Veel gemeenten staan op het punt hun omgevingsvisie te actualiseren. De aanleiding is vaak een wijziging van regionale of lokale opgaven en ambities, of de behoefte om een volgende slag te maken in integraliteit of specifieke gebiedsopgaven.
Tegelijkertijd kan het dat de huidige omgevingsvisie in de praktijk ‘onvoldoende leeft’, ’te weing houvast geeft’ of ‘nog niet goed werkt’, waardoor het gewenst is de werking ervan opnieuw tegen het licht te houden.
Samen met onze opdrachtgevers werken wij op uiteenlopende plekken aan actualisaties. Elke keer met een eigen aanleiding en doelen. Maar altijd met het doel om te komen tot een omgevingsvisie die leeft en werkt. Voor de ambtelijke organisatie, het bestuur, de raad en niet in de laatste plaats de initiatiefnemer en samenleving.
Anne Seghers en Sjors de Vries zetten op basis van hun ervaring een aantal aandachtspunten op een rij voor gemeenten die aan de slag gaan met de actualisatie van hun omgevingsvisies.

1. Start met een goede evaluatie
Hoe werkt de omgevingsvisie op dit moment in de praktijk? Biedt de beschrijving van opgaven, doelen en prioriteiten voldoende houvast voor bijvoorbeeld de initiatiefnemer, bestuurder en omgevingstafel? Is er helderheid over de afwegingsruimte? Hoe scherper geformuleerd, des te meer houvast de omgevingsvisie biedt bij planinitiatieven en in de doorwerking naar andere instrumenten.
Denk daarbij goed na over het gewenste uitwerkingsniveau in relatie tot overig beleid en programma’s. Wij organiseren regelmatig bij aanvang botsproefsessies om het functioneren en de verbeterpunten van de omgevingsvisie tegen het licht te houden.
2. Het belang van een wervend toekomstverhaal en volgbare redeneerlijn
Soms is het niet mogelijk om met de omgevingsvisie de inhoudelijke houvast te bieden die gewenst is. Het helpt in dat geval dat er een helder toekomstverhaal ligt, met een volgbare redeneerlijn en ontwikkelprincipes die helpen bij het bepalen van doelen en ambities — en heel belangrijk: bij het maken van integrale afwegingen daarbij.
Een heldere visiekaart met toekomstbeelden maakt de omgevingsvisie begrijpelijker en uitnodigender en draagt bij aan het creëren van een gemeenschappelijke taal voor professionals, inwoners, bestuurders en politici.
3. Bieden de huidige kaarten en legenda’s voldoende richting aan de integrale gebiedsopgaven?
Actualisatie van de omgevingsvisie biedt de kans om nog eens extra te onderzoeken of de opgaven, kansen en het potentieel in de bestaande wijken, werklocaties, centra en het buitengebied goed in beeld zijn gebracht.
- Biedt de omgevingsvisie bijvoorbeeld voldoende ruimte voor vergroting van de woningdifferentiatie (gebiedsgericht beter benutten door transformatie, aanpassing etc.) en het aanbod in de wijken?
- Zijn de economische en ruimtelijke potenties van de bestaande werklocaties goed in beeld, en leidt dit misschien tot gebiedseigen programma’s of profielen?
- Geeft de omgevingsvisie voldoende richting aan de gewenste ontwikkeling of transformatie van gemengde gebieden, zoals binnensteden?
- En niet in de laatste plaats: biedt de omgevingsvisie voldoende houvast voor de opgaven in het buitengebied, natuurontwikkeling en nieuwe verdienmodellen voor bijvoorbeeld agrarische ondernemers?
Denk bij de actualisatie van de omgevingsvisie goed na over de gebiedseigen opgaven en de nieuwe legenda’s en zoneringen die daarbij horen.
