Logo Ruimtevolk klein
artikelen

5 maart 2014 • RUIMTEVOLK

Veronderstelde tweedeling Amsterdam is ingeburgerde beeldvorming

De gesuggereerde sociaal-economische tweedeling en het uitvergroten van problemen draagt bovendien eerder bij aan segregatie dan dat het de tweedeling tegengaat.

Samen met de Adviesraad voor Diversiteit en Integratie (ADI) heeft Stad-Forum een advies uitgebracht over de vraag of er sprake is van voortschrijdende segregatie in Amsterdam. In het genuanceerde advies wordt onderkend dat er verschillen zijn tussen bevolkingsgroepen, dat deze soms zelfs groter dreigen te worden, maar dat er zeker geen sprake is van een tweedeling in de stad, op welk gebied dan ook (economisch, sociaal, religieus, ruimtelijk, et cetera). Het advies vertelt een ander verhaal dan de ingeburgerde beeldvorming, waarin bepaalde delen van Amsterdam worden neergezet als probleemgebieden, en roept heftige reacties op. Reacties die voorbijgaan aan de vraag of de ingeburgerde beeldvorming wel aansluit bij de realiteit en of het niet juist deze beeldvorming is die bijdraagt aan de veronderstelde segregatie.

Het advies sloeg op 27 februari 2014, minder dan een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen, in als een bom. Vooral de politieke partijen die het van oudsher opnemen voor de zwakkere bevolkingsgroepen lieten geen kans onbenut om aan te tonen dat er in Amsterdam wel degelijk sprake is van een schrijnende tweedeling tussen rijk en arm, hoog opgeleid en laag opgeleid, gezond en ongezond, kansrijk en kansloos. Men ziet echter over het hoofd dat door deze sociaaleconomische polarisering de problemen alleen maar groter worden. Niet voor niets stellen de ADI en Stad-Forum dat ‘framing’ een zeer krachtig middel is waar met de grootste terughoudendheid mee om moet worden gegaan.

Optimisme
Ik woon in de Westelijke Tuinsteden, tegenwoordig beter bekend als Nieuw-West. In de jaren zeventig waren deze wijken het toonbeeld van vertrouwen in de toekomst. Het optimisme straalde van iedere straathoek. Mensen hadden er vaak meer dan tien jaar wachttijd voor over om in wijken als Overtoomse Veld, Osdorp of Geuzenveld te mogen wonen. Als zoon van een huisarts speelde ik op straat met vriendjes uit grote arbeidersgezinnen en eenoudergezinnen. Waarschijnlijk ben ik een van de weinigen van die kinderen die na de middelbare school verder is gaan studeren.

De jaren negentig waren een keerpunt. De wijken waren na veertig jaar intensief gebruik toe aan een ingrijpende opknapbeurt. Daarvoor was geld nodig. En de snelste route naar investeringskracht was het uitvergroten van de sociale en economische problemen. In hoog tempo werden er alarmerende manifesten geproduceerd en werden de problemen in de media breed uitgemeten. Hadden de krakers begin jaren tachtig hele veldslagen nodig voor het politiek agenderen van de verloedering van geliefde woonbuurten, in Overtoomse Veld was één goed gemikte baksteen voldoende voor de autoriteiten om een hele wijk weg te kunnen zetten als een broeinest van terrorisme, dat zo snel mogelijk met de grond gelijk gemaakt moest worden.

Confusiusplein-Slotermeer_by-Jane-Johannes-650x349

Confusiusplein, Slotermeer, Amsterdam (Foto: Jane Johannes)

No-go-area
In een paar jaar tijd veranderde mijn geliefde leefomgeving, zonder dat deze wezenlijk veranderde, in een no-go-area. Op verjaardagsfeesten vroeg men zich af hoe ik mij wist te handhaven in de urban jungle van Parkstad (zoals het gebied een tijdje heette). Om de mentale afstand nog verder te vergroten kreeg één van de belangrijkste woningcorporaties de naam Far West. Vette krantenkoppen lieten er geen twijfel over bestaan: het gaat echt helemaal mis in dit verre Westen. Niemand die er niet woonde of werkte kwam er nog. Te ver, te gevaarlijk.

Maar wat wel kwam was geld, veel geld. Geld om de ‘grootste stedelijke vernieuwing van Europa’ vlot te trekken. Grote problemen moet je namelijk groots aanpakken. Ziedaar het succes van ‘framing’. En zeker, de stedelijke vernieuwing heeft veel verbeteringen gebracht. Oude kleine woningen maakten plaats voor moderne goed geoutilleerde nieuwe woningen. Er kwamen meer koopwoningen zodat mensen ook een stap vooruit konden zetten in hun wooncarrière zonder Nieuw-West te verlaten. Maar tegelijkertijd moet ik constateren dat er na 15 jaar vernieuwing ook weer niet zo heel erg veel is veranderd. Men slaagde er nauwelijks in om nieuwe bevolkingsgroepen met een hoger opleidingsniveau of inkomen aan te trekken uit andere delen van de stad. Dankzij de negatieve beeldvorming is het tot op de dag van vandaag voor buitenstaanders geen optie om een woning te kopen in de Westelijke Tuinsteden. Door het probleem te creëren kwam er wel genoeg geld vrij om het vastgoed te vernieuwen, maar de beoogde nieuwe beter gesitueerde bevolkingsgroepen piekeren er niet over om deze woningen te kopen. Afgeschrikt door het slechte imago waarin de wijken al 20 jaar ‘geframed’ worden.

Beter weten
Wat wel gebeurde is dat veel mensen ondanks de negatieve beeldvorming zijn blijven wonen in de Westelijke Tuinsteden, zij wisten wel beter. En velen hebben voor zichzelf, dankzij de vernieuwing, een betere plek gevonden. En natuurlijk zit er tussen de 135.000 inwoners een grote groep mensen die het moeilijk hebben, nauwelijks een goede opleiding hebben genoten en weinig kansen hebben om op eigen kracht een betere toekomst te bereiken. Misschien zelfs meer dan in andere delen van de stad. Maar is dat nu zo wezenlijk anders dan veertig jaar geleden, toen ik met mijn vriendjes op straat speelde? Ook toen waren de Westelijke Tuinsteden arbeiderswijken met veel lage inkomens en mensen met lage opleiding. Ik zie geen verschil tussen een groot katholiek gezin dat in de jaren vijftig een nieuwe woning in Slotermeer betrok en een groot islamitisch gezin dat een vijfkamerwoning betrekt in een vernieuwd deel van Osdorp. Het enige verschil is onze perceptie: optimisme versus pessimisme.

Diskwalificeren
Door de bewoners van de Westelijke Tuinsteden telkens statistisch te diskwalificeren (wat overigens niet zo moeilijk is al je de grachtengordel en Amsterdam Zuid als ijkpunt neemt), help je ze echt niet verder. Sterker nog, je vergroot juist het verschil en toont weinig respect voor het feit dat het merendeel van de mensen probeert op zijn eigen manier het beste van het leven te maken. En bovendien schrik je mogelijke nieuwkomers af, die wel een hogere opleiding hebben genoten en een hoger inkomen hebben. Dus: hou op met het uitvergroten van problemen! Pak de schrijnende gevallen aan, accepteer dat er verschillen zijn en zet de Westelijke Tuinsteden in de etalage als een aantrekkelijk en betaalbaar alternatief voor mensen die niet in de binnenstad kunnen of willen wonen.

