Logo Ruimtevolk klein

blogs

20 december 2016 • Fleur Malschaert en Peter Pelzer

‘Slimme’ participatie begint bij de gemeente

Technologische ontwikkelingen scheppen grote verwachtingen over ‘slimme participatie’, waarbij burgers met behulp van ICT kunnen beslissen over hun leefomgeving. Maar voor écht andere vormen van participatie is ook institutionele verandering nodig.

Sinds 2010 proberen bewoners van de Indische Buurt in Amsterdam via het initiatief Budgetmonitoring meer inzicht en inspraak te krijgen op de verdeling van middelen in hun buurt. Dit doen zij met behulp van de Buurtbegroting, een webplatform dat inzicht geeft in de budgetverdeling van Amsterdamse wijken. Met behulp van dit platform kunnen bewoners gezamenlijk zelf een nieuwe buurtbegroting maken voor hun buurt (zie ook deze studie van DRIFT).

Technisch werkt het platform prima, maar Budgetmonitoring gaat echter verder dan deze technologie. Het vereist een andere manier van werken waarbij burgers samen met de gemeentelijke bestuurders de indeling van budgetten bepalen. In de Indische Buurt stuitte deze manier van werken op weerstand. Het initiatief past niet binnen de bestaande processen, waar bewoners geen directe invloed kunnen uitoefenen op de budgetverdelingen. Het initiatief kreeg dus te weinig politieke support om de begrotingsprocessen daadwerkelijk te veranderen. Ook de kosten en benodigde inzet zorgden voor weerstand.

Zo werd Budgetmonitoring gedwongen een andere vorm aan te nemen. Het initiatief richt zich nu op het aanstippen van thema’s die volgens bewoners meer aandacht verdienen. Deze vorm laat minder beslissingsrecht aan de burger over in vergelijking met het originele initiatief, maar kwam wél van de grond.

Overleg over de besteding van middelen in de buurt (Foto: Brieuc-Yves (Mellouki) Cadat)

Participatieplatforms

Dit voorbeeld illustreert de kernbevinding van de masterscriptie van Fleur Malschaert: voor slimme participatie zijn instituties – normen, gewoontes, regelgeving  –  minstens zo belangrijk als de technologie. De studie vergeleek drie participatieplatforms met elkaar: Budgetmonitoring, Verbeterdebuurt en BUURbook. Alle drie de platforms zijn onderdeel van wat tegenwoordig smart governance wordt genoemd; de participatiedimensie van de smart city.

Binnen de smart city-benadering is een centraal idee dat ontwikkelingen in de ICT de toekomst van het leven in de stad zullen verbeteren. Ze zullen een antwoord vormen op grootstedelijke uitdagingen over bijvoorbeeld leefbaarheid, mobiliteit, veiligheid en duurzaamheid. De aanwezigheid van ICT het maakt het voor bewoners makkelijker om kennis en informatie te vergaren en het verbindt bewoners met elkaar op andere manieren.

Toch zijn er in de praktijk enkele grote uitdagingen rondom slimme participatie. Succesvolle implementatie vereist dat het initiatief aansluit bij de bestaande regelgeving, routines, normen en gewoontes. Uit het onderzoek naar de drie platforms blijkt dat slimme participatie-initiatieven vaak niet aansluiten bij deze bestaande instituties. Dit heeft vooral te maken met de aard van participatie en veel minder met de de eigenschappen van de technologie.

Door apps kunnen met Verbeterdebuurt klachten over de buurt direct gemeld worden (Foto: Stijn van Balen)

Verbeterdebuurt en Budgetmonitoring

De drie platforms sluiten heel verschillend aan bij bestaande instituties. Deze verschillen zijn het grootst tussen de initiatieven van Budgetmonitoring en Verbeterdebuurt, die respectievelijk de meeste en de minste beslissingsmacht aan de burger geven.

Verbeterdebuurt is een platform waarop burgers zowel klachten als verbetersuggesties over de publieke ruimte kunnen melden. Dit initiatief, geïnspireerd op het Engelse Fix My Street, is behoorlijk succesvol en is inmiddels bij meer dan driehonderd gemeenten aangesloten. Een van de succesfactoren voor dit initiatief is dat de werkwijze van de gemeente weinig verandert. Dit geldt met name voor de klachten en minder voor het indienen van ideeën. “De uitvoering van de meldingen is niet veranderd, een klacht blijft een klacht, een melding blijft een melding. Dat is bij beide systemen. (…) Alleen het melden zelf, het klantencontact, dat is veranderd”, aldus een geïnterviewde.

Budgetmonitoring, zoals de eerdergenoemde Buurtbegroting uit de Indische buurt, vraagt juist wel een fundamenteel andere manier van werken. Een betrokkene van Budgetmonitoring merkt op: “De gemeente werkt niet volgens de buurtbegroting of budgetmonitoring. (…) Als je het anders wilt gaan inrichten, moet je beginnen bij de gemeenteraad. Maar dat is een ingewikkelde zaak. Hoe hervorm je bestaande bureaucratische procedures tot dit nieuwe chaotische mechanisme van burgerparticipatie?”

Het is een treffend citaat. Budgetmonitoring gaat over een veel radicalere vorm van participatie dan Verbeterdebuurt. Bij Budgetmonitoring komen bewoners aan de knoppen te zitten en worden beslisprocessen transparant. Dat vereist een andere manier van werken voor overheden waarbij zij een deel van hun beslissingsbevoegdheid moeten delen met bewoners die eerder nauwelijks een rol bekleedden. Dat leidt tot een veel moeizamere implementatie.

Institutionele vernieuwing

Technologie is op zichzelf geen garantie is voor slimme participatie; er is ook institutionele vernieuwing nodig. Albert Meijer en collega’s geven in een recent artikel in Bestuurskunde mooi aan dat er een belangrijk verschil is tussen de burger als ‘databron’ en de burger als ‘participant’. De eerste is vooral een handige levende sensor om informatie te verzamelen (de klachten in Verbeterdebuurt), de tweede een buurtbewoner die echt meebeslist (Budgetmonitoring).

De analyse van de verschillende ‘slimme’ platforms laat zien dat om de burger een rol als participant te geven er institutionele vernieuwing nodig is. Het gaat erbij niet alleen om wet- en regelgeving, maar ook om normen en waarden, de houding van betrokkenen. Dit is een belangrijk inzicht voor de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in 2018 geïntroduceerd zal worden. Hierin wordt zowel een belangrijke rol voor de burger gezien als ook voor digitale ondersteuning. Slimme participatie dus. Om dit voor elkaar te krijgen is het van belang dat lokale overheden participatie niet alleen met de mond belijden, maar ook actief proberen verandering teweeg te brengen.

Foto boven: David van der Mark (CC BY-SA)

Fleur Malschaert


Fleur Malschaert is een innovatiewetenschapper met een interesse in nieuwe vormen van participatie, technologie en duurzaamheid. In 2016 studeerde zij af aan de Universiteit Utrecht met een masterscriptie waarin zij verschillende participatieplatforms in Nederland vergeleek.

Peter Pelzer

Onderzoeker
Redacteur
Programma Economie & Innovatie
Programma Energie & Ruimte

Peter werkt als onderzoeker en docent aan de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht.