Logo Ruimtevolk klein
artikelen

21 april 2016 • Sjors de Vries

Stad maken met de logica van de Next Economy

Het creëren van duurzame, productieve en inclusieve steden daagt ruimtelijke professionals uit tot een nieuw bewustzijn over de eigen rol in de planningspraktijk.

Stedelijke planning is in de ban van de toegenomen complexiteit in de samenleving en het leren omgaan met onzekerheden. Terwijl toekomstbeelden en -plannen geschuwd worden, daagt de Next Economy de steden en regio’s tegelijkertijd uit vergezichten te ontwikkelen voor een duurzame, circulaire en inclusieve economie. De vraag manifesteert zich nadrukkelijk of de huidige planningsparadigma’s van participatieve en adaptieve planvorming en een faciliterende overheid volstaan. Dit daagt ook de ruimtelijke professionals uit. Van hen wordt meer gevraagd dan faciliteren en verbinden. 

De grote verschuivingen in economische en maatschappelijke systemen van de afgelopen tijd hebben de mensheid met beide benen op de grond gezet. Nu de vertrouwde logica onder de economie, samenleving en democratie is zoekgeraakt, moeten steden en regio’s hun beeld van de toekomst en hun eigen positie daarin bijstellen. Ze staan voor een uitdagende zoektocht naar nieuwe handelingsperspectieven in een storm van transities en disrupties.

Ook de ontwerp- en planningswereld is in de ban van de complexiteit van de systemen en het leren omgaan met onzekerheden. Dit uit zich in een planningspraktijk die bol staat van procestaal en planningsabstracties: adaptief, faciliteren, flexibel, integraal, organisch, activeren, bottom-up etc. Jargon dat niet alleen door ruimtelijke professionals wordt gebruikt, maar ook is verinnerlijkt door bestuurders, marktpartijen en stadmakers. En dat iedereen daarbij zijn eigen definitie of toepassing hanteert, wordt op de koop toegenomen. Als het maar duidelijk is dat de ruimtelijke ordening zich veel bescheidener dan voorheen opstelt en de maakbaarheidsillusie voorbij is.

De nieuwe planningstaal illustreert ook de heersende opvatting over de rol van de planners en ontwerpers in de stad, namelijk die van verbinder en facilitator van initiatieven uit de samenleving. In de openingsparagraaf van het Manifest2040 van het Jaar van de Ruimte wordt onomwonden gesteld dat het niet meer aan de ‘de professionals in het ruimtelijk domein’ is om geïntegreerde toekomstbeelden te maken, maar dat het startpunt daarvan in beginsel ligt in de samenleving. Dat roept op z’n minst vraagtekens op.

Moeten we in de ruimtelijke ordening de focus van het leren omgaan met onzekerheden niet verleggen naar juist het leren omgaan met de zekere maatschappelijke opgaven?

Het is zonder meer winst dat na een tijdperk van een sterk geïsoleerde en top-down gestuurde ruimtelijke planning ‘de sector’ is opengebroken en de rigide blauwdrukplanning langzaam maar zeker wordt vervangen door interactieve processen en soepelere planvormen. Net als bij ontwerpers en planners dringt bij overheden, instituties en zelfs de markt het besef steeds dieper door dat stad maken niet meer een exclusieve aangelegenheid is van een select aantal partijen, maar een werkwoord en titel die hoort bij een breed scala aan initiatieven en partijen die werken aan de stad. Er is steeds meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving. En er lijkt geen beleid meer te worden gemaakt zonder dat stad en land wordt uitgenodigd erover mee te denken.

ArnhemRijnRUIMTEVOLK2

Arnhem. (Foto: Sjors de Vries / RUIMTEVOLK)

Hoewel het soms nog met kleine stapjes gaat, en de verschillen tussen projecten, steden en regio’s soms erg groot zijn, kan gerust gesproken worden van een fundamentele kanteling in het denken over en werken aan de stad. Maar deze beloftevolle revolutie heeft ook een blind spot. Ze gaat namelijk op merkwaardige wijze gepaard met angst en soms zelfs allergie voor het onderzoeken van de toekomst en langetermijnstrategieën. Toekomstbeelden en -plannen maken is niet salonfähig. Visie is een vies woord. Als er moet worden gedacht en getekend over de toekomst van de stad, dan doet ‘de stad’ dat zelf wel.

De vraag is of steden zich deze houding in het licht van de Next Economy kunnen permitteren. Want ook een ‘riding the waves of the economy’-strategie vraagt om een actieve en onderzoekende opstelling. Klimaatverandering, de opkomst van nieuwe technologie, het verdwijnen van werkgelegenheid, toenemende migratiestromen, het vormgeven van een meer circulaire economie en een dreigende sociaal-economische tweedeling zijn complexe uitdagingen, die niet alleen uitdagen om te leren omgaan met onzekerheden, maar van steden en regio’s juist ook nieuwe antwoorden – toekomstbeelden en strategieën – verlangen.

Bovendien zijn het stuk voor stuk opgaven met een majeure ruimtelijke component. Denk aan het ruimtelijk accommoderen en verbinden van de honderdduizenden installaties voor de energietransitie, het vormgeven van nieuwe lokale en regionale verbindingen voor een circulaire economie, het creëren van ruimtelijke condities voor (investeringen in) innovatie, productie en dus werkgelegenheid of ruimtelijke strategieën voor klimaatbestendige of gezonde stad. De Next Economy komt met een imposante ruimtelijke agenda en veel huis- en pionierswerk voor ontwerpers en planners.

In de programmareeks Next Steps onderzoeken de IABR en RUIMTEVOLK met vooraanstaande ruimtelijke professionals en stadmakers de nieuwe ruimtelijke uitdagingen van steden in het licht van de Next Economy. Daarbij agenderen we nadrukkelijk de vraag of de huidige paradigma’s van decentrale, organische en adaptieve planvorming en de inzet op de participatiesamenleving en faciliterende overheid de steden voldoende perspectieven bieden voor het benutten van de kansen van de Next Economy. Het vertrekpunt van onze verkenning is dat de Next Economy niet alleen veel onzekerheden meebrengt, maar tegelijkertijd juist ook een logica en aanknopingspunten (duurzaam, circulair, innovatief, productief, inclusief, gezond) voor duurzame stedelijke ontwikkeling. We leggen de vraag op tafel of de ruimtelijke ordening de focus van het leren omgaan met onzekerheden niet moet verleggen naar het leren omgaan met de zekere maatschappelijke opgaven die voor liggen. En moet in het verlengde daarvan de ruimtelijke professional naast verbinder en facilitator ook weer de onderzoeker en ontwerper zijn om opgaven en verbindingen te onderzoeken en duiden?

In de eerste aflevering kijk ik samen met onder anderen met Nederlands eerste Watergezant Henk Ovink, de Groningse stadsbouwmeester Jeroen de Willigen, gebiedsregisseur Ivonne de Nood, architect Steven Delva en planoloog Martijn Duineveld recht in de ogen van de huidige ontwerp- en planningsparadigma’s op alle schaalniveaus. Vraagt de Next Economy naast adaptief en faciliterend vermogen, niet ook nieuwe ontwerpkracht, ruimtelijke sturing en programmering en alternatieve praktijken? Hoe vinden we daarbij een goede strategie waarin het omgaan met onzekerheden wordt gecombineerd met de logica en zekerheden van de gewenste economie? Of anders gesteld: wat betekent stad maken met de opgaven en logica van de Next Economy?

 

 


 

Beeldmerk-Next-Steps-banner-2

 

 

Klik hier voor een overzicht van de programmareeks Next Steps

 

 

 

 

Foto boven: collage / Den Haag (Bron: RUIMTEVOLK)

Sjors de Vries

Directeur en adviseur

Sjors heeft RUIMTEVOLK opgericht vanuit de overtuiging dat de mens meer centraal moet staan in ruimtelijke vraagstukken. Zijn kracht is het vertalen van de vooruitstrevende opgaven van de 21e eeuw naar praktische perspectieven. Sjors is een spin in het web van de ruimtelijke ordening en hij organiseert voor opdrachtgevers graag kennis rondom elk mogelijk ruimtelijk vraagstuk. Sjors is van huis uit planoloog en sociaal geograaf.

https://ruimtevolk.nl
  • Marco de Brabander

    Het lastige is dat we in een transitie fase zitten, waarin het neoliberale denkraam van de huidige politiek sterk beperkend en vertragend werkt tav de akties en beleidslijnen die nodig zijn. De klimaat verandering alleen al vraagt om een snelle en grootschalige aanpassing maar wordt tegen gewerkt door de gevestigde belangen. Het huidige laisser fair beleid en de minachting voor termen als visie is precies wat we nu niet kunnen gebruiken!