Logo Ruimtevolk klein
artikelen

17 januari 2017 • Daphne Koenders

Vervagende grenzen tussen stad en platteland

Tijdens het symposium 'De wedergeboorte van de stad; de triomf van het dorp' maakten sprekers en deelnemers tegenstellingen als stad en platteland, overheid en burgerinitiatief, krimp en groei ondergeschikt aan de verkenning van een nieuwe realiteit en samenwerkingen.

Stad en dorp staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. In de ogen van dorpsmensen hebben stadsmensen een ‘stadse mentaliteit’ en geen idee van hoe het er op het platteland aan toe gaat. Aan de andere kant zouden stadsmensen een achterhaald beeld hebben van de ondernemende en innovatieve ‘dorpse mentaliteit’. En de ontwikkelingen in steden en dorpen verschillen uiteraard van elkaar als dag en nacht. Steden zouden alleen maar groei kennen en dorpen voornamelijk krimp. Deze en andere clichés en mythes werden op overtuigende en inspirerende wijze ontkracht tijdens het symposium De wedergeboorte van de stad; de triomf van het dorp op 9 december in Amersfoort.

Sjors de Vries (RUIMTEVOLK) en Frank Strolenberg (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) openden de dag met hun eigen ervaringen in dorpen en steden. Volgens de Vries is er sprake van een misleidende dichotomie tussen stad en platteland, groei en krimp en innovatie en stilstand. “Steden en dorpen bezitten elk een eigen unieke combinatie van kwaliteiten. Wie goed kijkt, het verleden bestudeert en ontwikkelingen vanuit verschillende perspectieven tegen het licht houdt, ziet dat net als de steden ook de Nederlandse plattelandsregio’s barsten van de potentie.” Hij pleit voor meer besef van en waardering voor het bijzondere Nederlandse landschap met honderden kleine dorpen en tientallen middelgrote steden. “Een uniek ecosysteem voor maatschappelijke en economische innovatie” vindt ook Frank Strolenberg. Hij benadrukt de rol van erfgoed als verbindende factor: “De kracht van erfgoed is dat het een gedeelde waarde vertegenwoordigt die betekenis heeft en geeft aan initiatieven. Mensen herkennen dat en gebruiken bijvoorbeeld een oude school of kerk om daar dingen in te ontwikkelen.”

Dorp als broedplaats

Een ander vooroordeel dat die dag ontmanteld wordt, is dat steden een broedplaats van innovatie zijn en dat het platteland daarbij achterblijft. Bijna de helft (47 procent) van de Nederlandse start-ups is gevestigd op het platteland, vertelt de Groningse hoogleraar Plattelandsontwikkeling Dirk Strijker. “Juist de lagere vastgoedprijzen en ruimte van het platteland trekken innovatieve ondernemingen aan. ‘t Is een broedplaats en dat zal het altijd blijven.”

Bovendien blijkt de werkloosheid in dorpen veel lager te zijn dan in de stad. De werkgelegenheid op het platteland zit tegen alle verwachtingen in niet per se in de agrarische sector. Dat is slechts een klein deel. Groter zijn de bouw, het toerisme en in het bijzonder noemt Strijker de nevenactiviteiten. Bedrijfjes die mensen op het platteland aan huis hebben, denk aan een hondentrimsalon of coachingspraktijk. “In economische termen is het niet wat en wordt het ook niet wat, zoals wij op z’n Gronings zeggen. Maar mensen worden er wel gelukkig van.” Hij benadrukt dat stad en platteland in essentie één systeem vormen. “In feite is Nederland één grote stad en vanaf bijna elk plekje op ons platteland is er een stad binnen een half uur bereikbaar.”

Frank Strolenberg (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) trapt de bijeenkomst af. (Foto: Pim Geerts)

Dat stad en platteland niet zonder elkaar kunnen, onderschrijft Hans Tijl, directeur Ruimtelijke Ontwikkeling bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Maar dat is geen reden om de economische en demografische ontwikkelingen die nu gaande zijn rustig af te wachten. “De groei van de stad hangt onmiskenbaar samen met de trek van het platteland. Dit leidt tot ruimtelijke ongelijkheid en dat is een belangrijke opgave voor het nieuwe kabinet.” Tijl werkt momenteel aan de nieuwe Omgevingswet die burgers actiever bij ruimtelijke opgaven betrekt. Toch adviseert hij burgers niet te wachten op de overheid, maar zelf alvast aan de slag te gaan.

Spelen met schaalniveaus

Dat deed initiatiefnemer Erik Wong al jaren geleden toen hij verliefd werd op het dorp Hornhuizen in het noorden van Groningen. De dorpskroeg werd gesloten en met sloop bedreigd. Hij begon er een moderne herberg onder de naam Wongema, met een knipoog naar veel Groningse namen die eindigen op ’..ema’. Naast een café annex restaurant, zijn er overnachtingsplekken voor mensen uit de drukke steden die een paar dagen op het platteland willen werken. Ook organiseert hij allerlei activiteiten die de Randstad en de regio met elkaar verbinden. Hij haalde bijvoorbeeld studenten van de Rietveld Academie in Amsterdam naar Hornhuizen voor een project over het dorp, waarin zij samenwerkten met mbo’ers uit de regio. Maar net zo lief organiseert hij samen met dorpsbewoner Henk een feest als de aardappeloogst binnen is.

“Ik speel met schalen”, licht hij toe. “Wongema is er voor het dorp, maar oefent ook aantrekkingskracht uit op mensen uit andere delen van het land.” De essentie van een succesvol project op zowel het platteland als in de stad is volgens Wong het blootleggen van de unieke positie van een plek en haar kwaliteiten en deze te vertalen naar een slimme propositie.

Lokale identiteit ontrafelen

Een vergelijkbare conclusie trekt Tom Bergevoet. Als architect onderzocht hij overal in Europa projecten die te maken hebben met krimp. “Wanneer je kunt in- en uitzoomen tussen schaalniveaus kun je krimp creatiever aanpakken.” Als voorbeeld noemt hij Jutland in Denemarken, waar kleine dorpen uitzoomden en in de stad Aalborg investeerden. “Dat deden zij in de veronderstelling dat wanneer het goed gaat met de stad, het ook goed met de dorpen gaat. Als je de relaties tussen steden en dorpen op regionale schaal bekijkt, vind je sneller nieuwe manieren om met krimp en groei om te gaan.”

Daarnaast is het belangrijk om juist ook diep in te zoomen op de lokale identiteit van een plek. “Iets ontdekken wat er al lang is, wat kenmerkend is voor de plek en daarop voortbouwen.” Als voorbeeld noemt hij een dorpje in Denemarken, waar een surfer een heel specifieke golfstroming ontdekte die zich goed leende voor windsurfen. Die golfstroom was er al eeuwen, maar wordt nu op een nieuwe manier benut. Het dorp een bedevaartsoort voor surfers geworden waardoor er een toeristische industrie in de leegstaande panden is ontstaan.

Erik Wong (Wongema): “Wongema is er voor het dorp, maar oefent ook aantrekkingskracht uit op mensen uit andere delen van het land.” (Foto: Pim Geerts)

Grote opgaven, grote rol overheid

Vrijwel alle sprekers concluderen dat bottom-up initiatieven belangrijk zijn, maar even belangrijk voor de ontwikkeling van een gebied zijn investeringen van de overheid. Een goed voorbeeld is Charleroi, waar grote Europese investeringen zijn gedaan in het stationsgebied, omdat hier de meeste mensen de stad binnenkomen. Maar ook in Parkstad in Limburg zijn grotere investeringen een belangrijke pijler voor de ontwikkeling van het eens zo welvarende mijnbouwgebied. “De opgaven zijn te groot om over te laten aan burgerinitiatieven alleen”, meent Peter Bertholet, directeur van de regio Parkstad.

Het oude mijngebied is een van de meest verstedelijkte gebieden van Nederland, maar kampt met krimp. Hieruit blijkt maar weer dat krimp absoluut niet alleen een opgave van het platteland is. De regio Parkstad werkt hard aan herstructurering, zo wordt er gesloopt en worden cultuurhistorische waarden versterkt. Volgens Bertholet kan dit alleen slagen als naast de vele bottom-up initiatieven ook een krachtige regionale samenwerking van de grond komt . “In Limburg gaan we heel ver in het delegeren van taken naar de regio, omdat dit het schaalniveau is waarop we kunnen zorgen voor herstructurering en evenwicht.”

Vanuit het perspectief van Groningen vertelt stedenbouwkundige Enno Zuidema ook over het belang van regionale samenwerking. “Je ontkomt niet aan vergaande samenwerking tussen burgerinitiatieven, ondernemers, gemeenten, regio en provincie. Wij werken al jaren ‘door het midden‘, er is gewoon geen andere manier.”

Nieuw speelveld

Hoe dan ook, in tijden van economische en demografische veranderingen is de samenwerking tussen overheid, burgers en marktpartijen veranderd. Burgerinitiatieven zijn niet meer weg te denken en tegelijk is de conclusie dat ‘van onderop’ alleen niet genoeg is voor het ontwikkelen van vitale regio’s inmiddels breed gedeeld. Samenwerkingen ‘door het midden’, waarin overheid, ondernemers en burgers samen optrekken en het gedeelde belang van een dorp of stad vertegenwoordigen, lijken het antwoord op de vraagstukken van nu.

In Doetinchem proberen ambtenaren grip te krijgen op de dynamiek in de stad. Daar is de vraag welke panden gesloopt moeten worden om krimp te begeleiden en welke ondernemingen misschien verplaatst moeten worden naar het centrum om het gebied levendig te houden. “Klein beginnen werkt”, meldt Yana van Tienen. Via diverse methoden wordt gewerkt aan de toekomst van de stad, onder andere door gebruik te maken van een beslisboom voor het slopen van panden en een ideeëncarrousel waardoor ambtenaren zich in kunnen leven in de gebruikers van panden en andere belanghebbenden.

In Maastricht worden de nieuwe partijen in het speelveld in positie gebracht door de zogenaamde ‘grenswerkers’ van het MaastrichtLAB, dat tussen de gemeente en de initiatiefnemers van onderop in staat. Onder het motto ‘vieren moet, falen mag’ experimenteren ze met nieuwe vormen van stadsontwikkeling waarin gemeente en bewoners samenwerken. Projectleider Tim van Wanroij: “Zo verbinden we ‘nieuwe’ en ‘oude’ stadmakers met elkaar en hopen we dat initiatieven in Maastricht van de grond komen, in plaats van van het kastje naar de muur worden gestuurd.”

Tijdens het symposium werd de publicatie Door het Midden gepresenteerd. (Foto: Pim Geerts)

Een breed palet aan stadse en dorpse werkwijzen kwam voorbij tijdens het symposium en halverwege de dag leken de verschillen tussen stad en dorp definitief vervaagd. Iedere regio zoekt zijn eigen weg. Wel blijkt het overal belangrijk om in de uitvoering de middenweg te zoeken. Dat wil zeggen dat er nieuwe coalities gevormd worden, waarbij het ‘gedeelde eigenbelang’ van de verschillende partijen voorop staat. Deze ‘weg door het midden’ en het gemeenschappelijk belang heeft vaak de historie en het erfgoed in de regio als onderlegger, als voedingsbodem. Vanuit het eeuwenoude verhaal, kan er een nieuwe bladzijde worden gecreëerd waarin tegenstellingen als stad en platteland, overheid en burgerinitiatief, krimp en groei ondergeschikt zijn aan samenwerking en realiteitszin.

Het symposium werd op vrijdag 9 december georganiseerd door RUIMTEVOLK in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en met medewerking van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tijdens dit symposium werd de krant Door het midden gepresenteerd, het resultaat van een jaar kennisprogramma rondom dorpen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed presenteerde haar handreiking Erfgoed en Krimp.

Foto boven: Frank Strolenberg (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) opent het symposium.

Foto’s: Pim Geerts (Beeldopbouw)

Daphne Koenders

Stadsgeograaf en journalist
https://ruimtevolk.nl