Logo Ruimtevolk klein
artikelen

12 januari 2011 • RUIMTEVOLK

Slow urbanism als antwoord op de crisis

In ZaanIJ 'gist' het. Gebiedsontwikkeling kent daar geen eindbeeld en geen (eind-)planning.

Door de crisis is de grootschalige blauwdrukplanning met mooi ingekleurde fata morgana’s voltooid verleden tijd. Bestaande verdienmodellen zijn in elkaar geklapt, zowel vraag als aanbod blijft uit. De diepere oorzaak ligt echter in het failliet van het oude ‘maakbaarheidsideaal’ dat uitging van de gedachte dat Nederland zich vanaf de tekentafel liet ontwerpen. Deze rauwe werkelijkheid begint ook in de vakwereld door te dringen. De vraag is hoe nu verder? De gebiedsontwikkeling van ZaanIJ levert een aantal interessante denkrichtingen voor een mogelijk antwoord hierop.

Lenny Vulperhorst hield eind 2009 op de Amsterdam School of Real Estate een lezing onder de titel ‘Blindeman of coproducent‘. Het komende decennium moet volgens Vulperhorst benut worden om van de bouw- en vastgoedsector een zelfstandige bedrijfstak te maken, die niet langer stuurt op krediet, maar inventief consumenten en gebruikers opzoekt en creatief samenwerkt in coproducties en allianties. Daarbij komt het aan op versimpeling en zoeken naar een schaalniveau dat de anonimiteit tussen klant en producent opheft. De klant moet weer centraal staan, keuzevrijheid hebben en betrokken worden bij het proces (slow development).

In een seminar voor de Rotterdamse opleiding ‘Master of City Development (MCD)’ brak socioloog Saskia Sassen onlangs een lans voor bouwen waarbij lokale producenten gespecialiseerde kennis, ervaring en ‘craftsmanship’ nodig hebben. Belangrijke thema’s daarbij zijn: voedsel (Urban Farming), energie (nieuwe collectieven van lokale energieproducenten), creativiteit, authenticiteit (industrieel erfgoed) en identiteit (openbare ruimte).

De uitdaging voor de overheid is niet het ontwerpen van nieuwe stedelijkheid, maar het kanaliseren, begeleiden en stimuleren van de stedelijkheid

Maar dit levert nog geen pasklare oplossingen op. Bovendien, nieuw is het ook niet, aldus Sassen: “Door hun lange tradities en pluriformiteit, waarin de stedelijke elite een constante machtstrijd voert met de ondernemende sociale onderlaag van een stad, kunnen hedendaagse steden het best getypeerd worden als plekken die altijd ‘incompleet’ zijn. Daar waar die machtstrijd aanwezig is, laten steden een enorm uithoudingsvermogen zien. Dit zijn de steden die zichzelf opnieuw hebben uitgevonden”

In Nederland zijn al langer bewegingen tegen de gangbare doctrines. Was het niet de kraakbeweging die begon met het kraken van huizen (en daarmee destijds cityvorming dwarsboomde) en die vervolgens steeds grotere gebouwen (pakhuizen langs het IJ, het NDSM-terrein) aan het ‘ontwikkelen’ was en nog steeds aan het ontwikkelen is?

Het M-Lab op de Noordelijke IJoevers (foto: Edwin van Eis)

Slow urbanism
Het gebied ZaanIJ loopt vanaf Westknollendam in het noorden van Zaanstad tot aan het Zeeburgereiland in Amsterdam (zie Stop de nieuwbouwwijken! en Soprano-landschap). Het gebied is een aantrekkelijke plek om te werken en wonen, iets dat steeds meer hand in hand gaat. Vele (creatieve) bedrijven zoals Vanilia, MTV, VNU, IDtv, Jumbo(spellen) hebben zich gevestigd in of nabij het industrieel erfgoed. Projecties spreken van ruimte voor mogelijk meer dan veertigduizend woningen en twintigduizend nieuwe arbeidsplaatsen in ZaanIJ de komende decennia. Authenticiteit en identiteit is zowel in de steden als de ommelanden voorhanden.

