Logo Ruimtevolk klein
artikelen

13 februari 2016 • RUIMTEVOLK

Gaat gebiedsgericht (echt) werken?

Of is het slechts de zoveelste lege verbale vernieuwing van het vakgebied?

Gebiedsgericht werken heeft het retorische tij mee. Praat met beleidsmakers en lees rapporten: het bevredigt de roep om meer eigenaarschap en betrokkenheid bij buurten en wijken en het past bij een overheid in een ‘energieke’ samenleving. Tegelijkertijd zijn we ons meer bewust dat problemen en oplossingen bijna altijd gezocht moeten worden op het raakvlak van ruimtelijke schaalniveaus. De zoveelste lege verbale vernieuwing van ons vakgebied? Nee, een pleidooi voor gewoon doen, met twee aandachtspunten.

Gebiedsgericht werken staat kortweg voor een filosofie en methode om op een bepaalde plek naar problemen en kansen te kijken én te handelen. En dit op een manier die sectoren en beleidskokers doorbreekt. Klinkt logisch, en eigenlijk ook niet zo heel nieuw. In het ruimtelijke domein zagen we deze beweging al enkele decennia geleden, toen het ‘bouwen voor de buurt’ in samenspraak met bewoners opkwam als alternatief voor grootschalige stedelijke vernieuwing, allereerst in Rotterdam. Ook nu is het doel een alternatief te zoeken voor logge centrale systemen van sturing door meer ruimte te geven voor lokale afwegingen op het raakvlak van ruimtelijk, sociaal en economisch beleid. Het gaat echter niet alleen om het schaalniveau waarop allerlei partijen stadsontwikkeling, in de brede zin, vorm willen geven, het is ook een poging de systeemwereld van het openbaar bestuur beter in lijn te brengen met veranderende maatschappelijke verhoudingen. Het past bij een tijd van een ‘energieke samenleving’, waarin bewoners en ondernemers zich vaak lokaal willen inzetten voor medemensen of de buurt.

Systeemwereld

Amsterdam is een voorbeeld van een gemeente die begonnen is het gedachtegoed van gebiedsgericht werken tot de officiële werkwijze te maken. Er is een heuse gebiedscyclus ontwikkeld (zie afbeelding). Deze bestaat daar uit:

1. een gebiedsanalyse (eens per jaar): het in kaart brengen van ‘kansen en bedreigingen’ in een gebied,
2. een gebiedsagenda (eens per vier jaar): ‘de agenda voor de inzet in het gebied’ met te behalen doelen, resultaten en prestaties,
3. een gebiedsplan (eens per jaar): het ‘uitvoeringsplan’ van de agenda met maatregelen, activiteiten en projecten en tenslotte
4. een gebiedsmonitor (eens per jaar) waarmee ‘getoetst wordt of de doelen uit de gebiedsagenda en de uitvoeringafspraken uit het gebiedsplan bereikt zijn’.

Vooral stap 2 en 3 uitaard in nauwe samenwerking met bewoners, ondernemers en maatschappelijke partijen.

Infographic Gebiedsgericht Werken in Amsterdam. Bron: Gemeente Amsterdam

Infographic Gebiedsgericht Werken in Amsterdam. (Bron: Gemeente Amsterdam)

Wat zien we hier? Het lijkt op het eerste gezicht op een poging een taart te bakken met als ingrediënten de aloude cyclus van rationele planvorming (onderzoek, verkennen alternatieven, vergelijking alternatieven, (politieke) keuze, implementatie, evaluatie), een flinke scheut New Public Management (SMART doelstellingen van de overheid, nadruk op prestaties en verantwoording) en een klontje stadsmakerslogica: bewoners aan zet, leve-de-participatie en de overheid als facilitator!

Het is makkelijk deze typische ‘systeemwereld reflex’ om een vernieuwend idee meteen weer in te kapselen in procedures en werkwijzen te ridiculiseren. Het Amsterdamse voorbeeld toont voor mij aan dat overheden worstelen met aan de ene kant de behoefte aan innovatie en vernieuwing en aan de andere kant de noodzaak tot orde, controle en verantwoording. Beide zijn even ‘waar’. Het naast elkaar bestaan van verschillende overheidsrollen lijkt kenmerkend voor deze tijd (1). De oplossing uit dit conflict is meestal vooral pragmatisch: proberen het goede te doen. Maar dan zijn er nog wel enkele aandachtspunten voor overheid en maatschappij te formuleren.

Fieldlab Amsterdam Oost (Bron: HvA)

Fieldlab Amsterdam Oost (Bron: HvA)

Aandachtspunten

De vraag blijft namelijk ieder situatie: wat zijn problemen in een gebied en wat zijn gebiedsproblemen? (2). Dit is belangrijk in de afweging van oplossingen. Gebiedsproblemen rechtvaardigen een gebiedsgerichte aanpak waar in een bepaalde ruimtelijke eenheid integraal wordt gezocht naar oplossingen. Problemen in een gebied – zoals obesitas, maar denk bijvoorbeeld ook aan jeugdwerkeloosheid, leegstand of juist drukte – gaan waarschijnlijk lijden onder nieuwe begrenzingen die vaak arbitrair zijn en een bestuurlijke logica volgen. Hier zou een veel meer sectoroverstijgende aanpak voordeel bieden. Het onderscheid tussen deze schaalniveaus zou dan ook duidelijk naar voren moeten komen in gebiedsgericht werken.

Recent was ik bij de bestuurscommissie Amsterdam-West waar het lokale gebiedsplan werd behandeld. Het viel me op dat de insprekers daar toch vooral bezorgd waren over zaken dicht bij hun eigen voordeur.

In de provincie Groningen wordt, net als in veel andere krimpgebieden, naarstig gezocht naar oplossingen voor leegstand samen met bewoners en vastgoedeigenaren (3). Lokale oplossingen hebben meerwaarde. Maar ze hebben vooral effect in samenhang met beslissingen die op hele andere ruimtelijke schaalniveaus worden genomen, bijvoorbeeld over aardbevingsschade. Tegelijkertijd zijn de diepere demografische, culturele, sociale en financiële oorzaken van de leegloop van gebieden nauwelijks lokaal te beïnvloeden. Door krimp puur als een lokaal probleem (gebiedsprobleem) te zien wordt de politieke urgentie op hoger schaalniveau die juist nodig is voor problemen in een gebied, mogelijk verzwakt.

Het schakelen hiertussen is eufemistisch gezegd nogal een uitdaging. Recent was ik bij de bestuurscommissie Amsterdam-West waar het lokale gebiedsplan werd behandeld. Het viel me op dat de insprekers daar toch vooral bezorgd waren over zaken dicht bij hun eigen voordeur. Maar die gebiedsproblemen (drukte, overlast) vinden hun kern wel in veel bredere ontwikkelingen en politieke keuzes in de stad en daarbuiten. In dit soort situaties zou gebiedsgericht werken dus moeten leiden tot gesprekken, analyses en oplossingen voorbij (nieuwe) gebieds-oogkleppen in relaties met andere (hogere) ruimtelijke schaalniveaus.

Een tweede aandachtspunt ligt erin dat gebiedsgericht werken ook de acceptatie betekent van (toenemende) ongelijkheid tussen wijken. Verschillen tussen plekken waar bewoners en ondernemers, vaak in nauwe samenwerking met de overheid, nieuwe oplossingen creëren, en plekken waar dit niet tot stand komt. Justus Uitermark wijst er terecht op dat de veelgeroemde door buurtbewoners gerunde leeszaal in het Rotterdamse Oude Westen niet heeft voorkomen dat in veel andere wijken geen alternatief kwam voor gesloten bibliotheken. Ook de opkomende stadsdorpen waar ouderen steun aan elkaar vinden zijn in Amsterdam oververtegenwoordigd in wijken met sterkere sociale structureren. In een land met een – tot voorkort – dominante gelijkheidscultuur en een centraal systeem van belastingheffing is het de vraag of grote(re) verschillen tussen buurten qua overheidsinzet wenselijk en rechtvaardig zijn. Wanneer gebiedsgericht werken vooral het faciliteren van initiatief uit wijken betekent zal dat gebeuren.

Hoe verder?

Gebiedsgericht werken heeft – tot nu toe – het retorische tij mee. Maar dat zal alleen zo blijven als het ook resultaten oplevert. Lukt het de overheid via gebiedsgericht werken te komen tot het doorbreken van verkokering, het mobiliseren van nieuwe groepen en daadwerkelijke sociale innovatie? Een ‘kanteling’ van de overheid naar meer maatwerk en aandacht voor het specifieke kan een goede balans zijn op doorgeschoten hiërarchische sturing. Maar we moeten ook niet vergeten dat het juist een taak van de overheid is om regels te stellen, om de wet te handhaven, om te handelen volgens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zorgvuldigheid, rechtszekerheid etc.) en het algemeen belang en dat van toekomstige generaties te bewaken. Juist wanneer de overheid zich via gebiedsgericht werken meer open gaat stellen voor coproductie van beleid met burgers en ondernemers moet deze zorgvuldigheid vooropstaan.

De praktijk van het gebiedsgericht werken leert dat vooral de frontlinie professionals (gebiedsmanagers, gebiedsmakelaars etc.) in lastige posities komen waarin ze enerzijds mee willen bewegen met de energie in wijken en anderzijds de eerste representant zijn van een complexe overheidsorganisatie met soms tegenstrijdige doelstellingen achter hen. Zij moeten support krijgen vanuit hun organisatie, inclusief hun politieke bestuurders, om deze rol zo goed mogelijk in te vullen.

Mijn tussenconclusie is dat gebiedsgericht werken alleen rechtvaardige resultaten kan boeken wanneer de overheid een balans vindt tussen een meer participerende en meer regulerende taak. Niet alleen omdat er maar weinig problemen zijn die puur gebiedsgericht kunnen worden opgelost, maar ook omdat de overheid een rol moet houden in het realiseren van een speelveld waarin iedere wijk vooruit kan komen.

Download of bekijk via deze link de uitgave ‘Werken in een gebied: gewoon doen in Amsterdam

Noten:
(1) Van der Steen e.a., 2014
(2) Musterd en Ostendorf, 2009
(3) zie bijvoorbeeld Galjaard en Zuidema, 2015

Referenties:
– Galjaard, R. en Zuidema, E. (2015) Gronings Gereedschap voor particulier woningbezit. Rooilijn, 48(5), p. 414-419.
– Musterd, S. en Ostendorf (red.) (2009) Problemen in wijken of probleemwijken? Assen: Van Gorcum.
Steen, M. van der, Scherpenisse, J., Hajer, M., Gerwen, O-J van, en Kruitwagen, S. (2014) Leren door doen – Overheidsparticipatie in een energieke samenleving, Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en Planbureau voor de Leefomgeving.

Foto boven: Fieldlab Amsterdam Oost (Bron: HvA)

2 reacties op “Gaat gebiedsgericht (echt) werken?”

  1. TIJL DEJONCKHEERE schreef:

    In de wetenschap is reeds lang bekend dat met name kansarmen gericht zijn op de buurt en het lokale en dat kansrijke een veel ruimer speelveld benutten qua netwerk en actieradius dat de buurt ver oversteigt. De kracht van buurtgericht werken ligt m.i. Met name in de focus die het genereert voor het relatief maakbare locale ten faveure van het abstracte en soms ongrijpbare macro niveau.

    Gaat gebiedsgerichtgericht werken een oplossing bieden voor arbeidsmarkt miss matches.. Nee. Het kan wel een oplossing bieden / condities scheppen in de zin van stabiele thuisbasis van waaruit weer perspectief ontwikkeld kan worden naar buiten toe. In een hoog gespecialiseerde arbeidsmarkt ligt het werk nu eenmaal niet om de hoek. Daar ligt m.i. de kracht van gebiedsgericht werken. Oog hebben voor locale belemmeringen die individuen perspectief ontnemen op een arbeidsmarkt die zich ver buiten de eigen woonomgeving manifesteerd. En oog hebben voor locale assets en Unique selling points waarbij de betekenis en netwerken uit het locale circuit gekoppeld worden aan macro economische tendensen waardoor individuen of gesloten netwerken uit hun isolement geraken.

  2. Nico Janssen schreef:

    Als ik dit stuk lees springen mij twee dingen in het oog. Enerzijds het vooral hoogdravende semi-wetenschappelijk bestuurskundig geneuzel; sorry dat ik het zo samenvat, van iets wat feitelijk een instrument is om de overheid / professionals dichter bij de bewoners / buurt te brengen, beter inzicht te krijgen in de problemen van alledag en wat bij bewoners speelt, en ook meer en sneller praktische oplossingen voor deze problemen te realiseren.

    Anderzijds valt mij het gebrek aan besef / kennis van hoe het gebiedsgerichte werken is ontstaan (vanuit welke behoeften), hoe het werkt en wat de plek in het grotere beleidsvormingsproces is. Als direct betrokkene (organisator, moderator, coördinator) van de voorloper van het gebiedsgerichte werken, indertijd door welzijnsorganisatie Combiwel in Amsterdam al rond 2006 bedacht en later (2010) in stadsdeel Oost door D66 verder formeel opgezet en ontwikkeld, met ondergetekende als een van de initiators en architecten, meen ik daar iets beter over te kunnen oordelen dan de schrijver van het artikel.

    Ik snap ook heel veel in het artikel niet, met abstracte zinnen als “wanneer de overheid een balans vindt tussen een meer participerende en meer regulerende taak” (laatste alinea). Wat staat hier nu eigenlijk en wat wordt hier nu bedoeld? Of is dit nu precies die abstracte bestuurskundige – beleidspraat waarmee je boeken kunt vullen maar in de dagelijks praktijk weinig verder komt? Kom to the point, wat bedoel je? Overigens ben ik het met de daarop volgende zin volkomen eens. Maar wie niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *