Logo Ruimtevolk klein
artikelen

16 januari 2013 • Emilie Vlieger

Een stad om in te bewegen

Ruimtemakers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de stedeling.

Ruimte en gezondheid gaan hand in hand. Dat werd duidelijk tijdens het congres ‘Ruimte voor gezondheid’ in Groningen. En er is op dat gebied werk aan de winkel voor Nederlandse ruimtemensen. Want waar eind 19de eeuw het riool ons van de ‘tering’ redde, kan een gezonde stad ons nu afhelpen van obesitas en stress. Niet door radicale veranderingen, maar met kleine ruimtelijke en organisatorische aanpassingen die beweging stimuleren. Als subtiele verleiders moeten we tekeer gaan bij de doorontwikkeling van onze omgeving.

Obesitas, stress en de stad
Toen de auto de stad veroverde, veranderde de infrastructuur in ongezonde richting. De tussen werk en woning heen-en-weer pendelende automobilisten kregen steeds minder beweging en veroorzaakten een benauwde stad. Daar bovenop kwam ook nog de introductie van fast food. Deze combinatie heeft er mede toe geleid dat we nu kampen met een nieuwe epidemie: obesitas.

Maar dat is niet de enige ziekte die samenhangt met een ongezonde stad. Dankzij automatisering en het internet kunnen we overal werken. Handig en snel, maar het brengt een maatschappelijk probleem met zich mee: stress. Ook hier speelt ruimte een rol. Uit onderzoek van Agnes van den Berg blijkt dat veel mensen rustiger worden als zij (imitatie)natuur zien.

Obesitas en stress zijn de tuberculose van onze tijd. Maar nu is een fysieke aanpassing – zoals de introductie van het riool – niet de enige oplossing. Die ligt ook bij de inwoners van steden. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om gezonder te eten en meer te bewegen. De vraag is wat wij als ruimtemensen kunnen betekenen om stedelingen te stimuleren gezonder te leven. Hoe kunnen we de stad zo doorontwikkelen dat zij haar inwoners verleidt om meer te bewegen en te sporten? En waar ligt de grens tussen verleiden en forceren? Het antwoord op deze vragen vond ik op het congres Ruimte voor gezondheid en bij de voorbereiding op mijn volgende bijeenkomst ‘Sport en Wonen’ van Meer Merwede.

Sportvelden in de wijk. Voorbeeld: Martikel No 8 Kopenhagen , bron: Sport in the City (www.sportinthecity.net), Vincent Kompier en Daniel Casas Valle; foto: Daniel Casas Valle

Forceren of verleiden?
Menno Moerman vertelde dat er in steden veel te winnen is in de dagelijkse bewegingen. Van en naar school en ons werk, via de supermarkt en andere voorzieningen. Uit het onderzoek ‘De gezonde wijk’ waaraan hij meewerkte, zijn verschillende ideeën ontstaan om mensen meer te laten bewegen in hun wijk. Enkele tips:

– Vergroot de afstand naar de auto’s. Hierdoor wandel je meer en pak je sneller de fiets voor kleinere afstanden.
– Zorg voor variatie in de woonomgeving. Variatie ervaart men vaker bij laagbouw; verschillende tuinen en huizen. Dit laat je denken dat afstanden kleiner zijn waardoor je sneller wandelt of fietst.
– Zorg dat zo veel mogelijk mensen op wandel- en fietsafstand wonen van voorzieningen, werk en scholen. Dit kan bijvoorbeeld door de dichtheid te verhogen en voorzieningen te spreiden.
– Vergroot de aantrekkelijkheid van wandel- en fietspaden en verlaag die van de autowegen. Bijvoorbeeld door autovrije en -arme routes aan te leggen, stoplichten voor fietsers sneller op groen te laten gaan (bij regen) en wandel- en fietspaden te vergroenen.
– Doe iets extra’s, iets leuks voor fietsers. Zoals een fietspomp aan fietsnietjes.
– Maak de trap aantrekkelijker dan de roltrap of lift. Bijvoorbeeld met een pianotrap.

Zien sporten doet sporten
Daniel Casas Valle en Vincent Kompier hebben onderzoek gedaan naar sport in de stad. Zij vroegen zich af hoe je sport aantrekkelijker kan maken en dichter bij de mensen kunt brengen. Hierdoor groeit de sportparticipatie indirect. Zo kan sport ook worden gebruikt om stedelijke ontmoetingsplekken te maken of te versterken. De onderzoekers zochten goede voorbeelden in verschillende Europese steden. Wie sporten wil bevorderen, zo blijkt, moet sport zichtbaar maken en combineren met andere programma’s uit de omgeving, zoals winkels, horeca, cultuur en onderwijs. Want zoals zien kopen doet kopen, geldt ook dat zien sporten doet sporten.

Binnensporten op dichtbebouwde locaties. Voorbeeld: Centro Deportivo Cultural ´La Petxina´ Valencia. bron: Sport in the City (www.sportinthecity.net), Vincent Kompier en Daniel Casas Valle; foto: Daniel Casas Valle

Verleidelijk en gezond
De monofunctionele stad is afschuwwekkend en ongezond. Deze stad is een gevaar voor de stedeling. Haar tegenhanger is de multifunctionele stad. Zij is verleidelijk en gezond. De gezonde stad is onder andere een stad om in te bewegen. Een stad waarin fysieke diversiteit en groen de mensen verleidt tot gezond gedrag. Diversiteit in de woonomgeving stimuleert mensen om meer te wandelen en te fietsen, omdat afstanden kleiner lijken. Als er in de buurt geen bestemmingen zijn, is er ook nauwelijks beweging. Hetzelfde geldt voor sportlocaties: zonder verenigingen, wedstrijden of evenementen worden deze minder gebruikt.

Om een plek meer bekendheid te geven en het gebruik ervan te stimuleren is een programma nodig. Met gebeurtenissen creëer je belevingen. Een programma komt in het nieuws, maakt reclame en keert vooral regelmatig terug; het zorgt voor een continu gebruik van de plekken. Bovendien, concluderen de onderzoekers van ‘Sport in the City’, zijn verschillende programma’s te combineren op één plek. Op een sportveld kan ook een band optreden of is plek voor een buurtmarkt. Dit betekent dat ook een organisatorisch aspect komt kijken bij de programmering van een plek.

Gezond is de stad waarin multifunctionaliteit zich vertaalt in activiteitenprogramma’s die regelmatig ontmoetingen teweegbrengen. Juist ook in de openbare ruimte, zoals Donica Buisman ons leert in haar blog ‘Van niemand en iedereen tegelijk’. Ontmoetingen die zijn gekoppeld aan een plek, maken dat een plek een betekenis krijgt voor haar bezoekers; zij beleven er, ontmoeten er en keren er regelmatig terug.

Want dat is verleiden: uitnodigen tot aanraking, ontmoeting en beleving.

 

Roeien in rivieren en kanalen. Voorbeeld: Amstel Amsterdam, bron: Sport in the City (www.sportinthecity.net), Vincent Kompier en Daniel Casas Valle; foto: Daniel Casas Valle

Emilie Vlieger

locatiemarketeer

Emilie Vlieger is locatiemarketeer voor (semi-)leegstaande panden en gebieden. Zij vertaalt ontwikkelingen in de samenleving naar toekomstige veranderingen in onze omgeving. Met een voorliefde voor architectuur en stedenbouw verdiept zij zich in de wensen van (potentiële) gebruikers en de kansen in de markt.

http://vliegerprojecten.nl/wordpress/
  • Maartje Kunen

    Wat goed om te zien dat er vanuit de ruimtelijke ‘wereld’ steeds meer aandacht en interesse komt voor de beweegvriendelijke omgeving. In dit blog worden een aantal interessante onderzoeken, bijeenkomsten en voorbeelden aangehaald. Bedankt voor deze mooie bijdrage Emilie Vlieger!

    Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (kennisinstituut) werkt ook aan het thema ‘Ruimte voor bewegen’.  Ben je op zoek naar nog meer inspirerende voorbeelden van een stad om in te bewegen, zoek je literatuur of achtergrondinformatie of ben je benieuwd wie er nog meer aan dit thema werkt? Bezoek dan eens onze website http://www.nisb.nl/ruimtevoorbewegen. Voor meer informatie neem gerust contact met ons op! Heb je zelf een goed voorbeeld van een beweegvriendelijke omgeving, dan horen we dat graag.

    Maartje Kunen
    Adviseur Beweegruimte
    maartje.kunen@nisb.nl

  • Bas

    Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft afgelopen jaar ook onderzoek gedaan naar ‘Gezonde Verstedelijking’, waar Actief Bewegen één van de acht kernpunten was waar het ministerie aan wil werken. Er is dus ook op Rijksniveau volop aandacht voor dit onderwerp.

    Behalve wat de stad gezond maakt, was de vraag van het onderzoek “hoe zou
    overheidsbeleid moeten worden ingericht om dit soort initiatieven te
    ondersteunen?” Niet alleen de ruimtemensen vragen zich dus af wat ze kunnen betekenen…

    Voor geïnteresseerden: de publicatie van het onderzoek is (beperkt) beschikbaar, mail even naar info@fabrications.nl

  • Bas

    Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft afgelopen jaar ook onderzoek gedaan naar ‘Gezonde Verstedelijking’, waar Actief Bewegen één van de acht kernpunten was waar het ministerie aan wil werken. Er is dus ook op Rijksniveau volop aandacht voor dit onderwerp.

    Behalve wat de stad gezond maakt, was de vraag van het onderzoek “hoe zou
    overheidsbeleid moeten worden ingericht om dit soort initiatieven te
    ondersteunen?” Niet alleen de ruimtemensen vragen zich dus af wat ze kunnen betekenen…

    Voor geïnteresseerden: de publicatie van het onderzoek is (beperkt) beschikbaar, mail even naar info@fabrications.nl

  • Vincent Kompier

    Op het congres Ruimte voor Gezondheid was vooral de presentatie van Ilse Storm van het RIVM interessant. Zij onderzochten waarom intersectoraal samenwerken bij wegwerken van gezondheidsachterstanden vaak niet lukt.
    Valt veel uit te (destil-)leren. Want met enthousiasme alleen kom je er helaas niet.

    Link naar (lijvig) rapport: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270161002.pdf

  • Vincent Kompier

    Op het congres Ruimte voor Gezondheid was vooral de presentatie van Ilse Storm van het RIVM interessant. Zij onderzochten waarom intersectoraal samenwerken bij wegwerken van gezondheidsachterstanden vaak niet lukt.
    Valt veel uit te (destil-)leren. Want met enthousiasme alleen kom je er helaas niet.

    Link naar (lijvig) rapport: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270161002.pdf

  • Frank van Genne

    Het enthousiasme van de professionals in het stuk en de reacties wekt bij mij de vraag hoever de overheid moet gaan bij het sturen van gedrag.

    Natuurlijk worden we in onze consumptiemaatschappij verleid tot van alles waaronder het gebruik van ongezonde producten en ongezond gedrag. En los daarvan hebben veel van ons ook zelf die neiging: we nemen vaak de auto voor een boodschap en zoeken dan ook nog de parkeerplaats die zo dicht mogelijk bij de winkel ligt.

    Het zal tegelijk de meeste mensen echt wel bekend zij dat dit ongezond is, net als roken en te vet eten, maar ze kiezen er toch voor het te doen. Als je lang en gezond wil leven zou je dus andere keuzes moeten maken. Veel mensen hebben echter moeite met die uitgestelde beloning. Hoger opgeleiden (politiek correct voor slimmer) doen dat vaker. Lees de aardige vergelijkingen in de NRC-Next van 9 januari j.l.

    Ik durf te veronderstellen dat bepaalde hoger opgeleiden deels een voorkeur hebben voor de multifunctionele stedelijke omgevingen die in het artikel aanbevolen worden. Uit onderzoek blijken die gezond, of treft men daar bij onderzoek gezondere mensen omdat die verstandige mensen daar wonen?

    Overigens verbaas ik me over het feit dat er in het stuk steeds over stedelijke omgevingen wordt gesproken. Als je de bevindingen in de verschillende onderzoeken leest is de vorm die “stedelijkheid” in Nederland vaak krijgt (hoge dichtheid en stenig) helemaal niet zo gezondheidsbevorderend.

    Datzelfde geldt ook voor sport. Ruwweg kun je stellen dat bewegen gezond is en sport ongezond. Dit omdat sport al snel leidt tot prestatiedrang en daarmee tot overbelasting en letsel. Vanuit de sportlobby zitten beide zaken echter vaak aan elkaar gekoppeld, zowel in praktijk als onderzoek. Dit meer te scheiden zou een eenvoudige gezondheidsbevordende maatregel zijn.

    Terug naar mijn beginvraag: hoever moet de overheid gaan in sturen van gedrag: Natuurlijk heeft de overheid een rol in het verzorgen van goede voorlichting en het voorkomen van ongezonde situaties. Maar:

    Het rapport van Storm c.s. van het RIVM richt zich echter op programma’s die proberen de ruimte zodanig in te richten c.q. te laten gebruiken dat gezondheidsachterstanden terug worden gedrongen. Dus het collectief vindt dat bepaalde mensen niet zouden mogen doen wat ze zelf zouden kiezen. We sluiten ze nog niet op, maar dwingen ze door de inrichting van de openbare ruimte wel zich anders te gedragen.

    Mensen bij de overheid c.q. het openbaar bestuur denken al gauw dat de openbare ruimte van de overheid is (laten zij Paul Frissen lezen). De openbare en de private ruimte moet mijns inziens door mensen gebruikt zoals zij dat zelf willen. We moeten de gevaren die anderen daar voor hen kunnen veroorzaken inperken en kunnen ze wijzen op de gevolgen van hun keuzes maar verder zijn ze vrij!

  • Frank van Genne

    Het enthousiasme van de professionals in het stuk en de reacties wekt bij mij de vraag hoever de overheid moet gaan bij het sturen van gedrag.

    Natuurlijk worden we in onze consumptiemaatschappij verleid tot van alles waaronder het gebruik van ongezonde producten en ongezond gedrag. En los daarvan hebben veel van ons ook zelf die neiging: we nemen vaak de auto voor een boodschap en zoeken dan ook nog de parkeerplaats die zo dicht mogelijk bij de winkel ligt.

    Het zal tegelijk de meeste mensen echt wel bekend zij dat dit ongezond is, net als roken en te vet eten, maar ze kiezen er toch voor het te doen. Als je lang en gezond wil leven zou je dus andere keuzes moeten maken. Veel mensen hebben echter moeite met die uitgestelde beloning. Hoger opgeleiden (politiek correct voor slimmer) doen dat vaker. Lees de aardige vergelijkingen in de NRC-Next van 9 januari j.l.

    Ik durf te veronderstellen dat bepaalde hoger opgeleiden deels een voorkeur hebben voor de multifunctionele stedelijke omgevingen die in het artikel aanbevolen worden. Uit onderzoek blijken die gezond, of treft men daar bij onderzoek gezondere mensen omdat die verstandige mensen daar wonen?

    Overigens verbaas ik me over het feit dat er in het stuk steeds over stedelijke omgevingen wordt gesproken. Als je de bevindingen in de verschillende onderzoeken leest is de vorm die “stedelijkheid” in Nederland vaak krijgt (hoge dichtheid en stenig) helemaal niet zo gezondheidsbevorderend.

    Datzelfde geldt ook voor sport. Ruwweg kun je stellen dat bewegen gezond is en sport ongezond. Dit omdat sport al snel leidt tot prestatiedrang en daarmee tot overbelasting en letsel. Vanuit de sportlobby zitten beide zaken echter vaak aan elkaar gekoppeld, zowel in praktijk als onderzoek. Dit meer te scheiden zou een eenvoudige gezondheidsbevordende maatregel zijn.

    Terug naar mijn beginvraag: hoever moet de overheid gaan in sturen van gedrag: Natuurlijk heeft de overheid een rol in het verzorgen van goede voorlichting en het voorkomen van ongezonde situaties. Maar:

    Het rapport van Storm c.s. van het RIVM richt zich echter op programma’s die proberen de ruimte zodanig in te richten c.q. te laten gebruiken dat gezondheidsachterstanden terug worden gedrongen. Dus het collectief vindt dat bepaalde mensen niet zouden mogen doen wat ze zelf zouden kiezen. We sluiten ze nog niet op, maar dwingen ze door de inrichting van de openbare ruimte wel zich anders te gedragen.

    Mensen bij de overheid c.q. het openbaar bestuur denken al gauw dat de openbare ruimte van de overheid is (laten zij Paul Frissen lezen). De openbare en de private ruimte moet mijns inziens door mensen gebruikt zoals zij dat zelf willen. We moeten de gevaren die anderen daar voor hen kunnen veroorzaken inperken en kunnen ze wijzen op de gevolgen van hun keuzes maar verder zijn ze vrij!

  • Judith Lekkerkerker

    Interessant in lijn hiermee is de Amsterdamlezing op 25 februari door prof.dr. Ron Peters over urbanisatie, etniciteit en gezondheid: het Amsterdamse HELIUS-onderzoek.

    http://www.uva.nl/nieuws-agenda/agenda/alle-evenementen/content/lezingen/2013/02/amsterdamlezing-ron-peters.html

    @e003b4990dae8b7cd13e13a691409501:disqus over vormen van stedelijkheid en of die al dan niet gezondheidsbevorderend zijn zou je het onderzoek ‘De Gezonde Wijk’ waaraan Menno Moerman heeft gewerkt even in moeten kijken. Zij hebben de gezondheid van bewoners van 4 Amsterdamse woonwijken met elkaar vergeleken: Boerhaavebuurt, Van der Pekbuurt, Suha buurt en De Punt. Blijkt dat vooroorlogse wijken met hoge dichtheid en veel ‘steen’ (Boerhaave en Van der Pek) een gezondere leefomgeving bieden dan de groene buurten in Nieuw-West

    • Frank van Genne

      Beste Judith,
      Dat rapport heb ik kort na verschijnen al gelezen en besproken met de hoofdauteur Frank den Hertog. Ik doelde daar juist op toen ik schreef “Uit onderzoek blijken die gezond, of treft men daar bij onderzoek gezondere mensen omdat die verstandige mensen daar wonen?”. Ik vind dat namelijk onvoldoende uitgesplitst in dat onderzoek. Maar iedereen praat graag de hoofdbevinding na.

      • Frank den Hertog

        Beste Frank,

        Je hebt helemaal gelijk dat de bevolkingssamenstelling van de vier wijken (naar opleiding en leeftijd, maar vooral ook naar levensfase en gedrag) onderscheidend zijn en dat dit in de conclusies die anderen presenteren vaak niet wordt meegenomen. Toch hebben wij destijds ook voor de meest gebruikelijke demografische kenmerken gecorrigeerd en bleef de boodschap dat “meer groen vaak leidt tot minder bewegen” overeind.
        Blijft natuurlijk je eerste opmerking staan of de overheid wel zo sturend moet/mag optreden als het gaat om de inrichting van wijken. Ook dat is een terecht punt waarbij het volgens mij vooral gaat om het overtuigen dat de gezondere keuze ook de leukere keuze kan zijn. Je buurtgenoten tegenkomen op straat hoeft zeker niet altijd negatief te zijn (om het maar zachtjes uit te drukken). En misschien moet een overheid (en een ontwikkelaar) soms wel een beetje zachte drang uitoefenen (nudging) om mensen te verleiden om iets te doen dat ze “van nature” niet zouden doen (zoals met de fiets of te voet boodschappen doen).
        Overigens zal binnenkort het rapport van het vervolgonderzoek getiteld “Park of Perk” uitkomen. Daarin hebben we nog preciezer gekeken naar de “beweegredenen” van bewoners. Voor de zomer van 2013 zou dit rapport te vinden moeten zijn op http://www.degezondewijk.nl

        • FrankVanGenne

          Hoi Frank,

          Leuk op deze wijze weer eens van je te horen. Bij de discussies die wij eerder met elkaar hadden zal ik ingebracht hebben dat binnen groepen met dezelfde demografische kenmerken verschillende leefstijlen voorkomen en dat deze medebepalend kunnen zijn voor de keuze van de woonplek. 

          Als heel gechargeerd en simpel voorbeeld zou je kunnen veronderstellen dat actieve bewust levende lieden ervoor kiezen om meer te lopen en te fietsen en minder de auto te gebruiken, en dat ze daarom minder moeite hebben met een wijk waar ze de auto niet voor de deur kunnen parkeren. Ook passen hoger niveau en diversiteit van voorzieningen daarbij. Mensen die meer gemaksgericht in het leven staan zullen kiezen voor een buurt waar de auto voor de deur kan staan en vervolgens naar een winkelcentrum rijden waar je dichtbij kunt parkeren (niet noodzakelijk het dichtst bij de eigen woning). 

          Je kan dus in compacte wijken  wel meer gezondere mensen vinden, maar dat komt niet door de inrichting van de wijk, maar door de leefstijl van de bewoners en de daaruit volgende keuze voor die buurt.

          Dat betekent vervolgens ook dat je mensen niet gezonder maakt als je wijken compact en minder groen maakt. Ik verwacht eerder dat men verhuist of dat het normale c.q. gewenste gedrag leidt tot conflicten.

  • Judith Lekkerkerker

    Interessant in lijn hiermee is de Amsterdamlezing op 25 februari door prof.dr. Ron Peters over urbanisatie, etniciteit en gezondheid: het Amsterdamse HELIUS-onderzoek.

    http://www.uva.nl/nieuws-agenda/agenda/alle-evenementen/content/lezingen/2013/02/amsterdamlezing-ron-peters.html

    @e003b4990dae8b7cd13e13a691409501:disqus over vormen van stedelijkheid en of die al dan niet gezondheidsbevorderend zijn zou je het onderzoek ‘De Gezonde Wijk’ waaraan Menno Moerman heeft gewerkt even in moeten kijken. Zij hebben de gezondheid van bewoners van 4 Amsterdamse woonwijken met elkaar vergeleken: Boerhaavebuurt, Van der Pekbuurt, Suha buurt en De Punt. Blijkt dat vooroorlogse wijken met hoge dichtheid en veel ‘steen’ (Boerhaave en Van der Pek) een gezondere leefomgeving bieden dan de groene buurten in Nieuw-West

  • Rini

    Ha Emilie 🙂 stad is 15% ongezonder dan het platteland, zorg kost gemiddeld 5000 per burger, reken maar uit en achterstandswijken is het wrsch maal 3 a 4 dus het rendement zit idd in het gezond maken van de stad. De lessen van de Tuinman zijn begonnen;-) http://tuinmanindewijk.nl/

  • Errik Buursink

    Graag attendeer ik u allen op de publicatie ‘Bewegen moet beloond worden’ van de Dienst Ruimtelijke Ordening van de Gemeente Amsterdam. Hierin worden ruimtelijke condities voor bewegen benoemd. Tevens aan de orde geweest tijdens het congres Ruimte en gezondheid.

    http://www.amsterdam.nl/publish/pages/417657/gezondewijk4.pdf
     
     

    • Vincent Kompier

       Jammer dat ’t dan weer moet, dat bewegen. Althans ,dat suggereert de titel.  Ons onderzoek
      naar sport in de stad laat buitenlandse voorbeelden zien waar je niet van moet
      bewegen, maar die door uitgekiende vormgeving positionering in de stad en combinatie met andere functies tot
      sporten en bewegen verleiden. Omdat de sport- en beweegbehoefte sterk veranderd zijn de afgelopen jaren. Maar niemand wordt gedwongen, niets hoeft.

      Opvallend
      genoeg zijn zulke voorbeelden in Domineederland amper te vinden.  

      • Rini

        Tuinieren is op afstand de beste vorm van bewegen, met een zeker nut en ‘in touch with nature’, dus fuck het nutteloze verplichte bewegen, alleen voor de gezondheid… Indirect en weinig duurzaam

        • Emilie Vlieger

          Haha Rini, je kortste reacties ooit, beide onder mijn blog. Ik voel me vereerd! Overigens houd ik zelf niet zo van tuinieren. Wel van tuinmanlessen, dus ik blijf je volgen!

          • Rini

             Tuinieren is samen zorgen voor onze levensruimte als mensen. Jij bent meer een mensen mensen tuinman, als ik je een beetje ken. Tja en omdat wij ook groen zijn, ben jij echt wel een toegewijde Tuinvrouw(m/v) !!!
            Door de modder naar het Paradijs, leve de metafysica en het geloof 😉 Les 3 wordt wat praktischer Gr Rini

          • Rini

             Tuinieren is samen zorgen voor onze levensruimte als mensen. Jij bent meer een mensen mensen tuinman, als ik je een beetje ken. Tja en omdat wij ook groen zijn, ben jij echt wel een toegewijde Tuinvrouw(m/v) !!!
            Door de modder naar het Paradijs, leve de metafysica en het geloof 😉 Les 3 wordt wat praktischer Gr Rini

      • Rini

        Tuinieren is op afstand de beste vorm van bewegen, met een zeker nut en ‘in touch with nature’, dus fuck het nutteloze verplichte bewegen, alleen voor de gezondheid… Indirect en weinig duurzaam

      • Errik Buursink

        Nou Vincent, ik zou het stuk dan toch eens lezen. Verleiden is inderdaad waar het om gaat.

      • Errik Buursink

        Nou Vincent, ik zou het stuk dan toch eens lezen. Verleiden is inderdaad waar het om gaat.

  • Errik Buursink

    Graag attendeer ik u allen op de publicatie ‘Bewegen moet beloond worden’ van de Dienst Ruimtelijke Ordening van de Gemeente Amsterdam. Hierin worden ruimtelijke condities voor bewegen benoemd. Tevens aan de orde geweest tijdens het congres Ruimte en gezondheid.

    http://www.amsterdam.nl/publish/pages/417657/gezondewijk4.pdf
     
     

  • Renk van Oyen

    Dag Emilie. Heerlijk artikel! Vanuit mijn werk als experience designer en creative concepter, blog ik regelmatig over soortgelijke onderwerpen die mooi aansluiten bij bovenstaande materie. Vooral de relatie tussen beweging binnen een geografisch gebied en het vormgeven van beleving. Ik ben zo vrij hier een linkje achter te laten naar 2 van die blogs. Het is een 2-delig blog, waarvan hier deel 1 te lezen is (deel 2 aanklikbaar binnen de blog) http://blog.la-clappeye.nl/jezelf-als-meetinstrument_experience-design-tov-ritme-in-tijd-en-ruimte/

    De tweede relevante link is een blog over beweging en belevenis vs de dagelijkse routine:   http://blog.la-clappeye.nl/festival-tweaking-deel-2-de-belevenis-vs-dagelijkse-routine/

    Opmerkingen zijn altijd welkom. 

  • Emilie Vlieger

    Iedereen hartelijk dank voor de mooie reacties, complimenten en extra informatie. Echt leuk om te zien hoe dit onderwerp speelt. Dat terwijl niet iedereen begrijpt dat ik sport en wonen koppel in één bijeenkomst. Overigens, wees welkom op zeven februari (beperkt aantal plaatsen): http://vliegerprojecten.nl/wordpress/2013/01/meer-merwede-sport-en-wonen/

    Stof voor meer blogs, zo te horen. Blog alsjeblieft ook mee op Ruimtevolk over de gezonde stad en laat het meer dan ooit een topic zijn in 2013! Op een rustig moment ga ik kijken naar alle blogs, onderzoeken et cetera. Dank!

  • Net als anderen voor mij in deze reactie zien sommigen het bezwaar van sport (o.a. prestatiedrang). De vraag van Emilie was ‘hoe kunnen we de bewoners verleiden gezonder te leven c.q. meer te bewegen?”. Ik zelf ben enkele jaren geleden met dit als uitgangspunt gestart om een grote natuurspeeltuin van de grond te krijgen in Amsterdam Westerpark nu met de naam Het Woeste Westen. Het andere uitgangspunt was “het moet een place-to-be worden”. In 2010 is de speeltuin opengegaan en inmiddels komen er 30.000 bezoekers per jaar (kinderen en ouders). 2/3 van de bezoekers komt voor het vrij spelen in de natuur. En daar zit het verleidingsaspect. Niet organiseren, maar faciliteren is ons devies. En tja voor subsidiegevers is dit soms een moeilijk begrijpbaar concept. “Wat voor activiteiten organiseer je nou?” is een vaak terugkerende vraag. Maar kinderen moeten gewoon de kans krijgen om zélf te spelen. Goed voor hun motorische ontwikkeling, maar ook voor de psychosociale ontwikkeling. Risico’s leren nemen, natuur tot op het bot ervaren etc. En daar dus vooral een gezellige, relatief veilige en schone uitdagende omgeving voor creeren. En de andere 1/3 (=10.000) bezoekers dan? hoor ik u denken. Daar organiseren we wel dingen voor; evenementen en activiteiten, maar alleen in het winterseizoen om de mensen hun huis uit te lokken (waarom zou ik iets organiseren in de zomer, als er dan al 300 bezoekers op een dag zich prima zelf weet te vermaken?), Avonturenclubs (5 in de week), natuurlessen met schoolklassen en avontuurlijke verjaardagspartijtjes. Al deze activiteiten werken weer als radartjes die elkaar en het grote geheel draaiende houden en van natuurspeeltuin Het Woeste Westen, zoals bedoeld, en place-to-be maken waar kinderen en ouders vanuit heel Amsterdam (en daarbuiten) op af komen. Niet alleen de ruimtelijke inrichting, maar (vooral) ook het ‘laden’ van de plek zoals ik het maar noem heeft daar een grote rol in gespeeld. En naast het feit dat spelen in de natuur sowieso al gezond is (zie daarvoor de factsheet van Agnes van de Berg en het IVN) wordt er zeker ook veel bewogen op het 3 hectare grote terrein. Kinderen rennen zich hier rot en vergeleken een gemiddelde voetbaltrainig (waar ik de kinderen toch vaak op hun beurt zie wachten) durf ik te beweren dat een middag Woeste Westen toch een middag heus ‘sporten’ is.  www.woestewesten.nl , info@woestewesten.nl , http://www.facebook.com/hetwoestewesten
     
     
     

  • Net als anderen voor mij in deze reactie zien sommigen het bezwaar van sport (o.a. prestatiedrang). De vraag van Emilie was ‘hoe kunnen we de bewoners verleiden gezonder te leven c.q. meer te bewegen?”. Ik zelf ben enkele jaren geleden met dit als uitgangspunt gestart om een grote natuurspeeltuin van de grond te krijgen in Amsterdam Westerpark nu met de naam Het Woeste Westen. Het andere uitgangspunt was “het moet een place-to-be worden”. In 2010 is de speeltuin opengegaan en inmiddels komen er 30.000 bezoekers per jaar (kinderen en ouders). 2/3 van de bezoekers komt voor het vrij spelen in de natuur. En daar zit het verleidingsaspect. Niet organiseren, maar faciliteren is ons devies. En tja voor subsidiegevers is dit soms een moeilijk begrijpbaar concept. “Wat voor activiteiten organiseer je nou?” is een vaak terugkerende vraag. Maar kinderen moeten gewoon de kans krijgen om zélf te spelen. Goed voor hun motorische ontwikkeling, maar ook voor de psychosociale ontwikkeling. Risico’s leren nemen, natuur tot op het bot ervaren etc. En daar dus vooral een gezellige, relatief veilige en schone uitdagende omgeving voor creeren. En de andere 1/3 (=10.000) bezoekers dan? hoor ik u denken. Daar organiseren we wel dingen voor; evenementen en activiteiten, maar alleen in het winterseizoen om de mensen hun huis uit te lokken (waarom zou ik iets organiseren in de zomer, als er dan al 300 bezoekers op een dag zich prima zelf weet te vermaken?), Avonturenclubs (5 in de week), natuurlessen met schoolklassen en avontuurlijke verjaardagspartijtjes. Al deze activiteiten werken weer als radartjes die elkaar en het grote geheel draaiende houden en van natuurspeeltuin Het Woeste Westen, zoals bedoeld, en place-to-be maken waar kinderen en ouders vanuit heel Amsterdam (en daarbuiten) op af komen. Niet alleen de ruimtelijke inrichting, maar (vooral) ook het ‘laden’ van de plek zoals ik het maar noem heeft daar een grote rol in gespeeld. En naast het feit dat spelen in de natuur sowieso al gezond is (zie daarvoor de factsheet van Agnes van de Berg en het IVN) wordt er zeker ook veel bewogen op het 3 hectare grote terrein. Kinderen rennen zich hier rot en vergeleken een gemiddelde voetbaltrainig (waar ik de kinderen toch vaak op hun beurt zie wachten) durf ik te beweren dat een middag Woeste Westen toch een middag heus ‘sporten’ is.  www.woestewesten.nl , info@woestewesten.nl , http://www.facebook.com/hetwoestewesten