Hoe de ontwikkeling van het gebied verder gaat uitpakken, is niet duidelijk. Er is geen eindbeeld en geen (eind-)planning. Maar dat is niet erg wanneer sprake is van slow urbanism en open source gebiedsontwikkeling. Open source gebiedsontwikkeling is een (nog) alternatieve benadering bij complexe projecten op het gebied van ruimtelijke ordening, stedelijke ontwikkeling en infrastructuur. De inbreng van gebruikers (bewoners), experts en bedrijven zijn daarbij vanaf het begin medebepalend voor de planvorming, exploitatie en beheer. De aanpak is bedoeld om kwalitatieve doelen centraal te stellen en haalbaarder te maken.

Van essentieel belang is dat de ontwikkeling van ZaanIJ zich in feite al aan het voltrekken is, voordat het is begonnen. Het is een dynamisch gebied dat zich altijd ontwikkeld heeft. Hier wordt niet bedacht hoe een gebied zich zal ontwikkelen en op een bepaald moment is (uit)ontwikkeld. Hier is een ontwikkeling gaande die door de betrokken overheden ‘slechts’ ondersteund, gestimuleerd dan wel afgeremd wordt. En die dus nooit af of compleet zal zijn.

Ruimtelijke experimenten
De uitdaging voor de overheid is niet het ontwerpen van nieuwe stedelijkheid, maar het kanaliseren, begeleiden en stimuleren van de stedelijkheid die vanuit Amsterdam en Zaandam ruimte zoekt. Geen grootschalige investeringen maar wel ‘slimme’ bijdragen om de transformatie en de ontwikkeling van het gebied te ondersteunen. Voor de betrokken overheden is het zaak oplossingen te bedenken hoe ze moet omgaan met milieubeperkingen, invulling kan geven aan duurzaamheid, en een evenwicht kan zoeken tussen havenactiviteiten en stedelijke ontwikkeling.

De potentie van ZaanIJ wordt niet alleen door journalisten erkend. Een aantal lokale jonge ondernemers, schrijvers, ontwerpers, (landschaps-)architecten, en een paar vooruitstrevende ambtenaren hebben onder de naam ‘Ondertussen’ het initiatief genomen om tijdelijk ruimtelijke experimenten te starten in het gebied. Inspiratie hebben de initiatiefnemers gehaald uit onder andere Berlijn. Er ligt bijvoorbeeld een voorstel om een schiereiland in de Zaan tijdelijk in te richten.

Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl is zo vooral een kwestie van doen en stap voor stap uitproberen (learning by doing). In ZaanIJ ‘gist’ het. Hopelijk gaat het op nog meer plekken in Nederland gisten.


Het stuk is geschreven op persoonlijke titel.

Foto boven: voormalige stoommeelfabriek (thans containerterminal) “De Vrede”  gebouwd in 1918 in de Zaanse Achtersluispolder (foto: Theo Baart)

20 reacties op “Slow urbanism als antwoord op de crisis”

  1. In ZaanIJ ‘gist’ het; ik hoop dat het er in de toekomst ook gaat bruisen! Ik ga eens goed nadenken hoe en waar ‘Slow Urbanism’ in Leiden ook een bruikbaar model zou kunnen zijn voor gebiedsontwikkeling in de toekomst. Er is hier nog maar weinig ‘leegte’. Misschien kan ‘Slow Urbanism’ in Leiden worden ingezet voor de revitalisering van verouderde bedrijventerreinen. Zoiets; http://waltervanpeijpe.com/2009/02/14/studenten-bedrijventerrein-de-nieuwe-waard/

  2. ap van dam schreef:

    SLOW URBANISM is mijns inziens de oplossing voor veel herontwikkelingsvraagstukken waar de soms letterlijk torenhoge millenniumambities nu stuk lopen, neem het oostelijk stationsgebied in Arnhem. Te snel wordt geroepen om herontwikkeling met als doel een herinvulling met wél haalbare functies, waarmee de stad tekort wordt gedaan, de vitaliteit en creativiteit van de stad worden miskend. Op veel plaatsen zie je dat door een ontwikkeling wat langer te laten sudderen of simpelweg één ingreep te doen, kaalslag bijvoorbeeld, het burgerinitiatief gestimuleerd wordt en interessante ontwikkelingen ontstaan (Innenhafen Duisburg, maar in sterkere mate de gedempte Zuiderdokken in Antwerpen en de Rambla del Raval in Barcelona).
    Ik ontmoet nog te weinig enthousiasme voor zulke strategieën, pleinvrees en angst voor open einden, maar blijf optimistisch. Een goed geschreven pleidooi als dit, kan helpen!