4. Gebiedsgerichte uitwerkingen en afwegingskaders
In het verlengde daarvan kan de actualisatie van een omgevingsvisie aanleiding zijn om de gebiedsgerichte uitwerkingen nog eens tegen het licht te houden, op indeling en uitwerkingsniveau. Overweeg om hierbij gebiedsgerichte afwegingskaders te maken die met name in de voorfase van plan- en gebiedsontwikkelingen kunnen helpen bij het maken van een programma en het stellen van prioriteiten. Of om gebieden aan te wijzen waar bijzondere regels gelden of die extra bescherming nodig hebben. Zo stuur je aan de voorkant en ondersteun je integrale planontwikkeling en de versnelling van de voorfase.

5. Sturing en governance: wees zo helder mogelijk over in beschrijving van rollen en verantwoordelijkheden
Een belangrijk onderdeel hiervan is ook het sturings- en rolnemingsvraagstuk. Zeker in een tijd waarin samenleving en markt vragen om meer regie en sturing op ambities, doelen en gebiedsontwikkelingen.
Werken volgens de principes van uitnodigingsplanologie biedt daarbij houvast (zie ook deze handreiking). Wees als overheid zo scherp mogelijk in het beschrijven van de sturingsfilosofie, de eigen rolneming en verantwoordelijkheden. En wees helder over wat je verwacht van initiatiefnemers en omgeving, ook in relatie tot het betrekken van de omgeving (participatie).
Ga hierover al bij aanvang van de actualisatie het gesprek aan met bestuur, gemeenteraad, maatschappelijke partners en samenleving. Overweeg daarbij het inzetten van interactieve gespreks- en werkvormen, botsproeven en serious gaming.
6. Start meteen met het laatste hoofdstuk: de uitvoeringsparagraaf
Te vaak wordt het uitvoeringshoofdstuk gezien als sluitstuk van het ontwikkelproces van de omgevingsvisie. Soms ontbreekt het uitvoeringshoofdstuk zelfs nog.
Voor een werkbare omgevingsvisie is een doordachte uitvoeringsparagraaf onontbeerlijk. Ons advies is om al bij de start van de actualisatie de verschillende thema’s uit de uitvoeringsparagraaf mee te nemen, zoals de invulling van de beleidscyclus, de inzet van instrumentarium zoals programma’s, en de koppeling aan de begrotingscyclus. Zoek een goede balans tussen ambities en haalbaarheid. Zo zorg je dat de omgevingsvisie gaat leven en ambities niet verzanden, maar werkelijkheid worden.
7. En denk tijdig na over het beheer van de omgevingsvisie
Een omgevingsvisie is geen statisch document, maar een levend kompas. Het is belangrijk dat dit goed wordt beheerd en geborgd in de organisatie. Beleg actualisatierondes in het uitvoeringsprogramma, borg de beleidscyclus en leg het eigenaarschap van het instrument, de uitvoering en de actualisaties expliciet vast. Wijs een coördinator aan die zorgt dat de omgevingsvisie wordt toegepast en — waar nodig — wordt herijkt of aangescherpt.
8. Milieueffectrapportage
Wanneer de actualisatie van de omgevingsvisie parallel loopt aan het opstellen van het MER of OER (Omgevingseffectenrapportage), zijn slimme koppelingen mogelijk en kunnen onnodige dubbelingen worden voorkomen. Bovendien kan het MER of OER worden ingezet om tot scherpe keuzes te komen waarbij omgevingseffecten zijn meegewogen in de afweging. Zorg dat je tijdig in het proces een ambtelijke en bestuurlijke afweging maakt over het inzetten van een MER of OER, door aan de voorkant de huidige omgevingsvisie inhoudelijk en programmatisch goed te spiegelen aan nieuwe doelen en in beeld te brengen of voor toekomstige projecten of besluiten een project-MER of MER-beoordelingsplicht geldt.
9. Het DSO
De inhoud van de omgevingsvisie komt in het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Bedenk vanaf het begin hoe je de geactualiseerde visie in het DSO wilt opbouwen, en betrek de verantwoordelijke voor het inladen van de visie in de plansoftware vroegtijdig. Een goed opgebouwde structuur — met heldere keuzes per deelgebied — biedt een handzame kapstok voor het DSO.
Meer weten?
Meer weten over de aanpak of kansen van de actualisatie van uw omgevingsvisie? Neem gerust contact op Anne Seghers.

