Logo Ruimtevolk klein

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Kun je toevallige voorbijgangers prikkelen om met elkaar over publieke vraagstukken te spreken - vraagstukken die het belang van het individu of de eigen groep overstijgen? Uit onderzoek blijkt dat hoe meer burgers betrokken zijn bij de vraagstukken die ons allemaal aangaan, hoe veerkrachtiger een samenleving is. Het is echter nog niet zo eenvoudig om hier ruimte voor te maken. Henriëtta Joosten en Flip Krabbendam vragen zich af het idee van ‘triangulation’ kan helpen.

We zijn gewend de openbare ruimte te zien als een doorgangsgebied. Dat is onze dagelijkse, functionele bril. We gaan van A naar B en passanten blijven op een afstand. Pas als we comfortabel op een terrasje zitten, durven we naar passanten te kijken. En heel soms spreken we elkaar aan. Dan is de wereld opeens vol van anderen die, al zijn het vreemden, ons kunnen aantikken. Zo kunnen we ons even thuis voelen in de openbare ruimte.
Een ervaring die bevestigd wordt door onderzoek. Het blijkt dat terloopse contacten met vreemden in de openbare ruimte ertoe bijdragen dat men zich veiliger en meer thuis voelt. [1] Ander onderzoek laat zien dat men zich hier zelfs gelukkiger en gezonder door voelt. [2]

Small Urban Spaces en ‘triangulation’

In een longread roepen Sjors de Vries en Anne Seghers bestuurders en professionals op een krachtiger publiek domein na te streven. Ze benadrukken dat samenwerking tussen disciplines en een andere manier van denken over het publieke domein voorwaarden zijn voor succes. Hoe kunnen ontwerpers bijdragen aan het ontstaan van deze heilzame terloopse contacten?

We kunnen iets leren van een gewone bushalte, een kleinschalige openbare ruimte, waar zich een beperkt gezelschap bevindt. Hier kan men iemand aanspreken zonder dat de aangesprokene denkt: ‘Waarom ik?’ Voorwaarde is dat er zich een gespreksonderwerp aandient. In een bushalte is dat niet zelden het te laat aankomen van de bus.

Stadssocioloog William Whyte wees op het belang van ‘small urban spaces’, kleinschalige plekken terzijde van waar iets gebeurt. Hij nam hier een principe waar dat hij ‘triangulation’ noemde, waarbij vreemden beiden gericht zijn op iets dat de aandacht trekt, zoals een fontein, een kunstwerk, straatartiesten of voorbijgangers, een ‘external stimulus’, waarover zij vervolgens van gedachten kunnen wisselen.

Markt in Venlo. Foto: Pim Geerts

Publieke vraagstukken

Maar kun je toevallige voorbijgangers ook prikkelen om over publieke vraagstukken te spreken – vraagstukken die het belang van een individu of groep overstijgen? Uit economisch historisch onderzoek blijkt immers dat hoe meer burgers betrokken zijn bij vraagstukken die ons allemaal aangaan, hoe veerkrachtiger een samenleving is. [3] Het is echter nog niet zo eenvoudig om hier, letterlijk, ruimte voor te maken. Professionals zijn niet gewend om vanuit dit perspectief de openbare ruimte in te richten. In hoeverre kan het idee van ‘triangulation’ ons op weg helpen?

Afgelopen halfjaar heeft een groep studenten aan De Haagse Hogeschool onder onze leiding geëxperimenteerd met het vormgeven van de openbare ruimte ter bevordering van terloopse contacten over publieke vraagstukken. De in de longread van De Vries en Seghers genoemde elementen – samenwerking tussen disciplines, een nieuwe conceptuele bril en de strijdkreet just do it! – stonden centraal. De conclusie van de studenten: het loont om niet alleen een functionele bril te hanteren wanneer we de openbare ruimte beschouwen, maar om ook te investeren in de ontwikkeling van een ‘publieke bril’. De openbare ruimte is dan een ruimte die mensen uitnodigt om met elkaar in gesprek te gaan over gemeenschappelijke vraagstukken. Je komt er in aanraking met opvattingen die het eigen wereldbeeld en het eigen belang in een grotere context plaatsen. Een publiek perspectief op de openbare ruimte opent nieuwe handelingsperspectieven met betrekking tot de vormgeving van een veerkrachtige stad.

Tact en luisteren

De studenten hadden nauwelijks kennis over de inrichting van de openbare ruimte. Naast het uitvoeren van een literatuuronderzoek pasten ze vanaf het begin van het project het adagium ‘Just build it’ toe. Dit betekende dat de studenten aan de slag gingen zonder precies te weten wat het idee van ‘triangulation’ en het ‘publieke’ inhield. Ze ontwikkelden meerdere pre-experimenten. Het pre-experiment dat het beste werkte hebben de studenten verder uitgewerkt tot het eindexperiment: de ‘topic tree’. De studenten plaatsten op een drukbezochte plek – de Torenstraat in Den Haag – een prikkelend voorwerp dat de aandacht vestigde op een stelling rond een beladen thema als euthanasie of dierenmishandeling. Passanten werden via een informatieve poster uitgenodigd om met elkaar of via een Facebookgroep te reageren op het onderwerp.

Een van de gastsprekers merkte tijdens het experiment op dat het tact vereiste om in de openbaarheid van gedachten te wisselen over grote publieke onderwerpen. Filosoof Richard Sennett benadrukt eveneens het belang van civiele vaardigheden als tact en luisteren. Toch vergde het een korte maar heftige aanvaring tussen enkele studenten en een toevallige voorbijganger voordat de studenten het belang van de volgende vraag konden onderkennen: welke gespreksaanleidingen zijn onschuldig genoeg, maar kunnen toch uitmonden in een gesprek over publieke vraagstukken?

Bankjescollectief. Foto: Coco Plooijer

Investeer in de ontwikkeling van een publieke bril

De studenten waren aan het begin van het project niet in staat om de openbare ruimte – in plaats van een doorgangsgebied – op te vatten als een publieke sfeer. Aan het eind van het traject konden zij deze publieke bril zonder moeite op- en afzetten. Hierdoor ontstonden in de loop van het project nieuwe handelingsperspectieven en lukte het de studenten een omgeving te creëren waar men, terloops, met anderen van gedachten kan wisselen over publieke vraagstukken. Hoe kunnen ook burgers, bestuurders en professionals uit verschillende disciplines zich het perspectief dat geboden wordt door de publieke bril eigen maken en incorporeren in de vormgeving van de stad?

We hoeven daarvoor het wiel niet (helemaal) opnieuw uit te vinden. Zo laat het centrale plein in Cleveland zien dat je openbare ruimtes zo kunt inrichten dat deze een platform voor vreedzaam, democratisch verzet bieden en tolerantie versterken. ‘Ons ontwerp benadrukt het geluid van water, de schaduw van de bomen, de openheid van de doorzichten, het ontbreken van een gevoel te zijn opgesloten. De kwaliteit van de materialen en afwerking leiden tot een gevoel dat dit een open ruimte is en een open platform waar ik kan zeggen wat ik wil zeggen en waar ik kan protesteren, maar op geen enkele manier tot geweld word verleid’, vertelt de ontwerper van het plein, James Corner.

Samenwerking tussen disciplines

De genoemde onderzoeken en experimenten laten zien dat ruimtelijke ingrepen kunnen uitnodigen tot terloopse contacten over publieke vraagstukken. Investeren in de ontwikkeling en het gebruik van een publieke bril levert, in onze optiek, hieraan een positieve bijdrage. Bovendien biedt de ontwikkeling van deze gedeelde blik aanknopingspunten voor samenwerking tussen disciplines die zich allen bezighouden met de publieke ruimte en het welzijn van bewoners, zoals stedenbouwers, architecten, filosofen en sociologen. Maar dit is niet alleen een zaak van professionals. Ook (nog) niet-professionals zoals studenten kunnen bijdragen, al was het maar vanwege hun frisse ideeën en de zin om aan te pakken. En, last but not least, bewoners. Zij kunnen aangeven welke vraagstukken spelen, welke gespreksaanleidingen voor hen interessant zijn en op welke plaatsen zij terloopse contacten aandurven.

De opdracht van de studenten liet ons in ieder geval zien dat veel omstanders bereid waren om mee te denken met het project. De publieke dimensie van de openbare ruimte lijkt dan ook een warm hart te worden toegedragen. Tevens bleek dat (toekomstige) professionals – met geheel verschillende achtergronden – in staat zijn om zich in korte tijd een publieke bril eigen te maken en daarmee de openbare ruimte op een nieuwe manier te benaderen. Dat stemt op z’n minst hoopvol.

De opdracht werd ondersteund door het platform Connected Learning van De Haagse Hogeschool en uitgevoerd door zes studenten van de Faculteit IT&Design.

Bronvermelding

[1] Thaddeus Müller, (2002). De warme stad. Betrokkenheid bij het publieke domein. (Utrecht: Uitgeverij Jan van Arkel)

[2] Nicholas Epley & Juliana Schroeder, ‘Mistakenly seeking solitude’. In Journal of Experimental Psychology General (2014, vol 143(5)).

[3] Van Bavel & Thoen, (Eds.) (2013). Rural societies and environments at risk. Ecology, property rights and social organisation in fragile areas (Middle Ages-twentieth century). (Turnhout: Brepolis)

Flip Krabbendam

Architect

Flip Krabbendam is architect en actief in de Landelijke Vereniging Centraal Wonen. In zijn promotieonderzoek 'Betrokkenheid' stonden collectieve woonvormen en ontmoeting tussen bewoners centraal.

Henriëtta Joosten

Docent en onderzoeker

Henriëtta Joosten is werkzaam als onderzoeker bij het Lectoraat Filosofie en Beroepspraktijk en als hogeschooldocent bij de Faculteit IT & Design bij De Haagse Hogeschool.

http://www.henriettajoosten.nl