorbeeld zijn de &lsquo;klushuizen&rsquo; waar bewoners hun eigen omgeving cre&euml;ren waardoor een gevoel van betrokkenheid ontstaat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Er is een dringende behoefte om bestaande buitenwijken te herdefini&euml;ren. Het herontwikkelen van Nederlandse modernistische wijken kan verder gaan dan de menging van verschillende bevolkingsgroepen of de toevoeging van winkelcentra hier en daar. Het woningbouwbeleid is nog steeds gebaseerd op een gecentraliseerd systeem waar woningcorporaties of deelgemeentes verantwoordelijkheid dragen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar als actieve bewoners een rol kunnen spelen in het vormgeven van hun woon- of werkomgeving is de kans groot dat de ontwikkeling van sociaal, duurzaam en flexibele wijken succesvol is. Het bestuderen van nieuwe vormen van samenwerking tussen bewoners en hun omgeving kan de consument mogelijk veranderen in een burger.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: <em>b</em></em><em>urger participatie op zijn Bulgaars door Martin Angelov.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/eigenbelang-is-waardevolle-bouwsteen-voor-transformatieproces/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Boek over steden met verkeerde titel</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/boek-over-steden-met-verkeerde-titel/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/boek-over-steden-met-verkeerde-titel/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 19 Jan 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Maessen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/01/boek-over-steden.jpg" /> Steden blijven maar groeien, tegen de verdrukking in. Dat is van alle tijden, ook al heeft de stad in de belletrie, zeker in de wat behoudende, een slechte naam. De]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Steden blijven maar groeien, tegen de verdrukking in. Dat is van alle tijden, ook al heeft de stad in de belletrie, zeker in de wat behoudende, een slechte naam. De meest voor de hand liggende reden voor mensen om naar de stad te trekken, is een economische. Maar er zijn ook veel andere: politieke, religieuze, emancipatoire en romantische. Soms trekken mensen in groepen naar de stad, anderen zien het juist als een daad van individuele ontplooiing. Dat biedt veel stof tot nadenken, analyseren en filosoferen. Waarom willen mensen in een stad wonen, zelfs in tijden dat, zoals bij overal ter wereld het geval, dat de levensverwachting daar korter is dan op het platteland?</strong></p>
<p>Op die vraag belooft het boek van Leo Lucassen en Wim Willems in te gaan, want de titel luidt letterlijk: Waarom mensen in de stad willen komen. Helaas, de lezer krijgt het antwoord niet, zelfs niet het begin ervan. Dit boek bevat een bundel artikelen en essays over het ontstaan en de groei van steden in de lage Landen vanaf de diepe Middeleeuwen tot nu. Interessante stukken, bijvoorbeeld over de maatschappelijke en culturele ontwikkeling van de Hollandse, Zeeuwse en Brabantse steden. Maar die stukken gaan niet over de vraag waarom mensen hun huis en haard, hun vertrouwde omgeving, hun ouders en familie verlaten, en zich vestigen in een volstrekt vreemde omgeving. Een omgeving waarvan ze weten dat hun leven er andere regels heeft dan ze gewend zijn en waarvan ze niet weten hoe ze er kunnen overleven. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100119_waarom2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><sub><em>Boekomslag </em></sub></p>
<p>Welke keuzen maken mensen wanneer ze besluiten naar een stad te trekken? Naar welke stad gaan ze? Vaak naar &eacute;&eacute;n waar al eerder streekgenoten naar toe zijn getrokken. Daar gaan ze zo dicht mogelijk bij wonen om zichzelf een zachte landing in die nieuwe omgeving te gunnen. Is de trek van het platteland naar de stad dus meer een collectieve stap dan een individuele? </p>
<p>Nog steeds worden op het platteland in de Derde Wereld jonge mannen en vrouwen onder druk gezet om naar de grote stad te trekken. Dan is er geen sprake van vrije wil maar van sociale pressie om inkomen voor het arme dorp te gaan verdienen. (Wie daarover een vermakelijke roman wil lezen, kan voor een paar euro de pocket The White Tiger van de Indiase schrijver Aravind Adiga kopen, de kostelijke Booker Prize Winner van 2008.)</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100119_IMG_6699.JPG" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><sub><em>Stedelijke vernieuwing in Shanghai (foto: Coen de Rijk) </em></sub></p>
<p>Ook belangrijk is de vraag hoe het die immigranten in steden vergaat. Vaak heeft de eerste generatie er zijn handen vol aan om zich een plaats te veroveren in de nieuwe samenleving. Pas hun kinderen en kleinkinderen komen volledig tot ontplooiing in hun carri&egrave;res. De kinderen van de immigranten bouwen voort op een economisch bodempje dat hun ouders hebben gelegd en zijn dan de trotse nieuwe stedelingen die hun stad injecteren met energie en creativiteit.</p>
<p>Over al deze onderwerpen had ik gehoopt iets te lezen in dit boek, maar dat kan helaas niet. Slechts in het &lsquo;concluderende&rsquo; hoofdstuk worden deze vragen aan de orde gesteld en wordt gesuggereerd dat het boek er iets over heeft gezegd. De bundel vertelt van alles over hoe het leven in de stad is hoe de stad als gemeenschap zich ontwikkelt, maar niet hoe zijn burgers die stad beleven en of dat overeenkomt met hun verwachtingen. Verdere een aardig boek, maar de titel had -beetje saai- moeten luiden: Opkomst en ontplooiing van de stad in de Lage Landen 1200-2010.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub><em>&#8212;&nbsp;</em></sub></p>
<p><sub><em>Foto boven: Shanghai door Coen de Rijk</em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/boek-over-steden-met-verkeerde-titel/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Think global, write local</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stadsdichters-think-global-write-local/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stadsdichters-think-global-write-local/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 15 Jan 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem ten Voorde</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/01/think-global-write.jpg" /> Nederland telt 43 officieel benoemde stadsdichters, inclusief de dorpsdichter van Achtkarspelen. Een bijzonder gezelschap intellectuelen, die ieder op eigen wijze de ziel van een stad beschrijft in rondeel, sonnet of]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nederland telt 43 officieel benoemde stadsdichters, inclusief de dorpsdichter van Achtkarspelen. Een bijzonder gezelschap intellectuelen, die ieder op eigen wijze de ziel van een stad beschrijft in rondeel, sonnet of kwatrijn. Hoe wordt iemand stadsdichter? En hoe vangt een stadsdichter de identiteit van stad en buurt? Ik sprak erover met <a href="http://www.tilburgz.nl/home/cv.php?columnist_id=110">Cees van Raak</a>, sinds augustus 2009 stadsdichter van Tilburg. </strong></p>
<p><em>Ik las dat er in Tilburg een heuse sollicitatiecommissie voor het ambt van stadsdichter is. Wat moet je ervoor doen om stadsdichter te worden? </em></p>
<p>“Er is inderdaad een officiële, door de gemeente Tilburg ingestelde commissie, die een aantal criteria hanteert bij hun keuze. Zo moet de stadsdichter in Tilburg wonen, poëzie gepubliceerd hebben of opgetreden hebben met eigen werk. Daarnaast moet hij of zij aantoonbare kennis van en liefde hebben voor Tilburg, de geschiedenis en – overeenkomstig de Tilburgse volksaard – beschikken over een flinke dosis spontaniteit, humor en relativeringsvermogen.”</p>
<p><em>Hoe gaat een stadsdichter te werk? Hoe bepaal jij de onderwerpen en thema’s waarover je dicht? </em></p>
<p>“Mijn insteek is het cultureel erfgoed van Tilburg. Zo heb ik bijvoorbeeld een poëtisch historische exercitie over de Tuinstraat geschreven. Zo’n soort gedicht heb ik ook voor de Willem II-straat geschreven, op verzoek van de bewonerscommissie aldaar. Ik ben erg verweven met de geschiedenis van Tilburg.”</p>
<p><em>In je openingsrede als stadsdichter bombardeerde je het schoonmaken en restaureren van gedenkstenen en historische muurreclames tot één van je speerpunten. Waarom? </em></p>
<p>“Dat is cultureel erfgoed dat iets verteld over de geschiedenis van de stad. Onbekende stukken geschiedenis van Tilburg die ik weer bekend wil maken. Zo wordt op mijn initiatief zeer binnenkort de eerste steen, een gigantisch ding, aan de achterkant van de Heikense kerk schoongemaakt. Die steen is onleesbaar, maar daar staat een Latijnse tekst op, afkomstig van de stichters van die kerk. Door deze manier van ‘stadslezen’ heb ik al veel meer verhalen van Tilburg achterhaald. Hiervoor heb ik letterlijk op handen en voeten door de stad gekropen. Zo draag ik letterlijk mijn steentje bij aan het cultureel erfgoed van Tilburg“, lacht hij.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100114_stadsdichter2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Cees van Raak</sub></em></p>
<p><em>In Nederland is de afgelopen jaren veel aandacht voor de identiteit van buurten en wijken. Professionals zoeken naar unique selling points en tuigen identiteitstrajecten en plannen voor wijkbranding op. Hoe vang jij als stadsdichter de identiteit, de ziel van wijken en buurten in Tilburg en wat levert dat op? </em></p>
<p>“Ook weer door in de geschiedenis te duiken. Als ik bepaalde stenen of huizen zie, dan ontstaan de vraagtekens boven mijn hoofd haast vanzelf. Wie hebben daar gewoond? Wat voor werk deed de kostwinner? Daar ga ik dan met mensen uit de buurt over in gesprek. Sommige dingen grijpen me aan, daar wil ik iets mee doen. Als ik bijvoorbeeld stadsdichter was geweest ten tijde van de sloop van het oude stadhuis, dan had ik daar vast en zeker iets mee gedaan. De sloop van dat mooie gebouw sloeg echt een wond in de ziel van Tilburg. Er zijn oudere Tilburgers die daar nu nog verdriet van hebben. Als je herkenningspunten uit een stad, uit een gebied haalt, dan doet dat pijn. Die pijn had ik willen verwoorden. Ik had het gebouw weer tot leven willen brengen in een gedicht.” Vervolgens verschijnt er een minzaam lachje op zijn gezicht. “Wie weet ga ik het alsnog wel doen, zoveel jaar na dato.”</p>
<p><em>Hoe betrek jij het volk van Tilburg bij de invulling van je rol als stadsdichter? Kunnen zij bijvoorbeeld onderwerpen voor gedichten aandragen? </em></p>
<p>“Ja, mensen kunnen gewoon bij mij aankloppen. Als ik het onderwerp interessant vind en we bereiken overeenstemming over mijn honorarium, dan pak ik dat soort verzoeken op. Daarbij zeg ik er wel altijd bij dat ik de boel niet ga ‘opleuken’. Ik treed niet op als cabaretier en grossier niet in kwinkslagen. Dat past niet bij de aard van mijn dichterschap. Wat dat betreft ben ik de serieusheid zelve.”</p>
<p><em>Voel jij je als stadsdichter iemand die het hele volk van Tilburg vertegenwoordigt? </em></p>
<p>“Nee, dat kan ook niet. Ik denk dat er heel veel mensen zijn die nog nooit met poëzie te maken hebben gehad en denken: “Waar heeft die man het over?”. Poëzie is bijna altijd een elitaire zaak, hoewel er natuurlijk wel dichters zijn die brede lagen van de bevolking aanspreken met simpele, leuke, humorvolle gedachten die iedereen snapt. Met mijn gedichten lukt dat niet. Wel ben ik een rasechte Tilburgse volksjongen.”</p>
<p><em>Ik las dat je in november je eerste spreekuur als stadsdichter hebt gehad. Wat voor functie heeft jou spreekuur? </em></p>
<p>“Ik heb er niet een duidelijke vooraf bepaalde doelstelling mee. Het ontwikkelt zichzelf wel. De agenda wordt ter plekke ingevuld. Mensen kunnen bijvoorbeeld zelf gedichten meenemen, die bespreken we dan. Wel heb ik iedere maand een speciale gast. Voor het spreekuur in december is dat Wilbert van Herwijen, ex-wethouder van cultuur. Dat is het mooie aan Tilburg. De lijntjes hier zijn kort. Mensen kennen elkaar en politici zijn goed benaderbaar.”</p>
<p><em>Tot slot, welke tip heeft de stadsdichter van Tilburg voor een ieder die zich – ook weer in 2010 – vol energie inzet voor de ruimtelijke kwaliteit van onze Nederlandse steden? </em></p>
<p>“Dat is een lijfspreuk van de andersglobalisten waar ik mijn eigen draai aan heb gegeven en die ik tot adagium van mijn werkzaamheden heb gemaakt: Think global, write local.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p>De belevenissen van stadsdichter Cees van Raak volgen? http://www.tilburgz.nl/home/cv.php?columnist_id=110</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stadsdichters-think-global-write-local/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Functiemenging als wonderolie voor de stadsontwikkeling?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/functiemenging-als-wonderolie-voor-de-stadsontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/functiemenging-als-wonderolie-voor-de-stadsontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 07 Jan 2010 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Joost van den Hoek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2010/01/functiemenging-als-wonderolie.jpg" /> In de zoektocht naar ingrediënten voor een nieuwe modus operandi voor de gebiedsontwikkeling na de crisis wordt functiemenging opvallend vaak genoemd als tovermiddel voor stedelijke problemen. De rapporten over functiemenging]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de zoektocht naar ingrediënten voor een nieuwe modus operandi voor de gebiedsontwikkeling na de crisis wordt functiemenging opvallend vaak genoemd als tovermiddel voor stedelijke problemen. De rapporten over functiemenging van stadsregio’s en planbureaus dalen als een sterrenregen over ons heen. Maar wat schieten we hiermee op? </strong></p>
<p>De teneur van beschouwingen over functiemenging is meestal dat de scheiding van stedelijke functies in het kielzog van de industrialisatie en de economische modernisering in een ver verleden waardevol was. Inmiddels is deze ideologie vervallen tot een bureaucratische reflex die weinig meer van doen heeft met wonen, leven en werken aan het begin van de 21ste eeuw. Daarnaast is de scheiding van werken en wonen minder relevant omdat productie in een diensteneconomie niet meer zoveel overlast genereert als tijdens het industriële tijdperk het geval was. Ook de Europese stedenbouwtheoreticus <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7ois_Ascher">Francois Ascher </a>voorziet een voortschrijdende menging van functies in de stad als een gevolg van toenemende verknoping van netwerken, oprukkende informatietechnologie en het vervagen van de grens tussen werk en privé.</p>
<p>De voordelen van functiemenging en gemengde gebieden zouden talrijk zijn. Het zorgt voor levendiger en aantrekkelijker gebieden, is veiliger door meer toezicht overdag, en efficiënter en duurzamer in ruimtegebruik. Daarnaast zou het de waarde van de woning en woonomgeving verhogen, en geeft het meer flexibiliteit omdat je de ene functie door de andere kunt vervangen in processen van stadsontwikkeling. De obstakels voor functiemenging zijn in deze beschouwingen overigens ook altijd evident. De starre verbeeldingsloze regelgeving van de gemeente, de onwilligheid en de onkunde van gebiedsontwikkelaars maken dat er niet vaak in de combinatie van functies wordt gedacht.</p>
<p>Hoe komt het dan dat er toch nog steeds overwegend monofunctionele nieuwbouw en gebiedsontwikkeling wordt bedreven? Een van de onderliggende oorzaken is dat professionals in de ruimtelijke ordening een andere definitie van het begrip functiemenging hanteren. De corporatiedirecteur verstaat onder functiemenging een combinatie van huren en kopen met een winkeltje in de plint van gebouwen, voor de wethouder betekent functiemenging de aanwezigheid van autochtone en allochtone buurtondernemers en voor de projectontwikkelaar is functiemenging die leuke horecagelegenheid, die zorgt voor branding van zijn project. Een architect ziet het begrip op zijn of haar beurt weer als stapeling van meerdere functies in een bouwwerk, terwijl de stedenbouwkundige functiemenging meestal ziet als een combinatie van wonen en werken.  Daar komt bij dat alle betrokkenen ook nog eens praten over verschillende schaalgrootten: gaat het over het gebouw, het bouwblok, de buurt, de wijk of het stadsdeel?</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100107_Damrak475x255.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Damrak &#8211; hoge mate van functiemenging (bron: Joost van den Hoek)</sub></em></p>
<p>Op het schaalniveau van de stad als geheel is de functiemix van wonen, werken en voorzieningen de afgelopen tweehonderd jaar amper veranderd. Maar de korrelgrootte van de verschillende functionele onderdelen is toegenomen van pand tot blok tot wijk.</p>
<p>Is het niet raar dat wij in Nederland vinden dat we stedenbouwkundig best virtuoos bezig zijn terwijl er zestig jaar na de grande dame van de stedenbouw <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jane_Jacobs">Jane Jacobs</a> geen systematische poging gedaan is tot uitwerking van de definitie en instrumentaliteit van het begrip functiemenging? In een tijdsbestek waarin we aan de vooravond staan van een nieuwe periode in de stadsontwikkeling en perceptie van stedelijkheid zou dit erg goed van pas kunnen komen. Het uitbreiden van het stedenbouwkundig instrumentarium met definities, die iets zeggen over menging en functionele compositie zou kunnen helpen met de transitie van een sec ruimtelijke en beeldgerichte benadering naar een geïntegreerde benadering van het vak. Waarin naast de ruimtelijke benadering ook plaats is voor sociale en economische aspecten bij het definiëren van milieu en stedelijkheid.</p>
<p>In mijn promotieonderzoek “meten met de MXI (mixed use index)” probeer ik te komen tot een meer systematische benadering en definitie van het begrip functiemenging. In tegenstelling tot de traditionele (planologische) inventarisatie van functiemenging als de verhouding van arbeidsplaatsen/inwoners per postcodegebied, wordt in mijn onderzoek gemeten naar vierkante meters vloeroppervlak voor wonen, werken en voorzieningen. Voor voorzieningen geldt dat hier substantieel meer bezoekers komen dan werknemers. Daarnaast is de gebiedsindeling niet gebaseerd op de tamelijk willekeurige gebiedsindeling op basis van postcodes, maar op basis van ruimtelijk stedenbouwkundige eenheden die corresponderen met de ervaring van de dagelijkse leef- en werkomgeving. Op deze wijze kan de opbouw van stad systematisch worden geanalyseerd, en kunnen verschillende steden met elkaar worden vergeleken.</p>
<p>Voor Rotterdam en Amsterdam komen hieruit een aantal opmerkelijke conclusies: Functiemenging komt vooral voor in centraal gelegen gebieden en niet in de periferie. Het zijn meestal gebieden die niet planmatig tot stand gekomen zijn, maar historisch gegroeid. Er zijn veel gemengde gebieden aan te wijzen met een positieve beleving en sterke waardeontwikkeling. Er zijn echter minstens evenveel gemengde gebieden aan te wijzen waar menging op geen enkele wijze ressorteert in een aantrekkelijk, duurzaam en waardevol gebied. Ga maar eens een rondje fietsen rond de stedelijke randwegen waar kantoorgebouwen, loodsen en woningblokken liefdeloos en kriskras door elkaar staan.  Het blijkt dat om de positieve aspecten van functiemenging te scoren zijn een aantal andere criteria van belang zoals voldoende variatie in korrelgrootte, een duidelijk opbouw in blokken en openbare ruimtestructuur, een goede dooradering van het gebied, en voldoende architectonische variatie in stedenbouwkundige samenhang.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100107_functiemenging-gerijpt475.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sup>&#8216;Gerijpte&#8217; functiemenging: het Nieuwe Werk in Rotterdam (bron: Bing Maps)</sup></em></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20100107_Functiemenging-rauw475.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <sub><em>&#8216;Rauwe&#8217; functiemenging: Ceintuurbaan A20 in Rotterdam (bron: Bing Maps)</em></sub></p>
<p>In mijn onderzoek komt naar voren dat menging van functies met name positief is in die gebieden met een rijpe functiemix zoals de Pijp en de Plantage. Gebieden die het product zijn van historische accumulatie van puntsgewijze veranderingen in de tijd, en niet van instant bouwproductie en gebiedsontwikkeling.</p>
<p>Voordat de gebiedsontwikkeling na de crisis doorslaat naar het gedachteloos, kleinschalig combineren van activiteiten is het zinvol om verder te studeren op principes en meerwaarde van gemengde stedelijkheid. Een rijpe en gebalanceerde functiemix in stedelijke gebieden kan gezien worden als het patina dat ontstaan is door de loop van de tijd. Met de planning van stedelijke gebieden en het ontstaan van een mooie, attractieve menging is het net als met mooi oud worden. Je kan er de condities voor creëren en je kan erop hopen, maar bij de geboorte is het niet gegarandeerd.</p>
<p><em><sub>&#8212;</sub></em></p>
<p>Foto boven: Vismarkt Groningen (bron: Sjors de Vries)</p>
<p>Gerelateerde artikelen op RUIMTEVOLK o.a.:<br />
<a href="../detail.php?id=304">&#8216;Van rooilijn naar stedelijkheid&#8217;</a><br />
<a href="../detail.php?id=260">Het geheim van Hamburg</a><br />
<a href="../detail.php?id=212">Wonen waar je werkt, werken waar je woont </a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/functiemenging-als-wonderolie-voor-de-stadsontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>We hechten waarde aan &#8216;het verhaal&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/we-hechten-waarde-aan-het-verhaal/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/we-hechten-waarde-aan-het-verhaal/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 24 Dec 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Simone Hubers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Website]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/12/we-hechten-waarde.jpg" /> Tijdens het vijfde CIRON-Jaarcongres voor gebiedscommunicatie schoven Victor Verhoeven (directeur Pré Wonen Haarlem), Peter Smit (wethouder verkeer en milieu en Binckhorst in Den Haag) en Peter Ruigrok (directeur Burgfonds) aan]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tijdens het vijfde <a href="http://www.ciron.nl/Over%20Ciron/index.html" target="_blank">CIRON</a>-Jaarcongres voor gebiedscommunicatie schoven Victor Verhoeven (directeur <a href="http://www.prewonen.nl/" target="_blank">Pré Wonen</a> Haarlem), Peter Smit (wethouder verkeer en milieu en Binckhorst in Den Haag) en Peter Ruigrok (directeur <a href="http://www.burgfonds.nl/over-burgfonds.php" target="_blank">Burgfonds</a>) aan voor een discussie over de gevolgen van de kredietcrisis voor gebiedontwikkelingen en gebiedscommunicatie. Meer transparantie van alle betrokken partijen is hard nodig om gebiedsontwikkelingen de komende jaren gaande te houden.</strong></p>
<p>Smit vertelt vol passie over de ontwikkelingen op het Haagse bedrijventerrein Binckhorst. De gemeente Den Haag werkt hier aan de herstructurering van dit 130 hectare grote bedrijventerrein en wil het imago van het gebied verbeteren. Den Haag investeerde daarom fors in de herontwikkeling van de oude <a href="http://www.cabfab.nl/m/magstream/cabfab/intro/" target="_blank">Caballerofabriek</a>. Dit icoon trekt nu al tal van <a href="http://www.cabfab.nl/m/magstream/cabfab/bedrijven/" target="_blank">creatieve bedrijven</a> naar het gebied, zoals op de website van de Caballerofabriek te zien is.  De gemeente wil nieuwe bedrijven voor de langere termijn naar de Binckhorst lokken. &#8220;Het gebouw communiceert dat er ruimte is voor creativiteit en innovatie in dit gebied&#8221;, aldus Smit. &#8220;Communicatie verdient geld, het trekt mensen het gebied in.&#8221;</p>
<p>Later vertelt hij over de invloed van de kredietcrisis. Om de herontwikkeling van het gehele bedrijventerrein van de grond te krijgen was aanvankelijk met een beperkt aantal marktpartijen een overeenkomst in de maak. De onderhandelingen hierover begonnen onder invloed van de kredietcrisis steeds moeizamer te verlopen. De gemeente Den Haag heeft er daarom voor gekozen het plangebied in meerdere kleine deelgebieden op te delen. Per deelgebied kunnen de plannen nu verder worden ontwikkeld. Ook kunnen hiermee nieuwe marktpartijen aansluiten om die projecten ten uitvoer te brengen. Dat levert soms vertraging op van de herontwikkeling en vraagt zorgvuldige communicatie met de ondernemers in dit gebied.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091223_BINCK_Magazine%20RV%20DEF.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>Cultureel magazine over de herontwikkeling van de Binckhorst (bron: Stroom HCBK) </em></p>
<p><strong>Positie verwerven</strong><br />
Gebiedscommunicatie is op meerdere niveaus van belang om een gebiedsontwikkeling vlot te trekken.  In eerste instantie om draagvlak voor de verandering van hun leefomgeving te verwerven bij bewoners en gebruikers van het gebied. Vervolgens om de relatie met deze belanghebbenden goed te onderhouden. En tenslotte, niet de minst belangrijke reden, vanwege de marketingcommunicatie. Door een zorgvuldige positionering van het gebied als merk maak je duidelijk waar het gebied voor staat, met als doel om een goede positie te verwerven in het menselijk brein. Immers, net als de pole position in de Formule 1 of de eerste rang in het theater, zijn er ook in het menselijk brein plaatsen die het beste uitzicht bieden.</p>
<p>Voorkeursposities vormen gezamenlijk een soort intuïtieve gids die ons door het leven leidt en ons tijd bespaart bij het maken van keuzen, en ons waarschuwt voor gevaar. Of het nu gaat om producten, diensten, gebieden, huizen, winkels of toeristische bestemmingen. De merken die in ons brein verankerd zitten helpen ons bij het maken van efficiënte en vertrouwde keuzen voor aankoop, aandacht of investering.  Hoe hoger het risico, hoe hoger de waarde van het merk. Aan de overweging om je elders te vestigen, zijn grote risico’s verbonden. Niet alleen de financiële risico’s, maar ook sociale risico’s. Is de omgeving veilig? Kan ik alles doen wat bij mijn leven past? Vinden mijn vrienden en familie de omgeving ook een vooruitgang? Heeft een merk eenmaal een plek verworven op “pole position” in het brein, dan kan het ook een stootje hebben: wanneer in Amsterdam Zuidoost iemand wordt overvallen, wordt bij velen maar weer eens bevestigd dat het niet de beste plek van de stad is. En dus stagneert de verkoop van woningen. Wanneer iemand in Aerdenhout wordt overvallen doen we het af met een incident, en heeft dat geen invloed op de verkoopcijfers.</p>
<p><strong>Sprookjes?</strong><br />
Peter Ruigrok van Burgfonds: &#8220;Dit is eigenlijk geen kredietcrisis, maar een vertrouwenscrisis. Het bancaire stelsel is onderuit gegaan en er zijn nauwelijks nog kredietmogelijkheden voor  vastgoedinstellingen. Wij zijn dus meer dan ooit gedwongen om allianties aan te gaan om opdrachten te verwerven. Om ze ook nog eens te realiseren, is het van groot belang dat we oog hebben voor wie we het eigenlijk doen en wat de belangen van die mensen zijn&#8221;.</p>
<p>De tafelheren zijn het met elkaar eens dat ze, samen met communicatieadviseurs, steeds een verhaal moeten maken om belanghebbenden te informeren, te overtuigen of te enthousiasmeren om draagvlak te creëren voor een ingrijpende herontwikkeling of gebiedsontwikkeling.  Nu merken ze dat het moeilijk is om zo’n verhaal bij te stellen, omdat de werkelijkheid veranderd is. Sentimenten spelen daarbij een onverminderd grote rol. De woningnood is door de crisis momenteel minder groot, dus waarom zouden we al die hoogbouwappartementen dan nog bouwen?</p>
<p>Projectontwikkelaars zijn de afgelopen jaren veel waarde gaan hechten aan wat ze door de tijd heen hebben beloofd.  Het is voor hen daarom erg vervelend om terug te keren naar bijvoorbeeld bewoners in een wijk, om ze te vertellen dat de nieuwe projecten uit worden gesteld vanwege financiële uitdagingen. Terwijl een deel van de wijk net is gesloopt om plaats te maken voor die projecten. Die bewoners wonen dan toch maar mooi voor onbepaalde tijd naast een bouwput. Er was “allure” beloofd, maar als bewoner voel je op je klompen aan dat, onder invloed van de beperkte financieringsmogelijkheden, dat best wel eens anders kan worden. En wat ervoor in de plaats komt is onzeker. Ook hier is dus juist in &#8216;crisistijd&#8217; een belangrijke rol weggelegd voor gebiedscommunicatie.</p>
<p><strong>Niet om elkaar heen draaien</strong><br />
Victor Verhoeven van PréWonen stelde dat hij zich meer dan ooit tevoren bewust is van de noodzaak voor transparantie: &#8220;Woningcorporaties en projectontwikkelaars kunnen zich niet meer verschuilen achter de hoeveelheid van de productie van het aantal woningen. Als in het verleden een bouwproject niet volgens planning verliep, konden we zeggen dat we tegelijkertijd met honderden andere woningen in die wijk bezig waren. Dat maakte vaak wat goed. Dat geldt nu niet meer. Nu wil men precies weten waarom het in dit project niet lukt en welke oplossing je hebt. Wat je ondertussen elders in de stad presteert is daarbij minder relevant.&#8221;</p>
<p>Een goed voorbeeld van hoe het niet moet is volgens Verhoeven de Haarlemse wijk Schalkwijk. Het is de bedoeling dat Schalkwijk een nieuw stadsdeelcentrum krijgt. Schalkwijk moet een bruisend, stedelijk centrum worden met een compleet winkelaanbod, woningen, marktplein, horeca, terrassen en sociaal maatschappelijke functies. Modern en met allure dat is het ambitieniveau. “Dit project loopt niet alleen vertraging op door de kredietcrisis, maar ook doordat gemeente, corporaties en marktpartijen niet altijd even open zijn met het op tafel leggen van hun eigen belangen&#8221;, aldus Verhoeven. &#8220;Gebiedsontwikkeling doe je en kun je niet alleen. We moeten als betrokken partijen niet om elkaar heen draaien, maar de ambities bijstellen, keuzes maken en helderheid bieden aan de omgeving over wat de plannen en de mogelijkheden nu zijn.&#8221;</p>
<p><strong>Aantrekkelijk</strong><br />
Verhoeven, Smit en Ruigrok zijn het er roerend over eens dat begrip de beloning is wanneer je helder bent over de noodzaak van het aanpassen van oorspronkelijk (misschien wel te) ambitieuze plannen.<br />
&#8220;De vraag &#8216;wat heb ik daar aan&#8217; wordt sinds de kredietcrisis door iedereen tien keer sterker gesteld. Dat gaat om overheden, ontwikkelaars en andere marktpartijen met wie je nieuwe samenwerkingen aan zou willen gaan, maar ook om de bewoners en gebruikers van een gebied&#8221;, volgens Smit. Ruigrok doet als ontwikkelaar nog een appél aan zijn concullega’s: &#8216;Projectontwikkelaars moeten veel communicatiever zijn en meer samenwerken. Daarbij is authenticiteit een belangrijke voorwaarde. Ben helder over waar je staat, waar je mogelijkheden liggen en vooral ook wat je beperkingen zijn. Dan kun je aantrekkelijke partners aan je binden met wie je samen nieuwe ideeën kunt ontwikkelen!&#8221;</p>
<p>Foto boven: Cabellerofabriek door <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Caballero_Fabriek.jpg" target="_blank">Michiel1972</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/we-hechten-waarde-aan-het-verhaal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leidsche Rijn in het echt</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/leidsche-rijn-in-het-echt/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/leidsche-rijn-in-het-echt/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Dec 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mijmering]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/12/leidsche-rijn-in.jpg" /> Arnon Grunberg dook onlangs tien dagen onder in Leidsche Rijn en beschreef de wijk als symbool voor het nieuwe Nederland. De drempel om dit schijnbaar paradijselijke stukje stad te bezoeken,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Arnon Grunberg dook onlangs tien dagen onder in Leidsche Rijn en <a href="../detail.php?id=300">beschreef de wijk </a>als symbool voor het nieuwe Nederland. De drempel om dit schijnbaar paradijselijke stukje stad te bezoeken, blijkt groot. RUIMTEVOLK-redacteur Jeroen Niemans woont hemelsbreed hooguit 500 meter van dit nieuwe Nederland vandaan. Nieuwsgierig geworden, overwon hij z’n angst voor de VINEX wijk en ging kijken. </strong></p>
<p>“Wat ga je in godsnaam in Leidsche Rijn doen?” vroeg m’n vrouw toen ik op de fiets stapte. Haar vraag is tekenend: Leidsche Rijn is de grootste en waarschijnlijk ook de meest bekende VINEX wijk van ons land. Bijna iedereen heeft wel een mening over de wijk; al dan niet gefundeerd, en vaak ook gebaseerd op vooroordelen. Maar hoeveel mensen zijn er werkelijk wel eens kijkje gaan nemen?</p>
<p>Als eerstejaars student geografie fietste ik ooit naar de uitgestrekte zandvlakte, die moest gaan uitgroeien tot een stadsdeel ter grote van Leeuwarden. De eerste pioniers waren er net neergestreken, en met een stapel enquêtes in de rugzak gingen we ze vragen hoe het ze beviel daar. Ze bleken eigenlijk heel tevreden te zijn op die desolate vlakte. Het was natuurlijk nog lang niet af, maar ze waren erg optimistisch, bleek uit de enquête. Daarna reed ik er tien jaar lang eigenlijk alleen af en toe met de trein doorheen. In die periode raakte de vlakte langzamerhand gevuld met huizen in alle soorten en maten. Anno 2009 is Leidsche Rijn inmiddels een verzameling van verschillende wijken met allemaal een eigen identiteit. Er wonen meer dan 41-duizend mensen, en uiteindelijk zal dat uitgroeien tot bijna het dubbele.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091221_DSC01760.JPG" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>Leidsche Rijn anno 2009 (foto: Jeroen Niemans)</em></sup></p>
<p>Tussen de flitsende beelden van de ontwikkelaars over het aardse paradijs en het cynische beeld van de uitgestrekte eenheidsworst aan rijtjeshuizen blijkt de werkelijkheid een divers palet van wwonbuurten. Niet allemaal naar mijn smaak, maar sommige stukjes maken me zowaar wel blij. Mijn vakgenoten blijken ook anno 2009 in staat om prachtige stukjes stad af te leveren. En gelukkige inwoners zijn er ook nog steeds. Acteur Barry Atsma, die momenteel in de bioscopen schittert als grootsteedse charlatan in ‘Komt een vrouw bij de Doktor’, noemt in een interview in HP/De Tijd Leidsche Rijn zelfs ‘de beste plek ter wereld om te wonen’.</p>
<p>Kortom, het nieuwe Nederland ligt om de hoek, en het is er best goed toeven. Alle ruimtelijke ordenaars van ons land zouden er verplicht eens een dag moeten doorbrengen.</p>
<p>Ook benieuwd ? Kijk dan bijgaand filmpje van mijn fietstocht:</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/Vy6EhVNjWg0" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/Vy6EhVNjWg0"></embed></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/leidsche-rijn-in-het-echt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Frikandel óf halalhamburger</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/frikandel-of-halalhamburger/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/frikandel-of-halalhamburger/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Dec 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Amy Eaglestone en Sousan Tam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/12/frikandel-of-halalhamburger.jpg" /> Op kosten van de belastingbetaler consumeren de gangmakers van een buurt gesubsidieerd bier en hamburgers. Minderheden, die behoefte hebben aan sociale integratie, komen daardoor niet aan bod. Waarom ontbreekt de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op kosten van de belastingbetaler consumeren de gangmakers van een buurt gesubsidieerd bier en hamburgers. Minderheden, die behoefte hebben aan sociale integratie, komen daardoor niet aan bod. Waarom ontbreekt de allochtoon op het wijkfeest?  </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Utrecht is &eacute;&eacute;n van de gemeenten die leefbaarheidprojecten subsidieert. Per wijk heeft het een miljoen euro beschikbaar gesteld. Ongeveer twee procent hiervan gaat op aan buurtfeesten, zoals barbecues en borrels. Gemiddeld kosten deze 750 euro per keer. Woningcorporaties in de grote steden stellen eveneens leefbaarheidbudgetten beschikbaar voor onder meer buurtbarbecues (1).&nbsp;De zin van buurtbarbecues wordt echter regelmatig in twijfel getrokken. Zo leverde de VVD-fractie in de Tweede Kamer eerder dit jaar scherpe kritiek op de subsidi&euml;ring van buurtbarbecues. Het wetenschappelijke bureau van GroenLinks oordeelde dat het positieve effect van deze gezelligheid minimaal is.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091215_IMG_4325.JPG" alt="artikel afbeelding" /><sub><em>Foto: Coen de Rijk</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De overheid beweert dat de buurtbarbecue de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Sociale_cohesie">sociale cohesie</a> bevordert (2). Wij zouden, met een verbeterde sociale cohesie, elkaar vaker groeten en eerder bereid zijn elkaar te helpen; we fungeren dan als vangnet voor elkaar. Vooral wanneer het om achterstandswijken, zoals Kanaleneiland in Utrecht gaat, oppert de staat dat buurtbarbecues een positief effect hebben op de integratie van allochtonen (3).</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kort gezegd, contacten op buurtniveau leveren vooral voor degene met een lage sociaaleconomische status, een breder sociaal netwerk op en daarmee een beter sociaal vangnet. Daarnaast komen mensen, door contact met buurtgenoten, soms in contact met mensen van een andere etnische groep. Dit zou moeten bijdragen aan het verbeteren van taalvaardigheid en vooral het ontwikkelen van begrip voor elkaar. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Prachtig, denkt menig gemeenteraad. Kleine geldbedragen uitdelen in ruil voor goodwill en PR, en dus een hogere populariteit. Tegelijkertijd wordt er zichtbaar en op &#8216;gezellige&#8217; wijze aan integratie gewerkt.  De buurtbewoners hoor je natuurlijk ook niet klagen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091215_IMG_4332.JPG" alt="artikel afbeelding" /><sub><em>Foto: Coen de Rijk</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Toch pakt het plan om integratie te bevorderen door middel van buurtbarbecues niet helemaal uit als gehoopt. Recent onderzoek schetst een interessant beeld van de werkelijke effecten (4).&nbsp;Een buurtfeest, waaronder ook een barbecue, blijkt wel degelijk bevorderlijk te kunnen zijn voor de sociale cohesie onder de feestgangers. De deelnemers aan de barbecue vormen meestal echter geen weerspiegeling van de buurtbewoners. Het zijn vooral hoog opgeleide allochtonen die zich als eerste een weg weten te banen naar de subsidiepot. Terwijl de allochtoon zowel bij de subsidieaanvraag als op het feestje niet op komt dagen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het onderzoek beveelt aan om ook allochtonen naar het geld te leiden, en dat zij ook een feestje moeten bouwen.  Maar gaat dit niet leiden tot exclusieve allochtonenfeestjes op kosten van de staat? Dat leidt eerder tot het benadrukken van de verschillende bevolkingsgroepen in de buurt, dan het bij elkaar brengen ervan.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als het doel van de buurtbarbecue enkel sociale cohesie is, dan is het een effectief middel. Immers, de hoogopgeleide autochtoon leert zijn waarschijnlijk hoogopgeleide buren beter kennen. En als allochtonen ook aan het geld weten te komen, kunnen ook zij elkaar op een feestje beter leren kennen.   Maar wanneer het doel van de buurtbarbecue een versterking van het sociale vangnet is? Of het bevorderen van niet voor de hand liggende contacten tussen verschillende buurtbewoners en culturen? Nee. In beide gevallen lijkt de buurtbarbecue, in zijn huidige vorm, geen wondermiddel.   </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Door voorwaarden te stellen aan het geld zou de buurtbarbecue misschien alsnog kunnen functioneren als ontmoetingsplaats voor verschillende mensen uit de buurt. Organisatoren zouden dan bijvoorbeeld moeten bewijzen dat activiteiten in het teken staan van ontmoeting en diversiteit. Maar daarmee is gelijk de ongedwongenheid van het wijkfeest teniet gedaan.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De allochtoon zelf lijken we intussen even vergeten. Misschien kent hij al genoeg mensen, en doet hij genoeg feestjes aan. Misschien houdt hij niet van bier en hamburgers. Heeft iemand het hem al gevraagd?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sup>Foto boven: <a href="http://www.flickr.com/photos/loufi">Loufi&nbsp;</a></sup></p>
<p><sup>(1) Meer vertrouwen en minder ruzies, tijdschrift Tijdschrift voor sociale vraagstukken,  nr 9, september 2009.</sup></p>
<p><sup>(2) Ministerie van VROM, WWI, bewonersbudgetten, juni 2009.</sup></p>
<p><sup>(3) Elsevier, 26 augustus 2009</sup></p>
<p><sup>(4) Samen Feesten, Samen Leven, Ruben Bino, onderzoeksbureau Labyrinth, i.s.m de gemeente Utrecht.</sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/frikandel-of-halalhamburger/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijdelijkheid als masterplan</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-masterplan/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-masterplan/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 22 Nov 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/11/tijdelijkheid-als-masterplan.jpg" /> RUIMTEVOLK organiseerde vrijdag 17 juli 2009 op de NDSM werf in Amsterdam een bijeenkomst over &#8216;tijdelijke ordening&#8217; en de ruimtelijke sporen van de economische crisis. Beeldend kunstenaars Bart Stuart en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>RUIMTEVOLK organiseerde vrijdag 17 juli 2009 op de NDSM werf in Amsterdam een bijeenkomst over &#8216;tijdelijke ordening&#8217; en de ruimtelijke sporen van de economische crisis. Beeldend kunstenaars Bart Stuart en Klaar van der Lippe namen een dertigtal professionals mee door het gebied en in een kritische reflectie op de gebiedsontwikkeling anno 2009.</p>
<p>Een sfeerimpressie:</p>
<div><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="480" height="295" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/RkGy6eMHBz0&amp;hl=en_US&amp;fs=1&amp;rel=0&amp;color1=0x2b405b&amp;color2=0x6b8ab6" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="480" height="295" src="http://www.youtube.com/v/RkGy6eMHBz0&amp;hl=en_US&amp;fs=1&amp;rel=0&amp;color1=0x2b405b&amp;color2=0x6b8ab6" allowfullscreen="true" allowscriptaccess="always"></embed></object></div>
<p>Foto&#8217;s van deze bijeenkomst zijn te vinden op de <a href="http://www.flickr.com/photos/ruimtevolk/">RUIMTEVOLK Flickr account</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-als-masterplan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gebiedscommunicatie wordt volwassen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedscommunicatie-wordt-volwassen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedscommunicatie-wordt-volwassen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Nov 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebe de Ridder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/11/gebiedscommunicatie-wordt-volwassen.jpg" /> De rol van marketing en communicatie bij woningbouw en gebiedsontwikkeling is relatief nieuw. Maar waar gebiedscommunicatie in het werkveld van vastgoedontwikkeling steeds vaker serieus wordt genomen, blijkt gebiedsmarketing vreemd genoeg]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De rol van marketing en communicatie bij woningbouw en gebiedsontwikkeling is relatief nieuw. Maar waar gebiedscommunicatie in het werkveld van vastgoedontwikkeling steeds vaker serieus wordt genomen, blijkt gebiedsmarketing vreemd genoeg hier bij achter te blijven. Er wordt veel ge&iuml;nvesteerd in het bereiken van de doelgroep maar er wordt vaak slecht geluisterd naar de wensen van woningzoekenden.&nbsp; <br /></strong><br />Gebiedsmarketing inventariseert de woonwensen van woningzoekenden zodat gewenste woningen ontwikkeld kunnen worden. Het concept van een gebouw of een wijk moet aansluiten bij de wensen van de doelgroep zodat het gebied of complex als een herkenbaar merk in de markt gezet kan worden. Zo is in Haarlem door Ymere <a href="http://www.ymere.nl/ymere/folders/Ymere%20ontmoet%20herfst%202008.pdf">een complex</a> ontwikkeld voor Turkse ouderen, die op zoek waren naar een plek waar zij samen konden gaan wonen. Ze hadden vooral behoefte aan een aantal gemeenschappelijke ruimtes. Door deze vraag is een zeer specifiek en gewenst wooncomplex ontwikkeld.</p>
<p>Gebiedscommunicatie is een relatief nieuw vakgebied dat alle communicatieactiviteiten omvat die bij gebiedsontwikkeling komen kijken: van visieontwikkeling, draagvlak en participatie tot en met de verkoop van woningen. Over het algemeen zoekt elk woongebied of bedrijventerrein naar een eigen identiteit. Het zoeken naar unieke verkooppunten is een uitdagend proces, waarbij gewaakt moet worden voor gemakzucht. Een gebied kan zich onderscheiden door bijvoorbeeld het realiseren van een architectonisch icoon of&nbsp; door het vertellen van een eigen verhaal. Daarbij speelt gebiedscommunicatie een belangrijke rol. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091108_crooswijkgebiedsmarketing1.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Campagne Nieuw Crooswijk (Foto: Wiebe de Ridder) </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zowel marketing als communicatie zouden eigenlijk vanaf het eerste moment van planvorming betrokken moeten zijn. Vaak is dat niet het geval. Volgens Michiel Linskens, senior programmanager bij het Communicatie Instituut Ruimtelijke Ontwikkeling (<a href="http://www.ciron.nl/">CIRON</a>) is er weliswaar meer aandacht voor gebiedscommunicatie maar rammelt het marktonderzoek bij gebiedsontwikkeling vaak. <em>&ldquo;Dat is een gemiste kans. Betere analyse kan belangrijke vergissingen voorkomen.&rdquo; </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Vooral bij aanvang van een project zou volgens Linskens moeite moeten worden gestopt in het onderzoeken van de markt. Nu komt het onderzoek pas vaak weer een aantal jaren later naar voren tijdens de verkoop. <em>&ldquo;Het imago en de identiteit van een gebied dienen vanaf het begin zorgvuldig opgebouwd en gemonitord te worden. Vooral in perioden waarin weinig gebeurt voor de buitenwereld, zoals bijvoorbeeld tijdens vergunningsprocedures, is het zinvol om toch lokale ondernemers en omwonenden op de hoogte te houden.&rdquo;</em></p>
<p>Omdat het gaat om langlopende processen (vaak langer dan 5 jaar) is het denkbaar dat de marktsituatie verandert. Om die reden is het belangrijk dat de ontwikkelingen in de markt goed in de gaten worden gehouden, aldus de seniorprogrammamanager. <em>&quot;Wat het ook moeilijk maakt&quot;</em>, zegt Linskens <em>&quot;is dat de betrokkenheid van een marketing- en of communicatieteam vaak erg ad hoc is. Er wordt op deze manier geen geheugen opgebouwd binnen het project waardoor op communicatiegebied het wiel steeds opnieuw moet worden uitgevonden. Nog beter zou het zijn wanneer projectvisie, communicatiestrategie en marketing goed op elkaar zijn &eacute;n blijven afgestemd: dan ontstaat meerwaarde voor alle betrokken partijen.&rdquo;</em></p>
<p>Linskens conclusie is dat in deze tijd van een moeizaam lopende vastgoed- en woningmarkt het tijd wordt dat gebiedscommunicatie &eacute;n -marketing als volwaardige vakgebieden erkend worden. Projecten zullen daardoor soepeler verlopen, weerstanden zullen minder zijn en de plannen beter, met meer draagvlak. En &ndash; last but not least &#8211; er wordt gebouwd waar consumenten behoefte aan hebben.&nbsp; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091107_lemidi1.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Le Medi Rotterdam (Foto: Era Contour)</sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een mooi voorbeeld van het succesvol toepassen van marketing in de ontwikkeling van een woonwijk is overigens het project <a href="http://www.lemedi.nl">Le Medi</a> in Rotterdam-West. In dit project is vanaf de conceptfase voor deze nieuwbouwwijk tot en met de realisatie gewerkt met een klantenpanel. Het spiegelen van de idee&euml;n voor dit woningbouwproject aan de doelgroep heeft volgens de ontwikkelaars enorm bijgedragen aan de kwaliteit van het project. Ook voor de verkoop is het goed geweest. De woningen staan in een omgeving met een matige reputatie, maar omdat het project zich richt op een heldere doelgroep loopt de verkoop toch goed. De doelgroep van dit project zijn mensen die bewust kiezen voor de stad met al haar activiteit en diversiteit. Het project richt zich dus niet per definitie op&nbsp;mensen met roots in de mediteranee.&nbsp;&nbsp;De huidige bewoners voelen zich zo thuis in het project dat ze hun trouwkaart hebben opgemaakt in de stijl van het project. Goede marketing en communicatie kan mensen dus ook gelukkig maken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212; </p>
<p><em><sub>Op 19 november 2009 vindt het <a href="http://www.ciron.nl/Congres/index.html">CIRON lustrumcongres</a> Gebiedscommunicatie in IJsselstein plaats. Het thema dit jaar is: krimp, crisis en duurzaamheid </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub><em>Foto boven: campagne Port Feijenoord (Foto: Wiebe de Ridder)&nbsp; </em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/gebiedscommunicatie-wordt-volwassen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De stedenbouw is dood, lang leve de stedenbouw!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-stedenbouw-is-dood-lang-leve-de-stedenbouw/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-stedenbouw-is-dood-lang-leve-de-stedenbouw/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Nov 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[BNSP]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/11/de-stedenbouw-is-dood.jpg" /> Stedenbouwers, wat doen die eigenlijk? Een antwoord dat menig stedenbouwer zelf schuldig moet blijven. Zo bleek onlangs uit een bijeenkomst van de Beroepsvereniging voor Stedenbouwkundigen (BNSP). In een land met]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Stedenbouwers, wat doen die eigenlijk? Een antwoord dat menig stedenbouwer zelf schuldig moet blijven. Zo bleek onlangs uit een bijeenkomst van de Beroepsvereniging voor Stedenbouwkundigen (<a href="http://www.bnsp.nl">BNSP</a>). In een land met een roemrijk ontwerpverleden lijken de huidige erfgenamen de weg kwijt te zijn. <em>&#8220;Bij ons maken de juristen de plannen.&#8221;<br />
</em></strong><br />
De stedenbouwers hebben het zwaar vandaag de dag. Het beeld bij de buitenwereld lijkt te zijn dat stedenbouw overbodig is, aldus Tjeerd de Boer, programmaleider <a href="http://www.minocw.nl/ruimteencultuur/index.html">Ruimte en Cultuur</a> bij OC&amp;W, in zijn toelichting tijdens het BNSP-congres van donderdag 22 oktober jongstleden over de staat van de stedenbouw. Maar niet alleen het vak, ook de stedenbouwer zelf is onzichtbaar geworden, zo schetste De Boer de contouren van de &#8216;crisis&#8217; waarin de discipline zich bevindt.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091108_bnsp103815.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Zelf Hemel vraagt zich af waar de helden van de stedenbouw zijn gebleven (Foto: Eric van Nieuwland) </sub></em></p>
<p>In het publieke debat maken architecten de dienst uit. Nederland kent rijksadviseurs voor infrastructuur, landschap en cultuurhistorie, maar niet voor de stedenbouw. <em>&#8220;Je kunt thuis niet meer uitleggen wat voor werk je doet&#8221;</em>, aldus De Boer. <a href="http://zefhemel.spaces.live.com">Zef Hemel</a>, adjunct-directeur bij de Amsterdamse <a href="http://www.dro.amsterdam.nl">Dienst Ruimtelijk Ordening</a>, denkt dat die onzichtbaarheid een direct gevolg is van de ontwikkelingen van het vak zelf. Steeds meer andere beroepsgroepen houden zich immers bezig met de inrichting van de stad. Van de waterstaatkundigen via de verkeerskundigen en de planologen zijn we nu bij de juristen aanbeland. <em>&#8220;In mijn dienst maken de juristen de plannen. We eindigen allemaal bij de Raad van State.&#8221;</em> De tweede fase van IJburg is door juristen getekend, aldus de planoloog. <em>&#8220;De stedenbouwer denkt dat hij aan zet is, maar dat lukt niet meer. Het komt ook niet meer.&#8221; </em></p>
<p>In een eerdere <a href="http://www.minocw.nl/documenten/85012_Internet.pdf">nota</a> beschreef het ministerie al de merkwaardige paradox: Terwijl onze architecten en stedenbouwers een internationaal gewaardeerd exportproduct zijn, groeit de onvrede over hoe Nederland er zelf uitziet. <em>&#8220;Blijkbaar lukt het niet om het ontwerptalent zo in te zetten dat dit leidt tot een bevredigend, ruimtelijk resultaat&#8221;</em>, aldus de nota.</p>
<p><strong>Dus, wat nu? </strong></p>
<p>OC&amp;W heeft een aardig pakket van stimuleringsmaatregelen klaarliggen. Maar de sprekers op het congres benadrukken dat het ook vanuit de stedenbouwers zelf moet komen. Het is tijd voor &#8216;nieuw engagement’ en ‘nieuw vakmanschap’. Al met al lijkt het vooral een probleem in de beeldvorming. Hebben de stedenbouwers wellicht nieuwe helden nodig? Daadkrachtige voorbeeldfiguren die in de oer-Hollandse traditie van Lely en Berlage, de stedenbouw weer op de kaart zetten?</p>
<p>Zef Hemel denkt niet dat dit de oplossing is voor het imagoprobleem van de stedenbouwers. <em>&#8220;Ikea heeft het goed begrepen. Design your own life. Iedereen is een designer. Plannen zijn 80 procent communicatie en 20 procent verbeelding. In die 20 procent ligt een mooie rol voor de stedenbouwer. Maar niet als held. Je moet iets geven, niet nemen.&#8221;</em> Gert Urhahn, directeur en oprichter van het stedenbouwkundige adviesbureau <a href="http://www.urhahn.com">Urhahn Urban Design</a> schetst een beeld van de vele – inderdaad vaak niet zichtbare &#8211; rollen die je als stedenbouwer in kunt nemen. <em>&#8220;Soms ben je rekenaar, tekenaar, onderzoeker, pionier. Dan weer verleider of moderator. Dit is afhankelijk van de aard van de opgave, de fase en de context.&#8221; </em></p>
<p>Dat die 20 procent van Hemel nog een zeer dankbare taak oplevert, blijkt uit de praktijkverhalen van andere deelnemers. Zo zijn daar Hilde Blank en Jeroen van Willigen, van de stedenbouwkundige bureaus <a href="http://www.bvr.nl">BVR</a> en <a href="http://www.dezwartehond.nl">De Zwarte hond</a>, die een flinke peptalk houden over hoe stedenbouwers kunnen schakelen tussen schalen. Ruimtelijke, programmatische en culturele aspecten kunnen koppelen. Over hoe ze altijd kritisch geëngageerd moeten zijn, door zich af te vragen ‘waarom ben ik hier aan het werk?’ En als klap op de vuurpijl nieuwe ruimtelijke concepten kunnen &#8211; en mogen &#8211; bedenken. Wat een prachtig vak!</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091108_bnsp124336.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Henk Ovink in gesprek met de dagvoorzitter (Foto: Eric van Nieuwland) </sub></em></p>
<p>De timing voor een revival lijkt goed; zoveel aandacht voor de ruimtelijke inrichting van ons land is er in tijden niet meer geweest. Tjeerd de Boer voelt dat het tijd is voor een omslag. Ook de nationale directeur van Ruimtelijke Ordening Henk Ovink ziet de focus verschuiven. <em>&#8220;De aandacht voor de stad en daarmee ook voor de stedenbouw groeit. Het zou zo maar kunnen dat we er de volgende keer een rijksadviseur voor de stad bijhebben.&#8221; </em></p>
<p>Tjerk Ruimschotel, kandidaat-voorzitter van de BNSP, pleit er ten slotte voor niet te veel af te bakenen. <em>&#8220;Het gaat er niet om dat wij de stedenbouwers zijn en meer naar voren moeten treden als zodanig. We moeten juist verbindingen leggen. Niet uitsluiten, maar insluiten. Ik zou zelfs willen zeggen: hoe meer mensen zich met stedenbouw bezig houden, hoe beter.&#8221;</em></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><sub>Foto boven: stemmen op een stelling van Tjeer de Boer (Foto: Eric van Nieuwland) </sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-stedenbouw-is-dood-lang-leve-de-stedenbouw/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe Praktijken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-praktijken-2/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-praktijken-2/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 Nov 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ad van der Stok</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/11/nieuwe-praktijken.jpg" /> Jonge architecten krijgen zelden grotere opdrachten, zo bleek onlangs maar weer eens. Te klein om aan de eisen te voldoen, of om het vertrouwen te krijgen. Een samenwerking als Vloer]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Jonge architecten krijgen zelden grotere opdrachten, <a href="http://www.ontwerpwedstrijden.nl/t1.asp?path=zsaghr0d">zo bleek onlangs</a> maar weer eens. Te klein om aan de eisen te voldoen, of om het vertrouwen te krijgen. Een samenwerking als Vloer 12 is voor dat probleem wellicht de oplossing.</strong></p>
<p><a href="http://www.vloer12.nl">Vloer 12</a> is een samenwerking tussen Bureau Bouwkunde en vijf jonge architectenbureaus die in hetzelfde gebouw zitten. Dichtbij, zodat het advies wat de belangrijkste vorm van samenwerking is, gemakkelijk verkregen kan worden. Over de totstandkoming van dit initiatief verscheen op RUIMTEVOLK eerder <a href="../detail.php?id=294">een interview met (voormalig) directeur Ruud Hazes</a>. Voor de jonge architecten is Vloer 12 een geslaagde samenwerking door de stimulans en het creatieve elan die van de bureau&#8217;s uitgaat. Hoe denken de bureaus zelf over deze samenwerking? Een gesprek met de beginnende architecten <a href="http://www.moederscheimmoonen.nl/">Erik Moederscheim</a> (EM), <a href="http://www.ghna.nl/">Thomas Gillet</a> (TG), <a href="http://www.eklundterbeek.com/">Jenny Eklund</a> (JE) en <a href="http://www.eklundterbeek.com/">Dominique ter Beek</a> (DtB).</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091107__Brievenbus%20Vloer12_2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Brievenbus van Vloer 12 (foto: Ad van der Stok)</sub></em></p>
<p><em>Wat is er zo goed aan jullie samenwerking met een gerenommeerde partner als Bureau Bouwkunde?</em></p>
<p>EM: &#8220;Wij hadden al het idee op zo&#8217;n manier als klein bureau te gaan werken, om massa te creëren, om projecten te kunnen draaien. Dus het sloot bij die gedachte aan. Verder is het vooral de nabijheid die het sterk maakt. Als we een vraag hebben over brandwerendheid, regelgeving, nennormen, dan loop je naar boven en heb je een antwoord.&#8221;</p>
<p>JE: &#8220;Daarbij is het fijn dat we hier met vijf bureaus zitten. Dus je hebt zowel mensen in dezelfde situatie als mensen met twintig jaar ervaring om je heen. Dat werkt heel goed.&#8221;</p>
<p>TG: &#8220;Het is echter niet alleen die kennis, maar ook het feit dat je naar een opdrachtgever toe kan stappen en gewicht meeneemt. ls je net klaar met je studie en een prijsvraag hebt gewonnen denk je: het gaat nu allemaal beginnen. Dan schrijf je opdrachtgevers aan en die vinden het hartstikke leuk om met jonge architecten te praten. Maar als je dan vraagt om een opdracht, kijken ze wat bedenkelijker en zeggen dan, &#8216;nou jongens bouw eerst eens wat en kom over een paar jaar maar terug&#8217;.&#8221;</p>
<p><em>Vertrouwen is niet vanzelfsprekend. </em></p>
<p>TG: &#8220;Je moet jezelf bewijzen en dat is ook begrijpelijk: iemand die mooi kan schetsen, hoeft nog niet een goede architect te zijn en dat weet een opdrachtgever. Dus zo&#8217;n samenwerking kan ontzettend helpen om je credibility te verhogen en onzekerheid weg te nemen.&#8221;</p>
<p><em>Helpen die adviezen van Bureau Bouwkunde je ook professioneler te worden?</em></p>
<p>DtB: &#8220;Absoluut. Deze samenwerking stelt ons als klein bureau in staat opdrachten van groter formaat aan te kunnen.&#8221;</p>
<p>JE: &#8220;Ze weten veel over het bouwproces, de kosten en de realisatie en daar hebben we erg veel aan.</p>
<p>DtB: &#8220;Ze hebben ons bijvoorbeeld geholpen met een energie-uitstoot-berekening (EPC). Dat hebben we niet aan ze uitbesteed, maar samen met hen gedaan. Dan zit je er bovenop en leer je snel tot een goed eindresultaat te komen.&#8221;</p>
<p><em>Dus dan organiseer je eigenlijk een soort Masterclass voor jezelf.</em></p>
<p>DtB: &#8220;Zo zou je het kunnen noemen&#8221;</p>
<p>EM: &#8220;Wij hebben onlangs besloten de directievoering van een sportgebouw hier in Rotterdam zelf te doen. Dan zit je regelmatig met de aannemer aan tafel en dan loop je toch even naar Ruud Hazes. &#8216;Die aannemer zegt dit en dat, maar wij willen dit, hoe moet ik dat doen? Hoe moet ik me opstellen? Moet ik met de hakken in het zand gaan staan?&#8221;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091107__Vloer12%20Uitzicht.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Uitzicht vanaf Vloer 12 (foto: MoederscheimMoonen / Erik Moederscheim)</sub></em></p>
<p><em>Hij heeft natuurlijk vaak met dat bijltje gehakt.</em></p>
<p>EM: &#8220;Klopt. En dat is toch een beetje fingerspitzengefuhl. Het blijft in de bouw geven en nemen, maar waar moet je geven om ergens weer wat te nemen?&#8221;</p>
<p>Dat er bij meer jonge architecten behoefte bestaat aan kennis over en uit de praktijk bleek ook uit de grote opkomst bij twee door Vloer 12 georganiseerde lezingen. In januari van dit jaar organiseerde ze New Deals, waar opdrachtgevende partijen hun visie op het vak gaven. Dit was de opvolger van &#8216;Lifelessons&#8217; dat in mei 2008 georganiseerd werd, waar door architecten over het opbouwen van een eigen bureau verteld werd.</p>
<p><em>Het is dus de bedoeling dat jullie hier twee jaar zitten, is dat genoeg om &#8216;vleugels te krijgen&#8217;?</em></p>
<p>TG: &#8220;Twee jaar is gewoon kort. Je weet, in twee jaar heb je nog geen project gerealiseerd, daar gaat gewoon meer tijd overheen. Dus als je de volledige cyclus wilt meemaken van zo&#8217;n samenwerking dan ben je snel drie, vier jaar bezig.&#8221;</p>
<p>&#8212;<em><sub><br />
Erik Moederscheim maakt onderdeel uit van Moederscheim Moonen, Thomas Gillet maakt onderdeel uit van Gillet Heesen Nouwens architecten en Jenny Eklund en Dominique ter Beek vormen samen het bureau Eklund ter Beek.</sub></em></p>
<p><em><sub>Foto boven artikel: MoederscheimMoonen / Erik Moederscheim</sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-praktijken-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Duurzaam bouwen nog steeds niet sexy</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/duurzaam-bouwen-nog-steeds-niet-sexy/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/duurzaam-bouwen-nog-steeds-niet-sexy/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Nov 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebe de Ridder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/11/duurzaam-bouwen-nog.jpg" /> Directeur Geert Verlind van Cagerito BV, een onderneming die duurzaamheidprocessen in bedrijven introduceert en begeleidt, lanceerde recent de stelling dat duurzaam bouwen in Nederland nog niet ‘sexy’ wordt gevonden. RUIMTEVOLK]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Directeur Geert Verlind van Cagerito BV, een onderneming die duurzaamheidprocessen in bedrijven introduceert en begeleidt, lanceerde recent de stelling dat duurzaam bouwen in Nederland nog niet ‘sexy’ wordt gevonden. RUIMTEVOLK bezocht onlangs een tweedaags congres waar dit onderwerp bij de horens werd gevat, en hij lijkt het bij het rechte eind te hebben. Teleurstellend, omdat ook duurzaam bouwen een waardevolle bijdrage kan leveren aan de aanpak van het klimaatprobleem. </strong></p>
<p>Het congres<a href="http://www.morgentomorrow.nl/"> MorgenTomorrow | Dag van de Ruimte</a> is mede ter ere van het <a href="http://www.150jaarwibaut.nl/">Wibautjaar</a> georganiseerd en heeft de titel: &#8216;Steden kunnen de wereld redden&#8217;. <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Floor_Wibaut">Floor Wibaut</a> heeft tussen 1907 en 1931 als gemeenteraadslid en wethouder in Amsterdam veel betekend voor de ontwikkeling van de volkshuisvesting en stedenbouw in Amsterdam.</p>
<p>Tijdens het congres, dat op 1 en 2 oktober in Amsterdam werd gehouden en veel Nederlandse planologen en stedenbouwkundigen bijeenbracht, kwam aan het licht dat de positie van de stedenbouw in Nederland in de afgelopen 85 jaar is sterk verzwakt. Dat is wel anders dan in de tijd van Wibaut. De urgentie om problemen, zoals ook het klimaatprobleem, met behulp van ruimtelijke ordening aan te pakken is weg. Zoals in het <a href="../detail.php?id=307">artikel </a>van Jeroen Niemans te lezen, is het vertrouwen in het ministerie van VROM als regisseur van een gemeenschappelijke aanpak aan het afnemen. Maar er is hoop. Een gemeenschappelijke vijand, zoals het klimaatprobleem, brengt mensen bij elkaar en kan het onmogelijke mogelijk maken. Tijdens het congres werd in ieder geval duidelijk dat veel stedenbouwkundigen de noodzaak tot verandering wel zien, maar het moeilijk vinden dit over te brengen op anderen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091102_Dag-van-de-Ruimte4.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sup>Impressie Morgen Tomorrow | Dag van de Ruimte (foto: Wiebe de Ridder)</sup></em></p>
<p><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Ken_Livingstone">Ken Livingstone</a> (oud-burgemeester van London) had tijdens het congres een duidelijke boodschap. Het is maar beperkt mogelijk om de opwarming van de aarde tegen te gaan, maar het kan wel.  Alle technologie is aanwezig om in twintig jaar tijd een reductie van 60% CO2 uitstoot te realiseren. De politiek is volgens hem echter bang om de problemen hardop uit te spreken en er echt mee aan de slag te gaan. De kwaliteit van leven hoeft niet te veranderen, maar de wijze van productie en distributie wel. Er moet nu worden ingezien dat het beter is om tempratuurstijgingen te voorkomen. Bij een stijging van vier graden in de komende decennia moet de complete stad opnieuw ingericht gaan worden. Op dit moment proberen we in onze gebouwen zoveel mogelijk de kou buiten te houden. Bij een temperatuursstijging van vier graden wordt het juist de uitdaging om de warmte buiten te houden. Een temperatuurstijging zal samen gaan met een stijging van de zeespiegel waardoor er ook meer rekening met overstromingen en andere vormen van wateroverlast rekening moet worden gehouden.</p>
<p>Ladonna Redmond (directeur ICRD, Institute for Community Resource Development) meent dat de stad zich moet ontwikkelen tot een duurzame en groene plek waarin ook voedselproductie een prominente plek heeft. Deze stedelijke voedselproductie kan plaatsvinden op plekken zoals volkstuinen aan de rand van de stad, maar ook lege plekken in de openbare ruimte kunnen hier een bijdrage aan leveren. Door mensen voor een deel hun eigen voedsel te laten produceren, moet het niet van de andere kant van de wereld gehaald worden. Naast de stad als voedselproducent is het verstandig om ook de regionale productie van voedsel meer te stimuleren omdat daarmee ook voorkomen wordt dat voedsel enorme afstanden moet afleggen om bij de consument te komen. Bewuste productie en consumptie is niet alleen goed voor de gezondheid, maar ook voor het klimaat.</p>
<p>Het klimaatprobleem is dus een gezamenlijke vijand. In de aanpak kunnen de stedenbouw en planologie, door onder meer een gedeeltelijke herinrichting van het stedelijk gebied en duurzaam bouwen, een belangrijke bijdrage leveren aan de aanpak van het probleem. De uitdaging is om er draagvlak voor te vinden in de samenleving. In dat opzicht is ook stedenbouw een discipline die te maken heeft met de medialisering van de samenleving. In het betoog van <a href="http://www.maartenhajer.nl/">Maarten Hajer</a> (directeur <a href="http://www.pbl.nl/">Planbureau van de Leefomgeving</a>) benadrukte hij dat het in onze samenleving niet alleen meer gaat om wat je daadwerkelijk doet, maar vooral ook om wat voor verhalen er in de media komen. Dit vraagt om een andere manier van werken. De stedeling van deze tijd vindt het niet vanzelfsprekend dat hij meewerkt aan de planning van zijn stad. Het geloof in stedelijke planning bij de bewoners van de stad is weg, beweert Hajer. Dit moet veranderen om stedenbouw op de agenda te krijgen.</p>
<p>Wanneer je de volgende uitspraak van <a href="http://zefhemel.spaces.live.com/">Zef Hemel</a> (adjunct-directeur van de dienst stedenbouw in Amsterdam) letterlijk neemt: stedelijke planning = 80% communicatie + 20% verbeelding, dan is de medialisering van de stedenbouw dichtbij. Het betoog van Hemel ging er vooral over hoe de stedenbouw bedreven moet worden. In zijn betoog benadrukt hij dat communicatie en verbeelding de sleutel tot succes zijn. Dus geen uitgebreide plannen en kaarten met toekomstbeelden, maar de uitwisseling van ideeën moet centraal staan. Als belangrijkste communicatiemiddel introduceert hij de poldertafel. Een ronde tafel waar naar goed Nederlands gebruik gepolderd kan worden. Tijdens het polderen moet iedereen zich dan wel houden aan de &#8216;Amsterdam Principels&#8217;:</p>
<p>- Begin klein (niet teveel mensen)</p>
<p>- Sluit geen mensen en partijen uit</p>
<p>- Laat je wapens thuis (geldzaken, regels, beleidsnotities ec.)</p>
<p>- Focus op de inhoud</p>
<p>- Deel je verhalen</p>
<p>- Geen powerpoints!</p>
<p>- Bedwing je passies</p>
<p>- Wees nieuwsgierig</p>
<p>- Wees betrokken</p>
<p>Hemel benadrukt hiermee het belang van een goede dialoog tijdens het proces van stedelijke ontwikkeling. Stedelijke ontwikkeling is steeds meer een vraagstuk dat onder een brede groep mensen in de samenleving wordt opgepakt. Dit proces vraagt om extra aandacht voor communicatie. We spreken niet altijd dezelfde taal, en niet iedereen kan een stedenbouwkundige schets lezen. Hier kunnen we met behulp van bijvoorbeeld cartoons, stripverhalen en infographics iets aan doen. De democratisering van de fysieke stedelijke planning betekent dat er steeds meer moet gebeuren op het gebied van participatie.</p>
<p>Een feit blijft dat stedenbouw een vak is, communicatie is dat ook. Door samen te werken kan het probleem echt op de agenda gezet worden en kunnen we in de traditie van Wibaut aan een integrale oplossing werken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/duurzaam-bouwen-nog-steeds-niet-sexy/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>RUIMTEVOLK @ GuerrillaDesk</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-guerrilladesk/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-guerrilladesk/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Oct 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/10/ruimtevolk-@-guerilladesk.jpg" /> Samen met GreenDesk en Hangar36 organiseert RUIMTEVOLK op woensdag 28 oktober een inspirerend programma rondom het thema het &#8216;Nieuwe Werken&#8217;. Deze dag vormt een onderdeel van de 3-daagse GuerrillaDesk, die]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Samen met <a href="http://www.greendesk.nl">GreenDesk</a> en <a href="http://www.hangar36.nl/">Hangar36</a> organiseert RUIMTEVOLK op woensdag 28 oktober een <a href="http://www.dotspaces.com/Guerrilladesk-hangar36.pdf">inspirerend programma</a> rondom het thema het &lsquo;Nieuwe Werken&rsquo;. Deze dag vormt een onderdeel van de 3-daagse GuerrillaDesk, die zal plaatsvinden van 28 tot en met 30 oktober in Hangar36 in Den Haag.</strong></p>
<p>Op een GuerrillaDesk kan van alles en hoeft niets. Je kunt (samen)werken, netwerken en meerwaarde halen uit nieuwe verbindingen. Ook kan je er presentaties bijwonen en mee doen aan workshops en dessertstorm sessies. Kortom: werken op een inspirerende plek met inspirerende mensen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091013_guerilladesk2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><em><sub>Guerrilladesk Utrecht (bron: www.greendesk.nl) </sub></em></p>
<p><strong><br />Doorlopend programma</strong></p>
<p>Op de <a href="http://bit.ly/NM8M3">eerste dag</a> staat &lsquo;de plek van het nieuwe werken&rsquo; centraal. Er zal een doorlopend programma worden aangeboden, een serie aan interventies, die aanwezigen uitnodigen om vervolgens in een kleiner gezelschap door te denken en discussieren. We trachten onder andere de volgende vragen te beantwoorden: Waar speelt het nieuwe werken zich af? Is er een genius loci van de creatieve economie of kan het overal? Welke rol speelt het aspect tijdelijkheid hierin? Is het een &lsquo;kill your darlings&rsquo; of zijn er manieren te vinden waarop tijdelijkheid permanent kan zijn of worden? Hoe organiseer je het nieuwe werken? Welke partijen werken hoe samen op basis van welke randvoorwaarden? Kan het nieuwe werken de opmaat zijn richting een duurzamer stedelijk ontwikkelingsprogramma? En hoe ontstaat waardecreatie en wordt het vastgehouden?<br />&nbsp;<br />De discussies zullen worden ingeleid door de volgende deelnemende partijen: <br />- Marcel Maarssen (<a href="http://www.minbzk.nl">BIZA</a>) over het project &lsquo;de Rijkswerkplek&rsquo;<br />- Bernard Ellenbroek (<a href="http://www.venlo.nl">Gemeente Venlo</a>) en Marcel Tabbers (Koekoek) over Q4<br />- Paul Kersten (<a href="http://www.denhaag.nl">Gemeente Den Haag</a>) over de nieuwe stadskaart voor mobiel werken<br />- Fulco Treffers (12 Stedenbouw) over wanneer tijdelijkheid permanent wordt<br />- Amir van Rooijen (<a href="http://www.fanu.nl/">FanU</a>) over het organiseren van het tijdelijke &acute;nieuwe werken&acute;<br />- Gustaaf de Boissevain (<a href="http://www.rvob.nl">RVOB</a>) over de rijksvisie voor tijdelijke bestemmingen</p>
<p>Zie <a href="http://www.dotspaces.com/Guerrilladesk-hangar36.pdf">het </a><a href="http://www.dotspaces.com/Guerrilladesk-hangar36.pdf">programma</a> voor meer details. </p>
<p><strong><br /></strong></p>
<p><strong>RUIMTEVOLK@Geurrilladesk</strong></p>
<p>Woensdag 28 oktober vanaf 09.30 tot ongeveer 20.30u.<br />Deelname kost &euro; 15,- per dag (inclusief koffie/thee/lunch/internet) en &euro; 5,- na 16 uur (&euro; 30,- passe-partout voor de 3 dagen).&nbsp; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Inschrijven</strong></p>
<p><a href="http://spreadsheets.google.com/viewform?hl=en&amp;formkey=dGtfcXdUZFVjUXM2YXliUEZfZ2ZkOGc6MA">Schrijf je nu in!</a><a href="http://bit.ly/RXLzC"></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Adres</strong></p>
<p>Hangar36<br />Binckhorstlaan 36<br />2516 BE Den Haag<br /><a href="http://www.hangar36.nl/routebeschrijving_hangar36.pdf">http://www.hangar36.nl/routebeschrijving_hangar36.pdf</a></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-guerrilladesk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vechten voor VROM?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vechten-voor-vrom/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vechten-voor-vrom/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Oct 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[VROM]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/10/vechten-voor-vrom.jpg" /> &#8216;Centraal wat moet, decentraal wat kan&#8217;. Dat is al een tijdje het mantra in de ruimtelijke ordening. Maar wat gebeurt er centraal? De macht van het ministerie van VROM is]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&#8216;Centraal wat moet, decentraal wat kan&#8217;. Dat is al een tijdje het mantra in de ruimtelijke ordening. Maar wat gebeurt er centraal? De macht van het ministerie van VROM is tanende. Een sterke minister ontbreekt, er zijn zelfs geluiden te horen dat het ooit zo trotse ministerie binnenkort wellicht wordt opgedoekt. Is dat erg? Of moeten we massaal op de barricaden op om dit bolwerk te redden?</strong></p>
<p>Het is zorgelijk gesteld met het ministerie van VROM. In het <a href="http://www.nirov.nl/Home/Nieuws/Nieuws_Items/S_RO_4_2009__Park_is_uit.aspx?mId=10437&amp;rId=255">laatste nummer van S&amp;RO</a> spreekt hoofdredacteur Jaap Modder over een opheffingsuitverkoop. Volgens Modder ‘is politiek Den Haag bezig het departement te ontmantelen.’ Met het opheffen van het <a href="http://www.pbl.nl/">Ruimtelijke Planbureau</a> en de <a href="http://www.vromraad.nl/">VROM-raad</a> is de afbraak in volle gang. Wat overblijft, is een ministerie waar het volgens Modder ontbreekt aan‘ profiel, geld, analyse, actuele onderwerpen, agenda en sturend vermogen’.Een keiharde analyse, maar wel een geluid dat de laatste tijd vaker gehoord wordt.</p>
<p>VROM verkeert in een moeilijke positie ten opzichte van andere ministeries. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu is een wonderlijk drietal en slechts een deel van de ingrediënten die je nodig hebt bij het vormgeven van integraal beleid. Verkeer, Economie, Landbouw en Natuur horen daar ook bij. Als je echt een visie op de ruimte wilt ontwikkelen heb je alle ingrediënten nodig.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091013_vrom3.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Ministerie van VROM (bron:www.vrom.nl)</sub></em></p>
<p>Er worden wel pogingen gedaan om de verkokering van de verschillende ministeries te doorbreken. De structuurvisie <a href="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=6977">Randstad 2040</a> werd bijvoorbeeld geschreven door de ministers van VROM, V&amp;W en LNV. Overigens nadat eerst stad en land werd afgegaan en gevraagd om ook een lieve duit in het zakje te doen, bij gebrek aan eigen ideeën kennelijk. Maar die visie is nog niet uit of de verschillende ministeries gaan weer lekker hun eigen pad. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat lijkt alleen oog te hebben voor haar eigen agenda. Eurlings doet wat hij wil. En ook minister Verburg schiet meteen gaten in de visie.  Kort na het uitkomen van de visie Randstad 2040 nam zij meteen afstand van een van de belangrijkste nieuwe termen uit de visie, de ‘<a href="http://www.agd.nl/1061819/Nieuws/Artikel/Koeien-en-boeren-in-Randstadparken.htm">metropolitane parken</a>.’ Later is deze term dankzij een motie van PvdA kamerlid Vermeij zelfs geschrapt. Zo is de visie langzaam uitgekleed. Het zal wel een prachtige plek ergens in een la krijgen.</p>
<p>Het ministerie van VROM sleept zichzelf al tijden van project naar programma. Het beleid lijkt bepaald door een soort constante openbare prijsvraag. Iedereen met een goed idee wordt opgeroepen dat te gieten in een project en kan zich vervolgens melden bij het ministerie voor een zak met geld. Wat het achterliggende doel van al die projecten is, is vaak niet echt helder. Laat staan dat het richting geeft aan welke kant we op moeten met de inrichting van ons land.</p>
<p>Zo is de wijkenaanpak goed beschouwd niet meer dan een bundeling van allerlei projecten die in feite al waren opgestart. Het programma ‘Mooi Nederland’ is een ander voorbeeld van een verzameling van allerhande projectjes die onderling weinig samenhang vertonen. Ook bindt het ministerie de strijd aan tegen de verrommeling, maar niemand weet echt wat er met die term bedoeld wordt. (Zie het <a href="http://www.bettyasfalt.nl/?pagina=gremdaat&amp;onderdeel=video&amp;item=minder_verrommeling_in_2009">hilarische filmpje</a> van dominee Gremdaat hierover).</p>
<p>De ruimtelijke vakwereld staat er ondertussen bij en kijkt er naar. Ook als minister Cramer op de PROVADA oproept tot ‘<a href="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=41901">meer regie op de ruimtelijke ordening</a>’. Waarom roept ze dat op een vastgoedbeurs en niet in de Tweede Kamer? En wat moeten we met deze uitspraak? Gaat er een visie schuil achter de kreten van deze minister? Of zijn dit piketpaaltjes van een ministerie dat alvast op weg is naar de achteruitgang?</p>
<p>Het ministerie van VROM in zijn huidige vorm lijkt ten dode opgeschreven. Moeten we op zoek naar een grote roerganger die VROM nog kan redden? Of is het eigenlijk helemaal niet zo erg als het ministerie wordt opgeheven? Zal er echt iets misgaan als dat gebeurt? Vernieuwde geluiden komen er al jaren niet meer vanuit het ministerie. De wereld zal ook zonder VROM heus wel doordraaien.</p>
<p>Laten we zoals Jaap Modder voorstelt, niet afwachten of VROM weer tot leven komt, maar de stormbal hijsen en als vakwereld op zoek gaan naar antwoorden op de grote ruimtelijke vraagstukken van de 21e eeuw. In een tijd waarin we op zoek zijn naar miljardenbezuinigingen kunnen we een klapper maken door het ministerie van VROM op te laten gaan in een ministerie van Ruimte. Dat moet dan een integraal instituut worden met een werkelijke visie op de ruimte. Laten we zelf het goede voorbeeld geven en de schotten tussen onze vakdisciplines afbreken. En er is vast nog een milieuorganisatie met een bureau vrij voor minister Cramer.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vechten-voor-vrom/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een graansilo met creatievelingen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-graansilo-met-creatievelingen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-graansilo-met-creatievelingen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 11 Oct 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ellen Mannens</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/10/een-graansilo-met.jpg" /> De plannen waren ambitieus: zet jonge beginnende ondernemers uit de creatieve sector bij elkaar in een oude graansilo. Geef ze begeleiding om hun bedrijfje op te zetten, en koppel ze]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De plannen waren ambitieus: zet jonge beginnende ondernemers uit de creatieve sector bij elkaar in een oude graansilo. Geef ze begeleiding om hun bedrijfje op te zetten, en koppel ze aan ondernemers uit dezelfde sector om snel door te groeien. Doe dat ook nog eens in een achterstandswijk die hier meteen mee op zou moeten bloeien. De werkelijke situatie in de Rotterdamse Creative Factory is een heel andere, maar of het daardoor meteen een flop is, is de vraag.</strong></p>
<p><strong>Mei 2008 </strong><br />Toenmalig burgemeester Opstelten opent de <a href="http://www.creativefactory.nl">Creative Factory</a>. Een deel van de voormalige graansilo aan de Maashaven in Rotterdam-Zuid is verbouwd om onderdak te bieden aan startende ondernemers in de creatieve sector. Rotterdam-Zuid moet nieuw leven ingeblazen worden, en een van de middelen waarmee het verantwoordelijke Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) dat wil bereiken is het trekken van vers ondernemersbloed.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091011_creative-factory-2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em>Burgemeester Opstelten opent Creative Factory (bron: www.creativefactory.nl) </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Niet lukraak, maar sterk gestructureerd. In de Creative Factory zijn alleen ondernemers welkom die net met een bedrijf zijn begonnen, of nog in de opstartfase zitten. Daarnaast moeten ze werkzaam zijn in de media, mode, muziek, design of zakelijke dienstverlening. Door vooraf ondernemers bij elkaar te zoeken en hen gestructureerd te coachen, moet de Creative Factory uitgroeien tot een sterk merk waar klanten aankloppen voor kant en klare producten. Alles zit hier namelijk onder &eacute;&eacute;n dak, iedereen kan samenwerken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>September 2009 </strong><br />De Creative Factory biedt onderdak aan meer dan 60 bedrijven. Veelal eenmanszaken die een paar vierkante meters van de grote ruimtes huren. De leeftijd van de ondernemers loopt uiteen van begin twintig tot begin dertig. <br />De afgelopen anderhalf jaar zijn er al mooie dingen voortgekomen uit de Creative Factory. De film <a href="http://www.carmenvanhetnoorden.nl/">Carmen van het Noorden</a>, kinderboeken, feestconcepten en complete communicatieplannen.</p>
<p>Kunnen we dan concluderen dat de aanpak zijn vruchten afwerpt in Rotterdam-Zuid? Nee. Wie de loep erop legt, ziet dat de Creative Factory weinig afwijkt van andere verzamelgebouwen voor zelfstandig ondernemers. De ondernemers maken zelf de successen. Daarbij enkel geholpen door het feit dat ze een netwerk binnen handbereik hebben. &ldquo;Het is veel makkelijker om te werken met mensen uit het pand, dan met mensen van daarbuiten&rdquo;, stelt Kim van &rsquo;t Sant van PR en Communicatiebureau Crealistic.&ldquo;Het scheelt veel tijd. Ik hoef maar twee stappen te zetten en ik sta aan het bureau van een zelfstandig vormgever. We maken bij onze opdrachten veel gebruik van de fotografen hier in het pand, de sitebouwer en de tekstschrijver. Niet alleen omdat ze hier zitten, maar ook omdat ze goed in hun vak zijn.&rdquo;</p>
<p>Crealistic, het bedrijf dat Kim eigenlijk al tijdens haar opleiding opzette met Rianne Willemsen, nam meteen bij de opening van de Creative Factory zijn intrek in het pand. Inmiddels zijn de twee twintigers gegroeid van een klein bureau op de tweede verdieping, naar een hele eigen hoek in dezelfde ruimte.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091011_creative-factory.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Creative Factory (bron: www.creativefactory.nl) </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op het gebied van selectie van ondernemers is het dus goed gegaan in de voormalige graansilo. Zo werd het eenmansbedrijfje Coin-Op van game-ontwerper Sander van der Vegte naar de Factory gehaald. Sander had op dat moment net het spel Rocket Riot voor de X-Box ontwikkeld en groeit als een gek. Inmiddels maakt hij prototypes voor onder andere Sony, heeft hij twee &ndash; bijna drie &ndash; man personeel in dienst en zet hij ook nog eens twee zelfstandige 3D-moddelers uit de Creative Factory aan het werk.</p>
<p>Zo heeft Crealistic ook werk voor tekstschrijvers, fotografen en ontwerpers uit het pand, en magazine NL10 organiseerde een feest met evenementorganisatoren die ook in de graansilo zijn gevestigd.&nbsp;Maar zouden die samenwerkingen niet kunnen ontstaan in &lsquo;de gewone wereld&rsquo;? &ldquo;Ja, wel&rdquo;, zo laten de meeste ondernemers weten. &ldquo;Daar ben je ondernemer voor. Je zoekt altijd naar kansen, mogelijkheden om samen te werken. Om verder te komen&rdquo;, zegt copywriter en storyteller Krista Izelaar (30). Ook zij heeft al sinds de opening van de Factory haar bureau in het pand staan.</p>
<p>Dat er succesvolle samenwerkingen zijn ontstaan, is dus geheel aan de ondernemersdrang te danken. Wie die drang nog niet goed heeft ontwikkeld, komt bedrogen uit. Zo blijkt uit het verhaal van een oud-ondernemer uit het pand. &ldquo;Ik was heel beginnend toen ik in de Creative Factory kwam. Ik had gehoopt meer in contact te komen met andere ondernemers die al een groter netwerk hadden om samen wat te gaan doen. Maar het leek of iedereen zat te wachten tot de ander een eerste stap zette&rdquo;, vertelt Saskia Prosch (28). Met haar Attune Media maakt ze audiovisuele producties. Haar bureau kwam echter te staan in een ruimte met de redactie van stadsmagazine NL10. &ldquo;Ik ben niemand tegengekomen om mee samen te werken. Ook omdat ik niet bij de juiste mensen in een ruimte zat. Vanuit de Creative Factory heb ik daar ook niet veel begeleiding in gehad.&rdquo;</p>
<p>De belofte om actieve ondernemers te koppelen en met de Creative Factory als sterk merk naar buiten te komen, is daarmee nog niet helemaal waargemaakt. Voor de startende ondernemer had dat een steuntje in de rug kunnen zijn. Zij haken regelmatig af. Wat nu overblijft zijn de zelfstandigen met extreme ondernemingsdrang. En die ondernemers zorgen er zelf voor dat ze een sterk merk worden. Zo pakte Silo 7 het in ieder geval aan. &ldquo;Met een paar bedrijven die al in de Factory waren gevestigd, zijn we een stichting begonnen, zodat we een eigen ruimte konden huren in het pand&rdquo;, aldus Machiel Oskam, die nu met zijn bedrijf Aikon Studio is gevestigd op de zevende verdieping van de graansilo. &ldquo;We beheren zelf de ruimte en halen ook nieuwe huurders binnen. Onze filosofie is gericht op samenwerking. Daardoor halen we nu opdrachten binnen, die je alleen nooit zou doen.&rdquo;</p>
<p>Met deze eigen initiatieven hebben de ondernemers er in de afgelopen anderhalf jaar voor gezorgd dat er op kleine schaal leven in de brouwerij kwam. Maar daar is buiten de muren van de oude graansilo weinig van te merken. Rotterdam-Zuid plukt niet de vruchten van deze economische boost. Daarvoor hadden eerder duidelijkere stimuleringsmaatregelen genomen moeten worden. Wie dit nu nog voor elkaar wil krijgen, moet wachten op een nieuwe lichting ondernemers. De ondernemers die er nu zitten hebben al te veel hun eigen netwerk. En dat ligt voor een groot deel buiten Rotterdam-Zuid. De Creative Factory is een leuk lopend verzamelgebouw voor creatieve ondernemers, dat toevallig op Rotterdam-Zuid staat. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8211;</p>
<p><sup>Foto boven: Ellen Mannens </sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-graansilo-met-creatievelingen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wikken en wegen in de polder</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wikken-en-wegen-in-de-polder/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wikken-en-wegen-in-de-polder/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Oct 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/10/wikken-en-wegen.jpg" /> De uitdieping van de Westerschelde heeft de afgelopen weken tot veel politieke discussie geleid. En niet alleen in de politiek. Ook onder vakgenoten is de Westerschelde onderwerp van gesprek. En]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De uitdieping van de Westerschelde heeft de afgelopen weken tot veel politieke discussie geleid. En niet alleen in de politiek. Ook onder vakgenoten is de Westerschelde onderwerp van gesprek. En &#8216;we&#8217; worden het maar niet eens. Een typisch geval van zoveel mensen, zoveel meningen. De redactie van RUIMTEVOLK is wat dat betreft niet anders. Hieronder zijn de meningen van drie redatieleden terug te lezen. Ze gaan over het verslikken in schorren, het helicopterperspectief en het zijn van een goede buur. Aan de lezer de opdracht zelf z&rsquo;n positie te bepalen! </strong><br />&nbsp;<strong><br />Verslikken in de schorren</strong><br /><em>&quot;Het schrappen van het ontpoldervoorstel schendt niet alleen een verdrag met de Belgen, het is ook een misser voor de ecologische compensatie voor het uitdiepen. Want los van het uitdiepen van de Westerschelde is actie nodig: de rivieren zullen de komende decennia meer water moeten afvoeren als gevolg van de intensivering van regenbuien. Tegelijkertijd zal diezelfde afvoer bemoeilijkt worden door de zeespiegelstijging.<br /></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Deze twee processen zullen ervoor zorgen dat in de Zuidwestelijke Delta uiteindelijk maatregelen getroffen moeten worden om veiligheid achter dijk en duin te garanderen. Niet in de laatste plaats omdat ook de afschrijftermijn van onze Oosterscheldekering nadert, en de huidige waterkwaliteit van een aantal binnenmeren dramatisch te noemen is.</p>
<p>Er is een duurzame oplossing voor deze algehele problematiek: een open delta met brede land-waterzones, die kansen biedt voor ecologie en recreatie, en waar dubbele maar lagere dijken voor veiligheid zorgen. Maar met een bestuurshouding die zich enkel richt op de emoties van de Zeeuwen zal dit nooit voet aan wal krijgen. En emoties zijn er in overvloed. Een vlugge blik op een aantal internetfora waar de Zeeuwse problematiek besproken wordt, leert dat veel Zeeuwen niet kunnen omgaan met oplossingen als ontpoldering en land-waterzones. De eeuwenlange trotse strijd tegen het water en de rampzalige gevolgen van de catastrofe in &rsquo;53 zitten zo diep geworteld dat elk voorstel dat maar een beetje neigt naar een verbond met de &ldquo;Waterwolf&rdquo; (het water als landvernietiger, red.) kan rekenen op een flinke dosis protest. Het gesteggel om de Hertogin Hedwigepolder is daar nu het toonbeeld van.</p>
<p></em></p>
<p><em>Wij hebben toegezegd bij te dragen aan het uitdiepen van de Westerschelde en de ecologische gevolgen te compenseren waarbij ontpolderen door meerdere commissies als beste oplossing is aangemerkt. Op korte termijn is het frustreren van deze afspraak door Balkenende uiterst zorgelijk en niet goed te praten. Waarschijnlijk wil premier het besluit over de verkiezingen van 2010 heen tillen en zo zijn Zeeuwse handen schoon houden. Het CDA is immers in elke gemeente van de Zuidwestelijke Delta de grootste partij. Laat die verkiezingen maar komen met hopelijk als resultaat een nieuw en progressiever kabinet. Eentje dat wel vooruit durft.&quot;</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091008_Westerschelde.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <sub><em>Westerschelde, Hedwigepolder en Antwerpse Haven (Bron: Google Maps)</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Onterechte Vlaamse verontwaardiging</strong><br /><em>&quot;Bij de discussie over het wel of niet uitdiepen van de Westerschelde vergeet men de zaak met een helikopterview te bekijken. Want wie vanuit de lucht op het gebied neer kijkt, ziet dat de Antwerpse haven letterlijk haar grenzen heeft bereikt. Op een haar na raakt het havengebied aan westelijke kant de Nederlandse grens. Aan de oost- en zuidkant van het gebied begint de rivier al behoorlijk te meanderen en lonkt bovendien de binnenstad van Antwerpen. De haven heeft domweg de geografische pech dat het te ver landinwaarts ligt. Daarbij is de toegangsroute ook nog eens door Nederland. Niettemin denkt een handje vol havenbaronnen dat hun haven een verbeten concurrentiestrijd moet aangaan met andere grote havens in West-Europa en steeds maar groter moet groeien.<br /></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Dat er afspraken zijn gemaakt over het uitdiepen van de Schelde is een resultaat van een wederzijds gebrek aan toekomstvisie en het geheel verdient een heroverweging. De Nederlandse regering zit nu met een interne tweestrijd en moet kiezen tussen &lsquo;goed nabuurschap&rsquo; of &lsquo;natuur&rsquo;. De Vlamingen hebben slechts een economisch motief, daar is geen succesvolle afweging op te maken. Het ongetwijfeld zwakke compromis tussen Nederland en Vlaanderen zal uiteindelijk voor niemand zoden aan de dijk zetten.</p>
<p></em></p>
<p><em>Het wordt tijd om voet bij stuk te houden en onze zuiderburen te confronteren met de werkelijkheid: de groeimogelijkheden van de haven van Antwerpen zijn beperkt. De toekomstige vraag naar grotere havens voor grotere schepen in de regio wordt al ingevuld door de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Meer van dat soort havens heeft West-Europa niet nodig. Dat de Belgen nu verongelijkt uit de hoek komen, is op z&rsquo;n zachtst gezegd na&iuml;ef te noemen.<br /></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Antwerpen zou beter energie kunnen steken in het zoeken naar mogelijkheden om samen te werken en het optimaliseren van het huidige havengebied. Daarmee valt nog genoeg te winnen.&quot;</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20091025_flickr1-havenantwerpen-475-255.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>De Antwerpse haven (Bron: Koen BL, Flickr)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Een goede buur is beter dan een verre v</strong><strong>riend</strong><br /><em>&quot;Om de Antwerpse haven voor grote schepen beter bereikbaar te maken moet de Westerschelde worden uitgediept. De schade die hierdoor ontstaat aan de natuur moet volgens Europese richtlijnen worden gecompenseerd. Op de vraag hoe dat het beste te doen, is de afgelopen jaren flink gestudeerd. In 2008 leidde dat tot een goed onderbouwd en breed gedragen besluit: natuurcompensatie door ontpoldering van de Hertogin Hedwigepolder. Nederland en Vlaanderen sloten hierover een verdrag, dat ook de kostenverdeling en uitvoering regelde. <br /></em></p>
<p><em>Afgelopen voorjaar besloot het kabinet plotseling om het anders te doen, namelijk door slikken en schorren aan te leggen en zo de Zeeuwse polder te sparen. Een variant die eerder was bestudeerd en afgewezen. Daarop trokken natuurbeschermers naar de Raad van State en trok Vlaanderen aan de bel: waarom worden gemaakte afspraken niet nagekomen? </p>
<p>Het kabinet heeft zich hiermee van haar slechtste kant laten zien. Het is onbegrijpelijk dat een goede afspraak met onze zuiderburen zomaar aan de kant dreigt te worden geschoven. Onzinnig ook, want Nederland heeft belang bij de uitdieping van de Westerschelde en bijbehorende ontpoldering. Niet alleen omdat de nieuw gecre&euml;erde natuur baten oplevert zoals het CPB becijferde, maar ook vanwege het simpele feit dat een gezonde Antwerpse haven ook in ons belang is. Het getuigt van kortzichtigheid om voorbij te gaan aan die economische verwevenheid.</p>
<p>Wat dat betreft was de Vlaamse reactie om dan maar tol te gaan heffen op de Antwerpse ring voor Nederlandse vrachtwagens al even typisch. Een bedenkelijk niveau voor twee landen zo met elkaar om te gaan. En ook niet slim, want Nederland en Vlaanderen hebben veel met elkaar te maken. Neem de hogesnelheidslijn, de IJzeren Rijn of het softdrugsbeleid. Het zijn ruimtelijke en politieke onderwerpen waar Nederland en Vlaanderen elkaar nodig hebben. Dan ligt een constructieve en betrouwbare houding meer voor de hand dan een dergelijke onbetrouwbare en naar binnen gerichte attitude.</p>
<p>Met andere woorden: het belang van de Westerschelde is in strategisch opzicht te groot om het te verknoeien. Dat betekent: afspraak is afspraak. Uitdiepen dus, en wel meteen.&quot;</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kopfoto: protest tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder (bron: ANP)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wikken-en-wegen-in-de-polder/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Los van getallen en eindbeelden</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/los-van-getallen-en-eindbeelden/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/los-van-getallen-en-eindbeelden/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Sep 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/09/los-van-getallen.jpg" /> Overijssel heeft iets bijzonders: naar aanleiding van een politieke motie heeft de provincie een trendbureau opgericht. De missie van Hans Peter Benschop als manager van het trendbureau Overijssel liegt er]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Overijssel heeft iets bijzonders: naar aanleiding van een politieke motie heeft de provincie een trendbureau opgericht. De missie van Hans Peter Benschop als manager van het trendbureau Overijssel liegt er niet om. Aan de hand van trendstudies wil hij een frisse blik te werpen op de manier waarop de provincie nadenkt over zijn toekomst op de lange termijn. Weg uit de beleidsverhalen, weg uit de wensbeelden, en liefdevol en voorzichtig nadenken over de toekomst.<br />
</strong><br />
Zwolle is de poort naar het noorden, en de eerste stad van het oosten. Tenminste, vanuit de Randstad geredeneerd. Een oude Hanzestad, die de laatste jaren een ongekende groei doormaakt. Als je over de A28 naar de stad rijdt, zie je aan weerszijden van de weg grote bouwprojecten. Bovendien is de nieuwe spoorlijn naar Lelystad in aantocht. Ondanks de kredietcrisis wijst voorlopig niets op een rem in de Zwolse groei.</p>
<p>Net buiten de historische binnenstad van Zwolle ontmoet RUIMTEVOLK in het provinciehuis Hans Peter Benschop. De filosoof en historicus Benschop is hier sinds 2008 werkzaam als manager van het <a href="http://www.trendbureauoverijssel.nl">Trendbureau Overijssel</a>.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090927_benschop4.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Hans Peter Benschop (Foto: Coen de Rijk) </sub></em></p>
<p>Het Trendbureau kwam er in 2006, nadat bleek dat de provinciale politiek grote behoefte had aan betrouwbare informatie over maatschappelijke ontwikkelingen en trends. De provincie Overijssel heeft er bewust voor gekozen om het Trendbureau Overijssel een onafhankelijke positie te geven, vergelijkbaar met het Centraal Planbureau (CPB). Geen enkele andere provincie heeft een dergelijk bureau.</p>
<p>Toekomstbeelden spelen een heel grote rol in de ruimtelijke ordening. Dat kan ook niet anders, want je bouwt aan de toekomst, maar het draait daarbij volgens Benschop te vaak om wensbeelden. “Het zijn vaak getalsmatige exercities waarop we ons beeld van de toekomst baseren. Maar, helemaal niemand is in staat om de werkelijke toekomst te voorspellen. Kijk maar naar wat er nu gebeurt in de financiële wereld. We kunnen wel proberen beelden van de toekomst te bedenken, maar de meeste beelden  bouwen we op basis van omstandigheden die we al kennen. Het gevaar hiervan is dat we meer van hetzelfde bedenken, en geen rekening houden met geheel onverwachte of onbedachte zaken.” En dat is wel de realiteit, want volgens Benschop maken trendbreuken de wereld.</p>
<p>Desondanks zijn we gewend geraakt om over de toekomst te denken in sjablonen. Dat komt volgens Benschop doordat mensen die voor de overheid werken, hun daden willen rechtvaardigen. “Dit levert extreme wensbeelden op”, stelt Benschop. “Die zijn goed voor discussie, en werken prima om mensen te mobiliseren, maar zijn ook een beetje eng, omdat ze nogal dwingend zijn door hun concreetheid.”</p>
<p>Een voorbeeld is volgens Benschop het wensbeeld van de Triple A-verbindigen, die enige tijd geleden werden bedacht binnen het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De Triple A-verbindingen waren de volgens het ministerie drie belangrijkste verbindingen van Nederland: de A2, de A4 en de A10. Dit moesten betrouwbare en fileloze snelwegen gaan worden, en om dat bereiken moest er vooral in die wegen worden geïnvesteerd. “De Triple A-verbindingen hebben de Nota Mobiliteit echter nooit gehaald”, stelt Benschop. “Vanuit het oosten ontstond een sterke tegenlobby, omdat de A1 ontbrak in dit rijtje. Het sjabloon bleek niet nauwkeurig genoeg en door de lobby uit het oosten makkelijk onderuit te halen.”</p>
<p>De werkwijze van Benschop is om juist niet op zoek te gaan naar een sjabloon of een vastomlijnd toekomstbeeld. “In mijn trendverkenningen wil ik loskomen van het denken in getallen en eindbeelden. De uitkomst van zo’n verkenning is dan ook niet een concreet doel of een mooi kaartbeeld. Zo leverde onze demografische trendverkenning onlangs vier scenario’s op van mogelijke toekomstontwikkelingen voor Overijssel. Deze scenario’s zijn geen doel op zich, maar zijn er om de geesten te bespelen. Enerzijds om bewust te worden van de toekomstbeelden die bijvoorbeeld overheden en de media ons voortdurend voorschotelen, en anderzijds om bewust te worden van het feit dat de toekomst vaak anders verloopt dan voorzien.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090927_websitetrendbureau.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Website Trendbureau Overijssel</sub></em></p>
<p>Met deze scenario’s kan de provincie voorgenomen beleidsopties toetsen op robuustheid. Beleid kan immers goed werken binnen het eigen beeld van de toekomst. Het is echter de vraag of diezelfde beleidsopties ook werken als de toekomst er anders uitziet. Het trendbureau van Hans Peter Benschop stopt daarom niet bij het afleveren van scenario’s. “We kijken ook of het vastgestelde beleid klaar is voor de toekomst”, vervolgt Benschop. “Voldoet die nog steeds, dan is deze robuust. Voldoet die niet meer, dan zou de provincie misschien eens na moeten gaan of er iets valt aan te passen.”</p>
<p>Hoe dat in de praktijk werkt? Benschop: “een voorbeeld is de algemeen geldende gedachte dat de groei van de bevolking er voor zorgt dat meer huizen nodig zijn, en steden dorpen daarom moeten groeien. Is dit echter ook het geval als de bevolking niet meer groeit? Nou, dat ligt eraan. Want uit onze demografische verkenning blijkt bijvoorbeeld dat de noodzaak tot het doen van aanpassingen aan het woningbestand, ook afhangt van ontwikkelingen in het aantal en de samenstelling van de huishoudens. Misschien zou de provincie er dus voor kunnen kiezen om niet meer gezinswoningen te bouwen. Ze kan echter wel besluiten om bestaande gezinswoningen geschikt maken voor bijvoorbeeld eenpersoonshuishoudens, of voor werken vanuit huis.”</p>
<p>Het klinkt allemaal logisch, maar in de praktijk zitten we maar al te vaak vast aan ons eigen beeld van de toekomst, en daar komen we maar moeilijk los van. Wellicht dat het Trendbureau Overijssel een klein beetje kan helpen. En ja, dat zal de toekomst leren.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/los-van-getallen-en-eindbeelden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Passiviteit passé voor het platteland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/passiviteit-passe-voor-het-platteland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/passiviteit-passe-voor-het-platteland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 29 Sep 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tjirk van der Ziel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/09/passiviteit-passe-voor.jpg" /> Terwijl Nederland almaar verder verstedelijkt, raakt onze plattelandscultuur steeds verder in het verdomhoekje. En dat terwijl veel Nederlanders in hun hart het meest verlangen naar de landelijke geborgenheid van het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><strong>Terwijl Nederland almaar verder verstedelijkt, raakt onze plattelandscultuur steeds verder in het verdomhoekje. En dat terwijl veel Nederlanders in hun hart het meest verlangen naar de landelijke geborgenheid van het kleine dorp. Het is daarom hoog tijd dat het platteland met een nieuw elan tegenwicht gaat bieden aan de alles overrompelende en dominante stad.</strong></div>
<div></div>
<div>We zitten in een economische crisis, dus het is alle hens aan dek. Om de economie weer vlot te trekken, willen de grootste steden in ons land tientallen miljarden investeren in nieuwbouw en wegenaanleg. Dat geld kunnen ze niet ophoesten, dus houden ze hun hand op bij de overheid. Hun argument: wij vormen de ruggengraat van de Nederlandse economie. Terecht, zo op het eerste gezicht. Zijn de steden immers niet de broeiplaatsen van broodnodige kennis en innovatie die we hard nodig hebben om de internationale concurrentie aan te kunnen?</div>
<div></div>
<div>In het zog van deze overheersende gedachte, lijkt het er op dat ons platteland er niet (meer) toe doet.  En dat terwijl onze economie in feite juist drijft op de export van vooral agrarische producten. Na de Verenigde Staten en Frankrijk is Nederland het derde exportland op het gebied van land- en tuinbouwproducten.</div>
<div></div>
<div>Toch hebben de steden een punt. Nederland is een verstedelijkte samenleving. Rond 1500 woonde al een derde van de één miljoen inwoners in honderd stadjes. Deze steden waren enclaves te midden van moeras en wildernis. Ze waren klein, maar er vonden typisch stedelijke activiteiten plaats: handel, transport; daar broeiden ideeën en kwam de politiek op. In de zeventiende eeuw nam de verstedelijking in ons land toe tot 45 procent. Nederland liep daarmee voorop. Pas eind 18e eeuw kwamen buurlanden, waaronder met name Engeland, in de buurt van dat percentage.</div>
<div>Oké, zij we geneigd te denken: steden mogen dan al vroeg de boventoon voeren, het platteland was er toch eerder. Dankzij het overschot aan voedsel dat het platteland produceerde, konden burgers zich met stadse zaken bezighouden. Die gedachte klopt echter niet. De Britse onderzoeker John Reader heeft overtuigend aangetoond dat het platteland niet op eigen kracht werd ontwikkeld. Eerst groeiden de steden en investeerden stedelingen in de landbouw, pas daarna gingen boeren meer en efficiënter produceren.</div>
<div></div>
<div><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090928_toolenburg_104.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <sub>(Foto: Coen de Rijk)</sub></div>
<div></div>
<div>Zo werd het platteland groot. In de 17e en 18e eeuw hebben rond Amsterdam en De Vecht meer dan vijfhonderd grote buitenplaatsen met fraaie tuinen gestaan. Acht op de tien kooplieden en regenten hadden zo&#8217;n &#8216;woonboerderij&#8217;. De Beemster danken we aan die bovenlaag, die twee miljoen gulden voor het droogmalen investeerde. Ook de IJsselstreek met de Hanzesteden Zutphen, Deventer, Zwolle en Kampen kende een glorietijd met landhuizen, kastelen, landgoederen.</div>
<div><strong>Identiteit</strong></div>
<div>Overal waar de stad groeit, bloeit het platteland, en laten rijken hun oog verlekkerd vallen op het ommeland. Of het nu gaat om plat economisch gewin of om pure verpozing, eigenlijk hebben steden niets anders gedaan dan het ommeland inkapselen en aan zich onderwerpen. En dat gebeurt nog steeds. De Blauwe Stad in Groningen, of het Groene Hart als villalandschap, het is van hetzelfde laken een pak. Veel gebieden neigen op die manier naar een hybride vorm. Het platteland verdwijnt onder een stedelijk netwerk &#8211; lees: economische transportband.</div>
<div></div>
<div><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090927_IMGP1729.JPG" alt="artikel afbeelding" /> <sub>(Foto: Coen de Rijk)</sub></div>
<div></div>
<div>Het draait om dynamiek. Nog in 1800 was een derde &#8216;on-land&#8217;; nu is er geen lap grond meer dat nooit een spade heeft gevoeld. Wat technologisch kan, gaan we doen. Dus graven we een groot meer, in Groningen en straks ook in Twente. Dus leggen we een bos van 1.200 hectare aan bij Zoetermeer. Nederland heeft in vergelijking met de meeste andere landen een erg gewillig landschap, dat geen ontzag inboezemt. &#8216;Respect&#8217; is een woord dat we niet kennen.</div>
<div></div>
<div>Ondertussen scoort het platteland in de populariteitspolls hoog. Jaarlijks verhuizen bijna 160.000 stedelingen naar het landelijk gebied. Plattelanders die terugkeren naar hun geboortestreek. Mensen die telkens verhuizen omdat de stad steeds verder oprukt. Stedelijke rustzoekers, die hun eigen paradijsjes kopen en niet meedoen met het dorpsleven. Veel nieuwkomers zoeken eenvoud, een kleine wereld waar de tijd nog een beetje is blijven stilstaan. De rurale idylle is een dorpse idylle.</div>
<div></div>
<div>Dat blijkt ook uit een steekproef van <a href="http://www.filosofie.nl/00/fm/nl/121_128/artikel/5232/Waardenonderzoek_2007.html">Filosofie Magazine</a> over onze waarden. Ruim bovenaan staat veiligheid, te duiden als geborgenheid en bescherming. Daarna komt fatsoen, ofwel de manier van met elkaar omgaan. Pas op de zevende plaats staat zelfbeschikking. Hieruit valt op te maken dat het tijdperk van ongebreidelde individualisering voorbij is. Sociale waarden vinden we belangrijker. Samenhang. Saamhorigheid.</div>
<div></div>
<div>Mensen zoeken naar homogene gemeenschappen, omdat de multiculturele samenleving te complex en te opdringerig wordt. We denken veiligheid te vinden in de dorpen, zonder gemor over integratie. Op het platteland van onze dromen schuilt de hunkering naar een overzichtelijk leven, te midden van gelijkgestemden, in een rustige en groene omgeving. Vertrouwde beelden van een mooi en romantisch platteland, dat lang niet lang altijd spoort met de vroegere werkelijkheid van bittere armoede en een feodaal juk.</div>
<div><strong>Collectieve ruimte <span style="font-weight: normal;"> </span></strong></div>
<div>Terwijl de grenzen tussen stad en platteland vervagen, doen we nog net alsof ze nog bestaan. Gemeten naar Europese maatstaven hébben we helemaal geen platteland meer. Fysiek heeft de stad het land opgeslokt. Het platteland is een binnentuin geworden, met hoekjes voor aparte doelgroepen: de speeltuin voor de stedeling, de bloementuin voor de toerist, de dierentuin voor de hobbydierhouder, de moestuin voor de boer. Die laatste mag er ook zijn, want die vinden we zo innemend onbeholpen, zo recht voor de raap, zo authentiek.</div>
<div></div>
<div>Je kunt het platteland echter niet simpelweg reduceren tot een stel functies voor stadsmensen. Steden zouden het platteland moeten beschouwen als een achtertuin die door ánderen wordt beheerd. Waar de stedeling welkom is, maar niet de lakens uitdeelt. Een plek waar je leert hoe je in een gemeenschap leeft. Een plek waar je de natuur ervaart. Waar je tegenover het dominante verhaal van verstedelijking en globalisering, het unieke lokale plattelandsverhaal hoort.</div>
<div>Beleidsmakers hebben steeds meer moeite te bepalen wat buiten de steden gebeurt. Omdat zoveel partijen zich met het platteland bemoeien, lijkt er soms wel sprake van een strijdtoneel, waarin degene die het hardste schreeuwt aan het langste eind trekt. Bovendien, wat doen we eigenlijk met die brij aan nota&#8217;s die telkens over ons wordt uitgestort? We moeten zoeken naar onderliggende gemeenschappelijke waarden, zoals hechting, herkenbaarheid, kwaliteit van leven. Bijvoorbeeld in een van de <a href="http://www.nationalelandschappen.nl/nieuws.php?id=187">Landschapshuizen</a> waar bewoners en bezoekers informatie kunnen krijgen over een bepaald gebied.</div>
<div></div>
<div>Passiviteit is passé, het platteland moet in actie komen. Dat moet ook wel, want de stroom stedelingen naar buiten weegt niet op tegen de plattelanders die naar de stad trekken, voor werk en studie. Vandaar de zorg om bevolkingskrimp. Er zit maar één ding op: stedelingen duidelijk maken dat zij niet zonder het platteland kunnen. En dat wat er nog aan platteland bestaat, zowel visueel als cultureel, behouden.</div>
<div></div>
<div>Kansen genoeg. Neem voedselproductie voor allochtonen. In het Groene Hart maakt een Hollandse melkveehouder met veel succes Turkse yoghurt. Er zijn zelfs boeren die naar de stad trekken, en ook daar aanhaken aan <a href="http://www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/dossiers/Stadslandbouw.htm">multi-etnische eetgewoonten</a>. De potentie van deze <a href="http://www.het-portaal.net/eetbaarrotterdam/">urban farming</a> lijkt ook in Nederland bijzonder groot. Zo vallen er overal genoeg plekken van ontmoeting te creëren om de specifieke waarden van het platteland van een nieuw glanslaagje te voorzien.</div>
<div>&#8212;</div>
<div><sub>1</sub><sub> De OECD maakt een verdeling tussen ruraal en urbaan op grond van het aantal bewoners per  vierkante kilometer. Een gemeente is ruraal als deze minder dan 150 bewoners per vierkante kilometer herbergt. Een regio is ruraal als meer dan 50 procent van de bevolking in een rurale gemeente woont. In Nederland voldoet één COROP-gebied aan deze OECD-definitie, namelijk Zuidoost-Friesland (met 53 procent). Zie ook I.J. Terluin [et al.] (2005) De plattelandseconomie in Nederland, LEI, Den Haag.</sub></div>
<div><sub>Foto boven: Blauwe Stad (bron: RTV Noord)</sub></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/passiviteit-passe-voor-het-platteland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van rooilijn naar stedelijkheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/van-rooilijn-naar-stedelijkheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/van-rooilijn-naar-stedelijkheid/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Sep 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/09/van-rooilijn-naar.jpg" /> De rol van de steden in de internationale economie en politiek wordt steeds groter en zal die van de nationale staten naar verwachting op den duur op vele fronten overtreffen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De rol van de steden in de internationale economie en politiek wordt steeds groter en zal die van de nationale staten naar verwachting op den duur op vele fronten overtreffen. Het belang van vitale steden voert derhalve verder dan de stadsgrenzen en kan daarom niet worden onderschat. Bij ruimtelijke (gebieds-)ontwikkelingen ontbreekt het echter aan een integrale visie op het functioneren van de (Rand)stad. De </strong><strong>voordelen van wonen, werken en leven in hoge dichtheden zijn pragmatisch vertaald in stijve masterplannen en er</strong><strong> is onvoldoende oog voor functiemenging en stedelijke dynamiek.<br />
</strong></p>
<p><strong>Betekenis</strong></p>
<p>Het zijn inmiddels bekende cijfers. Het aandeel mensen dat in de stad woont is in relatief korte tijd toegenomen van slechts 3% in 1800 naar 50% op dit moment. Binnen twintig jaar wonen wereldwijd maar liefst 2 op de 3 mensen in de stad.</p>
<p>Onze toekomst ligt in de stad. New York Times columnist Thomas Friedman schrijft in zijn befaamde boek &#8216;<a href="http://en.wikipedia.org/wiki/The_World_Is_Flat">The World is flat</a>&#8216; (2005) dat het &#8211; door de technologische ontwikkelingen en globalisering &#8211; uiteindelijk niet zoveel uitmaakt in welke stad je stad woont en werkt. Maar niets is minder waar. Juist door de globalisering, de vervaging van grenzen en de toegenomen mobiliteit neemt de betekenis van plaatsen toe. Want naast dat de productie en dienstensector zich weliswaar over de gehele wereld verspreidt, zijn het juist de hogere economische activiteiten zoals innovatie, ontwerp, financiele wereld, media, kunst etc. die zich clusteren in een relatief klein aantal steden op deze wereld (New York, Londen, Los Angeles, Frankfurt, Shanghai). Michael Porter, hoogleraar aan Havard, spreekt dan ook terecht van de ‘<a href="http://www.businessweek.com/magazine/content/06_34/b3998460.htm">location paradox</a>&#8216;: “The more things are mobile, the more decisive location becomes&#8221;.</p>
<p>En dus is het voor steden van groot belang een eigen, unieke plek te creeren in onze open en dynamische wereld, waarbinnen mensen en bedrijven steeds meer (keuze)vrijheid hebben. Stedelijke regio&#8217;s concurreren dan ook in toenemende mate. De meest leefbare en innovatieve steden zullen uiteindelijk aan het langste eind trekken. Dat zijn de steden met visie die de potentie van clustering van mensen en organisaties optimaal benutten en die in staat zijn mee te bewegen met enerzijds de stedelijke dynamiek en anderzijds mondiale ontwikkelingen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090921_Westerdokseiland2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <sup>Westerdokseiland Amsterdam, een vrijdagmiddag in juni (Foto: Sjors de Vries)</sup></p>
<p><strong>Residueel eindbeeld </strong></p>
<p>In het ruimtelijke beleid en bij binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen lijken we ons echter onvoldoende bewust van de opgave die deze dynamische werkelijkheid met zich meebrengt. De overheid en planningswereld ontberen een integrale visie op de ontwikkeling van de (Rand)stad en verzuimen holle kreten als &#8216;krachtige steden&#8217;, &#8216;stedelijke netwerken&#8217; en &#8216;economische kerngebieden&#8217; kracht bij te zetten. Beleid legitimeert men met de goedbedoelde polderconsesus  (&#8216;decentraal wat kan, centraal wat moet&#8217;) maar zonder een heldere analyse van de stedelijke dynamiek. De Nota Ruimte en de structuurvisie <a href="http://www.randstad2040.nl/">Randstad 2040</a> gaan over mainports, bedrijventerreinen, snelwegpanorama’s, metropolitane parken en achterlandverbindingen, maar niet over hoe we het leven in de steden aantrekkelijk en concurrerend willen houden. Een en ander heeft er zelfs toe geleid dat in ons ruimtelijk beleid hoogbouw een doel op zich geworden.</p>
<p>Het is dan ook niet verwonderlijk dat gebiedsontwikkelingen eerder het residueel zijn van complexe spreadsheets en ijdele ontwerpers dan een impuls voor of facilitator van het stedelijk leven. Neem bijvoorbeeld de nieuwe Zuidas en de IJ-oevers in Amsterdam of de Wilhelminapier/Kop van Zuid in Rotterdam. Veel gevelarchitectuur, rooilijn, beton, staal, glas en steen, maar weinig interactie, sociale diversiteit en stadse romantiek. De stedelijkheid is er ver te zoeken. Je kunt er overdag een kanonskogel afschieten en er niemand mee raken.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090921_Wilhelminapier.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <sup>Wilheminapier Rotterdam, een dinsdagochtend in april (Foto: Sjors de Vries)</sup></p>
<p>Al meer dan 5000 jaar is de stad de plaats voor maatschappelijke, politieke en materiele vooruitgang. En het is diezelfde stad waar de toekomst van de mensheid verder wordt vormgegeven. We zouden ons zelf verschrikkelijk tekort doen wanneer we niet goed voor deze stad zorgen. Een integrale analyse en visie op het functioneren van onze (Rand)stad is hard nodig. Om te beginnen zal daarvoor het debat over de toekomst van de stad &#8211; die momenteel bijvoorbeeld in Amsterdam en hier op RUIMTEVOLK gelukkig weer lijkt op te bloeien &#8211; vaker en in de volle breedte moeten worden gevoerd.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sup>Op donderdag 1 en vrijdag 2 oktober organiseert het Nirov in samenwerking met de gemeente Amsterdam en het ministerie van VROM de Dag van de Ruimte over de toekomst van de stad onder de titel ‘</sup><a href="http://www.morgentomorrow.nl"><sup>Morgen/tomorrow’</sup></a><sup>.</sup></p>
<p><sup>Eeuw van de Stad is een crossmediaal project van de VPRO op radio, televisie, internet en in de gids in samenwerking met de 4e Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR). Zie ook: </sup><a href="http://www.eeuwvandestad.nl/" target="_self"><sup>eeuwvandestad.nl</sup></a><sup>.</sup></p>
<p><sup><a href="http://www.dro.amsterdam.nl/structuurvisie">Structuurvisie Amsterdam </a></sup></p>
<p><sup><a href="http://www.trancity.nl/studiedagen/7x-college-jane-jacobs.html">De betekenis van Jane Jacobs voor een levende stad</a>. 7x College over de kernbegrippen in het werk van de beroemde Amerikaans/Canadese stadsfilosoof en –socioloog Jane Jacobs: diversiteit, functiemenging, ogen op straat, de economie als basis. </sup></p>
<p><sup>Foto boven: Westerdokseiland (foto: Sjors de Vries)</sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/van-rooilijn-naar-stedelijkheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De les van Habiforum: participatie versnelt</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-les-van-habiforum:-participatie-versnelt/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-les-van-habiforum:-participatie-versnelt/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Sep 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Theo Dohle</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/09/de-les-van-habiforum.jpg" /> Habiforum is niet meer. Het kennisinstituut&#160; voor onder andere meervoudig ruimtegebruik werd vorige week woensdag 9 september&#160;door Minister Cramer van VROM en Habiforum-voorzitter Carel de Reus ten grave gedragen. Een]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Habiforum is niet meer. Het kennisinstituut&nbsp; voor onder andere meervoudig ruimtegebruik werd vorige week woensdag 9 september&nbsp;door Minister Cramer van VROM en Habiforum-voorzitter Carel de Reus ten grave gedragen. Een opvolger is al in zicht, zo bleek tijdens&nbsp; het drukbezochte congres in Rotterdam.&nbsp; En ondanks het einde voor Habiforum was de stemming opperbest onder de ruim 500 deelnemers. Want de oogst van Habiforum is imposant, zo constateerde menig spreker tevreden.</strong></p>
<p>In kwantitatieve zin snap ik die tevredenheid: de stand van <a href="http://www.habiforum.nl/">Habiforum</a> bevatte een hoeveelheid publicaties die minimaal een compleet bos moeten hebben geveld. Maar van mij hadden ze best wat meer op de kwaliteit mogen letten. Veel publicaties zijn te theoretisch en bevatten veel omhaal van woorden. Een goede eindredacteur had driekwart van bovenstaande bomen overeind kunnen houden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090921_Spiegeldag-Habiforum.jpg" alt="artikel afbeelding" /><em><sup>Impressie van de Habiforum Spiegeldag. Foto: Steven van Luipen, bron:<a href="http://habiforum.ning.com/">http://habiforum.ning.com/ </a>&nbsp;&nbsp;</sup></em>&nbsp;</p>
<p>Bij vertrek van het congres kreeg ik&nbsp;vervolgens nog 4 kg papier in handen gedrukt, in de vorm van drie boekwerken die de oogst van Habiforum nog eens presenteren. Koren op mijn mopperende molen dacht ik, maar dat bleek gelukkig een misvatting. Met name het Praktijkboek Gebiedsontwikkeling is een ronduit erg leuk boek. </p>
<p>Schrijver Peter van Rooy behandelt in het boek zowel een aantal trends in de gebiedsontwikkeling als concrete casussen. Een gebruikelijke formule voor dit soort boeken. Het leuke zit niet alleen in de schrijfstijl &ndash; tikje kritisch &ndash; maar ook in de keuze van casussen. Naast geslaagde voorbeelden komen ook grote mislukkingen aan bod. Op het congres zelf leidde dat tot een hilarische beschrijving van Groot Mijdrecht in de gelijknamige plaats in de provincie Utrecht, een van de voorbeeldprojecten van Habiforum.&nbsp; Daar is de gebiedsontwikkeling decennialang mislukt omdat &#8211; zo noemde Van Rooy dat tijdens het congres &#8211; &quot;overheidsbestuurders met ruggengraten als tuinslangen niet opgewassen waren tegen enkele mondige burgers&quot;. Na meer dan 10 jaar overleg tussen diverse bestuurslagen is een oplossing nog altijd ver te zoeken.</p>
<p>&nbsp;<img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090921_Nederlandbovenwater.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup><em>De <a href="http://www.nederlandbovenwater.nl/">website</a> van Nederland Boven Water</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Er zijn ook meer hoopgevende voorbeelden in de gebiedsontwikkeling, echte toppers zelfs. Zoals <a href="http://www.roombeek.nl/over_roombeek/">Roombeek</a>, de Enschede wijk die na de vuurwerkramp bijna volledig weer is herbouwd. De Rooy roemt de kwaliteit van het resultaat, zowel waar het de stedenbouw als de architectuur betreft. Daarnaast is het proces &ndash; omdat de verantwoordelijkheid in handen is gegeven van &eacute;&eacute;n projectteam &ndash; zeer voorspoedig verlopen. Tot slot vindt De Rooy de wijze van participatie een voorbeeld voor andere projecten. Dat is interessant, want ook bij een ander succesverhaal, <a href="http://www2.nijmegen.nl/wonen/projecten/waalfront">Waalfront </a>in Nijmegen, zien we dat. </p>
<p>Bij Waalfront transformeert een verouderd industriegebied in een aantrekkelijke uitbreiding van het Nijmeegse stadscentrum naar de rivier. De plannen onderscheiden zich door hun kwaliteit, daarnaast kenmerkt het zich door het grote draagvlak dat al vanaf het begin bestond bij de bevolking en de lokale politiek. Paul Depla, de gedreven wethouder, lichtte tijdens het congres toe wat het geheim van Nijmegen was: veel investeren in participatie en tijd en geld voor een goed interactief planproces. Menig bestuurder&nbsp;denkt nog dat meepratende burgers tot vertraging leiden, maar volgens Depla was het dankzij een goed georganiseerd proces juist de sleutel voor een vlotte procesgang. Vanuit onze beroepspraktijk wisten we dat al, maar voor wie het nog niet weet: participatie hoeft dus niet alleen maar praten, polderen en&nbsp; pappen en nathouden te zijn. Participatie kan &ndash; als je het goed doet &ndash; juist een push aan de planvorming geven! </p>
<p>&#8212; </p>
<p><sup><em>Nederland BovenWater, Praktijkboek Gebiedsontwikkeling. ISBN 978-90-806647-9-1<br />Een verslag van de Spiegeldag is te vinden op </em></sup><a href="http://habiforum.ning.com/"><sup><em>http://habiforum.ning.com/</em></sup></a>&nbsp; </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-les-van-habiforum:-participatie-versnelt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Voorheen &#8216;De Periferie&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/voorheen-de-periferie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/voorheen-de-periferie/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 12 Sep 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marco Redeman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/09/voorheen-de-periferie.jpg" /> Er gebeuren in de voormalige periferie van ons land een heleboel spannende dingen. Er broeit wat in het zuiden van ons land, het noorden zit niet stil en ook het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><strong>Er gebeuren in de voormalige periferie van ons land een heleboel spannende dingen. Er broeit wat in het zuiden van ons land, het noorden zit niet stil en ook het oosten zet zichzelf nadrukkelijk op de kaart. Zo langzamerhand zou juist de Randstad zich zorgen moeten gaan maken, want de zogehete &#8216;periferie&#8217; focust zich niet langer op de grote broer die de aandacht van politiek Den Haag altijd wel weet te trekken. &nbsp;</strong></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>De regio&rsquo;s buiten de Randstad ori&euml;nteren zich meer en meer op regio&rsquo;s over de grens. Groningen kreeg geen Zuiderzeelijn, maar zuchtte eens diep en zag kansen richting Hamburg en Bremen. Een rondgang door &#8216;de rest van Nederland&#8217; leert dat meer regio&rsquo;s de Randstad de rug toekeren, omdat er welwillende economische partners over de grens te vinden zijn. Twente kijkt naar het Ruhrgebied, Zeeland naar de &#8216;Vlaamse Ruit&#8217;. &nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>De Randstad is een ijzersterke metafoor gebleken, maar hoe houdbaar is haar positie eigenlijk? De gedachte van de Randstad als motor van Nederland, als het grootstedelijke gebied tegenover de rest van het land &#8211; de tuin van deze metropool &#8211; is niet langer overeind te houden.</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Althans, dat lijkt de rest van Nederland zich meer en meer te realiseren. Desondanks blijft &quot;Nederland vooralsnog het meest centralistische land in Europa&quot; op het gebied van de ruimtelijke ordening volgens Peter Bertholet, de directeur van <a href="http://www.parkstad-limburg.nl">Parkstad Limburg</a>. Vanuit Heerlen wijst hij erop dat er &ldquo;Randstad-autisme&quot; heerst. Terwijl IKEA Heerlen volgens Bertholet na de Efteling de grootste economische trekker van Nederland is, richt het nationale beleid zich nog steeds op vier grote steden in het westen.</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090913_alleswijstopzuidlimburg-KLE.jpg" alt="artikel afbeelding" /></div>
<div>&nbsp;</div>
<div><em><sup>&quot;Alles wijst op Zuid-Limburg&quot;, een gezamenlijke campagne van 19 Limburgse gemeenten</sup></em></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Ook Hans Peter Benschop, manager van het <a href="http://www.trendbureauoverijssel.nl">Trendbureau Overijssel</a>, ziet spanning tussen het beleid vanuit Den Haag en de werkelijkheid in de gebieden die we nog steeds aanduiden als de periferie. Benschop snapt hoe een programma als Pieken in de Delta, de gebiedsgerichte economische agenda van het ministerie van EZ, is ontstaan. Het is een logische keuze om te investeren in kansrijke idee&euml;n. Hij zet echter vraagtekens bij de ruimtelijk vertaling hiervan. De stap van investeren in innovatie naar investeren in geconcentreerde ruimtelijke projecten, voornamelijk in de Randstad, is volgens Benschop een vertaling die je niet zomaar kan maken. Het RPB zegt immers zelf dat innovatie niet ruimtelijk is geclusterd. &quot;Waarom dan toch kiezen voor een ruimtelijke aanpak zoals bij Pieken in de Delta?&quot; vraagt hij zich af.&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Ondanks het groeiende zelfbewustzijn ligt er een soort &#8216;Calimero-gevoel&#8217; op de loer. &quot;De Randstad is groot, en wij zijn klein, en dat is niet eerlijk.&quot; Die gedachte is niet altijd re&euml;el, en bovendien positioneer je jezelf daarmee in een achterstandspositie: &quot;Een achterstandspositie is interessant om meer geld binnen te halen, maar is een dergelijke houding goed voor je zelfvertrouwen en de dynamiek in je regio?&quot; </div>
<div></div>
<div><strong>Samenwerking&nbsp;</strong></div>
<div>Arjan Kaashoek van De Wijde Blik stelde op de door RUIMTEVOLK georganiseerde <a href="../detail.php?id=271">inspiratiedag</a>&nbsp;dat de sleutel tot succes ligt in het zoeken naar samenwerking. Op dat gebied kunnen de regio&rsquo;s de Randstad aftroeven. Want samenwerking is binnen de Randstad ver te zoeken. &ldquo;Het Rondje Randstad is net zo realistisch als een magneetzweefbaan van Amsterdam naar Groningen&quot; aldus Kaashoek. </div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Een ander voorbeeld van de verdeeldheid binnen de Randstad blijkt volgens hem uit een onderzoek van een medewerker van De Wijde Blik:&nbsp; &quot;De G4 proberen elkaar op het gebied van city marketing af te troeven door allemaal in dezelfde vijver te vissen: ze vinden allemaal dat ze meest culturele stad zijn, de beste studentenstad, de meest aansprekende winkelstad en ga zo maar door. Niks onderlinge verdeling wie zich waar op profileert, niks samenhang!&quot;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090913_kaashoek-tijdens-inspiratie.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Arjan Kaashoek tijdens de RUIMTEVOLK inspiratiedag</sub></em></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Als die Randstad dus niet zo&rsquo;n eenheid is, dan liggen er blijkbaar kansen voor de rest van Nederland. Maar dan moet de regio&rsquo;s er wel samen de schouders onder zetten. Het noorden is al jaren actief op dit gebied. Ook in het oosten is men begonnen om zich te organiseren om tegenwicht te kunnen bieden. Recent verscheen de gezamenlijke visie van de provincies Gelderland en Overijssel op Oost Nederland: &lsquo;Oost Nederland maakt het&rsquo;. Volgens Benschop een stap die in financieel en bestuurlijk opzicht interessant is, want &quot;samen investeren is meer investeren.&quot; </div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Maar misschien komt het beste voorbeeld uit Zuid Limburg. Daar houden ze niet op bij de landsgrenzen. Bertholet vertelt dat op 10 kilometer van Parkstad Limburg zich de grootste technische universiteit van West Europa bevindt. De Technische &lsquo;<a href="http://www.rwth-aachen.de">Hochschule Achen</a>&rsquo; levert per jaar meer ingenieurs af dan Delft, Eindhoven en Twente samen. De komende jaren wil de TH Achen 3 campussen bouwen tussen de universiteit en Kerkrade. </div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Aken zoekt ruimte voor circa tienduizend nieuwe woningen. Parkstad Limburg staat voor een sloopopgave van ongeveer tienduizend woningen. Klinkt als een kans. Voor Parkstad Limburg liggen de logische lijnen dan ook niet richting Randstad, maar richting het oosten. Een goede openbaar vervoerverbinding is in feite al genoeg om de regio aan te laten haken bij een enorme groeimarkt met studenten en professoren. &nbsp;De bal ligt vervolgens weer in Den Haag: zien we dit als economische &#8216;Piek&#8217; in de Delta?&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div><strong>Verschillen en kansen</strong></div>
<div>Natuurlijk is er een verschil tussen de Randstad en de rest van Nederland. E&eacute;n aspect is de eerder intredende krimp. Gekoppeld aan de vergrijzing stelt dit de regio&rsquo;s voor grote uitdagingen. Krimp staat inmiddels op de politieke agenda, maar dat minister Van der Laan het op zijn netvlies heeft staan leidt nog niet tot extra investeringen vanuit het Rijk. </div>
<div>&nbsp;</div>
<div>In oktober 2009 komt het kabinet met een actieplan voor de krimp in de regio, maar dit is wellicht een <a href="http://www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=1893&amp;item_type=nieuws&amp;item_id=3035">papieren tijger</a> omdat weinig tot geen extra geld beschikbaar voor de uitvoering van het actieplan.&nbsp;Het devies moet daarom zijn: niet afwachten op hulp uit Den Haag, maar zelf op zoek naar strategie&euml;n om uit te blinken. </div>
<div>&nbsp;</div>
<div><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090913_truck-KLEIN.jpg" alt="artikel afbeelding" /></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>In het boek <a href="http://www.managementboek.nl/boek/9789047001232/slimme_steden_edo_dijksterhuis%29%20http://www.managementboek.nl/boek/9789047001232/slimme_steden_edo_dijksterhuis%29" target="_blank">&#8216;Slimme Steden&#8217;</a> onder redactie van Edo Dijksterhuis wordt een reeks voorbeelden van Europese steden gegeven die &lsquo;slim&rsquo; zijn geworden door gebruik te maken van elementen die al in hun stad aanwezig zijn.Een slimme stad gelooft niet in een maakbare &lsquo;nieuwe&rsquo; identiteit, maar speelt in op elementen die de stad al in huis heeft. Zo benut Wenen haar sleutelpositie tussen Oost- en West-Europa als pullfactor voor creatieve jongeren uit heel Europa. Glasgow, van oudsher centrum van de Schotse krantenindustrie, bouwde hier op voort en is nu een mediabolwerk. En Budapest heeft slim gebruik gemaakt van zijn status als historisch centrum van wiskunde-onderwijs en is nu thuisbasis van ettelijke computerbedrijven. Het lukt deze slimme steden om op sterke thema&rsquo;s hun samenleving, economische clusters, coalities en ketens te organiseren. Het succes lijkt gebaseerd op hun unieke positie en situatie, en door steeds in te zetten op ontmoetingen tussen talent en technologie.</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Verhalen waar Nederlandse regio&rsquo;s een voorbeeld aan kunnen nemen. Matt Dings schrijft in HP/De Tijd van 26 augustus 2009&nbsp;in zijn artikel <a href="http://www.hpdetijd.nl/2009-08-26/venlo-stad-in-de-puberteit" target="_blank">&#8216;Venlo, stad in de puberteit&#8217; </a>dat het als logistiek knooppunt volop profiteert van haar gunstige ligging ten opzichte van het Duitse achterland. Hai Berden, voorzitter van voetbalclub VVV en directievoorzitter van Seacon Logistics zegt daarover in datzelfde artikel; &quot;Steden als Amsterdam en Alkmaar zijn voor ons periferie geworden, afgeknepen van het grote Europa.&quot;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>De ingredi&euml;nten zijn dus voorhanden, de vraag is alleen nog maar wat je er mee doet. Nu moet blijken hoe slim de &#8216;voormalige&#8217; periferie omgaat met deze situatie. Het kan alleen maar in het belang van heel Nederland zijn als de regio&rsquo;s ervoor gaan. En niet doorvertellen aan de Randstad&hellip;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>&#8212; </div>
<div><sub><em>Dit artikel is in samenwerking geschreven met Jeroen Niemans (RUIMTEVOLK) <br /></em></sub></div>
<div><sub>&nbsp;</sub></div>
<div><sub><em>Voorbeelden van kansen voor de regio&rsquo;s zijn te vinden in het pamflet dat naar aanleiding van de inspiratiedag is opgesteld. <a href="../pamfletwegvanderandstada3.pdf">Dit pamflet is hier te downloaden</a></em></sub></div>
<div><sub>&nbsp;</sub></div>
<div><sub><em>Foto boven: Coen de Rijk </em></sub></div>
<div></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/voorheen-de-periferie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stedenbouwkundigen moeten meer aandacht besteden aan irrationele verlangens</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stedenbouwkundigen-moeten-meer-aandacht-besteden-aan-irrationele-verlangens/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stedenbouwkundigen-moeten-meer-aandacht-besteden-aan-irrationele-verlangens/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Aug 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Arnon Grunberg]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/08/stedenbouwkundigen-moeten-meer.jpg" /> In juni 2009 bracht Arnon Grunberg tien dagen door in Leidsche Rijn. Hij was te gast bij negen verschillende gezinnen, met en zonder kinderen, jong en oud en van verschillende]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In juni 2009 bracht Arnon Grunberg tien dagen door in Leidsche Rijn. Hij was te gast bij negen verschillende gezinnen, met en zonder kinderen, jong en oud en van verschillende afkomst. Na Afganistan en Irak ging Grunberg, die zichzelf typeert als geëmigreerde Nederlander, op zoek naar ‘Crisisgebied Nederland’. Hij zocht de woede die zich volgens berichten uit de media over grote delen van de bevolking zou hebben meester gemaakt. Als ‘embedded’ journalist deed hij verslag van zijn belevingen die als serie zijn gepubliceerd in <a href="http://www.nrc.nl">NRC Handelsblad</a>. </strong></p>
<p><strong>RUIMTEVOLK was benieuwd naar zijn visie op de Vinexwijk. Aan de hand van een e-mail uitwisseling voelden we hem aan de tand.</strong></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><strong><em>In het eerste deel van de serie &#8216;Met Grunberg in de vinexwijk&#8217; zegt u dat geen beter symbool voor het nieuwe Nederland bestaat dan de vinexwijk. Waarschijnlijk zijn vele planologen, stedenbouwkundigen en architecten het hier mee eens. Zij zullen het dan waarschijnlijk hebben over de vinexwijk als plek waar de moderne Nederlandse samenleving is vertaald naar de gebouwde omgeving.</p>
<p>Bent u na een verblijf van 10 dagen in Leidsche Rijn nog steeds van mening dat de vinexwijk symbool staat voor het nieuwe Nederland? En hoe ziet dat nieuwe Nederland er dan uit?</em></strong></p>
<p>“Het is altijd lastig om verregaande conclusies te trekken gebaseerd op &#8216;anecdotal evidence&#8217;. Het beeld van Nederland dat uit de media oprijst is een volstrekt ander beeld dan het Nederland dat ik in 1995 verlaten heb. Verlaten klinkt wat zwaar, ik ben natuurlijk regelmatig terug geweest, maar toch. Volgens mij zegt Leidsche Rijn in zijn opzet, in diversiteit, in zijn architectuur wel degelijk iets over Nederland, al is dat misschien wat minder nieuw dan sommige mensen denken.</p>
<p>“Leidsche Rijn is tamelijk perfect. Je kunt kankeren op de architectuur, wat overigens opmerkelijk weinig gebeurde, of erop wijzen dat bepaalde projecten (gescheiden watersystemen voor drinkwater en water voor zeg de afwasmachine) mislukt zijn. Toch denk ik dat mensen met kinderen die uit de binnenstad van Utrecht naar Leidsche Rijn zijn getrokken gekregen hebben wat ze zochten.  Ze hebben de grotere woning met tuin. Hooguit kun je zeggen: het is té perfect, het is té af.</p>
<p>“De vinexwijk verschilt natuurlijk helemaal niet zo verschrikkelijk veel van andere wijken. Goed, er zit geen café op de hoek van de straat. Hooguit kun je zeggen &#8211; maar dat is juist een van de kenmerken van suburbia &#8211; dat spanning ontbreekt.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090821_IMG_4186.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup>Gastgezin Leidsche Rijn , foto Arnon Grunberg</sup></p>
<p><em><strong>Vinex-bewoners worden vaak over één kam geschoren:  het zijn saaie, brave burgers. U bent in Leidsche Rijn te gast geweest bij negen verschillende gezinnen. Hebt u tijdens uw verblijf iets als dé vinex-bewoner gezien? En was die saai en braaf?</strong></em></p>
<p>“Ik zou zeggen dat de vinex-bewoners veelal gezinnen met kinderen zijn die behoefte hadden aan een tuin en iets meer groen dan in menig binnenstad te vinden is. Maar ook zijn er genoeg uitzonderingen. Ik betwijfel of de vinex-bewoner saaier is dan de bewoner van andere wijken.</p>
<p>“Veiligheid en saaiheid zijn soms moeilijk van elkaar te onderscheiden. En een gezin met twee jonge kinderen heeft vermoedelijk vóór alles behoefte aan veiligheid. Met andere woorden, ik geloof dat die saaiheid op een vooroordeel berust. Je kunt de gehele middenklasse wel van een zekere saaiheid beschuldigen. En braaf, ach ja, wellicht, maar verreweg de meeste mensen zijn braaf. Bovendien ben ik natuurlijk ook niet alles te weten gekomen. Je kunt moeilijk een gezin binnenkomen en vragen: &#8216;Hoe vaak per jaar pleegt u overspel?&#8217; Niet?</p>
<p>“Ik geloof dat als je goed kijkt je verschillen en opmerkelijke zaken ziet die het schijnbaar saaie en brave overstijgen. Natuurlijk is de vinexwijk geen Bagdad, wat saaiheid betreft. Maar ik vermoed dat veel bewoners van de vinexwijk dat als een zegen beschouwen. Overigens geldt dit natuurlijk voor heel Nederland.”</p>
<p><em><strong>Aan het begin van de serie in NRC Handelsblad gaf u aan als embedded journalist in de vinexwijk op zoek te zijn naar ‘Crisisgebied Nederland’. U besluit de serie met de conclusie dat uw tien dagen in Leidsche Rijn een cursus onderduiken zijn geweest. Ik maak hier allereerst uit op dat u het crisisgebied Nederland niet in de vinexwijk terug heeft gevonden. Maar wilt u daarnaast met deze conclusie zeggen dat het leven in deze wijk iets heeft van een vlucht uit de realiteit? </strong></em></p>
<p>“Nee. Het zou hoogmoedig en onterecht zijn te menen dat het leven in de vredige vinexwijk een vlucht is uit de realiteit. Overigens is de grachtengordel ook een heel vredige wijk. Ik bedoelde te zeggen dat het logeren bij negen onbekende families in tien dagen wel iets heeft van onderduiken, in de zin van een vluchteling die op de vlucht voor politie of leger bij gastgezinnen onderduikt; een oordeel over de vinexwijk was daaraan niet verbonden.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090821_IMG_4176.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup>Gastgezin Leidsche Rijn </sup></p>
<p><em><strong>Recent is er een heuze <a href="http://www.vinexatlas.nl">vinex-atlas</a> verschenen. Duidelijk is dat in alle plannen voor vinexwijken het maken van een prettige leefomgeving centraal staat. In de jaren na de oorlog zijn er meerdere pogingen geweest om de ideale leefomgeving te creëren; met nieuwbouwwijken zoals de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam en de bloemkoolwijken. Van alle naoorlogse pogingen menen de auteurs van de atlas dat de vinexwijken de beste nieuwbouwwijken zijn. Maar we weten hoe het de eerdere pogingen is vergaan. De Westelijke Tuinsteden staan nu vaak synoniem voor de ‘Marokkanen-problematiek’ en worden grootschalig getransformeerd. Bloemkoolwijken waren in het begin wel bijna net zo succesvol als de vinexwijken maar werden al snel door de tijd ingehaald. Ook deze zijn al aan herstructurering toe. Als we eens proberen in de toekomst te kijken. Hoe zou Leidsche Rijn er volgens u over dertig jaar uit zien?</strong></em></p>
<p>“Een buurt kan vervallen doordat de samenstelling van de buurt drastisch verandert, dat is niet altijd de architecten of stedenbouwkundigen aan te rekenen. Niet altijd, soms wel natuurlijk.</p>
<p>“Als gezinnen met kinderen uit de steden besluiten naar Leidsche Rijn te blijven verhuizen, als de middenklasse, voor wie die wijk gebouwd is, daar zal blijven willen wonen, omdat het betaalbaar is en groen en veilig, dan is de kans groot dat er in Leidsche Rijn weinig veranderd is over dertig jaar.</p>
<p>“Maar ja, Leidsche Rijn is geen eiland. Geopolitieke veranderingen kunnen ook de vinexwijk beïnvloeden.”</p>
<p><em><strong>Zet u uw zoektocht naar crisisgebied Nederland voort? Zo ja, wat is het volgende onderzoeksgebied? De Westelijke Tuinsteden? De villabuurt in Blaricum?</strong></em></p>
<p>“De villabuurt in Blaricum zou heel interessant kunnen zijn. Maar ik vermoed dat het crisisgebied Nederland als crisisgebied wel meevalt. Het idee dat de pleuris elk moment kan uitbreken, het idee zoals ik schreef dat je soms krijgt als je kranten en tijdschriften leest, klopt niet met de realiteit zeg ik na mijn verblijf in de vinexwijk. Misschien is het gewoon te lang vrede in Nederland en kunnen sommige mensen die stabiliteit niet meer waarderen.</p>
<p>“Aan de andere kant moet je destructieve verlangens van mensen niet onderschatten, verlangens die niet altijd met economische achterstand te maken hebben. De perfecte wijk of de perfecte samenleving is een onleefbare wijk en samenleving. Stedenbouwkundigen zouden misschien meer aandacht moeten besteden aan die irrationele verlangens of beter gezegd het verlangen van (sommige) mensen naar spanning en bedreiging.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p>De columns van Arnon Grunberg, zoals ze verschenen in NRC Handelsblad:</p>
<ol>
<li> <a href="http://www.nrcboeken.nl/column/op-zoek-naar-de-crisis-in-de-vinex#1">Op zoek naar de crisis in de vinex</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/%E2%80%98mijn-broer-vond-deze-vrouw-op-internet%E2%80%99#1">‘Mijn broer vond deze vrouw op internet’</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/vader-pikte-in-nederland-de-kinderbijslag-in#1">Vader pikte in Nederland de kinderbijslag in</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/de-vakkenvuller-heeft-mooie-felle-ogen#1">De vakkenvuller heeft mooie, felle ogen</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/halal-maar-wel-een-frikadel-uit-de-muur#1">Halal, maar wel een frikadel uit de muur</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/let-maar-niet-op-de-gaten-in-de-bank#1">Let maar niet op de gaten in de bank</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/%E2%80%98mijn-liefste-van-k3-is-weg%E2%80%99#1">‘Mijn liefste van K3 is weg’</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/%E2%80%98als-je-er-iets-van-zegt-discrimineer-je%E2%80%99#1">‘Als je er iets van zegt discrimineer je’</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/ik-leef-op-het-geluk-van-anderen#1">Ik leef op het geluk van anderen</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/nieuws/moeders-in-uitdagende-kleding#1">Moeders in uitdagende kleding</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/niet-ieder-meisje-is-een+chickie">‘Waar zijn onze rechten?’</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/niet-elk-meisje-is-een-chickie#1">Niet elk meisje is een chickie</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/tessa-12-zingt-een-lied-haar-vader-kijkt-vertederd-toe#1">Tessa (12) zingt een lied, haar vader kijkt vertederd toe</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/de-hovenier-is-blijven-haken-aan-diana#1">De hovenier is blijven hangen aan Diana</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/column/vozen-bij-bob-dylan#1">Vozen bij Bob Dylan</a></li>
<li><a href="http://www.nrcboeken.nl/recensie/onderduiken-voor-beginners#1">Onderduiken voor beginners</a></li>
</ol>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stedenbouwkundigen-moeten-meer-aandacht-besteden-aan-irrationele-verlangens/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijdelijkheid in crisistijd</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-in-crisistijd/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-in-crisistijd/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 29 Jun 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/06/tijdelijkheid-in-crisistijd.jpg" /> Aan het begin van een lange zomer gaan we op zoek naar &#8216;tijdelijke ordening&#8217;, iconen voor de toekomst en de ruimtelijke sporen van de crisis. Samen met de kunstenaars Klaar]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Aan het begin van een lange zomer gaan we op zoek naar &#8216;tijdelijke ordening&#8217;, iconen voor de toekomst en de ruimtelijke sporen van de crisis. Samen met de kunstenaars Klaar van der Lippe en Bart Stuart steken we vrijdagmiddag 17 juli het IJ over om de stand van zaken op de NDSM werf te bekijken. &#8232;&nbsp;&#8232;</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Klaar van de Lippe en Bart Stuart zijn twee beeldend kunstenaars die werken met het begrip ruimte. Vanuit de kunsten zijn zij langzaam bewogen naar een gebied dicht tegen de ruimtelijke ordening aan. Zij nemen ons mee naar de NDSM werf om daar aan de hand van de praktijk van vandaag in te gaan op tijdelijkheid in crisistijd. In een tijd dat projecten stilvallen, gaan we op zoek naar wat tijdelijkheid dan betekent. Laten we eens durven denken dat tijdelijk permanent kan worden. Welke eisen stelt het dan aan investeringen die gedaan worden? Hoe goedkoop moet je bouwen voor 5 jaar? Voor 10 jaar? Welke ruimtelijke voorzieningen zijn nodig. Welke overbodig? </p>
<p>Samen met hen zoeken we aan de randen van de ruimtelijke ordening, onder het genot van een drankje en prikkelende stellingen, naar originele en duurzame idee&euml;n voor een vakgebied in crisistijd. Klaar en Bart constateren dat iedereen het woord Kans als mantra heeft. Hoeveel van die kansen worden een nieuwe mogelijkheid, hoeveel zijn een pauzemuziekje en hoeveel een slaapliedje? Maakt crisis creatief of reactief?</p>
<p>Vrijdagmiddag 17 juli verzamelen we om 15.00 uur (stipt!) achter Amsterdam CS voor een gezamelijke overtocht per pont. Rond 18.00 uur sluiten we af, maar kan iedereen nog blijven hangen in Noord voor een hapje of drankje. Om daarna met verse idee&euml;n en prikkelende gedachten de zomer in te gaan&#8230;&#8232;</p>
<p>Deelname is gratis, maar de consumpties zijn voor eigen rekening. Wel even aanmelden via: jeroen@ruimtevolk.nl<br />&nbsp;<br />Tot dan! </p>
<div dir="ltr">&nbsp;</div>
<div dir="ltr">&nbsp;</div>
<div dir="ltr"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090621_cafenoorderlicht.jpg" alt="artikel afbeelding" /></div>
<div dir="ltr"><em><sub>Cafe Noorderlicht (bron: www.ndsm.nl)</sub></em></div>
<div dir="ltr">&nbsp;</div>
<div dir="ltr"><font face="tahoma" size="2"><font face="tahoma"><br /></font></font></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tijdelijkheid-in-crisistijd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stevige schouders gezocht!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stevige-schouders-gezocht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stevige-schouders-gezocht/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 27 Jun 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[Wie kent niet het fenomeen van kamperen bij de boer, de zorgboerderijen en het poldergolf? Maar er zijn meer innovaties die de omwenteling op het platteland vormgeven, of dat althans]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><strong>Wie kent niet het fenomeen van kamperen bij de boer, de zorgboerderijen en het poldergolf? Maar er zijn meer innovaties die de omwenteling op het platteland vormgeven, of dat althans proberen. RUIMTEVOLK sprak met Nico Beun, co&ouml;rdinator Ruimte Cre&euml;ren van het InnovatieNetwerk, over hoe lastig het stimuleren van innovatie in het landelijk gebied is.&nbsp;</strong></div>
<div></div>
<div>Fietste je enkele decennia geleden zo een schilderij van de oude Hollandse meesters binnen, tegenwoordig verandert het platteland in rap tempo. In Neerlands landelijk gebied is een geleidelijke, maar ingrijpende en omstreden omwenteling gaande: De (internationale) concurrentie tussen boeren is groot, wat tot schaalvergroting van de agrarische bedrijven leidt. Tegelijkertijd is er meer ruimte nodig voor natuur, recreatie en wonen in het landelijk gebied.&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>InnovatieNetwerk, een initiatief van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij LNV, is opgericht om grensverleggende idee&euml;n en duurzame oplossingen voor de landbouw en het platteland te ontwikkelen. Het InnovatieNetwerk streeft ernaar om de betrokken partijen te ondersteunen bij het op gang krijgen van vernieuwingen en richt zich op grensverleggende vernieuwingen in landbouw, agribusiness, voeding en groene ruimte, zo vertelt co&ouml;rdinator Nico Beun.&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Ook ondersteunt het netwerk andere onafhankelijke, innovatieve initiatiefnemers en is zo betrokken bij duurzame projecten als &lsquo;Smaaklessen&rsquo; met topkok Pierre Wind en de &lsquo;Kas als Energiebron&rsquo;. Voor grootschalige, ruimtelijke concepten als &lsquo;Knooperven&rsquo; en &lsquo;Nieuwe Marken&rsquo; is de weg naar tastbare resultaten nog ver. Want om bestuurlijk Nederland voor dit soort idee&euml;n warm te laten lopen, blijkt nog een lastige opgave. &ldquo;Het is een kwestie van lange adem&rdquo;, aldus Beun.s</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Een voorbeeld van zo&#8217;n moeilijk project zijn de zogenaamde &lsquo;Knooperven&rsquo;. Dit afstudeerproject van Karen de Groot en Ruut van Paridon (Academie van Bouwkunst Amsterdam) &nbsp;transformeert bestaande, middelgrote, agrarische bedrijven tot erven waar gewoond kan worden door meerdere huishoudens. De &nbsp;landschappelijke identiteit kan daardoor behouden blijven en soms zelfs verder ontwikkeld worden. De Groot en Van Paridon noemen het &ldquo;kloeke, eigentijdse erfensembles&rdquo;. De waardevolle bebouwing blijft staan en de stallen worden gesloopt. Zo ontstaat er nieuwe ruimte voor wooneenheden.&nbsp;</div>
<div></div>
<div><strong>Subsidies</strong></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Maar het idee van De Groot en Paridon gaat verder. De innovatie zit hem ook vooral in het feit dat de nieuwe bewoners ook verantwoordelijkheid dragen voor delen van het omliggende landschap. Zij worden eigenaar en zorgen voor het onderhoud. Via lidmaatschap van bijvoorbeeld een Vereniging van Eigenaren (VvE) wordt het groen rondom hun huizen beheerd om zo de kleinschaligheid van het landschap te versterken en het toegankelijk te maken voor recreanten.</div>
<div>&nbsp;</div>
<div><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090623_impressie%20knooperven%20(1).jpg" alt="artikel afbeelding" />&nbsp;</div>
<div><sub><em>Knooperven (Van Paridon &amp; De Groot, 2003)</em>&nbsp;</sub></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Ook voor boeren rondom het transformerende erf kan dit voordelig zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld niet alleen het land van de vertrekkende boer overnemen en hun bedrijf vergroten, maar ook kunnen ze landschapselementen rondom de Knooperven ruilen tegen rendabeler cultuurgrond elders. Grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap ligt daarmee binnen handbereik.</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>&ldquo;Het gaat erom een nieuw en duurzaam evenwicht tussen landschap en landbouw te bereiken&rdquo;, vertelt Beun. Een mooi en aantrekkelijk landschap vinden bewoners en recreanten belangrijk. Om dat voor elkaar te krijgen, kunnen boeren allerlei subsidies aanvragen. Maar echte zorg voor het landschap is steeds moeilijker te combineren met bedrijfsontwikkeling. &ldquo;Dat gaat veel boeren aan het hart omdat zij ook gehecht zijn aan het landschap van hun jeugd en van hun voorouders. Mensen vergeten nog wel eens dat die boer tegelijkertijd ook zijn bedrijf moet runnen.&rdquo; Knooperven gaat niet uit van beheer via subsidies aan boeren of beheer door terreinbeherende instanties, maar van verantwoordelijkheid voor en door de mensen die ervan genieten en er prijs op stellen. &ldquo;Het is verantwoordelijkheid geven en nemen Dat is een eerste stap naar een nieuw duurzaam evenwicht&rdquo;,zegt Beun.&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Een win-win-win-situatie dus. Toch staan bewoners, boeren, ontwikkelaars en gemeenteraden nog niet in de rij om het concept toe te passen.</div>
<div></div>
<div><strong>Het politiek-bestuur aan zet</strong></div>
<div>&nbsp;</div>
<div>&nbsp;Veel gemeenten hebben tijd nodig om het nieuwe idee toe te passen. &ldquo;Knooperven leveren de gemeente geen geld op omdat al het geld dat beschikbaar is, ge&iuml;nvesteerd wordt in het landschap&rdquo;, legt Beun uit. &ldquo;Normaal gesproken levert de uitgifte van kavels aan de rand van dorpen de gemeente geld op. Als je nu de gangbare dorpsuitbreidingen stopt en verlegt naar de Knooperven ontstaat een financieel gat. Veel wethouders zijn daar niet echt happig op&rdquo;.&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>De bottleneck ligt volgens Beun dan ook vaak op bestuurlijk niveau: &ldquo;Er is voldoende vraag naar dit soort woningen. Voldoende boerenbedrijven vinden geen opvolging en houden dus op te bestaan. Ook andere boeren in de omgeving willen, al dan niet na wat uitvoerige gesprekken, meewerken. Ze moeten ook vaak wel. Van bestuurders vraagt het alleen wel wat lef en enthousiasme om de schouders eronder te zetten.&rdquo; Het kost veel tijd om alle plannen duidelijk te maken en de neuzen dezelfde kant op te krijgen, licht Beun toe.&nbsp;</div>
<div>&ldquo;Het komt ook voor dat in een cruciale tijd een enthousiaste wethouder vertrekt omdat zijn vierjarige ambtsperiode er op zit. Soms begint het werk dan helemaal opnieuw. Dat geldt op gemeentelijke niveau, maar net zo hard op provinciaal en landelijk niveau. De besluitvorming duurt lang. Lef is nodig en dat concurreert met politieke belangen en de angst om niet herkozen te worden.&rdquo;&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Concepten die afhankelijk zijn van een particulier initiatief vinden sneller doorgang. Zo zal binnenkort in het Westelijke Havengebied in Amsterdam een tijdelijk natuurgebied worden gerealiseerd op braakliggende bedrijfskavels. &ldquo;Dit is ook een initiatief van het netwerk&rdquo;, zegt Beun. &ldquo;Desondanks is het nu tijd voor initiatieven op grotere schaal, als Knooperven. Met Knooperven kunnen we het kwetsbare en snel veranderende agrarisch landschap een echt duurzame impuls geven.&rdquo;&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div>Het aantal projecten waar InnovatieNetwerk aan werkt, zijn talrijk. Maar het zal nog even duren voordat we inderdaad in de bus kunnen om te zien hoe concepten als &lsquo;Knooperven&rsquo; er in de praktijk uitzien. Zoals wel vaker het geval is: de bal ligt bij de bestuurder.&nbsp;</div>
<div>&nbsp;</div>
<div><em>Dit artikel werd geschreven door Adam Hofland, redacteur van Ruimtevolk en Jeroen Niemans, bestuurslid van de Stichting Ruimtevolk</em></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stevige-schouders-gezocht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Niet langer ieder voor zich</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/niet-langer-ieder-voor-zich/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/niet-langer-ieder-voor-zich/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Jun 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjolein Brouwer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/06/niet-langer-ieder.jpg" /> Lokaal samenwerken is de enige methode om de crisis in de bouwwereld te bezweren. Althans, dat denken nogal wat prominenten uit de bouwwereld. Zij kwamen op 11 juni in groten]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Lokaal samenwerken is de enige methode om de crisis in de bouwwereld te bezweren. Althans, dat denken nogal wat prominenten uit de bouwwereld. Zij kwamen op 11 juni in groten getale bijeen tijdens de Bouwcrisisconferentie van het NIROV in Amersfoort. </strong></p>
<p>Door <a href="../index.php?sort=a&amp;id=54">Marjolein Brouwer</a></p>
<p>De crisis heeft dramatische gevolgen voor de bouwsector. Zo daalt de bouwproductie in 2009 en 2010 met tien procent. Ook neemt het aantal arbeidsplaatsen in de bouw in 2010 en 2011 naar verwachting met 50.000 af. Wie moet deze crisis bezweren en hoe? In een stemronde blijkt al gauw dat een meerderheid van de aanwezigen het Rijk ziet als ridder op het witte paard om het gevecht tegen de crisis te leiden.</p>
<p><strong>Crisisakkoord</strong></p>
<p><a href="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=24947">Minister Van der Laan</a> (VROM/Wonen, Wijken en Integratie) blijkt deze rol als ridder al te hebben opgepakt. Hij heeft inmiddels met <a href="http://www.aedesnet.nl/">Aedes</a>-voorzitter Marc Calon een akkoord gesloten over een aantal crisismaatregelen voor de woningmarkt. Zo is Van der Laan van plan de borgingsgrens voor het <a href="http://www.wsw.nl/">Waarborgfonds Sociale Woningbouw</a> (WSW)  te verhogen van gemiddeld 200.000 naar gemiddeld 240.000 euro. Specifiek voor de aankoop van onverkoopbaar gebleken nieuwbouwwoningen geldt een tijdelijke verhoging van deze borgingsgrens naar 350.000 euro. Corporaties kunnen hierdoor nieuwbouwwoningen van commerciële projectontwikkelaars overnemen. Bovendien kunnen ze hiermee goedkoper en makkelijker geld lenen, iets wat in tijden van beperkte liquiditeit een welkome omstandigheid zou zijn.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090623_publiek044.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Aandachtige toehoorders bij de Bouwcrisisconferentie op 11 juni 2009 (foto: Nirov)</sup></em></p>
<p><strong>Out of the box</strong></p>
<p>De bouwproductie staat niet volledig stil. De echte crisis moet dus nog komen, meent Marc Calon. Om de bouwproductie op gang te houden, wil hij vooral kijken naar de effectiviteit van regels. ”Ministeries moeten niet krampachtig vasthouden aan regels. We moeten out of the box kunnen zoeken naar snelle oplossingen,” aldus Calon.</p>
<p>Vooral lokale initiatieven tonen dat out of the box-denken werkt, zoals een brede samenwerking op het gebied van nieuwbouw in Alkmaar. Hierbij hebben een aantal in Alkmaar actieve corporaties, makelaars, banken, notarissen, gemeente en ontwikkelaars met elkaar afspraken gemaakt om met maatregelen als grondprijsverlaging, gegarandeerde geldleningen en het speciaal opgerichte <a href="http://www.noordhollandsdagblad.nl/nieuws/stadstreek/alkmaar/article4593812.ece/Fonds_voor_inruil_oude_woning">Alkmaars Fonds Inruilgarantie</a> de lokale woningbouw te stimuleren. Door deze samenwerking denkt Alkmaar meerdere vliegen in één klap te slaan. Ten eerste kan het onderlinge vertrouwen tussen de bouwpartijen verbeteren, en ten tweede kunnen de partijen woningbouwprojecten in aantal doseren en faseren. Daarmee kunnen ze afzetproblemen voorkomen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090623_jankadijk3.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup><em>Presentatie crisiskansenkaart door Jan Kadijk van Nirov</em></sup><em><sup> (foto: Nirov)</sup></em></p>
<p><strong>Verleiden en vertrouwen </strong></p>
<p>In een onderling debat zoeken zowel makelaars, ontwikkelaars als de overheid vervolgens naar korte termijn-oplossingen. De consument moet bijvoorbeeld verleid worden tot aankoop van een woning. ”Je kunt managen op hun onzekerheid en optreden als aankoopmakelaar. Daarnaast is het belangrijk dat corporaties en ontwikkelaars de kaarten niet op de borst houden, maar zowel pijn- als succesfactoren delen”, aldus Ger Hukker, voorzitter van de <a href="http://www.nvm.nl/">Nederlandse Vereniging voor Makelaars</a> (NVM). “Ze moeten samenwerken, in plaats van elkaar tegenwerken.”</p>
<p>Deze samenwerking kan volgens de Overijsselse gedeputeerde <a href="http://provincie.overijssel.nl/gedeputeerde_staten/theo_rietkerk/weblog">Theo Rietkerk</a> vorm krijgen in de vorm van regiogebonden crisisteams. “Als je in een regio wat wil, moet je het met lokale partijen samen doen. Bijvoorbeeld door gezamenlijke investeringsprogramma’s te starten,  om daarmee zonder staatssteun zowel de vraag- als aanbodzijde te stimuleren .”</p>
<p>Mariet Schoenmaker, directeur van <a href="http://www.am.nl/index_vervolg.php?section=zakelijk&amp;content=organisatie">AM Concepts</a>, vindt ook dat de huidige fundamentele crisis -waarbij zowel de consument als de bouwsector zelf het vertrouwen in de markt verliest- een net zo fundamentele bestrijding vraagt. ”We moeten niet langer op safe spelen in bouwproducties, maar op de langere termijn voor degelijk en duurzaam gaan. Dit kan door kleine opdrachten aan architecten te geven voor de verbetering van de openbare ruimte. Dat voorkomt tegelijkertijd een braindrain aan creativiteit bij jonge architecten, die nu verloren dreigt te gaan.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090623_minister.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Minister Van der Laan (foto: Nirov)</sup></em></p>
<p><strong>Crisiskansenkaart</strong></p>
<p>Om de huidige stand van zaken in de woningmarkt te verhelderen, presenteerde het <a href="http://www.nirov.nl">Nirov</a> een zogenaamde crisiskansenkaart van de woningbouwsector. De kaart geeft een diffuus beeld; de schommelingen in de woningmarkt verschillen sterk per regio of plaats. De kaart is daarmee alleen al een pleidooi voor  de lokale oplossingen van Theo Rietkerk en de Alkmaarse woningbouwsector: er is geen landelijk antwoord op de crisis, maar lokale partijen moeten samen aan de slag.</p>
<p>Om deze oplossingen mogelijk te maken, kondigt minister Van der Laan een extra stimulering van de bouwproductie aan. “Het kabinet heeft 400 miljoen euro vrijgemaakt voor de stimulering van de bouwproductie. Ik vraag jullie, om op jullie beurt je uiterste best te doen om de nieuwbouwproductie op peil te houden en zo mogelijk zelfs te verhogen.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090623_inloop.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>(foto: Nirov)</sup></em></p>
<p><strong>&#8216;We moeten samenwerken&#8217; </strong></p>
<p>Tijdens de conferentie blijkt dat de crisis zelfs zorgt voor zelfreflectie binnen de bouwwereld. Hans André de la Porte van <a href="http://www.eigenhuis.nl/">Vereniging Eigen Huis</a>: “we zijn in de jaren ‘90 verwend geraakt met de massale verkoop van nieuwbouw. Die tijd is voorbij. Het is nu vooral belangrijk om goed naar de consument te luisteren. Op die manier kun je projecten waar wél behoefte aan is, naar voren halen, en woningen waar even geen vraag naar is, op een later tijdstip bouwen. Zo bouw je niet voor de leegstand, maar kun je wel de bouwproductie in stand houden. Neveneffect is dat de consument zo ook het vertrouwen om te kopen en verkopen herwint.”</p>
<p>Kortom, de conferentie bood voldoende kansen en beloften om de crisis gezamenlijk te lijf te gaan. Of zoals Peter van der Gugten, algemeen directeur van projectontwikkelaar <a href="http://www.proper-stok.nl/">Proper Stok</a> het met gevoel voor emotie stelt: “durf het systeem overhoop te gooien en het algemeen belang voorop te stellen. De crisis brengt één voordeel: we móeten nu wel samenwerken.”</p>
<p>Het is een belofte die schuld maakt. RUIMTEVOLK blijft de bouwsector de komende jaren op de voet volgen.</p>
<p>&#8211;</p>
<p><em><sup>Kopbeeld: Minister Van der Laan neemt de crisiskansenkaart in ontvangst (foto: Nirov) </sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/niet-langer-ieder-voor-zich/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Digitale dromen voor nieuwbouwwijk in Opeinde</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/digitale-dromen-voor-nieuwbouwwijk-in-opeinde/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/digitale-dromen-voor-nieuwbouwwijk-in-opeinde/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 04 Jun 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/06/digitale-dromen-voor.jpg" /> Afgelopen najaar ging de wiki-site wijbouweneenwijk.nl de lucht in waar omwonenden, ge&#239;nteresseerden en deskundigen kunnen meedenken over een nieuw te bouwen wijk in Opeinde, gemeente Smallingerland. Hoe verloopt het experiment]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Afgelopen najaar ging de wiki-site <a href="http://www.wijbouweneenwijk.nl">wijbouweneenwijk.nl</a> de lucht in waar omwonenden, ge&iuml;nteresseerden en deskundigen kunnen meedenken over een nieuw te bouwen wijk in Opeinde, <a href="http://www.smallingerland.nl/">gemeente Smallingerland</a>. Hoe verloopt het experiment tot nu toe? Is de wiki-site &lsquo;niet meer dan een idee&euml;nbus&rsquo;, of worden de dromen van een ambitieuze gemeente in Friesland werkelijkheid? RUIMTEVOLK ging op onderzoek uit. </strong><br /><sub><br /></sub>Door <a href="../index.php?sort=a&amp;id=33">Judith Lekkerkerker</a><sup><br /></sup><br />De nog te bouwen wijk in Opeinde moet een innovatieve en duurzame wijk voor &lsquo;overmorgen&rsquo; worden. De gemeente wilde deze wijk niet tot stand laten komen via de traditionele weg met projectontwikkelaars maar een nieuwe weg in slaan, het centrale thema was immers innovatie. Naar het idee van James Surowiecki, dat onder de juiste omstandigheden, de massa altijd wijzer is dan het slimste individu, ontwikkelde de gemeente Smallingerland samen met het Amsterdamse bureau <a href="http://www.thecrowds.nl/">The Crowds</a> de wiki-site. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090604_RUIMTEVOLK_ketelaar.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Wethouder Nieske Ketelaar (PvdA), gemeente Smallingerland (foto: Judith Lekkerkerker)</sup></em></p>
<p>Iedereen die wil kan op wijbouweneenwijk.nl idee&euml;n plaatsen voor de nieuwe wijk. En de echte enthousiastelingen kunnen zelfs plangroepen maken om hun idee&euml;n uit te werken. Maar heeft de site al de zo felbegeerde stroom aan creatieve ingevingen opgeleverd? Volgens de gemeente telt de wiki nu zo&rsquo;n 150 actieve leden en zijn er 140 idee&euml;n binnengekomen die tot driehonderd reacties hebben geleid. Maar wat is de kwaliteit van de idee&euml;n en plannen? En zit er toekomst in deze werkwijze?</p>
<p><a href="http://www.pvda-smallingerland.nl/">Wethouder Nieske Ketelaar</a> (PvdA) is tevreden met de resultaten, ook al heeft de site tot nu toe nauwelijks concrete plannen opgeleverd. &ldquo;Het is meer een idee&euml;nbus. Ge&iuml;nteresseerden zoeken elkaar via de site nog niet op om samen te werken. Maar de geplaatste idee&euml;n bieden voldoende aanknopingspunten om vervolg te geven aan de vorming van de nieuwe wijk.&ldquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De wethouder is ervan overtuigd dat er bovendien nog meer goede idee&euml;n volgen voor de nieuwe wijk. &ldquo;Studenten van de <a href="http://www.nhl.nl/">Noordelijke Hogeschool Leeuwarden</a> werken op het moment aan plannen en ook <a href="http://www.bnsp.nl/jong.professional">BNSP Jong Professional</a> is bezig aan de hand van een studiedag idee&euml;n en plannen te genereren.&ldquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ketelaar vindt dat de gemeente de actieve leden moet koesteren en bijvoorbeeld gebruiken als klankbord. De gemeente heeft het stedenbouwkundige bureau Atelier Dutch gevraagd de idee&euml;n te bundelen en uit te werken naar een aantal scenario&rsquo;s. Die kunnen vervolgens dan weer worden voorgelegd aan de community van wijbouweneenwijk.nl. Al met al hoopt Ketelaar dat in de loop van dit jaar de contouren van het uiteindelijke plan duidelijk worden en dat volgend jaar de eerste schop de grond in gaat.</p>
<p>Achteraf had Ketelaar meer tijd willen hebben voor de idee&euml;nfase. &ldquo;Het duurt een tijd voordat de dynamiek in zo&rsquo;n site komt. Uitgangspunt van het initiatief is dat een groep mensen wellicht meer kan bedenken dan een klein aantal specialisten. Maar het kost tijd en energie om een kritische massa te krijgen. Op het moment is een medewerker twintig uur per week bezig met de promotie van de site.&rdquo;</p>
<p>Ook de bestuurlijke vernieuwing komt wat langzamer op gang dan gehoopt. De raad heeft de kans om zich als vernieuwend bestuursgremium te profileren, bijvoorbeeld door actief deel te nemen aan de discussie op de site. Maar de bestuurders lopen de site nog niet echt plat.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090604_RUIMTEVOLK_plan_bruinsma.jpg" alt="artikel afbeelding" />  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Wonen aan het water, een van de idee&euml;n voor de inrichting van de nieuwe wijk (tekening: mw. Akkie Bruinsma )</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En wat vinden de gebruikers er zelf van? Carla Kemme en Marion van de Konijnenburg van woongroep Zandroos, vinden de site geweldig. Kemme en Van de Konijnenburg horen tot een groep senioren die zich graag in de nieuwe wijk in Opeinde wil vestigen. Ze zijn heel enthousiast: &ldquo;Er is ruimte voor een echte brainstorm op de website. Je kan alles spuien. En je moet ook met elkaar durven dromen. Nu al is een inspirerend sprookjesbos ontstaan.&rdquo; </p>
<p>Vinden ze het niet vervelend dat er nog zoveel onduidelijkheden zijn? Bijvoorbeeld hoe het plan voor de nieuwe wijk nu vorm gaat krijgen of wanneer er gebouwd gaat worden? &ldquo;Het is goed dat het proces niet al bij voorbaat vast ligt, het moet ook kunnen veranderen. Dat je op gegeven moment wellicht teleurgesteld wordt, is niet erg. Enthousiaste en tevreden burgers dus, met veel vertrouwen in de gemeente. Of is het misschien iets typisch Fries dat er ruimte is voor dromen en dat het allemaal wel &ldquo;uut komt&rdquo;? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8211;</p>
<p><em><sup>Kopbeeld: Idee van Sigrid From in de categorie Huis van de Toekomst: de Eco Iglo (ontworpen door Intact Ecodesign uit Diemen). De woning is niet alleen milieuvriendelijk, maar de iglo heeft meer voordelen. Hij kan gebouwd worden op water.</sup></em></p>
<p>&#8211; </p>
<p>Zie ook het RUIMTEVOLK artikel &#8216;<a href="../detail.php?id=255">Professionals aan de zijlijn bij nieuwbouw in Smallingerland</a>&#8216;&nbsp; </p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/digitale-dromen-voor-nieuwbouwwijk-in-opeinde/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe Praktijken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-praktijken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-praktijken/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 03 Jun 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ad van der Stok</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/06/nieuwe-praktijken.jpg" /> Met ontwerptalent alleen maak je geen architectuur, architectuur moet je ook organiseren. Hoe doe je dat als jong architectenbureau? Hoe krijg je het vertrouwen van opdrachtgevers en hoe kun je]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met ontwerptalent alleen maak je geen architectuur, architectuur moet je ook organiseren. Hoe doe je dat als jong architectenbureau? Hoe krijg je het vertrouwen van opdrachtgevers en hoe kun je je ideeën ook realiseren? Het anderhalf jaar geleden geopende Vloer 12 is op die vraag misschien het antwoord. </strong></p>
<p>Door <a href="../index.php?sort=a&amp;id=53">Ad van der Stok </a></p>
<p>Tijdens de totstandkoming van een ontwerp moet complexe regelgeving, technische kennis, de wens van de gebruikers, de traditionele bouwmethode van de aannemer en het humeur van de opdrachtgever allemaal op elkaar afgestemd worden. Met hopelijk ook nog een mooi gebouw als resultaat. Geen eenvoudige opgave en al helemaal niet als beginnend architect.</p>
<p><a href="http://www.vloer12.nl/">Vloer 12</a>, een samenwerking van <a href="http://www.bureaubouwkunde.nl/">Bureau Bouwkunde</a> met vijf jonge architectenbureaus,  ondervangt dit probleem. De vijf bureautjes zijn flexibel, initiatiefrijk, energiek en creatief, maar missen nog kennis en ervaring. Bureau Bouwkunde, een gerenommeerd bouwkundig bureau dat adviseert over techniek en regelgeving, heeft die ervaring wel.</p>
<p>Bureau Bouwkunde zelf begon als een soort bouwkundig servicebureau voor het architectenbureau van <a href="http://www.hoogstad.com/">Jan Hoogstad</a>. Na de afsplitsing in 1988 kwamen er ook opdrachten van andere bureau’s. In de loop der tijd werden dat grote en gerenommeerde opdrachtgevers, zoals <a href="http://www.neutelings-riedijk.com/">Neutelings-Riedijk</a> en <a href="http://www.mvrdv.nl">MVRDV</a>, maar ook buitenlandse bureaus als Foster en Siza.</p>
<p>In de toren aan de Schiedamsedijk 50 te Rotterdam vertelt Ruud Hazes, directeur van Bureau Bouwkunde, hoe Vloer 12 is ontstaan.</p>
<p>“Het idee was weer eens met jonge architecten te werken, als een soort kruisbestuiving. Jonge bureaus komen toch met ideeën die goed zijn voor onze eigen creativiteit. Als zij bijvoorbeeld een huis op z&#8217;n kop zetten dan krabben wij eerst wel even op ons achterhoofd, maar vervolgens denk je dan: waarom ook niet? Eigenlijk een waanzinnig goed idee! In 2007 zijn we de samenwerking toen echt gestalte gaan geven.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090604_RuudHazes_475px.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Ruud Hazes, directeur van Bureau Bouwkunde (Foto: Ad van der Stok) </sup></em></p>
<p><em>Hoe is dat gegaan?</em></p>
<p>“Via via zijn we op een bepaald moment in aanraking gekomen met wat jonge architecten, Erik Moederscheim en Ruud Moonen.</p>
<p><em>En hoe kwamen ze op de 12de verdieping terecht?</em></p>
<p>“Het moest vooral dicht in de buurt van Bureau Bouwkunde zijn, om het contact zo laagdrempelig mogelijk te houden. Daarom hebben we bij ons in het gebouw een halve verdieping vrijgemaakt. De 4 ruimtes die daar zijn gemaakt delen ook een centrale ruimte, zodat ook het onderlinge contact makkelijk is.</p>
<p><em>De dagelijkse gang van zaken bestaat er toch vooral uit dat zij langs kunnen komen voor advies? </em></p>
<p>“Klopt. Ze bellen op met een vraag en dan maken we een afspraak, of ik loop er gelijk heen. Maar het gebeurt ook dat we bij een opdrachtgever zitten en dat er een vraag is ontstaan waarbij wij denken, ‘Hé, dat kan wel eens aanleiding zijn om met Vloer 12 te gaan praten’. Dan stellen we ze voor en handelen ze het zelf verder af.”</p>
<p><em>Iets waar jonge bureaus ook tegen aan lopen, zijn eisen van opdrachtgevers. Kunnen ze op basis van jullie ervaring ook mee doen aan Europese aanbestedingen? </em></p>
<p>“Ja, dat kan. Dan meldt je je als combinatie aan.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090604_BellenVloer12%20475px.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>(Foto: Ad van der Stok) </sup></em></p>
<p><em>En wat hebben jullie er zelf verder aan? Is het de bedoeling dat die bureaus straks ook voor jullie werk gaan opleveren?</em></p>
<p>“Dat zou leuk zijn. Je bouwt tenslotte een relatie op als je twee jaar met elkaar in de weer bent, je leert elkaar goed kennen. En als het klikt en je wilt door met Bureau Bouwkunde, uitstekend, graag zelfs. Maar  ze hoeven niet per definitie met ons te werken. Het kan ook zijn dat een opdrachtgever al met een ander uitwerkingsbureau werkt.”</p>
<p><em>Jullie zijn nu anderhalf jaar bezig. Maakt Vloer 12 jullie verwachtingen waar? </em></p>
<p>“Meer dan dat. Bij die bureaus is het gewoon één en al enthousiasme en dat is bijzonder stimulerend. Ook voor de lezingen die Vloer 12 organiseert, is veel belangstelling. Er zijn nu twee lezingen geweest, over onderwerpen die jonge architecten aangaan, en de opkomst daarvan was overweldigend. Daar komen wel zestig jonge mensen op af. Dan merk je dat er veel behoefte is aan kennis over de praktijk, die blijkbaar beantwoord kan worden door zo&#8217;n stichting als Vloer 12.”<br />
<em><br />
Kost het niet meer tijd dan jullie verwacht hadden? </em></p>
<p>“Nou, het kost gewoon tijd. Je moet wel zorgen dat je er niet teveel tijd in stopt, want het is naast ons reguliere werk. Maar we maken er graag tijd voor. En ik heb ook nooit echt een gemiddelde aangehouden per week per bureau. Bij de een is het meer dan de ander. Je moet natuurlijk een beetje flexibel met dat soort praktische dingen omspringen.”</p>
<p><em>De eerste bureautjes kwamen via via, maar zitten in principe maximaal twee jaar. En dan?</em></p>
<p>“Doordat het meer bekendheid krijgt, worden we nu ook gebeld. ‘Hebben jullie nog ruimte?’ Er is niet echt een wachtlijst. Het bestuur beslist, maar dan leggen we eerst ons oor te luister bij Vloer 12.”</p>
<p><em>De samenwerking zoals die is opgezet. Is dat een manier van werken die in de toekomst meer zal voorkomen? </em></p>
<p>“Ik kan me dat heel goed voorstellen&#8230; Je ziet dat ook al een beetje gebeuren, dat bureaus ervoor kiezen projecten tot en met het definitief ontwerp (DO) zelf te doen, en het bestek en de werktekeningen bij Bureau Bouwkunde neerleggen. Niet persé omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze het niet willen. Die willen zich concentreren op het ontwerpen.”</p>
<p>&#8211;</p>
<p>Kopbeeld: kantoor Bureau Bouwkunde en Vloer 12 in Rotterdam (foto: Ad van der Stok)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuwe-praktijken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Straight for the bull</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/straight-for-the-bull/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/straight-for-the-bull/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 May 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/05/straight-for-the-bull.jpg" /> Met je verhaal bij Nova mogen aanschuiven, hoe werkt dat? Friso de Zeeuw legt uit en praat met RUIMTEVOLK over specialisatie- fundamentalisme, bureaucratie en politiek met een kleine p: &#8220;Het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met je verhaal bij Nova mogen aanschuiven, hoe werkt dat? Friso de Zeeuw legt uit en praat met RUIMTEVOLK over specialisatie- fundamentalisme, bureaucratie en politiek met een kleine p: &#8220;Het is korte baan schaatsen.&#8221;</strong></p>
<p>Door Anouk Eigenraam en Bart Cosijn</p>
<p>Het is de dag van het ongeluk bij Schiphol. In de hal van het Bouwfondsgebouw hangt een groot scherm aan de wand waarop een verslaggever bij Schiphol verslag uitbrengt. De Zeeuw, nog niet op de hoogte van het nieuws, reageert laconiek als we zijn werkkamer betreden: “Nou, tjonge dat is wat hoor. Dit gaat natuurlijk weer weken het nieuws in Nederland beheersen&#8230;” Zijn uitspraak is typerend: De Zeeuw raakt niet zo snel ergens van ondersteboven. De directeur Nieuwe Markten bij <a href="http://www.bouwfonds.nl/site/nl-nl/Ontwikkelen/Ontwikkeling/Overzicht.htm">Bouwfonds Ontwikkeling</a> en <a href="http://www.bk.tudelft.nl/live/pagina.jsp?id=b53a9a6e-0bd4-4d0b-a934-e002fb5d4da3&amp;lang=nl">deeltijdhoogleraar Gebiedsontwikkeling</a> aan de TU in Delft loopt dan ook al een tijdje mee in de wondere wereld van de ruimtelijke ordening. Zijn vakkennis geldt alom als onbetwist. Het maakt hem tot een graag geziene gesprekspartner bij zowel overheden als bedrijfsleven en de media.</p>
<p>Ook die week is hij niet uit de media weg te slaan. In een paginagroot opinieartikel in <a href="http://www.nrc.nl/binnenland/article2159325.ece/Advies_milieu_mag_politiek_niet_hinderen">NRC Handelsblad</a> dat weekend pleit hij voor vereenvoudiging van allerlei milieuregels die de voortgang van bouwprojecten belemmeren. Zijn pleidooi wordt onmiddellijk opgepikt door de politiek: er worden Kamervragen over gesteld, ‘s maandags is hij te horen bij <a href="http://www.bnr.nl" target="_blank">BNR Nieuwsradio</a>, er staat een artikel van zijn hand in het <a href="http://www.fd.nl" target="_blank">Financieele Dagblad</a>, en de avond tevoren zit hij bij Nova in discussie met <a href="http://weblog.natuurenmilieu.nl/">Mirjam de Rijk</a>, directeur van de stichting Natuur en Milieu. Zijn statuur dringt de vraag op is hij al ‘gevraagd’? “Gevraagd?, voor wat?” Kennelijk ligt het toch voor de hand want na een paar minuten zegt hij: “Jullie bedoelen om wethouder Herrema in Amsterdam op te volgen?” Nee, dat is hij niet. <em>[Red: Een week later komt het verzoek alsnog en wijst De Zeeuw het inderdaad af]</em>. Maar hij zou het ook niet willen. “Het afbreukrisico is veel te groot. Bovendien, ik ben geen politicus meer .”</p>
<p>Hij was het wel ooit. In de jaren ’80 en ‘90 was hij achtereenvolgens acht jaar lang wethouder van Monnickendam en vijf jaar lid Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Die ervaringen leerden hem dat de politiek een paar specifieke nadelen heeft, zo stelt De Zeeuw. “Als politicus moet je voortdurend laveren tussen allerlei partijen, dat gaat me wel goed af . Maar je staat ook continu onder druk van de politiek, de media en het publiek, zeker in Nederland waar alles zich onder een enorm vergrootglas afspeelt.“ En politiek maakt lang niet altijd het mooiste los in mensen, kijk naar de affaire Vogelaar, wat toch vooral geëindigd is in een persoonlijk drama. Ik heb dat berekenende niet wat je nodig hebt, en ik kan ook niet schaken”, besluit hij om zijn betoog nog maar even te onderstrepen.</p>
<p>De Zeeuw staat er inderdaad om bekend niet snel een blad voor zijn mond te nemen en zo nodig  ferme uitspraken te doen, maar hier doet hij toch iets te bescheiden. In zijn huidige baan moet hij toch ook steeds met een groot aantal partijen om de tafel zitten en overleggen tot hij soms een ons weegt? “Klopt, maar er zit wel veel meer vaart achter, en er is veel minder ambtelijk geneuzel en bureaucratie , waar ik een grote hekel aan heb. Ik vond het heel leuk om tijdens mijn wethoudersschap in <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Monnickendam">Monnickendam</a> de dynamiek te zien van de democratie. Maar er is een overdosis politiek met een kleine p. Je moet veel corvee doen om voorstellen erdoor te krijgen. Daar kan ik absoluut niet tegen, ik word er cynisch van.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090507_RUIMTEVOLK_nova_De-Zeeuw-1.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Friso de Zeeuw (r) in gesprek Mirjam de Rijk (l) tijdens uitzending van Nova, beeld: Nova </sup></em></p>
<p><strong>Stroperigheid </strong></p>
<p>Volgens De Zeeuw wordt het openbaar bestuur gekenmerkt door stroperigheid, wat grotendeels veroorzaakt wordt door haperende politieke besluitvorming, de enorme hoeveelheid regels en het dualistische stelsel. Met name de lokale politiek heeft daarmee te kampen. “De professionaliteit in de lokale politiek is afgenomen. Het korte baan schaatsen is dominanter geworden. En het dagelijks bestuur krijgt weinig ruimte van gemeenteraden om slagvaardig te handelen.”</p>
<p>Daarbij komt dat het door politici zo gekoesterde instrument van bewonersparticipatie in de lokale politiek enorme frustratie kan veroorzaken. “Ik weet niet of je wel eens naar een inspraakavond bent geweest voor wijkbewoners, maar dat is vaak echt huilen. Als je pech hebt, dan zitten daar standaard dezelfde querulanten &#8211; die denken dat politici allemaal zakkenvullers zijn &#8211; de hele boel op te houden. Terwijl de bestuurders aan tafel op hun beurt veelal hulpeloosheid of arrogantie tentoonspreiden. Zo’n avond is daarmee vanaf het begin een klein drama.”</p>
<p>De Zeeuw snapt überhaupt het heilige geloof van politici niet in participatie op alle schaalniveaus. Volgens hem is het vakgebied het grotendeels allang eens: bewonersparticipatie op nationaal niveau is een ‘uitgehold’ verschijnsel, alleen de politiek wil daar nog niet aan. “Dat hele circus rondom de totstandkoming van de <a href="http://doemee.vrom.nl/randstad2040/structuurvisie">Structuurvisie Randstad 2040</a>, het is net de nationale babbelbox. Let wel, het betrekken van bewoners bij de ontwikkeling van een gebied is absoluut noodzakelijk, maar het moet wel eerst concreet zijn. Dan komen mensen pas in actie.”</p>
<p><strong>Mijnenveld </strong></p>
<p>Om vertraging van grote bouwprojecten tegen te gaan, pleit De Zeeuw er daarentegen voor om zo vroeg mogelijk om de tafel te gaan zitten met de verschillende partijen. “Het draait allemaal om vertrouwen. Binnen de ruimtelijke ordening is een soort van specialisatiefundamentalisme aan het ontstaan; voor een gat in het wegdek heb je tegenwoordig al een adviseur ‘wegverbreding’. Maar al die schotten wekken ook wantrouwen. Om dat te doorbreken, moet je direct praten met de beslissers in plaats van weer een hele nieuwe emmer vol regeltjes te bedenken om risico‘s in te kaderen. Je moet zogezegd ‘elkaars nieren proeven’.”</p>
<p>Rest ons nog de vraag hoe hij te werk gaat als hij iets wil aankaarten zoals bijvoorbeeld recent die groeiende hoeveelheid milieuregels? Dan zoekt hij het toch snel hogerop, legt hij uit. “Je moet je in ieder geval niet beperken tot de specialistische ambtenaren, anders kom je nergens.“ Het beste is volgens De Zeeuw ‘straight for the bull te gaan’; de minister en diens topambtenaren. “Alleen een minister is niet altijd zo flexibel, die ziet allerlei beren op de weg. Dus dan probeer je gelijktijdig Kamerleden voor je plan warm te laten lopen. Als dat allemaal niets uithaalt dan kan je altijd nog ‘publicitaire druk uitoefenen‘.” Oftewel: de media inschakelen.</p>
<p>“De NRC wilde dat artikel wel plaatsen wat ik had geschreven over die milieueisen. Vervolgens seinde ik een paar Kamerleden in dat dit artikel eraan kwam, zodat zij zich ook een beetje konden voorbereiden. En ik heb de minister en haar topambtenaren ook een mailtje gestuurd; want als er een brandje ontstaat dan moet het natuurlijk weer geblust worden. Als zo’n artikel eenmaal in de krant staat dan krijgt het vervolgens een eigen dynamiek. Dat is heel wonderlijk eigenlijk hoe snel dat gaat. Natuurlijk lukt het niet altijd om je punt voor het voetlicht te brengen, het kan zelfs averechts werken. Maar dat maakt het wel spannend. Voor je het weet, zit je in je nette pak bij <a href="http://www.novatv.nl/page/detail/uitzendingen/6742/Milieu+slachtoffer+van+de+crisis">Nova aan tafel</a> met Mirjam de Rijk te praten.”</p>
<p><em>Anouk Eigenraam werkt bij BNR Nieuwsradio en is eindredacteur bij Ruimtevolk. Bart Cosijn is oprichter van Urban Dialogue, werkt bij de Beroepsvereniging Nederlandse Stedebouwkundige Planologen en is hoofdredacteur van Ruimtevolk.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/straight-for-the-bull/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De geschiedenis als compost voor de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-geschiedenis-als-compost-voor-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-geschiedenis-als-compost-voor-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 May 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[Le Corbusier geldt als een van de meest invloedrijke architecten van de vorige eeuw. Zijn strakke bouwstijl volgens de CIAM-beginselen van het Nieuwe Bouwen zoals het VN-hoofdkantoor, ogen zoveel jaar]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Le Corbusier geldt als een van de meest invloedrijke architecten van de vorige eeuw. Zijn strakke bouwstijl volgens de CIAM-beginselen van het Nieuwe Bouwen zoals het VN-hoofdkantoor, ogen zoveel jaar na dato nog steeds modern. Maar niet al zijn ontwerpen mogen geslaagd worden genoemd. Zo kan de Bijlmermeer beschouwd worden als een van zijn minder goede ontwerpen. Niettemin eert Londen de grootmeester deze weken met een omvangrijke overzichtstentoonstelling en discussieavonden. </p>
<p>Wat maakt dat een stad &lsquo;werkt&rsquo;? Het is een mooie, grote vraag, waar de bezoekers van vanavond zich deze avond op richten in het Barbican-complex in Londen. Hier is deze maanden een <a href="http://www.barbican.org.uk/" target="_blank">tentoonstelling</a> te zien is over Le Corbusier, als architect, als stedenbouwkundige en als schilder. </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090501_IMG_0339.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Het Barbican-complex in Londen&nbsp;(foto: Mark Beekhuis)</p>
<p>De locatie is niet toevallig gekozen. The Barbican is een groot complex, met bioscoop- en theaterzalen, een bibliotheek, een kunsthal, plekken om te eten en drinken &eacute;n met een aantal hoge woontorens. Het complex is duidelijk ge&iuml;nspireerd op de idee&euml;n van Le Corbusier; op zijn plannen voor Parijs bijvoorbeeld, waar hij hele wijken wilde slopen en vervangen door 24 enorme woontorens. Maar er is ook een verschil: zette &lsquo;Corb&rsquo;, zoals hij in Londen heet, zijn gebouwen in gedachte in een groene leegte; The Barbican staat &#8211;midden in de Londense City&#8211; aan een getemd stukje rivier. </p>
<p>Op het podium in de zaal zitten een hoogleraar Architectuur en Urbanisatie, een emeritus hoogleraar Architectuur, die ooit nog les kreeg van Le Corbusier, en het hoofd Planologie van de City. </p>
<p>Over het complex waar we ons bevinden zijn de heren het snel eens. The Barbican is dan misschien ge&iuml;nspireerd op Le Corbusier, maar het is niet meer dan een slap aftreksel van zijn gedachtegoed. Dat dit complex &lsquo;werkt&rsquo; (want ook daar zijn ze het over eens) is &ldquo;ondanks de architectuur&rdquo;, stelt planoloog Peter Rees. </p>
<p>&ldquo;Wat Le Corbusier wilde&rdquo;,&nbsp; zegt emeritus hoogleraar Joseph Rykwert, &ldquo;is een cartesiaanse ordening aanbrengen in de chaos van de stad. Daarin zie je zijn achtergrond: hij stond in een traditie van Franse Utopisten.&rdquo; Hoogleraar Ricky Burdett is het daarmee eens: &ldquo;Corb had als doel om de maatschappij te veranderen door zijn architectuur. Ik geloof ook dat dat kan. Maar Corb reageerde op de problemen van zijn tijd. Het was over congested en te donker, doordat de gebouwen te dicht op elkaar stonden, en er waren gezondheidsproblemen door slechte ventilatie. Het zijn de problemen die je nu ziet in een stad als Mumbai. De oplossingen die hij daarvoor bedacht, brengen echter veel problemen met zich mee.&rdquo; <br />En daar stemt Rees graag mee in: &ldquo;Corb wilde plaatsen (places) cre&euml;ren, maar hij begreep ze niet. Dat is omdat je een plaats niet kunt maken: een plaats moet je ontdekken. Een plaats werkt, omdat je er onverwacht mensen tegen kunt komen, om zaken mee te doen, of plezier mee te maken. Als architect kun je proberen een plaats te onderhouden, of te verbeteren. Maar een plaats maken is erg moeilijk. Het is heel makkelijk om een plaats om zeep te helpen &#8212; architecten doen het continu.&rdquo; <br />&ldquo;Het zijn niet de architecten die plaatsen maken&rdquo;, valt Rykwert hem bij. &ldquo;Zelfs niet de mensen. Het zijn de gebeurtenissen. Daarom is het dat architecten die proberen om een nieuwe plaats te maken, altijd falen.&rdquo;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090501_IMG_0341.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Het Barbican-complex in Londen&nbsp;(foto: Mark Beekhuis)</p>
<p>Toch is dat niet de hele waarheid. In Marseille bouwde Le Corbusier <a href="http://www.galinsky.com/buildings/marseille/index.htm" target="_blank">Unit&eacute;</a>, een wooncomplex met een waaier aan faciliteiten, waaronder winkels, een school en een gemeenschappelijke daktuin. Vanuit het niets werd dat een plaats waar mensen graag wonen. &ldquo;In sommige huizen woont inmiddels de tweede generatie&rdquo;, zegt Rykwert. Hij stond zelf ooit op het dak, waar hij uitkeek op een levendige gemeenschap. Toch moet het ook hier lange tijd geduurd hebben voor deze plaats karakter kreeg. Rykwert herinnert zich dat hij in Dubai was en werd meegenomen naar die &eacute;ne plek waar je precies het moza&iuml;ek mooi kunt zien liggen. &quot;Maar dat is niet de plek die je wilt zien. Je wilt worden meegenomen naar de plek waar de kogelgaten nog in de muur zitten van de schietpartij op de tiran, of waar de geliefde de prinses verleidde.&quot; <br />Dat is precies waar Rees op doelt : &quot;De geschiedenis is de compost waar de stad op groeit. En dat is precies wat Corb niet snapte.&quot; Rykwert heeft iets meer mededogen: &quot;Le Corbusier ontwierp zijn gebouwen voor een maatschappij die niet bestaat.&quot;</p>
<p>En daarmee komt de discussie bij een heel praktisch punt. Een model waarbij een architect een plan maakt voor 24 identieke woontorens in een verder leeg landschap past niet in onze markteconomie. Wie zou ze bouwen? vraagt Rees zich hardop af. &quot;Daar valt inderdaad niets aan te verdienen&quot;, denkt ook Burdett, die hier een van de lichtpuntjes van de recessie ziet: voorlopig heeft niemand geld om hele woonwijken weg te vagen en te vervangen door nieuwe complexen. Alle wat de komende jaren gebeurt, zal voortbouwen op het bestaande.</p>
<p>De tentoonstelling &#8216;Le Corbusier &#8211; the art of architecture&#8217; is nog tot 24 mei te zien in Londen.</p>
<p>&#8212;<br /><em>Mark Beekhuis is redacteur bij BNR Nieuwsradio</em></p>
<p><em>Foto kopbeeld:&nbsp;</em>Barbican-complex in Londen&nbsp;(Mark Beekhuis)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-geschiedenis-als-compost-voor-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Shared Space Institute gaat voor gelijkheid in het verkeer</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/shared-space-institute-gaat-voor-gelijkheid-in-het-verkeer/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/shared-space-institute-gaat-voor-gelijkheid-in-het-verkeer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 23 Apr 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Peter Snoeren</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/04/shared-space-institute.jpg" /> De provincie Friesland en de gemeente Smallingerland hebben onlangs het Shared Space Institute opgericht. Hiermee geven ze een Nederlands vervolg op het succesvolle Europese project dat in 2008 afliep. Het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De provincie Friesland en de gemeente Smallingerland hebben onlangs het <a href="http://www.sharedspace.eu/nl/home">Shared Space Institute</a> opgericht. Hiermee geven ze een Nederlands vervolg op het succesvolle Europese project dat in <a href="http://www.dvhn.nl/nieuws/noorden/stad/article4448015.ece/Haren_verder_met_Shared_Space">2008 afliep</a>. Het instituut krijgt Drachten als vestigingsplaats. Dit is niet zo bijzonder, omdat Drachten als Nederlandse bakermat van de principes van <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Shared_space">Shared Space</a> kan worden <a href="http://www.nytimes.com/2005/01/22/international/europe/22monderman.html">beschouwd</a>.</strong></p>
<p>Het Shared Space Institute gaat zich richten op praktijkonderzoek, kennisverwerving en beleidsinnovatie, en hoopt op die manier mee te werken aan een verdere verspreiding van deze verkeersfilosofie.<br /><strong><br />De straat is meer dan verkeer</strong></p>
<p>Verkeerskundigen, op zoek naar verkeersveiligheid, zoeken hun toevlucht vaak in maatregelen die de snelheid moeten terugbrengen. Plateaus op kruispunten en drempels in wegvakken moeten vooral de gemotoriseerde verkeersdeelnemer dwingen tot lagere rijsnelheden.&nbsp; </p>
<p>Grote aantallen verkeersborden, met gele achtergrondschilden voor een nog betere zichtbaarheid, omvangrijke markeringsoppervlakten en vele kleurrijke paaltjes en hekken benadrukken de dominantie van de auto. Fietsers horen thuis op rode geasfalteerde stroken en voetgangers mogen zich voortbewegen op trottoirs. Oversteken gebeurt bij voorkeur op door de verkeersontwerper bedachte plekken, die uiteraard zijn voorzien van de noodzakelijke &lsquo;toeters en bellen&rsquo;. Het gewenste gedrag wordt desondanks niet altijd naar wens afgedwongen: verkeersdeelnemers overtreden niet zelden de regels. Shared Space probeert het centrale doel van onze straten opnieuw aan de orde te stellen. Shared space gaat uit van de gedachte dat straten niet in de eerste instantie het verkeer dienen, maar bovenal de mens.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090424_RUIMTEVOLK_shares-spaces-02.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sup>Hilversum</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Functies openbare ruimte</strong></p>
<p>In het publieke domein komt een veelheid aan functies samen. Mensen willen elkaar ontmoeten, flaneren graag, maken gebruik van een terras of verplaatsen zich in die ruimte. De openbare ruimte is dus in beginsel een mensruimte. De verblijfsfuncties staan voorop. De gedachte achter Shared Space is dat de inrichting van die verblijfsruimte deze functies tot uitdrukking brengt. De omgeving en de inrichting ervan bepalen het gebruik van die ruimten. En daarmee dus ook het gedrag van de gebruikers. De automobilist merkt dat hij in deze ruimten te gast is. Hij past zijn verkeersgedrag aan het sociale gedrag van de verblijvende mens. Sociale communicatie over en weer dus, tussen de verschillende gebruikers van diezelfde openbare ruimte.</p>
<p>De conventionele gedachtegang is dat alle gebruikers van de openbare ruimte eigen domeinen hebben. Voor die specifieke domeinen gelden eigen regels. De filosofie van Shared Space laat de verschillende functies van de openbare ruimte tot een geheel samenvloeien. De &lsquo;regels&rsquo; zijn die van de normale menselijke communicatie:&nbsp; interactie tussen gebruikers van het publieke domein leidt tot meer verkeersveiligheid, en levendige ontwerpen verhogen de kwaliteit van de openbare ruimte. Shared Space biedt daarmee een totaal andere manier voor de inrichting van de openbare ruimte. </p>
<p>Om de ruimtelijke kwaliteit van een plek te kunnen versterken, maakt Shared Space gebruik van de context en historie van de omgeving. Cultuurhistorici, landschapsdeskundigen, architecten, sociologen, stedenbouwkundigen, archeologen, verkeerskundigen kunnen vanuit hun eigen vakdisciplines bijdragen aan het beeld dat de openbare ruimte moet gaan oproepen. De menselijke maat staat daarbij voorop.<br /><strong><br />Sociale interactie</strong></p>
<p>In Shared Space maken juridische verkeersregels plaats voor sociale regels. In omgevingen waar mensen rekening houden met elkaar zou het prettiger toeven zijn, stellen de voorvechters van shared space. Het sociale gedrag doet een groter beroep op het zelfregelend vermogen van gebruikers van de ruimte. Minder borden en verkeerstekens ondersteunen dit vermogen. Juist de afname van allerlei verkeerstechnische instrumenten verhoogt de invloed van de ruimtelijke elementen. Dit verbetert de kwaliteit van de omgeving.</p>
<p>Critici betitelen deze opvatting vaak als het verhogen van de subjectieve onveiligheid: als mensen zich onveilig voelen, reageren ze alerter, waardoor de verkeersveiligheid toeneemt. Shared Space benadert de gebruikers van de openbare ruimte als gelijkwaardig. Ze delen immers de zelfde ruimte. Door communicatie en sociale interactie onderhandelt men als het ware over de plek die men in die omgeving wil innemen. Dit leidt tot lagere rijsnelheden van gemotoriseerd verkeer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090424_RUIMTEVOLK_shares-spaces-03.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>Drachten</em></sup> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Meer verkeersveiligheid</strong></p>
<p>In 2008 onderzocht Grontmij de effecten van de invoering van de Shared Space-principes <a href="http://www.verkeersnet.nl/verkeersveiligheid/648/shared-space-maakt-haren-veiliger/">in Haren</a>. Het centrumgebied van deze Groningse gemeente onderging een forse metamorfose. Van een op het verkeer toegesneden inrichting veranderde de Rijksstraatweg in een verblijfsgebied. Inwoners oordelen verdeeld. Zo&rsquo;n 60 procent vindt dat het er onveiliger op is geworden. Cijfers echter wijzen op een dalende trend in het aantal ongevallen. Ook de afloop van ongelukken blijkt minder ernstig.</p>
<p>Onlangs werd in Haren een <a href="http://www.haren.nl/live/de_gemeente/gemeenteraad/hoorzittingen/artikel_content.pag?objectnumber=113469&amp;referpagina=153251">publieke hoorzitting</a> georganiseerd. De meningen over shared space bleken verdeeld. Ondernemers leken tevreden, hoewel het parkeren volgens hen beter kan. Ook ladende en lossende vrachtauto&rsquo;s veroorzaken soms hinder. Daar staat tegenover dat, daar waar stoplichten worden weggehaald, de doorstroming verbetert. Volgens ouderenbonden komen fietsers en rolstoelgebruikers regelmatig in de knel. Het Fietsberaad daarentegen is enthousiast. Het gelijke niveau van het voetgangersgedeelte en de rijbaan geeft fietsers optimale bewegingsvrijheid. Ze kunnen uitzwermen over de volle breedte van de verblijfsruimte, hoewel sommige fietsers zich gebruikt voelen als &lsquo;remvee&rsquo;. Anderen vinden juist dat fietsers een stukje van hun macht teruggekregen hebben. De auto&rsquo;s zijn er te gast. </p>
<p>De gemeente denkt op dit moment na over verdere stappen in de gemeentebrede communicatie rond Shared Space. Voor iedereen betekent Shared Space echter immers ook een leerproces. Meer vrijheid betekent altijd ook meer verantwoordelijkheid.</p>
<p><strong>Tot slot</strong></p>
<p>Het in 2008 afgeronde project <a href="http://www.shared-space.org/">Shared Space</a> vormde een Europees samenwerkingsproject waaraan vijf landen deelnamen. Het doel was op lokaal, regionaal en nationaal niveau nieuw beleid te ontwikkelen voor de inrichting van het publieke domein. Als vervolg op het project is in Drachten onlangs het Shared Space Institute opgericht. Dit richt zich op de verdere ontwikkeling van de kennis en opgedane ervaringen uit het Europese project. De provincie Friesland en de gemeente Smallingerland investeren de komende twee jaar bijna zes ton als bijdrage in de aanloopkosten van het instituut. De resultaten van een dan te houden evaluatie moeten vervolgens de meerwaarde van het instituut aantonen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sup><em>Kopbeeld: Haren </em></sup></p>
<p><em>Mmv Rob Duverg&eacute; en Sabine Lutz, Shared Space Institute&nbsp; </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/shared-space-institute-gaat-voor-gelijkheid-in-het-verkeer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningcorporaties onverschillig tegenover risico’s en kosten</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-onverschillig-tegenover-risicos-en-kosten/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-onverschillig-tegenover-risicos-en-kosten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Apr 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/04/woningcorporaties-onverschillig-tegenover.jpg" /> Corporaties staan volop in belangstelling. Enkele incidenten, zoals de SS Rotterdam van Woonbron, laten de vraag of er iets mis is gegaan met de verzelfstandiging van de corporaties rijzen. Rik]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Corporaties staan volop in belangstelling. Enkele incidenten, zoals de SS Rotterdam van Woonbron, laten de vraag of er iets mis is gegaan met de verzelfstandiging van de corporaties rijzen. Rik Koolma rondde recentelijk een promotieonderzoek af onder de titel ‘Verhalen en Prestaties – een onderzoek naar het gedrag van woningcorporaties’. Het leverde een aantal opmerkelijke conclusies op.  </strong></p>
<p>Een belangrijke bevinding is dat het investeringsbeleid van woningcorporaties weinig verband blijkt te hebben met een aantal elementen die kenmerkend zijn voor het werkveld, zoals de inkomensverdeling onder de bevolking en de verwachte vraag naar woningen. Dit is, juist door de verhalen rondom de vermeende toegenomen marktgerichtheid van woningcorporaties, niet wat je zou verwachten. Ook is dit niet wat de overheid met de verruiming van het Besluit Beheer Sociale Huursector had beoogd. Corporaties hebben sinds deze verruiming uitdrukkelijk de ruimte gekregen om te kunnen inspelen op plaatselijk verschillende omstandigheden. Nu blijkt dat er wel een grote spreiding in het beleid van woningcorporaties is ontstaan, maar er vaak geen duidelijke relatie met de werkomstandigheden is.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090409_RUIMTEVOLK_2009-04-08_rik-koolma.jpg" alt="artikel afbeelding" width="475" height="255" /></p>
<div class="mceTemp">
<dl id="" class="wp-caption alignnone" style="width: 485px;">
<dd class="wp-caption-dd">Rik Koolma</dd>
</dl>
</div>
<p><strong>Verankering afgenomen</strong><br />
Ook blijkt uit het onderzoek van Koolma dat naarmate woningcorporaties groter zijn ze niet beter presteren als het gaat om de verhuur van woningen, de beheersing van huurachterstanden en de kosten van onderhoud in relatie tot de opbouw van het woningbezit. Wel zijn de kosten van grote corporaties doorgaans hoger . Dit is opmerkelijk gezien de schaalvergroting die de afgelopen jaren in de corporatiesector heeft plaatsgevonden. De schaalvergroting en  professionaliseringsslag heeft anders dan verwacht, de aandacht voor de bedrijfsvoering, kosten- en risicobeheersing niet bevorderd. Het onderzoek maakt duidelijk dat corporaties zich met de projectontwikkeling en nevenactiviteiten wel meer als marktorganisaties zijn gaan profileren, maar de calculerende tucht van de markt missen. Ze staan tamelijk onverschillig tegenover risico’s, kosten en resultaten van strategische beslissingen. Grotere corporaties presteren dus niet beter met de verhuur van woningen. Een opvallende conclusie.</p>
<p>De schaalvergroting en de professionalisering van de sector heeft er ook toe geleid dat de traditionele verankering in de lokale gemeenschap is afgenomen. Het beleid van woningcorporaties is steeds minder verbonden met de lokale opgaven. Zo is er een algemene trend waar te nemen waarbij woningcorporaties vooral koopwoningen bouwen en huurwoningen verkopen.</p>
<p>Het onderzoek is uitgevoerd door middel van uitvoerige statische analyses met onder meer de gegevens die corporaties bij het Centraal Fonds en het WSW aanleveren. Een kwart van de jaarverslagen is onderzocht door middel van tekstanalyse. De analyse en presentatie zijn geanonimiseerd, waardoor er geen namen specifieke corporaties aan de uitkomsten verbonden kunnen worden.</p>
<p><strong>Goede bedoelingen</strong><br />
De bevindingen van Koolma, die twee maanden geleden promoveerde en jarenlang in de corporatiesector werkzaam was, hebben al stof doen opwaaien. Hij is er inmiddels meerdere malen van beschuldigd tegen de corporatiesector te zijn. “Maar niets is minder waar”, zo zegt hij. “Woningcorporaties vormen een bijzonder instituut dat een belangrijke en onmisbare bijdrage levert aan de kwaliteit van leven en wonen van mensen in Nederland. Ik zie graag dat dat behouden blijft, maar dan moet er wel wat veranderen.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090408_ss-rotterdam.jpg" alt="artikel afbeelding" width="475" height="255" /></p>
<div class="mceTemp">
<dl id="" class="wp-caption alignnone" style="width: 485px;">
<dd class="wp-caption-dd">SS Rotterdam (Bron: www.ss-rotterdam.org)</dd>
</dl>
</div>
<p>Koolma had de statische analyse van zijn onderzoek enkele jaren geleden al afgerond, maar vond de uitkomsten onbevredigend. Hij ging op zoek naar verklaringen en vond deze onder meer met behulp van fundamentele theorie over de werking van organisaties als systemen van menselijke samenwerking en interactie.</p>
<p>De taak van woningcorporaties is complex en meerdimensionaal. De wijze van besluitvorming van woningcorporaties en evaluatie van genomen besluiten is daar volgens Koolma niet mee in overeenstemming. De praktijk laat zien dat opgebouwde ervaring, positieve verwachtingen en goede bedoelingen de besluitvorming domineren. “De toets die corporaties doen om te achterhalen of ze activiteit die buiten de kerntaak vallen kunnen betalen is te eenvoudig. Door de ruime financiële middelen en gebrekkige analyses blijkt de fouttolerantie voor oneconomische beslissingen groot: baanbrekende investeringen en fusies worden zonder cijfermatige onderbouwing als succes gepresenteerd en vinden navolging bij anderen”, aldus de wetenschapper. Kortom; de beoogde professionalisering van de sector is er vooralsnog vooral een van woorden, in de praktijk leunt men nog erg op de waarden van de traditionele bedrijfsvoering die past bij een verhuurder van woningen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090409_RUIMTEVOLK_2009-04-09_02.jpg" alt="artikel afbeelding" width="475" height="255" /></p>
<div class="mceTemp">
<dl id="" class="wp-caption alignnone" style="width: 485px;">
<dd class="wp-caption-dd">Foto: Coen de Rijk</dd>
</dl>
</div>
<p><strong>Zelfoverschatting</strong></br><br />
Veel corporaties zijn nog in een proces van verandering en kunnen anders kiezen, meent Koolma.  Volgens hem is het nodig dat corporaties vanuit hun eigen werksituatie benoemen welke meerwaarden zij te opzichte van andere marktpartijen en overheid te bieden hebben. “Corporaties moeten niet slechts bij commerciële, maar ook bij maatschappelijke activiteiten vooraf betere afwegingen maken. Ook kijken ze bij de uitvoering van projecten teveel naar hun collegae: ze hebben het gevoel een project uit te moeten voeren omdat andere corporaties dat ook doen. Dit is echter een valkuil. Dit gedrag is corporaties opgebroken met de bouw van dure koopprojecten in herstructureringswijken, in aanbouw genomen zonder voorverkoop. Veel corporaties vergeten vast te stellen waarom ze in de eigen situatie een bepaalde activiteit, zoals de ontwikkeling van maatschappelijk vastgoed, uitvoeren en wat ze er zelf mee willen bereiken”.</p>
<p>De belangrijkste valkuil is volgens hem echter een vanzelfsprekend geloof in succes. Het leidt tot zelfoverschatting, in de sector ingegeven door goede bedoelingen en vage ideeën over ondernemerschap. “Corporaties zullen veel meer moeten nagaan, in interactie met belanghebbenden op lokaal niveau, of hun activiteiten het beoogde effect sorteren.”</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Het proefschrift is in eigen beheer uitgegeven (ISBN 978 90 8659 273 9) en voor een bedrag van 50 euro te bestellen via rik.koolma@planet.nl.</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Foto kopbeeld: Coen de Rijk</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-onverschillig-tegenover-risicos-en-kosten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wat? Geen burger???</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wat-geen-burger/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wat-geen-burger/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Apr 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/04/wat-geen-burger.jpg" /> Voor het eerst in het bestaan van het webmagazine RUIMTEVOLK werden 19 februari de prijzen uitgereikt voor beste artikel en de beste fotorapportage van het jaar 2008. Het beste RUIMTEVOLK-artikel]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Voor het eerst in het bestaan van het webmagazine RUIMTEVOLK werden 19 februari de prijzen uitgereikt voor beste artikel en de beste fotorapportage van het jaar 2008. Het beste RUIMTEVOLK-artikel was <a href="../detail.php?id=245">&#8216;Zwischennutzung: oplossing voor langdurig ongebruikte locaties?</a>.</strong><strong> De beste foto maakte Coen de Rijk met zijn fotorapportage VINEX-wijken. </strong></p>
<p>Buiten een winterse regenbui, binnen in de strandtent ‘Zandvoort aan de Eem’ de warmte van een RUIMTEVOLK borrel. En niet zomaar een borrel, maar een rondom de uitreiking van de RUIMTEVOLK prijzen voor beste artikel en beste foto van 2008. Onder het genot van enkele versnaperingen wisselen de aanwezigen de laatste nieuwsfeiten, overpeinzingen en theorieën op het gebied van ruimtelijke ordening met elkaar uit. Dan is het tijd voor het serieuze werk. Het is tijd voor Klaas Mulder als trouwe RUIMTEVOLK-lezer dit jaar het enige &#8216;objectieve&#8217; jurylid. De socioloog en filosoof zet in een zinderende column de overwegingen van de jury uiteen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090402_RUIMTEVOLK_borrel_2009_04.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Hoofdredacteur Bart Cosijn doet de aftrap (foto: Adam Hofland) </sup></em></p>
<p>Mulder heeft de artikelen van het afgelopen jaar beoordeeld vanuit het begrip &#8216;waardecreactie&#8217; waarbij meerwaarde zijn selectiecriterium is. Hieruit vloeit voort dat een artikel van een RUIMTEVOLK-redacteur niet bijdraagt aan de waarde van RUIMTEVOLK als dynamisch en kritisch webmagazine. Redactieleden worden dan ook gediskwalificeerd. Met uitzondering van de categorie fotografie; bij gebrek aan competitie breekt de nood hier wet. Professionals die eigen werkzaamheden en projecten de hemel in schrijven, voegen in zijn optiek ook niet veel toe aan een waardevol en kritisch debat. Daarom vallen alle verhalen in de categorie cultuur af.</p>
<p>Datzelfde geldt voor alle artikelen waarin wordt gerept over &#8216;De Burger&#8217;. De enige &#8216;burger&#8217; die Mulder misschien blieft, is een hamburger, zoveel wordt duidelijk. Uiteindelijk gaat het naast deze weloverwogen maatsteven natuurlijk ook om de aanlokkelijke schrijfstijl, de originaliteit van het onderwerp en de visie van de auteur. Dat alles maakt dat Vincent Kompier, RUIMTEVOLK-correspondent in Berlijn, de eerste prijs in de wacht sleept. Daarnaast deelt Klaas Mulder ook een aanmoedigingsprijs uit aan Sjoerd Zeelenberg voor zijn artikel &#8216;<a href="../opinion.php?id=226">Verzet megastallen is hypocriet</a>&#8216;.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090402_RUIMTEVOLK_borrel_2009_03.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Juryvoorzitter Klaas Mulder belt met winnaar Vincent Kompier in Berlijn (foto: Adam Hofland) </sup></em></p>
<p>De prijswinnaar wordt ter plekke telefonisch op de hoogte gebracht. Dat de prijs ‘beste artikel van 2008’ niet zomaar iets is benadrukt Vincent Kompier in een latere reactie “Ik ben nog steeds ’n beetje trots, dus ik kon ’t niet laten om over de prijs te <a href="http://www.vincentkompier.de/pivot/entry.php?id=124">bloggen</a>. Met zijn fotoreportage VINEX-wijken steeg Coen de Rijk uit boven alle andere <a href="../index.php?id=67&amp;sort=t">foto’s</a> die afgelopen jaar op RUIMTEVOLK webmagazine zijn gepubliceerd.</p>
<p>Na alle commotie rondom de prijsuitreiking filosoferen de aanwezigen met een drankje in de hand nog even verder over nieuwe ideeën en onderwerpen voor het webmagazine. Nog één moment in de warme sfeer van een strandtent in het hart van het land voordat iedereen in de koude februari nacht weer naar huis toog.</p>
<p>Geïnspireerd? <a href="../contact.php">Klim in de pen</a> of ga op pad met je camera en wie weet schrijf jij het beste RUIMTEVOLK artikel of maak jij de beste RUIMTEVOLK foto of video reportage van 2009! Daarnaast is RUIMTEVOLK altijd op zoek naar enthousiaste redactieleden.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090402_RUIMTEVOLK_borrel_2009_05.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090402_RUIMTEVOLK_borrel_2009_01.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup><em>Foto kopbeeld en overige foto&#8217;s: Adam Hofland </em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wat-geen-burger/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Domstad kan zoveel beter</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-domstad-kan-zoveel-beter/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-domstad-kan-zoveel-beter/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Nolden</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/de-domstad-kan.jpg" /> Eind 2008 presenteerden Rijkswaterstaat, het ministerie van VROM, de provincie en de gemeente Utrecht een plan om de overvolle autowegen rondom Utrecht te ontlasten. Dit plan bevat onder andere het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Eind 2008 presenteerden Rijkswaterstaat, het ministerie van VROM, de provincie en de gemeente Utrecht een plan om de overvolle autowegen rondom Utrecht te ontlasten. Dit plan bevat onder andere het <a href="http://docs1.eia.nl/mer/p21/p2186/2186-97_rl_persbericht_ring_utrecht.pdf">idee voor een nieuwe ringweg</a> dwars door Leidsche Rijn en Amelisweerd. Meer asfalt in een al door autowegen geteisterde stad, helpt dat nou echt? Wat betekent dat voor de identiteit van de Domstad zelf? Is het nog wel leuk wonen in een infrastructurele draaischijf?</strong></p>
<p>Wat een lelijkheid eigenlijk. Die snelwegen rondom Utrecht. De A12, de A27, de A2. Als er al geen wegwerkzaamheden zijn, staan er wel files. ‘s Ochtends en ‘s avonds, bij mooi en slecht weer. Chaos. Zoals bijvoorbeeld hier, vlakbij knooppunt Oudenrijn, op de A12 richting Den Haag. Het is 7.21u, koud, donker en nat. Ergens verderop staat het vast door invoegend verkeer, en nu komen ook hier de eerste auto’s tot stilstand. Ze sluiten achter elkaar aan en vormen lange rijen. Dure en grote auto’s, die misschien wel 220 kilometer per uur kunnen halen, staan hier gewoon stil. En ze blijven komen. Al die koplampen. Ze lichten de uitlaatgassen van elke voorganger aan tot een vieze gele walm.</p>
<p>Tot ver in de binnenstad van Utrecht is de file merkbaar. Langzaam voortkruipende auto’s sieren daar het straatbeeld. Ook hier het zenuwachtige geronk van de langeafstandsdiesels, en ook hier de gele wolken. Binnenin vaak drukgebarende mannen. Je ziet ze klagen, horen kun je ze niet. Een waterig zonnetje probeert tevergeefs een glimlach op hun bedrukte gezichten te toveren. Passerende voetgangers houden chagrijnig hun hand voor hun mond. File is niet alleen een probleem op de snelweg.</p>
<p>Al jaren wordt er gestudeerd op begrippen als bereikbaarheid en automobiliteit, beide in het licht van onze intensiverende netwerksamenleving. Niet alleen technologische innovaties en hoogwaardige vervoersalternatieven passeren daarbij de revue, ook ideeën over variabele arbeidstijden en mobiele werkplekken. Alles hangt met alles samen, techniek en cultuur. Is de fileproblematiek wel op te lossen?</p>
<p>Ik denk dat een file vooral de fysieke verschijningsvorm van een maatschappelijke behoefte is: een auto willen bezitten en daarmee overal willen komen. Koste wat kost. Een equivalent van de Amerikaanse standaard, alleen dan in een veel te klein land. Autobezit is een idee, een keuze. En dat uit zich buiten, in het Nederlandse landschap. Een spiegel van onze cultuur. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals de logistieke sector, maar files bestaan grotendeels door onnodig autobezit. Je hoeft niet in die auto te gaan zitten, niemand dwingt je. En je kunt best vaker met het openbaar vervoer. Een automobilist die de file vervloekt, vervloekt zichzelf. Het probleem is niet een te kort aan asfalt, maar de ‘heilige koe’, een hardnekkig idee dat in ons hoofd zit. En dat los je niet zo maar op.</p>
<p>Het is van groot belang dat mensen die bezig zijn met dergelijke vraagstukken, de complexiteit van het fileprobleem blijven erkennen. En het niet versimpelen naar een asfaltopgave.</p>
<p>Toch hebben de nieuwe plannen voor een ringweg om Utrecht hier alle schijn van. In het rapport valt meteen het technische handschrift op. Woorden als capaciteit, doorstroming en pieklasten vliegen je om de oren.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090324_RUIMTEVOLK_Utrecht_snelwegen_04.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>De A12 bij Utrecht, aansluting op de Europalaan (foto: Live Earth) </sup></em></p>
<p>Een genuanceerde probleemanalyse met inbegrip van de sociaal-culturele component ontbreekt echter. De file zou een onoverkomelijk verschijnsel zijn. Zogenaamde verkeersinfarcten rollen als negatieve getallen uit onnavolgbare rekenmodellen. En op technische tekeningen verschijnen geabstraheerde wegenpatronen met steeds roder wordende balken en punten. En wat rood kleurt, moet groen worden. Verbazend. Is dit het product van een interdisciplinaire en bovendien interdepartementale samenwerking?</p>
<p>De nieuwe ring bij Utrecht zal niks oplossen. Dat lijkt misschien in eerste instantie zo, maar deze weg genereert gewoon weer nieuwe vraag. Over tien jaar staat ook die nieuwe ring vol. Kortom: het is geen slim en constructief plan. En dat in een tijd waarin we innovatieve oplossingen hard nodig hebben en waarin we nauwlettend om moeten gaan met stadsranden. Nederland verrommelt, ook Utrecht. Met dit plan moet niet de automobilist het ontgelden, maar het landschap. Is dit een gepast signaal?</p>
<p>Net als 25 jaar geleden, met de aanleg van de A27, is landgoed Amelisweerd <a href="http://www.routea27.nl/File.aspx?id=7b5f7f11-615d-4c6e-b49e-97abf0345930">opnieuw de klos</a>. Maar ook de <a href="http://www.rijkswaterstaat.nl/images/Samenvatting%20startnotitie%20Ring%20Utrecht_tcm174-216694.pdf">doorsnijding</a> van Leidsche Rijn en de polder Rijnenburg is een gemene. De lokale politiek stond op haar achterste poten, en ook Utrechters zelf riepen moord en brand. Wéér een reep asfalt door het al versnipperde Amelisweerd. Zelfs oud-activisten werden wakker geschud en liepen vooraan in de <a href="http://vriendenvanamelisweerd.nl/index.php?option=com_content&amp;view=article&amp;id=84:de-pers-over-amelisweerd&amp;catid=37:nieuws&amp;Itemid=67">demonstraties</a> van 4 januari.</p>
<p>Inmiddels heeft minister Cramer van VROM haar zorgen uitgesproken over de plannen. Daarmee zorgde ze voor de nodige rust – prima, maar werkten haar ambtenaren niet aan dit plan? Provincie en gemeente houden voet bij stuk en zeggen voorlopig niet af te zien van de nieuwe ringweg. En dat is opvallend. Schijnbaar weegt het belang van een gezonde en leefbare stad niet op tegen de belangen van de regionale automobilist – die vaak niet eens in Utrecht woont, maar er vooral vlot langs wil. Economische redenen.</p>
<p>Maar wat voor door infrastructuur geknevelde stad blijft er over na deze zoveelste ingreep? Straks gaat ook het immense stationsgebied <a href="http://www.nieuwhc.nl/">op de schop</a>, en moet het Westplein <a href="http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/beeldmateriaal/fotografische_documenten/1970-1980/73656">ondertunneld</a> worden. Intussen komt een hoogwaardig <a href="http://www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=118040">openbaarvervoersysteem</a> maar niet van de grond, blijven stadsbussen door een drukbezocht winkelgebied <a href="http://www.rtvutrecht.nl/index.php?page=nieuws&amp;id=133675">razen</a> en wordt het voor de recreant steeds moeilijker om het buitengebied achter een groeiende krans van woonwijken en snelwegen te bereiken. Wie wil hier straks nog wonen?</p>
<p>Je zou kunnen zeggen dat de ontstaansgeschiedenis van Utrecht, centraal knooppunt van auto-, water-, en spoorwegen uiterst succesvol was, maar dat deze zich na enkele eeuwen tegen diezelfde stad heeft gekeerd. Utrecht moet nu een keuze maken in wie of wat ze is en wil zijn. Het centrum van Nederland zijn is niet genoeg, en bereikbaarheid is ook niet zaligmakend. Investeren in een leefbare creatieve stad waar mensen trots op zijn lijkt mij momenteel gepaster.</p>
<p>Kom op stadsbestuurders, kom op Utrechtse stedenbouwers. Stop met snelwegen aanleggen, en bepaal de koers van de stad. Kom met slimme oplossingen in het openbaar vervoer, schrijf een échte spannende hoogbouwvisie, maak je daklandschap groener, doe iets voorbeeldgevends met je krachtwijken, omarm kunstenaars en creatievelingen, programmeer tijdelijk leegstaande gebouwen. Wees eigenwijs. Maak iets moois van de Domstad!</p>
<p><em><sup>foto kopbeeld: Marc Nolden </sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-domstad-kan-zoveel-beter/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Iedereen zoekt zijn eigen gelijk</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/iedereen-zoekt-zijn-eigen-gelijk/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/iedereen-zoekt-zijn-eigen-gelijk/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[Mijmering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/iedereen-zoekt-zijn.jpg" /> Zondagochtend, de zon schijnt. De tram waar ik in zit slalomt zich een weg door de Leidsche straat in Amsterdam. Ik kijk omhoog en laat de gevels aan me voorbij]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zondagochtend, de zon schijnt. De tram waar ik in zit slalomt zich een weg door de Leidsche straat in Amsterdam. Ik kijk omhoog en laat de gevels aan me voorbij glijden. Wanneer we enige tijd stilstaan heb ik de tijd om met aandacht naar één van de gebouwen te kijken waar een man en vrouw met ontbloot bovenlijf, maar zonder benen in de gevel uitgehouwen zijn in steen doen ze mee in een krachtenspel van gestapelde stenen. De gevel waar ik naar kijk is van warenhuis Metz&amp;Co, gesticht in 1740 door Mozes Samuels, dat de slogan hanteert: ‘We are luxury’</strong></p>
<p>En ze hebben gelijk! De buitenkant van het gebouw drukt iets uit van gelijke strekking. Gebouw, functie en imago naderen elkaar dicht. Maar hoe komt dat? Terug naar het paar in de gevel. Deze twee beeldhouwwerken zijn gemaakt door beeldhouwers die als vakmensen een bijdrage leverden aan de architectonische compositie van de façade van het gebouw. Het was geen vrij werk, het was ambachtelijk en ontstaan in samenspraak met de architect. Wie leidend, en wie volgend was in deze samenwerking laat ik even buiten beschouwing. Wat me interesseert is de synergie tussen deze twee ambachten, tussen ambachten in het algemeen.</p>
<p>Wat is tegenwoordig de verhouding tussen het architectonisch ontwerp en de beeldende kunst? Tussen de beeldhouwer en de bouwheer-architect toen, de beeldend kunstenaar en de conceptontwikkelaar nu? In de beeldende kunst wordt vaak over autonome kunst gesproken. De architectuur pingpongt tussen abstracte culturele expressie en toegepaste wetenschap.</p>
<p>Is de hoogste status dat een vakgebied kan bereiken die van de autonomie? Het ambacht dat slechts het intellectuele manifest en het ambacht zelf ten dienste staat? Of hebben de kunsten, toegepast of niet, zich uit de tent laten lokken door de moderne wetenschap en haar systematiek? Leven we niet in een tijd van losgezongen expertises? Soms bekruipt me het gevoel dat een concept voor een ontwerper of vormgever dezelfde status heeft als een hypothese voor een onderzoeker. We nemen een stelling in, in woord en/of beeld, daarna kijken we of het klopt. Wat in de wetenschap door trial and error al dan niet bewezen kan worden, leidt in genoemde disciplines tot een grote veelzijdigheid aan composities.</p>
<p>In een interview dat ik enige tijd geleden had met cultureel planoloog Venhuizen, kwam de term ‘parallelle integraliteit’ aan de orde. Waarbij ‘de sectoren opschalen naar integrale projecten, maar naast elkaar’. Volgens Venhuizen schuilt hier een gevaar in. Eigenlijk ben ik dat wel met hem eens. De emancipatie van vele ambachten heeft ook hun failliet veroorzaakt. De beeldend kunstenaar, de procesmanager, de architect, de onderzoeker en de hovenier leven binnen het idioom van hun eigen conceptuele denken. Zou het kunnen dat de economische dynamiek een positieve invloed gaat hebben op hoe mensen samen aan een product of dienst werken? Dat de bereidheid om elkaar uitgangspunten te begrijpen groeit? We zullen zien.</p>
<p>Mijn tram zet zich weer in beweging. “Next stop the Flowermarket, Rembrandt square and Muntplain.” Mijn hoofd verdraaiend, werp ik achterom nog een blik op het verleden. Op naar de toekomst!</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/i7dl8wdLMLM" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/i7dl8wdLMLM"></embed></object></p>
<p><sup><em>Foto en video: Bart Cosijn </em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/iedereen-zoekt-zijn-eigen-gelijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een sluiproute naar de achterkant</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-sluiproute-naar-de-achterkant/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-sluiproute-naar-de-achterkant/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Hans Venhuizen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/een-sluiproute-naar.jpg" /> &#8220;De planologie zit in een crisis&#8221;, vertelde me laatst iemand van de BNSP. Nu hou ik me niet alleen met ruimtelijke ordening maar ook met kunst bezig en kunst is]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&#8220;De planologie zit in een crisis&#8221;, vertelde me laatst iemand van de <a href="http://www.bnsp.nl">BNSP</a>. Nu hou ik me niet alleen met ruimtelijke ordening maar ook met kunst bezig en kunst is bij uitstek een tak van sport die zichzelf voortdurend in een crisis praat, om daaruit dan vervolgens weer schitterend te kunnen herrijzen. Maar de planologie staat om een dergelijk prima donna gedrag niet bekend, veel te &#8216;bodenständig&#8217; zoals de Duitsers zeggen. </strong></p>
<p>Een crisis vraagt om oplossingen, nieuwe richtingen en nieuw elan. Het RUIMTEVOLK <a href="../detail.php?id=271">organiseerde een dag</a> om op zoek te gaan naar dat nieuwe elan. Een dag die begon in een van de planologische wapenfeiten van de laatste twintig jaar, een transferium. Voor wie het niet weet, transferia zijn verzonnen nieuwe knooppunten die buitengewoon praktisch zijn wanneer ze functioneren. Het transferium waar ik werd verwacht, <a href="http://www.valleilijn.nl/index.php?pid=8">Barneveld Noord</a>, ligt bijna letterlijk midden op de hei. Het overstappen van de auto op het andere vervoer, &#8216;sinn und zweck&#8217; van een transferium, verloopt waarschijnlijk gesmeerd wanneer je van de verwachte kant aankomt. Ik bleek echter van een onverwachte kant te komen en hoewel ik trouw de borden volgde kwam ik pardoes aan de achterkant van dit briljante planologische speerpunt terecht. Een achterkant die helaas geen transferiale toegang bood. Waarschijnlijk had ik dat probleem kunnen voorkomen met een tomtom in mijn auto. Ik behoor echter tot de krimpende groep van tomtomweigeraars. En zie met zorgelijke blik overal om mij heen de handicaps van de tomtomgeneratie groeien. Bijna dagelijks hoor je van autogebruikers die trouw de instructies van de warme stem in de auto volgen en als gevolg daarvan gaan spookrijden, hun auto in de heg parkeren, of niet meer bestaande afritten van de snelweg proberen te nemen. Het is wachten op de eerste rechtzaak van een tomtomist tegen de staat, die niet kijkend maar luisterend zijn auto een totalloss heeft bezorgd. Om deze rechtzaken te voorkomen zie je bij grote snelwegverbouwingen al de waarschuwingen om toch echt, en wel onmiddellijk, de tomtom uit te schakelen. Je gaat ervan verlangen naar een totaltomtomloss.</p>
<p>De buschauffeur die het RUIMTEVOLK vervoerde vertrouwde ook op zijn tomtom. Van Barneveld op weg naar de eerste attractie <a href="http://radiokootwijk.free.fr/index.php?section=1">Radio Kootwijk</a>, overtuigde de bustomtom de chauffeur van de vele mogelijkheden om over de Veluwe te rijden. Misschien stond het ding nog ingesteld op de fiets als vervoermiddel, was de geselcteerde stem gespecialiseerd in sluiproutes of was de keuze voor het karakter van de route &#8216;avontuurlijk&#8217;. Maar na de nodige omzwervingen reed de bus zich hopeloos klem op de Radioweg in Kootwijk. Bijna goed, maar toch nog een aantal voor een bus onneembare zandverstuivingen van Radio Kootwijk verwijderd. In Radio Kootwijk doemde uiteindelijk een groteske betonnen burcht op de hei op. Zinderend maar zinloos, en dat al vrijwel meteen na haar oplevering in 1923. De kathedraal, zoals het gebouw in de volksmond wordt genoemd, dankt zijn omvang en zijn plek aan de nogal bewerkelijke lange golf techniek waarmee het contact met onze voormalige overzeese gebiedsdelen onderhield. Maar kort na haar oplevering bleek de techniek al weer hopeloos achterhaald, en kon hetzelfde contact vanuit veel kleinere gebouwen worden onderhouden. Godzijdank was Radio Kootwijk toen al gebouwd en kon daarmee toetreden tot de eervolle categorie waartoe ook de Eifeltoren en de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Hollandse_Waterlinie">Hollandse Waterlinie</a> behoren: fascinerende maar zinloze bouwwerken. In de forten van de Waterlinie bleven ze nog decennia lang wapens poetsen, waar ze dat vanwege de vochtigheid misschien beter niet hadden kunnen doen. Van Radio Kootwijk bleven ze nog decennia lang zenden, terwijl ze dat vanwege de droogte van de grond misschien beter ergens anders hadden kunnen doen, vocht geleid de zendstralen namelijk veel beter.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090317_RUIMTEVOLK_column_Venhuizen_04.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Als je schijnbaar logische plannen die snel achterhaald raken grotesk genoeg aanpakt, maak je monumenten. Ik zie het dan ook als een monumentale geruststelling dat de overspannen ambities van nu bij realisatie al weer hopeloos achterhaald zullen zijn. De blijvende kwaliteit is de groteskheid waarmee we die ambities hebben vervolgd. Misschien schuilen er ook wel fraaie monumenten in de morgen waarschijnlijk al weer achterhaalde ambities van nu. Waar planners net zoals politici normaalgesproken graag en voortdurend spreken over groei en uitbreiding, was de dag met het RUIMTEVOLK doordesemd met het besef van crisis en krimp. Verschuilt zich daarachter misschien nog een groteske potentie vroeg ik me af. Maar krimp is op zijn zachtst gezegd niet erg sexy. Daarom zullen krimpende regios zich tot de laatste snik presenteren als groeiend en bij voortduring opwindende groeiplannen voor de publiciteit en vervolgens de bureaula produceren. Maar juist achter de krimp houdt zich een nieuwe regionale identiteit schuil. Regios moeten dan ook helemaal niet gaan samenwerken teneinde toch nog te kunnen groeien, zoals aan het RUIMTEVOLK werd gesuggereerd, regios moeten zich juist versterkt te vuur en te zwaard gaan bestrijden. In de competitie schuilt de innovatie en regionale profilering.<br />
Je moet er toch niet aan denken dat Ajax en Feyenoord gaan samenwerken, dan haal je de bodem onder de regionale kwaliteit onderuit. Laat die regio toch zijn eigen identiteit. Kijk maar naar zuid limburg waar de gewenste samenwerking tussen de voetbalclubs Roda JC en Fortuna SC in korte tijd heeft geleid tot een spoor van bestuurdersbedreigingen, autowrakken en ingegooide ramen.</p>
<p>We maken van de krimp het eerste regionale slagveld. In een nieuw televisieprogramma gaat de kop van Noord-Holland de strijd aan met Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg en Oost-Groningen. Strijdend om de GROOTSTE KRIMP BOKAAL tuimelen bestuurders over elkaar heen om te bewijzen hoevéél ze krimpen. Onder het motto STEEDS MEER RUIMTE laten ze vooral de kwaliteiten daarvan zien en de groei en rijkdom die niet meer alleen aan de hand van economische of demografische statistieken in beeld wordt gebracht.</p>
<p>In deze strijd is de planologie het vak van de toekomst, de plek waar alles samenkomt en waar de gedefunctionaliseerde samenleving gestalte krijgt. Inleider <a href="http://www.volkskrant.nl/binnenland/article429132.ece/Jelle_Rijpma__Maak_een_businessplan_voor_de_ruimte">Jelle Rijpma</a> gaf er al een mooie illustratie van. Het klooster in zijn Brabantse dorp, voorheen een plaats van bezinning, retraite en devotie, had nu zijn poorten geopend voor de verzorging van mensen met een bijzondere uitdaging, vroeger ook wel gehandicapten genoemd. De familie van deze bijzonder uitgedaagden mag met woningen aanleunen tegen het klooster. En ook voor bezinning-light is gezorgd. In de tot terras getunede kloostertuin verkopen de kloosterlingen aan uitrustende recreanten een naar eeuwenoud recept gebrouwen &#8216;biertje van de Heer&#8217;.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090317_RUIMTEVOLK_column_Venhuizen_02.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Dit is het slagveld van de planoloog: economie, demografie, infrastructuur, toerisme, cultuurhistorie, woningbouw, noem het maar op, het speelt een rol. Maar wie voert de regie? vroeg het RUIMTEVOLK zich hardop af. Jelle Rijpma maakte duidelijk wat de nieuwe planoloog doet. Die doet niet meer alleen aan statistische demografische studies of &#8216;survey&#8217; in het veld, de nieuwe planoloog doet aan bewustwording, aan AWARENESS. Zijn werkplek is al lang niet meer beperkt tot het echte landschap of zelfs de plankaart, het werkveld van de nieuwe planoloog bevindt zich vooral &#8216;tussen de oren&#8217;. Daar kunnen de fouten worden voorkomen die de, zeg maar traditionele, planvorming nog altijd maakt. Daarin is het namelijk lang gewoonte geweest om het huis van de planvorming gesloten te houden en de resultaten pas aan de &#8216;achterkant&#8217; publiek te maken. Met als gevolg dat aan de achterkant de mensen naar voren komen die aan de voorkant niet zijn gehoord. Deze &#8216;voorkant-buitengeslotenen&#8217; gooien vervolgens de achterkant voor jaren op slot. Als je je voorkant zorgvuldig openzet dan kom je er aan de achterkant veel beter uit. Tussen deze voor-en achterkant bevinden zich de voorkamers en de achterkamertjes en daar regeert het poldermodel. Wanneer alle partijen in de voorkamer moeten samenwerken overheerst echter het strategische gedrag terwijl juist de anonimiteit en ongedwongenheid van de achterkamertjes tot goede overeenkomsten kan leiden. Dus wanneer regios moeten collaboreren dan doen ze dat het beste in het informele domein van de achterkamertjes en komen zo tot SAUNA SAMENWERKINGEN, KARAOKE CONVENANTEN en misschien later zelfs tot WELLNESS WETTEN.</p>
<p>De planologen zijn de reisgidsen door dit besluitvormingslandschap van de toekomst. Zij kunnen schakelen tussen het werkelijke en het onwerkelijke landschap en stappen soepel over van tienbaansautosnelwegen naar het slappe koord. Zo ontwerpen ze gaandeweg de broodnodige sluiproutes naar de wijd open achterkanten.</p>
<p><em>Hans Venhuizen<br />
6 maart 2009 Barneveld-Arnhem</em></p>
<p><em><sup>Foto&#8217;s: Coen de Rijk </sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-sluiproute-naar-de-achterkant/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De grens als hardnekkige gedachte</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-grens-als-hardnekkige-gedachte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-grens-als-hardnekkige-gedachte/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anouk Eigenraam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Mijmering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/de-grens-als-hardnekkige.jpg" /> Grenzen zijn rare dingen eigenlijk. Volgens de Van Dale is een grens, een denkbeeldige, scheidende lijn. Nep dus, kunstmatig gecre&#235;erde afscheidingen die aangeven &#8216;wat van wie&#8217; eigendom is. En vooral]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Grenzen zijn rare dingen eigenlijk. Volgens de Van Dale is een grens, een denkbeeldige, scheidende lijn. Nep dus, kunstmatig gecre&euml;erde afscheidingen die aangeven &#8216;wat van wie&#8217; eigendom is. En vooral ook &#8216;wie bij wie&#8217; hoort. Want dat vinden mensen belangrijk. Wij hebben behoefte aan het hebben van grenzen en ook het aangeven van onze grenzen. Wie kent niet het gevoel over de &#8216;eigen grenzen&#8217; heengegaan te zijn. Dat vinden we geen prettig gevoel. En hoewel de EU officieel &#8216;open grenzen&#8217; kent, toch moeten we nog steeds bij aankomst in een ander land door de douane en het paspoort laten zien.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hoe onecht grenzen ook zijn, ze zijn er en bestaan dus. Bovendien iets is echt, zolang wij met z&#8217;n allen geloven en zeggen dat het echt is. En dus kent Afrika nog steeds van die gekke lijnrechte grenzen die door de koloniale heersers ooit getrokken zijn, en die vele honderden jaren later nog steeds voor gedonder zorgen. Er zijn natuurlijk, ook nog natuurlijke grenzen, zoals een rivier, een gebergte of een bos. Maar dat zijn eigenlijk meer natuurlijke barri&egrave;res.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hoewel kunstmatig, zijn grenzen niet statisch. Ze veranderen doordat landen uiteenvallen of juist bij elkaar komen. Omdat mensen plotseling niet langer het gevoel hebben hetzelfde te zijn als hun buurman of omdat ze juist veel overeenkomsten tussen elkaar zien. Dat laatste komt alleen niet zo vaak voor. Liever benadrukken we onze verschillen dan onze overeenkomsten. En dus roepen Kosovaren en Tamil Tijgers om hun onafhankelijkheid, willen Basken zich nog steeds afscheiden en bouwt Isra&euml;l een muur. Misschien is de Berlijnse muur wel de laatste grens die ooit geslecht is.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup><em>Foto kopbeeld: Coen de Rijk </em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-grens-als-hardnekkige-gedachte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Één land is geen land</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/één-land-is-geen-land/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/één-land-is-geen-land/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/een-land-is-geen.jpg" /> Living on the edge. Er zijn mensen voor wie dat dagelijkse kost is. En dan in de meest letterlijke zin van het woord. Niet omdat ze balanceren tussen leven en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Living on the edge. Er zijn mensen voor wie dat dagelijkse kost is. En dan in de meest letterlijke zin van het woord. Niet omdat ze balanceren tussen leven en dood, maar omdat ze wonen op een grens. Hoe ziet dat eruit anno 2009? Merken bewoners van grensplaatsen er iets van in het alledaagse leven of juist helemaal niet? RUIMTEVOLK nam eens een kijkje in wat grensdorpen in het zuiden des lands. </strong></p>
<blockquote><p>(..) Een dag op de grens<br />Is genoeg om gek te worden</p>
<p>(..) Links het land en rechts de zee<br />Ze houdt niets vast, ze geeft niets mee</p>
<p>(..) Niets dan twijfel in m&#8217;n kop<br />Wanneer houdt het nou eens op</p>
<p>(..) Links de regels, rechts het spel<br />Ze doet het niet, ze doet het wel</p>
<p>Blof &ndash; Boven &ndash; 1999</p></blockquote>
<p>Zo dramatisch als in het liedje van Blof verloopt onze tocht niet. Van tevoren bekijken we via Googlemaps de hele grens van Zeeuws-Vlaanderen, Brabant,&nbsp; Limburg tot aan .. in het noorden en stippelen een route uit. We concluderen al snel dat het onmogelijk is om in een weekend alle grensdorpen aan te doen, en dus maken we een kleine selectie van wat onbekendere dorpen. We zoeken vooral dorpen die letterlijk op de grens liggen. Zoals het dorpje met de a-typische naam <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Koewacht">Koewacht</a>. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zonder Tomtom gaan we op naar het uiterste puntje van Zeeuws-Vlaanderen. Via Bergen op Zoom rijden we richting Antwerpen, waar we de grens overgaan. Dan zo&#8217;n kilometer of wat verder rijden we terug de grens over en zijn we er. Als we het dorpje inrijden, zien we gelijk een grensbord. De grens blijkt hier het dorp schuin over de weg door te snijden. Aan de ene kant van de weg is een fietsenwinkel, die ligt op Nederlands grondgebied, terwijl het caf&eacute; &#8216; Cafe Benelux &#8216; aan de andere kant in Belgi&euml; ligt. &#8221;Vroeger kon je hier aan de straatstenen zien waar de grens liep&#8221; vertelt de eigenaar van de fietsenzaak. &#8221;De klinkers waren Nederlands, de keitjes Belgisch.&#8221;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090312_IMG_2531.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br />&nbsp;<br /><em><sup>Koewacht</sup></em></p>
<p>Naast het grenspaaltje staat een kleine frietuur, rood-wit gestreept. Het lijkt wel een KIP-caravan zo klein. Van de mensen in het caf&eacute; begrijpen we dat de eigenaar z&#8217;n frietkot strategisch geplaatst heeft: hij staat met een wiel in Nederland en drie in Belgi&euml; zodat hij z&#8217;n patatten in Nederland koopt, maar verkoopt in Belgi&euml;. Leven in een grensdorp heeft zo z&#8217;n voordelen. </p>
<p>Toch is het niet altijd handig vertelt de eigenaresse van de plaatselijke bakker: &#8221;Als de ambulance hier moet komen, zijn ze altijd aan het zoeken in welk deel van Koewacht ze nu moeten zijn. Je moet het heel precies vertellen. En met voetbal is de ene kant van de straat Oranje.&#8221;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090312_IMG_2565.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>De eigenaar voor zijn frietkot in Koewacht</sup></em></p>
<p>Over bakkers gesproken, het valt ons op tijdens ons tripje dat in de piepkleine dorpen er altijd meerdere bakkers zijn. En omdat ze zeker geen standaard prefab-lekkernijen verkopen zoals bij doorsnee bakkers in de grote steden, moeten er meerdere pitstops gemaakt worden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We rijden verder richting het oosten naar een dorp waarvan het Belgische deel <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Klinge">De Klinge</a> heet en het Nederlandse stuk <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Clinge">Clinge</a>. Hier stuitten we op een carnavalsoptocht, maar verder heeft het dorp weinig charme. In Nieuw-Namen en Kieldrecht &ndash; samen een dorp &ndash; raken we bij de bakker in gesprek met een vrouw uit het dorp. Ze vertelt dat er vroeger nog echt een grenswacht stond aan de weg. Die moest de mensen controleren die de grens passeerden want er werd wat afgesmokkeld. &#8221;Dat heb ik zelf ook nog veel gedaan hoor. Dan nam ik met boter, sigaretten een sluipweg af en die gendarme had me wel in de smiezen. Als ik terugkwam, vatte hij me in de kraag, maar dan had ik niets meer in de mand&#8221;, vertelt ze schaterend.&nbsp; </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090312_IMG_2602.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br />&nbsp;<em><br /><sup>Op weg naar Nieuw Namen &ndash; Kieldrecht</sup></em></p>
<p>In <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Venlo_(stad)">Venlo</a> logeren we in een aardig Bed &amp; Breakfast Inn den Acht, dat middenin een woonwijk ligt. Volgens de eigenaren mag dat in Venlo, in tegenstelling tot veel andere steden. Als ze de camera van Coen zien, vragen ze of we komen voor de bruidsreportage of het carnaval, ze krijgen namelijk gasten uit het hele land daarvoor, zelfs uit het buitenland. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als we vertellen over onze kleine reportage vertellen ze gelijk over het drugstoerisme waar steden als Venlo en Maastricht veel last van hebben. In Venlo heeft men de coffeeshop verplaatst naar de rand van de stad. Dat heeft de overlast wel wat verlicht, maar het blijft een probleem. &#8221;Je moet hier op zaterdag maar eens komen, dan ziet de markt zwart van de Duitsers.&#8221;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De andere grote publiekstrekker is natuurlijk het carnaval en hoewel we bij de planning van dit weekend daar niet echt bij stil hebben gestaan, zijn we niet helemaal onvoorbereid. Ik kroon mezelf tot koning Tijger met een papieren Hema-kroontje en zwart-geel gestreepte outfit. Coen verbergt zijn kale hoofd onder een grote Mexicaanse hoed. Alaaf! We zijn er klaar voor.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als we na 5 minuten lopen het centrum inlopen, merken we weer hoezeer we randstedelingen/ingericht op de stad we zijn. We zijn maar liefst drie keer het stadhuisplein gepasseerd maar lopen er steeds voorbij in de veronderstelling dat het &#8216;verder&#8217; het centrum in moet zijn. Mis. Dit IS het centrum. Op een laag van plastic bekertjes verplaatsen we ons schuifelend richting kroeg en storten ons daar onder de melodieuze klanken van &#8216;piep-piep la-la, piep-piep la-la, calimero&#8217; in het feestgedruis. Voor iemand van &#8216;boven de rivieren&#8217; een bijna surrealistische ervaring. Er is niemand NIET verkleed. Maar na enige inname deinen ook wij ritmisch mee. Het bevalt ons wel die zuidelijke gezelligheid.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090312_IMG_2572.JPG" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup><em>Een lokale carnavalsoptocht</em></sup></p>
<p>De volgende dag, rijden we niet al te vroeg naar <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Siebengewald">Siebengewald</a> aan de Duitse grens. Op de grens staat een koffiehuis waar aan de bar al een stuk of zes mensen aan de borrel zitten. De eigenaresse vraagt met een doorrookte stem wat we willen drinken. Die heeft vast en zeker ook carnaval gevierd&#8230;<br />&nbsp;<br />Het is een beetje een onge&iuml;nspireerd dorp en we vertrekken dan ook weer vlug. Alhoewel, het blijkt nog niet makkelijk wegkomen, de wegen lopen dood en we zien nergens bordjes naar de snelweg of het volgende dorp. Na het rijden van verschillende rondjes, komen we steeds op hetzelfde punt uit. Bewegwijzering kan op veel plekken in Nederland nog verbeterd worden, stellen we vast.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090312_IMG_3000.JPG" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Siebengewald</sup></em></p>
<p>We vervolgen de tocht naar &#8230;op het oog een slaperig dorp. We zijn nieuwsgierig naar een dijkje dat helemaal in het landschap ligt en op de kaart staat aangegeven als &#8216;barri&egrave;re&#8217;. Met de auto rijden we eerst nog over een soort van onverharde weg, maar die wordt allengs minder begaanbaar. Steeds meer voelen we de auto af en toe wegzakken en als we aankomen bij het volgende weiland zien we alleen een zee van modder in het verschiet. We kunnen de auto ook nergens parkeren, behalve in de sloot aan weerszijden. Er rest ons dus niets anders dan het op te geven. In de verte zien we een soort van weggetje liggen, dat moet Barri&egrave;re wel zijn. Gestrand bij Barri&egrave;re zet Coen de auto in z&#8217;n achteruit. Ineens snappen we hoe het aan zijn naam komt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>De foto&#8217;s in deze reportage zijn gemaakt door vak- en fotoredacteur Coen de Rijk, de tekst is geschreven door eindredacteur Anouk Eigenraam &nbsp; </em><br />&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/één-land-is-geen-land/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Toekomst is altijd anders</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-toekomst-is-altijd-anders/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-toekomst-is-altijd-anders/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Silke de Wilde</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/de-toekomst-is-altijd.jpg" /> Als je niet beter zou weten zou je soms denken dat ruimtelijke ordenaars beschikken over een glazen bol. We zijn dol op in de toekomst kijken, en bedenken graag hoe]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Als je niet beter zou weten zou je soms denken dat ruimtelijke ordenaars beschikken over een glazen bol. We zijn dol op in de toekomst kijken, en bedenken graag hoe ons land er over pakweg dertig jaar uit ziet. Maar bij het nadenken over de toekomst zitten een paar hardnekkige vooroordelen en mythes in de weg. </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Decennialang hebben we gefantaseerd over hoe de wereld er in het jaar 2000 uit zou zien. Daarbij doemden steevast beelden op van futuristische steden vol wolkenkrabbers, waar mensen tussendoor vlogen met een soort vliegende auto&rsquo;s. Inmiddels zijn we negen jaar verder, en nog steeds rijden auto&rsquo;s gewoon op de weg. Het beeld wat we toen van de toekomst hadden, bleek mijlenver van de huidige realiteit af te liggen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar we hebben hier weinig van geleerd. Wanneer we nadenken over de toekomst laten we ons nog steeds makkelijk leiden door denkbeelden die zijn vastgeroest in onze voorspellingen. Een voorbeeld van een bureau dat oplossingen zoekt die niet al te futuristisch zijn, is het <a href="http://www.trendbureauoverijssel.nl">trendbureau Overijssel</a>. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het bureau begon in 2008 met een trendverkenning naar demografische ontwikkelingen in Nederland en stuitte daarbij op de ene na de andere mythe over de toekomst. Wij willen de strijd aangaan met deze mythes en met een frisse blik kijken. Weg met de vastgeroeste denkbeelden! Wie kijkt naar de feiten ziet dat de werkelijkheid anders is. Zo lijken veel overheden ervan overtuigd dat bevolkingskrimp leidt tot achteruitgang. Niets is minder waar! Het feit dat de bevolkingsgroei afvlakt betekent niet automatisch (economische) achteruitgang. Zo neemt bijvoorbeeld het aantal huishoudens, het aantal hoogopgeleiden en het aandeel hoge inkomens juist toe de komende jaren. (RPB, 2006). </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090309_RUIMTEVOLK_De_Toekomst_1.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Foto: Bart Cosijn</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een stabielere bevolkingsomvang biedt juist de kans een pas op de plaats te maken en prioriteiten te stellen. Ook lijken we van mening dat door de vergrijzing een bedreiging is van ons land. Maar hoewel het aandeel ouderen in Nederland de komende jaren toeneemt, is Nederland in Europa met een geboortecijfer van 1,7 nog een &lsquo;relatief&rsquo;&nbsp; jong land. (Latten en Van Hintum,2007). Ook de angst dat de Nederlandse samenleving financieel zal opdraaien voor een grote groep ouderen is een mythe. Door medische ontwikkelingen en toenemende participatie van ouderen in de maatschappij krijgen we juist te maken met een bevolkingsgroep die actief blijft en meer geld te besteden heeft dan jongere/eerdere generaties.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In dit geval gaan we zelfs de ene mythe te lijf met de andere. In de strijd tegen een vergrijzende bevolking stellen veel regio&rsquo;s zich tot doel een jonge, hoogopgeleide bevolking aan te trekken. Weer een denkfout, want de hoogopgeleide bevolkingsgroep is niet erg gevoelig voor beleid, maar is in grote mate zelfsturend. (Planbureau voor de Leefomgeving,2008) Dat betekent dat het moeilijk is om deze gewilde bevolkingsgroep aan te trekken voor een regio. Hoogopgeleiden zijn echter wel gevoelig voor service en kwaliteit in hun leefomgeving.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de strijd om die hoogopgeleiden zetten de regio&rsquo;s nu en masse in op kenniseconomie. Dat is een te verdedigen strategie, maar te vaak denkt men dat dit draait om wetenschappelijk of hoger onderwijs en grote bedrijven. In de praktijk blijkt echter dat het middelbaar beroepsonderwijs en het midden- en kleinbedrijf even onmisbaar zijn om hogeropgeleiden vast te houden. (Trouw, 2008) En zo rijgen de regio&rsquo;s op hun weg naar de toekomst het ene na het andere ingesleten idee aan elkaar. &nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kortom, wees kritisch op aannames, neem wetmatigheden niet zonder meer voor waar aan en onderzoek stellingen. Wat de toekomst brengen zal, blijft immers toch koffiedikkijken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup>Bronnen:<br /></sup></p>
<p><sup>- Liefde a la Carte, J. Latten en M. van Hintum, 2007</sup><br /><sup>- Krimp en Ruimte, Ruimtelijk Planbureau, 2006</sup><br /><sup>- Woon-werkdynamiek in Nederlandse gemeenten, Planbureau voor de Leefomgeving, 2008</sup><br /><sup>- Twente behoort tot innovatietop/ samenwerking universiteit en bedrijfsleven voorbeeld voor Europa, Trouw, 2008</sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup><em>Foto kopbeeld: Bart Cosijn </em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-toekomst-is-altijd-anders/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Ik streef naar dynamiek zonder leugens&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ik-streef-naar-dynamiek-zonder-leugens/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ik-streef-naar-dynamiek-zonder-leugens/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Gouda]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/ik-streef-naar-dynamiek.jpg" /> Begin deze eeuw stond de term Culturele Planologie kortstondig in het middelpunt van de belangstelling van de vakwereld. Met culturele planologie werd gestreefd naar een sterke rol voor cultuur in]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Begin deze eeuw stond de term Culturele Planologie kortstondig in het middelpunt van de belangstelling van de vakwereld. Met culturele planologie werd gestreefd naar een sterke rol voor cultuur in ruimtelijke ordeningsprocessen. Het gedachtegoed hierachter is nooit echt doorgebroken en inmiddels is de culturele planologie alweer bijna vergeten. RUIMTEVOLK ging in Rotterdam op bezoek bij een van de weinige mensen die zich nog afficheert met deze term, cultureel planoloog Hans Venhuizen. Een inspirerend gesprek met een scherpe denker over wat culturele planologie eigenlijk ook al weer is, en over hoe we de ruimtelijke ordening in ons land hebben ingericht. </strong></p>
<p>Een lange, vriendelijk lachende man heet ons met een stevige handdruk welkom op zijn bureau. We zijn in de Van Nelle Ontwerpfabriek. In één van de bijgebouwen wordt dampende thee voor ons ingeschonken. Vanaf de werkplek van Hans Venhuizen kijk je door de glazen tussenwanden alle kanten uit, zelfs bij de buren naar binnen. Deze transparantie lijkt haast symbool te staan voor de werkwijze van Bureau Venhuizen, het bureau van Hans dat zich volgens de eigen website richt op vestigings- en planningsprocessen in de ruimtelijke ordening. Bureau Venhuizen neemt daarbij cultuur als vertrekpunt. Dat vraagt om de nodige uitleg.</p>
<p>De kern van de culturele planologie is volgens Hans Venhuizen: uitgaan van de bestaande kracht en identiteit van een gebied. “Een van de allergrootste vergissingen die in mijn ogen gemaakt wordt als het gaat over identiteit, is dat het leuk moet zijn, dat mensen zich alleen maar met leuke en prettige dingen verhouden.” Dat komt omdat we in een samenleving wonen die gevaar niet meer accepteert, zo vertelt Venhuizen. “Kijk, in Gouda wilde men een enorme fabriek afbreken die pal naast het centrum staat. Mensen kwamen daartegen in het geweer, want dat lelijke monster, maakte namelijk wel deel uit van de identiteit van de stad en dus van hen!”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090302_The_Making_Of.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em><a href="http://themakingof.bureauvenhuizen.com/wordpress/"></a></em></sup></p>
<p><sup><em><a href="http://themakingof.bureauvenhuizen.com/wordpress/">The Making Of©</a> is een conceptontwikkelingsspel, ontwikkeld door Hans Venhuizen. Momenteel wordt het spel gespeelt in het NAi, als onderdeel van de manifestatie &#8216;<a href="http://www.maakonsland.nl/">Maak ons land</a>&#8216;. (foto: © Maarten Laupman)</em></sup></p>
<p><strong>Slechte citymarketing</strong><br />
Een van de boosdoeners is citymarketing. “De manier waarop steden hun stad tegenwoordig proberen te promoten lijkt allemaal op elkaar omdat ze uitsluitend focussen op prettige historische herinneringen die ongevaarlijk zijn geworden, het is één grote saus.” Op zoek naar het bijzondere doen we allemaal het zelfde.”</p>
<p>De vaak nietszeggende slogans waarmee iedere stad in Nederland zich tegenwoordig promoot zijn hiervan een goed voorbeeld. In juni 2008 organiseerde de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) tijdens haar jaarcongres een verkiezing van de beste gemeenteslogan. Wie de lijst met genomineerden doorneemt moet Hans Venhuizen gelijk geven: het draait bij deze slogans meer om een droombeeld dan om een bestaande en onderscheidende identiteit. Om een paar voorbeelden te noemen: de gemeente Onderbanken profileert zichzelf als “ oorspronkelijk en authentiek” . Soest zoekt durf en drive. De gemeente Pekela komt met “ Pekela, een prima plek”. En de gemeente Winschoten voert als slogan “Roos in de regio.”</p>
<p>Dit is nog maar een de vele voorbeelden van hoe we volgens Hans Venhuizen langzaam maar zeker zijn verstrikt geraakt in het steeds opnieuw uitvoeren van hetzelfde trucje. We zijn op zoek naar de identiteit van een stad en verzinnen daarom een promotiecampagne met dito slogan. Zijn streven is om deze vastgeroeste manier van denken te doorbreken. Winnaar van de wedstrijd werd trouwens Leeuwarden, met de slogan: ‘Kijk, dat is ’t mooie van Leeuwarden‘. Misschien een mooie slagzin, maar wat zegt het over de identiteit van Leeuwarden?</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090302_RUIMTEVOLK_venhuizen_03.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup><em>Foto: Bart Cosijn </em></sup></p>
<p><strong>Overschatting</strong><br />
Hans Venhuizen zou nooit met een dergelijke slogan op de proppen komen. Maar daar stopt de missie van de cultureel planoloog niet. “Ik streef ernaar om ingesletenheid te ontrafelen en nieuwe verbindingen te leggen die anderen over het hoofd zien.” Dit vraagt om een andere manier van kijken. Er kan veel verbeterd worden aan de wijze waarop in Nederland projecten in de ruimtelijke ordening ingericht worden.</p>
<p>Volgens Hans Venhuizen leiden we collectief aan zelfoverschatting. “Tegenwoordig roepen we dan vaak dat we dit kunnen oplossen door out of the box te denken.” “Dat is vaak de eerste reactie van mensen”. Maar Venhuizen wil juist beter in de box denken. Hij wil beter begrijpen met welke ambities mensen de ruimte ordenen.</p>
<p>Want volgens Venhuizen schort er een en ander aan de manier hoe we in Nederland ruimtelijke processen insteken. “Wat ik merk in ruimtelijke processen is dat iedereen zichzelf overschat.” De hele cultuur rondom hoe we omgaan met inspraak in de ruimtelijke ordening is daarvan een goed voorbeeld. “We kennen al heel lang inspraak, dat is in de loop van de jaren goeddeels geformaliseerd en het gaat er veelal vanuit dat je eerst een plan maakt en daar dan vervolgens over in discussie gaat.”</p>
<p>Maar dat systeem voldoet volgens Venhuizen steeds minder. Het heeft er voor gezorgd dat alle belangen die zich verenigd hebben even belangrijk zijn. Dat komt omdat draagvlak uiteindelijk het sleutelwoord is voor degenen die de beslissingen nemen, zo stelt Venhuizen. Hij is van mening dat je niet zo maar zaken bottum up kunt organiseren, puur al vanwege het feit dat niet alle betrokken deskundig zijn. En er toch knopen doorgehakt moeten worden. “Als je een goede beslissing wilt nemen moet je zorgen dat alle kaarten op tafel liggen én dat iedereen de kennis heeft om mee te kunnen praten.” Venhuizen noemt dit een gezonde menging van openheid en deskundigheid.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090302_RUIMTEVOLK_Transvaal_venhuizen.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup><em>Voor <a href="http://www.hoteltransvaal.com/">Hotel Transvaal</a> onderzocht Bureau Venhuizen de invloed die de &#8216;Essentiële Marge&#8217; op de stedelijke vernieuwing van de wijk Transvaal in Den Haag kan hebben. ( foto: Bureau Venhuizen)<br />
</em></sup></p>
<p><strong>Uitdaging</strong><br />
En in dit soort processen ligt voor Hans Venhuizen dan ook zijn grootste uitdaging: deze combinatie van openheid en deskundigheid realiseren. Over hoe je zoiets kunt doen, kan hij urenlang praten. Dan komen er prachtige termen voorbij. En stelt hij dat om uit dat mechanisme te ontsnappen er een mentaliteitsomslag nodig is in de wijze waarop plannen tot stand komen.</p>
<p>Maar echt bevlogen wordt hij als er concrete voorbeelden voorbijkomen. Zo raakte Venhuizen betrokken bij een project in de Transvaalbuurt in Den Haag, een wijk waar vroeger veel Hindoestanen woonden, maar dat inmiddels een wijk is waar voornamelijk mensen met een Turkse achtergrond wonen. “Er moest een nieuwe motor voor de buurt gezocht worden. Dan werd er heel hard verzonnen dat de wijk een icoon nodig heeft.” Dit icoon zal de nieuwe identiteit van de wijk moeten gaan vormen om zo bezoekers uit de hele stad naar de wijk te trekken.</p>
<p>Maar de manier waarop dat vervolgens door de overheid is aangepakt, slaat de plank volgens Venhuizen finaal mis. Het verbaast hem dat de beleidsmakers hebben voorgesteld om een straat waar oorspronkelijk veel Hindoestaanse winkels zaten, nieuw leven in te blazen met een compleet Hindoestaans entertainmentcentrum en een megabisocoop voor Bollywoodfilms. “Dat is een heel aantrekkelijk beeld, hoewel het grootste deel van Hindoestanen die vroeger in de wijk woonden carrière hebben gemaakt en massaal naar Vinexwijken zijn vertrokken.“ Op zoek naar een icoon voor de Transvaalbuurt is men volgens Venhuizen voorbij gegaan aan de troeven die er gewoon al zijn te vinden. “ Inzetten op Bollywood terwijl er met de levendige Haagse markt volgens mij al een heel herkenbare en kenmerkende plek in de wijk is.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090302_RUIMTEVOLK_venhuizen_01.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Hans Venhuizen en redacteur Jeroen Niemans (foto: Bart Cosijn)</sup></em></p>
<p>Kortom, Hans Venhuizen pleit ervoor om niet kosten wat kost proberen de Hindoestanen terug te lokken met een megabioscoop, maar aan te sluiten bij wat er als is, namelijk de levendige, voornamelijk Turkse cultuur rondom de markt.</p>
<p>Zie hier de kern van zijn aanpak. Culturele planologie draait voor hem niet om het plannen van de cultuur als vooropgezet idee dat los staat van de praktijk. Nee, het gaat om de wil tot het begrijpen van zowel de ruimtelijke, de sociale en culturele context waarbinnen ruimtelijke ordenaars en andere plannenmakers in Nederland werken.</p>
<p>Hiermee gaat hij enigszins tegen de traditie in, tegen het heilige geloof in de losgezongen concepten. Zo stelde Venhuizen in reactie op een krimpend Den Helder de volgende slogan voor: &#8216;Den Helder: Steeds meer ruimte!&#8217;.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ik-streef-naar-dynamiek-zonder-leugens/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inspiratiedag ‘Weg van de Randstad 2040’</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/inspiratiedag-weg-van-de-randstad-2040/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/inspiratiedag-weg-van-de-randstad-2040/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Mar 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/03/inspiratiedag-weg-van.jpg" /> Het afgelopen jaar heeft u de kans gehad mee te denken over de toekomst van het westen van ons land in het kader van &#8216;Randstad 2040&#8217;. Maar Nederland is gelukkig]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het afgelopen jaar heeft u de kans gehad mee te denken over de toekomst van het westen van ons land in het kader van &lsquo;Randstad 2040&rsquo;. Maar Nederland is gelukkig groter dan de Randstad. Hoe moet de rest van Nederland eruit zien in 2040? RUIMTEVOLK grijpt de gelegenheid aan en nodigt u van harte uit voor de inspiratiedag &lsquo;Weg van de Randstad 2040&rsquo;. </strong></p>
<p>Natuurlijk denken de Nederlandse regio&rsquo;s al volop na over hun eigen ruimtelijke toekomst. Maar hoe kunnen de regio&rsquo;s eigenlijk van elkaar leren en elkaar inspireren? Met de inspiratiedag willen we hiervoor een platform cre&euml;ren. </p>
<p>Op 6 maart gaan we daarom samen op pad om inspiratie op te doen voor de toekomst van Nederland buiten de Randstad.&nbsp; Startpunt van de reis ligt aan de rand van de Randstad: Transferium Barneveld Noord. Goed bereikbaar per auto en OV.&nbsp; Een enorm transferium aan de rand van Barneveld, in een gebied waar meer kippen wonen dan mensen, dat roept al de nodige vragen op. Deze kans pakken we natuurlijk op door meteen eens onderzoeken wie daar nu gebruik van maakt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090302_20090204_Polder.jpg" alt="artikel afbeelding" /><em><sup>foto: Coen de Rijk </sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In Barneveld staat een bus voor ons klaar. Die vertrekt om 12.00 uur voor een busreis vol inspiratie. We delen een lunchpakketje uit voor onderweg en gaan op pad! Onderweg zullen verschillende sprekers wat vertellen over de thema&#8217;s die volgens ons actueel zijn voor de verschillende regio&#8217;s en doen we bijzondere plekken aan. We vragen ook wat van jullie: iedereen wordt gevraagd actief mee te denken over kansen voor de toekomst. En we gaan speeddaten: iedereen gaat in korte tijd samen met zijn/haar buurvrouw/buurman in de bus op zoek naar een gouden kans voor de regio&#8217;s.</p>
<p>Al deze idee&euml;n verzamelen we tijdens de afsluitende discussie in de Cultuurherberg te Arnhem. Hierna is er tijd om samen een borrel te drinken voordat de bus iedereen weer netjes aflevert in Barneveld. Daar zullen we rond 17.15 uur weer terug zijn. </p>
<p>Lijkt het u leuk om mee op reis te gaan? Tijdens de busrit zal u niet alleen worden verrast door inspirerende verhalen over de kansen voor de regio&rsquo;s, maar zal er ook zeker ruimte zijn om je reisgenoten te spreken. Niet alleen maar consumeren van meningen, maar zelf actief meedenken over de kansen van de toekomst. <br />&nbsp;<br /><strong>Aanmelden </strong><br />We hebben inmiddels een goedgevulde bus met groep van diverse pluimage uit<br />heel het land. Van Groningen tot Maastricht zijn er mensen present. Er zijn nog slechts een paar plekken beschikbaar, dus ben er snel bij. Aanmelden kan via <a href="mailto:inspiratiedag@ruimtevolk.nl">inspiratiedag@ruimtevolk.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090302_RUIMTEVOLK_inspiratiedag-02.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>foto: Coen de Rijk </sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Geen eindpunt</strong><br />De inspiratiedag is duidelijk geen eindpunt, maar een tussenstop. Het moet het debat op gang brengen met de bedoeling dat het wordt opgepakt binnen de &lsquo;vakwereld&rsquo;. Rondom de inspiratiedag verschijnen er gerelateerde bijdrages op de website van RUIMTEVOLK als input voor de dag.&nbsp; Daarnaast dienen de idee&euml;n die worden opgedaan tijdens de busrit en de afsluitende discussie als input voor een pamflet. De dag moet op deze manier leiden tot een tastbaar product, een manifest dat dient als een bron van inspiratie voor het verder uitwerken van een ruimtelijke toekomstvisie van de regio&rsquo;s. </p>
<p>Na afloop wordt het pamflet ter inspiratie verspreid. De website van RUIMTEVOLK zal uiteraard ruimte bieden om uitkomsten te presenteren en het debat voort te zetten. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Sponsoren </strong></p>
<p>Aan deze inspiratiedag wordt door de volgende sponsoren een bijdrage geleverd: </p>
<ul>
<li><a href="http://www.jongehonden.com/">Jonge Honden</a></li>
<li><a href="http://dewijdeblik.com/">De Wijde Blik Communicatie-advies</a></li>
</ul>
<p>Zie ook het artikel &#8216;<a href="../detail.php?id=272">Regio&rsquo;s in het middelpunt</a>&#8216; dat verder ingaat op de thematiek.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup><em>Foto kopbeeld: Coen de Rijk </em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/inspiratiedag-weg-van-de-randstad-2040/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoera, Schiphol krimpt!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hoera-schiphol-krimpt/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hoera-schiphol-krimpt/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Feb 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjoerd Zeelenberg</dc:creator>
				<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Schiphol]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/02/hoera-schipol-krimpt.jpg" /> Schiphol kromp in 2008 en zal in 2009 verder krimpen. Reden genoeg voor de luchthaven om in januari de noodklok te luiden. Het kabinet reageerde direct, door te verklaren dat]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Schiphol kromp in 2008 en zal in 2009 verder krimpen. Reden genoeg voor de luchthaven om in januari de noodklok te luiden. Het kabinet reageerde direct, door te verklaren dat de milieuheffing ‘Schiphol niet kapot mag maken’. Maar waarom zouden we niet genieten van de voordelen van minder vliegtuigen? </strong></p>
<p>Schiphol krimpt. In 2008 daalde het aantal vliegverkeersbewegingen met bijna twee procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook de hoeveelheden vracht en passagiers die op Schiphol aankwamen of vertrokken, liepen terug. En het is nog niet over: ook voor 2009 wordt rekening gehouden met een aanzienlijke krimp, zo was te horen in de nieuwjaarstoespraak van president-directeur Jos Nijhuis.</p>
<p>De meest gehoorde verklaring voor de slechtere resultaten is de hoogte van de kosten. Schiphol is, na Heathrow, de duurste luchthaven van West-Europa. Low cost-maatschappijen wijken uit naar regionale luchthavens in België of Duitsland. Zij waren juist belangrijke aanjagers van de groei die de luchthaven de laatste jaren doormaakte. Maar ook een vaste klant als El Al Cargo keerde, onder meer vanwege de hoge tarieven en strenge wetgeving, Schiphol in 2008 de rug toe.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090224_schiphol_toren.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Opstijgend KLM toestel (foto: Capital Photos)</sup></em></p>
<p>Dat Schiphol een dure luchthaven is, is op zich niet verwonderlijk: het is immers een van de beste luchthavens van Europa. Het ligt voor de hand dat dit terug te zien is in bijvoorbeeld de luchthavenbelasting. Toch wordt in de discussie over de kosten van de luchthaven consequent naar een andere boosdoener gewezen: de vliegtax. Deze milieuheffing, die in de zomer van 2008 werd ingevoerd, zou de Nederlandse luchthavens onevenredig benadelen. Nederland, met Schiphol voorop, prijst zich met de vliegtax uit de markt.</p>
<p>De onheilstijding van Schiphol was niet aan dovemansoren gericht. Het kabinet heeft inmiddels bij monde van minister Eurlings (CDA) laten weten zich zorgen te maken over de concurrentiepositie van onze luchthaven. Staatssecretaris De Jager (CDA) zegde de Kamer bovendien toe dat, als de nood echt aan de man komt, ‘de milieuheffing aangepast kan worden’. De boodschap is duidelijk: de economische motor Schiphol mag onder geen beding haperen.</p>
<p>De reactie van het kabinet is raar, om niet te zeggen zorgwekkend. Hij toont namelijk hoe onvoorwaardelijk de groei van Schiphol is. Kennelijk mogen er wel extra belastingen worden opgelegd, maar het voordehandliggende gevolg hiervan vinden politici onacceptabel. Wat beoogden zij eigenlijk met die milieuheffing? Milieuwinst, of gewoon winst? Kennelijk dat laatste.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090224_buitenveldertbaan.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup><em>Bovenaanzicht Buitenveldertbaan (foto: Google Earth) </em></sup></p>
<p>Eens te meer wordt duidelijk dat Schiphol alleen maar mag groeien. Als eigenaar van de luchthaven en hoeder van de Nederlandse economie heeft de staat immers grote belangen bij groei.</p>
<p>Het is echter zorgwekkend dat de overheid zijn andere taak niet serieus neemt. De overheid is immers ook hoeder van de belangen van omwonenden. Voor hen heeft  de krimp ineens positieve effecten. Ook zij mogen verwachten dat de overheid hun situatie in ogenschouw neemt.</p>
<p>De overheid heeft echter weer eens een dubbele pet op. Misschien zelfs een vierdubbele pet. Ze is belanghebbende en hoeder van het belang van omwonenden, maar ook opsteller èn handhaver van de regels waarbinnen Schiphol onderneemt. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Al die petten leiden tot gewetensbezwaren en vage, multi-interpretabele compromissen, zoals de Tafel van Alders.</p>
<p>De overheid blijkt een gespleten persoonlijkheid, maar wel eentje die continu kiest voor dezelfde belangen. In de praktijk is er, zoals de afgelopen decennia en de reactie van het kabinet deze maand bewezen, een onvoorwaardelijke steun voor de groei van Schiphol. Omwonenden en het milieu staan consequent op de tweede plaats.</p>
<p>Waarom zouden we het niet anders doen? Waarom plukken we juist nu niet de vruchten van de krimp van Schiphol? Minder vliegbewegingen betekenen minder overlast, minder schade aan mens en milieu, een betere omgevingskwaliteit en meer locaties voor woningbouw. Hoewel het politiek een gotspe lijkt, zijn ook de gevolgen van krimp het waard om voor te vechten.</p>
<p>Het zou de regering sieren als ze haar rug recht houdt en achter haar politieke keuzen blijft staan. Nederland moet niet af van de milieuheffing: andere landen moeten er juist aan. Pas dan heeft de maatregel echt effect en wordt het milieubeleid met betrekking tot Schiphol meer dan alleen retoriek. Krimp is niet alleen een probleem, het is ook winst. Waarschijnlijk slapen een boel omwonenden er een stuk lekkerder door. En eerlijk is eerlijk: dat mag na al die jaren best wat kosten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hoera-schiphol-krimpt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>RUIMTEVOLK borrel op 19 februari 2009</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-borrel-op-19-februari-2009/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-borrel-op-19-februari-2009/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Feb 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/02/ruimtevolk-borrel-op-19.jpg" /> Donderdag&#160; 19-02-2009&#160; in Amersfoort, 18:00 &#8211; einde Kom meedenken en filosoferen over nieuwe idee&#235;n en onderwerpen voor het webmagazine van RUIMTEVOLK, onder het genot van drankjes &#160; Met o.a. bekendmaking]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Donderdag&nbsp; 19-02-2009&nbsp; in Amersfoort, 18:00 &ndash; einde </p>
<p><strong>Kom meedenken en filosoferen over nieuwe idee&euml;n en onderwerpen <br />voor het webmagazine van RUIMTEVOLK, onder het genot van drankjes</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Met o.a. </p>
<ul>
<li>bekendmaking &#8216;Beste artikel 2008&#8242; </li>
<li>bekendmaking &#8216;Beste foto 2008&#8242; </li>
</ul>
<p>Iedereen is van harte welkom, aanmelden niet nodig!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Locatie: Restaurant Zandfoort aan de Eem, Kleine Koppel 20/21, Amersfoort, Informatie over de route is <a href="http://www.zandfoort.nl/route.php">hier</a> beschikbaar.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>RUIMTEVOLK betaalt de eerste ronde, er kan ook gedineerd worden. Voor aanvullende informatie zie de website van Zandfoort aan de Eem <a href="http://www.zandfoort.nl">www.zandfoort.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090212__dsc0005.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-borrel-op-19-februari-2009/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Creativiteit in tijden van crisis</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/creativiteit-in-tijden-van-crisis/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/creativiteit-in-tijden-van-crisis/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Feb 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Michiel van Iersel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/02/creativiteit-in-tijden.jpg" /> We leven in tijden van crisis. Ook de creatieve economie, tot voor kort de drijvende kracht achter stedelijke ontwikkeling, blijft niet gespaard. In het recent verschenen boek &#8216;Nieuwe idee&#235;n voor]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>We leven in tijden van crisis. Ook de creatieve economie, tot voor kort de drijvende kracht achter stedelijke ontwikkeling, blijft niet gespaard. In het recent verschenen boek <a href="http://www.naipublishers.nl/architectuur/nieuweideeen_nl.html" target="_blank">&lsquo;Nieuwe idee&euml;n voor oude gebouwen, creatieve economie en stedelijke ontwikkeling&rsquo;</a>&nbsp;stellen de auteurs dat de creatieve sector van blijvend belang is voor de herontwikkeling van gebieden en gebouwen. Maar is dit een terechte veronderstelling gegeven de huidige economische omstandigheden?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De creatieve stad is een veel bejubeld en geprezen fenomeen. Overheden en marktpartijen hebben de creatieve sector omarmd, iedere gemeente koestert zijn broedplaatsen. Je kunt tegenwoordig je agenda vullen met symposia en workshops die tot doel hebben de creatieve klasse in gemeente X of gebouw Y een plek te geven. Mijn boekenkast staat vol met boeken en artikelen die dit populaire fenomeen beschrijven. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het boek &lsquo;Nieuwe idee&euml;n voor oude gebouwen&rsquo; probeert zich te onttrekken aan deze hype, al zien de samenstellers de creatieve sector ook als een onmisbare factor voor stedelijke (her)ontwikkeling. De&nbsp;verschillende bijdragen bieden een stevige onderbouwing voor dit uitgangspunt. Het bijna driehonderd pagina&rsquo;s tellende boek staat boordevol analyses, internationale best practices en boeiende case studies op basis van proeftuinen in zeven steden, van de NDSM-werf in Amsterdam tot industrieterrein Hazemeyer in Hengelo. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090202_Kraanspoor.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Kantoorgebouw Kraanspoor in Amsterdam</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ten opzichte van veelgelezen boeken van bekende buitenlandse goeroes als <a href="http://www.charleslandry.com/" target="_blank">Charles Landry</a> (The Creative City) en <a href="http://creativeclass.com/richard_florida/" target="_blank">Richard Florida</a> (The Rise of the Creative Class) weet het beter de koppeling te maken tussen theorievorming en praktische toepassing. Interessante kost dus voor beleidsmakers en zeker een welkome aanvulling op alle bestaande literatuur. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Blinde vlekken</strong><br />Toch is wel wat aan te merken op het boek. Bijvoorbeeld op de objectiviteit van een aantal auteurs. De meeste auteurs hebben&nbsp;aan de wieg gestaan van creatieve gebouwen en gebieden. In een van de bijdragen staat dat er een sterk urgentiegevoel is om de creatieve economie in de eigen stad &lsquo;op de troon te zetten&lsquo;. Als loyale dienaren van &lsquo;Koning Creativiteit&rsquo; kunnen de auteurs de legitimiteit van deze verheven positie natuurlijk niet in twijfel trekken. Terwijl de zaligverklaring van de creatieve economie als motor voor stedelijke ontwikkeling een reeks vragen oproept.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat er eilanden van creatieve bedrijvigheid ontstaan zonder enige relatie met de omgeving? Denk aan de NDSM-werf, waar niemand woont en waar je &rsquo;s avonds een kanon kunt afschieten.&nbsp;</p>
<p>Kan een creatieve broedplaats ooit financieel onafhankelijk worden? Denk aan het veel bejubelde Kinetisch Noord dat de laatste jaren in financi&euml;le problemen raakte. Dit&nbsp;omdat de exploitatie van de broedplaats op de NDSM-werf niet kostendekkend was te krijgen. Uiteindelijk werd het door projectontwikkelaar De Principaal&nbsp;overgenomen. Of: hoe kun je creatieve mensen binden aan een wijk, terwijl ze op ieder moment hun laptop kunnen oppakken en zich op een andere plek &#8211; of zelfs in een andere stad of ander land &#8211; kunnen vestigen? Hoe staat het met de culturele diversiteit van creatieve milieus? Voorziet de sector ook in onderwijs en werkgelegenheid voor laaggeschoolden? En hoe ontwikkel je creatieve milieus in &lsquo;new towns&rsquo;, zoals de Bijlmer en Almere? Belangrijke vragen, waarop het boek niet direct antwoord geeft. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Deze blinde vlekken verklaren het gebrek aan (zelf)kritiek van de auteurs. Men wil afrekenen met de hype rond de creatieve stad, maar benadrukt vrijwel alleen de successen. De beschrijvingen van de zogenaamde proeftuinen&nbsp;eindigen steeds met een overzicht van de geleerde lessen, maar echt kritisch wordt het nooit. Het boek laat zo weinig ruimte voor discussie over de haalbaarheid en duurzaamheid van de creatieve milieus, want over het belang ervan valt kennelijk niet te twisten. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ook is er weinig aandacht voor de allesomvattende creatieve stad. De nadruk ligt&nbsp;sterk&nbsp;op creatieve milieus -&nbsp;afgebakende gebieden en gebouwen, van alle gemakken voorzien -&nbsp;voor een selecte creatieve klasse. Het is dus niet de vraag &oacute;f je de creatieve sector moet huisvesten, maar h&oacute;e je dat moet doen. Of, zoals de voormalige projectmanager voor de herinrichting van de Westergasfabriek het stelt: &ldquo;We weten nu dat creatieve economie het regenererend vermogen van (achterstands)wijken vergroot. (&hellip;) Creatieve economie zorgt voor waardestijging. Punt.&rdquo; Op die manier ben je snel uitgepraat. Het werkt, dus hup, aan de slag. Waar wacht je nog op? Ontwikkelen maar.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090202_creativefactory.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Het creatieve bedrijfverzamelgebouw </sup></em><a href="http://www.creativefactory.nl" target="_blank"><em><sup>Creative Factory</sup></em></a><em><sup> in Rotterdam-Zuid.</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Beperkte houdbaarheid</strong><br />Dit rotsvaste geloof in de waarde van de creatieve economie getuigt niet alleen van het geringe relativeringsvermogen van de auteurs, maar laat ook de beperkte houdbaarheid van veel van hun idee&euml;n zien. Want nu, ruim een half jaar na de verschijning van de eerste druk, zijn de economische voorspellingen in het boek alweer achterhaald door de actualiteit. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We leven plotseling in een wereld in crisis, die ook de creatieve economie hard raakt. Bijna alle spelers krijgen rake klappen, van hoog tot laag en van groot tot klein. De vastgoeddivisie van Heijmans heeft het Amsterdamse Oostenburgeiland moeten verkopen. Ontwikkelaar TCN heeft een groot deel van zijn medewerkers moeten ontslaan. OMA, het kantoor van de internationaal vermaarde architect Rem Koolhaas, heeft vijftig van zijn driehonderd medewerkers laten gaan en het gerenommeerde architectenbureau van Erick van Egeraat is zelfs failliet. Ook de kunstwereld en de culturele sector zetten zich schrap voor de grote shakeout. Dit alles kan niet zonder gevolgen blijven voor de investeringen en daarmee ook niet voor het geloof in de creatieve stad.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090202_Straatmuzikant.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>We leven in tijden van crisis, hoe houdt de creatieve sector het hoofd boven water? (foto: </sup><a href="http://www.flickr.com/photos/faceme/" target="_blank"><sup>FaceMePLS</sup></a><sup>)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Realistische literatuur voor crisistijden</strong><br />Met &lsquo;Nieuwe idee&euml;n voor oude gebouwen&rsquo; is geprobeerd om slimme strategie&euml;n aan te reiken voor stedelijke vernieuwing. De titel van het boek is direct ontleend aan het gedachtegoed van Jane Jacobs. Het was deze grand lady van de Amerikaanse stadssociologie en voorvechtster van de humane stadsontwikkeling, die letterlijk schreef dat oude gebouwen de noodzakelijke voorwaarde zijn voor nieuwe idee&euml;n. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Jacobs deed haar uitspraak in de jaren zestig, toen veel Amerikaanse steden gebukt gingen onder een economische crisis. In haar woonplaats New York raakten hele wijken in verval. Om deze stedelijke su&iuml;cide te stoppen, moesten oude gebouwen volgens haar gebruikt worden voor nieuwe vitale functies.<br />Alleen het hedendaagse Amsterdam of Hengelo is moeilijk te vergelijken met het New York van vijftig jaar geleden. Jane Jacobs leefde aan het begin van een economische cyclus, wij aan het einde ervan. Het gebruik van oude gebouwen was toen bittere noodzaak, nu is het vaak een voordelige keuze. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&lsquo;Nieuwe idee&euml;n voor oude gebouwen&rsquo; lijkt geschreven te zijn in de geest van Jane Jacobs, maar als ze nu nog leefde had ze zich als onvervalste stadsactiviste zeer waarschijnlijk onbegrepen gevoeld. Want, schrijft ze, &ldquo;economische groei is geen gegeven, je moet het verdienen door jezelf bij de veters op te tillen&rdquo; en &ldquo;alleen diversiteit zorgt voor creativiteit en innovatie.&rdquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Juist in tijden van crisis moet de creatieve sector zich niet opsluiten in haar eigen milieu. Creativiteit moet de straat op, de stad in, niet in een oud gebouw gaan zitten tot de bui over is. De creatieve sector kan zich niet langer isoleren in monumentale panden op exclusieve locaties. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090202_Streetlab.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Creativiteit moet de straat op, de stad in: Streetlab in Amsterdam Zuid-Oost (foto: Carla en Daniel Duclos)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Mijn voorspelling is dat deze geprivilegieerde positie de komende jaren (verder) onder druk komt te staan. De creatieve sector zal haar positie in de stad opnieuw moeten bevechten en moeten bedenken dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst bieden. &lsquo;Nieuwe idee&euml;n voor oude gebouwen&rsquo; is geschreven voor tijden van overdaad en luxe. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Mijn leestip voor de auteurs van het boek is dan ook <a href="http://www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=1901&amp;item_type=documentatie&amp;item_id=1515" target="_blank">&lsquo;The Death and Life of Great American Cities&rsquo;</a> van Jane Jacobs. Realistische en tijdsbestendige literatuur voor crisistijden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/creativiteit-in-tijden-van-crisis/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Regio’s in het middelpunt</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/regio’s-in-het-middelpunt/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/regio’s-in-het-middelpunt/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Feb 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/02/regios-in-het-middelpunt.jpg" /> In de ruimtelijke planning draait het opvallend vaak om het dichtbevolkte westen van ons land. We willen graag pieken in de delta. Die focus op de Randstad is natuurlijk niet]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de ruimtelijke planning draait het opvallend vaak om het dichtbevolkte westen van ons land. We willen graag pieken in de delta. Die focus op de Randstad is natuurlijk niet nieuw. Dat was ook al zo toen Herman Witte, toenmalig minister van Volkshuisvesting, in 1958 met &lsquo;De ontwikkeling van het Westen des Lands&rsquo; als eerste een lange termijn visie op de ruimtelijke inrichting van ons land presenteerde. Dit was de voorloper van de eerste nationale nota ruimtelijke ordening. Na vijftig jaar en vier nota&rsquo;s verder waarin een poging gedaan is om de ontwikkeling over het hele land te verdelen, richt het kabinet Balkenende IV zich met de structuurvisie Randstad 2040 en tal van andere nota&rsquo;s op het westen. Er is gekozen om de focus vooral te leggen op ontwikkeling van de Randstad. </strong></p>
<p>Op zich logisch, het zwaartepunt van veel actuele discussies over de inrichting van het land richt zich bijna uitsluitend op de Randstad, het zwaartepunt van onze delta. Maar het besluit om een solitaire visie op te stellen in een tijd van integrale planvorming en nieuwe netwerken lijkt ook een rare keuze, en zal het gevoel alleen maar versterken dat het in Den Haag alleen maar om de Randstad draait. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090209_P1000084.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup>Windmolens langs de snelweg A6 in de Flevopolder</sup></p>
<p>De structuurvisie Randstad 2040 staat nota bene vol met termen als &ldquo;verbinding&rdquo;&nbsp;en &quot;netwerken&quot; maar er wordt nauwelijks gerept over de relaties met overige regio&#8217;s in Nederland. Je zou bijna denken dat er twee Nederlanden bestaan: de Randstad en &lsquo;de rest van Nederland&rsquo;. Twee werelden die totaal verschillend zijn en los staan van elkaar. Door in de nieuwe lange termijn visie voor de inrichting van het land te kiezen voor de Randstad en niet voor een nieuwe Nota Ruimte hangen de regio&rsquo;s buiten de Randstad er maar een beetje verloren bij. En gaat men schijnbaar voorbij aan de ontwikkeling en dynamiek van de regio&rsquo;s. Zetten we hiermee een stap terug in de tijd? Is dit het bewijs van Randstad arrogantie?</p>
<p>Terecht of onterecht, het roept om een reactie vanuit de &lsquo;rest van Nederland&rsquo;. Een tegengeluid vanuit de regio&#8217;s. En dat is absoluut geen zielig verhaal. Of zoals de Groningse burgemeester Wallage het stelt: &ldquo;Wat jammer voor de Randstad dat ze niet zien wat ze missen.&rdquo; Wallage maakt zich vorig jaar op de <a href="../detail.php?id=213">Dag van de Ruimte</a> sterk voor de regio&rsquo;s buiten de Randstad:&nbsp; &ldquo;Maakt u zich over het Noorden geen zorgen, wij redden ons wel.&rdquo;&nbsp; Het lijkt een rechtstreekse aanval op de keuze van het kabinet. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090209_P1000156.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup>Landgoedwonen Skoatterw&acirc;ld in Heerenveen, ontwerp Sjoerd Soeters</sup> </p>
<p>Een en ander heeft in ieder geval tot gevolg gehad dat door heel het land plots visies worden gemaakt met 2040 als planhorizon. Van noord tot zuid zijn verschillende mensen bezig met het nadenken over de ruimtelijke toekomst. Maar we moeten ophouden allemaal afzonderlijk ons eigen plannetje te bedenken. Dat moeten we samen doen, want de ruimtelijke ordening van de toekomst zal in toenemende mate over grenzen heen moeten kijken. Bijvoorbeeld met het oog op de grote uitdagingen op ruimtelijk en demografisch gebied en de (verkeers)druk op de Randstad is het noodzakelijk om te kijken naar een groter plaatje. Om die reden organiseert RUIMTEVOLK op 6 maart een inspiratiedag voor de regio&rsquo;s. De ambitie is niet om daadwerkelijk een nieuwe visie voor &lsquo;de rest van Nederland&rsquo; te gaan produceren, maar om de discussie over de toekomstvisie te stimuleren en te prikkelen. Het gaat om inspiratie en bewustwording. RUIMTEVOLK pakt de handschoen op. Wie volgt? <br /><sup><br /></sup><em>In opmaat naar de inspiratiedag verschijnt op RUIMTEVOLK regelmatig een artikel plaat dat te maken heeft met de thema&rsquo;s die spelen in de regio&rsquo;s. Zie ook de <a href="../detail.php?id=271">aankondiging en het programma</a> van de inspiratiedag </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup>Top afbeelding: skyline van Heerlen, foto&#8217;s Bart Cosijn </sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/regio’s-in-het-middelpunt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verzekeringspolis voor een &#8216;mooi Nederland&#8217;?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/verzekeringspolis-voor-een-mooi-nederland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/verzekeringspolis-voor-een-mooi-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Feb 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Engeli Kummeling</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/02/verzekeringspolis-voor-een.jpg" /> Nederland verrommelt. Wie neemt daarvoor de verantwoordelijkheid en kan de welstand hierin een rol spelen? Deze vraag stond op 26 november 2008 centraal tijdens het door de Federatie Welstand georganiseerde]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nederland verrommelt. Wie neemt daarvoor de verantwoordelijkheid en kan de welstand hierin een rol spelen? Deze vraag stond op 26 november 2008 centraal tijdens het door de Federatie Welstand georganiseerde congres <a href="http://www.fw.nl/fw.php?L1=28">Samenspel</a>.</strong></p>
<p><strong>Verrommeling</strong><br />Ruimtelijke Ordening is hot. De inrichting van ons land staat tegenwoordig hoog op de politieke agenda en er is volop media-aandacht. Grote steden, vooral in de Randstad, zoeken in de post-vinextijd naar plekken om &lsquo;in te breiden&rsquo; ofwel om te verdichten, gestimuleerd en ondersteund door het Rijk.</p>
<p>Bevolkingsprognoses laten tegelijk zien dat het aantal inwoners in Nederland blijft groeien. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt relatief nog steeds sterk toe. Gemeenten kampen met een verouderde woningvoorraad. Kortom: er is in Nederland een kwalitatief woningtekort. Daarom blijft er een grote vraag naar geschikte locaties voor woningbouw. Onder meer de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/40_wijken_van_Vogelaar">krachtwijken</a> en transformatiegebieden zijn daarom aangewezen om de zo gewenste stedelijke verdichting vorm te geven.</p>
<p>Het natuurlandschap, maar ook het stedelijk landschap veranderen, schijnbaar ad hoc. Kranten staan bol van artikelen over de <a href="http://www.vn.nl/Binnenland/ArtikelBinnenland/MachteloosTegenDeVerrommeling.htm">verrommeling van Nederland</a>. Soms lijkt de angst te regeren. Wie waakt over de ruimtelijke kwaliteit en wie is aanspreekbaar? Gaan steden niet teveel op elkaar lijken door her en der torens te bouwen? <a href="http://www.coverdaas.nl/">Co Verdaas</a>, gedeputeerde voor de Provincie Gelderland, laat daarom zijn onvrede blijken over de verrommeling van Nederland. Zijn grootste bron van ergernis is de onduidelijkheid over wie de verantwoordelijkheid neemt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090209__DSL0080.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup>Thom de Graaf, burgemeester van Nijmegen opende het congres (foto: John Bohnen)</sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Nooit kan &eacute;&eacute;n enkele partij beslissen wat mooi of lelijk is, betoogt Verdaas. Het kunnen herkennen van kwaliteit vergt training. Daarom zou het ontwerp in planprocessen veel meer centraal moeten staan. Daarbij hoort volgens hem een vroegtijdige dialoog tussen bestuurders en ontwerpers. &ldquo;Wees aanspreekbaar en durf je kwetsbaar op te stellen, daar gaat het om&rdquo;, aldus Verdaas. Gedurende de dag onderschrijven de andere sprekers Verdaas&#8217; stellingen. Schoonheid is niet meetbaar, stellen zij, maar kwaliteit in architectuur kent wel degelijk een gemene deler. Daar zouden alle betrokkenen zich beter bewust van moeten zijn.</p>
<p>De <a href="http://www.vrom.nl/rijksgebouwendienst">Rijksgebouwendienst</a> van het ministerie van VROM doet openhartig verslag van de huidige welstandspraktijk en de vernieuwingen die zij recent heeft ingezet. Interessanter dan dat is echter de probleemstelling die de Rijksgebouwendienst ter afsluiting opwerpt: ons landschap raakt versnipperd en grote, opvallende bedrijventerreinen rukken op. Wat blijft er over van de schoonheid en identiteit van het Nederlandse landschap en de stad?</p>
<p><strong>Verantwoordelijkheid </strong><br />Om terug te komen op een belangrijke vraag: is de rol van welstand niet te eng geworden? Wat is dan ruimtelijke kwaliteit en wie is daar verantwoordelijk voor? In ieder geval is het Rijk zich schijnbaar bewust van zijn verantwoordelijkheden. Zo geeft het ministerie van VROM met de <a href="http://doemee.vrom.nl/">Structuurvisie Randstad 2040</a> en <a href="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=32952">Programma Mooi Nederland</a> een voorzet voor de nieuwe strijd tegen de verrommeling. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090209_P1020423.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup>Nieuwbouw langs de ring in Amsterdam (foto: Bart Cosijn)</sup> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De buitenlandse sprekers bevestigen dat Nederland voorop loopt met de kwaliteitswaarborging in de ruimtelijke ordening. De Vlaamse Rijksbouwmeester <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Smets">Marcel Smets</a> lacht hartelijk om het aangeharkte Nederland dat zich zorgen maakt over verrommeling. &ldquo;Kom maar eens in Belgi&euml; kijken,&rdquo; zo nodigt hij uit. &ldquo;In Vlaanderen heeft alleen Antwerpen een <a href="http://www.antwerpen.be/eCache/BTH/563.cmVjPTI2MjA.htm">welstandscommissie</a>&rdquo;. Andere Europese landen hebben evenmin eenduidig welstandsbeleid. In Frankrijk en Spanje bijvoorbeeld toetst de burgemeester de architectonische kwaliteit van bouwplannen.</p>
<p>Met de nieuwe Woningwet van 2003 is veel veranderd. De welstand is democratischer geworden: burgers kunnen bijvoorbeeld zitting nemen in een welstandscommissie. Het aanstellen van een Welstandscommissie is echter niet meer verplicht. Gemeentebestuurders kunnen zich ook laten adviseren door bijvoorbeeld een zogenaamde Stadsbouwmeester.</p>
<p>In de praktijk blijkt echter dat de meeste gemeenten hebben gekozen voor een Welstandscommissie. Henk Ovink, directeur nationale ruimtelijke ordening bij het ministerie van VROM, maakt hierop uit dat de welstand goed functioneert. Hij licht de aankomende veranderingen in de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) toe. &quot;Borging van ruimtelijke kwaliteit hoort structureel aan de voorkant van het proces te zitten. Het Rijk wil dat er een systeem komt van ruimtelijke kwaliteitswaarborging in het hele proces. In plaats van het achteraf toetsen van welstand en kwaliteit, is het tegenwoordig veel meer van belang om al in de voorfase kwaliteit te garanderen, stelt Ovink.</p>
<p>Als concreet voorbeeld noemt hij het <a href="http://www.vrom.nl/Docs/onderzoek/SchetsboekOS2028.pdf">Schetsboek Ruimte voor Olympische Plannen</a>. Volgens Ovink is het zinnig als ontwerpers de politieke context van hun werk leren begrijpen. &ldquo;We gaan stedenbouwkundigen en architecten opleiden voor de bureaucratie&rdquo; zegt hij. De TU Delft krijgt daarom een leerstoel die er aan moet bijdragen dat ontwerpers leren om te werken in een politiek-bestuurlijke omgeving.</p>
<p>Ook volgens rijksbouwmeester <a href="http://www.rijksbouwmeester.nl/over/liesbeth-van-der-pol.html">Liesbeth van der Pol</a> gaat ruimtelijke kwaliteit verder dan de toetsing van bouwplannen. In plannen van gebiedsontwikkeling bestaat er geen systeem van kwaliteitswaarborging, en dat ziet zij als een gemiste kans. &ldquo;Juist in de voorfase van planvorming is enorm veel te bereiken&rdquo;, aldus Van der Pol. Als rijksbouwmeester wil ze daarom nieuwe instrumenten ontwikkelen om ruimtelijke kwaliteit te waarborgen . </p>
<p><strong>Sleutel tot succes</strong><br />De sleutel tot succes is effici&euml;nt samenspel, door vanaf het begin van een plan de dialoog te voeren. Bij dit samenspel horen garantieafspraken over ruimtelijke kwaliteit, waarbij ook bestuurders verantwoordelijkheid dragen en moeten uitdragen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup>Top afbeelding: rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol (foto: John Bohnen)<br /></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/verzekeringspolis-voor-een-mooi-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De erfenis van tante Jane</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-erfenis-van-tante-jane/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-erfenis-van-tante-jane/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Feb 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paulette Verbist</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Vogelaar]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/02/de-erfenis-van-tante.jpg" /> Rotterdam kan een betere stad worden als zij de creatieve klasse omarmt, betoogt Paulette Verbist. Jane en Dany Jacobs zijn haar grote inspirators. Jane Jacobs for dummies, zo zou je]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Rotterdam kan een betere stad worden als zij de creatieve klasse omarmt, betoogt Paulette Verbist. Jane en Dany Jacobs zijn haar grote inspirators.</strong></p>
<p>Jane Jacobs for dummies, zo zou je het toegankelijke boekje De erfenis van tante Jane &#8211; wetenschap van en liefde voor de creatieve stad van Dany Jacobs kunnen noemen.  De tante uit de titel is een denkbeeldige wensdroom: <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jane_Jacobs">Jane</a> en <a href="http://www.han.nl/start/graduate-school/onderzoek/lectoraten-kenniskringen/economie-en-management/lector7/index.xml">Dany</a> Jacobs dragen weliswaar dezelfde achternaam en delen gezamenlijke interesses, maar zij was een Amerikaans-Canadese &#8216;self made&#8217; onderzoekster die stierf in 2006, hij een Belgisch bedrijfssocioloog. Momenteel bekleedt hij het lectoraat kunst, cultuur en economie aan de hogescholen Artez en HAN in Arnhem.  De twee Jacobsen hebben elkaar helaas nooit ontmoet; was dat wel gebeurd, dan zou die ontmoeting ongetwijfeld tot inspirerende discussies hebben geleid.</p>
<p>Ondanks het gebruik van veel verwijzingen leest deze weerslag van de openbare les, die Dany Jacobs in juni 2008 hield bij zijn aantreden als lector, bijzonder prettig weg. Zijn definitie van het begrip creatieve stad gaat verder dan die van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Richard_Florida">Richard Florida</a> Niet alleen de aanwezigheid van de 3 T&#8217;s &#8211; een mix van creatieven (talent), minderheden (tolerantie) en hoger opgeleiden (technologie) &#8211; is de succesfactor voor stadsontwikkeling, zoals Florida betoogt, maar zeker ook de zichtbaarheid van dwarsverbanden tussen bewoners, ondernemers, onderwijs, zorginstellingen enzovoort. Net zoals verbanden tussen gevestigde economische activiteiten en  creatieve, technische of sociale vernieuwers. Denk bijvoorbeeld aan samenwerkingsprojecten zoals in Dordrecht, waar bussen rijden op brandstof uit <a href="http://water.dhv.com/NL/waterbehandeling/afvalwater/Documents/Artikel%20Volkskrant.pdf">organisch afval</a>. Een creatieve stad is voor alles een dynamische stad, op sociaal, cultureel en economisch en ruimtelijk gebied.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090202_20090201_Jacobs-Moses.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sup>Op de foto staan Jane Jacobs en haar tegenspeler <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Moses">Robert Mozes</a>, de &#8216;master-planner&#8217; van New York, die grote infrastructurele werken realiseerde op een wijze die Jacobs radicaal afwees. (bron foto: Gotham Gazette)</sup></p>
<p><strong>Diversiteit</strong><br />
Als geestelijk erfgenaam mag Dany in zijn handjes knijpen. Het wetenschappelijk oeuvre van Jane is een omvangrijk stedenbouwkundig onderzoek, dat vooral gebaseerd is op eigen ervaringen en inzichten. Als inwoner van New York en Toronto in de jaren dertig tot zeventig van de vorige eeuw, een periode waarin de modernistische stedenbouw floreerde, schreef zij een serie standaardwerken waarmee ze gevestigde ideeën over ruimtelijke ordening op zijn kop zette. Ze kreeg hiervoor wereldwijd erkenning, zowel in de kring van vakgenoten als daarbuiten.</p>
<p>Jane ziet de stad als een organisch systeem dat zich op eigen kracht ontwikkelt. Haar observaties leiden tot de ingrediënten die een stad volgens haar moest hebben: hoge bebouwingsdichtheid, korte huizenblokken, dynamiek &#8216;op plintniveau&#8217; en diversiteit in bebouwing –bijvoorbeeld oud en nieuw, duur en goedkoop door elkaar. Die diversiteit maakt uiteenlopend gebruik mogelijk en dat leidt weer tot een bloeiend, onderling afhankelijk economisch systeem van bewoning en bedrijvigheid.</p>
<p>Modernistische stedelijke planning daarentegen, zoals we dat bijvoorbeeld in de Rotterdamse wijk <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Pendrecht">Pendrecht</a> kennen, leidt tot eenvormigheid. De diversiteit verdwijnt en de activiteit op plintniveau minimaliseert, met anonimiteit en onveiligheid als gevolg. Kortom: modernistische stedenbouw leidt tot een gebrekkige ruimtelijke inrichting, verlies van economische dynamiek, sociaal-culturele kaalslag en visuele armoede. Terwijl juist deze elementen de ingrediënten vormen voor een succesvolle stad, aldus Jane.</p>
<p>Dany plaatst de theorie van Jane op aansprekende wijze in de Nederlandse context, waarbij hij zich specifiek richt op Arnhem. Hij doet verrassende tips van de hand om Arnhem &#8211; met zijn vier <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/40_wijken_van_Vogelaar">Vogelaarwijken</a>, relatief veel hoger opgeleiden, maar ook relatief veel werklozen en segregatie in de stadswijken -  tot een betere stad te kunnen maken. De stad kan bijvoorbeeld zijn uitstraling drastisch veranderen wanneer de verffabriek van AkzoNobel en de talrijk aanwezige creatieven hun krachten bundelen, om zo de kwetsbare wijken een kleurrijker aanzien te geven.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090201_pact-op-zuid_25-03-2008.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sup>Bijeenkomst Pact op Zuid in Rotterdam op 25 maart 2008 </sup></p>
<p><strong>Links-liberaal</strong><br />
De theorie van Jane kan politiek gezien als links-liberaal worden bestempeld.</p>
<p>Links, omdat het benutten van de eigen kracht van de stadsbewoners voorop staat. Het is een pleidooi voor een bottom up-werkwijze die veel ruimte geeft aan inzichten van buurtbewoners. Zij weten wat goed is voor hun wijk en moeten zich kritisch opstellen wanneer de overheid een wijk laat verloederen of met grootschalige vernieuwingsplannen komt. Vooral als die plannen geen wortels hebben in de wijk.</p>
<p>Liberaal, omdat het stedelijk weefsel zich volgens Jane bij voorkeur zonder overheidsbemoeienis moet ontwikkelen. De overheid moet zich dienend opstellen en voorwaarden creëren zoals het leggen van de noodzakelijke verbindingen en het beschikbaar stellen van middelen voor ruimtelijke ingrepen.</p>
<p>Als PvdA-portefeuillehouder Buitenruimte in de <a href="http://www.centrumraad.rotterdam.nl/smartsite2033490.dws">Centrumraad</a> in Rotterdam spreekt het werk van beide Jacobsen mij aan. Ze brengen mij echter in verwarring als het gaat om mijn eigen rol. Als bestuurder zou ik me volgens Jane’s bottom up-theorie afzijdig moeten houden van autonome ontwikkelingen in onze woonwijken. Anderzijds ben ik gekozen door de bewoners van die wijken en verdedig ik met de Centrumraad de positie van de zittende bewoners tegenover het stadsbestuur. Bijvoorbeeld bij de planning en uitvoering van grote bouwprojecten, zoals de <a href="http://www.decalypso.nl/">Calypso</a>, de <a href="http://www.xs4all.nl/~couvreur/ned/rdam/architectuur/100jaar/1956.htm">Lijnbaanflats</a> en de nieuwbouw in het Scheepvaartkwartier</p>
<p>In de praktijk van alledag is het niet de politieke keus, maar de liefde voor de stad die de basis vormt voor vertrouwen tussen stadsbewoners en stadsbestuurders. Jane Jacobs ervaarde dat zelf zo en heeft er haar levenswerk op gebaseerd. Ze is hiermee voor mij een lichtend voorbeeld. Nieuwe verbindingen tussen verschillende groepen zijn inderdaad onontbeerlijk.</p>
<p><strong>Meer invloed creatieve economie</strong><br />
Met de Integrale Wijk Actie Programma&#8217;s (<a href="http://www.nieuwrotterdamstij.mediarotterdam.nl/onderdeel.php?id=24&amp;editieID=2">IWAPS</a>) &#8211; een soort wijkontwikkelingsscenario&#8217;s waarin relevante elementen vanuit sociale, ruimtelijke, economische en veiligheidsdisciplines samenkomen &#8211; hebben bestuurders en bewoners nu de kans om gewenste stadsvernieuwing uit te voeren. Het visuele aspect, dat volgens Jane onmisbaar is &#8211; denk aan aandacht voor aantrekkelijke buitenruimte, beeldbepalende gebouwen en creatieve uitingen &#8211; zou daar wat mij betreft onlosmakelijk mee verbonden moeten worden. Met de toevoeging van een visie op de rol van cultuur en participatie aan het Pact op Zuid, een jaar na de lancering van dit grootschalige stadsontwikkelingsproject, is dit inzicht door het stadsbestuur nog net op tijd onderkend. Kunstinstellingen en innovatieve ondernemers met internationale netwerken speelden hierin een belangrijke rol.</p>
<p>In het centrum, waar de creatieve dichtheid in tegenstelling tot in Rotterdam-Zuid maximaal is en vanzelfsprekend onderdeel vormt van het dagelijks leven, zou die stap eenvoudig te maken moeten zijn. Of veel kunstinstellingen, die een belangrijke rol vervullen in de creatieve sector, zich in deze opvatting kunnen vinden is echter een tweede. Voor een aantal van hen geldt &#8211; tot op de dag van vandaag &#8211; het credo l&#8217;art pour l&#8217;art. Zij vinden iedere verbinding met doelen die buiten de kunst liggen louter instrumenteel, en daarmee niet relevant. De kunstwereld heeft nu juist een unieke kans om uit zijn isolement te komen en meer betekenisvolle verbindingen aan te gaan. Van verheffing van het volk naar verheffing van de stad!</p>
<p>Ik pleit er voor om de IWAPS, waarvan elke Rotterdamse wijk er één krijgt, te benutten om creativiteit meer invloed toe te kennen in de Rotterdamse  stadsontwikkeling. De kennis van een lector als Dany Jacobs zou Rotterdam daarbij goed kunnen gebruiken. Welke universiteit of hogeschool in Rotterdam gaat deze uitdaging aan?</p>
<p><sup>Dany Jacobs, <em>De erfenis van tante Jane</em>, 2008, Arnhem : ArtEZ Press, €24,50</sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-erfenis-van-tante-jane/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Rijksmuseum op de knieën</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-rijksmuseum-op-de-knieen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-rijksmuseum-op-de-knieen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Jan 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/01/het-rijksmuseum-op.jpg" /> Het huis van de Nachtwacht ondergaat al enige jaren groot onderhoud. In 2003 ging het Rijksmuseum dicht om grondig te worden gerenoveerd. Maar onenigheid over het ontwerp, ruzie, een mislukte]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het huis van de Nachtwacht ondergaat al enige jaren groot onderhoud. In 2003 ging het Rijksmuseum dicht om grondig te worden gerenoveerd. Maar onenigheid over het ontwerp, ruzie, een mislukte aanbesteding en meer, maken dat het nog steeds onduidelijk is wanneer het instituut weer opengaat. Zo valt te zien in de documentaire <em>Het nieuwe Rijksmuseum</em>.</strong></p>
<p>De camera volgt een man met een bouwhelm op. Langs een houten trap daalt hij af in de toekomstige entreehal van het Rijksmuseum. De duif die hij probeert te vangen fladdert op en gaat een eind verder rustig door waar ze mee bezig was. Dan wordt het weer stil. Een sc&egrave;ne later: &quot;It is very sad, to go to the building and hear the silence there.&quot; Aan het woord is Antonio Ortiz, &eacute;&eacute;n van de twee Spaanse architecten die het ontwerp voor de verbouwing van het Rijksmuseum gemaakt heeft. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090126_Rijks_4.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Still uit de documentaire Het nieuwe Rijksmuseum van Oeke Hoogendijk </sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ortiz figureert in een bijzondere documentaire van Oeke Hoogendijk die begin januari door de NPS is uitgezonden. De documentaire geeft een ontluisterend beeld van de gang van zaken tijdens de verbouwing van het museum van 2005 tot 2008. </p>
<p>Sinds de opening in 1885 is het museum als het ware dichtgegroeid. Om meer tentoonstellingsruimte te maken zijn ooit extra wanden en vloeren aangebracht. Die worden er nu weer voor een groot deel uitgesloopt. Maar zo krachtig als het door Pierre Cuypers ontworpen museum als stedelijk object is, zo wispelturig wordt omgegaan met de plannen die de architecten nu maken. Een succesvolle lobby om de fietsroute onder het museum door te behouden heeft een grote impact op Spaanse ontwerp voor de nieuwe ingang. </p>
<p>Verantwoordelijk voor deze campagne is het comit&eacute; &#8216;Red de onderdoorgang&#8217; waar onder andere de Fietsersbond in zit. Met een emotioneel betoog weet een vertegenwoordiger van de bond de raadsleden van stadsdeel Oud-Zuid in de documentaire ervan te overtuigen dat het ontwerp aangepast moet worden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090126_Rijks_3.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Still uit de documentaire Het nieuwe Rijksmuseum van Oeke Hoogendijk&nbsp;</sup></em> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ook de welstandscommissie van het stadsdeel doet lastig. De leden zijn niet overtuigd van het ontwerp voor een studiecentrum bij het museum en maken een voorbehoud. &quot;Hoe ziet dat rooster eruit? Doet het iets met de tuin of is het een abstract rooster?&quot;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De projectleider voor de verbouwing schudt vertwijfeld het hoofd. En de architect snapt niet waarom niemand echte risico&#8217;s durft te nemen. &quot;Dit is te Hollands voor mij.&quot; Bijna besluiten de ontwerpers om zich uit het project terug te trekken. &quot;Dit is geen democratie, dit is een aanfluiting van de democratie,&quot; reageert Ortiz. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090126_rijksmuseum-1.png" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sup>Het definitieve ontwerp voor de onderdoorgang met de fietsersrout, ontwerp Cruz y Ortiz arquitectos </sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dat de betrokkenen voor de camera zo openlijk kritiek uitoefenen maakt de documentaire bijzonder. We zien verslagen curatoren wanneer directeur Ronald de Leeuw tijdens de verbouwing zijn vertrek aankondigt, en desillusie op de gezichten van de ontwerpers en medewerkers van het museum. </p>
<p>Bij het Nieuwe Rijksmuseum zijn veel daadkrachtige mensen betrokken. Maar die werken elkaar zodanig tegen dat het eindresultaat middelmatig is. Iedereen krijgt een beetje zijn zin en daarom eigenlijk niemand. Het Rijksmuseum is het sterkste merk van Nederland, blijkt uit onderzoek. Deze documentaire laat zien dat we in Nederland geen idee hebben hoe we met een dergelijke status moeten omgaan.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-rijksmuseum-op-de-knieen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Babylonische Toren van de ruimtelijke ordening</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-babylonische-toren-van-de-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-babylonische-toren-van-de-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Jan 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anouk Eigenraam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/01/de-babylonische-toren.jpg" /> Iedere sector kent zijn eigen jargon; het taaltje dat alleen mensen in het vakgebied spreken en begrijpen. Voor een buitenstaander klinkt dat soms als koeterwaals in de oren. Jargon kan]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Iedere sector kent zijn eigen jargon; het taaltje dat alleen mensen in het vakgebied spreken en begrijpen. Voor een buitenstaander klinkt dat soms als koeterwaals in de oren. Jargon kan handig en effici&euml;nt zijn: iedereen in het vak weet precies wat iemand bedoelt, een half woord is genoeg. Maar wat als iedereen d&eacute;nkt te weten wat met bepaalde termen bedoeld wordt, maar niemand eigenlijk meer precies de betekenis weet? Is dat niet wat er aan de hand is in de ruimtelijk ordening?<br /></strong><br />Sinds ik als eindredacteur bij RUIMTEVOLK ben betrokken, krijg ik met enige regelmaat formuleringen onder ogen waar ik met de beste wil van de wereld geen chocola van kan maken. Om een idee te geven hier enkele voorbeelden: &lsquo;Ontwikkelaars in New York krijgen een bonus als ze een handreiking doen aan het stedelijk leven&rsquo;, of &rsquo;de identiteit van de publieke ruimte moet de kans krijgen om, terug te stralen naar de architectuur&rsquo;, en &lsquo;het winkelen is geoptimaliseerd&rsquo;. </p>
<p>Een &lsquo;handreiking doen&rsquo;, is dat net zoiets als een gouden handdruk? Bij &lsquo;identiteit die terugstraalt naar architectuur&rsquo; krijg ik associaties met Star Trek en &rsquo;beam me up, Scotty&rsquo; en sinds wanneer is het optimaliseren van winkelen een activiteit? Dat moet interessante conversatiestof geven op een borrel: &ldquo;En wat doe jij zoal in het dagelijks leven?&rdquo; &ldquo;Wel, ik optimaliseer het winkelen.&rdquo; Ondertussen is nog steeds onduidelijk of het nu betekent dat winkels makkelijker bereikbaar zijn met openbaar vervoer, de stoeprand is verlaagd,&nbsp; etalages aantrekkelijker zijn of dat iemand meerdere creditcards heeft.
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090121_Brueghel-tower-of-babel.png" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup>Schilderij &#8216;De toren van Babel&#8217; door Pieter Bruegel </sup></p>
<p>Ook de vele advies- en projectbureaus binnen het veld van de ruimtelijke ordening grossieren in algemeenheden op hun sites. En daarin schuilt het gevaar. Want het zijn wel deze bureaus die overheden inhuren om probleemwijken aan te pakken, visies op stadsvernieuwing te schrijven, of bedrijventerreinen op nieuw in te richten. Wat te denken van de volgende tekst waarin een bureau zijn aanpak omschrijft:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Wij zijn de smeerolie in de regie van verschillende betrokken professionals. Die regie gebeurt vanaf de woonvloer, in de gemeenschappelijke openbare ruimte. De woonkwaliteit omhoog krikken, d&aacute;t is het perspectief voor de aansturing. Wij maken eerst een gedegen analyse en bieden daarna diverse scenario&rsquo;s op verschillende niveaus met geformuleerde doelen en ambities. De opdrachtgever maakt vervolgens een keuze en op basis daarvan maken we een werkplan.&rdquo; </p>
<p>Ik zie die ambtenaar bij VROM al denken: &lsquo;Dat is nog eens waar voor je geld: een analyse, meerdere scenario&rsquo;s MET doelen en ambities EN ook nog eens een werkplan! En dat alles voor dezelfde prijs, kom daar nog maar eens om in tijden van crisis.&rsquo; </p>
<p>Het enige wat nog ontbreekt in de beschrijving van deze werkwijze zijn woorden als &lsquo;bewonersparticipatie&rsquo; en &lsquo;vitaal opdrachtgeversschap&rsquo;, om nog een paar van die platgetreden paden te noemen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een woord als &lsquo;participatie&rsquo; in zowat ieder projectvoorstel wordt geslingerd onder het motto &lsquo;het &lsquo;klinkt leuk&rsquo;. Maar bedoelen corporaties, overheden, maatschappelijk werk, projectontwikkelaars, architecten en planologen er wel allemaal hetzelfde mee?</p>
<p>Ruimtelijke ordening is een vakgebied waar meerdere disciplines en partijen betrokken bij zijn. En juist daarom lijkt het me noodzakelijk om dezelfde taal te spreken. Waarom blijven steken in al dat vage en verhullende taalgebruik? Zeg gewoon waar het op staat. Benoem man en paard, en het beestje bij de naam. Zeg niet: &lsquo;een selectieve selecterende sociale uitwerking&rsquo;, maar: &lsquo;het weren van lage inkomensgroepen&rsquo;. Dat voorkomt verkeerde aannames, onduidelijkheden en dwingt tot scherpte. Anders ben ik bang dat we met z&rsquo;n allen aan het bouwen zijn aan een hele grote toren van Babylon. En we weten allemaal wat daarvan is gekomen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-babylonische-toren-van-de-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Polderdiva&#8217;s in de bocht</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/polderdivas-in-de-bocht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/polderdivas-in-de-bocht/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Jan 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/01/polderdivas-in-de.jpg" /> Lelystad en Almere worstelen al sinds hun geboorte op de tekentafel met hun imago. Recent is zowel over Lelystad als Almere een boek uitgekomen. Uit de reacties op beide boeken]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Lelystad en Almere worstelen al sinds hun geboorte op de tekentafel met hun imago. Recent is zowel over Lelystad als Almere een boek uitgekomen. Uit de reacties op beide boeken blijkt maar weer eens dat de poldersteden overgevoelig zijn voor kritiek van de buitenwereld.</strong></p>
<p>Zeg nooit tegen ouders dat hun kind lelijk is, of ze zullen reageren als door een adder gebeten. Precies zo is de reactie van Almere en Lelystad, steden die in de ogen van de gemiddelde Nederlander toch niet echt het toonbeeld van schoonheid zijn. Toen Volkskrant-lezers Almere begin 2008 kozen tot &#8216;Lelijkste stad van Nederland&#8217;, reageerde de stad hooglijk verbaasd en enigszins beledigd. De <a href="http://www.lelijkstestadvannederland.nl/" target="_blank">tegenaanval</a> werd gelijk ingezet. Burgemeester Annemarie Jorritsma plaatste in de aanloop naar de verkiezing tot lelijkste stad van Nederland prompt een advertentie in de krant waarin ze mensen opriep niet op Almere te stemmen voor er zelf te zijn geweest. Het mocht niet baten.</p>
<p>Lelystad reageerde eind jaren tachtig precies op dezelfde manier, toen in de pers negatieve verhalen over de stad verschenen. Zo noemde weekblad Vrij Nederland Lelystad in 1989 een ‘spookstad’ en een ‘dorre Gazastrook’. Toen De Telegraaf boven een artikel over misstanden in de polderstad  kopte met: ‘Lelystad is eng!’ plaatste de gemeente Lelystad een enthousiast verhaal over de stad met als kop: ‘Lelystad is enig’. Bewoners van de stad werden opgeroepen een kopie van de advertentie achter de ramen te hangen. Het was propaganda die in het communistische tijdperk niet had misstaan.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090109_suyderseeboulevard-lelystad.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Hoewel de media-aandacht misschien niet altijd even genuanceerd is, helemaal onterecht is het ook weer niet. Er is natuurlijk wel een en ander op beide steden aan te merken. Al in 1951, voordat de Flevopolders überhaupt waren drooggelegd, twijfelden sommige leden van de Zuiderzeeraad of de toekomstige hoofdstad van de provincie wel moest worden vernoemd naar de grote Cornelis Lely, de geestelijk vader van de Zuiderzeewerken. De Zuiderzeeraad, die de regering adviseerde inzake de Zuiderzeewerken,  stelde dat als de stad zich niet naar verwachting zou ontwikkelen, het minder gelukkig zou zijn Lely’s naam aan die stad te verbinden. De geschiedenis gaf de raad gelijk. Veertig jaar later gaf Elisabeth, de kleindochter van Cornelis Lely, in een interview aan dat ze voor geen goud zou willen wonen in de stad die is vernoemd naar haar grootvader.</p>
<p><strong>Hoop<br />
</strong>Ondanks die vermeende lelijkheid is toch een verschil tussen beide steden op te merken: In Lelystad lijkt alle hoop vervlogen. Terwijl Lelystad, niets was, niets is, en het volgens velen ook nooit wat zal worden, straalt Almere hoop uit. Almere is nog steeds de stad van de toekomst. Het kan in Almere, zoals de leus van de gemeente luidt. Dit beeld komt ook naar voren in beide boeken, die recent zijn verschenen over de twee lelijke eendjes.</p>
<p>In het boek <a href="http://www.conserve.nl/video/almere.html" target="_blank">‘Ik woon in Almere’</a> schrijft Peer Ulijn over de dag eind jaren negentig toen hij met zijn vrouw een huis ging bekijken in Almere. Mevrouw Ulijn wilde er nog niet ‘dood gevonden worden’. Jaren later verhuisden ze toch naar Almere en net zoals ex-rokers fel anti-roken kunnen worden, zo is Ulijn inmiddels een fervent supporter van Almere. Hij verbaast zich erover dat het slechte imago van de Almere zo hardnekkig standhoudt.</p>
<p>Hoewel het boek vol enthousiasme is geschreven, ontbreekt elke vorm van reflectie. Het lijkt meer een grote reclamefolder. Als lezer zou je bijna denken dat Ulijn in dienst is van de gemeente. Die greep het boek dan ook gelijk aan voor een staaltje stadspromotie en bestelde &#8211; ongelezen –duizend exemplaren. Het mag geen verbazing wekken dat burgemeester Jorritsma stond te juichen bij de presentatie van het boek.</p>
<p><strong>Troosteloos<br />
</strong>Hoe anders waren de reacties een stukje verderop in de polder. In de autobiografische roman <a href="http://www.uitgeverijprometheus.nl/result_titel.aspid=2230" target="_blank">‘Lelystad’</a> van Joris van Casteren wordt de troosteloosheid van de polderstad genadeloos blootgelegd. Van Casteren vervlecht zijn persoonlijke geschiedenis met de geschiedenis van de stad, die nooit uitgroeide tot de gedroomde bekroning van de Zuiderzeewerken. Het ‘project Lelystad’ is volgens van Casteren mislukt.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090109_lufo-lelystad.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Het <a href="http://www.lelystad-stadshart.nl" target="_blank">centrum van Lelystad</a> met het opvallende nieuwe theater</sup></em></p>
<p>Het boek van Van Casteren is gemengd ontvangen. Sommige Lelystatters voelen zich diep gekrenkt door het geschetste beeld. In de recent uitgezonden aflevering van <a href="http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/40879135/" target="_blank">Andere Tijden over Lelystad</a> wordt Van Casteren door een oud-klasgenoot verweten dat hij de stad ten schande heeft gemaakt.</p>
<p>Lelystad zou nog eens goed moeten kijken naar het boek van Van Casteren, veruit het interessantste van de twee. Voor iedereen die werkt aan de toekomst van een stad zou het verplichte kost moeten zijn. ‘Lelystad’ schept een eerlijk en realistisch beeld van een stad vol pioniers en idealisten. Een stad waarbij fouten zijn gemaakt, maar waar ook veel is geleerd van het verleden. Een prachtig tijdsbeeld van een polderstad zoals in Van Casteren’s boek, dien je beter te koesteren. En dus kunnen de twee polderdiva’s beter ophouden hun imago met overdreven positivisme te corrigeren.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/polderdivas-in-de-bocht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Stop de herstructureringstrein!&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-herstructureringstrein/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-herstructureringstrein/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Jan 2009 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anne Hemker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2009/01/stop-de-herstructureringstrein.jpg" /> Het beeld van de naoorlogse stad als monotone woonwijk maakt de grootschalige aanpak van de tuinsteden haast bij voorbaat gelegitimeerd. Maar volgens de auteurs van de Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het beeld van de naoorlogse stad als monotone woonwijk maakt de grootschalige aanpak van de tuinsteden haast bij voorbaat gelegitimeerd. Maar volgens de auteurs van de <a href="http://www.trancity.nl/default.asp?contentID=536" target="_blank">Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam</a> gaan we daarmee te snel voorbij aan het eigen gezicht van de naoorlogse stad. De atlas levert inzichten op die bestuurders, beleidsmakers, ontwerpers en ontwikkelaars niet zomaar naast zich neer kunnen leggen.</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tuinsteden hebben nauwelijks fans. De naoorlogse gedroomde idealen van deze wijken zijn&nbsp;volledig versleten. En dat terwijl juist de tuinstad ons een halve eeuw geleden moest verlossen van de opeengestapelde kleine arbeiderswoningen in de stinkende stadse wijken. De naoorlogse wijken komen nu vooral negatief in het nieuws, met items over hangjongeren en criminaliteit. De fysieke opzet van de wijk &ndash; veel publieke ruimte met brede lange straten, hoogbouw en openbaar groen &ndash; krijgt daarbij nogal eens de zwarte piet toegespeeld.&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Toch moeten we niet te hard voorbij gaan aan de kwaliteiten van de naoorlogse stedenbouw. Zo is in de film A Perfect Day van <a href="http://www.inovervecht.nl/kunstenaar.php?item=6" target="_blank">Neeltje ten Westenend</a> &ndash; over de relatie tussen de hoogbouw en de buitenruimte in de Utrechtse naoorlogse wijk Overvecht -&nbsp; prachtig te zien hoe bewoners zich tevreden bewegen in hun woning, hoog verborgen tussen veel lucht en groen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090105_publiek_domein.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In het huidige tijdsgewricht luidt het credo: compacte stad. Multifunctioneel en kleinschalig bouwen is nu de toverformule voor succesvolle steden. Binnenstedelijk bouwen, ofwel verdichten, is de huidige opdracht.&nbsp;De afgelopen tien jaar heeft die binnenstedelijke bouwambitie ons overigens toch weer allerlei suburbane woonwijken opgeleverd, zoals te lezen valt in de recent uitgebrachte <a href="http://www.vinexatlas.nl/" target="_blank">Vinex Atlas</a> (010 Publishers, 2008). Hoewel deze wijken ditmaal bestemd zijn voor de (hogere) middenklasse, zijn de <em>unique selling points</em> ook hier: ruim wonen, met veel groen en toch dichtbij de stad. Waar doet dit aan denken?&nbsp;Een extra reden om nog eens goed te kijken naar&nbsp;de suburbane naoorlogse wijken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Beter kijken</strong><br />De Atlas Westelijke Tuinsteden&nbsp;van Ivan Nio, Arnold Reijndorp en Wouter Veldhuis doet precies dat. Hoewel het woord atlas een overzicht van&nbsp;harde gegevens doet vermoeden, is het&nbsp;juist geen droge opsomming. Integendeel, de publicatie roept op tot beter kijken naar de fysieke vorm van de naoorlogse stad in relatie tot het alledaagse leven, de routines van bewoners, ondernemers en bezoekers. De auteurs hebben het negatieve beeld van het leven in de naoorlogse stad willen nuanceren. De naoorlogse stad mag dan de naam hebben van monotoon en saai, daar valt volgens Nio, Reijndorp en Veldhuis&nbsp;flink op af te dingen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Verschuivingen in de bevolkingssamenstelling hebben gezorgd voor een nieuw gebruik van de openbare ruimte en daarmee nieuwe sociaal-culturele betekenissen aan de publieke ruimte gegeven. Oud-bewoners, migranten en nieuwe stedelingen eigenen straten, pleinen, parken, winkels en andere collectieve plekken op hun manier toe. De vluchtige bezoeker merkt dit&nbsp;niet zo snel op, maar de culturele uitwisseling geeft allerlei &#8211; soms onvermoede &#8211; kwaliteiten prijs van de open ruimte. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090105_straatleven.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong><br /></strong>Zo blijkt uit de Atlas dat de jarenlang verfoeide collectieve tuinen herontdekt worden door nieuwe bewoners. Ook de buurstrips leven op met winkeltjes van allochtone ondernemers. Helaas wordt dit ontmoedigd door de planning van winkelconcentratiegebieden. Weliswaar is dit beleid een logisch resultaat&nbsp;van eerdere leegstand, toch zou het ontmoedigingsbeleid nu&nbsp;moeten worden omgekeerd. Zie hier de hinderende macht van langlopende structuurvisies versus de dynamiek van de stad. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Routines</strong><br />Een ander punt van de auteurs is dat de leefbaarheid in naoorlogse steden&nbsp;niet per se beter wordt&nbsp;met grote ingrepen. Kleinschalige (tijdelijke) programma&rsquo;s en interventies kunnen voldoende zijn. Voor dit soort&nbsp;inzichten&nbsp;moeten we&nbsp;wel nauwkeurig kijken naar de alledaagse routines van mensen op specifieke plekken. Neem de grote parken in Nieuw West. Deze kunnen&nbsp;veel beter functioneren als publiek domein door een kleine ingreep als het plaatsen van een kiosk, aldus de auteurs.&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ten derde noemen ze de&nbsp;sociale aspecten binnen de stedelijke vernieuwing. Zeker, er&nbsp;is inmiddels veel meer aandacht voor dan vroeger. Toch wordt nog weinig de link gelegd met de fysieke context van de naoorlogse stad. Specifieke kwaliteiten en kansen van de naoorlogse stad blijven zo onbesproken; de herstructurering van de naoorlogse stad gaat maar door. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20090105_atlas1.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong><br /></strong>De auteurs leggen in de atlas een belangrijke relatie tussen de manier van leven in de openbare ruimte van deze wijken en de stadsvernieuwing. Dit levert inzichten op die interessant zijn voor de situatie in Amsterdam Nieuw West, maar die evengoed toepasbaar zijn voor andere naoorlogse wijken. De fysieke opzet, demografische ontwikkelingen en bestuurlijke ambities zijn er immers vaak vergelijkbaar.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De opgave is nu om de bevindingen uit de atlas te laten doorklinken in beleid. De auteurs willen met de atlas bijdragen aan een meer genuanceerde discussie onder professionals en politici over de betekenis en kwaliteiten van de naoorlogse stad en daarmee zonodig het beleid corrigeren. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Onconventioneel</strong><br />De atlas als beleidsinstrument is een interessante en onconventionele handreiking. Planners en bestuurders kunnen gewoonlijk immers niet goed overweg met de verhalende en specifieke resultaten van kwalitatief onderzoek. Ambities worden liever gebaseerd op de waarheid van het grote getal uit kwantitatief onderzoek en omgezet in lange termijn plannen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de atlas zijn kwalitatieve bevindingen van de geleefde stad echter inzichtelijk en concreet gemaakt in kaarten. Daarmee biedt de atlas een interessant&nbsp; communicatiemiddel en een nieuwe bron voor het maken of corrigeren van beleid. Alleen de stap naar beleid wordt in de atlas niet gemaakt. Het veld is aan zet. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup><strong>Studiedag<br /></strong>Op maandag 12 januari organiseerde Trancity een studiedag over de atlas met als titel <a href="http://www.trancity.nl/atlas-studiedag" target="_blank">Naoorlogse stad, gepland en geleefd</a>.&nbsp;</sup></em><em></em><em><a href="http://www.trancity.nl/atlas-studiedag"><em></em></a></em></p>
<p><sup><em>Publicatie Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam &#8211; De geplande en de geleefde stad<br />Ivan Nio / Arnold Reijndorp / Wouter Veldhuis<br />Uitgave van <a href="http://www.trancity.nl" target="_blank">Trancity</a> in samenwerking met de EFL Stichting</em> </sup></p>
<p><sup><em>Het beeldmateriaal bij dit artikel is afkomstig uit de besproken atlas.</em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-herstructureringstrein/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8230; en wat wilde Wieringen?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/en-wat-wilde-wieringen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/en-wat-wilde-wieringen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 31 Dec 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>André Schaminée</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/12/en-wat-wilde-wieringen.jpg" /> Veel megaprojecten leiden tot teleurstelling, onbegrip of onbehagen bij omwonenden. Het toekomstige Wieringerrandmeer is daar een goed voorbeeld van. Een column van André Schaminée. We staan in een uitgestrekte polder,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Veel megaprojecten leiden tot teleurstelling, onbegrip of onbehagen bij omwonenden. Het toekomstige Wieringerrandmeer is daar een goed voorbeeld van. Een column van André Schaminée.</strong></p>
<p><em>We staan in een uitgestrekte polder, omringd door schapen en wind. We kijken om ons heen. “Kun je je voorstellen dat waar we nu staan, binnenkort de bodem van een meer is?”, vraag ik. “En dat de schapen vissen zijn?” antwoordt ze, terwijl ze een bruine lok achter haar oor stopt. “Nauwelijks. Maar het zal me wat. Of het nou gras is met schapen of een meer met vis, ik kom hier niet meer terug. Het blijft het einde van de wereld. Mijn toekomst begint pas een heel stuk verderop.” </em></p>
<p>Mijn goede vriendin A. is aan de toekomstige oevers van het <a href="http://www.wieringerrandmeer.nl/" target="_blank">Wieringerrandmeer</a> opgegroeid. Ze heeft me vandaag meegenomen en ze laat me een prachtig, maar desolaat gebied zien. Zelfs met de brochure van de hier te bouwen luxe woningen voor ogen, kan ik me niet voorstellen hoe het er hier uit gaat zien. Wij rijden door de polder en door dorpen met namen als Hippolytushoef en Stroe. Kleine dorpen waar het leven op het eerste oog is zoals elders; de buren groeten elkaar, er is een bakker en een kerk met een kroeg. Toch huist achter dat beeld een zorgelijke toekomst. De jongeren trekken weg, er is te weinig werk en te veel drank en drugs.</p>
<p>Het is de provincie die de toekomst niet afwacht en samen met marktpartijen ingrijpt. Liefst 300 miljoen investeren zij in een enorme gebiedsontwikkeling. Een Randmeer en de bouw van dure woningen op diens toekomstige oevers moeten het het gebied een economische impuls moet geven.</p>
<p>Ze hebben de vlag niet uitgehangen, de bewoners rond en in het toekomstige randmeer. In tegenstelling, voor menig raam hangt een affiche met de tekst <a href="http://steeceeters1.st.funpic.de/2008/protestenwieringerrandmeer/wieringen/index.html" target="_blank">WieringerRAMPmeer</a>. Niet dat de bewoners gewapend met hooivorken de straat optrekken overigens. Zo werkt het hier blijkbaar ook weer niet.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081217_wieringen1.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>De tweede kop koffie smaakt net zo goed als de eerste. A.’s vader slurpt hem tevreden naar binnen, slechts overstemd door de keukenklok. “Vroeger”, vertelt hij,” was er op een nacht eens een hels kabaal te horen vanaf zee. Het hele dorp is toen in allerijl naar de dijk gerend. Het water lag vol met grote schepen en overal klonk gebrom. Niemand begreep er iets van. Een enkeling dacht dat het oorlog was. Uiteindelijk bleek dat men was begonnen met de aanleg van de Afsluitdijk. Wisten wij veel? Niemand had ons iets verteld.”</em></p>
<p>Het megalomane project is niet in één keer bedacht, maar over jaren. De bewoners waren in slaap gesust toen, gevoelsmatig, plotseling in de krant te lezen was dat het Randmeer er zou gaan komen. Het gevolg was dat menigeen zich vanaf het eerste moment van communiceren niet betrokken voelde. De informatieavonden die daarna volgden werden matig bezocht. Want, zo was de redenering, wat viel er nou helemaal nog naar de hand te zetten?</p>
<p>Hoe maak je dat omwonenden een gebiedsontwikkeling die niet aansluit bij de lokale maat, toch omarmen? Er zijn mij geen voorbeelden bekend van vroegtijdige of brede bewonersparticipatie bij grootschalige gebiedsontwikkelingen. Waar in de stedelijke vernieuwing met burgerparticipatie inmiddels ruime ervaring is opgedaan en gesproken wordt van <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Empowerment" target="_blank">empowerment</a> &#8211; ontwikkeling met de bewoners aan het roer &#8211; staat dit aspect bij gebiedsontwikkelingen nog in de kinderschoenen. Het helpt natuurlijk ook niet dat zo’n gebiedsontwikkeling voor de initiatiefnemers al dermate complex is, dat alle aandacht in de juridisch en financieel ingewikkelde PPS-constructie en het meerlagige besluitvormingstraject gaat zitten.</p>
<p>De bewoners die ik spreek zijn helemaal niet tegen verandering. Ze hebben moeite om de link tussen de gebiedsontwikkeling en hun eigen situatie te blijven zien. Een grootschalige gebiedsontwikkeling als het Wieringerrandmeer is voor hen niet geslaagd op het moment dat het wordt opgeleverd. Het is geslaagd als het hen verder helpt. En dat begint al voor en tijdens de realisatie.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081217_wieringen2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>“Weet je, ik vind het mooi dat ze het zo goed met ons voor hebben. Maar laat ze dan consequent zijn. Laat de aannemers uit de streek de huizen bouwen in plaats van Polen of aannemers uit Amsterdam. Laat de installateurs uit het dorp de klussen doen. Maar het lijkt er niet op dat het ons direct werk oplevert. Er komen huizen die wij niet mogen bouwen en die onze kinderen niet kunnen betalen. Niemand heeft ons tot nu toe uit kunnen leggen hoe een Randmeer met dure woningen een antwoord is op onze problemen.” Dan heeft A’s broer er genoeg van. “Pa, hou op met dat gebrom. Er komen nieuwe mensen en met een beetje geluk zit er ook nog ergens een leuke dochter bij. Kan ik eindelijk ’s avonds eens brommers gaan kijken.”</em></p>
<p><em><sup>Afbeeldingen: Arabella McQuinten</sup></em></p>
<p><em> </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/en-wat-wilde-wieringen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het geheim van Hamburg</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-geheim-van-hamburg/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-geheim-van-hamburg/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Dec 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Baugruppen]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Hamburg]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/12/het-geheim-van-hamburg.jpg" /> Waar in Amsterdam en Rotterdam de havengebieden voornamelijk tot woongebieden zijn getransformeerd doet Hamburg haar uiterste best om met Hafencity een echt stuk stad aan het bestaande stadscentrum toe te]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Waar in Amsterdam en Rotterdam de havengebieden voornamelijk tot woongebieden zijn getransformeerd doet Hamburg haar uiterste best om met Hafencity een echt stuk stad aan het bestaande stadscentrum toe te voegen. En met succes. Wat is het geheim van Hamburg?</strong></p>
<p>Spectaculair. Een ander woord is er niet voor de film die de verbouwing van het Kaiserspeicher-pakhuis aan de rivier de Elbe laat zien. Bijna twee jaar bouwtijd is gefilmd en gereduceerd tot vijf minuten sensationeel beeld. In het speciaal gebouwde tijdelijke <a href="http://www.stiftung-elbphilharmonie.de/eph.aspx" target="_blank">Elbphilharmonie</a>-paviljoen wordt de film vertoond. Een pacman-achtige betonhapper heeft binnen drie seconden alle verdiepingen van het voormalige pakhuis opgegeten. Op de achtergrond vliegt in anderhalve seconde de maan langs. Schepen schieten als racewagens voorbij.</p>
<p>Het Kaiserspeicher-pakhuis wordt verbouwd tot Elbphilharmonie met concertzalen, een vijf-sterrenhotel en woningen. Het moet naast een door architectenbureau OMA ontworpen wetenschapscentrum, en een passagiersterminal voor cruiseschepen, een van de spektakelstukken worden voor <a href="http://www.hafencity.com" target="_blank">Hafencity Hamburg</a>.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081124_elbphilharmonie.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sup><em>Elbphilharmonie (afbeelding: </em></sup><a href="http://www.stiftung-elbphilharmonie.de/eph.aspx" target="_blank"><sup><em>website Elbphilharmonie</em></sup></a><sup><em>)</em></sup></p>
<p>Het Masterplan ‘Hafencity Hamburg’ is in 2000 opgesteld door het Nederlandse stedenbouwkundig/architectenbureau KCAP. Het gebied ligt direct achter de beroemde Speicherstadt, een cluster van pakhuizen die tussen 1885 en 1927 zijn gebouwd voor de belastingvrije opslag van goederen.</p>
<p>De herontwikkeling van het gebied moet voorzien in de bouw van bijna twee miljoen vierkante meter nieuwbouw met daaronder 5.500 woningen. Dat betekent een uitbreiding van de Hamburgse binnenstad met 40 procent. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat het een enorme boost betekent voor de werkgelegenheid. Naar schatting genereert het plan veertigduizend extra arbeidsplaatsen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081124_Hafencity_vanuit_de_lucht.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Het gebied leeft en werkt nu al als een waardevolle aanvulling op de binnenstad; het aantal inwoners en werkenden groeit hard. Wat is het geheim van het Hamburger succes? Hieronder volgen een aantal – niet uitputtende, wel essentiële– ingrediënten van het Hamburger recept.</p>
<p><strong>Baugruppen</strong><br />
De verscheidenheid aan opdrachtgevers voor de woningbouw in het gebied is groot. Van projectontwikkelaars en woningcorporaties tot Baugruppen. Vooral de aanwezigheid van deze laatste groep is opvallend.</p>
<p>Een Baugruppe is een georganiseerde groep mensen die gezamenlijk een project ontwikkelen en daarbij professioneel worden ondersteund. Baugruppen besparen tot meer dan 10 procent op de bouw- en ontwikkelkosten doordat de projectontwikkelaar als tussenpersoon ontbreekt. Hamburg stimuleert het oprichten van Baugruppen actief omdat het de betrokkenheid van burgers bij hun buurt en stad vergroot.</p>
<p>Dat leidt in Hafencity tot bijzondere projecten. Zo is op de Kaiserkai het project Burgerstadhaus ontwikkeld; een project met 25 ruime woningen met op de begane grond een restaurant, atelierwoningen aan de waterkant, kantoorruimten aan de straatkant en op het dak een gemeenschappelijk dakterras. En een bijzonder James-Bondachtig uiterlijk.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081124_Burgerstadthaus_1.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Het Burgerstadhaus (foto: Vincent Kompier)</sup></em></p>
<p><strong>Optimale mix</strong><br />
Een van de andere redenen waarom het Hafencity-gebied zo aantrekkelijk oogt, is omdat het gebied een optimale mix kent van wonen, werken, winkelen en recreëren. Die mix is geen toeval. Zoals bekend leidt een grotere mix aan functies en een hoge dichtheid tot een sterk stedelijk karakter en dat levert weer meer sociale interactie op. In Hafencity is dit ontwikkelingsproces krachtig gestimuleerd.</p>
<p><strong>Prijsvragen<br />
</strong>Het gebied is in kavels opgedeeld waar partijen via prijsvragen een plan voor kunnen indienen. Een speciale commissie van de stad Hamburg kijkt streng naar de vormgeving van de gebouwen en naar de mate van functiemenging. Is het ontwerp van de begane grond functioneel genoeg? Is het toekomstbestendig; kan het ontwerp veranderingen in de toekomst makkelijk adopteren? Deze aspecten zijn belangrijker dan de prijs van het ontwerp omdat het de duurzaamheid van de gebouwen voor de toekomst kan vergroten.</p>
<p>Dit  heeft ertoe geleid dat er nu al een flink aantal grote bedrijven al is gevestigd in Hafencity, of interesse heeft om er neer te strijken. Zoals: Unilever, China World Shipping &#8211; een van ’s werelds grootste container-transportbedrijven &#8211; de scheepsverzekeraar German Lloyd en het mediaconcern Spiegel. Waar de Amsterdamse IJ-oever het in 2004 nog moest doen met Ahold in een huurkantoor, en Rotterdam na veel pogingen eindelijk de rechtbank naar de Wilhelminapier wist te halen, komen de grote jongens als vliegen op de stroop op Hafencity af.</p>
<p><strong>Veel en verspreide voorzieningen</strong><br />
Het voorzieningenniveau is dan ook nu al respectabel te noemen. Zo zijn er meerdere cafés, restaurants, bakkers, een kinderspeeleiland. Als klap op de vuurpijl opent in 2009 de eerste lagere school en start een jaar later al de bouw van <a href="http://www.hcu-hamburg.de/hcu2_startseite.html" target="_blank">Hafencity Universität</a>.</p>
<p>Wat een verschil met de ontwikkeling van het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. Daar werd pas in 1998, tien jaar na de oplevering van de eerste woningen, het eerste winkelcentrum geopend. Tot die tijd waren er geen winkels, op een tijdelijke vestiging van ’s lands grootste kruidenier na. In Hafencity komt overigens geen geconcentreerd winkelcentrum, maar zijn de winkels en de voorzieningen net als in de binnenstad gespreid over de bouwblokken.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081124_marco_poloterrassen.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Marco Poloterrassen</sup></em></p>
<p>De havengebieden in Nederland die herontwikkeld worden, kunnen veel leren van het Hafencity concept. De gebouwde resultaten laten zien dat het ontwikkelen van een echt stuk gemengde stad met een daadwerkelijke mix van functies mogelijk is; naast woningbouw ook grote internationale bedrijven; naast een basisschool ook een bakker. It’s all in the mix!</p>
<p><em><sup>Het genoemde filmpje is alleen in het Elbphilharmonie-paviljoen in Hamburg te zien. Enigszins vergelijkbaar is het volgende filmpje:</sup></em></p>
<p><a href="http://www.elbphilharmonie.de/index_flash.php?language=en"><em><sup>www.elbphilharmonie.de/index_flash.php?language=en</sup></em></a></p>
<p><em><sup>Elbphilharmonie: </sup></em><a href="http://www.stiftung-elbphilharmonie.de/eph.aspx"><em><sup>www.stiftung-elbphilharmonie.de/eph.aspx</sup></em></a></p>
<p><em><sup>Hafencity: </sup></em><a href="http://hafencity.com/"><em><sup>www.hafencity.com/</sup></em></a></p>
<p><em><sup>Hafencity Universiteit: </sup></em><a href="http://www.hcu-hamburg.de/hcu2_startseite.html"><em><sup>www.hcu-hamburg.de/hcu2_startseite.html</sup></em></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-geheim-van-hamburg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In de rij voor de Literatuur Canal Cruise</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/in-de-rij-voor-de-literatuur-canal-cruise/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/in-de-rij-voor-de-literatuur-canal-cruise/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Dec 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bastian Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/12/in-de-rij-voor.jpg" /> Steden zetten flink in op culturele activiteiten als middel om bezoekers en bewoners aan te trekken.&#160;Elke zichzelf respecterende stad in Nederland organiseert&#160;evenementen, probeert&#160;culturele instellingen voor zich te winnen en&#160;profileert&#160;de stad]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Steden zetten flink in op culturele activiteiten als middel om bezoekers en bewoners aan te trekken.&nbsp;Elke zichzelf respecterende stad in Nederland organiseert&nbsp;evenementen, probeert&nbsp;culturele instellingen voor zich te winnen en&nbsp;profileert&nbsp;de stad als culturele parel. Maar waarom doen we dat eigenlijk?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Inzetten op cultuur is in. Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen. De politiek correcte reden is dat actief met kunst bezig zijn, een meerwaarde oplevert in het leven van individuele mensen, zo stellen beleidsmakers. In de recent uitgekomen nota Hoofdlijnen Cultuurbeleid stelt men dat cultuur een merit good is, iets waarvan het gunstig wordt geacht dat mensen er toegang toe krijgen. Het is het klassieke ideaal van de volksverheffing door bij brede lagen van de bevolking interesse te wekken voor kunst en cultuur. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081031_cultuur-coenderijk4.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>(foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een andere, simpeler reden voor een stad om zich als cultuurstad te profileren, is dat het gewoon geld in het laatje brengt. Niet dat er binnen de culturele sector zo ontzettend veel geld wordt verdiend, maar het belang voor de stedelijke economie is onmiskenbaar. Cultuur&nbsp;trekt immers hoger opgeleiden aan. De kieskeurige hoogopgeleiden eisen&nbsp;meer&nbsp;dan goede bereikbaarheid en groene woonmilieus.&nbsp;Een aantrekkelijk cultureel klimaat kan hoogopgeleiden net dat beslissende zetje geven om naar een stad toe te komen. Ze zoeken immers een gezellige stad om uit te gaan. Ze willen wonen in een levendige stad, waar veel te beleven valt. Een bloeiend cultureel leven en een grote, levendige culturele sector vormen de slagroom op de taart in het leven van de hoogopgeleide professional.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Culturele instellingen, culturele ondernemers, kunstenaars, evenementen en festivals richten zich bij commerci&euml;le evenementen om die reden dan ook vooral op de culturele elite van een stad: die brengt&nbsp;geld in het laatje. En om economische groei op lange termijn te waarborgen, is het&nbsp;voor steden&nbsp;van groot belang&nbsp;om de culturele elite aan zich te binden. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Als extra bonus geeft cultuur mensen een platform om een kritische blik op de samenleving te uiten en de mogelijkheid&nbsp;om zich artistiek te ontwikkelen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081031_cultuur-coenderijk3.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>(foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ten derde kan cultuur&nbsp;uitstekend dienen als aanjager of katalysator bij ruimtelijke ontwikkeling. Zo vermengen de hoogstaande idealen zich langzaamaan met economische motieven. Cultuur wordt steeds vaker als instrument van stads- of wijkvernieuwing ingezet. De oude bewoners van de wijk staan er bij, kijken er naar en zien de prijzen in de buurt stijgen. Freek Liebrand breekt in zijn artikel &lsquo;<a href="../detail.php?id=253">Van Ma&iuml;zena tot extreme makeover</a>&rsquo;&nbsp;een lans voor het inzetten van cultuur bij het verbinden van nieuwbouwprojecten met het bestaande DNA van de wijk. Hij waarschuwt&nbsp;daarbij voor te grootschalige projecten, die niet passen bij de mensen en de plek. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Uiteraard is voor zijn pleidooi veel te zeggen en beleidsmakers hebben hier vaak de mond vol van. Uiteindelijk echter blijkt de culturele component van stads- of wijkvernieuwing vaak vooral een goede truc om nieuwbouwprojecten te vullen met hogere inkomensgroepen. Bestuurders hebben er geen bezwaar tegen als culturele projecten de wijkeconomie net het beslissende duwtje&nbsp;in de goede richting geven: die van positieve trends als gentrification (instroom van hoger opgeleiden gekoppeld aan waardevermeerdering van het onroerend goed) en differentiatie van economie en inwoners.&nbsp;Bestuurders&nbsp;zien de bezwaren van de oude bewoners&nbsp;daarbij niet zelden als een kleine prijs voor de in hun ogen positieve ontwikkelingen in de wijk. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081031_cultuur-coenderijk1.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em>(foto: Coen de Rijk)</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kortom, steden doen er goed aan om stevig in te zetten op cultuur. Cultuur is leuk, cultuur is nuttig, cultuur brengt geld op; cultuur is middel in plaats van doel. Prachtige volzinnen in cultuurnota&rsquo;s ten spijt over de verheffing van individuen: het uiteindelijke doel is hoger opgeleiden een stad bieden waar ze willen wonen. En dan blijkt cultuur ook nog eens een middel om ruimtelijke projecten aan te jagen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Waardevermeerdering van vastgoed en cultuur gaan hand in hand. En wat is daar eigenlijk mis mee?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Foto&rsquo;s: Coen de Rijk ging met z&rsquo;n fotocamera op pad om een beeld te schetsen van wie er afkomt op de vele culturele activiteiten die Amsterdam rijk is. </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Dit artikel is de laatste in de </em><a href="../index.php?id=77&amp;sort=t"><em>bundel cultuur en de stad</em></a><em>.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/in-de-rij-voor-de-literatuur-canal-cruise/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Publicatie sociale wijkvernieuwing verplichte kost</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/publicatie-sociale-wijkvernieuwing-verplichte-kost/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/publicatie-sociale-wijkvernieuwing-verplichte-kost/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Dec 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ton Huiskens en Eva de Ruiter</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/12/publicatie-sociale-wijkvernieuwing.jpg" /> De reader &#8216;Van wijken weten&#8217; deelt de recente inzichten in sociale wijkvernieuwing uit het onderzoeksprogramma corpovenista met de lezer. Verplicht leesvoer voor alle professionals die een samenhangende aanpak op maat]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De reader &lsquo;Van wijken weten&rsquo; deelt de recente inzichten in sociale wijkvernieuwing uit het onderzoeksprogramma </strong><a href="http://www.corpovenista.nl" target="_blank"><strong>corpovenista</strong></a><strong> met de lezer. Verplicht leesvoer voor alle professionals die een samenhangende aanpak op maat voor wijken voorstaan, aldus</strong> <strong>Ton Huiskens en Eva de Ruiter.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zoals er in bouwfysica boeken zijn over materialen en hun toepassingen, zo kun je &lsquo;Van wijken weten&rsquo; zien als een beschrijving van sociale bouwstenen die gebruikt kunnen worden bij de opbouw van een wijk. In het beschrijven van de verschillende bouwstenen waaraan je dan kunt denken, zit de kracht van de reader.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081210_cover_vanwijkenweten.gif" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het boek had alleen op een hoger niveau getild kunnen worden, door meer samenhang te brengen tussen de losse artikelen. Vaak blijft het in de inleiding steken in een opsomming van wat alle medewerkers hebben geschreven. Daarbij is het boek &#8211; met uitzondering van het eerste artikel &#8211; te weinig doordrongen van het basisuitgangspunt dat stedelijke vernieuwing primair aangepakt moet worden door sociale maatregelen. Het is een pijnlijke misvatting dat het bij stedelijke vernieuwing enkel draait om stenen. Voorbeelden uit de praktijk zoals de Peperklip in Rotterdam, bevestigen de regel dat &lsquo;als bewoners bewegen, het gebouw vanzelf volgt&rsquo;. In de artikelen zijn weliswaar voorbeelden van sociale bouwstenen te vinden, er wordt echter te weinig doorgepakt. Het zou bruikbaarder zijn, wanneer problematische gebieden in categorie&euml;n worden onderverdeeld. Hoewel de ene probleemwijk de andere niet is, zijn er altijd verschillen aan te wijzen. Aan de hand van die indeling is een betere keuze mogelijk tussen de scenario&rsquo;s die een wijk kunnen verbeteren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een uitzondering is het helder geschreven, bruikbare en inspirerende artikel van Carlinde Adriaanse. Adriaanse gaat in op het veranderen van het sociale klimaat in een wijk, waarbij je oog moet houden voor andere problemen die in een wijk spelen. Terecht merkt de schrijver op, dat een sociaal klimaat blijvend onderhoud vergt. Daarbij moet iedereen die werkzaam is in de wijkvernieuwing betrokken blijven; zowel de bewoners als de professionals uit elke sector en elke bestuurslaag. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Weg met de mythes<br /></strong>Een van de beschreven sociale bouwstenen in de publicatie is het stimuleren van sociale samenhang. In &lsquo;Van wijken weten&rsquo; wordt sociale samenhang ontdaan van mythes. Wat we prijzen in de schrijvers is dat ze het begrip &lsquo;sociale cohesie&rsquo; voorbij gaan. Het is immers inmiddels zo platgetrapt, dat het een weinigzeggend containerwoord is geworden. Het gaat er in een wijk namelijk niet alleen om dat bewoners aansluiting bij elk&aacute;&aacute;r vinden, maar &oacute;&oacute;k bij de samenleving. Een pure focus op sociale cohesie kan ervoor zorgen, dat een groep naar binnen gekeerd raakt &#8211; en daardoor juist verder van de maatschappij komt te staan. Wil je een wijk positief veranderen en aan laten sluiten op de samenleving, dan zijn er betere methodes om dat echt te bereiken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081210_sociale-wijkvernieuwing.gif" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><sup><em>Een sociaal klimaat vraagt blijvend onderhoud (foto: Eva de Ruiter). </em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Nog een artikel dat korte metten maakt met mythes is het verhaal van Wassenberg en Blokland over functiemenging en veiligheid. Vaak wordt gedacht dat een wijk automatisch veiliger wordt van het door elkaar plaatsen van rijk, arm, bedrijven en woningen. Maar functiemenging is alleen succesvol als goed nagedacht is over waarom, welke type functies bij elkaar gezet moeten worden. Het artikel levert genoeg input om functiemenging tot een geslaagd concept te maken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zoals eerder gezegd is continue aandacht voor een wijk onontbeerlijk voor het teweegbrengen van een blijvende verbetering van een wijk. Dat kan ook door te werken aan de identiteit en reputatie van een wijk. De artikelen over dit thema in de bundel zijn waardevol, maar hebben te weinig diepgang. De lezer blijft met veel vragen zitten als: Hoe kan je reputatieschade vermijden? En hoe versterk je de identiteit van een wijk door dit in het hart van de stedelijke vernieuwing te plaatsen? </p>
<p>Hetzelfde geldt voor het artikel dat ingaat op &lsquo;sociale duurzaamheid&rsquo;. Een aardig verhaal met potentie, maar niet briljant. Sociale duurzaamheid in een wijk is de mate waarin een wijk zelf in staat is om zaken binnen de bestaande kaders te regelen, waarbij er een impliciet wij-gevoel onder de bewoners hoort te zijn. Het proces om sociale duurzaamheid te bereiken zou nauwkeuriger gedefinieerd moeten worden, aangevuld met een beschrijving van de verschillende stadia en met een lijst van factoren waaraan je die duurzaamheid als wijk kunt afmeten. </p>
<p>Kortom, &lsquo;Van wijken weten&rsquo; biedt een goede opening voor de discussie over de integrale aanpak van een wijk. Maar het boek roept ook veel vragen op. Inhoudelijk mist het de overtuiging dat stedelijke vernieuwing juist vanuit een sociale aanpak doeltreffend is. Het plaatje van onderwerpen die juist dan binnen de stedelijke vernieuwing van belang zijn, zoals emancipatie, scholing en werk, is nog niet geheel ingekleurd. Niettemin biedt de reader mooie reflecties en openingen op de deelterreinen van wijk, wijkbeheer, wijkveiligheid, huisvestingsvraagstukken en de complexiteit van proactief werken in de wijk. Bovendien bevat het boek ook enkele parels, zoals de column van Marcel M&ouml;ring. Verplichte kost dus!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Ton Huiskens is mede-oprichter van Werken aan de Stad, een organisatie die wijken, buurten, straten en gebouwen waar problemen zijn, aanpakt. Eva de Ruiter co&ouml;rdineert bij WADS projecten in onder andere de Oleanderbuurt in Rotterdam Feijenoord.</sup></em> </p>
<p><sup><em>Coverfoto: Peperklip Rotterdam, Coen de Rijk</em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/publicatie-sociale-wijkvernieuwing-verplichte-kost/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aanpak leegstaande kantoren kwestie van goed beleid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/aanpak-leegstaande-kantoren-kwestie-van-goed-beleid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/aanpak-leegstaande-kantoren-kwestie-van-goed-beleid/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Dec 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten Georgius</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/12/aanpak-leegstaande-kantoren.jpg" /> In&#160;ons land&#160;staan veel kantoorpanden leeg, terwijl er een tekort is aan betaalbare woningen. Leegstaande kantoorpanden herbestemmen naar woonruimte of kleinschalige bedrijvigheid zou dit probleem kunnen helpen oplossen. Het schort echter]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In&nbsp;ons land&nbsp;staan veel kantoorpanden leeg, terwijl er een tekort is aan betaalbare woningen. Leegstaande kantoorpanden herbestemmen naar woonruimte of kleinschalige bedrijvigheid zou dit probleem kunnen helpen oplossen. Het schort echter aan medewerking van gemeenten om deze snelle en bruikbare wijze van stedelijke vernieuwing van de grond te krijgen, vindt Maarten Georgius.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Geen enkele Nederlandse gemeente, behalve de gemeente Reiderland in Oost-Groningen, blijkt de leegstand binnen zijn eigen grenzen bij te houden. Dat constateert Fons Asselbergs, Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed in zijn onderzoek <a href="http://www.oudekaartnederland.nl/" target="_blank">De Oude Kaart van Nederland</a>. Intussen breiden steden en dorpen wel uit in het open landschap. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Asselbergs heeft regionale welstandsorganisaties laten onderzoeken in hoeverre gemeenten en provincies weten welke terreinen, kerken, boerderijen, bunkers en kantoren leeg staan. Slechts 900 locaties in Nederland staan &lsquo;officieel leeg&rsquo;, terwijl dat er in werkelijkheid veel meer zijn. &ldquo;Die 900 locaties zijn samen nog geen 15 procent van het totaal aan leegstaande terreinen en panden&rdquo;, schat Asselbergs. Hij is ontsteld over deze bevindingen, zei hij onlangs bij de presentatie van zijn onderzoeksresultaten. Als gemeenten niet eens weten welke panden leeg staan, dan missen zij de kans om al die leegstaande panden een nieuwe bestemming te geven. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081127_Stadswonen-DeKerk.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Woongebouw De Kerk in Rotterdam</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Koploper</strong></p>
<p>Corporaties zijn al volop bezig om lege kantoorpanden aan te wenden voor andere doeleinden, en zijn daar absoluut koploper in. Bij het transformeren van kantoorpanden en het inrichten van woningen in leegstaande ruimten boven winkels zijn corporaties het meest productief, meldt het ministerie voor Wonen, Wijken en Integratie in haar beleidsbrief van september 2007. In 2007 zijn circa 7.000 woningen gerealiseerd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081126_Berk.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Leidsche veem, transformatie van pakhuis naar woningen (monument)</sup></em></p>
<p>Er zijn weliswaar een heleboel partijen die kantoorgebouwen kunnen herbestemmen tot woningen, maar het heeft een aantal voordelen als woningcorporatie dit doen. Corporaties vragen zich sneller af of een project maatschappelijk rendabel kan zijn. Immers, zij gaan soms ook over tot herbestemmen als de verbouwing financieel niet rendabel is. Als een pand historisch van belang is of het overige bezit in een wijk aanvult, kan herbestemming daarmee alsnog aantrekkelijk zijn. Corporaties hebben een maatschappelijke missie, zoals het tegengaan van verloedering en het leefbaar houden van de stad. Dat wil niet zeggen dat projectontwikkelaars zich niet bij de stad betrokken voelen, maar een corporatie heeft als geen ander een verantwoordelijkheid op de lange termijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De productie door herbestemming &ndash; ook die van de corporaties &#8211; zou echter vele malen hoger kunnen zijn als gemeenten een structureel stimuleringsbeleid zouden voeren om leegstaande panden een nieuwe bestemming te geven. Gemeenten zouden bijvoorbeeld een medewerker vrij kunnen maken die bijhoudt wat er leeg staat in zijn gemeente. Vervolgens zou deze ambtenaar ontwikkelaars kunnen koppelen aan deze gebouwen. Wat de oplossing ook is, het huidige ad hoc-beleid dat veel gemeenten voeren, levert op de lange termijn veel te weinig resultaten op. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Flexibel</strong></p>
<p>Daarnaast en bovenal moeten gemeenten ruimte bieden. Transformatie betekent in de meeste gevallen functiewijziging en dat vereist bijvoorbeeld een wijziging van het bestemmingsplan. Een belangrijke voorwaarde voor succesvol herbestemmen is dat gemeenten zich flexibel opstellen bij initiatieven om panden een nieuwe bestemming te geven. Ontwikkelende partijen zouden veel eenvoudiger moeten kunnen bijbouwen bij bestaande gebouwen, waardoor als onhaalbaar beschouwde projecten ineens wel haalbaar kunnen blijken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081126_Bredestraat.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Woongebouw Bredestraat in Rotterdam is een combinatie van nieuwbouw en&nbsp;verbouw van een&nbsp;kantoorgebouw tot woningen</sup></em>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Daarnaast zou het helpen wanneer bij herontwikkeling ontheffing op het bouwbesluit mogelijk zou zijn. Dit vanwege de bouwtechnische complexiteit die hiermee gepaard gaat. Ook zouden gemeenten belastingkortingen kunnen geven op herbestemmen ten opzichte van nieuwbouw.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Gemeenten aan zet<br /></strong></p>
<p>Ministers Van der Laan (Wonen, Werken en Integratie) en Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) stellen voor de herbestemming en herontwikkeling van cultureel erfgoed de komende drie jaar ruim negen miljoen euro beschikbaar.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Laten we hopen dat door deze rijksinzet ook lagere overheden eens wat meer beleidsprioriteit gaan geven aan het herbestemmen van leegstaande gebouwen. Bijvoorbeeld door corporaties meer ruimte te geven. Het is een kwestie van prioriteren, gunnen en afmaken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Links naar de projecten op de afbeeldingen:</p>
<ul>
<li><a href="http://www.top010.nl/html/de_geb-toren.htm" target="_blank">GEB-toren</a>: van kantoorgebouw tot studentenhuisvesting, in opdracht van Stadswonen Rotterdam;</li>
<li><a href="http://www.dekerk.net/" target="_blank">Woongebouw De Kerk</a>, Stadswonen Rotterdam;</li>
<li><a href="http://www.bredestraat.com" target="_blank">Woongebouw Bredestraat</a>, Stadswonen Rotterdam;</li>
</ul>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/aanpak-leegstaande-kantoren-kwestie-van-goed-beleid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Voldoende bouwgrond voor miljonairs is noodzaak</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/voldoende-bouwgrond-voor-miljonairs-is-noodzaak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/voldoende-bouwgrond-voor-miljonairs-is-noodzaak/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Dec 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Remco Deelstra</dc:creator>
				<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/12/voldoende-bouwgrond-voor.jpg" /> Het Nederlandse volkshuisvestingsbeleid is sterk sturend van karakter en vooral gericht op de zorg&#160;voor goede huisvesting. Het resultaat van tientallen jaren van deze praktijk is, dat&#160;in Nederland feitelijk geen sprake]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Nederlandse volkshuisvestingsbeleid is sterk sturend van karakter en vooral gericht op de zorg&nbsp;voor goede huisvesting. Het resultaat van tientallen jaren van deze praktijk is, dat&nbsp;in Nederland feitelijk geen sprake is van woningnood, althans niet in kwantitatieve zin. Vooral de huishoudens die niet zelfstandig kunnen voorzien in een eigen woning, hebben de vruchten geplukt van dit beleid. Voor een onderbelichte doelgroep, de rijke Nederlanders, is de oogst echter matig. Het verwezenlijken van hun woonwensen is vrijwel niet mogelijk, omdat eigen initiatief in dit vakgebied niet gewaardeerd wordt. Deze weeffout in het stelsel moet nodig worden hersteld.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Wie is de rijke Nederlander eigenlijk?</strong> <br />Op mondiale schaal zijn alle Nederlanders rijk, maar zo globaal bedoel ik het hier niet. Het gaat om de Nederlanders die miljonair zijn, in omvang ongeveer 1% van de Nederlandse bevolking.&nbsp;Deze groep komt in de huidige woningmarkt niet aan haar trekken. Er zijn uiteraard historische panden met een waarde die in de miljoenen loopt, maar dit vormt slechts een zeer beperkt deel van de markt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een huishouden in het hogere inkomenssegment wordt hiermee feitelijk gedwongen een pand aan de gracht te kopen, of een buitenhuis aan bijvoorbeeld de Vecht. In de praktijk betekent dit een onbedoelde concentratie van deze doelgroep op een beperkt aantal locaties in Nederland. Bovendien wordt deze doelgroep een passende nieuwbouwwoning ontzegd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081202_P1060302.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <sup><em>Villa in Almere (foto Bart Cosijn)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Scheef wonen<br /></strong>Een huishouden uit deze doelgroep dat graag een nieuwe woning wil oprichten in bijvoorbeeld het buitengebied, kan nergens terecht. Veel dorpen en steden hebben uitleglocaties, maar daar beperkt het hogere segment zich meestal tot kavels die de 1.500 m2 niet te boven komen. Voor het oprichten van een serieuze woning in een mooie ruimtelijke setting is daar dan geen ruimte voor. Wat we dan ook zien is dat de doelgroep uitwijkt naar een lager segment, als enig mogelijk substituut. Hierdoor ontstaat onnodige druk in dat segment, en is bovendien sprake van ongewenst scheef wonen. Het is of de overheid de bovenste trede van de woonladder tot verboden gebied heeft verklaard.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Hoe is deze situatie ontstaan, en hoe is die te wijzigen?</strong> <br />De Nederlandse maatschappij heeft een sterk egalitair karakter. Het is de middenmoot &ndash; anderen zullen zeggen middelmaat &ndash; die de toon zet. En anders dan voor de lagere inkomensklassen heeft de overheid geen oog voor de noden en wensen van het hogere segment. Of beleidsmakers zijn deze doelgroep vergeten, of gaan er abusievelijk van uit dat zij zichzelf wel kunnen redden. Dit laatste blijkt in de praktijk dus niet mogelijk te zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081126_duinenbeek1.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Artist impressie van nieuwbouwwoning op Park Brederode, Bloemendaal</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De oplossing ligt voor de hand, en is redelijk eenvoudig in te voeren: geef het hogere segment de vrije hand. Met zijn inkomen is hij in staat om alle benodigde kennis in te huren om kwalitatief hoogstaande woningen te laten bouwen, die qua ruimtelijke uitstraling en setting een verrijking voor de omgeving zijn. De doelgroep eist wel een bepaalde mate van exclusiviteit. Deze is te borgen door boven een bepaalde ondergrens de regels te versoepelen. Bijvoorbeeld bij percelen met een grootte vanaf 5.000m2.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Noblesse oblige</strong><br />Het is een illusie te denken dat in het vlakke Nederland een dergelijke stap zonder ophef en verontwaardiging is in te voeren. De goegemeente zal klagen over ongelijke behandeling; de groep die zichzelf ziet als hoeder van de ruimtelijke kwaliteit zal bang zijn voor de vulgariteit van de nouveau riche. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ten aanzien van de ongelijke behandeling kunnen we kort zijn: dat klopt. Niet iedereen is gelijk, dus niet iedereen hoeft gelijk behandeld te worden. Naar analogie van de automarkt: we rijden niet allemaal in een Skoda. En de vulgariteit van de nieuwe rijke: misschien is de zorg terecht en misschien ook wel niet. De kansen die de nieuwe vrijheid biedt zijn te aanlokkelijk om op basis van gevoelens te laten schieten. Uiteindelijk was en zal er altijd sprake zijn van noblesse oblige. De hogere inkomensklassen willen niet te kijk staan als kitscherige cultuurbarbaren, en bovendien zullen zij sowieso een beroep doen op professionele architecten. Kortom, een wat voorbarige zorg.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Uiteindelijk zal de hele woonladder, en dus alle Nederlanders, profiteren van de voorgestelde vrijheid. Het scheef wonen op de bovenste treden zal verminderen, waardoor er ruimte ontstaat voor doorstroming op de woningmarkt. Tegelijkertijd zal met de herwonnen vrijheid een nieuw elan zijn intrede doen. Nieuwe, hoogwaardige vormen van architectuur worden de standaard voor alle nieuwbouw, waar eveneens iedereen van profiteert. Bovendien is dan eindelijk weer sprake van echte gelijke behandeling in de woningmarkt, want echte gelijkheid betekent dat elke doelgroep maximaal bediend wordt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kortom: laten we de Vecht van de 21ste eeuw gaan bouwen!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>De artist impressions zijn van nieuw te bouwen woningen op <a href="http://www.parkbrederode.nl" target="_blank">Park Brederode</a>, Bloemendaal, naar ontwerp van KOW architecten en architectenbureau Dam en partners.</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/voldoende-bouwgrond-voor-miljonairs-is-noodzaak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Politiek waterland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/politiek-waterland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/politiek-waterland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 25 Nov 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martijn-Willem Oosting</dc:creator>
				<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/11/politiek-waterland.jpg" /> Afgelopen week vonden er verkiezingen plaats voor de oudste bestuurslaag van Nederland: de waterschappen. Speelden de verkiezingen zich voorheen op de achtergrond af, dit jaar werd voor het eerst gestemd]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Afgelopen week vonden er verkiezingen plaats voor de oudste bestuurslaag van Nederland: de waterschappen. Speelden de verkiezingen zich voorheen op de achtergrond af, dit jaar werd voor het eerst gestemd via een lijstenstelsel. Ook&nbsp;landelijk opererende partijen stelden zich verkiesbaar. Sander Meijerink, planoloog aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, is geen voorstander van dit systeem. RUIMTEVOLK stelde hem een aantal vragen.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De eerste vormen van waterschappen zijn te herleiden tot de Middeleeuwen. Ze werden georganiseerd volgens het principe van belang, betaling en zeggenschap: zeggenschap werd door middel van evenredige betaling gekocht door belanghebbenden. Het principe heeft lang stand gehouden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Wat zijn volgens u de belangrijkste taken waarmee een waterschap zich moet bezighouden?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Een waterschap bekleedt een uitvoerende taak. Van oudsher zijn beheer en onderhoud van de waterinfrastructuur en het op peil houden van de waterstand de belangrijkste taken. Advisering over natuurbehoud is een derde taak, die de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen.&rdquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>En&nbsp; wie moet daarover beslissen?</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Er zijn verschillende groepen die direct te maken hebben met het beleid van een waterschap, zoals&nbsp;akkerbouwers. Deze groepen hebben van oudsher een grote invloed op de samenstelling van het waterschapsbestuur. Dit heeft altijd geleid tot een goed evenwicht, waarbinnen alle belangen afgewogen werden. Een mogelijk alternatief waterschapsbestuur is directe benoeming vanuit bijvoorbeeld de gemeente(n). Het is belangrijker dat capabele personen de leidinggevende rol binnen een waterschap kunnen bezetten. De politieke kleur moet onderschikt zijn aan deze rol.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>De politieke interesse voor de waterschappen lijkt uit het niets te komen. Is dit een logische reactie op de democratisering van ons land?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Door het introduceren van partijen met elk een eigen lijst hoopt de politiek de betrokkenheid van burgers te vergroten en de lage opkomst bij verkiezingen te verhogen. Maar het is een misvatting om waterschapsverkiezingen te vergelijken met reguliere verkiezingen voor een gemeenteraad of Provinciale Staten. In werkelijkheid is een waterschap juist een waarborgdemocratie; als de opkomst bij verkiezingen laag is, is dit een teken dat het goed gaat. Er hoeven dan geen grote veranderingen doorgevoerd te worden.&rdquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081125_verkiezingscafe.jpg" alt="artikel afbeelding" />&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>U zegt dat de waterschappen een langzame dood tegemoet gaan door de verkiezingen via een politiek lijstenstelsel. Waarom denkt u dat het gevaarlijk is dat de politiek en haar verschillende ideologische gedachten een rol gaan spelen?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Er moet continu&iuml;teit zitten in het waterschapsbeheer. Dat moet niet elke vier jaar weer opnieuw ter discussie worden gesteld. Daar komt bij dat het beleid van een waterschap niet onderhevig kan zijn aan de politiek van alledag. Als de kerntaken van een waterschap onderdeel worden van een politiek programma, ontstaat het gevaar dat ze opgaan in andere politieke belangen. Beheer en onderhoud van bijvoorbeeld dijken kunnen politiek minder interessant zijn dan andere onderwerpen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>D66, Groenlinks en SP doen niet mee te aan de verkiezingen. In plaats daarvan heeft een aantal partijen een voorkeurspartij benoemd. Is dit het goede voorbeeld of slechts een verkapte inmenging van deze partijen?</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Het is een illusie om te denken dat leden van een waterschap politiek neutraal zijn; er is altijd wel een overlap geweest. Toch zijn de politieke belangen ondergeschikt geweest aan het algemene belang van een waterschap. De partijen die naast de landelijk opererende partijen meedoen aan de verkiezingen, staan dichter bij de essentie van de waterschappen. Dat wil niet zeggen dat ze allemaal goed voor ogen hebben wat het beste is voor een waterschap, maar ze laten zich minder leiden door algemeen politieke belangen. Het aanwijzen van een voorkeurpartij is in ieder geval beter dan zelf meedoen.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081125_gemaal_wortman.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Gemaal Wortman</sup></em>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Tot slot: u bent tegen de verkiezingen, maar u heeft ongetwijfeld een mening over de juiste partij of partijen voor de verkiezingen. Wat was uw stemadvies?</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&ldquo;Het is belangrijker om te kiezen voor iemand die in staat is een waterschap te leiden, dan voor politieke ideologie. Dit moet dan ook de reden zijn om op iemand te stemmen. Helaas wordt in het lijstenstelsel de politieke ideologie juist wel centraal gesteld.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Dit interview is mede tot stand gekomen dankzij dhr. L. Rabbers; voormalig voorzitter van het voormalig Waterschap Zuidenveld in Drenthe. De afbeeldingen komen van </em><a href="http://www.zuiderzeeland.nl/"><em>www.zuiderzeeland.nl</em></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/politiek-waterland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dwalen door Europa</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/dwalen-door-europa/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/dwalen-door-europa/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 16 Nov 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Flora Nycolaas</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/11/dwalen-door-europa.jpg" /> Door de &#233;&#233;nwording van Europa kijken steeds meer vakgebieden met een bredere blik naar zichzelf en hun omgeving. Zo verschenen de afgelopen jaren verschillende fraaie boeken over wonen in Europa,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door de &eacute;&eacute;nwording van Europa kijken steeds meer vakgebieden met een bredere blik naar zichzelf en hun omgeving. Zo verschenen de afgelopen jaren verschillende fraaie boeken over wonen in Europa, waaronder <a href="http://www.reimerink.com/grenzelooswonen/" target="_blank">&lsquo;Grenzeloos Wonen, Europa verhuist&rsquo;</a> van sociaal psycholoog Letty Reimerink.</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Reimerinks boek is al reizend tot stand gekomen. Dat klinkt ontspannen en eenvoudig. Je gaat met een laptop onder de arm al treinend Europa door. Je maakt wat foto&#8217;s en praat met plaatselijke professionals, die iets kunnen vertellen over jouw vakgebied. Aan het eind van deze reis verwerk je de vergaarde informatie in een mooi opgemaakt verhaal, en klaar is het boek!</p>
<p>Reimerink is daarin niet de eerste. Geert Mak ontdekte deze methode met zijn boek <a href="http://www.geertmak.nl/bibliografie/in%20europa/" target="_blank">&lsquo;In Europa, reizen door de twintigste eeuw&rsquo;</a>. Willem Kwekkeboom, die als zelfstandig adviseur op het gebied van volkshuisvesting werkt, volgde hem met <a href="http://www.010publishers.nl/catalogue/book.php?id=638" target="_blank">&#8216;Wonen in Oost-Europa, van Sofia tot Tallinn&rsquo;</a>. En nu is daar Letty Reimerink.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Letty Reimerink noemt haar manier van werken &lsquo;intu&iuml;tieve wetenschap&rsquo;. Ze doorkruiste Europa door haar intu&iuml;tie te volgen, en op kwam op die manier meer te weten over trends en processen op het gebied van wonen. Of dit een geslaagd resultaat heeft opgeleverd? Nou, daar valt nog wel wat op af te dingen. Waar Mak en Kwekkeboom erin slaagden om afgeronde en complete verhalen te maken, door zichzelf qua onderwerp in te perken, daar vliegt Reimerink uit de bocht. Ze geeft zichzelf&nbsp;niet de ruimte tot verdieping, ondanks de omvang van het boek, waardoor het resultaat onverwacht oppervlakkig blijft.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In haar eerste hoofdstuk beschrijft Reimerink de grootschalige dynamiek van het Europese wonen. Noord- en West-Europeanen bezitten huizen in Zuid-Europa, die ze voornamelijk voor vakantie gebruiken. Dit is een kolossale woonmarkt, die zich inmiddels verspreidt richting Oost-Europa. Tegelijkertijd trekken Oost-Europeanen en masse voor werk naar het Westen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081114_barcelona.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>Barcelona: al jaren een geliefde stad om (tijdelijk) te wonen en te werken</em></sup> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Vervolgens gaat Reimerink in op de gevolgen van de trek naar de stad door de zogenoemde nieuwe stedelingen. Zij zijn gecharmeerd van de oude volkse buurten en transformeren deze overal naar hippe gebieden met loungecaf&eacute;s en galeries. Ze versterken de stad, aldus Reimerink, welke daarmee aantrekkelijk wordt voor investeerders. Tot zover niets nieuws onder de zon.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Deze aantrekkingskracht leidt tot een groei van veel Europese steden. Dit heeft grote gevolgen voor het lokale milieu, maar ook voor het mondiale klimaat. Alleen een integrale benadering kan duurzame oplossingen brengen, betoogt Reimerink. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081114_ljubljana.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Ljubljana heeft zich in korte tijd ook ontpopt tot aantrekkelijke creatieve stad</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tussen alle bedrijven door beschrijft ze in een uitpuilende notendop de geschiedenis van de Nederlandse stedenbouw en architectuur, waarvan in het huidige tijdperk identiteit, flexibiliteit en functiemenging de toverwoorden zijn. Een mooi overzicht, maar niet meer dan dat, want Reimerink brengt niets wat we nog niet wisten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En omdat Reimerink het allemaal ook niet weet, concludeert ze ten slotte maar dat mondiale ontwikkelingen in een steeds hoger tempo door zullen gaan, zij het in een volstrekt onvoorspelbare richting. De vrijblijvendheid van deze conclusie onderstreept hoezeer het boek blijft hangen in het bekende. Reimerink heeft een veelomvattend overzicht gemaakt waarin helaas iedere verrassing ontbreekt. </p>
<p>De reizende methode is niet ontspannen en eenvoudig, hij is moeilijk en Reimerink bracht het er niet goed vanaf.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Letty Reimerink, <a href="http://www.reimerink.com/grenzelooswonen/" target="_blank">&lsquo;Grenzeloos wonen, Europa verhuist&rsquo;</a><br />ISBN 978 90 6611 846 1</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/dwalen-door-europa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spanningen in ecowijk</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/spanningen-in-ecowijk/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/spanningen-in-ecowijk/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 08 Nov 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/11/spanningen-in-ecowijk.jpg" /> EVA-Lanxmeer in Culemborg geldt als h&#232;t voorbeeld van duurzaam bouwen en wonen in Nederland. Hoe ziet het leven in Nederlands meest ecologische wijk eruit? Coen de Rijk ging kijken en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>EVA-Lanxmeer in Culemborg geldt als h&egrave;t voorbeeld van duurzaam bouwen en wonen in Nederland. Hoe ziet het leven in Nederlands meest ecologische wijk eruit? Coen de Rijk ging kijken en vond geen geitenwollensokken, maar wel innovatieve woonvormen, nieuwe gemeenschappelijkheid en een eigen watertoren. Ook trof hij een dreigende tweedeling aan. </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081108_2008-11-08_Lanxmeer-3.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>EVA-Lanxmeer in Culemborg (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081108_2008-11-08_Lanxmeer-2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>EVA-Lanxmeer in Culemborg (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In sommige opzichten is EVA-Lanxmeer net een &lsquo;gewone&rsquo; duurzame nieuwbouwwijk. De erfafscheiding langs de straatkant van gevlochten wilgentakken, het helofytenfilter in de vijver om het afvalwater te zuiveren en de zonnecellen op de daken: het is al haast standaard in de ecowijken. </p>
<p>Maar EVA-Lanxmeer heeft meer, zoals een eigen watertoren. De wijk werd namelijk in een waterwingebied gebouwd. EVA-Lanxmeer heeft kaswoningen: woningen waar een kas omheen gebouwd is. Energiezuinig, maar ook heel romantisch om &rsquo;s nachts onder een blote sterrenhemel te kunnen slapen. De wijk heeft een boomgaard. Ieder jaar worden de appelen gezamenlijk geplukt, om voor de hele wijk appeltaarten te bakken. De geiten? Die lopen door de gemeenschappelijke tuin, waarin alleen met natuurlijke beplanting een &lsquo;eigen&rsquo; stukje tuin wordt gecre&euml;erd. Voor zover dat nodig is volgens de bewoners.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081108_2008-11-08_Lanxmeer-4.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>EVA-Lanxmeer in Culemborg (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081108_2008-11-08_Lanxmeer-1.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>EVA-Lanxmeer in Culemborg (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Coen de Rijk: &ldquo;Toch lijkt zich in de wijk een tweedeling te ontwikkelen.&rdquo; Even verderop worden de auto&rsquo;s gewoon voor de deur geparkeerd, zo vertelde een bewoner van een kaswoning. &ldquo;Die mensen willen wel zonnepanelen enzo, maar echt ecologisch is dat niet meer&rdquo;. Er lijkt dus een spanning te zitten in EVA-Lanxmeer, die ook in andere duurzame wijken is te zien. Spanning tussen de oude en de nieuwe bewoners. Tussen de pioniers en de volgers. Maar misschien vooral tussen mensen die bewust in EVA-Lanxmeer willen wonen en mensen die &#8216;gewoon&#8217; een nieuwbouwwoning zochten en&nbsp;vonden in EVA-Lanxmeer. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het beeld van EVA-Lanxmeer als gewone nieuwbouwwijk is misschien minder ver weg dan op het eerste gezicht lijkt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+++</p>
<p><em><strong>We zijn benieuwd naar uw ervaring met ecowijken. Hoe eco woont u zelf? En hoe problematisch is het eigenlijk dat er een tweedeling ontstaat tussen de pioniers en de woningzoekenden, zoals in EVA-Lanxmeer?&nbsp; </strong></em></p>
<p>+++</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/spanningen-in-ecowijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Professionals aan de zijlijn bij nieuwbouw in Smallingerland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/professionals-aan-de-zijlijn-bij-nieuwbouw-in-smallingerland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/professionals-aan-de-zijlijn-bij-nieuwbouw-in-smallingerland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 24 Oct 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Website]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/10/professionals-aan-de-zijlijn.jpg" /> De gemeente Smallingerland nodigt &#8216;iedereen ter wereld&#8217; uit om mee te ontwerpen aan een nieuwe woonwijk. Daarvoor hoef je niet af te reizen naar Friesland, want je mag meedoen vanachter]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De gemeente Smallingerland nodigt &lsquo;iedereen ter wereld&rsquo; uit om mee te ontwerpen aan een nieuwe woonwijk. Daarvoor hoef je niet af te reizen naar Friesland, want je mag meedoen vanachter je computer. De vormgeving van een nieuwe wijk in het dorp <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Opeinde" target="_blank">Opeinde</a>, even ten westen van Drachten, moet geheel totstandkomen via de interactieve site <a href="http://www.wijbouweneenwijk.nl" target="_blank">www.wijbouweneenwijk.nl</a>. Wat drijft een gemeente om op deze wijze te experimenteren met bewonersparticipatie? We vroegen het aan wethouder Nieske Ketelaar (PvdA) en Jeltje van den Berg, projectco&ouml;rdinator van deze zogenoemde &lsquo;wiki-wijk&rsquo;. </strong></p>
<p><strong>Een unieke, gewaagde aanpak. Hoe komen jullie erop?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Tijdens het inrichten van het planproces realiseerden wij ons hoezeer burgers mondiger worden en steeds makkelijker aan vakspecifieke informatie komen dankzij internet. Ook het online discussi&euml;ren wordt steeds gewoner. We vroegen ons af of we dit gegeven niet konden inzetten bij het maken van een plan voor een nieuwe woonwijk&rdquo;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/34KWjjqlcLo" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/34KWjjqlcLo"></embed></object>
<p><em><sub>Promotiefilm website &quot;Wij bouwen een wijk&quot;</sub></em></p>
<p><strong>Waarom willen jullie iedereen laten meedenken over een nieuwe wijk in een klein dorp?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Een groep mensen kan wellicht veel meer bedenken dan een klein aantal specialisten. Daarom hebben we, samen met bureau The Crowds uit Amsterdam de webcommunity op <a href="http://www.wijbouweneenwijk.nl">www.wijbouweneenwijk.nl</a> opgezet. Via deze site willen we mensen stimuleren om mee te denken en te discussi&euml;ren over de nieuwe wijk.&rdquo; </p>
<p><strong><br />Iedereen mag meedoen? </strong><br />Van den Berg: &ldquo;Jazeker. Inwoners van Opeinde, maar ook mensen van ver daarbuiten. Zelfs van buiten Nederland.&nbsp; Of dat ook gaat gebeuren? We weten het niet, maar we hopen het van ganzer harte.&rdquo;</p>
<p><strong><br />Dus de mening van Henk uit Tilburg telt even zwaar als die van dorpsbelang Opeinde?</strong><br />Van den Berg: &ldquo;Dat klopt. Juist door een hele diverse groep mensen te laten meedenken en discussi&euml;ren met elkaar, ontstaan goede idee&euml;n.&rdquo; </p>
<p><strong>De inwoners van Opeinde staan hier ook open voor?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Jazeker! Het idee is in het dorp heel positief ontvangen en verschillende inwoners hebben op de website ook al &eacute;&eacute;n of meerdere idee&euml;n gepost.&rdquo;</p>
<p><strong>Hoe gaan jullie eigenlijk om met mogelijke Nimby (&quot;not in my backyard&quot;) effecten?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;We hopen ju&iacute;st dat ook mensen reageren die het niet eens zijn met de plannen. Want door kritisch te zijn naar elkaar, kom je juist tot goede plannen.&rdquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>De gemeente heeft te kennen gegeven dat er in principe geen kaders zijn, behalve dat het een wijk van &lsquo;overmorgen&rsquo; moet worden. Wat voor wijk is dat? </strong><br />Van den Berg: &ldquo;Daarmee bedoelen we dat we koersen op iets dat op zoveel mogelijk fronten revolutionair of visionair kan worden genoemd. Het moet een wijk zijn waar innovatie en duurzaamheid voorop staat. Maar hoe; dat staat nog open. Innovatieve oplossingen voor een duurzaam energiegebruik, een bijzondere toepassing van materialen, slimme oplossingen om woningen voor verschillende doelgroepen geschikt te maken; bedenk het maar!&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081022_Wikiwijklocatie475.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>De locatie in het dorp Opeinde, gemeente Smallingerland</sub></em> </p>
<p><strong>Het mag ook geen &lsquo;standaard&rsquo; stedenbouwkundig plan worden. Leg uit.</strong><br />Van den Berg: &ldquo;Juist door de kennis van zoveel verschillende mensen aan te boren, kun je een bijzondere wijk ontwikkelen. Die kans moet je nu niet onbenut laten.&rdquo;</p>
<p><strong>Het impliceert wel dat jullie een bepaalde uitkomst willen uitsluiten.</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Wij sluiten geen enkel idee uit. Helder is wel dat een bovengemiddeld ambitieniveau een voorwaarde is voor plannen of concepten die verder uitgewerkt gaan worden.&rdquo;</p>
<p><strong><br />Maar is het niet verstandig dat de gemeente wel meegeeft voor wie er gebouwd moet worden, onder andere met het oog op de gewenste samenstelling en krimp van de bevolking?</strong><br />Van den Berg: &ldquo;Natuurlijk moet daar over worden nagedacht, maar ook die discussie moet online plaatsvinden, zodat we daarover open kunnen zijn. We roepen bij deze iedereen op die daarover mee wil denken, om zich aan te melden op de site.&rdquo;</p>
<p><strong>Is werkelijk alles mogelijk? Hoogbouw? Seniorendorp? </strong><br />Ketelaar: &ldquo;Ja alle idee&euml;n zijn mogelijk. Er moet natuurlijk straks wel een haalbaar plan liggen. Ons motto daarover is: onrealistische of onwenselijke plannen worden er tijdens de discussie in de community wel uitgefilterd. Leden gaan immers daarover met elkaar in discussie.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>De gemeente heeft ook geen minimale grondopbrengst voor ogen?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Nee, pas wanneer er een concept ligt, gaan we ook aan het rekenen. Onze insteek is wel dat er op wijbouweneenwijk.nl ook slimme idee&euml;n over de financiering zullen worden ingebracht.&rdquo;</p>
<p><strong>Opvallend is ook dat jullie vragen mee te denken over procedures en financiering. Wat verwachten jullie daarvan?</strong><br />Van den Berg: &ldquo;Een innovatief plan mag niet vast lopen op financi&euml;n of verzanden in lange,&nbsp; ondoorzichtige, procedures. We hopen op creatieve idee&euml;n over hoe je innovatieve plannen ook financieel haalbaar kunt maken of hoe je planprocessen kunt versnellen of transparanter maken.&rdquo; </p>
<p><strong>Het initiatief zal ongetwijfeld leiden tot honderden reacties. Op welke manier breien jullie er straks in februari 2009 een plan van? Wie hakt uiteindelijk de knoop door?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Dat weten we nog niet. In de ideale situatie liggen er in februari 2009 enkele planconcepten waar de gemeenteraad een keuze over kan maken. Want het is uiteindelijk de raad die een definitief plan vaststelt.&nbsp; We verwachten dat de discussies op wijbouweneenwijk.nl vrij natuurlijk zullen leiden tot het ontwikkelen van &eacute;&eacute;n of meerdere planconcepten. Als het nodig is, dan zullen we daar in moeten bijsturen, door bijvoorbeeld mensen samen te brengen in &eacute;&eacute;n plangroep en ze daar verder te laten discussi&euml;ren over een bepaald thema of een planconcept.&rdquo; </p>
<p>Van den Berg: &ldquo;Voor de fase daarna wordt het nog spannend. Want, als er straks &eacute;&eacute;n of meerdere planvoorstellen liggen, dan zullen bij de verdere uitwerking en het doorlopen van procedures vast nog allerlei vragen, onmogelijkheden en dergelijke aan de orde komen, waardoor je wellicht de oorspronkelijk ingediende voorstellen iets moet aanpassen. Het is zaak om hier heel open over te zijn en zorgvuldig mee om te gaan. Maar hoe we dat het beste kunnen doen, daar zijn we nu nog niet uit.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081022_wikiwijkwethouder475.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sup>Wethouder Nieske Ketelaar opent website www.wijbouweneenwijk.nl </sup></em></p>
<p><strong>Heeft de gemeente ook al eens nagedacht over een mogelijke invulling van de locatie om straks te kijken of deze wiki-aanpak daadwerkelijk leidt tot andere idee&euml;n?</strong><br />Ketelaar: &ldquo;Het is best een aardig idee om een ruwe schets te maken, deze vervolgens bijvoorbeeld in een kluis te stoppen en er aan het einde van het traject weer bij te pakken. Wij hebben dit bewust niet gedaan om het proces zo open mogelijk in te gaan en om te voorkomen dat dit plan in ieders hoofd blijft zitten en vervolgens toch de planuitwerking gaat vertroebelen.&rdquo;</p>
<p><strong>Tot slot. Heeft Trots op Nederland al contact met jullie opgenomen?</strong><br />Van den Berg: &ldquo;Nee, we hebben inmiddels tientallen leden, maar Rita Verdonk heeft zich nog niet aangemeld. Ze heeft net als ieder ander, de mogelijkheid om idee&euml;n en plannen te posten op www.wijbouweneenwijk.nl.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+++</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><strong>Wij zijn erg benieuwd naar uw mening. Is de wiki wijk van de gemeente Smallingerland de ultieme vorm van bewonersparticipatie? Een goede benadering om uiteindelijk tot het beste plan te komen? Of gaat de aanpak voorbij aan de complexiteit van planontwikkeling en de expertise van professionals? </strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+++ </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="../index.php?id=56&amp;sort=t"><sup>Klik hier voor gerelateerde artikelen op RUIMTEVOLK </sup></a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/professionals-aan-de-zijlijn-bij-nieuwbouw-in-smallingerland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Graven door emoties</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/graven-door-emoties/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/graven-door-emoties/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Oct 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/10/graven-door-emoties.jpg" /> De aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam is een langdurige operatie met alle gevolgen van dien voor de stad en haar bewoners. De recente problemen bij de aanleg van het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam is een langdurige operatie met alle gevolgen van dien voor de stad en haar bewoners. De recente problemen bij de aanleg van het toekomstige station aan de Vijzelgracht maken dit project ineens persoonlijk: de bewoners van de verzakte panden bevinden zich plotseling midden in een reality show. </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De nachtelijke confrontatie met de verantwoordelijk wethouder, de aankomst en ontbijt in het hotel waar ze tijdelijk overnachten, en het zoontje dat een microfoon voor zijn neus krijgt om nogmaals te zeggen dat hij niet meer naar binnen durft, gaan over alle televisiekanalen. Toch is het niet zozeer dit mediacircus dat opvalt, maar het gebrek aan deze publiekelijk geuite emoties in dit project tot nu toe. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081014_NZ-lijn_02.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>Verzakte huizen bij toekomstig metrostation Vijzelgracht (foto: Bart Cosijn)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Vanwaar deze plotselinge omslag in de beleving van dit megaproject? Heftige publieke emoties en politieke besluitvorming staan op gespannen voet met elkaar, in ieder geval vanuit de optiek van de politici. Een operatie van deze schaal begint altijd als een abstract idee, in de hoofden van plannenmakers en politici. Er wordt bedacht dat het vervoerssysteem van de stad om een sterke verbetering vraagt. Men rekent, tekent en besluit. Dan beginnen de werken en komen de tegenslagen. Budgetten en planningen worden langzaam maar zeker verruimd. Praten over de mogelijke gevolgen, ook als het fout gaat, wordt door de verantwoordelijken zo veel mogelijk vermeden. En zo kan er dus een emotioneel vacu&uuml;m ontstaan. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081014_NZ-lijn_03.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sup><em>Ook bij het Rokin zijn de werkzaamheden stilgelegd </em><em>(foto: Bart Cosijn)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zou dat ook anders kunnen? Wat als naast financi&euml;le en technische risico&rsquo;s ook in een vroeg stadium de emotionele gevolgen eens onderzocht zouden worden, voordat er een spade de grond in gaat? Misschien levert dat bij dit soort ingrijpende bouwprojecten wel een meer duurzame en begripvolle relatie op tussen stad en bewoners. In plaats van dat betrokkenen in blinde paniek elkaar grove verwijten gaan maken wanneer het mis gaat. &lsquo;Stel dat uw huis verzakt, wat verwacht u dan van de gemeente?&rsquo; Dit type vragen moeten we durven stellen. Maar daar is dan wel bestuurlijke moed voor nodig die verder gaat roepen dat het project hoe dan ook door gaat, zoals verantwoordelijk wethouder Tjeerd Herrema ondanks deed.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+++</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><strong>Wij zijn erg benieuwd naar uw mening. Is het inderdaad belangrijk bestuurders in een dergelijk project meer durf moeten tonen? Of gebeurt dat al, praten mensen al veelvuldig mee en worden risico&#8217;s op een adequate wijze ingeschat? </strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>+++ </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/graven-door-emoties/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van Maïzena tot extreme makeover</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/van-maizena-tot-extreme-makeover/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/van-maizena-tot-extreme-makeover/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Oct 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/10/van-maizena-tot.jpg" /> Freek Liebrand vraagt zich af welke helende werking &#8216;cultuur&#8217; wordt toebedicht voor stedelijke vernieuwing. Musea, evenementen en hippe waterfrontontwikkelingen leken ideaal om een stad beter op de kaart te zetten.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Freek Liebrand vraagt zich af welke helende werking &#8216;cultuur&#8217; wordt toebedicht voor stedelijke vernieuwing. <span>Musea, evenementen en hippe waterfrontontwikkelingen leken ideaal om een stad beter op de kaart te zetten. Ook probleemwijken mogen zich verheugen in toenemende aandacht van cultuur als aanjager van groei. </span>Maar is cultuur wel zo&rsquo;n wondermiddel? Een pleidooi voor een brede interpretatie van cultuur in stedelijke vernieuwing als betekenisgever en waardemaker.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de jaren tachtig drong de meerwaarde van cultuur voor stedelijke ontwikkeling langzaam door tot beleidsmakers. Musea, evenementen en hippe waterfrontontwikkelingen leken een ideaal middel om een stad beter op de kaart te zetten. Ook de probleemwijken mogen zich in toenemende mate verheugen in aandacht van cultuur en branding als aanjager van ontwikkeling. Nu is cultuur een containerbegrip. De inzet van cultuur in stedelijke vernieuwing loopt uiteen in een scala van ruimtelijke, economische en sociale interpretaties. Vaak wordt cultuur als middel ingezet om een bepaald doel te bereiken. Zowel de interpretatie van cultuur, die uiteenloopt van traditionele kunst &amp; cultuur tot creatieve industrie en evenementen, als het doel &#8211; sociaal investeren of economische ontwikkeling &#8211; lopen daarbij mijlenver uiteen. Misschien is juist het ondefinieerbare van cultuur, de x-factor, die het zo fascinerend maakt. Voor mij is het begrip cultuur verbonden met wat er speelt en leeft in de wijk. Ik associeer het met identiteit en verandering, met gedeelde en tegenstrijdige betekenissen. In praktische termen denk ik bij cultuur eerder aan een multicultureel straatfeest, dan aan een &lsquo;designkwartier&rsquo;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Binding en verandering<br /></strong>Cultuur is een waardemaker; het geeft betekenis aan iets wat van zichzelf eigenlijk niets is. Cultuur kan de kracht hebben om betekenissen aan een plek te geven en betekenissen van een plek te veranderen. Cultuur kan een plek &lsquo;openen&rsquo;, herdefini&euml;ren, trots en binding cre&euml;ren en mensen plekken eigen laten maken. Zo bezien is cultuur dus een ideaal instrument om iets &lsquo;beter&rsquo; te maken. Bovendien gedijt cultuur prima in een omgeving die zichtbaar verandert. Een tijdelijke omgeving blijkt vaak een uitstekend decor voor culturele evenementen en sociaalartistieke projecten. Zo kan cultuur worden ingezet om bewoners van herstructureringswijken actief te betrekken en te begeleiden bij het roerige en vaak emotionele proces van sloop, verhuizing en nieuwbouw. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Flatfestival &lsquo;De Metamorfosen van de Poptahof&rsquo; in Delft is hier een mooi voorbeeld van. De manifestatie diende om de start van de grootscheepse verbouwing te markeren, afscheid te nemen en ruimte te maken voor de nieuwe Poptahof. Herinneringen, vergankelijkheid en verandering stonden daarbij centraal. Door een scala aan voorstellingen en activiteiten werden bewoners bij de herstructurering betrokken, waardoor ze deze ingrijpende gebeurtenis een plek konden geven. &#8216;I want to break free&#8217; was een van de voorstellingen rondom de sloop van een flatgebouw.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080926_1737_15093-ardito.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tegelijkertijd kan cultuur ook mensen ontvreemden van een plek doordat die een betekenis krijgt die niet de hunne is, of niet toegankelijk voor hen is. Dit gevaar ligt bijvoorbeeld op de loer in het Arnhemse Klarendal, waar sommige bewoners aangeven die dure tasjes uit het nieuwe Modekwartier nooit te kunnen betalen. Het plannen van een culturele of creatieve economie via een mode-, design- of kunstdistrict is een veel geziene strategie, maar moet zichzelf nog bewijzen als duurzame impuls. Bij succes dreigt al gauw gentrification plus het bijbehorende waterbed-effect: De wijk wordt misschien wel beter, de creatieve klasse kan hip en betaalbaar wonen, maar van een sociale investering in de oorspronkelijke bewoners is niet direct sprake.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080926_100procentmode.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Modekwartier Klarendal</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Culturele uitdaging</strong><br />Wil je investeren in de huidige bewoners en, samen met hen &eacute;n met nieuwe bewoners, in een betere wijk, dan moet je de cultuur van de wijk als uitgangspunt nemen. Je verdiepen in de identiteit en eigenheid van de wijk. Wie wonen er en wat sluit aan op hun leefwensen en behoeften? De vervolgvraag is dan: waar wil je naartoe? Welke cultuur heb je voor ogen en wat is daarvoor nodig? En de derde vraag is, welke bijdrage cultuur als katalysator daaraan kan geven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het initiatief Rotterdam Vakmanstad, dat de overgang van Rotterdam van Arbeiderstad naar Cultuurstad verder vorm moet geven, is hier een goed voorbeeld van. Het initiatief gaat uit van kenmerkende eigenschappen van Rotterdam &#8211; ondernemingszin, vergroening, de stad als emancipatiemachine &#8211; en zoekt juist daar aansluiting bij. Het creatieve potentieel van alle Rotterdammers staat centraal, met in het bijzonder de &#8216;skills&#8217; van jongeren met of zonder opleiding. Probleemjongeren moeten dus niet alleen op hun fouten worden gewezen, maar handvatten worden geboden voor talentontwikkeling. Op die manier moet Rotterdam Cultuurstad meer zijn dan alleen een marketingstrategie en doordringen tot in de haarvaten van de stad.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een ander, kleinschaliger voorbeeld is te vinden in Hoogvliet. Daar zijn de wensen en idee&euml;n van bewoners na intensieve bewonersparticipatie uiteindelijk samengekomen in cultureel centrum en vrijetijdspark De Heerlijkheid Hoogvliet omdat dat d&aacute;&aacute;r op dat moment de ideale oplossing was en niet omdat elke wijk zomaar een cultureel centrum nodig heeft. Investeer dus in het bereiken van mensen en niet zomaar in voorzieningen. Het actief betrekken van bewoners bij het proces is vaak minstens zo belangrijk als het tastbare resultaat. De neiging om juist de culturele voorziening een helende werking toe te schrijven is helaas groter dan de neiging eens &eacute;cht te onderzoeken wat er scheelt en wat daarvoor de oplossing is. Politiek en beleidsmakers implementeren nou eenmaal liever kant-en-klare wonderconcepten dan gedurfd maatwerk.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080926_villaheerlijkheid1.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Villa Heerlijkheid Hoogvliet</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Stedelijke vernieuwing is werken met mensen. Cultuur manifesteert zich zowel in mensen als in de plek. Zorg daarom dat de rol van cultuur aansluit op de lokale context en pas op voor ondoordachte &lsquo;extreme makeovers&rsquo;. Versterk en vernieuw bestaande kwaliteiten. Veranker de vernieuwing in wat er is, wat er was en wat er komen kan. Giet cultuur niet als saus over een probleemwijk in de hoop dat er wat blijft plakken en alles beter wordt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Denk goed na over de kracht van cultuur, in al haar vormen en facetten, en hoe je daarmee mensen en wijken een beetje beter kan maken. Gebruik cultuur als bindmiddel, als ma&iuml;zena tussen verschillende groepen mensen, tussen mensen en hun leefomgeving en tussen verleden, heden en toekomst. Verwacht niet altijd harde resultaten, maar vier ook successen zoals trotse bewoners en geslaagde activiteiten. Ik zie in ieder geval kansen genoeg voor verfrissende en experimentele projecten en ga daar graag mee aan de slag!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dit artikel is onderdeel van de <a href="../index.php?id=77&amp;sort=t">bundel Cultuur en de stad.</a> </p>
<p><span>
<p>&nbsp;</p>
<p></span>
<p><sup><em>Foto&#8217;s: </em></sup><a href="http://www.100mode.nl" target="_blank"><sup><em>100 % mode</em></sup></a><sup><em>, </em></sup><a href="http://www.wimby.nl" target="_blank"><sup><em>Heerlijkheid Hoogvliet</em></sup></a><sup><em> en </em></sup><a href="http://www.ardito.nl" target="_blank"><sup><em>Ardito / Jan-Evert Zondag</em></sup></a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/van-maizena-tot-extreme-makeover/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verheffende stadswandeling</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/verheffende-stadswandeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/verheffende-stadswandeling/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Oct 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/10/verheffende-stadswandeling.jpg" /> Op zaterdag 18 oktober organiseert Barry van &#8217;t Padje, stadsfilosoof van Almere, samen met RUIMTEVOLK een verheffende stadswandeling. Op wat voor manieren verheft Almere? En, in hoeverre wijkt dit af]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op zaterdag 18 oktober organiseert Barry van &rsquo;t Padje, stadsfilosoof van Almere, samen met RUIMTEVOLK een verheffende stadswandeling. Op wat voor manieren verheft Almere? En, in hoeverre wijkt dit af van het model van stedelijke verheffing dat de stadsfilosoof schetst in zijn <a href="../detail.php?id=247">artikel</a>?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tijdens de wandeling brengen we onder meer een bezoek aan het orakel van Almere. We claimen een hangplek en er zal volop geshopt worden in het nieuwe stadshart.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Inschrijven voor deze wandeling kan door een mail te sturen naar <a href="mailto:jeroen@ruimtevolk.nl">jeroen@ruimtevolk.nl</a>. Wees er snel bij, want er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Aanvang: 10.00 NS Station Almere Centrum<br />Einde: 14.00 NS Station Almere centrum<br />Kosten: &euro; 25,- inclusief lunch (shoppen op eigen kosten)</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Deze activiteit is onderdeel van de <a href="../index.php?id=77&amp;sort=t">bundel Cultuur en de stad</a>.  </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/verheffende-stadswandeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Drie meter onder NAP</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/drie-meter-onder-nap/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/drie-meter-onder-nap/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 01 Oct 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebe de Ridder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/10/drie-meter-onder.jpg" /> Het thema van de Expo te Zaragoza dit jaar was &#8216;Water en duurzame ontwikkeling&#8217;. Een thema dat Nederland op het lijf geschreven lijkt te zijn. De verwachtingen van onze inzending]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het thema van de Expo te Zaragoza dit jaar was &lsquo;Water en duurzame ontwikkeling&rsquo;. Een thema dat Nederland op het lijf geschreven lijkt te zijn. De verwachtingen van onze inzending waren dan ook hooggespannen. Helaas zijn die volgens Wiebe de Ridder niet waargemaakt.</strong> </p>
<p>De wachttijd bij het Nederlandse paviljoen is te overzien. Gezien de drukte bij andere paviljoens is dat een slecht voorteken. Na tien minuten wachten in de hete Spaanse zon word ik door twee vriendelijke Nederlandse dames toegelaten tot het eerste deel van het paviljoen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Van een afstand dacht ik dat dit gedeelte om een tentoonstelling ging. De panelen en filmpjes in deze ruimte zijn echter promotiematerialen van de diverse sponsors. Het overkoepelende thema van de informatie is zoals te verwachten valt: duurzame ontwikkelingen met water. De inhoud van de filmpjes stellen teleur. De sponsors komen niet verder dan wat te laten zien over de activiteiten van het bedrijf, de promotie van een innovatief product of de marketing van een stad. Er zit geen samenhang tussen de verschillende bijdragen. Een gemiste kans. Na weer tien minuten wachten mag ik de filmzaal binnen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20081001_EXPO_Zaragoza2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>De ruimte waarin de film wordt vertoond, is opgebouwd uit een replica van een dijk zodat je als bezoeker het gevoel krijgt in de polder te staan. Het filmscherm loopt van het plafond in een ronding zodat de projectie doorloopt tot aan je voeten. De film bestaat uit Hollandse plaatjes van polders, Amsterdamse grachten, onze rivieren, de zee, en natuurlijk ontbreken de grote waterwerken ook niet. Alle beelden zijn heel verantwoord en gemoedelijk. De film wordt afgesloten met een moraliserende boodschap uit de mond van Johan Cruijf. </p>
<p>Als ik buiten sta, vraag ik mij hardop af: is dit waar Nederland voor staat? Ik hoop van niet. Dit is wel een heel erg braaf en weinig innovatief beeld van ons land. Nederland heeft zeker op het gebied van watermanagement toch veel meer in zijn mars? Mijn waardering voor het Nederlands paviljoen zakt steeds verder onder NAP. </p>
<p>Eenmaal thuis begin ik te twijfelen. Is Nederland wel zo creatief en innovatief? Misschien klopt het beeld van de tentoonstelling wel beter dan ik in eerste instantie denk. Het begin september gepresenteerde rapport van de tweede Deltacommissie &ndash; hoe de Nederlandse kust versterkt moet worden om het hoofd te bieden aan de zeespiegelstijging &ndash; heeft immers voor het eerst sinds jaren, watermanagement weer op de politieke agenda gezet. De politiek wil naar aanleiding van dit onderzoek de komende decennia zelfs jaarlijks miljarden gaan investeren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080921_happystreet1.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>Happy Street van John K&ouml;rmeling voor de Expo 2010</em></sup> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Desalniettemin, de Nederlandse inzending voor de Expo 2008 is wat mij betreft weinig onderscheidend, spraakmakend of eigenzinnig. We mogen echt wel wat meer ambitie tonen. Het ontwerp van&nbsp;kunstenaar en architect John K&ouml;rmeling voor de aankomende Expo van 2010 in Shanghai belooft gedurfder en opvallender te zijn. Hopelijk geldt dat ook voor de inhoud van deze inzending. De Nederlandse inzending met de titel &lsquo;<a href="http://www.johnkormeling.nl" target="_blank">Happy street</a>&rsquo; wordt een spiraalvormige straat met zeventien huisjes waarin te zien is hoe innovatief Nederland omgaat met ruimte, energie en water. De omhoog klimmende &lsquo;Happy street&rsquo; van John K&ouml;rmeling zorgt in ieder geval dat het Nederlands Paviljoen in Sjanghai boven NAP komt te liggen. Dat is alvast een goed begin. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/drie-meter-onder-nap/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stedelijke verheffing</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-verheffing/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-verheffing/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Sep 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>bpadje@gmail.com</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL cultuur en de stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/09/stedelijke-verheffing.jpg" /> Barry van &#8217;t Padje, stadsfilosoof van Almere, stelt dat democratische politiek alles met stedelijkheid te maken heeft. Burgers zijn in de politieke zin van het woord archetypische stedelingen (1). In]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Barry van &rsquo;t Padje, stadsfilosoof van Almere, stelt dat democratische politiek alles met stedelijkheid te maken heeft. Burgers zijn in de politieke zin van het woord archetypische stedelingen <sup>(1)</sup>. In dit korte filosofische memo doet hij een oproep om de stad als mechanisme voor politieke verheffing te percipi&euml;ren.</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Beschavingsoffensief</strong><br />Verheffing is helemaal terug van weggeweest. We noemen het meestal niet meer zo, maar in de steden wordt weer volop ge&euml;xperimenteerd met een overheid &lsquo;<a href="http://www.sev.nl/experimenten/expitem.asp?id_experiment_open=3314" target="_blank">achter de voordeur&rsquo;</a> en allerlei ethische gedragscodes voor de publieke ruimte, zoals &lsquo;stadsetiquette&rsquo; en &lsquo;groetzones&rsquo;. Gabri&euml;l van den Brink, invloedrijk adviseur van de regering, sprak enkele jaren geleden van de noodzaak tot een nieuw beschavingsoffensief <sup>(2)</sup>. Volgens mij voelde hij de tijdsgeest goed aan. Overheden willen weer opvoeden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Er is iets vreemds aan deze revival van de verheffing. Enerzijds worden steden van alle kanten bewierrookt als het gaat om economische groei, creativiteit en innovatie. Anderzijds blijft het beschavingsdenken antistedelijk van karakter, waardoor het niet in staat is om duidelijk te maken wat zo leuk en hoopvol is aan democratisch burgerschap.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Basishouding: de anonieme stad<br /></strong>In het huidige beschavingsdenken gelden gemeenschap en sociale cohesie als tegenwicht voor anonieme individualisering. Dit is een antistedelijke houding die ten koste gaat van de verheffende basis van democratisch burgerschap.<br />Anonimiteit is wezenlijk voor een stedelijk leven. Stadse ervaringen, zoals uitgebreid zoenen met je geliefde in een park of flirten met een voorbijganger vanaf een terras, zijn alleen dankzij deze anonimiteit mogelijk. Het verlangen naar sterke sociale cohesie en gemeenschap heeft weinig gevoel voor deze anonimiteit. Sterker, het ziet deze als een oorsprong van moreel verval, dat zij wil tegengaan met versterkte onderlinge binding, sociale controle en gemeenschappelijke activiteiten. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Men vergeet dat stedelijke anonimiteit de basishouding van moderne staatsburgers is. Rechter noch advocaat hoeft de verdachte persoonlijk te kennen. Soortgelijke verhoudingen gelden binnen andere (semi)publieke instituties, zoals universiteiten, uitkeringsinstanties, scholen, ziekenhuizen, gemeenten, enzovoorts. Burgers hoeven geen speciale relaties of connecties te hebben om hun recht te halen, bestaanszekerheid af te dwingen of onderwijs en kennis te krijgen. Deze context van anonimiteit maakt je los van je roots &#8211; en dat betreurt de sociale cohesie zo sterk, waardoor er enorme kansen ontstaan om zelf te bepalen wie of wat je wilt zijn. Stedelijke anonimiteit is in die zin een ware emanciperende kracht, en de eerste trede van het verheffingsmodel. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Winkelen en uitgaan: de individuele stad</strong><br />De door de anonimiteit geboden kansen worden voor een belangrijk deel gerealiseerd in de stad als centrum van commercie en vertier, bakermat van het verguisde consumentisme. Op deze stedelijke realiteit wordt door een deel van het beschavingsdenken onterecht neergekeken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>We moeten volgens mij vaststellen dat ook ondernemingen vorm geven aan de verheffingstrend. Zij zijn zich steeds sterker gaan richten op het zichtbaar maken en &lsquo;verkopen&rsquo; van moreel gedrag. En dat doen zij heel succesvol. De beleidsmaatregelen van de overheid op het gebied van leefgewoonten vallen qua verbeelding en overtuigingskracht in het niet ten opzichte van de manieren waarop ondernemingen bepaalde levensstijlen in de markt zetten. Een gemiddeld overheidsprogramma om jongeren aan het sporten te krijgen kan toch niet tippen aan <em>Just do it</em>? Dat gaat verder dan een argument; het is een lifestyle.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080917_nike_just_do_it.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hetgeen een individu fatsoenlijk, leuk, mooi en verheffend vindt, beslist hij of zij voor een belangrijk deel in een commercieel web van media, winkels en horeca. In dat web geeft hij vorm aan wie of wat hij wil zijn. Hier krijgt zijn anonimiteit individualiteit. Omdat deze commerci&euml;le verheffing meer appelleert aan een gevoel van smaak en verbeelding, is er in principe meer ruimte voor zelfonderzoek en zelfexpressie dan in de argumentatieve en rationele context van overheidsverheffing. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de steden gebeurt het. Daar ontmoeten de kunstenaars, trendsetters, intellectuelen en ontwerpers elkaar. Daar worden de nieuwe leefstijlen geboren en daar zijn de bedrijven en ondernemingen die deze leefstijlen kunnen materialiseren, vormgeven en toegankelijk maken. De stad is als centrum van commercie en vertier een experimenteerruimte voor de massa, en een spiegel van de tijd. Beiden zijn cruciaal voor een vrolijk zelfinzicht.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Publieke strijd: de politieke stad<br /></strong>Om democratisch burger te worden moet er n&oacute;g iets gebeuren. Burgers moeten de anonimiteit en individualiteit kunnen transformeren in een politieke hoofdrol. Dat is wat een goede stad mogelijk maakt. Zij zorgt voor politieke podia waarop burgers zichzelf kunnen overstijgen, door de stad als geheel te representeren en te dienen. Cruciaal hierbij is de vraag wie op deze podia mogen optreden en wie er naar mag kijken, omdat het antwoord hierop bepaalt of er sprake is van democratie.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op beide punten schieten steden op dit ogenblik tekort. Ten eerste omdat het staatkundig principe dat de stad begint en eindigt bij de gemeentegrenzen steeds meer begint te knellen. Zo pleit een deel van onze politiek-bestuurlijke elite voor meer politiek-bestuurlijke eenheid in de Randstad <sup>(3)</sup>. Hun punt is dat de Randstad dan wel uit heel veel verschillende gemeenten bestaat, maar qua samenhang en betekenis eigenlijk &eacute;&eacute;n stad is. Dus, zo stellen zij, zou er eigenlijk ook &eacute;&eacute;n podium moeten zijn waarop deze stad bestuurd kan worden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De tweede tekortkoming is vanuit het oogpunt van burgerschap veel serieuzer. De huidige bestuurlijke podia zijn namelijk alleen met de grootst mogelijke moeite als democratisch te typeren. Het zijn gesloten circuits voor bestuurders, managers en professionals binnen netwerken van publieke, private en vooral hybride organisaties. Een gemiddelde burger kan hierdoor met geen mogelijkheid zelf meedoen in het gevecht om de hoofdrol, en heeft geen idee op wat voor manier de gemeenschap wordt gerepresenteerd. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080917_fokke_sukke_zakken_vullen.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is jammer dat men de individualisering problematiseert terwijl er zo overduidelijk iets anders aan de hand is. Het tekort aan samenhang ontstaat doordat een grote groep mensen in politiek-bestuurlijke zin is buitengesloten. Er ontstaan pas problemen als ge&iuml;ndividualiseerde mensen zichzelf niet meer kunnen overstijgen via de publieke zaak, en opgesloten zitten in hun comfortabele en stijlvolle leefstijl. Voor een deel wordt dit gecompenseerd door een hernieuwde aandacht voor religie en spiritualiteit, maar dat kan het tekort nooit geheel opheffen zolang wij onszelf als een democratie willen begrijpen. Mijn voorstel is om onze deltametropool weer als mechanisme voor politieke verheffing te percipi&euml;ren. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Moreel pluralisme: de ironische stad</strong><br />Het laatste aspect van het beschavingsdenken waar ik het over wil hebben is de hang naar homogeniteit en het gebrek aan ironie. De hedendaagse hang naar homogeniteit is bijvoorbeeld herkenbaar in de nationale canon, inburgering, joods-christelijke wortels en de idee dat het nodig is om &eacute;&eacute;n set van algemeen geldige fatsoensregels vast te stellen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Democratische burgers moeten kunnen omgaan met diversiteit en tegenstrijdigheden. Er is in onze democratie namelijk geen gemeenschappelijk, allesomvattend moreel systeem. Burgers verschillen onderling enorm in de manier waarop zij het (gemeenschappelijke) leven waarderen. Met de daaruit volgende meningsverschillen kan in een democratie alleen via compromissen &ndash; slordige, onzuivere en heterogene deeloplossingen &ndash; omgegaan worden. Een democratisch burger kan zichzelf daarom niet helemaal serieus nemen. Hij weet dat hij zijn woorden van voor het compromisproces nooit helemaal kan waarmaken. Bovendien houden wij als democratische burgers rekening met de toekomstige onhoudbaarheid van onze eigen standpunten. Het is immers gebruikelijk om de standpunten die de machtsstrijd hebben gewonnen via reflectie, debat en dialoog onderuit te halen. Zo gaat dat in een democratie. De Nederlandse filosoof Ren&eacute; Ten Bos wijst daarom op het belang van de ironie voor democratische burgers. De cynicus neemt afstand van de wereld en de mensen die erop wonen, maar de ironicus, zo stelt hij, neemt afstand van zichzelf <sup>(4)</sup>. Zonder deze afstand is een democratie veel te pijnlijk. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het positieve ethische perspectief op de stad is, zoals u heeft kunnen lezen, een verheffingsmodel. Iedere keer een stapje hoger. Van gecultiveerde anonimiteit, via zelfonderzoek en &ndash;expressie naar individualiteit, om vervolgens naar grote hoogten te stijgen tijdens de strijd om de politieke hoofdrol. Het model eindigt met ironie. Dat is de grens die we niet moeten passeren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De archetypische omgeving van de democratie is de stad. Daar vinden we de grootste diversiteit qua culturen en waardepatronen, daar zijn de politieke podia, de instellingen en organisaties die burgerschap mogelijk maken en vorm geven, de experimenteerruimtes, de criticasters die de macht proberen te ontmaskeren. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tijdens een <a href="../detail.php?id=248">verheffende stadswandeling</a> op <strong>zaterdag 18 oktober</strong> kan iedereen onderzoeken in hoeverre Almere zo&rsquo;n stad is. Van harte aanbevolen: <a href="http://www.uitzendinggemist.nl/index.php/aflevering?aflID=7847395&amp;md5=9666e9e783eeb8c1df3cb03063ef93ad" target="_blank">Westermans nieuwe wereld</a> van 8 september waarin een heel leuk portret van Almere wordt gegeven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080917_polderlandschap.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Het is praktisch onmogelijk om dit land als  de natuurlijke omgeving van de democratie te denken. Ons begrip &lsquo;polderdemocratie&rsquo; is dan ook een typisch geval van Nederlandse ironie.</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Noten:</p>
<p>1. De herkomst van het woord burger is het middeleeuwse burch dat stad betekent.</p>
<p>2. Van den Brink, Gabri&euml;l, Schets van een beschavingsoffensief, Amsterdam University Press, Amsterdam 2004</p>
<p>3. Zie bijvoorbeeld de Holland 8 (burgemeesters van de vier grootste gemeenten van Nederland en de vier commissarissen van randstadprovincies) en de daaruit volgende commissie Kok (Advies Commissie Versterking Randstad).</p>
<p>4. Ten Bos, Ren&eacute;, Rationele engelen, 2003, pp.128</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dit artikel is onderdeel van de <a href="../index.php?id=77&amp;sort=t">bundel Cultuur en de stad</a>.  </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Op 18 oktober aanstaande organiseert Barry van &#8216;t Patje samen met RUIMTEVOLK een <a href="../detail.php?id=248">verheffende stadswandeling</a> door Almere. Wees er snel bij, er zijn maar 12 plaatsen beschikbaar!</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stedelijke-verheffing/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;En nu weer samen aan de slag in de wijken!&#8221;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/samen-aan-de-slag-in-de-wijken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/samen-aan-de-slag-in-de-wijken/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Sep 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/09/en-nu-weer-samen.jpg" /> Voorzitter Sjors de Vries van stichting RUIMTEVOLK opende op 23 september met een column het jaarlijkse Nirov begrotingsdebat van het ministerie van VROM en Wonen, Wijken en Integratie (WWI). Het centrale thema]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Voorzitter Sjors de Vries van stichting RUIMTEVOLK opende op 23 september met een column het jaarlijkse Nirov begrotingsdebat van het ministerie van VROM en Wonen, Wijken en Integratie (WWI). Het centrale thema van het debat: geeft de nieuwe begroting antwoord op de vraag wie de kosten van de stedelijke vernieuwing gaat betalen? De Vries ziet aanknopingspunten, maar maakt zich zorgen over de opstelling van overheid en woningcorporaties en de sfeer rond het huidige conflict over financiering en verantwoordelijkheden. Zijn oproep: ga nu toch vooral aan de slag en voer weer vaker het inhoudelijk debat met elkaar. Dit is zijn column.</strong></p>
<p>Geachte wijkvernieuwers,</p>
<p>Een begrotingsdebat, altijd een mooie gelegenheid om terug te kijken op het afgelopen jaar. Nou, het was me het jaar wel. Nu staat de stedelijke vernieuwingssector wel een beetje bekend om een hoop gedoe, geharrewar over rollen, verantwoordelijkheden en vooral ‘wie moet wat betalen’. Maar het afgelopen jaar was toch wel een hoogtepunt! Of liever gezegd: een dieptepunt…</p>
<p>Want wat is er een vervelende, bij vlagen zelfs uitermate irritante, discussie over de centen gevoerd (vennootschapsbelasting, afroming en solidariteitsheffing). In het gevecht om de euro’s laten beide betrokken partijen zich van hun slechtste kant zien.</p>
<p>Met aan de ene kant die ‘onbetrouwbare overheid’ die de ‘wijkaanpak’ op Haagse wijze regisseert en zich stevig bemoeit met de aanpak en financiering. Die vitale coalities ageert, maar verbinding op rijksniveau zelf nog steeds moeizaam tot stand brengt. Die weliswaar een minister voor wonen en wijken levert, maar daar nauwelijks méér geld voor over heeft.</p>
<p>En aan de andere kant staan daar dan de woningcorporaties, die zich de afgelopen jaren &#8211; als nieuwbakken ontwikkelaars &#8211; hebben geschoold in risicomanagement en onderhandelen. Die zich via de hogere wiskunde in de onrendabele toppen begeven, maar waar helaas steeds minder over volkshuisvestings- en samenlevingsidealen lijkt te worden gesproken. Die zeuren dat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag, maar vergeten dat ze zelf die woningen bouwen. Die brutaal huurwoningen aanbieden aan de Spaanse Costa en zonder blikken of blozen het goed functionerende systeem van volkshuisvesting op het spel durven te zetten.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080921_column-wijkaanpak.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sup><em>Wachten op actie&#8230; (Foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>Overheid en woningcorporaties. Ze gaan alweer een tijdje rollenbollend over straat en voeren discussies die niet meer te volgen zijn voor de bewoners van de wijken. Maar ook de vele professionals die zich dagelijks buigen over allerhande problemen in deze wijken kunnen zich nog maar nauwelijks met deze strijd identificeren. Ze willen aan de slag. En dat kan niet wanneer de bestuurders met heel andere dingen bezig zijn.</p>
<p>Ik hoef u niet te vertellen dat stedelijke vernieuwing een hele complexe opgave is, niet alleen in financieel opzicht. Het is een enorme uitdaging, cruciaal voor de toekomst van onze steden. Het vraagt om maatwerk in een ingewikkeld proces van vallen en opstaan. Van samen werken, open staan voor andere meningen en leren van anderen. Van innovatie en creativiteit. Van lef, visie en daadkracht. Van dialoog en discussie. En het is dat cruciale proces van samenwerken, samen doen en samen leren dat is gegijzeld door het gehakketak over euro’s. Plannen worden bij- of uitgesteld, of erger: aan de kant geschoven. Terwijl er vaak jarenlang intensief met betrokken partijen en bewoners aan is gewerkt!</p>
<p>Er is de afgelopen periode een zware hypotheek gelegd op het vertrouwen in de wijkaanpak. Gelukkig wordt dit door de minister erkend, zo lezen we tussen de regels door in de begroting van WWI voor 2009. De minister wil nu écht vaart maken en gemeenten, marktpartijen en bewoners in staat stellen om bij de uitvoering snel tot resultaat te komen.</p>
<p>Wat de woningcorporaties en gemeenten zal aanspreken is dat het Rijk de vernieuwingsopgave vooral wil faciliteren en inspireren. Ze wil minder ‘tellen’ maar meer luisteren en laten ‘vertellen’. Ik hoop ook van harte dat de minister hier een constructieve en structurele aanpak bij voor ogen heeft. Anders dan een ingewikkelde monitoringsmachine of een goedbedoelde Haagse wijkcoach, die na kennismaking met de partijen in de wijk nooit meer wat van zich laat horen. Hoopgevend is ook dat het Rijk voorzichtig af lijkt te willen van de statistische selectie van 40 wijken. En dat het waterbedeffect, dat de problemen naar andere wijken verplaatst, eindelijk serieus lijkt te worden genomen.</p>
<p>En jawel, ook expliciet benoemd in de begroting: het voornemen om snel tot een vernieuwd &#8220;bestuurlijk arrangement&#8221; te komen met de woningcorporaties. En dan word ik toch weer ongerust.</p>
<p>Mogen we ons weer opmaken voor een vervolg van de onfrisse strijd over wie de echte macht heeft over de verzelfstandigde corporaties? Gaan we weer een verloren jaar tegemoet van vertraging en uitstel en weinig inhoudelijke discussie over waar we met de wijken en steden naar toe willen? En schuiven we de discussie over de woningmarkt nog een jaar door? Alstublieft…</p>
<p>Ik zou zowel de minister als de woningcorporaties willen oproepen nu toch vooral aan de slag te gaan, de loopgravenoorlog te staken en niet te laten resulteren in een slagveld in de wijken. Voegt u de daad bij het woord als het gaat om de gewenste uitvoering in de wijkvernieuwing en ga ook weer het inhoudelijk debat aan over de toekomst van de wijken en steden. Wat mij betreft heeft u het vanavond nog één keer over de euro’s en daarna: samen aan de slag!</p>
<p>Ik wens u veel plezier en wijsheid toe, voor nu en straks in uw wijk.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/samen-aan-de-slag-in-de-wijken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stadsguerrilla&#8217;s veroveren Prins Clausbrug</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stadsguerrillas-veroveren-prins-clausbrug/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stadsguerrillas-veroveren-prins-clausbrug/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Sep 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/09/stadsguerillas-veroveren-prins.jpg" /> In verschillende Europese steden proberen stadsguerrilla´s op vrolijke wijze vergeten plekken in de stad te heroveren. RUIMTEVOLK-redacteur Jeroen Niemans sloot zich in Utrecht voor een keer aan. Zondag, 14 september]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In verschillende Europese steden proberen stadsguerrilla´s op vrolijke wijze vergeten plekken in de stad te heroveren. RUIMTEVOLK-redacteur Jeroen Niemans sloot zich in Utrecht voor een keer aan.</strong></p>
<p>Zondag, 14 september 2008. Terwijl de Utrechtse binnenstad uitpuilt vanwege de opening van het culturele seizoen, zijn er door de hele stad raadselachtige bordjes geplaatst die de weg wijzen naar de rand van de stad. Wie de bordjes volgt, komt terecht op de Prins Clausbrug, vandaag het decor van een heuse stadsguerrilla.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080923_bordjes_guerrilla.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Guerrilla’s  werken volgens het ‘hit-and-run-principe’: onverwacht opduiken en weer net zo onverwacht verdwijnen.  Stadsguerrilla’s woeden bij voorkeur op ‘vergeten’ plekken in de stad, en zijn op vele verschillende wijzen uit te voeren. Zo bestaan er guerrilla cookings, <a href="http://www.erasmuspc.com/index.php?id=18026&amp;type=article" target="_blank">guerrilla park(ing)s</a> en guerrilla gardenings.</p>
<p>De <a href="http://www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=197661" target="_blank">Prins Clausbrug</a> is een ontwerp van Ben van Berkel, die ook de Rotterdamse Erasmusbrug ontwierp. De brug is dan ook duidelijk een broertje van de Erasmusbrug. Maar waar de Erasmusbrug staat te pronken in het centrum van Rotterdam, staat zijn Utrechtse evenbeeld er verloren bij. De brug vormt de verbinding tussen Kanaleneiland en het bedrijvenpark Papendorp. Het vormt een verbinding die weinig gebruikt wordt, zeker in de weekenden, en is daarmee een beetje een verborgen parel.</p>
<p>Aangekomen bij de brug hebben de guerrillastrijders zich reeds verzameld. &#8220;Utrecht heeft een geweldige brug. Hij wordt helaas nauwelijks gebruikt om van de ene kant van het kanaal naar de andere kant te komen. Dat vinden wij zonde!“, aldus Marco Redeman, een van de initiatiefnemers van de guerrilla-actie. De Prins Clausbrug blijkt overwoekerd met onkruid, dat op veel plekken tot op kniehoogte reikt. “Wij willen de brug vandaag in het zonnetje zetten. We zoeken daarbij naar andere toepassingen. Met als doel de brug tot deel van de stad te maken, het te gebruiken, op welke manier dan ook.&#8221;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080923_bevrijding_guerilla.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>De guerrilla’s zijn vastbesloten om de brug op deze mooie nazomeravond in een wat positiever daglicht te zetten. Allereerst ontdoen ze de brug van zijn onkruid. Vervolgens bereiden ze, onder het genot van een hapje en een drankje, een zogenaamde ‘guerrilla LED throwing’ voor.</p>
<p>En zodra de duisternis compleet is gooien de strijders, als afsluiting van hun actie, kleine, aan magneetjes vastgeplakte LED-lampjes tegen de Prins Clausbrug aan. Het resultaat is even vrolijk als kleurrijk. Voor heel even is de normaal onverlichte Prins Clausbrug de bruisende brug die het verdient te zijn.</p>
<p>Dit artikel is onderdeel van de <a href="../index.php?id=77&amp;sort=t">bundel Cultuur en de stad</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stadsguerrillas-veroveren-prins-clausbrug/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Roltrap naar de maan</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/roltrap-naar-de-maan/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/roltrap-naar-de-maan/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Sep 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wiebe de Ridder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/09/roltrap-naar-de.jpg" /> De roltrappen in de metrostations van Londen hebben mij altijd gefascineerd. In sommige gevallen zijn ze zo lang dat je het einde niet kunt zien. Je ziet alleen het licht]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De roltrappen in de metrostations van Londen hebben mij altijd gefascineerd. In sommige gevallen zijn ze zo lang dat je het einde niet kunt zien. Je ziet alleen het licht aan het einde van de roltrap. Het is net alsof je opstijgt naar de hemel. Het echte doel is natuurlijk veel pragmatischer: snel mensen naar boven of naar beneden verplaatsen.&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dat roltrappen een belangrijke rol spelen in het succes van warenhuizen en shopping malls is uitgebreid beschreven in &quot;Guide to shopping&quot; van de Harvard Designschool (2002). De boodschap&nbsp;in dit boek is dat roltrappen zorgen voor een goede doorstroom van mensen in een gebouw, en dat dit leidt tot meer verkopen in winkels. Zo zorgen de loopbanden op Schiphol en andere vliegvelden ervoor dat reizigers langer kunnen blijven winkelen en toch nog op tijd bij de gate kunnen zijn. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080917_roltrap2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De roltrap op deze foto&#8217;s dient een heel ander doel. Het is een creatieve oplossing voor een praktisch probleem; een strategie om de snel vergrijzende bevolking van de Spaanse stad Vitoria-Gasteiz in Baskenland de heuvels van de stad op te helpen. Aan de andere kant van de heuvel is ook een roltrap geplaatst. Doordat de roltrappen op verschillende niveaus worden onderbroken, kunnen de inwoners naar hun woning toe zonder te hoeven klimmen. Bijkomend voordeel is dat de stad er een toeristische attractie bij heeft. De roltrappen zorgen voor een optimale circulatie in de historische binnenstad voor bewoners en toeristen. Ze lokken mensen als het ware de historische binnenstad in zodat ze moeiteloos kunnen verdwalen in de nauwe straatjes van deze bijzondere stad. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080917_roltrap3.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In het liedje &lsquo;Roltrap naar de maan&rsquo; van&nbsp;Klein Orkest staat een roltrap symbool voor de mogelijkheid om te vluchten uit de realiteit. Met een beetje fantasie kunnen de inwoners van Vitoria-Gasteiz die vlucht dagelijks ondernemen.&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup><em>Foto&#8217;s: Wiebe de Ridder</em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/roltrap-naar-de-maan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>360 graden: het Bargerveen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden-het-bargerveen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden-het-bargerveen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Sep 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martijn-Willem Oosting</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[360 graden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/09/360-graden-het-bargerveen.jpg" /> Wie voor de eerste keer voet zet in het Bargerveen moet haast wel denken dat hij of zij de eerste is in de geschiedenis. De stilte is angstaanjagend. De enkele]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wie voor de eerste keer voet zet in het <a href="http://www.bargerveen.info/" target="_blank">Bargerveen</a> moet haast wel denken dat hij of zij de eerste is in de geschiedenis. De stilte is angstaanjagend. De enkele verroeste overblijfselen uit de tijd van de turfwinning horen bij het landschap, maar verklappen tevens dat er ooit sprake moet zijn geweest van grootschalige industri&euml;le bedrijvigheid.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Hoewel sindsdien de rust al lang weer is teruggekeerd, treffen natuurbeschermers tegenwoordig veel maatregelen om de huidige habitat in stand te houden. Het Bargerveen is namelijk rijk aan zeldzame soorten. Zo broedt jaarlijks meer dan de helft van de Nederlandse populatie <a href="http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&amp;groep=3&amp;id=n2k033" target="_blank">grauwe klauwieren</a> in het Bargerveen. Daarnaast zijn de geoorde fuut, porseleinhoen, nachtzwaluw, blauwborst, paapje en roodborsttapuit vaste bewoners. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het zo noest ogende hoogveen is behoorlijk afhankelijk van de grondwaterstanden en kwetsbaar bij zowel een te lage als een te hoge stand. Bedreigingen zijn verdroging en verdrinking. Zonder het aanleggen van bekkens en kades voor de waterregulering zouden de flora en fauna onder zware druk komen te staan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Door samenwerking tussen regionale overheden, Staatbosbeheer en waterschap Velt en Vecht zijn de nodige aanpassingen gedaan om het waterpeil te kunnen reguleren. De toekomst voor dit unieke landschap lijkt daardoor weer even verzekerd. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/_Q1N-_-jAWU" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/_Q1N-_-jAWU"></embed></object>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup></sup></p>
<p><sup><em><strong>Uw 360 graden op RUIMTEVOLK?&nbsp;<br /></strong></em><em><strong>Neem dan contact op&nbsp;via </strong></em></sup><a href="mailto:info@ruimtevolk.nl"><em><strong><sup>info@ruimtevolk.nl</sup></strong></em></a><em><strong><sup> (s.v.p. geen video meesturen!)</sup></strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup><em>foto: <a href="http://www.ivnnoordoostfriesland.nl/excursie/excursie_foto_s.htm   " target="_blank">Betty Kooistra</a></em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden-het-bargerveen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zwischennutzung: oplossing voor langdurig ongebruikte locaties?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zwischennutzung-oplossing-voor-langdurig-ongebruikte-locaties/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zwischennutzung-oplossing-voor-langdurig-ongebruikte-locaties/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Berlijn]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Tussentijd]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/09/zwischennutzing-oplossing-voor.jpg" /> De creatieve hoofdstad Berlijn scoort met zijn omarming van tijdelijk ruimtegebruik. Dit principe kan iets moois opleveren voor langdurig ongebruikte plekken in Nederland, denkt Vincent Kompier. In de Revaler Strasse]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De creatieve hoofdstad Berlijn scoort met zijn omarming van tijdelijk ruimtegebruik. Dit principe kan iets moois opleveren voor langdurig ongebruikte plekken in Nederland, denkt Vincent Kompier.</strong></p>
<p>In de Revaler Strasse in Berlin-Friedrichshain staat een muur. Bijna een kilometer lang, volgehangen met posters van tentoonstellingen, feesten en politieke demonstraties. In de muur zitten twee poorten naar een geheel andere wereld: de RAW-tempel. Dit in 1994 gesloten treinrepareerstation is sindsdien een vrijplaats voor uiteenlopende culturele en creatieve initiatieven en één van de geslaagde Berlijnse voorbeelden van Zwischennutzung. Zo is er een skatehal, een kindercircus, een klimtoren op een voormalige bunker, een nachtclub en zijn er ’s zomers filmvoorstellingen in de openlucht. Uiteraard is er een Biergarten en iedere zondag een rommelmarkt. Jaarlijks komen er rond de 350.000 bezoekers.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080824_arm_aber_sexy2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Berlijn: &#8216;arm aber sexy&#8217; (foto: Vincent Kompier)</sup></em></p>
<p>Zwischennutzen –het tijdelijk gebruiken- is niet iets nieuws maar van alle tijden en plaatsen. In Berlijn na de val van de muur in 1989 zijn tijdelijke invullingen van ruimten echter tot volle bloei gekomen. Vooral omdat de stad een overschot aan buiten gebruik geraakte fabrieksgebouwen, rangeerterreinen en andere verlaten plaatsen heeft.<br />
Dit overschot staat in schril contrast met de hoge economische verwachtingen die Berlijn vlak na de Wende koesterde. In korte tijd werden de twee industriële delen van Berlijn één postindustriële stad. Heel Duitsland hield toen nog rekening met een groei van de hoofdstad tot rond de zes miljoen inwoners. Terwijl het benoemen van Berlijn als regeringshoofdstad de groeiillusie nog even in stand hield, zette de neergang echter al snel in. De tucht van de markt in de jaren negentig leidde echter tot het verlies van duizenden banen. De bevolking daalde in sommige wijken met maar liefst 30%. Investeringen bleven sterk achter bij de hooggespannen verwachtingen. De industrie die de Wende had doorstaan trok grotendeels de stad uit, op zoek naar betere en efficiëntere locaties. Wat overbleef waren 3,4 miljoen inwoners in een halfleeg, ongebruikt Berlijn. Aantrekkelijk voor pioniers en tijdelijk gebruik.</p>
<p><strong>Nut van Zwischennutzung</strong><br />
De Berlijnse <a href="http://www.stadtentwicklung.berlin.de" target="_blank">Senatsverwaltung für Stadtentwicklung</a>, vrij vertaald de Dienst Stadsontwikkeling, heeft inmiddels erkend dat Zwitschennutzung een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van de stad. Want de ‘truffelvarkens’, zoals de tijdelijke gebruikers quasi-liefkozend worden genoemd, weten feilloos die plekken te ontwikkelen waar investeerders en ontwikkelaars (nog) geen zin in hebben. Berlijn erkent de emancipatoire waarde van Zwischennutzung. De grenzen tussen kunst, commercie, vermaak en artisticiteit vervagen en smelten ineen. Zonder subsidie lukt het velen om hun niet-commerciële, creatieve initiatief uiteindelijk te gelde te maken. Allerlei vernieuwende initiatieven geven daarmee Berlijn het imago van creatieve stad bij uitstek. Zwischennutzung is daarmee een opleidings- en emancipatiemachine, een leerschool tot stedelijk ondernemer. De cijfers maken dat duidelijk: in de Berlijnse creatieve sector is meer dan de helft van de ondernemingen een eenmanszaak, en meer dan de helft in bezit van een vrouw.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080819_badeschiff.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Badeschiff (foto: Vincent Kompier)</sup></em></p>
<p>Natuurlijk is Zwischennutzen in een stad die nagenoeg failliet is, waar minstens 100.000 woningen en bijna twee miljoen vierkante meter kantoorruimte leegstaat, en waar dagelijks –bijna twintig jaar na de val van de muur- nog discussies over grondeigendom plaatsvinden, een stuk gemakkelijker dan in een volle stad als Amsterdam.</p>
<p>Desondanks lijkt Berlijn een voorbeeld voor al die andere steden die willen scoren met creativiteit. Door Zwischennutzung te stimuleren, kan Berlijn de culturele, creatieve stad bij uitstek zijn die het wil zijn. Op de creativiteitsindex T-T-T (talent, tolerantie, techniek) scoort Berlijn daarom steevast hoog. En het weekblad Der Spiegel noemde in 2007 <a href="http://www.spiegel.de/international/business/0,1518,510609,00.html" target="_blank">Berlijn in de top tien</a> van meest aantrekkelijke Europese steden om te wonen en werken.</p>
<p><strong>Tijdelijkheid in Nederland?<br />
</strong>Kan de Nederlandse ruimtelijke ordeningspraktijk iets leren van Zwischennutzung? Waarom niet? Natuurlijk zijn in Nederland de nodige voorbeelden van tijdelijk ruimtegebruik te noemen. Denk bijvoorbeeld aan <a href="http://www.hoteltransvaal.com" target="_blank">Hotel Transvaal</a> in de Haagse herstructureringswijk Transvaal. Door de hele wijk bevinden zich hotelkamers in slooppanden, nog niet verkochte nieuwbouw en ongebruikte ruimtes bij bewoners thuis. Zodra de woningen gesloopt worden of verkocht, verhuizen de hotelkamers naar een andere locatie. Nog een goed voorbeeld is het tijdelijk gebruik van de oude gymzaal in het voormalig hoofdpostkantoor naast station Amsterdam Centraal. Daar heeft Club 11 de hoofdstad voor een aantal jaar van een populaire uitgaansplek voorzien.</p>
<p>Alomtegenwoordig is het tijdelijk ruimtegebruik in Nederland echter nog niet. En dat terwijl er in grote steden genoeg kantoren en bedrijfsruimten leegstaan die op een andere, creatieve manier tijdelijk bruikbaar zijn. En niet alleen in de steden is ruimte te over. Onlangs is de <a href="http://www.oudekaartnederland.nl/" target="_blank">Oude Kaart van Nederland</a> verschenen; een overzicht van 900 gebouwen en locaties die leeg staan en die op hergebruik of renovatie wachten.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080824_Zwischen.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Tijdelijke invulling van een vrije kavel in Berlijn (foto: Vincent Kompier) </sup></em></p>
<p>Misschien is de Nederlandse oerdrift om alles netjes in te richten een grote blokkade voor het toepassen van Zwischennutzen. De Duitse journaliste Annette Birschel schrijft in haar boek <a href="http://www.uitgeverijprometheus.nl/bb/result_auteur.asp?id=745" target="_blank">Do ist der Bahnhof</a> dat elk Nederlands rapport, toekomstvisie of bestemmingsplan praat over de ‘inrichting van Nederland’ alsof het land een huiskamer is. Elk stukje grond hoort effectief in gebruik te zijn. En als je het land als een kamer beschouwt valt rommel natuurlijk extra op: een kamer richt je liever niet tijdelijk in. Toch is tijdelijkheid inmiddels een onontkoombaar onderdeel van de Nederlandse ruimtelijke inrichting.<br />
Hoe vaak is er in Nederland immers niet een korenwolf, een groep boze buurtbewoners of een Raad van State die maakt locaties of gebouwen jarenlang op hun nieuwe functie kunnen wachten? Zo was onlangs in Het Parool te lezen dat de lokatie van de <a href="http://www.parool.nl/parool/nl/27/Architectuur/article/detail/23014/2008/07/16/Plek-Pius-X-kerk-voorlopig-leeg.dhtml" target="_blank">gesloopte Pius X-kerk</a> in Amsterdam-West voorlopig braak blijft liggen. Van tijdelijk gebruik is geen sprake, zowel niet voor het gebouw als voor de leeggekomen lokatie. En zo zijn er in Nederland tal van plekken die om wat voor reden dan ook jarenlang ongebruikt braak liggen. Het Ciboga-terrein in Groningen bijvoorbeeld, of het stationsgebied van Amersfoort. Om over de vele verouderde, deels verlaten bedrijventerreinen die in elke stad te vinden zijn nog maar te zwijgen.</p>
<p>In Berlijn zijn inmiddels diverse onafhankelijke adviesbureaus ontstaan die zich richten op Zwischennutzung. Met een mengsel van creatieve en financiële kennis helpen zij ontwikkelaars bij het herkennen van mogelijkheden, kansen en risico’s, en fungeren zij als aanspreekpartner voor zowel private als publieke partijen. Wanneer zullen deze bureaus voet op Nederlandse bodem zetten?</p>
<p>Dit artikel is onderdeel van de <a href="../index.php?id=77&amp;sort=t">bundel Cultuur en de stad</a>.</p>
<p><em><sup>Dit artikel is deels geïnspireerd op het boek Urban Pioneers, Berlin: Stadtentwicklung durch Zwischennutzung, uitgegeven door de Senatsverwaltung für Stadtentwicklung Berlin en Jovis Verlag GmbH, zie </sup></em><a href="http://www.jovis.de/index.php?idcatside=579&amp;lang=2" target="_blank"><em><sup>uitgever Jovis Verlag</sup></em></a><sup><em>.</em> <em>Zie ook de publicatie </em></sup><a href="http://www.studio-uc.de/urbanpioneers.php?lang=en" target="_blank"><em><sup>Urban Pioneers</sup></em></a><sup>.</sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zwischennutzung-oplossing-voor-langdurig-ongebruikte-locaties/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe wakker je een Olympisch vuurtje aan?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hoe-wakker-je-een-olympisch-vuurtje-aan/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hoe-wakker-je-een-olympisch-vuurtje-aan/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 15 Aug 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/08/hoe-wakker-je-een.jpg" /> Olympische Spelen! Aanleiding voor het boek en de tentoonstelling&#160;&#8217;NL28 Olympisch Vuur&#8217;.&#160;Landschapsarchitect Adam Hofland&#160;en planoloog Jeroen Niemans&#160;reageerden beiden op de uitnodiging&#160;om een recensie te geven. Is de publicatie een serieus onderzoek]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Olympische Spelen! Aanleiding voor het boek en de tentoonstelling&nbsp;&#8217;NL28 Olympisch Vuur&#8217;.&nbsp;Landschapsarchitect Adam Hofland&nbsp;en planoloog Jeroen Niemans&nbsp;reageerden beiden op de uitnodiging&nbsp;om een recensie te geven. Is de publicatie een serieus onderzoek of&nbsp; hadden de heren een hele dikke reclamefolder in handen? Niemans en Hofland gingen per e-mail met elkaar in discussie.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="mailto:adam@ruimtevolk.nl"><em>adam@ruimtevolk.nl</em></a><em> wrote:</em></p>
<p>Beste Jeroen,<br />Ik ben bij de perspresentatie van NL28 Olympisch Vuur geweest en heb het bijbehorende boek ook meegekregen. Visueel overdonderend is het! <br />De tentoonstelling trekt de lijn van het boek door, maar voegt iets toe door met cijfers en kaarten te laten zien dat wij echt in staat zijn om de Olympische Spelen naar ons land te halen. Eerdere edities hebben bewezen dat het huisvesten van de Spelen een enorme impact heeft op bestaande ruimtelijke structuren. Nieuwe sportaccommodaties en verbeterde infrastructuur blijven na de spelen namelijk nog lang zichtbaar en functioneel.<br />Voor mij waren boek en presentatie de eerste kennismaking met het idee dat wij &uuml;berhaupt bezig zijn met de organisatie van dit enorme sportevenement. Maar ik denk dat&nbsp;het goede middelen zijn om draagvlak te cre&euml;ren onder publiek en investeerders, zodat Nederland met volle overtuiging de volgende fase in kan.</p>
<p>Mij spreekt het hele idee erg aan. De Olympische Spelen haal je &eacute;&eacute;n keer in de honderd jaar naar Nederland. Er is maar &eacute;&eacute;n kans, dan moeten we er toch alles aan doen om die te grijpen? Wat ik me afvraag is of de Olympische Spelen in Nederland als vliegwiel voor de aanpak van onze ruimtelijke problemen kunnen fungeren. Het verbeteren van de mobiliteit, of de voorbereiding van ons land op de gevolgen van klimaatverandering, om maar wat te noemen. <br />Ik hoor van je!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="mailto:jeroen@ruimtevolk.nl"><em>jeroen@ruimtevolk.nl</em></a><em> wrote:</em></p>
<p>H&eacute; Adam,<br />Ik heb het boek gevonden. Dank je wel.<br />Schrok wel een beetje van die dikke pil zeg! Maar na het vluchtig doorbladeren had ik al snel door dat het vooral veel plaatjes is. Typisch product van landschapsarchitecten. Veel plaatjes, weinig inhoud. Ik kan daar niet zo veel mee. Kun jij mij uitleggen waarom landschapsarchitecten zo van plaatjes en termologie houden?</p>
<p>Dat het een mooie kans is om onze ruimtelijke problemen aan te pakken lijkt me duidelijk. Maar misschien is het ook een beetje te ambitieus om meteen alles op te lossen.&nbsp; Met een boek als NL28 krijg je mij niet over de streep.&nbsp; Kun je daadwerkelijk Nederland vooruit helpen met het organiseren van de Olympische Spelen? Is het werkelijk zo dat we zo&acute;n evenement nodig hebben om de ruimtelijke problemen op te lossen? </p>
<p>Bovendien hebben we al zo lang plannen voor bijvoorbeeld een rondje randstad, maar intussen is er niemand die er een gaat bouwen. En we hebben onze mond wel vol van duurzaamheid, maar echt duurzaam bouwen doen we nog steeds niet. Ik betwijfel ten zeerste of wij wel in staat zijn om het grootste sportevenement ter wereld te organiseren. Daarover kom ik in het boek echter niets tegen. Kritische noten ontbreken volledig. Ik vind het een dure en dikke reclamefolder. </p>
<p>Van de andere kant, in een tijd als de huidige, waarin iedereen klaagt over het ontbreken van een visie op de inrichting van het land, vind ik het ook wel mooi om mee te dromen. Volgens mij hebben we ook wel behoefte aan iets groots en meeslepends, een project dat alle belangen die nu de ruimtelijke ordening tot een stroperig geheel maken, overstijgt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080814_Dish-games.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Dish Games (Uit: NL28)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="mailto:adam@ruimtevolk.nl"><em>adam@ruimtevolk.nl</em></a><em> wrote:</em></p>
<p>Jeroen,<br />Het boek is inderdaad een typisch produkt van ontwerpers: mensen die visueel zijn ingesteld en denken in beelden en korte, krachtige termen ter overtuiging. Het mag dan geen concrete inhoud of plannen bieden, maar al die plaatjes -&nbsp;wat&nbsp;dacht je van die Dish Games?&nbsp;-&nbsp;en de terminologie prikkelen de fantasie en zijn zo onderwerp van gesprek en discussie. Iedereen begrijpt de plaatjes en kan snel een mening vormen; het is niet nodig eerst lappen tekst door te worstelen om tot een voorstelling en standpunt te komen.</p>
<p>Concreet is het niet, dat is absoluut waar. Maar ik denk dat je het boek en de tentoonstelling NL28 Olympisch Vuur niet zo moet zien. We hebben nog jaren de tijd om alles concreet te maken, de daadkracht te verzamelen en te onderzoeken welke voordelen de Spelen voor ons land kunnen hebben. <br />Volgens mij zijn we het er over eens dat het goed is om nu al na te denken over de (on)mogelijkheden van NL28. Waarom dan niet gedurfd beginnen, om eens lekker de discussie te openen? Het is een manier om buiten de gebaande paden te kijken, iets nieuws te proberen en kansen aan te grijpen die bij een doorsnee en rationele aanpak niet zichtbaar worden.<br />In die zin zijn architecten en ontwerpers ook kunstenaars. Ze kijken net een stapje verder, buiten engagement en discoursen. Om pluriformiteit en onderscheid te cre&euml;ren is dat noodzakelijk. Ook al zullen veel van deze idee&euml;n worden afgedaan als irrationeel, niet rendabel of technisch onhaalbaar. Met alleen een gort-droge en pragmatische visies kom je ook niet veel verder, toch?<br />Groet!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="mailto:jeroen@ruimtevolk.nl"><em>jeroen@ruimtevolk.nl</em></a><em> wrote:</em></p>
<p>Hoi Adam,<br />Ik ben waarschijnlijk wat minder visueel ingesteld. Mooie vormgeving is altijd prettig, maar ik stoor me aan de inhoudsloosheid. Kunstenaars of niet, je moet wel duidelijk maken waarom je vindt dat de Olympische Spelen een enorme kans zijn voor Nederland. Ik ben als planoloog meer een doener dan een dromer. </p>
<p>Ik ben door dit boek niet gaan geloven in de Olympische Droom. Het maakt bij mij slechts verwondering los. Verwondering over hoe weinig inhoud zo&rsquo;n dikke pil van ruim 330 pagina&rsquo;s kan hebben. Let wel, ik hoop dat we ons vakmanschap eens in zetten voor eigen land, in plaats van prachtige dingen te maken in China en Dubai. Ik hoop dat we problemen gaan aanpakken in plaats van ze voor ons uit te schuiven. Als de Olympische Spelen het duwtje zijn dat we nodig hebben, graag! En als dit boek ook maar een klein beetje bijdraagt aan het inspireren van een land om het beste in zichzelf naar boven te halen, dan is dat prachtig. </p>
<p>Dus over het doel zijn we het eens, maar over het middel twijfel ik sterk.</p>
<p>H.G., Jeroen&nbsp; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Tentoonstelling in NAi Rotterdam (Zaal 1): 31 mei 2008 &#8211; 21 september 2008<br />Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie &lsquo;NL28 Olympisch vuur&rsquo;. In het boek geven o.a. Riek Bakker, Jet Bussemaker, Rudolf Das, Carolien Gehrels, Job Cohen, Anton Geesink, Ivo Opstelten en Dirk Sijmons hun visie op Olympische Spelen in 2028. Het boek wordt uitgegeven door NAi Uitgevers, kost &euro; 29,50 en is o.a. verkrijgbaar via </sup></em><a href="http://www.naipublishers.nl/"><em><sup>www.naipublishers.nl</sup></em></a><em><sup>. (ISBN: 978-90-5662-622-8)</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hoe-wakker-je-een-olympisch-vuurtje-aan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ook RUIMTEVOLK is even met vakantie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ook-ruimtevolk-is-even-met-vakantie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ook-ruimtevolk-is-even-met-vakantie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Jul 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[(foto: Coen de Rijk)]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><sup><em>(foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ook-ruimtevolk-is-even-met-vakantie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederlandse steden vallen ten prooi aan buitenaardse wezens</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-steden-vallen-ten-prooi-aan-buitenaardse-wezens/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-steden-vallen-ten-prooi-aan-buitenaardse-wezens/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Jul 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/07/nederlandse-steden-vallen.jpg" /> Space Invaders; voor velen was dat het allereerste computerspelletje dat ze in handen kregen. Maar een kunstenaar heeft ze een tweede leven ingeblazen. Judith Lekkerkerker is gefascineerd door de pixelwezentjes]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Space Invaders; voor velen was dat het allereerste computerspelletje dat ze in handen kregen. Maar een kunstenaar heeft ze een tweede leven ingeblazen. Judith Lekkerkerker is gefascineerd door de pixelwezentjes op de kleine tegelwerkjes.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Sinds kort behoor ik tot de Space Invader spotters. Space Invaders? Je kent ze wel, uit dat gelijknamige computerspelletje waarbij je ruimtewezens uit de lucht moet schieten voor ze de aarde bestormen. Mijn eerste zag ik een aantal maanden terug in Amsterdam; tegelwerkjes met daarop de ontwapende kleine wezentjes. Daarna kwam ik er ook een tegen in Utrecht. Sindsdien is het hek van de dam en kijk ik overal om me heen om er maar weer een te ontdekken. <br />Ik was zo gegrepen door de subtiliteit van de werkjes dat ik moest weten wie er achter zat. Zo kwam ik in gesprek met een andere spotter die me vertelde over de kunstenaar &lsquo;Invader&rsquo;. Deze heeft er zijn levenswerk van gemaakt deze buitenaardse wezens op subtiele wijze een plek op aarde te geven. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De buitenaardse wezens uit Space Invaders, ontworpen in 1978 door Tomohiro Nishikado, waren opgebouwd uit slechts enkele pixels. Meer was grafisch niet mogelijk in de begindagen van de computerspelletjes. Invader geeft met de moza&iuml;eksteentjes de gepixelde hoofdrolspelers hun authentieke gedaante terug, alleen niet op het scherm maar in de publieke ruimte. Sinds 1998 duiken zijn Space Invaders op in onder andere Parijs, New York, Bangkok, Tokyo, Mombasa, Ljubljana, Londen. Ze verschijnen op gebouwen, aan de zijkant van bruggen, en op allerlei onmogelijke plekken zoals de letters van HOLLYWOOD. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Slim<br /></strong>Invader is een slimme straatkunstenaar. Waar graffiti manhaftig wordt bestreden, worden zijn werken meestal gedoogd. Tachtig tot negentig procent van al zijn werken worden niet verwijderd. Invader plaatst de moza&iuml;eken zorgvuldig op die plekken waar een balans wordt gevonden tussen zichtbaarheid en levensduur. Ze worden opgemerkt door de juiste personen, die het werk appreci&euml;ren, terwijl ze onopgemerkt blijven voor de &lsquo;kwaadwillenden&rsquo;. Het decoratieve karakter van zijn tegelmoza&iuml;eken gaat goed samen met gebouwen, met architectuur. Ook al is het verbeelde contrasterend met zijn omgeving, de wijze waarop het verbeeld wordt is dat niet. Daarom worden ze vaak gedoogd. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080714_more_invaders.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Space Invaders in Amsterdam (foto: Bart Cosijn)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Toen ik laatst een vriendin wees op een Space Invader, kwam toevallig de eigenaar van het pand op ons aflopen. Of wij wisten wie er achter de bekladding van zijn muur zat, vroeg hij norsig. De muur zat inderdaad vol met zielloze graffiti. Ik zei dat ik alleen wist wie er achter het moza&iuml;ek zat. Ah, dat moza&iuml;ek. De man vertelde dat hij het helemaal had gehad met de graffiti die telkens weer op zijn muur werd gespoten. De verwijdering ervan kost hem elke maand vierduizend euro! De Space Invader vond hij daarentegen eigenlijk wel charmant. Die mocht blijven van hem.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De kunstenaar zelf noemt zijn werken &lsquo;A gift to the city&rsquo;. En dat zijn ze ook. Waar straatkunstenaars over het algemeen tot doel hebben de publieke ruimte te claimen, of te transformeren met hun kunst, gaan de kleine &ndash; vaak een beetje verscholen &ndash; moza&iuml;ekwerken van Invader verder dan dat. Ze eisen niet de ruimte of aandacht op, maar lokken op een subtiele manier nieuwsgierigheid en ontdekkingsdrang uit. Ze werken als een teaser om juist meer van de stad in je op te nemen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als je eenmaal met Space Invaders in aanraking bent gekomen is de kans groot dat je er door bevangen wordt. Niet &eacute;&eacute;n Space Invader is hetzelfde. Zo wordt je als vanzelf een spotter, die z&acute;n blik niet alleen meer op de weg richt, maar rondkijkt, op zoek naar een nieuwe Space Invader, op zoek naar dat kleine moment van blijdschap als je er weer een hebt gespot.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Scrupules</strong></p>
<p>Sinds 2000 worden ze ook gesignaleerd in Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Rotterdam en Groningen. Is ook Nederland ten prooi gevallen aan de buitenaardse wezentjes? Op zijn website (<a href="http://www.space-invaders.com/">www.space-invaders.com</a>) houdt Invader de score bij van &lsquo;invasions&rsquo; van steden over de hele wereld. Maar Utrecht, Nijmegen, Rotterdam en Groningen staan daar helemaal niet bij! Er zijn na-apers aan het werk! </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Mijn eerste reactie was er een van teleurstelling. Ontzettend jammer dat het werk van een kunstenaar zonder scrupules wordt nageaapt. Maar eigenlijk is het misschien ook wel een positieve ontwikkeling. Meer mensen komen nu immers in aanraking met de onverwachte aanwezigheid van de buitenaardse wezentjes. Meer mensen raken, net als ik, van ze in de ban. Meer mensen laten hun blik dwalen over de stenenmassa die ons dagelijks omringt en zien daarbij ook andere prachtige details die de stad voor ons in petto heeft. Nederlandse steden krijgen er zo meer en meer toeschouwers bij, en dat is een positieve ontwikkeling.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-steden-vallen-ten-prooi-aan-buitenaardse-wezens/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afval als bron van energie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/afval-als-bron-van-energie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/afval-als-bron-van-energie/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Jul 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ferry van Kann</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/07/afval-als-bron.jpg" /> Afval gebruiken als bron voor nieuwe energie lijkt de ultieme oplossing voor de steeds groter groeiende afvalberg wereldwijd. Opgeruimd staat netjes. Maar is dat wel zo? Wat betekent het gebruik]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Afval gebruiken als bron voor nieuwe energie lijkt de ultieme oplossing voor de steeds groter groeiende afvalberg wereldwijd. Opgeruimd staat netjes. Maar is dat wel zo? Wat betekent het gebruik van afval als voedingsbron voor energie voor de ruimtelijke inrichting van Nederland?</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Onlangs bleek uit een&nbsp;onderzoek van het ministerie van VROM in 25 Europese landen, dat Europa op grote schaal afval &lsquo;dumpt&rsquo; in ontwikkelingslanden. Tot wat voor excessen dat kan leiden, toont de affaire met het <a href="http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2006/9/28/Probokoala_tijdlijn.html">schip Probo Koala</a>. Dit Griekse schip, destijds ingehuurd door handelsbedrijf Trafigura, wordt momenteel&nbsp;beschuldigd van het dumpen van&nbsp;tonnen giftig afval in Ivoorkust waardoor&nbsp;tientallen mensen gedood en honderden gewond zouden zijn geraakt door de verontreiniging. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De verwerking van afval stelt de samenleving dus voor een steeds grotere uitdaging, waarbij gezocht word naar alternatieve strategie&euml;n. E&eacute;n van deze alternatieve afvalverwerkingsprincipes is om afval aan te boren als een nieuwe energiebron. De toepassing van afval als energiebron heeft verschillende ruimtelijke consequenties.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bij de centrale verbranding van afval komen in Nederland aanzienlijk hoeveelheden energie vrij. In 2004 produceerden de afvalverwerkende installaties (avi&rsquo;s) samen voor zo&rsquo;n 950.000 huishoudens aan elektriciteit en voor 270.000 huishoudens aan warmte. Dit laatste getal is een beetje teleurstellend en hangt vaak samen met de ruimtelijke inrichting. Niet zelden liggen afvalverwerkers in de periferie, ver van woonwijken. Een effici&euml;nt gebruik van de warmte is dan niet altijd mogelijk. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De avi in het Drentse Wijster is hiervan een goed voorbeeld. Deze installatie is werkelijk gelegen &lsquo;in the middle of nowhere&rsquo;. Bij de geplande uitbreiding van de afgelegen installatie speelt de geringe kans op effici&euml;nte afvalwarmteprojecten (zowel in energetische als economische termen) een belangrijke rol. Na uitbreiding kan de avi warmte leveren voor ongeveer 90.000 woningen. In de directe nabijheid, van belang voor een effici&euml;nt warmtenet, zijn deze huizen echter niet in een hoge dichtheid te vinden. De plannen voor de bouw van een bio-ethanolfabriek op het bedrijventerrein in Wijster, die warmte van hoge temperatuur nodig heeft, worden dan ook enthousiast ontvangen door provincie en gemeente. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als we afval als centrale energiebron willen gebruiken, moet goed over de locaties van avi&rsquo;s worden nagedacht. Bestaande locaties moeten geschikt zijn voor toepassingen die om warmte vragen, zoals een bio-ethanolfabriek of een subtropisch zwembad. Ook moet afvalwarmte een belangrijke rol spelen bij de zoektocht naar nieuwe locaties. Kortom: afval, centrale verwerking, energie en ruimtelijke ordening kunnen op zich hand in hand gaan op weg naar een meer duurzaam energiesysteem.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Hergebruik</strong><br />Afval met een geringere energie-intensiteit, dat bij voorkeur decentraal verwerkt wordt, is ruimtelijk zo mogelijk nog interessanter. Bij de verbranding van afval is het bijvoorbeeld mogelijk om de verbranding en productie van het gas op &eacute;&eacute;n plek te laten plaatsvinden. Maar het kan ook aantrekkelijk zijn om het afval op een plek te verzamelen en het elders te verbranden waar de elektriciteit en warmte kan worden geproduceerd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De vergisting van biologisch afval &ndash; het gft-afval &ndash; tot biogas is een voorbeeld van afvalverwerking dat op meerdere locaties gebeurt. De vergisting vindt &oacute;f plaats op de plek waar het afval zich verzamelt &#8211; bijvoorbeeld de rioolwaterzuiveringsinstallatie &#8211; &oacute;f op de plek waar het afval wordt geproduceerd. De pulp- en paperindustrie, bierbrouwerijen, andere voedselverwerkende fabrieken, agrarische bedrijven en huishoudens zijn een goed voorbeeld&nbsp; van vergisting van afval.</p>
<p>Bij de verbranding van biogas is warmtekrachtkoppeling overigens noodzakelijk. De gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte biedt kans op een veel hoger rendement vergeleken met alleen de productie van stroom (30 procent rendement, 70 procent verlies). </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De keuze tussen deze twee opties hangt sterkt af van de ruimtelijke inrichting van een gebied. Landbouwbedrijven leveren 85 procent van het biogas. Hun soms sterk afgelegen ligging is voor de inzet van een warmtenet meestal een probleem. Dat pleit in die situaties er dan ook voor om de verbranding ergens anders uit te voeren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080714_swinkels.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>De co-vergistingsinstallatie Swinkels in Vlagtwedde</em></sup>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Toch liggen er soms ook &lsquo;onverwachte&rsquo; mogelijkheden in de buurt. Een voorbeeld is de co-vergistingsinstallatie (mest, energiema&iuml;s en agrarische afvalproducten) van akkerbouwer Wollerich in Tweede-Exlo&euml;rmond. Deze installatie produceert genoeg biogas voor groene stroom voor 2100 huishoudens, maar wat te doen met de vrijkomende warmte in het afgelegen Drents veendorp. De oplossing is dat een nabijgelegen pluimveehouder de warmte gebruikt om de stallen te verwarmen. Kortom, zelfs op het platteland zijn er kansen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Uitdagingen<br /></strong>In de grotere en vooral meer geconcentreerde nederzettingen is het interessanter om de productie van alternatieve energie ter plekke te laten plaatsvinden. Industri&euml;le bedrijven en fabrieken liggen meestal aan de rand van dorpen en steden. Het winnen van biogas uit dit afval(water) kan op deze plaatsen gebeuren. Dit verandert nauwelijks het toch al zo industri&euml;le karakter van deze gebieden. Wel biedt het de mogelijkheid om op een groene manier te voorzien in (een deel van) de eigen elektriciteitsbehoefte. De uitdaging is vervolgens om een dorp, wijk, stad zo in te richten, dat ook nuttig gebruik gemaakt kan worden van de warmte.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Voor&nbsp;planologen betekent afval als nieuwe energiebron dat zij deze mogelijkheid zullen moeten meenemen bij de indeling van nieuwe gebieden. Ziekenhuizen, verpleegcentra, zwembaden, dierentuinen, scholen, tuinbouwkassen gebruiken allemaal veel energie voor verwarming. Om afval met zowel een lage als hoge verbrandingswaarde&nbsp; als energiebron optimaal te kunnen gebruiken, is de ruimtelijke inrichting van een gebied doorslaggevend. De vrijkomende warmte moet gebruikt kunnen worden. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Plekken van afvalverzameling, vergisting, verbranding en gebruik van energie kunnen niet los van elkaar worden gezien op weg naar een meer duurzame samenleving. De uitdaging is dan ook om energie een warme plek te geven in het scala aan planologische beslissingen. Pas als ruimtelijke functies, hun ligging, dichtheden, energiebronnen en &ndash;infrastructuur samen worden benaderd, liggen er grote kansen voor een duurzaam energiesysteem. De inrichting van ons land bepaalt of we in staat zijn om de kwaliteit van energie (afval) optimaal te kunnen benutten. Hier ligt dus een schone taak voor de Nederlandse planologie. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/afval-als-bron-van-energie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van proeftuin naar proeftuin</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/van-proeftuin-naar-proeftuin/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/van-proeftuin-naar-proeftuin/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Jul 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/07/van-proeftuin-naar.jpg" /> Het aaibare tuindorp Frankendaal in Amsterdam-Oost dreigde even van de kaart te verdwijnen. Felle protesten en financi&#235;le haalbaarheid hielden de sloop tegen. Wat nu? Het kersverse monument kan weer een]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het aaibare tuindorp Frankendaal in Amsterdam-Oost dreigde even van de kaart te verdwijnen. Felle protesten en financi&euml;le haalbaarheid hielden de sloop tegen. Wat nu? Het kersverse monument kan weer een proeftuin worden. Een reportage in woord en beeld van Coen de Rijk.</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de jaren veertig van de vorige eeuw werd voor tuindorp Frankendaal in Amsterdam-Oost gezocht naar een indeling van de wijk die paste in het bebouwingsplan. Uiteindelijk viel de keuze op een vorm waarbij ruimtelijk gezien de woningen en open ruimte aan elkaar werden gekoppeld: de hovenverkaveling, een veelvuldig toegepaste verkavelingsvorm in naoorlogs Nederland. Het Tuindorp Frankendaal werd zo de proeftuin van de &lsquo;hovenverkaveling&rsquo;. Er ontstond een aaibaar en overzichtelijk dorpje midden in de stad met kleine rechtlijnige witte huisjes met platte daken. Het wijkje kreeg de bijnaam Jeruzalem, vanwege de gelijkenis met de woningen in de Isra&euml;lische hoofdstad.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6012.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Tuindorp Frankendaal 1 (foto: Coen de Rijk)</sup></em> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_5976.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Tuindorp Frankendaal 2 (foto: Coen de Rijk)</sup></em> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_5980.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Trots op Frankendaal (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Jeruzalem is ook een proeftuin geweest voor de bouw van duplexwoningen. De wijk bestaat uit 760 van dit type woningen. Als tijdelijke maatregel tegen de woningnood werden ze opgedeeld in kleine (30 a 40m2) beneden- en bovenwoningen, wat na verloop van tijd ongedaan gemaakt moest worden, ten behoeve van bewoning door een gezin. Van Rossem en Schilt (2002) van Bureau Monumentenzorg Amsterdam stellen dat het bereikte architectonische niveau zelden tot nooit meer in de wederopbouwjaren is ge&euml;venaard. <br />Architecten van naam, Mien Ruys en Aldo van Eyck, zorgden voor respectievelijk de tuinaanleg en de speelplaatsen. Van Eesteren maakte het stedenbouwkundig plan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar niet iedereen vindt dat Jeruzalem het verdient behouden te worden. In 1997 wees het toenmalige stadsdeel Watergraafsmeer de wijk als herstructureringsgebied aan. Er werd ingezet op vervangende nieuwbouw en/of toevoeging van extra woningen. Dit leidde in 2000 tot het besluit van drie corporaties om de duplexwoningen te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. Na fel protest van de bewoners schoot de stadsdeelraad de plannen af. Bij de tweede poging in 2005 trokken de corporaties zelf de stekker eruit na constatering dat het plan (gedeeltelijke sloop) financieel niet haalbaar was. Maar medio 2007 heeft woningcorporatie Rochdale de sloopplannen opnieuw uit de kast getrokken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6062.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>Jeruzalem moet blijven! (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ondertussen moeten de plannen in een ander daglicht worden bekeken. De naoorlogse gebouwen vallen binnen het bereik van de Rijksmonumentendienst nu ze ouder dan vijftig jaar zijn. Tuindorp Frankendaal is een van de honderd naoorlogse monumenten op lijst die eind 2007 gepresenteerd werd door het ministerie van OC&amp;W. Jeruzalem is de eerste Nederlandse wijk die als rijksmonument te boek staat.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Ontduplexen</strong></p>
<p>Wat nu? &#8216;Ontduplexen&#8217; (de beneden- en bovenwoning weer samenvoegen) zoals Van Rossem en Schilt (2002) aangeven, lijkt een goede oplossing. Qua woningtype bieden de duplexwoningen een unieke mogelijkheid tot transformatie. Na het ontduplexen ontstaat een woning inclusief tuintje met een vloeroppervlak dat ook naar huidige (Amsterdamse) maatstaven acceptabel is. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik zou zeggen: maak van de proeftuin van weleer opnieuw een proeftuin. Ga op zoek naar transformatievormen die respect tonen voor de naoorlogse architectonische en stedenbouwkundige waarden. Maak van Frankendaal opnieuw een voorbeeldwijk.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6055.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Tuindorp Frankendaal 3 (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6041.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Tuindorp Frankendaal 4 (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/van-proeftuin-naar-proeftuin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;U kunt hier overstappen voor de richting stad&#8221;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/u-kunt-hier-overstappen-voor-de-richting-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/u-kunt-hier-overstappen-voor-de-richting-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 08 Jul 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martijn-Willem Oosting</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/07/u-kunt-hier-overstappen.jpg" /> Ooit werden ze gezien als d&#233; oplossing in de strijd tegen dichtslibbende binnensteden: Transferia. Plekken waar de automobilist de wagen achter kon laten om de reis te vervolgen met de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ooit werden ze gezien als d&eacute; oplossing in de strijd tegen dichtslibbende binnensteden: Transferia. Plekken waar de automobilist de wagen achter kon laten om de reis te vervolgen met de bus of de tram.&nbsp;De frequentie en aansluiting op het openbaar vervoer ter plekke lijken het succes van de Transferia veelal te nekken. Hebben Transferia anno 2008 nog toekomst?</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Filebestrijding is een van de speerpunten van het huidige kabinet. Transferia speelden ooit een belangrijke rol in het rijksbeleid om de mobiliteit te vergroten en de files te bestrijden. Dit kabinet lijkt echter al haar kaarten in te zetten op de invoering van het rekeningrijden. Maar is dit terecht? Hoe zit het met dat andere beleidsinstrument; de Transferia? Zijn zij&nbsp;als oplossing voor de opstoppingen op de wegen inderdaad uitgespeeld, of valt er met enkele kleine aanpassingen nog veel meer rendement uit te halen? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het idee achter de Transferia komt voort uit een samenwerking in 1993 tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de ANWB en de openbaar vervoerbedrijven. Een Transferium moest een punt zijn waar automobilisten&nbsp;over konden stappen naar een vorm van openbaar vervoer. Een P+R terrein bij het lokale intercity-station valt overigens niet onder deze noemer. Werd in de jaren negentig met veel enthousiasme bijna jaarlijks een nieuwe locatie geopend, inmiddels is het aantal Transferia in Nederland op twee handen te tellen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De capaciteit van de Tranferia verschilt per locatie. De grootste bevindt zich verrassend genoeg niet aan de rand van een grote stad, maar in het Zeeuwse Renesse, met negenhonderd&nbsp; parkeerplaatsen. Het gegeven dat het grootste overstappunt zich in Zeeland bevindt, heeft alles te maken met de doelstelling van dit Transferium: het ontlasten van het duingebied en de bereikbaarheid van de stranden ter plaatse verbeteren. Het laat zich raden dat dit Transferium voornamelijk in de zomermaanden in gebruik is. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Voor het gebruik van de Transferia zijn aparte doelgroepen bedacht, vari&euml;rend van toeristen tot forenzen. De voorzieningen en de mogelijkheden van het vervolgvervoer ter plekke zijn evenmin eenduidig. Zo is op sommige locaties horeca aanwezig en&nbsp;in een enkel geval zelfs een boodschappendienst. Op andere plekken ontbreken dat soort faciliteiten. Ook worden&nbsp;geen eenduidige tarieven gehanteerd voor het parkeren of het vervolg van de reis. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Onduidelijk doel</strong></p>
<p>Het probleem van het Transferium zit hem niet zozeer in het concept. De mogelijkheid om in plaats van een langdurige rit naar de binnenstad, een snelle en comfortabele tocht te maken met het openbaar vervoer, is op zichzelf aantrekkelijk genoeg. De angel zit&nbsp;in het feit dat dit doel veelal al niet wordt bereikt. Terwijl het slagen van een Transferium natuurlijk staat of valt met een goede aansluiting&nbsp;naar de binnenstad.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De frequentie van de sneltram van Westraven naar Utrecht CS, bijvoorbeeld,&nbsp;is alleen op peil gedurende de spitsuren. Na de avondspits en in het weekend laat deze te wensen over. Een bezoeker van de binnenstad wordt bovendien niet op de plaats van bestemming afgezet, maar moet nog een wandeltocht maken. Op&nbsp; papier lijkt die wellicht niet zo ver, maar met&nbsp;een potenti&euml;le volle&nbsp;kofferbak met aankopen in gedachten, wordt het een behoorlijke overbrugging. Een lagere prijs voor het parkeerkaartje en de aanwezigheid van een frisdrankautomaat op het Transferium wegen daar niet tegenop. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Om een Tranferium tot geslaagd overstappunt te maken, moet goed nagedacht worden over het uiteindelijke doel. Een Transferium op een&nbsp;afstand van de bestemming die met het openbaar vervoer in een half uur te overbruggen is,&nbsp;maar met de auto naar alle waarschijnlijkheid minimaal een uur gaat duren, geeft de automobilist een keuzemogelijkheid waar hij daadwerkelijk iets aan heeft.&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080627_trein-snelweg.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Het OV is vaak sneller (bron: </sup><a href="http://www.ademgezond.nl/"><sup>www.ademgezond.nl</sup></a><sup>)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De huidige&nbsp;Transferia zijn echter in dat opzicht niet logisch&nbsp;geplaatst. Een Transferium als in Utrecht&nbsp;ligt simpelweg te dicht bij de plaats van bestemming. De automobilist heeft bij het bereiken ervan al een of meerdere grote hordes genomen, in de vorm van&nbsp;knooppunt Ouderijn, of Lunetten. Hij ziet het nut er niet van in om&nbsp;dan nog eens uit- en over te stappen. Dit geldt ook voor de locaties Groningen, Arnhem en Amsterdam ArenA. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het tegenovergestelde geldt voor het Transferium van Sittard. Dit transferium&nbsp;moet&nbsp;automobilisten uit Zuid-Limburg richting Randstad al heel vroeg in het traject overhalen om de trein te pakken. Echter,&nbsp;mogelijk oponthoud op de weg wordt pas veel later op het traject ervaren. Weinig automobilisten zullen dan ook voor deze vroege overstap kiezen. Temeer&nbsp;omdat overstappen op deze plek nauwelijks tot een tijdsbesparing leidt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Voor het Transferium van Ridderkerk geldt een mismatch tussen locatie en frequentie. Hoewel de reistijd vanaf deze locatie naar de Erasmusbrug in Rotterdam&nbsp;ongeveer twintig minuten duurt, is de frequentie van de Fast-Ferry&nbsp;te laag om als automobilist de gok te wagen en vroegtijdig de snelweg te verlaten. Bovendien moeten veel reizigers vanaf het eindpunt van de ferry&nbsp;nog een extra vorm van openbaar vervoer nemen. De Transferia&nbsp;bij Hoorn, Ridderkerk, Leiden en Breukelen liggen wat dat betreft op een veel logischer locatie. Hier is de afstand tot de stad een stuk groter en kan het de moeite lonen&nbsp;om over te stappen naar een ander soort vervoer.&nbsp;Hier kan een wandeling vanaf het station naar de plaats van bestemming zelfs op de koop toe worden genomen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Potentie</strong></p>
<p>De oplossing moet dan ook gezocht worden in een forse uitbreiding van het aantal Transferia, op voorspelbare locaties. Ook&nbsp;moet op de locaties kunnen worden aangegeven hoeveel reistijd iemand bespaart bij gebruik van openbaar vervoer. Bij het Transferium in Barneveld wordt het goede voorbeeld al gegeven. Op de A1 richting Amersfoort worden gebruikers van de snelweg geprikkeld door een wegsignalering met de mogelijke reistijd per trein, indien zij de volgende afslag nemen. Verder uitbreiding en verheldering van de informatievoorziening is ook een must. Langs de snelweg &eacute;n via andere informatiebronnen als bijvoorbeeld het navigatiesysteem.</p>
<p>Helaas zal het niet zo zijn dat automobilisten gegarandeerd meer zullen gaan overstappen in de toekomst. Maar als aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan,&nbsp;zoals een betere bereikbaarheid en aansluiting, neemt de kans zeker toe dat automobilisten vaker gaan overstappen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Concluderend: Tranferia hebben in potentie kans op slagen, mits de automobilist duidelijk gemaakt kan worden welke voordelen hij ermee kan behalen. Een moeilijke taak, maar zelfs in de Verenigde Staten, waar de auto nog meer een statussymbool is dan in Nederland, is het uiteindelijk ook gelukt om mensen aan het carpoolen te krijgen. Wellicht dat de stijgende brandstofprijzen een duw in de goede richting geven?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Gebruikte bronnen:<br />- <a href="http://www.crow.nl">website CROW</a><br />- Van parkeerbeheer naar mobiliteitsmanagement (serie), CROW, 2007</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/u-kunt-hier-overstappen-voor-de-richting-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van proeftuin naar proeftuin</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/van-proeftuin-naar-proeftuin/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/van-proeftuin-naar-proeftuin/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Jul 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/07/van-proeftuin-naar1.jpg" /> In de jaren veertig van de vorige eeuw werd voor Tuindorp Frankendaal in Amsterdam-Oost gezocht naar een indeling van de wijk die paste in het bebouwingsplan. Uiteindelijk viel de keuze]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de jaren veertig van de vorige eeuw werd voor Tuindorp Frankendaal in Amsterdam-Oost gezocht naar een indeling van de wijk die paste in het bebouwingsplan. Uiteindelijk viel de keuze op een vorm waarbij ruimtelijk gezien de woningen en open ruimte aan elkaar werden gekoppeld: de hovenverkaveling, een veelvuldig toegepaste verkavelingsvorm in naoorlogs Nederland. Het Tuindorp Frankendaal werd zo de proeftuin van de &lsquo;hovenverkaveling&rsquo;. Er ontstond een aaibaar en overzichtelijk dorpje midden in de stad met kleine rechtlijnige witte huisjes met platte daken. Het wijkje kreeg de bijnaam Jeruzalem, vanwege de gelijkenis met de woningen in de Isra&euml;lische hoofdstad. </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_5980.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Jeruzalem is ook een proeftuin geweest voor de bouw van duplexwoningen. De wijk bestaat uit 760 van dit type woningen. Als tijdelijke maatregel tegen de woningnood werden ze opgedeeld in kleine (30 a 40m2) beneden- en bovenwoningen, wat na verloop van tijd ongedaan gemaakt moest worden, ten behoeve van bewoning door een gezin. Van Rossem en Schilt (2002) van Bureau Monumentenzorg Amsterdam stellen dat het bereikte architectonische niveau zelden tot nooit meer in de wederopbouwjaren is ge&euml;venaard. <br />Architecten van naam, Mien Ruys en Aldo van Eyck, zorgden voor respectievelijk de tuinaanleg en de speelplaatsen. Van Eesteren maakte het stedenbouwkundig plan. </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6012.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Maar niet iedereen vindt dat Jeruzalem het verdient behouden te worden. In 1997 wees het toenmalige stadsdeel Watergraafsmeer de wijk als herstrucuteringsgebied aan. Er werd ingezet op vervangende nieuwbouw en/of toevoeging van extra woningen. Dit leidde in 2000 tot het besluit van drie corporaties om de duplexwoningen te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. Na fel protest van de bewoners schoot de stadsdeelraad de plannen af. Bij de tweede poging in 2005 trokken de corporaties zelf de stekker eruit na constatering dat het plan (gedeeltelijke sloop) financieel niet haalbaar was. Maar medio 2007 heeft woningcorporatie Rochdale de sloopplannen opnieuw uit de kast getrokken. </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6062.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Ondertussen moeten de plannen in een ander daglicht worden bekeken. De naoorlogse gebouwen vallen binnen het bereik van de Rijksmonumentendienst nu ze ouder dan vijftig jaar zijn. Tuindorp Frankendaal is een van de honderd potenti&euml;le naoorlogse monumenten op lijst die eind 2007 gepresenteerd werd door het ministerie van OC&amp;W. Jeruzalem kan de eerste Nederlandse wijk worden die als rijksmonument te boek staat. </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_5976.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Wat nu? &acute;Ontduplexen&acute; (de beneden- en bovenwoning weer samenvoegen) zoals Van Rossem en Schilt (2002) aangeven, lijkt een goede oplossing. Qua woningtype bieden de duplexwoningen een unieke mogelijkheid tot transformatie. Na het ontduplexen ontstaat een woning inclusief tuintje met een vloeroppervlak dat ook naar huidige (Amsterdamse) maatstaven acceptabel is. </p>
<p>Ik zou zeggen: maak van de proeftuin van weleer opnieuw een proeftuin. Ga op zoek naar transformatievormen die respect tonen voor de naoorlogse architectonische en stedenbouwkundige waarden. Maak van Frankendaal opnieuw een voorbeeldwijk.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6055.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080707__MG_6041.JPG" alt="artikel afbeelding" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/van-proeftuin-naar-proeftuin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ondernemers investeren mee in leefbaarheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ondernemers-investeren-mee-in-leefbaarheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ondernemers-investeren-mee-in-leefbaarheid/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 19 Jun 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Joost Roeterdink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/06/ondernemers-investeren-mee.jpg" /> De Bedrijfsgerichte Gebiedsverbetering (BGV) maakt het mogelijk ondernemers meer verantwoordelijkheid te geven om de economie in binnensteden en bedrijventerreinen te versterken. In het buitenland bestaan positieve ervaringen hiermee. Maar wat]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De Bedrijfsgerichte Gebiedsverbetering (BGV) maakt het mogelijk ondernemers meer verantwoordelijkheid te geven om de economie in binnensteden en bedrijventerreinen te versterken. In het buitenland bestaan positieve ervaringen hiermee. Maar wat zijn precies de kenmerken van een BGV? Welke activiteiten kunnen binnen een BGV worden opgepakt? En is de BGV geen verkapte heffing? Een poging enkele antwoorden te geven op vragen in de actuele discussie.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een BGV, ook wel bekend als <em>Business Improvement District</em> (BID), is een instrument voor ondernemers om gezamenlijk activiteiten te financieren die niet tot hun ‘<em>core business&#8217;</em> behoren, maar ook niet tot het takenpakket van de overheid. Het is in de jaren zeventig ontstaan in Canada en via de VS en (recentelijk) Groot-Brittannië overgewaaid naar het Europese Continent. In deze landen is het ingevoerd om de verloedering en neergang van binnensteden aan te pakken en te investeren in leefbaarheid en economie. In Nederland is de discussie ontstaan met de introductie van het <a href="http://www.ondernemersfonds.nl/">Ondernemersfonds</a> in Leiden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De BGV is dus geen heffing: ondernemers bepalen zelf of ze het middel willen gebruiken, hoe ze het geld besteden en hoe ze dit zelf organiseren. De rol van de overheid is die van doorgeefluik: zij ‘int’ via de belasting en ‘keert uit’ aan de ondernemers.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de actuele discussie over de invoering van het instrument in Nederland wordt naar onze mening onvoldoende aandacht besteed aan het verschil tussen binnensteden en bedrijventerreinen. In binnensteden wordt het instrument vooral ingezet voor marketing en promotie, op bedrijventerreinen vooral voor het beheer en de beveiliging.</p>
<p><strong><br />
</strong><strong>Concurrentie binnensteden</strong></p>
<p>Zonder gezamenlijke promotie verliest de binnenstad de concurrentiestrijd. De consument kan op steeds meer plaatsen terecht om te winkelen. Maar de consument kiest ook steeds vaker voor andere vormen van vrijetijdsbesteding. Om de gunst van de consument te winnen, moeten ondernemers samen de binnenstad als ‘product’ verkopen. Het succes van Deventer met het Dickens Festijn of de Arnhem Mode in de Beste Binnenstad van Nederland laten dit zien. Om dit te financieren en te organiseren wordt de BGV een must.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080620_wonenwerken.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sup><em>Bedrijfsverzamelgebouw op het bedrijventerrein Heiligenberg-Noord in het Brabantse Cuijk (foto: Joost Roeterdink)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ook voor bedrijventerreinen is de BGV volgens ons van groot belang. De voornaamste drijfveer voor samenwerking in bedrijfsgebieden is de pensioenvoorziening van de ondernemers. Een aantrekkelijk bedrijventerrein is van groot belang voor de waarde van een bedrijfspand. Ook het voorkomen van criminaliteit is een belangrijke reden. Vervolgens kan samenwerking ook voor andere doelen gebruikt worden als een gemeenschappelijke workpool van werknemers, collectieve energie-infrastructuur of belangenbehartiging.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong><em>Freeriders</em> zetten samenwerking onder druk</strong></p>
<p>Op dit moment wordt in binnensteden en op bedrijventerreinen vaak al samengewerkt. Wat is dan de meerwaarde van de BGV? Het probleem is de vrijwilligheid en vooral vrijblijvendheid van de samenwerking. Net als bij een sportvereniging is het succes afhankelijk van enkele goedwillende en enthousiaste mensen die de ‘kar trekken’. Dit voldoet voor een sportvereniging, waar het clubtoernooi de grootste uitdaging vormt, maar niet in een gebied waar geld verdiend moet worden. Professionele activiteiten vragen om een professionele organisatie met dito budget. Het blijkt soms lastig ondernemers te motiveren om mee te betalen. Zogenaamde ´<em>freeriders</em>´ zetten het voortbestaan van samenwerking onder druk. Na de opstartfase lukt het vaak niet om een gezonde organisatie met financiële continuïteit op te bouwen. Hier is een BGV nodig om te komen tot een financieel stabiele basis.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080618_hb-bid.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sup><em>Een BID investeert in een &#8216;street redesign project&#8217; (<a href="http://www.hillsboroughstreet.org/post/15">Hillsborough St Raleigh</a>)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Voorwaarden voor succes</strong></p>
<p>Een gebiedsgerichte investeringsbijdrage volgens het BGV-principe vereist een professionele aanpak. Deze professionaliteit ontstaat niet van vandaag op morgen. Het begint met kleine stapjes. Eerst moet er vertrouwen ontstaan tussen ondernemers. Pas als dit er is, kan dit vertrouwen worden ‘vastgelegd’ in een BGV. Een BGV zal dus nooit het startpunt zijn, maar een logisch gevolg van het samenwerken binnen projecten. Voorwaarden voor succes zijn:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>- Ondernemers hebben samen een visie op de ontwikkeling van hun<br />
bedrijventerrein of binnenstad.<br />
- Zij weten deze visie te vertalen naar concrete doelen, meetbare acties en<br />
maatregelen.<br />
- Om deze doelen te bereiken zijn ze in staat een organisatie op poten te<br />
zetten en deze te financieren om de acties op te pakken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De BGV kan zowel voor binnensteden als bedrijventerreinen een effectief instrument zijn voor het financieren van gebiedsgerichte ontwikkeling door ondernemers. De BGV kan alleen ingezet worden door en voor ondernemers en kan dus ook nooit een ‘verkapte’ lastenverzwaring van de overheid zijn. Ondernemers zullen bij meerderheid moeten besluiten welke activiteiten zij de moeite waard vinden om samen te werken. De invoering van een BGV is daarbij een logische stap in de professionalisering van de al bestaande samenwerking van ondernemers in binnensteden en op bedrijventerreinen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sup>Joost Roeterdink is werkzaam bij de provincie Gelderland, en heeft dit artikel geschreven samen met John Bardoel, adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij Advin. Beiden hebben dit artikel op persoonlijke titel geschreven.</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ondernemers-investeren-mee-in-leefbaarheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Denk om het geheugen van de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/denk-om-het-geheugen-van-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/denk-om-het-geheugen-van-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Jun 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/06/denk-om-het-geheugen.jpg" /> Investeren in de openbare ruimte dient vele belangen, zowel &#8216;zachte&#8217; als &#8216;harde&#8217; belangen. Nu verschillende private partijen als projectontwikkelaars en vastgoedbedrijven in Rotterdam zich met het ontwerp en beheer van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Investeren in de openbare ruimte dient vele belangen, zowel &lsquo;zachte&rsquo; als &lsquo;harde&rsquo; belangen. Nu verschillende private partijen als projectontwikkelaars en vastgoedbedrijven in Rotterdam zich met het ontwerp en beheer van de openbare ruimte gaan bemoeien, is het nog belangrijker vinger aan de pols te houden. Want het is niet eenvoudig om te komen tot een goede afstemming tussen leefbaarheid en zakelijk rendement. De ervaringen van burgers moeten we daarbij niet uit het oog verliezen.</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Om vanaf Rotterdam Centraal Station de kortste weg naar Caf&eacute; Dudok te nemen, kan je het beste &eacute;&eacute;n van de binnenhoven tussen het Schouwburgplein en de Lijnbaan dwars oversteken. Ik word aangehouden door een actieve buurtbewoner die zijn hond uitlaat, en moet mijn plan even bijstellen. De enthousiaste man blijkt voorzitter van de buurtverenging te zijn. &ldquo;Eigenlijk is dit een prachtige ruimte, met dat gras en die bankjes&rdquo;, legt hij uit. Wijzend naar de zesde verdieping van &eacute;&eacute;n van de hoge flats: &ldquo;Ik heb daar een heel mooi uitzicht, en mijn tuin wordt door de gemeente netjes onderhouden.&rdquo; Maar volgens hem zou er in de openbare ruimte veel meer kunnen gebeuren. &ldquo;Neem nou dat plein met de bioscoop. Ongelofelijk dat daar niet gewoon allemaal terrasjes zijn. Een vreselijk ontwerp!&rdquo; Zijn verhaal doet mijn lunchplan verder naar de achtergrond verdwijnen. &ldquo;Waar zijn de architecten en politici eigenlijk precies mee bezig?&rdquo;, vraag hij aan mij.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080602_P1020189.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /></em><em><sup>Schouwburgplein Rotterdam</sup>&nbsp;</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik wil de man maar niet vertellen dat deze professionals hun tijd vullen met praten op symposia, het uitbrengen van boeken en het driftig toetsen op hun rekenmachine zodat ze bij de uitvoering van plannen niet voor financi&euml;le tegenvallers komen te staan. Zo vond vorig jaar november in Rotterdam een studiedag plaats bij architectuurcentrum AIR over investeringen in de publieke ruimte. Dit naar aanleiding van een oproep tijdens de laatste Architectuur Bi&euml;nnale in Rotterdam, van de Van der Leeuwkring, een groep projectontwikkelaars in de Maasstad. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De Van der Leeuwkring wil graag de &lsquo;gecultiveerde tegenstellingen tussen publieke en private partijen&rsquo; doorbreken en riep op tot &lsquo;samenwerking met elke partij die zich betrokken en uitgedaagd voelt de publieke ruimte te verbeteren.&rsquo; Er werden 21 voorstellen ingediend waarvan er veertien uit de kring zelf kwamen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Opvallend is dat de cases die de Van der Leeuwkring onder handen neemt alle vier uit de kring zelf komen. Van de zeven externe initiatieven die ze aangereikt kreeg, werd geen enkele gehonoreerd. Natuurlijk is een gezond eigen belang belangrijk om een ontwikkelproces tot een goed einde te brengen. Maar de vraag is toch welke &lsquo;co-makers&rsquo;, mensen die met de Kring willen samenwerken, de Van der Leeuwkring graag wil aanspreken. Het gaat het blijkbaar niet goed met de openbare ruimte: &ldquo;De publieke ruimte die de gebouwen aan elkaar verbindt is vaak te schraal, gefragmenteerd niemandsland gebleven,&rdquo; aldus de Van der Leeuwkring op de bi&euml;nnale. De Kring is van mening dat de openbare ruimte in Rotterdam onaantrekkelijk is en&nbsp;bovendien&nbsp;niet als &eacute;&eacute;n geheel te ervaren. Deze nogal stevige stellingname vraagt volgens mij om een nuancering.<br />Een belangrijk kenmerk van de openbare ruimte is dat ze vele belangen dient. De kwaliteit van het openbaar gebied is niet alleen afhankelijk van het ontwerp en het beheer, maar ook zeker van de gebruikers van die ruimte. Soms is de inrichting van de openbare ruimte inderdaad redelijk schraal, maar de openbare ruimte is juist openbaar omdat ze &eacute;n gefragmenteerd is, &eacute;n via de overheid eigendom is van iedereen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080602_P1020217.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /></em><em><sup>E&eacute;n van de Lijnbaanhoven in Rotterdam</sup></em>
<p>&nbsp;</p>
<p>Misschien moeten professionals om die reden simpelweg beter kijken en luisteren naar gebruikers van de openbare ruimte, in plaats van te spreken in onbegrijpelijk jargon. Alleen op deze wijze kan een stad en kunnen de mensen die daaraan bouwen, uit het &lsquo;geheugen van die stad&rsquo; putten, dat verborgen zit in de vele ervaringen en inzichten van haar bewoners. Laten we daarom oprecht naar ze luisteren, omdat zij heel goed weten welke problemen er zijn en vaak goed kunnen uitleggen waardoor dat komt. Zoals de buurtbewoner met zijn hond, die&nbsp; haarscherp zijn vinger op de zere plek legt van het Schouwburgplein: het ontbreken van terrasjes. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Samenvattend: een <em>top-down</em> benadering van ontwerpers, investeerders en bestuurders aan de ene kant, en initiatieven en idee&euml;n van onderop aan de andere kant, kunnen samen&nbsp;juist leiden tot een interessante openbare ruimte. Professionals zien inspraak door bewoners helaas te vaak als een instrument van &lsquo;damage control&rsquo;. Zij willen de inbreng van burgers niet te groot maken om bestaande plannen niet in gevaar te brengen. Maar juist omdat &lsquo;tips van de straat&rsquo; niet altijd opgepikt worden in inspraakrondes en marktonderzoeken, zijn ze voor beleidsmakers van onschatbare waarde. Laten we daarom ons oor eens wat vaker te luisteren leggen. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sup>Dit artikel vormt een tweeluik met het eerder gepubliceerde &#8216;</sup><a href="../detail.php?id=234"><sup>Zorgen om verschraalde publieke ruimte</sup></a><sup>&#8216; van Sjors de Vries.</sup></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/denk-om-het-geheugen-van-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vogelaar ontvouwt strategie wijkaanpak</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vogelaar-ontvouwt-strategie-wijkaanpak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vogelaar-ontvouwt-strategie-wijkaanpak/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 May 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Mariska van Meijeren</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/05/vogelaar-ontvouwt-strategie.jpg" /> Ella Vogelaar kan aan de slag. Met ruim 300 miljoen euro extra op zak kan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie echt van start in &#8216;haar&#8217; veertig wijken. Het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ella Vogelaar kan aan de slag. Met ruim 300 miljoen euro extra op zak kan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie echt van start in &lsquo;haar&rsquo; veertig wijken. Het geld is en was volgens haar nooit het grootste probleem. &lsquo;We moeten met elkaar de verkokerde aanpak die we in de afgelopen jaren hebben gezien, weten te doorbreken&rsquo;.<br /></strong><br />De kritiek vanuit Den Haag op haar aanpak noemt ze &lsquo;politieke ongedurigheid&rsquo;: &ldquo;Ik heb vanaf het begin af aan gezegd dat dit niet iets is wat je in vier jaar oplost&rdquo;, zegt ze. Maar ze begrijpt de ongedurigheid van bewoners in haar veertig wijken om aan de slag te gaan. &ldquo;Als je weet dat het minimaal acht tot tien jaar duurt om een wijk te veranderen, moeten mensen toch ook in de beginfase zien dat er iets gebeurt. Ook als zijn het maar kleine dingen, bouwsteentjes voor het grotere geheel, je moet wel zorgen dat dat neergezet gaat worden&rdquo;, vertelt ze, gezeten in een flat in Utrecht <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Overvecht_(wijk)" target="_blank">Overvecht</a>. Ze is op bezoek bij RUIMTEVOLK-redacteur Jeroen Niemans, die als &lsquo;kansrijke&rsquo; voorrang heeft gekregen bij de toewijzing van zijn woning. Met dit zogenaamde&lsquo;leefstijlexperiment&rsquo; hoopt de gemeente de leefbaarheid in Overvecht te verbeteren. Vanuit zijn woonkamer op zeven hoog, heeft de minister een magnifiek uitzicht over de rijen flats en het monotone stratenpatroon dat zo kenmerkend is voor veel van haar &lsquo;prachtwijken&rsquo;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/eGnwj5Kp8EU" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/eGnwj5Kp8EU"></embed></object>
<p><em><strong>&quot;De afgelopen jaren is het nog te vaak voorgekomen dat de een van de ander niet wist dat &lsquo;ie met een gezin bezig was&quot;</strong></em></p>
<p><strong>Eerder om tafel</strong><br />Om de problematiek in de wijken duurzaam aan te pakken moet er volgens Vogelaar nog een flinke slag gemaakt worden. En dan doelt ze niet op de financiering. Nu ze vanuit de rijksbegroting meer geld heeft gekregen voor haar wijkenaanpak zijn gemeenten ook bereid in de buidel te tasten. En waar deskundigen zich afvragen (zie <a href="http://www.nrc.nl/binnenland/article1026317.ece/Heffing_Vogelaar_onmogelijk">NRC, 27 maart 2008</a>) of het juridisch wel mogelijk is om woningcorporaties in 2008 een heffing op te leggen, is de minister er zelf van overtuigd dat die er komt. &ldquo;Dat gaat gewoon gebeuren&rdquo;, aldus Vogelaar. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Volgens Vogelaar moeten er op het sociale vlak nog slagen worden gemaakt. Weliswaar heeft de aanpak al duidelijk een sociaal gezicht. Dat niet alleen welzijn maar bijvoorbeeld ook corporaties zich met de sociale problematiek bemoeien is al winst. Maar daarmee zijn we er volgens de minister nog niet. &ldquo;We moeten veel meer denken vanuit de bewoner die in de problemen zit. In de afgelopen jaren is het nog te vaak voorgekomen dat de een van de ander niet wist dat &lsquo;ie met een gezin bezig was. Ook is er te weinig het besef dat je vanuit de ruimtelijke ordening ook kunt bijdragen aan veiligheid leren en spelen in een wijk.&rdquo; Om deze problemen te tackelen moeten sociale partijen volgens Vogelaar in een vroeg stadium al aan tafel zitten met stedenbouwkundige bureaus, gemeenten en corporaties. &ldquo;Het is ontzettend belangrijk om, als je met de ruimte aan de gang gaat, daar vanaf het begin mensen bij te betrekken die vanuit het sociale meedenken over de opgaven die in een wijk liggen. Dat is volgens Vogelaar nog lang niet altijd het geval. &ldquo;Traditioneel zijn het kokers&rdquo;, aldus de minister.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/EfEwClpJ3Lk" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/EfEwClpJ3Lk"></embed></object>
<p><em><strong>&quot;Gemeenten moeten partners vinden die zich meerjarig aan een wijk verbinden&quot;</strong></em> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Langere contracten welzijn en zorg</strong><br />Vogelaar is van mening dat alle partners, ook de sociale, zich voor een lange periode aan een wijk zouden moeten kunnen verbinden. Nu is dat lang niet altijd mogelijk. Lange tijd bestond er ontevredenheid over de prestaties van welzijns- en zorginstellingen, waarop veel gemeenten hebben besloten om kortlopende contracten met deze instellingen af te sluiten, om greep op de prestaties te krijgen. Door deze vaak eenjarige contracten bestaat het risico dat een instelling na korte tijd weer uit een wijk verdwenen is. Dit maakt ze, bijvoorbeeld voor een woningcorporatie die wil samenwerken in een &lsquo;achter de voordeur&rsquo;-project, ongewild tot een onbetrouwbare partner. Vogelaar: &ldquo;Gemeenten kunnen ook meerjarige contracten afsluiten. Als je als gemeente zegt, &lsquo;ik wil meerjarig investeren in een wijk&rsquo;, dan zal je ook partners moeten hebben die zich meerjarig aan een wijk verbinden. Ik vind echter wel dat je als gemeente moet kunnen blijven sturen. Je kunt, in plaats van een kortlopend contract, ook een meerjarig contract aanbieden en afspreken dat als de prestaties tussentijds uitblijven, dat het contract alsnog ontbonden kan worden&rdquo;, aldus Vogelaar. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De minister is niet van mening dat haar departement en de woningcorporaties met de verkeerde sociale partners om tafel zitten (zie <a href="../detail.php?id=233" target="_blank">interview </a>Klaas Mulder op RUIMTEVOLK) De kritiek luidt dat het ministerie en de corporaties bij de verkeerde deur aankloppen om advies. Niet de brede scholen, welzijnsinstellingen en ROC&rsquo;s zouden de sleutel vormen voor een geslaagde aanpak, maar GGZ-artsen, de reclassering en consultatiebureaus zijn nodig om bewoners te helpen. Ze zouden in de discussie ontbreken.&rdquo;Daar ben ik het niet mee eens. We hebben ze allemaal nodig, ook de GGD, reclassering en consultatiebureaus. Ik denk dat de Centra voor Jeugd en Gezin een schakel naar deze partijen wordt. De centra hebben straks een co&ouml;rdinerende functie en zullen gaan samenwerken met bijvoorbeeld jeugdzorg en consultatiebureaus. We staan nu met deze centra nog in de beginfase, maar ik zie dat wel gebeuren, ik ben daar niet pessimistisch over.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/bfZfd-1J5YA" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/bfZfd-1J5YA"></embed></object>
<p><em><strong>&quot;Nieuwbouw moet uitnodigen tot sociale samenhang&quot; </strong></em></p>
<p><strong>Waterbedeffect</strong><br />Een tweede grote zorg van Mulder, dat met de grote sloop/nieuwbouw operaties die in de komende jaren voornamelijk in de veertig wijken plaatsvinden de stabiele arbeiderswijken gevaar lopen, deelt de minister wel. Volgens Mulder, adviseur in de stedelijke vernieuwing, zorgt de grootschalige sloop voor een grotere concentratie van multiprobleemgezinnen in arbeiderswijken die het in zijn ogen &lsquo;net redden&rsquo;. Het zogenaamde &lsquo;waterbedeffect. &lsquo;Ik vind dat een belangrijk punt, waar je echt aandacht voor moet hebben. Ik denk dat te weinig mensen dat nu nog op hun netvlies hebben&rdquo;, zegt Vogelaar. &ldquo;Ik was laatst in Maastricht en daar vertelden bewoners mij dat &lsquo;ze hier alles maar dumpen&rsquo;. Met &lsquo;ze&rsquo; bedoelden ze de woningcorporatie en de gemeente, met &lsquo;alles&rsquo; de overlastgevende gezinnen. En dan denk ik, een terecht punt. Want dat kan natuurlijk niet, trouw in de ene wijk proberen een zodanige mix te cre&euml;ren dat er weer draagkracht in de wijk terugkomt terwijl het in een andere verloedert. Dan ben je in feite weer opnieuw problemen aan het stapelen.&rdquo; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar waar Mulder pleit voor regelgeving die het corporaties onmogelijk maakt om de problemen door te schuiven, ziet de minister de oplossing niet in wetten en verordeningen. &ldquo;Een waterbedeffect krijg je als je alleen maar met sloop en renovatie bezig bent en als je niet investeert in de problematiek van mensen. In de wijkenaanpak proberen we dat nu juist te veranderen. Het moment van sloop kan je heel goed aangrijpen om een positieve draai aan de levens van mensen te geven. Je kunt dat moment heel bewust gebruiken om ook de sociale problematiek aan te pakken. En ook om met de mensen te bekijken hoe ze kansen kunnen pakken. Want daar gaat het natuurlijk ook om.&rdquo; Wel meent de minister dat er genuanceerd gedacht moet worden over sloop. &ldquo;Niet mensen confronteren met &lsquo;wij hebben besloten dat hier gesloopt gaat worden. Dan zit je al tegenover elkaar. Als in een wijk problemen zijn, dan moet je met de mensen om tafel gaan zitten. Samen kijken wat er aan de hand is, wat de problemen zijn. En hoe die opgelost kunnen worden. En ja, soms is sloop onvermijdelijk. Maar je moet je als corporatie goed realiseren wat dat voor mensen betekent, wat dat men hen doet.&rdquo;</p>
<p><strong>Huurtoeslag en hypotheekrenteaftrek</strong><br />Of, zeker met de omvangrijke sloopplannen van corporaties in de achterstandswijken in het vooruitzicht, het systeem van huurtoeslag op de lange termijn houdbaar is, antwoordt Vogelaar ontkennend. &ldquo;Er moet een fundamentele discussie komen over de financiering van de woningmarkt. Over de hypotheekrenteaftrek en daarmee samenhangend ook de huurtoeslag. Dat kan je niet los van elkaar zien&rdquo;, zegt ze. Ze is blij met de extra gelden, ruim 190 miljoen euro, om de tekorten op de begroting voor de huurtoeslag de komende jaren te kunnen dekken. Maar de koek is een keer op. &ldquo;We hebben bij de totstandkoming van dit coalitieakkoord gezegd dat we de komende vier jaar van het financieringssysteem afblijven. Maar, als er een verbod op denken is, dan gaan er heel veel mensen juist heel hard nadenken. Dat is weer het mooie, zeg ik altijd maar. We krijgen nu heel veel adviezen hoe we nu verder moeten met de woningmarkt. Ik denk dat daarmee een basis wordt gelegd die in de volgende coalitiebesprekingen zal zorgen dat knopen worden doorgehakt.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub>&#8212;</p>
<p>Met dank aan Marius Heijn en Jeroen Niemans. </sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vogelaar-ontvouwt-strategie-wijkaanpak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zorgen om verschraalde publieke ruimte</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zorgen-om-verschraalde-publieke-ruimte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zorgen-om-verschraalde-publieke-ruimte/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 May 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/05/zorgen-om-verschraalde.jpg" /> De kwaliteit van de openbare ruimte laat nog wel eens te wensen over. In het manifest ‘Ruimte voor Rotterdam – privaat initiatief voor publieke ruimte’ stellen zestien private partijen, verenigd]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De kwaliteit van de openbare ruimte laat nog wel eens te wensen over. In het manifest ‘Ruimte voor Rotterdam – privaat initiatief voor publieke ruimte’ stellen zestien private partijen, verenigd in de<a href="http://www.vanderleeuwkring.nl/" target="_blank"> Van der Leeuwkring</a>, de schrale publieke ruimte in Rotterdam aan de kaak. In het verlengde van dat manifest verscheen in november 2007 de essaybundel ‘Stedelijkheid als rendement’. Maar het blijft niet bij schrijven alleen. In vier Rotterdamse wijken experimenteren ontwikkelaars en woningcorporaties momenteel met herinrichting van de openbare ruimte. Wie zegt dat de regie en verantwoordelijkheid bij de overheid ligt? </strong></p>
<p>Het complexe begrip ‘stedelijkheid’ bevindt zich ergens op het snijvlak van ruimte en cultuur en gaat over levendigheid op straat, functiemenging en het ‘grote-stadsgevoel’. Het is deze ‘stedelijkheid’ die we in Nederland maar matig weten te creëren bij nieuwe stadsontwikkelingsprojecten. Neem bijvoorbeeld de oostelijke en zuidelijke IJ-oevers in Amsterdam of de Kop van Zuid in Rotterdam. Deze gebieden blinken wellicht uit qua architectuur, maar scoren nog zwaar onvoldoende qua stedelijke dynamiek. Het zijn slaap- of kantoorbuurten met stille achterafstraatjes, weinig functiemenging en een minimalistisch ingerichte openbare ruimte. Het stedelijke leven is er ver te zoeken. Is dit de kwaliteit die we anno 2008 voor ogen hebben in onze binnenstedelijke gebieden? Menig naoorlogse wijk, vaak onterecht verguisd om de stedenbouwkundige opzet, doet het beter.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080514_Trancity2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Wilhelminapier in Rotterdam (foto: Sjors de Vries)</sub></em></p>
<p><strong>Sympathie</strong><br />
Het initiatief van de Van der Leeuwkring, om het functioneren van de doorgaans schrale, nieuwe, publieke ruimte in aan de kaak te stellen, kan dan ook bij voorbaat rekenen op mijn sympathie. Dit gezelschap van prominente Rotterdamse ontwikkelaars en woningcorporaties is een initiatief van AIR, het lokale architectuurcentrum van Rotterdam. In het kader van dit initiatief bracht AIR/Van der Leeuwkring eind vorig jaar de publicatie ‘Stedelijkheid als rendement’ uit. Het is een fraaie bundel vol inspirerende essays over private initiatieven in de publieke ruimte.</p>
<p>Zo wijst Barrie Needham, hoogleraar planologie aan de Nijmeegse universiteit (KUN), erop dat de overheid niet de enige partij is die belang heeft bij een goed functionerende openbare ruimte, terwijl ze wel het monopolie opeist. Hij pleit voor het creatief verkennen van publiek-private samenwerkingen. Leeke Reinders, werkzaam bij het onderzoeksinstituut OTB in Delft, waarschuwt dat stedelijkheid niet voor een gat te vangen is. Het stedelijke leven is een complexe optelsom van alledaagse sociale werelden. Wie stedelijke dynamiek probeert te vangen creëren door ‘branding’ (‘Ondiep, hét wijk met lef’) baseert zich volgens Reinders op een vereenvoudigde, fictieve werkelijkheid. Met alle gevolgen van dien.</p>
<p>Naast deze analyses worden in het boek een aantal interessante voorbeelden aangedragen, zoals ‘<a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Zoning" target="_blank">incentive zoning</a>’. Dit is een beproefd concept in de Verenigde Staten, waarbij ontwikkelaars in New York bijvoorbeeld een bonus ontvangen in de vorm van extra te realiseren vierkante meters wanneer zij in het openbaar gebied een handreiking doen aan het stedelijk leven. Een veelbelovende constructie die in Nederland navolging verdient.</p>
<p>Soms wordt in de bundel de plank misgeslagen, zoals in het betoog van Pauline Terreehorst, ex-directeur van het Centraal Museum. Haar visie op de totstandkoming van het recentelijk gerealiseerde en wereldberoemde Millennium Park in Chicago geeft weliswaar een interessante kijk op hoe gedeelde belangen in inspirerende samenwerkingsvormen tot een fenomenaal resultaat kan leiden, maar holt voorbij aan het doel van boek: het functioneren van het park als publieke ruimte.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080514_Trancity3.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Millennium Park Chicago (foto: Sjors de Vries) </sub></em></p>
<p>Iedereen die ooit in het <a href="http://www.millenniumpark.org">Millenium Park</a> is geweest, weet dat het park  eerder de Amerikaanse bling-bling versie is van de beeldentuin van het Kröller Müller museum, dan een goed functionerende publieke ruimte in een wereldstad met dito dynamiek. Een broodje eten, zonnebaden, spelen of sporten in het park wordt bijvoorbeeld op vele manieren ontmoedigd. Kwalijke zaak in een wereldstad met toch al zo weinig verblijfsruimte. Dit soort – niet bruikbare &#8211;  openbare ruimte is nu juist waar we niet op zitten te wachten in onze grote steden. Zeker niet in Rotterdam.</p>
<p><strong>Vier cases</strong><br />
Des te interessanter vind ik het actuele vervolg op de publicatie, in de vorm van vier business cases. Op vier plekken in Rotterdam zijn experimentele projecten gestart waarin private partijen de lead nemen in het vernieuwen van openbare ruimte. Het gaat daarbij om investeringen, maar ook om inhoudelijke input, over wat nu wel en niet werkt in de openbare ruimte. Het mooie is dat deze vier projecten zich nu eens niet alleen maar bevinden op locaties met overduidelijke potentie. Toegegeven, de voet van de Erasmusbrug – waar Amvest en AM nadenken over de herinrichting van een vooralsnog wezenloos plein – biedt zichtbaar kansen. Maar Vogelaarwijk Bospolder-Tussendijken zit er ook bij. Hier onderzoekt Proper Stok samen met corporatie Com.Wonen de mogelijkheden om te ‘voorinvesteren’ in de publieke ruimte van een plein, vooruitlopend op de resultaten van de forse ingrepen in de woningvoorraad. In een andere case Rijnhaven (hier is alle grond in privaat eigendom), is het streven om met alle private partijen een aantrekkelijk, publiek waterfront vorm te geven.</p>
<p>De inzet van AIR/Van der Leeuwkring voor ons publieke domein is prijzenswaardig. Op 24 november 2008 is het eerstvolgende publieke debat om de vorderingen te bespreken.</p>
<p><sub>&#8212;<br />
Stedelijk als rendement. Privaat initiatief voor publieke ruimte.<br />
Redactie: Arie Lengkeek/AIR<br />
Uitgever: Trancity, Haarlem, 2007<br />
ISBN 9789088290039</sub></p>
<p><sub> </sub></p>
<p><sub>Foto boven: Jos Stoopman </sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zorgen-om-verschraalde-publieke-ruimte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Stabiele volksbuurten lijden onder veertig wijken aanpak&#8221;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stabiele-volksbuurten-lijden-onder-veertig-wijken-aanpak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stabiele-volksbuurten-lijden-onder-veertig-wijken-aanpak/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 May 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anouk Eigenraam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/05/stabiele-volksbuurten-lijden.jpg" /> Soms is het middel erger dan de kwaal. Volgens Klaas Mulder, werkzaam bij bureau Laagland&#8217;advies in Houten, is een stevige arbeidersklasse cruciaal voor de internationale concurrentiepositie van de Randstad. Maar]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Soms is het middel erger dan de kwaal. Volgens Klaas Mulder, werkzaam bij bureau Laagland&rsquo;advies in Houten, is een stevige arbeidersklasse cruciaal voor de internationale concurrentiepositie van de Randstad. Maar de stabiele arbeiderswijken worden bedreigd door de veertig wijken aanpak van minister Vogelaar.</strong></p>
<p>Mulder is binnen het vakgebied als filosoof en musicus een verademing om mee te praten. Hij spreekt duidelijke taal, schuwt de controverse niet, maar tegelijkertijd wordt hij nergens echt ongenuanceerd. En hij heeft een boodschap.</p>
<p>Wellicht is dat ook de reden dat het ministerie van VROM hem vorig jaar om een essay vroeg met de centrale vraag welke kant de stedelijke vernieuwing in de Randstad moet opgaan. Het ministerie dat binnenkort met een toekomstvisie op de Randstad 2040 komt, riep burgers onlangs op om <a href="http://doemee.vrom.nl/randstad2040" target="_blank">digitaal</a> mee te werken aan een enquete over dit onderwerp. Afgelopen februari konden burgers tijdens de Week van de Dialoog ook al meepraten over de toekomst van de Randstad. Maar tot verbazing van Mulder kwam de &acute;Sociale Agenda&rsquo; nergens terug in de discussies. &ldquo;Onbegrijpelijk&rdquo;, vindt hij.</p>
<p>In zijn <a href="http://doemee.vrom.nl/uploads/KD/Q0/KDQ0qeTr9DM7wIIS2obKHA/w889.pdf" target="_blank">essay</a> &acute;Een geslaagde Randstad&acute; vraagt Mulder zich af hoe de Randstad de komende dertig jaar aantrekkelijk kan blijven voor zowel grote multinationals als voor haar inwoners. Om te voorkomen dat mensen de Randstad in de toekomst ontvluchten, is het noodzakelijk om goed in te spelen op de behoeften van degenen die er wonen. Zo betoogt Mulder dat de hogere en middeninkomens vooral &lsquo;stijl&rsquo; en &lsquo;schwung&rsquo; willen: theaters, restaurants, musea, leuke cafes, goede scholen en gezellige winkels; &ldquo;daar kan je de Randstad op verkopen&rdquo;.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/T0jkHP2yEww" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/T0jkHP2yEww"></embed></object>
<p><em><strong>&quot;Stabiele arbeiderswijk grootste troef in wijkvernieuwing&quot;</strong><sub> </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Maar om dit allemaal mogelijk te maken, is een goed functionerende dienstverlenende sector cruciaal van schoonmakers, vrachtwagenchauffeurs, winkeljuffrouwen, bouwvakkers, koksmaatjes en loodgieters. En dat is precies waar de schoen wringt: &ldquo;Waar stadsbesturen zich doorgaans met verve richten op het cre&euml;eren van allerlei voorzieningen voor de betere inkomens, wordt de hardwerkende arbeider aan alle kanten verwaarloosd&rdquo;, zegt Mulder.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Sterker: in plaats van de &lsquo;geslaagde arbeider&rsquo; te ondersteunen, wordt die door grootschalige stadsvernieuwingsprojecten naar de marge verdreven. De sloop van achterstandswijken dwingt bewoners uit slechte buurten naar goedkope woningen elders te trekken, meestal in arbeiderswijken. De voorheen stabiele volksbuurten worden hierdoor om zeep geholpen; de in het vakgebied welbekende &lsquo;waterbedeffecten&rsquo;. &ldquo;De toch al kwetsbare groepen, mensen met weinig rek, krijgen zo onevenredig veel andere problemen op hun nek.&rdquo;</p>
<p>Het is ook zijn kritiek op de aanpak van de Vogelaarwijken. &ldquo;In Helmond bijvoorbeeld zie je dat sloop van de oude binnenstad de andere twee matige wijken echt slechter maakt. Ook IJsselmonde in Rotterdam, Watergraafsmeer in Amsterdam of Geitenkamp in Arnhem, dat zijn buurten die veel te vrezen hebben van instroom van gezinnen met multiproblematiek. Die lijden echt onder de veertig wijken aanpak.&rdquo;</p>
<p><strong>Kansarm</strong><br />Om zijn verhaal kracht bij te zetten, neemt hij ons mee naar een karakteristiek arbeidersbuurtje in het <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Soesterkwartier" target="_blank">Soesterkwartier</a>, waarvan de kleine huizen redelijk onderhouden ogen. Het zijn dit soort arbeidersbuurten waar hij de botte bijl van de stadsvernieuwing vreest. &ldquo;Mijn angst is dat als Amersfoort de komende jaren doorgaat met het ontrekken van goedkope woningen uit andere delen van de stad, dit de volgende probleemwijk wordt. Onze stabiele arbeidersbuurt, is een van onze grootste onderscheidende troeven in onze internationale concurrentiepositie: ze zijn stedebouwkundig briljant, zeker vergeleken met Parijse voorsteden. We moeten veel zuiniger zijn op dit soort wijken &eacute;n de mensen die er wonen koesteren.&rdquo;</p>
<p>Hij pleit om te stoppen met het over &eacute;&eacute;n kam scheren van arbeiders en ze het stempel &lsquo;kansarm&rsquo; te geven. &ldquo;In veel vakliteratuur wordt alleen maar gesproken over de elite &oacute;f kansarmen, maar daar zit toch van alles tussen? Mijn stelling is dat ook de metselaar die een eenvoudige huurwoning van 400 euro bewoont en een minimumplus salaris verdient, geslaagd is.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/fAIdwoUUamQ" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/fAIdwoUUamQ"></embed></object>
<p><em><strong>&quot;In veel vakliteratuur wordt alleen maar gesproken over de elite &oacute;f kansarmen, maar daar zit toch van alles tussen?&quot;</strong></em> <em><sub> </sub></em></p>
<p>Als het aan hem ligt, is het tijd om te breken met een paar sociaal-democratische troetelkindjes, zoals dat van sociale stijging. De filosoof beaamt dat het goed is dat de VROM-raad het onderwerp in haar <a href="http://www.vromraad.nl/Download/35312_VR%20Adv054%20Coml.pdf" target="_blank">rapport</a> Stad en Stijging, eind 2006 op de agenda zette. Zelf was hij de eerste die vijf jaar geleden in een artikel schreef dat steden &lsquo;kwartjesmachines&rsquo; zijn waar dubbeltjes kwartjes kunnen worden. Maar het taboe dat een hele grote groep in Nederland beperkte capaciteiten bezit, moet doorbroken vindt hij. &ldquo;Vijftien procent van de kinderen is niet intelligent genoeg voor het vmbo, dat is een op de zes kinderen. Ik weet dat het een taboe is dat te erkennen, maar we moeten ophouden met mensen met beperkte talenten het gevoel te geven dat het dan ook beperkte mensen zijn.&rdquo;</p>
<p>Door alles op stijging te gooien, doe je feitelijk aan doelgroepontkenning, aldus Mulder. &ldquo;We projecteren een hoop middenklasse idealen op de arbeidersklasse. Het ideaal van sociale stijging is prachtig, maar een heleboel mensen zijn daar niet mee bezig, die vinden hun leven prima zoals het is.&rdquo;<br /><strong><br />Overlast</strong><br />Het stedelijk vernieuwingsbeleid zet in zijn ogen veel te veel in op fysieke verplaatsing en repressieve maatregelen zoals inkomensgrenzen in bepaalde wijken. Maar zijn grootste punt van kritiek betreft het feit dat het ministerie en de corporaties bij de verkeerde deur aankloppen om advies. &ldquo;We hebben de verkeerde sociale professional aan boord: de brede scholen, welzijnsinstellingen en ROC&rsquo;s. Die bouwen als antwoord op problemen een nieuwe school. Maar waarom? Dropouts stoppen toch niet met school omdat ze les krijgen in een oud gebouw? Om de meervoudige problematiek bij achterstandsgezinnen op te lossen heb je GGZ-artsen nodig, de reclassering en consultatiebureau&rsquo;s, maar die lijken totaal afwezig in deze hele discussie.&rdquo;</p>
<p>Mulder mist in de aanpak van achterstandswijken een goede analyse van de oorzaken en oplossingen van overlast. &ldquo;Mijn definitie van overlast is de last die iemand zelf niet meer kan dragen, het is een onbalans. Denk aan de moeder met geldzorgen, wiens werkloze man haar slaat. Het zijn die kinderen die vervolgens uit frustratie over de gezinssituatie problemen in de buurt gaan veroorzaken.&rdquo;</p>
<p>Hij is een beetje teleurgesteld in de sociale sector. &ldquo;Er is de komende jaren 137 miljard euro beschikbaar voor stedelijke vernieuwing. 137 miljard! Dat zijn twaalf Betuwelijnen! Ik had gehoopt dat de sociale sector een schaduwbegroting gemaakt had met de insteek: &lsquo;geef ons tachtig miljard en laat ons opschrijven hoe we Nederland beter kunnen maken&rsquo;.</p>
<p>Ondanks zijn betoog voor een sociale agenda, is Mulder niet tegen fysieke ingrepen. Voor de corporaties ligt er wel degelijk een takenpakket. Het besluit van minister Vogelaar om de woningcorporaties buiten de veertig door haar aangewezen probleemwijken een heffing op te leggen om de collega&rsquo;s in de veertig wijken financieel te ondersteunen, vindt hij om die reden op zich geeigend. &ldquo;In corporatieland wil men nog weleens z&rsquo;n eigen stokpaardjes berijden, ondanks goede intenties. Een open dialoog over de bestemming van het geld, kan geen kwaad.&rdquo;</p>
<p>Bovendien mist hij de sociale ambitie bij corporaties. &ldquo;Goede architectuur behoeft geen krans. Rust, reinheid en regelmaat, daar draait het nog steeds om. Maar er zit weinig creativiteit in sociale huurwoningen met hun krappe zolderkamertjes. Goedgeventileerde huizen met voldoende kamers waar een kind rustig huiswerk kan maken, is toch ook een basisvoorwaarde die bepaalt of het z&acute;n diploma haalt, naast een veilige buurt, schone omgeving en huiswerkvoorzieningen.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="350"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="350" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/j_3Lj8r15ro" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/j_3Lj8r15ro"></embed></object>
<p><em><strong>&quot;Voorkom het waterbed-effect bij de 40 wijken aanpak&quot;</strong><sub> </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Zijn advies aan het ministerie van VROM en aan minister Vogelaar: voorkom dat wijken baat hebben bij het doorschuiven van problemen, scheer arbeiders en overlastgevers niet over een kam en laat goede sociale deskundigen nadenken over de aanpak van hardnekkige problemen. Voorts pleit hij voor grondig onderzoek naar de factoren die het verschil maken tussen &lsquo;succes or failure&rsquo;. &ldquo;Hoe komt het nu dat mensen er niet in slagen om een eigen bestaan op te bouwen? We moeten niet denken dat het verhuizen van mensen naar een mooiere woning alles oplost. Een verhuizing behoort nog steeds tot een van de vijf grootste stressgebeurtenissen in een mensenleven. Dat is dus nog een extra probleem op het toch al zo overvolle bordje.&rdquo;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub>&#8212;</sub></p>
<p><sub>Download <a href="http://doemee.vrom.nl/uploads/KD/Q0/KDQ0qeTr9DM7wIIS2obKHA/w889.pdf" target="_blank">hier</a> het essay Een geslaagde Randstad (PDF) </p>
<p>Met dank aan restaurant <a href="http://www.desaffraan.nl/" target="_blank">De Saffraan</a> in Amersfoort</sub></p>
<p><sub>Met medewerking van Sjors de Vries en Marius Heijn (camera). </sub></p>
<p> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stabiele-volksbuurten-lijden-onder-veertig-wijken-aanpak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Roep om nieuw elan in ruimtelijke ordening</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/roep-om-nieuw-elan-in-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/roep-om-nieuw-elan-in-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 May 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/05/roep-om-nieuw.jpg" /> Een ruimtelijk debat met hernieuwd elan. Dat is waar Stichting RUIMTEVOLK, een nieuw platform voor de ruimtelijke inrichting van Nederland, toe opriep tijdens haar aftrap op 24 april. Al bleef]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een ruimtelijk debat met hernieuwd elan. Dat is waar Stichting RUIMTEVOLK, een nieuw platform voor de ruimtelijke inrichting van Nederland, toe opriep tijdens haar aftrap op 24 april. Al bleef het die avond nog rustig bij de microfoon, de enthousiaste reacties &lsquo;in de coulissen&rsquo; van het Utrechtse debatcentrum Moira spraken boekdelen. Nu nog van die plankenkoorts af, want &ldquo;u en ik bepalen samen of RUIMTEVOLK inderdaad dat prikkelende platform is voor ruimtelijke kwaliteit&rdquo;, aldus voorzitter Sjors de Vries in zijn <em>maiden speech</em>.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Volgens De Vries is een inhoudelijke discussie over de ruimtelijke opgaven in Nederland anno 2008 hard nodig. &quot;Een discussie waarin het vooral gaat over de inhoud. Want de inrichting van Nederland is natuurlijk meer dan risicomanagement, procedures voeren en inspraak organiseren.&quot; Daarbij benadrukte hij dat deze discussie zeker niet alleen voorbehouden is aan de vakwereld. &quot;Want wie is nou echt die deskundige als het gaat om ruimtelijke kwaliteit?&rdquo; vroeg De Vries zich hardop af.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080502_sjors-ruimtevolk.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>RUIMTEVOLK-voorzitter Sjors de Vries</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Tv-maker Prem Radhakishun ging zelfs nog een stap verder. &ldquo;Weg met de planologen!&rdquo; was de kern van zijn betoog. Zijn hartekreet aan alle ruimtelijk ontwerpers om projecten maar half af te maken, leidde aanvankelijk tot enige hilariteit onder het publiek. Maar de Nederlandse neiging om alles tot in details te plannen en ontwerpen, leidt niet zelden tot mislukking. &quot;Geef mensen de ruimte om er zelf nog wat van te maken&quot;, aldus Prem. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Prem drukte de aanwezigen op het hart niet te trappen in dezelfde valkuilen als hun voorgangers, die het goed bedoelden maar toch in zijn ogen zijn gefaald. Hij illustreerde dit met diverse voorbeelden, van de Bijlmer tot de net opgeleverde Vinex-wijken. Wat gaat hier mis? Een deelnemer had in dit verband nog een goed idee: laat de mensen die nieuwe wijken ontworpen hebben, er eerst zelf een paar jaar wonen! Ook dichter Ruben van Gogh had een paar pareltjes van voorbeelden in ruimtelijke ordeningsland waar het niet altijd lekker is verlopen. Maar zijn gedichten zijn vooral ook mooie beschouwingen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Kortom: planologen, ontwerpers, stedenbouwkundigen, ze hebben niet de waarheid in pacht. &#8216;Laten we elkaar vooral scherp houden&#8217;, bleek de algehele strekking van de discussie onder leiding van BNR Nieuwsradio-presentator Frederique de Jong. Voorzitter De Vries sloot de avond dan ook af met een moreel appel op alle aanwezigen, om idee&euml;n, kritieken en initiatieven via RUIMTEVOLK te delen. Nu alleen nog uit die veilige schaduw stappen&#8230;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080502_ruben-ruimtevolk.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Dichter en &#8216;gesjeesd planoloog&#8217; Ruben van Gogh droeg voor uit eigen werk</sup></em></p>
<p><em><sup>Fotografie: Joren Jacobs en Coen de Rijk</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/roep-om-nieuw-elan-in-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inspraak vaak grootspraak</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/inspraak-vaak-grootspraak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/inspraak-vaak-grootspraak/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/inspraak-vaak-grootspraak.jpg" /> Geloven we nog wel in inspraak? De mogelijkheden en problemen die ontstaan zodra ‘Jan met de pet’ zich met ruimtelijke ordening gaat bemoeien, houden de gemoederen bezig. Op deze site]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Geloven we nog wel in inspraak? De mogelijkheden en problemen die ontstaan zodra ‘Jan met de pet’ zich met ruimtelijke ordening gaat bemoeien, houden de gemoederen bezig. Op deze site is regelmatig aandacht voor bewonersparticipatie, e-participatie en de frictie tussen de vakwereld en actiegroepen. De artikelen geven aan dat er nogal wat drempels zijn te overwinnen.</strong></p>
<p>Inspraak en ruimtelijke ordening zijn net een slecht huwelijk. Ze zijn aan elkaar verbonden, en iedereen lijkt het er over eens dat ze niet zonder elkaar kunnen. Maar desondanks vind de ene partij dat er slecht geluisterd wordt en de andere partij de verplichte verbintenis maar lastig en belemmerend. De rol van bestuurders en politiek maakt van dit huwelijk een ingewikkelde driehoeksverhouding.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080422_Inspraak-nieuwe-stijl.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Het gedachtegoed achter inspraak is idealistisch, niemand kan er onderuit dat het uitgangspunt goed is. Dankzij inspraak komen aanvullende, vaak lokale invalshoeken aan de orde en het kan voor draagvlak zorgen. Maar hoe mooi de gedachte ook is, in de praktijk levert inspraak helaas veel frustratie op: bij burgers, beleidsmakers en bestuurders. Maar liefst 35 procent van de mensen die geen gebruik maken van inspraakmogelijkheden geven als reden op dat ze geen vertrouwen hebben dat er iets gebeurt met hun reactie! En dat terwijl het luisteren naar de wensen van burgers en het terugdringen van bureaucratie hoog op de politieke agenda staan.</p>
<p>Het rijk steekt er veel energie in om het huwelijk te redden. Inspraak moet anders en beter. De in de jaren ´70 uitgevonden procedures gaan daarvoor op de schop. De toverformule: Inspraak Nieuwe Stijl. Het gaat erom dat burgers, beleidsmakers en bestuurders ervaren dat inspraak nut heeft. Inspraak Nieuwe Stijl dient er voor te zorgen dat burgers op een effectieve en bevredigende manier worden betrokken bij ruimtelijke ingrepen, aldus de <a href="http://www.inspraakpunt.nl/inspraak_nieuwe_stijl/" target="_blank">website</a>.</p>
<p>De vraag is of met een programma als Inspraak Nieuwe Stijl de liefde opbloeit. Liefde moet van twee kanten komen. Te vaak blijven pogingen om inspraak vlot te trekken, steken in goede bedoelingen. Dat is zonde van alle tijd en energie die in dergelijke projecten gestoken wordt. Betrokken bewoners zakt de moed in de schoenen als blijkt hoe weinig hun inspanning oplevert. Terwijl juist het doel is burgers te betrekken. Helaas is dit iets dat uitgerekend bestuurders niet beseffen. Alleen het betrekken van burgers is onvoldoende, burgers willen alleen betrokken worden als ze ook gehoord worden.</p>
<p>Hopelijk kan het project Inspraak Nieuwe Stijl het huwelijk redden, maar misschien is het wel tijd voor een radicalere oplossing en moeten we het principe omdraaien: inspraak bij de wet verbieden, tenzij de overheid of de ontwikkelende partij de politiek (het college en/of de gemeenteraad) kan overtuigen van het nut. Dus alleen een inspraakprocedure starten wanneer men er achter staat. Dit biedt geweldige mogelijkheden (want wie wil nu niet de sier maken met een project voor burgerparticipatie?) en voorkomt inspraak om de inspraak. De burger weet waar hij aan toe is: als er gevraagd wordt om mee te denken, wordt er ook echt naar hem geluisterd. De politiek weet z’n plaats in de driehoeksverhouding. Misschien dat dan de liefde na ontbinding van het huwelijk weer kan opbloeien.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/inspraak-vaak-grootspraak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Vinex is soms ook heel gewoon&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vinex-is-soms-ook-heel-gewoon/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vinex-is-soms-ook-heel-gewoon/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/vinex-is-soms.jpg" /> Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze&#160;en maakte een fotoreportage. Dit is het vierde en laatste deel &#8216;Vinex is soms ook&#160;heel gewoon&#8217;. Coen: &#34;De trafo, het aloude elektriciteitshuisje,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze&nbsp;en maakte een fotoreportage. Dit is het vierde en laatste deel &#8216;Vinex is soms ook&nbsp;heel gewoon&#8217;.</p>
<p></strong>Coen: &quot;<em>De trafo, het aloude elektriciteitshuisje, is binnen de meeste Nederlandse wijken in hetzelfde standaardontwerp uitgevoerd, waarbij toegankelijkheid van de voorziening voor het nutsbedrijf het belangrijkst is. Het is geruststellend om te constateren dat binnen de Vinex de trafo ook gewoon zichzelf is gebleven. Net als Vinex zelf soms heel gewoon is.</em>&quot;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4592.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sup><em>Stripheldenbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv__MG_3478.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Waterwijk, Ypenburg Den Haag (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080229_Img_4228.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Vathorst, Amersfoort (foto: Coen de Rijk)</sup></em>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv__MG_3405.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>De Venen, Ypenburg Den Haag (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080229_img_3419.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>De Venen, Ypenburg Den Haag (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080418_20071201_rv_IMG_4513.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Regenboogbuurt, Almere Buiten&nbsp;(foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080421_rv_Img_4602.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Almere-Buiten (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vinex-is-soms-ook-heel-gewoon/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De zachte kant van steen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-zachte-kant-van-steen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-zachte-kant-van-steen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Dirk de Boer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/de-zachte-kant.jpg" /> Het onderscheid tussen fysieke en sociale interventies in de stedelijke vernieuwing is minder groot dan in het huidige debat vaak wordt gesuggereerd. Fysiek is ook sociaal zeggen adviseurs Rogier Andes]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het onderscheid tussen fysieke en sociale interventies in de stedelijke vernieuwing is minder groot dan in het huidige debat vaak wordt gesuggereerd. Fysiek is ook sociaal zeggen adviseurs Rogier Andes en Jan Dirk de Boer in hun artikel in de reader &lsquo;De Sociale Puzzel&rsquo;. De bundel wordt uitgebracht ter gelegenheid van de <a href="http://www.desocialepuzzel.nl/" target="_blank">gelijknamige manifestatie</a> van <a href="http://www.laaglandadvies.nl" target="_blank">Laagland&#8217;advies</a> op 24 april 2008. </strong></p>
<p>Al sinds de oprichting van woningcorporaties is ons volkshuisvestingsbeleid een mengsel van fysieke en sociale ingrepen, met dito doelen. Daarbij kunnen ingrepen in de fysieke ruimte sociale gevolgen hebben en vice versa. </p>
<p>Het begon allemaal een eeuw geleden met het opheffen van onhygi&euml;nische en ongezonde leefomstandigheden en onzedelijke leefgewoonten door de bouw van eenvoudige arbeiderswoningen. Dit waren duidelijk herkenbare fysieke maatregelen, met een sociaal doel. </p>
<p>De stedelijke uitbreidingen van de jaren vijftig werden ontwikkeld vanuit de wijkgedachte: mensen hebben niet alleen een woning nodig, maar een gemeenschap. De stedenbouwkundige structuur moest dit faciliteren. De Bijlmer is het bekendste voorbeeld uit deze periode met een sociaal doel: grote woningcomplexen en een woonomgeving met heel veel &#8211; al snel bleek te veel &#8211; gemeenschappelijke ruimte.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080416_bijlmer.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Bijlmer (Foto: <a href="http://www.nieuwsuitamsterdam.nl/" target="_blank">Nieuws uit Amsterdam</a>) </sub></em></p>
<p>De nieuwbouw in de jaren daarna was daar weer een reactie op: eengezinswoningen in het groen, individueel, rustig en verkeersveilig. Deze wijken staan nu bekend als de &lsquo;bloemkoolwijken&rsquo;. De stadsvernieuwing van de jaren tachtig was vooral gericht op de verbetering van de kwaliteit van de woningen. In de jaren negentig werden daar sociale en economische doelen aan toegevoegd (leefbaarheid, veiligheid, sociale samenhang, verbetering van de openbare ruimte en dergelijke). </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De huidige stand van zaken in de volkshuisvesting toont dat er nog steeds een groot aantal ingrepen zijn met sociale consequenties. Sloop, renovatie en nieuwbouw zijn wel de bekendste fysieke ingrepen met een selectieve en selecterende sociale uitwerking. Maar ook de vrijheid voor eigenaren en huurders om hun woning te verbouwen leidt bijvoorbeeld indirect tot meer binding aan woning en buurt. Woningplattegronden geven namelijk ruimte aan wooncultuur of beperken die juist.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080416_P1020005_475.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Maastricht, Bossche school, gedetailleerde overgang prive-publiek (Foto: Laagland&#8217;advies) </sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ook de inrichting van de openbare ruimte heeft sociaal culturele consequenties. Het is nogal een verschil wanneer wonen gericht is op de straat (volks) of op de achtertuin (burgerlijk). Zo is de overgang van woning naar de straat van invloed op de kindvriendelijkheid van de buurt. Architect Marlies Rohmer zegt hierover: &ldquo;Ouders vinden het vaak te gevaarlijk om kinderen buiten te laten spelen. Veel straten zijn daar ook niet geschikt voor. Maar daar is met vrij eenvoudige middelen iets aan te doen door architecten.&rdquo; </p>
<p>Rohmer en vele anderen zullen meer over de koppeling sociaal en fysiek in de stedelijke vernieuwing vertellen op de bijeenkomst &ldquo;De Sociale Puzzel&rdquo; op 24 april in Utrecht. Voor meer informatie zie: <a href="http://www.desocialepuzzel.nl" target="_blank">www.desocialepuzzel.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>RUIMTEVOLK mag twee vrijkaarten voor deze bijeenkomsten weggeven. Ge&iuml;nteresseerden kunnen voor 22 april een mail sturen aan info@ruimtevolk.nl en onder de belangstellenden verloten wij de twee toegangsbewijzen.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-zachte-kant-van-steen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geluid speelt grote rol in waardering stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/geluid-speelt-grote-rol-in-waardering-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/geluid-speelt-grote-rol-in-waardering-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Geluid]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/geluid-speelt-grote.jpg" /> In de stedenbouw en ruimtelijke inrichting zijn we ons vaak niet zo bewust van de rol van geluid. Hooguit speelt het een rol als een beperking. Maar voor een goed]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de stedenbouw en ruimtelijke inrichting zijn we ons vaak niet zo bewust van de rol van geluid. Hooguit speelt het een rol als een beperking. Maar voor een goed verstaander gaat een hele nieuwe wereld open. Onderzoeker en <em>sound-designer</em> Kees Went wil geluid als extra instrument toevoegen aan het ontwerpvocabulaire van ruimtelijke ordenaars. Een gesprek met een man die het geluid van de stad probeert vast te leggen en te doorgronden. </strong></p>
<p>Kees Went is docent aan de Hogeschool van de Kunsten in Utrecht (HKU). Geïnspireerd door het werk van de Canadese componist en frontman van de geluidsecologie <a href="http://www.thecanadianencyclopedia.com/index.cfm?PgNm=TCE&amp;Params=U1ARTU0003743" target="_blank">Murray Schafer</a> doet hij samen met een groep collega-onderzoekers exploratief onderzoek naar welke geluiden mensen bevallen en welke niet. Het geluid van stromend water, krekels en het ruisen van bomen wordt bijvoorbeeld als prettig ervaren. Verkeer en de monotone brommende tonen van bijvoorbeeld een airco-installatie worden daarentegen als vervelend beschouwd.</p>
<p>Van 14 tot 16 december 2007 was Went  een van de onderzoekers die samen met het interdisciplinair gezelschap ErasmusPC de stad Rotterdam onderworpen aan een <a href="http://www.erasmuspc.com/index.php?id=18366&amp;type=article" target="_blank">grondig onderzoek</a>. ErasmusPC richt zich op het raakvlak van cultuur en stedelijke ontwikkeling. Onder leiding van Went trokken twee groepen, gewapend met opname-apparatuur, door Rotterdam op zoek naar het geluid van de stad. Went opende hiermee een gehele nieuwe wereld: de wereld van het geluid in de steden. Een ware openbaring voor de deelnemers.</p>
<p><em>&gt; Een geluid dat typisch is voor Rotterdam: <a href="../sounds/heien.mp3" target="_blank">heien</a> (MP3)</em></p>
<p><strong>Visueel opgevoed</strong><br />
Volgens Kees Went zijn we ons nauwelijks bewust van de grote rol die geluid speelt in de perceptie van de stad.  Als er al aandacht is voor geluid, dan richten stedelijke ontwerpers zich met name op de negatieve kant ervan. Geluidsoverlast dus.  In plaats van alleen maar te kijken naar regelgeving en geluidsoverlast, pleit Went ervoor geluid een rol te geven bij het ontwerpen van de ruimte. &#8220;Stedenbouwkundigen en architecten zijn visueel opgevoed&#8221;, aldus Went. &#8220;Ze zijn altijd in de weer met maquettes en plaatjes, maar laten de geluidsfactor buiten beschouwing. Zo creëren ze vaak prachtige gebouwen, maar met een slecht geluid. Ze denken niet vaak na of een plein bijvoorbeeld ook prettig klinkt. Terwijl licht steeds vaker wel een rol speelt in de inrichting van de ruimte, is geluid een ondergeschoven kindje.&#8221;</p>
<p>Went meent dat we het tij moeten keren, te meer omdat de geluiden zich in de stad zich maar blijven opstapelen. Ieder jaar neemt het lawaai in een willekeurige stad met gemiddeld één decibel toe. Mensen verdringen herrie en verkeerslawaai om zich heen. Dit verdringen kost een heleboel energie. Ook sluiten mensen zich steeds vaker af van hun omgeving, bijvoorbeeld via hun I-Pod.  En dat terwijl geluid ook een hele positieve rol kan spelen in de stad. Tijd dus om uit te zoeken hoe dat nu precies zit.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080309_geluid2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>Went doorkruist, gewapend met opname-apparatuur, met enige regelmaat steden in binnen- en buitenland op zoek naar geluiden die kenmerkend zijn voor de stad. Dit leidt tot verrassende inzichten. Zo noemt hij Rotterdam op veel plaatsen ‘akoestisch een hopeloze stad’. Dit komt vooral door verstoorde ruimtelijke verhoudingen en de weerkaatsing van geluid tussen hoge gebouwen met een ongebruikte begane grond (de &#8216;plint&#8217;). Dat het ook anders kan, blijkt in New York, waar op straatniveau de plint van gebouwen een publieke functie heeft en de akoestiek een stuk beter is. Waar het in Rotterdam niet lijkt te lukken om de  hoge gebouwen zich op straatniveau  te laten openen voor publiek &#8211; op de schaal van de zogenaamde &#8216;menselijke maat &#8211; is in Manhattan door regelgeving afgedwongen dat de eerste lagen van de meeste hoge gebouwen een <a href="http://www.archined.nl/archined/4035.html" target="_blank">openbare functie</a> hebben. Dit komt niet alleen de levendigheid ten goede, maar heeft dus ook akoestische voordelen.</p>
<p>Dat de &#8216;menselijke maat&#8217; een grote rol speelt in het ervaren van geluiden als prettig of minder fijn, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat klassieke steden vaak beter klinken dan nieuwbouwwijken. Ook ronde pleinen klinken goed, zoals iedereen ervaart die het Piazza del Campo in Sienna opwandelt. Ook in Parijs en Londen zijn ronde pleinen een lust voor het oor. Een principe dat volgens Went in de Nederlandse stedenbouw gemakkelijk toegepast zou kunnen worden.</p>
<p><strong>Fontein als geluidsscherm</strong><br />
Een andere opvallende observatie de onderzoeker is de rol van geluid bij de populariteit van <a href="http://www.erasmuspc.com/index.php?id=18372&amp;type=article" target="_blank">fonteinen</a>. Het ruisende geluid van stromend water is rustgevend en verdringt  hinderlijke geluiden. In Japan zijn fonteinen langs snelwegen geplaatst. Ze nemen de rol van geluidsscherm over.</p>
<p><em>&gt; Een <a href="../sounds/fontein.mp3" target="_blank">fontein</a> in de stad (MP3)</em></p>
<p>Geluidsschermen houden verkeersgeluid tegen, maar zorgen tegelijkertijd voor weerkaatsing. Fonteinen vervangen vervelende geluiden als het ware door prettige geluiden. Ook bomen hebben een dergelijke functie. Hoewel dit in Nederland wel bekend is, wordt er nog weinig van deze kennis gebruik gemaakt. In Utrecht is dit beginsel wel gebruikt. Hier zijn in de oksel van de A2 en de A12 ooit duizenden bomen aangeplant (dit is vanuit de <a href="http://maps.google.com/maps/ms?ie=UTF8&amp;hl=nl&amp;msa=0&amp;msid=107916723876112511884.000446bec8d8b0c4e4f7f&amp;11=52.073387,5.068345&amp;spn=0.012239,0.0.028152&amp;t=h&amp;z=15">lucht</a> goed te zien). Deze houden niet alleen geluid tegen, maar neutraliseren ook de CO2 uitstoot. En zijn een stuk mooier dan de gemiddelde geluidswal. Luister hier naar het verschil:</p>
<p><em>&gt; Fragment <a href="../sounds/snelwegmetbomen.mp3" target="_blank">snelweg met bomen</a> (MP3)<br />
&gt; Fragment <a href="../sounds/snelwegzonderbomen.mp3" target="_blank">snelweg zonder bomen</a> (MP3)</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>Er zijn kortom genoeg mogelijkheden om geluid een sterkere rol binnen de ruimtelijke planning en inrichting van ons land te geven. Zeker met de gedachte in het achterhoofd dat geluid onbewust meespeelt in de waardering van de stad, is dit van belang. Tijd dus voor een toenemend bewustzijn van de effecten van geluiden om ons heen. Kees Went wil deze bewustwording stimuleren stedenbouwers inspireren en hen verleiden tot een discussie.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/geluid-speelt-grote-rol-in-waardering-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>RUIMTEVOLK Takes Off!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-takes-off/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-takes-off/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 08 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/ruimtevolk-takes-off.jpg" /> Stichting RUIMTEVOLK beleeft op donderdag 24 april aanstaande haar offici&#235;le aftrap, de &#8216;Take Off&#8217;, in Moira te Utrecht. We nodigen iedereen met een passie voor de ruimtelijke inrichting van Nederland]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Stichting RUIMTEVOLK beleeft op donderdag 24 april aanstaande haar offici&euml;le aftrap, de &#8216;Take Off&#8217;, in Moira te Utrecht. </strong><strong>We nodigen iedereen met een passie voor de ruimtelijke inrichting van Nederland van harte uit om dit samen met ons te vieren!</strong> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het wordt een feestelijke gelegenheid, waar we met een aantal speciale gasten en aanwezigen stil willen staan bij de missie van RUIMTEVOLK en de discussie over ruimtelijke kwaliteit. Het programma ziet er als volgt uit:</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>
<div align="center">***<br /><strong>PREM RADHAKISHUN (Premtime)<br />RUBEN VAN GOGH (dichter) <br />PRESENTATIE VAN DE MISSIE VAN RUIMTEVOLK<br />URBAN GUERILLA COOKING VAN TAJI THE CHEF<br />DJ COEN<br /></strong></div>
<div align="center"><strong>en nog veel meer!<br /></strong></div>
<p><strong><br /></strong>
<div align="center"><strong>tijd: </strong><strong>17.00 &#8211; 21.00 uur (toegang gratis)</strong></div>
<div align="center"><strong><br /></strong></div>
<div align="center"><strong>reserveren: zie onder</strong></div>
<div align="center"><strong>Moira: Wolvenstraat 10, Utrecht (loopafstand vanaf Utrecht CS)</strong></div>
<div align="center"><a href="http://www.moira-utrecht.nl/routebeschrautomain.htm" target="_blank">Klik hier voor routebeschrijving</a></div>
<div align="center">***</div>
<p>
<p>Afgelopen november ging de nu al drukbezochte website online en sindsdien draaien we op volle toeren. En we zijn trots op wat we in de steigers hebben staan! Maar als stichting willen we meer betekenen voor de ruimtelijke kwaliteit en inrichting van Nederland. We hebben de ambitie een toonaangevend platform te zijn voor vernieuwende inzichten en prikkelende bijdragen. Dit willen we onder meer bereiken door aan een inspirerend netwerk te bouwen, van mensen met visie op ruimtelijke kwaliteit. We zijn daarvoor niet alleen op zoek naar bijdragen voor het webmagazine, maar gaan ook met regelmaat bijeenkomsten, zoals deze &#8216;Take Off&#8217;, organiseren. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Reserveren </strong></p>
<p>De toegang is gratis, maar&hellip; het aantal plaatsen is beperkt. Wanneer u dit niet wilt missen, dan raden wij u aan te reserveren via: <a href="mailto:info@ruimtevolk.nl">info@ruimtevolk.nl</a>. Vermeld daarbij uw:<br />- naam<br />- woonplaats<br />- uw achtergrond (optioneel)<br />- het aantal gasten dat u eventueel mee wilt nemen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Wij zullen uw reservering bevestigen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Graag tot dan!</p>
<p>RUIMTEVOLK </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-takes-off/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Consumentendrift leidt tot verrommeling</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/consumentendrift-leidt-tot-verrommeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/consumentendrift-leidt-tot-verrommeling/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL mens en verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/consumentendrift-leidt-tot.jpg" /> Ons landschap is een rommel en we zijn met z&#8217;n allen druk doende om er iets aan te doen. Maar is het echt een zootje of praten we elkaar wel]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ons landschap is een rommel en we zijn met z&rsquo;n allen druk doende om er iets aan te doen. Maar is het echt een zootje of praten we elkaar wel erg gemakkelijk na? Misschien is verrommeling niet het gevolg van achteloze planning maar van de algehele liberalisering van de ruimte. Wanneer we dit erkennen komen we wellicht een stap verder in de broodnodige discussie over de inrichting van Nederland.</strong></p>
<p>Door ogenschijnlijk willekeurig geplaatste gebouwen en infrastructuur zien mensen hun weidse blik steeds meer belemmerd. Dit is wat we verrommeling noemen. Deze rommel treffen we op veel plekken aan. Je ziet het langs snelwegen, aan de randen van de stad maar ook in het open landschap. Maar wat voor de &eacute;&eacute;n rommel is, is voor een ander een logische ordening. Het is daarom cruciaal om te benoemen op welke schaal je naar de zaken kijkt. Daarnaast is het voor een beter begrip belangrijk wie of wat rommel maakt. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, de belangrijkste lijkt eerder een maatschappelijk dan een puur ruimtelijke.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080323_verrommeling_01.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub><em>Landschap tussen Amsterdam en Halfweg (foto: Bart Cosijn)</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Nederland is geen welvaartstaat meer. De burger is in de eerste plaats een consument en uitkomsten moeten bij voorkeur meetbaar zijn. Waar tot nu toe de verschillende overheidslagen nog in betrekkelijke harmonie deze ruimteclaims konden co&ouml;rdineren, heeft nu een nieuwe vorm van ruimtelijke ordening haar intrede gedaan. Na de marktwerking in de zorg, het openbaar vervoer en de telecommunicatie wordt ook op de ruimte dit zelfregulerende concept losgelaten. Deze liberalisering van de ruimte is te defini&euml;ren als het toestaan van concurrerende ruimtelijke initiatieven die van onder op gevoed worden. Traditioneel had de nationale overheid een sterke grip op de inrichting van Nederland, tegenwoordig zijn het dus vooral de locale spelers, gemeentes en private partijen die de doorslag geven. </p>
<p>Maar rommelen we dan maar wat aan zonder enige afstemming? Nee, dat doen we niet. Er is geen sprake van een &lsquo;achteloze planning&rsquo; omdat er zich niet minder mensen om de planning bekommeren maar vooral andere mensen dan voorheen. Daar waar er vroeger bestuurders en ontwerp elkaar vonden in een vanuit nood geboren visie op de ruimtelijke ordening hebben we nu steeds meer moeite om grote werken te realiseren. We geloven er simpelweg niet meer in. Er is een andere speler opgestaan: de consumerende burger. En deze burgers trekken graag de natuur in. Maar ze houden ook van mobiele bereikbaarheid en willen hun meubels graag goedkoop kunnen uitkiezen. Uiteraard willen ze veel keus. Bovendien hebben ze het liefst meerdere kerstbomen, zoeken ze een plek om hun caravan te stallen en willen ze een postorder die hun internetbestelling snel levert. Al deze wensen hebben hun invloed op het landschap. Zowel op het platteland als in de stad zijn grote bedrijventerreinen naast woonwijken ontstaan: op het erf van een voormalig boerenbedrijf kan rustig een grote opslagloods op van een transportonderneming staan, de grote blauwe blokkendoos die Ikea heet domineert op verschillende plekken in het land. Kortom: we willen met z&rsquo;n allen heel erg veel, het liefst zo snel mogelijk en tegen een scherpe prijs. Daarom hechten veel burgers aan een ruimtelijk ordening die dit alles mogelijk maakt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080323_IMG_6501_2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><sub><em>Landschap </em><em>tussen Amsterdam en Halfweg (foto: Coen de Rijk)</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het ministerie van VROM heeft het tegengaan van de verrommeling tot een belangrijk onderdeel van haar beleid gemaakt: ze streeft naar een mooi Nederland. Maar we kunnen pas echt verder komen in de discussie als we kijken wie er nu precies met elkaar concurreren om ruimte, in plaats dat we ons vooral op de effecten van deze strijd concentreren. Verschillende gemeentes bijvoorbeeld proberen nieuwe ondernemers aan te trekken als stimulans voor de locale economie. Met als gevolg dat er steeds opnieuw goedkope bouwgrond voor bedrijven wordt uitgegeven. De burger heeft haar wensen, ondernemers zien hier markt in en de gemeentes willen faciliteren. Dat is, enigszins gesimplificeerd, waar het op neer komt. Dit is primair een economische keten, en we zien dit steeds meer op een hele directe manier vertaald in het landschap. </p>
<p>Het is belangrijk om een stap verder te komen in de discussie omdat we anders blijven hangen in het verwijt dat de overheden te weinig regie voeren. Individuele burgers zullen de hand in eigen boezem moeten steken, om zo de gevolgen van hun consumptiegedrag onder ogen te zien. De vraag of de overheid dit gedrag moet reguleren of stimuleren is eigenlijk niet meer zo interessant, nu de ruimtelijke ordening een individuele bezigheid is geworden. En het is bovendien een moreel dilemma: mag ik zoveel consumeren, reizen en vermaak zoeken als ik wil, terwijl ik daarmee een algemene waarde meer en meer geweld aan doe? We beschouwen een landschap zonder al te veel rommel namelijk als een groot goed. Deze vraag heeft de liberalisering van de ruimte over ons afgeroepen, laten we op zoek gaan naar een passend antwoord.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/consumentendrift-leidt-tot-verrommeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>360 graden: Het Tietgenkollegiet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden:-het-tietgenkollegiet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden:-het-tietgenkollegiet/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Apr 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marius Heijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[360 graden]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/04/360-graden-het-tietgenkollegiet.jpg" /> Het &#8216;Tietgenkollegiet&#8217; is een nieuwe &#8216;studentenflat&#8217; in &#216;restad Noord, Kopenhagen. &#216;restad is &#233;&#233;n van de grootste gebieden in ontwikkeling in Denemarken. De bedoeling is dat er zo&#8217;n tachtigduizend mensen komen]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Het &lsquo;Tietgenkollegiet&rsquo; is een nieuwe &#8216;studentenflat&#8217; in &Oslash;restad Noord, <a href="http://www.cphx.dk/index.php?language=uk" target="_blank">Kopenhagen</a>. <a href="http://www.orestad.dk/index/uk_frontpage.htm" target="_blank">&Oslash;restad</a> is &eacute;&eacute;n van de grootste gebieden in ontwikkeling in Denemarken. De bedoeling is dat er zo&rsquo;n tachtigduizend mensen komen te werken en er twintigduizend gaan wonen. Nu lopen zo&#8217;n twintigduizend studenten al in het gebied rond . Een boeiende plek voor liefhebbers van hedendaagse architectuur en stedelijke ontwikkeling in het evenzo boeiende Kopenhagen.</p>
<p>Het <a href="http://www.tietgenkollegiet.dk/Default.aspx?AreaID=4" target="_blank">Tietgenkollegiet</a> (2006) is een &#8211; naar mijn mening &ndash; prachtig staaltje studentenhuisvesting waar een voorbeeldig evenwicht is te vinden tussen collectief en priv&eacute;. Het ronde gebouw, visueel en functioneel gescheiden in vijf blokken, telt driehonderdzestig studentenkamers. De architecten (Lundgaard &amp; Tranberg) hebben een logisch, herkenbaar en op zichzelf staand gebouw willen ontwerpen dat een evenwicht vormt tussen collectiviteit en individualiteit. De collectieve voorzieningen zijn te vinden op de begane grond: een caf&eacute;, auditorium, fietsenstalling, wasserette, de studiezalen en de vergader- en computerruimten. Op de eerste tot en met zevende verdieping bevinden zich de studentenkamers, vari&euml;rend in grootte van 24 tot 33 m2). Per wooneenheid zijn er bovendien een collectieve keuken, zitkamer en balkon. Deze ruimtes zijn in de kern van de woning te vinden, terwijl de individuele kamers aan de buitenkant zijn gesitueerd.</p>
<p>Het binnengebied, wat prachtig mee is ontworpen, heeft een sterk collectief karakter omdat alles zich evenwichtig op het centrale binnengebied richt en bovendien de collectieve ruimten aan die zijde zitten. Het gebouw aan de buitenkant wordt juist meer bepaald door de individueel herkenbare kamers.</p>
<p>Het gebouw is gefinancierd met een donatie van de Nordea Denmark Foundation, een stichting van de Scandinavische bank Nordea, dat non-profit doelen steunt. Dat verklaart misschien waarom deze &#8216;studentenflat&#8217; op het eerste oog &ndash; materiaalgebruik, detaillering en diversiteit in de gevel &ndash; meer aan een duur appartementencomplex doet denken. Het maakt mij niet uit; het is een prachtig gebouw!</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<div><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0" width="425" height="355"><param name="width" value="425" /><param name="height" value="355" /><param name="wmode" value="transparent" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/LIn7FvKKEKA&amp;hl=nl" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="355" wmode="transparent" src="http://www.youtube.com/v/LIn7FvKKEKA&amp;hl=nl"></embed></object></div>
<p> 
<div><sub>&#8212;</sub></div>
<div><em><sub>Uw 360 op RUIMTEVOLK? Neem dan contact op via info@ruimtevolk.nl (svp geen video&#8217;s meesturen!)</sub></em> </div>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden:-het-tietgenkollegiet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verzet megastallen is hypocriet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/verzet-megastallen-is-hypocriet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/verzet-megastallen-is-hypocriet/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 23 Mar 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjoerd Zeelenberg</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL mens en verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/03/verzet-megastallen-is.jpg" /> We kunnen er niet meer om heen: de megastallen rukken op. Op het platteland zorgt hun komst voor veel onrust. De kwaliteit van het landelijk gebied komt onder druk te]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>We kunnen er niet meer om heen: de megastallen rukken op. Op het platteland zorgt hun komst voor veel onrust. De kwaliteit van het landelijk gebied komt onder druk te staan. Niemand wil een varkensflat in de achtertuin. Vandaar dat de weerstand groeit. Maar zolang we niet bereid zijn ons consumptiepatroon aan te passen, getuigt deze weerstand van hypocrisie en kortzichtigheid.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dat het verzet tegen de bouw van megastallen voor intensieve veehouderij groeit, is goed te zien in de aandacht ervoor in de lokale media en politiek. Google &lsquo;varkensflat&rsquo; of &lsquo;megastal&rsquo; maar eens. In Overijssel werd onlangs een succesvol burgerinitiatief opgezet: de provincie moet zich nu uitspreken over de (on)wenselijkheid van een megastal. In Groesbeek (Gelderland) werd met succes geprotesteerd tegen een stal met meer dan 300.000 kippen. En in Noord-Brabant organiseren plattelandbewoners zich om de komst van varkensflats tegen te houden. De boodschap van de protestgroepen is overal eender: megastallen horen hier niet thuis. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080323_MegastalinhetChijnsgoed475.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sub>Impressie van een geplande megastal in het Chijnsgoed (omgeving Maarheeze, Noord-Brabant)</sub></em></p>
<p>De tegenstanders gebruiken drie argumenten. Ten eerste staan het welzijn en de verzorging van de dieren in megastallen te zeer onder druk. Ten tweede zijn de milieuhinder en het gevaar voor de volksgezondheid te groot. En ten derde passen de megabedrijven niet in het landschap. </p>
<p>In eerste instantie zijn het logische argumenten. Op de keper beschouwd, echter, blijken ze niet zo sterk. </p>
<p>Over het welzijn en de verzorging van de dieren constateerde de Raad voor Dieraangelegenheden in februari dat de omvang van het bedrijf in principe niet uitmaakt. Wie zich dus zorgen maakt over het welzijn van 300.000 vleeskuikens in &eacute;&eacute;n stal, zal dit ook moeten doen over de vleeskuikens in kleinere bedrijven. Ze krijgen immers dezelfde hoeveelheid aandacht en zorg.  </p>
<p>Met de milieuhinder en het risico voor de volksgezondheid valt het ook wel mee. Het Milieu- en Natuurplanbureau becijferde recentelijk dat de megastallen landelijk niet tot meer milieuschade leiden. De hinder in de naaste omgeving van &eacute;&eacute;n megastal weegt op tegen de hinder van bijvoorbeeld vier kleine stallen. </p>
<p>Voor het argument dat de megastallen moeilijk zijn in te passen in het landelijk karakter, van bijvoorbeeld de gemeente Twenterand, valt wat te zeggen. Maar het is de halve waarheid: want waar past een vleesfabriek, van zeg vierduizend vleeskalveren, wel? De vraag stellen is hem beantwoorden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080323_Koeien-Drente475.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Er speelt iets anders een rol. Iets dat veel fundamenteler is. Namelijk dat we niet geconfronteerd willen worden met de gevolgen van ons eigen gedrag. En dan in het bijzonder ons consumptiegedrag. Die megastallen komen er namelijk niet voor niets. Die komen er omdat we erom vragen. Nederlanders eten veel vlees (over de andere vervelende consequenties daarvan was eerder te lezen op <a href="../opinion.php?id=220" target="_blank">RUIMTEVOLK</a>). Bovendien verwachten we een onrealistische prijs-kwaliteitverhouding. We vinden het immers normaal dat een kilo drumsticks 3 euro kost. Daarvoor moet die kippen dan het liefst ook nog een paar jaar buiten hebben gerend, en meergranenvoer hebben gegeten. </p>
<p>Is het mogelijk dat een boer hiervan kan leven en dat we hiervoor in Nederland de ruimte hebben? Het antwoord is tweemaal nee. Daarom intensiveert de veehouderij. Om met de onredelijke consumenteisen het hoofd boven water te houden. Een megastal is dan een logische stap. </p>
<p>Wat speelt in de discussie over de verrommeling gaat hier ook op: we zien de achterkant van onze consumptiemaatschappij in de megastal. En dat bevalt ons niet. Terecht overigens. Het verzet tegen de megastal is exemplarisch voor de Nederlandse ruimteconsumptie: wel de lusten, niet de lasten.</p>
<p>Dat het Nederlandse platteland niet zit te wachten op de komst van megastallen is duidelijk. Maar we moeten de hand in eigen boezem steken. Wil je de komst van megastallen echt een halt toe roepen, dan zit er maar een ding op: betaal een eerlijke prijs voor je vlees. En sla af en toe een dagje over. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/verzet-megastallen-is-hypocriet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tijd voor vernieuwing van de stedelijke vernieuwing</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tijd-voor-vernieuwing-van-de-stedelijke-vernieuwing/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tijd-voor-vernieuwing-van-de-stedelijke-vernieuwing/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 Mar 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjoerd Zeelenberg</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedenbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/03/tijd-voor-vernieuwing.jpg" /> Luc Vrolijks is een man met een missie. Met zijn Urban Progress Studio leidt hij het onderzoeksproject URBANFUTURES.EU, dat de stedelijke vernieuwing in Europa een stap verder moet brengen. Een gesprek over zijn motieven, over kansen als uitgangspunt in stedelijke vernieuwing en over de nieuwe rol van de stedenbouwkundige.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Luc Vrolijks is een man met een missie. Met zijn Urban Progress Studio leidt hij het onderzoeksproject URBANFUTURES.EU, dat de stedelijke vernieuwing in Europa een stap verder moet brengen. Een gesprek over zijn motieven, over kansen als uitgangspunt in stedelijke vernieuwing en over de nieuwe rol van de stedenbouwkundige.</strong></p>
<p>In URBANFUTURES.EU gaat Vrolijks op zoek naar de beste en meest veelbelovende strategieën in stedelijke vernieuwing in Europa. Centraal staat de vraag hoe bestaande woonwijken en hun bewoners een kansrijke toekomst te geven. Vrolijks streeft naar internationale uitwisseling van ideeën en best practises. URBANFUTURES.EU staat voor samenwerking in een netwerk van professionals die gezamenlijk de stedelijke vernieuwing inhoudelijk uitdiepen. 2008 staat in het teken van veldwerk in Europese steden: Lyon is de eerste stad waar Vrolijks onderzoek deed.</p>
<p><em>Je bent in augustus 2007 weggegaan bij Urhahn Urban Design. Waarom heb je die stap gezet?</em><br />
&#8220;De reden om weg te gaan bij Urhahn was dat ik meer ruimte wilde om na te kunnen denken over waar de stedenbouwkunde over gaat en waar de vernieuwing van het vakgebied tot stand moet komen. Stedelijke vernieuwing is een van de thema’s waar vernieuwing moet plaatsvinden volgens mij. De verschillen tussen vernieuwingsprojecten in bijvoorbeeld Engeland en Nederland heel groot; er valt veel te leren van hoe zaken op andere plekken werken. De stedenbouw, en dan in het bijzonder de stedelijke vernieuwing in Nederland, kan baat hebben bij een beter begrip van wat er in het buitenland gebeurt. Dat wilde ik graag onderzoeken en dat heeft nu deze vorm gekregen.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080316_DSC04679_2.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>Lyon (foto: Luc Vrolijks)</sup></em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Hoe zou jij de stedelijke vernieuwingsopgave omschrijven?</em><br />
&#8220;Uiteindelijk gaat het om mensen en om hun kansen. De stad is er voor mensen, dat mensen hun toekomst kunnen creëren. En volgens mij zie je in veel naoorlogse wijken dat dat maar ten dele lukt. Dat het heel moeilijk is om je eigen bedrijfje te beginnen. Het invullen van de opgave gaat over het creëren van kansen voor mensen, in termen van werk, toegang tot scholing, toegang tot de arbeidsmarkt. Maar ook in termen van woonkwaliteit, een huis dat je kan bezitten en waar je iets aan, bij of op kan bouwen.”</p>
<p>“Ik hou niet van problematiseren. Van het praten over een verkeerde bevolkingssamenstelling in termen van ‘dat is een probleem en dat moet veranderd worden’. Het marginaliseren van bevolkingsgroepen, het zeggen ‘dat de jeugd verdorven is omdat ze uit Marokko afkomstig zijn’, dat soort impliciete combinaties, daar verzet ik me tegen. Maar vaak spelen ze een belangrijke rol. Als je naar de Franse context kijkt, is dat tot een expliciete doelstelling van de stedelijke vernieuwing gemaakt. In Lyon wil men echt de samenstelling van de bevolking wijzigen. Ik denk niet dat dit allesbepalend is: de stad moet in staat zijn om de mensen die er wonen goede kansen voor de toekomst te bieden. En daar hoort een open samenleving bij. In het huidige klimaat gaat de discussie sterk over afkomst en minder over kansen, en dat staat me tegen. Misschien ben ik wel een optimist, en is stedenbouw een optimistisch vak.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080316__MG_6275a.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sup><em>Luc Vrolijks (rechts) en Bart Cosijn (foto: Coen de Rijk)</em></sup></p>
<p>De stad moet dus kansen bieden aan haar bewoners. En die kansen worden volgens Vrolijks soms verkleind door de plek waar mensen wonen, werken of elkaar ontmoeten. Vooral de naoorlogse wijk biedt te weinig kansen en plekken voor ontmoeting. Een goed voorbeeld is de wijk Overtoomse Veld in Amsterdam, waar een paar duizend Turken en Marokkanen naast het grootste textielcentrum van Nederland wonen. Toch zijn er nauwelijks kledingateliers te vinden. Die zitten verderop, in de Baarsjes. Het karakter van de bebouwde omgeving is niet geschikt voor mensen die in de luwte van het textielcentrum hun brood willen verdienen. Juist de ondernemende mensen moeten in de plannen voor nieuwe wijken meer ruimte krijgen is Vrolijks’ overtuiging.</p>
<p><em>Wat is je belangrijkste motivatie geweest om het project naar een Europese schaal te trekken?<br />
</em>“Ik vind in algemene zin dat stedenbouw een klein en specialistisch vak is. Het is verstandig dat op een iets grotere schaal te doen. Ik heb ontdekt dat er veel te leren valt over en weer. Kijk bijvoorbeeld naar het verschil tussen Nederland en Engeland. In de Angelsaksische traditie is het vrije ondernemerschap veel belangrijker dan in Nederland. Wat ze in Engeland heel goed kunnen is heel strategisch doelen formuleren en die dan met slimme maatregelen voor elkaar te krijgen. En waar Nederland heel goed in is om partijen bij elkaar te brengen en daar samen iets mee te maken, dat is de Nederlandse traditie. Dat laatste proberen ze in Engeland een klein beetje meer te doen. En het eerste proberen wij in Nederland iets meer te doen. Ik heb de indruk dat wanneer je met een open blik kijkt, dat je overal dingen uit kan halen die interessant zijn voor anderen. En die kennis wil ik toegankelijk maken. Ik vind ook nadrukkelijk dat dit soort ideeën openbaar moet zijn. Daar zijn ze voor, om bij te dragen aan het verder ontwikkelen van onze praktijk.”</p>
<p><em>Wanneer beschouw je dit project als geslaagd?<br />
</em>“Natuurlijk streef ik in de laatste fase van het project naar aan aantal fysieke producten zoals een goede tentoonstelling en een boek. Maar uiteindelijk gaat het er om dat die kennis toegankelijk gemaakt wordt. En zoals ik nu merk is daar in vele andere landen behoefte aan. Aan goede voorbeelden en goed geanalyseerde succesvolle praktijken. En dat is waar ik naar zoek: naar dingen die werken en naar het snappen waarom die werken in hun context, met de mensen en partijen die er bij betrokken zijn en waarom dat een succes is. De volgende fase moet echt een Europees project met een onderzoek in twintig steden zijn, dat ook gedaan wordt met mensen uit die steden. Daar moet een netwerk uit komen dat kan bouwen op steverige kennis dan nu het geval is.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080301_DSC04772_2.JPG" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sup>La Duchere (Lyon). Nieuwe stadsblokken vervangen appartementen-gebouwen (foto: Luc Vrolijks)</sup></em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Tot slot: hoe zie jij de rol van de stedenbouw in de toekomst?<br />
</em>“Waar ik momenteel moeite mee heb is de benadering van stedenbouw als een wetenschap. Er zijn natuurlijk mensen die serieus onderzoek doen, maar het grootste deel van de stedenbouw is gericht op het bedenken van oplossingen en het proberen die ‘aan de praat te krijgen’. En dat is niet zo wetenschappelijk uiteindelijk.”</p>
<p><em>En daardoor is er te weinig aandacht voor het doorgronden van problemen in steden?</em><br />
&#8220;Ja, ik denk dat wij als professionals redelijk in staat zijn om te bedenken wat er goed werkt in de stad. We hebben daar immers voor doorgeleerd, en er ervaring mee. Maar dan moeten we kijken naar veel verschillende plekken en omgevingen, en die proberen te snappen. Dat is wat dit onderzoek uiteindelijk probeert te doen. Niet meer en niet minder. Ik heb natuurlijk de afgelopen 10 jaar veel productie gedraaid met plannen in wijken. Nu heb ik ruimte gecreëerd om in de achtergronden te kunnen duiken. Zeer noodzakelijke ruimte volgens mij.”</p>
<p>&#8212;<br />
<sub>Tekst: Sjoerd Zeelenberg en Bart Cosijn</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tijd-voor-vernieuwing-van-de-stedelijke-vernieuwing/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>“Dé starter bestaat helemaal niet”</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-starter-bestaat-helemaal-niet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-starter-bestaat-helemaal-niet/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 05 Mar 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/03/de-starter-bestaat.jpg" /> Het Nieuwjaarsdebat van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Nirov) ging dit jaar over starters op de woningmarkt. Centrale vraag: worden starters op de woningmarkt nu verwend of]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Nieuwjaarsdebat van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Nirov) ging dit jaar over starters op de woningmarkt. Centrale vraag: worden starters op de woningmarkt nu verwend of vergeten door ontwikkelaars, woningcorporaties en beleidsmakers? Na de bijeenkomst legden we deze vraag voor aan twee jonge panelleden die meededen aan de discussie: Joost Verburg, werkzaam bij de gemeente Rotterdam en voorzitter van <a href="http://www.rionuevo.nl" target="_blank">Rio Nuevo</a> (netwerk van jonge professionals in de ruimtelijke ordening) en Jooske Baris, medewerker Wonen bij het </strong><strong><a href="http://www.nirov.nl" target="_blank">Nirov</a></strong><strong>.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080305_barisverburg1.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Jooske Baris en Joost Verburg </sub></em></p>
<p><strong>Vertel, starters, zijn ze verwend of vergeten?</strong><br />Verburg: <em>&ldquo;Ik ben geneigd om te zeggen dat ze verwend zijn. Mensen zijn vandaag de dag een stuk kritischer. Starters ook. Wonen kost tegenwoordig veel geld dus je wilt het maximale uit je budget halen.  In wezen is de starter daarom ook een gewone consument. Ik denk wel dat meespeelt dat door de welvaartgroei van de afgelopen decennia onze verwachtingen sterk veranderd zijn. Veel dingen zijn vanzelfsprekend geworden. Dit zie je ook terugkomen in de woonwensen van de starters.&rdquo;</em></p>
<p>Baris: <em>&ldquo;Starters zijn niet verwend en niet vergeten. Ik beschouw mezelf als &lsquo;doorstarter&rsquo; en ik vind zeker niet dat ik verwend ben. Ik ben namelijk bereid geweest in te leveren op mijn woonwens. Zelf woon ik bijvoorbeeld in Overvecht in Utrecht, een wijk die niet bepaald mijn eerste keuze was.&rdquo;</em></p>
<p><strong>Wat is dan het probleem?</strong><br />Baris: <em>&ldquo;Dat starters op een hoop worden gegooid. Daardoor ontstaat een onjuist beeld. Tijdens het debat werd bijvoorbeeld een onderzoek gepresenteerd (&#8216;<a href="http://www.startersaanzet.nl/" target="_blank">Starters aan zet</a>&#8216; van Hegeman, Inbo en Kristal red.) waaruit bleek dat ook mensen na een scheiding gezien kunnen worden als starter. Dat is natuurlijk belachelijk, dat is doelgroepvervuiling. Dan kun je immers 70 procent van de Nederlanders beschouwen als starter.&rdquo; </em></p>
<p>Verburg: <em>&ldquo;Ik ben het met Jooske eens. Starters zijn niet &eacute;&eacute;n uniforme doelgroep. Hun woonwensen en mogelijkheden lopen sterk uiteen. Daarnaast is het probleem vooral regio afhankelijk. De markt in Rotterdam is bijvoorbeeld wezenlijk anders dan in Amsterdam of Utrecht. Het is vaak zo dat als er problemen zijn deze in algemene zin gelden en niet specifiek voor starters.&rdquo; </em></p>
<p>Baris:<em> &ldquo;Jonge mensen met lage opleiding hebber veel minder perspectief op de woningmarkt dan hoger opgeleiden, &#8216;luxe&#8217; starters. En dat juist deze laatste groep goed van zich kan laten horen leidt ertoe dat de werkelijke problemen voor starters niet goed aan het licht komen.&rdquo;</em></p>
<p><strong>D&eacute; starter bestaat dus helemaal niet?</strong><br />Verburg: <em>&ldquo;Inderdaad. Als je de startersgroep op basis van woonwensen uitsplitst naar verschillende subgroepen, dan zie je vergelijkbare woonprofielen ontstaan die ook bij senioren of jonge gezinnen voorkomen. We moeten oppassen niet iedereen en alles in hokjes te willen stoppen. Dus ook starters niet.&rdquo; </em></p>
<p>Baris: <em>&ldquo;Enige doelgroep die wellicht bijzondere aandacht verdient is de kansarmere starter, maar dan moet je dat ook heel afgezet defini&euml;ren. Iedereen heeft te maken met het feit dat de woningmarkt op slot zit. Aan de doorstroming moet zeker iets aan gebeuren, maar dat is van algemeen belang, niet alleen dat van starters.&rdquo; </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub> </sub></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080305_impressienieuwjaarsdebat.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /> <sub><em>Nirov Nieuwjaarsdebat 2008 (bron: Nirov)</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Is het probleem ook niet gewoon dat veel jonge huishoudens op de mooiste (lees: duurste) plekken van de stad willen wonen? </strong><br />Baris: <em>&ldquo;Nee volgens mij zijn veel mensen wel bereid wat in te leveren, hetzij locatie, hetzij oppervlakte. Tijdens het debat heb ik gewezen op het feit dat de levensfase van een starter onstuimig en onvoorspelbaar is. Starters hebben meer behoefte aan dynamiek en flexibiliteit dan de gemiddelde woonconsument.&rdquo; </em></p>
<p>Verburg: <em>&ldquo;Mensen weten volgens mij vaak nog niet hoe hun leven zich zal ontwikkelen. Ze durven of willen zich daarom nog niet vast te leggen. Hypotheeklast en overdrachtsbelasting zijn dan lastige zaken.&rdquo;</em></p>
<p><strong>Licht dat eens toe&#8230;</strong><br />Baris:<em> &ldquo;Mijn vriend en ik wonen bijvoorbeeld in een sociale huurwoning, hebben 2 inkomens en kunnen daardoor best iets kopen. Maar dan moet je wel zeker weten dat je er minimaal 3 jaar woont, wil je je kostenkoper en overdrachtsbelasting eruit halen. Anders kost je dat 10 procent van je aankoopbedrag. Maar voor 3 jaar of meer willen we ons niet op vastleggen dus gaan we particulier huren. En dat is erg duur. Want als ik koop is mijn maandlast zo&rsquo;n 600 euro, bij huur circa 900.&quot;</em></p>
<p><strong>Welke ingrepen op de woningmarkt zijn wenselijk?</strong><br />Baris: <em>&ldquo;Afschaffing van zowel de hypotheekrenteaftrek als overdrachtbelasting.&rdquo;<br /></em><br />Verburg: <em>&ldquo;Het gaat om meer en gedifferentieerd aanbod, het verkleinen van de schaarste. Het afschaffen van de </em><em>hypotheekrenteaftrek</em><em> lost dan volgens mij niets op en heeft wellicht zelfs een aantal neveneffecten waardoor je bijvoorbeeld de doorstroming op de woningmarkt juist stil legt. Volgens mij moeten gemeenten en ontwikkelaars zorgen voor voldoende en gevarieerd aanbod. Het opheffen van de schaarste helpt de marktwerking te verbeteren, wat leidt tot meer vraaggericht ontwikkelen, waarbij ook starters vanzelf beter bediend worden. Ze zijn immers een interessante en grote doelgroep. Ook moeten betaalbare woningen worden gerealiseerd om aan de huidige vraag enigzins tegemoet te komen. Dit geldt niet alleen voor starters maar ook voor jonge gezinnen met kinderen die een betaalbaar huis zoeken.&rdquo;</em> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-starter-bestaat-helemaal-niet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Openbare ruimte</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/openbare-ruimte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/openbare-ruimte/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Feb 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze&#160;en maakte een fotoreportage. Deel 4 over de&#160;openbare ruimte.Coen: &#34;Is&#160;de openbare ruimte&#160;een schaars goed binnen&#160;de Vinex-wijk? Met name de hoeveelheid groen zou]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze&nbsp;en maakte een fotoreportage. Deel 4 over de&nbsp;openbare ruimte.<br /></strong><br />Coen: &quot;<em>Is&nbsp;de openbare ruimte&nbsp;een schaars goed binnen&nbsp;de Vinex-wijk? Met name de hoeveelheid groen zou gevaar lopen om net als in de steden geslachtofferd te worden ten faveure van parkeerplekken.&nbsp;Woonstraten vol met auto&#8217;s is geen vreemd beeld in deze wijken.&nbsp;Bewoners van Almere-Buiten hebben echter een groene uitwijkplek, de&nbsp;zogenaamde groene &#8216;Meridiaan&#8217; aansluitend op de Lage Vaart.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080229_Img_4492.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Meridiaanpark, Almere-Buiten (foto: Coen de Rijk)</em></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_IMG_4513.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Regenboogbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4526.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Regenboogbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4561.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Eilandenbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080229_Img_4571.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />Eilandenbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/openbare-ruimte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederlander echte ruimteverslinder</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlander-echte-ruimteverslinder/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlander-echte-ruimteverslinder/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 26 Feb 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Melchert Reudink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[BUNDEL mens en verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/02/nederlander-echte-ruimteverslinder.jpg" /> Hoewel burgers zich vaak druk maken over het gebrek aan invloed op de ruimte in eigen land, hebben zij als consument ironisch genoeg grote invloed op het ruimtegebruik elders. Het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Hoewel burgers zich vaak druk maken over het gebrek aan invloed op de ruimte in eigen land, hebben zij als consument ironisch genoeg grote invloed op het ruimtegebruik elders. Het wordt dan ook hoog tijd dat deze invloed wordt meegenomen in het debat over de ruimtelijke inrichting.</strong></p>
<p>Duurzaamheid gaat voornamelijk over schaarste. Alleen al daarom heeft het in Nederland een ruimtelijke dimensie. Dat we zuinig met onze ruimte om moeten gaan is inmiddels wel bekend, en dat we onze ruimte zo moeten inrichten dat stofkringlopen zo veel mogelijk worden gesloten is sinds minister Cramer het &lsquo;cradle to cradle&rsquo; concept aanhangt ook geen nieuws meer. De duurzaamheid van onze ruimte staat goed op het netvlies zo lijkt het. </p>
<p>Niets is echter minder waar. Hoewel we ons erg druk maken over de inrichting van ons kleine landje gebruiken we voor het in stand houden van onze welvaart een veelvoud van het Nederlandse grondoppervlak elders. Een paar voorbeelden.</p>
<p><strong>Vlees als ruimteverslinder</strong><br />Een lekker stukje vlees op het bord is voor veel mensen niet meer weg te denken. Jaarlijks kopen we in Nederland per persoon ongeveer 42 kilo varkensvlees, 22 kilo kip en 18 kilo rundvlees. Om de productie van vlees mogelijk te maken worden grote hoeveelheden veevoer (onder andere soja) vanuit alle delen van de wereld aangevoerd. Er is een directe relatie tussen het eten van vlees, de landbouwgrond die daarvoor nodig is en het verlies van plant- en diersoorten. Vlees is een echte ruimteverslinder. Voor &eacute;&eacute;n kilocalorie rundvlees is wereldwijd gemiddeld 80 maal zoveel land nodig als voor &eacute;&eacute;n kilocalorie graan. In rundvlees zitten weliswaar veel eiwitten, maar zelfs op basis van de eiwitverhouding is er voor rundvlees 10 maal meer areaal nodig dan voor eiwitbevattende groenten zoals peulvruchten.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080217_artikelmelchert2.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Soja velden in Zuid-Amerika</sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Van het totale areaal aan akkerland wordt wereldwijd een derde gebruikt voor het verbouwen van veevoer. Daarnaast is er wereldwijd 3,5 miljard hectare grasland dat vaak minder intensief wordt benut door grazers. Dit optellend wordt tachtig procent van het landbouwareaal gebruikt voor begrazing en productie van veevoer. Dit landbouwareaal breidt bovendien steeds verder uit. Volgens de Verenigde Naties kan bijna de volledige ontbossing worden toegeschreven aan de veeteelt. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080217_home_karkassen4.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Productielijn in een varkensslachthuis. (Bron: Groep De Brauwer)</sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Biobrandstoffen</strong><br />Een ander goed voorbeeld van intensief grondgebruik ver buiten Nederland vormen de biobrandstoffen. Ze vormen op dit moment slechts een klein percentage van de totale hoeveelheid brandstof die in Nederland wordt gebruikt, maar de belangstelling is groeiende. Het gebruik van biobrandstoffen als alternatief wordt vanuit zowel Europa als de Nederlandse overheid dan ook krachtig gestimuleerd. Biobrandstoffen zijn immers hernieuwbare brandstoffen, die bovendien een gesloten CO2 kringloop kennen. Toch ligt het ook hier niet zo eenvoudig als het lijkt. De meeste gewassen die geschikt zijn als biobrandstof, zoals suikerriet, sweet sorghum en palmolie, groeien namelijk niet in ons gematigde klimaat op het noordelijk halfrond. Ze groeien ten noorden en zuiden van de evenaar. Bij een toename van het gebruik van biobrandstoffen zal het ruimtegebruik van de Nederlandse consument in het buitenland sterk toenemen, waarbij het risico op verdringing van de lokale voedselproductie en verdere aantasting van natuur en landschap sterk aanwezig is.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Samenhang </strong></p>
<p>Wat ontbreekt in het sterk nationaal geori&euml;nteerde debat over de ruimte, is samenhang. Samenhang tussen nu en later, hier en elders, en tussen economische, sociale en ecologische waarden. En voor deze samenhang lijken wij helaas nogal blind. </p>
<p>Oog krijgen voor deze samenhang zou een welkome en noodzakelijke verbreding van het debat betekenen. Echte duurzaamheid houdt immers niet op bij de grenzen, maar vraagt om samenhang tussen een veelheid aan processen die in onze geglobaliseerde samenleving sterk in tijd en ruimte zijn gespreid. Het is dan ook noodzakelijk dat het perspectief van waaruit wij invulling geven aan de ruimte wordt opgeschaald.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><sub>&#8212; </sub></em></p>
<p><em><sub>Melchert Reudink heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven. </sub></em></p>
<p><em><sub>Geraadpleegde literatuur:</sub></em></p>
<p><em><sub>- Tweede Duurzaamheidsverkenning: Nederland en een duurzame wereld. Armoede, klimaat en biodiversiteit, MNP, Bilthoven, 2007;<br />- Ros, J.P.M. &amp; J.A. montfoort, Evaluatie van transities: systeemoptie vloeibare biobrandstoffen,<br />MNP, Bilthoven, 2006. </sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlander-echte-ruimteverslinder/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kameleons op wielen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/kameleons-op-wielen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/kameleons-op-wielen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 22 Feb 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/02/kameleons-op-wielen.jpg" /> Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze en maakte een fotoreportage. Deel 3 over &#8216;kameleons op wielen&#8217;. Coen: &#34;Vinex-wijken zijn bij uitstek buitenwijken. Bereikbaarheid met de auto is]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze en maakte een fotoreportage. Deel 3 over &#8216;kameleons op wielen&#8217;. <br /></strong></p>
<p>Coen: &quot;<em>Vinex-wijken zijn bij uitstek buitenwijken. Bereikbaarheid met de auto is vaak een van de zwaarwegende argumenten om er te gaan wonen. De auto neemt dan ook een belangrijke &#8211; en opvallend passende &#8211; plek in het straatbeeld in. Maar wat past zich aan wat aan? De auto aan de omgeving, of andersom? Is de woning in de Vinex zich gaan aanpassen aan het priv&eacute;vervoer? De </em><em>woning en de auto gedragen zich als elkaars verlengstuk.</em>&quot;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201__MG_4445.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Regenboogbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv__MG_3506.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Ypenburg, Den Haag (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4662.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Eilandenbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071227_img_3555.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Waterwijk, Ypenburg (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4688.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sup>Regenboogbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</sup></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/kameleons-op-wielen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>First or second life</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/first-or-second-life/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/first-or-second-life/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 09 Feb 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/02/first-or-second.jpg" /> Je zit in de trein met je koptelefoon op. Via mobiel internet onderhoud je intensief contact met een paar goeie vrienden. Je wist het misschien niet, maar er is inmiddels]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Je zit in de trein met je koptelefoon op. Via mobiel internet onderhoud je intensief contact met een paar goeie vrienden. Je wist het misschien niet, maar er is inmiddels een term voor deze praktijk: <em>telecocooning</em>. Een fenomeen dat een belangrijke rol speelt in het werk van <a href="http://www.martijndewaal.nl" target="_blank">Martijn de Waal</a>, onderzoeker en schrijver verbonden aan de UvA en de RuG. Een interview.</strong></p>
<p>&quot;<em>Telecocooning</em> is een situatie waarin je fysiek gescheiden bent van elkaar, maar in een gemeenschappelijke virtuele ruimte toch samen bent. Tegelijkertijd ben je heel erg &lsquo;afwezig&rsquo; in je directe fysieke omgeving&quot;, zegt De Waal, die het begrip ontleent aan het boek <em>Personal, Portable, Pedestrian</em> van de Japanse antropoloog <a href="http://www.itofisher.com/mito" target="_blank">Mimi Ito</a> uit 2005. <em>Telecocooning</em> is, net als het zogenaamde <em>picturephoning</em> (zie afbeelding), een voorbeeld van hoe mensen door mediatechnologie&euml;n als internet, GPS, Google Earth en mobiele sociale netwerken de wereld om zich heen anders indelen en beleven. Een fenomeen dat de onderzoeker fascineert, met name als het gaat om de relatie tussen identiteit, stedelijke ruimte en nieuwe media. Planologen en architecten zouden de invloed van nieuwe media mee moeten nemen in de manier waarop zij de stad inrichten, is zijn stellige overtuiging, &quot;want de fysieke en de virtuele ruimte zijn meer en meer met elkaar verweven.&quot;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080201_picturephoning.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sub><em>Picturephoning: film kijken via je iPod, mobiele telefoon of Zune (bron: Guardian Unlimited)</em></sub></p>
<p>De Waal licht zijn onderzoek toe: &quot;Welke invloed heeft de fysieke stad op de sociale processen die zich in de stad afspelen en welke rol spelen mediatechnologie&euml;n als internet, GPS, Google Earth en mobiele sociale netwerken hierbij? Dat wil ik onderzoeken.&rdquo; </p>
<p>Een ander voorbeeld. Je neemt je laptop en je mobiel mee en gaat ergens zitten werken waar je het prettig vindt. Bijvoorbeeld in een leuk caf&eacute;. Ito noemt dit <em>camping</em>; je gaat ergens bivakkeren, tijdelijk, op een mooie kampeerplek als het ware. &ldquo;De directe fysieke omgeving is hier juist wel van belang, net als de kans om daar andere mensen ook live te ontmoeten. Mijn vraag is: kunnen we nog langer spreken over een stad als een puur fysieke ruimte? En wat kunnen of liever gezegd moeten we met die informatie als het gaat om inrichting van de stad?&quot; </p>
<p><strong>Fysieke nabijheid</strong></p>
<p>Om het brede onderwerp hanteerbaar te maken, kiest De Waal voor casestudies. Zijn eerste case is Pendrecht, een vroegnaoorlogse wijk in Rotterdam-Zuid. Stedenbouwkundige Lotte Stam Beese ontwierp Pendrecht vanuit de zogenaamde &#8216;wijkgedachte&#8217;, waarin elke kleinste stedenbouwkundige eenheid in de wijk &#8211; de &#8216;stempel&#8217; &#8211; in dit geval een verzameling verschillende woningtypen rondom een gemeenschappelijke binnentuin &#8211; een afspiegeling moest zijn van een complete stad. &quot;Een soort microversie van de stad, waarin alle leefstijlen waren vertegenwoordigd,&quot; aldus De Waal, &quot;Niet dat die mensen heel actief een gemeenschap moesten vormen, maar Lotte Stam Beese stond een soort &#8216;minimale sociale cohesie&#8217; voor. Je hoeft elkaar niet op te zoeken, maar komt elkaar onvermijdelijk tegen. De variatie in bewonersgroepen of leefstijlen geeft je daarbij het gevoel van echte stedelijkheid. Dat idee van die minimale sociale cohesie spreekt mij aan. Als ik een stad zou ontwerpen zou ik dat principe hanteren.&quot;</p>
<p>Het ideaal van de wijkgedachte, waarin de sociale en de fysieke omgeving samenvallen, staat natuurlijk haaks op de theorie&euml;n rondom nieuwe media, waarin fysieke nabijheid overbodig lijkt geworden. Daarom vindt De Waal Pendrecht een interessante case: &quot;Gelijkgestemden zoek je nu in eerste instantie niet meer op buurtniveau, dankzij nieuwe media. Wat voor effect heeft dat nu op het samen wonen in zo&#8217;n buurt? Wat is de invloed ervan op de stedelijke cultuur in zijn geheel?&quot; </p>
<p><em>En, wat denk je?</em><br />&quot;Het antwoord op die vraag heb ik nog niet, maar er zijn verschillende scenario&#8217;s denkbaar. Aan de ene kant bieden nieuwe media ongelooflijk veel vrijheden. Neem nou geo-tagging, een techniek waarin informatie gekoppeld kan worden aan specifieke plekken in de stad met behulp van bijvoorbeeld Google Earth. Daarmee kan je zelf je stad indelen en benoemen wat jou aanspreekt, laten zien wie je bent en waar je vrienden zitten, je favoriete caf&eacute;, noem maar op. Je zet de stad naar je eigen hand. Maar aan de andere kant kunnen nieuwe digitale media juist leiden tot een versterkte sociale controle: &lsquo;Waar zit je en waarom was je daar?&rsquo; De minimale sociale cohesie kan dan snel omslaan in een maximale cohesie.&rdquo; </p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080201_greetings3.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em><sub>Fragment van de installatie Greetings from Pendrecht.</sub></em></p>
<p>En wat te denken van telefoonmaatschappijen die werken aan Amazon.com &#8211; achtige Longtail-technieken, waarin iemand op basis van het digitale spoor dat hij achterlaat allerlei aanbiedingen ontvangt op zijn mobiele telefoon. Verwant is ook de commerci&euml;le praktijk van geodemographics, waarin met computeralgoritmes een analyse wordt gemaakt van het consumptiegedrag van de inwoners van een wijk. Deze analyse wordt omgezet in leefstijlen, die worden gekoppeld aan postcodes. De Waal: &ldquo;Die leefstijlen zie je weer terug als je bijvoorbeeld op Funda op zoek gaat naar een huis. De buurtbewoners van jouw toekomstige koopwoning staan in termen van dit soort analyses beschreven. In Pendrecht wonen nu bijvoorbeeld kennelijk vooral &lsquo;Financieel Beperkten&rsquo; en &lsquo;Sociale Senioren&rsquo;.&rdquo; Zo&#8217;n benadering kan in bepaalde gevallen handig zijn. Maar er zitten ook schaduwkanten aan, zo vindt De Waal. &ldquo;De leefstijlen die zo &lsquo;ontstaan&rsquo; zijn erg eenzijdig gericht op consumeren en de indeling is exclusief, je bent of het een of het ander. Maar mensen schipperen tussen identiteiten, zijn altijd meerdere dingen tegelijk.&rdquo;</p>
<p><strong>Conferentie</strong></p>
<p>De casestudie Pendrecht doorloopt verschillende stappen; van het ideaal van de wijkgedachte, de praktijk en de huidige vernieuwing, tot de rol van nieuwe digitale media. Deze stappen heeft De Waal samen met vormgevers <a href="http://www.leon-loes.com" target="_blank">L&eacute;on Kranenburg en Loes Sikkes</a> verwerkt in een installatie getiteld <em>Greetings from Pendrecht</em>, die tot eind februari te zien is op de <a href="http://www.hkszbiennale.asia/" target="_blank">Biennale of Architecture en Urbanism</a> in Shenzhen en Hong Kong. Ze willen hem daarna graag ergens in Nederland vertonen. En zijn volgende casestudie gaat over een Vinexwijk. &ldquo;Ook machtig interessant want helemaal ingericht naar de actuele maatstaven over het samen wonen.&rdquo;</p>
<p>Martijn de Waal hoopt zijn onderzoek medio 2010 af te ronden. Op 27 en 28 februari organiseert hij samen met het NAi ook een conferentie over deze thematiek met de titel &lsquo;<a href="http://www.themobilecity.nl" target="_blank">The Mobile City</a>&rsquo;. Het gaat dan over de vraag: wat betekent de opmars van mobiele informatie-, communicatie- en identificatiediensten voor de manier waarop wij met elkaar samenleven in de stad? En hoe kunnen architecten, stedenbouwkundigen en nieuwe mediaontwerpers hierop inspelen?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/first-or-second-life/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>360 graden: de Achterhoek</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden-de-achterhoek/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden-de-achterhoek/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 Feb 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Achterhoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/02/360-graden-de-achterhoek.jpg" /> &#8220;Wandelen door de Achterhoek, mijn achtertuin, is volop genieten van prachtige landschappen in een ontspannen omgeving. Landschappen met een herkenbare geschiedenis, prachtige panorama&#8217;s en overwachte wendingen. Een opwindend samenspel van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>&#8220;Wandelen door de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Achterhoek" target="_blank">Achterhoek</a>, mijn achtertuin, is volop genieten van prachtige landschappen in een ontspannen omgeving. Landschappen met een herkenbare geschiedenis, prachtige panorama&#8217;s en overwachte wendingen.</em><em> Een opwindend samenspel van natuur en cultuur. </em><em> In de Achterhoek dwingt de ruimtelijke kwaliteit &#8211; in haar vele dimensies &#8211; respect af. Zeker in een land waar de druk op de ruimte ongekend is, en de behoefte aan rust en frisse lucht mensen regelmatig opbreekt. Ik ben dan ook erg verbaasd over de visie van Wim Derksen, gisteren nam hij afscheid van het <a href="http://www.rpb.nl" target="_blank">Ruimtelijk Planbureau</a>, dat het &#8216;achterhaald&#8217; is om landschappen zoals in de Achterhoek te koesteren omdat we er in Europa al genoeg van zouden hebben (bron: <a href="http://www.nrc.nl/next/article803345.ece/Nederland_is_anders_mooi_dan_wij_denken" target="_blank">NRC.next</a>). Sinds wanneer is in dit land rust en ruimte op fietsafstand achterhaald?&#8221;</em></p>
<div><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/B8obdvGURkQ" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/B8obdvGURkQ"></embed></object></div>
<div></div>
<div></div>
<div></div>
<div></div>
<div><sub>&#8212;</sub></div>
<div><sub> </sub></div>
<div><em><sub>Uw 360 op RUIMTEVOLK? Neem dan contact op via info@ruimtevolk.nl (svp geen video&#8217;s meesturen!)</sub></em></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/360-graden-de-achterhoek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;eParticipatie&#8217; versterkt burgerinitiatief</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/eparticipatie-versterkt-burgerinitiatief/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/eparticipatie-versterkt-burgerinitiatief/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Jan 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Barbera van den Berg</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Website]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/01/eparticipatie-versterkt.jpg" /> Politici geven al jaren aan dat ze graag burgers en organisaties laten participeren bij het vormen van beleid. Eparticipatie leek d&#233; oplossing. Maar tussen droom en daad staan wetten in]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Politici geven al jaren aan dat ze graag burgers en organisaties laten participeren bij het vormen van beleid. Eparticipatie leek d&eacute; oplossing. Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. De eparticipatie initiatieven sluiten niet aan bij de verwachtingen van de mondige burger van vandaag. Ligt dat aan de burger of aan de overheid? </strong></p>
<p>Een tijd lang is gedacht dat &acute;eParticipatie&acute;, het inzetten van ICT, h&eacute;t toverwoord was om burgers meer bij de politiek te betrekken. Door de talloze mogelijkheden van het internet kan de overheid online een petitie starten; <a href="http://www.amsterdam.nl/gemeente/gemeenteraad" target="_blank">gemeenteraadsvergaderingen</a> online zetten; <a href="http://www.justitie.nl/actueel/persberichten/archief2006/Burgers-mogen-meepraten-over-regels.aspx" target="_blank">consultaties</a> houden of een <a href="http://panorama.vrom.nl/index.php?&amp;" target="_blank">wedstrijd/onderzoek</a> uitzetten.</p>
<p>Maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger: ICT heeft als nieuw kanaal niet voor een grotere betrokkenheid van burgers gezorgd. Een uitzondering daargelaten, trekken online debatten geen andere groepen aan. Veel mensen die zich online in politieke discussies begeven, zijn dezelfde mensen die zich offline in politieke discussies mengen. Desalniettemin heeft ICT wel invloed gehad op de vorm van de participatie. De grootste kracht van ICT is dat mensen zichzelf kunnen organiseren zonder dat ze daarbij hulp nodig hebben van een organisatie of de overheid. Daarmee is het initiatief steeds meer bij de burger komen te liggen, in plaats van bij de overheid. </p>
<p>Vorig jaar oktober deden onderzoeksbureaus ADV Market Research en Dialogic <a href="http://www.burger.overheid.nl/wat_doen_we_nu/nieuws?itemID=100" target="_blank">onderzoek naar participatie van burgers</a> via internet. De meerderheid van de ondervraagden vond dat de overheid hen onvoldoende informeert over belangrijke kwesties. Uit het onderzoek blijkt dat burgers graag willen meedenken over oplossingen maar dat de overheid onvoldoende mogelijkheden biedt. Tweederde van de ondervraagden vond internet bij uitstek het middel om opinies te verzamelen omdat dit snel en gemakkelijk is. Overigens hadden ze wel een voorkeur voor onderwerpen als wonen en leefomgeving, zorg en gezondheid, en verkeer, voertuigen en wegen. Daarbij denken ze het liefst mee bij bekende overheidsinstanties zoals de (deel)gemeenten en niet bij provincies of waterschappen. </p>
<p><strong>Goed voorbeeld doet goed volgen?</strong></p>
<p>Er blijkt genoeg animo bij burgers om actief mee te denken over beleid en er zijn voldoende voorbeelden, die inspiratie kunnen bieden aan bestuurders. Sterker, nieuwe initiatieven op dit gebied zijn als paddestoelen uit de grond geschoten waarvan de voorbeelden zijn te vinden op de website <a href="http://www.eparticipatie.nl/" target="_blank">eParticipatie.nl</a>. Zo zijn er games waarin spelers beslissingen kunnen nemen over budgetten in hun wijk. In het spel <a href="http://www.caberg-malpertuis.nl/spel/" target="_blank">Caberg-Malpertuis</a> nemen spelers beslissingen over het opknappen van het winkelcentrum, de maatschappelijke voorzieningen en de openbare ruimte. Elke beslissing heeft gevolgen voor het budget. De spelresultaten zijn door de gemeente Maastricht en twee woningcorporaties gebruikt voor de wijkvisie. Het is erg jammer dat deze visie niet op de site van Caberg-Malpertuis terug te vinden is. Deelnemers aan een internetdiscussie verwachten redelijkerwijs een terugkoppeling van de resultaten.</p>
<p><a href="http://www.caberg-malpertuis.nl/spel/"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080123_cabergmalpertuis.jpg" alt="artikel afbeelding" /></a></p>
<p><sub><em>In het spel Caberg-Malpertuis nemen spelers beslissingen over het opknappen van het winkelcentrum, de maatschappelijke voorzieningen en de openbare ruimte.</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een ander interessant voorbeeld waarin een initiatief buiten de overheid informatie biedt aan beleidsmakers is de <a href="http://www.rotterdamindex.nl/" target="_blank">Rotterdam Index</a>. Deze index is een online beursspel en nieuwssite waarin deelnemers kunnen handelen in wijkaandelen. Het spel geeft een beeld van de verwachting van bewoners en ge&iuml;nteresseerden over de wijkontwikkeling. De aandelen zijn een &lsquo;bewijs van vertrouwen&rsquo; in een bepaalde wijk. Inmiddels wordt gewerkt aan de Prachtwijkenindex.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://www.rotterdamindex.nl/"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080129_RIX.jpg" alt="artikel afbeelding" /></a></p>
<p><em><sub>De Rotterdam Index </sub><sub>is een online beursspel en nieuwssite waarin deelnemers kunnen handelen in wijkaandelen</sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De bovenstaande voorbeelden zijn erg inspirerend, maar bij de verschillende toepassingen is het vervolgproces niet goed vormgegeven, waarmee het instrument eParticipatie zijn kracht verliest. Het is een typerende illustratie van waar het vaak met eParticipatie misgaat. EParticipatie moet worden ingezet wanneer overheden daadwerkelijk met de resultaten aan de slag gaan, het moet geen doel op zich zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Stappen voor de overheid</strong></p>
<p>Om eParticipatie goed te kunnen inzetten moet de houding binnen overheidsinstanties dan ook drastisch veranderen. Cultuuromslagen zijn echter niet binnen een maand te realiseren. EParticipatietrajecten moeten daarom worden ingezet bij onderwerpen en thema&rsquo;s waarbij de overheid bereid is om echt naar de burger te luisteren en met de uitkomst ook daadwerkelijk wat te doen. Daarvoor zijn volgens sommige mensen &lsquo;ongehoorzame bestuurders en ambtenaren&rsquo; nodig die de burger voorop stellen en niet het systeem. Ik denk dat het betrekken van de burger bij besluitvorming een duidelijker onderdeel moeten worden in projectplannen en functiebeschrijvingen bij de overheid.</p>
<p>Er zijn ook aanpassingen nodig om burgerinitiatieven echt tot hun recht te brengen. Gemeenten willen meer burgerinitiatieven zien. Zo wil de gemeente Utrecht het <a href="http://www.utrecht.nl/smartsite.dws?id=233831" target="_blank">leefbaarheidsbudget</a> beter onder de aandacht brengen. Maar zijn de overheden zelf wel klaar voor deze nieuwe vorm van burgerparticipatie? De <a href="http://www.burger-raad.nl/brr" target="_blank">Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid</a> (BRR) stuurde in mei 2007 een burgerinitiatief voor een senioreneethuis naar 432 gemeenten en 18 deelgemeenten. Bijna de helft (49 procent) van de onderzochte gemeenten reageerde niet inhoudelijk. Eenderde van de gemeenten reageerde zelfs helemaal niet. </p>
<p>Ik zou willen voorstellen om gelijk in de trant waarin mensen een kip, koe of appelboom adopteren, ambtenaren een burgerinitiatief adopteren. De initiatiefnemer blijft verantwoordelijk, de ambtenaar is er vooral om hem door de bureaucratie heen te helpen. Op deze manier krijgt de initiatiefnemer hulp bij de papieren rompslomp die bij zo&rsquo;n plan komt kijken. Aan de andere kant krijgt de ambtenaar inzicht in de werking van de (gemeentelijke) organisatie, en wie weet leidt dat wel tot de slagvaardige overheid waar het kabinet naar op zoek is. Voor gemeenten bestaat adoptie van een plan nog niet, maar voor de ministeries wel: <a href="http://www.casusadoptie.nl/" target="_blank">casusadoptie</a>. Een ambtenaar &#8216;adopteert&#8217; problemen van burgers en ondernemers en wordt daarmee sponsor. Tijd om dit ook bij gemeenten in te voeren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><sub>&#8212;</sub></p>
<p><sub>Gebruikte literatuur:<br />Jaarboek ICT en samenleving 2004, SCP.<br />Karin van Doorn, Edwin Schippers (red.) Burgers, overheid &amp; digitale debatten. Handvatten uit de praktijk (2003) XPIN en de adviesgroep Public Sector van KPMG.<br />dr. Igno Pr&ouml;pper, drs. Bart Litjens, drs. Ester Weststeijn (2006) Wanneer Werkt Participatie? Partners+Pr&ouml;pper</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/eparticipatie-versterkt-burgerinitiatief/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>VPRO&#8217;s Landroof laat nuances onderbelicht</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/landroof-laat-nuances-onderbelicht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/landroof-laat-nuances-onderbelicht/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Jan 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wout Smits</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/01/VPROs-landroof-laat.jpg" /> Het programma Landroof en de bijbehorende site www.landroof.nl gaat in op specifieke bezwaren van burgers over de inrichting van ons land. Stedenbouwkundige Wout Smits vindt de aanpak nogal eenzijdig en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het programma Landroof en de bijbehorende site <a href="http://www.landroof.nl" target="_blank">www.landroof.nl</a> gaat in op specifieke bezwaren van burgers over de inrichting van ons land. Stedenbouwkundige Wout Smits vindt de aanpak nogal eenzijdig en acht het tijd voor een kritisch geluid. </strong></p>
<p>Consumentenprogramma&#8217;s zoals <em>Ook dat nog</em>, <em>Radar</em>, <em>Kassa</em> of <em>Breekijzer</em>, waarin de burger een podium krijgt zijn beklag te doen; ik ben er geen fan van. Vooral omdat de aangevallen partij onvoldoende de ruimte krijgt zich goed te verdedigen. Het tv-programma Landroof bevalt mij nog minder, hoewel het onderwerp me als stedenbouwkundige zeer aan het hart gaat. Mensen kunnen een filmpje opsturen naar de redactie van locaties waar volgens hen natuur en milieu verloren dreigen te gaan als gevolg van geplande bebouwing. In het programma gaat presentatrice Victoria Koblenko vervolgens naar de locatie om de betreffende tegenstanders aan te horen en de plannenmakers aan de tand te voelen.</p>
<p>In mijn ogen wordt hier erg eenzijdig gekeken naar het onderwerp. De informatie die over de bouwplannen wordt geleverd is veel te summier. De casus wordt steevast begonnen met de negatieve gevolgen en bekeken vanuit het perspectief van de tegenstanders. Maar tegenstanders zijn altijd makkelijker te vinden dan toekomstig tevreden gebruikers.</p>
<p>Landroof neemt zo een populistische houding aan, waarbij door een aantal onderbelichte voorbeelden de ontwikkelingen worden gegeneraliseerd zonder enige nuance. Op deze manier inspelen op gevoelens van ontevredenheid, die van oorsprong waarschijnlijk slechts bij een klein deel van de bevolking echt aanwezig zijn, dat kennen we ook van een paar van onze politici.</p>
<p>Ook bij het rondsurfen op de site valt op dat de redactie van Landroof zelf niet echt een neutrale positie inneemt. Dat hoeft ook niet, maar de mening van de redactie ligt er wel érg dik bovenop. Zo wordt in de tweede aflevering gedeputeerde Rüpp met een cynisch achtergrondcommentaar aangeduid als: “de heer Rüpp, de Godfather van Brabant”.  En staan op de site vooringenomen zinsneden als: “Een paar oude eiken verdwijnen op dat mooie stukje grond” en ”Midden in de laatste open groene plek van Hof van Twente moeten 350 tot 400 vakantiehuisjes uit de grond gestampt worden”.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/bkMAnPfNhBo" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/bkMAnPfNhBo"></embed></object></p>
<p><em><sub>Aflevering van Landroof over &#8220;Kassen in Oud Prinslandse Polder&#8221;</sub></em></p>
<p><strong>Inspraak<br />
</strong><br />
Persoonlijk vind ik dat het ageren tegen onrecht jegens burgers of de natuurlijke leefomgeving als gevolg van individuele plannen, via déze weg overbodig is. Er bestaan genoeg middelen om in ons ruimtelijk bestel tegen plannen in te gaan, tot aan de Raad van State toe. Wél moet er wat gedaan worden aan de bekendheid bij burgers van mogelijkheden tot inspraak. Inspraak die in veel gevallen wel te wensen over laat. Het interactieve concept dat de site van Landroof biedt door filmpjes op te sturen en een casus via Google Maps op de kaart te zetten, is misschien wel interessant op lokaal niveau, als middel om nog meer belanghebbenden te bereiken.</p>
<p>Vooropgesteld: een plan zonder draagvlak is nooit goed. Maar draagvlak kan ook langzaam groeien. Niemand kan altijd van te voren honderd procent alle toekomstige ontwikkelingen en gevolgen goed overzien. Er zijn echter mensen die dat in ieder geval op hun vakgebied beter kunnen dan de gemiddelde burger: de deskundige ecologen, planologen, sociologen en stedenbouwkundigen.</p>
<p>Uiteraard moeten we voor meer zaken oog hebben, zoals natuur, die vaak onder druk staat door economische groei. En waar nodig moeten de behartigers van natuur en milieu duidelijk weten waar en hoe bezwaar te maken. Ook de beleving van ons huidige landschap moet daarin een rol spelen.  Maar ruimtelijke ordening is helaas ook een kwestie van keuzes maken, die voor bepaalde mensen soms moeilijk te verteren zullen zijn, vanwege de gevolgen die het kan hebben voor hun persoonlijke omstandigheden. Of een plan uiteindelijk doorgaat, dát is een politieke beslissing. Maar ik ga er vanuit dat ons democratisch bestuur in dit proces de diverse belangen afweegt, zich hierbij laat bijstaan door adviseurs met kennis van zaken, en óók kennis neemt van eventuele bezwaren van burgers.</p>
<p><strong>Al lid van Landroof?!<br />
</strong><br />
De behoefte om te reageren op de verschillende casussen heb ik persoonlijk totaal niet. Een in mijn ogen te hoge flat in een park in Rijswijk doet me net zo min wat als een bouwmisbaksel in Leeuwarden. De nu reagerende mensen redeneren toch vooral vanuit de NIMBY-gedachte (Not in my backyard): ‘Een vliegveld? Uitstekend, zolang het maar niet in mijn achtertuin is’. Het is prima te begrijpen dat de betrokken mensen steun voor hun standpunt zoeken, maar het programma faciliteert dit op zeer populistische wijze. De simplistische manier waarop partijen als goed en kwaad tegenover elkaar worden gezet, waarbij alle nuance die in de planvormingsprocessen over het algemeen aan de dag wordt gelegd, wordt gebagatelliseerd, is in mijn ogen het ´volk´ opstoken.</p>
<p>Zeker omdat in veel gevallen er echt geen persoonlijk belang bij zit van de kijker van het tv-progamma. Maar de onvolledig geïnformeerde kijker kan zich wel als sympathisant tegen bepaalde plannen op de site aanmelden als lid. Of zich opgeven voor een zogenaamde ‘landrooftocht’, een georganiseerde wandeling door het ‘bedreigde’ gebied.</p>
<p>Om reacties of commentaar te kunnen geven op de site moet je overigens eerst lid worden van Landroof. Elk nieuw lid wordt op de homepage vermeld. Dat lijkt mij gezien mijn positie in deze discussie nogal vreemd en ongepast.<br />
Er wordt op de internetsite wel aangezet tot nadenken over de vraag of er überhaupt uitgebreid moet worden in ons land, of dat we de open ruimte moeten beschermen. Hoewel ik geen géén sympathisant ben van het programma, ben ik wel een voorstander van deze discussie over de achterliggende problematiek.  Maar laten we dit debat dan niet voeren in een sfeer van verbéten burgers die, hetzij terecht, hetzij onterecht, actie voeren tegen veranderingen in hun woonomgeving.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/landroof-laat-nuances-onderbelicht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wonen waar je werkt, werken waar je woont</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wonen-waar-je-werkt,-werken-waar-je-woont/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wonen-waar-je-werkt,-werken-waar-je-woont/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Jan 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anouk Eigenraam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bedrijventerreinen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/01/wonen-waar-je-werkt.jpg" /> Tanken in je flat, sporten op je werk en naar kantoor in je eigen achtertuin. En dus n&#243;&#243;&#237;t meer in de file, altijd op tijd thuis voor het eten en]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tanken in je flat, sporten op je werk en naar kantoor in je eigen achtertuin. En dus n&oacute;&oacute;&iacute;t meer in de file, altijd op tijd thuis voor het eten en geen treinvertragingen meer. Het paradijs? Volgens het boek &lsquo;WoonWerk!&rsquo; van kennisnetwerk <a href="http://www.habiforum.nl" target="_blank">Habiforum</a> is het allemaal mogelijk. Rest slechts de uitvoering.</strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In sf-films woont de mensheid ondergronds, zwerft samen met captain Picard eeuwig op de USS Enterprise in outer space of slijt haar laatste levensdagen op een of andere onherbergzame, kaalgevreten planeet. Maar zolang reizen naar Mars voorlopig slechts is voorbehouden aan dode miljonairs zullen we het vooralsnog met onze spaarzame vierkante meters moeten doen. En die situatie wordt steeds nijpender; in de steden neemt het ruimtegebrek en de verrommeling toe.</p>
<p>Dat functiemenging (en verdichting) uitkomst kan bieden bij het oplossen van grote stedelijke vraagstukken, is bekend. Maar zoals altijd blijft de praktijk nog enigszins achter bij de theorie. In het onlangs gepresenteerde boek &lsquo;WoonWerk!&rsquo; hebben zo&rsquo;n dertig partijen op het gebied van ruimtelijke ordening een nieuwe poging gewaagd om de weerbarstige werkelijkheid een duwtje in de goede richting te geven. In het boek staan tientallen concepten en strategie&euml;n beschreven en verbeeld. De auteurs husselen verschillende functies van wonen en werken in de stad onder, over, op en door elkaar tot een ware hutspot. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071227_apollohouse.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Het Apollo House, een bedrijfsverzamelgebouw in Amsterdam Oud Zuid (bron: WoonWerk!)</sub> </em></p>
<p>Het boek is het resultaat van het project &lsquo;<a href="http://www.mengenindestad.nl" target="_blank">mengen in de stad</a>&rsquo;. Meer dan vijftig professionals &ndash; werkzaam bij diverse overheidsinstanties en architectenbureau&rsquo;s &ndash; wisselden anderhalf jaar lang hun kennis en ervaringen uit. Het project ontstond omdat er volgens Habiforum dringend behoefte was aan kennis, kunde, en vooral: frisse idee&euml;n. </p>
<p>De auteurs laten zich in het boek dan ook geheel niet hinderen door traditionele visies op functiemenging; een pad dat volgens hen heeft geleid tot &lsquo;ruimteverspilling, levenloze slaapsteden, karakterloze bedrijventerreinen&rsquo;. In WoonWerk! mag alles en kan alles. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071227_zuidas.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><sub><em>Impressie van de toekomst van de Amsterdamse Zuidas (bron: CIIID in WoonWerk!)</em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Aansprekend zijn met name de herstructurering van bedrijventerreinen, het omtoveren van fantasieloze woonwijken in het Haagse Laakkwartier in loftwoningen, of het ontwerp van een woon-werkdomein. Ook reeds bestaande voorbeelden van functiemenging sieren de pagina&acute;s, zoals het gebouw van de Sociale Verzekeringsbank in Amsterdam-Zuid en de mediacampus rond de voormalige Schiecentrale in Rotterdam. </p>
<p><strong>Roze bril</strong></p>
<p>De auteurs kijken in hun bijdragen soms wel door een bril met roze getinte glazen. Het Entrepotgebouw in Rotterdam &ndash; een voormalige pakhuis dat getransformeerd is tot een gebouw met winkels, woningen en kantoren &ndash; dient als referentie voor een studie van One-Architecture. Maar als er &eacute;&eacute;n bekend voorbeeld van mislukte functiemenging in Rotterdam kan worden genoemd &ndash; dat als tweede stadscentrum op de Kop van Zuid zo leuk oogde op de tekentafel &ndash; dan is het wel het Entrepotgebied. De helft van de panden staat momenteel leeg.</p>
<p>Zoals gezegd is functiemenging geen nieuw concept. De stad als organisme, de ontwikkeling van werklandschappen en de herinrichting van bedrijventerreinen zijn processen die al veel langer gaande zijn. Net als de &lsquo;nieuwe&rsquo; kansen waar de schrijvers in het boek op wijzen: de overgang van zware industrie naar een diensteneconomie wat veel bedrijven doet terugverhuizen van de periferie naar de stad, andere wet- en regelgeving om te bouwen, de thuiswerktrend, de vraag naar een &lsquo;vitale&rsquo; woonomgeving en de daarmee samenhangende hamvraag op het bordje van veel bestuurders: &lsquo;hoe hou je de dynamiek van een stad levend?&rsquo;</p>
<p>Tijdens de presentatie van WoonWerk! eind oktober, benadrukten redacteuren Wouter Groote en Erik Wiersema desalniettemin dat het slagen van functiemenging &lsquo;een nieuwe attitude&rsquo; vergt. Weg van de &lsquo;verkokering&rsquo;, met een &lsquo;brede visie&rsquo; en &lsquo;open mind&rsquo;. Functiemenging kan leiden tot meer diversiteit, levendigheid, inspirerende leefomgevingen en geintegreerde werkplekken. Maar het is geen Haarlemmerolie: &ldquo;Er is lef en durf nodig&rdquo;, aldus Wiersema en Groote. WoonWerk! laat hun inziens deze gewaagde mogelijkheden zien. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Daarmee is het een prachtig boek vol voorbeelden. Maar hadden we er daar al niet genoeg van? Na lezing blijft het knagende gevoel hangen dat de kans is blijven liggen om van inspirerende concepten over te gaan tot concrete, uitvoeringsgerichte instrumenten, die beleidsmakers dwingen dergelijke concepten ook daadwerkelijk toe te passen. Want dat functiemenging belangrijk is, weten we allemaal. Maar waarom wordt het dan toch nog zo weinig toegepast? Die vraag blijft onbeantwoord. Daarmee blijft WoonWerk, hoe mooi het initiatief en idee erachter ook is, toch een beetje oude wijn in nieuwe zakken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><sub>Bouwmeester, Groote, Peper, i.o.v. Habiforum; <br />WoonWerk! Wegen naar functiemenging in de stad! <br />Sdu Uitgevers, Den Haag, 2007<br />ISBN 9789012120210</sub> </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wonen-waar-je-werkt,-werken-waar-je-woont/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tuinieren in hartje stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tuinieren-in-hartje-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tuinieren-in-hartje-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Jan 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Reinier de Jong</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/01/tuinieren-in-hartje.jpg" /> Woningbouw in stedelijke gebieden lijkt vooral te bestaan uit appartementen. Immers, hoge dichtheden realiseer je alleen met appartementen, zodat je in dichtbevolkte stedelijke gebieden de benodigde ruimte bespaart. In de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Woningbouw in stedelijke gebieden lijkt vooral te bestaan uit appartementen. Immers, hoge dichtheden realiseer je alleen met appartementen, zodat je in dichtbevolkte stedelijke gebieden de benodigde ruimte bespaart. </strong></p>
<p>In de Nederlandse steden verrijzen daarom in grote getale appartementencomplexen. Laat dit nu net een woningtypologie zijn die lang niet altijd aantrekkelijk wordt bevonden door de gegoede middenklasse. Zodra het salaris stijgt, en er al dan niet kinderen worden geboren, verlaat deze groep acuut de appartementenmarkt, en daarmee vaak ook de stad. En dat terwijl een stad deze middenklasse doorgaans zo hard nodig heeft. Neem een stad als Rotterdam, die niet alleen grote moeite heeft startende hogeropgeleiden aan zich te binden, maar waar ook de betere middenklasse met gezinnen gezwind uitwijkt naar voorsteden als Barendrecht, Zwijndrecht en Krimpen a/d IJssel.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080115_reinier4752.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub><em>Foto: Reinier de Jong / Cardo Architecten</em> </sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De vraag is waarom we niet meer suburbane woningtypologie&euml;n maken in gewilde, stedelijke gebieden in een hoge dichtheid? Financieel draagkrachtige groepen kunnen dan voor de stad behouden blijven of er zelfs door aangetrokken worden. Tegelijkertijd roepen we een halt toe aan de uitdijende laagbouw die onze kostbare polders opslokken. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080115_reinier475.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Foto: Reinier de Jong / Cardo Architecten</sub></em> </p>
<p>Het studieproject &lsquo;Luchttuinen&rsquo; van <a href="http://www.cardo-bv.nl" target="_blank">Cardo Architecten</a> uit Rotterdam is op deze behoefte ingesprongen en slaat twee vliegen in een klap. Hoogbouw wordt gecombineerd met een twee-onder-een-kap woning met tuin: een woning die je normaliter alleen in de buitenwijken aantreft. Met een vrije hoogte van zeven meter en een met aarde gevulde bak is een echte tuin gegarandeerd: er is immers genoeg ruimte voor zonlicht, lucht, regen en wind voor bomen, planten, bloemen en gras.</p>
<p>&acute;Luchttuinen&acute; biedt huizen met tuinen op een onverwachte plek aan, met een onge&euml;venaard uitzicht en privacy. Welke ontwikkelaar durft het aan dit concept te realiseren?</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212; </p>
<p><em>Zie ook: <a href="http://www.reinierdejong.com" target="_blank">www.reinierdejong.com</a></em> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tuinieren-in-hartje-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Straks lachen we beschaamd om deze hype&#8221;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/creatieve-klasse-lacht-om-hype-creatieve-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/creatieve-klasse-lacht-om-hype-creatieve-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Jan 2008 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sonja van der Sar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2008/01/straks-lachen-we.jpg" /> Nederlandse steden zijn druk met het binnenhalen of behouden van de creatieve klasse. Maar wat vindt deze klasse zelf van alle ophef? In navolging op het interview met Franc Faaij]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Nederlandse steden zijn druk met het binnenhalen of behouden van de creatieve klasse. Maar wat vindt deze klasse zelf van alle ophef? In navolging op het <a href="../detail.php?id=181" target="_blank">interview met Franc Faaij</a> over de creatieve stad vorige maand, interviewde </strong><span><strong>journaliste Sonja van de Sar </strong></span><span><strong>een Rotterdamse ontwerper </strong></span><span><strong>die voldoet aan alle criteria van de creatieve klasse</strong></span><span><strong> <a href="http://www.hendrikjangrievink.web-log.nl" target="_blank">Hendrik-Jan Grievink</a>.</strong></span></p>
<p class="MsoNormal"><span>De creatieve klasse zou volgens de Amerikaanse wetenschapper Richard Florida de economie stimuleren. In zijn boek uit 2002, getiteld ‘The rise of the creative class’ &#8211; door beleidsmakend Nederland met beide handen aangegrepen &#8211; wordt de economische groei van Amerikaanse steden verklaard door de aanwezigheid van een zogenaamde creatieve klasse. Deze klasse bestaat uit mensen die een bovengemiddelde bijdrage leveren aan de (stedelijke) economie. Aldus Florida.</span></p>
<p><span>De boodschap is aangekomen. Gemeenten bouwen speciale appartementen, creëren broedplaatsen (zie bijvoorbeeld <a href="http://www.creatieveindustrierotterdam.nl" target="_blank">creatieve industrie Rotterdam</a>) en voeren beleid om de creatieve klasse binnen te halen. Wat vindt de creatieve klasse zelf van alle ophef? Kan er überhaupt beleid voor deze groep worden gemaakt? Wat is hun eigen beeld van de inbreng in de economie?</span></p>
<p class="MsoNormal"><span><strong>Wie en wat is dat precies, de creatieve industrie?</strong><br />
Volgens de Rotterdamse ontwerper Hendrik-Jan Grievink is het feit dat deze vraag wordt gesteld typerend voor de hele discussie rondom de creatieve industrie. “De Britse regering heeft in 1998 deze industrie omschreven als &#8216;industrieën die hun origine vinden in individuele creativiteit, vaardigheid en talent en die de potentie hebben om geld te verdienen en banen te creëren door het genereren en het exploiteren van intellectueel eigendom’. Maar ja, wat is dan intellectueel eigendom? Er zijn bijvoorbeeld genoeg trendy kapperszaken te vinden die volledig aan deze omschrijving voldoen, met als gevolg dat iedere stad die zichzelf op de creatieve kaart wil zetten ineens alle kapsalons in de statistieken opneemt. Op die manier kwam de gemeente Utrecht tot de conclusie dat Utrecht toch eigenlijk wel de <a href="http://www2.utrecht.nl/images/Secretarie/Bestuursinformatie/Publicaties2004/pdf/nb29_AtlasVoorGemeenten.pdf" target="_blank">creatiefste stad van Nederland</a> was, terwijl ik je op een briefje kan geven dat dat niet zo is. Het punt is, niemand weet waar de creatieve industrie begint en waar deze ophoudt. Maar er wordt wel beleid op gemaakt omdat geen ambtenaar de boot wil missen.”</span></p>
<p class="MsoNormal"><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20080110_Untitled-2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p class="MsoNormal"><sub>Impressie Rotterdam Creative Map (Bron: Hendrik-Jan Grievink)</sub></p>
<p><strong><span>Behoor jij zelf tot deze klasse?</span></strong><span><br />
&#8220;Tsja. Ik ben ontwerper en word dus geacht creatief te zijn. En in al mijn onbescheidenheid ben ik dat ook &#8230; En ik verdien ook nog eens mijn brood met mijn creativiteit. Maar geld maken is voor mij een, helaas noodzakelijke, bijkomstigheid. Ik ben geïnteresseerd in wat ik aan de maatschappij kan toevoegen als ontwerper. Hoe ik zinvolle beelden en ideeën kan verspreiden. Dat gaat helemaal niet over geld. Bovendien werk ik alleen en sta ik niet ingeschreven bij een beroepsvereniging waardoor ik buiten bereik ben van de onderzoeksbureaus die de creatieve klasse definiëren, dus&#8230;&#8221;</span></p>
<p><strong><span>De creatieve klasse zelf is er niet altijd blij mee dat beleidsmakers Florida&#8217;s boek als leidraad gebruiken. </span>Waarom niet?</strong><span><br />
&#8220;Florida heeft in zijn boek een ontwikkeling geschetst die we niet kunnen ontkennen: sinds de productie van goederen is verplaatst naar Azië, zijn we ons in de westerse wereld steeds meer bezig gaan houden met immateriële en symbolische productie. Maar Florida geeft ook een toverrecept dat er bij beleidsmakers en stadsontwikkelaars ingaat als zoete koek: als je als stad de zogenaamde ‘creatieve klasse’ aan je kunt binden, dan kun je de locale economie opkrikken. Immers, zet een paar designers in een afbraakpand en binnen no-time zit er een cappuccinobar – volgens Florida. Juist dit aspect maakt beleidsmakers zo geil op die creatieve industrie. Het geeft ze een tool om te doen waar ze goed in zijn: paradepaardjes bedenken. Het maakt creativiteit maakbaar – en vervolgens: afrekenbaar. Kijk maar om je heen, welke wijk heeft er tegenwoordig geen ‘broedplaats’ of ‘creatief cluster’? Ik verzet me echter tegen de éénzijdige benadering van dit alles. Creativiteit is per definitie iets wat zich niet laat vangen in regels. Ik snap dat beleidsmakers daar weinig mee kunnen, maar zij moeten beseffen dat niet alles maakbaar en meetbaar is. De overheid moet ondernemers vooral laten ondernemen, maar daarnaast ook artistieke en kritische makers financieel blijven ondersteunen.&#8221;</span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span>Je maakt je zorgen om de eenzijdige benadering van creativiteit…</span></strong><span><br />
&#8220;We hebben een vernauwd beeld van creativiteit: de creatieveling als trendzetter in consumptie. Ik vind dat er een verantwoordelijkheid bij de creatievelingen van nu ligt. Zij zullen de agenda moeten zetten en zelf met interessante projecten moeten komen. Het bedrijfsleven en de overheid gaat dit namelijk niet voor ze doen. Die willen vooral ‘exploiteerbare concepten’, oftwel: Senseo’s. Nu vind ik de Senseo geen slecht ontwerp, maar voor een middelmatig product dat heel Nederland aan de nepkoffie krijgt vindt ik alle roem wat overdreven.&#8221;</span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span>Hoe ziet volgens jou de toekomst eruit van de creatieve industrie?</span></strong><br />
<span>&#8220;Ik denk vaak terug aan de jaren &#8217;90, toen ik zelf op de kunstacademie zat. Ik kwam met nul komma nul aan digitale apparatuur binnen, ik vertrok met een mobiele telefoon, een e-mailadres en al mijn werk op een floppy. Het waren de hoogtijdagen van de dotcomhype. De hype is voorbij, maar het internet heeft onze levens voorgoed veranderd. Zo kijk ik ook naar de creatieve industrie. Om de hype zullen we beschaamd lachen over tien jaar, maar dat creativiteit een enorme rol in onze levens is gaan spelen, zal een feit zijn. Ontwerpers zullen steeds meer tools gaan ontwerpen waarmee mensen zelf kunnen (én zullen moeten) vormgeven.&#8221;</span></p>
<p class="MsoNormal"><em><span>&#8212;</span></em></p>
<p class="MsoNormal"><sub><em><span>Sonja van der Sar (info@sonjavandersar.nl) i.s.m. Hendrik-Jan Grievink (www.hendrikjangrievink.web-log.nl)</span></em></sub></p>
<p class="MsoNormal"><em><span><sub><br />
Dit interview is eerder gepubliceerd op <a href="http://www.greatplacetolive.nl" target="_blank">A Great Place to Live</a>, een platform voor pioniers die met lef, liefde en integriteit de wereld mooier willen maken. GPtL is een project van Pentascope.</sub> </span></em></p>
<p class="MsoNormal"><em><span><br />
</span></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/creatieve-klasse-lacht-om-hype-creatieve-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vruchtbaar Vinex</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vruchtbaar-vinex/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vruchtbaar-vinex/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/vruchtbaar-vinex.jpg" /> Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze en maakte een fotoreportage. Deze week deel 2 met als thema de spelende generatie in de Vinex-wijken. Coen: &#34;De Nederlandse bevolking]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht ze en maakte een fotoreportage. Deze week deel 2 met als thema de spelende generatie in de Vinex-wijken.</p>
<p></strong></p>
<p>Coen: &quot;<em>De Nederlandse bevolking vergrijst. Maar niet de kinderrijke Vinex-wijken. Zeker op een mooie dag kun je niet om de jongste generatie heen. Kinderen spelen overal, maar het lijkt wel of ze zich nog beter vermaken in de &#8216;speeltuin&#8217; van kleuren en stijlen die de kindvriendelijke Vinex-wijken te bieden hebben.&quot;</p>
<p>  </em></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4635.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em>Stripheldenbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_IMG_4308.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em>Vathorst, Amersfoort (foto: Coen de Rijk)</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_IMG_3431.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em>Ypenburg, Den Haag (foto: Coen de Rijk)</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071227_Img_4274.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em>Vathorst, Amersfoort (foto: Coen de Rijk)</em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071227_IMG_4622e.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><em>Stripheldenbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vruchtbaar-vinex/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Plan Rotterdams Stationskwartier overtuigt nog niet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/plan-rotterdams-stationskwartier-overtuigt-nog-niet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/plan-rotterdams-stationskwartier-overtuigt-nog-niet/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 20 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/plan-rotterdams-stationskwartier.jpg" /> &#34;Er kan van alles komen!&#34; Gemeentelijk directeur Stadsontwikkeling Astrid Sanson vertelt enthousiast over het ambitieuze plan voor het nieuwe Rotterdamse Stationskwartier, tijdens een debatavond van Stichting Air. Vooralsnog een weinig]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&quot;Er kan van alles komen!&quot; Gemeentelijk directeur Stadsontwikkeling Astrid Sanson vertelt enthousiast over het ambitieuze plan voor het nieuwe Rotterdamse Stationskwartier, tijdens een debatavond van <a href="http://airfoundation.nl" target="_blank">Stichting Air</a>. Vooralsnog een weinig overtuigend verhaal. </strong></p>
<p>Het Stationskwartier is &eacute;&eacute;n van de dertien VIP gebieden van de <a href="http://www.rotterdam.nl/smartsite2132936.dws" target="_blank">Stadsvisie 2030</a> voor Rotterdam. Het wordt een intensief, levendig centraal stedelijk gebied, met  een mix van functies in hoge dichtheid, aldus een gemeentelijk persbericht. Het moet letterlijk &lsquo;de etalage van de stad&rsquo; worden, zo lichtte Astrid Sanson, directeur Stadsontwikkeling van de gemeente, <a href="http://www.rotterdam.nl/Rotterdam/Internet/Collegesites/Wethouder%20Hamit%20Karakus/GebiedsvisieStationskwartier.pdf" target="_blank">het plan</a> toe op de debatavond die het Rotterdamse architectuurinstituut Air organiseerde op 12 december jongstleden. &quot;Een gebied met een 24-uurs dynamiek, mooi ingericht, dat representatief is voor de stad. Er kan van alles komen, met als doel de grote stromen mensen die hier dagelijks doorheen komen, er een tijdje vast te houden.&quot;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071221_stationskwartier.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Impressie van het nieuwe Stationskwartier (Bron: LSI)</sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Aanleiding voor het ambitieuze plan met de klinkende naam &#8216;Glocal City District&#8217; is de komst van de HSL en het initiatief van een aantal private partijen om te investeren in het gebied. Vooralsnog is het belangrijkste uiterlijke aspect van het plan: heel veel hoogbouw. Het Hoogbouwbeleid 2000 &#8211; 2010 van de gemeente geeft geen hoogtebepalingen voor het gebied rondom het station. En met ruim 500.000 m<sup>2</sup> aan voornamelijk kantoren en woningen is het logisch dat men de hoogte in wil.  </p>
<p>In de goedgevulde zaal zaten voornamelijk beroepsmatig ge&iuml;nteresseerden maar ook raadsleden, ambtenaren en ondernemers en bewoners uit omringende wijken. Deze laatste groep hield zich niet lang stil en gijzelde de discussie, die een vakinhoudelijk debat had moeten worden. De &#8211; overigens onsamenhangende &#8211; presentatie van stedenbouwkundige Rients Dijkstra van bureau <a href="http://www.maxwan.com" target="_blank">Maxwan</a> ontlokte hen het nodige cynische commentaar. Vooral de hoogbouw is natuurlijk een voorspelbaar pijnpunt; in de winter komen de achterliggende woningen mogelijk de gehele dag in de schaduw te staan. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071220_provenierswijk.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br /><sub><em>De achterliggende Provenierswijk: bij uitstek een wijk voor midden- en hogere inkomensgroepen (Foto: Esther Juurlink)<br /></em></sub></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het waren echter niet alleen de bewoners die zich roerden. Ook de twee uitgenodigde criticasters spaarden het plan niet. Met name de kritiek van Hans de Jonge, hoogleraar vastgoed van de TU Delft, sneed hout. Het Stationskwartier is een perfecte plek om te zorgen voor de broodnodige verbreding van de economische basis van Rotterdam, aldus de hoogleraar, maar dan moet er nog wel wat gebeuren. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>De reikwijdte van het plan vindt hij terecht veel te kleinschalig &#8211; &quot;Schiphol komt op twintig minuten te liggen, wat doe je met dat gegeven?&quot;. En: &quot;Hoogopgeleiden verlaten Rotterdam terwijl je deze mensen juist hier wil houden. Deze plek leent zich voor internationale, kennisintensieve instellingen en die kansen moet je pakken.&quot; Ook probeerde de hoogleraar de hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de 24-uurs economie te temperen. &quot;Mensen slapen nu eenmaal. In de nacht is veiligheid op straat een belangrijk aandachtspunt.&quot; </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Een architecte uit de zaal vatte de kritiek samen: &quot;Het doel is levendigheid, vervolgens worden enorm veel vierkante meters gepland, &#8216;met allerlei functies&#8217;. Maar wat komt er in die gebouwen en wat gebeurt er dan in het gebied? Wat is de kwaliteit van je plan? Blijft die levendigheid beperkt tot een paar stromen mensen in en uit het station per dag? Voor levendigheid is toch meer nodig dan hoogbouw?&quot; Een andere kritische vraag betrof de bestaande kleinschalige ontwikkelingen nabij het station. Worden die ook meegenomen in de plannen of gaan de jonge creatieve bedrijven ten onder aan het grootschalige geweld, zoals zo vaak? </p>
<p>&nbsp;</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071220_tmf.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><sub><em>&#8216;Creatieve&#8217; initiatieven in de directe omgeving van het station (Foto: Esther Juurlink) </em></sub></p>
<p><strong>Hopen, dromen, zoeken</strong><br />De invulling van de begane grond met winkeltjes, horeca en galeries, de architectuur van de nieuwbouw, de mooi ingerichte omgeving en de algehele kwaliteit van het plan; veel zal aankomen op de inzet en sturing van de gemeente. En de gemeente wil wel, maar heeft in feite weinig zeggenschap. Private partijen waren haar immers een stap voor. Hoewel de gemeente dergelijke investeringen niet per definitie afwijst, wil zij uiteraard een grote vinger in de pap houden bij de ontwikkeling. De vraag is of dat zal lukken. Astrid Sanson zei daarover: &quot;Je ziet het vaker, dat private partijen initiatief tonen en de gemeente een stap voor zijn. Dit kan, maar als gemeente wil je dan wel aan tafel. Worden afwegingen zorgvuldig gemaakt? Past het in een groter ruimtelijk kader? Daar moeten wij op letten.&quot; Tegelijkertijd hoorde je Sanson tijdens de avond vooral praten in termen van &lsquo;Het zou mooi zijn&rsquo;, &lsquo;Dat zou leuk zijn&rsquo;, en: &lsquo;Het is een zoektocht&rsquo;. Is dat de juiste invulling van de rol van de gemeente, hopen, dromen, zoeken? </p>
<p>Het is trouwens opvallend dat de betrokken private partijen vooralsnog buiten schot blijven. Zij gaan het plan realiseren, maar hielden zich akelig stil. Wat is hun inzet en betrokkenheid bij de stad eigenlijk? Het zou hen sieren als zij zich meer in het debat zouden mengen. </p>
<p>Dat er kansen liggen in dit centrale gebied voor Rotterdam, belangrijke kansen waarbij veel op het spel staat, is duidelijk. Maar een plan dat voorbij gaat aan bestaande ontwikkelingen, dat gefixeerd is op levendigheid door hoogbouw, waar de gemeente te weinig in de melk te brokkelen heeft, met een veel te kleine en te korte scope, en dat ten slotte ook nog eens waardeloos gepresenteerd wordt; een dergelijk plan zal die kansen laten liggen. Daar helpt geen lieve bewoner aan.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071220_lebkov.jpg" alt="artikel afbeelding" /> </p>
<p><em><sub>Koffiezaak Lebkov anticipeert op de verwachte drukte op een strategische locatie. De vorige koffiezaak op deze hoek van het Groot Handels Gebouw is ermee gestopt, ondanks de dagelijkse stroom passanten van en naar de fietsenstalling (Foto: Esther Juurlink)</sub></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sub>Download <a href="http://www.rotterdam.nl/Rotterdam/Internet/Collegesites/Wethouder%20Hamit%20Karakus/GebiedsvisieStationskwartier.pdf" target="_blank">hier</a> de Gebiedsvisie Stationskwartier (PDF)</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/plan-rotterdams-stationskwartier-overtuigt-nog-niet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Overvecht, gevangen tussen droom en dadendrang</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/overvecht-gevangen-tussen-droom-en-dadendrang/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/overvecht-gevangen-tussen-droom-en-dadendrang/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 14 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Opinie]]></category>
		<category><![CDATA[Overvecht]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/overvecht-gevangen-tussen.jpg" /> Overvecht moet een &#8220;Prachtwijk&#8221; worden. Om dit te bereiken kraakt een keur aan ambtenaren en adviseurs de hersenen tijdens de zoektocht naar een nieuwe richting voor Overvecht. De dadendrang is]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Overvecht moet een &#8220;Prachtwijk&#8221; worden. Om dit te bereiken kraakt een keur aan ambtenaren en adviseurs de hersenen tijdens de zoektocht naar een nieuwe richting voor Overvecht. De dadendrang is groot. Tientallen projecten zijn al voorbij gekomen. De één met meer succes dan de ander. Professionals, politici en stuurlui aan wal hebben allemaal een mening over hoe het moet. Er moet vooral veel veranderen. Flinke delen van de wijk zouden tegen de vlakte moeten.</p>
<p>Maar moet het wel helemaal anders? Is er niets aan Overvecht, dat al prachtig is? Ik vraag me vaak af waarom de slopershamer zo grof om zich heen zou moeten slaan. Moeten we het oude gedachtegoed afbreken en een nieuwe maakbare samenleving bouwen? Is alles wat we ooit bedachten dan zo slecht? Het belangrijkste probleem is dat men niet meer gelooft in Overvecht. Maar als je droom niet is uitgekomen, is de wijk nog niet mislukt. De wijk en de droom poets je niet op met een stortvloed aan projecten. Hoe goed de bedoelingen achter deze plannen ook zijn.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071214_foto-3-Overkapel2_a.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sub>Het straatbeeld wordt bepaald door een bonte verzameling van moeders en kinderen in alle kleuren van de regenboog. Daar tussendoor crossen jongeren op scooters en ouderen achter een rollator. (Foto: Wouter Jan Strietman)</sub></em></p>
<p>Ik geloof in de kracht van veel mensen die bij mij in de buurt wonen en graag bijdragen aan verbetering van de wijk. Die geloven in hun wijk. Zonder dat daarvoor de hele wijk overhoop moet. Misschien als meer mensen zouden zien wat ik zie, er meer mensen gaan geloven dat het niet alleen kommer en kwel is in Overvecht. Ik woon in één van de flats van 10-hoog die karakteristiek zijn voor de wijk. Ik woon daar niet helemaal toevallig. Ik ben er terecht gekomen via het project Lokaal Maatwerk. Dit is een experiment waarbij bijzondere regels gelden bij de toewijzing van sociale huurwoningen . Woningen die in enkele buurten binnen Overvecht vrijkomen, worden met voorrang toegewezen aan de meer kansrijke huishoudens. Doel is om de verdere concentratie van kansarme groepen in bepaalde delen van de wijk  te voorkomen en de leefbaarheid te verbeteren.</p>
<p>Zo weet ik dat ik tot de kansrijke huishoudens behoor. En ben ik terechtgekomen in een huis van waaruit zich een nieuwe wereld heeft geopend. Een wereld vol kleur, vol hartelijkheid en ook, vol valkuilen. Ik leer iedere dag van het leven in een wijk als Overvecht. Ik kijk vaak om me heen. Ik zie verloedering. Ik zie de jongens die op straat hangen, wachtend op een toekomst die ze weinig zal bieden. Ik voel de spanning die veroorzaakt wordt door de opeenhoping van sociale problemen. Ik zie mensen die zich afsluiten van de wereld om zich heen. Ik zie leefwerelden botsen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071214_foto-5-Overvecht-01-(C)-200.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sub>Achter de voordeur kampt de wijk met relatief veel werkloosheid, armoede, en gezondheidsproblemen maar ook criminaliteit en veel gezinnen zijn afhankelijk van de bijstand en andere sociale uitkeringen. (Foto: </sub></em><em>Wouter Jan Strietman</em><em><sub>) </sub></em></p>
<p>Maar ik zie ook veel prachtige dingen. De wijk bruist van de initiatieven. Voor een goede verstaander zijn er genoeg positieve geluiden te horen. Je kunt er, relatief dicht bij de stad, goedkoop wonen en tegelijkertijd genieten van allerlei culturen om je heen. Ook al is het de laatste jaren ‘not done’ om het streven naar een multiculturele samenleving als iets positiefs te zien. Ik ervaar het als inwoner van Overvecht echter wel positief. Wat een warmte en gezelligheid. De rijkdom van het leven met veel culturen. Overvecht is bovendien een groene wijk, en als je wilt ben je zo in het prachtige buitengebied.</p>
<p>Ondertussen staan alle partijen in de startblokken, klaar voor een nieuwe start in Overvecht. Overvecht is zeker geen doodlopende weg en verdient het om te mogen dromen van een mooie toekomst. De vraag blijft hoe een nieuwe droom is vorm te geven. Of die ooit is waar te maken. En of die nieuwe droom wel nodig is.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><sub>Alle foto&#8217;s bij dit artikel door Wouter Jan Strietman </sub></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/overvecht-gevangen-tussen-droom-en-dadendrang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>RUIMTEVOLK in het nieuws</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-in-het-nieuws/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-in-het-nieuws/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>
		<category><![CDATA[Website]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[Het Nirov wilde meer weten van RUIMTEVOLK en legde initiatiefnemers Esther Juurlink en Sjors de Vries een aantal kritische vragen voor. Het onderstaande interview is gepubliceerd op de website van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Nirov wilde meer weten van RUIMTEVOLK en legde initiatiefnemers Esther Juurlink en Sjors de Vries een aantal kritische vragen voor. Het onderstaande interview is gepubliceerd op de <a href="http://www.nirov.nl/nieuws/1288">website van het Nirov</a>. </strong></p>
<p><em><strong>NIEUW RO-WEBMAGAZINE WIL INHOUDELIJK DEBAT STIMULEREN</strong></em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>“Ruimtelijk ordening lijkt vooral een kwestie van risicomanagement, de inhoud nemen we op de koop toe”, meent Sjors de Vries. Tijd voor een nieuw initiatief vonden Sjors de Vries en Esther Juurlink. Zij zijn de initiatiefnemers van stichting RUIMTEVOLK en de hoofdredacteuren van het webmagazine RUIMTEVOLK.nl. Nirov.nl interviewde deze twee jonge gedreven RO-ers.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em><strong>Waarom hebben jullie RUIMTEVOLK opgericht?</strong><br />
Juurlink: “Wij merkten om ons heen dat vakgenoten zich zorgen maken om het feit dat de ruimtelijke ordening blijkbaar steeds minder in staat is om ruimtelijke kwaliteit in Nederland te waarborgen. Die machteloosheid heeft de vakwereld min of meer verlamd. Tegelijkertijd is er een groeiende behoefte aan nieuwe, inhoudelijke discussies. Aan nieuwe, prikkelende ideeën, aan visies, aan inhoud. We vonden dat we iets moesten doen, dat we de handschoen op moesten pakken.”</em></p>
<p><em>De Vries vult aan:“Bestaande netwerken doen natuurlijk al jaren hun best, maar blijkbaar is dit nog niet voldoende. Soms is er gewoon behoefte aan iets nieuws, iets fris. Iets wat niet gekoppeld is aan bestaande structuren. Daarin onderscheidt RUIMTEVOLK zich. Daarnaast is RUIMTEVOLK niet het exclusieve domein van planologen en stedenbouwkundigen, maar toegankelijk voor iedereen. Andere disciplines kunnen een zeer waardevolle bijdrage leveren aan de discussie over ruimtelijke kwaliteit. Binnen RUIMTEVOLK zijn mensen met een uiteenlopende achtergrond actief.”</p>
<p>“Dankzij de onafhankelijke positie heeft Ruimtevolk de vrijheid om het op onze manier aan te pakken en om samenwerking te zoeken met verschillende partijen”, licht de Vries verder toe. “Tegelijkertijd is onafhankelijkheid belangrijk vanwege onze ambitie om het beste uit bestaande netwerken te verknopen, op elkaar in te laten werken en eventueel te laten botsen.”</p>
<p>“Overigens, RUIMTEVOLK is weliswaar een initiatief van jonge RO-ers, maar zeker niet per definitie bestemd voor jonge RO-ers”, benadrukt Juurlink. “Integendeel, wij willen een spreekbuis of netwerk zijn van alle ruimtelijke ordenaars. Je zou kunnen zeggen dat RUIMTEVOLK de energie en het idealisme van de jonge generatie inzet als brandstof in de discussie.”<br />
<strong><br />
RUIMTEVOLK.nl maakt zich dus zorgen over de manier waarop de ruimtelijke ordening in Nederland vandaag de dag wordt bedreven en de wijze waarop de discussie over ruimtelijke kwaliteit wordt gevoerd en gefaciliteerd. Kunnen jullie met praktijkvoorbeelden beschrijven wat er mis gaat? En hoe het anders en beter zou kunnen?</strong><br />
“De Ruimtelijke Ordening is sinds de jaren ’80 stukje bij beetje de inhoudelijke visie kwijtgeraakt. Draagvlak en consensus zijn vandaag de dag de sleutelbegrippen. Het gevolg is dat we in dat polderspel de grip op ruimtelijke kwaliteit zijn verloren. Zo hebben we onszelf prachtige landschappen en unieke identiteiten ontnomen. Stads- en dorpuitbreidingen zijn niet van elkaar te onderscheiden en monofunctionaliteit is wat de klok slaat”, antwoordt de Vries.</p>
<p>Aan de andere kant laten we volgens de Vries prachtige kansen liggen omdat we er maar niet uit komen met elkaar. &#8220;Neem het simpele feit dat we in zo’n klein land met hoge dichtheden niet in staat zijn een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk aan te leggen, maar er wel decennia lang over kunnen praten. De juridische aspecten van de ruimtelijke ordening boezemen bestuurders en beleidsmakers zo veel angst in, dat de aandacht vooral uitgaat naar het voorkomen van bezwaren en dus naar het proces.”</p>
<p>“Ruimtelijk ordening lijkt vooral een kwestie van risicomanagement, de inhoud nemen we op de koop toe. Aan de andere kant geven we in deze tijd van inhoudelijke schaarste losse flodders ruim baan&#8221;, vervolgt de Vries. &#8220;Neem recentelijk het landwinningsidee van Atsma. Onze redacteur Marius Heijn schrijft daarover terecht op RUIMTEVOLK.nl dat hij verbijsterd is over deze ‘spielerei van vakbroeders’. We vragen ons niet eens waarom we zo’n tulpeiland eigenlijk willen. En waarom wezen we een windmolenpark in zee dan eigenlijk af?”</p>
<p>“Nederlanders vinden dat het land is verrommeld en daar is de ruimtelijke ordening verantwoordelijk voor. Het gevoel dat de planologie de inhoud is kwijtgeraakt leeft dan ook breed onder vakgenoten. Ook jullie eigen vakblad S&amp;RO trok in november 2006 een vergelijkbare conclusie. Zelfs de markt smeekt nu om visie van de overheden.”</p>
<p></em></p>
<p><em><strong>De afgelopen twee jaar is er een hausse aan nieuwe initiatieven van jonge RO-ers (o.a. Rio Nuevo!, Kei Yurp&#8217;s, BNSP Netwerk Jong Professional) en een aantal nieuwe websites (Ruimteforum, ruimtelijkeontwikkeling.nu, nederlandbovenwater.nl). Wat misten jullie in de bestaande netwerken, websites en magazines?</strong><br />
&#8220;Wat wij vooral misten is een aantrekkelijk, inspirerend en eenvoudig te raadplegen en discipline overstijgend &#8216;tijdschrift&#8217; over de ruimtelijke ordening. Een tijdschrift dat je leest op vrijdagavond en waar je nieuwe energie en ideeën van krijgt. Waar je interessante voorbeelden kunt vinden en inspiratie op doet voor je dagelijkse werk. Waar je door geprikkeld wordt, waarin je dingen leest waar je het misschien helemaal niet mee eens bent en dat je je daardoor dan aangesproken voelt om ook in de pen te klimmen”, legt Juurlink uit.</em></p>
<p><em><strong>Waarom een magazine op internet?</strong><br />
De keuze voor een webmagazine is volgens Juurlink gebaseerd op de vele dynamische mogelijkheden die internet biedt, op de voordelen van internet boven drukwerk. “Zoals: de mogelijkheid om andere actuele en relevante bronnen te ontsluiten en gelijktijdig aan te bieden; om informatie dynamisch te bundelen in dossiers door middel van &#8216;tags&#8217;. Natuurlijk kun je met een Internetmagazine ook gebruik maken van bewegende beelden en geluid en kun je snel inspelen op de actualiteit. Bovenal is het magazine toegankelijk voor iedereen!”</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em><strong>Ruimtevolk wil het inhoudelijk debat over de ruimtelijke kwaliteit stimuleren met toegankelijke, aantrekkelijk gepresenteerde informatie. Hoe doen jullie dat?</strong><br />
Juurlink: “Onze aanpak begint met goede, toegankelijke en aantrekkelijk gepresenteerde, informatie. Dat is de basis. Deze &#8216;informatie&#8217; komt in de vorm van artikelen, fotoreportages, films of geluiden, interviews, mijmeringen en columns. Neem het interview met Duivesteijn, het eerste interview van RUIMTEVOLK. Hierin doet Duivesteijn een paar prikkelende, inspirerende uitspraken die het debat weer aanknopingspunten geven voor een vervolg. Deze man heeft visie op dit onderwerp en durft het aan in Almere. Dat vinden wij interessant: hij heeft een inhoudelijke visie heeft en doet daar ook iets mee. Het inspireert ons ook. We moeten het toch hebben van dit soort mensen in de ruimtelijke ordening.”</em></p>
<p><em> </em></p>
<p><em>De Vries sluit af: “Wij proberen de verschillende verhalen op diverse manieren aan elkaar te verbinden op RUIMTEVOLK.nl. Achter de schermen van deze gevarieerde homepage bouwen we dossiers op rondom bepaalde vraagstukken. Met behulp van de &#8216;tags&#8217; (kernbegrippen) kunnen bezoekers struinen op de website binnen en tussen bepaalde thema’s. Daarnaast is het voor iedereen mogelijk een reactie op de artikelen te geven of, liever nog, zelf met een bijdrage te komen. Ook gaan we een aantal malen per jaar bijeenkomsten organiseren. Daarover hoort iedereen binnenkort nog veel meer.”</em></p>
<p><em>Door M.P. van Ravesteyn</em></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Bron: Nirov </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ruimtevolk-in-het-nieuws/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>“Maakt u zich over het Noorden geen zorgen”</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/maakt-u-zich-over-het-noorden-geen-zorgen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/maakt-u-zich-over-het-noorden-geen-zorgen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Dag van de ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Nirov]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/maakt-u-zich-over.jpg" /> Het Nirov organiseerde op 29 november voor de derde maal de Dag van de Ruimte. Dit jaar was het thema “De Slimme Stad”. Het thema sprak de vakwereld blijkbaar aan,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Nirov organiseerde op 29 november voor de derde maal de Dag van de Ruimte. Dit jaar was het thema “De Slimme Stad”. Het thema sprak de vakwereld blijkbaar aan, want de bijeenkomst in Felix Meritis was nagenoeg ‘uitverkocht’. Gastheer en Nirov-directeur Fred Schoorl nam de aanwezigen mee in een zoektocht naar slimme strategieën voor de ontwikkeling van de stad. </strong></p>
<p><strong>City marketing</strong><br />
Alhoewel de bijeenkomst uiteindelijk wel een <a href="http://www.nirov.nl/dagvanderuimte/1287" target="_blank">top tien kenmerken </a>van een slimme stad heeft opgeleverd, kwam een antwoord op wat een stad tot een slimme stad maakt tijdens de bijeenkomst niet eenduidig naar voren. Wel werden de aanwezigen getrakteerd op sprekers uit verschillende steden die allen een andere aanpak voor het voetlicht brachten.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071214_DSC_0028_a.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Wallage over de uitstraling en impact van het Groninger museum (foto: Nirov)</sub></em></p>
<p>Burgemeester van Groningen Jacques Wallage maakte zonder twijfel de meeste indruk met zijn verhaal over de ontwikkelingsstrategie en aanpak van Groningen. Dat bleek ook uit het feit dat Groningen aan het einde van de dag door het publiek tot slimste stad werd verkozen, terwijl na stemming aan het begin van de dag Rotterdam nog als beste uit de bus kwam.</p>
<p>Het was ook <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacques_Wallage" target="_blank">Wallage</a> die als een van de weinige sprekers stelling nam en inhoudelijk prikkelde. De Groningse visie op de ruimtelijke ordening was daarnaast voor iedereen goed te volgen. “Als overheid zetten wij de lijnen uit en dagen we vervolgens de markt uit om de ambities met ons te verwezenlijken”. Wallage was als enige bestuurder op het toneel zeer kritisch over het gebrek aan visie in Den Haag en noemde de recentelijke ideeen voor een <a href="../opinion.php?id=202" target="_blank">nieuwe eiland voor de kust</a> daar een symbolisch voorbeeld van. En over de Zuiderzeelijn: “Maakt u zich over het Noorden geen zorgen, wij redden ons wel.” En: “Amsterdam heeft zonder de Zuiderzeelijn slechts een hogesnelheidskopstation aan doodlopend spoor.”</p>
<p><strong>Internet</strong><br />
Ook prikkelend, maar minder helder en soms zelfs nauwelijks te volgen was het antwoord uit Amsterdam. Het dromerige verhaal &#8216;<a href="http://www.dro.amsterdam.nl/smartsite.dws?id=8706" target="_blank">Bestemming AMS</a>&#8216; van Zef Hemel (adjunct-directeur Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam) was inhoudelijk gewaagd maar miste uiteindelijk diepgang en uitwerking. Zijn visie op hoe Amsterdam &#8220;een aantrekkelijk bestemming kan worden&#8221; was gebaseerd op twee pijlers, namelijk &#8216;Schiphol&#8217; en de aanwezigheid van &#8216;’s werelds grootste internetknooppunt&#8217; (&#8220;hoewel die eigenlijk in Diemen ligt&#8221;). Ondanks deze veelbelovende de aftrap, bleek Hemel&#8217;s verhaal uiteindelijk toch weinig inspirerend en mager onderbouwd.</p>
<p>Hemel bewees maar weer eens dat het ongrijpbare medium internet weliswaar kansen biedt voor een stad (economie, beeldvorming, infrastructuur), maar ook minstens even zoveel valkuilen wanneer de werking ervan niet wordt begrepen. In zijn presentatie worstelde Hemel met het fenomeen en vergat hij uiteindelijk de pijler te analyseren en ruimtelijk uit te werken. Dat kwam hem na afloop meteen op kritische vragen uit de zaal te staan. Zijn antwoord legde wederom de zwakke analyse bloot. Want verder dan de constatering dat investering in het glasvezelnetwerk zware websites als ‘Fabchannel’ (concert site van poppodium Paradiso) goed bereikbaar heeft gemaakt voor de rest van de wereld kwam Hemel niet. Een verhaal over een eigen Sillicon Valley had echter beter in zijn verhaal en bij de Amsterdamse ambities gepast.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071214_bestemmingams.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em><sub>Kaart met ruimtelijke mogelijkheden van Amsterdam (Bron: DRO gemeente Amsterdam) </sub></em></p>
<p>Buitengewoon vreemd was overigens het feit dat Hemel zei niet te geloven in concurrentie tussen en de vergelijkbaarheid van steden en regio’s (hij bleek overigens de enige met deze opvatting) terwijl hij Amsterdam wel in de “top 5” van Europa wilde positioneren. En dat nog wel door unieke kwaliteiten uit andere steden te kopieren. Zou Hemel werkelijk werk willen maken van een Central Park in Amsterdam? Het was ongetwijfeld het thuisvoordeel dat ervoor zorgde dat Amsterdam aan het eind van de dag uiteindelijk maar een plek zakte (van de 2e naar de 3e) in de slimste stad competitie.</p>
<p><strong>Grote woorden</strong><br />
De wijze woorden van architect Rients Dijkstra van Maxwan Architecten, momenteel druk met de selectie voor het prestigieuze Olympic Legacy Masterplan London 2012, legden uiteindelijk de zwakke plek van de huidige discussie binnen de ruimtelijke ordening bloot. “Als het gaat om het maken van ruimtelijke visies lijkt men het vaak met elkaar eens omdat er grote woorden worden gebruikt. Die woorden zijn zoveel omvattend daar niemand het echt lijkt te snappen of het daar mee oneens kan zijn.” Ook UvA hoogleraar Dany Jacobs verbaast zich over de vrijblijvendheid van de vakwereld. “Laten we eens beginnen te begrijpen wat we om ons heen zien, wat de bestaande opgaven nou werkelijk zijn. Stop met dromen, kom achter je bureau vandaan en kijk eerst eens wat er in de stad gebeurt.”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/maakt-u-zich-over-het-noorden-geen-zorgen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nederlandse stad helft minder creatief dan Amerikaanse</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-stad-helft-minder-creatief-dan-amerikaanse/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-stad-helft-minder-creatief-dan-amerikaanse/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Richard Florida]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>
		<category><![CDATA[Verenigde Staten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/nederlandse-stad-helft.jpg" /> Franc Faaij werkt bij de afdeling stadspromotie van de gemeente Utrecht. Zijn stad zou de creatiefste stad van Nederland zijn. Faaij heeft, gebaseerd op zijn afstudeeronderzoek Economische Geografie aan de]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Franc Faaij werkt bij de afdeling stadspromotie van de gemeente Utrecht. Zijn stad zou de creatiefste stad van Nederland zijn. Faaij heeft, gebaseerd op zijn afstudeeronderzoek Economische Geografie aan de Universiteit Utrecht, een ander beeld over de bijdrage van de creatieve klasse stad dan Richard Florida. RUIMTEVOLK redacteur Jeroen Niemans sprak met hem.</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Wat is het nu ook weer wat de creatieve klasse zo aantrekt in de stad volgens Florida?<br />
</strong>&#8220;Volgens <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Richard_Florida" target="_blank">Florida</a> vestigen ‘creatievelingen’ zich in een stad omdat het een prettige plek is om te leven, wonen en werken. Karakteristieken van de plaats &#8211; met name de tolerantie naar anderen of andersdenkenden &#8211; bepalen wat voor een mensen er komen werken en wonen. Drie vragen zijn hierbij van belang: What’s there? (bebouwde- en natuurlijke omgeving), Who’s there? (verschillende bevolkingsgroepen, interactie, creativiteit) en What’s going on? (levendigheid van het straatleven).&#8221;<strong><br />
</strong><br />
&#8220;Bij de keuzes die deze ‘creatievelingen’ maken is lifestyle belangrijker dan werk. Werk en vrije tijd zijn voor hen niet langer gescheiden, maar lopen in elkaar over. Mensen gedragen zich hierdoor eigenlijk steeds meer als toerist in eigen stad en een divers nachtleven is bijvoorbeeld een zeer belangrijke factor. Ook diversiteit speelt een belangrijke rol om te kiezen voor een bepaalde stad. Bij diversiteit gaat het hierbij om dingen als openheid en tolerantie van de bevolking tegenover etniciteit en seksuele oriëntatie. Diversiteit zorgt voor ‘opwinding’ en ‘energie’ en zijn volgens Florida bepalend voor de keuze. Een andere belangrijke factor is of een stad authentiek is. Met andere woorden, een stad moet unieke kwaliteiten hebben die onderscheidend zijn ten opzichte van andere steden. Een stad moet naast historische gebouwen beschikken over organische en historisch gegroeide stadswijken en een groot cultureel aanbod hebben die een unieke en originele ervaring bieden. Hierbij haakt Florida aan bij de stadssociologe en activiste <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jane_Jacobs" target="_blank">Jane Jacobs</a> die vooral bekend geworden door haar pleidooien voor gemengde buurten en door acties tegen de aanleg van snelwegen door woonbuurten&#8221; (zie ook: <a href="www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=2430" target="_blank">KEI</a>)<strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Waarom kunnen we volgens jou deze theorie niet een-op-een toepassen op de Nederlandse steden?<br />
</strong>&#8220;Belangrijk om op te merken is dat deze analyse is gebaseerd op de Amerikaanse situatie. Florida baseert zijn onderzoek vooral op stedelijke werkgelegenheidcijfers. In de Amerikaanse situatie werkt de creatieve klasse waar zij woont. Dit is op grond van schaalniveau goed te verklaren. Amerikaanse agglomeraties zijn van een dusdanig grote schaal en steden liggen op een dusdanig grote afstand van elkaar, dat men in de Verenigde Staten al snel in de stad werkt waar zij woont. In de Nederlandse situatie is dit echter anders. Agglomeraties zijn veel minder groot en de afstanden tussen steden zijn dermate klein, dat arbeidspendel tussen verschillende steden vaak voorkomt, ook binnen de creatieve klasse.. Hierdoor kun je de definities van Florida moeilijk toepassen op de Nederlandse situatie. De creatieve klasse valt in Nederland eigenlijk uiteen in drie groepen: 1) de creatieve klasse die in de stad woont en werkt; 2) de creatieve klasse die in de stad woont, maar elders werkt en 3) de creatieve klasse die alleen in de stad werkt, maar elders woont.&#8221;<strong><br />
</strong></p>
<p class="MsoNormal"><span><br />
<img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071209_TWEETAKT2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sub>Impakt festival op de Neude in Utrecht (Foto: Willem Mes)</sub></em></span></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><strong>Welke van deze drie groepen kunnen we beschouwen als de ‘ echte’ creatieve klasse?</strong></p>
<p>&#8220;Uit onderzoek dat ik heb verricht afgelopen jaar heb verricht in het kader van mijn studie economische geografie blijkt dat voor de Nederlandse situatie geldt dat de in een stad woonachtige èn werkzame creatieve klasse het beste aansluit bij de creatieve klasse zoals omschreven door Richard Florida. De andere groepen blijken nauwelijks of niet met het verhaal van Florida overeen te komen en dragen amper bij aan het verbeteren van ‘de creatieve stad’. Een Nederlandse creatieve stad blijkt dus een stuk minder creatief te zijn, dan tot nu toe door velen is aangenomen. Het scheelt bijna de helft. Kenmerkende eigenschappen voor deze werkelijke creatieve klasse zijn, dat deze groep bestaat uit hoogopgeleide tweeverdieners, met een gemiddeld tot hoog inkomen. Zij hechten veel waarde aan een goede sfeer in de stad en een goed cultureel aanbod. Kortom Dinkies (Double Income No Kids) of Yuppies (Young Urban Professionals) zoals deze groepen in de jaren tachtig werden genoemd.&#8221;</p>
<p><strong>Oude wijn in nieuwe zakken dus…</strong><br />
&#8220;Dit blijkt toch net iets anders te liggen. Waar dinkies of yuppies zoals deze eind vorige week opdoken zich kenmerkten door een hoge mate van intolerantie, kenmerkt deze groep zich door een hoge mate van tolerantie. Deze eigenschap sterkt het verhaal van Florida. De groep wonend en werkend in een stad, in tegenstelling tot de groepen alleen werkzaam in de stad of alleen woonachtig in de stad, hechten aan alle vormen van tolerantie zeer veel belang. Deze vormen van tolerantie variëren van openheid naar nieuwkomers tot openheid naar cultuur of integratie van de lokale bevolking.&#8221;</p>
<p><strong>Maar hoe groot is de economische bijdrage van de creatieve klasse aan de stad nu werkelijk?</strong><br />
&#8220;De bijdrage van de creatieve klasse aan de economische groei van de stad is moeilijk te bepalen en waarschijnlijk beperkt. Ondanks dat de bijdragen van de creatieve klasse moeilijk te bepalen is, wil Utrecht deze klasse graag voor de stad behouden. Steden fungeren in de arbeids- en wooncarrière van inwoners als een roltrap: Als men jong is en nog onderaan de maatschappelijke ladder staat, stapt men onderaan de roltrap in en woont men in goedkopere woningen in de stad. Naar mate men ouder wordt, gaat men meer verdienen, luxer wonen en stapt men uiteindelijk van de stedelijke roltrap af, om in randgemeenten te gaan wonen. Maar het huisvestingspatroon van de creatieve klasse wijkt hier vanaf: Een deel van hen blijft in de stad blijven wonen. Bij deze groep is sprake van een verlenging van de roltrap. En van de kenmerken van de groep die van de roltrap afstapt en verhuisd blijft de stad in het gebruik van voorzieningen een centrale rol spelen. Dit is voor de economie van de stad Utrecht natuurlijk erg aantrekkelijk.&#8221;<br />
<strong><br />
Utrecht wil dus graag de creatieve klasse voor de stad behouden…</strong><br />
&#8220;De hype is over, de mythe is voorbij maar voor de promotie van de stad is het natuurlijk een prachtige marketingtool. Daarnaast draagt de èchte creatieve klasse op een zeer goede manier bij aan de stad. Zij zijn hoogopgeleid, verdienen goed en hechten veel belang aan diversiteit en tolerantie, in de breedste zin van het woord. Als ze ouder worden verhuizen ze naar de randgemeenten, waar zij deze voorkeur voor tolerantie houden, waarna in de stad hun plek weer door jongeren wordt overgenomen. Reden om deze groep beter te benutten en voorop te laten lopen in het maatschappelijke debat over integratie en diversiteit. Zodat de mythe van een creatieve, tolerante en diverse stad uiteindelijk toch waar blijkt te zijn.&#8221;</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">&#8212;</p>
<p class="MsoNormal"><span><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></span></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><sub>Foto boven artikel: voormalig kantoor Sociale Zaken van de gemeente Utrecht dat nu wordt gebruikt als &#8216;broedplaats&#8217; (foto: Willem Mes)</sub></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><sub><span><!--[if !supportEmptyParas]--><a href="http://creativeclass.com/richard_florida/books/the_rise_of_the_creative_class/" target="_blank">Richard Florida &#8211; The Rise of the Creative Class</a></span></sub></p>
<p class="MsoNormal"><sub><a href="http://creativeclass.com/richard_florida/books/the_flight_of_the_creative_class/" target="_blank">Richard Florida &#8211; The Flight of the Creative Class</a></sub></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><span>Franc Faaij: f.faaij@utrecht.nl</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-stad-helft-minder-creatief-dan-amerikaanse/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Liedjes over polderen en luchtkwaliteit</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/liedjes-over-polderen-en-luchtkwaliteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/liedjes-over-polderen-en-luchtkwaliteit/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 09 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/liedjes-over-polderen.jpg" /> Alan Lauris (33) is planoloog en componist, twee passies die hij beide in zijn muziek verenigt. Ruimtelijke ordening is dan ook een centraal thema in veel van zijn nummers. Lauris]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Alan Lauris (33) is planoloog en componist, twee passies die hij beide in zijn muziek verenigt. Ruimtelijke ordening is dan ook een centraal thema in veel van zijn nummers. Lauris maakte een opvallende clip bij zijn nummer &#8216;Not too big&#8217;. De clip werd vorige week vertoond op het jaarlijkse door het Nirov georganiseerde congres <a href="http://www.dagvanderuimte.nl" target="_blank">Dag van de Ruimte</a>. De reacties waren positief. RUIMTEVOLK was benieuwd naar <a href="http://www.alanlauris.com" target="_blank">Lauris</a> zijn drijfveren.</strong></p>
<p><strong>Een leuke clip heb je gemaakt. Hoe ben je op het idee gekomen?</strong></p>
<p>&#8220;Ik liep al een tijdje met het idee rond om mijn muzikale en RO-carriere eens te verenigen, en een keer muziek te maken met ruimtelijke ordening als onderwerp. Ik houd van mooie, stedelijke vormgeving en architectuur. De ambitie is er vaak wel, maar er zijn ook veel obstakels op de weg. Daar gaat &#8216;Not too big&#8217; over. Verder is het ook gewoon een leuk liedje met een leuk filmpje in een mooi vormgegeven cd-hoesje.&#8221;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/KsQJN5xAZt8" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/KsQJN5xAZt8"></embed></object></p>
<p><sub><em>Videoclip &#8216;Not too big&#8217; (door Alan Lauris en Maaike Nijholt)</em></sub></p>
<p><strong>Wat is je centrale boodschap in &#8216;Not too big&#8217;?</strong></p>
<p class="MsoNormal">&#8220;Het is eigenlijk een observatie van de cultuur in Nederland, waar veel mooie plannen en projecten die op een of andere manier het maaiveld ontstijgen, op negatieve reacties van de publieke opinie kunnen rekenen. Je hoeft maar iets van enige omvang te willen en het is meteen te groot, te hoog of te &#8216;megalomaan&#8217;. Ik zie overigens wel een positieve trend en dat bezing ik ook: een initiatief als de Belle van Zuylen toren in Utrecht bijvoorbeeld roept ook veel positieve reacties op. Volgens mij zou dat vijf jaar geleden anders geweest zijn. Je zou uit mijn observatie de boodschap kunnen halen van: leg de lat hoog , toon lef en maak vooral veel mooie dingen!&#8221;</p>
<p class="MsoNormal">
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071209_alanlauris1.jpg" alt="artikel afbeelding" /> <em><sub>Alan Lauris (Foto: Sebastiaan ter Burg)</sub></em></p>
<p><strong>Je zingt over gebrek aan ambitie, dat alles in Nederland op elkaar lijkt en je vraagt je tenslotte af of we met zijn allen niet &#8216;eens een keer wakker kunnen worden&#8217;. Praat je hier tegen de vakwereld van stedebouwkundigen en planologen of doel je meer op het democratische systeem (polderen)?</strong></p>
<p>&#8220;Ik doel op het systeem en de volksaard. Ik zing overigens niet over een gebrek aan ambitie; ik zie dat architecten, stedenbouwkundigen en planologen de ambitie wel tonen, maar veel plannen sneuvelen of komen uiterst moeizaam tot stand. Dit komt enerzijds door het poldermodel van compromissen sluiten, maar het komt ook door de cultuur van &#8216;doe maar gewoon&#8217; in Nederland. Er is een soort ingebakken weerstand tegen verandering in het algemeen. En we hebben het systeem zo ingericht dat het wel erg gemakkelijk is veranderingen tegen te houden. Een dreigende verslechtering van de luchtkwaliteit of het teloorgaan van een boom kan al genoeg zijn om een wijziging van het bestemmingsplan ook daadwerkelijk te dwarsbomen.&#8221;</p>
<p class="MsoNormal">
<p>&#8212;</p>
<p><sub>Alan biedt zijn single gratis aan (alleen verzendkosten worden in rekening gebracht) op zijn <a href="http://www.alanlauris.com" target="_blank">website</a>.</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/liedjes-over-polderen-en-luchtkwaliteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontwikkelaars: verbied bouwen in Groene Hart</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/verbied-bouwen-in-groene-hart/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/verbied-bouwen-in-groene-hart/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 06 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Groene Hart]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[Uit de Volkskrant van 6 december jongstleden: Projectontwikkelaars willen Nederland verfraaien. Op een boot proberen ze de minister voor hun ideeën te winnen. ‘Het klinkt gek uit de mond van]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Uit de <a href="http://www.volkskrant.nl/economie/article484467.ece/Projectontwikkelaar_vloekt_in_de_kerk">Volkskrant</a> van 6 december jongstleden:</em></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span>Projectontwikkelaars willen Nederland verfraaien. </span>Op een boot proberen ze de minister voor hun ideeën te winnen.</strong></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">‘Het klinkt gek uit de mond van een projectontwikkelaar, maar de overheid zou projectontwikkeling in het groene gebied moeten verbieden,’ zegt vastgoedman Huib Boissevain tegen Jacqueline Cramer.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">De minister van VROM, die over de inrichting van Nederland waakt, zit in het ruim van een boot, die haar over het Noordhollands Kanaal van Amsterdam naar Zaanstad vaart. Het boottochtje, waar een plan voor een fraaiere openbare ruimte wordt gepresenteerd, is een initiatief van de werkgroep ‘Laten we Nederland Mooier Maken.’</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">Doel van deze lobbyclub: het bewerken van de overheid en de onroerend goedsector om de verrommeling van Nederland tegen te gaan. Naast 14 mannen telt de werkgroep twee vrouwen: een dame van KPMG Meijburg en oud-staatssecretaris Medy van der Laan, die tegenwoordig werkt voor TCN Property Projects, een grote projectontwikkelaar.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">De boodschap van de projectontwikkelaars is simpel: de rijksoverheid moet de regie over de ruimtelijke ordening weer in handen nemen. Want, zeggen zij, gemeenten en provincies hebben letterlijk een rommeltje gemaakt van grote delen van het land.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">‘Het grote probleem is dat lokale overheden hun begroting vlot trekken door ruimhartig met de schaarse ruimte om te gaan,’ zegt Boissevain. ‘Er worden bedrijventerreinen aangelegd, niet omdat daar behoefte aan is, maar omdat die geld in het laatje brengen. Het is toch van de gekke dat overheden in Scandinavië, waar veel minder mensen wonen, stukken zuiniger zijn op hun landschap dan wij?’</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">De boottocht met de Minister is een vervolg op een eerdere rondvlucht boven de Randstad met kamerleden en bouwbons Elco Brinkman. De uitstapjes vormen het bewijs dat de vastgoedmannen, aangevoerd door ‘bezorgd publicist’ Yoeri Albrecht, hun netwerk en contacten met de overheid goed op orde hebben.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">Dat is cruciaal in de sector – weten de ontwikkelaars. Zonder instemming van gemeenten, provincies en het rijk gaat er geen spade in de grond. De ondernemers hopen daarom de gemengde gevoelens die bij overheden leven over de vastgoedsector weg te nemen.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">Dat is geen gemakkelijke opgave nu de sector zucht onder een mogelijke corruptieaffaire bij de vastgoedtak van het Philips Pensioenfonds, waarvan een aantal collega-ontwikkelaars (‘het komt nu wel heel dicht bij’ verzucht één van hen) geprofiteerd zou hebben.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal">‘We gaven onlangs, om een grote en succesvolle samenwerking met een gemeente te vieren een diner. Alles was geregeld, maar drie dagen van tevoren belden de ambtenaren af. Ze bleken niet op kosten van een marktpartij te mogen dineren,’ zegt Heino Vink van Multi Development. ‘Dat is een rare houding. We moeten er toch samen het beste van maken.’</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><!--[if !supportEmptyParas]--> <!--[endif]--></p>
<p class="MsoNormal"><span>Zo ziet Minister Cramer het ook. ‘We moeten niet cynisch worden,’ antwoordt ze op de vraag hoe groot ze de kans acht dat één van de ontwikkelaars met wie ze net is rondgevaren binnenkort de Fiod op bezoek krijgt. ‘Laten we het erop houden dat de bouwwereld een complexe en diverse sector is. Ik ben blij dat mensen vanuit de sector zich inzetten voor een mooier Nederland. De overheid kan daar echt niet in zijn eentje voor zorgen.’</span></p>
<p class="MsoNormal">
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/verbied-bouwen-in-groene-hart/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>IJburgers vinden anderen losers</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ijburgers-vinden-anderen-losers/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ijburgers-vinden-anderen-losers/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 06 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[IJburg]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuw-Vennep]]></category>
		<category><![CDATA[Osdorp]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/ijburgers-vinden-anderen.jpg" /> “Tegenwoordig mag je ervoor uitkomen dat je voor Vinex kiest. Let maar op: Vinex wordt cool.” Enthousiast loodsen UvA-onderzoeksters Tineke Lupi en Marlies de Stigter ons door De Aker, een]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>“Tegenwoordig mag je ervoor uitkomen dat je voor Vinex kiest. Let maar op: Vinex wordt cool.” Enthousiast loodsen UvA-onderzoeksters Tineke Lupi en Marlies de Stigter ons door De Aker, een van de drie Vinex-wijken die ze hebben onderzocht op buurtbinding. “Sociale cohesie is een soort heilige graal; iedereen zoekt ernaar, maar je kunt het niet afdwingen.” </strong></p>
<p>Stadssociologe Lupi en sociaal geografe De Stigter onderzochten drie nieuwbouwwijken in Amsterdam – <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/De_Aker" target="_blank">De Aker</a> (Osdorp), <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Getsewoud" target="_blank">Getsewoud</a> (Nieuw-Vennep) en het bekendere <a href="http://www.ijburg.nl/" target="_blank">IJburg</a> – op het voorkomen van buurtbinding, oftewel sociale cohesie. De publicatie die hieruit voortgekomen is, &#8216;<a href="http://www.aksant.nl/boeken/boek_657.asp" target="_blank">Leven in de Buurt. Territoriale binding op drie Vinex-locaties</a>&#8216;, is verschenen bij uitgeverij <a href="http://www.aksant.nl/" target="_blank">Aksant</a>.</p>
<p>Lupi en Stigter kozen voor hun onderzoek bewust voor nieuwe wijken. Er is immers al veel onderzoek gedaan in oude stadswijken. Bovendien waren ze erg benieuwd of het stereotiepe beeld klopt dat veelal in de media van Vinex-bewoners wordt geschetst. Zijn ze inderdaad de ongebonden, hypermobiele bewoners van de netwerkstad, die alleen maar thuis komen om te slapen?</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071124_getsewoud.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>Getsewoud (Bron: jlgrealestate.com)</sub></p>
<p>De vele interviews in de drie wijken zorgden voor een verrassing. “De bewoners van deze nieuwe wijken stoppen juist zeer veel energie in hun eigen woonomgeving en vinden het meestal erg leuk om over hun buurt te praten.” aldus de onderzoeksters.</p>
<p><strong>Go west</strong></p>
<p>Het is een gewone doordeweekse middag als we met Lupi en De Stigter hebben afgesproken om door De Aker te wandelen. Er lijkt een typische Vinex-rust te heersen, af ten toe komen we een paar spelende kinderen tegen en heel soms schiet er een auto voorbij. In deze Vinex-wijk komt ruim de helft van de bewoners uit Amsterdam, voornamelijk uit Amsterdam-West. De Stigter: “Veel bewoners zijn steeds verder westwaarts getrokken, sommigen komen zelfs oorspronkelijk uit De Jordaan. Dit zijn geboren en getogen Amsterdammers.”</p>
<p>Op IJburg ligt dit iets anders. Hier is één op de acht bewoners in Amsterdam geboren, en 50 procent is naar Amsterdam verhuisd zo rond het twintigste levensjaar. Een ander bijzonder gegeven van De Aker is dat maar liefst eenderde van de bewoners familie in de wijk heeft wonen, in Getsewoud is dat zelfs 35 procent.</p>
<p>“Dit ontstaat geleidelijk. Je tante of nicht woont er al, je komt eens op bezoek en de wijk spreekt je wel aan. Vaak wordt als verhuisreden ook genoemd dat het zo handig is voor de kinderopvang.” aldus Lupi. De aanwezigheid van familie in de buurt is dan ook een belangrijke factor in de sociale binding die bewoners hebben.</p>
<p>Daarnaast is er een hele kleine categorie &#8216;hypermobielen&#8217;, die wonen in dure huurwoningen. Deze zogenaamde nomaden zijn naar eigen zeggen enorm footloose. Lupi en De Stigter zijn daar echter wel wat sceptisch over. Volgens hen geldt hier het credo dat mensen vaak iets anders zeggen dan dat ze doen. Mogelijk heeft dit te maken met de heersende publieke opinie, aldus de onderzoeksters. Volgens Lupi is deze bindingangst vooral bij IJburgers te zien. “Zij hebben sterk de neiging om hun gemaakte keuze goed te praten. Het is toch eigenlijk not done om te zeggen dat je ergens nooit meer weg gaat?”</p>
<p>Toch is een kentering gaande. Weliswaar worden Vinexvaders nog in menig cabaretprogramma belachelijk gemaakt, en gebeuren in boeken van Saskia Noort de meest vreselijke dingen, omdat Vinex-bewoners zich stierlijk vervelen. Desalniettemin zijn er ook tegengeluiden, zoals in het boek <a href="http://www.volkskrantblog.nl/bericht/120979" target="_blank">La Vie Vinex</a> van Volkskrantjournalist Toine Heijmans. Het credo &#8216;stadslucht maakt vrij&#8217; lijkt achterhaald. Lupi en De Stigter: “Een collega-onderzoeker van ons, Stefan Metaal, zegt dat je juist in de stad moet voldoen aan allerlei normen. Je moet de laatste films gezien hebben, bij dat ene restaurant hebben gegeten. In de suburbs heb je daarentegen veel meer vrijheid. Mensen durven hier steeds voor deze vorm van wonen te kiezen en er ook voor uit te komen.”</p>
<p>Toeval of niet, eenzelfde verschuiving treedt op in de discussie over de ruimtelijke kwaliteiten van Vinex-wijken. Is de architectonische kwaliteit in de ‘oude’ Vinex-wijken onder de bewoners niet zo zeer een issue, voor de imagobewuste IJburger is het zeker heel belangrijk. “IJburg refereert aan wat nog acceptabel is; het lijkt op het Oostelijk Havengebied, en niet op Almere.” aldus De Stigter. Lupi doet er een schepje bovenop: “Let maar op, het wordt cool om voor Vinex te kiezen.”</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071124_ijburg.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>IJburg (Bron: amsterdam.nl) </sub></p>
<p><strong>Nostalgie</strong></p>
<p>Op de vraag waarom binding met een buurt en met buurtbewoners zo universeel wordt nagestreefd, wijzen de onderzoeksters op de sterke gevoelens van nostalgie die om het begrip heen hangen. Lupi: “Het streven naar sociale cohesie zit zo ingebakken, niet alleen bij beleidsmakers maar in de hele maatschappij. Het ideaalbeeld van het dorp, waar iedereen elkaar kent, is een soort automatisme; in een dorp zijn er automatisch veel relaties tussen mensen. Dit ideaalbeeld wordt geprojecteerd op de buurt in de stad.”</p>
<p>De Stigter vult aan: “In de oude wijken in de stad gaat men ook altijd uit van die &#8216;automatische relaties&#8217;. Problemen worden snel gewijd aan een &#8216;gebrek aan sociale cohesie&#8217;. Maar er ontstaan misschien wel eerder problemen bij een te ver doorgeschoten sociale cohesie. Als mensen te sterk op hun eigen buurtje en de buurtbewoners zijn gericht &#8211; in vaktermen noemen we dit te veel bonding en te weinig bridging.” De link met achterstand is kennelijk niet één-op-één te leggen. “Mensen willen zo graag dat het goed zit met de sociale cohesie. Het is een soort heilige graal. Iedereen is ernaar op zoek maar het vervelende is, dat je het niet kunt afdwingen”, aldus Lupi.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071120_de_aker2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>Tineke Lupi en Marlies de Stigter (UvA) in gesprek met RUIMTEVOLK</sub></p>
<p>Wat verstaan de onderzoeksters eigenlijk zelf onder sociale cohesie? “We hebben bewust gekozen voor ‘buurtbinding’. Sociale cohesie is zo&#8217;n allesomvattend begrip. Een overkoepelende kracht, die een samenleving bijeenhoudt. Dat is niet te bevatten op wijkniveau. Daarom spreken wij liever van buurtbinding en onderscheiden we daar verschillende vormen in.”<br />
De onderzoeksters ondervonden dat buurtcontacten zich niet op wijk- of straatniveau voordoen, maar vooral op het niveau van een blok woningen. Behoorlijk kleinschalig dus. De Stigter legt uit: “De gemiddelde contactreikwijdte bestaat uit kleine, dagelijkse contacten op straat. Daarnaast hebben mensen natuurlijk wel allerlei vluchtige contacten met anderen in de buurt of daarbuiten door gemeenschappelijke patronen of interesses.”</p>
<p>Opvallend is dat mensen eerder benoemen wat afwijkt en wat bijzonder is. Zowel in De Aker als op IJburg wordt bijvoorbeeld expliciet genoemd dat mensen elkaar daar groeten. Terwijl de bewoners van Getsewoud dit helemaal niet noemden. De Stigter: “Wij vroegen de bewoners: &#8216;Groeten jullie elkaar dan niet?&#8217; De wedervraag die we kregen was: &#8216;Hoezo? Dat spreekt toch vanzelf&#8217;.”</p>
<p>Eén ding zagen de onderzoeksters niet bevestigd in hun onderzoek. En dat is het beeld dat veel mensen in een Vinex-wijk terecht zijn gekomen omdat men eigenlijk geen keus had. Veel bewoners hebben juist bewust voor hun wijk gekozen. Vaak omwille van de kinderen; Vinex-wijken worden gezien als &#8216;een hele fijne plek om je kinderen op te laten groeien&#8217;.</p>
<p>De IJburgers zijn nog het meest positief. Zij menen de ideale mix hebben gevonden. “Je bent eigenlijk een loser als je met je gezin niet voor IJburg kiest. Het is de nabijheid van de stad, terwijl je toch buiten woont. De bereikbaarheid via de tram is wel essentieel. De bus vond men vreselijk. Die had bovendien drie nummers: nummer 326. Kan niet! Uitgesloten! Amsterdamse bussen en trams hebben hooguit twee nummers. Maar met tram 26 hoort IJburg er nu helemaal bij.”</p>
<p><sub>&#8212;</sub></p>
<p><sub>&#8216;Leven in de Buurt. Territoriale binding op drie Vinex-locaties&#8217; verschijnt binnenkort bij Aksant in de NWO sociale cohesie reeks. Auteurs: Tineke Lupi, Marlies de Stigter-Speksnijder, Lia Karsten, Sako Musterd &amp; Léon Deben.</sub><em> </em></p>
<p><sub>Tekst en beeld: Esther Juurlink en Bart Cosijn</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ijburgers-vinden-anderen-losers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vinex-variatie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vinex-variatie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vinex-variatie/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 01 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Coen de Rijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/vinex-variatie.jpg" /> Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht de Vinex-wijken en maakte een fotoreportage, vandaag deel 1 met het thema &#8216;variatie&#8217;. Coen: &#8220;Er zijn Vinex-haters en Vinex-lovers, Vinex-critici en Vinex-supporters.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vinex-wijken fascineren fotograaf Coen de Rijk. Hij bezocht de Vinex-wijken en maakte een fotoreportage, vandaag deel 1 met het thema &#8216;variatie&#8217;.</strong></p>
<p>Coen: <em>&#8220;Er zijn Vinex-haters en Vinex-lovers, Vinex-critici en Vinex-supporters. Grootste punt van krtiek is meestal de vermeende eenvormigheid en eentonigheid van Vinex-wijken. Maar is het wel zo’n eenheidsworst? Kijk en oordeel zelf&#8230;&#8221;</em></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_IMG_3455.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<em><sub>Winkelcentrum Ypenburg, Den Haag (foto: Coen de Rijk)</sub></em></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201_rv_Img_4484.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sub><em>Regenboogbuurt, Almere Buiten (foto: Coen de Rijk)</em></sub></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071201__MG_3461.jpg" alt="artikel afbeelding" /><br />
<sub><em>Centrum Ypenburg, Den Haag (foto: Coen de Rijk)</em></sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vinex-variatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op zoek naar &#8216;verziekte plekken&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-verziekte-plekken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-verziekte-plekken/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 01 Dec 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[NIMBY]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[VPRO]]></category>
		<category><![CDATA[Website]]></category>
		<category><![CDATA[Westerkwartier]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/12/op-zoek-naar-verziekte.jpg" /> De VPRO start vanaf januari 2008 met het nieuwe programma Landroof. Landroof gaat over plekken in Nederland die &#8220;dreigen te worden verziekt of er slecht aan toe zijn&#8221;. Landroof verslaggeefster]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De VPRO start vanaf januari 2008 met het nieuwe programma <a href="http://www.landroof.nl/" target="_blank">Landroof</a>. Landroof gaat over plekken in Nederland die &#8220;dreigen te worden verziekt of er slecht aan toe zijn&#8221;. Landroof verslaggeefster Victoria Koblenko neemt poolshoogte en kijkt hoe het zo ver heeft kunnen komen.</strong></p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/O3tyL9fsaoY" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/O3tyL9fsaoY"></embed></object><em><sub>Vereniging Tot Behoud Groen Zuidelijk Westerkwartier roept op Landroof.nl op tot behoud van het coulissenlandschap in het Zuidelijk Westerkwartier. Als het aan de regionale bestuurders ligt wordt hier binnenkort grootschalige woningbouw gerealiseerd.</sub></em></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal"><span>Via de <a href="http://www.landroof.nl/" target="_blank">interactieve website</a> van Landroof kunnen Nederlanders zelf aangeven welk stuk land, om wat voor reden dan ook, verpest is of verpest wordt. De opzet van het initiatief doet sterk denken aan het welbekende en nog immer populaire programma “Man bijt hond” . Maar Landroof gaat verder. Landroof is een community waar actievoerders elkaar kunnen treffen. Daarnaast kan iedereen bij Landroof terecht<span> </span>voor juridisch advies als er in hun leefomgeving sprake is van &#8216;landroof&#8217;. </span></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">Wij zijn benieuwd of Landroof de kracht heeft om op een kritische wijze om te gaan met de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/NIMBY" target="_blank">NIMBY</a>-gevoels onder de Nederlanders en niet verwordt tot slechts een nieuwe troef van de milieubeweging.</p>
<p class="MsoNormal"><span> </span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-verziekte-plekken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De landhonger van BV Nederland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-landhonger-van-bv-nederland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-landhonger-van-bv-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 27 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marius Heijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Dubai]]></category>
		<category><![CDATA[Noordzee]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Randstad]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/de-landhonger-van.jpg" /> Het Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) kreeg vorige week steun van de Kamer voor een onderzoek naar landwinning in de Noordzee. De wil is er, iedereen is enthousiast: de politiek,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Tweede Kamerlid <a href="http://www.joopatsma.nl/" target="_blank">Joop Atsma</a> (CDA) kreeg vorige week steun van de Kamer voor een onderzoek naar landwinning in de Noordzee. De wil is er, iedereen is enthousiast: de politiek, het <a href="http://www.innovatieplatform.nl/" target="_blank">Innovatieplatform</a> en natuurlijk de baggeraars. Landschapsarchitect Adriaan Geuze heeft de tekeningen al klaar liggen. Planoloog Marius Heijn vindt dat aan de belangrijkste vraag akelig makkelijk voorbij wordt gegaan: waarom?</strong></p>
<p>Het voorstel van Atsma is te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor landwinning in de Noordzee. Volgens Atsma heeft Nederland namelijk &#8216;landhonger&#8217;. De komende decennia groeit de behoefte naar land in de sectoren woningbouw, bedrijven, landbouw en natuur, volgens hem met twee-, driehonderdduizend hectaren. Om aan die behoefte te voldoen ziet Atsma mogelijkheden in zee. Atsma denkt aan een gebied ter grootte van anderhalf keer de Noordoostpolder: ´Noordzeeland´. Hier zou landbouw en natuur kunnen worden gerealiseerd, zodat woningbouw en bedrijfsterreinen de ruimte krijgen in de Randstad. Bovendien zou de landbouwsector met deze schaalvergroting de internationale concurrentie aan kunnen gaan.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071127_zee2.jpg" alt="artikel afbeelding" /><sub>Noordzee (foto: Marius Heijn)</sub></p>
<p>Het Innovatieplatform ziet ook andere voordelen. Naast de veronderstelling dat klimaatverandering hogere waterstanden en extremere stormen met zich mee zal brengen, en bebouwing in zee de golfslag zou kunnen breken, zou landwinning in zee ook een maatschappelijk verantwoorde impuls voor innovatie binnen de watersector zijn.Er is ook kritiek. Zo wijst Milieuorganisatie <a href="http://www.noordzee.nl/" target="_blank">Stichting de Noordzee</a> erop dat de Noordzee onderdeel is van de ecologische hoofdstructuur en het grootste natuurgebied van Nederland is. Zee is dus ook natuur. En uitzicht. De weidsheid van de zee wordt erg gewaardeerd door mensen. Alleen door de eilanden voorbij de horizon van strandgasten te plaatsen, los je dat op. Maar hoe dat samen gaat met het feit dat de Noordzee één van de drukst bevaren zeeën ter wereld is, valt nog te bezien. Blijkbaar is er niet alleen op het land sprake van &#8216;ruimtelijke druk&#8217;.</p>
<p><strong>Maar waarom?</strong></p>
<p>De discussie lijkt vooral te gaan over de voor- en nadelen van een idee dat op zichzelf noodzakelijk geacht wordt. Daar zit nu juist de grootste stompzinnigheid. Wat is de werkelijke reden om land te winnen? De toekomstige ruimteclaim? Is het niet zo dat de groeiende ruimteclaim vooral voortkomt uit een zwak ruimtelijk beleid waar het gaat om de scheiding tussen stad en land? Zouden we allereerst niet eens flink op moeten ruimen en ruimte zoeken in het bestaande (stedelijk) gebied? Dat zou bovendien ook een heel ander probleem te lijf gaan: dat van de mobiliteit. Want met alleen extra ruimte ben je er nog niet.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071127_eilandinzee.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>(Illustratie: Innovatieplatform)</sub></p>
<p>Landbouw, natuur of woningbouw; het zal ook ontsloten en aangesloten moeten worden aan de bestaande (Randstedelijke) infrastructuur. Dat die de druk niet meer aan kan, is nu al een feit, daarvoor hoeven we de &#8216;landhonger&#8217; van de komende decennia niet af te wachten. Voor voorbeelden van de gevolgen van nieuw land en de infrastructurele aansluiting op de Randstad kunnen we op een willekeurige ochtend een kijkje gaan nemen op de A6 tussen Almere en Amsterdam. Gelukkig weten Atsma en Geuze zelf ook niet wat je met het nieuwe land zou moeten doen. Geuze zegt in de NRC van zaterdag 10 november nota bene dat je eerst met één eiland moet beginnen om dan te bekijken hoe dat gaat, en wat je ermee wilt. En Atsma benadrukt in diverse media dat hij totaal nog geen idee heeft over hoe het moet worden, maar dat de belangstelling groot is. Inderdaad ja, bij vakbroeders.</p>
<p><strong>Natte droom</strong></p>
<p>Dat we &#8216;landhonger&#8217; kunnen stillen met landwinning is dus een te kortzichtige gedachte. Wie met een nuchtere blik naar het voorstel kijkt, komt tot de conclusie dat hier geen sprake is van een serieuze zoektocht naar oplossingen voor de intensieve ruimteclaim in Nederland, maar dat het een natte droom is van de BV Nederland om de wereld haar kundigheid op het gebied van landwinning te etaleren. De investeringen die gemoeid gaan met een dergelijke grootschalige spielerei van een stel vakbroeders dat vindt dat Nederland een reputatie hoog te houden heeft, zouden beter ingezet kunnen worden voor een duurzame uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied en het zoeken naar structurele oplossingen voor het mobiliteitsprobleem.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/-XbD70FFrCo" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/-XbD70FFrCo"></embed></object></p>
<p><sub>Rondvlucht boven Palm Jumeirah in Dubai. </sub></p>
<p>&#8212;</p>
<p class="MsoNormal"><sub>Dit artikel werd tevens gepubliceerd in nrc next (19 november 2007)</sub></p>
<p class="MsoNormal"><sub>Zie ook artikel Trouw &#8220;<a href="http://www.trouw.nl/hetnieuws/nederland/article835238.ece/nieuw_eiland_Een_tulp_van_60.000_hectare" target="_blank">Een tulp van 60.000 hectare</a>&#8221; (1 november 2007)</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-landhonger-van-bv-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Ons hele wonen is geridiculiseerd&#8221;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ons-hele-wonen-is-geridiculiseerd/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ons-hele-wonen-is-geridiculiseerd/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/ons-hele-wonen.jpg" /> De Almeerse wethouder Ruimtelijke Ordening Adri Duivesteijn wil dat mensen zelf kunnen beslissen hoe hun woning eruit ziet. En dan met tienduizend kavels per jaar. Het voormalig Tweede Kamerlid ziet]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De Almeerse wethouder Ruimtelijke Ordening Adri Duivesteijn wil dat mensen zelf kunnen beslissen hoe hun woning eruit ziet. En dan met tienduizend kavels per jaar. Het voormalig Tweede Kamerlid ziet zijn gelijk inmiddels al bewezen. Maar liefst 14.000 mensen toonden onlangs belangstelling voor een kavel tijdens een manifestatie &#8216;<a href="http://www.ikbouweenhuisinalmere.nl" target="_blank">ik bouw mijn huis in Almere</a>&#8216;. Een gesprek over weerzin, ambities, particulier opdrachtgeverschap en de toekomst van zijn <a href="http://www.almere.nl" target="_blank">Almere</a>. </strong></p>
<p><a href="http://www.adriduivesteijn.nl/" target="_blank">Adri Duivesteijn</a> staat erom bekend dat hij nooit een blad voor zijn mond neemt, iets wat hem niet altijd in dank wordt afgenomen. Maar visionairs kunnen nu eenmaal niet altijd populair zijn, weet hij als geen ander. Zo liep hij twintig jaar geleden al voorop in de strijd tegen ruimtelijke segregatie en ghettovorming. Als wethouder stadsvernieuwing maakte hij zich grote zorgen over de verpaupering in de Haagse Schilderswijk. Nu, als wethouder in Almere staat hij weer op de barricaden. Ditmaal komt hij op voor het recht van mensen om zelf hun huis te kunnen bouwen. We treffen hem op het strand van <a href="http://www.almere-poort.nl/" target="_blank">Almere Poort</a>; de toekomstige &#8216;strandstad van Nederland&#8217;, als we Duivesteijn moeten geloven.<br />
<em><br />
Wat heeft u met particulier opdrachtgeverschap? </em><br />
“Particulier opdrachtgeverschap is mede een kritiek op de institutionalisering van de woningbouw in Nederland. De manier waarop wij mensen huisvesten in Nederland is gewoon één groot moneymaking proces. Er wordt verschrikkelijk veel geld verdiend. Maar voor mij zijn volkshuisvesting en wonen heel erg verbonden met hoe mensen samenleven. Hoe mensen vanuit hun woonsituatie de kans krijgen zichzelf te ontplooien. Daarom zou de invloed die mensen hebben op de vormgeving van hun eigen woning gemaximaliseerd moeten worden. Ons hele wonen is geridiculiseerd doordat het is overgenomen door instituties die wel weten wat goed voor ons is. En daar ook fors aan verdienen. Ik voel daar diepe weerzin tegen.”</p>
<div><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="355" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="wmode" value="transparent" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/IfES--dGDwk&amp;rel=1" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="355" src="http://www.youtube.com/v/IfES--dGDwk&amp;rel=1" wmode="transparent"></embed></object></div>
<p><sub>Adri Duivesteijn in gesprek met RUIMTEVOLK op het strand van Almere Poort over betaalbaar particulier opdrachtgeverschap </sub><sub><br />
</sub></p>
<p><strong>Schadelijke normen</strong></p>
<p>De wethouder komt op dreef. “Wonen is publiek domein. Instituties als corporaties en ontwikkelaars hebben dat domein ingenomen. Je moet er vooral niet zelf over nadenken. Ja, je mag een optie kopen. Omdat een woning een schaars goed is, wordt het gemonopoliseerd. Daarbij worden de mensen in deze branche allemaal afgerekend op de vraag, of ze wel voldoende winst behalen. In die werkwijze zitten normen waarvan ik durf te stellen dat ze schadelijk zijn voor het product. Ik vind dat in Nederland geen inhoudelijk debat plaatsvindt over hoe wij wonen. We praten over betaalbaarheid, over starters die niet aan de bak komen, maar een echt debat over wat woonkwaliteit is,wordt niet gevoerd.”</p>
<p><em>Maar willen mensen wel zelf hun woning bouwen? </em><br />
Die vraag is wat Duivesteijn betreft symptomatisch voor de Nederlandse situatie. Je zegt niet &#8220;mevrouw, wilt u zelf uw huis bouwen?&#8221; Nee, je formuleert over de ander. Feit is dat over de hele wereld mensen zelf hun huizen bouwen. Alleen in Nederland niet. Mensen kunnen hier niet eens die vraag beantwoorden. Het institutionele bouwen is zo vanzelfsprekend en alomtegenwoordig, dat de vraag of dit echt is wat we willen, niet meer opkomt.”<br />
De schrijver en dichter <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Heere_Heeresma" target="_blank">Heere Heeresma</a> zei het ooit treffend: je mag in Nederland je eigen opleiding kiezen, zelf je baan uitzoeken, zelf je partners kiezen en bepalen of je kinderen wilt. Maar je woning, die wordt voor je bepaald. En daar draait het om bij emancipatie volgens Duivesteijn: Nederlanders moeten in staat zijn te kiezen voor het bouwen van een eigen huis.</p>
<p><strong>Ziel en zaligheid</strong></p>
<p>“We praten in Nederland over woonconsumenten, maar ik praat over woonproducenten. Ik ben ervan overtuigd dat als mensen zelf bouwen, meer kwaliteit wordt gerealiseerd. Hier in Almere in de <a href="http://www.denoorderplassen.nl/" target="_blank">Noorderplassen</a> worden zevenhonderd tot achthonderd woningen in particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd. De eerste 120 kavels zijn verkocht en ik vind de resultaten spectaculair. Mensen stoppen hun ziel en zaligheid erin. Een enorme diversiteit. Ik zeg niet dat het toparchitectuur is, maar intrinsiek zijn al die woningen interessanter. Je vraagt: &#8220;Willen die mensen dat wel?&#8221; Ja, kijk: die mensen willen dat.”</p>
<p><em>Woonproducenten, wat voor mensen zijn dat?</em><br />
Bij voorlichtingsavonden over particulier opdrachtgeverschap zit er van alles in de zaal. Hoogopgeleide jongeren, stellen met een kinderwens en senioren die hun droomhuis willen realiseren. Maar ook ouders die hun ernstig zieke kind thuis willen verzorgen. Mensen met verschillende achtergronden, verschillende woonwensen en ook met verschillende budgetten. Een ding hebben ze gemeen: het zijn ondernemende, zelfbewuste mensen die een huis willen naar hun eigen, specifieke ideeën. En dat kan in Almere. “Het kan allemaal, maar niets hoeft”, relativeert Duivesteijn. “Mensen moeten zelf het initiatief nemen. Het is niet aan mij daar invulling aan te geven. Misschien vergis ik mij in de schaal, maar niet in het idee. Het bewijs wordt immers al geleverd.”</p>
<p><strong>Suburbane wereld</strong></p>
<p>Wat vindt Duivesteijn eigenlijk van Almere nu hij er een jaar zit? Een charmante stad, zo luidt het antwoord. Hij had dat zelf ook niet verwacht, zo lijkt het. Maar al dat groen hè. Almere zou in de ogen van de wethouder kunnen uitgroeien tot een ecologische stad. Water, ruimte, vrije fietspaden, vrije busbanen: de basisingrediënten voor milieuvriendelijk leven zijn aanwezig. En daarin is Almere uniek. “Bij de schaalsprong (het doorgroeien van Almere van de huidige 173.000 naar circa 400.000 inwoners rond 2030, red.) zou je dat qua duurzaamheid op een hoger niveau moeten tillen.”</p>
<p>Duivesteijn is voorstander van een sterke groei van Almere. Maar hij vindt dat je daarbij voorzichtig moet omgaan met klassieke stadsideeën als verdichting. “Verdichting is niet goed voor Almere. De kwaliteit van deze stad is de suburbane wereld. En die kwaliteit moet je koesteren. Je kunt wel op een aantal plekken nieuwe stedelijke momenten toevoegen, maar de suburbane basisstructuur moet je behouden. Het stadshart bijvoorbeeld vind ik fantastisch, een verheffing van de stad.”</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="355" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/bVDQ3qDk-qM&amp;rel=1" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="355" src="http://www.youtube.com/v/bVDQ3qDk-qM&amp;rel=1"></embed></object></p>
<p><sub>Adri Duivesteijn over de kwaliteit van de suburbane wereld</sub></p>
<p><strong>Kansen grijpen</strong></p>
<p>De carrière van Duijvesteijn lijkt goed gepland. Waar ziet hij zichzelf over tien jaar? Het antwoord is verrassend. “Geen idee! Ik doe niet aan loopbaanplanning. Dat vind ik helemaal niet interessant. Mijn ambitie is om hier iets te doen.” Bij de vraag wie de volgende Nota Ruimte moet schrijven, verschijnt een grote lach op zijn gezicht. Hij is blij met minister Cramer, omdat er na jaren weer iemand met een vakinhoudelijke achtergrond het departement bestiert. Dat was bij sommige van haar voorgangers wel anders. Met haar milieu- en duurzaamheidachtergrond kan Cramer scherpe kantjes van de Nota Ruimte afhalen. Die is naar zijn zin te liberaal, en laat veel te veel over aan marktpartijen en gemeenten.<br />
<em><br />
Ziet u bij het schrijven van de volgende rijksnota een rol voor uzelf weggelegd? </em><br />
“Niets is uitgesloten”, grijnst hij. “Als zich leuke kansen voordoen, pak ik die aan. Dat is ook de reden waarom ik naar Almere ben gegaan.” Maar voor hetzelfde geld heeft Duivesteijn Nederland dan al verlaten, en geniet hij van de Portugese zon. “Mijn broer heeft daar ook een huis.”</p>
<p><strong>Bezoek <a href="http://www.youtube.com/ruimtevolk" target="_blank">RUIMTEVOLK op Youtube</a> voor meer videofragmenten van het interview.</strong></p>
<p>&#8212;</p>
<p><sub>Tekst: Esther Juurlink, Bart Cosijn en Sjoerd Zeelenberg<br />
Camera: Bart Cosijn</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ons-hele-wonen-is-geridiculiseerd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Renovaties publiek erfgoed geven wisselend resultaat</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/renovaties-publiek-erfgoed-geven-wisselend-resultaat/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/renovaties-publiek-erfgoed-geven-wisselend-resultaat/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjoerd Zeelenberg</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Erfgoed]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/renovaties-publiek-erfgoed.jpg" /> Oude ziekenhuizen, kloosters, rechtbanken of scholen: je vindt ze in elke stad. De laatste jaren zijn veel van dit soort panden gerenoveerd en geschikt gemaakt voor bewoning. Met wisselend resultaat,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Oude ziekenhuizen, kloosters, rechtbanken of scholen: je vindt ze in elke stad. De laatste jaren zijn veel van dit soort panden gerenoveerd en geschikt gemaakt voor bewoning. Met wisselend resultaat, zo blijkt als we de voormalige Rijks Hogere Burger School in Groningen vergelijken met de voormalige Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen in Rotterdam. Welke lessen kunnen we trekken uit de renovatie van beide scholen? Wat moeten we wel, en wat moeten we vooral niet doen? </strong><br />
<strong><br />
De Rijks Hogere Burger School in Groningen</strong></p>
<p>In het hart van de Groningse Hortusbuurt staat de voormalige Rijks Hogere Burger School (HBS). Deze Groningse HBS werd in 1864 opgericht, en was daarmee de eerste Rijks Hogere Burger School van Nederland. In de ruim honderd jaar dat de school heeft bestaan, bracht hij tenminste twee beroemdheden voort. Pieter Roelf Bos (1847-1902), de maker van de Bosatlas, doceerde aan de school. De latere Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) had er les.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071120_RHBS-Groningen-009S.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>Rijks Hogere Burger School (foto: Sjoerd Zeelenberg)</sub></p>
<p>Het schoolgebouw valt op in de Hortusbuurt: het monumentale pand is hoog in vergelijking met de rest van de bebouwing. Het ruime schoolplein, met zijn volwassen lindebomen en sierlijk smeedijzeren hek, straalt rust uit. Inclusief voorplein beslaat het pand de oppervlakte van een half voetbalveld. De oude HBS ligt aan de Grote Kruisstraat, tegenover de Faculteit der Gedrag- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit. Het straatbeeld van de typische laat-19e eeuwse wijk wordt dan ook gedomineerd door fietsers en studenten; een gezellige drukte.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071120_RHBS-Groningen-008S.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>Rijks Hogere Burger School (foto: Sjoerd Zeelenberg)</sub></p>
<p>Het L-vormige monumentale gebouw is gebouwd in 1869 in een ingetogen neo-klassieke stijl, naar een ontwerp van rijksarchitect Raamaker. De school telt twee verdiepingen en is voorzien van een fors, licht hellend schilddak. Afgezien van de natuurstenen pilasters en borstwering is de school opgetrokken uit de voor Groningen zo kenmerkende rode baksteen. De uitbundige houten sierlijsten maken de oude HBS een lust voor het oog.<br />
<strong><br />
</strong><em>Renovatie</em><br />
In 2002 werd de verbouwing van de Groningse HBS afgerond. Het schoolgebouw bevat nu twaalf luxe stadsappartementen. De appartementen hebben een gezamenlijke opgang. Via de oude schoolgangen komen de bewoners in hun eigen ‘lokaal’. De bewoners zijn nauw betrokken geweest bij de renovatie; de indeling van de appartementen is aangepast aan de hand van hun ideeën. De oude klaslokalen boden een keur aan mogelijkheden; zo zijn er nu heuse loft appartementen, hoge vides en split level woonruimtes te vinden. De stadswoningen sluiten zo perfect aan bij de wensen en de gezinssamenstelling van de bewoners.</p>
<p>Het oude schoolplein is omgetoverd tot een semi-publieke binnentuin. De machtige lindebomen maken het er zomers prettig toeven voor de bewoners, die geen privé buitenruimte hebben. Maar ook andere buurtbewoners weten het plein te vinden: hun kroost kan er vrijuit spelen. Jammer genoeg doet het plein tevens dienst als parkeerplaats; dat doet toch afbreuk aan het geheel.<br />
<strong><br />
De Rijkskweekschool voor vroedvrouwen in Rotterdam</strong></p>
<p>Statig. Dat is de eerste indruk bij het zien van de voormalige Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen in het Rotterdamse Oude Westen. Het schoolpand aan de Henegouwerlaan werd in juni 1914 door de Minister van Binnenlandse Zaken officieel geopend. Het bevatte een voor die tijd moderne kraamkliniek, waar menig Rotterdammer het levenslicht zag. Later deed het schoolgebouw dienst als kantongerecht. Medio jaren negentig kocht de Rotterdamse corporatie De Nieuwe Unie het pand, met als doel het te transformeren tot een appartementencomplex.</p>
<p>De Rijkskweekschool werd tussen 1910 en 1913 gebouwd, naar een ontwerp van de rijksbouwkundige voor onderwijsgebouwen: Johannes Vrijman. Het gebouw heeft een symmetrische plattegrond in de vorm van een ‘u’. In het midden van de ‘u’ ligt een fraai aangelegde binnentuin, voorzien van een bescheiden vijver. Ook symmetrisch. De ingetogen oud-Hollandse stijl is kenmerkend voor de overheidsgebouwen uit die tijd. De school is iets groter dan de Groningse HBS: inclusief binnentuin meet het complex zo’n 70 bij 40 meter. De zijvleugels reiken tot aan de straatkant. Een groot hek schermt de binnentuin af van de openbare weg.</p>
<p>De voormalige Rijkskweekschool ligt aan de Henegouwerlaan, een lommerrijke maar drukke weg in het Oude Westen. De wijk het Oude Westen is ongeveer even oud als de Hortusbuurt in Groningen, maar ademt een andere sfeer. De wijk kampte lange tijd met een slechte reputatie: eind jaren negentig was er sprake van veel criminaliteit, drugsgebruik en overlast. Sinds de eeuwwisseling zit de wijk duidelijk in de lift. Aan de drukke Henegouwerlaan lijkt de Rijkskweekschool echter haast niet op zijn plek. Het statige gebouw lijkt eerder in een rustiek parklandschap thuis te horen.<br />
<strong><br />
De Magistraat </strong></p>
<p>Eind jaren negentig kocht woningcorporatie De Nieuwe Unie het voormalige schoolgebouw. De school werd grondig gerenoveerd, met volledig herstel van de originele details aan de buitenkant. Binnen bleef de plattegrond niet gehandhaafd, maar tekende Jan des Bouvrie voor het ontwerp van 35 woningen. De luxe appartementen variëren in grootte van 70 tot 200 vierkante meter. Het nieuwe appartementencomplex werd getooid met een nieuwe naam: De Magistraat.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071120_Magistraat-001S.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>De Magistraat (foto: Sjoerd Zeelenberg)</sub></p>
<p>De binnentuin van De Magistraat is door middel van een groot stalen hekwerk hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Door zijn afmetingen doet het hek enigszins afbreuk aan de architectonische kwaliteit van het oude schoolgebouw. Het hek is bovendien voorzien van plexiglas, dat het geluid van de Henegouwerlaan buiten moet houden. In de gedeelde, grotendeels met grind belegde, tuin staan wat pergola’s en wat tuinmeubilair. De grasperkjes en heggetjes zijn keurig gesnoeid en vol van kleur: bij nadere inspectie blijkt het om nepbeplanting te gaan. Onder de ‘tuin’ is een parkeergarage aangelegd, vanaf de Henegouwerlaan te bereiken via een indrukkwekkende poort.<br />
De renovatie van de Rijkskweekschool paste goed in de grootscheepse hersteloperatie die het college van B&amp;W in 2002 voor een aantal Rotterdamse aandachtswijken had opgesteld. Het Oude Westen was een van die aandachtswijken. Investeren in een oud schoolpand leek voorwaar geen slechte keuze van de corporatie. De werkelijkheid blijkt helaas weerbarstiger. Deze zomer kopte het Algemeen Dagblad dat er een verzorgingstehuis verschijnt in de oude kraamkliniek. Navraag leert dat De Nieuwe Unie de luxe stadsappartementen niet heeft kunnen verkopen, en zich genoodzaakt ziet een andere bestemming voor De Magistraat te verzinnen.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071120_Magistraat-002S.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>De Magistraat (foto: Sjoerd Zeelenberg)</sub></p>
<p><strong>Verschillen in aanpak</strong></p>
<p>Op het eerste gezicht tonen de renovaties van de Rijks Hogere Burger School in Groningen en de Rotterdams Rijkskweekschool voor vroedvrouwen behoorlijke overeenkomsten. Beide scholen zijn aan de buitenkant in originele staat teruggebracht. De renovaties betekenen een verbetering van de fysieke leefomgeving. Toch zijn er essentiële verschillen.</p>
<p>Het eerste belangrijke verschil zit in de totstandkoming van de transformatie van beide oude scholen. De Groningse HBS werd verbouwd mede in opdracht van de nieuwe bewoners. Zij hebben de indeling van hun appartementen bepaald en hebben bewust gekozen voor een aantal gezamenlijke voorzieningen. Deze gemeenschapszin heeft geleid tot een grote mate van binding met het pand en met elkaar, aldus enkele bewoners. Het voorplein, de tuin, en de gemeenschappelijke ruimtes worden gezamenlijk onderhouden.<br />
Van een gemeenschappelijke aanpak is bij De Magistraat geen sprake. Corporatie De Nieuwe Unie kocht het pand, liet het verbouwen en strikte de vermaarde Des Bouvrie voor de inrichting. De renovatie past in de filosofie om de wat meer welgestelde Rotterdammers voor de stad te behouden. Waarom die kopers wegbleven, blijft voorlopig gissen.<br />
<strong><br />
Publiek domein</strong></p>
<p>Niet alleen de realisatie van de woningen is anders verlopen, ook de plek en functie die De Magistraat in de buurt inneemt, verschilt sterk van de Groningse HBS. De hekken verraden dit verschil eigenlijk al. Waar het voorplein in Groningen wordt afgesloten met een sierlijk gietijzeren hek – dat bovendien gewoon open staat – is het voorplein van De Magistraat afgeschermd met een hek dat bij de extra beveiligde rechtbank in Osdorp niet zou misstaan. En het is precies dit hek, dat aanzienlijke gevolgen heeft voor de kwaliteit van de nieuwe stedelijke ruimte.</p>
<p>In het geval van de Groningse Rijks HBS lijkt bewust te zijn gekozen voor een geleidelijke, onduidelijke overgang van openbaar naar privé. De oude school trekt het openbare leven van de buurt als het ware de binnentuin in, waar een nieuw soort publieke ruimte is ontstaan.. Zoals de school dat vroeger was, zo is het gebouw ook nu onlosmakelijk verbonden met de Hortusbuurt. Daarmee is de renovatie van de school een belangrijke impuls voor de buurt.<br />
Het hekwerk van De Magistraat brengt een heel andere boodschap. Het markeert waar de openbaar ruimte eindigt, en het privé-domein begint. Op een weinig elegante manier wordt de voorbijganger te verstaan gegeven dat hij er niets te zoeken heeft. De bewoners weten zich afgeschermd van ongewenste indringers als lawaai en vervuiling, maar vooral van de rest van het Oude Westen. Voor hen roept het hek wellicht een gevoel van veiligheid op. Voor een toevallige passant als vooral verbazing. De Magistraat en zijn binnentuin zien eruit als een veilig, afgeschermd eiland. Een eiland waar het prettig wonen is, maar dat los staat van de rest van het Oude Westen. Het hekwerk versterkt de negatieve beeldvorming over de wijk. Klaarblijkelijk is het er niet pluis en onguur, anders was zo’n hek immers overbodig. En dat is – op zijn zachtst gezegd – een gemiste kans. Een positief signaal, zoals in Groningen, zou een grote stap voorwaarts kunnen betekenen. De werkelijkheid is helaas anders. Wat er gebeurt met het hek nu De Magistraat wordt omgevormd tot verzorghuis, is de vraag.<br />
<strong><br />
Tot slot </strong></p>
<p>Het is goed dat publiek erfgoed wordt opgeknapt, en nieuwe functies krijgt. Maar we moeten ons wel goed realiseren hoe we dat doen, en wat we wel en niet willen. Oude, publieke gebouwen zijn een onlosmakelijk deel van het publieke domein, en dat moeten ze, althans voor een deel, ook blijven. Natuurlijk is er bij dit soort verbouwingen spanning tussen publiek en privé. Maar het zijn juist de spannende mengvormen, zoals die in Groningen, die zorgen dat publiek erfgoed op nieuwe manieren beschikbaar blijft voor iedere inwoner van de stad.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sub>Bronnen:<br />
- Persoonlijke communicatie met bewoners van de Rijks Hogere Burgerschool, juni 2007<br />
- Scholte, E., M. van Lieburg en R. Aalbersberg (1982) Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen te Rotterdam 1882-1982, Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Leidschendam<br />
- Groenendijk, P. en P. Vollaard (2007) Architectuurgids Rotterdam – Architectural Guide to Rotterdam, 010 Publishers, Rotterdam</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/renovaties-publiek-erfgoed-geven-wisselend-resultaat/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bewonersparticipatie is geen referendum over een stationsgebied</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bewonersparticipatie-is-geen-referendum-over-een-stationsgebied/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bewonersparticipatie-is-geen-referendum-over-een-stationsgebied/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sjors de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Arnhem]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Referendum]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/bewonersparticipatie-is-geen-referendum.jpg" /> Het wetenschappelijk tijdschrift van D’66 vroeg RUIMTEVOLK hoofdredacteur Sjors de Vries onlangs naar zijn visie op de dagelijkse praktijk van bewonersparticipatie en democratisering in de stedelijke vernieuwing. De Vries voor]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het wetenschappelijk tijdschrift van D’66 vroeg RUIMTEVOLK hoofdredacteur Sjors de Vries onlangs naar zijn visie op de dagelijkse praktijk van bewonersparticipatie en democratisering in de stedelijke vernieuwing. De Vries voor D’66 en RUIMTEVOLK over de democratische kracht van stedelijkheid, bewonersparticipatie en de illusie van het referendum.</strong></p>
<p>Bewoners bepalen het succes van de stad. Dit omdat ze gezamenlijk invulling geven aan de ‘stedelijkheid’ ervan. Stedelijkheid staat voor wat een stad ook echt tot een stad maakt; namelijk de diversiteit en pluriformiteit van functies, culturen, sociale gemeenschappen en relaties. Je zou kunnen zeggen dat stedelijkheid de nadelen van het wonen in hoge dichtheden compenseert, het is datgene wat mensen in de stad aantrekt: de motor van het stadse leven.</p>
<p><strong>Rol in de stad</strong></p>
<p>Het is belangrijk dat een stad ruimte biedt voor die stedelijkheid. Een stad zal haar bewoners voldoende vrijheid en mogelijkheden moeten bieden om er een rol in te vervullen, een radertje te zijn in de stedelijkheidsmachine. Elke inwoner moet een bijdrage kunnen leveren aan het functioneren ervan. Wanneer je dus praat over de toekomst van een stad, dan heb je het over de mate waarin ze in staat is haar bewoners mee te laten doen, een rol te geven. In steden als Vancouver, Montreal, Barcelona en London, multiculturele steden in verschillende opzichten, lukt dat over het algemeen bijzonder goed.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071124_stlaurent.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>De levendige boulevard St. Laurent in downtown Montreal (Foto: urbanphoto.net) </sub></p>
<p>Het is daarom van cruciaal belang dat de stadsbewoner de vrijheid heeft om te participeren in zijn of haar stad. Om mee te doen met het stadse gebeuren. Het betrekken van bewoners bij plannen hoort daarbij. Als bestuurder of beleidsmaker moet je de kennis en ideeën van bewoners van de stad zoveel mogelijk benutten. Dus dien je bewoners per definitie in te schakelen als adviseur wanneer je plannen aan het opstellen bent.</p>
<p>Je ziet dat veel gemeenten en woningcorporaties de afgelopen jaren goede pogingen hebben gedaan om bewoners te betrekken bij wijkvernieuwingsprocessen. Maar wat je helaas ook ziet is dat professionals het erg lastig vinden om de helikopter van waaruit zij de wijk bekijken, te laten landen tussen de bewoners. En andersom blijken wijkbewoners lang niet altijd in staat om beleidsvoornemens of ingrepen in een breder perspectief te plaatsen. In de poging naar elkaar toe te komen overdrijft men soms. In plaats van dat de beleidsmedewerker achter het bureau vandaan komt om echt in en met de wijk te werken, organiseert men bewonersavonden. Avonden waar soms plannen worden gemaakt door gezamenlijk een spel te spelen. Of men tracht draagvlak te krijgen door de bewoner de rol van een architect, stedenbouwkundige of socioloog te gunnen. Dat is betuttelend en werkt uiteindelijk contraproductief. Om nog maar te zwijgen van de overactieve woningcorporaties die zichzelf graag profileren als superman; als verhuurder en ontwikkelaar, als beschermheilige en beste vriend van de buurt, als de pluriforme dienstverlener en plaatsvervangende overheid. Zoveel verschillende petten, dat loopt op een gegeven moment spaak.</p>
<p><strong>Bewonersparticipatie is geen referendum</strong></p>
<p>Ook wanneer beleidsmakers de bewoners een eindoordeel gunnen bij belangrijke plannen, wat gebeurt bij bijvoorbeeld referenda, schiet men in de meeste gevallen het doel voorbij. Dan gaat het vooral over vorm en doet men de inhoud teveel geweld aan. En waarom zou je de kennis en expertise van professionals en de gemeenteraad zomaar passeren met een bewonersavond of referendum? Ik ben de laatste jaren erg geschrokken van het negatieve oordeel dat bewoners over grote projecten in verschillende referenda hebben geveld. Je ziet dat er niet alleen op inhoud wordt gestemd. Sterker nog, de inhoud lijkt er soms nauwelijks meer toe te doen. Het zijn vaak emotionele gebeurtenissen, sentimenten, die lang niet altijd betrekking hebben op het plan, die de uitkomst van een referendum bepalen. En het resultaat is dat zowel de burger, politici, beleidsmakers en marktpartijen niet zelden massaal teleurgesteld zijn in het project, in de betrokken partijen, maar ook in de politiek.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071124_rijnboog.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><sub>Iedereen is het er in Arnhem wel over eens: het gebied tussen de binnenstad en de Rijn (hevig gebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog) schreeuwt om een kwaliteitsimpuls. De gemeente startte eind vorige eeuw daarom met de eerste plannen voor het ambitieuze <a href="www.rijnboog.nl" target="_blank">Rijnboog</a> project. De burgers werden pas in 2007 via een referendum gevraagd om voor een onderdeel van plan een keuze te maken uit drie </sub><sub>mogelijke varianten. &#8220;Nee&#8221; stemmen was niet mogelijk. En daarmee werd het Rijnboog referendum vooral een &#8216;emotionele gebeurtenis&#8217;. Het resultaat: een extreem lage opkomst (10%) en de twijfel over het draagvlak van het hele plan is opgelaaid (kaart: gemeente Arnhem)</sub></p>
<p>Bewonersparticipatie mag dus niet worden afgedaan met een referendum over een stationsgebied. Bewonersparticipatie is de vrijheid je eigen bijdrage te leveren aan je stad of wijk. Ware democratisering ontstaat wanneer elke stadsbewoner de kans en ruimte krijgt om zijn kennis en kunde te ontdekken en in te zetten in de stad. Dan vindt er verknoping van netwerken plaats en ontstaat er meer begrip voor de verschillende belangen in een stad.</p>
<p class="MsoNormal">
<p><strong>Ruimte voor het karakter van de wijk</strong></p>
<p class="MsoNormal">Het is aan de overheid om de randvoorwaarden van participatie te creëren. Om bijvoorbeeld de bejaarde meneer Janzen, al twintig jaar de betrouwbare secretaris van de biljartclub, te helpen met goed, veilig en betaalbaar openbaar vervoer. En met een passende en betaalbare accommodatie van de biljartclub. En om Achmed, sinds kort eigenaar van buurtgroentezaak te openen met exotische groenten, te ondersteunen met alles wat er op een startende MKB-er afkomt. Om de jeugd hun jongerenwerker te geven die hen helpt bij het opstarten en faciliteren van hun activiteiten. Al deze mensen met hun bezigheden en bijbehorende relaties zijn het bloed door de aderen van een stad. We hebben daar vaak veel te weinig oog voor. We moeten meer overlaten aan de krachten van de mensen zelf. Gun mensen de ruimte zelf de schouders eronder te zetten. Juist op wijkniveau liggen mooie kansen om bewoners en professionals samen plannen te laten maken voor de wijk. Gun bewoners de hoofdrol, faciliteiten en budgetten. Natuurlijk blijven de overheid en de woningcorporaties de aangewezen partijen om de woningen en openbare ruimte op te knappen, de wijken te voorzien van de juiste voorziening en om een klimaat te scheppen waarin organisaties en mensen zich kunnen ontplooien.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/jKVTBiflM9s" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/jKVTBiflM9s"></embed></object></p>
<p><sub>Loki- Blijf Van M&#8217;n Wijk (Kanaleneiland) Af</sub></p>
<p>Het is van groot belang dat we het karakter van een wijk de ruimte geven. Helaas ligt dat in Nederland erg ingewikkeld. Op een of andere manier vinden beleidsmakers en politici het erg lastig om de buurt echt “zichzelf” te laten zijn. Om wat minder traditionele of voorspelbare sociale processen daar gewoon te laten gebeuren. Het lijkt soms wel of dat de overheid maar weinig vertrouwen heeft in de bewoners en de eigenheid van een buurt. We hebben de neiging alle knoppen in het midden te willen zetten en alles op elkaar te laten lijken. Neem de 40 krachtwijken. Dat fenomeen is feitelijk gebaseerd op een soort cijfermatige waarheid: alles terug naar het gemiddelde. Maar waarom eigenlijk? Wat levert dat op? Waarom gebruiken we niet de energie die in al aanwezig is in unieke prachtwijken als bijvoorbeeld Delfshaven (Rotterdam) en Klarendal (Arnhem)? Ik ben erg bang dat we op de manier voorbij schieten aan het gestelde doel en dat de participatie van de stadsbewoner er niks mee opschiet.</p>
<p>Het mooie is, als je bewonersparticipatie weet te vertalen in de vrijheid van een stadsbewoner om deel te nemen aan zijn of haar stad en wijk, levert het juist de diversiteit op waar we allemaal naar zoeken en waar we zoveel plannen voor maken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bewonersparticipatie-is-geen-referendum-over-een-stationsgebied/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wie pakt de verrommeling van de ondergrond op?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wie-pakt-de-verrommeling-van-de-ondergrond-op/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wie-pakt-de-verrommeling-van-de-ondergrond-op/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Almere]]></category>
		<category><![CDATA[Ondergrond]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[VROM]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/wie-pakt-de-verrommeling.jpg" /> We klagen over de verrommeling boven de grond, maar in de ondergrond begint het langzamerhand pas echt een zootje te worden. Zo bleek dinsdag 13 november jongstleden op een congres]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>We klagen over de verrommeling boven de grond, maar in de ondergrond begint het langzamerhand pas echt een zootje te worden. Zo bleek dinsdag 13 november jongstleden op een congres over de ordening van de ondergrond in Almere. Hoogste tijd voor een duidelijke visie op de ondergrond als kwetsbaar terrein. Hoe en door wie, dat is nog even de vraag.</strong></p>
<p>‘De ondergrond kan veel slimmer worden benut,’ aldus minister <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacqueline_Cramer" target="_blank">Jacqueline Cramer</a> van Ruimte en Milieu in haar videoboodschap op het congres dat <a href="http://www.vrom.nl/" target="_blank">VROM</a> afgelopen dinsdag wijdde aan de ruimtelijke ordening van de ondergrond. ‘Het levert ruimtewinst op en draagt bij aan een mooier Nederland.’ VROM pleit ervoor de ondergrond van meet af aan te betrekken in ruimtelijke planvorming. Dat biedt de meeste kansen. Als de plannen al te ver zijn uitgedacht, werpt de ondergrond juist eerder &#8211; letterlijk &#8211; barrières op.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071124_ondergrond.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><strong>Erg druk onder de grond</strong></p>
<p>Maar het is al erg druk onder de grond. Je hoeft bouwend Nederland niet te vertellen dat de ondergrond kansen biedt, dat hadden ze zelf al ontdekt. De ondergrond wordt al kwistig ingezet. Glasvezelnetten, koude en warmte bronnen, ondergrondse afvalopslag, stadskoeling, funderingen, ondergrondse bouwwerken, waterbergingen en niet in de laatste plaats de functie van de ondergrond als archeologisch archief. De ruimte onder de grond is al bijna net zo schaars geworden als boven de grond. Dit vraagt om afstemming en regie. De grote vraag is: wie pakt die regie op?</p>
<p>Wat VROM betreft zijn dat de gemeenten. Zij moeten gaan voor een integrale benadering van boven- en ondergrond. De afgelopen jaren liep een <a href="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=23780" target="_blank">stimuleringsprogramma Ruimtelijke Ordening van de Ondergrond </a>(ROO) van het ministerie, om gemeenten ertoe aan te zetten de ondergrond vroegtijdig en integraal bij de planvorming te betrekken. Met vier pilotgemeenten, een interactieve website en een serie workshops probeerde VROM het onderwerp op de kaart te zetten.</p>
<p>Diverse sprekers tijdens het congres plaatsten echter hun vraagtekens bij een lokale aanpak. &#8216;We hebben er op lokaal niveau boven de grond al zo&#8217;n rotzooi van gemaakt, ik houd mijn hart vast voor de ondergrond,&#8217; aldus Ellen Verkoelen, directeur van de Stichting Milieufederatie tijdens de forumdiscussie van het congres. Ook Johan Bosch, hoogleraar ondergronds bouwen van de TU Delft en algemeen bouwmanager van de <a href="http://www.noordzuidlijn.nl/" target="_blank">Noord/Zuidlijn</a> in Amsterdam, is groot voorstander van regie op rijksniveau. De druk op de ondergrond neemt sterk toe, aldus de hoogleraar en vereist meer ordening.</p>
<p><strong>&#8220;Ondergrond verdient inhoudelijke visie&#8221;</strong></p>
<p>Stuk voor stuk gaven de sprekers van het congres Nederland een dikke onvoldoende als het gaat om ordening van de ondergrond. &#8216;Dat neemt niet weg dat we wel de ambitie moeten hebben om op dit gebied het beste jongetje van de klas te worden&#8217;, liet rijksbouwmeester <a href="http://www.rijksbouwmeester.nl/over/melscrouwel.html" target="_blank">Mels Crouwel</a> weten, &#8216;We hebben een imago hoog te houden. Als het gaat om ruimtelijke ordening wordt toch veel naar Nederland gekeken. Als wij het al niet weten&#8230;Niet alleen daarom, de ondergrond verdient een integrale benadering en vooral: een inhoudelijke visie.&#8217; Met een grote grijns vervolgde de regeringsadviseur voor architectuurbeleid en rijkshuisvesting: &#8216;En het rijk moet die visie ontwikkelen. Ik sta natuurlijk al bekend als groot voorstander van centrale planning, maar als het gaat om de ondergrond vind ik dat zeker!&#8217; Waarop hoogleraar toegepaste geologie en criticus Salomon Kroonenberg verzuchtte: &#8216;Laten we alsjeblieft uitkijken met die zogenaamde langetermijnvisies. We streven om de zoveel jaar steeds weer wat anders na. Dit is niet goed voor de ondergrond. Dat is de schatkamer van Nederland. We kunnen er maar één keer iets mee doen, daarna is het weg. Als het gaat om de ondergrond vind ik dat we over de echte lange termijn moeten praten, zeg 10.000 jaar.&#8217;</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/WDs2HyjzhmI" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/WDs2HyjzhmI"></embed></object></p>
<p><sub>Een ondergronds gangenstelsel ergens in Groningen</sub></p>
<p>Alleen Felix Luitwieler, plaatsvervangend directeur Bodem, Water en Landelijk gebied van VROM gaf Nederland een zes-min. &#8216;Om de leerling aan te moedigen&#8217;, verklaarde hij. Dat VROM alle belang heeft bij een leerling die opgewassen is tegen de taak, blijkt uit het feit dat dit congres de afsluiting is van het eerder genoemde stimuleringsprogramma. Ook de bemoedigende woorden uit de videoboodschap van minister Cramer konden niet verhullen dat het congres vooralsnog de laatste actie is van het ministerie. Gemeenten zijn aan zet, geheel conform het credo van de Nota Ruimte: decentraal wat kan. Maar de vraag of de ordening van de ondergrond decentraal kan, werd op de congresdag door alle andere partijen beantwoord met een keihard &#8216;nee&#8217;. Ook de deelnemers stemden bij de stelling &#8216;Op welk overheidsniveau moet beleid voor ROO ontwikkeld worden&#8217;, massaal voor het rijk. Geheel overeenkomstig het stemadvies van Mels Crouwel. ROO is voor VROM vooralsnog echter geen speerpunt van beleid, dat zich op de bovengrond richt. Met het congres heeft VROM &#8216;het stokje overgedragen&#8217; aan kenniscentra als <a href="http://www.cob.nl/" target="_blank">Centrum Ondergronds Bouwen</a> en de gemeenten zelf. Als het congres echter één ding duidelijk heeft gemaakt, is dat deze overdracht op z&#8217;n zachtst gezegd te vroeg komt. VROM moet nu doorpakken. Al was het maar om te zorgen we al die onvoldoendes wegwerken. Liever natuurlijk nog om de schatkamer van Nederland zo goed mogelijk te bewaken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sub>Afbeelding: Het nieuwe stadshart van Almere met het &#8216;opgetilde&#8217; maaiveld (<a href="http://www.almere.nl" target="_blank">gemeente Almere</a>)</sub><em><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wie-pakt-de-verrommeling-van-de-ondergrond-op/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nostalgie op Rotterdam CS</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nostalgie-op-rotterdam-cs/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nostalgie-op-rotterdam-cs/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther Juurlink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/nostalgie-op-rotterdam.jpg" /> Slopers &#8211; of de mensen die beslissen om een bouwwerk te slopen &#8211; lijken vaak zonder mededogen te werken. Terwijl voorbijgangers en andere critici verzuchten: &#8220;Wordt dat gesloopt, wat zonde!&#8221;,]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Slopers &#8211; of de mensen die beslissen om een bouwwerk te slopen &#8211; lijken vaak zonder mededogen te werken. Terwijl voorbijgangers en andere critici verzuchten: &#8220;Wordt dat gesloopt, wat zonde!&#8221;, lijken zij totaal niet stil te staan bij dat soort overwegingen. Dat het &#8211; in elk geval soms &#8211; anders is, blijkt deze weken op <a href="http://www.rotterdamcentraal.nl" target="_blank">Rotterdam CS</a>. De oude hal wordt gesloopt &#8211; te klein, te weinig grandeur, weg ermee &#8211; en dat lijkt een meedogenloze beslissing. Dat de &#8216;slopers&#8217; toch ook oog hadden voor de keerzijde, blijkt uit de letters op het dak. Mooi detail: het zijn dezelfde letters als waarmee &#8216;centraal station&#8217; gevormd was. Bovendien krijgen deze letters een eervolle plaats in het nieuwe gebouw. Hoezo geen mededogen?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nostalgie-op-rotterdam-cs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Snel een 3D model van je huis</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/snel-een-3d-model-van-je-huis/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/snel-een-3d-model-van-je-huis/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/snel-een-3d.jpg" /> Met het gratis programma &#8216;SketchUp&#8216; tover je in een handomdraai een 3D model van je huis, je buurt, je verbouwplannen of als professional je ideeen voor die te ontwikkelen locatie.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met het gratis programma &#8216;<a href="http://www.sketchup.nl">SketchUp</a>&#8216; tover je in een handomdraai een 3D model van je huis, je buurt, je verbouwplannen of als professional je ideeen voor die te ontwikkelen locatie. Google hoopt uiteindelijk dat iedereen zijn modellen op Google maps gaat zetten, zodat we wellicht over een tijdje kunnen rondstruinen in een levensechte <a href="http://www.secondlife.com">Second Life</a> wereld. </strong><strong>Fascinerend&#8230; </strong></p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/plExqUKqQk4" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/plExqUKqQk4"></embed></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/snel-een-3d-model-van-je-huis/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het verglaasde tentenkamp</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-verglaasde-tentenkamp/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-verglaasde-tentenkamp/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Wenen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/het-verglaasde-tentenkamp.jpg" /> Zowel het oude centrum als de nieuwe buitenwijken van Wenen lijken vrij te zijn van grote contrasten. De fysieke en sociale homogeniteit maakt de Oostenrijkse hoofdstad tot een non-city. Het]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zowel het oude centrum als de nieuwe buitenwijken van Wenen lijken vrij te zijn van grote contrasten. De fysieke en sociale homogeniteit maakt de Oostenrijkse hoofdstad tot een <em>non-city</em>. Het centrum is ontegenzeggelijk een filmdecor waarin de bewoners de hoofdrol spelen in een toneelstuk dat een eeuwigdurend middenbedrijf lijkt. Een van de nieuwe buitenwijken, Donaustadt, is zelfs slechts nog decor;  het filmische, de beweging en het humane is er zorgvuldig verwijderd. Waar is de stedelijkheid gebleven?</strong></p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071216_wenen_donaustadt.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p>De nazomer laat het siermetaal rond de uitbundige etalageruiten glimmen. Als met een grote studiolamp verlicht, laat Wenen zien waarvoor ze gemaakt lijkt: elk detail ondergeschikt maken aan de afgevlakte samenhang. Gedreven door haar eigen succes wordt Wenen van <em>non-city</em> dus tevens <em>contra-city</em>: met haar imponerende totaalcompositie bestrijdt ze elke verscheidenheid. In cultureel en sociaal opzicht maakt Wenen een zeer autarkische indruk. De stad en haar instituties hoeven niet meer dan aan zichzelf te refereren, keer op keer.</p>
<p>Op naar de wijk Donaustadt voor een reality-check. Dit gebied in het noorden van Wenen, was gepland als expo-terrein voor de wereldtentoonstelling in 1990. De bevolking van Wenen besliste in een referendum echter anders. Er kwam geen expo en zowel in Wenen als stroomafwaarts kwam er dus ruimte vrij. Grote kantoor- en woongebouwen van staal en glas markeren nu deze plek.</p>
<p>Een betonnen koek van ongeveer vijf meter dik draagt solitaire constructies die pas vanaf korte afstand hun bedoeling prijsgeven. Een wandeling op zondag vernauwt dit beeld enigszins maar geeft toch genoeg ruimte voor enige speculatie. Haar architectuur dwingt, en de wind zingt. Over het water komt hij aan, en in volle vaart botst hij tegen een venster. Dit venster maakt deel uit van een weloverwogen architectonische totaalcompositie. Hoe is het om achter dit raam te zitten?</p>
<p>In de koek is een speeltuin uitgesneden, loepzuiver, als met een scalpeermes gedaan. Veel glas weerkaatst veel zonlicht. Ook hier. De warme gloed op het gezichtje van een spelend kind stelt diens moeder gerust. Ze sluit haar ogen en voelt dan de wind. Dit verglaasde tentenkamp is een permanente expositie van architectuur als dwingende en schijnbare noodzakelijkheid. Megastructuren zijn vaak zo veel krachtiger dan de wil van een politicus, architect of sociaal werker. De toekomst is weerbarstig.</p>
<p>Wenen is in zekere zin de stad voorbij: de sterk geïndividualiseerde samenleving behoeft nieuwe en betekenisvolle, dynamische autoriteiten; zowel, sociaal, cultureel als fysiek. Maar omdat in Wenen de gelijkschakeling alom is, glijdt elke aanzet tot een dynamische beweging meteen van het glimmende oppervlak af. Zo heeft Wenen haar laatste stap gezet: van een imponerende <em>contra-city</em> naar de failliete toestand van de <em>after-city</em>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-verglaasde-tentenkamp/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oost-Europeanen tuinieren niet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/oost-europeanen-tuinieren-niet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/oost-europeanen-tuinieren-niet/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bart Cosijn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Estland]]></category>
		<category><![CDATA[Hongarije]]></category>
		<category><![CDATA[Oost-Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Tallinn]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2007/11/oost-europeanen-tuinieren-niet.jpg" /> Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is in veel Oost-Europese landen bijna de hele woningvoorraad geprivatiseerd. Wordt in Nederlandse Vinex-wijken geklaagd over de gebrekkige invloed die mensen op hun omgeving]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is in veel Oost-Europese landen bijna de hele woningvoorraad geprivatiseerd. Wordt in Nederlandse Vinex-wijken geklaagd over de gebrekkige invloed die mensen op hun omgeving kunnen uitoefenen, in Hongarije en Estland is juist het omgekeerde aan de hand. In de naoorlogse gebieden die gedomineerd worden door gestapelde appartementen, willen mensen niet verder dan hun eigen voordeur denken. Een rondgang in Oost-Europa. </strong></p>
<p>De woningmarkt wordt in Nederland nog steeds sterk door instituties aangestuurd. Hoewel aan de kant van investeerders een verschuiving heeft plaatsgevonden van de publieke naar de private sector, is de invloed van bewoners op het eindproduct relatief klein. Het ruimtelijke concept van veel woonwijken laat nog weinig ruimte voor spontane ontwikkelingen.</p>
<p>De typisch Nederlandse situatie contrasteert sterk met de toestand in Oost-Europa waar privébezit heilig is. Na de omwenteling kregen mensen in verschillende Oost-Europese landen de mogelijkheid om een woning of appartement voor een lage prijs van de staat te kopen. Dit gebeurde ook met fabrieken, grond en ander ontroerend goed. Was de invloed van de overheid op de woningmarkt en de ruimtelijke ordening tot de jaren negentig van de vorige eeuw totaal, nu is deze nagenoeg afwezig.</p>
<p>In Lasnamäe, één van de grootste naoorlogse woningwijken in de hoofdstad van Estland, moeten de komende jaren veel appartementencomplexen gerenoveerd worden. In deze wijk woont meer dan een kwart van de bevolking van Tallinn en alle appartementen zijn privébezit. Wat opvalt is dat het aantal mensen dat zich organiseert om de bouwkundige problemen van hun flat aan te pakken, bijzonder klein is.</p>
<p>Tõnu Laigu, voormalig voorzitter van de Bond van Estse Architecten voorziet dan ook grote problemen. “Het idee dat mensen helemaal zelfstandig de buurten waar ze wonen, aanpakken werkt niet hier,” zo stelt Laigu, “Je hebt de hulp en geld van de lokale overheid nodig. Dat is bepalend voor een mogelijk succes. Ik geloof niet dat de huidige rechtse overheid inziet dat de verbetering van het leven van mensen op kleine schaal in de woonomgeving moet beginnen.”</p>
<p>Volgens Tõnu Laigu is vooral de lokale overheid niet in staat om problemen effectief aan te pakken. “Wanneer een overheid vertelt: ‘Ja, maar deze nieuwe tramlijn gaat het leven van mensen verbeteren’ dan is ze slechts uit op goede publiciteit. Je snel van A naar B kunnen verplaatsen heeft weinig te maken met een betere sociale en fysieke woonsituatie van mensen in wijken zoals Lasnamäe.”</p>
<p><strong>Wild West in Estland</strong></p>
<p>Na de omwenteling kwam in Tallinn een grote exodus van mensen op gang die hun kleine appartementen inruilden voor een eigen huis op een eigen stukje grond. Verschillende politici verkondigden de boodschap dat iedere familie recht had op een eigen woning. Grote gebieden buiten de stad werden dan ook door projectontwikkelaars aangekocht die daar vervolgens zonder veel overheidsbemoeienis wegen en andere voorzieningen aan konden leggen. En aangezien in Estland een lange traditie bestaat om samen met een architect een huis te bouwen, werden deze nieuwe slaapsteden vanuit commercieel oogpunt een groot succes. Het geld kwam van Zweedse banken die zeer gul leningen verstrekten.</p>
<p><img src="http://www.ruimtevolk.nl/images/20071130_Lasnamäe_Tallinn_Bart-Cosijn-RUIMTEVOLK_2.jpg" alt="artikel afbeelding" /></p>
<p><em>De wijk Lasnamäe in Tallinn, vanuit het centrum ontsloten door een brede weg met een ruimte middenberm voor een nooit gebouwde sneltram. (foto Bart Cosijn) </em></p>
<p>Maar het succes heeft ook een keerzijde volgens Andres Ojari, partner bij het architectenbureau 3 + 1 architects in Tallinn. Het volledig ongecontroleerde planningsproces veroorzaakt elke dag het dichtslibben van vele wegen en collectieve voorzieningen ontbreken in veel gevallen. In 2000 publiceerde hij samen met een aantal collega’s een artikel in de krant dat waarschuwde dat deze ‘wildwest ontwikkeling’ tot veel problemen zou gaan leiden. Ojari: “Helaas zijn de meeste van onze voorspellingen uitgekomen.”</p>
<p>Sinds een jaar of twee begint de situatie echter langzaam te veranderen. “Je ziet dat mensen weer graag dichter bij hun werk willen wonen. De oude stad komt weer in trek, daar waar de kinderopvang dichtbij is. Mensen die het kunnen betalen kopen de centraal gelegen gronden op en slaan daar opnieuw aan het bouwen.”</p>
<p>Bijzondere aandacht verdient de omgang met de openbare ruimte, en dan met name het verschil tussen Oost-Europa en Nederland. Dat maakt het lastig om niet vooringenomen met een Hollandse bril tegen de karig aangeklede straten in Tallinn en de rommelige pleinen in Boedapest aan te kijken.<br />
Volgens Tõnu Laigu is er een direct verband de dichtheid van de bebouwing en de ruimte: “Er is veel ruimte in Estland en nogal wat mensen hebben een stukje grond buiten de stad. Als gevolg daarvan voelen Esten niet zo de behoefte om intensief te gaan tuinieren in de drukke stad. Heel anders dan Nederlanders, die in een dichtbevolkt land wonen en voor wie de tuin bij hun huis de enige private groene ruimte is die ze in veel gevallen hebben. In Estland zijn mensen gewend aan een balkon, dat in het beste geval met glas is afgesloten vanwege het koude klimaat.”<br />
<strong><br />
Corruptie in Hongarije</strong></p>
<p>Net als in Estland worden ook in Hongarije momenteel veel nieuwe woningen gebouwd. Maar de economische en sociale situatie is hier heel anders. De de economie groeit veel langzamer en in de meest recente corruptie-index van Transparency International, een internationale organisatie die corruptie in kaart brengt, staat Hongarije op de 39e plaats, net iets boven Italië, terwijl Estland op de 28e plek staat tussen Israël en Spanje.</p>
<p>Projectontwikkelaars opereren in Boedapest echter op een zelfde agressieve wijze. Volgens zelfstandig architect Laszlo Decsy zijn deze ontwikkelaars constant bezig om hun eigen markt te creëren en krijgen ze daarbij hulp van lokale overheden. Met grote publiciteitscampagnes wordt het beeld geschetst dat wonen in een naoorlogse flat het ‘oude wonen’ is, en dat bij een moderne samenleving een moderne woning hoort. “Soms zelfs gaan ze zo ver dat ze de meubels op de verkooptekeningen van nieuwe appartementen bewust kleiner tekenen, om de ruimte groter te laten lijken”, vertelt Decsy, “Wanneer mensen dan hun huis gaan inrichten merken ze dat het helemaal niet past.”</p>
<p>Laszlo Decsy, die zelf begin jaren tachtig afstudeerde als architect, legt uit dat er veel achterdocht in de Hongaarse samenleving is. In feite zijn de mensen die in de communistische partij op sleutelposities zaten nog steeds aan de macht. “Ze hebben al hun familieleden vooruitgeschoven naar de huidige partijen, waardoor we eigenlijk nog steeds een feodale samenleving hebben.”</p>
<p>Nóra Demeter, dochter van Hongaarse emigranten, kwam na haar studie aan Yale in de VS begin jaren negentig naar Boedapest. Samen met haar partner heeft ze nu een succesvol architectenbureau. Ook zij ziet dat de bevolking en de overheid weinig vertrouwen in elkaar hebben. Iedereen wil vooral snel en veel geld verdienen. Mensen die in de stad naar een nieuw appartement zoeken, komen al gauw terecht in de houdgreep van ontwikkelaars, gesteund door een corrupte overheid.</p>
<p>“Elk stadsdeel hier in Boedapest vecht voor zijn eigen economie. Daarom is het erg moeilijk om aan stadsbrede planning te doen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het daar nu eigenlijk te laat voor is. De stadsarchitect is een aantal jaar geleden afgetreden omdat hij van het stadsbestuur niet genoeg mandaat kreeg om een effectieve ruimtelijke ordening op te zetten.” De planningstraditie in Nederland is volgens Demeter dan ook de uitdrukking van een bijzonder vertrouwen van de burgers in de overheid.</p>
<p><strong>Vinex als gevangenis</strong></p>
<p>Enige tijd geleden kon Andres Ojari zelf het Nederlandse Vinex-leven meemaken. Samen met zijn vrouw en twee kinderen logeerden ze in maart van dit jaar twee weken in een nieuwbouwwoning in Ypenburg. Ze waren door ontwerpbureau Qenep uitgenodigd om deel te nemen aan het project HABITatYPENBURG. Doel van dit project was om na te denken over het wonen in de context van de Europese Unie en de recente uitbreiding.</p>
<p>Ze vonden het een nogal vreemde ervaring. “Het eerste wat ik me afvroeg is: ga ik hier wel overleven?” De associatie die Andres Ojari had met de wijk was die van een gevangenis; een totaal gecontroleerde en geregisseerde omgeving. In Estland mag er dan soms gebrek zijn aan stedelijke planning, het planmatige karakter van het Nederlandse leven in Vinex-wijken kwam het Estse gezin overdreven voor.</p>
<p>Triin Ojari, de vrouw van Andres en redacteur bij het Estse architectuurtijdschrift MAJA omschreef het in een artikel als volgt: “In dit vooraf bepaalde milieu zie je geen toevallige gebeurtenissen. Elke dag opnieuw zie ik volwassen zeer doelgericht langstrekken. Ik heb geen idee of en hoe de buren met elkaar communiceren. Tegelijkertijd heeft iedereen ramen van vloer tot plafond zonder gordijnen.” Wie niet beter wist, zou haast denken dat beschrijving een totalitaire samenleving betreft.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><sub>Noot:<br />
Andres Ojari, architect in Estland heeft van 1 tot 16 maart 2007met zijn vrouw Triin Ojari, redacteur is bij het architectuurmagazine MAJA, en hun kinderen deelgenomen aan het Habitatypenburg project.</sub></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/oost-europeanen-tuinieren-niet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Bedrijventerreinen passen in het landschappelijk mozaiek&#8221;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/bedrijventerreinen-passen-in-het-landschappelijk-mozaiek/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/bedrijventerreinen-passen-in-het-landschappelijk-mozaiek/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Nov 2007 11:11:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Noord-Brabant]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/nieuw/</guid>
		<description><![CDATA[Een aardige documentaire van Omroep Brabant (februari 2007) over verrommeling van het Brabantse landschap in kader van de provinciale verkiezingen. Landschapsarchitect Adriaan Geuze vertelt hierin onder andere dat de zorg]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een aardige documentaire van <a href="http://www.omroepbrabant.nl">Omroep Brabant</a> (februari 2007) over <a href="http://www.vrom.nl/pagina.html?id=31124&amp;term=verrommeling">verrommeling</a> van het Brabantse landschap in kader van de provinciale verkiezingen.</strong></p>
<p>Landschapsarchitect <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Adriaan_Geuze">Adriaan Geuze</a> vertelt hierin onder andere dat de zorg voor het landschap in Brabant de afgelopen jaren tot heel veel goede dingen heeft geleid.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="425" height="350" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="quality" value="high" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/wof_-OLmXps" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="425" height="350" src="http://www.youtube.com/v/wof_-OLmXps" quality="high"></embed></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/bedrijventerreinen-passen-in-het-landschappelijk-mozaiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

<!-- Dynamic page generated in 5.217 seconds. -->
<!-- Cached page generated by WP-Super-Cache on 2012-05-17 14:41:23 -->
<!-- Compression = gzip -->