Foto boven: Sloterplas, Amsterdam (foto: Wouter Veldhuis)

32 reacties op “Veronderstelde tweedeling Amsterdam is ingeburgerde beeldvorming”

  1. Errik Buursink schreef:

    Wouter stelt dat geen sprake is van tweedeling, maar ziet tegelijk ook dat “nieuwe bevolkingsgroepen met een hoger opleidingsniveau of inkomen” wegblijven uit Nieuw-West. Laat dat nu precies de tweedeling zijn waar het in Amsterdam altijd over gaat: het feit dat Amsterdam een stad met twee snelheden is, waarbij ‘binnen de ring’ zich demografisch en sociaal-economisch anders ontwikkelt dan ‘buiten de ring’.
    Het gaat er bij mij niet in dat dit met beeldvorming alleen te maken heeft. Voorheen problematische wijk en als De Baarsjes, Bos en Lommer en de Indische Buurt (en de Jordaan en de Pijp niet te vergeten) hebben laten zien dat ‘nieuwe bevolkingsgroepen’ zich door een slecht imago niet laten weerhouden. Zij zijn in Amsterdam, en in al die andere metropolen in de westerse wereld, op zoek naar gevarieerd stedelijk leven. Plekken waar de ruimtelijke condities zo zijn dat dit even spontaan kan ontstaan, kunnen snel populair worden als vestigingslocatie.

    De antistad van na de oorlog, die toevallig grotendeels buiten de ring ligt, is bij nieuwe stedelijke huishoudens niet populair omdat de structuur het ontstaan van gevarieerd leven in de weg staat. Hierdoor hebben de wijken binnen de ring en de wijken buiten de ring een zeer verschillende bevolkingssamenstelling. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Maar wanneer in de wijken buiten de ring vrij eenzijdig lager opgeleiden wonen en Amsterdam tegelijk niet meer tegemoet kan komen aan de grote vraag naar stedelijke milieus, wordt het probleem duidelijk.
    Het tegengaan van segregatie naar opleidingsniveau enerzijds en de dreigende totaalgentrification van de vooroorlogse stad anderzijds vraagt om erkenning van dit probleem. En om een ruimtelijke oplossing. De oproep van de ADI en Stadforum aan de overheid om zich te concentreren op scholing en het scheppen van banen getuigt van weinig inzicht in hoe onze stad functioneert. Ik ben het wel met hen eens dat termen als tweedeling, segregatie (en ook gentrification) de discussie vervuilen. Maar er is in onze succesvolle metropolen weldegelijk sprake van sociaal-economische fragmentatie op basis van cognitieve vermogens. Amsterdam vormt daarop geen uitzondering.

  2. Maarten Noordhoff schreef:

    Wouter je hebt grotendeels gelijk. Ook ik ben als zoon van een huisarts in de jaren 60 in Nieuw-West opgegroeid. Wij gingen naar de openbare Heijmansschool in Osdorp, veel huisartskinderen werden echter ook toen al door hun ouders elders (Oud Zuid) op school gedaan omdat dat “beter” zou zijn. Op een reünie kom ik jaarlijks nog een aantal klasgenoten van de Heijmansschool tegen en die hebben allemaal Osdorp verlaten en een succesvolle carrière doorgemaakt. Het optimisme is voor hun elders werkelijkheid geworden. Jammer is denk ik dat geen van allen meer in Osdorp wonen. De succesverhalen van toen worden niet in het hier en nu van Nieuw West doorgegeven en daardoor lijkt het nu misschien ook kanslozer.

  3. MartinvanderMaas schreef:

    Wouter, je maakt dit tot een bijna filosofisch vraagstuk. Staat perceptie op zichzelf, of is het de weerspiegeling van een reële werkelijkheid? Misschien is onze hele zintuiglijke wereld wel perceptie.
    Maar zo komen we niet verder. Laten we een aantal harde feiten constateren waar niemand omheen kan: de vierkantemeterprijzen buiten de ring zijn beduidend lager dan binnen de ring. Dat duidt op bepaalde vraag-aanbodverhoudingen. De markt zegt: we hebben genoeg (of te veel) tuinstedelijke milieus, en we hebben te weinig hoogstedelijke milieus. In normale situaties groeit het populaire vanzelf. Hier niet, omdat urbanisering van het suburbane niet zomaar gaat. Het hoogstedelijke milieu loopt tegen een kunstmatige barrière aan, met torenhoge prijzen als gevolg. Als we dat op z’n beloop laten, zullen de stad en haar bewoners er in vele opzichten wrange vruchten van gaan plukken. Daarom moeten we de tuinsteden urbaniseren.
    Deze analyse heeft niets te maken met dédain voor bewoners van tuinsteden. Potdorie, ik ben er zelf in opgegroeid!

  4. Jos Gadet schreef:

    Laat ik voorop stellen. Ik heb Wouter als vakman hoog zitten. Maar laat ik het ook kort houden. (1) Er is een mooi Duits woord voor emotionele bevooroordeeldheid: befangen. Wouter is ‘befangen’; (2) een slecht imago komt niet uit de lucht vallen; (3) statistieken liegen niet en discrimineren niet, maar degenen die statistieken hanteren moet je kritisch volgen (‘how to lie with statistics’).
    Een analyse over verschillende jaren van statistieken omtrent ontwikkelingen van vierkante meterprijzen, huizenwaarden, schooluitval, criminaliteit, werkloosheid, scholingsgraad enzovoort enzovoort wijzen eenduidig op tweedeling. De schrijvers van het betreffende rapport NEGEREN deze statistieken, en laten deze hun lezer zelfs niet eens zien. In het boekwerk geen enkel kaartje!! Maar als je iets niet laat zien, wil dat niet zeggen dat het niet bestaat. Ik zou de schrijvers verschillende etiketten kunnen opplakken, maar laat ik termen als demagogie, verlakkerij en bevoogding nou eens niet in de mond nemen.
    Degenen die wijzen op ruimtelijke oorzaken van sociaaleconomische malaise worden vliegensvlug afgeserveerd als fysisch deterministen. Natuurlijk moeten oplossingen gezocht worden in onderwijs en banen. Maar kansen op goed onderwijs en (goede) banen zijn simpelweg het grootst in de succesvolle delen van de stad. En een succesvolle stad kent een aantal condities. En laat ik mij nu ook even ‘befangen’ tonen: ik vind dat IEDEREEN recht heeft op een succesvolle stad.

  5. Ivan Nio schreef:

    We kunnen niet om statistieken en beeldvorming heen, maar de discussie komt alleen verder als we preciezer worden. Laten we ten eerste ophouden in algemene
    bewoordingen over de Westelijke Tuinsteden te spreken. Er zijn grote sociaal-economische en culturele verschillen tussen de wijken in Nieuw-West. Het is veel interessanter om de verschillende delen onder de loep te leggen en te kijken welke kansrijke ontwikkelingen zich daar voordoen.

