Logo Ruimtevolk klein

blogs

10 maart 2017 • Klaas Mulder

Hoezo eenzijdig? Corporaties in verkiezingstijd

In verkiezingstijd staat de ‘eenzijdige wijk’ ineens weer op de agenda. Europese regels en eenzijdig toewijzingsbeleid leiden volgens woningcorporaties tot de teloorgang van wijken. Zij pleiten daarom voor meer investeringsruimte, buiten hun kerntaken. Dit pleidooi is echter een rookgordijn. Het is tijd voor deprietpratisering.

Mijn laatste column voor Aades Magazine heette ‘Klaar’. Daarna waren we ook een tijdje uitgepraat. Ik vond het namelijk steeds moeilijker om mijn relatie met de volkshuisvesting leuk te houden. Recent werd ik positief verrast door de nieuwe toon in het blad: veel goede stukken over de kerntaak van woningcorporaties, het verhuren van woningen aan mensen die in een gewone markt aan het kortste eind zouden trekken, veel mooie artikelen over wonen en zorg, over vluchtelingen en over de ‘magic mix’ waarmee je nieuwe gemeenschappen laat floreren in oud vastgoed.

Eenzijdige wijken

Misschien heb ik wat te vroeg gejuicht, want in deze verkiezingstijd laat de vereniging van woningcorporaties haar oude gezicht weer zien. De ‘eenzijdige wijk’ staat weer op de agenda, en daarom zouden corporaties weer ruimte moeten krijgen om te investeren in wijkaanpak. Ze zouden de ‘middengroepen’ weer moeten kunnen bedienen om te voorkomen dat we ‘Franse’ of ‘Amerikaanse’ toestanden krijgen.

Foto: Yvonne Manders Fotografie

Eerlijk gezegd betwijfel ik of we tijd moeten besteden aan een inhoudelijke reactie op de campagne van Aedes. Want ik geloof helemaal niet dat Calon en de zijnen zich erg druk maken over eenzijdige wijken. Ik betwijfel zelfs of ze überhaupt wakker liggen van sociale vraagstukken, want dat zouden we toch wel wat meer inzet mogen verwachten om het enorme tekort aan goedkope huurwoningen in te lopen. Als er echte maatschappelijke bezorgdheid was, zou ook de kwalitatieve woningnood op de agenda komen. De helft van de hulpvragen bij de sociale wijkteams in Amersfoort heeft een ‘wooncomponent’: grote gezinnen in een caravan, ouderen die op hun buik de trap op moeten, hoge woonlasten bij particuliere verhuurders en schuldenproblematiek door ‘noodkoop’ (boven je macht een huis kopen omdat er niets te huur is). In de kern van de zaak is Aedes nog steeds een machtsstrijd aan het voeren over de Europese regels. Niet omdat de regel dat een sociale verhuurder slechts 10% van zijn vrijkomende woningen aan een iets te rijk huishouden mag verhuren zo apert onzinnig is, maar omdat would-be ‘ondernemers’ het niet kunnen verdragen dat welke overheid dan ook ze welke regel dan ook voorschrijft. Ze willen niet voor het Blok gezet worden door Den Haag, en al helemaal niet door Brussel. En trouwens ook niet door de huurders. Bij mijn vorige werkgever grapten we altijd over de twee-vragen-enquête onder corporaties: hoe goed functioneert uw huurdersraad, en hoe erg vindt u dat? Voor wie niet zo is ingevoerd, de eerste vraag werd altijd met ‘niet’ beantwoord, de tweede met ‘niet zo erg’. Hoe dit alles wordt onder de nieuwe voorzitter Norder moeten we even afwachten.

Deprietpratisering

Naar mijn mening is de prietpraat van Aedes vooral bedoeld als rookgordijn om gekwetste ego’s te helen of om wanprestaties rond de kerntaken te verhullen en heeft het bestrijden op inhoud nauwelijks zin. Maar toch, in deze tijden van nepnieuws moet toch iemand vertellen waarom ook de inhoud van dit pleidooi niet klopt. Het is tijd voor deprietpratisering.

In het Novembernummer van Aedes Magazine wordt de strijd tegen de eenzijdige toewijzingsregels met twee wapens gevoerd. Er is een uitgebreid interview met Sako Musterd. “In een buurt waar bijvoorbeeld veel werklozen wonen, kunnen kinderen het idee krijgen dat werkloosheid normaal is”. Die zin is de afgelopen twintig jaar steeds weer uitgesproken, en zuiver logisch gezien is er geen speld tussen te krijgen. “In een buurt waar veel mensen drie oren hebben, kunnen kinderen het idee krijgen dat drie oren normaal zijn”. Filosofen noemen dat een ‘analytische’ uitspraak, en die kloppen altijd. Maar wat interessanter is, is de vraag of er veel wijken zijn waar dit het geval is. En dan moeten we Musterd maar eens herinneren aan zijn eigen uitspraken toen de lijst met Vogelaarwijken bekend werd gemaakt. In het Tijdschrift Voor de Volkshuisvesting (augustus 2007) schrijft hij dat er in veel zogenaamd slechte wijken ook grote stukken ‘goudkust’ zitten. Anders dan in de banlieus hebben we nauwelijks wijken met alleen maar goedkope voorraad. We hebben geen wijken waar niemand werkt.

Terug naar Aedes in 2016, dat in hetzelfde novembernummer van het huisblad aandacht vraagt voor de ‘dreigende teloorgang van een trotse wijk’. Omdat de corporatie in de wijk ’t Ven vrijkomende woningen alleen zou mogen verhuren aan de allerarmsten, zou het – ‘als direct gevolg van het kabinetsbeleid!’ – onvermijdelijk zijn dat de wijk afglijdt. Nergens een woord over de 10% vrije ruimte die Europa corporaties geeft om in deze wijk maatwerk te leveren. Geen woord over de koopvoorraad die voor heel nette prijzen van eigenaar wisselt. Dit is geen wijk waar iedereen werkloos is, al zullen er best een paar straten zijn waar de percentages wat boven het gemiddelde liggen.

Meerzijdigheid genegeerd

Allerlei berekeningen over de gevolgen van ‘Europa’ voor de concentraties kansarmen in een wijk negeren de ‘meerzijdigheid’ van de voorraad in de meeste wijken. Ook als er van de vrijkomende goedkope huurwoningen in een wijk niet langer 30%, maar slechts 10% passend mag worden toegewezen, betekent dat niet dat er in een paar jaar tijd ineens drie keer zoveel arme mensen wonen. In de goedkope voorraad stijgt volgens Rigo het aandeel lage inkomens van 69 tot 73-76%, maar als er tegelijkertijd huurwoningen worden gesloopt of verkocht is de totale verschuiving nagenoeg nihil. ‘Europa’ maakt wijken niet eenzijdig.

Gemengde wijken (foto: Yvonne Manders Fotografie)

Ja, er is een relatie tussen goedkope huurvoorraad en sociale problematiek. Als het heel goed met je gaat, kan je geld verdienen om een huis te kopen. Dus wonen er in goedkope huurwoningen gemiddeld iets meer mensen waarmee het niet goed gaat. Maar laten we de zaak ook niet platter maken dan-ie is. Er is een correlatie tussen lage inkomens en sociale problematiek, maar die is er ook tussen lage inkomens en buurtbinding: heel veel vrijwilligerswerk wordt gedaan door ‘gewone’ mensen.

Wat corporaties maar niet willen snappen, is dat er ook een andere groep huurders met lage inkomens aan zit te komen die helemaal niet als problematisch hoeven te worden gezien. Er zijn ook werkende armen, ZZp-ers met een lage omzet en hoogopgeleide afstudeerders met tijdelijke contracten. Die mogen van ‘Europa’ gewoon een sociale huurwoning bewonen en leiden op geen enkele manier tot een toename van sociale problematiek in wijken. In de meeste Nederlandse steden barst het van de starterswoningen, maar daar wonen vaak mensen die al lang aan iets anders toe zijn. In minder dan de helft van de eengezinswoningen woont nog een gezin. Laten we er blij mee zijn dat we een nog betaalbare voorraad hebben die we aan nog niet zo rijke mensen mogen verhuren. Maar dan moeten we wel werken aan doorstroming. Niet vooral door financieel scheefwonen te bestraffen, maar vooral door functioneel scheefwonen (groot gezin in klein huis, ziek lijf in huis met trap) uit te wereld te helpen. De regio Haaglanden begrijpt dat inmiddels.

En hoeven we ons dan niet meer druk te maken over sociale vraagstukken in wijken? Natuurlijk wel. Maar daarvoor hoeven we niet terug naar het eenzijdige verhaal over domme regels en zielige verhuurders. Er zijn betere manieren om de teloorgang van trotse wijken te voorkomen.

Klaas Mulder is zelfstandig adviseur en docent aan Hogeschool Utrecht. Vanaf 20 april is hij weer hoofddocent van de Master of Urban & Area Development, voor de module Toekomstbeelden en Conceptontwikkeling.

Klaas Mulder

Docent en zelfstandig adviseur

Klaas Mulder is lector wijken bij de Master of Urban & Area Development op de Hogeschool Utrecht en adviseur in betaalbare alternatieven in maatschappelijke dienstverlening bij Kijk op Kansen.

www.kijkopkansen.nl