  3. Bram Boterman schreef:

    Heerlijk artikel. Ik zou er bijna “amen” aan toe willen voegen.

    Ik ben zelf pas 1,5 jaar professioneel actief in de projectontwikkeling en ben afgestudeerd op het benutten van stedelijke identiteit. “open sourch gebiedsontwikkeling” is nieuw voor mij, maar ik ben nu al fan. In dit kader ben ik van mening dat het belang van de (bestaande) ‘identity of place’, vaak in de vorm van bestaand vastgoed, nog te vaak (bewust) genegeerd wordt bij project- en gebiedsontwikkeling. Vaak biedt deze vele kansen en kan als katalysator fungeren voor betrokkenheid, ideeën en initiatieven. Iedereen weet inmiddels dat de identiteit; het verhaal en geschiedenis van een plek, creativiteit aantrekt; In mijn ogen de basis voor complexe ontwikkelingen.

  4. Hester van Dijk schreef:

    Interessant artikel. Uit eigen ervaring weet ik dat er veel kan langs de Zaan, nog niet alles is er zo dichtgetimmerd als in Amsterdam. Kan iemand mij iets meer vertellen over ‘Ondertussen’? Ik ken ze nog niet, mijn ruimtelijk ontwerpbureau is al 5 jaar in een oude fabriek in Zaandam gevestigd, het is altijd leuk om in contact te komen met gelijkgestemde geesten die met de zelfde vraagstukken te maken hebben.

  5. Willem-Jan van den Eik schreef:

    ‘Slow urbanism’ lijkt een loot aan de tak van ‘organische groei’ te zijn. In de Tweede Kamer is hierover een motie aangenomen. Hopelijk doet de regering er wat goeds mee. De motie is voorgesteld door het CDA, en aangenomen met steun van alle partijen, op D66 en GroenLinks na. Ik ben benieuwd naar jullie reactie hierop:

    MOTIE VAN DE LEDEN DE ROUWE EN HOUWERS
    Voorgesteld 1 december 2010
    De Kamer, gehoord de beraadslaging,

    constaterende, dat de regering met voorstellen komt die meer ruimte bieden voor woningbouw op basis van kleinschalige, natuurlijke groei;

    overwegende, dat tot op heden grootschalige planmatige ruimtelijke ordening de menselijke maat, het landschap, de ruimtelijke kwaliteit van steden en dorpen, en het particulier opdrachtgeverschap vaak negatief heeft beïnvloed;

    van mening, dat organische groei niet alleen een oplossing kan bieden voor deze problemen, maar ten dele ook voor het stilliggen van woningbouw op grootschalige locaties;

    verzoekt de regering deze kabinetsperiode deze kansrijke paradigmabreuk te entameren en te kiezen voor organische groei,

    en gaat over tot de orde van de dag.
    De Rouwe
    Houwers

  6. jeroen niemans schreef:

    Tja, een verzoek aan de regering om deze kabinetsperiode ‘deze kansrijke paradigmabreuk te entameren en te kiezen voor organische groei’
    Daar kun je alle kanten mee op. Net als met slow urbanism. Het lastige is dat het geen strategie is, het levert geen pasklare oplossingen, maar vraagt om maatwerk en een open mind. Die oproep is op zich niet zo nieuw. Belangrijk is dat er ook naar gehandeld zal moeten gaan worden. Het blijft mensenwerk. Daarmee is het succes van slow urbanism afhankelijk van de belangrijkste succesfactor voor ieder ruimtelijke project: gedreven mensen die er voor durven te gaan. Probeer dat maar eens als regering te sturen.
    Ik denk dat de crisis ruimte biedt voor ‘learning by doing’ en hoop ook echt op een paradigma wisseling, maar als we niet oppassen is dit een volgende hype gebaseerd op oude wijn in nieuwe zakken.
    Ik roep voorlopig nog geen ‘amen’ maar blijf het kritisch volgen!

  7. Pierre Franssen schreef:

    The Perfect Slow-Row……..(PSR);
    Slow-Urbanism,
    Slow-Management,
    Slow-Money,
    Sow-Energy,
    Slow-Food,
    Slow-Down……… (Degrowth / Krimp?/ Decentraliseren?)

    Tip voor de old paradigmboys and girls; (Wellicht een avondje Googelen waardig!)

  8. Mooi artikel, fijne boodschap.
    Als je het goed beschouwt zijn de meeste succesvolle ‘gebiedsontwikkelingen’ alle vanuit een grote mate van toegankelijkheid en in lange(re) tijd uitgegroeid tot wat het nu is, wereldhavens, Sillicon Valley, etc. Dus ja: SLOW en OPEN SOURCE. Lastig in te schatten of hier 1-2-3 een theorie op los te laten of van te bakken is. OPEN SOURCE vind ik een goed geleende term uit de ICT: met de vraag voor het investeren van (veel) tijd kan iedereen (in principe) participeren en profiteren van de ontwikkeling. Zeker diegene die geen financiële investering kunnen doen. SLOW is daarmee een gevolg van de genoemde benadering, en moet je er van uitgaan dat het tijd nodig heeft.

    De drijvende kracht bij de historische voorbeelden: handel bij wat je kunt noemen liberale marktomstandigheden, ofwel een vrij toegankelijke markt. Marktwerking (of gewoon: maatschappelijk leven) heeft vaak geleid tot arbeidsmarktwerking, innovatie, diversiteit, etc. Dit heeft in de meeste gevallen geleid tot een duurzame ontwikkeling van de samenleving. Gedreven door kennis: want de maatschappij vraagt altijd om kennis: van economie, van geld, van transportmiddelen, van gebouwen, innovatie, enzovoorts. Dit hangt sterk af van de specifieke kwaliteiten die gevraagd worden en mogelijkheden van de locatie en het gebied.

    Wat essentieel is bij dit soort processen is het in balans houden van toegankelijkheid voor ‘diegenen die tijd willen en kunnen investeren’ en ‘diegenen die geld kunnen en willen investeren’. Want meer liberale marktwerking kan wel degelijk bedreigend zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen (zie ook bit.ly/f20qkX) en volgens mij niet te sturen (met de huidige regelgeving). De bedreiging zit hem er in dat er altijd eigenaren zijn en afnemers. Wanneer de grond in een gebied meer waard wordt, zullen prijzen omhoog gaan en de dynamiek omlaag, vanwege de verschuiving in de balans van toegankelijkheid. Ongewenst naar mijn mening. Gaan bijvoorbeeld ontwikkelingen van de Zuidas de goede kant op, vraag ik mij af. Ander onderwerp, wel interessant.

    De vraag op het ‘hoe gebiedsontwikkeling aan te pakken’ kunnen we deels beantwoorden met SLOW en OPEN SOURCE. Wat naar mijn mening nog ontbreekt is een heldere bijdrage van de bewoners, ondernemers, etc en de toegevoegde waarde voor hen. In het artikel bijflt de bijdrage van gebruikers, bewoners, ondernemers beperkt tot ‘INBRENG’. Volgens mij zijn zij degene die als eerste belang hebben bij de ontwikkeling van ‘hun’ gebied, goed of slecht. Zij moeten het dus doen en bedenken. Wat mij betreft kan en mag de overheid een abstractieniveau hoger, de gebruikers eigenaar zijn van het ontwikkelingsproces, en blijft de rol van commerciele partijen beperkt in het voorzien in de vraag die SLOW ontstaat.

