Logo Ruimtevolk klein

Het is menens met de omgevingsvisie

De aanloop was lang, maar nu gloort de Omgevingswet dan toch echt aan de horizon. Waar ingewijden al jaren vol zijn van de grootste wetgevingsoperatie in het ruimtelijk domein van de afgelopen decennia, begint het proces nu ook in brede kring te leven. En dat is te merken. Er is veel energie, maar er doemen ook nieuwe uitdagingen op. RUIMTEVOLK nam de temperatuur op bij deelnemers aan de pilots omgevingsvisie en signaleert drie flinke opgaven.

‘Ik geloof er echt in dat de omgevingsvisie een impuls kan geven aan de regionale samenwerking in de Achterhoek,’ zegt Burgemeester Otwin van Dijk van Oude IJsselstreek. Zijn gemeente is een van de twaalf deelnemers aan de pilots omgevingsvisie. Het bestuurlijke draagvlak onder die deelname onderstreept de toegenomen aandacht voor de Omgevingswet. Waar eerst alleen ‘vakidioten’ zich op het thema stortten, heeft sinds een paar maanden een veel grotere groep de enorme operatie opgepakt.

Burgemeester Van Dijk staat symbool voor veel meer bestuurders die de Omgevingswet hebben omarmd. Honderden overheden, gemeenteraden en provincies hebben het onderwerp op de agenda staan, en dat nog ruim voor de invoering ervan. Samen met lokale partners nadenken over de toekomst en over nieuwe integrale thema’s werkt duidelijk enthousiasmerend. Bovendien lijkt het nu ook echt menens met participatie. Er leeft een oprechte ambitie om de visie samen met de samenleving vorm te geven. Dat de Omgevingswet zo tijdig al zo breed wordt opgepakt laat eveneens zien dat er is geleerd van de invoering van de WABO en de decentralisaties in het sociaal domein. Dat is winst. Het begin is er dus, maar er is nog een heleboel te leren en te doen. Een eerste ronde langs de velden bij de pilots omgevingsvisie levert drie grote vraagstukken op.

Integrale ambities

Wat allereerst opvalt is dat de integrale ambities bij alle deelnemende partijen hoog zijn. Nieuwe opgaven als gezondheid, demografische transitie en de energietransitie, opgaven die zowel het fysiek als het sociaal domein raken, staan op veel plekken hoog op de prioriteitenlijst. De juiste thema’s staan daarmee weliswaar op de agenda, maar de kous is er niet mee af. Want grip krijgen op deze opgaven blijkt moeilijk en welke invulling er aan de opgaven wordt gegeven, loopt op veel plekken sterk uiteen. Zo is gezondheid een containerbegrip dat voor velerlei uitleg vatbaar is en waarbij er sprake is van sterkuiteenlopende problematieken op het platteland of in de stad. Het aanbrengen van scherpte in en daarmee concretisering van de specifieke opgaven voor de eigen stad of regio is dan ook cruciaal en blijkt een hele uitdaging.

Het oppakken van dergelijke opgaven vraagt daarnaast om een radicaal andere werkwijze. Het fysiek en het sociaal domein snuffelen dan wel aan elkaar, in de praktijk is het nog zoeken naar de juiste invulling van het integrale werken. Binnen het fysiek domein wordt weliswaar een ferme stap gezet richting integraal denken binnen nieuwe thema’s, maar inzicht en kennis om het te vertalen naar integrale strategieën staat nog in de kinderschoenen. Het ruimtelijk en sociaal domein zullen moeten investeren in het onderzoeken van nieuwe wegen en verbindingen en van een gezamenlijke taal om van de integrale aanpak een succes te maken.

Heerlen (foto: Margriet van Vianen, bron: Ruimteverkenning, www.ruimteverkenning.nl)

Regionaal denken en doen

Voor veel opgaven ligt de oplossing bovendien op het regionale schaalniveau. Neem thema’s als de energietransitie, mobiliteit en de woningmarkt: allemaal opgaven met een bovenlokale dynamiek. Regionaal samenwerken staat, na het afbreken van de plusregio’s, dan ook weer helemaal op de agenda. Er lijkt zelfs sprake van een doorbraak in het regionale denken. De Omgevingswet biedt hiervoor geen specifiek instrumentarium. Het komt dus aan op de wil van lokale overheden om agenda’s en investeringen op elkaar af te stemmen.

Op veel plekken in het land werken gemeenten samen aan een regionale aanpak. Zo hebben de gemeenten in Hart van Holland, de regio rond Leiden, een regionale agenda omgevingsvisie vastgesteld. Het gaat daarin over ruimtelijke opgaven die het schaalniveau van de stad overstijgen, zoals bodemdaling en de energietransitie, maar ook verstedelijking en landschapsbehoud. Voor deze thema’s wordt momenteel gewerkt aan een ruimtelijk afwegingskader op regionale schaal. Dit werpt ook interessante vragen op over de (on)mogelijkheden van regionaal investeren.

De crux is nu hoe deze regionale agenda’s en visies worden doorvertaald in de omgevingsvisies die afzonderlijke gemeenten in de komende jaren zullen gaan opstellen. Maar ook hoe men vanuit die afzonderlijke visies weer richting gedeelde uitvoering komt. En waar er nu een focus ligt op de kerninstrumenten omgevingsvisie en omgevingsplan, biedt juist het meer doelgerichte instrument programma hiervoor mogelijkheden. Programma’s zijn uitvoeringsgericht, kunnen thematisch worden ingestoken en grensoverschrijdend worden opgepakt. Het biedt mogelijkheden om een integrale opgave centraal te stellen. Het is vooralsnog echter relatief onontgonnen terrein binnen de Omgevingswet en verdient meer aandacht.

Flexibel, maar dogmatisch

Ook op de achtergrond spelen rond de invoering van de Omgevingswet nog complexe vraagstukken die aandacht verdienen. Het heikele punt is en blijft het vinden van een goede balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid.
De wet is een vertaling van de gewenste participatiesamenleving en decentralisatie, en heeft zijn wortels in een neoliberale sturingsfilosofie, waarin meer ruimte bieden voor (markt)initiatief en zelfsturing centraal staat. De veranderende dynamiek in de samenleving en economie confronteert steden en regio’s echter steeds vaker met nieuwe, complexe maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Denk aan regionaal overaanbod van kantoren en woningen, de toegang van bewoners tot werk en wonen, de groei van initiatieven, en de platformeconomie, die met name in grote steden steeds vaker leidt tot conflicten.

De tragiek van wetgeving – namelijk dat deze reageert op de problemen van gisteren terwijl de samenleving en markt zich alweer geconfronteerd zien met veranderende opgaven – lijkt ook deels van toepassing op de Omgevingswet. De wet stoelt op de naïviteit van een volledig participerende samenleving en het eenzijdige dogma van de faciliterende overheid. Lokale overheden zullen daarom in een meer weerbarstige praktijk een eigen invulling moeten geven aan gezag en bewaking van de democratische besluitvorming.
Daarbij hebben transities zoals de demografische transitie en energietransitie simpelweg ook regie nodig. Soms om ze in goede banen te leiden, soms om ze juist aan te jagen.

Verbinden en verbeelden

Er zijn dus nog grote vraagstukken waar overheden in aanloop naar de Omgevingswet voor staan. Daarvoor is inzicht in de nieuwe en integrale opgaven nodig. Het ruimtelijk domein als verbindende en verbeeldende discipline is daarvoor het ideale speelveld. Het opstellen van omgevingsvisies is een kans om lokaal en regionaal versneld vorm te geven aan een nieuwe planologie en stedenbouw. Dat vraagt om leren, pionieren en investeren in het verwerven van kennis. Dat dit besef op veel plekken in het land lijkt doorgedrongen, zoals ook te zien is bij de pilots omgevingsvisie, stemt positief. Want dat is het goede nieuws: het is nu echt menens met de omgevingsvisie.

Lees meer over de pilots omgevingsvisie of neem voor informatie contact op met Brechtje van Boxmeer (brechtje.vanboxmeer@ruimtevolk.nl) of Jeroen Niemans (jeroen.niemans@ruimtevolk.nl).

Brechtje van Boxmeer

Programmamanager en projectleider
Energietransitie
Ruimtelijke strategieën en Omgevingswet

Brechtje van Boxmeer is programmamanager energietransitie en projectmanager bij RUIMTEVOLK. Daarvoor was ze senior projectmanager bij Procap. Zij heeft ervaring in regionale en binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, stedelijke herstructurering, herontwikkeling van monumenten en regionale samenwerkingsverbanden. Momenteel werkt Brechtje als projectmanager en coach aan de Pilots Omgevingsvisie.

http://www.ruimtevolk.nl

Jeroen Niemans

Programmamanager en projectleider
Binnenstedelijke transitie
Ruimtelijke strategieën en Omgevingswet

Jeroen heeft zin in de toekomst en wordt als programmamanager ruimtelijke ontwikkeling en energietransitie bij RUIMTEVOLK gedreven door zijn fascinatie voor plekken en zijn nieuwsgierigheid naar hoe die ontstaan, groeien en zich blijven ontwikkelen. Jeroen werkt graag aan het verbinden van vernieuwing. Door expertise (samen) te brengen, onderzoek te doen en interactieve processen te organiseren. Het hogere doel? Komen tot nieuwe antwoorden, innovatie en handelingsperspectieven. Binnen RUIMTEVOLK werkt Jeroen aan opgaven rondom omgevingsvisies, middelgrote steden en energietransitie. Hiervoor was hij jarenlang werkzaam als programmamanager en projectleider bij Platform31 en daarvoor werkte hij voor een adviesbureau. Daarnaast heeft Jeroen zo ook veel ervaring opgebouwd in het schrijven over en modereren van het vakdebat. Jeroen is op dit moment onder andere projectleider van de Pilots Omgevingsvisie.

www.ruimtevolk.nl