    Bevolkingsgroepen met een hoger opleidingsniveau en inkomen vestigen
    zich wel degelijk buiten de ring. Erikk, je kunt toch met droge ogen niet
    beweren dat iedereen alleen maar binnen de ring wil wonen? Waarom komt bijvoorbeeld
    Buitenveldert nooit voor in het verhaal van de dRO? Door de stedelijke
    vernieuwing komen nu oa. ook Overtoomse Veld, Delflandpleinbuurt en Staalmanpleinbuurt in beeld bij nieuwe stedelingen, maar ook bij doorstromers, studenten, spijtoptanten en andere groepen nieuwe vestigers. De succesvolle stad houdt toch niet langer op bij de ring? En niet iedereen wil pal op de hoek van een café en een bakker wonen. Als je in Slotervaart woont ben je in 10 minuten op de fiets in het Vondelpark. Er zijn bovendien meer kansrijke groepen in Amsterdam dan alleen nieuwe stedelingen. Veel bewoners in mijn eigen buurt in Slotervaart hebben een eigen zaak in de stad, van een Turks restaurant tot een advocatenpraktijk. Horen zij niet bij de succesvolle stad? Elders in Nieuw-West zie je veel nieuwe dynamiek met onder andere zelfbouwende Turkse gezinnen in Geuzenveld. En soms sluiten mensen een compromis, omdat ze bijvoorbeeld met een gezin met kinderen niet meer op 50 vierkante meter binnen de ring willen wonen. Ze kiezen voor een grotere en nog betaalbare woning buiten de ring. Heel veel steden hebben dit soort minder stedelijke milieus, maar die toch een belangrijke functie voor de stad vervullen. En gelukkig zijn de vierkante meter prijzen hier nog lager dan binnen de ring.

    Om statistieken kunnen we niet heen (maar laten we dan wel het juiste schaalniveau nemen; soms moet je inzoomen op een buurt en soms uitzoomen op regionaal schaalniveau), maar als je de Westelijke Tuinsteden wegzet, zoals Gadet dat met het label ‘ultieme monotonie’ keer op keer heeft gedaan, dan doe je wel degelijk aan negatieve beeldvorming en demagogie.

  6. Jos Gadet schreef:

    en let bij de kaartjes van Errik ook even op de positie van Buitenveldert.

  7. Ivan Nio schreef:

    Omdat de begrenzing van de kaarten telkens ligt bij de gemeentegrens, is de referentie Amsterdam binnen de ring: het meest succesvolle gebied in Nederland als het gaat om indicatoren als stijging van opleiding en inkomen en kleinschalige menging. Natuurlijk verschijnt A’dam binnen de ring dan als een stralende cirkel omringd door meer donkere gebieden. Maar is Amsterdam buiten de ring werkelijk zo onaantrekkelijk of is A’dam binnen de ring uitzonderlijk? Daarom zou het interessant om ook kaarten van de metropoolregio te hebben en te onderzoeken wat dan de positie is van de wijken buiten de ring ten opzichte van bv. Zaanstad of Haarlemmermeer. Op regionale schaal zal je zien dat hoge scores (inkomen bv.) als een banaan doorlopen via Buitenveldert naar Amstelveen. Ook een kaartje van de WOZ-waarden zou je op regionale schaal moeten maken. Dan krijg je ineens een heel ander beeld.

    Daarnaast ontnemen de kaarten het zicht op de nuances en
    ontwikkelingen buiten de ring. Je ziet wel positieve ontwikkelingen in Buitenveldert,
    op IJburg en in Slotervaart. Het zou best eens kunnen dat ontwikkelingen in de
    tuinsteden (zoals tussen Slotervaart en Geuzenveld) uiteen gaan lopen. De
    kaartjes van de nieuwe stedelingen zijn een bevestiging dat sommige nieuwe
    stedelingen de sprong over de ring maken. Maar godzijdank is niet elke kansrijke stadsbewoner een nieuwe stedeling. Errik, er zijn meer typen mensen die over een zekere hoeveelheid cognitieve vermogens beschikken. Net zo interessant is daarom de vraag wie dan al die mensen zijn die een nieuwe woning hebben gekocht in Osdorp. Als dat geen nieuwe stedelingen zijn (maar bv. tweede generatie migranten en spijtoptanten van buiten A’dam) dan kan je daar toch niet met dedain over spreken omdat ze geen hoogopgeleide of creatieve nieuwe stedeling zijn en omdat zo stom zijn geweest om niet in de binnenstad een appartement te kopen? Het kaartje van de voorzieningen is nog zo’n voorbeeld. Natuurlijk krioelt het binnen de ring van de voorzieningen en is dat minder buiten de ring. Maar kijk eens naar wat er wel gebeurt in Nieuw-West, zoals op Plein 40-45 (dat zich ontwikkelt tot Turks-Marokkaans centrumgebied).

    Het kaartje van de ‘perceived neighbourhood improvement’ behoeft wel toelichting omdat de indicatoren niet duidelijk zijn. Zijn dat ruimtelijke of sociale indicatoren? Hoe is de relatie met de stedelijke vernieuwing (was die af of niet, of tot stilstand gekomen wat met onzekerheid gepaard gaat). Heeft het nog iets te maken met de ervaring van de diversiteit aan bevolkingsgroepen, die in delen van Nieuw-West groot is. De score is nog altijd gemiddeld in Osdorp. Dat de score hoog is binnen de ring verbaasd niet.

    Het kaartje van de niet-westerse allochtonen is de meeste dubieuze omdat het een kaart is die de negatieve beeldvorming van Nieuw-West (en andere delen buiten de ring) in stand houdt. Het suggereert dat een hoog percentage allochtonen per definitie problematisch is. Het laat niets zien van de variatie binnen deze ontstellend breed gedefinieerde groep (ik hoor er namelijk zelf ook bij) en het zegt niets over het percentage sociale stijgers onder de allochtonen. Eens een allochtoon voor generaties een allochtoon, ook als je als Turkse of Marokkaanse Amsterdammer wooncarrière heb gemaakt in Nieuw-West en je je eerste woning hebt gekocht in De Aker of een appartement aan de Calandlaan.

    • Errik Buursink schreef:

      Ik spreek niet met dedain over andere groepen dan Nieuwe Stedelingen. Het enige dat deze kaarten laten zien is dat Amsterdam binnen de ring zich op dit moment heel anders ontwikkelt dan Amsterdam buiten de ring. Op regionale schaal zijn er ook grote verschillen tussen suburbs en stad en tussen suburbs onderling. Het kan niet ontkend worden dat in de huidige economie mensen met een lage of middelbare opleiding kwetsbaarder zijn dan mensen met een hoge opleiding. Dat betekent dat de wijken buiten de ring en ook een flink deel van de suburbs bovengemiddeld veel last hebben van de crisis nu en van de economische omschakeling naar een specialistische kenniseconomie op langere termijn.

      Wat uit deze kaarten ook blijkt is dat hogeropgeleiden zich bij voorkeur NIET vestigen in naoorlogse wijken. Daarmee zijn deze wijken automatisch veel minder divers en genereren ze een andere en ook minder economische dynamiek dan de meeste vooroorlogse stadsdelen. Dat geldt net zo goed voor kernen in de regio, waarbij Haarlem en historische stadjes als Monnickendam en Weesp wel hogeropgeleiden aantrekken en Haarlemmermeer en Almere niet. Dat lijkt op zich geen probleem, maar feit is dat zowel Haarlemmermeer als Almere vorig jaar een negatief binnenlands migratiesaldo hadden. Dat is rampzalig voor de vele huizenbezitters uit de lagere middenklasse in die gemeenten. Vaak huishoudens die ook al geplaagd worden door relatief hoge werkloosheidscijfers

      Om terug te komen op Wouters stelling dat deze verschillen vooral veroorzaakt worden door beeldvorming: dat is aantoonbaar onzin. Feit is dat de hogere middenklasse, bestaande uit hogeropgeleide kenniswerkers en allerlei culturele types, een duidelijke voorkeur aan de dag legt voor een vooroorlogse woonomgeving, bij voorkeur voorzien van een rijk voorzieningenaanbod of in ieder geval op korte reisafstand van plekken waar die voorzieningen te vinden zijn. Naoorlogse woonmilieus laten ze links liggen. Omdat de architectuur ze niet aanspreekt en omdat het er ontbreekt aan een rijk voorzieningenniveau. Lees de rapporten van CPB/Atlas Nederlandse Gemeenten en de dissertatie van Hans Koster (VU) er op na.