    Een oplossing: één waar het naar mijn mening bij stedelijke ontwikkeling om gaat investeren in Human Capital. Bijvoorbeeld een overheid kan sterk sturen op bijvoorbeeld het gebied van kennis en vaardigheden door deze structureel te versterken. Met een duidelijk ontwikkelingsplan kan dit aan de hand van duidelijle kaders. Met dit instrument kan de bijdrage van de gebruikersgemeenschap aan het regionale netwerk (bijvoorbeeld ZaanIJ aan groot-Amsterdam) worden geoptimaliseerd, zodat ontwikkelingen tot stand komen. Het is een wisselwerking. Geef de gebruikers actief de rol en de verantwoordelijkheid om zelf te bepalen wat de meerwaarde voor vestiging in een bepaald gebied is, en ondersteun dit.

  9. Een prachtig artikel wat ingaat op een andere manier van nadenken die niet alleen gestoeld is op geld verdienen maar met name op hoe dat een stedelijk gebied in elkaar zit, hoe kunnen vanuit lokale krachten nieuwe ontwikkelingen tot stand worden gebracht. Al ver voor de crisis werd dit in bijvoorbeeld in Amsterdam Nieuw West al onderzocht op lokaal niveau door ontwerpers om samen met de bewoners na te denken welke rol hun leefomgeving speelt. Vanuit hier zijn tal van projecten voortgevloeid die hier een antwoord op trachten te geven wat nooit een eindbeeld als resultaat heeft. Gelukkig krijgt dit door de crisis meer en meer ruimte. Studio Elmo Vermijs initieert, ontwerp en bouwt in de openbare ruimte vanuit een locatie met afvalstromen en lokale kennis om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij een project.
    Werkend aan de Zaan vanuit een voormalige Honigfabriek zit ik middenin een interessant gebied wat ontwikkelt vanwege zijn groeiende diversiteit. Hopelijk gaat het bruisen de komende jaren en worden vele dingen uitgeprobeerd die bijdragen aan een kwalitatieve ontwikkeling van onze leefomgeving.
    http://www.elmovermijs.com

  10. Jeroen Jonkers schreef:

    Prima artikel en fijn intuïtief kloppend containerbegrip, dat slow urbanism. Het lijkt me inderdaad wenselijk dat er vanuit de (gemeentelijke) overheid wordt gestimuleerd dat dit soort ‘gezonder denkende’ initiatieven en initiatiefnemers de ruimte krijgen voor hun experimenten. Bij de gemeente liggen zeer veel instrumenten (zoet en zuur) om de koers wat te verleggen, weg van de klassieke top-down ontwikkelmodellen. Gemeentes durft het experiment actief te steunen, en leg jezelf dan ook meteen als doel op om nog voor de zomer van 2011 tenminste twee nieuwe tijdelijkheid initiatieven te stimuleren, omarmen of op te starten. Daarin kan je namelijk ideaal experimenteren met slow urbanism.

    Jeroen Jonkers, Stichting Tijdelijk Vastgoed

  11. Bas Janssen schreef:

    Ik onderschrijf het artikel, maar de complexiteit van ruimtelijke ordeningsprocedures blijft de voet op de rem. Zeker voor woningbouw. En zonder woningbouw is er geen sprake van stedelijkheid! Naar mijn mening moet de gemeente meer woningbouwexperimenten toelaten en/of milieunormen verruimen in dit gebied (zoals de Zeehavennorm). De woningbouwexperimenten zouden moeten inspelen op de groeiende behoefte van woonconsumenten die willen bijdragen aan de productie van hun eigen woning en woonomgeving. Er is een drang naar meer zelfbeschikking en community gevoel. Dit kan ook in hoge dichtheden. De gemeente zou er zorg voor moeten dragen dat deze initiatieven de ruimte krijgen. Zo wordt naast stedelijke ontwikkeling ook bijgedragen aan maatschappelijke ontwikkeling van Amsterdam.

  12. De oplossing van de crisis zal niet alleen gevonden kunnen worden door het oude: o.a.grootschalige blauwdrukplanning te vervangen door het nieuwe, o.a. kleinschalig slow urbanism. Er zullen meerdere antwoorden nodig zijn, die schijnbare tegenstellingen in zich weten te verenigen en die samenwerking weten te generen tussen nu tegenover elkaar staande partijen en believers van deze of gene stroming. Er komen onverwachte combinaties die we nu nog niet kennen. Slow en de klant centraal? Het zijn juist de klanten die naar een woning snakken die graag willen dat het allemaal wat sneller gaat en commerciële partijen hebben hier altijd handig en fast op ingespeeld en zullen dat blijven doen.Stedelijke ontwikkeling is een vat vol paradoxen, hetgeen recent door Sharon Sukin in The Naked city maar weer eens wordt aangetoond rondom het begrip authenticiteit.

  13. Maaike schreef:

    We staan aan de vooravond van een nieuwe stroming. Dat maak ik duidelijk op aan alle bevlogen reacties op dit ‘slow urbanism’ artikel, ook wel bekend als ontwikkelend beheer en natuurlijke groei of wijkvernieuwing. Het financieel model verschuift van een investeringsmodel naar een exploitatiemodel. De tijdsspanne waarin projecten gerealiseerd worden wordt ruim genomen. En het eindbeeld is geen dichtgetimmerd masterplan, maar een droombeeld, een sterk verhaal als richtlijn naar de toekomst. Maar…was dit niet ook de filosofie van de wijkvernieuwers in de jaren 70? En hoe zorgen we concreet dat we een verschil maken en nu wel een duurzame (als in lange duur) verandering te weeg brengen?

  14. Het leuke van de Zaanstreek is dat het er altijd al ‘gegist’ heeft. Terecht stelt de auteur dat de ontwikkeling van ZaanIJ zich in feite al aan het voltrekken is, voordat het is begonnen. Ik zou willen aanvullen dat in het geval van Zaanstad, dat niet een gevolg is van het ‘nieuwe’ slow urbanism, maar een zeer karakteristieke eigenschap van deze streek. In de Zaanstreek is een planningstraditie gegroeid waarin wordt gewerkt volgens beproefde, in de dagelijkse praktijk ontwikkelde principes, de ‘bottom-up’ benadering. Deze cultuur van planontwikkeling loopt als een rode draad door de geschiedenis van Zaanstad. Al in 1948 maakte mr. D. Vis daarover een zeer treffende beschrijving “ De Zaanstreek doet wel eens denken aan een dier, dat nu eens hier en dan weer daar bezig is te vervellen, zonder ooit gaaf, met een geheel nieuwe huid, te voorschijn te komen. […] Nooit zijn er de rust en de orde van een voltooid beeld. Altijd wonen opkomst en verval er naast elkaar.”
    Het goede van deze tijd is dat in de stad en door de bij ZaanIJ betrokken professionals nu eindelijk beseft wordt dat dit een belangrijke kwaliteit is en dat het binnen de Zaanse context de enige haalbare manier van ontwikkelen is, ook al is het bepaald niet de makkelijkste manier. Boeiend is ook te zien dat de toenadering die Zaanstad en Amsterdam al enkele jaren voorzichtig onderzoeken hier mogelijk echt tot ontwikkeling komt. Dat is ook terug te zien in het genoemde ‘Ondertussen’, waar niet alleen Zaanstad maar ook Amsterdam in vertegenwoordigd is.
    Het zal interessant zijn te zien hoe de ontwikkelingen aan ZaanIJ vorm zullen krijgen en wat de rest van Nederland daar van kan leren.

  15. Jurgen Hoogendoorn en Herman Swen schreef:

    Enigszins overrompeld door het grote aantal reacties willen we graag een eerste reactie geven. Allereerst bedankt voor jullie inbreng en vooral relevante bijdragen. Het is verheugend om te zien dat er een nieuwe, jonge generatie van professionals na- een meedenkt en wil (co-)produceren.

    We hebben met het artikel een discussie willen oproepen. We denken niet HET antwoord te hebben op de vraagstukken rondom gebiedsontwikkeling. Noch willen we per se aan de wieg staan van een nieuwe stroming. Ons doel is het bijdragen aan nieuwe sociaal-maatschappelijk, economische, culturele en ecologische perspectieven, mede gebaseerd op ons enthousiasme over de mogelijkheden van het ZaanIJ gebied.

    Vanuit politiek oogpunt is het bijzonder om te zien hoe de motie De Rouwe Houwers (respectievelijk CDA- en VVD-Kamerleden) op een brede Kamer-meerderheid kon rekenen, terwijl de Leidse Groen Linkser Walter van Peijpe het gedachtegoed van slow urbanism ook omarmt (hoewel zijn partij in de Kamer tegen de motie stemde). Hoewel we geen politicologen (maar antropoloog en socioloog/planoloog) zijn, denken dat de grondslag hiervan is gelegen in de aandacht voor het collectieve van onderop en het organische. Laten we hopen dat die paradigmawisseling er komt! Voor ons in ieder geval waren de reacties zo inspirerend dat we werken aan een vervolgartikel. Wordt vervolgd dus!

  16. jakko smit schreef:

    Een mooi en hoopgevend verhaal. Alleen de aanleiding die de schrijvers aandragen, verbaasde me nogal: “het failliet van het maakbaarheidsideaal”. Als morgen de vraag naar woningen en kantoren weer aantrekt naar het niveau van 5 jaar geleden, dan is overmorgen de hele plannings- en ontwikkelingsmachinerie weer op volle gang.
    Wat wel het geval is, en dat heeft de crisis luid en duidelijk aangetoond, dat onze economie (en dus samenleving en dus ruimtelijke ordening) gestoeld was op groei. Groei van bevolking, groei van kapitaal, groei van welvaart. Zo werd alles voortdurend meer waard en was het de moeite waard te investeren, zowel voor het bedrijfsleven, als voor de overheid, als voor particulieren.
    De groei is niet eeuwigdurend gebleken. De investeringen zijn te lang en in te hoog tempo doorgegaan, terwijl de aanleiding voor groei allang afnam.
    Cynisch bekeken zijn slow urbanism en open source urbanism geen innovatieve concepten, maar pure overlevingsstrategieën van personen en bedrijven die toch hun vak binnen de ruimtelijke ordening willen blijven uitoefenen ondanks de stagnatie.
    Maar zoals uit het artikel en uit de reacties erop blijkt, leveren deze overlevingsstrategieën juist een vorm van ruimtelijke ordening op waar al tien, vijftien jaar naar verlangd werd. Zowel door de mensen in het vak, als door mensen die woon- of werkruimte zochten met karakter, identiteit of authenticiteit in plaats van de instant vinexwijken, bedrijventerreinen en kantorenparken.
    In alle initiatieven die ik om me heen zie, binnen de gewijzigde omstandigheden, herken ik nog steeds duidelijk het maakbaarheidsideaal. Maar wel veel meer op kleine schaal, en veel meer vanuit particulier en collectief initiatief. De middelen zijn schaarser, de opgaves zijn diverser.
    Vergelijk het met een ecosysteem: verarming leidt tot minder dominantie en dus tot een grotere soortenrijkdom.
    De vraag is voor mij wel of de wetgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, veiligheid en milieu, gestoeld op grootschalige gebiedsontwikkeling, deze onvoorspelbare diffuse speldeprikachtige ontwikkeling niet te veel in de weg legt. De kosten van onderzoeken die worden geeist bij een bestemmingswijziging, kunnen immers niet worden uitgesmeerd over bijvoorbeeld 300 woningen, maar over bijvoorbeeld twee woonwerkunits.
    Wellicht kan hier de open source denkwijze behulpzaam zijn.

  17. […] Ruimtevolk: Slow urbanism als antwoord op de crisis […]

  18. Peer Peters schreef:

    Blij te lezen dat jullie stuk zoveel positieve reacties oproept en instemming. Ik ben toevallig aan het afstuderen op ‘slow urbanism’ of ‘langzame stedenbouw’ in goed nederlands. Ik was al enige tijd gefascineerd door langzame groei en stabiele (openbare ruimte) structuren en gebruik het thema voor mijn afstudeerproject in Riga. Volgens mij is langzame stedenbouw vooral structuren plannen die je kan betalen of afdwingen (als gemeente) en vrije ontwikkeling voor de rest van een gebied laten. Beperkte algemene regels kunnen ontwikkeling enigzins vormen, maar vooral alles vrij laten dus.

  19. […] Ruimtevolk: Slow urbanism als antwoord op de crisis […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *