Logo Ruimtevolk klein
artikelen

1 februari 2017 • Jannes Willems

Stuw Grave als opstap naar vaarweg van de toekomst

De beschadigde stuw in Grave is niet de enige reden waarom de Nederlandse vaarwegen onze volle aandacht verdienen. De komende jaren ondergaan ze een grootschalige vervangingsoperatie. Dit is hét moment om de vaarweg toekomstbestendig te maken en te verknopen aan grote opgaven zoals de klimaatverandering en energietransitie.

Onlangs werd in dichte mist de stuw in Grave ernstig beschadigd. Opeens staan de vaarwegen volop in de belangstelling. De kapotte stuw is echter niet de enige reden waarom onze vaarwegen nadrukkelijker onze aandacht verdienen. Veel ‘natte kunstwerken’ dateren van voor de Tweede Wereldoorlog en zijn binnenkort aan vervanging toe. Deze vervangingsoperatie kan én moet veel meer zijn dan enkel een ingreep om het huidige vaarwegensysteem in stand te houden. Hoogste tijd om een brede discussie te starten om gezamenlijk te bepalen waar de vaarweg van de toekomst aan moet voldoen.

Grootschalige vervangingsoperatie op komst

Het Nederlandse vaarwegenstelsel is een van de oudste – én onbekendste – transportsystemen van het land. Veel van de ‘natte kunstwerken’ (zoals sluizen en stuwen) stammen van voor de Tweede Wereldoorlog en bereiken de aankomende jaren het einde van hun technische levensduur. Ze zijn bijna afgeschreven en moeten vervangen worden. Rijkswaterstaat verwacht 52 (van de 137) sluizen te moeten vervangen vóór 2040; een geschatte investering van tussen de 2 en 4 miljard euro.

Deze grootschalige vervangingsopgave is hét moment om een bredere discussie te starten over waar de vaarweg van de toekomst aan moet voldoen. Het vervangen biedt immers een kans om het oorspronkelijke transportdoel van de vaarwegen aan te vullen met nieuwe eisen en wensen, om de vaarwegen zo toekomstbestendig te maken. Denk bijvoorbeeld aan duurzame energieopwekking, het verknopen van ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen) en natuurontwikkeling rondom de vaarweg. In plaats van elk kunstwerk afzonderlijk af te breken en gemoderniseerd terug te bouwen, zou er kritisch gekeken moeten worden naar een betere inbedding van de infrastructuur in de omgeving. Gebeurt dat niet, dan bestaat het risico dat een gedateerd vaarwegenstelsel ontstaat dat meer geworteld is in het verleden en losgezongen raakt van andere vormen van ruimtegebruik.

Stuw bij Grave (bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat)

Een frisse blik

Dit vraagt om een blik voorbij het object. Infrastructuurbeheerders zijn geneigd om objecten aan te vliegen vanuit de techniek. Simpel gezegd: doet-ie het of doet-ie het niet. Zo niet, dan moet het object terug op niveau worden gebracht. Het gevaar bestaat dat een transportsysteem daardoor slechts in stand wordt gehouden, en zich niet verder ontwikkelt. Vervangingsvraagstukken zouden daarom niet slechts vanuit het object moeten worden bekeken, maar juist moeten worden aangevlogen als integrale, ruimtelijke opgaves met oog voor de grotere transportcorridor én omgeving.

In Nederland kennen we al verschillende succesvolle initiatieven. De blik vanuit de transportcorridor is bijvoorbeeld terug te zien in hoe de Brabantse vaarwegen de afgelopen vijftien jaar zijn ontwikkeld. De provincie Noord-Brabant heeft vanaf 2004 een duidelijke visie ontwikkeld op vaarwegen, in samenspraak met het regionale bedrijfsleven. Veel bedrijventerreinen zijn daardoor tegenwoordig ontsloten via weg en water (en in sommige gevallen ook via het spoor). Ook de manier waarop nu de Twentekanalen in Overijssel worden versterkt, is een goed voorbeeld. Hier is onder aanvoering van de provincie Overijssel en de Combi Terminal Twente een sterke lobby gevoerd richting Den Haag om de Twentekanalen te verruimen. In beide voorbeelden zijn de regionale ambities met deze corridors vervolgens vertaald naar het opwaarderen van verouderde kunstwerken.

De blik naar de omgeving komt meestal tot uiting op objectniveau, door nieuwe functies toe te voegen aan bestaande constructies. Een voorbeeld is de doorlaat in de Brouwersdam. Deze dam, oorspronkelijk gebouwd vanuit het oogpunt van waterveiligheid, kan door een nieuwe doorlaat het getij weer terugbrengen. Dat biedt kansen voor de economie (recreatie, visserij) en het milieu (waterkwaliteit, energieopwekking). Het is een project waaraan meerdere overheden (het Rijk, de provincies Zuid-Holland en Zeeland, en gemeenten) meewerken en financieel bijdragen. Voor bestaande stuwen en sluizen kunnen vergelijkbare projecten worden opgezet.

Dat het nóg anders kan, laat een verkennende studie van Rijkswaterstaat zien. In het project Grip op de Maas is met een breed scala aan actoren gekeken naar hoe het ‘stuwensemble’ in de Maas er in de toekomst uit zou kunnen komen te zien. Radicale ontwerpen voor de zeven stuwen werden gepresenteerd, waarin de nadruk onder andere werd gelegd op de beleving voor bezoekers en omwonenden, de zoetwatervoorziening en klimaatverandering. Grip op de Maas toont aan hoeveel kanten je op kan met de vaarweg, en werpt de vraag op: hebben we het huidige aantal stuwen dan nog wel nodig, of kan het bijvoorbeeld ook met minder?

Sluis Eefde (bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat)

Gezamenlijke uitdaging

Zulke brede verkenningen zijn echter verre van gemeengoed. Nog te vaak beslissen slechts enkele actoren (Ministerie van Infrastructuur & Milieu, Rijkswaterstaat) over grootschalige ingrepen op en om de vaarweg. De grote vervangingsopgave in de vaarwegen is een kans om meer maatschappelijke waarde uit de vaarweg te halen, door gezamenlijk met regionale overheden, omwonenden, de logistieke sector, de binnenvaart en particulieren de vaarweg van de toekomst vorm te geven en slimme koppelingen te maken met andere grote ruimtelijke opgaven. Dat kan tot mooie, verrassende oplossingen leiden waaraan je niet zou denken als je elk object één voor één gaat vervangen. Het betekent eveneens dat de vaak beperkte (financiële) middelen voor vervanging kunnen worden gecombineerd met middelen voor bijvoorbeeld waterveiligheid, klimaatverandering of energie.

We staan voor de uitdaging om onze verouderde vaarweginfrastructuur toekomstbestendig te maken. Gezamenlijk moeten we op zoek naar een nieuwe invulling van het bestaande vaarwegensysteem, om het (weer) aan te laten sluiten op huidige en toekomstige ontwikkelingen. Dat is niet slechts een kwestie voor de infrastructuurbeheerder (Rijkswaterstaat) en haar opdrachtgever (het Ministerie van Infrastructuur & Milieu); het vraagt om een bredere, maatschappelijke discussie. Het Ministerie zou, als eindverantwoordelijke, deze handschoen moeten oppakken. Het betekent niet dat wat we de afgelopen decennia hebben opgebouwd zomaar weg moeten gooien. Wel betekent het een kritische blik op wat we hebben (zoals de Maas nu hoofdzakelijk een transportas is), en wat we wíllen hebben de aankomende decennia. Zie het aanpakken van de stuw in Grave daarom als opstap om tot een vernieuwend, eigentijds vaarwegenstelsel te komen.

Jannes Willems

Promovendus Rijksuniversiteit Groningen

Jannes Willems is promovendus op het gebied van infrastructuurplanologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aan dezelfde universiteit behaalde hij de Research Master in Regional Studies (cum laude). In zijn huidige onderzoek kijkt hij hoe Rijkswaterstaat, gezamenlijk met andere partijen, de vervangingsopgave in de vaarwegen aanvliegt.

http://www.rug.nl/staff/j.j.willems