      Het vervelende is dat de schaarse vooroorlogse woongebieden in de Amsterdamse metropoolregio rap onbetaalbaar aan het worden zijn voor de vele duizenden hogeropgeleide jongeren die ieder jaar naar de stad trekken. Ivan heeft mij wel eens beticht van elitaire planologie: starbucks urbanism. Maar de afgelopen 80 jaar hebben we in ons land bijna uitsluitend suburbs en tuinsteden gebouwd. In de vraag naar die typen groene en rustige woonmilieus is voldoende voorzien, om het mild uit te drukken. Stedelijke milieus daarentegen zijn er veel te weinig, zeker in de Amsterdamse regio. Dus ik snap niet waar Ivan’s verzet tegen verstedelijking van een deel van de gebieden buiten ring vandaag komt.

      Middels verdichting kunnen tienduizenden woningen worden toegevoegd in Buitenveldert, Slotermeer, Overtoomseveld en Slotervaart. Toegevoegd inderdaad, zodat de mensen die er nu wonen kunnen blijven waar ze zitten. Op die manier wordt de sprong over de ring, die in Slotermeer en in nieuwbouwbuurtjes als Laan van Spartaan al bezig is, echt genomen. Er ontstaat woonplek voor de tienduizenden mensen die Amsterdam keihard nodig heeft. De belachelijke tweedeling in binnen de ring en buiten de ring, die Amsterdam plaagt is verleden tijd.

      Het heeft er alle schijn van dat we in de toekomst te maken krijgen met een stevige polarisatie van de arbeidsmarkt. Dat de winnaars en de verliezers van die polarisatie straks op heel verschillende plekken in de metropoolregio zullen wonen, vinden de opstellers van het rapport over tweedeling kennelijk geen probleem. Ik zie het als een potentiële bedreiging voor het ideaal van Amsterdam als democratische en eerlijke metropool. Met hun ontkenning van het feit dat stad en regio nu al op dit toekomstscenario voorsorteren hebben de ADI en Stadforum het publieke debat bepaald geen dienst bewezen.

      • Vincent Kompier schreef:

        Als mij ter ore komt dat een Amsterdamse corporatie het niet meer nodig vindt bij bouwopgave buiten de ring een architect in te schakelen, is dat dan gevolg of oorzaak van tweedeling?

  8. Marco te Brömmelstroet schreef:

    Versimpeling en generalisatie zijn nuttige instrumenten in het academische en beleidsdebat mits ze de fundamentele mechanismes blootleggen. Zodra ze daaraan voorbijgaan worden het simplificaties die ons blind maken voor belangrijke relaties. Ik heb zelf het gevoel dat de tweedeling prachtig klinkt, maar een aantal fundamentele verschillen platslaat. Er lijkt zowel binnen als buiten de ring ook grote variatie te zijn (als interne spreiding groter is dan spreiding onderling, mag je niet eens statistisch generaliseren). Is het niet veel zinniger om die variatie (ook) te begrijpen? Waarom zijn er plekken in Nieuw West die het beter/slechter doen en wat kunnen we daarvan leren? Ik ben benieuwd naar dezelfde choroplethkaarten voor de afzonderlijke populaties…

  9. Dirk van den Heuvel schreef:

    Even een persoonlijke anekdote naast al die cijfers. Wij gaan verhuizen van de Baarsjes naar Noord. De Baarsjes is namelijk veel te populair geworden. Toen ik hier in 1997 kwam wonen keken de meesten van mijn vrienden me een beetje medelijdend aan, maar het was een heerlijk rustige buurt met een mix van oude Amsterdammers en allochtonen, een Albert Heijn en bakker om de hoek en vrije parkeerplekken. Sinds een jaar of 4-5 zit het stampvol met (witte) studenten en dertigers die de kleine huizen voor lief nemen en zelfs aan woning delen doen. Voor koffie met wifi zit Bagels & Beans op de ene hoek, Buongiorno op de andere. De café’s en restaurants zijn elk weekend afgeladen. Het is geregeld behoorlijk rumoerig met ‘gezellige’ feestjes in de tuinen of op de balkons. Voor sommigen is dat de hemel op aarde, voor ons is het reden om onze spullen te pakken en door te schuiven. De arbeidersbuurt van toen is langzaamaan veranderd in een soort getto van hipsters, pardon, ik bedoel natuurlijk hub of hotspot. Ook in Noord zie je dat al aankomen, dus misschien hadden we toch een flat aan mijn favoriete plein, Plein ’40-’45, moeten kopen 🙂

    • Marco te Brömmelstroet schreef:

      Kom naar Osdorp. Hier is het precies zoals je de Baarsjes in ’97 beschrijft!

    • MartinvanderMaas schreef:

      Dirk, jouw anekdote geeft mooi aan met welk probleem we te maken hebben en wat Wouter Veldhuis en Ivan Nio nauwelijks adresseren: gewild gebied waar steeds meer vraag naar ontstaat, maar waarvan het aanbod nauwelijks stijgt. Het zal steeds erger en steeds duurder worden. De stad kookt over, wordt hipstergetto, en vernietigt in het ergste geval haar eigen aantrekkelijkheid. Manhattan wordt al de grootste gated community ter wereld genoemd. Hoge dichtheden in gesloten bouwblokken met functiemenging vormen een magneet voor velen. Van een olijke Amerikaan las ik laatst: “In the US, if you build three nice blocks next to each other, you created a tourist attraction.” De les hieruit is: het gewilde moet niet exceptioneel zijn, maar gewoon worden. Fijnmazig bijbouwen dus, en wel in de tuinsteden. Zodat Slotervaart straks niet tien minuten van de centrale stad af ligt, maar er onderdeel van uitmaakt.

      • Vincent Kompier schreef:

        Zolang het de gemeente Amsterdam niet lukt om de gesegregeerde 100% kantoorgebieden als Amstel 3 en Sloterdijk tot aantrekkelijke stedelijke woonwerkgebieden om te vormen lijkt me het ver- en volbouwen van de gemengde westelijke tuinsteden iets met kind en badwater

  10. Rob Kemmeren schreef:

    Met alle respect, maar ik snap niets van de portee het dit artikel. Wouter stelt dat hij vroeger als enig kind van een hoogogeleide ouders speelde met arbeiderskinderen, en dat nu de situatie eigenlijk niets is veranderd. Maarten Noordhoff schetst in zijn reactie eenzelfde beeld, en stelt bovendien dat alle succesvolle kinderen uit Osdorp vertrokken zijn. Dat is toch de definitie van tweedeling? Het is maar goed dat de beleidsmakers veel geld in de stedelijke vernieuwing hebben gepompt, en tenminste het vastgoed is verbeterd.

