Logo Ruimtevolk klein

De roep om een regisserende overheid

Een faciliterende overheid is geen overheid. Steden en regio's hebben in toenemende mate behoefte aan een ambitieuze en ondernemende overheid die de lijnen van het nieuwe speelveld uitzet.

De overheid moet zichzelf opnieuw uitvinden en veel dominanter worden in de ruimtelijke ordening. Het is de wat verrassende conclusie na vijf edities van onze talkshow Next Steps op de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR). Er wordt met name gekeken naar de Rijksoverheid. Maar die lijkt in het huidige politieke klimaat en neoliberale sturingsparadigma nauwelijks stelling te durven nemen en een helder kader voor duurzame groei te scheppen. Toch zijn de verwachtingen voor aankomende Nationale OmgevingsVisie (NOVI) hooggespannen.

“Het Rijk heeft zich voor een belangrijk deel teruggetrokken uit de ruimtelijke ordening en de verantwoordelijkheid bij gemeenten en provincies gelegd. (…) En dat is ongewenst. We missen een inspirerend verhaal op een hoger schaalniveau, dat ons en onze acties verbindt.” Zinnen die uit de mond van een gepensioneerde VROM-planoloog hadden komen. Zo één die met weemoed terugdenkt aan de vele invloedrijke nota’s ruimtelijke ordening.

Niets is minder waar. De zinsneden komen uit de recente publicatie Ruimte Maken voor het Nationaal Geluk. Afzender: NEPROM, de belangenvereniging voor Nederlandse projectontwikkelaars. Precies de groep die vaak verantwoordelijk gehouden wordt voor de toenemende ‘verrommeling’ van Nederland, omdat de marktlogica ging voor een integrale maatschappelijke afweging. Landschapsarchitect Adriaan Geuze maakte zich er tijdens zijn optreden in Zomergasten vorige zomer vreselijk kwaad over.

Steden en regio’s zijn niet zozeer gebaat bij minder regels en kaders (het adagium van de Omgevingswet), maar vernieuwde wetgeving en sturingsmechanismen

De oplossing? De overheid moet weer regie nemen en de nieuwe lijnen van een sterk veranderd speelveld uitzetten. Het was ook een rode draad tijdens onze talkshow-serie Next Steps op de IABR. Of het nu gaat om de energietransitie, gezonde wijken of een inclusieve stad, een afwachtende overheid volstaat niet meer. Watergezant Henk Ovink formuleerde het kraakhelder tijdens de aftrap van de talkshowserie: “Faciliteren is het failliet van de overheid.”

Het is een ander en aanzwellend geluid in het debat over de ruimtelijke ordening. Dat was de afgelopen jaren een planologisch lingo waarbij vooral de beperkte overheidsrol werd benadrukt. Denk aan termen als: faciliterende overheid, spontane ontwikkeling, organische groei, toelatings- en uitnodigingsplanologie, adaptief beleid en participatieve planvorming. Zie ook de eerdere bijdrage van Sjors de Vries. Den Haag organiseerde verantwoordelijkheden over het ruimtelijk domein langzaam maar zeker van zich af. Maar onder invloed van maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt de roep om een sterke en visionaire overheid steeds luider.

Screen Shot 2016-06-29 at 12.15.24

Next Steps #4 De Gezonde Stad (Foto: Fred Ernst)

Regie en Investeringen

Eigenlijk waren alle gasten in onze Next Steps serie het er wel over eens. Steden en regio’s zijn niet zozeer gebaat bij minder regels en kaders (het adagium van de Omgevingswet), maar vernieuwde wetgeving en andere sturingsmechanismen. Met het alleen het creëren van meer ruimte voor initiatieven van de markt of samenleving, een andere pijler onder de Omgevingswet, gaan we de kansen die de Next Economy biedt om steden schoner, inclusiever en productiever te maken niet pakken. Sterker nog, een faciliterende overheid in combinatie met het neoliberale sturingsparadigma gaat er waarschijnlijk voor zorgen dat we juist het tegendeel gaan bewerkstelligen.

Dat leidt tot een survival of the fittest; een kapitalisme dat onze steden eerder opeet dan verrijkt. Oliver Wainwright schetste tijdens zijn Next Talk een dystopisch beeld van Londen, waar marktkrachten zijn losgelaten, met als gevolg onbetaalbare huizen en een totaal gebrek aan integrale planologische afweging. “Versterk het planningsysteem”, luidde zijn hartenkreet om de uitverkoop van Londen tegen te gaan. Of zoals Judith Lekkerkerker (RUIMTEVOLK) de waarschuwing van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de Omgevingswet samenvatte: De inrichting van onze ruimte is geen ‘pretpong’.

Screen Shot 2016-06-29 at 12.14.26

Next Steps #4 De Gezonde Stad (Foto: Fred Ernst)

Steden hebben behoefte aan een slimme en strategische overheid die vanuit scherp gedefinieerde doelen en een breed instrumentarium zichzelf, de markt, maatschappelijke organisaties en bewoners handelingsperspectieven geeft. Willen we dat naast de stadsbewoners ook bedrijven gaan investeren in een CO2-neutrale stad, of een stad waarin voldoende huisvesting en werkgelegenheid beschikbaar is voor alle bevolkingsgroepen, dan zal de overheid ervoor moeten zorgen dat die investeringen renderen en dus beloond worden.

Aanjagen

Isabelle Vries van het Havenbedrijf Rotterdam was er tijdens Next Steps #3 helder over: om de transitie naar duurzame energie te maken hebben de bedrijven in de Rotterdamse haven een overheid nodig die CO2-uitstoot scherp en eenduidig beprijst en een gelijk speelveld creeert. Dirk Sijmons opperde: “Laten we gaan kijken wat er gaat gebeuren als we de BTW veranderen in BTK: Belasting op de Toegevoegde Koolstof. Bij ieder stapje in een productieproces moet dan afgewogen worden hoeveel CO2 er gebruikt wordt.”

De roep om een regisserende overheid kwam naar voren tijdens Next Steps #4 over de Gezonde Stad. De relatie tussen wijk, gezondheid en levensverwachting is opvallend groot. Het is evident dat de gezonde stad vraagt om strategieën voor de meest ongezonde wijken. De overheid moet zich meer als ‘choreograaf’ gaan gedragen, waarbij lokale initiatieven en kleine (buurt)zorgaanbieders een kans krijgen. Bijvoorbeeld om ontmoetingsruimten in de wijk te creëren, zoals Wouter Veldhuis in een aangrijpend blog recent betoogde.

Maarten Hajer, hoofdcurator van de IABR, gaat nog een stapje verder. De overheid is niet alleen kaderstellend, maar moet ook investeren en innovatie aanjagen om de grote uitdagingen van deze tijd te lijf de gaan. Een variant op de De Entrepreneurial State van de bekende econome Marianna Mazzucato. Een soort Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT), maar dan niet vooral bedoeld om snelwegen aan te leggen, maar om de kansen die een groene en inclusieve economie biedt te kunnen te kunnen benutten.

Waar blijft het Rijk?

Een sterkere rol voor de overheid dus. In het Huis van Thorbecke lijkt er op lokaal niveau voorzichtig sprake van een nieuw elan. Deels gedwongen door decentralisaties, maar ook door groei en de trek naar de stad. Steeds meer bestuurders in steden en (plattelands)regio’s tonen lef en ambitie. Er worden nieuwe verbindingen gelegd tussen partijen en schalen. Onder IBA Parkstad in Limburg experimenteren overheden met alternatieve oplossingen en een nieuwe manier van sturing. In Groningen werken overheden samen aan een strategie voor de energietransitie. De Gemeente Utrecht neemt bijvoorbeeld op eigen initiatief vergaande maatregelen om vervuilende auto’s te weren.

Vooralsnog lijkt bij de Rijksoverheid zo’n ambitie te ontbreken. In de StructuurVisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uit 2012 waren de scherpe randjes er grotendeels afgevijld en ontbraken de moeilijke keuzes. Vorig jaar vond het Jaar van de Ruimte plaats, waarin werd nagedacht over de opvolger van de SVIR, de Nationale OmgevingsVisie (NOVI). Dit resulteerde onder meer in een manifest waarin een aantal scherpe keuzes werden voorgesteld, zoals een meer lokale belastinggrondslag en een moratorium op de bebouwing van openbare ruimte.

‘Nederland maken we samen’, is het motto van het Jaar van de Ruimte en haar opvolger de Werkplaats NOVI. Dat is natuurlijk zeer terecht. Beleid maak je niet in een toren in Den Haag, maar in dialoog met de maatschappij. Met nieuwe prakijken van de IABR, in onze blogs en kennisprogramma’s en in de proeftuin die is uitgezet tijdens het Jaar van de Ruimte.

De IABR-tentoonstelling 2050: An Energetic Odyssey  laat zien wat er nodig is om het 2-graden doel − zoals recent vastgelegd op de klimaatconferentie in Parijs − te halen. Half werk volstaat niet. Een Entrepreneurial State is noodzakelijk Er ligt een verbeelding om maar liefst 25.000 windmolens op de Noordzee verschijnen. Dit biedt geweldige perspectieven, maar vereist enorme investeringen van de betrokken overheden en vasthoudendheid. Geen tijd te verliezen: ruimtelijke ordening moet weer inspireren en lijnen uitzetten.

Tijdens het slotdebat van de IABR op zondag 3 juli (Next Steps #6) gaan we van 14:00 tot 15:30 met onder anderen Kim Putters (SCP), Hans Tijl (Ministerie van Infrastructuur en Milieu), Indira van ’t Klooster (Architectuur Lokaal) en Joachim Declerck (Architecture Workroom) verder in gesprek over dit onderwerp.

Foto boven: Nordic City – IABR Projectatelier Groningen. Bron / copyright: Van Paridon x De Groot / IABR. 

Peter Pelzer

Onderzoeker Universiteit Utrecht

Peter werkt als onderzoeker en docent aan de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht.

Sjors de Vries

Directeur en adviseur

Sjors heeft RUIMTEVOLK opgericht vanuit de overtuiging dat de mens meer centraal moet staan in ruimtelijke vraagstukken. Zijn kracht is het vertalen van de vooruitstrevende opgaven van de 21e eeuw naar praktische perspectieven waarmee RUIMTEVOLK steden en regio’s ondersteunt. Met zijn jarenlange ervaring in het adviseren van overheden op verschillende schaalniveaus, weet hij als geen ander de agenda’s van overheden, instituties, marktpartijen, ondernemers en burgers bij elkaar te brengen. Daarnaast heeft hij ruime ervaring met projectmanagement, het modereren en organiseren van bijeenkomsten en het opzetten en coördineren van kennisprogramma’s rondom de opgaven van nu en de toekomst. Sjors is een spin in het web in de ruimtelijke ordening en voor onze opdrachtgevers organiseert hij graag samen met veelzijdige RUIMTEVOLK-netwerk kennis rondom elk mogelijk ruimtelijk vraagstuk. Sjors is van huis uit planoloog en sociaal geograaf.

https://ruimtevolk.nl
  • Christian Curré

    Een sterkere rol voor de overheid, dat is één van de belangrijkste uitkomsten van deze bijeenkomsten. Ik vind het een schitterende en zeer stimulerende insteek voor een verder actieprogramma. Heel opvallend vind ik dat men in eerste instantie kijkt naar de rijksoverheid maar tegelijkertijd constateert dat het zwaartepunt verschoven is naar de lagere overheden, ‘waar men redelijk zelfbewust acteert en pioniert’ (vrije interpretatie).
    Zelf ben ik absoluut niet verbaasd. We hebben er wat op los geknutseld in al onze proeftuinen! En dat was ook zeker nuttig, begrijp me goed, ik ben daar in het geheel niet cynisch over. Eerder eerbiedig over zoveel doorzettingsvermogen.
    We hebben nu in de laatste tijd steeds de verschillende mogelijke rollen van de overheid beschreven en afgewogen; regisserend, participerend, faciliterend, … Zonder al te veel mijn hobbyhorse te willen bestijgen vraag ik me toch ook nu weer af wat er toch met ons planningsgeheugen aan de hand is. Natuurlijk zijn er nieuwe en vooral jonge professionals aan het veld toegevoegd, maar die zijn wel degelijk opgeleid door de generatie daarvoor. Er zijn wat nieuwe inzichten en benaderingen toegevoegd, maar het overkoepelende regime is niet wezenlijk veranderd. OK, de keiharde planning is vanuit toelating getransformeerd naar ontwikkeling en luisteren en samenwerken. Maar uiteindelijk is het als puntje bij paaltje komt toch de overheid die altijd nog het laatste groene licht moet geven. Of in ieder geval is het heel moeilijk (zie mijn reactie op het vorige stuk op deze site over democratische planning…) om een andere visie er daadwerkelijk door te krijgen.
    Toch moet de zege van boven komen, zo blijkt. Zelfs de ontwikkelaars wijzen nu naar de overheid in de queeste naar nieuw elan. Nogmaals, zo raar lijkt me dat niet: de structuurvisies en bestemmingsplannen, ook in nieuwe gedaante, komen nog steeds van ambtelijke en bestuurlijke tafels. Dat voelen marktpartijen ook heel goed aan. Je kunt eindeloos polderen vanuit ontwikkelingsplanologisch perspectief, maar alle ‘laatste delen’ van het besluitvormingsproces zijn nog steeds hetzelfde als dertig jaar geleden.
    Van NOA en NOVI wordt veel verwacht. Iedereen hoopt dat de minister een duidelijke visie en een bijpassend instrumentarium op tafel gaat leggen dat daadwerkelijke en duurzame opgaven agendeert, verbindt en ‘bekrachtigd’. Maar datzelfde ministerie is via smederijen de boer op gegaan om juist de kennis vanuit het veld op te zuigen en samen te voegen. Dat doet het ergste vrezen.
    Terwijl het toch tamelijk simpel is. De Nationale Omgevingsvisie zou een helder programma van wenselijkheden moeten projecteren op de kaart van Nederland in vrij prikkelende zin. Alle proeftuin-postzegels nu als velletje; blijkbaar willen we toch dat de rijksoverheid het voortouw neemt als ‘Nationaal Geweten van de Ruimte’. Dat lijkt me ook wenselijk, democratisch en geruststellend. We mogen er immers van uitgaan dat de imaginaire verzuchting in het bovenstaande artikel van ‘een oud-VROM’mer’ zich niet al te ver loszong van de werkelijkheid: je moet visionair durven zijn als overheid, met daar achteraan een rits van innovatieve aanpassingsmechanismen – en die toolbox hebben en beheersen we al tot in de finesse.
    Voorzet? Vanaf nu heb je de Circulaire City (dubbele betekenis: duurzaam en cirkels van bebouwing vanuit centra), VolksNatuur (recreatiegebieden daar waar nodig, dichtbij de mensen), TransitieZones (verkeer, doorvoer, linten van mobiliteit; deze moeten functioneel worden ingepast en mogen niet verrommeld zijn maar juist meerdimensionaal) en RuimteRijken (alles wat nu nationaal landschap of nationaal park of beschermd of afgesloten gebied is vanuit de functiewaaier). Daarbinnen heb je SmartPoints (de ports, de clusters, de agglomeraties, nieuwe hubs; deze zijn dynamisch van vorm en inhoud), OntwikkelStraten (waar programmatisch en gestapeld aan vernieuwing en upgrading wordt gewerkt vanuit alle opgedane kennis, deze straten projecteren zich over de eerder benoemde hoofdgebieden heen) en KnelKnopen (daar waar we echt nog niet weten wat me moeten, opgang naar de volgende visie; zowel inhoudelijk als procesmatig).
    Zo. Hierin kan iedereen zijn weg en rol vinden en hebben we alle ruimtelijke opgaven en realiteiten bij de kraag gevat. Alle financieringsconstructies zijn hiervoor geëigend of op af te stemmen, je neemt heel veel regeldruk en dubbel werk weg, de overheid toont zich weer visionair, er is ruimte voor wrijving om tot innovatie te komen, veranderende praktijken van handelen zijn dringend gevraagd en worden gewaardeerd en serieus genomen en we hoeven de komende jaren niet *weer* opnieuw te gaan zoeken naar nieuwe terminologie want dat heb ik hier vast gedaan! 🙂
    Kunnen we alle planbureau’s, rijksadviseurs, experts, denktanks, ontwikkel- en experimenteerlabs en betrokken instituten en hoogleraren samenvoegen in één superorganisatie waar ze via Big Data de beste oplossingen verzinnen voor onze postzegelproblematiek om die vervolgens duur te verkopen aan de rest van de wereld volgens typisch Nederlandse traditie: Reglementair Regionalisme/Democratisch Doen/Visionair Vernieuwen. Naam van dat superinstituut? NOUNOU natuurlijk. Nationaal Ontwikkelings- en Uitvoeringsprogramma Namens Overheid en Uitvoerders. Dat was toch niet zo moeilijk?

  • Vincent Thunnissen

    Hartstikke helder stuk. Ja natuurlijk, rijk (verbindend, inspirerend, borgend), provincie en gemeente hebben alle 3 een rol te kiezen in planologie. Toch ben je er niet met die rol. Je moet hem ook goed invullen.

    Het verdriet van Adriaan Geuze in Zomergasten 2015 ging niet over verrommeling door ontwikkelaars. Misschien was er ook – of zelf vooral – sprake van een beroerde rolinvulling door overheidsplanologen en -beleidsmensen. Waar we toen, rond 2000, last van hadden was meer een losgezongen, onzorgvuldig en van realiteit losgezongen debat & beleid. Iets met kinderlijke toekomstdromen en bomen tot voorbij de hemel.

    Kies een rol. Noem hem voor mijn part ‘regie’. Wees dan precies in wat jíj bedoelt met regie. En vervul die rol met verve.

    https://vincentthunnissen.wordpress.com/vrijer-denken-over-ruimte/her-verdriet-van-adriaan-geuze/