Logo Ruimtevolk klein
artikelen

13 juni 2016 • Wouter Veldhuis

50m2 is het medicijn

Eenzaamheid is een groot gevaar voor de volksgezondheid. Wanneer overheid en marktpartijen werk willen maken van de gezonde stad, dan is het van belang dat ze investeren in laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken.

Er is een klein altaar gemaakt met waxinelichtjes. Wildvreemden condoleren ons. In onze hoofden tollen alleen maar vragen. Waarom heeft niemand ons, zijn familie, gewaarschuwd toen hij vermist was? Waarom zijn wij niet op de hoogte gesteld dat hij zo ziek was? Hoe is het mogelijk dat niemand zijn dierbaren heeft geïnformeerd toen hij overleed op de gesloten afdeling van de GGZ? Wie vond het onnodig om zijn nabestaanden op de hoogte te stellen van zijn uitvaart?

We staan in de huiskamer van een inloophuis in Lelystad. De plek waar mijn schoonvader, laten wij hem David noemen, regelmatig kwam. In onze zoektocht naar het verhaal over het overlijden van David is dit de eerste plek waar wij zorg en menselijke aandacht ervaren. Hij kwam hier dagelijks, jarenlang. Voor een warme lunch, een goed gesprek, nuttig advies en toegang tot internet. Het inloophuis was de plek die hem behoedde voor de volledige eenzaamheid en uitsluiting van onze maatschappij. Als hij was gevallen tijdens zijn lange wandelingen door Lelystad, werden hier zijn wonden verzorgd. Als zijn schoenen waren versleten kreeg hij hier een nieuw paar. Zo nu en dan was er zelfs geld voor een gezamenlijke uitstap. Afgelopen jaar gingen ze een dagje naar Artis. Dit was de laatste keer dat David heeft genoten van zijn leven. Vlak voordat hij werd opgenomen op de gesloten afdeling van de GGZ in Lelystad.

Decentralisatie

De overheid doet een groeiend beroep op de zelfredzaamheid van burgers. Tegelijkertijd zijn veel verantwoordelijkheden op het gebied van zorgverlening van de rijksoverheid naar de gemeenten overgeheveld. Deze decentralisatie gaat ook gepaard met bezuinigingen, waardoor mensen steeds vaker een beroep moeten doen op hun eigen sociale omgeving voor hulp en ondersteuning. Maar wat als je deze omgeving niet hebt? Wat als je schyzofrenie hebt en daardoor een categorische zorgmijder bent en niet in staat bent om contact te houden met je eigen familie? Mensen als David, en dat zijn er best veel in Nederland, zijn dan volledig aangewezen op een netwerk van informele ontmoetingsplekken, vaak geïnitieerd door charitatieve instellingen en vrijwilligers.

In huiskamers en inloophuizen staan mensen voor elkaar klaar. De bezoekers zijn geen patiënten maar gewaardeerde leden van een gemeenschap. Ze krijgen geen medische hulp maar aandacht. Zo worden ze beschermd tegen een van de grootste gevaren voor de volksgezondheid: eenzaamheid. Als je nog nooit in zo’n huiskamer bent geweest kan je je niet voorstellen wat het kan betekenen voor een mensenleven.

Toen wij begonnen met het onderzoek van het IABR-atelier Utrecht Gezonde Stad ontdekten wij al snel het belang van informele netwerken en ontmoetingsplekken. In Utrecht heb je organisaties zoals Utrecht Centraal, Al Amal en Ladyfit die cruciaal werk doen in de zwakkere wijken. En de stad heeft ook een lange traditie met charitatieve instellingen en diakonessen die al sinds de middeleeuwen klaar staan voor mensen die hulp nodig hebben. Maar de werkelijke impact van deze organisaties snapte ik pas toen wij ons in die huiskamer in Lelystad omringd wisten met mensen die mijn schoonvader meer liefde en aandacht hebben kunnen geven dan wijzelf.

Van mens naar patiënt

Nadat wij de condoleances in ontvangst hebben genomen schuiven wij aan bij het bureau van de directrice van het inloophuis in Lelystad. Met tientallen vrijwilligers weet zij dit huis draaiend te houden. Ze zorgt ervoor dat wij een kop huisgemaakte soep krijgen. Het is immers lunchtijd, het belangrijkste sociale moment van de dag. Ook zij wist aanvankelijk niets van het overlijden van David. Als ze het had geweten had ze zeker contact met ons opgenomen. De laatste keer dat hij langskwam was vlak voordat hij werd overgeleverd aan de zorgverleners van de GGZ. Ze zegt: “Vier maanden geleden hebben ze hem uit zijn sociale omgeving losgetrokken. Vanaf dat moment had hij geen bewegingsvrijheid meer. Daarmee werd zijn eerste levensbehoefte afgepakt.”

Wij proberen het ons voor te stellen. Er is een intake bij de GGZ en niemand komt op de gedachte om ons, zijn familie, te informeren. De diagnose is schizofrenie en de artsen hebben geen enkele behoefte om dit nader te duiden via gesprekken met zijn kinderen of de mensen van het inloophuis, die jarenlang lief en leed met elkaar hebben gedeeld. Hij krijgt een behandelplan en men ziet geen reden om vrienden of bekenden daarbij te betrekken. De mens David, met zijn sociale context, is een patiënt geworden. Zijn enige context is zijn dossier. Drie maanden later is hij overleden, 65 jaar oud. De GGZ draagt het lichaam over aan de gemeente die het dossier voortvarend overneemt. Een paar dagen later is hij in alle eenzaamheid gecremeerd. Dossier gesloten.

01_Blog Ruimtevolk_IABR2016

IABR-Atelier De Gezonde Stad Utrecht (Foto: Lotte Stekelenburg)

Van cure naar care

De geneeskunde is in Nederland van zeer hoog niveau, maar niet alles valt te genezen. Wetenschappers als Machteld Huber hebben aangetoond dat de grootste winst gehaald kan worden als mensen ondanks hun gebreken toch een zinvol bestaan kunnen leiden. De beste preventie is het voorkomen van eenzaamheid, ervoor zorgen dat mensen het gevoel hebben dat ze meetellen. Ongeacht of ze nu een ziekte hebben, of een gebrek, of opgesloten zitten in een maatschappelijke achterstandssituatie.

Het wordt hoog tijd dat grote beleggers gezondheidsbewust investeren en projecten gaan realiseren die bijdragen aan een gezondere stad.

De wetgever speelt hierop in met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waarbij veel ‘preventieve’ zorgtaken bij de gemeenten zijn neergelegd, omdat die dichter bij de burger staat. De middelen zijn echter beperkt. En veel nuttig werk wordt verricht binnen verschillende informele netwerken en ideële instellingen, vaak buiten het gezichtsveld van de professionele zorgverleners én stadmakers. Zo kan het dus gebeuren dat in een stad als Utrecht, waar gezonde stadsontwikkeling een bestuurlijk speerpunt is, de ruimte voor informele ontmoetingsplekken in rap tempo afneemt. Immers, in een succesvolle stad met zeer hoge vastgoedprijzen, is de druk op de ruimte groot. Dan gaat niemand ruimte cadeau doen aan organisaties die geen fatsoenlijke marktconforme huur kunnen betalen.

Circulaire economie

De zorgeconomie is een van de grootste economieën van Nederland. Een belangrijk deel van de geldstromen in deze economie loopt via de zorgverzekeraars. Om de zorgkosten te dekken wordt het kapitaal belegd met een zo hoog mogelijk rendement. Achmea, met een marktaandeel van 32%, heeft bijvoorbeeld een premie-omzet van 20 miljard euro. De gelieerde vastgoedbelegger Syntrus Achmea heeft dus veel kapitaal beschikbaar om te investeren in vastgoed. Het is op dit moment een van de grotere beleggers in Nederland. Ook in Utrecht hebben ze verschillende posities. Op dit moment zijn ze als belegger actief in de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone, een van de belangrijkste verdichtingslocaties van de stad.

Vastgoed in Utrecht is een solide investering, mede omdat de stad bovengemiddeld vitaal en gezond is. Maar dragen de investeringen eigenlijk wel bij aan een gezondere stad? Wordt er verder gekeken dan het financiële rendement alleen? Het zou goed zijn als grote beleggers zoals Syntrus Achmea bij de opbouw van hun portefeuille in hun afweging meenemen dat het beschikbare kapitaal grotendeels voortkomt uit de gezondsheidseconomie en als belegging dus ook iets bij kan dragen aan een gezondere stad. Het wordt hoog tijd dat grote beleggers gezondheidsbewust investeren en projecten gaan realiseren die bijdragen aan een gezondere stad. Denk daarbij niet alleen aan gymtoestellen in de openbare ruimte of meer ruimte om fietsen te stallen. Investeer ook in goedkope, onrendabele, ruimten. Plekken voor inloophuizen, huiskamers en ontmoeting. 50m2 is vaak al genoeg om mensen die de eenzaamheid bestrijden een plek te geven. Op de investeringen van een bouwproject in Utrecht is een onrendabele 50m2 klein bier. Voor de gezondheid van de stad is het een krachtig medicijn.

Zonder verwijsbriefje

En mijn schoonvader? Wij weten nog steeds niet waaraan hij is overleden. De behandelende artsen vallen terug op hun beroepsgeheim. Het beroepsgeheim verhinderde hun ook om de familie te informeren toen hij werd opgenomen op de gesloten afdeling. En na het overlijden voelden zij zich niet verantwoordelijk om de familie te informeren. Of dit terecht is of niet doet nu even niet ter zaken. Wel is het belangrijk om te constateren dat de gezondheidszorg in Nederland van zeer hoog niveau is, maar vaak te professioneel is om nog oog te hebben voor de mens en de sociale context achter de patient. We hebben dus heel veel plekken in de stad nodig waar betrokken mensen de ruimte krijgen om ons te behoeden voor eenzaamheid. Een open haven waar iedereen altijd kan aanleggen als er problemen zijn, ongeacht je indicatie en zonder verwijsbriefje.

 

Foto boven: Als een leeuw in een kooi – Mats van Driessche (CC BY 2.0)

Wouter Veldhuis

Stedenbouwkundige

Wouter Veldhuis is architect, stedenbouwkundige en directeur bij MUST stedebouw BV, een stedenbouwkundig bureau gespecialiseerd in stedelijke transformatie, inrichting van de openbare ruimte, inpassing van infrastructuur, stad en water, regionaal ontwerp/onderzoek en cartografie. Wouter publiceerde onder andere in de Atlas van de Wederopbouw (Anita Blom, 2013), publiceerde samen met Ivan Nio en Arnold Reijndorp de Atlas van de Westelijke Tuinsteden (2008), de Limes Atlas (met Bernard Colenbrander, 2005) en Euroscapes (2003). Daarnaast is hij kernlid van het Stad-Forum Amsterdam, een adviesorgaan van de gemeente Amsterdam. Als coördinator is Wouter verantwoordelijk voor het stedenbouwonderwijs aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst.

http://www.must.nl
  • MartinvanderMaas

    “Te professioneel om nog oog te hebben voor de mens.” Klinkt absurd bijna, maar je raakt hiermee een belangrijke hedendaagse snaar, eveneens relevant bij andere domeinen dan de zorg. Misschien ook wel de stedenbouw 😉

    Over stedenbouw gesproken: fijnmazige, diverse stedelijke gebieden zoals Utrecht worden zo duur omdat ze zo populair zijn, onder oudere én jongere alleenstaanden. Ook jongeren hebben, om gezond te blijven, interactie nodig. En die vinden ze vooral in de stad. Ik verwijs graag naar mijn eerdere blog op Ruimtevolk hierover: ‘Groeiend aantal alleenstaanden in de stad vraagt andere woonomgevingen.’
    Ja, ik onderschrijf je mooie pleidooi. Maar misschien kunnen stedenbouwkundigen hierin potentieel wel meer bereiken dan Achmea. Werk aan de winkel!