Logo Ruimtevolk klein

blogs

19 december 2010 • Simone Pekelsma

Er kan er maar een de winnaar zijn

Is de strijd voor Culturele Hoofdstad van Europa wel de moeite waard?

Zes Nederlandse steden zijn hard bezig een overtuigende kandidatuur neer te zetten voor de befaamde titel van ‘Culturele Hoofdstad van Europa’. In 2013 mag slechts één stad worden voorgedragen. Vijf zullen er verliezen. Toch zijn alle steden van mening dat de investeringen de moeite waard zijn. Met of zonder titel. Zou het dan niet efficiënter zijn om zonder al die poespas te investeren in deze beleidsterreinen? Wordt een stad er nu echter beter en mooier van als zij Culturele Hoofdstad is geweest?

2018 lijkt misschien ver weg, maar Utrecht is al uitgebreid bezig haar bevolking klaar te stomen voor het gewenste Culturele Hoofdstadjaar (foto: indigo_jones)

Grootse plannen en hoge verwachtingen
Op het moment hebben zes Nederlandse steden aangegeven Culturele Hoofdstad van Europa te willen worden: Brabantstad, Almere, Den Haag, Maastricht, Utrecht en Friesland. Een bonte verzameling van zeer verschillende steden en regio’s. Ondanks het feit dat ze nog ruim twee jaar de tijd hebben om hun kandidatuur af te ronden, hebben de meeste steden al een redelijk duidelijk beeld van hoe hun culturele jaar er uit zou moeten komen te zien. Een rondgang langs de Culturele Hoofdstad projectgroepen en websites laat een divers beeld zien. Zo wil Brabantstad bijvoorbeeld ‘de kunst van het samenleven’ vieren, waarbij aandacht wordt besteed aan economie, cultuur en welzijn. Almere – een bijzondere kandidatuur omdat deze wordt getrokken door een burgerinitiatief en niet (meer) door het college – wil door middel van het Culturele Hoofdstad project een ‘complete’ new town worden en haar underdog positie wegwerken. De plannen in Den Haag richten zich met name op cultuurparticipatie en het versterken van de culturele infrastructuur, terwijl Maastricht het plan heeft om de gehele Euregio bij het project te betrekken en zo een impuls aan de dynamiek in het gebied te geven. Ook Utrecht heeft internationale ambities en hoopt de stad en regio op de mondiale kaart te zetten. Friesland ten slotte geeft aan zich vooral op cultuur en zijn lokale inwoners te willen focussen.

De plannen die de steden hebben verschillen duidelijk van elkaar. Wat de steden echter met elkaar in gemeen hebben is dat ze allemaal hoge verwachtingen hebben van het binnenhalen van de Culturele Hoofdstad titel. Allemaal verwachten ze met het project de lokale economie, het culturele leven en het welzijn van de inwoners te verbeteren. Sommige steden verwachten zelfs te ‘winnen’ als ze in 2013 naast de titel grijpen. Dat is een interessante voorspelling die een belangrijke vraag opwerpt; als steden zulke hoge verwachtingen hebben van hun plannen, zelfs als ze zouden ‘verliezen’, waarom hebben ze dan een wedstrijd nodig om in actie te komen? Is het dan niet veel aantrekkelijker en efficiënter om simpelweg meer aandacht te hebben voor de beleidsterreinen die in de kandidaturen benadrukt worden? Volgens de kandidaat-steden is de race om de titel van Culturele Hoofdstad nuttig omdat hij samenwerking tussen steden bevordert. De steden mogen dan officieel elkaars concurrenten zijn, ze treffen en spreken elkaar regelmatig om ideeën uit te wisselen. Maar is dit wel voldoende reden om je als stad in een nationale wedren om een Europees project te werpen?

Het erfgoed van Lille ECOC 2004. De tentoonstelling “Flower Power” siert nog altijd het stadsbeeld. (foto: Ben Ward)

Is het ‘t allemaal wel waard?
Het Culturele Hoofdstad project genereert enthousiasme, samenwerking en investeringen in beleidsterreinen die zonder de impuls van de titel minder aandacht krijgen. Maar waarom?  Er wordt ontzettend veel aan de titel opgehangen zoals economische winst, een grotere bekendheid, meer toeristen en sociale cohesie. Veel steden onderbouwen hun kandidatuur met wetenschappelijk onderzoek dat de positieve kanten van het project belicht. Zo menen Greg Richards, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg, en de onderzoekers van Impacts08 in Liverpool dat steden met het project miljoenen kunnen binnenhalen. Het project kost wat, maar kan investeringen driedubbel terugverdienen.

Er zijn echter ook andere geluiden, en die worden vaak niet gehoord of genegeerd. Het rapport van Palmer/Rae uit 2004 dat 21 culturele hoofdsteden evalueerde geeft een veel genuanceerder beeld van de successen van steden. Daarnaast zijn er ook nog vele onderzoekers die een zeer kritisch geluid laten horen. Volgens hen heeft het Culturele Hoofdstad project in steden als Liverpool, Glasgow en Istanbul juist schade opgeleverd op het gebied van sociale cohesie en het culturele leven: in Liverpool zijn vrijwel alle kleine en alternatieve culturele projecten uit het stadscentrum verdwenen omdat meer commerciële vormen van cultuur en een winkelgebied winstgevender waren. In Istanbul werd de historische Roma-wijk Sulukule afgebroken om plaats te maken voor ‘interessantere’ vormen van cultuur voor toeristen.

Heel veel Culturele Hoofdsteden hebben dergelijke controversiële projecten uitgevoerd in het kader van een cultureel jaar. Het is daarom niet overbodig het project van meerdere kanten te bekijken. Het is makkelijk om te blijven hangen in enthousiasme en euforie – helemaal wanneer je hierin gestimuleerd wordt door vijf andere steden – maar voorgaande culturele hoofdsteden hebben naast successen ook laten zien dat grootste verwachtingen vaak naar beneden moesten worden bijgesteld, en soms zelfs schade aanrichtten.

Het is zeker geen schande om te investeren in kunst, cultuur, participatie, economische ontwikkeling en sociale cohesie, maar steden zouden zich kunnen afvragen of ze een titel als de Culturele Hoofdstad nodig hebben om vooruitgang te boeken op deze beleidsterreinen. Het zou wel eens voor voordeliger en effectiever kunnen zijn om simpelweg een goede strategie op dit gebied te formuleren die los staat van een jaar vol activiteiten, projecten en festiviteiten.

Welke stad durft deze hypothese te testen?


Met dank aan: Heleen Huisjes (Brabantstad 2018), Ym de Roos (Almere 2018) & Guido Wevers (Maastricht 2018)

Foto boven: Liverpool is flink op de schop gegaan voor de festiviteiten in 2008. Ondanks positieve berichtgeving zijn er ook geluiden die de keerzijde benadrukken. (foto: Jonny Boy)

Simone Pekelsma

Redacteur RUIMTEVOLK / Freelance journalist en onderzoeker

Simone Pekelsma is freelance journalist/onderzoeker op gebied van stedelijke ontwikkeling. Ze woont en werkt in Istanbul, Turkije.

http://www.simonepekelsma.com
  • Precies met de door jou gestelde hypothese en vraag, daat is Almere2018 al een aantal jaren mee bezig. 😉

  • Jurgen Hoogendoorn

    Simone slaat in haar artikel de spijker op de kop. In de mondiale ratrace naar bijzondere aandacht (een eufemisme voor het binnenhalen € en $) wordt door deelnemende steden de eigenheid van de desbetreffende stad (regio of land) en soevereiniteit maar al te vaak vergeten en zelfs opzij gezet. Niet alleen in de sport (WKvoetbal, Olympische spelen) maar ook in de sector van cultuur. Juist in de culturele sector geldt het adagium “geen cultuur zonder subcultuur”. De cultuur in de stad/regio is m.i. een uitkomst van een (sociologisch en cultureel) proces van Trail and Error. 90% van de probeersels mislukken en 10% slaagt. Dat is helemaal niet erg want deze 10% succes zou er nooit zijn geweest zonder die mislukkingen (en opnieuw beginnen).
    Een “humuslaag” – die vaak ontstaat en gevoed wordt vanuit (kunst)opleidingen en een groot aandeel jongeren in de stad die niets te verliezen en alles te winnen hebben en durven experimenteren= letterlijk en figuurlijk de kritische massa – is nodig. Botsingen en tegenbewegingen zijn daarbij onontbeerlijk. Wrijving geeft warmte en energie om vooruit te komen en te innoveren. Zonder deze humuslaag en zonder aandacht en ruimte voor het bijbehorende proces heeft het helemaal geen zin om een positie als culturele stad na te streven. En welke steden in Nederland en Europa hebben een dergelijke essentiële humuslaag? Ook het binnenhalen van iconen zoals een Guggenheim (sorry Bilboa stad zonder humuslaag) is daarom volkomen zinloos. Dan staat dat icoon er maar te staan en wordt vaak weer vergeten als een andere stad een nog mooiere icoon (of Guggenheim heeft).

  • Parijs teert al een eeuw op de expo uit …? met de Eiffeltoren. Brussel heeft zijn atonium. Dat is de sleutel, denk ik. 1 gebouw/bouwwerk dat symbool kan staan voor deze tijd/tijdsgeest en tegelijk tijdloos lijkt. Maar dit moet inderdaad wel in verhouding staan met de schaal en cultuur van de stad.

  • Almere2018

    Het burgerinitiatief Almere2018 past in de stadstraditie van initiatief nemen, mensen mobiliseren en dan doen. Bedenker Ym de Roos en Marcel Kolder van de stichting Breinstorm Zuiderzeeland namen in april 2006 het voortouw om Almere in de culturele schijnwerpers te zetten. Het idee kreeg in korte tijd honderden aanhangers.

    Sinds 2006 werkt deze groep van geïnspireerde Almeerse ‘hemelbestormers’ met verschillende culturele achtergrond aan een droom. Zij zien Almere als de ideale kandidaat voor de Europese culturele hoofdstad in 2018. In tegenstelling tot andere Nederlandse kandidaat-steden als Utrecht en Maastricht ontvangt men geen overheidsondersteuning en subsidie. Inmiddels heeft het burgerinitiatief geleid tot de oprichting van één Vereniging Almere2018 en zijn twee stichtingen 2018 in oprichting om de uitwerking van het plan verder vorm te geven.

    Marcel Kolder heeft een duidelijke visie: ‘Almere2018 bestaat uit honderden inwoners, instituten en bedrijven die geloven in de ontwikkelkracht van Almere. Wij zien dit stoutmoedige idee als voorwaarde voor een diverse en rijker geschakeerde stad. Almere heeft dit nodig. Eigenlijk meer dan alle andere kandidaat-steden bij elkaar.’

    Onderzoeken en ervaring op het gebied van stadsontwikkeling en vestiging van bedrijven geven Kolder gelijk. Het is in andere steden gebleken dat een rijk cultuuraanbod voor zowel – internationale – bedrijven als hogere inkomensgroepen en intellectuelen een belangrijke voorwaarde is om zich in een stad te vestigen. Er zijn gemeenten die stevig hebben ingezet op cultuur en groen om deze groepen aan te trekken. Arnhem is daar een succesvol voorbeeld van.
    “Het kan in Almere” maar de stad mist ook iets. De aandacht is vanaf het begin voornamelijk gericht geweest op ontwerpen, bouwen en inrichten. Wil Almere zich echter ontwikkelen tot een succesvolle stad is meer cultuur hard nodig.
    ‘Nu Almere zich de komende decennia waarschijnlijk zal ontwikkelen
    van een middelgrote tot een grote stad met 350 duizend inwoners, wordt het
    des te urgenter dat Almere 2.0, zoals deze ‘schaalsprong’ wordt aangeduid,
    samengaat met een ‘cultuursprong’. Meer dan ooit wordt ook op het sociale,
    maatschappelijke en culturele vlak pionierschap gevraagd met verbeeldingskracht
    en scheppingskracht.’ Uit: Almere 2018, een verkenning van kansen en betekenissen.

    Het burgerinitiatief heeft veel losgemaakt in Almere, zowel in positieve als in negatieve zin. Vooral politici zijn afwachtend en plaatsen hun vraagtekens bij de kosten. Volgens Kolder en andere leden van Almere2018 is het streven naar Culturele Hoofdstad in 2018 geen kostenpost, maar een investering in de stad. Kolder: ‘We zijn nu geen diverse stad op het gebied van cultuur, de stad kan daarin nog een flinke slag maken. Wil je groeien met 100.000 banen, dan moet je ook iets doen aan cultuur. Wij willen de stad ontwikkelen naar een diverse stad op gebied van onderwijs, sport en cultuur.’
    Almere2018 sluit aan op de in de arbeiderskampen en op de werkeilanden begonnen Flevolandse traditie waar cultuur een voorname plaats is toebedeeld in de opbouw van de polder.

  • De gedachte kwam bij mij op dat de pogingen om culturele hoofdstad te worden soms ontaarden in culturele revolutie, in de nare, maoistische zin van het woord.

    Ik onderschrijf Jurgen’s mening graag door nog maar eens te refereren aan Richard Florida’s observatie dat een aantrekkelijke stad ‘street level culture’ nodig heeft. Een belangrijk punt dat maar al te vaak wordt vergeten door de gemeenten die zeggen zijn ideeen in praktijk te brengen.

  • Ik vind vooral de subtitel leuk… “is de strijd (..) de moeite waard?” Daar zit misschien wel de crux. De weg erheen is voor sommige steden minstens zo waardevol als het ene jaar dat je het dan uiteindelijk bent. Dan realiseren beleidsmakers en bestuurders zich dat een (echte) stad niet zonder cultuur kan. Zie publicaties van Gerard Marlet bijvoorbeeld, culturele steden groeien echt sneller. Ook eens met opmerkingen over de humuslaag. Cultuur met hoofdletter C kan niet zonder allerlei laagdrempelige initiatieven in de rafelrand. Maar rafelranden kun je maar moeilijk stimuleren, daar heb je jongeren en studenten voor nodig en bij voorkeur een gezellig stadshart. Dat is dan uiteindelijk ook de beste structurele oplossing voor steden die als stad willen groeien… investeer als het even kan in onderwijsvoorzieningen op hbo en wo-niveau en zorg dat je jongeren behoudt, dan groeit (op de lange duur) de cultuur vanzelf mee, zelfs als de btw wordt verhoogd en de stad uiteindelijk buiten de boot valt bij de ratrace voor Culturele Hoofdstad.

  • Robbert Roos

    Ik vind het wel opvallend dat in het blogstuk wel negatieve gevolgen worden benoemd, maar geen positieve gevolgen.

    Voor mij is Kopenhagen 96 nog steeds een lichtend voorbeeld. In het kader van dat jaar is de culturele infrastructuur sterk verbeterd (onder meer nieuw theater en nieuw museum) en zijn een aantal prachtige tentoonstellingsprojecten gerealiseerd (‘NowHere’ in Louisiana Museum en ‘Container ’96’ in het havengebied), naast tal van andere intiatieven.
    Het programma toen was zo ambitieus en zo doortimmerd, dat het Kopenhagen als cultuurstad voor vele jaren op de kaart zette.
    Een stad die culturele hoofdstad wil zijn, kan zo’n moment bijvoorbeeld aangrijpen als hefboom om zaken in de culturele infrastructuur te verbeteren en/of aan te vullen. Daarnaast liggen er natuurlijk kansen om met een werkelijk ambitieus programma – bijvoorbeeld over de stand van zaken in diverse disciplines – Europees de aandacht te treken.

  • Tjerk Ruimschotel

    In mijn column in Blauwe Kamer 2010 nr 5 stelde ik o.a.: “Was het ooit voldoende om een enkele bijnaam te hebben (de Hoofdstad, de Havenstad, de Hofstad) tegenwoordig probeert op wereldschaal elke stad de Olympische Spelen en/of een wereldtentoonstelling binnen te halen; strijden Europese steden om de nogal gedevalueerde titel van Culturele Hoofdstad en is in ons land een felle strijd gaande om Stad van de Smaak te mogen zijn (dit jaar was dat Den Bosch meen ik en volgend jaar wordt het Groningen dacht ik)”

    Tot 2000 was het inderdaad wel aardig om een jaar lang dé Culturele Hoofdstad van een wat duidelijk gedefinieerd Europa te willen zijn. In 2000 was plotseling niet langer één stad hoofdstad maar werden 9 (negen)steden aangewezen: Avignon, Bergen, Bologna, Brussel, Helsinki, Krakau, Praag, Reykjavik en Santiago de Compostela
    Daarna mochten steden/stadjes als Rotterdam en Porto (2001), Brugge en Salamanca (2002), Graz (2003), Rijsel en Genua (2004), Cork (2005), Patras (?) (2006). Luxemburg en Sibiu (2007), Liverpool en Stavanger (2008), Linz en Vilnius (2009) het feestje organiseren en we worden geacht volgend jaar (20110 en masse naar Turku en Tallinn geacht te gaan, nadat we dit jaar (2010) het Ruhrgebied, Istanboel en Pécs hebben bezocht. Terwijl we voor de komende jaren nogal exotische Culturele Steden moeten gaan opzoeken (eerst op google en daarna in het echt) :
    2012: Guimarães en Maribor
    2013: Marseille en Košice
    2014: Riga en Umeå
    2015: Pilsen en Bergen (België)
    Overigens vraag ik me af wat Friesland op het terrein van de stedelijke cultuur te bieden heeft. Nadat ooit besloten was om daar de stedelijkheid te verdelen over 11 steden (stadjes/vlekken) is duidelijk gebleken dat dat geen handig verstedelijkingsmodel was. Deze mislukking lijkt me geen goede basis voor een tijdelijke Europese ‘hoofdstad-gedachte’, hooguit een goede geografische onderlegger voor een folkloristische schaatstocht.

  • The European Commission will organise a public consultation meeting in Brussels on 2 March 2011 to debate the future of the European Capitals of Culture beyond 2019
    There is a large consensus that the European Capitals of Culture have become one of the most ambitious cultural events in Europe. They have also become one of the most visible initiatives of the European Union and probably one of the most appreciated by European citizens.

    The current European Capitals of Culture scheme lasts until 2019 and the European Commission would like to hear your views on the future of the initiative.

    The public consultation meeting is open to all interested individuals and organisations.

    Interpretation will be provided in the following languages: English – French – German – Spanish – Italian.

    If you would like to participate, please register before 1 February 2011 by sending an e-mail to the following address:
    EAC-ECOC-consultation@ec.europa.eu

    Address of the meeting: Bâtiment Charlemagne, Salle Alcide de Gasperi, rue de la Loi 170, Bruxelles.

    In addition to the public meeting, we would also like to remind you that you can still participate in our on-line consultation which is open until 12 January 2011