  11. Martin de Jong schreef:

    Afgelopen week bezocht ik het debat van de Huurdersvereniging Amsterdam, met raadsleden van de grote partijen. De zorg die daar voelbaar was in de zaal ging niet over woonmilieus binnen of buiten de ring maar over de betaalbaarheid van wonen in Amsterdam in het algemeen. Door allerlei oorzaken – Donner-punten, gedwongen verkoop, corporaties die de hoofdprijs vragen voor vrijgekomen huurwoningen, en een opeenstapeling van andere lastenstijgingen – zit betaalbaar huren in Amsterdam in de verdrukking, helemaal voor starters op de woningmarkt. Naast de tweedeling tussen binnenstedelijke en suburbane woonmilieus lijkt me dat de belangrijkste tweedeling om in de gaten te houden, juist als je creatieve stad wil zijn. De achterban van de huurdersvereniging is behoorlijk op leeftijd. Maar er is een groeiende groep hoger opgeleide zzp-ers zonder vast inkomen die op deze manier ook buiten de stad dreigt te vallen. Dat zijn precies de bewoners die Amsterdam graag wil houden.

  12. Daniel Hake schreef:

    Er is in onze maatschappij een groeiende sociale tweedeling, en die slaat ruimtelijk neer. Niet alleen in Amsterdam, en niet alleen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. De tweedeling moeten we bezien op regionaal niveau – je kan de samenleving en woningmarkt van Amsterdam niet begrijpen zonder de regio te betrekken. Die succesvolle arbeiderskinderen die uit de tuinsteden wegtrokken, zijn grotendeels daar terechtgekomen – samen met kansarmen uit de binnenstad die door de gemeente waren ‘verwijderd’ in het kader van de stadsvernieuwing. Ik hoop dat Errik dit soort veelzeggende kaarten op regionaal niveau heeft, dan weten we echt iets.

    Hoewel toegang tot werkgelegenheid en opleiding deels fysisch gedetermineerd is, zoals ik straks betoog, wordt je opleidingskeuze en beroepsperspectief vooral bepaald door wat in de directe familie gebruikelijk is, en minder door de woonomgeving. Zie de bijdragen van de huisartsenzoons uit West die van hun vader naar school in zuid werden gestuurd. Niet de woonplek, maar de familie bepaalt je kansen. En wat gewoon is in een familie ontwikkelt zich langzaam, van generatie op generatie. De generatie die jong was in de jaren ’60 kende relatief veel stijging, door de groeiende economie en toegankelijk onderwijs voor arbeiderskinderen – tenminste als je niet op je 14e van school werd gehaald zoals bij die generatie vaak nog het geval was. Nu is het moeilijker, zelfs met een hoge opleiding is het nog moeilijk aan werk komen. En als je ouders uit het Rifgebergte komen is het Vmbo afmaken en automonteur worden een hele prestatie. Misschien dat je kinderen dan een stapje hoger op de maatschappelijke ladder kunnen doen. Precies waar een ‘roltrapregio’ als Amsterdam voor bedoeld is.

    De fysieke omgeving kan wel meehelpen om onderwijs, banen en voorzieningen toegankelijk te maken. Toestaan van meer functiemenging is één ingrediënt. En verder de bereikbaarheid verbeteren van wat er al is. Vrienden van mij in Slotermeer (die volgens mij passen in het hokje ‘nieuwe stedeling’) zijn 45 minuten bezig om met de tram op de Dam te komen – ik doe er vanuit Leiden niet veel langer over. Over het regionale schaalniveau gesproken. Sneller openbaar vervoer van en naar de centrale stad (en andere centrale plekken) geeft bestaande bewoners toegang tot meer scholen, banen en voorzieningen, en de sociale netwerken die daar bestaan. En die bereikbaarheid maakt Nieuw West een betaalbaar alternatief voor de nieuwe stedelingen die Errik en anderen er willen laten wonen. Een paar metrolijnen naar nieuw West, met verdichting en functiemenging rond de stations, doen misschien meer tegen sociale tweedeling dan zomaar vastgoed vernieuwen.

    • Jeroen van der Veer schreef:

      Het gisteren verschenen onderzoek ‘Wonen in de regio Amsterdam’ verricht door O+S Asd in opdracht van de Stadsregio, Corporaties, Zuid Kennemerland, IJmond en Almere maakt het ook mogelijk om op regionale schaal naar dit vraagstuk te kijken.

      zie kaartjes en http://www.afwc.nl/nieuws/336-minder-verhuizingen-in-regio-amsterdam.html

      Ik ben het dus eens met Daniel en Ivan dat we de discussie veel breder moeten trekken dan alleen de gemeente Amsterdam. De kaarten laten een genuanceerd beeld zien. Zo ligt de WOZ-waarde in Nieuw-West weliswaar lager dan in het Centrum van Amsterdam, maar hoger dan in delen van Purmerend en Almere. Hetzelfde geldt voor het aandeel hoog-opgeleiden in de leeftijd van 27-34 jaar. Dat ligt hoger in Nieuw West en Noord dan in grote delen van de regio.

      Daarmee wil ik zeker niet ontkennen dat er bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid grote problemen bestaan in delen van Nieuw West. Ook dat blijkt uit hetzelfde onderzoek, waarbij zo’n 40.000 bewoners van de Metropoolregio hebben aangegeven hoe ze denken over hun woning en buurt. Maar de term ‘tweedeling’ dekt de lading niet en lijkt te ontkennen dat veel mensen er bewust voor kiezen om buiten de ring te (blijven) wonen.

      De tevredenheid van bewoners over hun buurt is de laatste jaren bijvoorbeeld sterk toegenomen in stadsdeel Zuidoost, zie

      http://www.afwc.nl/templates/afwc/images/files/WiA%202013%20Factsheet%20Leefbaarheid.pdf

      Jeroen van der Veer, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

  13. Evert Verhagen schreef:

    Geen tweedeling? Een driedeling dan of is dat ook nog te simpel? Werden ooit ergens problemen opgelost zonder ze eerst te benoemen?
    Toen ik in 1975 in Amsterdam kwam wonen verbleef ik daarna eerst 15 jaar in de Bijlmer. Daar had ik mijn eerste baan bij de gemeente Amsterdam bij het projectbureau Hoogbouw Bijlmermeer. We zouden de problemen met de leegstand in de hoogbouw oplossen. 25% van de flats stond leeg. Het zal ook 19 maart weer blijken. Mensen stemmen met hun voeten (ze gaan ergens anders heen als het ze niet meer bevalt), niet bij de stembus, daar blijven ze massaal weg. Daarna kwam er in Zuidoost een deelraad, wij waren niet meer nodig. Over die negative beeldvorming van de Bijlmer heb ik destijds een boek geschreven: “Van Bijlmermeerpolder tot Amsterdam Zuidoost”. Neem me niet kwalijk, misschien begreep ik het nog niet zo goed maar het heeft ook niet mogen baten. Ondertussen is het grootste gedeelte van de flats gesloopt. Waarna het er nog steeds niet erg veel beter op is geworden. Omdat men over de meest simpele maatregel, de bewoners zelf hun ontmoetingsplekken laten ontwikkelen en de metro ook ’s nachts laten rijden al vijfentwintig jaar niet eens wil nadenken.
    Ik ging werken voor het Lokatie Opsporings Team hoofdzakelijk in Nieuw West. Kijken waar we extra woningen konden bouwen zoals op het Koningin Wilhelminaplein. Er kwam een deelraad en ook daar waren wij niet meer nodig. Ik ging werken in Westerpark en verhuisde zelf naar de Pijp. Ik werkte vijftien jaar aan de Westergasfabriek en zag wat je met zo’n project voor een buurt kunt doen. Dat zag ik niet alleen op de Westergasfabriek maar overal in de wereld waar ik uitgenodigd werd om over regeneratie, herontwikkeling, tegengaan van krimp en het maken van aantrekkelijke steden te praten en te werken.
    Daarna werkte ik tien jaar in Noord aan het Noorderpark. En de afgelopen twee jaar in Zuid aan de Sportas. Geen verschillen in Amsterdam? Geen tweedeling in onze stad? Er bestaat een boekje van O&S wat ik heb waarin men naar de stadsdelen kijkt als waren het zelfstandige gemeentes. Zuid en Centrum zouden beide – als ze zelfstandige gemeente zouden zijn – nummer een en twee staan in de Atlas Nederlandse gemeenten. Rijker, welvarender en aantrekkleijker dan de huidige nummer een Amstelveen.
    Waar willen de hoger opgeleiden en de expats die naar Amsterdam toe komen het liefst wonen? In de binnenstad en in Zuid, ook in BUitenveldert aan de andere kant van de ring bij de Zuidas. Ik heb onlangs samen met Nelleke Penninx van DRO onderzoek laten doen en kaartjes laten maken en dat is ook daar het beeld wat verschijnt. Zuid en Centrum zijn veel te duur dus waar vind de groei van hoger opgeleiden plaats: in de rand om het dure centrum en het dure deel van Zuid heen. Dat heeft niets met de ring of met het IJ te maken maar met het stedelijk milieu dat je er aantreft gecombineerd met de nabijheid van de voorzieningen van Zuid en de Binnenstad.
    Ruwweg gezegd bevinden zich in Zuid, Centrum, een deel van Oost en een groot deel van West alle culturele instellingen van onze stad, alle Hogescholen en Universiteiten, maar ook alle hockey- en roeiverenigingen. En wat blijkt op en kaartje in het Parool: ook alle toekomstige raadsleden wonen er.
    Zoals wethouder Maarten van Poelgeest het zegt – en ik ben het helemaal met hem eens – de stad is er voor twee dingen: emanciptatie en ontmoeten. Amsterdam doet dat goed. We horen bij de messt aantrekkleijke steden van de wereld. Natuurlijk doen heel veel mensen er alles aan om het beste van hun leven te maken.
    Maar onze stad kent hele grote gebieden waar de dichtheid die bij stad hoort ontbreekt. Onze stad kent grote delen waar de voorzieningen om te emanciperen en te ontmoeten gewoon niet zijn. Waar al die schattige kleine kindjes (vlak nadat ze geboren zijn zijn die kindjes allemaal schattig, daarna ontstaan de problemen pas…) de mogelijkheid om zich te ontwikkelen niet of nauwelijks wordt geboden. Ga eens bij een sportclub ver weg in West of in Noord kijken? Of het nu gekleurde kinderen zijn in Zuidoost of witte kinderen in Noord. De stad is een emancipatie machine en in die gebieden waar de machine hapert moet hij beter gaan functioneren.
    Wat ik heb geleerd is dat hard werken helpt. Dat je de problemen moet benoemen en ze aan moet pakken, een voor een. Maar wat zien we nu om ons heen gebeuren: we gaan die modernistische misbaksels waar het ontmoeten nog veel te vaak uitloopt op een beroving ook nog eens op de monumentenlijst plaatsen. Er is in deze stad maar moeilijk kritiek mogelijk op het modernisme van Van Eesteren, Nassuth, Oskam en al die anderen. Maar we weten allemaal waarom er in Noord en Nieuw West en Zuidoost geen parkeeropbrengsten zijn zoals in Centrum en Zuid: omdat er niets is om naar toe te gaan. Omdat er niets is om voor te parkeren. We leggen een metro aan voor 3,5 miljard die om op de Zuidas te komen niet echt nodig is (er ging al een metro naartoe) maar we noemen hem de Noordzuid lijn en hij gaat dus naar Noord. Vanaf het eerste station – straks Noorderpark geheten, een park wat er (nog) niet is – kun je nergens naartoe behalve overstappen op de bus naar Zaanstad. En bij de halte Buikslotermeerplein (de enige andere halte in Noord) vind je starks een stadsdeelkantoor en een ROC en een winkelcentrum. Wauw! Wie denkt dat het daarna van zelf zal gaan moet eens bij Kraaiennnest gaan kijken: daar ligt al 25 jaar een metro. Of bij Lelylaan waar zelfs een NS station is en een metro. Niets gaat van zelf.
    De bewoners van Noord, van de tuinsteden en van Zuidoost hebben ook recht op stedelijke voorzieningen. Waarom is er nog steeds geen hoger onderwijs ten noorden van het IJ (en begin nu niet over de smalle strook IJ-oevers, het uitzicht vanuit het centrum, Noord is in het echt veel groter). Investeer in die zaken die de stad aantrekkelijker maken en waar je als stadsbestuur echt invloed op hebt: hoger onderwijs instellingen en een openbare ruimte die ingericht is op ontmoeten. Met een dichtheid die bij de stad hoort en met infrastructuur die je ook over kunt steken. Steden zonder hoger onderwijs (zoals Assen, Emmen, Heerlen, Vlissingen, Delfzijl) krimpen allemaal. Stadsdelen waar dat milieu ontbreekt blijken voor hoger opgeleiden en expats niet interessant. Laten we vooral niet gaan generaliseren want ook Zuidoost, Nieuw West en Noord hebben hun aantrekkelijke kanten. Maar neem de feiten wel serieus en ga de discussie niet uit de weg. Want als de ene groep mensen iets niet heeft wat de andere groep wel bezit dan kun je er lang en breed omheen draaien maar je kunt het ook benoemen. Dat heet een tweedeling.

  14. Jurgen_Hoogendoorn schreef:

    Plat en niet anders kan je de hierboven getoonde kaarten beschouwen. Plat omdat kaarten maar 2 dimensies hebben; lengte en breedte. De complexe werkelijkheid valt niet in platte kaarten te vatten. Er zijn zoveel meer dimensies, naast hoogte en breedte ook diepte en tijd om maar eens wat te noemen. Kortom veel meer werkelijkheden. Ruimtelijke professionals moeten zich mijn inziens afvragen wat de waarde is van dergelijke platte kaarten en of je op basis van deze kaarten wel vakmatige uitspraken (“tweedeling”)
    gemaakt kunnen worden. Laat staan dat je er beleid op kan voeren. Het is niet voor niets dat grote bedrijven – om maar even te benchmarken – weinig meer kunnen met dergelijke globale gegevens als het gaat om gedrag van mensen. Grote moderne bedrijven zoeken niets voor niets hun gegevens op basis van een totale omkering; het complete meer
    dimensionale gedrag van individuele personen. Door middel van big data wordt meer verfijnde informatie vergaard (Google, facebook, ING). Ik denk dat als je deze big data benadering zou toepassen je tot veel betere benadering komt van de (ruimtelijke) werkelijkhied. En ik geef je – net als op Nio en op een bordje dat er hele andere (positievere) beelden ontstaan over buiten de ring.

    PS ik vraag me trouwens wel af of die zogenaamde nieuwe stedeling niet vooral een oude stedeling is. Een recente bijeenkomst van de Metropool Regio Amsterdam over demografie maakte duidelijk dat tot 2025 het aandeel huishoudens tot 34 jaar krimpt met
    2,5 – 10%, het aandeel 35 -64 jarige huishoudens stijgt met 2,5 – 10%. En tot 2040 stijgt het aantal 65+ met 20 tot 25% in de stad.

    • Errik Buursink schreef:

      Ik denk juist dat big data nog duidelijker zal laten zien dat binnen de ring en buiten de ring erg van elkaar verschillen. Hier een voorproefje: blauwe puntjes geven een tweet weer, de rode een posting op Flickr. Witte puntjes is een posting op beide.
      Waar leeft de publieke ruimte, online en offline?

  15. Onno van Rieven schreef:

    Ik ben absoluut eens met het betoog van Veldhuis. Een
    negatieve beeldvorming is het grootste struikelblok voor een leuke wijk. Niemand
    wil toch in een ‘probleemwijk’ wonen? En dat ze in het centrum meer op Flickr zitten:
    wat doet dat er nou toe? Veldhuis zegt niet dat verschillen opgeheven moeten
    worden. Hij zegt dat je die wijken niet moet wegzetten als een probleem omdat
    ze niet hetzelfde zijn als het centrum.

    • Errik Buursink schreef:

      Maar Onno, de negatieve beelden die er van wijken als De Jordaan, de Pijp, de Indische Buurt en Bos en Lommer bestonden hebben de komst van nieuwe inwonersgroepen toch ook niet voorkomen? Waarom niet? Omdat deze groepen heel goed doorhadden dat die wijken de potentie hadden om leuk te worden. Ze lieten zich niet afschrikken door het gezwam van onderzoekers en beleidsmakers. Mensen die iets in de tuinsteden zien, laten zich ook niet door de discussie hier weerhouden om daar te gaan wonen. Feit is dat er niet zoveel mensen zijn die in Nieuw-West, Buitenveldert, Nieuw-Noord en Zuidoost zien wat eerder velen wel in achterstandswijken binnen de ring zagen.

      Ja, je kan buiten de ring heerlijk in het groen wonen. Maar daarvoor komen mensen over het algemeen niet naar Amsterdam. Daarbij, in het groen wonen doen de meeste mensen het liefst zonder onder- en bovenburen. De tuinstad is natuurlijk een leugen: je geen hebt er geen tuin en je hebt er geen stad. The worst of both worlds. Dat hebben woningzoekenden al lang door. Gevolg: zeer gewilde, schaarse en dus peperdure stedelijke wijken, een riant aanbod aan gezapige, maar betaalbare suburbs en ongewilde en dus spotgoedkope tuinstedelijke wijken, waar zich mensen verzamelen die al te vaak geen keus hebben. It’s the urbanism, stupid!

      • Maarten Noordhoff schreef:

        Twee aanvliegroutes om tweedeling aan te pakken. De ene is kopieer structuur van succesvolle delen binnen de ring, de ander is kopieer delen waar succesvolle bewoners heen zijn gegaan. Als ik dan kijk naar mijn eigen klasgenoten dan zijn die allemaal verder naar buiten de stadsring gegaan; namelijk Diemen, Almere, Haarlemmermeer e.d. Mij lijkt het eenvoudiger om in Nieuw West de successen van deze “new towns” te kopiëren dan de binnenstedelijke ringstructuur.

  16. jannes van loon schreef:

    Gedeelde of ongedeelde stad, volgens mij is de fundamentele vraag wat
    de prioriteiten van de gemeente Amsterdam/DRO moeten zijn. Hierbij
    vrees ik dat Nio hier gelijk heeft met de term ‘Starbucks Urbanism’,
    DRO, hier in de vorm van Errik Buursink en Jos Gadet
    , pleit voor investeringen in rode lopers, in het centrum.Publieke
    middelen via miljarden uitgaven worden inderdaad vooral ingezet om het
    centrum nog aantrekkelijker te maken (Noord/Zuid lijn, Zuidas,
    Rijksmuseum, project 1012). Ondanks/mede dankzij deze projecten willen
    gigantisch veel mensen in de stad wonen, hoe frustrerend is het dan dat
    dezelfde gemeente/DRO het voor veel van deze mensen onmogelijk maakt om
    in de stad te wonen? Vooral door het willen verdienen aan grond, maar
    ook door vast te houden aan bizarre parkeernormen en regels niet te
    handhaven.
    1 voorbeeld: studenten betalen illegaal hoge huren doordat
    de (lokale) overheid 1) de regels niet handhaaft (puntensysteem) 2) er
    veel te weinig bijgebouwd wordt (terwijl dit makkelijk kan, bijv.
    torenflats zonder parkeerplaatsen op Overhoeks, Zuidas en Amstel) door
    2a) de verhuurdersheffing (wat investeren in studentenwoning laag
    rendabel maakt), 2b) het feit dat de gemeente geld wil voor haar grond,
    2c) een minister die opeens een hoogbouwverbod oplegt.
    Dit kleine
    voorbeeld laat al zien hoe complex (en misschien ook prijzig) alleen al
    het bouwen van studentenflats tegenwoordig is. Om deze complexiteit te
    tackelen, en om te voorzien in een gigantische woonbehoefte, zo daarom
    mijn inziens wonen op 1 moeten staan op de agenda van DRO en de gemeente
    Amsterdam. Gooi dus alsjeblieft alle internationale lijstjes en
    competities het raam uit en stop al de energie en middelen in het
    daadwerkelijk realiseren van die verdichting (waar Errik ook
    overspreekt): wanneer je het bouwen faciliteert zal de tweedeling als
    sneeuw voor de zon verdwijnen.

  17. Gerben Helleman schreef:

    Interessante discussie die ik hier in Den Haag (meest gesegregeerde stad van het land) en dan vooral met betrekking tot de Schilderswijk ook vaak tegenkom. Gemakshalve onderscheid ik daarbij altijd twee stromingen:

    (1) Er zijn mensen die dit soort wijken als ‘achterstands-/concentratiewijken’. Een reservoir van kansarmen die elders in de stad geen plek vinden. En dat dit soort wijken een negatieve invloed hebben op de taalvaardigheid, het opleidingsniveau, de veiligheid en de integratie van haar bewoners. Aangedragen oplossingen liggen vaak op het niveau van gedifferentieerd bouwen, het laten instromen van bewoners met een hogere inkomen/opleiding, het stimuleren van gentrification en ABC-winkelstraten (Art-galleries, Boutiques, Cafes). De kritiek die deze mensen krijgen is inderdaad vaak van het kaliber ‘Starbucks Urbanism’ (ons-soort-mensen) en ‘fysiek deterministen’.

    (2) Aan de andere kant zijn er mensen die deze ‘aankomstwijken’ niet zien als chaotisch, afstotend en disfunctioneel, maar als een woonplek waar wat te beleven valt en als een veilige haven/springplank voor nieuwelingen. De welbekende emancipatiemachine die kan werken dankzij de beschikbaarheid van op migrantengroepen gerichte voorzieningen (winkels, religieuze instellingen) en vanwege de aanwezigheid van familie en gelijkgestemden die voor de belangrijke uitwisseling van goederen, hulp en informatie fungeren. Het doel is dan niet zozeer een wijk die ‘schoon, heel en veilig’ is, maar een wijk waarin die informele informatiestroom voldoende gewaarborgd is. De kritiek is altijd dat deze mensen hun ogen teveel sluiten voor de bestaande problematiek (optimisten vs. pessimisten) en dat die naar binnen gekeerde emancipatiemachine voor ongewilde ‘eilandjes’ zorgt (bonding vs. bridging).

    Het is natuurlijk een open deur van jewelste, maar de wereld is niet in te delen in een paar vakjes. En dat geldt ook hier. De Westelijke Tuinsteden bestaan simpelweg niet. Dé Schilderswijk bestaat ook niet. De verschillen tussen straten en buurten zijn simpelweg te groot. En bewoners hebben al helemaal een andere (wijk)beleving. Hun actieradius is niet gebaseerd op CBS-grenzen.
    Wij – als professionals – zijn alleen te vaak geneigd om wel in hokjes te willen denken (zie ook de hier getoonde kaartjes). Zowel wat betreft schaalniveau (buurt-wijk-stadsdeel) als op sociaal-cultureel (etniciteit, leefstijl) en sociaal-economisch (opleiding, inkomen) gebied. Hoewel ik dat als beleidsmedewerker wel snap, is het gevaar dat dit soort statistieken een doel op zich worden in plaats van dat ze aanvullend/ondersteunend zijn bij de meer kwalitatieve informatie. Of zoals Einstein ooit zei: “not everything that counts can be counted and not everything that can be counted counts.”

    Mijn analyse is dat bovenstaande discussie misschien op een tegenstelling lijkt, maar eigenlijk heeft iedereen een beetje gelijk met zijn probleemanalyse en oplossingsrichting. Het is maar net afhankelijk van welk verhaal, statistiek of schaalniveau je er bij pakt. We zouden moeten leren om die diversiteit te omarmen en specifieker te kijken naar hetgeen in die leefwereld gebeurt.
    Als externen mijn visie op de Schilderswijk vragen, geef ik dus altijd aan dat de Schilderswijk een wijk is met vele gezichten en daardoor niet in een paar zinnen is samen te vatten. Wie dat laatste wel wil, begrijpt de dynamiek van de stad niet.

  18. Job van Schuppen schreef:

    De factor tijd wordt vergeten in deze discussie. Wijken als de Pijp, Indische Buurt en de Baarsjes waren ook niet van de een op de andere dag gewilde woongebieden. Laat staan dat hun slechte imago als sneeuw voor de zon verdween. Daar zijn jaren overheen gegaan en sommige delen vragen nog steeds aandacht.

    Dat is in Nieuw West niet anders. Ook haar verandering gaat langzaam (!), maar is zeker gaande. Wie zijn oren en ogen openhoudt moet het opmerken. Niet de
    komst van de “nieuwe stedeling” op zoek naar een hippe bar, maar wel studenten,
    expats en jonge gezinnen die inzien dat je betaalbaar, ruim en centraal kan
    wonen in Slotervaart.

    Ik ontken niet dat er nog een breed scala aan sociaal-maatschappelijke opgaven
    ligt. Maar gelukkig is de stedelijke vernieuwing nog in volle gang en kunnen
    aankomende projecten eerdere successen van bijv. Delflandplein e.o.
    voortzetten. Bovendien kan het de stedelijke druk binnen de ring wellicht wat
    laten afnemen. Heel Amsterdam blij! Of niet? Want dat Nieuw West vanuit DRO nog even wordt weggezet als antistad en een leugen, is volstrekt onnodig. Hoezo beeldvorming….? En wie wordt daar nou beter van? Nieuw West niet, maar Amsterdam als geheel evenmin.

  19. Peter de Bois schreef:

    Dit was reactie van 14 dagen geleden op linkedin:

    “Het zou heel erg goed zijn als volgend op dit mooie en interessante stuk
    met zijn prachtische adviezen, een soortgelijke studie gedaan zou
    worden naar de ‘staat’ van het fysiek stedelijke systeem.

    Veel van de vragen, bevindingen en adviezen geven aan wat en hoe iets te
    doen aan de vele sociaal economische en culturele ontwikkelingen in de
    stad, en vooral ook niet negatief zijn.

    Helemaal eens.

    Dat neemt echter niet weg dat deze ontwikkelingen wel degelijk door
    allerlij kenmerken van het fysiek systeem van de stad in positieve en
    negatieve zin worden gefaciliteerd.

    Het zou fantastische zijn naast deze inzichten, de kennis die er inmiddels is
    over het functioneren van stedelijke systemen van flows and places
    zichtbaar te maken en te laten zien hoe van daaruit nog een enorme verbetering
    te realiseren is die grote invloed kan hebben op de kwaliteiten zoals
    die in het advies aan de orde komen.

    Het is voor mij steeds weer een raadsel waarom die fysieke systeem
    component niet een vanzelfsprekend bestanddeel is van dit type onerzoek.
    ik heb wel een idee overigens, maar de essentie is dat we de stad
    daarmee te kort doen en daarmee zijn gebruikers. En dat laatste kunnen
    we ons als experts helemaal niet veroorloven in deze tijd.”

    En na de discussie van gisteravond die natuurlijk heel interessant was blijf ik bij deze reactie.

    Ik vind het zorgwekkend dat er kennelijk nog steeds grote schotten zijn tussen de verschillende stedelijke disciplines. Dat experts kennelijk nog steeds de tijd en de mogelijkheden hebben de werkelijkheid op een peroonlijke minder feitelijk wijze te kunnen interperteren. Experts leiden ook aan hyperbolic discounting. Het is zorgelijk omdat de crisis en de impact die dat al heeft gehad en nog zal hebben op de sociaal economische effectiviteit van onze stedelijke gebieden nog lang niet over is, integendeel helaas. Het dagelijkse leven van mensen die heel graag gelukkig en veilig willen leven en een eigen perspectief willen hebben gaat nog ingrijpend veranderen de komende tijd.

    Reden te meer om kennis over de sociaal economische nadelen van specifieke ruimtelijke systemen niet te verontachtsamen en opzij te schuiven als niet relevant. Steden zijn niet voor niets eeuwen lang op een bepaalde wijze via voordurende transformatie tot stand gebracht, daar blijken wetmatige ‘rules of engagement’achter te zitten. De naoorlogse stedelijke experts hebben in gebieden als Amsterdam West en de nederlandse newtowns die rules gemanipuleerd vanuit peroonlijke doctrines en efficientie paradigma’s, en daar vervolgens een geloof van gemaakt, waarin mensen moeten wonen. Dat gaat niet lukken tenzij we ingrijpende transformaties toestaan, stedelijke draagvlak genereerd door betere publiek ruimtelijke bounding & bridging ‘flows’, gekoppeld aan verdichting en intensivering van woon programma’s en daarin flexibiliteit en adaptiviteit introduceerd. Dan zal er een potentie kunnen ontstaan voor private inversteringen in stedelijke voorzieningen ‘places’ die door feitelijk gebruik gedragen (draagvlak) worden en onderlinge co-creatieve ketens kunnen vormen met sterke sociaal economische effecten en dan zal West ook voor andere bewoners van de stad een interssante bestemming zijn.

    Wij zouden samen alles in het werk moeten stellen om een bijdrage te leveren aan een stad die daartoe bereid is lijkt me.

    Peter de Bois

  20. Josse de Voogd schreef:

    Hier mijn voorspelling voor de verkiezingsuitslag per buurt. Idd een forse tweedeling. Maar ik herken ook de opmerking die oa Ivan Nio maakt: je vergelijkt de buitenwijken met het meest succesvolle deel van NL.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *