Logo Ruimtevolk klein
artikelen

24 juni 2015 • Wouter van Gent

Gentrification is het einde van de eerlijke stad

Probeer niet de stad naar je eigen evenbeeld te scheppen, maar onthoud dat je als planner, beleidsmaker of politicus de belangen van alle burgers moet behartigen.

Wouter van Gent, docent en onderzoeker stadsgeografie bij de UvA, schreef voor StadslevenDe Oneerlijke Stad‘ een pleidooi tegen gentrification. Hij reageert hiermee op het essay ‘Laat de gentrifiers maar komen ?!?‘ van hoofd Planologie, Ruimte en Economie van de Gemeente Amsterdam Jos Gadet.

Een echte Amsterdammer ben ik niet. Niet echt althans. Aan het einde van de vorige eeuw ben ik hier komen wonen om te studeren. Ik kwam uit een middelgrote stad uit het oosten en was één van de weinigen uit mijn klas die naar Amsterdam vertrok. De meesten hielden het veilig bij Groningen en Utrecht. Als kind van een inwisselbare homogene buitenwijk, heb ik van jongs af aan de diversiteit en eigenheid van grote steden als Parijs en Rotterdam bewonderd en dit dreef me naar Amsterdam. Het is misschien geen toeval dat ik uiteindelijk docent en onderzoeker in de stadsgeografie aan de UvA ben geworden.

Het wonen in Amsterdam, en later in New York, leerde me een stedelijke houding: je moet mij niet vertellen wat ik moet doen dan vertel ik het jou ook niet: leven en laten leven. Deze houding waarbij je ondanks een heilige overtuiging van het eigen gelijk erkent dat anderen het anders kunnen zien, onderscheidt zich van een meer dorps gemeenschapsidee. Het is misschien niet zo gezellig maar wel noodzakelijk voor het dagelijks leven in een diverse sociale omgeving met veel onbekenden. Je hebt geen alleenrecht op de stad.

Dat niet iedereen deze houding deelt besefte ik toen ik oud-klasgenoten sprak die na hun studententijd naar Amsterdam waren gekomen. Staand in een patserig café hoorde ik hun geklaag over de woningmarkt aan en dat ‘armoedzaaiers en hoofddoekjes’ in sociale huur uit de stad moesten om plaats te maken. De taal was ik wel gewend, maar het gebrek aan erkenning dat allerlei soorten stedelingen hier een thuis hebben was treffend. Zij waren nieuw maar claimden schaamteloos de stad ten koste van anderen.

Laat de gentrifiers maar komen ?!?

Ik moest aan dit voorval denken toen ik ‘Laat die gentrifiers maar komen!’ las van Jos Gadet, hoofdplanoloog Ruimte en Economie. Gemeenteambtenaar Gadet draagt in deze column niet alleen zijn persoonlijke visie uit maar ook het ruimtelijk beleid van de gemeente Amsterdam. Deze is kort samen te vatten: meer middenklasse, meer voorzieningen voor de nieuwe stedeling (evenementen! horeca!) en meer koop- en huurwoningen voor een rijkere groep. Mijn oud-klasgenoten wordt het naar de zin gemaakt en verwend met nieuwe bars en restaurants, langere openingstijden, meer festivals en, heel belangrijk, steeds meer opties op de woningmarkt (privatisering). Dit is natuurlijk goed nieuws voor de hoogopgeleide nieuwkomer maar het is een probleem voor anderen. Een keuze voor jongere middenklasse nieuwkomers impliceert minder aandacht voor de voorkeuren en behoeftes van armeren, ouderen, langdurige bewoners, en mensen die misschien niet van festivals houden of geen gebruik maken van Paradiso en het Concertgebouw, maar wel graag in Amsterdam wonen.

Het belangrijkste nadeel zit in verdringing. Onderzoek wijst uit dat grote vraag en de privatiseringen op de woningmarkt de ruimtelijke segregatie en inkomensongelijkheid tussen bevolkingsgroepen langzaam vergroten. Het verkopen van huurwoningen leidt tot aanzienlijke sociale veranderingen binnen en buiten de ring. De toenemende vraag betekent bijvoorbeeld dat de toegankelijkheid van woningen voor lage inkomens afneemt. Jongeren hebben daarom moeite om zonder hulp van vermogende ouders een plek in de stad te verwerven. Een ander gevolg is een clustering van armoede in buurten met veel sociale huur en een vergrijzing van haar huurders. Tot slot, veel zittende Amsterdammers voelen zich niet meer thuis in eigen straat en stad. Dit zijn niet alleen de allerarmsten. Ook de oorspronkelijke gentrifiers in de Jordaan schrikken van de veranderingen. Sommige oud-bewoners betreuren niks. Voor hen geldt inderdaad: ‘they take the money and run’. Per saldo zal er echter, conform beleid, minder plek voor lage inkomens in Amsterdam zijn, en zal ook de middenklasse meer moeten gaan betalen voor hun woning en de grond. Hogere woonlasten worden vaak als een positief punt naar voren gebracht. Waarom, is mij niet duidelijk. Nederlanders zijn al relatief veel kwijt aan woonlasten.

Beleidsdogma’s: economische groei en de belijdenis van diversiteit

Veel Europese steden worstelen met deze keerzijden van de ‘Triomf van de Stad’. De stad wordt te veel overgenomen door nieuwkomers en, niet onbelangrijk, bezoekers. Waar steden als Barcelona en Berlijn nu actief op zoek gaan naar oplossingen, blijft de Amsterdamse gemeente dogmatisch doorgaan met het aanjagen van het proces van gentrification. Het argument is vaak dat gentrification noodzakelijk is om de steeds zichtbaar wordende concentraties van armoede aan te pakken, maar men vergeet dan dat menging ook betekent dat je de toegankelijkheid in populaire delen van de stad moet blijven waarborgen.

Deze dogmatische houding past in de traditie van de Amsterdamse planners. Het duurde tot het einde van de jaren negentig voordat men de toestroom van middenklasse wilde accommoderen en inzag dat de Pijp echt niet gesloopt hoefde te worden. Nu lijkt men verblind te zijn door marktidealen en stijgende woningprijzen. Het gevolg is het uitbreiden van een pretpark-versie van het Jane Jacobs urbanisme in de ‘ringzone’ en het bouwen van flitsende torens voor het bedrijfsleven en de hotelmarkt daar net buiten – allemaal om de grondpositie van de stad te verbeteren.

De naoorlogse wijken en haar bewoners worden in de recente plannen zo goed als afgeschreven, voor zover ze niet in aanmerking komen voor gentrification. De gemeente staat in dienst van de economie en de planners bouwen aan een stad die aantrekkelijk is voor henzelf; de professionele middenklasse. Zij zouden de economische groei aanjagen. Dit is natuurlijk grote onzin aangezien de economische groei van Amsterdam ook met een grote gereguleerde huursector jarenlang aanzienlijk is geweest. Die gentrifier komt toch wel. Met andere woorden, het is niet: gentrification of ‘Detroit’, een vaak gehoorde valse keuze.

Maar waarom wil de middenklasse eigenlijk in Amsterdam wonen? Werk is natuurlijk de belangrijkste reden maar waarom kiest men voor gehorige apartementen in de 19de eeuwse ring en niet voor een fijne woning in Diemen of Amstelveen? De hippe bars, restaurants en festivals hebben ermee te maken maar het is ook diversiteit aan mensen en activiteiten, waardoor er altijd iets te ontdekken valt en je in aanraking komt met het onbekende. Nu moet dit niet worden overdreven. Mijn oud-klasgenoten gaan misschien liever met elkaar borrelen dan met ‘linkse hippies’, ‘zwervers’ en ‘allochtonen’, maar ze komen wel voor die stadse entourage. Het is het sociale behang waarvoor het lokaal-gebrouwen biertje net iets beter smaakt.

De gemeente erkent de kracht van de gemengde stad. Gadet wijst er ook op. Het is daarom zo opvallend dat diversiteit niet wordt gewaarborgd maar dat de stad er juist voor kiest om processen van verdringing en uitsluiting verder op te voeren. Hoewel sexy Berlijn voor ogen staat, bouwt men verder aan een permanent grachtenfestival omringd door een braaf-burgerlijke biotoop die langzaam uitdijt.

Gentrification als politiek in plaats van moreel vraagstuk

Ik neem overigens de eigengerichtheid van mijn oude vrienden niet kwalijk. Dat is niet alleen omdat ik er zelf ook schuldig aan ben: ik maak ook gebruik van de voorzieningen en ben, net als veel planners, een middenklasse professional en een gelukzoeker van buiten. Dit gegeven is een geliefde stok om critici terug het hok mee in te jagen. Enige hypocrisie is mij zeker niet vreemd, maar ik neem niemand kwalijk op een fijne plek te willen wonen. Er is echter sprake van een collectief handelingsprobleem; als alle middenklasse-huishoudens in staat zijn om in een betaalbare, diverse, en spannende stadswijk te wonen dan zal de diversiteit verdwijnen, de toegankelijkheid verminderen en de voorspelbaarheid toenemen. Niet de onzichtbare hand van de markt is hier van toepassing maar een tragedy of commons. De buurten raken op den duur ook onaantrekkelijk en onbetaalbaar voor de gewilde gentrifiers.

“Let op: deze jonge gentrifiers gaan het hebben over het leed dat gentrification heet. #StaatVanDeStad”

Belangrijk is dat het er niet toe doet wat ik of andere middenklassers doen. Gentrification en ruimtelijke ongelijkheid zijn geen morele maar politiek-bestuurlijke vraagstukken. De gemeente voert nu een beleid met een slechte uitkomst voor iedereen, ook de gentrifiers. De staat is er juist om dit soort negatieve uitkomsten die individuen niet in de hand kunnen hebben te voorkomen door het proces te coördineren.

Het probleem van de wandelaars

Met het oog op het voorgaande verbaast het mij dat de bezwaren zo makkelijk weggewuifd worden als een vooringenomen mening en het ‘bedenken van realiteit’. Gadet ziet zichzelf daarentegen als een wandelaar die ‘de realiteit ziet’ . Dat klinkt heel romantisch en streetwise. Ik zie ook voor me hoe hij in vervoering raakt bij het ontdekken van een nieuwe koffiebar of tot tranen toe geroerd door IJburg schrijdt. Ook zie ik de planoloog zich hoofdschuddend een weg banen door de naoorlogse wildernissen. Maar misschien zit in dit zelfbeeld wel het grote probleem. De wandelaar verliest zich in eigen waarnemingen en claimt de realiteit te kunnen zien.

Het overzicht raakt verloren en daarmee misschien ook wel de stedelijke houding die erkent dat de stad een diverse omgeving is waar jouw gelijk misschien niet gedeeld wordt. Ter afsluiting zou ik dan ook de planners, beleidsmakers, politici en alle andere burgervaders en –moeders van Amsterdam een beetje meer een stedelijke houding willen wensen- ofwel, in plaats van de stad naar het eigen evenbeeld te willen scheppen, te onthouden dat zij de belangen van alle burgers moeten behartigen. Voor de markt bouwen in deze fantastische stad is een koud kunstje, de echte uitdaging is om de stad toegankelijk, leefbaar en divers te houden.

Deze blog is eerder gepubliceerd op Stadsleven

Foto boven: Lente in de Pijp (Franklin Heijnen/ Flickr / CC BY 2.0)

– Wil je meediscussiëren? Kom dan maandag 29 juni om 20:00 naar Stadsleven ‘De oneerlijke stad’ in de Balie.  

Is Amsterdam volgens jou een oneerlijke stad? Wat kan beter? Stuur je vraag aan burgemeester Van der Laan voor de Stadsleven van 29 juni via ‘contact’ op www.stadslevenamsterdam.nl

Nog meer lezen? Financieel geograaf Ewald Engelen schreef samen met Sukhdev Johal, Angelo Salento en Karel Williams een manifest voor het bouwen van een eerlijker stad: Hoe bouwen we een eerlijker stad? – Manifest Ewald Engelen

Wouter van Gent

Auteur

Wouter van Gent is docent en onderzoeker stadsgeografie bij de UvA.

http://www.uva.nl/over-de-uva/organisatie/medewerkers/content/g/e/w.p.c.vangent/w.p.c.van-gent.html
  • Een mooi en helaas herkenbaar betoog. Nu zullen we allemaal wel last hebben van een bepaalde ‘blinde vlek’, maar het is opvallend dat bij dit grote thema er zoveel beleidsmakers, politici en wetenschappers zijn die expliciet voor één kant van de medaille kiezen. Terwijl de stad toch bestaat uit de gratie van diversiteit. Het doet me denken aan de discussie van enkele maanden geleden over Rotterdam (http://stadslente.blogspot.nl/2014/11/voor-wie-is-de-stad.html) en de eerdere discussie over de tweedeling van Amsterdam (http://ruimtevolk.nl/2014/03/05/veronderstelde-tweedeling-amsterdam-is-ingeburgerde-beeldvorming). Daarbij valt op dat professionals en onderzoekers elkaar al snel gaan napraten of selectief winkelen in de beschikbare bronnen. In het laatste geval komt men dan alleen met de statistieken, verhalen en incidenten die hun eigen opinie ondersteunen. Vaak nog gecombineerd met het korte termijndenken, de maakbaarheidsgedachte en het groeidenken. Een gevaarlijke combinatie.
    Veel analyses van stadswijken zijn dan ook niet beschrijvend (zonder waardeoordeel), maar gaan vaak uit van een bepaald perspectief of sorteren al voor op een gewenste interventie. De professional is dan al snel verstrikt, bewust of onbewust, in zijn eigen beeld van de werkelijkheid (‘framing’). Op basis van hun opleiding zou je toch wel wat meer analytisch vermogen mogen verwachten.

  • Marten

    Eén punt sla je m.i. te makkelijk over; het erg hoge aantal sociale huurwoningen in Nederland an sich, maar in Amsterdam specifiek.

    Wat nou als je het omdraait? Dat Amsterdam zich erg lang vooral focuste op de arme bewoners, en nu eerlijker wordt voor niet-arme bewoners? Immers, je zegt zelf dat de stad voor iedereen toegankelijk moet zijn. Maar met een normaal middeninkomen is amper een fatsoenlijk huis te krijgen. Júist omdat de hoeveelheid sociale huur hoog is, en de hoeveelheid private huur en koop zo laag.

    Gentrification gaat inderdaad op heel veel plekken in Noord-Amerika, Frankrijk en Engeland zwaar ten koste van de onderklasse in en rond de binnenstad. Maar zolang de helft van alle woningen in de stad is bedoeld voor de onderklasse (http://www.ois.amsterdam.nl/popup/1590), twee keer zoveel vergeleken met Londen (een kwart van alle huizen, https://www.london.gov.uk/sites/default/files/Housing%20in%20London%202014%20-%20Final_1.pdf).

    Hier is te zien hoog hoog het percentage in Nederland is vergeleken met andere landen in Europa,en dan is het percentage in Amsterdam nog hoger dan in Nederland als geheel: http://www.lse.ac.uk/geographyAndEnvironment/research/London/pdf/SocialHousingInEurope.pdf

    Je kan het dus ook omdraaien, en zeggen dat de gentrification in Amsterdam de huizenmarkt iets gebalanceerder maakt, en dus toegankelijk voor iedereen.

  • Jos Gadet

    Een wijze collega raadde me ooit aan niet te reageren op onzin. Ik wijk daar nu vanaf omdat Van Gent onderwijs geeft, en mogelijk studenten opzadelt met salonsocialistische onzin, zeer gebrekkige kennis van de economische processen die in steden als Amsterdam plaatsvinden, en falend inzicht in relevante beleidsdocumenten.

    In zowel de Structuurvisie 2040 als het Strategisch Plan 2025 ‘Amsterdam maakt mogelijk’ is duidelijk te lezen dat het aantrekken van talent beleidsuitgangspunt is, maar dat er alles aan gedaan moet worden om de aantrekkelijke stad toegankelijk te houden dan wel te maken voor stedelijk georiënteerde en minder draagkrachtige groepen. Daar wordt ook naar gehandeld, bijvoorbeeld door de bouwhausse aan studentenwoningen. Bijvoorbeeld door middel van het strategiebesluit Jan Evertsenstraat, waar ik zelf bij betrokken ben, waar met bewoners, stakeholders als GVB, het Lucas Andreas Ziekenhuis en Ramada hotel, gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een stadsstraat die toegankelijk is voor alle typen stedelijk gerichte huishoudens.

    Hippe koffietenten stromen vol omdat kantoorpanden leeglopen. Zo simpel is het. Er wordt gewerkt, er worden cliënten ontvangen, er wordt informatie uitgewisseld. Weet Wouter van Gent wat gentrification is? Nee! Nou, ik zal het hem met een simpel voorbeeld uitleggen.
    De Espresso Dates, een hippe lunchroom in Rotterdam, 2de Middellandstraat vlakbij de Heemraadsingel, geeft de essentie weer van wat gentrification nou echt is. Een uitstekende eet-, koffie- en theegelegendheid met smoothies (jazeker!) en supercookies, maar ook Marokkaanse appel- en dadeltaart en nog veel meer. De eigenaresse, een vrouw met hoofddoek, heeft met deze zaak haar jeugddroom gerealiseerd. Het werk na haar HBO-opleiding gaf niet de bevrediging die ze zocht. Niet zonder weerstand van de gemeentelijke bureaucratie (“mevrouw, we hebben een beter plekje voor u”) koos ze juist voor een locatie aan de Heemraadsingel vanwege de stadslandschappelijke uitstraling en het draagkrachtige publiek uit die omgeving. Fingerspitzengefühl! Want vanaf de eerste dag wist het hippe publiek haar droom te vinden. Maar door haar fysieke aanwezigheid nam ze ook de drempel weg voor traditionelere Marokkaanse vrouwen en mannen uit de volksere buurten grenzend aan de Middellandstraat. Menging vanaf het begin in wat Van Gent cum suis ‘yuppenkot’ zouden noemen.
    Bovendien, door haar succesvolle aanwezigheid in de straat wordt het ijs gebroken voor andere ondernemers in die straat. Stukjes bij beetjes verandert het profiel van veel leegstand naar nieuwe winkels.
    Maar het allermooiste moet nog komen. De eigenaresse bakt de Marokkaanse taarten niet zelf (‘ben je mal, ik kan niks, en al helemaal niet bakken’), maar heeft de vriendinnen van haar moeder gevraagd zo nu en dan een taart te bakken. Enigszins beschroomd boden die dames hun taarten aan (‘als het niks is kieper je het maar in de prullenbak’). Groot succes. Een van moeders vriendinnen is inmiddels een eigen bedrijfje begonnen in Marokkaanse taarten die over heel Rotterdam gedistribueerd worden.
    Dát is gentrification. En mijn Marokkaanse gesprekspartner, de rijke en arme buurtbewoners, ondernemers, en vele andere Rotterdammers, zijn daar maar wat blij mee.

    Dat Wouter van Gent voor mij denkt (ik zou IJburg omarmen en tranen van geluk plengen bij de zoveelste koffietent?????!!!!) is al abject, maar glijdt van me af. Dat studenten les krijgen van hem, is bedroevend. En een ramp voor stadsontwikkeling.

  • MartinvanderMaas

    Het is onnodig te denken in twee ‘kampen’, want Wouter en Jos hebben beiden een punt. Jos bezingt terecht de zegeningen van gentrification; dat proces is niets anders dan de essentie van sociale en economische ontwikkeling van individu en stad. Maar Wouter stelt op zijn beurt terecht dat extreme gentrification kan leiden tot een onbalans in het betreffende stadsgebied, met de kleine (maar later ook de grote!) beurzen als slachtoffer. Jos weet ook dat zijn geliefde Jane Jacobs daar zelf voor heeft gewaarschuwd: “the selfdestruction of diversity.”
    Wouters tegengif van het behoud van veel sociale huur gaat echter onvoldoende helpen. Een kunstmatig goedkope woning in zeer gewild gebied leidt tot decennialange wachttijden en grote kans op illegale woekeronderhuur. Dat zal Wouters droombeeld ook niet zijn, mag ik hopen. Het meest effectieve recept is daarom uitbreiding van het gewilde gebied. Wat populair is, moet groeien. En als dat coffee company’s in Slotervaart teweegbrengt, so be it. Als ik Jos goed begrijp, wil hij van de stad geen exclusief speelterrein maken van de bovenklasse, maar aantrekkelijk stedelijk weefsel juist in ruime hoeveelheden beschikbaar houden voor de klassen daaronder. Daarmee willen Jos en Wouter hetzelfde, slechts hun recepten verschillen van elkaar. Maar ik ga voor het recept van Jos!

  • Cody Hochstenbach

    Voordat ik reageer op Jos Gadet twee disclaimers:

    – ik ben een directe collega van Wouter van Gent. Wellicht daardoor dat
    ik het eens ben met hem wat betreft gentrificatie. Mijn reactie hier is puur de
    mijne en wordt uiteraard niet noodzakelijkerwijs gedeeld door mijn collega’s.
    – laat het duidelijk zijn dat deze reactie niet bedoeld is als “op de man spelen”:
    normaliter vind ik Jos Gadet een uiterst aimabele man (de persoonlijke reactie hierboven verbaast mij). Bovendien kan ik zijn bijdragen – en die van zijn collega’s – doorgaans waarderen. Soms omdat ik ze interessant en terecht vind, en soms omdat ik het op zijn minst “prikkelende” onzin vind.

    Voor de duidelijkheid: gentrificatie heeft ook positieve kanten. Buurten liggen er netjes bij en mooie oude panden worden op hoog niveau hersteld. Daarnaast brengt gentrificatie horeca en voorzieningen met zich mee die ontegenzeggelijk door velen gewaardeerd worden (ja, ook door mij). Tevens is het zo dat er altijd mensen zullen zijn die er van profiteren. Daaronder bevinden zich ook oude buurtbewoners, maar dit is niet het dominante aspect.

    1. Jos refereert in zijn reactie, en eerdere bijdragen elders, naar een voorbeeld uit Rotterdam om te wijzen op de positieve effecten van gentrificatie. Het voorbeeld dat Jos Gadet aanhaalt is zowaar exact het tegenovergestelde van gentrification: een buurtbewoner die binnen haar eigen buurt iets doet omdat zij daar mogelijkheden ziet. Dat daarbij gebruik gemaakt wordt van de gentrificatie esthetiek betekent niet dat het ook gentrificatie is. Het zou gentrificatie zijn wanneer dezelfde vrouw niet in staat was geweest iets te beginnen in haar buurt omdat de huren door recentelijke huurverhogingen onbetaalbaar waren geworden.

    2. Jos en zijn collega’s (en andere voorstanders) beargumenteren vaak dat gentrification een “vitale” en levendige stad creeert. Wat er daarvoor was, wordt afgedaan als niet levendig, niet stedelijk. Door anderen (toegegeven, volgens mij niet door Jos en collega’s) wordt niet-middenklasse levendigheid gezien als overlast, ongewenst of zelfs criminogeen. Dat dit een erg middenklasse kijk is op wat een vitale stad is haalde Wouter van Gent al aan, maar wordt wat mij betreft ook treffend bekritiseert door Ivan Nio in een eerdere reactie op Jos Gadet (over plein 40-45 in Geuzenveld):

    http://www.agora-magazine.nl/wp-content/uploads/2012/12/2012-2-Vrije-ruimte_Het-recht-op-stedelijkheid.pdf

    3. het vaak gehoorde argument is dat Amsterdam nog steeds een grote
    sociale huurvoorraad heeft en daarmee nog zeer gemengd. Dit klopt, maar wanneer op de negatieve gevolgen van gentrificatie wordt gewezen gaat het primair om de ontwikkelingsrichting. Deze zal namelijk gaan richting een steeds verder afnemende toegankelijkheid van de stad, vooral in die buurten en stadsdelen waar gentrificatie toeslaat. Zittende bewoners zullen hier niet direct de nadelen van ondervinden maar het maken van een wooncarriere binnen hetzelfde stadsdeel wordt zo steeds lastiger. Geleidelijk komen toegankelijkheid en betaakbaarheid steeds verder onder druk.

    4. gentrificatie is daarmee de
    ruimtelijke uitdrukking van klasse verschillen en verschillende mogelijkheden
    en beperkingen die daarmee samenhangen. De middenklasse kan zichzelf nog steeds een plek verwerven in de gentrificerende binnenring, terwijl dit voor lagere inkomensgroepen steeds lastiger wordt. Uiteindelijk gaat gentrificatie over (indirecte) verdringing, uitsluiting, en algeheel afnemende toegankelijkheid en betaalbaarheid. Daarmee gepaard gaat een scherpere uitsortering in de stad.
    Gentrificatie in de ene buurt zorgt voor grotere concentraties van lage
    inkomens elders. Ook in Amsterdam is dit zichtbaar. Gentrificatie en opkomende armoedeconcentraties elders hangen onlosmakelijk samen.

    Gentrificatie als proces maakt het normaal dat je veel moet betalen om in de binnenstad te wonen, dat je met voldoende kapitaal je recht op een plekje in de stad mag verwerven en anders van geluk mag spreken dat er nog ergens een sociale huurwoning (a e700 voor 40m2) voor je is. Waarom een hoge huur voor wie dan ook rechtvaardig is, of de stad ten goede komt is mij (net als Wouter hierboven) een vraag. Dat wonen duur moet/mag zijn is uiteindelijk een politieke keuze niet een wetmatigheid van de markt.

    5. Ten slotte een persoonlijke noot. Recentelijk zetten Jos en enkele
    collega’s onderzoek en onderzoekers aan de UvA en daarbuiten weg als
    salonsocialisten, indoctrinerend, en vermoeiende gentrificatie goeroes. Dit is
    jammer. Veel kennis uit de Angelsaksische literatuur, maar ook Nederlands
    onderzoek, is uiterst relevant voor stedelijk beleid van DRO. Het is echt niet
    zo dat al het beleid van DRO vanuit de universiteit bekritiseert wordt, maar
    een kritische analyse van beleid over een van de meest prangende onderwerpen van het moment (gentrificatie) is van belang. Of je gentrificatie of de verkoop van sociale huur nu goed of slecht vindt, er is aan de UvA veel recent onderzoek gedaan naar de (ruimtelijke) gevolgen. Deze benadrukt zowel positieve als negatieve kanten. Ik ben er van overtuigd dat deze kennis ook DRO beleid ten goede kan komen. Dan moet deze echter wel serieus genomen worden, ook de kritische kant!

    Cody Hochstenbach
    Promovendus sociale geografie UvA

  • Wij houden ons al een paar jaar bezig met ‘het opknappen van winkelgebieden’, en we hebben onder meer gewerkt in Amsterdam-Oost. Ons uitgangspunt is dat bedrijfsonroerend goed in de oude stadswijken zou moeten worden gevuld door ondernemers met hart voor de zaak en hart voor de buurt.
    In de buurten waar we actief zijn geweest zie je inderdaad dat er zich ‘hippe horecatenten’ gaan vestigen. Dat is ook een onderdeel van het beleid geweest: we moeten af van de dubieuze zaken die, laten we het voorzichtig zeggen, geen positieve bijdrage leveren aan de buurt. Sommige mensen noemen dat ‘gentrificatie’. Verdringing. ‘De oorspronkelijke ondernemers kunnen de huur niet meer betalen omdat die schandalig wordt verhoogd, en daarna komt er een hippe koffietent’. Er is echter erg weinig onderzoek gedaan naar de vertrekmotieven van ondernemers.
    Op dit moment werken we aan een artikel over dit onderwerp naar aanleiding van een stageonderzoek in Amsterdam-Oost. Hoewel de schaal van het onderzoek (nog) aan de kleine kant is, lijkt het er op of de meeste vertrokken ondernemers niet zijn vertrokken omdat de huur te hoog werd, maar meer omdat de zaak om andere bedrijfseconomische redenen niet rendabel was, of juist omdat de zaak zo goed liep dat men naar een ander, beter geschikt pand in de buurt wilde verhuizen. Vaak benutte de pandeigenaar de frictieleegstand om te investeren in het casco – al dan niet geholpen door gemeentelijke subsidieregelingen. Soms had dat weliswaar een huurstijging tot gevolg, maar pas nadát de oorspronkelijke huurder was vertrokken.
    Vestigingsmotieven van de nieuwe ondernemers waren meestal pandgerelateerd, maar ook de gemengdheid van de buurt werd als aantrekkelijk gezien. Daarbij werd overigens ook meestal aangegeven dat de klandizie slechts van een specifiek deel van de buurtbewoners kwam.
    Al met al kunnen we volgens mij veilig stellen dat veel Amsterdamse buurten er qua leefbaarheid flink op vooruit zijn gegaan, en dat het opknappen van het vastgoed (zowel woningen als bedrijfsruimten) daarin een belangrijke rol heeft gespeeld.

  • Soms is het aardig om verder te kijken op de site rond het begrip gentrification. Ik denk dan aan http://ruimtevolk.nl/gezien/wat-cornflakes-en-boerenkool-met-gentrification-te-maken-hebben/ . Een ‘gentritent’ werd bestormd door ‘arme’ buurtgenoten. Sommige Britse kranten plaatsten zelfs videobeelden op hun sitem erg intgeressant overigens.

    Marten heeft het over de sociale woningbouw. Hoeveel van deze woningen wordt ‘scheef’ bewoond? Oud studenten – nu gentri’s – die de sociale huurwoning blijven bewonen ondanks het feit dat ze al gepromoveerd zijn of een kaderfunctie hebben bij een bank? Ik ken zelfs mensen die een etage in de Kinkerstraat in Amsterdam aanhouden als slaapplek voor na het stappen terwijl ze ergens een huisje op de ‘heide’ hebben.

    In wijken als de Pijp – de buurt waar bovenstaande foto gemaakt is – is wel terdege een vorm van verdringen gaande. Met name rond de Oude Pijp vindt gentrification plaats. Steeds meer moderne kunstboetieks, Te veel koffie en eettentjes: de horecadichtheid in de Pijp doet niet onder voor het Centrum van Amsterdam. De kapper heet geen kapper meer maar is een barbier. Dertig jaar ‘diender’ in Amsterdam zijn, veel beroepsmatig lopen en fietsen door de stad laat wel zien dat er steeds minder authentieke Amsterdamse bewoners zijn. Deze zijn naar Almere (ver)drukt of voelen zich ongelukkig in de randgemeenten. Zelf hen ik onderzoek gedaan naar verhuisbewegingen van Zuidoost (Bijlmermeer) naar Amsterdam-Noord toen dat eerste stadsdeel ‘op de schop’ ging. De aanname was dat de bewoners niet meer terug konden naar de Bijlmer (klopte) en naar de Molenwijk in Noord zouden verhuizen (klopte niet). p.s De Molenwijk is een proefje om te zien of de Bijlmermeer succesvol zou zijn! De meeste Bijlmerbewoners werden echter naar Almere verdrukt (later bleek zelfs daar een in de volksmond een klein-Bijlmer te ontstaan). Een ander deel kwam in de oude ‘volksbuurten’ van Amsterdam te wonen omdat de nieuwe huren veelste hoog waren, laat staan dat ze konden kopen.

    Een goed functionerende wijk wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van alle sociale lagen van de bevolking, alle leeftijdsgroepen en vooral een levendig sociaal leven. Ik denk hierbij aan het werk van Lyn Lofland, voor de stedenbouwkundigen Jane Jacobs maar ook aan de lessen van het Project for Public Spaces Inc. (kijk eens op https://vimeo.com/111488563). Gentri’s hebben één probleem: het zijn niet die ‘sociale ogen’ in de publieke ruimte die de leefbaarheid en veiligheid zouden bevorderen. Daar heb je nog steeds die oorspronkelijke bewoners voor nodig.

    (oud Politieambtenaar in De Pijp, Centrum en Noord (Amsterdam) nu stads- en politiesocioloog bij Addwhere UrbanResearch)