Logo Ruimtevolk klein
artikelen

17 november 2010 • RUIMTEVOLK

Park Bloeyendael: the rise of the rich?

Over de groeiende vraag naar gated communities in Nederland

Vlakbij Utrecht verrijst naar alle waarschijnlijkheid binnenkort een nieuwe villawijk: Park Bloeyendael. De verkoop is in volle gang. Bijzonder is dat de wijk beveiligd is; er is een bewaakte toegangspoort. Het heeft alle schijn van een gated community. Of toch niet? Een kritische beschouwing van het plan.

Zodra je de website opent, beginnen vogels te kwetteren. ‘Park Bloeyendael: een royale oase aan de rand van Utrecht’, staat er in mooie letters. Het logo heeft de vorm van een hek. Vervolgens opent een frame en zie je in het groen een groepje huizen, van bovenaf bezien, alsof je door de ogen van de vogels van zojuist kijkt. Net echt. De zon schijnt, ramen staan open. Het is stil, vredig. Sturend met de muis kun je over het plangebied vliegen. Je ziet chique appartementengebouwen met dakterrassen zo groot als schoolpleinen, royale villa’s met strakke gazonnen en brede autovrije straten. Mensen zijn er vreemd genoeg niet, wel auto’s. Dure auto’s.

Park Bloeyendael moet een chique woonwijk voor welgestelden worden en ligt op de voormalige locatie van autobedrijf Hessing aan de Utrechtsestraat, aan de oostkant van Utrecht. Hessing, die tegenwoordig met zijn Masarati’s en Lamborghini’s in de Cockpit aan de A2 zit, wil hier ruim honderd exclusieve woningen ontwikkelen met een bijpassend pakket aan voorzieningen (waaronder gratis tuinmannen en schilders). Prijzen beginnen bij 800.000 euro. Absolute klapper is een penthouse van 735 vierkante meter 191 vierkante meter dakterras voor een kleine vier miljoen euro.

Opvallend is de beveiliging. Hoewel Hessing het woord gated community nooit in de mond zal nemen, heeft het villapark er alle schijn van. Een slotgracht (de vergraven Biltse Grift) en een 24-uurs bemande bewakingsloge met toegangspoort ontmoedigt ongewenste gasten het terrein te betreden. ‘Kinderen kunnen hier onbezorgd spelen’, aldus makelaar Heiko Gorter.

De vraag rijst wat je van een dergelijke ontwikkeling moet denken. Los van het ruimtelijke bouwplan is er ingestoken op een maatschappijkritisch woonconcept dat drijft op de mening van een welvarende elite. In diverse media doken hierover de afgelopen tijd opiniestukken op. Niet in de laatste plaats omdat ook bij Ouderkerk aan de Amstel, op een eilandje in de Amstel, een dergelijk woonpark moet verrijzen. Wat zegt de groeiende vraag naar dergelijke afgesloten woondomeinen in Nederland? Iets wat vooralsnog (op grote schaal) alleen in de Verenigde Staten en delen van Zuid-Amerika voorkomt, en dan met name in gebieden waar het contrast tussen arm en rijk groot is. Gaat het hier dan zo slecht?

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Op zich is het luxueuze karakter van Bloeyendael wel te verklaren. We bevinden ons in een van de rijkste regio’s van het land, op de Utrechtse Heuvelrug, vlakbij ‘t Gooi. De vraag naar exclusieve woningen en hoogwaardige woonmilieus is hier evident. Veel passend aanbod is er niet. Ook de behoefte naar veiligheid (onbezorgd woongenot) is in principe geen vreemde gedachte, ook al is de roep om werkelijk afgesloten terreinen zoals Bloeyendael wel nieuw. Rijke mensen hebben nu eenmaal kostbare spullen, hebben geen zin in geveltoeristen en pottenkijkers en schermen daarom hun domeinen en stulpjes af met manshoge hekken en hagen. Dat zie je in de stad, in het buitengebied en in VINEX-wijken zoals Leidsche Rijn. Fraai is anders, maar zo lang dat niet leidt tot unheimliche situaties in de openbare ruimte, kun je daar niet zo veel van vinden. Het is wat het is.

Zorgwekkender is het gegeven dat de in gated communities geïnteresseerde mensen hun huidige woon- en leefomgeving zonder moeite willen opgeven en verruilen voor een (in hun ogen) veiliger milieu. Vaak ingegeven door slechts een gevoel van onveiligheid en angst voor de veranderende multiculturele samenleving. In plaats van problemen gezamenlijk te lijf te gaan, leggen zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheden liever naast zich neer.

Daar gaat iets onverschilligs van uit, iets zorgeloos, iets egoïstisch. Mensen zijn bereid hun sociale en maatschappelijke verplichtingen af te kopen zodra de grond onder hun voeten te heet wordt. Vrijheid is kennelijk te koop. Maar heeft deze elite ook niet de morele plicht om te blijven participeren in de maatschappij als zodanig, om deze vorm te geven vanuit goeddunken, en niet te vluchten naar een omheind oord met gelijkgestemden?

Tegenstanders van gated communities ontkrachten het argument dat een toegangspoort zou leiden tot grotere veiligheid. Uit diverse onderzoeken blijkt dat gated communities slechts een schijnveiligheid bieden omdat de criminaliteitscijfers niet lager zijn dan in niet-afgesloten wijken. En, misschien wel belangrijker: door gated communities zou het sociaal kapitaal (participatie, vertrouwen en wederkerigheid) van de samenleving als geheel kleiner worden. Individualisme en polarisatie gaan hand in hand. Zelfredzaamheid boven saamhorigheid. Cultuurfilosofen krommen hun tenen. Moet je dat met elkaar willen?

Samenlevingsideaal
Als je kijkt naar de locatie en de directe omgeving van Bloeyendael, dan zijn dat niet gelijk omstandigheden die aan een idyllisch villapark of community doen denken. Het voormalige terrein van autodealer Hessing ligt pal aan een luide provinciale weg, vlakbij knooppunt Rijnsweerd. Het terrein ligt bovendien aan het begin van de Utrechtsestraat, feitelijk nog in de stadsrand van Utrecht. Dit is het meest rommelige gedeelte van de provinciale weg.

Op zich kan Bloeyendael voor een welkome kwaliteitsimpuls zorgen, maar daarvoor had het zich beter kunnen voegen naar het open veenweidekarakter van de aangrenzende landgoederenzone Stichtse Lustwarande, in plaats van in te zetten op een zelfstandige locatieontwikkeling. Nu is en blijft het een autonoom, haast onlandschappelijke postzegel dat vol gezet is met peperdure huizen. Zijn de voorgeschotelde kwetterende vogeltjes hier wel te horen?

Wat betreft de ruimtelijke opzet is ook het nodige te zeggen. Drie statige bouwblokken schermen het gebied af van de Utrechtseweg en geven een gevoel van ‘onder ons’, dat verdedigbaar is vanuit het woonconcept. Maar daarachter ontvouwt zich een stratenpatroon dat een wat makkelijke verwijzing lijkt naar de tuinsteden van Ebenezer Howard uit het begin van de twintigste eeuw, met symmetrische en hiërarchisch opgezette, gebogen straten. Vreemd. Want de keuze hier op Bloeyendael is niet gestoeld op een open samenlevingideaal, maar juist op een bewuste afscherming daarvan. Dat is rijmelarij van niks. Waarom geen vormentaal die past bij deze tijd, bij deze specifieke (uiterst bedenkelijke) cultuuruiting?

Voor de gebouwen op Park Bloeyendael is een mix van appartementen en grondgebonden woningen bedacht, in baksteenarchitectuur. Het geheel moet volgens de architect ‘een landgoedachtige sfeer uitademen’. Opvallend in dat licht is de compactheid van het plan (exploitatiedruk?). De openbare ruimte is qua maat en gebruikspotentie marginaal en de villa’s zijn feitelijk niet veel meer dan grote twee-onder-eenkappers. Alleen de woningen aan de rand van het park hebben vrij uitzicht op het omliggende landschap, de rest staat voor villabegrippen erg dicht op elkaar. De tuinen zijn in dat licht ook belachelijk klein: gemiddeld honderd vierkante meter. Elke scheet is te horen.

Als je dit allemaal bij elkaar optelt, kun je je afvragen wat er nu zo bijzonder is aan Bloeyendael? Voor hetzelfde geld koop je in Bilthoven een vrijstaande villa in het bos, met een tennisbaan achterin de tuin. En ook veilig. Het grappige is dat die welvarende elite, met hun dure woonwensen en behoefte aan (maatschappelijke) afstand en ruimte, in dit plan juist het tegenovergestelde krijgen. Ze komen boven op elkaar te wonen, hutje mutje achter een hek op een papperig stukje veengrond. Is dat luxe? En trouwens: ik dacht altijd dat een beetje zichzelf respecterende bobo toch minstens, naar Haags voorbeeld, op het zand wilde wonen.

Dit is een bewerking van een artikel dat eerder in PostPlanjer verscheen, Utrechts bulletin voor architectuur en stedenbouw, http://www.postplanjer.nl

8 reacties op “Park Bloeyendael: the rise of the rich?”

  1. Arjan Raatgever schreef:

    Een mooi, afgewogen stuk. Knap dat het je lukt niet al te cynisch te worden over deze gated community. Want dat is toch gewoon wel?

    De kritiek die je formuleert over de ruimtelijke indeling, namelijk dat de tuinstadgedachte niet zou passen bij het de individualistische levenshouding van de toekomstige bewoners, begrijp ik echter niet helemaal. Volgens mij is er juíst gekozen voor een soort ‘gezellig’ stedenbouwkundig patroon, voor het stimuleren (of simuleren) van nabijheid ‘binnen de muren’, om de nieuwe bewoners niet al te zeer met hun neus op hun xenofobe levensbeschouwing te drukken. Daar wordt je immers liever niet iedere dag mee geconfronteerd als je je tweede auto in de dubbele garage schuift. Daarbij past de tuindorpgedachte ook goed in de categorale ontkenning van de pluriforme en multiculturele maatschappij die gated communities tot uitdrukking lijken te willen brengen.

  2. Een wezenlijk verschil met gated communities in de VS is dat Bloeyendael (en ook “Smurfendorp” langs de A2 bij Vinkeveen) vrijwel uitsluitend op wonen gericht zijn. Op het moment dat er een winkelcentrum, sportvelden en andere voorzieningen binnen de hekken ontstaan krijg je pas echt een gated community.
    Overigens kun je luxe appartementsgebouwen zoals Montevideo in R’dam ook als gated communities zien.

  3. Dan mogen we van geluk spreken, komen de bewoners van Bloeyendael toch nog in de samenleving! Of ze moeten Albert hun boodschappen laten bezorgen…

    Als reactie op Arjan: De tuindorpgedachte was toch juist de fabrieksarbeider naast de kantoorbeambte en de directeur van de fabriek? Allemaal samen, los van rangen en standen?
    Dat de tuindorpen tegenwoordig verworden zijn tot een monocultuur van yuppen, doet niets af aan die oorspronkelijke gedachte.

  4. ingrid frederic schreef:

    @gertjan van der weijden:
    montevideo: de spijker op de kop. In stedenbouwkundig nederland ontstaat iedere keer paniek en afschuw als er suburbane afgesloten woondomeinen in laagbouw worden gepland. Maar flats met huismeester, gesloten bouwblokken, hofjes en andere afgesloten domeinen in stedelijke context kunnen al eeuwen rekenen op goedkeurend geknik. Waarom hebben alleen gestapelde binnenstedelingen het recht om pas na gebruik van 2 sleutels in hun hal te staan?

  5. Marc Nolden schreef:

    Helemaal waar, wat betreft de appartementsgebouwen als gated community. Daar moeten we iets mee. In het oospronkelijke (onbewerkte) artikel dat ik voor PostPlanjer schreef, schreef ik daar het volgende over:

    In de discussie over gated communities in Nederland lijken we ons blind te staren op vooraf ingeprente beelden en letterlijke verschijningsvormen van deze woondomeinen, vaak bepaald en ingegeven door de media. We zoeken wat we willen zien: luxe woningen in een ruim opgezet park met een hek er omheen, vaak buiten de stad. In de meeste gevallen klopt dat. Bijvoorbeeld ook bij de Golfresidentie in Dronten, een project waar mensen in luxe en ruimte rond een semi-afgesloten golfterrein wonen, gezamenlijk eigenaar zijn van die grond en te allen tijde kunnen genieten van hun lievelingsspelletje in een ruim en leeg polderdecor. Maar gated communities kunnen ook binnenstedelijk en zelfs verticaal georiënteerd zijn. Een leuk voorbeeld zijn de Rotterdamse woontorens De Hoge Heren, aan de Maas. Fantastische locatie, fraai uitzicht, hoogwaardige architectuur, ruimte, privacy en voorzien van alle moderne snufjes en luxe voorzieningen, zoals een zwembad, sauna en fitnesszalen. En dat allemaal achter een gesloten deur met een beveiligingscamera. Een vreemde komt hier niet binnen. Een inkomensdrempel moet er ook nog eens voor zorgen dat er een welgesteld publiek komt te wonen. Geen pleps – geen fratsen, moet de gedachte zijn geweest. Los van het feit dat deze torenbewoners niet per definitie een gemeenschappelijk wereldbeeld hebben, zou je kunnen volhouden dat dit een gated community is. En dat geldt dan eigenlijk voor meer appartementengebouwen in Nederland.

  6. Wigger Verschoor schreef:

    Ja, moeten we daar wel iets mee? In veel landen is het hebben van een huismeester de normaalste zaak van de wereld en bovendien de bindende factor tussen de bewoners, die elkaar anders nooit hadden leren kennen.
    Los van de ‘gated community’ – waarover vanwege de bewoording natuurlijk nooit meer iets positiefs is te zeggen, zoals Buckler na van ’t Hek – mogen we inderdaad wel zo positief denken over het leven in de non-gated communities? Nemen de inwoners daar wel hun sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid, participeren ze daar wel volop in de maatshappij?

  7. prat schreef:

    Het is wat dubbel zo’n ontwerp aan de ene kant is het gewoon markt aan de andere kant iets van geld stinkt.
    Kijkend naar het ontwerp is het meer een dorpje met schuttingen en tuinschuurtjes. Maar als de markt het opneemt / kwijt kan dan zie ik geen probleem.

  8. Remko schreef:

    Het lijkt er op dat de markt het niet opgenomen heeft……

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *