Logo Ruimtevolk klein

De hackable wereldstad

Hoe verbind je met nieuwe technologieën de slimme- en sociale stad om een speelveld te creëren voor nieuwe vormen van stedelijke ontwikkeling?

Het grote investeringsproject van de toekomst ligt in het optimaliseren en beter benutten van de bestaande steden. Door onder meer de financiële crisis, demografische verschuivingen, peak mobility en de digitalisering van de samenleving moeten steden flexibeler kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Daar hoort ook een conceptuele verschuiving in het denken over stadsontwikkeling bij: niet langer is bezit bepalend, maar de vraag hoe verschillende spelers gebruik kunnen maken van de kansen die de stad biedt. Digitale media spelen een essentiële rol in deze omschakeling, maar de vraag is vooral hoe we deze nieuwe technologieën in gaan zetten.

In de stad liggen mogelijkheden verscholen die op dit moment niet benut worden, zowel in de fysieke ruimtes die op meerdere manieren gebruikt kunnen gaan worden, als in de sociale processen die zich daar af kunnen gaan spelen. Om die potentie aan te breken, is het nodig instrumenten te ontwikkelen en te gebruiken om inzicht te krijgen, verbanden te leggen en ‘systemen’ adaptief te kunnen koppelen. De metropool als brein – om Zef Hemel te parafraseren – is niet alleen gebaat bij de betrokkenheid van de miljoenen mogelijke spelers; ze heeft ook informatie nodig om het handelen op te baseren. Die informatie over ruimtes, gebruik, netwerken, stromen moeten we in kaart brengen en toegankelijk maken via een ‘grid’.

Smart versus social cities
Digitale media spelen een essentiële rol in deze omschakeling, maar de vraag is vooral hoe we deze nieuwe technologieën in gaan zetten. Enerzijds vormen lokale overheden, technologiebedrijven en kennisinstellingen consortia om steden met informatica tot ‘smart cities’ om te vormen. Hierbij worden digitale technologieën ingezet om stedelijke processen te optimaliseren en efficiënter te maken zoals mobiliteit en gezondheidszorg. Anderzijds nemen burgers en cultureel-maatschappelijke organisaties steeds vaker het heft in eigen handen. Voortbordurend op de online ethiek van do-it-yourself (DIY) eigenen zij zich de stad toe en ondernemen ze collectieve acties: van samen stadstuintjes verzorgen tot het opzetten van sensornetwerken voor gedistribueerde metingen van geluidsoverlast of luchtkwaliteit.

Wij menen dat deze ontwikkelingen nog teveel losstaan van elkaar om een duurzaam toekomstperspectief te bieden voor stedelijke transformatie. De smart city vertrekt teveel vanuit een technische, nuttige visie op wat de goede stad is maar vergeet hierbij vaak de publieke zaak en de verscheidenheid aan identiteiten van burgers. Andersom zijn bottom-up initiatieven in de ‘social city’ vaak te versnipperd. Ze haken onvoldoende aan bij institutionele partijen en ontberen zo slagkracht en schaalbaarheid. Ook lijden ze soms aan een hoog ‘onder ons’ gehalte dat eerder dorps dan stads aandoet.

De burger moet serieuzer worden genomen en geholpen bij initiatieven door veel meer toe te staan en vooral ook door sneller te werken. Met een kleinere reactietijd en minder bureaucratie kan de overheid beter inspelen op burgerinitiatieven. Zo draagt zij zorg voor een professionalisering van de social city om een smart city te creëren die gebaseerd is op de intelligentie van de commons.

Eindhoven hackable wereldstad (bron: One Architecture)

Eindhoven hackable wereldstad (bron: One Architecture)

Eindhoven
Digitale technologie doorbreekt de continuïteit van schalen, territorium, ruimte en besturingssystemen waarmee de ruimtelijke planners en ontwerpers gewend zijn te werken. Als zij naast verticaal ook horizontaal gaan denken, wordt het hele proces waarin stedenbouw nu is georganiseerd, doorbroken.

In Nederland is Eindhoven één van de interessantste plekken voor een ontwerpend onderzoek naar de ruimtelijke implicaties van deze opgave: in weinig andere steden is de scheiding tussen bedrijfsmatig gedreven hightech innovatie en stedelijke (sub)culturen zo groot. Via een tiental strategieën kunnen de slimme- en sociale stad in Eindhoven beter met elkaar worden verbonden en wordt de stad een potentieel speelveld voor nieuwe (fysieke en organisatorische) vormen van stedelijke ontwikkeling. Eindhoven kan de proeflocatie voor de eigen innovatie worden. De uitdaging hierbij is om niet in de val te trappen een nieuw groot top-down planningsverhaal te formuleren. Het gaat dan ook meer om het onderzoeken en ontwerpen van de condities voor stedelijk eigenaarschap van burgers en organisaties, en van de (maatschappelijke en economische) verdienmodellen die daar de ‘drive’ achter kunnen zijn. De strategieën geven aan hoe bedrijven, overheden en de cultureel-maatschappelijke sector bij elkaar te brengen zijn en hoe met behulp van digitale mediatechnologieën Eindhoven is om te vormen tot een waarlijk slimme hackable wereldstad. Hieronder bespreken we er drie, de overige strategieën zijn te vinden in het volledige artikel dat gedownload kan worden op onze site.

Capaciteit vergroten
Door autodelen en efficiënter gebruik zijn er minder auto’s en parkeerplaatsen nodig. Die ruimte kan benut worden om nieuwe programma’s toe te voegen, zoals speelplekken of parken, maar ook voor verdichting. Minder auto’s betekent ook minder wegen en meer ‘walkable neighbourhoods’. Een project als ‘depave’ laat al zien welke mogelijkheden er zijn voor het omvormen van parkeerruimte.

De geaggregeerde data van de stad kunnen ook dynamisch gebruikt worden voor een soort pop-up planning: het rerouten van verkeer en anders inrichten van infrastructuur. Bijvoorbeeld een rijstrook minder of op bepaalde tijden de weg afsluiten.

Betrekken en hacken
Gebruikers verzamelen data over de stad zoals slecht wegdek (Biketastic), hoge luchtvervuiling (Green Watch/City Pulse) of prettige hardlooproutes (Nike+ City Runs). Dit maakt duidelijk hoe mensen de stad gebruiken en zo kunnen er gericht investeringen worden gedaan om plekken aantrekkelijker te maken.

Het organiseren van groepen kan kleinschalige initiatieven stimuleren. Waardoor er op een meer intieme en collectieve manier met de stad wordt omgegaan.

Bij software ontwikkeling wordt eerst een protoversie en de reacties daarop getest. Deze manier van werken met een ‘minimal viable product‘ zou ook toegepast kunnen worden in de ontwikkeling van steden. Niet eerst een compleet proces optuigen en de definitieve keuze volledig technisch uitwerken om er vervolgens achter te komen dat het niet werkt.

Verbeteren
Bij energieverbetering kunnen schaalvoordelen worden benut, bijvoorbeeld door mensen te stimuleren om gezamenlijk te investeren in zonnepanelen, in plaats van ieder voor zich. Daardoor kan de plaatsing efficiënter, bijvoorbeeld in één keer op het dak van een bedrijfshal, is het netto rendement per investering aanmerkelijk groter en kan de winst verdeeld worden. Een voorbeeld van opschalen is ‘Herman de zonnestroomverdeler‘.

 

Auteurs: Matthijs Bouw, Froukje van de Klundert, Michiel de Lange en Martijn de Waal

Dit blog werd geschreven naar aanleiding van ons project Eindhoven Hackable Wereldstad. Dit project is het resultaat van de ‘werkweek Metropool NL‘ waar One Architecture en The Mobile City op uitnodiging van de Vereniging Deltametropool aan deelnamen.

Foto boven: Eindhoven hackable wereldstad, streetview (bron: One Architecture)

Matthijs Bouw

Architect en directeur One Architecture

Matthijs Bouw werkte in de jaren '90 voor private partijen aan studies voor Schiphol in Zee en de introductie van Rondje Randstad. Nadien organiseerde zijn bureau One Architecture het Ontwerpatelier Deltametropool. In de afgelopen jaren was Bouw ateliermeester bij de Structuurvisie Randstad 2040, verkende hij de nieuwe generatie sleutelprojecten, en ontwierp hij aan de Olympische Hoofdstructuur. Hij is ontwerper en supervisor van een aantal stedelijke vernieuwingen en gebiedsontwikkelingen. Ook ontwierp One een aantal bijzondere transformaties van bestaande gebouwcomplexen, zoals het Jozef Ziekenhuis in Deventer. Bouw’s expertise bevindt zich op het snijvlak van ruimte en infrastructuur.

http://www.onearchitecture.nl

Michiel de Lange

Medeoprichter en redacteur The Mobile City

Michiel de Lange is samen met Martijn de Waal oprichter van The Mobile City. The Mobile City onderzoekt de invloed van digitale media technologieën op het stadsleven, en de gevolgen voor stedenbouw. "We willen graag samenwerken met instellingen, organisaties en personen uit verschillende disciplines die onze interesse in deze onderwerpen delen."

http://www.themobilecity.nl/
  • Prachtig
    artikel waarin ook het begrip ‘eigenaarschap’ mooi terugkomt; toegang
    ipv bezit. De blog legt ook precies de vinger op de zere plek; het
    grote gat tussen bottom up en top down. Dit gat/deze kloof  is
    mi niet alleen zichtbaar bij het fenomeen digitale media (social
    versus smart citeis). De kloof bottom up(wereld van alledag) en top
    down (systeemwereld) – en de vraag daarmee van wie is de stad – is
    overal zichtbaar zeker als het gaat om ruimtelijke en stedelijke
    ontwikkeling.

    De
    bouwwereld en de wereld van gebiedsontwikkeling is tot nu toe vrij
    behoudend. Digitale media worden sinds kort pas gezien en dan nog als
    nieuwe marketingszendmast. TU-student Niraj Sewraj heeft onlangs in
    zijn afstudeerscriptie laten zien dat digitale media ook een
    (interactie) middel kan zijn om te komen tot bijv.
    co-productie http://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikel/2787-social-media-must-have-tools-in-gebiedsontwikkeling

    Auteurs
    van bovenstaande blog gaan nog een stap verder; digitale media die
    leiden tot andere processen en producten in ruimtelijke en stedelijke
    ontwikkelingen. Daarmee ontstaat zelfs een ‘andere’ (nog niet
    duidbare) ruimte en stad. Dat gaat volgens mij voor velen in het
    ruimtelijke domein ‘far beyond imagination’. Zou het daarom zijn dat
    ik als eerste reageer? #dtv  

  • Jurgen_Hoogendoorn

    Prachtig artikel waarin ook het begrip ‘eigenaarschap’ mooi terugkomt; toegang ipv bezit. De blog legt ook precies de vinger op de zere plek; het grote gat tussen bottom up en top down. Dit gat/deze kloof  is mi niet alleen zichtbaar bij het fenomeen digitale media (social versus smart citeis). De kloof bottom up(wereld van alledag) en top down (systeemwereld) – en de vraag daarmee van wie is de stad – is overal zichtbaar zeker als het gaat om ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling.
    De bouwwereld en de wereld van gebiedsontwikkeling is tot nu toe vrij behoudend. Digitale media worden sinds kort pas gezien en dan nog als nieuwe marketingszendmast. TU-student Niraj Sewraj heeft onlangs in zijn afstudeerscriptie laten zien dat digitale media ook een (interactie) middel kan zijn om te komen tot bijv. co-productie http://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikel/2787-social-media-must-have-tools-in-gebiedsontwikkeling . 
    Auteurs van bovenstaande blog gaan nog een stap verder; digitale media die leiden tot andere processen en producten in ruimtelijke en stedelijke ontwikkelingen. Daarmee ontstaat zelfs een ‘andere’ (nog niet duidbare) ruimte en stad. Dat gaat volgens mij voor velen in het ruimtelijke domein ‘far beyond imagination’. Zou het daarom zijn dat ik als eerste reageer? #dtv 

  • Jurgen_Hoogendoorn

    Prachtig artikel waarin ook het begrip ‘eigenaarschap’ mooi terugkomt; toegang ipv bezit. De blog legt ook precies de vinger op de zere plek; het grote gat tussen bottom up en top down. Dit gat/deze kloof  is mi niet alleen zichtbaar bij het fenomeen digitale media (social versus smart citeis). De kloof bottom up(wereld van alledag) en top down (systeemwereld) – en de vraag daarmee van wie is de stad – is overal zichtbaar zeker als het gaat om ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling.
    De bouwwereld en de wereld van gebiedsontwikkeling is tot nu toe vrij behoudend. Digitale media worden sinds kort pas gezien en dan nog als nieuwe marketingszendmast. TU-student Niraj Sewraj heeft onlangs in zijn afstudeerscriptie laten zien dat digitale media ook een (interactie) middel kan zijn om te komen tot bijv. co-productie http://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikel/2787-social-media-must-have-tools-in-gebiedsontwikkeling . 
    Auteurs van bovenstaande blog gaan nog een stap verder; digitale media die leiden tot andere processen en producten in ruimtelijke en stedelijke ontwikkelingen. Daarmee ontstaat zelfs een ‘andere’ (nog niet duidbare) ruimte en stad. Dat gaat volgens mij voor velen in het ruimtelijke domein ‘far beyond imagination’. Zou het daarom zijn dat ik als eerste reageer? #dtv 

  • Heidi Linck

    Interessant dat vanuit elk belang, of het nu individueel of collectief is, en vanuit perspectieven zoals die van de digitalisering van de samenleving nieuwe en nog ongrijpbare ruimtelijke voorstellingen van de stad ontstaan. De bestaande fysieke stad heeft al zoveel gezichten, en de technologie voegt daar, net als 100 jaar terug, voorstellingen van de utopische stad aan toe. Nu echter is die utopie, ondanks of misschien wel dankzij de crisis, ook bottum-up realiseerbaar. Inspirerend artikel! 

  • Clemens de Olde

    Het onderscheiden van eigenaarschap en bezit verhult meer dan het oplost. Denk aan processen waar de burger maar zeer beperkt invloed op heeft: de privatisering van publieke ruimte: de vervaging van de grens tussen publiek en prive door surveillanceapparatuur en het afstoten van sociale huurwoningen in een tijd waarin mensen steeds moeilijker een hypotheek kunnen krijgen. Het belang van bezit in de stad en stadsontwikkeling is onverminderd groot.

    De voorbeelden die worden gegeven van individuele initiatieven zijn prachtig. Maar vergeet niet dat de smartcity vaak ook van iemand is. Bij Starbucks betaal je voor je wifi, en alleen met de juiste hardware, software en klandizie bij een bank kun je je OV-kaartjes kopen. Ook hier is bezit -zowel dat van de consument als van de aanbieder- een essentiele factor. Wijk je af, dan betaal je ‘servicekosten’.

    Het voorgestelde eigenaarschap van burgers en sociale organisaties staat niet haaks op grote top-down verhalen. Juist die top-down verhalen en instituties die ze uitvoeren vertegenwoordigen de publieke zaak en de belangen van de burger in de democratie. Dat kan vast efficienter, maar het is ook wat de auteurs stellen als ze beargumenteren dat het grid waarlangs alle informatie te vinden is door de overheid moet worden georganiseerd en gereguleerd.

    Mijns inziens laten de auteurs een stel goede ideeen vertroebelen door de ‘beleidspeak’ van de doe-het-zelf democratie. Kansen pakken en eigenaarschap klinkt goed, maar het is inhoudsloos zolang je niet spreekt over wie die kansen kunnen pakken en onder welke institutionele voorwaarden. In zo’n beschrijving is een beschouwing van bezit nog steeds ongelofelijk belangrijk.

  • Ester van der Sterre

    Ik zou graag in contact komen met een van de auteurs om te praten over hoe wij als corportatie van jullie idee kunnen leren en hoe we het kunnen inzetten in onze stedelijke vernieuwing.

    • Judith Lekkerkerker

      Beste Ester, De contactgegevens van de auteurs staan bij hun profielen. Succes! Vriendelijke groeten,
      Judith Lekkerkerker, RUIMTEVOLK