Logo Ruimtevolk klein
artikelen

3 oktober 2014 • Jurgen Hoogendoorn

De stille evolutie van gebiedsontwikkeling

De revolutie in gebiedsontwikkeling komt er niet, maar veranderd is de praktijk zeker en dat zal hij blijven doen. Gebiedsontwikkeling is permanent 'bèta' geworden.

Oud of traditioneel versus nieuw, organisch, gebiedsontwikkeling 1.0/2.0/3.0 et cetera. Allemaal termen waarmee ruimtelijke professionals duiding geven aan de werkelijkheid. Helaas worden veel van deze duidingen gekenmerkt door nulpuntdenken (treffend beschreven door Frans Soeterbroek). Het nulpuntdenken gaat – op basis van maakbaarheid – uit van het oude of traditionele vervangen door het nieuwe, van versie 2 naar versie 3 gaan, enzovoort. Stedelijke ontwikkeling is niet binair maar past zich continu aan, waarbij er zich nu – en dát is wel anders dan voorheen – een rijk palet aan manieren vormt.

Jeroen Niemans lijkt in zijn blog van 24 september teleurgesteld over het uitblijven van de ‘revolutie’, ‘een andere aanpak’, een ‘nieuw systeem’. Ook Sjors de Vries stelt nog recenter dat een nieuw perspectief nog niet is gevonden. Maar die ‘revolutie’ komt er helemaal niet. Er is namelijk sprake van een stille evolutie waarbij de stedelijke ontwikkelingen en de spelers daarin zich continu aanpassen.

Aantal; projectontwikkelaars gedecimeerd, explosie van spelers
Voor 2008 was er een beperkt aantal rollen in gebiedsontwikkeling: de projectontwikkelaar (privaat of corporatie), de overheid en de afnemer. De rol van de traditionele projectontwikkelaar is hedentendage veel kleiner door faillissementen en door aangepaste (kapitaal)regels. Toch is het aantal spelers en rollen sterk toegenomen. Bijvoorbeeld met veel nieuwe bouwpartijen als de (collectieve) zelfbouwer, ontwikkelende bouwers met eigen vermogen (Hurks), ontwikkelaars die bouwen met vermogen van pensioenfondsen en rijke families (Wonam), organisaties die bouwen voor specifieke niches zoals studenten (Duwo en Verwey/Mungra) en straks ook woningcoöperaties (WaalwijkWonen). Naast nieuwbouw, die nog steeds substantieel plaatsvindt, is woningproductie via transformatie en herbestemming sterk gegroeid. In Amsterdam wordt 32 procent van de nieuwbouw inmiddels gerealiseerd via transformatie. De Amsterdamse woningproductie in totaal is sinds jaren niet zo hoog; kennelijk maken vele kleintjes groot.

Schaalverkleining; van dozen schuiven naar maatwerk
Voor 2008 werden woningen in grote tranches gerealiseerd; aantallen van meer dan 200 waren eerder regel dan uitzondering. Door de crisis is dit teruggebracht naar een kleinere schaal van hooguit tientallen woningen. Immers 70 procent voorverkoop bij 20 woningen is gemakkelijker te bereiken dan bij 200 woningen. In de gronduitgifte van de gemeente Amsterdam heeft de schaalverkleining zich vertaald in de zogenaamde kavel- en cash-flow-sturing.

De Binckhorst in Den Haag, Rijnhaven (onderdeel stadshavens Rotterdam) en MaastrichtLab zijn andere voorbeelden van verandering. In de uitmuntende MCD-scriptie van Debbie Ginter vormen deze casussen de grondslag voor het beschrijven van het veranderingsvermogen van de betreffende gemeentelijke overheden.

Tijd; nu is de toekomst en daarmee het perspectief
De afgelopen decennia is de tijdspanne waarover we dachten afspraken te kunnen maken enorm gegroeid. Zo hebben de overheden zichzelf de opgave opgelegd om voor 2040(!) 300.000 woningen toe te voegen in de noordvleugel van ons land. Ook een megaproject als de Zuidas had een eindbeeld dat ver na 2035 ligt. Proces- en projectmanagement diende ervoor dat de marsroutes van de grootschalige blauwdrukken naar de verre toekomst vakkundig werden afgelegd.

kippenrondeel-zuidas_by-Marjolijn-Pokorny

Opening Minirondeel Zuidas. Op initiatief van kunstenaar Jeroen Bisscheroux  is in coproductie vlakbij broedplaats Old School op de Zuidas(!) een minirondeel gerealiseerd. (foto: Gemeente Amsterdam, Marjolijn Pokorny)

Hoe anders wordt er nu gedacht. De kersverse Amsterdamse wethouder Wonen Laurens Ivens verwoordde dit onlangs als volgt: ‘Ik schrik ervan als ik deze maand bij de presentatie van de begroting van de stad op een staatje zie dat er jaarlijks tienduizend stadgenoten bijkomen.’ En tegen ons – het ambtelijk apparaat – heeft de wethouder het over de 1.000 nieuwkomers die elke maand aan de poort van Amsterdam staan.

Het is niet alleen het Planbureau van de Leefomgeving dat in zijn Balans van de leefomgeving 2014 stelt dat de toekomst nu is. Steeds meer strategische denkers pleiten voor ‘realtime strategy’ als model om de steeds snellere veranderingen aan te kunnen. In ons vakgebied laat Menno Lammers in zijn blog ‘Real-time strategie is de toekomst’ een aantal mogelijkheden zien dat ons daartoe ter beschikking staat: legolisering, TheoryU, Lean Startup en Business Model Canvas.

Nieuwe ruimtelijke professional; minder testosteron en meer klooien
‘Een beetje geeken, een beetje nerden, een beetje kutten en klooien en uitproberen.’ Zo beschrijft Martijn Aslander in zijn boek Easycratie de nieuwe manier van werken, organiseren én samenwerken die dwars door bestaande organisatiestructuren heen gaat. Samen met andere passionele professionals leer je het verschil te maken, ongeacht je plaats in de ouderwetse hiërarchie. Dit sluit exact aan bij de woorden van de auteur van het zojuist uitgebrachte Pakkenproletariaat, de filosoof Klaas Mulder. Hij stelde onlangs in het weekblad Intermediair dat het niet gaat om een hoge opleiding maar om oplossend vermogen.

En inderdaad, er zijn zeer veel voorbeelden van initiatieven van nieuwe ruimtelijke professionals (let op benaming: geen initiatiefnemers) die dit oplossend en waardecreërend vermogen improviserend en experimenterend toepassen; MeerMerwede en Cartesius in Utrecht, Coehoorn Centraal in Arnhem, ZoHokwartier in Rotterdam en Amstel III en De Ceuvel (als opmaat voor Schoon Schip Amsterdam) in Amsterdam.

Daarbij vallen onmiddellijk twee dingen op: 1. de grote(re) betrokkenheid van vrouwen en 2. het feit dat er een jonge generatie is opgestaan. Daarbij heeft een ander waardenpatroon in gebiedsontwikkeling zijn plek gevonden; transparantie, vertrouwen, dialoog, samenwerken en cocreatie in plaats van concurrentie, professionele bescheidenheid in plaats van borstklopperij, luisteren en doen in plaats van praten, en passie en betrokkenheid in plaats van ratio en zakelijkheid.

Manoeuvreren in de chaos; prototype en permanent bèta
De werkelijkheid, ook in gebiedsontwikkeling, heeft te maken met een toename van (het aantal) snelheden en complexiteiten. Ab van Luin, directeur coöperatie NederlandBovenWater, heeft naar aanleiding van de nieuwe omgevingswet een mooie blog in ROmagazine over de toegenomen complexiteit geschreven. Ab van Luin hanteert daarin het motto ‘begint eer ge bezint’: ga aan de slag, verdiep je in de situatie, geef betekenis en reageer.

Het is mijns inziens met name de nieuwe generatie ruimtelijke professionals die op dit moment lokaal in stilte gepassioneerd vormgeeft aan complexe adaptieve systemen; de emergente aanpak. Er komt geen nieuwe versie van gebiedsontwikkeling, integendeel het aantal versies wordt oneindig uitgebreid. Gebiedsontwikkeling is permanent bèta geworden, waarbij lokaal geformuleerde prototypen (een werkend begin van een antwoord op een vraag die nooit af is) werkzaam zijn voor zolang als het duurt en daarmee per definitie tijdelijk.

Foto boven: Glamourmanifest herontwikkeling kantorengebied Amstel III vanuit een ander waardenpatroon (foto: Michel Molder)

Jurgen Hoogendoorn

Beleidsadviseur

Jurgen Hoogendoorn werkt bij de gemeente Amsterdam als beleidsadviseur.

  • Paul de Bruijn

    Dank Jurgen voor je heldere betoog.
    Veel expert-debatten gaan over de zoektocht naar nieuwe modellen, naar een antwoord op de vraag of ‘het geknutsel in de stad’ nu de langverwachte transitie is, of een gedoogd pauzenummer.
    In bovenstaande blog wordt terecht de constatering gedaan dat er geen sprake is van een opmaat naar Het Nieuwe Model, Het Langverwachte Antwoord.
    Het verschil tussen stadsontwikkeling tot zeg 2008 en die van daarna, wordt gekenmerkt door respectievelijk grootschalige nieuwbouw enerzijds en kleinschalig hergebruik anderzijds. In het eerste geval levert schaalgrootte en het feit dat je volledig nieuw bouwt, een basis voor modelmatig denken en werken. Je begint immers met een blanco canvas.
    Het lijkt erop dat vanuit dat denken nu wat teleurgesteld wordt gekeken naar stadsontwikkeling op basis van hergebruik en kleine schaal. Doordat er echter sprake is van hergebruik wordt aangesloten bij een heel specifieke situatie. Er is daarbij sprake van het oplossen van een situatie (meestal leegstand) waarbij modelmatig denken en stedelijke vergezichten niet werken of hebben gewerkt, danwel het probleem mogelijk zelfs hebben veroorzaakt.
    De vele (kleinschalige) stadsinitiatieven van nieuwe professionals, zoals Jurgen ze terecht noemt, zijn inderdaad geen nieuwe modellen, maar oplossingen voor een specifiek lokaal probleem. Misschien verdraagt zich modelmatige denken niet met kleinschalige stadsinitiatieven.
    Voor veel ‘echte’ professionals is het verdwijnen van de decennia geldende modellen begrijpelijk een punt van zorg. Vergelijk het met de ICT-revolutie waarbij computing met mainframes (grootschalig), werd vervangen door computing met stand-alone PC’s. De mainframe-experts moesten met lede ogen aanzien hoe ‘elke amateur’ ineens zijn eigen software mocht en kon gaan installeren. Ineens waren er miljoenen ‘selfmade ICT-ers’ bijgekomen. Het gefröbel met die mini-computers was hen een doorn in het oog. Hoe zou nog een eenduidige ICT-architectuur kunnen worden gegarandeerd? De rest is geschiedenis.
    De stadsontwikkeling lijkt een zelfde proces te zijn ingegaan. De reacties daarop lijken verdacht veel op de shift in de ICT-wereld van enkele decennia terug. Geruststellende gedachte: de ICT-professie bloeit als nooit tevoren.

    • Jurgen_Hoogendoorn

      Dank je voor de fijne waardevolle aanvulling; mooi die vergelijking met de ICT! Dank je wel Paul

  • De blogs over de ‘ondertussentijd’, ‘oogkleppen’ en ‘evolutie’ in gebiedsontwikkeling roepen op ons platform veel discussie op. Daarom organiseren we op donderdag 23 oktober in Utrecht hierover een goed gesprek in de vorm van een Diner Pensant. Opiniemakers Jeroen Niemans (Platform31), Friso de Zeeuw (Gebiedsontwikkeling.nu) en Sjors de Vries (RUIMTEVOLK) zullen daarbij in ieder geval aanwezig zijn. Wil je ook aan het gesprek meedoen? Laat het ons dat weten via een bericht aan info at ruimtevolk.nl, inclusief een eigen stelling die je graag zou willen inbrengen. Op basis daarvan en de achtergrond van geïnteresseerden zoeken wij de tafelgenoten uit voor dit bijzondere diner.

  • Vincent Thunnissen

    Deze inbreng voelt al bijna als een eindconclusie, knap is dat. Veel kleine en sterk gevarieerde bewegingen maken één beweging. Geen overheersende trends, wel interessante gebeurtenissen. Veel meer, heel erg verschillende mensen aan de slag, hier en daar the usual suspects maar vooral veel new kids-in-the-block. Geen moddervette structuur met een overduidelijke richting en vergezicht, maar een beetje geeken en uitproberen en niet bang zijn van een tikje chaos.
    Dat is een bekende tegenstelling in de filosofie en de historische theorie: is de geschiedenis of de toekomst een clock of een cloud? Chaos aanvaarden is voor sommigen een experiment, maar het is toevallig wél de werkelijkheid. Gebiedsontwikkeling is in die nieuwe (en oude) werkelijkheid terechtkomen. De toekomst is nu, de toekomst is onvoorspelbaar, en daar voel ik me prettig bij.

    • Jurgen_Hoogendoorn

      Dank je Vincent fijne aanvullende observatie van je.

  • Mieke Heim

    Mooi verhaal Jurgen hoewel ik meer denk aan gamma dan aan bèta

    • Jurgen_Hoogendoorn

      Hoi Mieke is natuurlijk misschien ook zo. Maar met bèta bedoel ik in dit geval een constante staat van werkende prototypes naar analogie van bèta versies in de ICT wereld

  • Jurgen_Hoogendoorn

    Menno Lammers wees op Legolisering terwijl ik LEGO® SERIOUS PLAY® had moeten gebruiken. Sorry Menno. Ik hanteerde de term legolisering – in algemenere zin – omdat in ons vak heden ten dage lego veel wordt gebruikt als concept. Overigens wordt Legolisering in dit verband ook binnen de bouw gebruikt zie http://www.duurzaamgebouwd.nl/leestips/20120118-legolisering-van-de-bouw

  • Jaap Zijda

    goed en herkenbaar verhaal, complimenten!,
    Ook al ben ik dan een ‘jonge’ betrokken man 😉

  • Ariënne Mak

    Mooie benadering dat nieuwe initiatieven geen revolutie inluiden, maar een verruiming zijn van het palet aan manieren. Zie ook: ‘Overleven in de nieuwe wildernis: tien lessons learned van vijf jaar malaise’ http://gebiedsontwikkeling.nu/artikel/13617-overleven-in-de-nieuwe-wildernis

    • Jurgen_Hoogendoorn

      Dank je wel Ariënne mooie vervolgbijdrage. Dus lezen mensen! 😉

  • Gert Peter Vos

    Ja mooie analyse en heldere duiding. Zelf ben ik fan van de hybride aanpak. Dit is een combinatie van de permanent beta en een meer regisserende aanpak. Die tegenstelling en het resultaat daarvan maken de stad sterker vind ik. Het vraagt wel een totaal andere houding/gedrag van betrokkenen