Logo Ruimtevolk klein
artikelen

13 december 2017 • Kris Oosting

‘Blijf energietransitie integraal benaderen’

Dat de energietransitie een grote impact zal hebben op ons landschap is bekend. Op tal van plekken wordt over die impact nagedacht, worden oplossingen verzonnen en projecten opgestart. Tegelijkertijd werken overal in het land mensen aan omgevingsvisies die de basis moeten gaan vormen voor het toekomstige omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en het Rijk. Tijdens een rondetafelgesprek verkennen we de relatie tussen energie en ruimte en de rol die omgevingsvisies kunnen spelen bij het faciliteren en versnellen van de energietransitie. Het schuurt, maar er worden stappen gezet.

Lange tijd ging het gesprek over de energietransitie vooral over de opgave in plaats van over de weerslag op het landschap. ‘Het onderwerp ruimte lag erg gevoelig bij de mensen die bezig waren met de energietransitie,’ vertelt Mijnke van Kleef van de provincie Gelderland. Als coördinator van de pilot energie en ruimte zag ze daarin het afgelopen jaar een verschuiving optreden: ‘Over ruimte mocht niet gesproken worden, want de gedachte was: dan ontploft de boel. Dan gaat het over windturbines, over zonnecollectoren en organiseer je al snel weerstand. Dat is nu wel anders, ruimte staat inmiddels bovenaan de agenda wanneer het over de energietransitie gaat.’

Energie lijkt soms zelfs dominant te worden in het ruimtelijk beleid, stelt Laura van Rossem, die vanuit de VNG betrokken is bij de pilots omgevingsvisies. ‘De energietransitie wordt dan de belangrijkste opgave waaraan andere thema’s ondergeschikt worden gemaakt. Dit terwijl de Omgevingswet nu juist van ons vraagt om anders te kijken.’ Ze neemt twee tegenovergestelde bewegingen waar: ‘Aan de ene kant is er de Omgevingswet die vraagt om integraliteit, decentraliteit en regelluwheid en aan de andere kant zijn er krachten rond de energietransitie die steeds meer vragen om regie en sturing van bovenaf om de doelstellingen te halen. Het combineren van die beide bewegingen is de opgave.’

‘De vraag is hoe mogelijke wetgeving rond de energietransitie eruit komt te zien, en welke ruimte gegeven wordt om als gemeenten, provincies en Rijk het spel met elkaar te spelen,’ zegt Van Rossem. ‘Je moet niet aan gemeenten opleggen wat ze moeten doen en ze met regels om de oren slaan. Je moet juist het gesprek voeren, de opgave agenderen en het urgent maken. Neem mensen mee in het verhaal.’

‘Gaat iemand buiten de politiek en de ambtenarij die omgevingsvisie zien?’

Is de omgevingsvisie daar het beste vehikel voor? Fred Goedbloed, die vanuit de gemeente Leiden samen met negen gemeenten werkt aan een omgevingsvisie voor de regio Hart van Holland, ziet daarvoor veel kansen. ‘Wij hebben de energietransitie als uitgangspunt genomen bij het nadenken over de omgevingsvisie. Juist omdat daar nog geen ideeën over bestonden en we dus een goed gesprek konden voeren zonder de last van bestaande wensen, plannen en posities.’

Het proces richting een omgevingsvisie blijkt dat goede gesprek over de energietransitie verder te voeden. ‘Door de opgave te onderzoeken via ruimteateliers maak je de gevolgen inzichtelijk, dat is in Gelderland heel waardevol gebleken,’ zegt Mijnke van Kleef. Goedbloed: ‘In de ruimteateliers die wij hebben gehouden, hebben we de opgave om energieneutraal te worden verkend en de impact daarvan voor de regio. Dan praat je ineens over het plaatsen van 700 windmolens in plaats van 10. Dat is tenminste een gesprek, dan ontstaat het gevoel: shit, hier moeten we iets mee.’

Mark Kemperman ziet het belang van het proces van de omgevingsvisie, maar twijfelt of de omgevingsvisie het ultieme vehikel is voor de energietransitie. Vanuit de provincie Gelderland is hij zowel betrokken bij de provinciale omgevingsvisie als bij het team dat zich bezighoudt met de energietransitie. ‘Gaan we grote bedrijven sturen via een lokale omgevingsvisie? Die maken internationale afwegingen, dus dat vraagt om internationale afspraken. Bovendien is het voor de energieopgave cruciaal om draagvlak te creëren. Gaat iemand buiten de politiek en de ambtenarij die omgevingsvisie zien? Moeten we niet vooral het maatschappelijke debat voeren, moeten mensen niet juist kennis nemen van de opgave via spotjes, via het journaal, via kranten?’

‘Je moet draagvlak organiseren,’ valt Laura van Rossem hem bij, ‘maar ook de governance is belangrijk. Hoe gaan we het als gemeenten, provincies en Rijk samen organiseren?’ Daarbij is ook de samenhang tussen verschillende trajecten van belang. Kemperman: ‘Hoe sluiten omgevingsvisies aan op energieakkoorden, of op wat de industrie doet? Dat gesprek moeten we nu voeren en dat is nog heel spannend. Hoe verhouden de regionale energiestrategieën zich bijvoorbeeld tot de nationale omgevingsvisie?’ ‘Daar wordt, as we speak, aan gewerkt,’ antwoord Van Rossem.

De Omgevingswet vraagt bovendien om integraliteit: energie is niet de enige opgave die moet landen in een omgevingsvisie. ‘We hebben in Leiden de energietransitie als vertrekpunt genomen, maar we kijken naar veel meer,’ zegt Fred Goedbloed. ‘Het gaat over groen, water, mobiliteit, wonen, al die kaartlagen moeten straks over elkaar gaan vallen. Ook het inpassen van benodigde nieuwe boven- en ondergrondse infrastructuur is een grote opgave waarvoor de integrale aanpak van de Omgevingswet veel mogelijkheden biedt. Tijdens het traject van de omgevingsvisie leerden we dat er veel meer raakvlakken zijn tussen opgaven en sectoren dan we hadden gedacht. Dat vraagt op allerlei terreinen om het opdoen van meer kennis. Neem bijvoorbeeld het bouwen van duizenden woningen op plekken waar de bodem aan het dalen is. Hoe is het mogelijk dat we dat nog steeds doen?’

‘We moeten waken voor de valkuil van de perfecte integraliteit’

Laura van Rossem: ‘We trappen allemaal in de valkuil om sectoraal te kijken, maar de omgevingsvisie vraagt om heel andere gesprekken. Het gaat niet om het verdedigen van het eigen belang, maar om het voeren van de dialoog. Dat kost echt veel tijd.’

Toch moeten we waken voor de valkuil van de perfecte integraliteit,’ zegt Mark Kemperman. ‘De vraag is vooral: waar leg je in een omgevingsvisie de accenten, wat is van het grootste belang? Het is zinvol om je te focussen op een paar thema’s zodat je het gesprek kunt verdiepen. In Gelderland hadden we zeven grote thema’s, met energie op een. Als je die focus aanbrengt, kom je niet meer weg met steeds groter wordende ambities als energieneutraal in 2050, nee 2040, nee 2030! Dan kom je erachter dat je voor een hoop dilemma’s komt te staan en nog heel veel kennis niet bezit. Dat brengt scherpte.’

De omgevingsvisie is misschien niet zaligmakend voor de energietransitie, het is wel een belangrijk instrument bij het verkennen van de opgave, de relatie met andere opgaven, het opdoen van kennis en het voeren van het gesprek tussen ambtenaren, bewoners en experts. Daarbij is er volgens Kemperman nog wel behoefte aan een gezamenlijke taal, bijvoorbeeld via een nationaal programma energie. ‘We praten nu soms nog langs elkaar heen, om vooruit te komen moeten we zowel lokaal, regionaal als nationaal hetzelfde gesprek gaan voeren.’ Met die wens is Van Rossem het eens, maar ze besluit met een hartekreet: ‘De energiemensen denderen nu soms wel heel hard door. Dat is begrijpelijk gezien de immense opgave, maar gebruik de Omgevingswet en de omgevingsvisies om vorm te geven aan de dialoog en verbinding te maken met andere thema’s. De energietransitie mag geen technische exercitie worden waarbij burgers het onderspit delven.’

Dit rondetafelgesprek vond plaats in het kader van de pilots omgevingsvisie die RUIMTEVOLK begeleidt. Bij het gesprek waren aanwezig: Mark Kemperman (Provincie Gelderland), Mijnke van Kleef (Provincie Gelderland), Fred Goedbloed (Gemeente Leiden), Laura van Rossem (VNG). Het gesprek stond onder leiding van Brechtje van Boxmeer en Robbin Knuivers (RUIMTEVOLK).

Kris Oosting

Redacteur

Kris is redacteur bij RUIMTEVOLK en hoofdredacteur van ons magazine NL. Hij wordt gedreven door een liefde voor steden en plekken, die hij graag verkent en beschrijft. Kris is geïnteresseerd in de beleving van ruimte vanuit andere disciplines, met een speciale interesse in het snijvlak van ruimte en cultuur. Hij werkte eerder als freelance urbanist en publicist en daarvoor als projectleider en beleidsadviseur.