Al jaren werken de partners van netwerkorganisatie Ruimte voor de Vecht nauw samen aan een toekomstbestendig perspectief voor het Vechtdal. De Vecht, de ‘grootste van de kleinste Nederlandse rivieren’, kronkelt door een landschap met afwisselende gezichten en contrasten. Van een meer besloten landschap, zoals op de hogere zandgronden waar bossen worden afgewisseld door heideterreinen en stuifzanden, tot een open landschap met graslanden, zoals nabij de monding in het Zwarte Water.

De complexiteit en stapeling van opgaven in het Overijsselse buitengebied – en zeker in het Vechtdal – neemt toe. Het bodem- en watersysteem en de natuur lopen tegen grenzen aan – de Kamerbrief ‘bodem en water sturend’ van eind 2022 en de scherpe doelstellingen rondom stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden tonen aan dat structurele ingrepen nu nodig zijn.
De provincies zijn aan zet om een deel van de uitvoering hiervan op te pakken. Overijssel doet dit via haar Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Het PPLG vormt een langjarig programma met verschillende (wettelijke) doelen rondom het realiseren van natuurherstel, een robuust watersysteem en minder emissies van broeikasgassen. Deze doelen zijn doorvertaald naar zes deelgebieden, waarvan het Vechtdal er één is.
Om te verkennen hoe deze doelen zich doorvertalen en hoe de opgaven landen in een gebiedsspecifieke context, is RUIMTEVOLK gevraagd ontwerpend onderzoek te verrichten onder de noemer Panorama Vechtdal. Dit gebeurde aan de hand van drie modelgebieden in het Vechtdal: Herfte/Marshoek, Ommen en Bergentheim. Elk modelgebied heeft zijn eigen gebiedskenmerken, gebruikers en opgaven en kent een omvang op het schaalniveau van een landinrichtingseenheid. Via verschillende scenario’s voor elk modelgebied is een gebiedsperspectief opgesteld, welke zich met name richten op de transitieopgaven water, natuur, landbouw, energie en verstedelijking.







