Logo Ruimtevolk klein
artikelen

24 september 2014 • Jeroen Niemans

De grote ondertussenheid van de stedelijke ontwikkeling

Het nieuwe denken en doen biedt nog steeds geen echt alternatief voor traditionele gebiedsontwikkeling. Hoog tijd voor een kritische zelfreflectie, voordat oude tijden herleven.

We zijn getuigen van een heuse revolutie in ons vakgebied. Tenminste, dat dacht ik. Het wordt nooit meer zo als het vroeger was. Iedereen die de laatste jaren dit webmagazine heeft gevolgd zal dergelijke zinnen herkennen: al jaren schrijven koplopers hier over het nieuwe ‘denken en doen’. Dat kon tot bloei komen dankzij een ongekende luwte die we te danken hebben aan ‘de crisis’. Maar nu velen ons willen doen geloven dat de crisis voorbij is neemt de druk toe. Het nieuwe ‘denken en doen’ moet volwassen worden. Om die fase te bereiken is het in mijn ogen tijd voor kritische zelfreflectie.

In de Trendrede 2015 wordt het begrip ondertussenheid gemunt. Een begrip dat staat voor een tussenfase in een transitie naar een nieuw systeem: ‘Het oude kwijnt langzaam weg terwijl het nieuwe nog niet op volle sterkte is’ schrijven de trendwatchers. RUIMTEVOLK zit al een tijdje in de ondertussenheid. In januari 2011, alweer drie en een half jaar geleden, schreef ik hier zelf een stuk onder de titel Op zoek naar de Nieuwe Ruimtelijke Ordening waarin ik de termen flexibiliteit, kleinschaligheid, bottum-up, zelforganisatie, organische ontwikkeling en tijdelijkheid benoemde als centrale termen voor een nieuwe manier van werken.

Als ik het stuk nu nog eens terug lees is het nog angstaanjagend actueel. Nog steeds smachten we naar voorbeeldprojecten die deze ‘nieuwe’ manier van gebiedsontwikkeling de empirische onderbouwing geven om in het debat te overtuigen. Toen schreef ik al over Friso de Zeeuw die riep dat ‘de revolutie niet komt’. En dat roept hij nog steeds. Hoe kan het dat we in al die jaren niet verder zijn gekomen?

Methaalkathedraal-JeroenNiemans

De Methaal Kathedraal, broedplaats autonome cultuur plek in Utrecht. Foto: Jeroen Niemans

Navelstaren
Een stap verder komen lukt pas als we de zaak op scherp zetten door kritisch te durven zijn. Laten we dat eens proberen. Je kan van alles over De Zeeuw vinden, maar een grootschalige revolutie is tot nu toe wel uitgebleven. Jan Rotmans schreef in 2012 al dat we in ‘het oog van de orkaan’ zitten. Maar hoe lang kun je daar in blijven zitten? De organische stedelijke ontwikkeling of gebiedsontwikkeling 3.0 (of welke naam we er ook voor verzinnen) blijft een kleinschalig fenomeen. In de wereld van het ‘nieuwe denken’ huppelen we vrolijk achter de welbekende ‘voorbeeldprojecten’ aan die stuk voor stuk niet meer zijn dan kleinschalige pogingen om alternatieve manier van gebiedsontwikkeling te ontwikkelen. Van het Havenkwartier in Deventer naar ‘De Ceuvel’ in Amsterdam. Van de Wikiwijk in Opeinde via het Hembrugterrein over de luchtsingel naar het Schieblock in Rotterdam. Is dit een beweging of zullen het uiteindelijk niet meer zijn dan een paar incidenten van een kleine groep alternatievelingen?

In de wereld van het ‘nieuwe denken’ huppelen we vrolijk achter de welbekende ‘voorbeeldprojecten’ aan die stuk voor stuk niet meer zijn dan kleinschalige pogingen om alternatieve manier van gebiedsontwikkeling te ontwikkelen.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het stuk voor stuk mooie projecten, maar ik mis de analyse wat deze projecten nu echt opleveren aan bouwstenen voor een andere aanpak, en of ze daadwerkelijk een alternatief vormen. We moeten elkaar niet doodknuffelen maar elkaar uitdagen. Niet alleen samenkomen in Pakhuis de Zwijger, dat het clubhuis is geworden van een zelfbenoemde vooruitstrevende beweging. Laten we elkaar diep in de ogen kijken, zoals onlangs gebeurde tijdens de RUIMTEVOLK discussie over Facebook Urbanism aan het begin van de zomer van 2014. Waar een van de aanwezigen urbanism to like treffend identificeert: ‘Ambtenaren en hipsters, de ene twee procent van de bevolking is met de andere twee procent van de bevolking aan het praten over andere regels, maar welk belang heeft die andere 96 procent van de bevolking daarbij?’

Puberteit
Deze kritische blik stemt me hoopvol. We kunnen ons niet voor altijd blijven afzetten tegen het oude zonder daar een echt alternatief tegenover te zetten. Die vrijblijvendheid is wat mij betreft wel voorbij, we moeten bouwen aan alternatieve ruimte door discussie. Om volwassen te worden moet je niet blijven steken in de puberteit. Dus ophouden iedereen die anders denkt te diskwalificeren door te verwijzen naar ‘het oude denken’. Het doet me denken aan mijn eigen puberteit toen ik me als skater afzette tegen de gabbers. En waarin ik me constant afzette tegen de overheid. De overheid snapt het niet, werkt niet mee en moet veranderen.

In te veel discussies die ik de afgelopen periode heb bijgewoond wordt afgegeven op de overheid. Recent weer, tijdens een symposium over ‘Stadsacupuntuur’ in Amersfoort werd er door de aanwezigen wel erg veel tijd besteed aan het benoemen wat er allemaal niet kan, om vervolgens met de beschuldigende vinger richting de overheid te wijzen. Gelukkig werd er op een gegeven moment vanuit de zaal verzucht dat de ‘initiatiefnemers’ of ‘stadsmakers’ zich ook wel eens wat minder naïef en meer als ondernemer mogen opstellen. De ‘professionalisering van de initiatiefnemer’ hoorde ik zelfs zachtjes fluisteren. Ook in het verslag van een recent rondetafelgesprek dat verschijnt in het komende nummer van S&RO komt dit naar voren: ‘Om in een bredere context succesvol te kunnen zijn, moeten kleinschalige initiatieven zakelijker worden en uit de sfeer van het buurtinitiatief komen’ wordt in dat stuk gesteld.

wereld-zo-blijf-JeroenNiemans

Foto: Jeroen Niemans

Echt alternatief
Want een daadwerkelijk alternatief biedt het nieuwe denken en doen over de stad nog steeds niet. Recent werd ik uitgenodigd om mee te denken in het kader van een MIRT onderzoek naar de betekenis voor organisch bouwen voor het invullen van de woningbouwbehoefte in de Noordvleugel. Daarbij kun je blijven steken in de discussie hoe groot die woningbouwbehoefte is. Dat zou ik jammer vinden, want dat is een puur theoretische discussie die sterk wordt gekleurd door de belangen van degene die deze discussie voeren. Feit is dat er vele duizenden woningen bij zullen komen. Maar we moeten ons ook realiseren dat het bewijsmateriaal om te onderbouwen dat dit op een organische manier zou kunnen worden ingevuld, toch nog best wel mager is. Dan kun je verwijzen naar Almere, maar zijn het Homeruskwartier en Nobelhorst de voorbode van de nieuwe mainstream of blijkt dit over een paar jaar niet meer dan een niche.

In het rondetafelgesprek waar ik eerder aan refereerde merkte Sjors de Vries op: ‘We moeten ons wel realiseren dat een bepaalde elite zich nu tot ‘stadsmaker’ bombardeert en het woord voert voor de stad.(…) Het is een kleine groep mensen die ontzettend belangrijk is als het gaat om de stad inspireren, nieuwe verbindingen leggen, de politiek wakker schudden. Maar breng je daarmee een nieuwe gebiedsontwikkeling tot stand? Neem Amsterdam, daar moeten gewoon woningen gerealiseerd worden. Anders vallen mensen buiten de boot.’ En hij legt daarmee de vinger op de zere plek. Als we de ondertussenheid achter ons willen laten en het nieuwe op volle sterkte willen brengen moeten we kritisch zijn en open het debat aan gaan. Ik hoop niet dat het RUIMTEVOLK te braaf is geworden en zichzelf in de spiegel aan durft te blijven kijken. Want de komende tijd komt het er op aan. Voor je het weet herleven oude tijden.

 

Foto boven: Doe Iets, werk van kunstenaar Serge Verheugen op de Wibautstraat in Amsterdam (Foto: Jeroen Niemans).

Jeroen Niemans

Planoloog

Jeroen is senior adviseur en procesmanger. Hij wordt gedreven door zijn fascinatie voor plekken en zijn nieuwsgierigheid naar hoe die ontstaan, groeien en zich blijven ontwikkelen. Eerder was hij jarenlang werkzaam als programmamanager en projectleider bij Platform31 en werkte hij voor een adviesbureau. Binnen RUIMTEVOLK werkt Jeroen aan opgaven rondom omgevingsvisies, middelgrote steden en energietransitie.

www.ruimtevolk.nl

19 reacties op “De grote ondertussenheid van de stedelijke ontwikkeling”

  1. Gerben Helleman schreef:

    Mooi betoog dat de nodige nuancering brengt in veel stedelijke trends. Iedereen heeft het over paradigma wisselingen, maar je kan je afvragen in welke mate die zich daadwerkelijk manifesteren. Uiteraard verandert de maatschappij (denk nog even aan de vijf I’s van het SCP: Individualisering, Informatisering, Internationalisering, Informalisering en Intensivering) en zoekt de (verzorgings)staat naar een nieuwe rol. Dit zorgt voor nieuwe verhoudingen, maar dat betekent nog niet dat we definitief of volledig afscheid hebben genomen van de wat meer traditionele stedelijke ontwikkeling, gebiedsontwikkeling, wijkvernieuwing en architectuur. Dat komt volgens mij voor een groot deel doordat de zo actieve, creatieve stedelingen (de stadsmakers) slechts een klein gedeelte van de stedelijke samenleving zijn. Een groot deel wil en kan zich helemaal niet bezighouden met dit soort initiatieven. En is gebaat bij een wereld die niet alleen maar flexibel, digitaal, kleinschalig of tijdelijk is. Het is dus nog maar zeer de vraag of de huidige stadmakers de pioniers zijn van een steeds groter wordende beweging (die voor de paradigmashift zouden moeten zorgen) of dat ze slechts een kleine (maar zeer welkome) aanvulling zijn op het bestaande stedelijke speelveld. Als we dat laatste onderkennen, kunnen we de veel geprezen voorbeeldprojecten misschien nog beter op waarde schatten. En misschien kunnen we met deze plaatsbepaling de fase van ‘ondertussenheid’ wel afsluiten. De ‘nieuwe wereld’ is er namelijk al. Achteraf bleek het alleen een aanvulling te zijn op de oude situatie, in plaats van een totaal nieuwe situatie.

  2. Emilie Vlieger schreef:

    Als we, degenen die initiatiefnemers en stadmakers genoemd worden, onszelf nu eens profileren als (sociaal) ontwikkelaar in plaats van schattige initiatiefnemer, dan hoeft Friso de Zeeuw ook niet meer te miepen dat er toch niets gaat veranderen. Dan verandert het gewoon geleidelijk door en tegelijkertijd blijft het ook hetzelfde. Bouwfonds is immers ook ‘initiatiefnemer’ wanneer zij beginnen aan een project. Of dit nu gebouw- of gebiedsontwikkeling is. Ze krijgen er gewoon concurrentie bij. Misschien is dat het wel?

    Ik vind ook dat we volwassener moeten worden en moeten worden gevonden. Vanaf het begin van Meer Merwede roep ik dat ik locatiemarketeer ben en ‘op gelijke voet’ wil ontwikkelen. Ik blijf het zeggen en toch laat ik mezelf dikwijls de titel ‘initatiefnemer van bottom-up gebiedsontwikkeling’ in de schoenen schuiven. In dat laatste geval geef ik Friso gelijk: schattige projectjes, daar red je het niet mee. Maar een eerlijkere verhouding tussen grootschalige en kleinschalige ontwikkelingen in ieder gebied, dat lijkt mij toch wel een mooi streven. Een eerlijke verhouding tussen sociaal- maatschappelijke en culturele projecten versus de, in steden als Utrecht en Amsterdam etc, hoog nodige intensivering van de stad met soms wel 1.000 woningen + voorzieningen tegelijk.

    Met Utrechtse Ruimtemakers maken we ons hard voor een eerlijkere verdeling in ‘ontwikkelland’ en wij kunnen de gemeente hard gebruiken bij de erkenning van ons werk. In directe contanten leveren we immers minder op voor de overheid, maar indirect kunnen we de stad wel een stukje leefbaarder, veiliger en socialer maken. Natuurlijk niet voor 100% van de bevolking, maar nou en? Op ieder potje past een deksel, dus het lijkt mij dat overheden verschillende type ontwikkelingen moeten toelaten. Dat is marktwerking. En de markt is niet ‘het meeste geld’, maar ‘de meeste vraag’. Daar zit volgens mij nog een veel groter probleem.

    • jeroen niemans schreef:

      Mooi omschreven Emilie. Er zijn initiatiefnemers in allerlei soorten en maten. Dat die elkaar tegen komen en van elkaar leren, bijvoorbeeld bij de Utrechtse Ruimtemakers helpt denk ik de hele gebiedsontwikkeling vooruit

  3. Peter de Bois schreef:

    In het verlengde van
    het voorgaande artikel plaatst ik graag mijn trendrapport in twee delen:

    trendrapport 06-2012

    De stedelijke opgave, 2012-2025, Ir. Peter G. de Bois, Hogeschool van
    Amsterdam

    LECTOR ‘DE STAD – DUURZAAM
    VITAAL’

    De stad staat onder druk.

    De financiële
    problemen
    binnen onze samenleving zullen zeker gedurende10-15 jaar nadelige invloed
    hebben op het realiseren van een stabiele financiële basis als voorwaarde voor
    het faciliteren van een kwalitatieve groei in steden. De schuldposities zijn
    overal super hoog wat betekend dat de economieën niet of nauwelijks autonoom zijn
    aan te sturen. Er is een wereldwijde afhankelijkheid ontstaan die financiële
    bewegingen op locaal markten erg beperkt en soms vrijwel uitsluit. Dat is ook
    het geval in de opkomende economieën waar de hoge economische groei van de
    afgelopen jaren -gecombineerd met een hoge inflatie- de consumptie ruimte gaf.
    Deze groei neemt uiteindelijk af en daarmee de consumptie en import vanuit de
    rest van de wereld. Tegelijk zijn de financieringssystemen een groot gevaar
    voor de wereld economie omdat ze gebaseerd zijn op schuld gerelateerde
    consumptie. Deze vastgoed bobble is
    vele malen groter dan die van 2008-10 en gijzelt onze economieën.

    De groei van de wereld BEVOLKING zal de
    vraag naar goederen, grondstoffen, voeding en water sterk doen toenemen. De schaarste
    ervan triggered op diverse plaatsen
    in de wereld een slow-war -die alleen
    maar sterker dreigt te worden- om de toegangsposities tot die grondstoffen,
    voeding en water veilig te stellen en waar mogelijk te waarborgen. Religie is
    een van de essentiële machtsmiddelen om deze waarborg –slow-war- te voeden en inhoud te geven, en hem moreel | ethisch te
    legitimeren met alle gevolgen van dien. Voor de een betreft de strijd water en
    voeding, voor de ander mineralen en energie.

    De ‘paradigm shift’ is wereldwijd. Dankzij
    IT en CT netwerken is de impact van inzichten, opvattingen, kennis, macht maar
    vooral angst over het eigen perspectief direct uitwisselbaar, toegankelijk en
    in kritische massa’s te modelleren. Het veroorzaakt enorme wisselende sentimenten
    van mensen en daarmee van politiek en financieel handelen. Populisme is een van
    de onhandige en ineffectieve gevolgen ervan. Het kenmerkt zich door gebrek aan echte
    expertise bij politici en de gedachte dat hetgeen het electoraat wil juist- en per
    definitie te vertrouwen is. Helaas is dat natuurlijk maar slechts voor een deel
    het geval zeker voor de lange termijn. Het mandaat van de politiek is sterk aan
    erosie onderhevig, verliest zijn kracht en is aan innovatie toe. Er is een
    groot gebrek aan regie en leiderschap, want directe democratie neigt naar
    conservatisme en uitsluiting van andersdenkenden en uiteindelijk fascisme,
    waarmee de cirkel rond is.

    De toename van angst voor het eigen
    (voort)bestaan tengevolge van globalisering met als kenmerk een steeds grotere
    invloed van externe ontwikkelingen op de locale samenleving versus het gebrek
    aan persoonlijke invloed op datgene wat staat te gebeuren, heeft de slechte
    kanten van het individualisme met greed
    en opportunisme tot grote hoogte gedreven en ethiek en verantwoordelijkheid tot
    even zo lage. Het geeft een gezicht aan de (on)zekerheid over de eigen rol, die
    positie en eigen mogelijkheden urgent stelt tegenover de ethiek van het
    handelen. Diverse actuele concepten van stedelijke ontwikkelingen en
    architectuur verbeelden die angst.

    De landvlucht, vlucht naar de steden voor het verkrijgen van werk
    en minimale bestaansmogelijkheden is enorm. Dat gebeurt in ontwikkelingslanden en
    opkomende economieën vanuit droge en arme, achtergestelde en geïsoleerde
    gebieden, als ook recentelijk in de westerse landen vanuit tot voor kort
    goedontwikkelde gebieden die door (her)concentratie en (her)structurering -global urban branding- in een krimp
    situatie belanden en weinig kansen bieden voor jonge mensen. Steden groeien
    daarom het hardst, met name de haven en delta regio’s wereldwijd. Deze kunnen
    die groei nauwelijks aan, waaronder Istanbul, Rio de Janeiro en Dhaka. Daarnaast
    zullen de 500-600 next biggest steden
    een inwonersgroei krijgen die ze niet kunnen accommoderen waardoor grote
    informele clandestiene stedelijke gebieden zullen ontstaan met milieu
    technische, ruimtelijke en sociale problemen zoals in de bestaande slums van de
    eerder genoemde steden. De enorme sociale en economische ongelijkheid is daar
    op grote schaal manifest zichtbaar en voelbaar en een gevaar voor de stabiliteit
    van die (stedelijke) samenlevingen. Er is sprake van een geleide revolutie voor
    het realiseren van een eigentijdse Liberté,
    égalité, fraternité.

    Een verdeeld Europa zal, ondanks
    de enorme kennis innovatieve en creatieve potenties vanuit haar culturele verschillen,
    door deze globale ontwikkelingen en haar eigen onvermogen een politiek economische
    eenheid te zijn, een zwakke speler zijn in het economische geweld tussen Rusland
    de Amerika’s en China/India. Zoals wereldwijd de financiële markten worden gegijzeld
    door de enorme bulk renteswaps -met een transactie bedrag van 400 miljard per
    dag en een totale waarde van 550.000 miljard- waardoor de locale monetaire ruimte
    van de centrale banken nihil is, worden wij in europa ten gevolge van de noord
    zuid problematiek gegijzeld door de noodzaak de euro op niveau en in stand te
    houden en kunnen daardoor niet voor- of achterwaarts. De ontwikkelde systemen
    van de financiële wereld hebben een onontwarbare verwevenheid met die van de
    politieke wereld en daarmee is een transparant en noodzakelijke onderscheid
    tussen doel en middel vertroebeld en regie precair en ingewikkeld.

    De impact van deze ontwikkeling
    op Nederland en op de bestedings- en inkomenssituatie van elke Nederlander zal
    groot zijn. De bouw in Nederland, van oudsher een van de belangrijke
    economische motoren bestaat nu voor bijna 40% uit ZZPers, in feite werkelozen
    die zelf aan de bak proberen te komen. Dat geld overigens ook voor vele andere
    takken van sport waar mensen ontslagen worden en verder te boek staan als ZZPer.
    Velen zullen zich nauwelijks of niet (door)ontwikkelen vanuit een gebrek aan financiële
    middelen, context en feedback. Zij vormen bij slechte pensioenvoorzieningen de
    potentiele armen van de toekomst. Het aantal faillissementen in de bouw maar
    ook daarbuiten word enorm, er is een proces van selectie en reorganisatie
    gaande die zeker 30-40% van het bestaand personeel in vele organisaties op
    enige moment zal raken. De leegstand in kantoren en bedrijventerrein is formeel
    enorm, informeel nog vele malen groter. Afboekingen op vastgoed posities bij
    grote project ontwikkelaars, investeerders, beleggers, corporaties, en pensioen
    verzekeraars zal oplopen tot 40%. Daarnaast bezitten ontwikkelaars en gemeenten
    voor miljarden aan grondposities die voor lange termijn geen toegevoegde waarde
    meer hebben voor de stedelijke ontwikkeling. De middenstand heeft het moeilijk,
    grote aantallen winkeliers en familie bedrijven redden het niet. Banken trekken
    zich terug uit de financiën van de corporaties die door hun derivaten handel in
    de rode cijfers komen waardoor de continuïteit van eigendom en beheer van hun
    huurwoningen gevaar loopt. Zij zullen vastgoed moeten afstoten tegen prijzen
    die verliesgevend zijn, afwaarderen dus. De mogelijkheid dat de steden weer mede
    eigenaar moeten worden van corporaties is niet uitgesloten, dan is ook daar de
    cirkel weer rond.

    De overheid bezuinigd enorm, deregulering
    zal zowel de provincies als de steden financieel enorm onder druk zetten, 40%
    van de gemeenten is in feite failliet en kunnen de gangbare processen voor covernance,
    instandhouding en beheer van het stedelijke gebied, fysiek en sociaal
    economisch niet waarborgen. De geldkraan gaat overal dicht.

    De verzorgingsstaat
    bezwijkt,
    hij moet herijkt worden. Er moet een nieuwe balans, een nieuwe 0-lijn bepaald
    worden in hetgeen tot de collectieve verantwoording behoort of juist een
    individuele is. Tegelijk is het noodzakelijk de wet en regelgeving die nu tot diep
    in het persoonlijke leven en territorium van elke Nederlander doordringt ter
    discussie te stellen. De Nederlandse overheid zit middels zijn regels en
    richtlijnen naast elke bewoner op het toilet. De hermetische formele invloed maakt
    informele machtsdeling onmogelijk, de burger vraagt, nee eist empowerment en is
    inmiddels in staat dat inhoud te geven voor zijn eigen woon en leefomgeving. Dat
    vereist meer informele macht aan de basis van de samenleving.

    De woningmarkt
    stagneert,
    steden zullen zich niet uit-waards maar in-waards moeten ontwikkelen. De enorme
    stedelijke expansie van de naoorlogse decennia heeft door te lage dichtheden en
    het CIAM paradigma de stad functioneel en economisch uitgedund en door
    overmatig scheiden van gebruiksoorten ruimtelijk en sociaal gefragmenteerd. Dit
    alles benadrukt de urgente noodzaak het bestaand stedelijke gebied vitaal te houden,
    kwaliteiten te waarborgen, op waarde te houden en tegelijk een noodzakelijke ruimtelijke
    en sociaaleconomische draagvlak versterking te realiseren. En dat moet gezien
    de situatie met zo min mogelijk financiële middelen. De primaire taak asset van een stad is -ondanks de deregulering-
    de balans van in- en uitgaven van haar bewoners voor het runnen van hun
    dagelijkse leven met alles er op en er aan, zo efficiënt mogelijk te maken door
    het effectief faciliteren van ruimtelijk economische randvoorwaarden.

    DE FINANCIËLE PROBLEMEN van gezinnen zal op
    termijn toenemen. Enerzijds door werkeloosheid en geringere participatie, anderzijds
    door tekorten bij herfinanciering van hypotheken en sanering van schulden. Gedwongen
    verkoop van woningen zal snel noodzakelijk zijn en de eigen woning schuld zal
    toenemen. Verschillende financieringsvormen van hypotheken lopen zeer grote
    risico’s zoals die met een aandelen koppeling, terwijl noodzakelijke
    afwaardering, 20-40%, van onroerend goed ook bij mensen met eigen bedrijven een
    gat slaat in de draagkracht van die (familie) bedrijven en de pensioen
    voorzieningen.

    DE CRISIS DAALT IN en zal op de onderste laag
    van de samenleving landen, dat zijn de eindgebruikers, wij allemaal dus. Tegelijk
    met alle andere maatregelen zoals hulp aan Griekenland en andere staten, zal de
    brede herbezinning op kosten van voorzieningen, sociale instellingen, cultuur, studie,
    verkeer en vervoer, gezondheidszorg een wissel trekken op het inkomen en het uitgavenpatroon
    van ons allemaal. Ons huishoudboekje -NIBUT- zal ingrijpend moeten veranderen.

    DE EINDGEBRUIKER BETAALD. De bewoner gaat de
    transitie betalen en zal zich bewust moeten zijn van hetgeen op hem afkomt en
    rigoureus moeten snijden in zijn uitgaven. Dat betekend kiezen waar de belangen
    liggen, wat van betekenis is voor wie en waarom, en welke manieren er zijn om
    effectief met geld en middelen om te gaan, zowel individueel als collectief.
    Dat laatste zal langs andere wegen moeten en niet via de bestaande formele bekostigingsmodellen
    maar van onderop, informeel met elkaar. Het begrip collectiviteit zal een
    nieuwe inhoud en vorm moeten krijgen, via andere business ketens. Dat is niet
    eenvoudig, de huidige generatie die daar belang bij heeft ontbeert -door een
    vanzelfsprekende welvaart- juist de
    ervaring om daar inhoud aan te geven.

    DE ZELFREDZAAMHEID VAN DE SAMENLEVING en het
    adaptief vermogen van individuen voor nieuwe vormen van collectieve ontwikkelingen
    is van essentieel belang. Gezien de welvaartsontwikkeling van de laatste
    decennia en de daarbij gepaard gaande ruimtelijke en sociale fragmentatie is
    het realiseren van die zelfredzaamheid niet eenvoudig, daar het een wissel
    trekt op een bij uitstek collectief bewustzijn in een tijd van ongecensureerd individualisme. Het samenleven 3.0 moet
    opnieuw uitgevonden worden. Wij, bewoners moeten nadenken over de wijze waarop essentiële
    faciliteiten voor ons dagelijkse leven gewaarborgd kunnen worden, en hoe wij daar
    zelf een bijdrage aan kunnen leveren in -zorg en tijd-, mede ten gunste van
    onze eigen financiën overigens.

    DE WAL ZAL HET SCHIP KEREN, zoals altijd. Het
    probleem ligt naast de opgave en de oplossing aan de basis van de samenleving.
    Daar ligt de noodzaak om tot een oplossing te komen die er toe doet, daar ligt
    een vitaal draagvlak dat het mogelijk maakt, namelijk de eindgebruiker/bewoner die
    meer invloed wil van de politiek voor het veilig stellen van zijn eigen toekomst.
    Bij hem/haar liggen ook de middelen, het geld wat er voor nodig is en via
    hem/haar beschikbaar is voor verandering. Dat betekend dat vastgesteld moet
    worden waaraan en met wie die kosten besteed en gedeeld moeten worden en welke
    processen daarvoor nodig zijn.

  4. Peter de Bois schreef:

    Deel twee van onderstaand trendrapport 06-2012

    HET SAMENLEVEN 3.0 kan door bewoners en
    eindgebruikers van de stad ingericht worden. Zij kunnen zich op basis van
    gemeenschappelijke taken en belangen verenigen en samenwerking organiseren ten
    behoeve van beheer en zorg voor de eigen onmiddellijke woon- en werkomgeving.
    Er is geen alternatief. Verhuizen bij
    onmin of gebrek aan ruimte is gezien de markt de komende jaren niet opportuun,
    dus investeren in fysieke en sociale kwaliteit van zowel het eigen als het
    collectieve bezit ligt voor de hand. Verbetering van de rol en invloed van de
    bewoner in buurten en wijken betekend tegelijk deregulering van regels en
    richtlijnen. Het betekend opschalen van de formele rol van de overheid, het
    betekend informalisering en liberaliseren van de ruimte op dat locale schaalniveau.
    En daarmee zijn andere nieuwe vormen van financieel beheer, covernance en
    investeringen mogelijk. Mogelijkheden die een rechtstreekse koppeling kunnen
    hebben met bestaande VVE’s, nieuwe CPO’s en zelfs met nieuwe vormen van
    corporatieve instellingen.

    DE VRAAG LIGT DICHT BIJ HUIS en zal gaan over
    directe wijk en buurt gebonden betrokkenheid en beslissingkracht over herstructurering,
    verbetering, versterken en uitbreiding van het eigen woningbezit en de externe
    en interne kwaliteit ervan. Het zal vanuit eigen initiatief gaan over het betrekken
    van maatschappelijk en cultureel vastgoed in het proces van draagvlak
    verbetering ten behoeve van voorzieningen op wijk en buurtniveau voor een
    directe facilitering van bewoners en het mede bepalen van de inrichting en het
    beheer van het ‘eigen’ publieke domein op wijk en buurt niveau.

    DE NIEUWE VORMEN VAN CO-FINANCIERING kunnen
    in het verlengde van bestaande vormen van VVE’s ontstaan. Bewoners hebben zich de
    laatste jaren als beheerder geprofessionaliseerd en kunnen nieuwe vormen van
    medezeggenschap en cofinanciering, met bestaande professionele organisaties
    zoals corporaties initiëren. Bewoners zijn het ‘social capital’ en de meest
    draagkrachtige collectieve stakeholder van buurten en wijken en moeten als
    zodanig hun rol nemen in het ontwikkel en instandhoudingproces ervan.

    DE RUIMTELIJKE DISCIPLINES zullen diensbaar
    moeten zijn aan deze processen, minder gaan voor eigen belang meer inzetten op deze
    nieuwe vormen van informeel collectief belang. Architectuur als esthetische opgave
    is geen dominant issue van belang, het gaat om de kwaliteit en flexibiliteit
    van gebouwen en woonomgeving vanuit gebruiks- en energiewaarde. De urgente stedelijke
    opgave betreft het ruimtelijke en technische kwaliteitsniveau van het bestaand
    vastgoed, het betreft de structuur van de bestaand stedelijke gebieden en hun
    onderlinge ruimtelijke functionele samenhang. Het gaat in essentie over het oplossen
    van die fragmentatie, het herverbinden en revitaliseren van de wijken en buurten
    in stedelijke gebieden, het gaat om het gezond maken van de ruimtelijke en
    sociaal economische relaties van de stad, voor het faciliteren van dat
    samenleven 3.0. Het gaat in vele situaties om het intensiveren van gebieden met
    een te lage dichtheid zodat een levensvatbaar sociaaleconomisch draagvlak voor een
    breed scala aan dagelijkse collectieve voorzieningen, onafhankelijk van
    overheidsfinanciering, mogelijk is.

    DE BESTAANDE PARTIJEN EN STAKEHOLDERS, makelaars,
    investeerders, corporaties, gemeenten, ontwikkelaars en aannemers zijn gezien
    de breuk in het bestaande verdien- en business model footlose. Het werkveld is een kwetsbare partner, zij is mede auteur
    van en daarmee onderdeel van het bestaande paradigma, zij is breeduit partij
    geweest in wet- en regelgeving mede ter bescherming van de eigen kokers. Het
    werkveld is een belangrijke gesprekspartner in overleg maar tevens zelf
    onderwerp van discussie en kritiek in het gesprek over noodzakelijke en
    essentiële innovatie en transitie van kennis en vaardigheden. Zij zijn niet per
    definitie de aangewezen partijen om aan de nieuwe stedelijke opgave inhoud te
    geven want die vereist andere diensten, andere kennis en andere vaardigheden.

    EEN GEBREKKIGE INTEGRALE BENADERING van die
    veranderde opgaven en het continueren van de bestaande kokers zal in deze markt
    direct door de mand vallen en geen kans hebben. Naast de van oudsher gebruikelijke
    stakeholders zijn andere partijen geïnteresseerd om een bijdrage te leveren aan
    die veranderde stedelijke opgave. Dat zijn partijen die meer gericht zijn op de
    sociale component ervan, beter communiceren en beter in staat zijn naar de
    eindgebruiker te luisteren en de vraag van de eindgebruiker beter kunnen
    vertalen naar een integraal functioneel product dat beter aan de eisen van de
    eindgebruikers voldoet. Zij nemen die eindgebruiker serieus. Het zijn partijen
    die gewend en bereid zijn effectieve financieringen te onderzoeken en middels
    verruiming van de business cases ideeën, plannen en beheer te realiseren.

    DE MONDIGE EINDGEBRUIKER maakt intensief
    gebruik van de IT en CT ontwikkeling om zich in een collectief platvorm als een
    volwaardige spelen te profileren op zijn eigen territorium. Empowerment is aan
    de orde van de dag en bied in essentie een weerwoord op de crisis die we
    gezamenlijk moeten dragen, omdat we dat meer kunnen doen.

    DE ENORME TECHNOLOGISCHE INNOVATIE vanuit bij
    voorbeeld clean-technology, smart city
    devellopment en social media bieden
    ongekende mogelijkheden van leef- en gebruiksinnovaties voor de innovatie van social-cost benefits processen in
    stedelijke gebieden. Smart technology is voor de empowerment van de basis van de
    samenleving nu wat de industriële innovatie van de 19-20e eeuw was
    voor de emancipatie van mannen en vrouwen, de ontwikkeling van democratie en
    burgerschapsvorming en faciliteert een basis voor Smart citizen ship die de voorwaarde bied voor de noodzakelijke
    transitie processen die ons te wachten staan.

    HET MEER DOEN MET MINDER GELD, betekend ook
    beter weten wat noodzakelijk is, waar we dat moeten en kunnen realiseren, met
    wie en voor wie. Dat betekend meer kennis hebben over de strategieën voor het
    realiseren van vitale stedelijke, sociaal economische ontwikkelingen en hoe die
    op de juiste wijze te faciliteren zijnen door wie. Dit alles trekt ook een
    wissel op nieuwe vormen van kennis/expertise over techniek, analyse en ontwerp.
    De ruimtelijke disciplines zijn niet dominant in dit proces, ze moeten hun
    kennis, inzichten en expertise zo ontwikkelen en delen dat ze door andere
    partijen in het proces worden opgenomen. De stedelijke opgave voor de komende
    decennia bevind zich dominant in het bestaand stedelijke gebied en in
    (bestaande) gebouwen en heeft vrijwel continu te maken met fysiek ruimtelijke
    kwaliteiten en de betekenis daarvan voor verdichting, technische innovatie,
    intensieve ruimtelijke flexibiliteit en sociaal economische vitaliteit.

    DE KENNISCENTRA VAN STEDEN zullen nog meer
    dan nu geval is moeten inspelen op deze actuele vragen naar sociaaleconomische,
    politiek culturele en technologische transitie in stedelijke gebieden en zelfs
    de sprong eroverheen moeten maken zodat ze die transitie niet alleen aan kunnen
    maar ook het werkveld daarin kunnen faciliteren met innovatie. Gezien hun
    positie in de stedelijke centra van Nederland en de (metropolitan) zones als onderdeel van de metropolitan zwerm NE-BE, kunnen ze een belangrijke speler zijn in inbedding
    van innovatie in academisch en toegepast onderzoek en het delen van de kennis/expertise
    daarover. Dat vooronderstelt het creëren van een knowledge community die breder is dan die van de kennis instituten
    zelf, dat vooronderstelt een gemeenschappelijk gedragen commitment en het delen
    van visie, missie en uitvoering. Dat laatste is bij lange na niet het geval. Nobody to blame.

    DE BESTAANDE KENNIS IS SOFTWARE geworden, de
    nieuwe kennis/expertise moet ontwikkeld worden uit het verbinden, ontkokeren
    van de bestaande en het optimaliseren van de interactie | integratie daarvan.

    DE NIEUWE KENNIS/EXPERTISE betreft een
    andere, nieuwe balans tussen individualisme en collectivisme, over leven met
    onzekerheden, over de interactie tussen onze virtuele, mentale en fysieke
    wereld, over minder bezit en meer delen van gebruik, over vanuit de basis in
    plaats vanaf de top. Die nieuwe kennis betreft het belang van een andere
    effectievere en duurzamere waarde creatie, over co-creatie en circulaire
    processen, over community based business
    en social-cost benefits. Die nieuwe
    kennis gaat over de kwaliteit van
    leven, over de waarde van het leven, over vertrouwen in de samenleving en haar
    leiders en ruimte voor de eigen identiteit en vrijheid in denken.

    DE CENTRALE THEMA’S VOOR DE STAD zijn
    gezondheid, toegankelijkheid, veiligheid, comfort, democratie, smart en vitaal,
    de meer fysieke thema’s daarin naar mijn mening zijn oa:

    1.
    Stedelijke gebied, wijk, buurt en stadsniveau

    a. Meervoudig ruimtegebruik
    publiek domein, identiteit en uniciteit van bestemmingen, stedelijke draagvlak

    b. Integraal ontwerpen,
    sociaal economisch en fysiek

    c. Stedelijke logistiek,
    urban flows, beweging van goederen en
    mensen

    d. Bereikbaarheid en
    toegankelijkheid, netwerk effectiviteit en hechting

    e. Geluid en fijnstof, urban sensoring

    f. Innovatie integrale analyse
    en ontwerp technieken

    g. Share space en governance

    h.
    Smart city
    development

    2.
    Gebouw niveau

    a. Integraal ontwerpen

    b. Lifecycle processen

    c. Innovatie integrale
    analyse en ontwerp technieken

    d. Share space en civic governance

    e.
    Smartbuilding
    development BIM

    3.
    Milieutechnologie, stad en gebouw niveau

    a. Energie beheer en
    water, urban flows,

    b. Comfort, warmte
    koude beheer

    c. Geluid en fijnstof, urban sensoring

    d. Innovatie integrale analyse
    en ontwerp technieken

    e.
    Clean technology

    f.
    Smart city
    development

    4.
    Bouwtechnologie & constructie

    a. Installatietechnische
    innovatie, warmte, energie, lucht en geluid

    b. IT en CT integratie

    c. Gebouw
    transformatie, aanpasbaarheid flexibiliteit

    d. Constructieve
    transformatie, aanpasbaarheid flexibiliteit

    e.
    Clean technology

    f.
    Smartbuilding
    development BIM

    5.
    Gebruik en processen

    a. Multifunctioneel
    intensief ruimtegebruik, draagvlak

    b. Waardecreatie en
    waarde behoud, vitaliteit

    c. Businesscases en
    waarde processen

    d. Uitwisselbaarheid, lifecycle

    e. Innovatie integrale
    analyse en proces technieken

    f. Share space en governance

    g. Trust vorming, community
    vorming

    h. Social cost benefits

    i.
    Smart city
    development

    6.
    Verbinden virtuele, mentale en fysieke wereld

    a.
    Urban mapping

    b. Social media analyse

    c. Big data analyse

    d. Open source research and development

    e.
    Smart city
    development

    Peter de Bois

  5. Gert-Joost Peek schreef:

    Een kritische houding is essentieel ten aanzien van ‘het oude’ maar ook ten aanzien van ‘het nieuwe’. Je haalt Rotmans aan en daarmee het transitie-gedachtegoed. Rotmans lijkt het weleens te vergeten, maar transities duren lang (20-30 jaar), ook als we sneller willen. Het gaat namelijk om verandering van een geheel systeem: cultuur, structuur en werkwijzen. De projecten van ‘het nieuwe’ lopen niet in pas met het bestaande systeem. En om bij te dragen aan de grotere transitie is het nodig dat het systeem en de projecten weer op elkaar gaan aansluiten. We kijken daarbij vaak naar de verandering van het systeem (daar gaat het uiteindelijk ook om), maar we mogen ook best wat verwachten van de nieuwe initiatieven. Noem het professionaliseren.
    Ik frame de verandering tegenwoordig graag als een verandering van gebiedsontwikkeling die ging over het organiseren van het aanbod, naar een die gaat over het organiseren van de vraag. En dat is ook en juist een economische en commerciele opgave. Met mijn lectoraat aan de Hogeschool Rotterdam doen we vanuit deze gedacht onderzoek naar de toekomst van onze stedelijke ontwikkeling.

    • jeroen niemans schreef:

      Goed dat er vanuit hogescholen op een dergelijke gedegen manier onderzoek wordt gedaan Gert Joost. Dat helpt in het ontwikkelen van ‘het nieuwe’
      en met je eens dat we tijd nodig hebben voor transitie. ik hoop dat die tijd gegund wordt

  6. Linda Zuijderwijk schreef:

    Als ik het goed begrijp kunnen we (ik ook niet) geen Nederlandse cases van ‘organische ontwikkeling’ identificeren die bijgedragen hebben tot een systeemverandering, in die zin dat steden en plekken nu op een andere manier ‘gemaakt’ worden dan voorheen.

    Zijn er buitenlandse cases waar we iets van kunnen leren? Dus over de samenhang tussen organische stedelijke ontwikkeling en de mate waarin er echt transformatie plaatsvindt?

  7. Francien Verbaan schreef:

    Wat hebben we toch een geweldig vak! Het pleidooi voor het nieuwe denken is inspirerend en tegelijkertijd zien we een weefgetouw staan met een ingezet patroon waar de wol nog niet op van is. Veranderingen zijn er echter zeker wel, maar wellicht minder zichtbaar dan de ‘transiten’ zouden willen.

    De nieuwe instituties komen er achter dat professionalisering handig is. Hier lees ik, leren van de dingen die de oude instituties al op de rit hebben. Terwijl oude instituties er van buiten hetzelfde uitzien, maar in reactie op het nieuwe denken hun werkwijze veranderen en dan ook aangepaste producten leveren.

    Een voorbeeld. Denk aan de witte platte kunststofkozijnen uit de zeventiger jaren renovatiegolf. Dat was een reactie op de verrotte, tochtige oude 19de eeuwse kozijnen. Decennia later denken we daar toch weer anders over. Slanke houten kozijnen zijn het summum, met weggewerkte ventilatieroosters, die lijken op de 19de eeuwse kozijnen, maar qua isolatie voldoen aan de moderne eisen. Dan kan de kunststofkozijnenboer niet achterblijven en komt ook met subtiele traditionele profielen. Zo blijven die twee reageren op elkaar en beide bestaansrecht houden.

    Blijf scherp. Nuance zien, is altijd verstandig.

  8. Jos Feijtel schreef:

    Mooie tussenbalans van Jeroen Niemans. In zijn profiel bij het artikel staat dat hij een steentje wil bijdragen aan het ideaal van een mooiere wereld. Maar hij durft te erkennen dat de steentjes die tot nu toe zijn gerealiseerd als bijdragen aan een revolutie in de gebiedsontwikkeling, nog wel erg bescheiden zijn.
    De mensen die in de Amsterdamse regio een woning willen kopen of huren en worden geconfronteerd met opnieuw heel snel stijgende prijzen of jarenlange wachtlijzen hebben weinig aan “frameveranderingen”. Maar ook bewoners van krimpgebieden die de waarde van hun woning zien verschrompelen waardoor ze geen kant meer op kunnen, zijn niet geholpen met de theoretische verfijnde bewoordingen van de kanteling die zich in het land van gebiedsontwikkeling zou voltrekken. Nuchterheid is op zijn plaats. Er zijn veranderingen: meer werken vanuit de eindverbruiker heeft onmiskenbaar en terecht de opdrachtgevers-arrogantie overwonnen. Maar het zijn dwazen die denken dat “stadsmaken” alleen gebaseerd kan zijn op wensen van actieve en creatieve stedelingen. Een niet gering deel van bewoners zowel van de stad als van krimpgebieden gaat er terecht vanuit dat “voor hen” gedacht wordt. Ja, ik weet het, voor sommigen vloeken in de kerk. Maar “voor hen” denken is niet hetzelfde als arrogant en paternalistisch weten wat goed is voor een ander. Het is professioneel buffelen: zoeken en onderzoeken wat nu echt gevraagd wordt; aanvullen met nieuwe beproefde recepten en op die wijze “ontzorgd” uitproberen. Niet gemakkelijk; en natuurlijk zullen er gemakkelijke pogingen zijn om op in gebieden waar schaarste overheerst, terug te vallen op de gemakkelijke aanbieders-arrogantie. Wellicht dat het hier en daar nog succesvol zal zijn ook maar overwegend zal bij elke gebiedsontwikkeling van meer dan kabouterformaat toch het uitgangspunt moeten zijn: alles moet kloppen. De locatie, de ligging, de plattegrond, de sfeer, de prijs, etc. het moet allemaal echt in orde zijn. De ambachtelijkheid die hiervoor nodig is, was de basis voor gebiedsontwikkeling (maar kon door schaarste wel eens worden genegeerd); het blijft ook de basis voor gebiedsontwikkeling nieuwe stijl, 2.0, 3.0 of welke term ook bedacht wordt. Dat is geen kanteling maar een bestendiging, zij het met nieuwe alertheid, betere antenne en een nieuwe invulling van vertrouwen vragen.
    Jos Feijtel

  9. Lex de Jong schreef:

    @emilie helemaal eens. Dat is mede de reden dat de initiatiefnemers van ilovenoord en boloboost hun krachten gaan bundelen onder de naam http://DeStadsmakers.nl. Door samen op te trekken vullen we elkaar aan. Deze combi komt sterker en professioneler over voor opdrachtgevers dan als zelfstandige. Zo kunnen we ook inschrijven op grotere projecten. Indien wenselijk kunnen we daar ook nog andere stadmakers bij betrekken wanneer specifieke expertise is vereist.

  10. Bert Visscher schreef:

    Het nieuwe denken en doen over de de stad, het dorp of een gebied begint bij mij met Das Uberlebungsprogramm van de Duitse biochemicus Frederic Vester, een uitgave uit 1972, vertaald door Midas Dekker in een Nederlandse, nog wel te verkrijgen gedateerde uitgave genaamd Handboek voor milieuproblemen. Das programm kwam tot stand op verzoek van de dienst Stadsontwikkeling van de stad München. In mei 2002 kwam een niet vertaalde uitgave van Vester tot stand: Die Kunst vernetzt zu Denken, Ideen und Werkzeuge fur einen neuen Umgang mit Komplexitat. Omgaan met complexiteiten, zoals het functioneren van de stad, ligt ons blijkbaar niet en kennelijk is dit ‘revolutionaire’ werk van Vester vergeten. Jammer, want het zou wel eens de reddingsboei kunnen zijn voor het functioneren van de komende Omgevingswet. Lees je de MvT van de Omgevingswet dan vind je veel herkenning terug uit de werken van Vester. Een andere ‘vergeten’ reddingsboei is het werk van Roefie Hueting, ‘Nieuwe schaarste en economische groei’. Aan beide reddingsboeien heb ik mij ooit ca. 12 jaar mogen vastklampen om de komen tot een gebiedsontwikkeling met als basis: niets vastleggen als dat niet absoluut noodzakelijk is zonder de complexiteit te reduceren tot simplexiteiten waarvan vandaag de dag veel sprake is. Misschien toch de twee reddingsboeien van – voor hun tijd- deze twee revolutionairen toch eens oppakken?

  11. Vincent Thunnissen schreef:

    De voorzet van Jeroen Niemans en de reactie van Emilie Vlieger (lekker rechtstreeks, die eerste zin van jou – Emilie!) stellen me gerust. Aan de ene kant ben ik een verschrikkelijk groot voorstander om ons een vrij te maken van eeuwig dezelfde oplossingen. Maar de andere kant is toch: je moet het wel ‘economisch’ maken, noem het een ‘business case’. Dat is dé uitdaging van mensen die in de zorg, de retail en de gebiedsontwikkeling een andere kant op willen. Weg met woorden als paradigma (waar dan ook), stadsmaker en ander engs. Doe het anders, laat het zien, vind klanten, vind geld. En behoud asjeblieft veel meer avontuur in je donder, want dat kunnen we na Friso’s tijd wel gebruiken

    • Jeroen Niemans schreef:

      Mooi pleidooi Vincent. Je punt om avontuur in je donder te blijven houden spreekt me enorm aan. Heb jij ook daar concretere gedachten bij hoe je dat kan doen, of voorbeelden van mensen die dat is gelukt? Want daar kunnen we van leren!

  12. Vincent Kompier schreef:

    Ik heb nooit geloofd in de kracht van het nieuwe als datgene wat het oude omver zou kunnen of moeten werpen. Dat is Che Guevararomantiek die op jongenskamers wordt bedacht. Wel zie ik, lees ik, hoor ik dat een jongere generatie het anders doet. Lang niet met allemaal discussie vooraf, maar die gaan gewoon aan de slag. De schaal van de projecten (het ‘opschalen’) wat vaak wordt aangehaald om het succesvol te maken is ook een misverstand. Dat is niet belangrijk. Wel belangrijk is om te laten zien welke conclusies er uit de initiatieven te trekken zijn. Er wordt iets aangewakkerd wat er in potentie
    was, maar waar heel lang weinig tot geen gebruik van gemaakt werd. Namelijk de
    kennis en kunde van de burger. Daar kunnen vakgenoten lang niet altijd goed mee
    omgaan. En zetten dat dan weg als iets tijdelijks, of noemen het een oprisping.
    Daarbij gaat de discussie in Nederland vaker over de manier dan over de inhoud.
    Het gaat teveel over het spel en veel te weinig over de knikkers. Kreten als
    ‘een stad voor iedereen’ vat ik onder de categorie ‘reclame & marketing’;
    niet onder de categorie discussie over de toekomst.

    Berlijnse projecten als Prinzessinnengarten, Holzmarkt,
    EXRotaprint of Tempelhofer Freiheit kun je cynisch afdoen met alternatiefje
    spelen in de grote stad. Of kleinschalig gefrummel in de marge. Ondertussen is
    het dergelijke initiatiefnemers gelukt om het tamelijk bizarre systeem van
    grondverkoop van de stad, namelijk los van de functie aan de hoogste bieder,
    aan de kaak te stellen. Onder meer omdat zij op een heel andere manier omgaan
    met geld, grond, waarde, programma en gebruik. Zij hebben dus wel degelijk
    invloed op beleid, terwijl je het aan het schattige en hippieachtige
    karakter van de vorm van die projecten –iets waar Nederlanders vaak op vallen,
    maar het gaat om veel meer dan vorm- niet zou vermoeden. Dat kost iets waar in Nederland voortdurend gebrek aan lijkt, namelijk: tijd.

    Ik hoop dat kritische reflectie het van cynisme blijft winnen. Hoop doet leven, de aanhouder wint. Doorzettingsvermogen is nog steeds geen app die je kunt liken, maar iets wat je moet doen en waar je in moet blijven geloven. Ohja, en de overheid? Dat ben je zelf. Helemaal in Nederland, waar iedereen altijd maar vrienden met de overheid wil blijven. Het mag best wat ongehoorzamer. Lees maar wat Frans Soeterbroek daar over zegt: http://deruimtemaker.nl/2014/09/24/wie-en-wat-maakt-de-stad-tot-een-gelukkige-stad/

    • Jeroen Niemans schreef:

      Dank Vincent voor je reactie met af en toe prachtige, bijna poëtische zinnen.
      En je referentie vanuit Berlijn die mij weer duidelijk maakt dat het vanaf een afstand kijken naar de waan van de dag in Nederland nuttige inzichten kan opleveren. Bijvoorbeeld je rake opmerking over vorm.

  13. tjaart vos schreef:

    de analyse in het E-book Gebiedsontwikkeling Nieuwe Stijl toont dat initiatieven vooral struikelen op de Life Cycle benadering met verschoven investeringen en baten, in tijd en belanghebbenden. In rendement en contractvormen. Maar vergeet ondertussen de explosieve groei van kleinschalige corporaties niet. Bijv. publiek private energieconvenanten, maar niet onder de noemer bouw. De andere aanpak volgens; “Wie bate heeft, nu of straks, investeert nu naar rato mee” kan helpen. Gevaar is dat gemeenten en investeerders weer volop gaan sturen op korte termijn winstneming ipv lange termijn blijvende inkomsten. Penny wise, pound foolish. Ruimtelijke adaptatie vraagt om samenwerking.

  14. Frans Soeterbroek schreef:

    ik snap de vermoeidheid van jeroen bij een incrowddebat maar dat wil niet zeggen dat er buiten weinig gebeurt. Er wordt heel veel organisch ontwikkeld zonder dat dat zo heet of gepland wordt, er is een hele grote maatschappelijke onderstroom die ‘het’ zat is en lokale initiatiefnemers zijn zich beter aan het organiseren. Emilie Vlieger verwijst al naar wat we met de Utrechtse Ruimtemakers doen. Op 27 oktober organiseren we bijvoorbeeld ‘het enige echte Utrechts vastgoeddiner’ als reactie op het Utrechts vastgoeddiner dat volgende week (mede door de gemeente Utrecht) op de bouwbeurs Expo in Munchen wordt georganiseerd. Juist omdat we beseffen dat we in moeten breken bij de tafels waar de grote beslissingen over grond en vastgoed worden genomen.
    Ik ben het helemaal met Vincent Kompier eens dat ‘vakgenoten’ ook wel eens iets meer mogen kijken naar wat er aan maatschappelijke strijd en fricties plaatsvindt in plaats van rond te draaien in debatten over nieuwe planningsbenaderingen.
    Zo’n Tegenlichtuitzending over de macht aan de stad (afgelopen zondag uitgezonden) is vooral interessant omdat ze laat zien dat revolutionaire daden van stadsbesturen (minimumloon in Seattle, terugkopen energiebedrijf in Hamburg) door geweldige actievoerders zijn afgedwongen en niet louter het werk zijn van verlichte bestuurders. Vergeleken met deze bewegingen is het Nederlandse debat inderdaad tamelijk duf. Dus zullen we nu maar eens ophouden met die zinloze vraag of organische ontwikkeling het nieuwe paradigma is maar het gewoon hebben over de onderliggende vraag: hoe is de samenleving aan het veranderen en hoe sta je daar zelf in?

  15. RUIMTEVOLK schreef:

    Diner Pensant over de ‘ondertussentijd’, ‘oogkleppen’ en ‘evolutie’ in gebiedsontwikkeling

    De blogs over de ‘ondertussentijd’, ‘oogkleppen’ en ‘evolutie’ in gebiedsontwikkeling roepen op ons platform veel discussie op. Daarom organiseren we op donderdag 23 oktober in Utrecht hierover een goed gesprek in de vorm van een Diner Pensant. Opiniemakers Jeroen Niemans (Platform31), Friso de Zeeuw (Gebiedsontwikkeling.nu) en Sjors de Vries (RUIMTEVOLK) zullen daarbij in ieder geval aanwezig zijn. Wil je ook aan het gesprek meedoen? Laat het ons dat weten via een bericht aan info at ruimtevolk punt nl, inclusief een eigen stelling die je graag zou willen inbrengen. Op basis daarvan en de achtergrond van geïnteresseerden zoeken wij de tafelgenoten uit voor dit bijzondere diner.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *